Posts tonen met het label Actueel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Actueel. Alle posts tonen

woensdag 22 april 2026

RuZland, Land in oorlog met zichzelf en met de wereld (Eva Cukier)

Op 24 februari 2022 viel Rusland Oekraïne binnen. Eigenlijk was dat al eerder gebeurd, in 2014, toen Rusland De Krim bezette, maar dat zorgde toen niet lang voor hogere golven in de Westerse nieuwszee. In 2022 was dat anders. Toen ook werd het woord oorlog gebruikt. 

Eva Cukier (1981) was in 2022 in Rusland als correspondent voor wat toen nog NRC Handelsblad heette. Ze zou er blijven zo lang de krant het veilig achtte en moest toen weer terug naar Nederland. Over haar laatste tijd in Rusland schreef ze het boek RuZland, dat in 2024 verscheen. Ik las het nu pas. 

De 'Z', die op de cover van het boek dwars door de 's' van 'Rusland' is geschreven, is een symbool van de oorlog. Wat het symbool betekent, is niet helemaal duidelijk, maar sinds de invasie in Oekraïne verschijnt het overal: op tanks, op shirts, net als de letter V. 

Dagboek

Het boek van Cukier is verdeeld in drie delen: 1. Oorlog, 2. Protest, 3. Chaos. Het eerste begint als een soort dagboek, op 22 februari 2022, twee dagen voor de invasie, maar ze schrijft ook over januari 2022. Cukier doet er alles aan om de juiste informatie te krijgen en reist naar de plekken waar ze die kan opdoen. Ze doet dat met veel journalistieke doortastendheid, spreekt veel mensen aan en gaat kritisch om met wat ze te horen krijgt. 

De oorlog in Oekraïne komt heel vaak in de pers als een weergave van oorlogshandelingen. Natuurlijk, die informatie hebben we ook nodig, maar Cukier bepaalt ons bij de mensen in Rusland, die heel andere informatie krijgen. 

Ingewikkelde samenleving

Pas na het lezen van RuZland werd me duidelijk hoezeer ik Rusland altijd als een land, als een geheel heb gezien, wat waarschijnlijk gevoed is door de tijd waarin ik opgegroeid ben, waarin alle inwoners van de Sovjet-Unie Russen genoemd werden. Cukier legt uit dat de Russische samenleving veel ingewikkelder in elkaar zit. 

Waar westerse media steevast schrijven over 'de Russen' als ze het hebben over de inwoners van Rusland, kent het Russisch twee woorden om het verschil aan te duiden: roesskije voor etnische Russen en rossijanje, waarmee alle inwoners van de federatie worden aangeduid, ongeacht hun etniciteit. Ze spreken dezelfde taal, leven in dezelfde steden, krijgen nagenoeg hetzelfde onderwijs, maar leven desalniettemin in totaal verschillende werelden. 

Ze reist naar verschillende delen van Rusland, bijvoorbeeld naar Boerjatië, waar veel soldaten voor het Russische leger geworven worden. Daar wordt goed voor betaald en als een soldaat sneuvelt, krijgt zijn familie geld. De begrafenissen van de militaire doden zijn geheim, maar Cukier weet er toch een bij te wonen. Dan blijkt ook hoe gevaarlijk haar werk is. Ze is al een tijdje gevolgd en gefilmd en wordt geframed als iemand die Rusland in diskrediet brengt. 

Veel Russen zien niet Putin, maar juist Oekraïne als de agressor. Het klopt natuurlijk helemaal niet en vanuit het Westen is het bijna niet in te denken dat mensen dat ook daadwerkelijk kunnen geloven, maar Cukier laat zien hoe gecensureerd de media zijn en als heel je omgeving het gelooft, is het moeilijk om daar niet in mee te gaan. 

Complottheorieën

Er bestaan (net als in het Westen) veel complottheorieën. In RuZland worden er veel opgesomd. Ik citeer daar slechts een deel van:

Vrijwel dagelijks stel ik mezelf de vraag hoe idioot Russen, maar ook sommige westerlingen, moeten zijn om te geloven dat Oekraïne gerund wordt door nazi's. Dat de Oekraïners hun land laten volzetten met Amerikaanse kernraketten en biolaboratoria. Dat Europese politici voedsel laten injecteren met insecten om kanker op te wekken en de bevolking te vernietigen. Dat lhbti'ers worden betaald om het landelijke geboortecijfers te ondermijnen. Dat vluchtelingenstromen worden gecontroleerd om de samenstelling van de bevolking te veranderen. Dat het boordpersoneel van de neergeschoten MH 17 de 298 lijken van inzittenden al op Schiphol aan boord had gebracht om Rusland verdacht te maken. 

Wie dit soort dingen steeds te horen krijgt, kan zich slechts met heel veel moeite aan dit beeld van de werkelijkheid onttrekken. De tegenstemmen zijn meestal niet hoorbaar in Rusland. Organisaties die andere informatie overbrengen dan welke de overheid welgevallig is, kunnen beschuldigd worden van extremisme. Russische oppositieleden worden uit de weg geruimd of moeten vluchten, vaak niet naar Europa. 

In plaats van het enorme potentieel van de in Rusland vervolgde democratisch gezinde politici, activisten, wetenschappers, journalisten en cultuurmakers te benutten en hen in Europa te verwelkomen, worden velen van het veroordeeld tot een onzeker en onveilig bestaan in landen als Georgië, Armenië en Kazachstan. 

Het bekendst in het Westen werd Navalny. Ook aan hem wordt in RuZland aandacht besteed. Zo reist Cukier naar een van de juridische zittingen die Navalny aanspant en doet daar verslag van. 

In de Russische samenleving zijn er nog steeds mensen die kritisch blijven denken. Cukier ontmoet ze en laat hun stemmen horen. Ze laat zien hoe verdeeld de Russen zijn en dat we degenen die niets van Putin moeten hebben onrecht doen als we ze met hem en zijn beleid over één kam scheren. 

Groot hart

RuZland is geschreven met een groot hart voor het Russische volk, dat ook slachtoffer is van de eigen leider. In het nawoord schrijft ze dat er waarheidsvinding en verzoening noodzakelijk zullen zijn. 

Daarvoor zijn bruggenbouwers nodig: moedige en doortastende mensen die zich willen inzetten voor een gemeenschappelijke toekomst in vrede en veiligheid, vrij van onderdrukking en terreur. De afgelopen vijfentwintig jaar heb ik in Rusland ontzettend veel van zulke moedige, inspirerende mensen ontmoet. Hun kennis, ervaring en daadkracht zijn van onschatbare waarde voor de toekomst, maar hun stemmen klinken steeds zwakker. Laten we niet ophouden naar hen te luisteren. 

RuZland is een goed boek. Niet voor niets werd het genomineerd voor de Brusseprijs 2025, de prijs voor het beste journalistieke boek. Cukier schrijft helder, in soepele zinnen, waardoor je bij het lezen door het boek heen vliegt. Dat zal niet alleen liggen aan de stijl, maar ook aan haar betrokkenheid bij het land en vooral bij de mensen in Rusland. In een wereld van desinformatie en gemakkelijke meningen hebben we dit soort stemmen meer dan ooit nodig. 

maandag 20 april 2026

Stakkers en wolven (Lotfi El Hamidi)


In de proloog van Stakkers en wolven schrijft Lotfi El Hamidi:

Dit boek is een antwoord op het oprukkende fascisme en een aanklacht tegen de morele onverschilligheid van het Westen. Het voelt als een herhaling van zetten, maar kennelijk moet het steeds weer gezegd worden, in andere bewoordingen en met nog meer overtuiging. Stug blijven schrijven om terug te duwen. Om voor mezelf te spreken: ik kan niet anders. 

Dat laatste doet denken aan de woorden van Maarten Luther, die hij wellicht nooit zo gezegd heeft, maar die mij wel als schooljongen voor waar werden verteld. 

Dat ik het schooljongetje erbij haal, is niet voor niets. Ik ging in de jaren zestig naar de lagere school en in de jaren zeventig naar de middelbare en in die tijd stond de overgrote meerderheid van de Nederlanders achter Israël. Dat was ook in het buitenland duidelijk. Het leverde ons in 1973 de autoloze zondagen en benzinebonnen op.  

Goed, ik was nog een kind en er zal mij veel ontgaan zijn, maar ik herinner mij niet dat er oog was voor het lot van de Palestijnen. Palestijnen waren alleen in het nieuws als er vliegtuigkapingen waren en voor de rest bekommerde niemand zich om hen. 

Dat is tegenwoordig anders: er zijn grote demonstraties geweest om te protesteren tegen het genocidaal geweld van Israël tegen de Palestijnen. Maar in hoeverre kan het ons echt wat schelen? 

In het licht van Gaza

Op het voorblad van Stakkers en wolven staat 'In het licht van Gaza', een soort ondertitel, die niet voorkomt op de titelpagina. Je zou kunnen zeggen dat wat er gebeurt in Gaza de aanleiding is voor het boek, maar het gaat over meer. Het gaat ook over hoe in Nederland omgegaan is met migranten en over hoe weinig oog er geweest is voor hun perspectief. 

De titel is ontleend aan een column van Gerrit Komrij uit 1989, over de nasleep van de Rushdie-affaire. Komrij, over moslims: 'We hebben ze als stakkers verwend en krijgen ze als wolven terug.' Dat hier een hele bevolkingsgroep generaliserend wordt weggezet, lijkt me duidelijk. Maar op de site Neerlandistiek ontstond een discussie over het al dan niet islamofoob zijn van Komrij. Ook interessant misschien, maar het leidt wel af van wat El Hamidi aan de orde stelt. 

In Nederlandse Tweede Kamer zitten tegenwoordig aardig wat uiterst rechtse partijen en afsplitsingen en wat ze zeggen wordt steeds meer genormaliseerd. Van framende woorden als 'islamisering' en 'instroom' van vluchtelingen wordt niet meer opgekeken en er wordt niet meer tegen geprotesteerd. En we hebben zelfs een kabinet gehad waarin de PVV meedeed. Dat Wilders ooit veroordeeld is voor zijn uitspraak over 'minder Marokkanen' was blijkbaar geen breekpunt. 

El Hamidi haalt naar boven hoe Vincent Karremans de deur naar de PVV openzette en na hem deed Yeşilgöz dat nog eens dik over. 

Illustratief was de uitspraak van de VVD'er Vincent Karremans, toen wethouder van Rotterdam, die al vóór de verkiezingen zei geen probleem te zien in een eventuele samenwerking met de PVV. In zee gaan met een notoire Marokkanenhater is voor hem kennelijk een kwestie van 'ik heb zelf heus geen hekel aan Marokkanen, ik heb alleen schijt aan ze'.

Welk signaal geeft dat af aan mensen met een migratieachtergrond? Wat moeten ze doen om ere ooit bij te horen? Eigenlijk is het al raar dat juist zij iets zouden moeten doen. En niet wij, wilde ik schrijven, me daarmee realiserend dat ik al in mijn hoofd twee groepen heb gemaakt: wij en zij. 

El Hamidi:

Wanneer politici en opiniemakers beginnen over 'gewone' Nederlanders, 'hardwerkende' Nederlanders, 'bezorgde' Nederlanders, 'afgehaakte' Nederlanders, Nederlanders die zich zorgen maken 'of Nederland nog wel Nederland blijft', dan weet je meteen welke Nederlander zij voor zich zien. Of misschien moet je het omdraaien: je weet meteen welke Nederlander zij níét voor zich zien. 

Juist de oorlog in Gaza maakt duidelijk hoe principes niet meer mee lijken te spelen, hoe het gaat om politieke belangen en dat het dan blijkbaar niet meer uitmaakt of het ten koste gaat van mensen. El Hamidi herinnert ons aan de tijd die het kostte om te beslissen of doodzieke kinderen uit Gaza hier geholpen zouden kunnen worden. 

Tot mijn schaamte moet ik erkennen, dat ik 'o ja', dacht en ook bij wat El Hamidi schreef over de burgerwachten die grenscontroles uitvoerden. Blijkbaar meen ik de luxe te hebben om dit soort dingen weer te kunnen laten wegzakken in mijn geheugen. Ook dat is misschien een blijk van de morele onverschilligheid. 

Bij de les houden

Stakkers en wolven is een strijdbaar boek. Ergens schrijft El Hamidi dat hij schrijft om mensen bij de les te houden, om te laten zien dat genormaliseerd wordt (en al is) wat niet normaal hoort te zijn. Dat kan als pijnlijk ervaren worden, maar het is wellicht ten diepste een daad van liefde. Van Alphen schreef al: 'Een vriend, die mij mijn feilen toont, / Gestreng bestraft, en nooit verschoont, / Heeft op mijn hart een groot vermogen'.

Goed vind ik ook hoe hij het bombardement van Rotterdam te berde brengt als hij schrijft over een bezoek aan Damascus. Hij zoekt hierbij duidelijk naar de verbinding. Maar veel discussies draaien juist uit op uitsluiting. Over de Dodenherdenking schrijft hij: 

Opeenvolgende generaties kregen de woorden 'nooit meer' mee als ultieme les van de oorlog, als morele opdracht. Maar nu vraagt een nieuwe generatie zich af: als we de doden elders niet herdenken, als we geen parallellen naar het heden mogen trekken, wat is dan het nut van de historische les? Is 'nooit meer' soms een geografisch, om niet te zeggen etnisch, afgebakende boodschap?

El Hamidi roept op tot waakzaamheid en tot bezinning en het zal wel weer tegenspraak en verdachtmakingen opgeroepen hebben. Ik herinner me nog naar wat er tien jaar geleden gebeurde toen Tunahan Kuzu opriep tot waakzaamheid. Daarover schreef ik hier. De reacties op wat hij zei toonden maar al te zeer dat hij gelijk had. De liefdeloosheid (of beter: de haat) was maar al te duidelijk. 

Wie Stakkers en wolven leest, kan er niet de schouders over ophalen, lijkt me. De lezer wordt flink bij de schouders genomen en heen en weer geschud. Juist om die lezer bij de les te houden, juist omdat we iedereen nodig hebben om te bouwen aan een inclusieve samenleving en daarom moeten we alert blijven, ons blijven realiseren wat er gebeurt. In onze maatschappij, maar ook met ons. Zoals Campert al schreef, begint verzet met het stellen van een vraag aan jezelf. Die vragen worden ons ruimschoots gesteld in Stakkers en wolven. Het wordt tijd dat we die ook aan onszelf gaan stellen. 

Lotfi El Hamidi, Stakkers en wolven. Uitg. Pluim, 2026; 160 blz. € 22,99

Op 21 juni 2026 houdt Lotfi El Hamidi een lezing in de Vluchtheuvelkerk in Zetten. Ingang tegenover Bakkerstraat 20. Toegang gratis. 

donderdag 22 januari 2026

Winter


(column, voorgelezen bij Cultureel Café Dante)

Het is winter. Weliswaar is de sneeuw weg en wordt er niet meer geschaatst op natuurijs, maar wie het wereldnieuws volgt, zet zijn kraag op, slaat de sjaal een extra keer om de hals en drukt de bontmuts wat dieper in de ogen: kilte alom. En dan zitten we nog wel op een vrij rustig plekje op aarde en niet in Taiwan, Venezuela of Groenland, om van Oekraïne, Gaza, Soedan of Iran nog maar te zwijgen.

Maar veel mensen maken zich zorgen, en terecht. Alles wat op het wereldtoneel stabiel leek, is aan het schuiven gegaan en veel zekerheden brokkelen af onder onze vingers. Geen wonder dat mensen kampen met depressie en burn-out, dat er gesprekken gevoerd worden waarbij zorgelijk gekeken wordt. Het is winter en Van de Hulst zou zeggen dat het ‘bitter, bitter koud’ is.

In 2024 bleek uit een onderzoek van de Universiteit van Amsterdam dat mensen in tijden van angst en onzekerheid optimistischer worden en daarop wordt ook wel ingespeeld: een toekomstig premier roept steeds dat het wel kan en iemand die premier had willen zijn roept dat de zon gaat schijnen in Nederland. Maar om ons heen horen we vooral het woord crisis: klimaatcrisis, wooncrisis, asielcrisis, energiecrisis, geopolitieke crisis.

Het Sociaal en Cultureel Planbureau publiceerde eind 2025 het onderzoek Naar een toekomst die jongeren toekomt. Daarin werd aan jongeren gevraagd naar de zorgen die ze hebben om de toekomst, maar ook naar datgene wat hen kon steunen. Een aantal vragen ging over het ‘cultureel kapitaal’: hoe vaak ga je naar een museum, zijn er boeken in huis? Blijkbaar is de cultuur een medicijn tegen de somberheid. Juist de cultuur kan ons optillen uit onze dagelijkse sores.

Ik merkte dat zelf aan het eind van de coronaperiode (ook al een crisis!), toen ik voor het eerst weer naar een expositie kon. Ik dacht dat ik de tijd van lockdowns aardig was doorgekomen, maar pas toen die voorbij was, merkte ik hoezeer ik de kunst gemist had.

En daarom is het zo mooi dat er hier maandelijks een cultureel café is. Niet alleen omdat het gezellig is, niet alleen omdat er mooie dingen te zien en te horen zijn, maar ook uit oogpunt van de volksgezondheid. Ik snap dat Dante de drempel laag wil houden en alleen een vrijwillige bijdrage vraagt in de collectezak, maar als je voor de toegang flink zou moeten betalen, zou je dat geld terug moeten kunnen krijgen van je ziektekostenverzekering. Een avond Dante spaart heel veel andere zorg uit.

Je kunt op zo’n donderdagavond gaan sporten, maar het is belangrijker voor je mentale gezondheid om je onder te dompelen in een cultuurbad. Hier is het warm, hier schijnt de zon, hier kan het wél. Hier kun je je jas uitdoen en je sjaal af, en leg die bontmuts maar op de kapstok.

Buiten is het winter, buiten heerst de kou, wat buiten gebeurt laat je tanden klapperen. Maar wij zitten hier met muziek, zalf voor onze ziel. Met kunst, balsem voor onze ogen. Met elkaar, met de warmte die we elkaar geven. We veroorzaken onze kleine geestelijke klimaatverandering en als we aan het eind van de avond naar huis gaan, lijkt de kou ons minder te deren. Er gloeit iets in ons waar we nog lang op kunnen teren.

(bron illustratie: Chatgpt)

maandag 12 januari 2026

Onderweg (Aimée de Jongh/Tina De Gendt)

We leven onder een (weliswaar demissionaire) regering waarin migratie uitsluitend als probleem wordt gezien, als iets wat bestreden moet worden. En dat veronderstelt weer dat migratie tegengehouden kan worden, al laten de cijfers over de lange termijn zien dat er vooral een constante waar te nemen is. Men leze het werk van Hein de Haas. 

Wat is het dan heerlijk dat je ook eens een ander geluid hoort en dat geluid klinkt helder in het boek Onderweg, Migraties die de wereld veranderden van Aimée de Jongh en Tina de Gendt. De eerste zorgt daarin voor de illustraties, de tweede voor de tekst. In het boek (mooi, groot formaat en hardcover) worden belangrijke migraties uit de geschiedenis van de mens geschetst, te beginnen bij de eerste, ca. 72.000 jaar voor Christus: die van het Afrikaanse continent naar Azië en Europa. Het boek eindigt met vluchtelingen voor de kust van Lesbos en klimaatvluchtelingen in Tsjaad. 

Tijdperken

De geschiedenis van de mensen is verdeeld in tijdperken. Bij elk tijdperk krijgen we, na een korte inleiding, een wereldkaart waarop enkele migraties uit dat tijdperk zijn aangegeven, zodat je je goed kunt voorstellen op welk deel van de wereld die zich afspelen. Verder staat er steeds aangegeven hoe groot de wereldbevolking was aan het begin van het tijdperk en hoe groot die is aan het einde ervan. De eerste periode, 'De mens verspreidt [zich]' loopt van 100.000 v.C. tot 10.000 v.C. De wereldbevolking loopt dan op van 1 miljoen naar 4 miljoen. 

Onder aan de dubbele pagina is er steeds een tijdlijn waarop belangrijke gebeurtenissen uit dat tijdperk zijn aangegeven. Daarna worden de migraties dichtbij gehaald in verhaalvorm, in de ik-vorm verteld door iemand die de migratie meemaakt. En er is puntsgewijs beknopte, zakelijke informatie. De tekst is geplaatst in een tekening, van Aimée de Jongh aan wier werk ik al eerder aandacht gaf. Zie de links onderaan. Zij moest dus niet alleen een aansprekende tekening bij elke migratie maken, maar ook kijken waar ze ruimte voor de tekst kon maken in die tekening. In alle gevallen is dat goed gelukt. De tekst staat op wisselende plekken op de pagina, wat voorkomt dat de indeling statisch wordt, een strak format waaraan iedereen zich moet houden. Nu komt het losser over en dat is prettig. 

Op de cover zie je een rij migranten, waarbij de tijden door elkaar lopen. Iemand op blote voeten, gekleed in een dierenhuid loopt achter iemand met een telefoon aan zijn oor. Die rij mensen komt ook terug aan het begin van elk hoofdstuk, waarin enkele mensen oplichten in de rij: over hen zal het dit hoofdstuk gaan. Zo'n rij helpt om de continuïteit van de migratie de laten zien: een migratie staat nooit op zich, maar maakt deel uit van een traditie van migraties. 

In de koffer

Elk hoofdstuk sluit af met 'In de koffer': wat nemen we mee van deze migraties? Aan het einde van het hoofdstuk 'Verre reizen, 1350 - 1750' worden bijvoorbeeld genoemd: de krant, het woordenboek, het horloge, ballet en shampoo. Wat dat ballet betreft: 'Dankzij het huwelijk tussen tussen de Franse koning en de Italiaanse Catherina de' Medici werd ballet dé rage van de zestiende eeuw. Sindsdien reist de dans de wereld rond: de rokjes, de schoentjes én de dansers zelf natuurlijk.'

Zoals gezegd: het is prettig dat in Onderweg migratie getrokken wordt uit de sfeer waarin die nu vaak ter sprake komt. Verder is het verfrissend dat de geschiedenis nu eens niet bezien wordt vanuit onze eigen positie. Ik heb op de lagere school nog les gehad in 'vaderlandse geschiedenis'. Later werd dat 'geschiedenis', maar die geschiedenis was nog steeds eurocentrisch, zoals op de wereldkaart Europa ook steeds in het centrum lag. 

In Onderweg zoomen we afwisselend uit, zodat we de hele wereld zien, en in, waarbij we bepaald worden wat er op dat moment op deze specifieke plek van de wereld gebeurde. Ook dat is prettig: opgetild worden uit het benauwde wereldje van bijvoorbeeld de nationale politiek en je een deel voelen van de hele wereld. 

Kinderen en jongeren

Omdat de vertellers in de verhalen stukjes veelal kinderen zijn, is Onderweg ook uitstekend geschikt voor kinderen en jongeren. Het zou daarom heel geschikt zijn om het op scholen te verspreiden. Ik ga het deze week ook op school laten zien. 

Midden in Onderweg is 'Het Onderwegboekje' opgenomen, dat als volgt wordt ingeleid:

Ondertussen hebben we het door. Migratie is geen sprookje. Heel vaak migreren mensen niet uit vrije wil, maar omdat ze gedwongen worden of uit nood. En als mensen ergens aankomen, begint het verhaal vaak pas. Waarom blijven mensen dan migreren? Wat betekent het voor hun leven? Voor het leven van ons allemaal? Migratie roept heel veel vragen op. Dus laat ons die vooral blijven stellen. Aan onszelf en aan elkaar.

En daarna volgen die vragen, zoals 'Waarom migreren mensen?' en 'Is migratie nu anders dan vroeger?' De lezers worden uitgenodigd om grootouders, buren of klasgenoten te interviewen en om in oude fotoalbums te duiken, op zoek naar verhalen achter migratie. 

Tekst en tekeningen

De teksten van Tina De Gendt zijn bijzonder helder en heel aansprekend. Ze weet de gebeurtenissen van lang geleden op die manier dichtbij te brengen. Dat we ons goed kunnen voorstellen wat er in die tijd gebeurd is, komt natuurlijk ook door de tekeningen van Aimée de Jongh, die altijd toegankelijk zijn. Ze zijn sfeervol en ze maken maken door hun kleurrijkheid het boek heel prettig om doorheen te bladeren. 

Je kunt Onderweg van de eerste tot de laatste bladzijde lezen (zoals ik heb gedaan), maar het leent zich ook uitstekend om hapsnap tot je te nemen of om je eens wat te verdiepen in een enkele migratie. En hopelijk helpt het een beetje om migratie uit de probleemhoek te halen en om die minder te bekijken vanuit het gezichtspunt van de gesettelde die het liefst zo min mogelijk verandering wil omdat hij nu eenmaal al goed zit en meer uit dat van de migrant.

Onderweg, Migraties die de wereld veranderden. Aimée de Jongh (tekeningen) & Tina De Gendt (tekst). Uitg. Lannoo, 2025, 104 blz. (€ 27,99)

Eerder schreef ik over ander werk van Aimée de Jongh




donderdag 4 december 2025

Hoe vond je zelf dat het ging? Jip van den Toorn

Het werk van Jip van den Toorn kom ik meestal toevallig tegen. Op een van de min of meer sociale media. Ik lees niet een krant waar ik wekelijks (of misschien wel vaker) kan doorbladeren naar haar cartoon. Maar wat ik hier en daar tegenkwam intrigeerde mij altijd wel. 

Haar tekeningen zijn nogal statisch: personen zijn eigenlijk nooit in beweging. Ze zijn ook een beetje houterig, maar dat zal wel een keuze zijn. Alles moet er immers op gericht zijn om de inhoud over te brengen en dat gaat eigenlijk altijd goed. Helderheid kun je wel aan haar overlaten. Schaduwen worden aangegeven met arcerinkjes. 

Om goed kennis te maken met het werk van Van den Toorn heb ik mijzelf de dikke verzamelbundel Hoe vond je zelf dat het ging cadeau gedaan. Het mooi uitgegeven boek (gebonden) bevat een ruime keuze uit de jaren 2020 - 2025. 

Je krijgt daardoor niet alleen een goed beeld van de cartoons, maar ook van de tijd waarin ze getekend zijn. De coronajaren vallen immers ook in deze periode. Voor in het boek is van elk jaar een tijdlijn opgenomen en bij elk jaar heeft de auteur een inleiding geschreven, waarin ze terugblikt op haar werk. Zo noemde ze haar cartoons in het begin 'beeldcolumns', wat overigens ook een prima aanduiding is, maar het zijn natuurlijk ook gewoon cartoons. 

Ook verwondert ze zich erover dat cartoons veelal getekend worden door oudere witte mannen en ook over hoe die haar benaderen. 

Hoewel er ook wel er ook cartoons zijn die gesitueerd zijn op het platteland of aan zee, is de wereld die Van den Toorn tekent toch vooral de stedelijke, waar mensen volop in het leven staan. Yogamatjes, mocktails, influencers, podcasts, sociale media, cancelcultuur - die wereld. Vaak zijn haar cartoons een spiegel en nodigen ze uit tot bezinning: waar zijn we mee bezig?

Gaza

Zoals gezegd, de actualiteit speelt een belangrijke rol. Bij elke cartoon wordt de datum vermeld waarop die gepubliceerd is en soms is er een toelichting op de aanleiding. Niet alleen corona speelt in een deel van die tijd een rol, maar ook het genocidaal geweld in Gaza. 


Europa wil het oordeel genocide maar niet uitspreken. In een cartoon wordt er galgje gespeeld, waarbij alleen de eerste 'e' van 'genocide' niet is ingevuld, maar Europa komt maar niet op het woord. Eigenlijk is dat ook niet zo gek, want de laatste 'e' staat er al, wat wil zeggen dat die letter al is genoemd. Die had dus eigenlijk ook weggelaten moeten zijn. 

Een andere cartoon laat het verwoeste Gaza zien en dan moet je de vierkanten selecteren die je aan het hart gaan, om te tonen dat je geen robot bent. Dat lijkt erg op een cartoon van Lectrr (die vind je hier). Soms komen tekenaars op hetzelfde idee. 

Het is ook lastig om zoveel cartoons over Gaza te maken, waarbij de boodschap eigenlijk elke keer hetzelfde is. Wat dat betreft is er nog aardig wat verscheidenheid bij Van den Toorn. 

Gepraat

Verschillende keren komt terug dat er wel gepraat wordt, maar dat er niet echt wat verandert. Niet alleen wat betreft Gaza, maar ook op andere gebieden. Goed, er is vliegschaamte, maar het vliegen gaat voor veel mensen gewoon door. Alleen voelen ze zich er nu schuldig over. Er is ook een mooie cartoon over een kind dat aan zijn ouders vraagt wat ze hebben gedaan om een ramp te voorkomen en dan moeten de ouders erkennen dat ze met marginale zaken bezig waren. 

Wat mensen zeggen komt vaak niet overeen met hoe ze doen. Protesteerders zeggen dat ze bang zijn voor chaos in het dorp, maar intussen veroorzaken ze zelf chaos. Een man zegt tegen polarisatie te zijn, maar hij zal wel eens vertellen welke eikels ervoor verantwoordelijk zijn. 

Verschillende keren plaatst ze twee plaatjes naast elkaar die je kunt vergelijken. Niet alleen bij de mensen met vliegschaamte, maar bijvoorbeeld ook bij de mensen die buiten slapen op Lowlands en die in Ter Apel. 

In dit fraaie boek zijn de meeste cartoons paginagroot afgedrukt en soms is er zelfs een spread, waarbij een cartoon twee pagina's mag beslaan. Er zijn ook pagina's waarop drie cartoons onder elkaar staan en die zijn mij dan weer net aan de kleine kant, maar ik heb ze met evenveel interesse bekeken. 

Het boek ziet er prachtig uit: gebonden, buikband, stevig papier, mooie kleuren en de grootte van de tekeningen maakt ze nog minder ontkoombaar. 

Eerder schreef ik over andere bundels met cartoons:





vrijdag 30 mei 2025

Uitverkoren. Hoe Nederland aan zijn zelfbeeld komt (Saskia Pieterse en Janneke Stegeman)

 
Dat typisch Hollands vingertje, 
daar gaat het weer omhoog. 
Met een parmantig slingertje 
onderstreept het het betoog. 
Zo begint een lied van Seth Gaaikema, jaren zeventig van de vorige eeuw. Het gaat over een typisch Nederlandse eigenschap: het belerend aan anderen uitleggen waarom zij het toch werkelijk fout hebben. Waar komt dat toch vandaan? Waarom vinden wij onszelf vrijer, toleranter, vooruitstrevender, verstandiger en wat niet al dan mensen in andere landen, dan andere culturen? In welke soepketel zijn wij ooit gevallen en waarmee zijn wij doordrenkt?

Daarover hebben zich Saskia Pieterse en Janneke Stegeman gebogen. De resultaten van hun zoektocht lees je in Uitverkoren, Hoe Nederland aan zijn zelfbeeld komt. 

Witheid

Voor hun onderzoek zijn de auteurs teruggegaan tot in de zeventiende eeuw. Ze laten zien hoe onze samenleving doortrokken was van Witheid. Wit heeft niet alleen te maken met wat we vroeger 'blank' noemden, maar met een wereldbeeld waarin de Europese mens centraal staat en tot norm is gemaakt. Bovendien was er een machtspositie, waarbij dat Witte wereldbeeld opgelegd kon worden aan anderen. De samenleving was (en is) daarvan doortrokken, wat bijvoorbeeld blijkt uit de geschiedschrijving of uit hoe bij ons een wereldkaart eruitziet. Eurocentrisme is overal terug te vinden.

Dat heeft Witheid een soort vanzelfsprekendheid gegeven, waarvan mensen het al lastig vinden als het bevraagd wordt en als mensen vragen om je er bewust van te zijn dat wat voor jou een gegeven is, voor anderen pijnlijk kan zijn. Dat het zelfs uitgesproken racistisch en excluderend is. 

Over het kolonialisme en Nederlands niet bepaald fraaie rol daarin is al veel geschreven. Toch is er bij velen nog een soort trots op dat koloniale verleden. Zelfs in 2006 nog riep de toenmalige premier, Jan-Peter Balkenende, op tot een hernieuwde 'VOC-mentaliteit'. 

Calvinisme

In Uitverkoren wijzen Pieterse en Stegeman op een verband met het calvinisme. In de zeventiende eeuw waren de calvinisten in de minderheid. J.J. Woltjer kwam in 1994 (De plaats van de calvinisten in de Nederlandse samenleving, De zeventiende eeuw, jrg. 10) tot de conclusie dat in 1620 hooguit eenvijfde van de Nederlandse bevolking daartoe gerekend kan worden. Maar de invloed kan toch groot geweest zijn. 

Pieterse en Stegeman voeren heel wat bronnen aan. Aanvankelijk geven ze veel aandacht aan de opvattingen van de predikant Godefridus Udemans (1581 - 1649), maar even later blijkt hij maar een van de velen is die zich op een soortgelijke manier uitlieten.

Wat waren de opvattingen van de calvinisten? De auteurs bespreken per hoofdstuk een eigenschap die op 'de Nederlander' wordt geplakt: vrij, tolerant, uitverkoren, welvarend, verlicht en democratisch. Daarbij lopen ze ook door de tijd, van de zeventiende eeuw tot aan Abraham Kuyper (1837 - 1920). 

Protestantisme en kolonialisme blijken met elkaar verbonden, evenals protestantse suprematie en Witte suprematie. Als je vindt dat heidenen bekeerd moeten worden, ga je er al van uit dat jouw geloof het ware is. 

Vrijheid

Vrijheid stond hoog in het vaandel geschreven van de Republiek in de zeventiende eeuw. Hoe is dan toch kolonialisme en slavernij ooit te verontschuldigen geweest? Er werd betoogd dat Nederland een taak had te verrichten en dat het kolonialisme ook ten gunste van de gekoloniseerden kwam. Al was het natuurlijk wel een ander slag mensen, een ander 'ras'. Zelfs als ze zich bekeerden tot het christendom. Udemans:
Nochtans beken ik dat, als zij al bekeerd zijn, er iets in de natuur van de Indianen is wat walgelijk is voor onze Natie, te weten haar aangeboren zwarigheid [zondigheid] en vuilheid, zodat de kinderen die uit zulke vrouwen voortkomen geen rechte Nederlanders zijn, maar Mestiezen, en lijkend op gele Moren. 
Binnen het calvinisme was er wel kritiek op de slavernij (bijvoorbeeld door de predikanten Smytegeld en Hondius), maar het betreft hier uitzonderingen. Hondius was bovendien niet tegen slavernij, maar tegen hoe de Nederlanders daarmee omgingen. 

Het begrip slavernij werd ook geestelijk gebruikt. Mensen die zich nog niet bekeerd hebben, de heidenen, zijn slaaf van de zonde. Dat is een kijk vanuit protestantse suprematie, die gemakkelijk raciale trekken krijgt en tot Witte suprematie wordt. 

Tolerantie

Dat tolerantie gepredikt wordt, is ook verbonden met het geloof. Joden moeten bijvoorbeeld toegelaten worden tot de Republiek, want hun bekering kan alleen maar tot stand komen als ze in aanraking komen met de ware religie. De auteurs verwijzen hierbij naar Hugo de Groot, van wie ik eigenlijk (op het verhaal van de boekenkist na) alleen maar wist dat hij zich met het zeerecht beziggehouden. 

Tolerantie gaat altijd uit van hiërarchie. De dominante groep kan tolerant zijn voor groepen die minder macht hebben. De calvinistische minderheid baseerde haar plek boven aan de hiërarchie op de overtuiging dat zij de ware religie beleed. 
Het werk van theologen als Hoornbeeck droeg zo bij aan de opvatting dat de niet-christelijke, niet-Europese mens minderwaardig was. Een tegenstelling tussen ware religie en lagere vormen van religie zoals afgoderij en vormen van 'heidendom' speelde in dat proces een belangrijke rol - en stond nooit los van fysieke, etnische en culturele kenmerken. 

Uitverkoren

In het Oude Testament, de Joodse Bijbel, is het volk Israël het uitverkoren volk. Maar de Joden hebben het verbruid en eigenlijk is Nederland het geestelijke Israël. In mijn jeugd heb ik predikanten wel over de band tussen God, Nederland en Oranje (een drievoudig snoer dat niet licht verbroken wordt) horen preken. 

Pieterse en Stegeman laten zien dat de opvattingen van de calvinisten zich niet alleen uitstrekten tot de joodse godsdienst, maar ook tot de Joden als groep. Gisbertus Voetius (1599 - 1676):
de Joden [zijn] de ellendige slaven van hebzucht, lust, gulzigheid, trots, leugens, onrechtvaardigheid, haat, afgunst en wraak, en al hun rechtschapenheid is niets anders dan een vleselijke ijver, een afschuwelijke hypocrisie; al hun zogenaamde goede werken zijn blinkende zonden; hun geloof, religie en vroomheid is enkel doen-alsof en een masker voor blindheid, trouweloosheid, atheïsme en epicurisme, afvalligheid, magie en bijgeloof, godslastering, haat tegen God, vleselijke, slaafse aanbidding. 

Welvaart

Geld verdienen was niet vies in de ogen van de calvinisten, maar je materiële belangen moeten wel de geestelijke dienen. Met dat in het achterhoofd is het niet verwonderlijk dat er nu een stroming is die het welvaartsevangelie verkondigt: als je maar het goede geloof hebt, zal het je ook materieel goed gaan. 

Jan Pieterszoon Coen was niet alleen bezig met het veiligstellen van economische belangen (bijvoorbeeld met het gewelddadig overnemen van het gezag op de Banda-eilanden). Hij stond ook een christelijke volksplanting voor, waarbij het christelijke gezin model stond. Ook aan de slavernij ligt een soort gezinsmodel ten grondslag, waarbij de slavenmeester als 'vader' fungeerde. 

Verlichting

In de loop van de tijd verandert er wel het een en ander. De orthodoxie verliest in de loop van de achttiende eeuw aan invloed. Dat wil niet zeggen dat Nederland zich niet meer ziet als een uitverkoren natie, maar dat de gedachte van superioriteit nu meer gebaseerd worden op een verlicht protestantisme. Verlichte protestanten zouden meer dan anderen beschikken over het vermogen tot democratisch zelfbestuur. 

Ook nadat in 1848 in Nederland de grondwet is ingevoerd, blijven de bestaande verhoudingen in stand. De 'inboorlingen' worden opgenomen in het Nederlandse huisgezin, maar wel als kind, dat natuurlijk opgevoed moet worden en nog niets te zeggen heeft. Pieterse en Stegeman:
We zien de verlichting vaak als de doorbraak van de overtuiging dat alle mensen gelijk zijn. Wie kritisch kijkt ziet iets anders. Juist de progressieve ontwikkelingen in die periode maakten het mogelijk om protestantse en Witte superioriteit schokbestendig de moderniteit in te tillen. In staat tot zelfbewustzijn en daarom universaliteit waren onder de streep alleen Europese protestanten. 
In het laatste hoofdstuk, 'Democratisch' is er veel aandacht voor Abraham Kuyper en zijn kijk op kolonialisme en de positie van de Joden. Racisme en antisemitisme worden ontkend, maar blijken wel degelijk aanwezig. 

Seculier

En nu? Nederland is een seculier land, maar men grijpt nog steeds terug op de 'joods-christelijke cultuur'. Het zelfbeeld van Nederland noemen Pieterse en Stegeman 'chronisch positief'. De overtuiging dat wij verder zijn dan andere landen is een protestantse erfenis. We dachten al eeuwen geleden zo, toen gebaseerd op de gedachte dat 'wij' het ware geloof hadden. Nu gaat het niet meer om het geloof, maar de superioriteitsgedachte is gebleven. Anderen die nog niet zo ver zijn als wij, krijgen te maken met ons typisch Hollands vingertje. 

Saskia Pieterse en Janneke Stegeman leggen in Uitverkoren bloot hoe enkele structuren in onze maatschappij in de loop der eeuwen ingesleten zijn en dat het calvinisme daarbij een bepalende factor is geweest. Hoe die opvattingen van een minderheid zo breed ingang hebben gevonden, zou nog een keer duidelijk gemaakt moeten worden. Ook kun je je afvragen in hoeverre andere invloeden bepalend zijn geweest, maar dat valt misschien niet binnen het bestek van dit  boek. 

Duwtje naar bewustwording

Ik denk dat Uitverkoren vooral belangrijk is als duwtje naar bewustwording. Wat zo diep ingeslepen is in onze samenleving, zal ook invloed hebben op ons, ook als we dat niet weten of niet willen. Als we daarop gewezen worden, kan ons dat helpen zicht te krijgen op hoe we zijn, als maatschappij en als individu. 

Pieterse en Stegeman laten zien dat mensen als Frits Bolkestein, Paul Scheffer en Mark Rutte de islam buiten Europese cultuur plaatsen of die zelfs als bedreiging daarvan zien en dat islamofobie (als je dat zo moet noemen) ook een raciale dimensie heeft:
We hebben in dit boek laten zien dat racisme nooit exclusief over het lichaam gaat, en dat religie juist wel steeds een rol speelde in de racialisering van lichamen. Wie inzicht heeft in die geschiedenis ziet dat 'ras' altijd óók, religie, cultuur, geografie, taal en meer omvatte. 
Ik ben bepaald geen historicus en ik kan niet beoordelen in hoeverre Pieterse en Stegeman doorschieten. Mogelijk doen ze dat, maar de vraag is of dat erg is, als dat tot gevolg heeft dat we serieus aan het denken worden gezet over de maatschappij waarin we leven en over hoe die zo geworden is. En natuurlijk over onszelf. 

dinsdag 24 december 2024

Hoe houd je je hart zacht (Natascha van Weezel)



De oorlog tussen Israël en de Palestijnen staat volop in de belangstelling. Veel mensen hebben daar een duidelijke mening over en als ze pro de ene kant zijn, zijn ze automatisch anti de andere kant, lijkt het wel. 

Ik ben geboren aan het eind van de jaren vijftig en ik vermoed dat ik opgegroeid ben in een tijd waarin in Nederland heel erg voor de kant van Israël werd gekozen. Dat zal te maken hebben gehad met de naweeën van de oorlog. In de kinderboeken die ik las waren alle Duitsers fout en de Joodse mensen waren slachtoffers die door dappere Nederlanders beschermd moesten worden. 

Nog als de dag van gisteren herinner ik me 1967, de Zesdaagse Oorlog. Ik zie mezelf bij mijn grootouders voor de oliekachel op de vloerbedekking liggen, met voor me De Gelderlander met daarin het kaartje van Israël, waarop precies stond aangegeven welke slagen er geleverd waren en waar er gebombardeerd was. Dat had dat kleine landje toch maar mooi voor elkaar. Nuances herinner ik me niet. Iedereen stond, in mijn beleving achter Israël. 

Palestijnen

In het verhaal over Israël kwamen de Palestijnen niet voor, voor zover ik mij herinner. Die kregen pas een gezicht toen Yasser Arafat in het nieuws kwam er onderhandeld werd over akkoorden. Arafat was ook al in de jaren zestig actief, maar dat drong niet tot mij door. 

Intussen heb ik natuurlijk meer gelezen. Hieronder zal ik wat links opnemen naar wat ik schreef over de boeken van Joe Sacco en de podcast Midden in het oosten. Het is er allemaal niet duidelijker op geworden. Maar dat weerhoudt mensen over het algemeen niet van een duidelijk oordeel, waarbij voor het gemak Israël gelijk gesteld wordt aan Netanyahu of de de Palestijnen aan Hamas. Je wordt geacht hierin partij te kiezen. 

Gelukkig is hier en daar ook nog de nuance te vinden, zoals te lezen in het boek Hoe houd je je hart zacht van Natascha van Weezel. Het is een boek dat ik wel wilde lezen en ik ben een paar weken geleden ook begonnen met het volgen van de podcast Wallet en Van Weezel. Van Weezel is Joods en ze voelt zich verbonden met Israël. Maar ze heeft ook oog voor het lot van de Palestijnen en ze ziet in dat we niet verder komen met geharnaste standpunten. 

Het radicale midden

Ze kiest, zoals ze zegt, voor het radicale midden, dat oog heeft voor de goede en moeilijke kanten van beide zijden, maar dat vooral mensen wil blijven zien en dat wil nadenken over hoe we het menselijke kunnen behouden tijdens een conflict dat veel onmenselijks in zich heeft. Ze noemt dat radicaal en hoe radicaal dat is, blijkt wel uit de reacties die ze krijgt en waarover ze ook schrijft in dit boek. 

Wie in het midden staat, krijgt kritiek van beide kanten. Als je niet helemaal achter A staat, sta je dus achter B en andersom, wordt er geredeneerd. Die kritiek bestaat niet alleen (of juist meestal niet) uit het geven van tegenargumenten, maar ook uit bedreigingen, waar zelfs haar jonge kind als mogelijk slachtoffer genoemd wordt. Je zou van minder ontmoedigd raken en het bijltje erbij neergooien. Dat doet Van Weezel niet en daar moet ze om geprezen worden. Ze blijft het verhaal vertellen van mensen, mensen die elkaar in de ogen kunnen kijken en begrip kunnen hebben van en voor hoe de ander lijdt. 

Dat is lastig, want je zit altijd met je eigen achtergrond, met de loyaliteit waarmee je opgevoed bent. Ik moet hierbij denken aan wat Sarah Glidden schreef in haar graphic novel Israël in zestig dagen:
Sommigen van ons ervaren Israël als een gekke oom… We hebben geen invloed op hem, maar we voelen ons wel verantwoordelijk voor zijn gedrag. Als we hem afwijzen, ziet iedereen dat we ons schamen.

Advies

Het mooie van Hoe houd je je hart zacht is dat het een persoonlijk boek is terwijl het tegelijkertijd het individuele overstijgt. Van Weezel plaatst zich nadrukkelijk in de tijd door het boek te beginnen met een brief aan haar zoontje en ook te verwijzen naar haar vader, Max van Weezel, die haar vaak het advies gaf om haar hart zacht te houden. 

Dat probeert ze in dit boek te doen en ze laat zien dat het moeilijk is. Mensen met wie ze vroeger vertrouwelijk of vriendschappelijk omging, keren zich van haar af, omdat ze vinden dat het onderhand eens gedaan moet zijn met al die nuance en dat Van Weezel nu maar eens duidelijk partij moet kiezen. 

Ook hierbij klinkt de stem van haar vader:
Het voelt misschien alsof je nergens bij hoort, maar als twee extreme kanten boos op je zijn, dán doe je het precies goed.

Makkelijk is het allemaal niet, maar de geschiedenis leert dat het wel mogelijk is om over eigen schaduwen heen te springen. Van Weezel citeert Yuval Noah Harari die erop wijst dat tachtig jaar geleden miljoenen Joden vermoord werden door nazi's en dat vandaag de dag Joden en Duitsers goede vrienden zijn zijn. 'Als zíj zich met elkaar kunnen verzoenen, dan moeten álle wonden geheeld kunnen worden.'

Het is mooi om zoiets te lezen, maar het is moeilijk om hoop op vrede te houden in de huidige situatie.

Rellen 

Hoe houd je je hart zacht kwam uit in september, ruim voor de rellen in Amsterdam naar aanleiding van de Maccabi-supporters. Daarover werd gesproken in de podcast Wallet & Van Weezel maar bijvoorbeeld ook in de Bonte Was Podcast met Mounir Samuel. De ongeregeldheden waren aanleiding voor forse politieke uitspraken: de Israëlische regering sprak van pogroms, nog voor de feiten boven water waren en Nederlandse politici (waaronder premier Schoof) signaleerden maar meteen een integratieprobleem. 

Mij leken de acties uitgelokt door de supporters van Maccabi en wat er gebeurd is leek met niets te maken te hebben met antisemitisme. Maar dat het allemaal zo fel werd wel aangewakkerd door de oorlog in Gaza. Van Weezel zegt in de podcast: als dit geen antisemitisme is, wat dan wel? En Samuel vertelt hoe hij de dagen na de wedstrijd en de rellen niet in de stad kon komen omdat zijn uiterlijk al aanleiding was om de aandacht van de politie te trekken. 

Het is goed om deze kanten te horen, lijkt me, en te horen hoe mensen van beide kanten ervaren wat er gebeurd is. Als je verhalen hoort van beide kanten, is dat verwarrend, omdat er blijkbaar niet een eenduidig verhaal is. Maar misschien is juist eenduidigheid en dus het gebrek aan nuance de dood in de pot. 

Het oordeel uitstellen

Je hoeft het niet in alles eens te zijn met Natascha van Weezel, maar het is goed om aan het denken gezet te worden, om het oordeel meer uit te stellen en vooral oog te hebben voor de mensen. Natuurlijk de mensen de mensen in het gebied waarin de oorlog woedt, maar ook voor de mensen hier, die door de huidige politiek in uitzonderingsposities geplaatst worden, die zich moeten verdedigen, die moeten bewijzen dat ze volwaardig Nederlander zijn, die bang zijn voor hun veiligheid. 

Als je er niet direct mee te maken hebt, kun je het begrijpen, misschien, maar je ervaart het niet, je voelt het niet. Je kunt dus niet alleen afgaan op je eigen gevoel. Alles wat helpt om onze ogen, onze oren, ons hart open te houden, lijkt me welkom. Een boek als Hoe houd je je hart zacht kan daarbij helpen. 

Ik eindig met een citaat dat Van Weezel geeft. Het is van Abu Ahmad en Van Weezel las het in de linksgeoriënteerde krant Ha'aretz:
Bij het woord radicaal denken mensen vaak aan geweld of terrorisme. Maar volgens mij is je 'vermeende vijand' een hand geven het meest radicale wat je kunt doen. Dat is namelijk veel dapperder. 
Joe Sacco, Onder Palestijnen
Joe Sacco, Gaza 1956
Sarah Glidden, Israël in 60 dagen

woensdag 11 december 2024

Ziek


Mijn streven is om drie maal per week een recensie te plaatsen op Bunt Blogt, maar dat gaat me deze week niet lukken. Ik ben namelijk ziek. Het is niet zo dramatisch als op de ets van Camille d'Havé (hierboven), maar lastig is het wel. 

De details zal ik je besparen en langzaam gaat het de goede kant op. Sinds gisteren ben ik weer in de kleren en de nachtrust doet mij goed. Gelezen en geschreven heb ik de afgelopen dagen niet. Zondagavond las ik nog met genoegen een strip en daarna begon de ellende. Er is geen oorzakelijk verband. 

Mogelijk dat ik deze week nog een keer een oude recensie plaats, die niet eerder hier te lezen was. Verder wil ik je wel laten weten wat je nog kunt verwachten. 

Appie Happie

Volgende week, calamiteiten voorbehouden, zal ik schrijven over de integrale heruitgaven van Appie Happie. Daar zijn intussen al vijf delen van verschenen, maar ik las alleen het eerste deel, waarvan ik wel genoten heb. Dat zal wel voor een deel ingegeven zijn door jeugdsentiment. Toen ik jong was, meer dan een halve eeuw geleden, was Dik Bruynestein een bekend cartoonist en striptekenaar. Mijn oma was geabonneerd op De Gelderlander en daarin las ik altijd Appie Happie. 

Het archief

Daarna staat Het archief van Thomas Heerma van Voss op mijn lijstje. Het is een sleutelroman over zijn tijd bij het tijdschrift De Revisor. Dat is al leuk, omdat wel duidelijk is wie wie is. En een van de redacteuren is een oud-leerling, die ik onlangs nog sprak op een reünie. Toen had ik het boek al in huis, maar ik had het nog niet gelezen. 

Verder heb ik ook ooit in redacties van literaire tijdschriften gezeten, dus ik herken ook wel iets van het geschetste wereldje. 

Maar of iets nu een sleutelroman is of niet, het moet natuurlijk gewoon een goed boek zijn, en dat is Het archief ook wel. Dat komt ook door het tweede deel over de vader die aan het eind van zijn leven is. De twee delen lijken over heel verschillende dingen te gaan en het enige verband lijkt de verteller. Toch gaan ze goed samen. 

Verder liggen er nog heel veel strips. Ik probeer daar zoveel mogelijk van te bespreken, maar sommige dingen laat ik liggen. Bijvoorbeeld het tweede album van Rutger Gret, To geek... or not to geek. Dat pakt me niet, merk ik, en ik vind het ook weer niet interessant genoeg om daar kritisch over te schrijven. Dat laat ik dus even. 

Wynona

Wel net gelezen: Wynona 2, Het offer. Ik hou erg van de schwung waarmee Hans van den Oudenaarden tekent en zijn verhalen lezen ook goed. Dat had ik al bij Rhonda, ik heb het ook weer bij Wynona. Het is wel veel spektakel en vaak kom ik er pas achter wat ik daarvan vind als ik er daadwerkelijk over ga schrijven. 

Wat ik nog aan het lezen ben

Op dit moment lees ik van Natascha van Weezel Hoe houd je je hart zacht, over de oorlog in Gaza en de daaraan voorafgaande inval van Hamas op 7 oktober. Het is een prettig boek, omdat het persoonlijk is en genuanceerd. Van Weezel kiest, zoals ze zegt, voor het radicale midden. Dat is een ongemakkelijke positie, omdat je kritiek van beide kanten krijgt. 

Verder lees ik al maanden in de dikke uitgave van alle strips van Guust Flater van Franquin. Een onhandig dik boek, maar het is mooi dat alle strips nu bij elkaar staan. Ik ben ze weer van voren af aan gaan lezen en ze blijven goed. Verder is het wel een heel sobere uitgave, waarbij zelfs de bladzijnummering ontbreekt. 

En ik lees De Reynaert van Frits van Oostrom. Een collega zei me dat hij vond dat er niets nieuws in staat, maar ik neem de vrijheid om daarin met hem van mening te verschillen. Ik ben een heel eind met het boek en lees nu de heruitgave van Reynaerttekst die achter in het boek is opgenomen. Het blijft een geweldig verhaal. 


En verder?

Verder liggen er nog stapels boeken die ik ooit wil gaan lezen. Hoog op een van die stapels ligt Wij van de Ripetta van Tomas Lieske. Fantastisch auteur, die ik misschien wel steeds beter ga vinden. Ik heb ook nog twee oudere romans van hem liggen. 

Er zijn nog een paar klassiekers die ik nog nooit las, maar die ik wel in huis heb. Om er twee te noemen: De berg van licht van Louis Couperus en Onder professoren van Willem Frederik Hermans. 

En ik hou ervan ook minder bekend oud werk te lezen, zoals ik onlangs deed met dat van Ankie Peypers. Ik heb nog boeken liggen van bijvoorbeeld Top Naeff, Aya Zikken, Madelon Székely-Lulofs, Herman de Man, Marnix Gijsen, Arthur van Schendel en nog veel meer. Heb je voorkeur, laat het dan gerust weten. 

De strips die er nog liggen ga ik niet allemaal opnoemen, maar ik ga in ieder geval aandacht besteden aan de nieuwe verzamelbundel van Hein de Kort. Ik geef je alvast een voorproefje. 

Hier moet je het maar even mee doen. Vanaf volgende week hoop ik te kunnen geven wat ik in het vooruitzicht heb gesteld. 

dinsdag 15 oktober 2024

De vermoeide vorst (Kim Duchateau / Noël Slangen)


Het zal wel een afwijking zijn, maar ik volg de politiek in België. Afgelopen zondag was het daar weer spannend: gemeenteraadsverkiezingen. De leider van de N-VA (Nieuw-Vlaamse Alliantie), Bart De Wever, was de grote winnaar in Antwerpen en maakte zijn tocht door de menigte, met zijn vingers het V-teken makend, achter een standaard met een adelaar, die door zijn zoon gedragen werd. SPQA stond erop, wat doet denken aan het SPQR van de Romeinen, waarbij nu de R vervangen is door de A van Antwerpen. 

De speech van De Wever was misschien net wat minder geïnspireerd en minder enthousiast dan in juni, toen de opluchting groter was: het Vlaams Belang was kleiner gebleven dan verwacht. Dat De Wever de deur naar die partij stevig dicht had gehouden, had gewerkt. In Nederland zette Dilan Yeşilgöz de deur naar de PVV op een kier en de rampzalige gevolgen daarvan zijn bekend. 

De Wever

Mogelijk was De Wever afgelopen zondag vermoeid; hij heeft nogal wat op zijn bordje liggen. Zo was hij niet alleen lijsttrekker en kandidaat burgemeester voor Antwerpen, maar ook formateur voor een nieuw federaal parlement en dat is nog een hele klus. Die klus is voor het Vlaamse parlement al geklaard: er is een regering van N-VA, Vooruit (socialisten) en CD&V (christen-democraten), met twee keer zoveel vrouwelijke ministers als mannelijke. 

De Wever is de hoofdpersoon in een satirische strip, De vermoeide vorst, waarvoor politiek analist en columnist Noël Slangen de tekst leverde en Kim Duchateau (bekend van Esther Verkest) de tekeningen. De vorst is moe. Hij heeft al heel lang 'een afspraak met de geschiedenis' maar het komt er maar niet van. Gaat dat onafhankelijke Flandria er nog wel komen?

Conner Rousseau en Frank Vandenbroucke
Gelukkig is daar King Connah (Conner Rousseau, voorzitter van Vooruit), met wie hij mogelijk een verbond kan sluiten. Intussen wordt er buiten de muren van het kasteel geprotesteerd met mestkarren, aangevoerd door de gildemeesters Bruins (Jo Brouns) en Hildegard (Hilde Crevits), twee kopstukken van het CD&V, ministers in de nieuwe Vlaamse regering. 

Bedreigingen

Maar zij zijn niet de enige bedreiging. In het bos schuilen de Belangese barbaren (Vlaams Belang), die met een katapult een infiltrant in het paleis brengen: Dries van Kortenhoven (Dries Van Langenhoven, bekend van Schild & Vrienden). En dan is er ook nog het rode leger van Heden Houw (Raoul Hedebouw, PVDA). Dat bestormt uiteindelijk de poort met een stormram (met aan de voorkant de kop van Stalin). 

Dan zijn er nog de monsters in de kelder van het paleis, al houden die zich koest: Kinderopvangcrisius, Begrotingstekortos, Ineosus, Bushalafgeschaftus en de Chinese draak van Filipus De Winter. En natuurlijk het enorme gat in de begroting, waarin iemand zomaar kan verdwijnen. Vranke Theo (Theo Francken, N-VA) zit veilig opgesloten in de kerker. Ze hebben hem vast moeten ketenen omdat hij steeds de poort openzette voor de Belangese barbaren. 

De vorst heeft het maar moeilijk. En op King Connah kan hij ook al niet rekenen. Die heeft de wijnkelder ontdekt en is stomdronken. Een bezoek aan het café 't Hemelrijk in Sint-Niklaas, leidde indertijd tot het aftreden van Conner Rousseau, al is hij intussen weer helemaal terug. 

Delacroix

De Vrijheid leidt het volk

Er is wel hoop, op het laatste plaatje. Daar zien we degene die we in de werkelijkheid kennen als Filip, de koning van België, maar die in de strip een eclairbakker is. Deze koekebakker leidt samen met zijn dochter (prinses Elisabeth, hertogin van Brabant) het volk. De dochter, ontblote borst, zoals op het bekende schilderij van Delacroix, zwaait met een vlag met daarop een opgestoken middelvinger. 

Uiteindelijk blijkt de hele geschiedenis een nachtmerrie van de vermoeide vorst te zijn geweest, maar als de vorst wakker is, wacht op hem -Tadaa!- King Connah en kan het hele verhaal opnieuw beginnen. 


Vlaamse politiek

De vermoeide vorst is een heerlijke strip voor wie een beetje de Belgische en met name de Vlaamse politiek kent. Het gemiddelde Nederlandse publiek zal niet de doelgroep zijn. De kracht van de strip zit hem niet in een stevige verhaallijn, maar in de verwijzingen naar de werkelijkheid. 

Slangen neemt die Vlaamse politiek flink op de hak: Ben Weyts (voormalig minister van onderwijs, huidige Vlaamse minister van Begroting en Financiën, Vlaamse Rand, Onroerend erfgoed en Dierenwelzijn) is de nar; Jan Jambon (schildwacht Hesp, leider van de vorige Vlaamse regering) kan alleen maar dommig 'Dinges' zeggen; Melissa Depraetere (Vlaamse minister van Wonen, Energie en Klimaat, Toerisme en Jeugd, voorzitter van Vooruit toen Conner Rousseau niet beschikbaar was) is een baby; de leider van het CD&V, Sammy Mahdi, is opgesplitst in twee personen: de ridders Sammy Enerzijds en Sammy Anderzijds; Conner Rousseau is een enorme ijdeltuit.

(Nagenoeg) afwezig

Hoewel er meer dan tachtig Bekende Vlamingen te herkennen zijn, hebben niet alle politici de strip gehaald. Caroline Gennez (Vlaamse minister van Welzijn en Armoedebestrijding, Cultuur en Gelijke Kansen) ontbreekt bijvoorbeeld, evenals haar voorganger Wouter Beke (CD&V). Vincent van Quickenborne (Open VLD) wordt alleen in een terzijde genoemd: hij zou zo goed luchtfluit kunnen spelen. Als je niet weet waarnaar dat verwijst: google de naam van de minister in combinatie met 'plasincident' of 'luchtgitaar'. 

De Waalse politici (George-Louis Bouchez, Charles Michel, Elio Di Rupo, Paul Magnette, Laurette Onkelinx) spelen slecht zijdelings een rol. De nadruk ligt op de Vlamingen. 

Veel bekenden spelen een figurantenrol, zoals de comedians Alex Agnew, Jeroen Leenders en William Boeva en ook Herman Brusselmans, Bart Peeters, Kuifje, Lambik, Samson en Gert. Zelfs Hugo Claus wordt tot leven gewekt. Ook de beide scheppers van de strips krijgen een cameo. 

Achter in het album krijgen we als extraatje nog wat schetsen en een handig namenregister waarin de werkelijke namen staan van de mensen die geportretteerd zijn, in volgorde van verschijning. Daarmee kun je iedereen wel opsporen. Zo kende ik ik Liesbeth Homans (N-VA) niet. Ze blijkt drie maanden lang minister-president van de Vlaamse regering geweest te zijn. Ook Peter de Roover (raadsheer De Jatter) was mij onbekend, net als Els Van Doesburg (Dame Doeschburcht) en ik wist ook niet dat die twee een stel zijn. Maar vanaf nu zijn ze me bekend. 

Traditie

De vermoeide vorst staat in een traditie. Ik moest meteen denken aan Bij ons in het dorp (1977) van Peter van Straaten, dat verscheen in de tijd van Joop den Uyl, Dries van Agt en Hans Wiegel. In 1981 publiceerde Van Straaten De kruistocht van Dries de Betonne. Pest in 't paleis (1983) van Guido Van Meir en Jan Bosschaert noemt Noël Slangen als zijn voorbeeld. Die strip ken ik helaas niet. In 1986 verscheen Peter van Straaten De Janboel.

Het is mooi dat Slangen en Duchateau de politieke satire weer leven ingeblazen hebben. De vermoeide vorst is een vrolijke strip waarin politici te kijk worden gezet. Soms scherp, maar ten diepste vriendelijk. Niet voorkomen in deze strip lijkt me erger dan er een rol in spelen. Wie niet voorkomt in De vermoeide vorst doet er kennelijk niet toe. 

De vermoeide vorst is een fraai commentaar op de huidige Vlaamse politiek. En over een aantal jaren bladeren we de strip met vertedering door en halen herinneringen op aan de tijd toen Bart De Wever een vorst was, maar die onafhankelijkheid van Vlaanderen werd niks. Rousseau dacht dat hij koning was, maar hij was de enige die hem zo zag. Met Vlaams Belang wilde niemand samenwerken en die stormloop van de PVDA stelde uiteindelijk ook niet veel voor. Dat waren tijden!

vlnr: Theo Francken, Sammy Mahdi, Ben Weyts, Jan Jambon, Bart De Wever, Zuhal Demir, Peter De Roover, Conner Rousseau


woensdag 2 oktober 2024

De vuurman (Anton Quintana)


 Het leven hangt van toevalligheden aan elkaar. In de bundel Nu ik er nog ben beschrijft Dick Matena hoe Anton Quintana (1937 -  2007) met hem op de vuist gaat. Voordat ik dat las, had ik jaren niet aan Quintana gedacht. Vlak daarna zag ik diens jeugdboek De vuurman liggen. Ik nam het mee en las het. 

In 1982 las ik De bavianenkoning, waarmee Quintana de Gouden Griffel won. Een mooi boek over een jongen die opgroeit tussen de bavianen. Pas jaren later, mogelijk pas na de dood van de schrijver, las ik Het Boek van Bod Pa (1995), een van de beste jeugdboeken die ik ooit las. 

Bod Pa is een blinde, kleine man, maar ook een geweldige zwaardvechter. Hij wordt altijd vergezeld door een wolf en een raaf. Bod Pa wordt de leermeester van Perregrim, die sukkelt met zijn been. Prachtig weet Quintana een fascinerende wereld op te roepen, waarin veel geheimzinnig is, waarschijnlijk ook door de mysterieuze Bod Pa. In 2000 verscheen een vervolg, De hemelruiter, ook een goed boek, maar voor mijn gevoel haalt het het niet bij Het boek van Bod Pa. 

Buitenstaander

In alle boeken is de hoofdpersoon een buitenstaander, die zich moet bewijzen tegenover zijn omgeving. Dat zou zijn grond kunnen vinden in het leven van Quintana: hij heeft zijn vader nooit gekend, zijn moeder overleed toen hij tien jaar oud was, hij kampte met lichamelijk ongemak, ging zwerven door Europa en belandde nog een tijdje in Spanje in een gevangenis, nadat hij opgepakt was als landloper. Hij heeft een tijd lang een soort van rivaliteit ervaren met zijn tweelingbroer, André Kuyten. Die overleed in 1979. 

Bod Pa is een mentor voor Perregrim en in de vuurman is de vedelaar Dujardin dat voor Michiel van Geleen. Zo'n mentor zou je ook kunnen zien als een vervangende vader. Dujardin verklaart pas na verloop van tijd welke betrokkenheid hij heeft bij de dood van Michiels vader. 

Onvrede

Maar in het begin heeft Michiel nog niet veel te maken met Dujardin. Het is 1743 en in Zuid-Limburg heerst de honger. Veel regen, mislukkende oogst, broodprijzen die omhoog vliegen, veepest, een langdurige en strenge winter. Brandhout en turf zijn onbetaalbaar geworden en er is een verbod op sprokkelen. En dan zijn er ook nog overstromingen. Geen wonder dat er onvrede is. 

Er gaan verhalen over de nachtrijders, die later bokkenrijders genoemd zullen worden. Michiel krijgt zijdelings met hen te maken, nadat hij zijn baan van boerenknecht is kwijtgeraakt. Men biedt hem aan om mee te doen, maar hij meent dat het niets voor hem is. Hij wordt vuurman in de mijn. In een pas uitgehakte mijn moet hij naar binnen om het grauwgas te laten ontploffen, gevaarlijk werk. 

Als een brand

Later zal hij toch bij de nachtrijders komen, al is het eigenlijk tegen zijn zin. Uiteindelijk wordt hij zelfs de leider. Maar het aantal groeit zo sterk, dat hij er nauwelijks meer controle over heeft. Iemand zegt tegen hem:
Je hebt een bende gesticht zoals je een brand sticht. En nu begint het uit de hand te lopen. Nu komen de rijders van alle kanten, als vlammen die telkens ergens anders oplaaien. Vuurman was je in de mijn, vuurman ben je gebleven. Wie zal deze brand voor je blussen. Waar gaat het om, Michiel? Is het puur machtsvertoon? Wil je zo graag dat iedereen bang voor je is? 
De rijders zijn een soort Robin Hoods, die zich verzetten tegen degenen die de macht hebben. De rijken, de geestelijken, de bestuurders. Maar de sancties zijn zwaar en geregeld worden er nachtrijders terechtgesteld. Zeker sinds Dillenbourg, de beul van Aken, is gearriveerd. Vroeg of laat zal Michiel zo'n terechtstelling niet kunnen ontlopen. 

Ik zou Het boek van Bod Pa moeten herlezen om te beoordelen of De vuurman van hetzelfde niveau is. Ik vermoed dat het daar iets onder blijft, maar het is wel goed geschreven. Binnen enkele bladzijden ben je helemaal in de achttiende eeuw, in het zuiden van Limburg. En je leeft helemaal mee met Michiel, die eigenlijk niets met de bandieten te maken wil hebben, maar die uiteindelijk niet om de rol heen kan die hem wordt opgedrongen. 

Het boek is voor 12+ staat er op de rug. Voor jongere kinderen lijkt het me inderdaad niet geschikt. De zinnen zijn niet eenvoudig en het verhaal is bepaald niet lieflijk. De jonge lezer wordt geconfronteerd met het harde leven van toen. Een zoet of positief slot zit er ook niet in bij zo'n soort roman.

Underdogs

Quintana had oog voor de buitenstaander en dat is Michiel ook wel. Hij wijkt duidelijk af van de andere nachtrijders. Verder schrijft Quintana vaak over groepen die het minder getroffen hebben. Lang geleden las ik een interview met hem, waarin hij vertelde over de groep mensen die we toen 'indianen' noemden. Die hadden al zijn sympathie. Toen hij (als jongere?) over hen gelezen had, sloeg hij de hakken onder zijn schoenen uit. Als de indianen geen hakken onder hun schoeisels hadden, wilde hij dat ook niet. Het is het enige wat me uit dat interview is bijgebleven. Geen idee waar en wanneer ik het las. 

De nachtrijders behoren ook tot die onderliggende partij. Ze zijn de machtelozen, die uiteindelijk toch een zekere macht blijken te hebben. Maar voor hoelang? Op den duur trekken de machtigen aan het langste eind.  
'Mijn recht is recht,' zuchtte de schout, 'al is het zo krom als een spijker.'
Daardoor zijn die rijders voor de lezer sympathiek. Ze komen in opstand tegen het maatschappelijke onrecht en zelfs als ze daarbij over de schreef gaan, kun je daar wel enig begrip voor opbrengen. 

Prijzen

De vuurman kwam uit in 1987, tussen De bavianenkoning (1982) en Het boek van Bod Pa (1995) in. Het eerste boek werd bekroond met de Gouden Griffel, het laatste met De Woutertje Pieterseprijs en de Gouden Uil. In 1988 verscheen de tweede druk van De vuurman en in 1997 de derde, geheel herziene druk. Wat Quintana bij die druk gewijzigd heeft, is me onbekend, maar ik heb die derde druk gelezen. 

Het was prettig om weer eens wat van Quintana te lezen, een schrijver waar ik lang geen aandacht aan besteed heb. Ik ben ook wel nieuwsgierig geworden naar De vossenhater (1996) en naar Padjelanta (1973). Voorlopig heb ik nog heel veel andere boeken liggen waar ik ook zin in heb, maar Quintana is opnieuw in mijn belangstelling gekomen.