maandag 28 november 2022

Al gaat het stroompje nog zo traag.


Zoals ik hier al schreef, loopt het leven even wat minder gladjes dan ik wil. Mijn werkgever is overigens vol begrip, dus geen kwaad woord over hen die zich met mij bemoeien uit hoofde van hun functie of persoonlijk. 

Vorige week ben ik op mijn werk begonnen met het draaien van een lichter programma. Dat zou eigenlijk een makkie moeten zijn, maar dat is het niet. Ik moet met mijn nagels de energie bij elkaar schrapen en ben vaak moe van niks. Aan het eind van elke werkdag val ik op de bank in slaap. 

Beroerder is dat de spanning er (bijna) altijd is, ook als ik me helemaal niet met mijn werk bezighoud. Er is steeds het gevoel van 'niet pluis', van beklemming, van onveiligheid. Het is me nog niet duidelijk waar dat vandaan komt, maar wel dat het heel veel in mijn leven lamlegt. Lezen gaat mondjesmaat, schrijven heb ik tot nu toe uitgesteld, maar misschien help ik mezelf door het weer op te pakken. Dat valt nog te bezien. 

Tot kort geleden deed ik veel, omdat ik ook veel van mezelf moest. Op avonden waarop niets in mijn agenda stond, had ik altijd wel een bepaald aantal bladzijden dat ik moest lezen en van sommige podcasts moest ik ook steeds de nieuwe aflevering beluisteren. Ik volgde ze immers. 

Dat is nu wel weg en dat is vreemd. Ik kan op de bank zitten en niks doen, terwijl ik de wereld verder laat draaien. Dat is een vreemde gewaarwording, niks doen. Ik word er toch moe van, maar misschien leidt het ergens toe. 

Als het wat minder loopt, heb ik de neiging mij terug te trekken in mijn eigen hoofd en in een hoekje te gaan zitten en zo te doen of de rest van het leven er niet is. Ik doe dat nu ook door bijvoorbeeld schaakpartijen (met nooit meer dan vijf minuten bedenktijd per partij) op het internet te spelen. Niet dat dat nu zo geweldig gaat, maar soms denk ik dan niet aan de rest. 

Verder ben ik begonnen aan het lezen van een jeugdboek, af en toe een kort hoofdstukje. Dat lijkt weinig inspanning, maar meestal lees ik dan toch niet een tweede hoofdstuk. 

Er liggen boeken klaar om over te schrijven. De titels heb ik al een keer eerder genoemd, waarbij ik Indocomics van Ruud den Drijver over het hoofd zag. Strips probeer ik weer te lezen, een paar bladzijden per keer. Erover schrijven zal nog wel even duren, maar misschien pak ik het ineens weer op. 

Veel laat ik nog maar even open; ik zie wel. Intussen heb ik het idee dat ik het leven verduur in plaats van dat ik het leef en op sommige momenten lijkt het zo'n beetje tot stilstand gekomen te zijn. Daar ben ik trouwens niet somber over. Ik ga mee, al loopt het stroompje nog zo traag. 

woensdag 16 november 2022

Hoogwater

Soms gaat het niet zoals je verwacht en al helemaal niet zoals je wilt. Dat is bij mij nu het geval. Het water is hoog gestegen en ik probeer mijn hoofd boven de waterspiegel te houden. Dat kost moeite. 

De afgelopen weken heb ik wel gelezen (daarover straks nog), maar voor schrijven heb ik niet de rust. Het openen van de laptop voelt soms al als bedreigend. Ik weet bijvoorbeeld dat er heel veel mails in staan die ik niet heb gelezen. Ze pasten even niet meer in mijn hoofd. 

Deze week doe ik een beetje rustig aan met mijn werk en dat helpt wel een beetje, maar ik moet nadenken over hoe het verder moet. Dat duurt even. 

Zoals gezegd, de afgelopen weken heb ik nog wel gelezen, maar op dit moment lukt ook dat me niet meer. Ik bleef zelfs steken halverwege een strip. Niet de concentratie, niet de rust, het onbestemde gevoel in mijn maag. 

Wat wacht er nog op bespreking? De roman Niet mijn lichaam van Hedwig Selles. Verder heb ik De engelenmaker van Stefan Brijs herlezen, maar dat laat ik misschien maar zo. Ik ben al ver in het boek Romantici en revolutionairen (zie ook deze bijdrage), maar ook dat ligt even stil. 

Bij de strips heb ik Selenie nog uitgelezen liggen en verder ligt er nog heel veel wat gelezen kan, mag en moet worden. Uitgeverijen als Sherpa, Scratch Books, Silvestrer Strips, L en Personalia sturen van tijd tot tijd een pakket, waar ik blij mee ben, maar zij zullen dus even moeten wachten. 

Voorlopig probeer ik elke dag wat aan mijn correctiewerk te doen, maar mijn tempo is laag, mijn concentratie gering en mijn energie raakt snel op. Het is even niet anders. Vorig schooljaar kon ik vaak drie keer per week iets plaatsen. Dat was nu vaak een enkele keer per week. Dat probeer ik vol te houden, al is het maar om te zeggen dat ik niet tot schrijven kom. Ik ben er nog, maar ik hou me even stil. 


(Op de foto: het huis waar indertijd mijn grootouders woonden in Hien)



woensdag 9 november 2022

Op weg naar De Hartz (Wessel te Gussinklo)

Al jaren bouwt Wessel te Gussinklo aan een stevig oeuvre, waarbij hij, om met Olivier B. Bommel te spreken, zijn eigen eenzame weg gaat. Ik heb een tijdlang om zijn boeken heen gelezen, maar De hoogstapelaar (2019) las ik en aan het eind van het jaar nam ik het op in het lijstje met de beste boeken die ik dat jaar las. Het is het derde boek in de reeks over Ewout Meyster. 

Het vierde deel is Op weg naar De Hartz, dat bekroond werd met de Boekenbon Literatuurprijs 2021 en nu dus is genomineerd voor De Inktaap. Ewout Meyster is intussen wat verder. Hij komt aan op het landgoed De Hartz, waar zijn vriend Meindert is. Die is hem intussen voorbijgestreefd. Bij Ewout roept het bezoek vooral herinneringen op aan de periode van een jaar of vier geleden, toen hij assistent was professor Somsen. 

In het landhuis van de Grote Man worden colleges en lezingen gegeven door een internationaal gezelschap van wetenschappers. Ewout moet zich in dat gezelschap bewegen, deze keer zonder Somsen. 

De verhaallijn in het heden is vrij beperkt. Wat Ewout met Somsen heeft meegemaakt is veel belangrijker in het boek, zodat je vaak kunt vergeten dat zich dat allemaal in het verleden heeft afgespeeld. 

Dienen

Somsen had Ewout in de leer genomen. Van het meerwaardigheidsgevoel in het vorige boek is weinig over: op advies van Somsen oefent Ewout zich in het dienen, in discipline. Zo moet hij krachtig worden, een 'zelf'. Maar Ewout vervalt nog vaak in zijn oude maniertjes: 'Bijna kwam het praten weer, het grote uitleggen en verklaren, de rechtvaardigingen.'

Het hele boek door zit de lezer in het hoofd van Ewout, die zich overbewust is van zichzelf, zichzelf vaak beoordeelt en veroordeelt. Aan de ene kant is hij overtuigd van zijn capaciteiten, aan de andere kant voelt hij zich een mislukkeling, die niets gepresteerd heeft. 

Somsen leren we alleen kennen door de blik van Ewout, die bijna kritiekloos is. Hij bewondert Somsen, die in de hoogste kringen verkeert en geregeld naar Straatsburg en Brussel moet. Hoe betrouwbaar Ewout als verteller is, vraag je je als lezer al gauw af. Somsen houdt er immers vreemde ideeën op na. Als hij het over Mulisch heeft (die door Ewout bewonderd wordt), noemt hij hem altijd de halfjood Mulisch en  van Vestdijk ('een manisch-depressief die maar wat ongeremd voortbabbelt zonder iets te zeggen te hebben' en Dostojevski ('alleen maar gestoorde praatjes van een psychoot') moet Somsen ook al niets hebben.

Sylvia

Ewout vertelt alles aan Somsen, ook als hij een meisje, Sylvia, ontmoet. De twee krijgen een relatie, maar Ewout mag nog niet met haar naar bed, want ze is heel kwetsbaar, volgens Somsen. Ewout vaart blind op Somsens adviezen. Somsen zal ook Sylvia gaan begeleiden. 

Gaandeweg ga je je steeds meer afvragen of die Somsen niet een charlatan is. Ewout krijgt waarschuwingen, zelfs van Sylvia, maar daar luistert hij niet naar. Dat moet wel uitlopen op een demasqué of misschien ook niet en dan is dat het verrassende. Dat is de spanning die in de loop van de roman oploopt. Te Gussinklo blijkt alle touwtjes goed in handen te houden en het slot van het boek is zeldzaam goed. 

De buitenwereld speelt maar mondjesmaat een rol. Als Ewout een krant leest: 'Vietnam, De Gaulle, Van het Reve, de Beatles. O jee, de Beatles. Verbijsterend zoiets. Iedereen enthousiast, dat dunne winderige gejengel, die kinderachtige kleutermuziek. Maar iedereen!'  Ik gok dat het verhaal zich afspeelt rond 1960. In ieder geval is de bundel Sonnetten van de kleine waanzin (1957) van Hans Andreus al verschenen. 

Traagheid

Die buitenwereld is verder niet zo belangrijk; het hoofd van Ewout is al een wereld op zich. Hij observeert zichzelf, vooral in zijn gedrag tegenover anderen, vindt zichzelf een mislukking en wil vooral leren om iemand te worden. De vraag is of hij daarbij de goede leermeester gekozen heeft. Onderweg naar De Hartz moet het dan ook niet hebben van de gebeurtenissen, wat het lezen een zekere traagheid geeft. Daar moet je wel tegen kunnen. Maar als je je eraan overgeeft, is er veel te genieten, vooral door de heerlijke stijl van Te Gussinklo. 

Natuurlijk zijn er wel passages waarin er meer voorvalt, bijvoorbeeld als Ewout op bezoek gaat bij de ouders van Sylvia, wat niet een succes wordt door zijn sociale onhandigheid. Door het hele boek heen zit veel humor en zeker bij dit gedeelte. Tragiek en humor gaan vaak samen in de roman. 

Vijfhonderd bladzijden over een klein stukje uit een leven - Te Gussinklo heeft de tijd genomen. Maar daardoor kun je wel helemaal in Ewout kruipen en tijdens het lezen is je wereld niet groter dan het hoofd van Ewout. Je wordt onweerstaanbaar meegenomen naar het slot, waarin het tempo hoger is. Maar dan wil je juist langzaam, want het verhaal mag nog heel lang doorgaan. Maar aan elk boek komt een eind, ook aan een goed boek en ook aan een dik boek. Maar op elk moment kun je er met plezier aan terugdenken. 

woensdag 2 november 2022

De exodus van Hendrik Peter Scholte naar Pella (Michiel van Diggelen)

In 2018 besprak ik hier De exodus van Hendrik Peter Scholte van Michiel van Diggelen. Nu, vier jaar later is er een vervolg op dat boek, met bijna dezelfde titel: De exodus van Hendrik Peter Scholte naar Pella. Dat laat wel zien dat de twee boeken bij elkaar horen, maar het kan ook de gedachte oproepen dat het tweede alleen maar een update van het eerste is. Een geheel nieuwe titel had wat frisser aangedaan, denk ik. 

In het eerste boek beschreef Van Diggelen hoe de predikant Scholte mensen verzamelde om naar Amerika te vertrekken. Toen was er sprake van zevenhonderd mensen, in het tweede boek blijken het er achthonderd te zijn.  Scholte laat ze overkomen naar Amerika. Hij heeft intussen, als de verspieders in het land Kanaän, het land verkend en de plek uitgezocht waar de nederzetting Pella gesticht zal worden. Het wordt de staat Iowa. 

Spin in het web

Maar dan begint het pas: mensen moet een perceel  toegewezen worden, de zaken moeten financieel afgewerkt worden en van al die losse gezinnen in het dorp moet een eenheid gemaakt. Er zijn kerkdiensten, er komt een krant en dan is er ook nog de politiek, waar Scholte zich nadrukkelijk mee bemoeit. Hij is een spin in het web, hij heeft overal een vinger in de pap, en dat bevalt niet iedereen. Bovendien gaat Scholte waar nodig de confrontatie niet uit de weg. 

Verder zijn er de omstandigheden van het gezin. Zijn vrouw Maria voelt zich meer thuis in de stad, maar ze volgt haar man, al dringt ze later verschillende keren aan op terugkeer naar Europa, bijvoorbeeld als ambassadeur. Dat werkt wel goed: in het gezin zien we Scholte vooral als mens, als echtgenoot, als vader. Daarbuiten is hij de publieke figuur. 

Burgeroorlog

Scholte is kleurrijk, zeer ondernemend en verkerend in de hoogste kringen. Zo ontmoet hij president Lincoln persoonlijk. Door Scholte te volgen, volgen we ook de politieke situatie in Amerika. Die wordt heftiger als de burgeroorlog uitbreekt. Die ken ik, behalve uit de strip De blauwbloezen, vooral van films, waarbij het altijd om veldslagen gaat. Maar wat die oorlog voor burgers betekent werd mij daarin niet duidelijk. 

Dat laat Van Diggelen wel zien: in de dorpsgemeenschap ontstaan tegenstellingen tussen degenen die Lincoln volgen en degenen die vinden dat hij moet stoppen met de oorlog. Het punt van geschil tussen de Unie (het noorden) en de Confederatie (het zuiden) was niet zozeer het wel of niet afschaffen van de slavernij, maar of de slavernij wel of niet uitgebreid mocht worden naar de nieuwe gebieden, de staten die ontstonden. Dat wilden de democraten wel toestaan, de republikeinen niet. 

Het is een ingewikkelde situatie. Scholte steunt aanvankelijk (om andere redenen) de democraten, maar stapt over naar de republikeinen. Hij is in eigen perceptie altijd rechtlijnig en zijn keuzes zijn voor hem logisch, maar anderen zien hem als een verrader van de democratische zaak. Het is al eens gekomen tot een conflict met de man met wie hij een krant runt, maar later blijken hun standpunten dicht bij elkaar te liggen. 

Geschiedenisboek en roman

De exodus van Hendrik Peter Scholte naar Pella is een roman, maar ik heb het misschien wel vooral als een geschiedenisboek gelezen: ik wilde vooral weten hoe het indertijd allemaal gelopen was. Tegelijkertijd laat Van Diggelen ons meeleven met de hoofdpersoon. Dat is bepaald geen heilige. Hij heeft vaak verschillende petten op, roept de schijn op van zelfbevoordeling, is niet transparant in de financiële afwikkeling van zaken, gaat soms niet tactisch met mensen om, maar is ervan overtuigd dat hij het goede wil en doet. Hij doet ook veel goeds, geeft eigen geld om mensen of projecten vooruit te helpen en streeft zijn idealen na, maar verschillende dingen had hij zeker handiger kunnen aanpakken.

We krijgen een levendig beeld van hem, ook door de vele dialogen die de roman telt. Soms hadden die iets scherper gekund, of iets meer snelheid kunnen bevatten, maar ze lezen eigenlijk altijd prettig en ze helpen om van het personage een mens te maken. Je leeft makkelijk met hem mee, doordat het perspectief bij Scholte ligt en als een deel van de gemeenschap tegen hem is, ervaar je hem  als de underdog met wie je sympathiseert. Hij wordt op een gegeven moment zelfs afgezet als predikant, waarna hij een eigen kerk begint. 

Integratie

Het zijn boeiende ontwikkelingen, waarvan je als lezer wel wilt weten hoe ze aflopen. Verder krijgen we een beeld van de integratie van deze migranten. Ze hebben een Europese achtergrond, maar Scholte doet er alles aan om voluit Amerikaan te zijn. Dat hij ook een mens tussen twee culturen is, blijkt als hij later meer in het Nederlands gaat schrijven en als hij zijn vrouw ter wille wil zijn bij het zoeken naar een baan in Europa. Zo ver zal het niet komen: hij overlijdt in Pella op 25 augustus 1868. 

Iedereen die iets meer wil weten over de Hendrik Peter Scholte en over de Nederlandse emigranten uit die tijd zal De exodus van Hendrik Peter Scholte met plezier lezen. Het boek zal zowel lezers van literatuur als van non-fictie aanspreken. Achter in het boek is een uitgebreide literatuurlijst opgenomen alsmede enkele kaartjes die je helpen om een beeld te krijgen van waar de belangrijkste plaatsen liggen in de staat Iowa en in een deel van Amerika. 

De corrector van uitgeverij IJzer moet wel even aangesproken worden. Er zijn verscheidene fouten blijven zitten, zelfs die tegen de spelling van de werkwoorden. Maar het verhaal van Van Diggelen is  sterk genoeg om daar overheen te lezen. 

Michiel van Diggelen, De exodus van Hendrik Peter Scholte naar Pella. Uitg. IJzer, Utrecht 2022; 384 blz. 25,00 euro.

dinsdag 1 november 2022

Luc Orient - Alle avonturen, deel 4 (Paape / Greg)


Dat ik van sommige strips geniet vanwege het jeugdsentiment is onmiskenbaar: je leest niet alleen de strips uit het verleden, maar je leest ook je eigen jeugd. Bij het herlezen van de strips van vroeger, komt het plezier weer boven van toen je ze voor het eerst las en misschien heb ik wel even de illusie weer veertien te zijn en mijn geheugen ziet dat als een zorgeloze tijd, iets waar mijn toenmalige ik het vast niet mee eens zal zijn. 

Tegelijkertijd lees ik de strips in het nu, met de afstand en de kritische blik van een volwassene. Houden de verhalen het nog steeds? Zijn ze niet achterhaald of flauw geworden? Dat vroeg ik me af bij het lezen van het vierde deel van de integrale uitgave van de verhalen van Luc Orient. (Ik heb altijd de neiging om een trema op die naam te zetten, maar die hoort er niet). 

Hieronder plaats ik de links naar de bespreking van eerdere delen. Die heb ik nu niet herlezen, dus mogelijk herhaal ik mezelf. Als dat zo is, ben ik in ieder geval constant in mijn oordeel. 

Dit vierde deel bevat drie verhalen, die ooit als afzonderlijke albums zijn verschenen: Het zesde continent (1976), De vallei van de verstoorde wateren (1976) en De kristalpoort (1977). Alle verhalen werden voorgepubliceerd in Kuifje.

Mysteries

Alle verhalen beginnen met een mysterie. In het eerste verdwijnt professor Kala, in het tweede worden er dieren uit de prehistorie in het heden aangetroffen en in het derde verschijnen er mensen uit het verleden in het heden. Zo geformuleerd lijken de mysteries uit het tweede en derde verhaal op elkaar, maar de uitwerking is geheel anders. In alle gevallen gaat Luc Orient op onderzoek uit. In De kristalpoort loopt hij eigenlijk zo het avontuur in. 

De karakters van stripfiguren waren in het verleden vaak minder gecompliceerd dan ze nu zijn. Luc is natuurlijk een held, maar de scenarist, Greg, heeft hem niet alleen maar goed gemaakt. Zo is Luc ook driftig en ongeduldig. Als hedendaagse lezer vind je dat hij af en toe best wat kan dimmen. Maar je blijft sympathie voor hem houden, zoals dat bij een held natuurlijk hoort. 

Ingenieuze verhalen

Alle verhalen zitten ingenieus in elkaar. Greg moet veel lol hebben beleefd aan de scenario's, waarin hij zijn fantasie heeft kunnen uitleven: van een volk dat zich georganiseerd heeft als de mieren tot een geleerde die de evolutie probeert te imiteren en een buitenaards volk dat een andere tijdmeting heeft dan de aardebewoners. 

De dingen die afwijken van onze aardse werkelijkheid zijn binnen het verhaal steeds logisch. Op een gegeven moment hebben Luc en zijn vrienden een bewakingsarmband om die hen binnen een bepaalde ruimte moet houden. Die wordt uitgeschakeld, maar als Luc cum suis de boel op stelten zetten, zou de armband gemakkelijk opnieuw geactiveerd kunnen worden, lijkt me en dat gebeurt niet. Verder kon ik prima meegaan in de fictie.

Tekeningen

Het tekenwerk van Eddy Paape doet het ook nog steeds. De setting van de drie verhalen verschilt nogal, maar steeds heb je als lezer het idee dat je op de plaats zelf aanwezig bent. Soms zijn de tekeningen erg vol, doordat ze helemaal dichtgekleurd zijn. Daartussendoor zijn er ook waarin het wit van de achtergrond een beetje lucht geeft. Dat is prettig. 

De keuze van het papier (niet te glad) ondersteunt wat mij betreft de leeservaring. Het is niet zo vezelig als van sommige oude albums, maar geeft toch de illusie van het lezen uit de tijd van de oorspronkelijke albums. Voor mij werkt dat sfeerverhogend. 

Het belangrijkste is dat ik drie interessante verhalen heb gelezen, waarbij ik me geen moment verveeld heb. Je zit in het begin vol met vragen en weet net zo weinig als de personages die het mysterie moeten onderzoeken. Langzamerhand komt er meer tekening in. Bij de uitleg heeft de strip soms veel tekst nodig, maar dat heb ik op de koop toe genomen. 

Bonus

Bij een integrale heruitgave hoort een bonus. In dit geval is dat een korte strip (Missie in 2012), geschreven en geschetst door André- Paul Duchateau en geïnkt door Eddy Paape en een interview met Paape. Verder nog een artikel over de illustere voorgangers van Luc Orient, Flash Gordon en Brick Bradford. Met de nodige illustraties natuurlijk.

Ook dit vierde deel is weer een mooi boek geworden. Iedereen die vroeger Luc Orient heeft gelezen, zal het willen hebben. Of het nog nieuwe lezers zal trekken, is moeilijk in te schatten. Voor mijn gevoel kunnen de verhalen nog prima mee. 

Titel: Luc Orient, Alle avonturen - deel 4
Scenario: Greg
Tekeningen: Eddy Paape
Vertaling: Tonio van Vugt
Uitgever: Sherpa
Haarlem 2022, 176 blz. 34,95 euro (hardcover)

Eerder schreef ik over:


donderdag 27 oktober 2022

Brengschuld (Jan Siebelink)

Siebelinks oeuvre kent enkele constanten: de tuinderij van zijn vader, in Velp, en het onderwijs. Het is bijna niet te voorkomen dat binnen die onderwerpen de boeken naar elkaar gaan verwijzen, elkaar gaan overlappen, het bekende uit een andere hoek gaan belichten. Dat maakt het zicht op die constanten breder en helderder, maar het leidt  ook tot meer van hetzelfde. 

De eik die midden in het bos van de boeken van Siebelink staat, is natuurlijk Knielen op een bed violen (2005), een boek dat veel verkocht is, maar waarvan ik ook gehoord heb dat sommige mensen het niet uit konden lezen, vanwege de naargeestige sfeer. Dat wil zeggen dat het de schrijver goed gelukt is om die sfeer op te roepen. Ik heb indertijd heb boek met veel waardering gelezen. 

Daarna heeft Siebelink veel boeken geschreven die hetzelfde onderwerp verder uitmelken: Margje (2015), De buurjongen (2017), Jas van belofte (2019) en Maar waar zijn die duiven dan (2020). In al die boeken zit wel iets aangenaams voor de lezer, maar ook veel om kritiek op te hebben. Naar mijn smaak zijn ze geen van alle goed gelukt. De links naar mijn stukjes over deze boeken zal ik hieronder vermelden. 

Oudste zoon

Siebelink heeft het vertrouwde onderwerp opnieuw ter hand genomen met Brengschuld. De hoofdpersoon is Ruben Sievez, die we onder diezelfde naam tegenkomen in Knielen op een bed violen. Hij is de oudste zoon van Hans en Margje Sievez. 

Ruben brengt namens zijn ouders steeds de huur naar de huisbaas, meneer Metz. Deze man overlijdt en ineens dreigt het gezin Sievez uit het huis gezet te worden. Door tussenkomst van Ruben kan er een stuk grond verkocht aan meneer Delgijer, waarna de Sievezen kunnen blijven wonen. Dat laatste kwam ook al voor in Knielen op een bed violen. Daar kwam er een zwembad op het stuk grond, in dit boek een grote hal, bedoeld als manege en een tennisbaan met bijbehorende bar. 

Brief

Jaren later, als Ruben al oud is, komt er een brief boven water, waaruit blijkt dat de verkoop van het stuk land niet nodig was geweest. Het had het gezin een hoop ellende kunnen besparen. 

Dan is al heel veel heel gebeurd: Rubens ouders zijn al jaren geleden overleden en Ruben woont op de oude kwekerij. Het is de dag van zijn vierentachtigste verjaardag. Wat er op die dag gebeurt, is een vrij dun verhaallijntje in het heden, dat vooral in het begin van het boek de ruimte krijgt. Daarna gaat het verhaal vooral over het verleden. Dat is een structuur die Siebelink vaker heeft gebruikt, bijvoorbeeld in Jas van belofte.

Al vroeg op de dag heeft Ruben bezoek gehad van zijn vriend Jacques. Hij had gehoopt dat Jacques zou blijven. Ze delen herinneringen en intussen hebben beiden hun vrouw verloren. Maar in hun onderlinge contact vermijden ze diepgang. Het lijkt alsof er in het verleden wat tussen hen is voorgevallen. In de loop van het verhaal wordt niet helemaal duidelijk wat dat dan is. 

Dwanghandelingen

Vlak voor de verjaardag is Rubens hond overleden. Ook dat komt in verschillende andere boeken van Siebelink voor. Ruben zet de hondenmand in de schuur en heeft de neiging steeds te gaan kijken of de man er staat; hij heeft last van dwanghandelingen. Dat had hij ook al als kind. In het verleden heeft hij ook de neiging gehad zichzelf te verwonden, met een potscherf. De functie hiervan binnen het verhaal werd me niet helemaal helder. Siebelink heeft altijd de neiging zaken wat zwaar aan te zetten, tot aan het groteske toe. Met dat in je achterhoofd ervaar je ook dit soort dingen als vertrouwd. 

De dag in het heden biedt steeds mogelijkheden om uitgebreid terug te gaan naar het verleden. Daarbij had nog wel wat geschrapt kunnen worden. Dat Ruben buurman Delgijer ontmoet en hem vertelt dat zijn ouders uit het huis gezet dreigen te worden, komt twee keer voor: op de bladzijden 26, 27 en en 78, 79. Dat hij aankomt bij het huis van de huisbaas, juist op het moment dat die naar buiten gedragen wordt, staat op bladzijde 35 en 71, zonder dat je de tweede keer veel nieuwe informatie krijgt. Hier had een redacteur wel wat strenger mogen zijn.

Twee broers

De twee broers (Ruben en Tom) hebben een verschillende rol binnen het gezin. Ook dat is bekend uit andere boeken. Ruben is de oudste, degene met verantwoordelijkheidsgevoel, degene die deugt. Tom zet zich meer af. Dat is ook in dit boek het gevoel. Ruben doet erg zijn best en als het vriest en zijn vader niet in staat is om op de stookketels te letten, doet hij het. 

Tom raakt later aardig de weg kwijt en komt daardoor weer dichter bij de leefwereld van de overleden vader. Met een soort apostelen zou hij, volgens de geruchten, in Duitsland actief zijn. 

Ruben heeft een groot schuldgevoel. Door zijn tussenkomst is het stuk land verkocht, wat zoveel nare gevolgen voor zijn ouders heeft gehad. Dat schuldgevoel speelt hem zelfs na jaren nog parten. 

Losse eindjes

Siebelink haalt van alles overhoop in Brengschuld, maar hij laat ook veel losse eindjes hangen en bijna geen enkele verhaallijn komt tot een einde. Als opzichzelfstaande roman redt Brengschuld het dan ook niet. Vooral tegen de achtergrond van de rest van het oeuvre heeft het zijn waarde. 

Brengschuld leest overigens prettig. Je bent al heel gauw in de sfeer van de tuinderij. Siebelink strooit met namen van planten en vogels, beschrijft geuren en beelden en daar ga je als lezer gemakkelijk en graag in mee. Veel mensen zullen dit boekje dan ook met plezier lezen. 

Misschien is het ook niet zo erg dat het nauwelijks op eigen benen kan lopen. Je hebt een prettige leeservaring en verkeert een tijdje in  de wereld die je uit andere boeken kent. Veel nieuws staat er niet in Brengschuld, maar voor de fans zal dat niet erg zijn. 

donderdag 20 oktober 2022

Tussenstand



Wekelijks iets plaatsen, dat zou te doen moeten zijn, maar het kost mij moeite. Werk vult mijn hoofd en blijkbaar heb ik daarin toch ruimte nodig om wat te kunnen schrijven. Gelukkig heb ik tussendoor wel wat kunnen lezen. 


Voor school heb ik De engelenmaker van Stefan Brijs herlezen en ik heb er weer van genoten. Ik ga eens bedenken wat ik daarover kan schrijven. Verder heb ik, voor de Inktaap en dus eigenlijk ook voor school Onderweg naar De Hartz van Wessel te Gussinklo gelezen.
Mooi boek, dat ik langzaam gelezen heb. Prachtig slot. 

Intussen lees ik Brengschuld van Jan Siebelink. Soepel geschreven, want dat kan Siebelink wel. Het is een soort aanhangsel bij het verhaal van Knielen op een bed violen, en dat heeft Siebelink wel vaker gedaan. Ik weet niet of dat erg is. Tot nu toe vind ik het een aardig boek. 

Ik lees met tussenpozen verder in Romantici en revolutionairen van Rick Honings en Lotte Jensen. Heerlijk boek over de literatuur in de achttiende en de negentiende eeuw. 

Boven op de stapel nog te lezen boeken liggen twee romans die nog niet zo lang uit zijn: De exodus van Hendrik Peter Scholte naar Pella van Michiel van Diggelen en Niet mijn lichaam van Hedwig Selles.  Naar beide boeken ben ik nieuwsgierig. Ik zal volgende week eens beginnen in het boek over dominee Scholte, een vervolg op De exodus van Hendrik Peter Scholte. Die twee titels lijken wel erg veel op elkaar. 


Verder heb ik nog een paar jeugdboeken gekocht: De tunnel van Anna Woltz en Films die nergens draaien van Yorick Goldewijk. Die kunnen misschien een keer tussendoor. 

En de strips dan? Die schieten er soms bij in en dat verdriet mij. In ieder geval ga ik schrijven over het vierde deel van de integrale uitgave van Luc Oriënt. Jeugdsentiment, jazeker, maar volgens mij kunnen de verhalen nog prima mee.  Ik ben al begonnen met lezen. 

Het kan wel even duren voor ik erover schrijf. Volgende week heb ik weliswaar vakantie, maar dan ben ik druk aan het wandelen, dus dan komt er wellicht niet van. Maar het zit in het vat en er is geen enkele kans dat het zal verzuren.