Posts tonen met het label Kinderboekenweek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Kinderboekenweek. Alle posts tonen

dinsdag 8 oktober 2024

Schatpakkers (Pieter Koolwijk)

Er is een tijd geweest dat ik de Kinderboekenweek geruisloos aan me voorbij liet gaan, maar de laatste jaren koop en leen ik geregeld een kinder- of jeugdboek en dan vind ik het ook leuk om het Kinderboekenweekgeschenk te lezen. De laatste acht jaren miste ik het maar een enkele keer. Een lijst met links naar de besprekingen plaats ik onderaan. 

Dit jaar schreef ik over De vuurman van Anton Quintana en over het prachtige Neem nooit een beste vriend van Erna Sassen. Intussen heb ik nog twee jeugdboeken ter lezing klaarliggen: van Tjibbe Veldkamp en Sjoerd Kuyper. 

Het geschenk voor de Kinderboekenweek is dit jaar geschreven door Pieter Koolwijk. Van hem besprak ik ooit Gozert (2020),  een grappig en tragisch boek. Goed gedaan. De twee vervolgdelen. Luna (2021) en Missie afbreken (2021) las ik dan weer niet. Maar Schatpakkers heb ik meteen gelezen. 

Sleutel kwijt

Nevin, een meisje uit groep zeven, wordt door haar vader naar buiten gestuurd, omdat ze te veel 'achter' schermen zit. Ze is daar boos over en neemt de autosleutel mee naar buiten, zodat haar vader niet naar het stadion kan. 

Ongelukkigerwijs belandt de sleutel in een putje en ze kan zien dat een blauw handje de sleutel pakt. 'Ooo... Schat!' hoort ze en weg is de sleutel. Gelukkig wil iemand haar helpen, Bec, een meisje uit groep 6. Bec weet heel veel van dieren en laat slakken over haar regenjas kruipen. Daar wordt ze mee gepest. Haar bijnaam is Bec Slakkendrek. 

Bec roept de hulp in van een zwijgzame jongen uit groep 8, Davy, die domme Davy wordt genoemd, maar die dat helemaal niet is. Samen met Nevin gaan ze naar een leegstaande fabriek, de 'scheldfabriek'. Daar blijken heel veel wonderlijke wezentjes te huizen. Het is maar de vraag of Nevin haar schat terugkrijgt. 

Schatpakkers is een leuk boek, dat lekker vlot leest. Je gaat gemakkelijk mee in het onwaarschijnlijke verhaal. Achteraf vraag je je wel af of die schatpakkers in de werkelijkheid van het verhaal bestaan of dat ze alleen in het hoofd van Nevin bestaan, maar op die vraag hoeft niet per se antwoord gegeven te worden.

Meeloper

Op de school van Nevin wordt nogal gepest. Nevin is niet de ergste pester, ze is een meeloper. De wezentjes doorzien haar en zeggen haar precies hoe ze is. Dat is nogal confronterend. 

De vrienden van Nevin zijn nauwelijks echte vrienden. Als je je aanpast, mag je meedoen, maar als je een fout maakt, word je uitgelachen. Bec en Davy helpen Nevin, ze durven hun eigen gang te gaan en trekken zich niet zoveel van anderen aan. Door hen leert Nevin zien hoezeer ze zichzelf in de andere groep geweld moet aandoen. 

In Schatpakkers komen verschillende onderwerpen aan de orde waar je een goed groepsgesprek over zou kunnen houden. Bijvoorbeeld over het feit dat Nevin veel gamet. Wat ze meemaakt in de scheldfabriek blijkt veel spannender te zijn dan wat ze in een game beleeft. Maar ook over wat vriendschap betekent of hoe het je kan lukken om jezelf te blijven kun je verder praten. 

Uiteindelijk liggen de boodschappen er misschien net te dik bovenop, waardoor het boekje ook iets prekerigs krijgt. Maar kinderen nemen dat misschien wel graag op de koop toe, want Schatpakkers is ook gewoon een lekker leesboek. 

Eerder schreef ik over:

2023 Ravi en de laatste magie

2022 Waanzinnige boomhutverhalen

2021 Tiril en de toverdrank

2020 De diamant van Banjarmasin

2019 Haaientanden

2018 De eilandenruzie

(2017 Kattensoep)

2016 Oorlog en vriendschap

maandag 9 oktober 2023

Ravi en de laatste magie (Sanne Rooseboom)

Ravi is net verhuisd. Haar moeder lijdt aan reuma en die kan niet meer wonen in het gezellige huis met trappen, hoeken en gaten. Maar in de flat waar ze nu woont, is er een ontploffing en alle bewoners moeten ergens anders ondergebracht worden. Ravi, haar moeder en haar broertje Timo komen terecht in een verzorgingshuis met maar vier bewoners. 


Oude tovenaars

Al gauw blijken het bijzondere mensen te zijn: heel erg oude tovenaars, die hun toverkunst bijna kwijt zijn. Ze staan aan de goede kant en doen geen vlieg kwaad, in tegenstelling tot de Nachtheersers, tovenaars die genieten van ellende en uit zijn op macht. Ook die zijn oud, maar ze hebben de kans om nog een enkele keer hun macht te tonen. Ravi en de goede tovenaars proberen dat te voorkomen. 

Daar komt kort gezegd Ravi en de laatste magie op neer. Het is het Kinderboekenweekgeschenk van dit jaar, geschreven door Sanne Roseboom, met tekeningen van Sophie Pluim. 

Onwillekeurig moet ik bij dit boek denken aan de graphic novel Watchmen, waarin superhelden op leeftijd zijn. Daarbij hebben sommige wel een zwarte kant ontwikkeld. Je zou in deze tovenaars ook een soort superhelden kunnen zien, maar hun macht is wel heel erg beperkt. 

Goed en kwaad

Verder is het het oude (maar nog niet vervelende) verhaal van de strijd tegen goed en kwaad, waarbij de hoofdpersoon aan de goede kant staat, net als de lezer, die zich immers met de hoofdpersoon identificeert. Maar mensen zijn soms niet zo goed of zo slecht als ze lijken. Rooseboom heeft meer gedaan dan het invullen van een schema. 

Bovenal is Ravi en de laatste magie spannend. De groep helden (tot wie ik Ravi, haar moeder en haar broertje ook reken), hebben hun actie goed voorbereid, maar de uitkomst is allerminst zeker. Om de spanning goed verteerbaar te maken zit er veel luchtigheid in het verhaal, waardoor het ook gewoon leuk is om te lezen en kinderen niet alleen op hun nagels hoeven te bijten. 

Het grote verschil tussen de helden en de kwade tovenaars is dat de helden uit zijn op het redden van de wereld en zich dus in dienst stellen van iets wat henzelf ontstijgt. De kwade tovenaars handelen uit eigen belang: hun eigen macht, hun eigen pleziertjes. 

Extra laag

Daartussendoor speelt nog het persoonlijke verhaal van Ravi, die het vertrek uit het oude huis nog niet kan accepteren en eigenlijk haar moeder kwalijk neemt dat ze verhuisd zijn, zonder dat ze dat uitgesproken heeft. Dat is een mooie extra laag. 

Het boekje begint opmerkelijk: met vijf gebeurtenissen die niks met elkaar te maken lijken te hebben, maar al gauw is duidelijk dat alles met alles samenhangt. En, om het mooi rond te maken, eindigt Rooseboom het boek ook weer met vijf gebeurtenissen. 

Als Kinderboekenweekgeschenk lijkt Ravi en de laatste magie me heel geslaagd: goed geschreven, leuk om te lezen. Spannend en luchtig, met nog een beetje persoonlijk drama. Kinderen die aan dit boekje beginnen, willen het ook uitlezen, lijkt me. En dan verder met een ander kinderboek!

Eerder schreef ik over deze Kinderboekenweekgeschenken:
Andy Griffiths/Terry Denton, Waanzinnige boomhutverhalen 
Bette Westera, Tiril en de toverdrank
Anna Woltz, Haaientanden
Jozua Douglas, De eilandenruzie
Dolf Verroen, Oorlog en vriendschap

woensdag 12 oktober 2022

Waanzinnige boomhutverhalen (Andy Griffiths / Terry Denton)

Het is Kinderboekenweek en de laatste jaren koop ik dan een paar kinderboeken en krijg ik het geschenk.  Dat wisselt per jaar nogal van kwaliteit. Haaientanden vond ik heel geslaagd, maar ik geloof dat ik zo'n beetje alles van Anna Woltz goed vind. Het boekje over de ruziënde eilanden, dat ik cadeau kreeg bij mijn aankoop in 2018 vond ik weer niks. 

Dit jaar kreeg ik Waanzinnige boomhutverhalen van Andy Griffiths en Terry Denton. Die twee maakten al een hele reeks boeken met verhalen over een 'waanzinnige' boomhut, die steeds meer verdiepingen krijgt. Het zijn echt boeken voor de massa en er zijn kinderen die alle delen gelezen hebben. 

Tussendoor: er is al veel geschreven over het feit dat een commissie die in haar naam heeft staan dat ze het Nederlandse boek propageert niet-Nederlandse auteurs het Kinderboekenweekgeschenk laat schrijven. Dat is inderdaad vreemd. Hopelijk is het iets eenmaligs. 

Ik had nooit een boomhutverhaal gelezen, dus ik was wel nieuwsgierig. Nu ik het boekje gelezen heb, weet ik dat de verhalen niet aan mij besteed zijn. Ze zijn grappig bedoeld, maar meestal vind ik de grapjes nogal flauw. 

Eigen wereldje

De boomhut is een soort eigen wereldje, met eigen wetten. De hoofdpersonen zijn Andy en Terry, die ook de makers van de verhalen zijn, en Jill, van wie het niet helemaal duidelijk is welke functie ze heeft. Ze heeft in ieder geval dieren en soms komt dat goed uit. Ook de rest van de wereld wordt niet geïntroduceerd. Figuren als Edward Schephand, die geen handen heeft, maar ijsscheppen, komen als vanzelfsprekend opdraven. Deze Edward zal wel een knipoog zijn naar Edward Scissorhands.  

Of Andy en Terry kinderen zijn, is me niet zo goed duidelijk. Ik denk wel dat kinderen zich met hen identificeren. Ze maken verschillende dingen mee in de boomhut en dat krijgen we te lezen in zes verschillende verhalen. 

Er zit behoorlijk wat absurdisme in die gebeurtenissen en dat vind ik dan wel weer aardig. Zo is er een Stoel-in-je-Neusdag, waarbij iedereen een stoel in zijn neus draagt. Dat zijn overigens redelijk kleine stoelen, maar het is een onverwacht idee. 

Voorspelbaar

Verder zijn er ook veel ontwikkelingen die vrij voorspelbaar zijn. Zo is er een soort superstofzuiger en die zuigt zo'n beetje alles op. Dat verhaal laat je met allerlei vragen zitten: door welke energie werkt het apparaat? Hoe kan het zoveel bevatten zonder te ontploffen? De tekeningen maken ons in dit geval niets wijzer. 

Die tekeningen vormen een belangrijk onderdeel van het boek. Schrijver en tekenaar worden dan ook beiden genoemd als auteur, wat ik wel sympathiek vind. Maar al te vaak is de tekenaar alleen maar degene die de plaatjes levert bij de tekst. Maar in dit boek zijn er zo veel tekeningen dat je ze als het ware meeleest met het verhaal. 

Ook typografisch zijn er ingrepen. Zo worden sommige termen of zinnen groter en dikker gedrukt en ze staan ook niet steeds horizontaal afgedrukt. De dynamiek zit daardoor niet alleen in het verhaal, maar ook in de manier waarop je door de tekst gaat. 

Hoog leestempo

Door de vele tekeningen ga je snel door de bladzijden heen en ik denk dat dat voor kinderen voor prettig is. Zo krijgen ze het idee dat ze een hoog leestempo hebben. En voor de boekverkopers is het ook prettig, want kinderen zijn snel door de boeken heen en dan kunnen ze een nieuw deel kopen. 

Er is veel pret in het boek en de lastige kanten van het leven worden zorgvuldig vermeden. Die lichtheid spreekt de lezertjes wellicht aan. Voor mij was het gevolg dat ik het allemaal niksig vond. Je kunt een boomhutverhaal lezen en je kunt er twintig of veertig lezen, maar je hebt niet het idee dat je echt iets tot je genomen hebt. Je eet een zak chips leeg en blijft zitten met een lege zak, zonder dat je je gevoed voelt. 

Amusement, meer is het niet. En omdat ik me maar matig geamuseerd voel, zal ik niet gauw naar een volgend deel grijpen. 

donderdag 1 oktober 2020

De diamant van Banjarmasin (Arend van Dam)



Het thema van de Kinderboekenweek is En toen? Dat wil zeggen dat dit jaar geschiedenis centraal staat. De schrijver van het Kinderboekenweekgeschenk hoeft zich niet aan dat thema te houden, maar dat heeft Arend van Dam wel gedaan. Met De diamant van Banjamarsin stapt hij de geschiedenis in. Samen met de lezers loopt hij terug in de tijd. 

Het boekje van Van Dam begint met een inleiding, 'Vroeger is overal'. Die is zo vormgegeven dat het lijkt alsof dat gedeelte in een schriftje is geschreven. Voorafgaand aan de acht verhalen in De diamant van Banjamarsin is er steeds zo'n stukje. In die stukjes is de schrijver zelf duidelijk aanwezig. Soms spreekt hij de lezer rechtstreeks aan en stelt hij vragen. Dat is een mooie manier om die lezer naar zich toe te trekken. 

Verder terug in de tijd

De verhalen gaan steeds verder terug in de tijd. Het eerste speelt zich af in het begin van de jaren zestig en is gebaseerd op herinneringen van de schrijver. In het laatste verhaal bevinden we ons in de prehistorie. Vaak gaan de verhalen over bekende figuren (Anton de Kom, Hendrik Jut -die van de kop van Jut-, Amalia van Solms, hertog Jan I van Brabant), maar vaak komt Van Dam met details die me niet bekend waren. Zo dacht ik dat Hendrik Jut vlak na het begaan van de moord opgepakt en veroordeeld was. Dat is niet het geval. En dat Amalia van Solms niet zo enthousiast was over Rembrandt was ook nieuw voor me. 

Soms gebruikt Van Dam de techniek van de fictie:

Jan en Floris zijn aan de wandel. Het is nog vroeg in de ochtend. Ze genieten van de stilte. Straks als het toernooi begint, zullen op dit veld honderden mensen het spektakel meemaken dat Jan heeft georganiseerd. 
'Fijn dat je er bent,'  zegt Jan.
'Ik wilde dit toernooi voor geen goud misen,' zegt Floris. 'Trouwens, voor jou was het natuurlijk ook een hele reis om vanuit Brussel hiernaartoe te komen.'

Soms vertelt hij duidelijk op een non-fictietoon, wel aangepast aan zijn publiek. Uit hetzelfde verhaal:

Op naar Valkenburg trok Jan. En van Valkenburg naar Woeringen. Daar vond de grootste slag uit Jans leven plaats. Hij won. Limburg hoorde definitief bij zijn hertogdom Brabant.
Van Dam vertelt ingetogen. Bij zo'n slag kun je als verteller flink uitpakken, maar de schrijver vertelt het bijna terloops. Het gaat hem eigenlijk niet om het spektakel. 

Deel uitmaken van de geschiedenis

Meer gaat het hem om te laten zien dat we deel uitmaken van de geschiedenis. We hebben een eigen verhaal en via onze voorouders zijn we met de hele geschiedenis verbonden. Jammer is wel dat een oplettende redacteur niet gezien heeft dat er twee foutjes zijn geslopen in het overzicht op pagina 17. Daar komen de termen 'oud-overgrootouders' en 'stam-oudouders' twee keer voor en dat was niet de bedoeling. Hoe het precies zit, vind je hier.

Van Dam eindigt  met de uitslag van het onderzoek naar zijn DNA: daaruit blijk dat hij ook nog twee procent erfelijk materiaal van de neanderthalers in zich heeft: 'Die vuistbijl uit Rhenen, die is van mij.'

Door de persoonlijke geschiedenis te zien als een onderdeeltje van de wereldgeschiedenis, wordt het verhaal dat Van Dam vertelt meteen een inclusief verhaal: 'eigenlijk zijn we allemaal nieuw hier.' En het titelverhaal is duidelijk een manier om het museum te dekoloniseren: die diamant, hoort die hier eigenlijk wel?

Facetten

Dat titelverhaal is overigens vanuit de diamant in de ik-vorm verteld. Aan het eind zegt de diamant: 'Nu ken je alle facetten van mijn bestaan.' Zo'n woord als 'facetten' is in deze context om te smullen. 

Zijdelings komen veel aspecten van het vertellen over zaken uit de geschiedenis langs. Bijvoorbeeld dat verschillende mensen of verschillende partijen verschillende verhalen vertellen en dus verschillende waarheden hebben. (Thanksgiving heeft voor immigranten in Amerika een andere gevoelswaarde dan voor de oorspronkelijke bewoners). Dat wat als werkelijkheid wordt getoond soms gemanipuleerd is (het portret van Amalia van Solms). Dat  voorwerpen uit de geschiedenis ook verhalenvertellers zijn. 

Het lijkt me dat De diamant van Banjamarsin kinderen nieuwsgierig kan maken naar wat er nog meer te weten is over historische gebeurtenissen en personen. Tegelijkertijd laat Van Dam zien dat we de geschiedenis zijn en dat we daar allemaal bij horen. Wie denkt mensen uit te kunnen sluiten, zou wat meer naar de geschiedenis moeten kijken. 

Illustraties

De illustraties zijn van Anne Stalinski. Ze zijn toegankelijk en de stripjes zijn vaak grappig. De tekeningen ondersteunen het verhaal en aan het begin van het verhaal mag de kunstenaar uitpakken met een paginagrote tekening. Samen met de tekst zorgen de tekeningen ervoor dat De diamant van Banjamarsin zowel speels als inhoudelijk serieus is. 

Vorig jaar hadden we Haaientanden van Anna Woltz, een uitstekend Kinderboekenweekgeschenk. Ook dit jaar is het gelukt om een geschenk op hoog niveau af te leveren. Snel naar de boekwinkel om kinder- en jeugdboeken in te slaan. En niet te weinig. Dat is niet alleen goed voor de boekhandelaar, maar ook voor jezelf of voor je (klein-)kinderen. 

vrijdag 4 oktober 2019

Haaientanden (Anna Woltz)


Het is Kinderboekenweek! Een kleine maand geleden schreef ik al over 3Pak, het geschenk voor de Boekenweek voor jongeren (een jeugdverhaal, een slecht verhaal en een goed verhaal) en nu gaat het over het Kinderboekenweekgeschenk, geschreven door Anna Woltz.

Vorig jaar werd dat geschenk geschreven door een auteur van wie ik nog niet eerder gehoord had, Jozua Douglas. Ik vond het niet veel bijzonders en de auteur reageerde ook nog op de kritiek, zij het niet inhoudelijk (zie hier).

Van Anna Woltz had ik vooraf hoge verwachtingen. Ik las van haar het boek Alaska en daar heb ik goede herinneringen aan, al had ik toch ook een klein voorbehoud, merk ik bij het teruglezen van wat ik schreef:
Die wil dat alles weer goedkomt is me net iets zoetig, maar terwijl ik dat opschrijf twijfel ik alweer. Zo heel zoet is het einde toch ook weer niet? En een kinderboek mag best positief zijn; er is al genoeg journaal. En de ellende wordt niet buiten het boek gehouden, gezien de epilepsie en de gewapende overval.

Gips

Voor Gips (2015) ontving Woltz de Gouden Griffel, dus misschien moet ik dat ook maar gaan lezen. Elke schrijver heeft het recht om beoordeeld te worden op zijn beste werk.

In het Kinderboekenweekgeschenk Haaientanden is de hoofdpersoon een meisje van elf, met de ongebruikelijke naam Atlanta. Zelf zegt ze erover:
Mijn vader en moeder wilden van Europa naar Amerika zeilen. De hele Atlantische Oceaan over. Drie weken lang op zee, dat was het plan. Maar voordat ze konden vertrekken, kregen ze mij. En toen was ik het plan.
Ze zegt dat tegen Finley, tegen wie ze letterlijk is opgebotst, met haar fiets. Atlanta is namelijk bezig met een grote fietstocht: om het IJsselmeer, in vierentwintig uur. Ik moet hier toch iets verklappen, dus ben je een jong lezertje, dan moet je hier stoppen en eerst het boek uitlezen.

Atlanta's moeder is namelijk ziek (borstkanker) en ze zal de volgende dag de uitslag van de scan te horen krijgen. Atlanta heeft tot nu toe een beetje langs het feit van de ziekte op geleefd. Het is al erg genoeg dat ze door iedereen zielig gevonden wordt, dus ze doet zoveel mogelijk leuke dingen. Nu wil ze laten zien dat ze er echt alles voor over heeft dat haar moeder weer gezond wordt. Ze zal een etmaal lang moeten gaan fietsen en elke twee uur mag ze maar tien minuten rusten.

De sterfzonde

Dat gegeven doet denken aan dat van de roman De sterfzonde of De ingebeelde dode (1991), van Maria Stahlie. De hoofdpersoon, Maud Labeur, vreest dat ze een hersentumor heeft. Ze moet tien dagen wachten op de uitslag van het onderzoek. Ze heeft het idee dat ze het onheil af kan wenden door in die tien dagen een goede daad te verrichten. De vraag is of er iemand op die daad zit te wachten.

Zowel in het boek van Woltz als dat van Stahlie is er sprake van magisch denken: door bepaalde dingen te doen of te laten kun je het lot bezweren. De titel Haaientanden slaat op de twee haaientanden die Finley meegenomen heeft. Hij is na een ruzie met zijn moeder van huis weggelopen en heeft de tanden meegenomen. Moeder meent dat de tanden haar zullen helpen om het rij-examen te halen. Zullen deze tanden Atlanta en Finley, die besluit met haar mee te gaan, helpen de missie te volbrengen of hebben gestolen amuletten juist een negatieve werking?

Niet alles in het boek ga ik natuurlijk verklappen. Zo vertel ik niet of de tocht lukt en ook niet of de uitslag van de scan positief was.

Kindschap

Finley en Atlanta worstelen met hun kindschap: zijn ze wel goede kinderen? Atlanta weet niet of ze haar moeder wel heeft laten merken dat ze echt van haar houdt en Finley vraagt zich af of zijn moeder wel blij met hem is. Hij heeft een foutje gemaakt, maar dat is overgekomen als een rotstreek. Pas als ze weer thuis zijn, zal duidelijk worden of hun missie is gelukt en dat had van mij best een open einde mogen blijven.

Maar Anna Woltz hecht het verhaal keurig af. Net als bij het vorige boek is dat mijn enige voorbehoud: moet je alles zo dichtspijkeren? Mag het verhaal niet verder gaan in het hoofd van de lezer? Maar misschien zijn dat typisch een vragen van volwassenen. Misschien moet je de kinderen, die de doelgroep zijn, niet met een fundamentele onzekerheid het boek uit sturen. Ik twijfel.

Verder overigens niets dan lof voor Haaientanden. Mooi, vlot geschreven. Goede titel, die niet alleen verwijst naar de letterlijke tanden, maar ook naar het verscheurende van een haai en van de kanker. En natuurlijk ook naar de haaientanden op de weg, die Atlanta weet de verbinden met haar zieke moeder:
Sinds mama ziek is, staat de hele wereld vol haaientanden. Het is simpel: kanker krijgt altijd voorrang.

Ontroerend

Haaientanden is een ontroerend boekje. Je leeft gemakkelijk met Atlanta en Finley mee in hun onmogelijke strijd: je weet dat het lot niet te beïnvloeden is en eigenlijk weten zij het ook. Maar toch willen ze er alles aan gedaan hebben. Kleine mensjes tegenover het onverzettelijke lot, heroïsch en hopeloos tegelijk.

Ik denk dat veel mensen door Haaientanden geraakt worden. Het gaat ten diepste niet alleen over kinderen, maar over iedereen die door het blinde noodlot geraakt wordt. Je kunt je erbij neerleggen, maar je kunt ook vechten, tegen beter weten in. Het helpt niet, maar het is alles wat je kunt doen. Zo'n strijd laat niemand onberoerd. Tenminste als die beschreven wordt zoals Anna Woltz dat doet.

Het wordt tijd dat ik het onder ogen zie, vrees ik. Ik zal Gips moeten gaan lezen. Dat is niet erg, overigens. Binnenkort meer.

vrijdag 5 oktober 2018

De eilandenruzie (Jozua Douglas)


Bijna elk jaar lees ik wel een paar kinder- of jeugdboeken. Ik heb hier bijvoorbeeld wel geschreven over boeken van Anna Woltz en Daan Remmerts de Vries, twee auteurs die al heel wat goede boeken op hun naam hebben. En natuurlijk las ik Lampje van Annet Schaap, dat ik hier al uitgebreid geprezen heb. Gouden Griffel dit jaar, zoals iedereen al verwachtte.

Gelezen geschenken

De Kinderboekenweek gaat meestal een beetje aan mij voorbij. Dat realiseerde ik me toen ik de lijst met Kinderboekenweekgeschenken bekeek: de meeste heb ik niet gelezen. De laatste tien jaar las ik alleen het boekje van Dolf Verroen, uit 2016, dat ik overigens erg mooi vond. Verder terug in de tijd las ik Kinderboekenweekgeschenken van Toon Tellegen, Joke van Leeuwen, Thea Beckman en Anke de Vries, die intussen tot schrijvers van klassiekers gerekend kunnen worden.

Bijzonder verrast was ik indertijd (2003) door Het zwanenmeer (maar dan anders), van Francine Oomen. Ik had nooit wat van haar gelezen, maar had toch al een oordeel over haar werk: iemand die serieboeken uitpoept. Onterecht. Wie dat zwanenmeerboekje niet gelezen heeft, mag zich eigenlijk geen oordeel over het werk van Oomen aanmeten.

Eilandenruzie

En dit jaar is Jozua Douglas de schrijver van het Kinderboekenweekgeschenk. Nooit gehoord van deze man, maar hij blijkt een lange lijst boeken op zijn naam te hebben. Het geschenk heet De eilandenruzie en het is geïllustreerd door Elly Hees.

Er zijn twee fictieve landen in Centraal-Amerika, Costa Banana en Costa Kanaria. De beide presidenten, Pablo Fernando en Max Romero, zijn het prototype van alleenheersers: alle macht naar zich toe trekken, gekke wetten uitvaardigen, zichzelf verheerlijken. Pablo heeft twee kinderen (Rosa en Fico) en Max een zoontje (Angelino) en een hond (Generaal Sanchez), die hem later zal opvolgen. Op de Paradijseilanden zullen de presidenten elkaar ontmoeten om een ruzie bij te leggen over enkele onbewoonde eilandjes.

De eilandenruzie volgt het klassieke schema, waarbij de volwassenen niet deugen en de kinderen wel. Eentje lijkt eerst aan de verkeerde kant te staan, maar blijkt mee te vallen en de ene volwassene is net iets slechter dan de andere. Uiteindelijk loopt het allemaal goed af.

Ruzie maken om niks

Dat is weinig verrassend. Wel weet Douglas het boek een zekere spanning mee te geven en er zijn ook wel wat humoristische passages, maar uiteindelijk is dat (voor mij, in ieder geval) niet genoeg. De eilandenruzie gaat over niet veel meer dan dat volwassenen ruzie kunnen maken over niks, of dat ze niet over futiliteiten heen kunnen stappen en dat kinderen gewoon lekker met elkaar kunnen spelen. Dat is geen inzicht waarvan je achteroverslaat.

Qua karakter zijn de personages niet bepaald interessant; het zijn geen figuren die je bijblijven. Misschien hoeft dat ook niet. Het boekje is duidelijk bedoeld als amusement: kinderen zullen het aardig vinden om te lezen en daarna kunnen ze het vergeten.

Achter in het boek staat dat er meer boeken zijn over Rosa en Fico: De gruwelijke generaal, De ongelooflijke Ravi Ravioli en Operatie Pisang. Dat zal ook wel een hele serie worden, waarin de kinderen in elk boek op een probleem stuiten en dat oplossen.

Zouden mijn kinderen tot de doelgroep behoren, dan zou ik ze dit boek niet aanraden. Goed, misschien kun je beter dit lezen dan niets, zoals je ook beter een snack kunt eten dan niet eten, maar waarom zou je Douglas lezen als je ook Anna Woltz, Bibi Dumon Tak, Daan Remmerts de Vries of Toon Tellegen kunt lezen? Nee, dat zou ik ook niet weten.

Naschrift

Reactie van Jozua Douglas op Twitter:

'Maar mijn klanten houden van in oud vet gebakken slappe friet,' sprak de patatboer tot de man van de  Voedsel- en Warenautoriteit. 'Vanochtend nog honderd bakjes friet verkocht. Ik bak voor mijn klanten, niet voor mensen die beoordelen op kwaliteit.'


Jozua Douglas vindt dat volwassenen, en zeker oude mannen, niet mogen oordelen over jeugdliteratuur. Zij behoren immers niet tot doelgroep. Eigenlijk zegt hij daarmee dat hij ook zelf geen oordeel kan vellen over zijn eigen boeken. Ook mannen in zijn leeftijdscategorie, de niet zo oude mannen, behoren immers niet tot het beoogde publiek.

Hierin verschil ik met Douglas van mening. Als volwassenen geen oordeel zouden mogen hebben over kinder- en jeugdliteratuur, zouden we de commissie op moeten heffen die schrijvers vraagt een Kinderboekenweekgeschenk te schrijven, alle recensenten van jeugdliteratuur naar huis moeten sturen, evenals de jury's die de prijzen op het gebied van kinderboeken toekennen.

Iedereen mag lezen wat hij leuk vindt, zoals iedereen maar moet eten wat hij lekker vindt. Maar anderen mogen zich best een oordeel aanmeten over de kwaliteit van het gelezene of van het voedsel en natuurlijk zullen mensen van oordeel verschillen. Als ze elkaar willen overtuigen, moeten ze ingaan op elkaars argumenten.

Kinderen kunnen lachen om mijn boekje, schrijft Douglas. Dat er humor zit in De eilandenruzie staat in mijn recensie. Bovendien schrijf ik dat het boekje waarschijnlijk als amusement bedoeld is en dat kinderen het 'aardig om te lezen' zullen vinden. Dat was mijn punt niet.