Posts tonen met het label Scratch Books. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Scratch Books. Alle posts tonen

maandag 12 oktober 2026

Mykola, Een soldatenverhaal (Erik Kriek)



Het is januari 1940, in Finland, aan het begin van Mykola, Een soldatenverhaal van Erik Kriek. Als lezer zweef je boven een landschap van besneeuwde bossen. Je daalt af totdat je tussen de bomen bent. Omdat de eerste pagina's geen tekst bevatten, is er alleen maar stilte. Er loopt een rendier rond, er vliegen wat vogels op, verder niets. 

Verderop gestrande Russische tanks en kanonnen. Als je dichterbij komt, zie je pas de lichamen van de soldaten, allemaal dood. Nee, er loopt er nog eentje rond, die een dode luitenant ontdoet van zijn jas, omdat hij die zelf goed kan gebruiken. 

Die soldaat blijkt Mykola Volkov te zijn, Oekraïner, soldaat in het Sovjetleger. De tekeningen zijn ingekleurd met enkele bruinen en wat lichtblauw, voor de sneeuw. Daartussen licht de rode ster met de hamer en de sikkel op, op de muts met klep die Mykola draagt. 

Voorgeschiedenis

Hij wordt opgepikt door enkele andere soldaten, die net als hij proberen te ontkomen aan de Finnen. De voorgeschiedenis wordt verteld in een flashback met slechts een enkele steunkleur (een sepia-achtig bruin) en een nog verder verleden in een droom, met dezelfde steunkleur: Mykola's vader werd vermoord door de Sovjets, omdat hij voedsel achter zou houden. 

De soldaten stuiten op een oude Fin, Eero Salminen, die voor zichzelf, zijn vrouw en zijn kleindochter aan eten probeert te komen door strikken voor de konijnen te zetten. Ook hij krijgt een verleden, in een flashback (met grijs als steunkleur). Een kleinzoon van hem moest naar het leger. 

Door de flashbacks worden Mykola en Eero menselijk. Zij hebben een gezin en proberen ook maar zo goed mogelijk een oorlog door te komen. De confrontatie van de soldaten met het gezin van Eero eindigt dramatisch, vooral door Bukya, een sergeant met een borstelige snor. 

1941

Het tweede deel speelt zich af in 1941, in Oekraïne. Mykola Volkov is intussen sergeant geworden en de Sovjets strijden nu tegen de Duitsers. Bukya is kapitein en nog steeds de meerdere van Volkov. Hij is gewetenloos, wat al bleek bij de confrontatie met het gezin van Eero (die hij later als een heldendaad geclaimd heeft) en ook nu, als hij bereid is zijn eigen manschappen de dood in te sturen. 

Met Mykola heeft hij een tweeslachtige verhouding. Aan de ene kant hebben ze een gedeeld verleden, aan de andere kant ziet hij dat Mykola volstrekt anders tegenover de oorlog staat. Hij spreekt Mykola zelfs aan op zijn afkomst: 'Ik had beter moeten weten dan de zoon van een laffe koelak te vertrouwen'.

Ook in dit tweede hoofdstuk wordt het verschil tussen het verhaal en flashbacks duidelijk aan de inkleuring: het verhaal is donkergroen met lichtbruin ingekleurd, de flashback alleen in bruin. Daardoor weten we hoe het indertijd in Finland gegaan is met Mykola en het groepje soldaten bij de hereniging met de rest van het leger.

Het donkergroen met lichtbruin laat zien dat het verhaal zich in de zomer afspeelt, maar het schurkt ook aan tegen het legergroen. 

2022

En dan springen we naar deel 3, maart 2022 in Oekraïne. Weer is er oorlog. Nu hoort Oekraïne niet meer bij de Sovjet-Unie. Rusland is Oekraïne binnengevallen en Russen en Oekraïners staan tegenover elkaar. Mykola is een oude man. In een terugblik op de Tweede Wereldoorlog blijkt dat hij uiteindelijk kapitein werd. 
Hier hebben ze me tot kapitein bevorderd. Dat was nadat ik terugkwam uit Berlijn, na de oorlog. Kijk al die onderscheidingen eens trost op mijn gala-uniform gespeld! Het zei me heel weinig. Ik was vooral opgelucht dat ik die ellende had overleefd. Zoveel van mijn kameraden keerden niet terug...
...Eindelijk was die hel voorbij! En ik had het overleefd! We konden het bijna niet geloven, maar we konden eindelijk terug naar huis. Tenminste, dat hoopten we allemaal. Onze jeugd, onze onschuld, onze familie... We waren zo veel kwijtgeraakt, ik voelde me leeggezogen, zielloos, ik was alleen nog maar een lege huls...
Er dringen bij Russische soldaten bij Mykola binnen en hij kan zijn verhaal doen. De wrange ironie is dat de grootvader van een van de soldaten en Mykola mogelijk een gedeeld verleden hebben. 

Hoe het verhaal afloopt, laat ik even in het midden, zoals ik dat ook met enkele andere verhaalelementen heb gedaan. 

In dit derde deel zijn de kleuren donkergroen en lichtblauw, de flashback heeft als steunkleur bruin. Het donkergroen doet weer denken aan het militaire groen. In het hele boek lijkt nergens de zon te schijnen. De ene keer is het wat lichter dan de andere keer, maar altijd lijkt er een soort betrokkenheid. Dat geeft een zekere somberheid of in ieder geval ernst, wat goed past bij het verhaal. 

De stroom van de geschiedenis

Mykola heeft mee moeten drijven met de stroom van de geschiedenis. Hij heeft geprobeerd menselijk te blijven. Dat is hem niet altijd gelukt, gedwongen door de oorlog, maar vooral ook door anderen (Bukya). Welke keuzes iemand maakt,  of hij overleeft, of hij een held of een slachtoffer is, het lijkt toeval.

Kriek laat ons de gruwel van de oorlog zien, die mensen drijft tot daden die ze niet willen of die mensen afsluit van hun geweten, waardoor ze hun menselijkheid verliezen. Mensen zijn kwetsbaar en kunnen zomaar slachtoffer worden. Daar hebben ze zelf nauwelijks invloed op. Je kunt proberen een daad te stellen, zoals de kleindochter van Eera Salminen, maar uiteindelijk sta je machteloos. 

Mykola is Oekraïner, maar is ook Sovjetonderdaan. Hij vecht tegen de Finnen en de Duitsers en uiteindelijk zijn het de Russen die Oekraïne binnenvallen en daardoor de vijand zijn. Alleen al door de loop van de geschiedenis zijn de rollen van Mykola veranderd. 

Dat doet me denken aan de romans van de Roemeense schrijver Virgil Gheorghiu. Ook daar komen mensen in voor die door de loop van de geschiedenis in moeilijkheden komen, die hun loyaliteit moeten herzien, die ineens aan de verkeerde kant van de streep komen te staan. 

Tekeningen

De tekeningen in Mykola zijn zoals we van Erik Kriek gewend zijn en dat wil zeggen dat ze dik in orde zijn. Kriek werkt zonder kaders en dat werkt goed. Door de afwezigheid van de kaders zijn de verschillende tekeningen minder opgesloten in zichzelf, misschien. Door de inkleuring is de rechthoekige of vierkante vorm van elke tekening toch nadrukkelijk aanwezig. 

De verhaallijn zit goed in elkaar. Eigenlijk is het verhaal niet zo ingewikkeld, doordat Kriek het verhaal van de oorlogen terugbrengt tot het verhaal van een enkel mens. Ondanks de gruwelijkheid en de hardheid is Mykola daardoor een menselijk verhaal. 

Het boek is mooi uitgegeven door Scratch: als hardcover, met een linnen rug.

Titel: Mykola, Een soldatenverhaal
Tekst en tekeningen: Erik Kriek
Uitgever: Scratch Books
2026, 144 blz. € 32,50 (hardcover, linnen rug)

Eerder schreef ik over ander werk van Erik Kriek:   

woensdag 26 augustus 2026

Silent Jenny (Mathieu Bablet)

 

Er zijn veel luchtige strips en ik lees ze graag, zoals ik ook wel eens met plezier een zak chips eet. Maar er zijn ook strips die meer te vergelijken zijn met een voedzame maaltijd dan met een snack tussendoor. Ik kan er zo een stel uit mijn kast pakken. 

Een ervan is Carbon & Silicium van Mathieu Bablet, dat ik drie jaar geleden besprak. Prachtig boek. En nu heb ik van dezelfde stripmaker weer een uitgave voor me liggen. Net als het vorige heeft dit een Engelse titel: Silent Jenny. Waarom die titel niet vertaald is, snap ik niet zo goed. En net als het vorige is dit weer prachtig uitgegeven door Scratch: gebonden, harde kaft, linnen rug. 

Doodse wereld

Silent Jenny speelt zich af in een verre toekomst. Van de natuur is weinig over: het is een doodse, verstofte wereld. Daardoorheen bewegen zich een soort schipachtige voertuigen, waarop een stel mensen leven. Eigenlijk zijn het mobiele dorpen, die monaden genoemd worden. Binnen de gemeenschap heeft iedereen zijn eigen taak. 

Jenny, naar wie de titel verwijst, gaat geregeld van de monade met haar zeilwagen op expeditie. Ze zoekt DNA van bijen, in de hoop de dieren terug te brengen, zodat ze kunnen helpen met de bestuiving. Binnen de monade is er een lab, waar men met behulp van zaden de natuur in stand probeert te houden. 

De mensen hebben het vermogen om zich te verkleinen tot microniveau, waardoor ze op plekken diep in de aarde kunnen komen, waar ze anders geen toegang toe zouden hebben. Daar leven ook gemeenschappen van microïden, wezens op microformaat. Jenny draagt een pak, maar dat sluit niet goed en het krimpen tast de cellen aan die met buitenlucht in aanraking komen. Ze doet er nogal laconiek over, ervan overtuigd dat haar missie belangrijker is dan zij zelf is. 

Leefgemeenschap

Via Jenny leren we de leefgemeenschap kennen en de tijd waarin die zich beweegt. Het is een tijd met weinig hoop, ook al zijn er nieuwe generaties, met hun eigen ideeën. Op de monade zijn er regels: de monade moet altijd blijven bewegen en de kinderen dragen tot op een bepaalde leeftijd een helm. In hoeverre zijn dat regels die voor iedereen gelden of zijn dat regels die voor deze monade bedacht zijn. De kinderen beginnen daar vragen over te stellen. 

Je leert ook hoe de gemeenschap omgaat met het levenseinde en dat elke gemeenschap zich moet verdedigen tegen aanvallen van buitenaf. 

Jenny is in zichzelf gekeerd. Ze ontzegt zich daarmee het werkelijke contact met de andere monadebewoners, maar ze heeft haar leven nu eenmaal in dienst van haar taak gesteld. 

Aan de ene kant is Silent Jenny een somber boek, het geeft een vooruitblik op een wereld die een decennia of misschien wel eeuwen van klimaatverandering heeft doorgemaakt, een wereld waarop nog maar moeilijk te leven valt. Maar de mensen zetten zich in om er het beste van te maken. 

Opoffering

Jenny laat zien tot welke opoffering ze in staat is, maar ook dat ze haar grenzen bereikt en misschien gaat ze daar wel overheen. Het is hard werken in de wereld van Jenny en menselijkheid lijkt een luxe. Toch glipt die door de kieren van het bestaan. Maar Jenny is ook moe, al moet ze van zichzelf doorgaan. Hoe lang houdt ze dat vol?

Silent Jenny is geen vrolijk boek, maar wel een fascinerende strip. Bablet heeft een wereld uitgedacht die onze toekomst zou kunnen zijn en hij heeft die met veel aandacht getekend. Het moet een gigantisch werk geweest zijn en ook het volbrengen van deze taak is een missie die veel van je vraagt. Bablet moet in zijn hoofd tijden in de wereld van Jenny verkeerd hebben. Ze heeft het niet beseft, maar ze was niet alleen in deze wereld. Ook het werken aan de strip vraagt opoffering en liefde. Het enige wat Jenny kan doen, is doorgaan met haar opdracht, net als de stripmaker, die in zijn eentje zich beweegt in de desolate wereld die hij geschapen heeft. 

Niet alleen heeft Bablet een interessante wereld bedacht, maar hij heeft die ook prachtig getekend, met een inkleuring die precies goed is. Veel bruinen en donkere kleuren, waartussen de rode lampen oplichten. De detaillering van bijvoorbeeld de monade laat zien met welke aandacht -en misschien moet ik wel zeggen: liefde- de tekeningen gemaakt zijn. 

Jenny denkt dat ze alleen is, maar elke lezer is na het lezen van Silent Jenny in gedachten bij haar. Ze moest eens weten. 

Titel: Silent Jenny
Tekst, tekeningen en inkleuring: Mathieu Bablet
Vertaling: W. Davids
Uittever: Scratch Books
2026, 312 blz. € 39,95 (hardcover, linnen rug)


dinsdag 21 juli 2026

Columbusstraat (Tobi Dahmen)


Als het over de Tweede Wereldoorlog gaat, heb ik het nog steeds over 'de oorlog', een markeringspunt in de laatste honderd jaar in Europa (en ook nog daarbuiten). Over die oorlog is al veel geschreven, er zijn films over gemaakt en ik kan zo een stel strips opnoemen die zich afspelen in die oorlog. 

Soms gaat het daarbij over holocaust, soms over het verzet, soms over de veldslagen die geleverd zijn. Het heeft een tijd geduurd voordat er aandacht was voor degenen die in de oorlog collaboreerden met de Duitsers, maar intussen kennen we ook daar verhalen over. Vorig jaar besprak ik bijvoorbeeld Over de rand laait vuur, waarin historicus Chris van der Heijden probeert te begrijpen waarom zijn ouders de keuzes maakten die ze gemaakt hebben. 

Maar hoe zat het met de Duitsers? Tessa de Loo schrijft er over in De tweeling, in Montyn van Dirk Ayelt Kooiman wordt er iets over verteld en er zullen nog wel wat titels te noemen, maar de oogst is schraler dan bij andere soorten oorlogsboeken. In ieder geval wil ik Een tijd als deze van Sarah van der Maas vermelden, een goed boek dat ik vorig jaar te weinig in de eindejaarslijstjes heb gezien. Het gaat over een jonge man in Duitsland die probeert de oorlog zonder kleerscheuren door de komen. Hij is een modelnazi, die zich niet zo met ideologie bemoeit, maar die ervoor zorgt dat er niets op hem aan te merken is. En dan valt zijn kaartenhuis toch ineens in elkaar. 

Hoe was het eigenlijk voor Duitsers in de oorlog? Voor jongens die in het leger moesten? Voor hun familie? Hoe was het als je het niet eens was met de opvattingen die overal verkondigd werden?

Tobi Dahmen las de brieven zijn familieleden schreven tussen 1935 en 1945, zocht naar documenten, reconstrueerde de levens van die familieleden en maakte daarvan een indrukwekkende graphic novel, Columbusstraat. Het is een boek van meer dan vijfhonderd bladzijden geworden. 

Website

Hij vertelt in stripvorm het verhaal van twee families, van zijn vaderskant en van zijn moederskant. Op zijn website vind je de foto's van de betrokkenen en er zouden ook documenten en brieven getoond worden, maar die moeten nog geüpload worden. Enkele maanden geleden zetten de Amerikaanse National Archives een enorme hoeveelheid NSDAP-lidmaatschapskaarten online, meldde het Duitsland Instituut. Mogelijk dat daar ook nog uit geput moet worden. Van tijd tot tijd zal ik op Dahmens site kijken of er al meer staat, want ik ben wel nieuwsgierig. 

Om ons de weg niet kwijt te laten raken, staat voor in het boek de stamboom van de familie Dahmen, achterin de stamboom van de familie Funcke. 



Je ziet een lijntje lopen van Karl-Leo Dahmen naar Andrea Funcke. Dat zijn de ouders van Tobi. Vader werd geboren in 1932, moeder in 1936. Ze waren kinderen toen de oorlog uitbrak. In het boek spelen vooral de grootouders een grote rol, maar ook de ooms, de oudere broers van Karl-Leo, die als militair de oorlog moesten zien te overleven. 

Een daad van liefde

Af en toe springt het verhaal naar het heden, naar de tijd dat Tobi met het boek bezig is. Dat maakt het perspectief duidelijker en het geeft ook begrip voor het werk waar Tobi mee bezig is. Aan de ene kant is dat werk beladen, want het gaat over een tijd waarin ook ongemakkelijke zaken ter sprake komen. Aan de andere kant is het ook een daad van liefde: door het graven in de geschiedenis dichter komen bij je ouders en bij de verdere familie, beseffen uit wie je bent voorgekomen en dat hun geschiedenis ook de jouwe is. 

De titel Columbusstraat verwijst naar een adres in Düsseldorf, waar de familie Dahmen lang woonde. 

Hoe het de families precies verging, laat ik even in het midden. Er gebeurt heel veel en als ik er wat dingen uit pik, doe ik de rest tekort. Dahmen baseert zich bij wat hij vertelt op documenten, die soms ook afgedrukt staan in het boek. Er komen veel letterlijke citaten uit brieven in voor, waardoor je dicht op de huid van de briefschrijvers zit, maar ook op die van de geadresseerden tot wie de briefschrijver zich richt. Bovenal is Columbusstraat het verhaal van mensen. In andere boeken is van alles te lezen over politieke en militaire beslissingen (en die komen hier ook wel in voor), maar in de eerste plaats volgen we de mensen, mensen zoals jij en ik, die niet om de oorlog hebben gevraagd en die geen andere keus hebben dan om door te gaan, zonder dat ze weten hoe hun keuzes zullen uitpakken. 

Daarbij moest ik denken aan een gedicht van Willem Wilmink:

Oorlog

't Was oorlog. We zaten gewoon in de klas.
Je was bang... voor een vak waar je slecht in was,
je was bang... voor een beurt, zo ineens voor het bord.
Niet bang voor de oorlog, maar voor je rapport.

De Duitse soldaten marcheerden maar an.
De Duitse soldaten, wat zongen die dan?
‘Er bloeit een wit bloempje daarginds op de hei.’
Of: ‘In de maand mei is de winter voorbij.’

We vonden het mooi, zo'n soldatenlied.
Het kwaad dat ze deden, dat kenden we niet.
Maar soms was er doodsangst, voor het gerucht
van vliegtuigen, met mooi weer in de lucht.

Mooi weer, dat betekende levensgevaar.
In een kelder zaten we dicht bij elkaar.
En de buurman speelde zo dapper voor spook
en we moesten er nog wel om lachen ook.

We hadden na een bombardement
nieuw speelterrein, met gras en cement.
Daar speelde je dat je gesneuveld was,
dan lag je een tijdje dood in het gras.

Je maakte een voetbal of ook wel een bom
van proppen papier, elastiekje erom.
Het leven ging meestal gewoon maar zijn gang.
Maar soms was je bang. Soms ben ik nog bang.

Ook in dit gedicht lees je dat er oorlog is en dat dat gevaar betekent, maar dat ook de dagelijkse dingen doorgaan. 

Woordenlijst

Achter in het boek heeft Dahmen een 'Woordenlijst' opgenomen, maar liefst vijftien pagina's. Met die benaming doet hij dit deel van het boek ernstig tekort. Niet alleen worden hier zaken nader verklaard die in de strip gezegd worden, maar ook wordt er uitleg gegeven bij wat we zien. We krijgen zo een historische context. Dit is een doorwrocht deel van het boek, met bijzonder veel informatie. 

Dingen die je in een verhalende strip niet kunt uitwerken, kunnen in deze aantekeningen verduidelijkt worden. Een oudoom heeft bijvoorbeeld in 1937 de praktijk van een joodse arts overgenomen. Het was een min of meer goede overeenkomst. Maar, zoals Dahmen opmerkt, Wat betekent goed in deze situatie? Nu er afstand is in de tijd is dat scherper te zien. 

Enkele andere dingen die hij uitlegt: hoe de Volksempfänger, een radio, een belangrijk instrument is geweest in de nazipropaganda; hoe schoolkinderen medicinale kruiden moesten verzamelen voor de Wehrmacht; dat Duitse soldaten die gewond raakten een gewondeninsigne kregen en dat daar naar schatting er tien miljoen van uitgedeeld zijn; dat de gemiddelde levensverwachting van rekruten in 1941 2,5 jaar was, maar dat het aan het eind van de oorlog nog maar 0,1 jaar was; dat er 26.000 soldaten wegens desertie werden veroordeeld, van wie 60 procent de doodstraf kreeg opgelegd en dat er in totaal naar schatting 350.000 tot 400.000 soldaten deserteerden. 

Verder had ik nog nooit gehoord van de Kinderlandverschickung, de evacuatie van kinderen en jongeren uit steden die gevaar liepen gebombardeerd te worden. Dat zijn er waarschijnlijk meer dan twee miljoen geweest!

De pagina's bevatten een schat aan informatie. Verder geeft Dahmen legt Dahmen verantwoording af van de illustraties en de informatiebronnen die hij gebruikt, voegt hij een literatuurlijst toe en beveelt hij sommige strips en graphic novels aan. Hij geeft aan dat het een selectie is. Het zou mooi zijn als iemand die lijst aanvulde. Ik weet ook niet of die achter in dit boek hoeft te staan, maar het zou mooi zijn als iemand in kaart bracht wat er al in stripvorm over de oorlog is verschenen. 

Tekeningen

De tekeningen van Tobi Dahmen zijn in zwartwit, waardoor ze sober ogen, wat goed past bij het onderwerp. De tekeningen zijn helder en toegankelijk. Ze staan in dienst van het verhaal dat verteld moest worden. Er zijn zowel aangrijpende en heftige passages als huiselijke en gezellige. Juist dat hele scala is belangrijk, zoals in het gedicht van Wilmink. 

Wat me van dit boek zal bijblijven is dat het een boek over mensen is en met hoeveel liefde en aandacht voor die mensen het verhaal is verteld. Tegelijkertijd wordt er niets verbloemd en kijkt Dahmen scherp naar wat er gebeurd is. Maar zijn grondhouding is die van empathie. 

Dat werkt goed, maar dat niet alleen. Die grondhouding van empathie hebben we ook in deze gepolariseerde tijd meer dan nodig. 


Titel: Columbusstraat. Een familiegeschiedenis
Tekst en tekeningen: Tobi Dahmen
Vertaling: Christine Anneliese Braun
Uitgever: Scratch Books
2026, 528 blz. € 39,95 (hardcover, gebonden, leeslint)



donderdag 18 juni 2026

Echo / Narcissus (Sam Peeters)

 

Sommige verhalen zijn al oud, maar nog lang niet verouderd. Dat geldt voor bijvoorbeeld de Bijbelverhalen, maar ook voor verhalen uit de Griekse, Romeinse of Noordse mythologie. Al zijn ze nog zo vaak verteld, nog steeds vinden auteurs manieren om ze fris aan ons te presenteren. 

Sam Peeters doet dat met de verhalen over Narcissus en Echo, die hij samengebracht heeft in een soort dubbelboek. Als je vanaf de ene kant begint te lezen krijg je het verhaal over Narcissus, begin je aan de andere kant, dan lees je het verhaal over Echo. In het midden ontmoeten de verhalen elkaar. 

Dat is een originele manier om twee verhalen te vertellen die met elkaar te maken hebben, al is die manier ook niet helemaal nieuw. Daan Remmerts de Vries deed het bijvoorbeeld met De noordenwindheks waarin twee kinderen naast elkaar in het ziekenhuis liggen, met tussen hen in een gordijn. Aan de ene kant van het boek begint het verhaal van het jongetje, aan de andere dat van het meisje. In het midden is het gordijn getekend. 

Hetzelfde deed Roelof Smit in het boek De dubbele waarheid. Aan de ene kant begint het verhaal van de (vermeende) dader, aan de andere dat van het (vermeende) slachtoffer. 

Zonder tekst

Sam Peeters koos ervoor om het verhaal in alleen maar tekeningen te vertellen, zonder tekst dus. Dat is vergelijkbaar met hoe Pieter de Poortere zijn verhalen over Boerke in stripvorm vertelt of Frank Flöthmann het doet in Stille nacht en in Sprookjes van Grimm zonder woorden. De tekeningen moeten voor zich spreken en dat doen ze ook. 

Bovendien is de bladzijde-indeling van beide verhalen precies gelijk. Als je heen en weer bladert, zie je dat een bladzijde met vier tekeningen altijd in het andere verhaal op dezelfde plaats een bladzijde van vier tekeningen is en een spread blijft een spread. Dat zal een heel gepuzzel geweest zijn, maar dat is er niet meer aan af te zien. Het doet allemaal heel natuurlijk aan. 

Wat was het oorspronkelijke verhaal ook alweer, zoals het bijvoorbeeld door Ovidius verteld is? Echo draagt een vloek met zich mee, waardoor ze alleen nog maar iemands woorden kan herhalen en niet zelf meer iets kan formuleren. Narcissus houdt zich vooral bezig met de jacht. 

Als hij Echo ontmoet, kan ze alleen maar delen van zijn zinnen herhalen en daar is hij gauw klaar mee. Hij wijst haar dus af. Echo trekt zich terug in een grot, waar ze wegkwijnt. Uiteindelijk blijft alleen haar stem over (die we nog steeds ervaren als de echo). 

Echo is niet de enige vrouw die door Narcissus afgewezen werd. Een andere vrouw bidt dat Narcissus ook zelf eens zal weten hoe is om verliefd te zijn zonder dat die liefde beantwoord wordt. En dat gebeurt. Narcissus wordt verliefd op zijn eigen spiegelbeeld. Omdat zijn liefde niet beantwoord wordt, kwijnt Narcissus weg. Na zijn dood blijft er alleen een gele bloem over, de narcis. 

Spiegeling

Dat Peeters ervoor gekozen heeft om dit verhaal in een spiegelboek vorm te geven, is niet zo vreemd. Spiegeling speelt immers een belangrijke rol. Natuurlijk vanwege het spiegelbeeld van Narcissus in het wateroppervlak, maar wat Echo doet, delen van zinnen herhalen, is ook een vorm van (auditieve) spiegeling. Peeters visualiseert dat: als Echo met iemand praat, neemt ze de vorm van haar gesprekspartner aan. Als Narcissus met haar praat, praat hij dus tegen zijn spiegelbeeld, dat hij, anders dan in het klassieke verhaal, in de armen kan vallen. 

De laatste bladzijden van beide verhalen zijn identiek. Ze ontmoeten elkaar bij een afbeelding van narcissen aan de waterkant. 

Peeters heeft het oude verhaal behoorlijk opgefrist. In dat verhaal heeft Narcissus geen oog voor zijn aanbidsters, in dit verhaal gaat zijn vrouw met allerlei mensen naar bed, omdat hij te weinig oog voor har heeft. Het verhaal wordt verder door verschillende elementen eigentijdser. Zo jaagt Narcissus met een geweer op konijnen en niet bijvoorbeeld met pijl en boog. 

Narcissus en Echo leggen een soortgelijke weg af en door de strakke vorm waarom Peeters die gegoten heeft, krijgt die iets onvermijdelijks. Het moest wel uitlopen op iets wat de beide personen opheft of misschien moet ik zeggen: wat beide personen overstijgt. De middentekening, met de narcissen aan de waterkant, is een vreedzaam tafereel, waardoor je je kunt verzoenen met de gang van zaken. 

Tragisch en luchtig

In het oorspronkelijke verhaal komt Narcissus vooral over als een hork, maar hier is hij ook zeker een tragische figuur, net als Echo. Er is veel knaps aan Echo / Narcissus, maar een van de knappe kanten is wel dat het tragische verhaal tegelijkertijd luchtig, humoristisch is, zonder dat dat afdoet aan de tragiek. 

Echo / Narcissus is een heerlijk boek, waarvan ik me goed kan voorstellen dat het op de middelbare school gebruikt gaat worden bij de lessen klassieke talen. 

Met zo'n uitspraak moet ik een beetje voorzichtig zijn, nadat er een klacht gekomen is over een van de vorige boeken van Sam Peeters, Iedereen op Claudia. Een ouder van een leerling op een school in Antwerpen diende die klacht in: de strip zou te expliciet over seks en geweld gaan. School reageerde nogal geschrokken, terwijl er waarschijnlijk ook andere boeken op de literatuurlijst staan die confronterend kunnen zijn. Alleen hebben die geen plaatjes. 

Op de lijst

Het lijkt me dat Iedereen op Claudia nog steeds prima op de lijst kan. Als het boek vragen oproept, is dat alleen maar goed. Daarover kan het gesprek gevoerd worden en een leerling kan ook verwoorden wat hij confronterend vond of bedenken waarom Peeters juist voor deze vorm gekozen om het verhaal te vertellen. 

Strips verdienen een plaats in het onderwijs. Of ze in plaats van de literatuur op de lijst moeten of naast de literatuur - daarover kun je het gesprek aangaan. Zo kan Narcissus / Echo ook prima op de lijst. Als iemand vragen of bedenkingen heeft: schrijf het in een reflectieverslag, breng het ter sprake bij het mondeling examen. Ik denk dat we niet te snel boeken moeten weghouden bij onze jongeren. Als we bang zijn dat hun kinderzieltjes te teer zijn, dan moeten we ze beter begeleiden bij hun zoektocht door de literatuur en de strips. 

Bij Narcissus / Echo verwacht ik eigenlijk geen problemen, al is er altijd iets te vinden waarover iemand zou kunnen vallen. Maar bij Iedereen op Claudia zag ik die problemen eigenlijk ook niet. Wie nauwkeurig leest, zal tot de conclusie komen dat bij dit boek, net als bij Narcissus /Echo, tragiek en luchtigheid hand in hand gaan en dat er ook een ontroerende kant aan het boek zit. 

Titel: Echo / Narcissus (Narcissus / Echo)
Tekeningen: Sam Peeters
Uitgever: Scratch
2026, 120 blz. 24,95 euro (softcover met flappen)









donderdag 4 juni 2026

Bardo deel 3 (Rege) en deel 4 (Bardo) (Odija / Stefaniec)




Al eerder schreef ik over de twee eerste delen van het vierluik Bardo (zie links onderaan). Nu zijn deel drie, Rege, en deel 4, Bardo, samen in een band verschenen. 

Voordat het verhaal begint, maken we kennis met Dan Rattus en Ratt Stef (die staan voor de makers, Daniel Odija en Wojciech Stefaniec). Zo trekken de auteurs zichzelf het verhaal in, worden ze deelnemers. 

Genesis

Het verhaal in deel 3 opent met een soort Genesis. Het begint met een boom, die doet denken aan de mythische levensboom Yggdrasil. Er komt een schimmel die alles aanvreet en de hoop is gevestigd op de koning Bardo, maar de koning is moe en stuurt zijn zoon eropuit. Die strijdt 'vele eeuwen'. 

Het feit dat iemand vele eeuwen kan strijden laat al zien dat we hier te maken hebben met een mythisch verhaal. En een vader die zijn zoon op missie stuurt, dat zou een knipoog kunnen zijn naar de komst van Jezus op de aarde. De missie van de prins slaagt half, zou je kunnen zeggen. Hij verslaat de schimmel, maar dat zaait dood en verderf en als hij terugkomt, is zijn vader overleden. 

Daarmee is het verhaal over de schimmel en over de strijd ertegen, een soort religieuze verklaring voor de wording van Bardo en voor de herkomst van het kwaad. In deze wereld speelt het verhaal zich af. 

In de vorige twee delen leerden we Stolp kennen, op zoek naar een kind en zijn verdwenen vrouw Rita. Zijn metgezel is een kameleon met bijzondere gaven, Loens, die hij opgehaald had bij Rege. Maar Stolp loopt tegen zijn eigen grenzen aan en intussen gaan de ontwikkelingen in Bardo door. 

Vuile handen

Het is een duistere wereld, waarin gelukkig af en toe iets opgehelderd wordt. Zo leren we Rita kennen met haar 'emotionele sculpturen'. En we komen er ook achter waardoor de zoektocht van Stolp is ingegeven. Uiteindelijk kan hij het kwaad niet buiten zich houden. Om zijn doel te bereiken moet hij vuile handen maken. 

Bardo is een aangetaste wereld. Stolp lijkt een goede kern te hebben en daarom kun je ook zo lang met hem meeleven. Uiteindelijk wordt ook hij aangeraakt door het kwaad. Principes blijken voor hem minder belangrijk dan het bereiken van zijn doel.

Bardo valt uit elkaar. De mad scientist, doctor Maind, heeft zo zijn eigen agenda en het is de vraag of Stolp tegen hem op kan. 

Net als de vorige twee delen zijn Rege en Bardo twee delen die je bij tijd en wijle naar adem laten happen. Sommige passages weerspiegelen de roes die de werkelijkheid draaglijk moet maken of misschien laten ze het onwerkelijke van het leven zelf zien. De vrijheid waarmee die getekend zijn, is geweldig. Ik hou van het experiment dat scenarist en tekenaar telkens weer aangaan. 

De wereld is niet meer rationeel te begrijpen en ook van de lezer wordt gevraagd niet alles te beredeneren, maar het verhaal maar over zich heen te laten komen, in de hoop dat je op tijd door kunt ademen. 

Gelaagd

De tekeningen zijn gelaagd en zo zijn ze ook ingekleurd, met kleur over kleur, waardoor ze vaak massief ogen. Soms zijn de kleuren uitbundig en maken ze het geluid van een schetterende trompet, soms zijn ze meer ingehouden, maar ook dan voel je kracht die erin zindert. 

Is er in deze koude wereld nog ruimte voor de warmte? Je blijft het hopen. In de duisternis klamp je je aan elk lichtpuntje vast. Of is Bardo uiteindelijk al verloren? Is Stolps zoektocht zinloos? 

Om daarachter te komen zul je het boek moeten lezen. 

Net als indertijd bij het expressionisme gaat Bardo ver voorbij categorieën als mooi en lelijk. Bardo wil een kern raken, maar maakt in zijn troebelheid ook niet meteen duidelijk wat die kern dan is. Dat lijkt me een kwaliteit. Bij Bardo gaat het niet om de antwoorden, maar om de vragen die in je blijven woelen en die ervoor blijven zorgen dat je maar in dit boek blijft bladeren, waarbij je aan de ene kant de verontrusting maar niet kwijtraakt en aan de andere kant geniet van de vrijheid die de makers zich veroorloven. 

Eerder schreef ik over:

woensdag 4 februari 2026

Gevangen in het Oranjehotel. 8 getekende oorlogsverhalen

Dat het Oranjehotel eigenlijk geen hotel was, maar een gevangenis, dat wist ik wel. In de oorlog diende het als Polizeigefängnis, die heel wat mensen herbergde. Maar wat wist ik er verder eigenlijk van? Ik had een paar aflevering beluisterd van Oranjehotel in verzet van Peter de Ruiter en ik heb het voorbij horen komen in verhalen over de oorlog. Maar ik ben er nooit wezen kijken, ik heb me er nooit in verdiept. 

Maar onlangs las ik Gevangen in het Oranjehotel - 8 getekende oorlogsverhalen en nu denk ik: Dat is een plek waar zoveel gebeurd is, daar moet ik toch een keer heen. 

In het boek tekenen acht verschillende striptekenaars een aspect van het Oranjehotel in acht tot twaalf pagina's elk. Bij elk verhaal staat een korte toelichting in proza. Verder is er een voor- en dankwoord van de directeur van NM Oranjehotel Anke van der Laan en een informaties essay van Maia Bijl en Bram Groenteman. 

Beeldvorming

Ze vertellen over borduurwerken die gemaakt zijn in en over het Oranjehotel en die eigenlijk de voorlopers zijn geweest van de stripverhalen. Maar ook over de gevangenen. Na de oorlog ontstond het beeld dat er vooral verzetsstrijders in het Oranjehotel vastgehouden werden, maar er zaten Joden, Sinti, Roma, communisten, vrouwen en kinderen, criminelen en anderen  die in de terugblikken op de oorlogstijd veel minder belangstelling kregen. 

Toch is al heel snel na de oorlog (op 7 juli 1945) een oproep gedaan door een commandant van het voormalige Oranjehotel aan oud-gevangenen om hun ervaringen op te schrijven. Maar hij schiftte wel wat er binnenkwam en bepaalde zo mede het eenzijdige beeld. Met dit boek wordt meer recht gedaan aan de veelkantigheid van het Oranjehotel en van degenen die er verbleven. 

De 'verhalen' zijn getekend door -ik noem ze maar even allemaal- Tânia Alexandra Cardoso, Gemma Plum, Nova de Hoo, Sterric, D'Avellonne van Dijk, Guido van Driel, Jan Vriends en Pieter Brouwer. Achter in het boek zijn korte biografieën van de stripauteurs opgenomen. 

Boodschappen

Als je alle bijdragen achter elkaar leest, merk je dat verschillende keren terugkomt dat er boodschappen werden doorgegeven. Bijvoorbeeld door degenen die het eten ronddeelden, maar ook door de bibliothecaris die boeken verspreidde. Iedereen zat opgesloten, maar er was wel contact. Niet alleen door briefjes of mondeling, maar ook door klopsignalen. Het zijn aspecten die me niet bekend waren. Werden er boeken rondgedeeld? Ja, dus. 

In dit boek is er ook aandacht voor de vrouwen: degenen die het eten rondbrachten, de vrouwen die borduurwerken maakten en zo het leven in het Oranjehotel vastlegden en bijvoorbeeld voor Riet Hoogland, een van de 'gangloopsters' die een dagboek bijhield op stukjes wc-papier, die uiteindelijk als propjes in haar korset buiten het Oranjehotel raakten. 

Voor degenen die geïnteresseerd zijn in wat er in de oorlog gebeurde in deze gevangenis in Scheveningen is Gevangen in het Oranjehotel een informatief en aantrekkelijk boek. Door wat er allemaal verteld wordt, maar ook door de manier waarop. Strips zijn een uitstekende manier om een beeld over te brengen. Er staan ook foto's in het boek, waaruit blijkt dat de striptekenaars echt hun best hebben gedaan om dicht bij de werkelijkheid te blijven. 

Gegen die Wand

Eigenlijk doen alle striptekenaars het goed, maar enkele springen er voor mij uit. Gemma Plum noemt haar strip Gegen die Wand, een titel die de gelijknamige film in herinnering roept. In de strip gaat het om mensen die letterlijk met hun gezicht tegen de muur worden gezet. We gaan als kijker de rij af en bij sommige van de gevangenen blijven we wat langer stilstaan, zoals bij Rudolph Cleveringa, die een protestrede hield tegen het ontslag van zijn Joodse collega's aan de universiteit van Leiden. Verder bijvoorbeeld Ernst Cahn, houder van een ijssalon die een knokploeg op de been bracht en Jacoba Blom - Schuh die wordt opgepakt voor belediging van de Führer. 

Plum tekent sober en schetst goed de historische setting. Maar het best werkt dat je al die gevangenen ziet, op hun rug, met alleen maar een naam, een geboorte- en sterfdatum en kort wat informatie. Aan de ene kant de anonimiteit (we zien het gezicht niet) en tegelijkertijd de persoonlijke aandacht, doordat deze mensen wel allemaal genoemd worden. Ik ben er erg van onder de indruk. 

Zoals gezegd: over elke strip is wel wat goeds te zeggen, ook over die van Nova de Hoo. Maar ik vond sommige personen net te karikaturaal, waardoor ik ze minder serieus nam. En het is verder duidelijk dat De Hoo geen idee heeft hoe een klomp aan een voet zit en ze heeft zeker nooit met klompen gelopen. 

Luikjes

Heel goed ook vind het verhaal van Sterric, waarin de kaders voornamelijk de luikjes zijn in de gevangenisdeuren zijn. Sober getekend, stemmig ingekleurd. Van deze stripmaker las ik ooit De vloek van rood dat me nog niet helemaal overtuigde, maar deze bijdrage, over de bibliothecaris Jentinus van Dijk is gewoon goed. 

Jan Vriends (van De kosmonaut) heeft ook een bijzondere manier gevonden om zijn verhaal te vertellen. We lezen een brief die de gevangene Hendrik de Vries aan zijn 'lieve Jopie en kleine Grietje' schrijft. Terwijl we deze warme en schrijnende brief lezen, zien we op de tekeningen hoe Hendrik de Vries uit zijn cel gehaald wordt en buiten de gevangenis geëxecuteerd wordt. Een indrukwekkend verhaal. 

Pieter Brouwer kan geweldig tekenen en een deel van zijn strip is echt goed. Maar hier en daar kwam het me toch een beetje over als effectbejag, als ik zie hoe getekend is dat een Duitser een deur intrapt en het bevel geeft het huis te doorzoeken. Het perspectief, waarbij de intrappende voet heel groot wordt, met daarbij groot 'Boem', de woede bij het bevel tot doorzoeken van het huis. Het is me allemaal net te. Verderop in het verhaal is hij meer ingehouden en dat lijkt me beter te werken. 

Ik ben niet op elk verhaal ingegaan en daar zit wel een zekere willekeur in. Guido van Driel is ook altijd goed voor sterke strip, D'Avellonne van Dijk heeft een gewaagde kleurstelling en stileert mooi en het openingsverhaal, van Tânia Alexandra Cardoso, laat het gebouw goed tot zijn recht komen, inclusief alle geluiden die het herbergt. 

Gevangen in het Oranjehotel is een informatief, maar ook een indrukwekkend boek. De informatie en strips blijven nog wel een tijdje in je hoofd zitten als je het boek dichtslaat. Het boek is tegelijkertijd uitgegeven in het Nederlands, het Engels en het Duits. 

Gevangen in het Oranjehotel. 8 getekende oorlogsverhalen. Diverse auteurs. Uig. Scratch Books, 2025; 120 blz. € 27,50 (hardcover)

Gemma Plum

D'Avellonne van Dijk



Sterric

Guido van Driel

Jan Vriends