Posts tonen met het label Dupuis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Dupuis. Alle posts tonen

donderdag 15 oktober 2026

Mysterie in Rommelgem, Een avontuur van IJzerlijm (Elric & Sophie Guerrive)

Als een stripreeks succesvol is, ontstaan er nevenreeksen, spin-offs. Denk aan de reeksen over Roodhaar, de marsupilami, Kid Lucky, Fanny K, Rataplan, Idéfix en Erwin (de zoon van Eric de Noorman). Robbedoes en Kwabbernoot is een succesvolle reeks, die begin jaren vijftig startte. In de hoofdreeks zijn al meer dan vijftig albums verschenen. 

Uit die reeks kwamen andere reeksen voort. Het zijn er een heel stel, waaronder De kleine Robbe, Zwendel, Rommelgem en Supergroom. En intussen is er ook IJzerlijm, waarvan nog maar een enkel album verschenen is, Mysterie in Rommelgem, maar de scenariste, Sophie Guerrive, vertelde dat er al drie albums gepland zijn. 

Sophie Guerrive schreef al het scenario van twee albums in de reeks Robbedoes en Kwabbernoot: nr. 56, De dood van Robbedoes (2022) en nr. 57 Het geheugen van de toekomst (2024). In de nieuwe reeks zet ze de journaliste IJzerlijm centraal. 

Het personage gaat al een heel tijdje mee. Ze verscheen voor het eerst in deel 6, De hoorn van de neushoorn (1955) en sinds die tijd duikt ze geregeld op. 

kasteel van Skeuvre

Rommelgem

In deze nieuwe reeks verhuist IJzerlijm naar het platteland, naar het dorp Rommelgem, dat we in de hoofdreeks kennen als de woonplaats van de graaf van Rommelgem, die in veel Robbedoesalbums voorkomt. Hij woont in een kasteel, waarvoor het kasteel van Skeuvre model heeft gestaan. Het komt ook voor in dit avontuur van IJzerlijm. 

Het vertrek van de stad naar het platteland is al een hele overstap, maar IJzerlijm gaat ook nog buiten het dorp wonen, in een huisje op een heuveltje, in het midden van nergens. Het is behelpen in het begin: haar computer is er nog niet, ze kan haar pannen niet vinden in de stapels dozen en de enige pizzeria blijkt al gesloten te zijn. 

Kasteel van Rommelgem

Verdwenen dieren

In het dorp zelf is het allesbehalve rustig. Met enige regelmaat verdwijnen er dieren, waardoor twee groepen lijnrecht tegenover elkaar staan. De VVR, de Vereniging voor Veiligheid in Rommelgem, bestaande uit boeren en jagers, die 's nachts door het dorp lopen om de wacht te houden, en de vrienden van Arthur Natuur, de groene hippies en veganisten. Zij worden er door sommige mensen van verdacht de dieren  los te laten. 

IJzerlijm gaat op onderzoek uit, waarbij ze gevolgd wordt door Colette en wat naïeve jonge vrouw, die het plan heeft opgevat om journaliste te worden. De zaak is complex: er is een inbraak in het kasteel, er zijn geheimzinnige paddestoelen en IJzerlijm en Colette lopen gevaar 

Natuurlijk wordt het mysterie opgelost, al gaat dat niet vanzelf. IJzerlijm is nieuwsgierig en niet bang. Ze is gewend om zelf dingen uit te zoeken en de aanwezigheid van Colette komt soms ook van pas. Verder heeft ze de hele tijd contact gehouden met Robbedoes en Kwabbernoot, die nog een bijrol mogen spelen, net als de eekhoorn Spip. De graaf van Rommelgem is prominent aanwezig en zelfs Guust Flater komt nog even om de hoek kijken. 

Tekeningen

Al met al is Mysterie in Rommelgem een leuk verhaal: spannend, al wordt het nooit echt beklemmend en is er steeds een zekere luchtigheid. De tekeningen zijn van de hand van Elric (Elric Dufau), tekenaar van een van de albums in de reeks Robbedoes en Kwabbernoot Classic (De varkensbaai, 2024) en van de Franse Iznogoedh. Ik kende zijn werk niet, maar was door zijn manier van tekenen meteen terug bij de vroege Robbedoesalbums. Zijn het de niet al te geprononceerde lijnen? De inkleuring? Mijn kennis schiet tekort om precies te zeggen hoe het komt; ik ben slechts afgegaan op mijn beleving. 

Slechts een enkele keer betrapte ik hem op een onnauwkeurigheid: om de tuin (eigenlijk een stuk gras) bij het huis van IJzerlijm staat een laag muurtje. Het pad van haar huis loopt nog een heel eind door tot aan de weg. Maar als de verhuiswagen komt, loopt die weg ineens vlak langs het muurtje. Het is een kleinigheid. 

IJzerlijm voldoet uitstekend als hoofdpersoon en het verhaal boeit. Het gaat onder anderen over de gevolgen van framing en polarisatie voor en dat is een actueel thema. Het besloten veilige wereldje van Rommelgem is een omgeving waarin je als lezer graag verkeert. Eigenlijk is de wereld niet groter dan dat dorp en zorgt voor een overzichtelijk wereldbeeld.

Het is fijn dat er nog meer albums over IJzerlijm gaan verschijnen. Ook die zal ik weer met plezier gaan lezen. 

Reeks: IJzerlijm
Deel 1: Mysterie in Rommelgem
Scenario: Sophie Guerrive
Tekeningen: Elric
Uitgever: Dupuis
2026, 56 blz. € 9,99 (softcover)

dinsdag 13 februari 2024

Jeremiah 40: De vermiste


Hermann (Hermann Huppen) is een van de grote stripmakers. Hij heeft legendarische reeksen op zijn naam staan als Bernard Prince, Comanche, Jeremiah en De torens van Schemerwoude. Hij was al een heel tijdje bezig toen ik zijn albums ontdekte en ik heb er aardig wat tweedehands gekocht. Ook korte reeksen als Nick en de eerste twee delen van Jugurtha. 

De albums die Hermann maakte met scenarist Greg zijn allemaal wel goed. Maar later werkte hij samen met zijn zoon Yves H. en ook schreef hij zelf wel scenario's. Daarover zijn de meningen nogal verdeeld. In ieder geval halen ze het gemiddeld genomen niet bij de vroegere verhalen. 

Post-apocalyptische wereld

Jeremiah is een serie die al lang loopt. Het eerste deel, De nacht van de roofvogels verscheen in 1979. Er zijn twee hoofdpersonen: Jeremiah en Kurdy, met zijn helm en zijn ezel. De twee bewegen zich in een post-apocalyptische wereld, die troosteloos aandoet. Er staan hier en daar autowrakken, er zijn leegstaande gebouwen, er is eigenlijk geen georganiseerde staat. Blijkbaar is er ooit een ramp gebeurd en zoveel jaar na dato proberen de mensen een leven op te bouwen. 

Jeremiah en Kurdy komen in wonderlijke settings terecht. Er is gevaar, het is spannend, en uiteindelijk loopt het toch net goed af.

Intussen is de reeks aan deel 40 toe: De vermiste. Ik ben al lang gestopt om de albums te kopen, maar af en toe wil ik er nog wel eentje proberen en soms pakt dat ook nog wel goed uit. 

Tekeningen

De tekenstijl van Hermann is voor een deel hetzelfde gebleven. Zijn lijntje is altijd nog wel herkenbaar. Maar bij zijn vroege albums is er nadrukkelijk geïnkt. Die lijnen zijn in de loop der jaren minder hard en minder zwart geworden. Ook zijn de albums hun kleur kwijtgeraakt. Daarbij moet ik altijd denken aan de roman Labyrint (2004) van Fleur Bourgonje, waar een kunstenares ook de kleuren kwijtraakt. Ze komt terecht in de kleurrijke stad Fez. 

Bij Hermann zijn de tekeningen grauw geworden. Er lijkt ook vaak een soort mist te hangen. Je zou kunnen zeggen dat hij op zoek is naar de essentie en dat kleur blijkbaar afleidt of dat de grauwheid van de tekeningen symbolisch is voor de grauwe wereld waarin de personages zich bewegen. Voor mijn gevoel is er toch ook een soort fletsheid over de tekeningen gekomen, die ze minder sprekend maakt. De naargeestige sfeer van de leefwereld hangt wel duidelijk in het verhaal. 

Verhaal

In De vermiste speelt Jeremiah een beperkte rol. Kurdy wacht op zijn vriend, maar die komt maar niet opdagen. Hij vindt een fles met inhoud, merkt dat het geen whisky is, maar hij drinkt er wel van. Daardoor gaat hij halucineren en in de loop van het verhaal is hij vaak niet helemaal helder. Hij ontmoet een maatje, Sho, en samen proberen ze zich te redden. Er is een sekte, er zijn mensen met macht die samenspannen en er zijn mensen die daar slachtoffer van worden. Aan het eind van het verhaal worden (spoil, spoil) Kurdy en Jeremiah herenigd. 

Op scèneniveau zijn er nog steeds heel aardige passages en Hermann, al een eindje in de tachtig, is het tekenen nog niet verleerd, maar het verhaal als geheel heeft te weinig lijn, te weinig noodzaak, is te weinig dwingend. Eerlijk gezegd deed het me weinig en dat had ik liever anders gezien. 

Het is nog altijd prettig om een album van Hermann te lezen, maar er is eigenlijk niets in dit verhaal dat je bijblijft. Dat is jammer. Gelukkig is er nog genoeg ander werk van Hermann om te (her)lezen. 

Reeks: Jeremiah
Deel 40: De vermiste
Tekst en tekeningen: Hermann
Uitgeverij: Dupuis
48 blz. € 9,99 (softcover)

Eerder schreef ik over andere albums van Hermann:

dinsdag 9 januari 2024

Kid Paddle 19: Love, Death and Roblorks (Midam)


De familie Paddle is overzichtelijk: vader, dochter Carol en zoon Kid, die vaak vergezeld is van een naamloos vriendje.  Vader is een brave, wat saaie man. Hij leest de krant, gaat met de tent op vakantie, heeft een uitgebreide verzameling dassen en doet niemand kwaad. Carol is een meisje dat het goed doet op school en zoet met haar poppen speelt.  

Maar Kid is anders. In ieder geval in zijn hoofd. Zijn fantasie slaat vaak op hol en dan is een kleine aanleiding genoeg voor de wildste verzinsels. Die kunnen gewelddadig en morbide zijn. Vaak ook gaan ze over ruimtewezens en monsters. Dat komt waarschijnlijk mede doordat Kid een fervent gamer is. 

Game over

We kennen de familie uit de strip Kid Paddle, waarvan nu deel 19 verschenen is: Love, Death and Roblorks. Ook in dit deel wordt flink gegamed: het vijfde deel van de gags behelst een computerspel, dat altijd eindigt met 'Game Over'. Altijd faalt de missie en vaak vindt de hoofdpersoon (of het meisje dat hij moet redden) binnen het spel de dood. 

Deze games hebben geleid tot een spin-off: Game over. In die strips zit de hoofdpersoon de hele tijd in het spel. In Kid Paddle zie je op het laatste plaatje altijd Kid achter de spelcomputer. Dat is eigenlijk niet het juiste woord, maar ik weet niet hoe je de machines in een speelhal noemt waarop je de spellen kunt spelen. Aan het eind stap je dus weer vanuit de game de werkelijkheid in. 

Dat is een structuur die ook voorkomt bij de fantasieën: soms staat in het begin van de gag wat de aanleiding is van de fantasie, maar soms ook niet en val je als lezer er meteen in. Pas aan het eind kom je er dan achter dat het niet de werkelijkheid maar de verbeelding betreft. 

Het lijkt erop dat de werkelijkheid domweg te saai is voor Kid. Hij moet zichzelf voeden met fantasieën en dat doet hij vaak samen met zijn vriendje die een gigantische bril draagt. Dat moet wellicht het nerdachtige benadrukken. Kid en zijn vriendje voelen elkaar goed aan en stimuleren elkaar. 

De fantasieën starten soms bij vader die een zijn kinderen een weetje overbrengt: dat kakkerlakken nog een week zonder hoofd kunnen leven of dat je een avocado het best kunt laten rijpen door er een banaan naast te leggen. Kid heeft maar weinig nodig om zijn verbeelding op gang te brengen. 

Escapisme

Zowel de games als de fantasieën zijn een vorm van escapisme: even ontsnappen aan de werkelijkheid die te weinig uitdaging biedt. Binnen de games en de fantasieën mag het gruwelijk en onveilig zijn, omdat je weet dat je toch weer in de veilige werkelijkheid terechtkomt. Hetzelfde geldt voor de jonge striplezer: binnen de strip mogen er verschrikkelijke dingen gebeuren, omdat je weet dat je veilig op de bank zit. Zo kun je een avontuurlijk leven leiden, zonder van je plaats te komen. 

Dan moeten de verhaaltjes natuurlijk wel boeiend zijn, maar daarover hoeven we bij Kid Paddle niet in te zitten. De grillige, vaak bizarre fantasie van het jongetje kan je elke keer weer verrassen. 

Midam (Michel Ledent) is de schepper van Kid Paddle en zijn wereld. De stijl herken je meteen. Alle personages hebben een groot hoofd en grote handen en voeten, nek, armen en benen zijn juist dun. Alle personages hebben een enorme overbeet. Het karikaturale maakt ze al bij voorbaat grappig, maar het wordt ook effectief ingezet: gezichtsuitdrukkingen (boos, verbouwereerd, blij, geschrokken) zijn altijd duidelijk. 

Bekende kaders steeds verrassend ingevuld

Je zou kunnen zeggen dat dit negentiende album meer van hetzelfde is. Dat lijkt me geen bezwaar. Het is juist de kunst om binnen een bepaalde setting steeds weer iets nieuws te bedenken. Hoe vaak heeft bijvoorbeeld De Generaal niet tevergeefs een greep naar de macht gedaan? Net als Grootvizier Iznogoedh, overigens. En hoeveel klussen hebben Buurman en Buurman al niet uitgevoerd. 

Dat Kid Paddle net zo verslavend is als een computerspelletje zal ik niet zeggen. Maar elk album lees ik weer met plezier. Je weet dat het grappig is, dat het over monsters en ruimtewezens gaat, dat de fantasieën bizar zijn. Maar binnen het kader van het bekende is het altijd weer verrassend. 

Als je het album (bijna) uit hebt, is er nog een toetje: twee bladzijden met schetsen. Altijd leuk. 

Kid Paddle 19 - Love, Death and Robloks. 
Scenario: Midam, Patelin en Gof
Tekeningen: Midam en Dairin
Inkleuring: Angėle
Vertaling: The house of BOOM!
Uitgever: Dupuis
2023, € 8,50; 48 blz. (softcover)

Eerder schreef ik over:

Game Over 10                                                                                                                                                   

donderdag 14 december 2023

Guust: Flater slaat weer toe! (Delaf)

Guust Flater is een van mijn jeugdliefdes. Ik kende de strip uit Sjors. Daarin verscheen de kantoorbediende na de make-over van 1969. Misschien had hij daar al een hele pagina. Bij de vroegere afleveringen had de schepper, André Franquin, maar een halve pagina tot zijn beschikking. 

Guust was de eerste serie waar ik albums van kocht. Ik stapte in bij deel R3, Flagrante flappende flaters. Ik moet toen al wat meer zakgeld tot mijn beschikking gehad hebben, dus het zal na 1975 zijn geweest, het jaar dat ik verhuisde naar een internaat en mijn wekelijks te besteden bedrag ineens verhoogd werd van ƒ 1,25 naar ƒ 7,50. Behalve aan Guust gaf ik mijn geld ook uit aan delen van de reeks Olivier Blunder. 

In de loop der jaren kocht ik alle delen, maar ik raakte er ook weer kwijt, vooral doordat ik ze meenam naar school, waar er wel eens leerling was die er eentje achterover drukte. 

Nummering

De nummering van de reeks is moeilijk te doorgronden. Deel 1 tot en met 4 hadden een R. Het zijn de strips van een halve pagina. Daarna ging het verder met deel 6. Deel 5 bestond niet. Na een aantal jaren verscheen er een piratendrukje in oblong formaat dat zich R5 noemde, maar die behoorde niet tot de officiële reeks. Ik heb het maar kort in mijn bezit gehad. Toen had een van mijn leerlingen hem al mee naar huis gesmokkeld. 

Er is later wel een deel 5 verschenen, net als een deel 0. De reeks telde uiteindelijk zestien delen (deel 0 tot en met 15) en later nog een zestiende deel, dat een onuitgegeven materiaal uit de beginjaren van Guust bevatte. 

In 2009, bij de veertigste verjaardag van Guust, werden de albums opnieuw uitgegeven, met een nummering die begint bij 1. Uiteindelijk zijn dat twintig albums geworden. Ze staan allemaal afgebeeld in het nieuwe, net verschenen deel, zonder nummer: Flater slaat weer toe!

Franquin

De meester zelf, André Franquin, overleed in 1997. Hij tekende de reeks Ton en Tineke (ook wel gespeld als Tinneke), een aantal delen van Robbedoes en de albums Zwartkijken, doortrokken van somberheid en zwartgalligheid, maar wel van hoog niveau, zoals eigenlijk al zijn werk. 

Het heeft lang geduurd voordat er weer een album over Guust gepubliceerd kon worden. De erven gaven daartoe aanvankelijk geen toestemming. Albums over het bijfiguurtje de marsupilami zijn er wel verschenen. 

Maar nu is er dus Flater slaat weer toe!, getekend door Delaf, die ook Mooie navels op zijn naam heeft staan. Zowel het scenario als de tekeningen zijn van zijn hand. 


Alsof de tijd heeft stilgestaan

Inhoudelijk pakt Delaf de draad weer op bij vroeger. Guust komt terug op kantoor, terwijl de tijd stilgestaan lijkt te hebben: geen smartphones of computers, maar telefoons met een draaischijf en typemachines. Ik was meteen weer terug bij de sfeer van vroeger. 

Alle bekende figuren zijn er: Pruimpit, Kwabbernoot, de tekenaar Krasser, juffrouw Jannie, meneer Demesmaeker (die maar nooit de kans krijgt om de contracten te ondertekenen) agent Vondelaar en Joost van de overkant. 

Guust heeft ook al zijn attributen weer: zijn bowlingbal, de flaterfoon, zijn scheikundedoos en zijn huisdieren, de kokmeeuw en de kat. 

In de vroegere delen is Guust vaak moe en verder is hij vaak aan het experimenteren. Die experimenten zijn er weer volop, met dezelfde desastreuze uitwerkingen. Het landerige, dat sommige Guustverhalen vroeger ook wel hadden, is afwezig. Een kleine adempauze hier en daar zou misschien toch wel prettig geweest zijn. 

Goed werk

Maar laat ik niet klagen, want Delaf heeft zijn werk uitstekend gedaan. Zijn Guust lijkt erg op die van Franquin, al zijn de nieuwe tekeningen net iets 'schoner', voor mijn gevoel, wat overigens geen kritiek is. Er zijn inhoudelijk veel mooie vondsten, vooral op het gebied van de uitvindingen. Een enkele keer is de clou net iets minder, als op het laatste plaatje verteld wordt dat iets een slecht idee is, maar ook dan is er op de betreffende pagina genoeg te beleven. 

Aan het eind waagt Delaf zich ook een langer verhaal, maar ook dan is er aan het eind van elke bladzijde wel een soort clou. Dat laatste verhaal is wel een waagstuk. Het gaat over zoekgeraakte tekeningen van Franquin en over een jonge tekenaar die maar niet aan de bak komt. Aan de ene kant is het een ode aan de grote meester en aan de andere kant een knipoog naar het eigen werk van Delaf. Ook afgezien daarvan blijft het een goed verhaal. Knap gedaan. 

In zijn latere albums ondertekende Franquin zijn strips met een cartoonachtige handtekening, die weer verwees naar het verhaal. Dat heeft Delaf nagelaten. Misschien is dat een vorm van respect: onderscheid moet er zijn. 

Ik had wel enige scepsis tegenover een nieuwe Guust, maar ik had een voorproefje gehad in Eppo, zodat ik al kon zien wat Delaf kan. Wat mij betreft heeft hij er een volwaardig album van gemaakt, dat uitstekend een plaats in de reeks kan innemen. Wie weet wat er nog allemaal in het vat zit. 

Reeks: Guust
Deel: Flater slaat weer toe!
Tekst en tekeningen: Delaf
Uitgeverij: Dupuis
48 blz. € 9,99 (softcover)