maandag 8 augustus 2022

De zaak-Marietje Kessels (Liselotte van Leest)

 


Op dinsdag 21 augustus 1900 verdween de elfjarige Marietje Kessels. Ze woonde in Tilburg, was dochter van een fabrikant van muziekinstrumenten en ging nog even naar haar muziekleraar, bij wie ze nooit aankwam. Er werd men man en macht naar haar gezocht, maar het duurde toch nog een paar dagen voordat haar lichaam werd teruggevonden. In de kerk. 

De zaak is meer dan honderd jaar oud. Nooit is duidelijk geworden wie de moordenaar (en verkrachter) van Marietje is geweest. Liselotte van Leest zette alles op een rijtje en deed, met hulp van deskundigen, nader onderzoek. Dat is te lezen in De zaak-Martietje Kessels, dat leest als een roman. 

Van Leest is niet de eerste die zich op deze cold case stort. In 1988 publiceerde Ed Schilders Moordhoek. De reconstructie van de moord op Marietje Kessels in een katholieke kerk. Hij spoorde als eerste het dossier van de advocaat en de hoofdverdachte op en hij bekeek het dagboek van Marietjes vader. Maar hij had niet het strafdossier van justitie tot zijn beschikking. 

Helder en spannend

Van Leest presenteert haar bevindingen helder in het boek. Na het voorwoord en de proloog volgen drie delen: I De verdwijning, II Het justitieel onderzoek, III De zitting en IV Het onderzoek naar een honderdtwintig jaar oude moordzaak. Deel I en III zijn strikt chronologisch, waardoor je als lezer niet meer informatie hebt dan de mensen op dat moment. Dat maakt het spannend: ontwikkelt ideeën over wat er gebeurd is, maar pas later zal al dan niet duidelijk worden of die kloppen. 

Er komen veel getuigenissen voor en die kloppen lang niet altijd met elkaar, waardoor de feiten niet in alle gevallen duidelijk zijn. Van Leest helpt ons er zicht op te houden door het aan te geven als een getuigenis niet overeenkomt met wat we al weten of denken te weten.
 

Verdachten

Er zijn verschillende verdachten. Al gauw wordt de schilder August Mutsaers opgepakt. Hij was bij de kerk aan het werk. Maar de koster, Johan van Isterdael, is misschien wel veel verdachter. Kloppen zijn verhalen wel? En dan hebben we nog de pastoor, George van Zinnicq Bergmann en de kapelaans, Berkvens en Völker, die ook gemakkelijk toegang hadden tot het kerkgebouw en daardoor in de gelegenheid zijn geweest. 

Tijdens het lezen van het boek waan je je terug in 1900. Tilburg is dan, volgens Van Leest, de grootste stad in Noord-Brabant, maar de wijk waarin de kerk staat, heeft iets weg van een dorp, dat je in de loop van het boek een beetje leert kennen. De beeldende beschrijvingen van Van Leest helpen daarbij. Omtrent de feiten is ze heel strikt geweest, maar bij de inkleuring, bij het maken van het verhaal, heeft ze wel dingen ingevuld met haar fantasie. Dat maakt het boek lekkerder om te lezen. De personen leven en je krijgt zicht op hun leefomgeving. Een fotokatern van personen en van gebouwen in de buurt zou in dit geval ook zeker gepast zijn, maar dat ontbreekt. 

En passant krijg je weetjes mee, over bijvoorbeeld de gezondheidszorg in die tijd. Cholera was van tijd tot tijd een groot probleem. Nu weten we dat besmet drinkwater hierbij een cruciale rol speelt. Kinderen die borstvoeding krijgen, hebben daarom geen last van deze ziekte. Maar borstvoeding geven stond juist in een slecht daglicht. De kinderen moesten zo snel mogelijk van de borst, zodat de moeder weer klaar was voor een nieuwe zwangerschap. 

Kritiek op aanpak van de zaak

In de opsporing van het lichaam en het bepalen van de dader zijn rare fouten gemaakt. Hier en daar is echt wel wat blijven liggen. De kapelaans zijn bijvoorbeeld nooit serieus verhoord. Maar de elkaar tegensprekende getuigenissen maakten het de speurders ook niet altijd makkelijk. Het blijkt maar weer eens hoe lastig het is om te bepalen of een ooggetuigenverslag betrouwbaar is. 

De kerk had een onaantastbare status en het was niet de bedoeling dat die in het gedrang kwam. Er is wel degelijk, op hoog niveau, moeite gedaan om de kerk buiten schot te houden. Daarop geeft Van Leest expliciet kritiek. 

Manier van schrijven

De moord op Marietje Kessels is een droevige gebeurtenis, maar doordat er al zoveel tijd verstreken is, was ik tijdens het lezen vooral gespitst op de mogelijke dader. De manier waarop Van Leest schrijft, voerde mij moeiteloos door het boek. 

Van tijd tot tijd is er ook wel degelijk iets te lachen. Een enkel voorbeeld: Op de derde dag van het proces wordt Mie Panhuijsen gehoord, eigenaresse van een bierhuis tegenover de kerk. Van Leest beschrijft haar als volgt:
Ze had uitgepakt voor de gelegenheid: haar haren waren keurig opgestoken in een pompadour en haar volle lichaam, dat al een compleet elftal inclusief wissels aan kinderen had gebaard, ging schuil onder een hoogsluitende, zwarte japon en een bijpassend kort jasje met pofmouwen. 
Dan heb je me wel. Ook als de vader wordt beschreven 'met een gezicht zo bleek als een graflelie.' Het is altijd prettig als je merkt dat de auteur aandacht heeft besteed aan de stijl, zonder dat het aandachttrekkerig wordt. 

Natuurlijk zijn er wel details waar ik mijn vraagtekens bij heb, bijvoorbeeld als Van Leest vertelt dat er een kalf geveild wordt of dat dode varkens aan hun aarseinde hangen, maar het zijn details. 

Inzicht in de tijd van toen

De zaak-Marietje Kessels is een boeiend boek, dat inzicht geeft in de tijd van toen (1900), maar dat ook laat zien hoe justitie met gebrekkige middelen (DNA-onderzoek was natuurlijk nog niet mogelijk) een zaak moest oplossen. Er was zeker sprake van een tunnelvisie, waardoor de aandacht wel erg op de schilder kwam te liggen en minder op de geestelijken, al is er wel degelijk moeite gedaan om de zaak goed uit te zoeken, inclusief geluidsproeven: vanuit welk punt in de kerk is het geschreeuw van een meisje waar te horen?

In de epiloog laat Van Leest ook nog weten dat er een dun persoonlijk draadje was: haar overgrootmoeder was het beste vriendinnetje van Marietje Kessels. Ze vertelt ook hoe het de verschillende personen is vergaan in de periode na het proces. 

True crime is niet bepaald mijn lievelingsgenre, waarschijnlijk doordat het soms iets voyeuristisch heeft of doordat de makers de sensatie zoeken. Maar bij De zaak-Marietje Kessels heb ik zonder belemmering met heel veel interesse kunnen lezen. Een boek voor een vrij breed publiek, lijkt me. 


De zaak-Marietje Kessels. De onopgeloste kindermoord in de Tilburgse Noorhoekkerk. Uitgeverij Volt, Amsterdam/Antwerpen 2022

vrijdag 5 augustus 2022

De avonturen van Jacques Gipar integraal deel 1 en 2 (Thierry Dubois / Jean-Luc Delvaux)



Soms word ik wel heel duidelijk met de neus op de feiten gedrukt. Ik ben een liefhebber van strips, maar geen kenner. Nieuwsgierig bladerde ik daarom door de eerste twee delen van de integrale heruitgave van de strips over Jacques Gipar. Ik had nog nooit van hem gehoord. 

Zo'n integrale uitgave wil toch zeggen dat de reeks al enige faam heeft, maar dat was mij dus allemaal volledig ontgaan. De albums zien er werkelijk mooi uit: hardcover, stofomslag (met een afbeelding aan de binnenkant ervan), leeslint. Maar ik krijg als onwetende lezer wel erg weinig context. Per deel zijn drie albums opgenomen, waarvan de covertekeningen op de flap staan, maar zonder titel, zonder jaartal. Daar had ik wel wat meer over willen weten. 

Er wordt ook niet duidelijk gemaakt of de vertaling, door Ben van Nijnatten, van nu is, maar dat denk ik wel. De uitdrukking 'van het padje zijn' lijkt me nog niet zo oud. Ik neem aan dat de voetnoten (die vaak zeer verhelderend zijn) ook recent zijn. Wel wordt er bijvoorbeeld verwezen naar deel 4, terwijl het dan wel gaat over het vierde grote verhaal, dat is opgenomen in deel 2 van deze integrale uitgave. Mogelijk is er ook opnieuw ingekleurd, waarbij de inkleurster overigens op pagina 99 (van deel 1) opzichtig in de fout gegaan is door de Franse vlag verkeerd in te kleuren. 

Proloog

Maar nu naar de verhalen zelf. Het eerste, korte verhaal, Gedonder in Pouilly, is te lezen als een proloog. Jacques Gipar, journalist bij de krant France-Enquêtes, ontmoet hier Petit-Breton, een kaarter en valsspeler en helpt hem uit de penarie. In de volgende avonturen zal deze Petit-Breton steeds Gipars sidekick zijn. 

Het eerste grote verhaal, De Pinardiersbende gaat over een bende die tankwagens met goedkope wijn steelt en daarbij geweld niet schuwt. Natuurlijk wordt opgelost hoe het zit, maar het is zeker een spannend avontuur, dat goed in elkaar zit. Dat geldt overigens voor alle verhalen van scenarist Thierry Dubois. Hij weet uitstekend de spanning vast te houden. 

Dicht bij de misdaad

We leven met Gipar die als journalist de zaak onderzoekt. In veel verhalen komt hij dicht bij de misdaad en hij infiltreert zelfs in keer in een boevenbende. Dat betekent dat hij ook zelf gevaar loopt, zeker als hij in latere avonturen nog boeven uit vroegere verhalen tegen het lijf loopt. 

Over het algemeen is de politie redelijk scheutig met het geven van informatie, maar Gipar is soms ook zelf verdacht, juist doordat hij steeds in de buurt is als er wat verdachts gebeurt. Omdat de lezer niet meer informatie heeft dan Gipar, blijft hij met voldoende vragen zitten om het lezen gaande te houden. 

Door alle verhalen heen zijn er achtervolgingsscènes, met verschillende typen auto's. Met die auto's wordt over het algemeen niet zachtzinnig omgesprongen: ze belanden in het water, gaan over de kop, worden aangereden. In ieder geval zijn ze in allerlei posities te bewonderen. 

Jaren vijftig

Alle verhalen spelen zich af in het begin van de jaren vijftig van de twintigste eeuw. Aan het eind van elk verhaal is er een klein dossier, dat veel uitleg geeft over de Franse wegen van toen (die nu uitgegroeid zijn tot beroemde snelwegen) en over de auto's die in de verhalen voorkomen. De dossierteksten zijn helder en de historische foto's roepen de tijd van toen.

De tekeningen van Jean-Luc Delvaux zijn helder. Zowel tekenaar als scenarist geven op de flaptekst aan dat ze Tillieux bewonderen en de verhalen hebben ook wel iets weg van die van Guus Slim. Delvaux heeft een heldere manier van tekenen, die ervoor zorgt dat de tekeningen makkelijk 'lezen'. De auto's zijn met liefde getekend: passend binnen de stijl (dus licht karikaturaal) en toch realistisch. Een autokenner ben ik ook al niet, maar ik kan me voorstellen dat er voor autoliefhebbers heel wat te beleven valt in deze verhalen.  

Aangename kennismaking

De kennismaking met de verhalen over Jacques Gipar was zeer aangenaam. Aan de ene kant is er de historische setting, die consequent wordt volgehouden en die heerlijk de sfeer oproept van zeventig jaar geleden. Aan de andere kant hebben de verhalen een mooi hoog tempo, dat behoorlijk eigentijds aandoet. Gipar (met vaak wel een vrouw in de buurt) en Petit-Breton zijn personages met wie je graag meeleeft: ze hebben genoeg tegenslagen om het verhaal spannend te houden, terwijl je toch wel het vertrouwen hebt dat het allemaal goed afloopt. 

Silvester heeft er mooie boeken van gemaakt, die je graag in je kast hebt staan. Maar iets meer context bij de oorspronkelijke verhalen zou welkom geweest zijn. 

Reeks: De avonturen van Jacques Gipar 
Deel 1: De eerste avonturen
Deel 2: Avonturen met de Grand Large
Scenario: Thierry Dubois
Tekeningen: Jean-Luc Delvaux\
Inkleuring Béa Constant
Vertaling: Ben van Nijnatten
Uitgever: Silvester Strips
's-Hertogenbosch 2022, 144 blz. per deel, 39,95 euro per deel, samen 69,95 euro. 

Cover van deel 2. (Op de titelpagina komt 'Simca Aronde' niet voor.)

donderdag 4 augustus 2022

Hier komen wij vandaan (Leonieke Baerwaldt)

 


Het is ploeteren, als je je in het leven staande wilt houden. Dat demonstreren de personages in de roman Hier komen wij vandaan van Leonieke Baerwaldt. Alex is fabrieksarbeider die nog bij zijn moeder woont. Zijn eerste echte beslissing is het kopen van een aquarium, maar het houden van vissen is niet meteen een succes. Als het een beetje lijkt te lukken, wordt zijn hand verbrijzeld bij een bedrijfsongeval. Zijn verhaal wordt in korte fragmenten verteld, afgewisseld met twee andere verhalen. 

Om te beginnen is er het verhaal van Loek en Brenda, die in een woonwagen wonen. Eigenlijk zou er een huis gebouwd worden op het perceel waarop die staat, maar dat schiet nog niet zo erg op. Het zijn beschadigde mensen: Loek is misbruikt door zijn vader en Brenda heeft een verslavings- en prostitutieverleden. 

En dan is er nog Miriam met haar elfjarige dochter Ondine. Bij die naam moet ik toch even aan De Kapellekensbaan denken. Ze hebben vaak maar tijdelijk onderdak en moeten dan weer verder trekken. Ondine heeft geen haar en een wat grijzige huid. Er is iets visachtigs aan haar. Het onzekere bestaan van moeder en kind roept overigens ook herinneringen op aan een ander boek: Ruimte van Walter van den Berg. En zo'n visachtige dochter doet denken aan Lampje.

De kleine zeemeermin

Daartussendoor speelt het verhaal van De kleine zeemeermin (dat ik alleen maar in de Disneyversie ken) en 'Van de visser en zijn vrouw', een sprookje van Grimm.

Water en vissen spelen een rol in elk verhaal. Loek gaat bijvoorbeeld vaak vissen en Alex heeft zijn aquariums. Ook de titel verwijst ernaar. Miriam zegt het tegen haar dochter en daarbij doelt ze op het water. Evolutionair gezien komen we allemaal uit het water. 

De verhalen lijken aanvankelijk los van elkaar te staan, maar ze raken steeds meer vervlochten. De verhalen van Alex en van Miriam en Ondine gaan samenlopen en je ze hebben ook een verband met dat van Loek en Brenda, al is er ook nog een mogelijkheid dat Loek en Brenda personages zijn in een verhaal dat Miriam vertelt. Strikt genomen zijn alle personen personages, in de roman die we lezen, maar ook binnen dat verhaal dringt de fictie soms de werkelijkheid binnen. 

Er niet bij horen

Dat is mooi gedaan door Leonieke Baerwaldt, vooral ook omdat het weefsel niet tot het laatste draadje is afgehecht, maar er is een zekere ruimte, waarbij we zelf draadjes moeten verbinden. Maar we kunnen dat ook nalaten. Misschien horen we er als lezer wel niet helemaal bij, zoals de personages nooit helemaal bij de rest van de wereld horen. Ze zoeken iemand om zich aan vast te houden, ze proberen niet alle grip kwijt te raken, maar dat is nauwelijks te doen. Net als de kleine zeemeermin willen ze een ander leven, maar dat leven kost ook iets en de vraag is of die prijs niet te hoog is. 

Je hebt als lezer compassie met de personen, voor wie je niets kunt doen. Je ziet hoe ze struikelend hun weg zoeken, hoe het allemaal net niet lukt. Of misschien toch wel, maar niet op de manier die je verwacht of gehoopt had. Het enige wat uiteindelijk blijft zijn de verhalen. En het water waar we vandaan komen en waar we naar verlangen, als vissen op het droge. 

maandag 25 juli 2022

Biblio + Picto (Joost Swarte)



Over Joost Swarte hoeven we eigenlijk niets meer te zeggen. Of: over Joost Swarte kun je blijven praten. De grootmeester van de klare lijn, maker van prachtige tekeningen, posters, illustraties van boeken, ontwerpen voor glas-in-loodramen, postzegels en pictogrammen. En veel meer, neem ik aan. Altijd direct herkenbaar, altijd goed. 

Bij uitgeverij Scratch is er een mooi boek uitgekomen: Biblio + Picto. Voor in het boek wordt uitgelegd wat we aantreffen:

In deze uitgave ligt het accent op het boek, als object, als levend wezen, en ook als drager van ideeën, die het boek zijn toevertrouwd. 

Aanvullend zie we pictogrammen en silhouetten, bescheiden, betekenisvolle vignetten. Beeldtaal in essentie, ergens tussen een tekening en het alfabet. 

Boekenkast

Het boek opent met 'De boekenkast', acht pagina's met omslagen van boeken waarin Swarte een groot aandeel heeft gehad. De ordening van de boeken (niet alfabetisch, niet chronologisch) is me niet helemaal duidelijk. Bovendien staat er af en toe een losse prent tussen. Altijd mooi, maar de context is me niet helder. 

Hier had ik graag wat meer toelichting gewild en de afbeeldingen hadden van mij ook best wat groter gemogen. Het is speelser dan een geïllustreerde literatuurlijst, maar ik mis die lijst toch. 

De twee delen ('Biblio', 'Picto') worden geopend door een inleiding, van respectievelijk Yasco Horsman en Patrick Gaumer. Best interessant, maar soms wordt er iets verteld over tekeningen die verderop in het boek staan en dan blader ik toch niet door, merk ik. 

Belangrijker zijn de tekeningen en de pictogrammen zelf, altijd met bronvermelding en soms met een korte toelichting. Dat in bescheiden grijs: duidelijk genoeg en toch vooral ruimte gevend aan de tekeningen zelf. 

Pictogrammen

De pictogrammen zijn gedrukt op een ondergrond met een grijsje erin, een goed werkende blauwe letter en boven aan elke pagina twee blauwe cirkeltjes, alsof het gaatjes zijn. Ook de inleiding bij het tweede deel heeft de blauwe letter. Het ziet er werkelijk beeldschoon uit. 

Uit alles blijkt de zorgvuldigheid waarmee het boek is uitgegeven. Op de achterkant loopt de tekst bijvoorbeeld schuin omhoog, parallel aan de richting van de kubussen die staan afgebeeld. Het zijn misschien maar kleinigheden, maar die maken voor mij het boek wel net af. 

Het bekijken van de tekeningen van Swarte geeft uren plezier. Technisch goed, strak getekend en tegelijkertijd wild fantasievol, alsof de stijl de inhoud in bedwang houdt. Heel vaak humoristisch en overal zie je dus boeken. Veel personificaties en metamorfoses en altijd ga je er moeiteloos in mee. 

Hoe langer je naar de tekeningen kijkt, hoe meer je onder de indruk raakt van het knappe ervan: het evenwicht, de helderheid, de inkleuring, het inhoudelijke commentaar. 

Het is mooi dat Biblio + Picto er is, als een deelbibliografie van het werk van Swarte. Hopelijk volgen er nog meer van dit soort delen. Dit geeft een mooi overzicht van het werk en het is tegelijkertijd een expositie ervan. Een boek dat je, frustrerend genoeg en gelukkig maar, nooit uit hebt. 

Joost Swarte, Biblio + Picto. Uitg. Scratch, 112 blz. 30,00 euro (hardcover)

Eerder schreef ik over:
Mene Tekel (Nescio)
Kop en staart (Catherine Lewis)



vrijdag 22 juli 2022

Kinderen van een dode keeper (Alain Teister)


Hij heette Jacob Marinus (Jacques) Boersma, maar schreef onder de naam Alain Teister en eigenlijk weet ik niets over hem. Wikipedia noemt zijn jaartallen (1932 - 1979), zijn boeken en het feit dat het Centraal Museum in Utrecht ooit een installatie van hem kocht. Het lijstje boeken bevat negen titels: enkele romans, enkele toneelstukken, wat poëzie en Kinderen van een dode keeper (1972) zonder aanduiding van het genre. 

Het is maar een bescheiden boekje (124 bladzijden) en het bevat brieven. Die brieven hebben wel wat met elkaar te maken, er komen personages terug, maar je kunt ze zeker als losse brieven lezen. Ze gaan zoals brieven gaan: je vertelt wat, er valt je wat in en je komt op een zijpad, om pas veel later bij je hoofdverhaal terug te keren. Teister hanteert een vrij losse vorm, die prettig aandoet. 

Broeierig

Niet alle brieven zijn mij scherp bijgebleven. Het best misschien nog 'Een hoopvolle cursus' (Teister schrijft de titels overigens zonder hoofdletter). Het is een brief aan een 'onhandige vriend', waarin die een cursus versieren krijgt. Intussen vertelt de briefschrijver het verhaal van het nog jonge meisje Janice dat logeert bij oom en tante. Tante vraagt: 'Je hebt je toch niet aan de kleine vergrepen?' Daar wordt niet direct antwoord op gegeven, maar er hangt wel een Lolita-achtige broeierigheid in het verhaal, die het zowel iets spannends als ongemakkelijks geeft. Intussen blijft de briefschrijver vrij luchtig, zodat er tegelijkertijd gedaan wordt alsof er niets aan de hand is. Het lijkt me het beste verhaal uit de bundel.

In 'Een vakantieganger' schrijft de ik aan zijn vader en moeder, die waarschijnlijk allerlei schandelijke dingen over hem gehoord hebben, die voor een deel waarschijnlijk ook waar zijn. Aardig verhaal. Dat geldt ook voor 'Bericht uit Utrecht, 16-5-71, waarin ook een zoon aan zijn ouders schrijft. 'Een beschermde jeugd is des schrijvers tinmijn', schrijft hij. En ook: 'Wie lacht niet die de brief beziet.'

De laatste der Amerikanen

Een ander aardig verhaal is 'De laatste der Amerikanen', over Doreen. Het zat de briefschrijver vroeger al niet mee wat betreft de liefde:

Op school zat je zes banken verder. In onze straat woonde je schuin aan de overkant. Je zat in de tram die ik net niet meer haalde. Je werd van het feestje gehaald door je vader, net op de tijd dat ik aankwam want ik was een jaar ouder, of jonger, je liep aan de andere kant van de gracht, altijd, je stond naar me te wuiven op jullie balkon en ik zwaaide terug en ik keek en het was voor de jongen naast ons, je zat op een fiets en ik reed al een hele tijd achter je, en toen ik je in wou halen en zeggen ga mee, wil je een ijsje, toen reed er ineens een vriendinnetje naast je. 

De titel van het hele boek verwijst naar een scène die je wel bijblijft. Een voetbalwedstrijd op Ibiza, op een onooglijk veld. Zes jongetjes in zwarte pakjes verschijnen op het veld en leggen zes boeketjes in het doel. Ze zijn kinderen van een dode keeper. Van de rest van het verhaal heb ik niets onthouden. 

Achteloosheid

Ik heb Kinderen van een dode keeper gelezen omdat ik nooit eerder iets van Alain Teister las. Het bevat aardige verhalen en er zit een aangename achteloosheid in de manier van vertellen, maar ik zal niet meteen op zoek gaan naar nog meer werk van Teister. 

Teister overleed in 1979, net 47 jaar oud, aan een leveraandoening. Als schrijver lijkt hij me zo onderhand vergeten. Wat er nog rest van zijn beeldend werk, weet ik niet. 

dinsdag 19 juli 2022

Het valkenjong (L'Hermenier / Dupré)


Elk goed album heeft iets dat je meteen aanspreekt en dat is waarschijnlijk ook wat je na lezing bijblijft. In Het valkenjong is dat hoe een jongen een jonge valk opvoedt en hoe die twee steeds meer bij elkaar gaan horen. Ik moest sterk denken aan de roman Vriend van verdienste (1985) van Thomas Rosenboom, waarin een jongen een kraai temt, en aan De H is van havik van Helen Macdonald, dat ik nooit gelezen heb, maar dat ook over het africhten van een roofvogel gaat. Het valkenjong is overigens ook gebaseerd op een roman: van Jean-Côme Noguès.

Het verhaal speelt zich af in de middeleeuwen. Martin gaat kijken bij een valkennest, waarbij er een jonge valk uit het nest valt. Hij laat hem niet aan zijn lot over, maar neemt hem mee en voedt hem op. Hij wil dat de valk niet zo wordt als de valken van de valkenier van heer Guilhem. Dat zijn moordenaars, die worden afgericht om te doden. 

Maar een dorpeling mag geen valk in zijn bezit hebben. Martin valt in handen van de valkenier, die hem zijn valk ontneemt en Martin opsluit. Die ontsnapt en dan volgt er een verhaal van misverstanden, waarin Martin en passant het kasteel redt, maar wel meent dat hij op de vlucht moet blijven. 

Plotwending

Aan het eind is er een mooie dramatische plotwending. Zwaar aangezet, maar ook verrassend. Achteraf zie je hoe de scenarist, Maxe L'Hermenier, de wending al zorgvuldig heeft voorbereid. Het verhaal zit stevig in elkaar. 

Het perspectief ligt, op enkele scènes na, bij Martin. Met hem leef je mee, waarbij hij een soort held is, al is hij ook een kwetsbare held. Je wilt graag dat hij zijn valk weer terugkrijgt en dat dan alles goedkomt. Intussen beweeg je je als lezer in de wereld van de middeleeuwen: standsverschillen, plaatselijke oorlogen, het harde leven op het platteland. Aan het hof lijkt het leven iets minder gecompliceerd, maar heer Guilhem heeft zijn eigen besognes. Hij is verliefd en hij wil ook een ander soort vorst zijn dan gebruikelijk is. Qua mentaliteit staat hij dichter bij de lezer van nu dan bijvoorbeeld de valkenier. 

Tekeningen

De tekeningen, van Steven Dupré, helpen heel erg mee om de lezer mee te nemen. Al op de eerste pagina zoomt de camera in van een vogelperspectief, waarbij we de hele streek zien, naar heel dichtbij Martin, die net wakker wordt. Daarna nemen we iets meer afstand en kijken we op hem neer vanaf de zolder. Dat geeft afwisseling, maar ook binding met de hoofdpersoon. 

De manier van vertellen is bijzonder helder. Nooit hoeven we te zoeken op een tekening; meteen is duidelijk waar het op elke afbeelding om draait. Daardoor kun je bij het lezen aardig snelheid maken. Achteraf is het altijd prettig om nauwkeuriger naar de tekeningen te kijken. De setting (natuur, donkere kerker, ochtend, middag, nacht) is ook meteen duidelijk, door de inkleuring. Vooral bij de lucht (die nogal eens voorkomt als het over vliegende valken gaat) is fraai ingekleurd door Fran Gamboa

Omdat de hoofdpersoon nog maar een jongen is, zullen ook jongere lezers (die wel de harde middeleeuwen aan moeten kunnen) plezier kunnen beleven aan dit album, net als volwassenen. Dat betekent dat het album een vrij brede doelgroep kan bedienen. Mooi dat zoveel mensen zullen kunnen genieten van een goed verhaal, waarin er een hechte band is tussen mens en dier. 

Titel: Het valkenjong
Scenario: Maxe L'Hermenier
Tekeningen: Steven Dupré
Inkleuring: Fran Gamboa
Uitgever: L
z.pl. 2022; 48 blz. 9,95 euro (softcover)

zaterdag 16 juli 2022

Sla ons met medelijden (Peter van Beek)



Wie een orthodox-christelijke opvoeding heeft gehad, zal meteen denken aan Psalm 6 als hij de titel leest van de nieuwe roman van Peter van Beek:
O HEER, Gij zijt weldadig;
Straf mij niet ongenadig
In uwen toornegloed.
Ai, matig Uw kastijden;
Sla mij met medelijden, 
Gelijk een vader doet. 
Sla ons met medelijden is de titel van de roman. In de Psalm gaat het over mildheid: een vader zal zijn kastijden matigen. Die straft immers niet ongenadig. Dat is nog maar de vraag, als we afgaan het boek van Van Beek. 

In het hervormde gezin waarin de ik-figuur opgroeit, zijn de ouders niet zachtzinnig. Vooral Tweede Broer moet het ontgelden. Hij is zelfs een keer door moeder van de trap geduwd. Maar de kinderen worden ouder en gaan steeds meer hun eigen gang. Over het slaan is er ook wel discussie. Dat is mishandeling, vindt Tweede Broer. Daar is vader het niet mee eens:
'Mishandeling is een verkeerd woord, het is juist góed handelen.' Pa stoot rook uit terwijl hij praat. 'Kastijding is juist liefdevol.'

Benauwend

Als je het allemaal bij elkaar optelt, komt het slaan misschien niet eens zo veel voor, maar de sfeer in het gezin is wel benauwend en de kinderen zijn vaak bang voor hun ouders. Moeder is bijvoorbeeld nogal poetserig en vindt al gauw dat kinderen het huis vervuilen. 

Het gezin is christelijk, maar er zijn in de familie gezinnen die het geloof zwaarder nemen. Als Nicht komt logeren, mag ze van Ma best haar kousen uittrekken, maar dat is ze niet gewend. Er zijn ook familieleden die een lichter geloof hebben. Als Neef overlijdt, gaat Tante ervan uit dat hij nu bij Jezus is. Pa onthoudt zich van commentaar, maar in de auto op weg naar huis wil hij zijn mening toch wel even kwijt:
Tante denkt er te gemakkelijk over. Lang niet alle kinderen gaan naar de hemel. Je moet eerst een nieuw hartje krijgen, want het oude is zondig. Alle mensen zijn in zonde ontvangen en geboren, geneigd tot alle kwaad en onnut tot enig goed. Als we niet bekeerd zijn, leven we in ellende, zonder verlossing. Dan zullen we na onze dood voor de rechterstoel van God moeten verschijnen en dan zegt hij: "Ga weg van Mij, Ik heb u nooit gekend." Daarom moet je iedere dag bidden dat de Heere je bekeert.

Van 1966 tot 1976

Sla ons met medelijden begint in 1966 en eindigt in 1976. Die ontwikkeling van het gezin is opgedeeld in drie tijdperken. Tussendoor krijgen we nog een deel 1945 - 1953, waarin we kort het verleden van Pa en Ma krijgen. Aan de ene kant geeft dat wel wat meer achtergrond, maar heel erg nodig was het misschien niet. We hadden ook uit de rest van de roman bijvoorbeeld al begrepen dat opa van vaders kant zich aangesloten had bij de NSB. Het kleine deeltje (maar zo'n pagina of vijftien) hangt er nu een beetje bij. 

Verder ontbreekt er een plot. De roman is vooral opgebouwd uit losse scènes, die samen een beeld geven van het gezin. Dat is eigenlijk ook het geval bij Dorsvloer vol confetti van Franca Treur, die met Hoor nu mijn stem een roman schreef die veel hechter gecomponeerd was. 

Zintuiglijk geschreven

Dat gebrek aan verhaal is wel een minpunt van Sla ons met medelijden. Het betekent ook dat het boek dikker of dunner had kunnen zijn; het houdt gewoon ergens op. Maar als je daaroverheen stapt, valt er nog wel genoeg te genieten. Van Beek is een zorgvuldig stilist en zijn beschrijvingen zijn zo, dat je je heel gemakkelijk kunt voorstellen wat er allemaal gebeurt. Niet alleen schrijft hij visueel, maar hij bedient ook de andere zintuigen. 

In het eerste hoofdstuk komt de ik-figuur in de slaapkamer waar de overleden Neef ligt:
In de slaapkamer ruikt het naar zeep. Ik zou voorover willen buigen om erachter te komen waar de geur precies vandaan komt. Zou Neef gewassen zijn? Of geurt tante naar de zeep die ma ook gebruikt om mij en de broers te wassen als we om de beurt in het lavet zitten? Ik mag altijd eerst, ik ben de oudste. Eerste en Tweede broer worden gewassen in mijn vuile water. Ma laat er vaak soda in oplossen. 'Om te weken.'
De associatie die de verteller hier heeft geeft meteen een mooi tijdsbeeld waarin nog weinig huizen een badkamer hadden waarin veel kinderen op zaterdag in de teil gewassen werden. 

Tijdsbeeld

Dat maakt het lezen van Sla ons met medelijden heel prettig: je kunt je goed voorstellen hoe het was om op te groeien in dit gezin, maar je wordt ook meegevoerd naar de jaren zestig en zeventig. Een enkele keer had ik mijn twijfels. Ik vermoed dat in de jaren zestig iemand nog niet een 'refo' genoemd kon worden. En als er verteld wordt dat Jezus niet op uiterlijkheden let, zal dat indertijd niet verwoord zijn als 'Hij is niet van de buitenkant.' Waarom bij de tweede naam ('des HeereN') de slot-n steeds een hoofdletter is, is mij niet duidelijk. 

Het zijn hobbeltjes tijdens het lezen, maar over het algemeen leest de roman gladjes weg. Je leeft mee met de ik-verteller, die vanaf het begin zijn twijfels heeft. Zo vraagt hij zich af of God de dood van Neef heeft gewild. Verderop in het verhaal, als hij meer omgang met meisjes heeft, drijft hij verder af van het gezin. Dat zie je ook bij enkele andere kinderen gebeuren. Hoe strak de ouders de teugels ook proberen te houden, uiteindelijk kunnen ze niet verhinderen dat de kinderen zich op hun eigen wijze ontwikkelen. 

Ook tussen vader en moeder gaat het niet altijd even gemakkelijk. Het gezin moet vaak verhuizen, vanwege het werk van vader, maar moeder heeft daar steeds meer moeite mee. Van Beek maakt goed duidelijk hoe het gezin langzaam desintegreert. We lezen het met mededogen. 

Peter van Beek, Sla ons met medelijden. Uitg. Ambilicious, Breda/Kalmthout 2022. 280 blz. 28,50 euro, gebonden.