vrijdag 3 februari 2023

Voor de Incal - De jeugd van John Difool (Janjetov / Jodorowsky)



Op sommige stripgebieden voel ik me een beginneling, ook als ik al wat in die regio rondgestruind heb. Zo heb ik best wat gelezen van de tekenaar Moebius (verschillende keren met scenario's van Alejandro Jodorowsky), maar ik voel me vaak nog een buitenstaander. De tekenaar is mij veel vertrouwder in de strips die hij als Giraud tekende. 

In de science-fictionstrips die Moebius tekende, leren we een heel eigen universum kennen, waar ik altijd met een mengeling van interesse en bevreemding naar kijk. Ik ben geboeid door wat ik zie, maar voel me niet altijd een deelnemer. Misschien wel doordat de opgeroepen wereld zo eigen is en redelijk ver van de onze af staat. 

Voorgeschiedenis

Een beroemde serie is De Incal, die ook wel bekend is als De avonturen van John Difool. Tussen 1981 en 1988 verschenen zes albums. Daarna verscheen de voorgeschiedenis, ook weer in zes delen: Voor de Incal - De jeugd van John Difool (1989 - 1995), met tekeningen van Zoran Janjetov. Deze zes albums zijn nu samengebracht in een mooie, integrale uitgave. Gebonden, roze leeslint, dossiertje met schetsen achterin. Geen poespas, maar wel een zorgvuldige uitgave, die in ieder geval als boek prachtig is. 

Ik snap dat ik voor lezers als striplezer heb afgedaan als ik beken dat ik De Incal niet gelezen heb. Voor mij begint het verhaal, met deze uitgave, dus bij het begin. Plaats van handeling is Terra 2014, waarin het leven op mij overkomt als decadent: uitbundig, gewelddadig, genotzuchtig. Daarin loopt de jongen John Difool rond, met wie je je wel kunt identificeren: een nagenoeg gewoon mens. 

Hij krijgt ook meteen de sympathie als hij het opneemt voor een betonmeeuw, die door anderen gestenigd dreigt te worden. De meeuw zal het niet redden, maar haar jonkie wel. John noemt het Deepo en neemt het onder zijn hoede. Later zal hij nog een makker krijgen, een robot, die niet meer helemaal intact is en zichzelf nog wat moet repareren. De hulp van anderen zal hij hard nodig hebben, want het leven in Terra 2014 is vol gevaren.

Aristo's

In de wereld van John Difool is een sterk klassebewustzijn. De opperklasse wordt gevormd door de aristo's, herkenbaar aan hun aureool. John behoort tot een lagere klasse en probeert zich op te werken tot privédetective B. Zo komt hij in aanraking met Loez, van wie hij gecharmeerd is, maar haar bedoelingen zijn niet helemaal duidelijk. Mogelijk gebruikt ze hem slechts. 

Zo'n bijna onmogelijke liefde is een bekend thema in de literatuur en het werkt eigenlijk altijd. Zoals sprookjes vaak eindigen met '...en ze leefden nog lang en gelukkig', wil je dat ook hier de twee elkaar krijgen en dat alles goedkomt en -blijft. Dat wordt misschien veroorzaakt door een soort verslaving aan geestelijke suikers. Maar natuurlijk zijn er op de lange weg hobbels te nemen en je weet ook niet of het verhaal wel goed afloopt. 

John zal het wel redden, want er is een vervolg. Al begin je tegen het einde van de avonturen in dit boek toch weer aan de goede afloop te twijfelen. Hij blijkt overigens niet bang en hij heeft een onderzoekende geest, zoals het bij een privédetective hoort. Hij komt er bijvoorbeeld achter hoe het nu zit met de hoge status van de aristo's met hun aureolen. En wat hij ontdekt heeft, zou iedereen eigenlijk moeten weten. 

Rustpunt

Voor de Incal is lekker dik (ruim driehonderd bladzijden), dus je kunt John een hele tijd volgen op zijn avonturen in een wereld die per definitie onveilig is. In zo'n onzekere wereld is hij een rustpunt, omdat hij een doel heeft en dat hardnekkig nastreeft. Zo'n rustpunt is voor de lezer prettig, al weet die ook hoe kwetsbaar het allemaal is. Maar dat vergroot alleen maar de betrokkenheid. 

Het meeleven met John Difool wordt ook vergemakkelijkt doordat hij zich niet laat corrumperen en vasthoudt aan wat hij een goede zaak vindt. Hij is misschien niet helemaal berekend op zijn taak en verschillende keren werkt hij zich in de nesten, maar hij heeft een goede kern en omdat elke lezer vindt dat hij/zij zelf ook wel deugt, kun je hem dicht naar je toe halen. 

Tekeningen

Dat de scenario's van Jodorowsky een vreemde wereld aannemelijk kunnen maken, weten we al uit verschillende albums. Janjetow weet prima te tekenen in de geest van Moebius, al verschillen de pagina's onderling soms wat qua stijl. De arcerinkjes van Moebius zie je op veel plekken terug, maar soms tekent Janjetow in een wat dikkere lijn, die strakker lijkt te zijn. Dan zijn soms ook de decors soberder. Toch doet dat geen afbreuk aan de eenheid van de tekeningen. 

Wie De jeugd van John Difool gaat lezen, komt in een vreemde wereld, met betonmeeuwen en robots, homeohoeren en gebochelden, en een opmerkelijke heerser, de prez, die van tijd tot tijd van gedaante verandert. Een wonderlijke wereld, die als vanzelfsprekend gepresenteerd wordt. Zo gaat het nu eenmaal in Terra 2014. Na een paar bladzijden kijk je nergens meer van op en tijdens het lezen wissel je onze wereld moeiteloos in voor de fictieve. 

Titel: Voor de Incal - De jeugd van John Difool
Scenario en teksten: Alejandro Jodorowsky
Tekeningen: Zoran Janjetow
Vertaling: Kees Beentjes
Uitgever: Sherpa
Haarlem 2022, 304 blz. 75,00 euro (hardcover, groot formaat, leeslint)
Ook beschikbaar in twee nog luxere en nog meer gelimiteerde uitgaven. 

Eerder schreef ik over:



woensdag 1 februari 2023

Het water bewaart ons (Haro Kraak)

Het is ergens in de toekomst en het water bedekt een deel van Nederland. Dat is de situatie in de roman Het water bewaart ons van Haro Kraak. Die situatie is in de literatuur niet nieuw. We kennen hem ook uit Weerwater van Renate Dorrestein en Klifi van Adriaan van Dis. 

Kraak laat ons inzoomen op Schokland, dat vroeger een eiland was, nu een hooggelegen dorp in de polder is en in de roman opnieuw een eiland. De mensen op Schokland vormen een besloten gemeenschap en dat willen ze graag zo houden. Er is een Eilandraad, die zich met veel zaken bemoeit, ook met de toelating van mensen van de vaste wal. De mensen van Schokland zijn orthodox christelijk. 

Dat laatste punt komt niet zo heel erg uit de verf. Er zijn wel de regels, over bijvoorbeeld de kleding (vrouwen liever niet in een broek en de rok mag niet te kort zijn), maar dat het geloof een innerlijke overtuiging is en dat de godsdienst mensen samenbindt is in de roman niet zo heel erg terug te vinden. Het blijft vooral buitenkant, gedragsregels. 

Wannejoene

Verder zijn er rituelen, die voorchristelijk aandoen, zoals op het feest ter gelegenheid van Wannejoene, de zonnewende. Kinderen die jonger zijn dan twaalf zijn daar overigens niet welkom. Voor de twaalfjarigen is het feest een inwijding. Daarna horen ze bij de grote mensen. Er gaan verhalen over het feest, maar buitenstaanders weten eigenlijk niet wat er echt gebeurt.

De belangrijkste personages in Het water bewaart ons zijn Age en Elsa. Hij is getogen op het eiland, zij komt van buitenaf, maar is door de ballotage van de Eilandraad gekomen. Ze heeft zelfs naar een functie bij de Raad gesolliciteerd. Elsa en Age hopen op een kind, maar dat blijkt nog niet zo gemakkelijk te gaan. Al in het begin van het boek nemen ze een lifter mee, Kasper, van wie ze tegen de eilanders vertellen dat Elsa die van vroeger kent, maar dat is niet zo. De komst van Kasper brengt dingen aan het schuiven. 

De verhouding van Age en Elsa komt in een nieuw licht te staan, met een extra man over de vloer (Kasper verblijft in het tuinhuis), maar ook in de gemeenschap verandert het een en ander. Er gaan dingen fout (een schip vaart tegen een aanlegsteiger), er gebeuren zaken die men op het eiland niet gewend is en de spanning loopt op. En dan komt ook nog Wannejoene eraan, waar deze keer wat toeristen bij zullen zijn. De situatie heeft alles in zich om vreselijk uit de hand te lopen. De vraag is of dat ook zal gebeuren. 

Haro Kraak weet goed vaart in het verhaal te houden en als lezer wil je doorlezen om te zien hoe de toestand zal aflopen. Het eiland is een afgesloten gemeenschap dat je zou kunnen zien als een laboratoriumopstelling. De verschillende stoffen (mensen, in dit geval) zijn samengebracht en nu maar zien hoe ze gaan reageren. Het is een opzet die we kennen uit het werk van Renate Dorrestein, maar ook bijvoorbeeld uit Alles wat er was van Hanna Bervoets. 

Veilig en benauwend

De besloten gemeenschap geeft veiligheid, er zijn vaste regels. Die kunnen ook benauwend zijn en de Eilandraad blijkt soms meer van je te weten dan je gewild zou hebben. Als het erop aankomt, blijken er heel wat verborgen spanningen te zijn, die ineens openbaar kunnen worden, zeker als er ook flink bij gedronken wordt. En als er actie moet komen, wil niet iedereen op de Raad op wachten. Er moet orde op zaken gesteld worden. 

De ontwikkelingen op het eiland maken niet alleen duidelijk wat er in het verborgen in de gemeenschap leeft, mensen leren ook zichzelf kennen. Age heeft gewelddadige fantasieën en de vraag is in hoeverre dat slechts gedachten zullen blijven. Elsa lijkt eindelijk opgenomen te zijn in de gemeenschap als ze een functie bij de Raad krijgt, maar juist dan wordt haar duidelijk dat ze anders is dan veel eilanders. 

Veel draait om erbij horen of buitenstaander zijn. Kasper lijkt de duidelijkste buitenstaander, maar is hij wel helemaal een vreemdeling? Of heeft hij nog iets te verhapstukken met de eilanders? 

Gemeenschap op de rand van verval

De gemeenschap werd in de loop der jaren al minder hecht. Met elke volgende generatie kwam er meer buitenwereld op het eiland. Iedereen heeft per slot van rekening een smartphone. En voor de economie van het eiland zijn er toeristen nodig. 

Vroeger nam het water stukjes van het eiland mee, golf na golf, nu waren het de bezoekers die telkens een deel naar huis namen, met elk bezoek verloor het eiland aan zuiverheid, ze keken er te lang naar, ze stelden te veel vragen, ze deden alles wankelen en maakten wat vanzelfsprekend hoorde te zijn expliciet en lelijk.

Kraak heeft met Het water bewaart ons een spannend boek geschreven. Het lijkt zich af te spelen in een andere tijd, maar dat onderbuikgevoelens openbaar kunnen worden en dat mensen zich plotseling keren tegen nieuwkomers is helaas maar al te herkenbaar. In de kleine gemeenschap wordt alles uitvergroot en zijn de reacties heftiger, maar sommige mechanismen zullen hetzelfde zijn als in onze maatschappij. Daardoor kun je niet alleen genieten van deze roman, maar stemt die ook tot nadenken. 

De woede van de eilanders lijkt ook te maken te hebben met de angst voor het vreemde, angst om kwijt te raken wat er altijd geweest is en zorg om het eigene te behouden. Dan sluiten zich de gelederen. Waar dat toe leidt, lezen we in deze roman. 

donderdag 26 januari 2023

Kind aan huis 1: Terug bij af. (Barreveld/Van der Meulen



In een gagstrip heb je meestal elementen, die steeds weer terugkomen. In het legendarische Vader en zoon van Peter van Straaten ging het steeds over het spanningsveld tussen een rechtse, wat oudere vader en een linkse zoon, die uiteraard tot de jonge garde behoorde. En bij Guust (onovertroffen, wat mij betreft) was vaak het kantoor de setting, met steeds weer dezelfde personen. En buiten het kantoor was agent Vondelaar vaak van de partij. 

Van de strip Kind aan huis is de setting duidelijk: op het eerste plaatje van het eerste verhaaltje in het eerste deel ziet een echtpaar, Herman en Geke, een vliegtuig vertrekken. De kinderen zijn het huis uit en de ouders hebben voorlopig het rijk alleen. Ze gaan hun oude dag samen doorbrengen. 

Daar blijkt weinig van te komen, want zoon Eddie staat al gauw op de stoep. Dat zien we al op de cover, waar de verbijstering van de ouders goed te zien is. Vader Herman laat zelfs zijn glaasje wijn vallen. De relatie van Eddie is uit en hij wil weer bij zijn ouders gaan wonen, die daar eigenlijk niet op zitten te wachten. Maar het is je kind, dus bent ook welwillend. 

Misverstanden en tegenvallers

De situatie biedt veel mogelijkheden voor misverstanden en tegenvallers en die werken vaak grappig. Na verloop van tijd moet er soms een nieuw element ingebracht worden (Eddies ex komt zijn hond brengen, bijvoorbeeld) en daarmee kun je dan ook weer even vooruit. 

Volwassen zijn en toch bij je ouders wonen geeft ook onduidelijkheden over de rol die je hebt. Als je het meisje bij de bakker wilt versieren, komt het slecht uit als iemand je vraagt of je nog steeds bij papa en mama woont. Ook dat zorgt voor grappige toestanden. 

De stripjes zijn aanvankelijk gepubliceerd in Max Magazine en die doelgroep zit in de leeftijdscategorie van de ouders. Die lezers zullen dus veel herkennen, maar anderen kunnen er natuurlijk net zo goed van genieten. In Nederland hebben vroeger veel mensen genoten van Billie Turf, zonder dat ze ooit op kostschool hebben gezeten.

Goedmoedig 

Kind aan huis is een goedmoedige strip, waarin de toon altijd vriendelijk is. Ook als er onenigheid is, weet je dat het uiteindelijk allemaal goedkomt en dat er in alle personages wel wat goeds zit. Dat maakt het misschien tot een ongevaarlijke strip, maar dat lijkt me niet zo erg. In elke gag zit er wel een verrassinkje, een wending die je niet of maar een beetje aan ziet komen, zodat je het hele album met een glimlach kunt lezen. 

Vaak zijn de acties van de personen goed bedoeld, maar pakken ze verkeerd uit en van tijd tot zitten vader en moeder niet op één lijn of juist wel, maar dan zorgen omstandigheden ervoor dat een van de twee ineens een ander standpunt inneemt. Allemaal heel menselijk en dat maakt het herkenbaar. Ook als we niet van de leeftijd van Herman en Geke zijn, hebben we ons standpunt wel eens veranderd, zijn we niet helemaal eerlijk geweest, deden we iets omdat dat voordeel voor onszelf had en moesten we toch iets anders doen dan we gepland hadden. 

De scenarist, Jan Dirk Barreveld, heeft elke keer weer een leuke situatie bedacht en ik heb het idee dat hij daar nog wel even mee kan doorgaan. Mogelijk ken je hem van de strip Eugène. De tekenaar, Robby van der Meulen zou je kunnen kennen van enkele afleveringen van de reeks Amor Fati.

Tekeningen

De tekeningen zijn dienstbaar aan de grap en zo hoort het ook, denk ik. Omdat je vooral de grap leest, heb je misschien weinig aandacht voor de afzonderlijke tekeningen, maar die zitten best goed in elkaar. Ze zorgen er ook voor dat ik Herman, Geke en Eddie geloof: ze zouden om de hoek kunnen wonen. Nooit doen ze gekunsteld aan. 

Af en toe is er een knipoog naar deze tijd (Marktplaats, elektrische fietsen, eetgewoonten (Herman wil stamppot, maar Eddie maakt couscous), de afschaffing van Zwarte Piet, Heel Holland Bakt, maar het meeste is algemeen menselijk en niet zo tijdgebonden. Dat betekent waarschijnlijk dat de strip over een tijdje ook nog goed te lezen.  

Terug bij af wordt nadrukkelijk gepresenteerd als deel 1. Er zullen dus nog meer delen volgen. Kind aan huis is geen spectaculaire strip en er is weinig vernieuwends aan, maar dat is geen bezwaar. Het album is op zijn minst onderhoudend en van tijd tot tijd behoorlijk grappig. Niemand hoeft zich te vervelen. De grappen zitten goed in elkaar en de tekeningen werken. Wie Kind aan huis niet kent, zou de strip op zijn minst een kans moeten geven. 
 
Serie: Kind aan huis
Deel 1: Terug bij af
Tekst: Jan Dirk Barreveld
Tekeningen: Robby van der Meulen
Uitgeverij: Personalia
Leens 2022, 48 blz. 9,95 euro; softcover



woensdag 25 januari 2023

Tekenen van het universum (Emy Koopman)



De ondertitel van Tekenen van het universum, van Emy Koopman, is Verslag van een obsessie. Op de titelpagina staat niet dat het een roman is; het is blijkbaar bedoeld als een autobiografisch geschrift. Gek genoeg 'vergat' ik dat tijdens het lezen en dan leest het boek toch als een roman. Maar misschien maakt dat niet uit. 

Zeven jaar geleden las ik Koopmans debuut, Orewoet, dat me niet helemaal overtuigde, al vond ik het geen slecht boek. Zolang er 'verhaal' in zat, liep het wel. 

De hoofdersoon in Tekenen van het universum is Emy (wat bij een autobiografisch boek niet zo vreemd is). Emy maakt een programma over Canada, maar de hele ploeg strandt, door de weersomstandigheden. Ze zijn gedwongen te overnachten in een hotel en zij komt met de fixer, A, in dezelfde kamer terecht. Eigenlijk gebeurt er niets, maar er is wel een zekere spanning tussen hen, alsof zich iets aan het ontwikkelen is. 

Deur op een kier

Ze zijn slechts vijf dagen en een enkele nacht samen, maar dat blijkt genoeg om een vuur aan te steken. Emy moet steeds aan A denken en ze houdt contact met hem, al weet ze dat ze hoogstwaarschijnlijk niets met hem zal beginnen. Ze heeft immers een relatie, met Johannes, en A ook, met Charlotte. Maar zoals in een gedicht van Tjitske Jansen iemand denkt dat het fijn is om te denken dat het zou kunnen als het kon, gooit Emy de deur niet helemaal dicht. Ze zegt over haar relatie met Johannes: 'Geen open relatie, maar een relatie met de deur op een kiertje, waardoor een ander naar binnen zou kunnen komen wandelen.' Maar dan wel in overleg en in alle openheid. Ze houdt Johannes dus op de hoogte van wat er zich in haar afspeelt. 

A vertelt aanvankelijk niets tegen Charlotte, tenminste niets van wat er werkelijk speelt en dat maakt de situatie niet gemakkelijk, zeker niet als de vier elkaar later ontmoeten. Emy en Johannes gaan namelijk nog een keer drie maanden naar Canada. Ze eten samen, drinken samen, dansen samen met het andere koppel. Als lezer vraag je je af waarop dat zal uitlopen. A heeft al aangegeven dat hij zijn relatie eraan zou geven als Emy om de hoek zou wonen, maar zij en wij weten niet wat zo'n uitspraak waard is. 

Verhaal

Wat tussen Emy en A speelt, is eigenlijk een verhaal. Maar ook elk van hun levens is een verhaal en het is de vraag in hoeverre A een rol wil spelen in het gezamenlijke verhaal. Als lezer wil je in ieder geval weten hoe zich dat zal ontwikkelen en dat houdt het boek spannend. Elk stapje, elk berichtje, bouwt verder aan dat verhaal, dat wellicht op niets zal uitlopen. 

Op dat verhaalniveau, het niveau van de gebeurtenissen, waarbij ook het uitwisselen van berichtjes gebeurtenissen zijn, is Tekenen van het universum een boeiend en misschien zelfs wel een spannend boek. Maar niet alleen de gebeurtenissen maken het tot een intrigerend boek. 

Scherpe observaties

In de eerste plaats observeert Emy heel scherp wat de gebeurtenissen met haar doen. Natuurlijk doen altijd de details ertoe: hoe lang het duurt voor iemand antwoordt, of dat iemand zo lang niet antwoordt. Of er wel of geen uitroepteken achter een zin staat. Welke woorden gekozen zijn. Ze weegt de woorden, gaat na welke betekenissen meespelen en heeft daardoor vaak goed in de gaten wat er in anderen, in A vooral, leeft. Die scherpe observaties of analyses heb ik met plezier gelezen. 

Daarbij kijkt ze ook scherp naar zichzelf, zonder daarbij te versimpelen of te voor de hand liggend zichzelf en haar gedrag te duiden. Over het missen van A schrijft ze:

Ik mis hem - ineens weet ik niet meer over wie het gaat. Ik mis. Ik mis al zo lang. 

Het gaat ineens niet meer A of zijn afwezigheid, maar over een fundamenteel gemis. Zo leidt het scherpe observeren van zichzelf tot inzichten. 

Ze is, net als iedereen, een vat vol tegenstrijdigheden en die laat ze gelukkig allemaal bestaan. Een scherpe geest, een nauwkeurige pen, een uitgekiende opbouw, al is die dan ook door het leven ingegeven - ze maken Tekenen van het universum tot een voor mij prettig boek, dat me uitdaagt om niet alleen mee te leven, maar ook mee te denken. 

Tussendoor schrijft Koopman over wat ze leest of gelezen heeft (Bataille, Levinas, Hempel en meer) en ook over haar verleden: haar vroegere liefdes of verliefdheden, het feit dat ze leed aan baarmoederhalskanker, haar anorexia, het zich snijden. Elke keer weer met die scherpe blik. Over het snijden bijvoorbeeld: 'De pijn van buiten is zowel een afleiding als een passende straf.'

Universum

De titel wijst naar het universum en dat soort verwijzingen komt heel vaak terug. Enkele citaten: 'Tekenen, denk ik. Het universum schreeuwt zijn naam.' 'Hoe doet het universum vandaag tegen jou?' '[E]n wanneer gaat het universum zich weer tegen me keren?' Hier lijkt het universum de functie te hebben van een god die de regie heeft en het leven op aarde bepaald. Soms wordt er ook verwezen naar 'de goden' of 'hogere machten'. 

Zoals mensen wel zeggen dat iets zo heeft moeten zijn, lijkt er een verborgen plan te zijn, al weet Emy ook wel dat ze zichzelf dat maar wijsmaakt: 

Wat wil het universum? Het universum is, waarschijnlijk, onverschillig; wij mensen lezen de theebladeren, de dromen, de sterren, de ingewanden. Als je ze zoekt, de tekenen, kun je ze vinden, zeker als je een jarenlange training in het analyseren van teksten hebt gehad, elk terugkerend beeld een potentiële sleutel naar de betekenis, een betekenis, van het geheel. 

Blijkbaar geeft het idee van een hoger plan houvast: je volgt de weg die al voor je uitgestippeld is. Relativeert dat de eigen verantwoordelijkheid? Kun je ondersteuning voor je handelingen vinden? Wordt je dagelijkse leven zo boven het tijdelijke en het plaatselijke uit getild? Komt het voort uit het verlangen naar iets eeuwigs of iets absoluuts? Dat een boek dit soort vragen oproept, vind ik prettig. 

De kleine zeemeermin

Ik schreef al dat het boek uitgekiend in elkaar zit en dat komt niet alleen door de dosering van de gebeurtenissen maar ook door de manier waarop Koopman die in verband brengt met dingen buiten die obsessie: met De kleine zeemeermin bijvoorbeeld, waar Walt Disney een vrij zoet verhaal van gemaakt heeft. Koopman: 'Het is een vreselijk verhaal, het is een schitterend verhaal, het is een verwarrend verhaal.'

Maar misschien zit er in veel vrouwen wel zo'n kleine zeemeermin, zo'n gevende vrouw. Misschien worden ze met het idee van opoffering vol gegoten en kun je je maar moeilijk aan zo'n rol onttrekken. Door zichzelf te peilen, overdenkt Koopman niet alleen zichzelf, maar ook wat het is om vrouw te zijn, hier, nu, in wat voor maatschappij we leven. 

Er is nog veel meer te zeggen over Tekenen van het universum, maar je moet het gewoon zelf gaan lezen en ervan genieten. Hoe langer je erover nadenkt, hoe beter het wordt. Het is een boek dat ik een groot publiek gun, niet alleen voor het boek, ook voor het publiek. 

dinsdag 24 januari 2023

Op de weg terug

Jan Mankes: Woudsterweg bij Oranjewoud


Na een paar weken ben ik je weer een update verschuldigd. Zo voel ik dat tenminste. Omdat het verhaal anders niet af is, denk ik. Niet dat het verhaal ooit echt af is, zolang het leven doorgaat, maar soms heb je een hoofdstuk wel uit. 

Het gaat beter dan het ging, schreef ik in de vorige bijdrage over hoe bij mij de dingen nu lopen. Dat is gelukkig nog steeds het geval. Niet dat het een rechte stijgende lijn is: er zit nog wel eens een dalletje in. Maar over het geheel heb ik behoorlijk wat meer energie dan in november en december en ik heb ook meer lol in de dagelijkse dingen. 

In de tweede helft van de kerstvakantie lukte het lezen van boeken weer en dat is een groot geschenk. Ik ben, zoals je waarschijnlijk gemerkt hebt, ook weer begonnen met recenseren. Daarbij heb ik niet al te hoge eisen aan de stukken gesteld. Hopelijk kom ik ermee weg. Eerst maar even wat achterstand wegwerken. 

Nog niet goed

Wat gaat nog niet goed? Schaken blijft beroerd, wat eigenlijk wil zeggen dat mijn concentratie nog gebrekkig is. Ik speel te snel en kan me blijkbaar niet helemaal in een stelling werken. Soms ontsnap ik met een remise in een slechte stelling of kom ik na een slechte opening nog in een redelijk middenspel terecht, maar het komt ook voor dat ik vanaf de opening snel van het bord gemept word. Dat is dan maar zo. Het is niet leuk, maar ik kan me er wel bij neerleggen. Wel geeft het aan dat mijn hoofd nog niet op het oude niveau is. 

Dingen op een rijtje houden is ook lastig. De agenda in mijn hoofd heb ik niet altijd helder. Dat betekent dat ik  af en toe lijstjes moet maken. Op zich werkt dat wel, maar de angst dat je dingen over het hoofd ziet, dingen vergeet, vliegt me soms aan. Maar meestal zakt dat wel weer. 

In nieuwe situaties, waarbij ik niet goed weet wat de regels of de afspraken zijn, is de kans groter dat de spanning oploopt. Aangezien ik pas dit jaar in deze omgeving werk, komt dat wel eens voor. Vaak zijn er collega's die me uitleg kunnen geven, zodat ik het idee heb dat ik er weer een beetje grip op heb. Ik wil het ook niet dramatischer maken dan het is. Waarschijnlijk ben ik me op sommige punten overbewust van mezelf. 

Langere termijn

Eigenlijk loopt het wel en ik heb idee dat ik op de manier waarop het nu gaat, het schooljaar goed kan doorlopen. Ik zit er in ieder geval niet over in. Hoe het op de langere termijn moet en wat ik in de toekomst wil, weet ik nog niet. Ook daar pieker ik niet over: dat komt wel. Wat dat betreft, voel ik geen druk.

In een gesprek met de teamleider (geprezen zij haar naam) heb ik voorgesteld om de omvang van mijn betrekking aan te passen aan het aantal uren dat ik nu draai. Dat gaat binnenkort gebeuren en daar voel ik me goed bij. Dan hoef ik me ook geen klaploper te voelen die voor meer betaald wordt dan hij werkt. Die gedachte kan ik gemakkelijk wegredeneren, maar die neuriet soms toch in mijn achterhoofd. 

Terugkijkend zie ik wel dat de maanden november en december geen pretje zijn geweest. Dat mijn energie weglekte en dat ik daardoor het gevoel had dat ik weinig aankon, was onaangenaam. Maar dat is niet het hele verhaal. Ik heb er ook met een zekere nieuwsgierigheid naar gekeken en het liet me ook nadenken over hoe zaken gaan, wat ik ervan vind, wat belangrijk is voor me. Ik zal niet zeggen dat ik dat niet zou hebben willen missen, maar het heeft me ook wel wat gebracht. De ervaring hoezeer spanning zich lichamelijk kan uiten, heeft mij bijvoorbeeld verbaasd. Dat was veel sterker dan ik tevoren had kunnen bedenken. 

Museumbezoek

De afgelopen twee weekends waren we op museumtocht. Eerst naar Arnhem, waar we na de verbouwing nog niet waren geweest. Veel mooi werk, maar de expositie over duurzaamheid was wel erg boodschapperig. Ik denk dat ik meer genoten heb van de oude bekenden, bijvoorbeeld het werk van Jan Mankes. Voor De vaandeldrager van Rembrandt hadden we niet gereserveerd. Die zien we later wel een keer. 

Vorig weekend waren we voor het eerst sinds lange tijd in het Kröller-Müller Museum, vooral omdat ik nieuwsgierig was naar het werk van de kubist Fernand Léger. Ach, wat was dat een heerlijke expositie. Er was bijvoorbeeld een serie schilderijen over rokende schoorstenen op de daken in Parijs, in het begin nog vrij figuratief, maar gaandeweg abstracter. Allemaal erg mooi, net als het werk van zijn tijdgenoten: Picasso, Braque, Gris. 

Naar die schilderijen kijken en erin verzinken, wat een geluk is dat! Daar kun je een tijdje op teren, zeker als je dan ook nog (koud, koud) door de mooie omgeving van het museum hebt gefietst. Natuurlijk nog even naar Van Gogh kijken. Ik moet die brieven van hem toch een keer integraal gaan lezen. Daar is overigens ook een mooie podcast over. Zoek maar op. 

En er hingen nog drie werken van Anselm Kiefer. Een beetje bombastisch, maar dat hoort ook wel bij Kiefer. Ik zag zijn werk verschillende keren, onder andere in het Stedelijk in Amsterdam. Ik moet er soms om glimlachen, maar het raakt me ook. 

Investering, opbrengst

En zo ben ik toch weer begonnen over andere dingen dan ik van plan was, maar dat is waarschijnlijk een goed teken: mijn hoofd wil weer van alles. Pas hoorde ik een collega praten over 'de opbrengst van een les' en dat lijkt me kenmerkend voor ons denken: we denken over veel zaken in termen van de economie. Je hoort ook dat mensen investeren in hun relatie. Wat zou daarvan het rendement zijn? Daar zit wel een column in, vermoed ik. 

Waarschijnlijk heb ik het niet meer binnenkort over hoe het met me gaat. Ik ben op de weg terug en volgens mij ben ik al best wel een eind. Over dat tweede gesprek met de POH (volgende week) zal ik het dus niet hebben, bijvoorbeeld. Ga er maar van uit dat geen nieuws in dit geval goed nieuws is. 


Eerdere bijdragen over dit onderwerp

woensdag 18 januari 2023

Kiss the sky. Jimi Hendrix 1942-1970 (J.M. Dupont / Mezzo)


Als ik terugkijk, verwonder ik me soms over de tijd die ik heb meegemaakt. Ik voel me bevoorrecht dat ik leefde in een tijd waarin je naar de winkel kon lopen om het nieuwste boek van Mulisch, Reve of Hermans te halen, een tijd waarin Queen en Abba nieuwe groepen waren en waarin ook Elvis Presley nog nummers op de markt bracht. 

Voor Jimi Hendrix ben ik dan eigenlijk weer net te jong. Hij overleed in 1970, toen ik elf jaar oud was. Ik had toen nog nauwelijks popmuziek gehoord. Bij mijn vriendje thuis stond Radio Veronica geregeld aan en zijn zus zong 'Chirpy chirpy cheep cheep' (van Middle of the road) mee en dat vond ik heel erg knap, al bedenk ik achteraf dat ze waarschijnlijk alleen het refrein meezong. Maar ik had nog bijna nooit iets in het Engels gehoord en vond het allemaal even wonderlijk. 

Toen was het al 1971 en Jimi Hendrix stierf het jaar ervoor, op de leeftijd van zevenentwintig jaar. Ja, hij behoort ook tot de club. 

Later ontdekte ik zijn muziek natuurlijk wel, waarvoor ik overigens niet meteen gewonnen was, al vond ik wat hij deed wel knap. Maar het waren niet altijd liedjes die lekker in je gehoor lagen, die je vertelden dat er niks aan de hand was en dat alles in de wereld klopte. 

Kiss the sky

Hendrix is een intrigerende zanger en dat zullen mensen die zijn muziek niet kunnen waarderen ook wel toegeven. Ik was dus wel nieuwsgierig toen Kiss the sky binnenkwam. Dat is het verstripte leven Jimi Hendrix, door Mezzo, met een scenario van Jean-Michel Dupont. Dat duo heeft mij al eerder plezier bezorgd met de stripbiografie van Robert Johnson, die ook al niet ouder werd dan 27 jaar. 

'Als ik jouw kind was, lieve schat, dan werd ik liever niet geboren,' zong Boudewijn de Groot ooit en zo begint ook Kiss the sky: 'Als de navel van vrouwen een venster was waardoor hun ongeboren kroost kon zien wat het leven voor hen in petto had, zouden sommigen er zeker voor kiezen hun beurt over te slaan.' De suggestie is dat Jimi Hendrix niet in ideale omstandigheden geboren werd. 

Zijn ouders, Al en Lucille hebben een stormachtige relatie, met ruzie, ontrouw en goedmaakseks ('Oooh, Al!). Gelukkig zijn er ook nog grootouders en oma Nora Hendrix vertelt haar kleinzoon verhalen over onzichtbare werelden. Ze stamt af van Cherokee-prinses, dus ze heeft een hele spirituele wereld meegekregen. 

Het zijn lichtpuntjes, maar een groot deel van zijn leven heeft Jimi/Jimmy (die als kind ook wel Buster werd genoemd) de wind tegen gehad. De muziek komt op zijn pad, maar dat pad blijft hobbelig: geldgebrek, waardoor hij soms zelfs geen instrument heeft, en steeds weer conflicten. Het moet ook lastig geweest zijn om met hem samen te werken. Steeds weer te laat komen, waardoor verschillende keren de band zonder hem moet vertrekken. Nu we weten hoe hij zich ontwikkeld heeft, is dat allemaal misschien enigszins vergeeflijk, maar in die tijd had hij wel zijn talent, maar hij had zich nog maar half kunnen bewijzen. Aan het eind van dit deel moeten de grote successen nog komen. Dat zullen we straks kunnen lezen in deel 2.

Verteller

Dan zullen we waarschijnlijk ook weten wie ons dit verhaal vertelt. Het is is een ik-figuur die in het vage blijft. Soms komt hij even om de hoek kijken. Dat vertelt hij dat hij voor het eerst zijn heupen bewoog op een nummer van Chubby Checker, Denver wordt een keer genoemd en een vader die goed verdient. Het zijn maar snippers en aan het eind van dit deel is nog steeds niet duidelijk wie er aan het woord is. Dat is niet zo bevredigend: onnodige geheimzinnigdoenerij, denk ik. 

Dat was bij Love in vain ook al zo, maar daar heeft het een functie: over Robert Johnson ging het verhaal dat hij zijn ziel aan de duivel had verkocht en aan het eind blijkt de duivel de verteller van het verhaal te zijn. Als we moeten wachten tot het eind van deel 2, voordat we meer weten over deze verteller, wordt dat wel een erg grote spanningsboog. 

Het verhaal over Jimi Hendrix is interessant omdat het duidelijk maakt in welke context hij leeft en hoe zijn plaats in de toenmalige muziekwereld is. Aanvankelijk is hij alleen maar een goede gitarist, maar de vriendin van Keith Richards vraagt hem waarom hij niet ook gaat zingen. Als gitarist is hij dan al heel bijzonder. Niet alleen de gitaar, maar ook de versterker is zijn instrument. De geluiden die hij eruit haalt, kunnen zeker niet iedereen bekoren, maar wel wordt duidelijk dat Hendrix zo'n beetje alles met een gitaar kan. 

Veel namen

Veel namen, het hele boek door en soms duizelt het me als ik die allemaal lees. Er staat ook veel muziek afgebeeld: soms zien we de popmusici en soms alleen maar de hoezen van hun platen. Je doet wel leuke weetjes op: het nummer Hey Joe hoort voor mijn gevoel bij Jimi Hendrix, maar het blijkt al ouder te zijn en in het verhaal leert Hendrix het kennen. Dat zijn leuke dingen, maar door al die namen is het wel lastig om overzicht te houden en de verhaallijn is ook niet zo dwingend. 

Je hebt het idee dat het allemaal nog op gang moet komen, wat ook wel klopt, want de grote successen van Hendrix staan nog niet in dit deel. Maar een heel deel door op gang moeten komen, is wel lang. Het betekent dat je Kiss the sky niet moet lezen om het goede verhaal, maar omdat je meer wilt weten over Jimi Hendrix en het muziekleven uit zijn tijd. Het is meer een interessant boek dan een spannend verhaal. 

De tekeningen van Mezzo zijn overigens mooi: ruim in het zwart, waardoor sommige afbeeldingen iets houtsnedeachtigs krijgen. En Dupont heeft interessante dingetjes in het scenario gevlochten, maar iets meer helderheid, iets meer vaart, was me welkom geweest. Maar ik snap dat dat ten koste gegaan zou zijn van de hoeveelheid informatie. Het blijft afwegen tussen een goede strip en een goede biografie. 

Voor liefhebbers van oude popmuziek in het algemeen en die van Jimi Hendrix in het bijzonder biedt Kiss the sky heel wat. Als je een goed verhaal wilt, valt het misschien licht tegen, maar de kwaliteit van de tekeningen maakt wel heel veel goed. 

Nawerk

De opzet van het boek is overigens zorgvuldig: na het stripgedeelte krijgen we een opsomming van alle muziek in het boek, keurig met jaartal en auteur/artiest. Verder een bronnenlijst met veel boeken, drie films en twee websites. Ten slotte studies en schetsen, met toelichting van Mezzo. Twee bladzijden maar liefst met kleine portretten van Jimi Hendrix, waaraan je kunt zien hoe hij uiterlijk verandert. En verder nog enkele pagina's in schets en enkele losse tekeningen. Mooi werk en interessante toelichting. 

Misschien moeten we het definitieve oordeel uitstellen tot na het lezen van het tweede deel. Daar ben ik wel nieuwsgierig naar geworden. 

Titel: Kiss the sky. Jimi Hendrix 1942 - 1970.
Scenario: Jean-Michel Dupont
Tekeningen: Mezzo
Vertaling: Arend Jan van Oudheusden, Peter de Raaf
Uitgever: Sherpa
Haarlem 2022, 96 blz. 34,95 euro, (hardcover/vierkant formaat)

dinsdag 17 januari 2023

Vaders die rouwen (Carmien Michels)


Het korte verhaal (of het kortverhaal, zoals de Vlamingen zeggen) heeft het al een tijd niet zo gemakkelijk. We hebben uitstekende auteurs op dit gebied, maar het lijkt wel of we romans pas tot de echte literatuur rekenen. Dat is jammer en ook wel een beetje raar. 

Ook daarom is het mooi dat de verhalenbundel Vaders die rouwen van Carmien Michels triomfen viert. De schrijfster won de BNG Bank Literatuurprijs en het boek belandde op verschillende shortlists. 

Mijn vader is

In elk van de zes verhalen speelt vaderschap een rol. Het eerste, 'Mijn vader is', is geschreven vanuit de dochter. Ze heeft een vader die veel zwijgt en tot wie ze lastig doordringt. Daarnaast moet ze dealen met een zus die een boek geschreven heeft. Verder heeft ze herinneringen aan een abortus en vader heeft ook nog Congo in zijn geschiedenis. 

Het mooie van het verhaal is dat er dingen aangeraakt worden zonder dat ze helemaal uitgelegd worden. Als lezer blijf je met vragen zitten, maar daardoor kom je misschien wel dichter bij de vertelsters, Cis, die de antwoorden ook niet kant en klaar aangereikt krijgt. 

Cis doet haar best, heel erg, en heeft dan nog het idee dat ze tekortschiet, ook tegenover haar zus: 'Soms vraag ik me af (...) of ik het wel waard ben haar oudere zus te zijn.' De zwijgende vader maakt het haar niet gemakkelijk, maar blijkbaar is hij zo of is hij door het leven zo geworden. 

Het slot van het verhaal is hoopvol: 

Mijn vader is overal. Mijn vader is in Congo en hier bij mij. Mijn vader is hier. Mijn vader is hier. 

Al na het lezen van het eerste verhaal weet je dat er een schrijfster aan het woord is die veel kan en die de lezer aan het werk durft te zetten. In de volgende verhalen blijft ze even nauwkeurig in formulering en even kundig in het oproepen van een werkelijkheid, al hebben de verhalen steeds een andere setting. 

Kippenhok

'Het kippenhok van de buurvrouw' doet me erg aan het werk van Arnon Grunberg denken. De vader in dit verhaal zit onder de plak van zijn dochter wat tot absurde situaties leidt. Maar het absurde wordt met een zekere vanzelfsprekendheid gepresenteerd en daar komt voor mij Grunberg om de hoek. Mogelijk ligt er onder dit verhaal de overtuiging dat in wezen het leven absurd is en dat je dus niet hoeft op te kijken van de vreemde afslagen die je op je levenspad moet nemen. 

Een van de spannendste verhalen is 'Onze honden uitlaten' over een vrouw die te maken krijgt met een stalker, die steeds meer beslag legt op haar leven. In het verhaal zie je  het langzaam van kwaad tot erger gaan en wat dat doet met de hoofdpersoon. Hoewel ze slachtoffer is, vraagt  de vrouw zich af of ze zelf schuldig is. Ze heeft de stalker ooit aangesproken. Heeft ze het daarmee erger gemaakt?

Paarden

Het laatste verhaal, 'Paarden eten onze dromen op' is het meest wonderlijke. Uit de titel blijkt al dat paarden er een belangrijke rol in spelen. Op de omslag van de bundel staat, als ik het goed zie, de afbeelding van een foetus van een paard en ook in andere verhalen spelen paarden een rol, zij het dat die bescheiden is. In 'Hannibal' botst een auto bijna op een paardentrailer en in 'De geur van verdrietige mannen' worden terloops 'Galopperende paarden in een weide' genoemd. Ze zijn eigenlijk niet zo belangrijk, maar door het laatste verhaal blijven ze me wel bij. 

In het slotverhaal ziet meneer Huh paarden: ze nemen bezit van zijn dromen. Hij maakt zich zorgen om zijn vroeggeboren kind en hij doet wonderlijke dingen (hij scheert bijvoorbeeld zijn haar af) die je pas later snapt. 

Er zitten veel intrigerende passages in het verhaal, maar ik heb een zeker wantrouwen tegen verhalen en romans waarvan dromen een groot deel uitmaken. Je kunt als schrijver je personage alles laten dromen wat jou goed uitkomt, waardoor ik de dromen soms als een zwaktebod zie, zeker als ze duidelijk symbolisch zijn of een boodschap bevatten. Zo simpel is het bij Michels niet, maar het verhaal overtuigt me niet helemaal. 

Rouwende vaders

In alle verhalen komen vaders voor en de titel geeft ook nog eens duidelijk aan dat het boek over rouwende vaders gaat. Mogelijk zijn de verhalen doelbewust rond dit thema geschreven, wat een zekere gedwongenheid zou kunnen opleveren. Daar heb ik tijdens het lezen geen last van gehad, waarschijnlijk ook doordat er behoorlijke diversiteit in de verhalen is. Daardoor ontstaat er veelkleurig beeld, niet alleen van vaderschap, maar ook van rouw. 

Vaders die rouwen heeft me veel leesplezier verschaft, mogelijk ook doordat ik het las na een tijd waarin ik gedwongen helemaal geen literatuur las. Nu ik het gelezen heb, realiseer ik me hoe weinig verhalenbundels ik lees. Niet over alles wat ik lees schrijf ik daadwerkelijk en daarom heb ik je een leesverslag onthouden van een bundel van Justus van Maurik (1846 - 1904) dat ik vorig jaar voorlas aan mijn moeder en onlangs haalde ik Waarheid en Droomen van Jonathan (= J.P. Hasebroek, 1812 - 1896) uit de kast. Dat zou ik toch ook eens moeten lezen. Maar Nederzettingen van Sanneke van Hassel las ik weer niet. Ik heb er geen verklaring voor, ik signaleer het alleen maar. 

Omdat er aan Vaders die rouwen een grote prijs is toegekend, is de bundel ook genomineerd voor De Inktaap. Dat betekent dat veel jongeren deze verhalen (zijn) gaan lezen. Dat is een goede zaak. Het zou me bovendien niet verbazen als juist dit boek veel stemmen krijgt. We wachten het af.