donderdag 29 februari 2024

Michel Vaillant, De ziel van de racepiloot (Lapière, Dutreil)


Als kind las ik de albums van Michel Vaillant. Maar die kindertijd heb ik al heel lang achter de rug en in de tussentijd verloor ik de strip uit het oog. De personages herinner ik me nog goed. Michel Vaillant deugde, altijd. Zijn maat, Steve Warson, kon wel eens dwars en opvliegerig zijn, maar deugde eigenlijk ook. Je gunde ze dat ze wonnen. 

Buiten de strip om, zei de racerij mij niet zoveel. We hadden geen tv en als we die wel hadden gehad, had ik het waarschijnlijk toch niet op kunnen brengen om te gaan kijken naar racewagens die rondjes rijden. Dat is ook altijd zo gebleven. Nog steeds volg ik de Formule 1 niet. 

Maar de strip vond ik aardig. Dat zal met het wedstrijdelement te maken hebben: je wilt dat je helden winnen. En het verhaal leest ook lekker snel. De plaatjes met racewagens met alleen maar in grote letters Vroooaarr, Vrooaamm of Vrooaapp lezen ook lekker snel door. 

Wel vond ik dat de tekenaar geen vrouwengezichten kon tekenen. Dat waren eigenlijk altijd vrij mannelijke gezichten, alleen dan met lang haar. Dat vond ik ook van de enkele albums die ik las van Julie Wood. 

Jaren zestig

Als jongetje heb ik vooral de albums uit de jaren zestig gelezen, zoals De renbaan van de angst, Nr. 13 aan de start, De 8e man en De terugkeer van Steve Warson herinner ik me nog. Daar heb ik wel van genoten. Ik denk niet dat ik er oog voor had dat de schepper, Jean Graton, zich goed gedocumenteerd had. De racewagens klopten tot in de details, net als de circuits. En als in zijn verhaal een race voorkwam die werkelijk had plaatsgevonden (alleen zonder de Vaillants), dan kon je gerust nakijken of er niet te veel verzonnen was. 

Zoals gezegd, ik was het contact met de reeks helemaal kwijtgeraakt. Het was mij ontgaan dat er maar liefst zeventig delen zijn verschijnen, dat er een nieuwe serie was gestart en zelfs een tweede nieuwe. Maar nu heb ik deel 2 in handen van de serie Michel Vaillant legendes en dat is De ziel van de piloot. 

Monaco 1971

Ook in dit deel is er een race die werkelijk heeft plaatsgevonden: de GP van Monaco in 1971, die, net als in deze strip, gewonnen werd door Jackie Stewart, gevolgd door Ronnie Petterson, Jacky Ickx en Denny Hulme. De vijfde plaats werd niet bezet door Steve Warson, maar door Emerson Fittipaldi. 

Om deze race bouwde scenaris Denis Lapière zijn verhaal. Er zijn zorgen bij de familie Vaillant. Bij de vorige race zijn er motorproblemen geweest, die niet goed te verklaren zijn. Mijn slechte karakter deed me aan sabotage denken, maar die hint wordt in het begin van het verhaal niet gegeven. In Monaco moet de zaak in orde zijn. De testronden gelden als kwalificatie, dus het komt er meteen op aan. 

Naast de motorische problemen, heeft Steve Warson zo zijn eigen problemen. Hij moet zich bekommeren om een man met een schotwond en dat moet ook nog allemaal in het geheim gebeuren. Dat zorgt er wel voor dat het verhaal een extra lijn krijgt om het uit te tillen boven een simpel verslag van een race, maar voor mij had het allemaal ook iets onwaarschijnlijks. Ik vraag me af of het zoveel toevoegt aan het verhaal, behalve dan dat je benieuwd bent of Warson wel op tijd zal zijn om zich te kwalificeren en dan ook nog in slechte weersomstandigheden. 

Kijken in de ziel

Een andere lijn is die met de schrijfster Francine Seik die voor een reportage voor een tijdschrift aan Michel Vaillant gekoppeld is en die hem bevraagt over het waarom van het racen. Dat brengt een bezinnende lijn in het verhaal, die wel zinnig is, omdat die met het racen te maken heeft. De titel van het album verwijst naar deze verhaallijn. 

Zo zegt Michel dat racers geen waaghalzen zijn of dat ze buitengewone reflexen hebben. Rijtechniek kun je aanleren en het beheersen van snelheid ook. Maar je wagen begrijpen en zijn grenzen aanvoelen niet. Dat is volgens hem een aangeboren talent. Daar zal wel wat op af te dingen zijn, maar op zich vind ik het aardig dat een coureur gedwongen wordt te reflecteren op wat hij doet en zo een kijkje geeft in zijn ziel.

Wel vraag ik me af of zo'n gesprek zo vlak voor een race mogelijk is. Is de coureur zich niet heel erg op de race aan het focussen? Echt bezwaarlijk vond ik het niet en als lezer accepteerde ik het allemaal wel. 

Uiteindelijk is het een aardig verhaal, waarbij je toch vooral wilt weten hoe de race afloopt en of de motor van Vaillantwagens het zal houden. Wel moest ik wennen aan het gebruik van het woord 'piloot' voor 'coureur'. Dat zal wel iets Vlaams zijn. Volgens mij spreken we in Nederland alleen van een piloot als die een vliegtuig of helikopter bestuurt. Ook het gebruik van het woord 'laps' voor 'ronden' stoorde me licht, maar wellicht loop ik gewoon achter en is dat woord intussen al ingeburgerd. 

Tekeningen

De tekeningen van Vincent Dutreuil doen denken aan die van Jean Graton. Er zit een zekere hoekigheid in de personen. Hun haar blijft altijd hetzelfde zitten, armen zijn soms net te kort en het formaat van de handen klopt niet altijd. Op bladzijde 42, onderaan, is de linkerhand van Steve Warson bijvoorbeeld een stuk kleiner dan zijn rechter. Maar daarmee moet hij dan ook een kokertje vasthouden. 

Voor mijn gevoel is er wel meer detail aangebracht in de decors, vergeleken met de oude albums, maar zeker ben ik daar niet van. Over het algemeen zijn de tekeningen wel acceptabel. Ongetwijfeld zijn de auto's goed getekend, maar dat kan ik niet beoordelen. 

Na zoveel jaren weer eens een strip lezen van Michel Vaillant was eigenlijk wel heel aardig. Voor een deel heeft dat te maken met het opgewekte jeugdsentiment en zeker ook met mijn verwachtingen, die niet heel hoog waren. Maar je moet van zo'n racestrip ook niet te veel verwachten. Voor de fanaten die de Formule 1 volgen, is dit wellicht een belangrijke strip. Voor de rest van het publiek is het amusement. Als zodanig kan het er best mee door. 

Reeks: Michel Vaillant Legendes
Deel 2: De ziel van de racepiloot
Scenario: Denis Lapière
Tekeningen: Vincent Dutreuil
Inkleuring: Isabelle Charlie
Vertaling: James Vandermeersch
Uitgever: Graton
2023, 64 blz. € 9,95 (softcover)

woensdag 28 februari 2024

Gijs IJlander (1947 - 2024) overleden

Op 6 februari 2024 overleed de schrijver Gijs IJlander, wiens echte naam Gijs Hoetjes was. Ik heb enkele van zijn boeken gelezen en had er nog twee op de stapel liggen. 

In 1988 debuteerde IJlander met De kapper. In die tijd legde ik een archief aan van recensies in kranten en tijdschriften. Ik schreef het kaartje voor IJlander en noteerde de recensies die ik vond. Maar het boek las ik niet. 

Er verschenen aardig wat recensies en IJlander kreeg meteen twee prijzen: de Geertjan Lubberhuizenprijs en de Anton Wachterprijs. Je kunt je schrijversloopbaan slechter startte. 

In 1990 verscheen Een fabelachtig uiitzicht, waarin het vertelperspectief bijzonder is. Er wordt verteld vanuit een opgezette eekhoorn. 

Zwartwild (1992) vond ik een intrigerende titel. Ik overwoog het te gaan lezen, maar het kwam er niet van. Het gaat over een jager die een zwijn heeft geschoten. De drie eerste boeken hebben allemaal een duister kantje. Hoe dat eruitziet, moet ik nog ontdekken. 

De volgende romans van IJlander ontgingen me. In ieder geval besteedde ik er geen aandacht aan. Blijkbaar las ik toen andere boeken. Het zijn: De lichtval (1993), Vis voor iedereen (1995) en Twee harten op een schotel (1998). Voor dat laatste boek kreeg hij de F. Bordewijkprijs, voor De lichtval de Halewijn literatuurprijs van de stad Roermond. 

De aanstoot

Pas in 2000 las ik voor het eerst een boek van IJlander: De aanstoot. Dat gaat over een de herkomst van een schilderij van Picasso, waarop hij een naakt, Nederlands meisje afbeeldt. In de roman neemt Picasso zijn intrek in een huis in Koedijk. Ik weet nog dat een schipper een rol speelt en dat een postbode dood uit het water wordt gevist. De schilder, die Amigo genoemd wordt, wordt met wantrouwen bekeken. Ophef genoeg in het dorp. 

Ik ben ervan overtuigd dat ik over deze roman geschreven heb, maar misschien klopt dat helemaal niet. In Literom vind ik de recensie in ieder geval niet terug. Ik denk in ieder geval met plezier terug aan de roman, een goed verhaal, dat ook wel iets van een streekroman heeft. Ik was toen wel gewonnen voor het werk van IJlander. 

Maar IJlanders volgende boek, De nieuwe brug (2002) las ik toch niet en aanvankelijk ook ALVB (2005) niet. Op dit boek kom ik straks nog terug. 

Geen zee maar water (2008) sloeg ik over, maar onlangs zag ik het in een kringloop, samen met Zwartwild en toen aarzelde ik niet. Ik nam beide boeken mee, in de vaste overtuiging dat ik ze zou gaan lezen. Daar is het tot nu toe niet van gekomen, maar ze liggen leesklaar. 

Wildzang

Wel las ik Wildzang (2010). Ik recenseerde het boek voor Nederlands Dagblad (op 18 juni 2010). De hoofdpersoon, Bertus Berkhout, is een snelle jongen, die in de boerderij van zijn vader gaat wonen. Het boerenbedrijf stelt niet zo veel meer voor: vier schapen en een oude trekker. Eromheen rukt de de nieuwbouwwijk op en de gemeente wil het liefst dat Bertus de boerderij gaat verkopen. Maar Bertus voelt zich steeds meer thuis op de boerderij. 

Intussen heeft hij ook met problemen te kampen. Het gaat niet goed met zijn project met vakantiehuizen in Portugal en een moeder met twee kinderen kraakt op de boerderij het knechtenverblijf. 

Ik vond Wildzang een mooi boek. In 2016 plaatste ik de recensie uit het Nederlands Dagblad op mijn weblog. Meteen nadat ik Wildzang gelezen had, kocht ik ALVB en las dat ook. Ik weet nog dat ik het tijdens een vakantie las en dat mijn vriendin het ook las. Waarschijnlijk staat het nog in haar boekenkast. Misschien ook heeft ze een eigen exemplaar. 

Ook ALVB is een heerlijk leesboek. Het laat de neergang van een gyneacoloog zien, die zich inlaat met een dubieus kunstproject. Eigenlijk is het de neergang van een gezin. De onafwendbaarheid van die ondergang weet IJlander goed te schetsen. Je ziet het als lezer mis gaan, vindt dat het eigenlijk ook wel de schuld van de hoofdpersoon is, maar je kunt er niets aan doen. Daar gaat hij. 

Vergeef ons onze zwakheid

In 2014 verscheen IJlanders volgende roman, Vergeef ons onze zwakheid. Zonder aarzelen heb ik het gekocht. Ik besprak het hier. Ook hier gaat het over iemand die in de knel komt.  Het betreft de arts Sybrand Staring, om wie ophef ontstaat als hij iemand met een euthanasiewens helpt. Hij trekt zich terug op een Schots eiland, waar ook gedoe is: er zijn schapen doodgebeten, er spoelt een walvis aan. En het publiek komt erachter dat 'Dr. Death' zich er schuilhoudt. 

In alle boeken van IJlander werken mensen zich in de nesten of moeten ze zich verdedigen tegen de publieke opinie, die heel wat vermag. Tot nu toe heb ik al die boeken met plezier gelezen en, zoals gezegd, ik heb er nog twee klaarliggen op de stapel. 

De laatste tien jaar heeft IJlander geen roman meer gepubliceerd. De reden daarvoor is me onbekend. Hij schreef een oeuvre van degelijke romans bij elkaar. Wie ze nog niet gelezen heeft, kan dat nog altijd doen. Je doet er jezelf een plezier mee. 

Links naar recensies:

dinsdag 27 februari 2024

Ik kom hier nog op terug (Rob van Essen)

In De goede zoon schreef Rob van Essen over een hoofdpersoon die in verband met een getuigenbeschermingsprogramma iemand een ander verleden moest geven en hem daarvoor zijn eigen verleden gaf, maar dan de ideale versie. Zijn eigen fouten zijn daarmee niet gewist, maar er is een ander verhaal overheen geschreven. 

Zoiets komt ook voor in zijn nieuwe roman, Ik kom hier nog op terug. Vooraf wist ik dat het zou gaan over iemand die terug ging naar zijn eigen verleden. Daarbij moest ik sterk denken aan de roman Alles kantelt van Tomas Lieske, waarin de hoofdpersoon een jongetje ontmoet dat hijzelf is op jonge leeftijd. En aan Waar was je nou van K. Schippers, waarin een persoon af en toe verdwijnt in een foto en zo in het verleden terechtkomt. Verder komt er ook zoiets voor in Films die nergens draaien van Yorick Goldewijk. 

Ik had vernomen dat er een tijdmachine voorkomt in Ik kom hier nog op terug en daar had ik wel mijn bedenkingen bij. Dat vond ik nu juist het zwakke punt in Kruistocht in spijkerboek van Thea Beckman en bij Suske en Wiske accepteer ik de noodgreep wel, maar die neem ik dan ook niet helemaal serieus. 

Laat ik beginnen met te vertellen dat Rob van Essen me volledig heeft overtuigd. Niet alleen van de mogelijke tijdmachine, maar van alles. Wat een goed boek!

De man op de brug

De roman opent met een man wiens taak het is twee bruggen te verven. Daar doet hij zo lang over, dat hij weer opnieuw moet beginnen als hij klaar is. Hij heeft een korte ontmoeting met iemand die hij van vroeger kent en hij wordt een keer in verband gebracht met een zaak uit het verleden. Een geval van eigenrichting in Rijssen. 

Dat lezen we in het eerste deel, 'De man op de brug'. We zullen hem ook in het korte laatste deel weer tegenkomen. Het grootste deel van de roman bestaat uit het tweede deel, 'Vijf pogingen om mr. G.B.J. Hiltermann naar huis te brengen. 

De hoofdpersoon, Rob Hollander, was, in een tijd voordat hij bruggen schilderde, journalist. Een van zijn projecten was het opzoeken van de mensen die met hem filosofie gestudeerd hadden. Een van zijn oud-studiegenoten, Icks, woont in Los Angeles en nodigt hem uit. Icks blijkt over een tijdmachine te beschikken. Hij biedt Hollander vijf pogingen om een fout uit zijn verleden te herstellen. 

Hiltermann

Rob Hollander heeft het idee dat hij voor de gek gehouden wordt. Door zijn scepsis lukt het je om mee te gaan in het verhaal. Je bent immers net zo wantrouwig als Hollander is. Die kiest een op het oog niet zo belangrijke gebeurtenis uit zijn leven: hij heeft eens, in diens nadagen, mr. G.B.J. Hiltermann op een brug zien staan, in zijn ochtendjas. Hij leek wat verloren en Rob had hem gemakkelijk terug kunnen brengen naar huis, maar hij heeft het niet gedaan. Dat verzuim kan hij nu goedmaken. 

Daarvoor moet hij wel terug naar 13 november 1998. Door zijn dagboek weet Rob precies wanneer het was. Uit dat dagboek blijkt ook dat hij sommige dingen aanstipt, met de aantekening 'Ik kom hier nog op terug', wat hij vervolgens niet doet. Nu krijgt hij de kans om werkelijk terug te komen op iets uit zijn leven. 

Bij de vijfde poging blijkt hij echter niet uit te komen bij Hiltermann, maar in een andere tijd: 1987, de tijd dat hij filosofie studeerde. Hij ontmoet hier ook de oudere versies van een aantal studiegenoten uit die tijd, die dus rondlopen in dezelfde tijd als hun vroegere ik. Ze zouden die zelfs kunnen ontmoeten. 

Over wat er dan allemaal gebeurt, wil ik liever niet te veel vertellen, want er zijn spannende verwikkelingen en de uiteindelijke plot is prachtig. Daarbij komt het hele gedoe met de tijdmachine overigens weer op losse schroeven te staan. Van Essen heeft de touwtjes stevig in handen en krijgt ons precies waar hij wil. 

Verhalen

Rob Hollander is als journalist ook een maker van verhalen. Hij heeft die verhalen ook nodig. Er wordt al in het begin van het boek verteld hoe hij met een ander jongetje tegen de avond een bos in gaat. Hij heeft een verhaal gemaakt van wat er toen en vlak daarna gebeurd is. 'Hij is zelf een verhaal, vanaf het moment dat hij uit het bos kwam.'

Zijn kant van het verhaal is het verhaal. Eerder dan het te vertellen zou hij het willen veranderen, natuurlijk heeft hij het ongedaan willen maken, maar dat gaat niet, alleen in zijn hoofd, hoe zou het kunnen dat het nooit gebeurd zou zijn. Het zou in een van zijn boeken moeten staan. Het kan alleen zo: van elke dag dezelfde dag maken zodat er geen tijd verstrijkt, geen toekomst is, geen verleden en dus ook geen heden. 

Je kunt het verleden niet veranderen, maar in deze roman gebeurt het wel. Je kunt er wel een verhaal van maken, wat ook gebeurt in Ik kom hier nog op terug. 

Sinds die dag in het bos klopt de wereld van Rob Hollander niet meer, al leeft hij gewoon door. 'Als je wilt dat er iets klopt in de wereld, moet je het verzinnen,' zegt hij en dat heeft hij gedaan. Door er een verhaal van te maken, hoort hij er weer bij. 

Hollander is een observator. Hij kijkt ook naar zichzelf als hij weer verenigd is met zijn oud-studiegenoten en merkt hoe hij nadrukkelijk door zijn opmerkingen deel uit wil maken van de groep. 

Brug

Rob werkt op een brug. De brug verbindt twee zijden, maar hoort bij geen van beide. Je kunt de brug zien als de verbinding met het verleden en niet voor niets roept er geregeld iemand in het boek 'Take me to the bridge'. Ook mr. G.B.J. Hiltermann bevindt zich op een brug. 

Er is misschien ook wel een brug tussen het lagere en het hogere. Er zitten verwijzingen in de roman naar religie en op een gegeven moment wordt de vraag gesteld of Icks misschien God is. 

Dat is toch hoe goden werken? Die willen altijd iets van hun gelovigen, hun onderdanen. Die willen bewijzen van liefde en devotie, vertel mij wat. 

Worden de oud-stiudiegnoten gemanipuleerd door Icks? Of geeft hij hun een nieuwe kans? En hoe zit het met de brandende man die de berg afrent als Rob en zijn makker De Paus naar beneden rennen? Ze hadden zichzelf af kunnen vragen of hun hart niet brandende in hen was toen ze het zagen. 

Uiteindelijk snap je hoe het zit, waarom dit verhaal nodig was. En dan doet het er niet meer toe of een tijdmachine kan bestaan en of het allemaal zo gebeurd is. Wel zit Rob met zijn verleden waarin een fout al dan niet hersteld is. Alleen in een verhaal kan het goed aflopen. Maar niet alle verhalen kennen een vredige afloop. 

Vorig jaar zette ik Ik kom hier nog op terug boven aan het het lijstje met de beste boeken van 2023 die ik niet gelezen. Dat wil zeggen dat ik hoge verwachtingen had van het boek. Daarin ben ik niet beschaamd. Sterker nog, het boek heeft die verwachtingen overtroffen. In de eerste plaats is het een spannend boek, dat heel lekker leest. Verder zit het ingenieus in elkaar. Het is ook een ontroerend boek, over een jongetje dat met verhalen zijn leven leefbaar moet houden. 

Ongetwijfeld komt het terecht in het lijstje met de beste boeken die ik dit jaar las. Zal het de komende maanden nog overtroffen worden? In ieder geval was het een feest om het te lezen. 

Eerder schreef ik over

maandag 26 februari 2024

StripKookboek II (Leon Verhoeven)

Is er nog behoefte aan kookboeken, nu er zoveel sites zijn waar je in een handomdraai recepten kunt vinden? Blijkbaar wel, want ze verschijnen nog steeds. Dat is ook niet zo vreemd, want een kookboek biedt voordelen. Zo is het vaak makkelijker te raadplegen dan een een recept op een laptop die steeds in de slaapstand gaat. Verder staan sommige kookboeken mooi in je boekenkast en vooral: als je ze doorgenomen hebt, weet je dat je bepaalde recepten hebt en kun je ze altijd makkelijk weer vinden. Goed geslaagde recepten heb je zo altijd onder handbereik. 

In 2019 verscheen bij uitgeverij Personalia het StripKookboek, een kookboek, geïllustreerd door striptekenaars. De recepten waren van chef-kok Leon Verhoeven. Blijkbaar was dat een succes, want intussen is er een tweede deel.  Het is een mooie hardcover geworden, die gemakkelijk open blijft liggen als je aan het koken bent. De bladzijden zijn van glad papier, zodat ze niet gemakkelijk vies worden als je wat slordig kookt. 

In dit deel zijn alle illustraties van Belgische striptekenaars. Dat zijn er meer dan vijftig. Sommige tekenaars leverden twee tekeningen. Dat zijn Philippe Delzenne, Steve van Bael, Dirk Stallaert, Bruno Gilson en Kristof Berte. Hopelijk heb ik bij het tellen niet een tekenaar over het hoofd gezien. 

Dirk Van Der Auwera

Voorwerk

Het boek begint met een voorwoord van Helena Vandersteen (ja, dochter van) en een informatieve strip van Dirk Van Der Auwera over welk biertje je bij welk gerecht kunt drinken. Die pagina zal wel gesponsord zijn door het biermerk dat meer dan vijf keer genoemd wordt. 

Daarna krijgen we uitleg over monderen, het ontvellen van tomaten, door Kristof Berte (die met nog twee bijdragen vertegenwoordigd is) en het blancheren van groente door Jimmy Hostens. 

De gerechten zijn op een logische manier ingedeeld: voorgerechten, hoofdgerechten, nagerechten, bijgerechten en een uitsmijter. Elk hoofdstuk wordt geïntroduceerd met een paginagrote tekening. 

Bij elk gerecht krijgt de tekenaar ook een complete pagina. Sommige tekenaars gebruiken die voor een korte strip, de meeste leveren een grote tekening. De naam van elke tekenaar wordt duidelijk genoemd, waardoor dit StripKookboek meer is dan een geïllustreerd kookboek; de tekeningen hebben een volwaardige plaats. 

Luc Morjaeu

Recepten

Elk gerecht is op een vrij kleine foto afgebeeld. Er is een lijst met ingrediënten, die gemiddeld genomen gemakkelijk te verkrijgen zijn. De geschatte bereidingstijd wordt aangegeven en die varieert van een half uur of minder tot meer dan twee uur. Vooral het stoven van vlees vergt tijd. 

De bereidingswijze wordt puntsgewijs weergegeven, met voldoende witruimte tussen de stappen, waardoor de bladzijde overzichtelijk blijft en je gemakkelijk kunt zien waar je gebleven bent tijdens het koken. Bij de meeste recepten staat een variatietip en we krijgen ook weetjes. 

Die weetjes zijn ook leuk om apart te lezen. Zo wist ik niet dat je champignons even buiten in de zon kunt leggen en dat ze dan extra vitamine D opnemen, net zoals de menselijke huid. Dat de pinda geen noot maar een peulvrucht is en dat het bokbierseizoen elk jaar op 1 oktober geopend wordt, was mij ook onbekend. 

Soms is er een foutje in geslopen. Een van de weetjes begint met: 'Dit Italiaanse woord betekent zoveel als: 'verkruimeld brood'.' Maar het Italiaanse woord wordt niet genoemd. Dit is echt een uitzondering. De tekst is het hele boek door helder en er komen verder eigenlijk geen missertjes voor. 

Vegetarisch

Bij de gerechten staat in de inhoudsopgave welke gerechten vegetarisch zijn of vegetarisch gemaakt kunnen worden.  Dat zijn er vierentwintig, wat een behoorlijk aantal is, maar juist bij de hoofdgerechten zijn het er maar vijf van de tweeëndertig. Dat is magertjes en voor veganistische recepten heb je een ander boek nodig. 

Ik ben ervan uitgegaan dat de recepten van Leon Verhoeven zijn, maar bij elk recept staat wel 'Koken met' en dan de naam van de tekenaar. Bij Marc Verhaeghen krijgen we het recept voor de 'Vegaburger van Marc', waarbij op zijn minst de suggestie gewekt wordt dat ook de tekenaar inbreng heeft gehad bij het recept. 

Het StripKookboek II is een mooi boek geworden. Niet alleen heeft het een overzichtelijke bladspiegel, maar elk receptenbladzij heeft bovendien een steunkleur, waarin de kopjes zijn weergegeven en die de ondergrond vormt voor de tip en/of het weetje. Bovendien is de kleur achter de tekening ernaast geplaatst. Vaak zijn het pasteltinten, zodat het boek ook bij het doorbladeren een rustige aanblik blijft houden. 

De combinatie tekening/recept werkt heel goed. Je kunt het boek doorbladeren terwijl je de tekeningen bekijkt en dan krijg je en passant de gerechten mee. Als je de recepten doorbladert, krijg je de tekeningen mee. Recept en tekening blijven steeds goed in balans. 

Mannenwereld

Wel valt op hoezeer de stripwereld een mannenwereld is. Er is slechts een enkele vrouwelijke stripmaker die een tekening levert: Elisa Krings. Dat is wel heel erg weinig. Het aanbod mannelijke tekenaars is groter en misschien wilden Laura Janssens, Judith Vanistendael, Ilah, Ingrid De Vuyst, Dominique Goblet, Sylvia Tops en Magda Seron (om er maar een paar te noemen) niet meedoen, maar misschien zijn ze ook niet benaderd. 

Maar laten we een boek niet beoordelen op wat er ontbreekt, maar op wat er wel in staat en dat is heel veel. StripKookboek II is gewoon een mooi boek met fraaie tekeningen en recepten die uitnodigen om de gerechten daadwerkelijk te gaan maken. Een boek om lang plezier van te hebben. 

Leon Verhoeven, StripKookboek II. Uitgeverij Personalia, 2023, 144 blz. € 29,95 (hardcover)

Mario Boon

vrijdag 23 februari 2024

Afgestoft: De veilingmeester (Walter van den Broeck)

Het geheugen is volstrekt onbetrouwbaar. Natuurlijk weet ik dat, maar ik ben onthutst als ik ermee geconfronteerd word dat dat niet alleen geldt voor het geheugen, maar vooral ook voor mijn geheugen. 

Nog geen twee weken geleden schreef ik over het overlijden van Walter van den Broeck. Ik reconstrueerde mijn leesgeschiedenis van zijn werk. Daarin noemde ik de roman De veilingmeester:

In 2007 verscheen De veilingmeester. Ik las dat het er was en dacht dat ik dat boek maar moest kopen, maar het kwam er niet van.

Daar klopt dus niets van. Ik heb het boek bezeten en misschien bezit ik het nog wel. Ik las het en ik schreef erover. Daar was mij niets van bijgebleven. 

Maar sinds kort ben ik weer lid van een bibliotheek en daarmee heb ik toegang tot Literom. Daarin vond ik een recensie die ik schreef voor het Nederlands Dagblad. Het stukje stond op 23 februari 2007 in de krant. Dat was ik helemaal vergeten. Ik heb het voor je afgestoft, dat wil zeggen overgetikt. 

Alles is gelogen. Zelfs dat.

Het motto dat Walter van den Broeck opnam in zijn roman De veilingmeester doet wat denken aan het eerste Idee van Multatuli: Niets is geheel waar en zelfs dat niet. Maar van den Broeck gaat verder: 

Alles is gelogen. Zelfs dat. 
En dan nog door een ander. 
Denk ik. 

In een boek dat toch 'Roman' op de titelpagina heeft staan, lijkt zo'n motto overbodig; we weten immers dat we met fictie van doen hebben. 

Van den Broeck heeft al in veel boeken het grensgebied tussen de werkelijkheid en de verbeelding verkend. Aantekeningen van een stambewaarder (1977) is een roman, maar wordt gepresenteerd als non-fictie. Brief aan Boudewijn (1980), ook een roman, brengt de wijk tot leven waarin Van den Broeck als jongetje geleefd heeft; de namen en de huisnummers kloppen en mogen gecontroleerd worden. In zijn vorige roman, De beiaard en de dove man (2004) lijkt de hoofdpersoon nagenoeg samen te vallen met de schrijver en ook in De veilingmeester komt hij voor: de hoofdpersoon, de veilingmeester Bo van Dorselaer, bezoekt Van den Broeck in verband met een boek dat op het eerste gezicht erg lijkt op zijn debuut, De troonopvolger (1967), namelijk De troonopvolgster van Walda van den Brogel, dat ook een vergelijkbare afbeelding op het voorplat heeft. De veilingmeester is bezeten van het boek en wil de hele oplage van driehonderd exemplaren bezitten, om zo het raadsel op te lossen dat opgeroepen wordt door het colofon. In elk exemplaar staat namelijk aan wie het opgedragen is en aan die naam is een woord toegevoegd. Al die woorden samen zouden een tekst van driehonderd woorden kunnen vormen.

Vaardig schetst Van den Broeck hoe de veilingmeester zichzelf, zijn huwelijk en zijn veilinghuis te gronde dreigt te richten door de jacht op de laatste exemplaren van het geheimzinnige boek. Evenals in Brief aan Boudewijn en Het beleg van Laken (1985) blijkt Boudewijn, de overleden koning der Belgen, met de zaak te maken te hebben. Het is geen toeval dat de naam Bo naar Boudewijn verwijst en dat er personages rondlopen met namen als Regine en Princess. 

Allemaal heel aardig om te lezen, want Van den Broeck weet wel hoe je een plot in elkaar moet zetten en de lezer mee moet trekken door het boek heen, maar veel meer dan een goed in elkaar gezet verhaal is het niet: technisch goed gedaan, maar het raakt me allemaal nauwelijks. Vooral in de eerste helft van het boek kabbelt het verhaal maar zo'n beetje voort, wat overigens ook het geval is bij Van den Broecks vorige roman. Het wil daar maar niet meer dan een willekeurig verhaal worden, dat mij niet zijn noodzaak weet duidelijk te maken. 

Raffinement

Het spel met de verbeelding wordt in De veilingmeester wel met een zeker raffinement gespeeld. In de proloog zegt de hoofdpersoon al dat hij zich steeds meer als een personage gaat gedragen en aan het slot van het boek vraagt hij zich af of hij eigenlijk zelfs binnen de werkelijkheid van het boek wel bestaat. Als lezer heb je dan al een heel boek met hem meegemaakt, waarin je hem als behoorlijk werkelijk hebt ervaren, hoewel je wel wist dat je fictie las. Alweer: technisch niet veel op aan te merken, maar we kenden Quissama van F. Springer en Letter en geest van Frans Kellendonk al en daar voegt Van den Broeck niet zoveel nieuws aan toe. 

Het zou natuurlijk geheel in de lijn van het boek zijn als niet Walter van den Broeck de schrijver zou blijken te zijn, maar de veilingmeester Bo van Dorselaer. Zo iemand kun je een matig boek vergeven, maar van Van den Broeck mogen we meer verwachten.  

woensdag 21 februari 2024

Paarse dingen (Frans Kusters)

'U zong uw liedje zacht, maar 't klonk welluidend,' dichtte Simon Carmiggelt over juffrouw Nifterink. Misschien hadden we dat ook kunnen zeggen over Frans Kusters (1949 - 2012), die een niet zo opzienbarende rol speelde in de Nederlandse literatuur. Hij schreef een oeuvre bij elkaar van voornamelijk verhalenbundels, die wel positief ontvangen werden, maar die nooit hoge oplagecijfers haalden. Voor zover ik weet, tenminste. 

Eigenlijk weet ik ook niet goed meer wat ik van hem gelezen heb. In ieder geval Het Chaplinconcours (1980). Ik dacht me nog een titel te herinneren, maar die bleek van een andere Frans, Frans Stüger. Ook een schrijver op wie ik het zicht verloren heb.

Van Frans Kusters wist ik niet eens zeker meer of hij nog leefde. Hij blijkt al meer dan tien jaar niet meer onder ons te zijn. Maar toen ik in een kringloop zijn verhalenbundel Paarse dingen (2009) zag, kocht ik het zonder aarzelen. Het ziet er trouwens ook prachtig uit: een Jan Mankes, Raaf op berkenboom

Geen spektakel

De verhalen zijn geschreven in gedempte toon: nergens is er spektakel. Er lijkt een uitsnede uit de werkelijkheid gemaakt te zijn, een beschrijving van wat er gebeurt. Soms is wat er gebeurt vreemd, maar daar is eigenlijk geen verwondering over: het gebeurt gewoon, het leven gaat door. Er zit een zekere afstandelijkheid in het vertellen en die wordt vanzelf een beetje ironisch, waardoor de verhalen licht blijven. 

Het grappigst vind ik 'De Gelderse route, Een verhaal voor de bovenbouw'. Een schrijver krijgt bezoek van 'twee atheneummeiden' die een scriptie over zijn werk bij elkaar hebben geplakt, waarvoor ze een 9+ hebben gekregen. Ze doen 'de Gelderse route'. Ze gaan ook nog op bezoek bij Jan Siebelink, A. den Doolaard, A.C. Staring en Thomas Verbogt, zeggen ze. Dat twee van die schrijvers al overleden zijn, is blijkbaar geen bezwaar. 

Als de meisjes weer weg zijn, kijkt de schrijver hen na door het raam. Ze hebben de slappe lach. 

Ik knielde voor mijn bed neer, keek over beide schouders en drukte mijn gezicht op de plek waar Lieke had gezeten. Als die niet bij Siebelink tussen de lakens belandt, dacht ik, gebeurt dat vast en zeker bij Verbogt. 
Maar die laatste heeft dat altijd heftig ontkend, ook als we over heel andere dingen spraken, en met Siebelink ben ik er maar nooit over begonnen. 

Zo'n tussenzinnetje als 'ook als we over heel andere dingen spraken' doet mij grinniken. 

Uitvoerders van onderwijstaken

'Madelon Hunkemöller' speelt zich af in het universitaire wereldje, 'lang geleden'. Twee docenten hebben een eigen zaakje. Ze geven in de avonduren een spoedcursus 'Het nieuwe vermogensrecht op hoofdpunten belicht'. Dat loopt heel goed. Dat is, zoals gezegd, een tijd geleden, waarin er ook een nieuwe collega kwam, Madelon, die gauw weer weg was. Ze adviseerde de verteller ook te zorgen dat hij wegkwam, wat hij niet deed en intussen zijn de ontwikkelingen doorgegaan. 

We worden inmiddels allang geen docenten meer genoemd, we zijn 'uitvoerders van onderwijstaken', wat zo ongeveer betekent dat we zo veel mogelijk studenten meteen een voldoende moeten geven, want anders wordt 'de norm' niet gehaald en dat is koren op de molen van de concurrentie. 

Het is zowel treurig als grappig en die combinatie zie je vaak bij Kusters. Je zou hier een oordeel van de verteller uit kunnen halen, maar misschien vertelt hij gewoon wat er gebeurt, zonder zich te verbazen. 

In Dreumel

Ook in het openingsverhaal, 'In Dreumel' verbaast de verteller zich niet, al is er wel enige aanleiding toe. Hij heeft een beeldscherm bezorgd in een bejaardentehuis en daarna bezoekt hij een slagerij, waar iedereen hem voor laat gaan. De dochter van de slager staat in een bebloemde veel te grote bikini achter de toonbank. Als het meisje de kassa aanslaat, zwaait de deur van de vriescel open. Een naakte, kaalhoofdige bediende, getatoeëerd, baby op de arm, verschijnt. Als de dochter de geldla dichtschuift, valt de deur weer in het slot. Niemand lijkt het bijzonder te vinden. 

Het leven is vreemd, dus je hoeft je niet te verbazen. Er kunnen nu eenmaal onverwachte dingen gebeuren. Over wat er bij de geboorte van Stan Penninckx gebeurt, wordt wel gesproken. Er klinkt een stem met een Duits accent die tot driemaal toe verklaart dat buizerd en lepelaar hem zullen leiden en beschermen. 

Het leven van Stan wordt uit de doeken gedaan, met de onverwachte wendingen. Stans ouders gaan bijvoorbeeld naar de Olympische Spelen in Tokio. Binnen een week verliest moeder haar hart aan de oom en trainer van een tweehonderdmeterloper uit Honduras die al in de series werd uitgeschakeld. Ook dat kan gebeuren. 

Aan het eind vragen we ons wel af hoe betrouwbaar de verteller is. Hij blijkt in een inrichting te zitten. 

Herkenning

Maar misschien is de wereld buiten zo'n inrichting niet minder vreemd. Frans Kusters laat ons die meebeleven, noteert het fijnzinnig en wij moeten maar zien wat we ermee doen. Ondanks alle vreemdheid is er ook altijd herkenning. Kusters observeert scherp, zowel wat er buiten als in het personage gebeurt. 

Paarse dingen is maar een dun boekje, net honderd bladzijden, en ik heb de verhalen niet allemaal achter elkaar gelezen. Een of twee verhalen op een avond en dan is het wel weer mooi. Je kunt een tijdje met een verhaal doen, ook al is het helder. Goed geschreven, jazeker. Opmerkelijk, ook dat. Verhalen waar je er meer van wilt lezen, terwijl je weet dat dat er waarschijnlijk niet van komt. Of je moet toevallig weer zo'n bundeltje tegenkomen bij de kringloop. 

dinsdag 20 februari 2024

Wraak in de Hel 2: Bloedrood Parijs (Philippe Pelaez / Tiburce Oger)

Vorige maand schreef ik over het eerste deel van Wraak in de Hel (zie link onderaan), een intrigerende strip over straatbenden in Parijs aan het begin van de twintigste eeuw. In dat eerste deel, Parijse Apaches, wordt duidelijk dat de mysterieuze dader van een aantal aanslagen een roodharige vrouw is, acrobate in een circus. Inspecteur Gosselin jaagt op haar. 

Deel 2, Bloedrood Parijs begint dertig jaar eerder, bij de val van Parijs en het einde van de Commune. kapitein Ronan Levedec moet een geldtransport begeleiden. Er is een en al onrust in Parijs. Kapitein Levedec kan amper zijn huid redden. Hij kan nog net afscheid nemen van zijn dochtertjes. Hij belooft dat hij snel terugkomt, maar hij zal zijn belofte niet waar kunnen maken. 

Zijn neef Gabriel ontfermt zich over de kinderen en probeert hen in veiligheid te brengen. Levedec wordt gevangengenomen en later vermoord. De geschiedenis wordt breed uitgemeten: het eerste helft van dit tweede deel is gewijd aan het verleden. 

Rekening vereffenen

Angèle, de oudste dochter van Levendec ligt in 1903 ziek op bed. Haar oom en tante adviseren haar Parijs te verlaten, maar daar is geen sprake van. Ze heeft nog een klus af te maken. Bij haar aanslagen was ze gericht op mensen met wie ze nog een rekening te vereffenen in verband met de dood van haar vader en van haar zusje, maar er zijn ook onschuldigen gestorven. Maar, zoals Angèle zegt: ' Er sterven in elke oorlog mensen per ongeluk.'

Inspecteur Gosselin doet intussen onderzoek op de begraafplaats Père-Lachaise. De lezers weten intussen dat die plek van belang is, in verband met wat er dertig jaar geleden gebeurd is. Steeds duidelijker wordt hoe het komt dat enkele mensen na de val van de Commune miljonair konden worden. 

Gosselin heeft de opdracht om Angèle op te sporen. Ze zijn elkaars tegenstanders, maar staan, vanwege het verleden, aan dezelfde kant. Daarbij kampt Gosselin met gezondheidsproblemen. Hij begrijpt de woede van Angèle, maar probeert ook haar ultieme daad van wraak te voorkomen. Zal dat lukken?

Wraak in de Hel is een schitterend tweeluik, dat laat zien hoe wraak decennia kan smeulen voordat de vlammen echt gaan uitslaan, hoe de geschiedenis bepalend is voor het heden en hoe ver iemand door zijn (haar) idealisme kan gaan. 

Gosselin zegt tegen Angèle dat geweld het wapen van de zwakken is, waarop Angèle zegt dat het geweld van machthebbers altijd wordt goedgepraat, maar zo gauw het van het volk komt, is het onrechtmatig. 

Gedeelde loyaliteit

Als lezer weet je wat Angèle meegemaakt heeft en heb je volledig begrip voor haar. Maar je hebt ook sympathie voor Gosselin, waarvan je weet dat hij oprecht is en zich tegen onmenselijkheid verzet. Scenarist Philippe Pelaez weet die gedeelde loyaliteit goed op te wekken bij de lezer. 

De taal in het verhaal is bloemrijk, poëtisch. Dat kan bij sommigen aanstellerig overkomen, maar ik vind het wel fraai. Een citaat van de eerste pagina:

Hij had midden in de nacht de vlucht genomen, wanneer het duister zich te goed doet aan nachtelijke feesten waarop nooit aan morgen wordt gedacht. De ochtendstond bood de bedrieger respijt toen hij zichzelf in een muur van schaduwen stortte, verscheurd tussen angst om ontmaskerd te worden en zijn ongeduld om de wallen te bereiken. 
En toen de dageraad aanbrak, bijna bij verrassing, en haar sluier van waarheid over de gekneusde, en weldra verminkte stad drapeerde, was hij bijna verbaasd toen hij zijn doel bereikte. 

Soms is het net te veel krullendraaierij, maar over het algemeen lijdt de helderheid van het verhaal er niet onder en dan kan ik het wel hebben. 

Tekeningen en inkleuring

De tekeningen en de inkleuring van Tiburce Oger zijn, net als in het eerste deel, uitgekiend. De inkleuring is in een kleur die doet denken aan sepia, dat je ook wel krijgt door gewassen inkt. De enige steunkleur is een vrij donker rood. Daardoor lichten de rode stukken op: de uniformen, het rode haar van Levedec en zijn dochter Angèle, het vuur en natuurlijk het bloed. Hoewel de beelden soms uitbundig zijn, is de inkleuring redelijk ingetogen, wat de zaak mooi in evenwicht houdt. 

Wraak in de Hel is een prachtig tweeluik geworden over twee intrigerende perioden in de geschiedenis van Parijs, die tastbaar gemaakt zijn door het persoonlijke drama van de personages. Mooi gedaan!

Titel: Wraak in de Hel
Deel 2: Bloedrood Parijs
Scenario: Philippe Pelaez
Tekningen en inkleuring: Tiburce Ocer
Vertaling: P. Moretti
Uitgever: Silvester Strips
2023, 72 blz. € 25,95 (hardcover, stofomslag)

Eerder schreef ik over deel 1 van Wraak in de Hel: Parijse Apaches.