Posts tonen met het label Boekenweek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Boekenweek. Alle posts tonen

dinsdag 17 maart 2026

Piaggio / Cantate Domino (Hendrik Groen / Cocky Minderhoud)

De Boekenweek is alweer bijna een week oud en er is al veel lelijks gezegd over het Boekenweekgeschenk. Eigenlijk is er elk jaar wel kritiek en dat snap ik ook wel. Een novelle van Ilja Leonard Pfeijffer is toch anders dan een van zijn dikke romans. Bovendien zal een schrijver er wellicht ook wel rekening mee houden dat het Boekenweekgeschenk gelezen zal worden door mensen die anders nooit literatuur lezen. 

Vorig jaar greep de CPNB terug op een oud concept: dat van een wedstrijd. Dat idee vond ik nog wel aardig, al zet je wel veel schrijvers aan het werk die niet weten of hun inzending ooit gepubliceerd zal worden. Het was in ieder geval beter dan het gezinsproject van de Chabotten in het jaar ervoor. Het is wel duidelijk dat de CPNB zoekende is. Blijkbaar moet er iets veranderen, maar het is nog niet duidelijk hoe. 

De trend is wel dezelfde als die bij fietsen voor oudere mensen: graag een verlaagde instap. Daarom ook heet het Boekenweekessay ook geen essay meer. Of is dat intussen weer teruggedraaid? Dit jaar is het Boekenweekgeschenk Piaggio, geschreven door Hendrik Groen. 

Jaren tachtig

De vorige grote verandering was in de jaren tachtig. Daarvoor was het een beetje een rommeltje geweest, in 1981 was er gedoe door De vierde man van Gerard Reve, dat niet geschikt werd geacht vanwege controversiële passages en toen moest Henri Knap op het laatste moment iets schrijven. Of misschien had hij het al liggen en hoefde hij het alleen in te leveren. De details herinner ik me niet. 

Ik vond het indertijd niet eens zo'n beroerd boek, maar er was veel kritiek. In 1982 was er een verhaal van Marten Toonder en het jaar erop was er het mislukte geschenk dat Wim Kan schreef en toen was het blijkbaar genoeg. Vanaf dan zou een literaire auteur het Boekenweekgeschenk schrijven. Hoe er gereageerd werd op De ortolaan van Maarten 't Hart weet ik niet meer zeker, maar over Somberman's actie van Remco Campert uit 1985 was men meer dan tevreden. 

Daarna was elk jaar het geschenk een novelle die door een erkende literaire auteur geschreven was. De eerste tien na Campert: Marga Minco, Tessa de Loo, J.M.A. Biesheuvel, Hugo Claus, F. Springer, Cees Nooteboom, A.F.Th. van der Heijden, Willem Frederik Hermans, Hella Haasse (voor de derde keer) en Leon de Winter. Allemaal onverdachte schrijvers, die al bewezen hadden dat ze wat konden. Wel weer veel meer mannen dan vrouwen. 

Treurig niveau

In 2001 was het boek van Salman Rushdie een vreemde eend in de bijt en naar mijn mening ging het pas weer mis in 2018 bij het Boekenweekgeschenk dat Griet Op de Beeck, dat ik me herinner als van een treurig niveau. En nu is er dus Piaggio van Hendrik Groen. Dat blijkt het pseudoniem te zijn van Peter de Smet, dezelfde naam dus als van de beroemde tekenaar van de strip De generaal. 

Van Groen heb ik alleen het eerste boek gelezen. Het begin vond ik grappig, maar verderop raakte ik indertijd de interesse kwijt. Dat er ook een schrijnende kant zat aan het verhaal wist de schrijver niet bij me over te brengen. Daarna heb ik nooit meer iets van hem gelezen. Nu ik Piaggio gelezen heb, is me weer eens duidelijk geworden waarom. 

Het begin van het boek wordt afwisselend verteld door Anton en door Marieke. Anton heeft de droom om met een Piaggio van Italië naar Nederland te rijden en Marieke, die hij net pas kent, gaat met hem mee. Verderop rommelt Groen wat meer met het perspectief en soms is er ineens een alwetende verteller: 'Als ze hadden omgekeken, zouden ze hebben gezien dat de oude baas meewarig zijn hoofd schudde'. 

Er zijn natuurlijk wat probleempjes onderweg en Anton en Marieke groeien steeds meer naar elkaar toe en uiteindelijk loopt alles goed af. Ik vind het allemaal niet zo boeiend; het boekje is duidelijk niet voor mij bedoeld. Hopelijk zijn er veel mensen die er wel van kunnen genieten.

Anton wordt op zijn nek gezeten door zijn vader, die vindt dat Anton snel een nieuwe baan moet zoeken en Marieke voelt druk van haar dochter. Dat is wel een link met het christelijke Actieboek, Cantate Domino. Dat is geschreven door Cocky Minderhoud, van wie ik nog niet eerder wat gelezen heb. Het Actieboek is mede uitgegeven door uitgeverij De Banier, waaruit ik maar geconcludeerd heb dat er geen literaire pretenties zijn. 

Hoofdpersoon in Cantate Domino is Joppa, een 78-jarige vrouw. Haar man is vijf jaar daarvoor overleden. Ze houdt van zingen en het koor, dat ze mede opgericht heeft en dat Cantate Domino heet, bereidt een jubileumconcert voor. 

Op het parkeerterrein bij het repetitielokaal wordt haar auto aangereden door een ander koorlid en dat zorgt voor bezorgdheid bij haar drie zoons. Ze vragen zich af of Joppa nog wel door moet gaan met autorijden en ook maar meteen of ze nog wel zelfstandig kan wonen. Het geeft een vervelende stemming tussen moeder en kinderen. Na de avond van de uitvoering, waar Joppa onverwacht een solo heeft, wordt alles uitgesproken en raakt de lucht opgeklaard. 

Ook in Cantate Domino is er op literair gebied niet zo veel te beleven, doordat er zo veel wordt uitgelegd. We krijgen wel heel veel gedachten van Joppa te lezen, zodat we precies snappen wat er aan de hand is. De lezer hoeft zelf niets meer te doen. 

Maar dit Actieboek gaat wel wat dieper dan Piaggio. De inhoud van de koorstukken die Joppa zingt, is betekenisvol voor haar en die helpt haar ook. Aan het eind van de novelle zijn de teksten (met vertaling) opgenomen en wie naar de muziek wil luisteren, kan de QR-codes scannen. 

Cantate Domino heeft zeker, net als Piaggio, iets zoets, maar het heeft ook zeker wat ontroerends, terwijl het boekje van Groen geen enkel beroep doet je op je gevoel. 

Waar het heen zal gaan met Boekenweekgeschenk is nog maar helemaal de vraag. Misschien helpt het dat Eveline Aendekerk terugtreedt als directeur, maar ik durf nergens op te hopen. 

Eerdere bijdragen over de Boekenweek (inclusief de christelijke Actieboeken) vind je hier. En je vindt ook links onder de bespreking van De krater van Gerwin van der Werf en onder die van De schilder en de prinses van Frans Willem Verbaas. 

maandag 17 maart 2025

De schilder en de prinses (Frans Willem Verbaas)


Als het Boekenweek is, is er bij christelijke boekhandels het Actieboek te verkrijgen. Daar heb ik in het verleden over geschreven, net als over de geschiedenis daarvan. De links neem ik op onder aan deze bijdrage. Verschillende keren heb ik mijn verwondering uitgesproken over het feit dat enkele auteurs nooit zo'n actieboek mochten schrijven. Ongetwijfeld heb ik daarbij de namen van Frans Willem Verbaas en Janne IJmker genoemd. Sinds Enny de Bruijn zich gewend heeft tot de fictie (met Het IJzeren Veulen) is zij ook een nadrukkelijke kandidaat. 

Dit jaar werd Frans Willem Verbaas dan eindelijk verkozen het Actieboek te schrijven. Bijna alles van hem heb ik gelezen. Alleen Heilig vuur (2020) ontsnapte aan mijn aandacht. Ik begrijp dat het een roman over Calvijn is. 

Jan van Eyck

Verbaas heeft vaker bekende figuren uit het verleden tot hoofdpersoon van een boek gemaakt: Suster Bertken, Augustinus, Karl Barth. Dat doet hij ook in het Actieboek van dit jaar, De schilder en de prinses, waarin de schilder Jan van Eyck de hoofdrol speelt. In 1428 krijgt hij de opdracht van Filips van Bourgondië om een portret te schilderen van Isabella van Portugal. Mogelijk wordt zij Philips' derde vrouw. 

Van Eyck, werkt nog aan het altaarstuk Het Lam Gods, dat in 1432 voltooid zal worden. Hij zal er, sinds de dood van zijn broer Hubert (gestorven in 1426), zonder de hulp van zijn broer aan moeten werken. Maar eerst dus naar Portugal. 

Verbaas vertelt het verhaal van Van Eyck en Isabelle in elf hoofdstukken, die afwisselend vanuit de schilder en de prinses zijn geschreven. We maken de worsteling mee van de schilder: hij wil haar waarheidsgetrouw schilderen, maar hij wil ook zijn best doen om het huwelijk tot stand te laten komen. De prinses moet erg wennen aan de eigenzinnige schilder. En als Filips inderdaad wat in haar ziet, zal ze haar land en alles wat haar bekend is achter zich moeten laten. 

Hoewel Verbaas het meestal niet moet hebben van de actie, heb je toch het idee dat er meer tussen de personages gebeurt dan in zijn vorige roman, over Suster Bertken, waar de brave Bertken meestal in haar eentje in haar cel de tijd moest zien door te komen. De spanning tussen de schilder en de hooggeplaatste vrouw voel je als lezer.  Je hoopt dat het allemaal goed zal komen. Of dat zo is, laat ik even in het midden. 

Toegankelijk

Ik denk dat De schilder en de prinses prima voldoet als Actieboek. Het is toegankelijk, geschikt voor een breed publiek en het geeft een mooie ingang tot het werk van Frans Willem Verbaas. Maar het is ook een beetje gladjes. 

Je kunt je de hele tijd met allebei de personages identificeren. Er zit voor geen haartje kwaad bij de personen, ze doen nooit iets waardoor je je tenen moet krommen, nooit iets waarbij je je ongemakkelijk voelt. Als er tegendraadsheid is, is die sympathiek. Nooit wordt je empathie op de proef gesteld. Dat zorgt ervoor dat je je als lezer in een comfortabele positie bevindt, maar ik had me best af en toe wat minder gemakkelijk willen voelen. 

Maar misschien is daar een Actieboek niet de meest geëigende plek voor en De schilder en de prinses (een titel die overigens net te veel doet denken aan De schilder en het meisje van Margriet de Moor) kan door een boekhandel zonder voorbehoud uitgereikt worden. Dat is in het verleden wel anders geweest. 

Maar goed, ook het officiële Boekenweekgeschenk heeft mindere edities gekend en het huidige, van Gerwin van der Werf, is best goed gelukt, maar het laat te weinig te raden over, naar mijn smaak. Zolang het mensen aanzet tot lezen, hoor je mij trouwens niet klagen. Niet heel veel, tenminste.

In de wacht

Van Verbaas moet ik eigenlijk Heilig vuur nog lezen. Dat zal ik zeker doen als de uitgever het alsnog opstuurt. Of ik het ga kopen, weet ik zo net nog niet. Ik heb nog wel heel veel liggen dat op lezing wacht en er komt alleen maar bij. 

Op dit moment lees ik van alles: een boek over Congo, een roman van Emy Koopman, de briefwisseling tussen Jeroen Brouwers en Geert van Oorschot en een boekje over Johan Andreas dèr Mouw. En  dan natuurlijk nog de strips.  Onlangs heb ik wat dunnere boekjes gelezen (naast de Boekenweekgeschenken zijn dat een verhalenbundel van Robin Kramer en een boekje over Rutger Jan Schimmelpenninck). Daardoor kan mijn schrijven mijn lezen moeilijk bijhouden. Ik probeer de achterstand weg te werken door deze week vier nieuwe recensies te plaatsen in plaats van drie. Ik hou je op de hoogte van de vorderingen. 

Eerder schreef ik:
Over andere boeken van Frans Willem Verbaas

Over de geschiedenis van het christelijke actieboek:

Een column over het actieboek vergeleken met het Boekenweekgeschenk:

Over eerdere actieboeken
Volgende week, zelfde tijd? (Gabi de Ridder)
Gewijde chaos (Annemarie van Heijningen - Steenbergen)
Brood en stenen (Arie Kok)
Lichtval  (Marianne Grandia)
Zeeglas (Els Florijn)
Afspraak in Portugal (Corien Oranje)
Het naaiatelier (Mirjam van der Vegt)
Vindersloon (Joke Verweerd)
Een dagje naar huis (Hans Werkman)
Aslander (Rien van de Berg)
De trein van 10:12 (Henk Stoorvogel)

Over het Boekenweekgeschenk 2025
De krater (Gerwin van der Werf)
Onder die recensie zijn links opgenomen naar besprekingen van Boekenweekgeschenken

vrijdag 14 maart 2025

De krater (Gerwin van der Werf)

 

Een Boekenweekgeschenk moet geschikt zijn voor een groot publiek. Het is niet te dik en het mag ook niet te moeilijk zijn. Er zijn immers ook mensen die alleen in de Boekenweek naar de boekhandel gaan en die wellicht toch de novelle gaan lezen. 

Het is al decennia zo, sinds De ortolaan (1984) van Maarten 't Hart, dat de schrijver gezocht wordt in de literatuur. Dat pakt meestal behoorlijk uit. Van het gezinsproject van vorig jaar was ik niet weg en Gezien de feiten van Griet Opdebeeck was een dieptepunt, maar meestal kan het er wel mee door. 

Het is voor een schrijver altijd aantrekkelijk als hij uitgekozen wordt. Meestal wordt een deel van zijn werk herdrukt en hij krijgt veel belangstelling. Maar enkele schrijvers zijn nog steeds niet aan de beurt gekomen. Geen Tomas Lieske, Kristien Hemmerechts (!), Oek de Jong of Vonne van der Meer. Hopelijk krijgen ze nog een kans. 

Voor de negentigste Boekenweek greep de CPNB terug op een oud concept: de novellenwedstrijd. Maar liefst 149 auteurs namen de moeite om een novelle te schrijven en De krater van Gerwin van der Werf werd uitgekozen. Het is te hopen dat de andere 148 nog wel iets kunnen doen met wat ze geschreven hebben. Anders zijn ze maanden voor niks aan het werk geweest. 

Broertje redden

In de krater gaat het over drie jongeren, van wie Eden de verteller is. Ze is twee jaar ouder dan haar veertienjarige broertje Benjamin (Benji) met wie het niet goed gaat: hij heeft een depressie. Johnny is haar oudere broer. Hij heeft een rijbewijs en een oude Volkswagen Golf. Eden heeft het plan opgevat om haar broertje te redden. Ze wil dat ze met zijn drieën een meteorietkrater in Duitsland gaan bezoeken. Dat zal Benji opvrolijken. 

Ook in het leven van de kinderen is ooit een meteoriet ingeslagen: hun vader pleegde tien jaar geleden zelfmoord door voor de trein te springen. Sindsdien heeft het hele gezin het moeilijk. Aan Johnny is dat misschien het minst te merken, al heeft hij wel een vreemde hobby: verkeersborden jatten. Dat blijkt uiteindelijk ook nog met de dood van vader te maken te hebben. 

Eden wil graag op een jongen lijken. We zouden het woord non-binair kunnen gebruiken, maar Eden wil het niet zo noemen. Ze wil haar broertje redden, die sinds twee jaar bezig is naar de verdommenis te gaan,  maar misschien is ze ook bezig zichzelf te redden?

Ik wil niet meer, zei een stem. Het klonk als mijn eigen stem, hoewel ik die niet goed ken: ik wil niet meer, het is wel goed zo. 

Hindernissen

Het wordt een reis met hindernissen. Ze gaan naar Steinheim, maar in Duitsland blijken er twee Steinheims te zijn; ze gaan aanvankelijk naar het verkeerde. Bovendien heeft de auto kuren: de motor moet de hele tijd blijven lopen, omdat hij anders niet meer wil starten. En de kinderen zijn bijna door hun geld heen.

Van der Werf heeft er een duidelijk verhaal van gemaakt, dat gemakkelijk leest. In het verleden blijken enkele dingen toch wat anders gegaan te zijn dan iedereen dacht, Benjamin vertelt waar hij nog meer mee worstelt en Eden krijgt ook meer zicht op zichzelf. 

Er is een motto over donkere energie en donkere materie en dat wordt mooi door het verhaal geweven, net als een uitspraak die opgenomen is op de gouden plaat die in 1977 met de Voyager de ruimte in is gestuurd. Aan het eind is er ook nog een verwijzing naar Nooit meer slapen van W.F. Hermans. Veel te raden blijft er niet over. 

Als Boekenweekgeschenk zal De krater zeker voldoen. Voordeel is ook dat Gerwin van der Werf al aardig wat geschreven heeft: heel wat boeken waarmee hij (en zijn uitgever) de boer op kunnen. Ik besprak eerder de roman Strovuur (zie link onderaan). Eerlijk gezegd moest ik wel heel erg aan die roman denken:

Parallellen met Strovuur

Ook meisje van middelbare-schoolleeftijd die de verteller is, ook een tocht met een oude auto, ook jongeren die geen contact hebben met het thuisfront, ook een diefstal (niet van verkeersborden, maar van een Middeleeuws boek), ook een vader die een eind aan zijn leven heeft gemaakt, ook passages waarin de hoofdpersoon niet helemaal helder is en droomt of hallucineert. Het zijn wel erg veel parallellen. Ik wil niet zeggen dat Van der Werf zijn eigen verhaal in een iets andere setting heeft naverteld, want er zijn ook wel verschillen, maar wat mij betreft lijken de boeken wel te veel op elkaar. 

Voor de afzonderlijke boeken is dat geen bezwaar, maar als je ze allebei leest, gaat het wel heel erg opvallen. Maar goed, er zal misschien niet al te veel tijd zijn geweest, waarmee het misschien verklaard, maar niet verontschuldigd is. 

Wel ben ik benieuwd of de andere boeken van Van der Werf een beetje de moeite waard zijn. Twee ervan haalden ooit de longlist van de Libris Literatuurprijs: Wild (2011) en Een onbarmhartig pad (2018) en Strovuur werd genomineerd voor het beste boek voor jongeren 2021. 


Eerder schreef ik over een ander boek van Gerwin van der Werf:

En over eerder Boekenweekgeschenken:
Gezinsverpakking (De Chabotten)
De eerlijke vinder (Lize Spit)
Monterosso mon amour (Ilja Leonard Pfeijffer)
Wat wij zagen (Hanna Bervoets)
Leon en Juliette (Annejet van der Zijl)
Jas van belofte (Jan Siebelink)
Gezien de feiten (Griet Opdebeeck)
Makkelijk leven (Herman Koch)
Broer (Esther Gerritsen)
De zomer hou je ook niet tegen (Dimitri Verhulst)
Een mooie jonge vrouw (Tommy Wieringa)
De verrekijker (Kees van Kooten)
Heldere hemel (Tom Lanoye)

maandag 18 maart 2024

Gezinsverpakking (De Chabotten)



Boekenweek is een feest. Het doet me altijd weer goed dat er een week is waarin er zoveel aandacht is voor het boek, waarin boekhandels, bibliotheken, uitgeverijen en lezers alles doen om het elkaar naar de zin te maken. Mijn boekhandelaar vertelde dat het de weken voor de Boekenweek wel wat rustiger is, omdat mensen hun aankopen uitstellen tot deze feestweek, maar hij keek er vrolijk bij. Waarschijnlijk kopen ze per saldo toch meer dan ze zonder die week gedaan zouden hebben. 

Eigenlijk heb ik altijd wel enkele tientallen boeken klaarliggen die ik graag wil gaan lezen, maar ik ging ook wat kopen en ik had al bedacht wat: In het oog van Marijke Schermer en Klokgelui van Leo Pleysier. Dat laatste was niet op voorraad, dus dat ga ik in de loop van deze week ophalen. 

Van Marijke Schermer had ik het vorige boek al willen kopen, Liefde als dat het is, ook vanwege de prachtige titel. Ik sluit niet uit dat ik het alsnog ga lezen, maar er is dus alweer een nieuw boek. 

Bart

Maar goed, het Boekenweekgeschenk. Daar had ik vooraf niet zulke hoge verwachtingen van. Waarschijnlijk hoorde ik pas in de jaren tachtig van Bart Chabot, toen van hem Popcorn (1981) of Captain America (1982) verscheen. Ik las wat losse gedichten, maar die waren niet zo aan mij besteed. Misschien moet je Chabot horen, in plaats van lezen. 

Later begon hij ook proza te schrijven. De boeken kregen niet zulke positieve recensies. Dit weekend las ik een interview waarin Chabot op de recensies reageerde met 'Ik schrijf voor de mensen, niet voor de recensenten.' Blijkbaar worden die door hem niet tot de mensen gerekend. 

Splinter

Van Splinter Chabot kwam in 2020 Confettiregen uit. Het was ooit genomineerd voor het beste boek voor jongeren van dat jaar (of het jaar erop, daar wil ik af zijn) en ik heb de poster toen in mijn leskamer opgehangen. Er waren ook leerlingen die het gingen lezen en eigenlijk had ik dat ook moeten doen, maar het kwam er niet van en bij mondelinge examens bleek dat niet een heel groot bezwaar. 

Misschien ga ik het ooit nog lezen. Dat het in zes weken geschreven is, maakt mij wel wantrouwig en ik heb ook over dit boek nog geen recensies gelezen waarin uitgelegd wordt dat het een heel goed boek is. Ik denk wel dat het een belangrijk boek is. Het thema is belangwekkend genoeg. 

De anderen

De andere Chabotten zijn minder prominent aanwezig. Sebastiaan Chabot schreef Olifantenpaadjes en dat is nog maar het eerste deel van een familiecyclus, Maurits Chabot schreef alleen nog maar non-fictie, Storm Chabot en Yolanda Chabot schreven nog niet eerder iets. 

Maar het hele stelletje samen heeft nu wel het Boekenweekgeschenk geschreven, Gezinsverpakking. Ieder leverde een bijdrage en Splinter nam het stukje namens Hond Bril voor zijn rekening. 

Voor en achter op het boekje staat een tekening van Marlene Dumas en die vind ik mooi. De tekening voorop stelt de hond Bril voor. Dat zou een oude hond moeten zijn en ze heeft ook een wat verzakt oog, maar ik zag het in eerste instantie toch als een wat jongere hond. Op de achterkant staat een fraaie tekening van zes koppen die samengevloeid zijn tot een enkel hoofd met zes gezichten. 

Bij ons thuis

De Chabotten hebben zich gehouden aan het thema van de Boekenweek, 'Bij ons thuis'. Dat hoeft eigenlijk niet, maar dat hebben zij dus wel gedaan. Bart schrijft over een vakantie in een huis dat hem schrik aanjoeg, Sebastiaan over het op stap zijn met zijn vader die stof opdoet voor een column, Maurits over het huis waarin de familie opgegroeid is, Storm over een overleden grootvader, met tussendoor over het gezin en Splinter over de euthanasie op de hond. Tussendoor staan er van Yolanda korte stukjes, 'Mamastippen', wat een ander woord is voor moedervlekken. De hond vertelt bij monde van Splinter over het verval dat met de ouderdom komt. 

Alle bijdragen zijn toegankelijk geschreven. Het boekje is dus geschikt voor een groot publiek. Dat wil zeggen dat het als Boekenweekgeschenk wel zal voldoen. Echt verveeld heb ik me niet tijdens het lezen, maar ik ging ook geen enkele keer rechtop zitten omdat het boekje interessant werd. 

In de bijdrage van Bart Chabot zit nog het meest verhaal: hij vertelt over een vakantie in een huis dat hij als eng ervoer, maar met die engheid viel het allemaal nogal mee. 

Verval

Voor de rest stralen de bijdragen toch vooral uit dat de gezinsleden het goed hebben met elkaar, wat heel fijn voor hen is, maar je krijgt er niet zomaar een goed boek mee. Wel kwamen vaak het verval en de dood terug, niet alleen bij de hond, maar ook bij de gezinsleden. De hond is dood, wie zal nu de eerste zijn? Dat de rol van ouders en kinderen wisselt bij het ouder worden, zodat een kind bij het bed van de ouder zit, zoals de ouder vroeger bij zijn bed, is al honderden keren beschreven, maar Splinter doet het opnieuw, alsof het zijn eigen inzicht is. 

Vervelend is het allemaal niet, maar boeiend is het zeker ook niet. Misschien zijn we de laatste jaren ook wel verwend door Lize Spit, Ilja Leonard Pfeijffer en Hanna Bervoets en moeten we maar bedenken dat we ook het verschrikkelijke boekje van Griet Op de Beeck hebben moeten verstouwen of, veel langer geleden, dat van Wim Kan. 

In ieder geval hoop ik dat alleen dit boekje al mensen naar de boekhandel zal lokken. Ik kreeg niet meteen zin om nog iets van een Chabot te gaan lezen. Maar misschien tref ik over een aantal jaren mijzelf aan met een boek van Chabot in mijn handen. Je weet maar nooit. 

Eerder schreef ik over Boekenweekgeschenken:
Lize Spit, De eerlijke vinder
Ilja Leonard Pfeijffer, Monterosso mon amour
Hanna Bervoets, Wat wij zagen
Annejet van der Zijl, Leon en Juliette
Jan Siebelink, Jas van belofte

Verder over:
Een column over het christelijke actieboek van vorig jaar, in vergelijking met het Boekenweekgeschenk. 

woensdag 15 maart 2023

Volgende week, zelfde tijd? (Gabi de Ridder)



Voordat deze Boekenweek begon, had ik nog nooit gehoord van Gabi de Ridder. Zij is de auteur van het christelijke Actieboek, Volgende week, zelfde tijd? 

De hoofdpersoon, Helen, werkt in een hospice. Als er een nieuw persoon opgenomen wordt, gaan 'de alarmbellen rinkelen.' Blijkbaar gaat het om iemand die ze kent. 

Dan gaan we vier jaar terug, als Helen in een relatie zit die niet helemaal goed voor haar is (met Jeroen), en daarna naar drie jaar later, als Helen tijdens het hardlopen ziet hoe een andere hardloper wordt aangereden. Ze verleent eerste hulp. Later ontmoet ze die man, Ralph, nog een keer en ze besluiten wekelijks te gaan hardlopen. Ik dacht dat Helen toen nog met Jeroen was, maar later blijkt dat ze dan al geen relatie meer heeft. 

Het klikt tussen Ralph en Helen, maar Ralph wil weinig over zichzelf vertellen. Alleen dat hij architect is en dat hij de kerk ontworpen heeft waar Helens gemeente kerkt en waar zij vrijwilligerswerk doet. Er gebeurt niet zoveel tussen hen, maar Helen zal wat er tussen hen speelt later een relatie noemen. Hoe zich die ontwikkelt, doe ik hier niet uit de doeken, om des plots wille. 

Vaart houden

Gabi de Ridder kan wel vertellen. Ze is goed in het doseren van informatie. Zo komen we er maar beetje bij beetje achter wat er in het verleden gebeurd is en dat Helen in een hospice werkt, weten we ook pas op pagina 30. Dat helpt bij het vaart houden: de lezer wil weten hoe het zit (of gezeten heeft).

Maar er is ook veel in het boekje dat mij minder aanstaat. Helen komt wel erg naïef over, hoewel ze al in de dertig is. En vooral deugt ze heel erg. Ze doet wel dingen die ze zelf afkeurt, maar in principe sta je als lezer de hele tijd voluit achter haar. Daar wordt ze niet interessanter van. Uiteindelijk blijkt Ralph ook te deugen. Dan wordt het verhaal wel heel erg zoet. 

Dat ze in het begin helemaal niet vertelt dat ze een keer per week hardloopt met Ralph, leek enigszins begrijpelijk toen ik dacht dat ze nog een relatie had, al leek het wel overdreven. Later bleek dat Helen helemaal geen relatie heeft, maar dat ze heel gevoelig is voor het oordeel van anderen. 

Expliciet

Dat ik de interesse voor het verhaal moeilijk op kon brengen, komt waarschijnlijk vooral doordat De Ridder weinig te raden overlaat en veel expliciet maakt. Enkele voorbeelden:
Helen glimlachte en besloot niet te happen. 
En:
 'Ook ik had zo mijn geheimen', zie ze met een vleugje ironie in haar stem.
De toevoegingen zijn niet nodig, lijkt me. Op te veel plekken slaat De Ridder aan het uitleggen. De vraag 'Wat moest ze toch met hem aan?' laat nog wat open, maar meteen daarna lezen we: 'Maar in haar hart had ze allang een keuze gemaakt.' En de lezer weet dan wel welke keuze. De spanning is er dan helemaal uit. 

Verder lopen de zinnen meestal wel goed. Af en toe kom je een vreemde formulering tegen ('Na nog een laatste bemoedigende glimlach viel de deur achter haar dicht.'), maar het is allemaal wel redelijk vlotjes geschreven. 

Oppervlakkig

Maar psychologisch blijft het allemaal aan de oppervlakte. Als je het vergelijkt met bijvoorbeeld Tekenen van het universum van Emy Koopman, is het verschil wel erg groot. Het onderwerp in beide boeken is vergelijkbaar, zij het dat de hoofdpersoon in Koopmans boek al een relatie heeft en ze wel open is over wat er aan de hand is. Maar in dat boek is de hoofdpersoon wel heel wat interessanter. Het is ook een veel rijker boek, maar dat is niet zo vreemd. De Ridder had immers nog geen honderd pagina's tot haar beschikking. 

In een eerdere bijdrage heb ik al vermeld dat De Ridder aangeeft dat ze met haar romans Gods liefde voor zwakke mensen wil doorgeven. Dat doet ze misschien wel met Volgende week, zelfde tijd? Ze draagt het boekje op aan 'alle lieve schatten die zorg bieden aan mensen in hun laatste levensfase' en ze laat zien dat die schatten goed werk doen. Ze heeft een heel menselijk boek geschreven, waar mensen inhoudelijk niet zoveel tegen zullen hebben. Maar heel interessant is het niet geworden. 


In 2015 postte ik een bijdrage over de geschiedenis van de christelijke Actieboeken. 

De eerlijke vinder (Lize Spit)

 

Eind jaren negentig, een dorpje in Vlaanderen. Daar vestigt zich een Albanees gezin, dat gevlucht is uit Kosovo. Het zijn de Ibrahimi's, acht kinderen, met hun ouders en ze hebben veel meegemaakt. Een van de kinderen, Tristan, komt in de klas bij Jimmy, die de hoofdpersoon is van het Boekenweekgeschenk, De eerlijke vinder, geschreven door Lize Spit.

Jimmy is een bijzondere jongen. Hij doet het goed op school en hij is een verwoed verzamelaar van flippo's. Hij hoort niet bij een groepje. Misschien heeft dat te maken met zijn vader, die vertrokken is. Vader was verzekeraar, maar is failliet gegaan. Hij is er met het geld van anderen vandoor

Tristan en Jimmy worden vrienden. Jimmy komt geregeld in Klein Kosovo, zoals het huis van de vluchtelingen genoemd wordt. Hij maakt werk van de taallessen die hij aan Tristan en de rest van het gezin geeft. Uiteindelijk zal die vriendschap aardig op de proef gesteld worden. 

Strenge regels

Jimmy is streng voor zichzelf. Hij koopt zo veel mogelijk zakken chips, om zijn verzameling compleet te krijgen, maar daarbij moet hij altijd eerlijk zijn. Geld vinden is geen probleem, maar stelen mag niet. Hij fietst een route waarbij hij geld denkt te kunnen vinden en dan mag hij onder geen beding van zijn route afwijken. Ook heeft hij geleerd geduld te hebben: 'Haast was nooit goed, het was na oneerlijkheid de grootste valkuil voor een verzamelaar.'

Jimmy wil een wereldberoemde verzamelaar worden en hij neemt het verzamelen heel serieus. Hij heeft dat ook nodig, zeker sinds zijn vader weg is. Die laat niets meer van zich horen. Jimmy heeft zijn rapport al een tijd naast zijn telefoon liggen, om meteen zijn goede cijfers door te kunnen geven als vader zou bellen. Maar die belt niet. 

Hoezeer hij het verzamelen nodig heeft, merkt hij als hij bij Tristan thuis is: 

De Ibrahimi's waren een volledige verzameling op zich. Hij kon zich plots voorstellen waarom sommige mensen niet geïnteresseerd waren in het vullen van mappen.

Ontroerend

Jimmy is ontroerend in het fanate dat hij in alles heeft. Daardoor moet hij haast wel teleurgesteld worden. Zo speelt hij alle leerstof door aan Tristan, maar die vertelt hem niet wat hij leert van meneer Pieters, die van Tristan een goede zwemmer heeft gemaakt. Het is niet direct een verwijt, maar de gedachte komt toch op in Jimmy. 

Hij is loyaal aan Tristan en eigenlijk zou hij wel een club willen vormen met Tristan en diens oudere zus. 

Ze zouden heel veel dingen doen, maar bovenal zouden ze eerlijk zijn, ze zouden nooit failliet gaan en er nooit vandoor gaan met andermans geld. 

En hij zou ergens bij horen, natuurlijk. 

Tijdsbeeld

In al zijn beknoptheid is De eerlijke vinder een prachtig boekje. Het geeft een mooi tijdsbeeld (vluchtelingen uit Kosovo, flippo's), een beeld van een complexe hoofdpersoon en de plot zit knap in elkaar. Aan het eind merk je hoe veel details alles stiekem vooruitwijzen. De thematiek is ook actueel, nu iedereen wel van dichtbij of van iets verder af te maken heeft gehad met vluchtelingen. De trauma's die ze met zich meedragen weet Spit goed op te roepen. 

Daarbij houdt ze het tempo hoog, zoals ook in haar vorige boeken. Haar formulering is nauwkeurig en steeds weer zijn er verrassende beelden. Een voorbeeld:

Jimmy hoefde niet na te denken over een vraag, een hele rij vragen zat in hem klaar, als Mentos in een rolletje, hij kon ze er een voor een uit drukken.

Het enige wat mij even deed fronsen was hoe goed het gezin al na een jaar Nederlands spreekt. In veel passages valt dat niet op, maar wel als iemand een fout maakt en 'hoed' zegt in plaats van 'hoede' of 'bestoven' in plaats van 'bekokstoven'. Zo'n fout wordt altijd door Jimmy gecorrigeerd, maar het zijn geen woorden die nieuwe taalgebruikers zouden overwegen, lijkt me. Maar goed, het zijn kleinigheden. 

Slot


Over het slot van het boekje wil ik verder niet te veel zeggen, om de leespret niet te bederven. Ik moest  wel denken aan Dieperik van Leo Pleysier. Eerder deed Jimmy mij ook wel denken aan Elmer in Werther Nieland, ook iemand die graag een club wilde oprichten en die zijn best deed een goede vriend te zijn. Maar het is makkelijker om sympathie voor Jimmy op te brengen, denk ik. 

De eerlijke vinder is een uitstekend Boekenweekgeschenk: een helder verhaal, toegankelijk voor een breed publiek, maar ook goed geschreven, goed gecomponeerd en lekker om te lezen. Mooi gedaan. 



Eerder schreef ik over andere boeken van Lize Spit:

Zie over de Boekenweek ook:


maandag 13 maart 2023

Schrijvers en bakkers


Het is Boekenweek! Zaterdag heb ik meteen wat inkopen gedaan. Bij de boekhandel kreeg ik het Boekenweekgeschenk, geschreven door Lize Spit en bij de christelijke boekhandel het christelijke Actieboek, geschreven door Gabi de Ridder.

Voor een lezer die gewend is literatuur te lezen is het verschil pijnlijk groot: Lize Spit (van het Boekenweekgeschenk dus), schrijft in kort bestek een mooi verhaal, dat je meevoert en dat ook nog iets geeft om over na te denken. Gabi de Ridder komt niet verder dan een verhaal over iemand die zich bedrogen voelt in wat zij een relatie noemt. Aan het eind van het boek is het verhaal helemaal uit en weet je precies wat de schrijfster heeft bedoeld. Het is een sympathiek boek en de schrijfster heeft hart voor mensen, maar haar boekje bood me weinig.

Af en toe lees ik literatuur uit christelijke hoek en er zijn schrijvers die daar goede dingen doen. Maar vaker lees ik boeken waaraan ik de goede bedoelingen kan aflezen, maar die onder de maat zijn. Als je de christelijke literatuur (van nu, in Nederland) vergelijkt met de reguliere, is het alsof je de Paralympics vergelijkt met de Olympische Spelen.

Het is goed dat die Paralympische Spelen er zijn en het initiatief is sympathiek, maar er zullen geen records gebroken worden die op de reguliere Spelen gevestigd zijn.

Waarom blijft die christelijke literatuur zo achter? Daar zijn wel verklaringen voor. Allereerst zijn er veel meer schrijvers in het reguliere circuit en dus zijn er ook veel meer goede schrijvers: de wet van de grote aantallen, als ik de uitdrukking tenminste correct gebruik.

Maar er lijkt mij meer aan de hand. Achter op het christelijke Actieboek staat bij de informatie over de auteur: Gabi de Ridder wil met haar romans Gods liefde voor zwakke mensen doorgeven. Dat is een mooi streven, maar levert het ook goede romans op? Blijkbaar is het niet haar hoofddoel om gewoon een goed boek te schrijven; ze heeft een ander doel, dat in haar ogen hoger is.

Misschien zijn er christelijke bakkers die met hun brood Gods liefde willen doorgeven, maar het lijkt me dat ze in de eerste plaats lekker en goed brood moeten bakken. Als dat niet lukt, zal de bakkerij het niet redden, vrees ik.

Nu kan het zijn dat de lezers van De Ridder helemaal niet zitten te wachten op een literaire roman, maar op een menselijk boek of een theologisch of moreel verantwoord boek. Dan is het ook niet eerlijk dat ik voor Volgende week, zelfde tijd? (zo heet het Actieboek) literaire maatstaven aanleg.

In dat geval blijkt het boek van De Ridder gewoon niet voor mij bedoeld. Iemand die iets hartigs wil eten, moet niet klagen over de zoetigheid in de snoepwinkel; hij had gewoon ergens anders moeten gaan winkelen.

Maar dan toch even terug naar de christelijke literatuur, naar de schrijvers uit die hoek die wel degelijk literaire ambities hebben. Er zijn er maar weinig die tot het grote publiek weten door te dringen. Degenen bij wie dat wel lukt, waren al bekend voordat duidelijk werd dat zij geloofden. Hoe komt dat?

Het lijkt me niet dat er te weinig publiek is. Ook in de christelijke hoek (als ik die even zo vaag mag aanduiden) zijn er genoeg lezers die graag literatuur lezen.

Wellicht dat het toch in de schrijvers zelf zit. Ook als hun eerste doel is een goede roman te schrijven, speelt misschien de gedachte mee dat ze iets goeds moeten uitdragen, dat ze hun kring moeten dienen, dat ze een instrument in Gods hand moeten zijn. Mogelijk zit die gedachte niet prominent in hun hoofd, maar zeurt die toch ergens op de achtergrond. Zelfcensuur ligt dan op de loer en een schrijver die zichzelf censureert, schrijft gemankeerde boeken, denk ik.

Juist daar waar het schrijnt, juist daar waar de schaamte schuilt, de twijfel, de angst – juist op die plaatsen ontstaat de literatuur. Daar zou de schrijver moeten zoeken, zijn of haar verdediging moeten laten zakken, zich durven laten zien.

Meer vertrouwen hebben in jezelf, durven zijn wie je ten diepste bent, met alle gebreken en onzekerheden en ook meer vertrouwen hebben in de lezer. Die lezer hoef je niet uitdrukkelijk of verborgen een boodschap mee te geven. Vertel een goed verhaal en ieder haalt eruit wat voor haar of hem van belang is. Bak een zo goed mogelijk brood. Bespaar ons de misbaksels, hoe goed bedoeld ook.


(Column voorgelezen op 13 maart 2023 bij EdeFM, Kerkvenster)  


woensdag 20 april 2022

De nacht die mijn leven voorgoed veranderde (Lody van de Kamp)


Een deel van de Boekenweek is nog steeds verzuild: christenen hebben sinds 1977 hun eigen Actieboek. Over de geschiedenis daarvan heb ik eerder vrij uitgebreid geschreven. De kwaliteit van de actieboeken wisselt nogal en steeds weer komt Joke Verweerd terug als auteur, terwijl auteurs als Janne IJmker en Frans Willem Verbaas nog nooit aan de beurt geweest zijn. 

Aan het Actieboek van vorig jaar had ik weinig herinneringen en pas toen ik het opgezocht had, wist ik weer van wie het was: ach ja, Gewijde chaos van Annemarie van Heijningen - Steenbergen. Prettig leesbaar, trouwens, maar ook niet zoveel meer dan dat. 

Ronkende titel

Dit jaar heeft een rabbijn het christelijke geschenkboek geschreven: Lody van de Kamp. Hij blijkt al meer geschreven te hebben, maar dat heb ik steeds ongelezen gelaten. De titel ronkt nogal: De nacht die mijn leven voorgoed veranderde. Dat is weinig subtiel, zeker met dat 'voorgoed' erbij. En je kunt je ook afvragen of een nacht de oorzaak is van een beslissende verandering en of het niet had moeten zijn 'De nacht dat mijn leven veranderde' of 'De nacht waarin mijn leven veranderde'. Maar goed, laten we iemand niet te zwaar vallen om een titel, al staat die mij wel tegen.

Aan de afbeelding op de voorkant van het boekje is te zien dat we te maken hebben met een oorlogsverhaal: een jongetje in vrij nieuwe kampkleding. Er zijn natuurlijk al heel wat kampverhalen en ik vind het vreemd dat ik me afvraag of daar nog iets nieuws over te vertellen is, maar ik betrap me wel op de gedachte. Het aantal mensen dat herinneringen heeft aan de oorlog neemt af en het verhaal moet natuurlijk steeds verteld worden. Opdat wij niet vergeten. 

Van de Kamp vertelt het verhaal van Kasriël, die samen met zijn vader en zijn broers naar Auschwitz is gedeporteerd. Over de nacht waarnaar de titel verwijst, zal ik niet te veel vertellen, maar in ieder geval wordt Kasriël voor een dilemma geplaatst, waarin je eigenlijk geen goede keuze kunt maken. Hij luistert daarbij naar zijn vader, maar wat er die nacht gebeurd is, heeft zijn hele leven op hem gedrukt. Het aangrijpende van de scène weet Van de Kamp goed over te brengen. 

Na de oorlog

Kasriël overleeft de oorlog, maar de gebeurtenissen hebben hem veranderd. Als je zoveel gruwelijks hebt meegemaakt, is het lastig om te gaan met wat anderen normaal vinden. Sommigen van zijn medestudenten vinden het bijvoorbeeld eng om in een dood lichaam te snijden, maar Kas is vertrouwd met dode lichamen. 

Relaties onderhouden blijkt lastig en uiteindelijk trekt Kasriël van Amerika weer terug naar Europa, waarbij hij zijn familie achterlaat. Over de periode na de oorlog, over de doorwerking op iemands psyche, is in de Nederlandse literatuur, naar mijn indruk, nog niet zo heel veel geschreven. Het is daarom een belangwekkend gedeelte in het boek van Van de Kamp.

Kleindochter 

Na jaren komt Kasriëls kleindochter Mirjam haar grootvader opzoeken en aan haar vertelt hij zijn verhaal. Je merkt dat vooral aan het begin van de hoofdstukken als de 'vertelsituatie' geschetst wordt. Dat is in de jij-vorm gedaan en dat komt soms gekunsteld over. Er zijn passages als:

Vandaag ben je weer gekomen. Je zit weer op je stoel met je schrift voor je. Heb je wel geslapen, vraag ik. Je knikt en zegt dat het niet belangrijk is, dat voor mijn verhaal alles moet wijken. 

De jij-vorm suggereert dat hij dat aan Mirjam vertelt, maar haar hoeft hij niet te zeggen dat ze op haar stoel zit met haar schrift voor zich. Dat doet hij voor de lezer. Ik snap dat er een aanleiding moet zijn voor het verhaal, maar de inleidende stukjes vond ik steeds minder goed te pruimen. Ik vermoed dat er een elegantere oplossing te vinden was geweest. 

De nacht die mijn leven voorgoed veranderde schetst niet alleen een beeld van de gruwel van de oorlog, maar ook van de doorwerking daarvan in een heel leven. Dat grootvader en kleindochter na zoveel jaren met elkaar in gesprek gaan, is een lichtpuntje. Blijkbaar blijft er hoop. 

vrijdag 15 april 2022

Monterosso mon amour (Ilja Leonard Pfeijffer)



(Dit stukje had ik maandag al geschreven, maar ik moest er nog een keer doorheen. Een te vol hoofd belette me dat echter  meteen te doen. Er staat ook een stukje klaar over De slang en de speer, boek 2. Intussen heb ik het boekenweekessay ook gelezen en de strip Dominee De Heer, In den beginne...)


Het is Boekenweek! Het Boekenweekgeschenk is Monterosso mon amour, van Ilja Leonard Pfeijffer en het boekenweekessay (moet dat met een hoofdletter?) is geschreven door Marieke Lucas Rijneveld. 

Een Boekenweekgeschenk is voor een groot publiek en het is dus handig als het een beetje toegankelijk is. Tegelijkertijd dient het natuurlijk wel een goed boek te zijn. Dat laatste lukte helemaal niet bij in 2018 (Griet Op de Beeck) en eigenlijk ook niet in 2019 (Jan Siebelink) maar in 2020 (Annejet van der Zijl) en in 2021 (Hanna Bervoets) kwam de CPNB met geslaagde geschenkboekjes. 

Bibliotheekmoeder

Ook Monterosso mon amour is een goed boekje. Het beschrijft het verhaal van Carmen, medewerkster van de bibliotheek, die zichzelf wel eens bibliotheekmoeder noemt, al heeft ze nooit kinderen gekregen. Ze heeft haar leven lang meegereisd met haar man, diplomaat, die het nooit verder heeft kunnen brengen dan tweede man. 

In de Boekenweek komt Ilja Leonard Pfeijffer spreken in de bibliotheek. 
Hij is in vol ornaat gekomen, in een donker pak met krijtstreep, blinkende manchetknopen, barokke ringen, een stropdas die bij zijn sokken kleurt en een dasspeld met nepparelmoer. Hij ziet eruit als de directeur van de botsautootjes. 
Carmen was een klasgenootje van Pfeijffer en ze heeft zichzelf herkend in zijn autobiografische boek, waar ze, onder een andere naam, wordt opgevoerd als het mooiste meisje van de klas. 'Zij gaf schoolzwemmen zin.'

Eerste liefde

Pfeijffer spreekt onder meer over Monterosso en dat is de plaats waar Carmen haar eerste liefde beleefde en haar eerste zoen onder water kreeg, van Antonio. Zestien was ze en ze beloofde na de vakantie dat ze terug zou komen, maar dat heeft ze nooit gedaan. 

Ze wil dat nu alsnog doen en ze gaat een week naar Monterosso. Meteen wordt haar telefoon gestolen en dan breekt er ook nog een pandemie uit, zodat ze niet op de geplande tijd naar huis kan. Zal ze Antonio vinden? Ze trekt in bij Tiziana, die een B&B drijft en die wil wel meezoeken.

In Monterosso maakt Carmen kennis met Oronzo, een jongetje, dat door haar op een jaar of elf, twaalf geschat wordt. Verschillende keren lijkt die leeftijd niet te kloppen. Soms is het gedrag van Oronzo kinderlijker en als hij Carmen een keer uit het water trekt, lijkt hij ouder, want behoorlijk sterk. Carmen vervult een soort moederrol voor Oronzo, die bij zijn oma woont, maar die moet opgenomen worden in het ziekenhuis. 

Ouderschap speelt Monterosso mon amour verschillende keren een rol: Carmen heeft geen kinderen, Tiziana is moeder, maar heeft geen contact meer met haar dochter Giuliana en de ouders van Oronzo zijn overleden. Bij de ontknoping van het verhaal wordt het een en ander daarover uit de doeken gedaan. 

Verhalen vertellen

Behalve over ouderschap en over een eerste liefde gaat Monterosso mon amour ook over het vertellen van verhalen. Carmen heeft zo haar opvattingen over verhalen. Zo houdt ze niet van open eindes, die heeft ze in het werkelijke leven al genoeg, en ook niet van cliffhangers. Maar vlak voor de uitweiding hierover is er een cliffhanger, als Tiziana vertelt dat ze weet wie Antonio is. 

Ook zijn er verwijzingen naar literaire werken: De dood in Venetië, Liefde in tijden van cholera, het gedicht 'Tijd' van Vasalis, boeken van Pfeijffer en ik moest ook denken aan De tweede man van Doeschka Meijsing, maar waarschijnlijk is alleen de titel van toepassing. 

Als Boekenweekgeschenk lijkt me Monterosso mon amour zonder meer geslaagd: het zit goed in elkaar, het bevat een aardig verhaal en verwijst ook nog naar literatuur. Misschien is het aan het eind wel allemaal net te netjes afgehecht, maar ook dat is inhoudelijk te verklaren: Carmen houdt immers niet van een open einde en het slot is zeker met ironie geschreven, wat het wel te verteren maakt. 

Die ironie zit door het hele boek heen, bijvoorbeeld in de manier waarop Pfeijffer de schrijver Pfeijffer beschrijft. Allemaal heel aangenaam. Al mag Pfeijffer van mij binnenkort ook wel weer uitpakken met een dikke roman. 

Eerder schreef ik over andere romans van Ilja Leonard Pfeijffer:

donderdag 10 juni 2021

Gewijde chaos (Annemarie van Heijningen - Steenbergen)

In de Boekenweek is er niet alleen een seculier Boekenweekgeschenk, maar ook een christelijk Actieboek. Zes jaar geleden heb ik in een bijdrage teruggeblikt op die reeks van actieboeken. Er was in het verleden af en toe gedoe over en de boekjes waren van wisselende kwaliteit. 

Vorig jaar schreef Arie Kok het christelijke Actieboek (Brood en stenen) en dat was heel aardig. Het jaar daarvoor was er een boekje van Marianne Grandia, dat literair gezien weinig voorstelde. In 2018 schreef Els Florijn het geschenk en dat kon er best mee door. Net als de wijnpruimenbomen van mijn vader indertijd heeft het Actieboek blijkbaar 'beurtjaren': het ene jaar is het duidelijk meer geslaagd dan het andere. 

In de Boekenweek van 2021 krijgt de klant van de christelijke boekhandel een boekje van Annemarie van Heijningen - Steenbergen. Eerder las ik van haar Refomeisje, waar ik vooraf niet zoveel van verwachtte, maar het was een aardig boekje. Nu schreef ze Gewijde chaos, met als ondertitel 'Dagboek van een domiesvraauw.'

Predikantsvrouw

De hoofdpersoon is Monica Roerig, predikantsvrouw, moeder van drie kinderen (Pepijn, Max en Vera). De oudste, bijna negentien als het boek begint, heeft een jaar geleden verteld dat hij niet meer gelooft, al gaat hij nog wel braaf mee naar de kerk. De man van Monica, Bart, heeft al een tijd geleden een beroep ontvangen van de gemeente van Ravendrecht, maar door omstandigheden is dat op de lange baan geschoven. 

Die omstandigheden zijn ongetwijfeld de pandemie. Er wordt gesproken over een lockdown, kerkdiensten zijn online te volgen en er kan maar een klein groepje mensen fysiek toegelaten worden. Dat is voor 2020 niet voorgekomen. 

Gewijde chaos heeft de vorm van een dagboek en het beslaat de periode maandag 23 maart tot woensdag 17 juni. In 2020 vielen die data inderdaad op respectievelijk maandag en woensdag. Het dagboek betreft alleen het gezinsleven van de Roerigjes. Daarbuiten gebeurt er blijkbaar weinig. De dood van George Floyd, de demonstratie in Amsterdam - Monica heeft er geen aandacht voor. Haar wereld is weinig groter dan het dorpje waarin ze woont. 

Heel erg geloofwaardig vond ik dat niet. Zeker als er vrij schokkende dingen in de wereld gebeuren, zou dat toch op een of andere manier door moeten dringen tot de dagboekschrijfster, lijkt me. Maar goed, binnen het bestek van een Boekenweekgeschenk kun je natuurlijk niet al te veel kwijt. 

Twijfel

Binnen het gezin speelt de opstelling van Pepijn een belangrijke rol: hij heeft het geloof vaarwel gezegd, maar dat is voor de buitenwereld nog niet zo erg te merken. Monica snapt Pepijns beweegredenen en zij twijfelt zelf ook van tijd tot tijd. 

Daarnaast brengt het beroep uit Ravendrecht onrust. Het gezin woont in Dorkwerd. Ik dacht dat dat fictieve plaats was, zoals het Mastland van Van Koetsveld en het Portland van Jan Brokken, maar het blijkt werkelijk een plaatsje in Groningen te zijn. Als Bart het beroep aanneemt, zal het hele gezin moeten verhuizen. Dat zou Monica liever niet doen. Bart overlegt niet met haar, ze maken niet samen een afweging, maar de dominee wacht op een teken. Het gaat niet zover dat hij een schapenvacht neerlegt en 's ochtends controleert of die droog is gebleven dan wel nat is geworden, maar hij gelooft wel dat hij een aanwijzing zal krijgen. Dat klinkt nogal zweverig, dat vertrouwen op een soort magie. Het is ook nogal verbazingwekkend dat dat binnen het gezin blijkbaar geen punt is. 

Aan het eind van het boekje valt de beslissing. Daar ga ik natuurlijk verder niets over zeggen.  

Lichtheid

Gewijde chaos leest op zich aardig. De toon is vrij opgewekt, ook op momenten dat de inhoud wat zwaarder is. Die lichtheid is aangenaam. Monica probeert zich op een wat montere manier erdoorheen te slaan, ook als ze bang is dat het gezin uit elkaar zal vallen door het beroep. In een gebed refereert Monica aan een bijbeltekst: 'Vader, ik dat straks díé bij mij zijn die Gij mij gegeven hebt' en doet daarmee een klemmend beroep op God. Als motto is voor in het boekje Jeremia 31 : 16 en 17 gekozen, een hoopvolle passage die over de kinderen/nakomelingen gaat. 

Monica heet niet voor niets Roerig. Zo'n speaking name was mij eigenlijk wel wat te nadrukkelijk. Ze wil in ieder geval niet de standaard domineesvrouw zijn. Niet het aanhangsel van haar man, die ze bevindelijk-gereformeerd noemt. Met haar twijfel zorgt ze ook voor roerigheid in het huwelijk, al is er van een crisis nog geen sprake. Het blijft allemaal nog wel aan de veilige kant. Zelfs als ze iemand per mail om uitleg en bijstand vraagt, gaat er (keurig, keurig) steeds een cc. naar haar man. 

Dat vind ik wel een bezwaar van Gewijde chaos: er wordt misschien aan de chaos geraakt, maar die wordt toch op afstand gehouden. Daardoor blijft het boek wat mij betreft net te veilig, te braaf. Ik denk dat dit actieboek beter was geworden als het dieper had geboord, als de schrijfster meer op zoek was gegaan naar de pijn en de schaamte en dus naar de dingen die je eigenlijk niet durft te schrijven. 

Een ander bezwaar is de mooischrijverij, die ik juist in een dagboek niet zo passend vind. Of aanstellerig. Dat begint al in de openingsscène, maar verderop lees ik ook nog zinnetjes als 'Ik hing de was op, luisterend naar de symfonie van de schepping, die enkel onderbroken werd door mijn gegrabbel in de knijpermand.' Of: 'Mijn vingertoppen beroeren de broze blaadjes van het fluitenkruid.' Bij woorden als 'beroeren' en 'broze' begin ik al te fronsen. 

Gewijde chaos is voor een Boekenweekgeschenk nog wel aardig: het leest vlot en het is geschikt voor een breed publiek. Onderhoudend, maar naar mijn smaak net niet interessant genoeg. 

woensdag 9 juni 2021

Wat wij zagen (Hanna Bervoets)


Afgelopen weken heb ik, door drukte, niet geschreven. Wel heb ik, meteen in het eerste weekend van de Boekenweek, het geschenk gelezen, geschreven door Hanna Bervoets. Met enige vertraging alsnog mijn stukje daarover. 

Hanna Bervoets is in mijn ogen een jonge schrijver, maar dat zal met mijn leeftijd te maken hebben. In mijn hoofd is ook alles wat na 1990 gebeurd is 'niet zo lang geleden.' Eerder schreef ik over andere boeken van Bervoets: Alles wat er was (2013), Ivanov (2016) en Fuzzie (2017). Van die drie vond ik Ivanov ronduit goed, bij de andere twee had ik wat reserves. Maar ik vond het wel interessante boeken en dat is altijd beter dan boeken waarop niet zoveel aan te merken is, maar die je ook niet aan het denken zetten. 

Content moderator

Welkom in het Rijk der zieken (2019) sloeg ik over - men kan niet alles lezen. Maar het Boekenweekgeschenk ben ik meteen gaan halen en ik heb het met plezier gelezen. De hoofdpersoon van Wat wij zagen is Kayleigh, die in financiële problemen is geraakt. Ze solliciteert bij Hexa, waar ze content moderator wordt. Op sites als Facebook en YouTube worden bijdragen aangemerkt als aanstootgevend en dan moeten mensen gaan beoordelen of deze bijdragen verwijderd moeten worden en waarom. Voor die klus wordt Hexa ingehuurd. 

Ooit heb ik een podcast over het werk van deze moderators gehoord. Het ging om jonge mensen die in een gebouw in Berlijn (als ik het me goed herinner) de taak hadden om in heel hoog tempo items af te werken. Slechte arbeidsomstandigheden en je krijgt de hele dag troep te zien, waaronder zaken die bij (bijna) ieder walging opwekken. 

Rechtszaak

Dat is dus ook het werk van Kayleigh. Bij het begin van het boek is dat allemaal al achter de rug. Een aantal werknemers (of oud-werknemers) van Hexa gaat een proces aanspannen tegen hun (voormalige) werkgever. Kayleigh wil zich niet bij die groep aansluiten, maar ze wil een keer haar verhaal vertellen aan de advocaat, meneer Stitic.  Ze zal eerlijk tegenover hem zijn. Maar daarna moet hij daarover zijn mond houden en haar met rust laten.

Het verhaal beslaat ongeveer een jaar. In oktober begint Kayleigh, met achttien anderen, bij Hexa. Uiteindelijk zal ze vooral omgaan met Sigrid, Kyo, Louis en Souhaim. Tussen Sigrid en haar zal zich een relatie ontwikkelen. 

Bij een novelle kun je altijd opmerkingen dat zaken meer uitgewerkt hadden kunnen worden, maar bij een boekje met een zo beperkte omvang is daar nu eenmaal niet de ruimte voor. We krijgen kort iets te horen over de vorige relatie die Kayleigh had (met Yena) en nog korter over die daarvoor (met Barbra), af en toe horen we iets over een dokter Ana bij wie Kayleigh in behandeling is (of is geweest). 

Wereldbeeld

Het onderwerp, content moderators, is voor mij nieuw in de literatuur. Je kunt je afvragen wat het mensen doet met het wereldbeeld van mensen als ze de hele dag zaken zien die de gemiddelde internetgebruiker als 'niet normaal' zou betitelen. Voor degenen die de bijdragen moeten beoordelen en precies moeten aangeven in welke categorie iets valt, is dit de dagelijkse werkelijkheid. Misschien niet 'normaal', maar wel wat je van de wereld ziet. 

Je ziet de invloed op sommige werknemers: het moeten verdragen van wat je ziet, de afstomping misschien, maar ook de gevoeligheid voor zweverigheid en voor complotten. En de noodzaak om je te verdoven, omdat het anders allemaal wel heel heftig wordt. 

Bij het werk moeten emoties zoveel mogelijk op een afstand gehouden worden. Het gaat niet om wat je voelt bij een filmpje, maar om de indeling in categorieën. Als je beseft dat er een werkelijkheid achter de filmpjes schuilt, maakt dat het werk alleen maar lastig. Al in het begin van het boek lezen we hoe Sigrid eraan toe is door haar werk:

De beelden die mij 's nachts wakker houden, meneer Stitic, zijn niet de afschuwelijke foto's van bloedende tieners en blote kinderen, niet de filmpjes van steekpartijen of onthoofdingen. Nee, de beelden die mij uit de slaap houden zijn beelden van Sigrid, mijn dierbaarste voormalige collega. Sigrid hangt tegen de muur, slap naar adem happend - dat zijn dus de beelden die ik graag wil vergeten. 

Open einde

Het boek heeft een open einde, waarover ik verder niet te veel zal vertellen. Ik had wel wat moeite met de wending op de laatste pagina's. Het leek alsof de schrijfster daar niet helemaal uit was gekomen. Maar ook nu weer: je moet toch wat, in zo'n kort bestek. 

Je zit het hele boek in het hoofd van Kayleigh, maar tegen het einde ga je je afvragen hoe betrouwbaar zij als verteller is en in hoeverre haar waarnemingen kloppen. Dat maakt Kayleigh minder voorspelbaar en maakt het lezen van deze novelle ook spannender. Ze zal ook niet voor niets in behandeling zijn bij dokter Ana. In hoeverre hebben we als lezer ons mee laten slepen door haar verhaal?

Net als de andere boeken die ik van Bervoets las is Wat wij zagen een interessant boek. Doordat er een duidelijke vertelstem is, lees je makkelijk door het boekje heen. Verder is het onderwerp interessant, net als de hoofdpersoon. Zoals bij veel Boekenweekgeschenken had ik dit verhaal graag in romanvorm gelezen, waarbij er meer ruimte was geweest om zaken uit te werken. 

Ik denk dat dit Boekenweekgeschenk ook wel een aardig inkijkje geeft in het werk van Hanna Bervoets. Daarin maakt de setting vaak het verhaal mogelijk. De personages komen bij elkaar in een bijzondere omgeving en dan ontwikkelt zich het verhaal. Hopelijk grijpen mensen na het lezen van dit boekje ook naar ander werk van deze auteur. Onlangs kwam bijvoorbeeld ook de verhalenbundel Een modern verlangen uit. Dat zou ik ook moeten gaan lezen, maar daar zal het voorlopig niet van komen. 

woensdag 11 maart 2020

Brood en stenen (Arie Kok)


De christelijke boekhandels doen vaak niet mee met het Boekenweekgeschenk. Blijkbaar is het te vaak voorgekomen dat in zo'n boekje dingen stonden die als ongepast of kwetsend ervaren werden. Sinds 1977 is er daarom een christelijk actieboek, dat gewoonlijk het christelijke boekenweekgeschenk genoemd wordt, al mag dat niet. In die boekhandels hebben ze trouwens ook geen Boekenweek, maar de 'Week van het christelijke boek.' Hier schreef ik uitgebreid over al die christelijke actieboeken door de jaren heen.

Dit jaar krijgt de christelijke boekenkoper een boekje van Arie Kok cadeau: Brood en stenen, Een leven in dagen van oorlog en armoede. Kok heeft tot nu toe drie boeken geschreven: Morie, Nachtmotet en Zoete zee. Net als Annejet van der Zijl houdt hij ervan om zich te verdiepen in de geschiedenis en daar literatuur van te maken.

Levensverhaal

Deze keer zocht hij het dicht bij huis: het levensverhaal dat zijn opa, ook Arie Kok, ooit genoteerd heeft. Brood en stenen begint met een scène waarin twee van zijn zoontjes in 1949 (Piet en Ortie) op weg zijn naar huis, lopend langs een drukke weg. Dat gaat niet goed: Ortie wordt aangereden en overlijdt.

Verderop krijgen we deze passage nog eens, maar dan beschreven vanuit de vader van de jongens, die weggeroepen wordt bij zijn werk omdat er iets met Ortie is. Die vader staat centraal in het boekje.

Bakkerij

De hoofdstukjes over hem gaan over de oorlog, over de relatie die hij aangaat met Hanna en over de moeite om zijn hoofd boven water te houden: hij is bakker, maar verdient daar nauwelijks genoeg mee. Bovendien is hij soms overspannen. Uiteindelijk geeft hij de bakkerij op en krijgt hij vast werk (en een vast inkomen) op een pottenbakkerij, maar de manier waarop hij daar behandeld wordt door de bedrijfsleider staat hem tegen.

Brood en stenen is een aardig boekje geworden, geschikt voor een breed publiek. Het lijkt wel te hinken op twee gedachten. Aan de ene kant wordt het ongeluk van het zoontje Ortie uitgebreid beschreven en in het slothoofdstuk staat de vader bij het graf van de jongen en spreekt hem in gedachten toe. Het had dus een boek kunnen worden over verlies en rouw.

Maar het gaat ook over de oorlog en ook over armoede, zoals de ondertitel al aangeeft. Het personage van de vader is de enige die al die verhalen bij elkaar moet houden. Het lijkt echter alsof de afzonderlijke verhaaltjes meer aandacht krijgen dan de grote lijn. Zo wordt goed de onvrede beschreven die Arie heeft door het gedrag van de bedrijfsleider en hoe hij dat uiteindelijk niet meer pikt. Maar daarna lijkt dat lijntje ook ineens afgelopen.

Stijl

De stijl is wisselend van kwaliteit. Sommige passages zijn levendig beschreven en houden de aandacht goed vast. Maar Kok vervalt af en toe ook tot belegen streekromanzinnetjes als 'Het verholen lachje om haar mond ontging mij niet' of 'dan dartelden we als veulens door het bos.' Maar soms is er ook ineens een verrassend beeld: 'Als luie dieren lagen de tabaksschuren her en der tussen de velden.'

Achter in Brood en stenen is een fotokatern opgenomen, met daarin een foto van een bladzijde uit het levensverhaal van opa Kok. Keurig handschrift en goed verteld. Boven aan de bladzijde staat '169', wat waarschijnlijk het paginanummer is, wat zou betekenen dat het een heel boekwerk is. Daar ben ik eigenlijk wel benieuwd naar. Misschien is er een uitgever die er iets in ziet. Kok wil het ongetwijfeld wel annoteren.


Eerder schreef ik over de christelijke actieboeken:
2015, Joke Verweerd, Vindersloon
2016,  Mirjam van der Vegt, Het naaiatelier
2017, Corien Oranje, Afspraak in Portugal
2018, Cees Pols, De tijd dat je zweeft
2019, Els Florijn, Zeeglas

maandag 9 maart 2020

Generaal zonder leger (Özcan Akyol)


Omdat ik weinig tv kijk, ontgaat me gelukkig veel. Vorige week vroeg een collega of ik 'Eus' al gezien had. Dat had ik niet, maar ik had al wel over zijn boekenweekessay, Generaal zonder leger, gelezen. Maar ook dat waren alleen uitspraken van mensen die gehoord hadden waarover het boekje ging; het was nog niet te verkrijgen. Afgelopen weekend zag ik dat het slechts een enkele bal kreeg in NRC Handelsblad, iets wat maar weinig voorkomt.

Intussen heb ik Generaal zonder leger wel gelezen. Het thema van de Boekenweek is 'rebellie' en mogelijk heeft Akyol daarom het plan opgevat om in dit essay rebels te zijn. Hij heeft kritiek op het literaire wereldje - dat is duidelijk. Verder is de lijn niet altijd helder, waardoor je uit bijna terloopse opmerkingen soms moet opmaken waar hij nu predcies kritiek op heeft.

Aan het eind van het boekje schrijft hij:
Wat wij nodig hebben, in het belang van de literatuur, in welke uitingsvorm dan ook, zijn jonge schrijvers die afrekenen met de klassieke dictaten van stoffige academici, uitgevers, recensenten en schrijvers die het boekenlandschap overwoekeren als hardnekkige schimmelsoorten die maar niet van wijken weten.
Hun ideologische hegemonie, diepgeworteld door de eeuwen heen, van generatie op generatie doorgegeven, heeft onderhand te lang geduurd. 

Academische wereld

Er moet dus iets nieuws komen in het literaire wereldje. Er zijn blijkbaar dictaten. Dat betwijfel ik overigens. Ik geloof ook niet dat de wetenschap alleen maar stoffigheid verspreidt en ik kan bovendien niet merken dat Akyol zich daarin verdiept heeft. Hij heeft amper twee jaar Nederlands gestudeerd en het lijkt me sterk dat hij daar niemand heeft ontmoet in wie het vuur van of voor de literatuur brandde. Maar weet hij hoe het er nu aan toe gaat tijdens de colleges?

Wat is er mis met de uitgeverij? Speelt men daar te veel op safe? Is het doel te veel dat er een bestseller gescoord wordt? Veel regels besteedt Akyol niet aan de uitgeverswereld, meen ik. Aan het eind van zijn betoog schrijft hij dat er te weinig aandacht is voor Insta-dichters, maar hij schrijft daar ook bij dat het werk van die dichters juist zo goed verkoopt. Dan moeten er toch uitgevers zijn geweest die die boeken op de markt gebracht hebben.

Recensenten

Recensenten verwijt hij dat ze te nauw bij auteurs betrokken zijn. Hij noemt ook enkele voorbeelden, maar het is mij niet duidelijk hoe representatief die voorbeelden zijn. Een recensent had bijvoorbeeld een boek bedeeld met vijf ballen en vervolgens ging hij met de betreffende auteur op tournee langs boekhandels.

Onder zo'n mededeling liggen verschillende veronderstellingen: dat je wel bevriend met elkaar moet zijn als je samen zo'n tournee maakt; dat de recensent niet objectief geoordeeld heeft; dat recensenten geen schrijvers moeten interviewen in het openbaar.

Tja. Een recensent is een veellezer en is dus een literatuurkenner bij uitstek. Zo iemand kun je dus best een schrijver laten  interviewen of een avond met schrijvers laten modereren, lijkt me.

Recensenten moeten ook niet in jury's gaan zitten, lijkt Akyol te willen zeggen. Maar wie moeten er dan in gaan zitten? Hij zal er ook geen wetenschappers of boekhandelaren in willen hebben.

Misschien is het te veel gevraagd van een recensent om objectief te oordelen over een boek van een schrijver die hij persoonlijk kent. Ik sluit overigens niet uit dat een recensent vakman genoeg is om ook in een boek van een bevriende auteur te zien waar de gebreken zitten en dat te vermelden. Maar misschien moet je een recensent tegen zichzelf beschermen: je weet nooit zeker waar je blinde vlekken zitten en wie ons lief is, zijn we bereid meer te vergeven.

Schrijvers

En dan de schrijvers. Is het zo dat de schrijvers die al decennialang publiceren iets voorschrijven? Daar geloof ik niets van. In hoeverre bemoeien Jeroen Brouwers, Cees Nooteboom, Tessa de Loo, Nelleke Noordervliet, Mensje van Keulen of Thomas Rosenboom (ik noem er maar een paar van boven de zestig) zich met 'het literaire wereldje'? In hoeverre bepalen zij wat er gepubliceerd wordt? Helemaal niet, lijkt me.

De jonge schrijversgeneratie krijgt er ook van langs: 'literaire navelstaarderij en armoede'. Het is flauw om een jij-bak te maken, maar Akyol heeft toch ook twee boeken geschreven die je 'navelstaarderig' zou kunnen noemen?

En door die jongere generaties worden toch juist ook heel andere boeken geschreven? Hopelijk vergis ik me niet in de generaties als ik wat voorbeelden geef. Voor mij is iedereen onder vijftig jong. Maar ik denk aan Annelies Verbeke, Niña Weijers, Nina Polak, Saskia De Coster, Jaap Robben, Hanna Bervoets, Maartje Wortel, Philip Huff, Joost de Vries, Jamal Ouariachi, Marente de Moor. Hun werk kun je toch niet allemaal afdoen als het staren naar de eigen navel?

Akyol noemt Weijers, die een personage opvoert dat veel wegheeft van Maartje Wortel. Ten eerste negeert hij wat Weijers nog meer geschreven heeft, ten tweede doet hij alsof Weijers alleen maar haar eigen leven navertelt en ten ten derde is mij ook niet duidelijk wat er mis is met een autobiografische inslag. Autobiografische elementen zijn altijd aan te wijzen, ook bij bijvoorbeeld Multatuli, Gerard Reve, Louis Couperus, Jan Wolkers, Hugo Claus en Louis Paul Boon, om maar enkele voorbeelden uit het verleden te geven.

Dat de schrijvers elkaar kennen en op elkaars feestjes komen lijkt me al helemaal een vreemd verwijt.  De Tachtigers kwamen ook wel bij elkaar over de vloer en de mannen van Forum ook, vermoed ik. Is hun werk daar slechter van geworden?

Boekhandelaar

Aan het begin van Generaal zonder leger schetst Akyol een boekhandelaar die meer van literatuur houdt dan van andere boeken. Hij zegt zelfs dat hij het jammer vindt dat de boeken van Lucinda Riley veel verkocht worden. Hij had liever gezien dat mensen echte literatuur zouden kopen.

Zelfs met twee paar klompen over elkaar aan kun je aanvoelen dat deze man, als hij naar waarheid is getekend, niet representatief is voor alle boekhandelaren, die toch boeken willen verkopen, welke boeken dan ook; de schoorsteen moet roken.

Ook het onderwijs krijgt ervan langs: ook te conservatief, neem ik aan. Akyol neemt het de docenten niet meteen kwalijk dat ze de jongste literatuur niet bijhouden, omdat ze het al zo druk hebben. Ik vermoed dat juist docenten Nederlands zoveel mogelijk lezen. Elk jaar neem ik mondelinge examens bij de staatsexamens. Daar ontmoet ik docenten Nederlands uit het hele land en heel vaak gaat het gesprek over literatuur.

De verplichte boekenlijst acht Akyol de dood in de pot, maar daar is bij niet veel scholen sprake van, gok ik. Bij de staatsexamens moeten de kandidaten zich wel houden aan de voorschriften wat betreft het aantal boeken per periode, maar er zijn geen voorgeschreven titels. De examinatoren worden geacht zoveel mogelijk boeken gelezen te hebben, zodat ze erover kunnen vragen.

Alles wat ik lees, laat ik zien aan mijn leerlingen. Ook dit boekje van Özcan Akyol, ook de graphic novels, ook de nieuwe Brouwers, Van Beijnum, 't Hart of Victoria. Ik denk dat het met de stoffigheid in het onderwijs wel meevalt. Wel wordt er tegenwoordig zoveel nadruk op de examenresultaten gelegd dat onderdelen als literatuur in het gedrang kunnen komen.

Dedain

Akyol heeft ook kritiek op het dedain dat er bij liefhebbers van Echte Literatuur is voor andere boeken. Is dat zo? Ik heb inderdaad niet zo'n zin om thrillers te lezen of boeken over voetballers of handleidingen voor het inrichten van een tuin. Maar ik snap ook dat er mensen zijn die veel plezier beleven aan dat soort boeken en mijn zegen hebben ze.

Mensen die geen literatuur lezen, worden gezien als niet-lezers, beweert Akyol. Bewijs geeft hij daar niet voor en het lijkt me sterk. Maar zelfs als dat zo zijn, wat geeft dat dan? Die andere boeken worden daar toch niet minder door verkocht? De literatuurliefhebbers doen die uitspraken waarschijnlijk bij media die door literatuurliefhebbers worden gelezen, bekeken of beluisterd. Daar hebben de andere sectoren van de boekenwereld geen last van.

Schrijvers moeten de boer op, schrijft Akyol: ze moeten leren hoe ze met leerlingen om moeten gaan en ze moeten op tv en op Instagram. Dat lijkt eigenlijk ook wel een beetje op een dictaat. Misschien is het ook niet voor elke schrijver nodig. Jeroen Brouwers is bijvoorbeeld niet zo vaak op tv te zien, gok ik. Toch stond zijn boek al hoog in de lijst met de zestig bestverkochte boeken, voordat het Boekenpanel van De Wereld Draait Door het aanprees.

Duizend bloemen

Ook hier zou ik graag duizend bloemen laten bloeien: wie op tv wil, moet zijn best maar doen om daar te komen, wie in afzondering wil schrijven aan zijn oeuvre, moet de publiciteit maar overlaten aan zijn uitgeverij.

Een programma als Boeken kon Akyol dan weer niet bekoren. Te moeilijk doen over literatuur en te veel gericht op de incrowd. Misschien is zo'n programma niet zo wervend voor mensen die weinig van literatuur weten, maar is dat erg? Dat heb je toch op elk gebied? Ik weet weinig van voetbal en een talkshow over voetbal is dan ook lastig te volgen. Er zullen echt niet meer mensen naar voetbal gaan kijken door dergelijke praatprogramma's. Maar dat geeft niet: dat voetbalgepraat is juist bedoeld voor mensen die voetbal al leuk vinden, lijkt me.

Er is niets mis met een wat elitair programma. Maar het is mooi als er ook andere programma's zijn, waar de drempel wat lager is.

Podcasts

Bij de media die Akyol noemt, slaat hij de audo-afdeling over, juist nu er zo veel podcasts over literatuur zijn: Tzumcast, Boeken Toe, Boeken FM, Boekenpodcast Het Verhaal, Lees Dees, Uitgelezen verhalen, NPO Radio 1 Boeken Podcast, De Poëziepodcast en sommige afleveringen van Nooit meer slapen en Kunststof. Jammer.

Wie zich vaak op tv laat zien, zoals Akyol zelf, krijgt daarover verwijten? Van wie dan? Dat zal Akyol ongetwijfeld beter weten dan ik, maar als dat zo is, waarom zou een schrijver zich iets aantrekken van die verwijten? Ter ondersteuning van zijn stelling noemt Akyol Bomans en Carmiggelt, die ook verweten werd dat ze op tv verschenen. Dat speelde zich af in de jaren zeventig, volgens Eus, maar Bomans stierf al in 1971.

Dat het werk van Bomans en Carmiggelts als 'tinnef' werd gezien, lijkt me niet helemaal te kloppen. Carmiggelt heeft verschillende prijzen gekregen, waaronder de P.C. Hooftprijs. Bomans is minder bekroond, maar de vraag is of dat veroorzaakt is door zijn optredens. Misschien heeft het meer te maken met de genres die Bomans beoefende. Schrijvers van romans worden over het algemeen meer gewaardeerd dan schrijvers van cursiefjes.

Liefde voor literatuur

Ik zie dat Akyol klappen uitdeelt, maar ik zie ook dat hij daarbij de plank nog wel eens mist. Zijn betoog komt voort uit de liefde voor de literatuur en dat doet me goed. Het gaat hem aan het hart dat er minder gelezen wordt, vooral door jongeren en daar wil hij wat tegen doen.

Dat vind ik sympathiek en daar wil ik hem graag in steunen. Ik denk niet dat zijn essay erg zal helpen om de ontlezing te keren, maar het heeft al wel wat rumoer veroorzaakt en rumoer zorgt voor aandacht, wat weer goed is voor de literatuur. Kom, laten we ons nu weer terugtrekken met een boek.