vrijdag 14 augustus 2026

De story of Black Hills: Conchita (Hikmet Yamansavaşçılar / Berny)


Op 3 maart 1876 arriveren Jonathan en Conchita, met hun metgezel Chetán, in het stadje Deadwood. Jonathan wil er een saloon bouwen en zo in hun onderhoud voorzien. Deadwood ligt in het westen van South Dakota, in de Black Hills. Daar werd in 1874 goud gevonden en daarna kwam er een stroom mensen op gang die zich in die streek gingen vestigen, daarbij de oorspronkelijke bewoners verdringend. 

Deadwood in 1876
Deadwood ken je misschien van de serie op HBO of Netflix of van de televisieserie. Een van de dingen die mij daarvan bijbleven zijn de modderige straten en ook dat het gezag en dus het recht zich in die samenleving nog moesten ontwikkelen. 

Jonathan en Conchita gaan zich dus in dit stadje vestigen. Het is het begin van de strip The Story of Black Hills: Conchita. Dat klinkt Engels, maar het is een Nederlandse strip, geschreven door Berny en getekend door Hikmet Yamansavaşçılar. Dat de exacte datum van aankomst erbij genoemd wordt, lijkt nogal detaillistisch, maar blijkbaar is de volgorde van de gebeurtenissen belangrijk. Opmerkelijk is wel dat er verderop in het album een flashback is naar deze datum. Jonathan en Conchita zijn dan nog onderweg en zeggen dat ze 'nog een heel eind' moeten door de Black Hills. Ze lijken ook te overnachten, maar blijkbaar zijn ze toch op 3 maart aangekomen. 

Flamboyant

Conchita ziet er al vanaf het begin van de strip flamboyant uit, in kleurige jurken, die afsteken bij de verder vrij kleurloze omgeving. Ze trekt de aandacht. Bijvoorbeeld van een bankier, die haar lichamelijk aantrekkelijk vindt, maar haar ook in wil zetten om informatie in te winnen. In een streek waar goud gevonden wordt, wordt er veel informatie achtergehouden. 

Een zondag in Deadwood, 1877
Jonathan en Conchita hebben een verleden. Het jaar ervoor is Conchita haar vorige betrekking ontvlucht en je komt ook nog achter details van haar jeugd, waar de geestelijkheid mee te maken heeft. Ook in het Deadwood vestigt de religie zich. 

Losse scènes

Het verhaal van de strip is vooral opgebouwd uit losse scènes. Je ziet wel dat die iets met elkaar te maken hebben, maar er is geen heldere, dwingende verhaallijn. Er zijn gebeurtenissen, ontwikkelingen, zeker, maar daarmee heb je nog geen sterk verhaal. 

De tekeningen zijn aardig. Door de inkleuring is duidelijk te zien wanneer er een flashback is, maar dat is ook al duidelijk door de datumaanduidingen. Verder moet Conchita niet alleen de aandacht trekken van de bezoekers van de saloon, maar ook van de lezers. Ze is veelvuldig in beeld en er is geprobeerd haar lichamelijk zo verleidelijk mogelijk voor te stellen. Volgens mij heet dat tegenwoordig dat ze geobjectiveerd wordt en als dat een verwijt is, is dat ook wel terecht. Achter in het album zijn, zoals vaker bij uitgaven van C-edition enkele schetsen opgenomen, wat altijd een mooi extraatje is. 

Nog een Conchita

Bij toeval stuitte ik op een afbeelding van de Cubaanse actrice/zangeres Maria Conchita Alonso. Qua uiterlijk heeft ze wel wat overeenkomsten met de Conchita in de strip, lijkt me. Maar misschien maak ik dat mezelf maar wijs en ga te veel af op de namen die op elkaar lijken. Mocht het wel kloppen, dan is het ook niet meer dan een aardigheidje. 

Ik neem aan dat er nog meer delen van The Story of Black Hills gaan verschijnen. Aan het eind van het album staat Conchita op een kruispunt in haar leven en je vraagt je af hoe ze het verder zal gaan redden. Dat vraagt eigenlijk wel om een vervolg. 

Door dit eerste album ben ik toch wel wat teleurgesteld. Het verhaal had strakker gekund en het exposeren van Conchita, alleen vanwege het effect (voor zover ik dat kan zien) is ook dubieus. Er zijn zeker elementen in de strip die interessant zijn, maar met dit eerste deel heeft The Story of Black Hills zich nog niet bewezen. 

De afbeeldingen van Deadwood en van Maria Conchita Alonso haalde ik van de betreffende Wikipediapagina's. 

Reeks: The Story of Black Hills
Deel: Conchita
Scenario: Berny
Tekeningen: Hikmet Yamansavaşçılar
Uitgever: C-edition
2025, 48 blz. € 12,50 (softcover)

(Zo gauw ik meer illustratiemateriaal heb, plak ik dat hieronder)

donderdag 13 augustus 2026

'Nu hou ik het niet meer!'

In het dagboek dat ik schreef in de tweede helft van 2023, voor mijn kleinzoon, maak ik een rondgang door wat wij later 'het oude huis' zouden noemen, het huis aan de Merkenhorstraat in Herveld, waar ik geboren ben en bijna tien jaar gewoond heb. Toen verhuisden we naar de Schoolstraat, over ons oude huis kwam de A50. 

Niet alles wat ik indertijd schreef, lijkt me nu nog interessant. Ik neem je mee naar de zolder en wat daar bijvoorbeeld gebeurd is. Het gekke is, dat ik aan een bepaalde gebeurtenis (bijna aan het eind), nog maar weinig herinneringen heb, terwijl die indertijd toch indruk gemaakt moet hebben. 

Ik verwijs in het fragment een keer naar 'de man die naar de ruiters roept'. Schuin tegenover ons huis stond de boerderij de Merkenhorst. Later zou daarachter een manege gebouwd worden. Toen ik nog klein was, lag er wel zand achter het huis en werden er ruiters getraind in dressuur. We hoorden dan aanwijzingen als 'Bij M hand veranderen!'

Het gedeelte hieronder schreef ik op 3 juli 2023. Ik zeg het er toch maar weer bij: het houdt zomaar op. Ik heb gewoon een stukje uit het dagboek geknipt en daardoor is het geen afgerond geheel. Het begint ook vrij plotseling. In de rondgang door het huis beschrijf ik de trap naar de zolder, die afgesloten is door een luik. Met dat luik begint het stukje. 

Hieronder een foto van het huis waarover het gaat. Je ziet in het midden het kleine zolderraam waarvoor wij op onze knieën zaten om naar de pony's te kijken. Het raampje van de achterzolder is op deze foto niet te zien, het bevond zich in de muur aan de linkerkant. Het schuurtje eronder is ook te zien, als je goed kijkt. Het staat tegen het huis aan. Op de voorgrond links staat het kippenhok. 

In de deuropening sta ik, maar daar schreef ik al eerder over. En verder, mocht je het gemist hebben: tien jaar geleden schreef ik een serie bijdragen over mensen die aan de deur kwamen. 



Als ik nog heel klein ben, kan ik dat luik niet zelf openen om naar beneden te gaan. Ik kan wel op mijn hurken gaan zitten en een kiertje maken. Als ik niet wil gaan slapen, roep ik: ‘Mama, ik moet bij jou!’ Mijn moeder heeft me al verschillende keren op bed gelegd en elke keer kom ik er weer uit. Mijn vader is dat zat.

Ik heb het luik weer op een kiertje getild en herhaal weer dat ik bij mijn moeder wil. Dan zie ik dat mijn vader de trap op komt stuiven. Ik laat het luik los, maar pa heeft zo’n vaart dat hij het nog op zijn hoofd krijgt. Daar trekt hij zich niets van aan. Hij grijpt me en ik krijg een pak op mijn broek. Mijn vader heeft grote handen en hij kan hard slaan.

Ik moet hard huilen en mijn moeder wil daarom naar mij toe. Ze denkt dat ik zo hard huil dat mijn bloed karnemelk kan worden. Hoe ze daarbij komt, weet ik niet. ‘Er is nog nooit een kind van janken doodgegaan,’ zegt mijn vader en ik overleef het inderdaad. Daarna is het wel afgelopen met het gezeur.

Niet veel later leer ik hoe ik naar beneden kan komen: het luik iets verder optillen, mijn benen eronder schuiven en zo onder het luik door naar beneden. Ik weet nog hoe triomfantelijk ik dat beneden kom vertellen. Al moet ik eigenlijk op bed blijven, mijn ouders reageren er vrolijk op. Misschien laat ik op die manier zien hoe groot ik al ben.

Wij, de kinderen, slapen, een paar jaar later, met zijn drieën op de zolder. Ik heb een mintgroen, houten ledikant, met een hoog kopeinde en een hoog voeteneinde. Op de hoeken zitten houten ballen, maar ik weet niet of het aantal compleet is. Aan de muur heb ik een poster gehangen: met de Nederlandse deelnemers aan de Olympische Spelen van 1968. Ada Kok gaat zwemmen voor Nederland, René Pijnen wielrennen.

Als je van beneden komt en het luik opent, staat recht voor je een ijzeren ledikantje. Daarin slaapt Carolien. Als je je een kwartslag naar links draait, kijk je naar de voorgevel. In de rechterhoek staat mijn bed, in de linkerhoek een divan. Later zal daar het bed van Carolien staan. Tussen de twee bedden in het bed van Marinus. Die krijgt op een gegeven moment een nieuw bed. Daar kruipen we dus met zijn drieën in.

Recht voor ons is de muur van de voorgevel, met een laag raam. Wij gaan soms op onze knieën zitten om er doorheen te kunnen kijken. Door dat open raam horen we dus de man die naar de ruiters roept. We kunnen de pony’s ook zien, al is het nog best een eind weg.

Achter het trapgat, vlak bij het schuine dak, zit een plank in de vloer los. Die zit aan een touwtje, geloof ik. Als je die plank omhoog haalt, kun je in de keuken kijken, op de kachel. Waarschijnlijk hing men daar vroeger het spek aan.

Tussen dat gat en de divan staat een ladenkast. In de onderste la zitten leesboeken, die van mijn ouders zijn. Mijn vader had als kind veel boeken, maar die zijn in de oorlog verloren gegaan. De boeken over Simon Gieke en Keteltje zijn van mijn moeder, mijn vader heeft een boek over een bakkersknecht, over het kleine boerenknechtje en over Goof Bonk. Er zijn nog meer boeken. Sommige zijn gekaft met bruin papier.

Boven de divan is er een dakraam. Het dak is vrij dik, het is immers van riet, en daarom is er onder het dakraam een stuk board. Als dat net geschilderd is, schrijft mijn oma (van moederskant) met haar haarspeld erin ‘Opoe sliep hier’. Het is de bedoeling dat het nauwelijks te zien is, maar als de verf opdroogt, ziet het eruit alsof de tekst er met potlood op geschreven is. De zin zal er altijd blijven staan.

Weer terug naar het trapgat. Tussen mijn ledikant en het bedje van Carolien is er een opstapje, een trap van een enkele trede. Via dat opstapje ga je naar de achterzolder. Hier heeft mijn moeder waslijnen hangen. Als het slecht weer is, droogt ze daar de was. Anders gaat die buiten aan de waslijn. Er staan ook oude biscuitblikken, die moeilijk open gaan. Daarin worden de gedroogde appeltjes bewaard. Daar snoepen wij wel eens van.

Nog niet zo lang geleden zag ik de blikken in een museum in Ommeren. Ik heb ze meteen gefotografeerd. Ik denk dat ze uit de oorlog stammen. De Engelsen zullen ze wel bij zich gehad hebben. Er zijn meer restanten uit de oorlog, al realiseer ik mij dat als kind nog niet. Mijn vader heeft een groene jerrycan, die van militairen geweest moet zijn. En er zijn mensen die een asbak hebben die van een granaat gemaakt is.

Dat hebben wij niet. Als we verhuizen naar de Schoolstraat, vinden we wel een granaatscherf in de deur van de trap naar de zolder. Het huis heeft in de oorlog een voltreffer gehad.

De achterzolder is vrij donker. Aan het eind ervan zit een klein raampje. Later spelen we een keer verstoppertje en ik heb me heel goed verstopt. Ik heb me uit dat raampje laten zakken en hang aan de vensterbank. Daaronder staat een schuurtje met een rieten dak. Daar zitten wel eens varkens in. Voor die varkens is een weitje gemaakt: ze kunnen vanuit het schuurtje naar buiten lopen, waar ze de grond omwroeten. Misschien kan ik net staan op de plek waar dat schuine dak tegen de muur aan komt. Ik weet het niet zeker meer.

In ieder geval word ik niet gevonden. Ik roep en Lientje en Marinus komen kijken. Het lukt me niet om in mijn eentje weer omhoog te komen, dus ik moet geholpen worden. Dat gaat vrij goed. Ik ben bijna zo ver dat ik me weer naar binnen kan werken. Maar Marinus, die nog klein is, zegt: ‘Nu hou ik het niet meer, hoor!’ Hij laat me los en daar ga ik. Hoe gaat het verder? Val ik door het dak van het schuurtje? Rol ik van het schuine dak af? Hoe reageren mijn ouders? Vertellen wij het meteen? Dat weet ik allemaal niet meer.

Weer terug naar de achterzolder. Als je met je rug naar het raampje gaat staan, kijk je dus naar de zolder. Daarboven is de vliering. Daar mogen wij eigenlijk niet komen, maar we doen het wel. Op de vliering kun je niet overal lopen. Het plafond van de zolder bestaat uit zachtboard, dat met groene latjes tegen de balken is gespijkerd. Op die balken kun je lopen. Als je ernaast stapt, ga je door het board heen. Dat zal ons nooit overkomen.

Op de vliering is het nog donkerder dan op de achterzolder. Geen idee wat er ligt. Ik denk dat er wel een stoel op de achterzolder staat en dat we via die stoel omhoog klimmen, maar ook dat weet ik niet meer precies.

Noodweer (Marijke Schermer)

Dat in 2016 een boek van Marijke Schermer, Noodweer, verscheen, ontging mij indertijd geheel. Toch zal er indertijd over geschreven zijn en het is in ieder geval goed verkocht. Het boek verscheen in september en aan  het eind van het jaar kwam de derde druk al uit. Ik las de vijfde, uit september 2017. Maar blijkbaar was ik tien jaar geleden te druk met het lezen en las ik te weinig over die boeken. 

Liefde als dat het is (2019)viel mij wel op, waarschijnlijk ook door de intrigerende titel, maar pas toen in 2024 In het oog uitkwam kocht en las ik iets van Schermer. Een paar maanden geleden las ik Liefde als dat het is en nu ook Noodweer.

Zwijgen

Het boek gaat over Emilia en Bruch, ouders van twee kinderen, Leo en Osip. Ze zijn de stad uit getrokken en zijn gaan wonen in een dijkhuisje, buitendijks. Toen ze elkaar net kenden, heeft Emilia drie maanden geen contact gehad met Bruch, maar daarna namen ze de draad weer op. De aanleiding was een dramatische gebeurtenis, waarover Emilia altijd gezwegen heeft. Ik ga dat hier ook niet uit de doeken doen, zodat je zelf nog iets te ontdekken hebt in het boek. 

Emilia heeft ooit met drie medestudenten het bedrijf SOS opgericht, Systematisch Onderzoek Statistiek, Bruch is immunoloog. 

Door allerlei aanleidingen wordt Emilia uit evenwicht gebracht. Ze bezoekt met Bruch het toneelstuk A streetcar named desire, waarin Blanche ook het een en ander verzwijgt en als iemand haar van achteren benadert, gaat ze letterlijk door de knieën. Verder stijgt het waterpeil, waardoor hun dijkhuis wordt bedreigd en haar collega Eddie wordt beschuldigd van intimidatie en aanranding. 

Emilia verliest de controle, kan afspraken niet nakomen en haar huwelijk met Bruch komt onder druk te staan. Ze valt terug op haar oudere broer Jacob, maar gaat weer terug naar het dijkhuis waar het crisis is. 

Normaalverdeling

De beroepen van Emilia en Bruch zijn tekenend. Emilia doet statistisch onderzoek en daarin worden de meest extreme uitkomsten genegeerd. Wat Emilia overkomen is, heeft ze eigenlijk ook geschrapt. Ze dacht dat ze het achter zich kon laten en gewoon door kon gaan. En Bruch heeft haar daarbij geholpen. 

Hij had haar weggelokt van de extremiteiten, hij had de liefde uit de clandestiene hoek gesleurd en haar uitzicht geboden op een leven, samen. Hij had haar onder de klok gelokt, midden in de normaalverdeling. 

Later twijfelt Emilia daarover. In haar werk laat ze juist zien dat de statistiek een model is, dat je de zekerheid van cijfers moet nuanceren. Aan die nuanceringen heeft ze voorbijgeleefd. 

De normaalverdeling was helemaal niet het juiste model, een typerende fout voor de statisticus: uitgaan van het verkeerde model. Ze had beter de oneigenlijke verdeling kunnen toepassen, de oneigenlijke prior die zich eindeloos naar alle kanten uitstrekt, een vlakte als een wateroppervlak, zonder pieken, zonder schuilplaats, dan was ze nu niet bedrogen uitgekomen. 

Immunologie

Bruch is immunoloog. Hij onderzoekt hoe het lichaam zich tegen zichzelf kan keren. Geldt dat ook voor hun huwelijk? Is er iets in dat huwelijk dat zichzelf ondermijnt? Dat zou datgene kunnen zijn dat Emilia altijd verzwegen heeft. Maar er blijkt ook een andere kant aan het huwelijk te zijn, die van Bruch. Wat heeft hij verzwegen?

De titel Noodweer verwijst naar het stijgende water, dat het huis bedreigt. Aan de ene kant is dat de aanleiding voor oplopende spanning: hun huis, en daarmee hun gezamenlijke leven, wordt bedreigd. Aan de andere kant is dat stijgende water ook de spiegel van wat er in het huwelijk gebeurt: de toestand wordt bedreigender en het is maar de vraag of Bruch en Emilia het hoofd boven water kunnen houden. 

Van Noodweer heb ik zeer genoten. Het is een vrij dun boek, 160 bladzijden, en op het eerste gezicht is het niet zo'n ingewikkeld verhaal. Schermer heeft een bijzonder heldere manier van vertellen. Maar elk detail lijkt een functie te hebben en hoe langer je erover nadenkt, hoe meer je ziet hoe ingenieus het boek in elkaar zit. 

Neuzen in andermans spullen

Leuk is ook hoe een passage in Noodweer vooruit lijkt te wijzen naar In het oog. Als Emilia Bruch nog maar kort kent, neust ze in zijn spullen als hij 's ochtends gaat hardlopen. 

Ze vond ansichtkaarten van zijn ex Mariette. Ook de kleinste details van zijn leven, aantekeningen in een kantlijn, het begin van een brief aan een vriend wiens naam nnog niet in zijn verhalen opgedoken was, een verdwaalde foto, een bewaarde steen, gaven het het idee dat ze dieper tot hem doordrong. 

Dat doet Schermer tegenwoordig ook voor de Volkskrant. Mensen geven haar toestemming om in hun huist te verblijven en schrijft over wat de dingen in het huis zeggen over de bewoner ervan. 

In alle boeken die ik tot nu van Schermer gelezen heb, draait het om de relaties tussen mensen. Aan de ene kant maak je mee hoe die zich ontwikkelen of op scherp worden gezet, aan de andere kant kijkje daar van een afstandje naar. Het is opmerkelijk dat je zowel heel betrokken kunt zijn bij de personages als een zekere afstandelijkheid kunt hebben. 

Boeiende boeken, menselijke verhalen. Scherpe observaties, helder verwoord. Goede schrijfster. Na zo'n boek ben ik meestal meteen van plan om meer werk van de betreffende auteur te lezen en meestal komt het daar niet van. We zullen zien. 

Eerder schreef ik over:

woensdag 12 augustus 2026

Virl (Dick Matena)

In april overleed Dick Matena (1943 - 1926). De oude leeuw had voor het laatst gebruld en daarna heeft hij het strijdperk van het leven verlaten. Hij laat een gigantisch oeuvre na. Er is bij zijn dood al veel over hem geschreven en dat hoef ik niet over te doen. 

In die overzichten worden steeds zijn verstrippingen van literaire werken genoemd. Enkele ervan heb ik besproken. De links naar die recensies vind je onderaan. Matena gaf de beelden bij de literaire tekst en veel van die teksten liet hij intact. Strikt genomen zou je kunnen zeggen dat hij werken als De avonden en Kort Amerikaans niet verstripte, maar illustreerde. Als de tekeningen het verhaal al vertellen, is er eigenlijk een deel van de tekst overbodig, maar Matena had zoveel respect voor de tekst dat hij die onaangetast wilde laten. 

Daarmee bereikte hij wel dat er een nieuw publiek (de literatuurlezers) strips gingen lezen. In hoeverre ze overstapten naar dat nieuwe medium en of ze na Kees de jongen ook Thorgal of Blueberry gingen lezen, is voor zover ik weet niet onderzocht. 

Virl integraal

Nu heeft uitgeverij L de strip Virl integraal uitgebracht. Je zou kunnen zeggen dat dat aan de late kan is, aangezien Matena het zelf niet meer heeft kunnen meemaken, maar aan de andere kant is het mooi dat deze strip nu beschikbaar is en het is onmiskenbaar een eerbetoon aan Dick Matena. 

Virl behoort tot de science fiction. Dat is nooit mijn eerste keus, maar ik heb mij in het verleden al verschillende keren laten overtuigen door bijvoorbeeld delen van Ravian en Laureline en Luc Orient. 

Toen Matena aan Virl begon, was dat voor hem wel iets nieuws: een realistische tekenstijl. In het dossier voor in de uitgave geeft Jos van Waterschoot (met medewerking van Rob van der Nol) de context bij de strip. 

Matena begon aan de strip in 1977. Het eerste album, Verbanning naar Cion verscheen in 1979, het tweede, Speurtocht naar Terra in 1981. Daarna werd het stil rond Virl, tot Matena die in 2011 toch weer oppakte. In dat jaar en het jaar erna verschenen er korte afleveringen in het stripblad Eppo. Het leverde een derde album op, Het asiel, in 2013. 

Heldere stijl

Virl werd getekend voor Mickey Maandblad, dat gedrukt werd op een kleiner formaat dan het gebruikelijke albumformaat. Het papier was goedkoper en de strip zou in zwartwit worden gepubliceerd. Matena moest op zoek naar een helderder stijl, de stijl waaraan hij uiteindelijk herkenbaar zou blijven. 

Het eerste album bestaat uit zes korte verhalen. Daarbij deed zich een probleem voor. Virl had in de loop van de verhalen een ander uiterlijk gekregen. In de eerste twee verhalen waren zijn haren korter en minder sluik. Bij de losse afleveringen in Mickey Maandblad viel dat niet op, maar in een album is het niet acceptabel. Matena hertekend waar dat nodig is. Bovendien maakte hij kleurvoorbeelden voor de inkleurstudio. Later zou Matena zelf zijn strips inkleuren. 

Matena: 

Ik ben toen zelf gaan kleuren. Alles wat ik in kleur maak, doe ik zelf. Ik had geen zin meer om mijn werk over te leveren aan een inkleurstudio, met mensen die je nooit ziet en die ook helemaal niet blij waren met mijn suggesties. Ik ben altijd mijn eigen kleurideeën gehad, dus waarom zou je het laten doen?

Geregeld komt in het dossier Matena zelf aan het woord. Hij is een goede verteller, dus dat zijn heel aangename passages, waarin je hem zo ongeveer hoort praten. Uitstekende keuze dus. 

Verder is het mooie van het dossier, dat er zoveel materiaal getoond wordt. De hele weg van schets naar uiteindelijke tekening, de kleurvoorbeelden die Matena maakte, de aanpassingen die hij bij het hertekenen aanbracht - het is allemaal smullen voor de stripliefhebber.

Verbannen van Terra

Maar nu de strip zelf. In het begin van het eerste verhaal wordt Virl verbannen van Terra naar de planeet Cion. Degene die het oordeel uitspreekt heeft een hoog voorhoofd en heeft in zijn uiterlijk wel wat weg van Marten Toonder. Maar misschien maak ik dat mijzelf alleen maar wijs. Verder hebben de mensachtige figuren vaak een vrij lang bovenlijf. Zoals in veel sci-fiverhalen is er een merkwaardige mengeling van technologische snufjes en elementen die juist doen denken aan vroegere beschavingen: mensen die in kleding lopen die van dierenhuiden gemaakt is en die op dieren rijden. 

Uiteindelijk zal Virl terugkeren naar Terra, waar hij een vroegere geliefde ontmoet, die al die tijd genoegen genomen heeft met de kloon van de echte Virl, maar die kloon laat zich niet zomaar opzij zetten. Je ziet ook hoe de stijl van Matena zich in de loop der jaren heeft ontwikkeld, wat ervoor zorgt dat het album Het asiel vertrouwd aandoet: typisch Matena. 

De verhalen over Virl zijn best aardig, maar ook niet zoveel meer. Sommige ontwikkelingen waren me 'te veel poespas', te gezocht, en dan raakte ik de aandacht toch een beetje kwijt. Maar de tekeningen blijven altijd boeiend. Matena brengt mooie stileringen aan en de helderheid die hij bereikt, is heel aangenaam. 

Deze integrale uitgave van Virl is misschien niet helemaal in mijn straatje, maar het is zonder meer een mooie uitgave geworden, met een informatief dossier. En het is goed dat het werk van Matena vindbaar blijft. Ik hoop dan ook op meer van deze uitgaven, zodat ik niet alleen De Argonautjes of De teloorgang van oude Knudde, maar ook bijvoorbeeld Dandy of Mozart en Casanova nog eens ter hand kan nemen. 

Titel: Virl (integraal)
Tekst en tekeningen: Dick Matena
Tekst dossier: Jos van Waterschoot (m.m.v. Rob van der Nol)
Redactie: Rob van Bavel
Uitgever: Uitgeverij L
2026, 208 blz. € 39,95 (hardcover)





Eerder schreef ik over ander werk van Dick Matena:

dinsdag 11 augustus 2026

Ging fietsen

Gewoonlijk plaats ik op de eerste werkdagen van de week dagelijks een recensie, maar dat is me deze week niet gelukt. Ik heb de afgelopen vier dagen namelijk op de fiets gezeten. Voor de goede orde: dat is een veertig jaar oud herenrijwiel zonder ondersteuning dat geheel door mankracht aangedreven moet worden. Hoewel ik geen opzienbarende afstanden heb afgelegd (een kleine tweehonderdvijfig kilometer in die vier dagen), waren mijn dagen toch zo ingedeeld dat ik niet aan schrijven toekwam. Dat is toch al lastiger als ik mijn eigen studeerkamer niet tot mijn beschikking heb. 

Gelezen heb ik wel en ik heb een voorraadje dat ik de komende tijd ga bespreken. Ik loop het even met jullie door, waarschijnlijk in de volgorde van bespreking. 

Virl

Enkele maanden geleden overleed Dick Matena, een stripmaker die een gigantisch oeuvre nalaat. Zijn verstrippingen van literatuur kent iedereen, maar er is ook veel werk dat minder bekend is, zoals de science-fictionstrip Virl, waaraan Dick Matena al in de jaren zeventig begon. Het derde en laatste deel verscheen in 2013 als album. De strip wordt voorafgegaan door een mooi dossier. 

Noodweer

Het werk van Marijke Schermer ben ik van achteren naar voren aan het lezen. Eerst las ik In het oog (2024), Daarna Liefde als dat het is (2019) en nu Noodweer (2016). In al die boeken gaat het om relaties tussen mensen, maar daar gaan de meeste romans over. Schermer is wel heel goed in mensen in lastige situaties brengen en de lezer mee laten kijken in wat er gebeurt. In Noodweer gaat het om het verzwijgen van iets binnen de relatie. Kun je daaraan voorbijleven of steekt het verzwegene vroeg of laat de kop op? De problemen in de relatie worden weerspiegeld in het dijkhuis dat te kampen heeft met een stijgende waterstand. Hoe red je de meubels van je huwelijk?

The Story of Black Hills

De titel is Engels: The Story of Black Hills, maar het is een Nederlandse strip. Deel 1, Conchita is van 2025, maar ik kreeg het pas later toegestuurd. Ik heb het album een tijdje laten liggen en ben het toen toch gaan lezen. Er zit zeker wel iets aantrekkelijks in de strip, maar het is toch vooral een verhaal dat in losse scènes. De vrouw die een belangrijke rol in de strip speelt en naar wie het album vernoemd is, doet me denken aan de Cubaanse actrice en zangeres María Conchita Alonso. Niet dat ik bekend met haar werk, maar er is een foto van haar die wel gelijkenis vertoont met de hoofdpersoon van de strip. Maar misschien is dat toeval. 

70's, Het levensgevoel van de jaren zeventig in advertenties

In 1971 ging ik van de lagere naar de middelbare school. Ik vind daarom dat ik opgegroeid ben in de jaren zeventig. In 70's, Het levengevoel van de jaren zeventig in advertenties (Roelof Bouwman en Minke Vogel), wist het jeugdsentiment bij mij uitstekend te wekken. Het boek staat vol met afbeeldingen van reclame, gesorteerd naar onderwerp (shag, bier, plaatjes draaien, auto rijden, voor de keuken) waarbij steeds vijf afbeeldingen zijn gezocht. Alle half vergeten slogans stonden me weer bij. 'De wilde frisheid van limoenen' hoort natuurlijk bij Fa en 'Dit is de man, dit is zijn bier' bij Amstel. Die laatste advertentie staat er niet in, maar dat is het leuke van dit boek, dat er ook allerlei andere reclames je te binnen schieten. Heerlijk boek. 

Cor Morelli, Het grote geluk

De strips van Cor Morelli, getekend en geschreven van Aloys Oosterwijk, gaan er bij mij goed in. Ik heb er ook vaak over geschreven. Oosterwijk is zijn wat oudere strips nog eens gaan bekijken en ze worden opgefrist nu gepubliceerd. In het album Het grote geluk staan twee verhalen. Vooraf is er een dossiertje met leuk beeldmateriaal en een informatieve inleiding door iemand die het werk van Oosterwijk goed kent, maar zichzelf ook wel graag hoort praten. Hoe dan ook, een nieuwe Aloys Oosterwijk is altijd je aandacht waard. 

Nachtbezorger

Van Lucas de Waard had ik nog nooit wat gelezen en zijn roman Nachtbezorger heeft een interessante setting. Daarom ben ik het gaan lezen. 
De stad Andrecht ligt op een schiereiland. Op een dag wordt de stad afgesneden van Het Land: er komen graafmachines die het de stad scheiden van het land. In de chaos die ontstaat neemt een zanger, Leandere Winkelman, het voortouw, benoemt zichzelf tot burgemeester en krijgt zo de steun van het volk. 
Maar Winkelman lijkt uiteindelijk zijn macht belangrijker te vinden dan het welzijn van het volk en de stad en er gebeurt niets buiten zijn wil. 
We volgen enkele personen: Amy, ex-profboksster en nu smokkelaar van post (nachtbezorger), kroegbaas Jonah en Ben, ooi kleermaker. Amy krijgt een bijzondere opdracht. 
De Waard heeft een spannend verhaal geschreven, waar ik ook wel wat vragen bij heb. Maar als luchtig tussendoortje voldoet het wel. 

De kremlinfluisteraar

De kremlinfluisteraar (2022) is een roman van Giuliano da Empoli. Dat boek heb ik indertijd niet gelezen. Het boek werd verfilmd als The Wizard of Kremlin, en die film heb ik ook al niet gezien. Maar ik heb nu wel de verstripping gelezen. Het gaat om Vadim Baranov, die zijn kwaliteiten inzet om Vladimir Poetin aan de macht te helpen. Ik lees de strip vanavond uit en daarna kan ik er meer over vertellen, maar in een strip over Poetin zullen veel mensen geïnteresseerd zijn. 

Kreeft

Kreeft is maar een dun boekje, in een reeks van uitgeverij Lebowski, geschreven naar aanleiding van de tekens van de dierenriem. De auteur is Franca Treur, van wie ik mij afvroeg wat zij in vredesnaam met astrologie zou kunnen hebben. Eigenlijk had het hele gedoe over het sterrenbeeld kreeft gewoon achterwege gelaten kunnen worden, al schrijft ze daar nog best aardige dingen over. Maar Kreeft is wel een echte Treur geworden. Ze vertelt het verhaal van een oom, met het syndroom van Down (al wordt dat heel lang niet genoemd), die jong overlijdt en bij wie ze vlak voor zijn dood waakt. In die periode zegt ze bovendien het geloof en dus de kerk vaarwel. Mooi boekje!

Dat staat er dus op het programma. Het plan is om drie recensies in de week te schrijven, maar dat red ik niet altijd. Bovendien ga ik eind augustus nog twee weken op vakantie. Dan zal ik niet altijd recensies kunnen schrijven, maar ik probeer dan wel wekelijks iets te plaatsen. Ik heb ook nog een vaag plan om te gaan schrijven over enkele woorden die me de laatste tijd opgevallen zijn. Bijvoorbeeld dat in Dood en leven van de jonge Selder (van Allard Schröder) wel een keer of vijf het woord 'gemelijk' gebruikt wordt en dat bij podcast steeds opgeroepen om de betreffende podcast te beluisteren in 'je favoriete podcast-app', waarbij het woord 'favoriete' steeds de klemtoon op de eerste lettergreep krijgt in plaats van op de derde. 

Verder hebben de Staatsexamens me een lijstje opgeleverd van boeken die ik nu toch onderhand eens moet gaan lezen. Afgelopen week nam ik daarom Net echt van Saskia De Coster en Tussenjaren van Yannick Dangre uit de bibliotheek mee naar huis. Die boeken ga ik in ieder geval lezen. 


donderdag 6 augustus 2026

Mijn eerste strips

De laatste weken heb ik jeugdherinneringen uit mijn dagboeken gehaald. Het meeste kwam uit het dagboek Jungske, geschreven voor mijn kleinzoon in de tweede helft van 2023. In de andere dagboeken staan ook best wat jeugdherinneringen, maar meestal afgewisseld met andere stukjes. Daar kan ik niet zomaar een blogpost van maken, voor zover ik nu kan zien. Mogelijk moet ik binnenkort uit verschillende dagboeken stukjes bij elkaar schrapen die over vergelijkbare onderwerpen gaan. 

In het dagboek Zomerkind, voor mijn tweede kleindochter, heb ik deze keer een stukje gehaald over de eerste strips in mijn leven. Het stukje schreef ik op 6 maart 2023. Aan het eind gaat het ineens over op voetbal, maar omdat er toch nog een strip in ter sprake komt, laat ik dat maar staan. Daarna kap ik het wel vrij abrupt af. Aan het eind nog een naschriftje. 


Pas vroeg ik me af wanneer de strips in mijn leven gekomen zijn. Bij mijn vriendje Gerard (die we ook wel Joekie noemden en mijn oma Ganseman zei altijd Joepie) lazen ze de Sjors en daar genoot ik zeer van. Mijn buurjongen Chris, die veel ouder was, had de Pep, maar daar kwam ik haast nooit. Hij woonde in het huis waar later een manege achter gebouwd is. Het is allemaal nog te zien, mocht je daar in de buurt zijn. Merkenhorststraat. Het huis waar ik geboren ben, ligt onder de snelweg.

Hoewel ik Chris weinig zag en weinig bij die buren kwam, heb ik wel eens een stapeltje Peps gekregen. En mijn neef Gerrit, die we toen nog Gert noemden, had de Donald Duck. Die las ik als ik daar logeerde. Ik heb nog een zwak voor de striptijdschriften uit die tijd.

Nu ik dit tik, realiseer ik me dat ik het meisjesblad Tina (dat nog steeds bestaat) ook wel eens las. Waarschijnlijk las de oudere zus van Gerard, Ina, dat blad. Mijn zus las later de Anita. Die was goedkoper, denk ik: ander papier en niet in kleur, maar van dezelfde makers. Ik heb ze driftig meegelezen. Ik zie ze trouwens nooit meer ergens op stripbeurzen.

Van mijn tante Cor, zus van mijn moeder, kreeg ik Het geheim van de boekanier, dat nog ergens in een doos op zolder opgeborgen moet zitten. Ik weet nog hoe die boekanier eruitzag en het meisje dat een belangrijke rol speelde, heette Dientje als ik mij niet vergis.

Ik had ook een strip over De koerier van de tsaar. Dat zal wel in de serie Illustrated Classics gezeten hebben, want het is een bekend boek. De hoofdpersoon was Michael Strogoff, die in de loop van het verhaal blind gemaakt wordt. En (spoiler!) later blijkt dat hij niet blind is.

Op de hoek van de Schoolstraat en de Merkenhorststraat zat de winkel van de kruidenier, die later een klein supermarktje werd. Dat was wat: zelfbediening! Het zaakje werd vroeger gedreven door Engeltje Dekker, later door haar zoon Maarten en zijn vrouw Ineke. Toen de eerste klanten met een metalen mandje (winkelwagens waren er nog niet) hun boodschappen verzamelden, liep ze mee om te helpen.

Dat supermarktje was de IFA en ze hadden er ook strips: kleine boekjes, nog geen A5-formaat. Ze stonden in een bakje bij de kassa en kostten 60 cent. Ik kocht altijd de oorlogsstrips en soms de westerns. Ik kreeg vijf kwartjes (1,25) zakgeld per week. Een kop koffie kostte op school 25 cent en zo kon ik elke dag een kop koffie kopen. Wij dronken dat al op jonge leeftijd, maar dat is een ander verhaal.

Soms kocht ik geen koffie en zo kon ik strips kopen. Wat ik dan dronk? Niets. Ook geen water? Nee, ook geen water. Nu denkt elke scholier dat er meteen een ramp gebeurt als de waterfles leeg is. Dan moet die eigenlijk wel tussen de lessen door gevuld worden. We kunnen best een tijdje zonder.  

Nu ik die westerns heb genoemd: ik had ook westerncomics, slappe kaft. De hoofdpersoon was altijd iemand die onschuldig was, maar die toch moest vluchten voor het gezag. Hij kon altijd geweldig schieten. Ik herinner me Kid Colt en Rawhide Kid (die had net als ik rood haar), maar er waren er meer. Die boekjes had ik wel. Kreeg ik die ook van buurjongen Chris? Geen idee.

In hetzelfde formaat waren er strips over superhelden (Batman, Spinneman -die heette nog geen Spiderman in de Nederlandse strip-, de X-mannen, de Hulk en waarschijnlijk waren er nog anderen die ik nu vergeet). Of kreeg ik die strips van mijn klasgenoot Reinier? Die woonde aan de andere kant naast ons. Nou ja, eigenlijk aan de overkant van het kruispunt, aan de Dijkstraat.

Van hem kreeg ik ook de oude nummers van Voetbal International, dat toen min of meer de vorm van een krant had, maar wel in kleur (sommige bladzijden) en op papier dat een beetje glom. In die krant stond een mooie strip, over Abe, een meisje dat bij Ajax voetbalde, vermomd als jongen. Getekend door Theo van den Boogaard. Dat wist ik toen waarschijnlijk niet, maar nu wel. Ik heb er wel plaatjes van uitgeknipt en in mijn agenda geplakt.

Reinier was overigens voor Feyenoord en ik was voor Ajax, al wist ik niet precies waarom. Daar speelden helden als Cruyff, Swart, Keizer, Krol, Hulshoff, Suurbier, Mühren, Rep, Neeskens. Het halve Nederlands elftal speelde bij Ajax. Weinig buitenlandse spelers. Er is ook een tijd geweest dat er maar drie buitenlanders bij een club mochten spelen, maar dat was later. Ik hield erg van de naam Horst Blankenburg, een Duitse verdediger. Ook Ajax. Een wedstrijd zag ik eigenlijk nooit, maar ik luisterde wel naar de radio. Die mocht dan niet hard staan, want dan had mijn moeder er last van, dus ik drukte mijn oor tegen het kastje.

Naschrift

Veel oude striptijdschriften (Sjors, Pep, Donald Duck, maar ook Robbedoes en Kuifje, die ik pas later las). Heb ik in de loop der jaren weer aangeschaft. Ik ben van plan die eens nauwkeurig te gaan inventariseren. Op sommige dozen staat precies welke jaargang erin zit en welke nummers ontbreken, maar ik kom ook opschriften als 'Oude Peps' tegen. 

De oorlogsstrips die ik las, zijn uit de serie Victoria. Toen ik op zoek ging naar plaatjes, zag ik dat ze ook nog vijftig cent gekost hebben, maar dat ze aan het eind van de jaren zeventig al 1,25 kostten. 

Het meisje uit Het geheim van de boekanier heette inderdaad Dientje en er moet een hele reeks strips over haar geweest zijn. De scenarist was Greg, dus het verhaal zat wel goed in elkaar. Cuvelier tekende ook de strip Corentin

De voetbalstrip die ik Voetbal International las, ik ook als album uitgekomen, maar dat heb ik nooit in mijn bezit gehad. 

woensdag 5 augustus 2026

Dood en leven van de jonge Selder (Allard Schröder)


 Wat lezen betreft, ben ik niemand iets verschuldigd; ik kan lezen wat ik wil. Toch voel ik een zweem van schuldgevoel als ik het werk van een schrijver veronachtzaam. Ik had het bijvoorbeeld bij Wessel te Gussinklo, van wie ik pas in 2020 voor het eerst een roman las en ik heb het eigenlijk ook bij Allard Schröder

Van hem las ik Raaf (1995) al snel na verschijnen en die roman beviel me goed. Maar daarna las ik niets meer van hem, zonder voor mij achterhaalbare reden. Grover (1999) werd genomineerd voor twee literaire prijzen, De hydrograaf (2002) werd bekroond, maar ik liet de boeken ongelezen. Wel heb ik onlangs die laatste roman meegenomen uit een kringloop (netjes betaald, hoor), dus die zal ik nog wel gaan lezen. 

Zeker nu ik de nieuwste roman, Dood en leven van de jonge Selder heb gelezen. Goed boek. En het soort boek waarvan ik hou. Het is een boek waarin gespeeld wordt met verbeelding en werkelijkheid. Van sommige delen weet je niet of die nu werkelijk zijn of dat ze alleen in het hoofd van het personage bestaan. Dat vind ik altijd heerlijk. Daarom hou ik ook van romans als Door de waterspiegel (2014) en De vrolijke verrijzenis van Arago (2019) van Tomas Lieske.

De titel Dood en leven van de jonge Selder doet me, door dat 'jonge', denken aan Het lijden van de jonge Werther, en ook wel aan Het leven en sterven van een hedendaags aristocraat van Gerrit Paape, maar mogelijk is dat toeval. Die jonge Selder is Robert Selder, afkomstig uit een welgesteld milieu uit 'de voorstad' en studerend in 'de universiteitsstad'. Nou ja, niet echt studerend - hij voert al anderhalf jaar niets uit. 

Feest in Villa Nysa

Als hij zijn ouderlijk huis weer eens bezoekt, vindt hij post die voor hem bestemd is. Een uitnodiging van zijn oud-klasgenoot Denis Lenaeus, voor 'een feestelijke bijeenkomst' in Villa Nysa, diezelfde dag nog. Robert gaat erheen. 

Onderweg naar de Langelaan kwam er een onvrijwillige herinnering in hem op, die met haar te maken had, degene van wie hij was weggelopen. Of was zij van hem weggelopen? Op momenten dat hij alleen met zichzelf was, dacht hij vaak aan haar, terwijl hij zich toch had voorgenomen dat nooit meer te doen.

Die vrouw blijkt Katja Camberling te heten en als lezer wil je weten wat er tussen die twee is voorgevallen. Er wordt al wel snel verteld dat Robert bij haar weggelopen is, uit angst dat ze anders bij hem weg zou lopen. Maar het fijne ervan is dan nog lang niet duidelijk. Later wordt verteld dat hij twee keer bij haar is weggelopen. 

Bij het betreden van het terrein van de Villa Nysa heeft Robert het gevoel dat hij een onzichtbare grens passeert, 'maar als dat zo was, waar was hij dan terechtgekomen?' Wat Robert verder overkomt op het feest lijkt werkelijk, maar door dit soort zinnetjes is er al een beetje gemorreld aan de betrouwbaarheid van zijn waarnemingen. Bovendien nuttigt Robert nogal wat alcohol, wat zijn werkelijkheidsbeleving ook zal beïnvloeden. 

Hij ontmoet Katja inderdaad (ze heeft intussen een kind), maar Denis, de gastheer, blijkt in geen velden of wegen te bekennen. Na verloop van uren vindt Robert zichzelf terug onder een struik, waar hij blijkbaar geslapen heeft, Hij loopt naar de weg en wordt daar aangereden door auto. Alles wordt zwart. 

In Almannië

In het volgende hoofdstuk gaat het verhaal echter verder en bereikt Robert gewoon het ouderlijk huis, waar iedereen erg ongerust is. Maar als hij met de auto van zijn moeder naar de universiteitsstad gaat, verdwaalt hij en hij komt in een compleet andere wereld terecht. Hij kan er niets met zijn telefoon, zijn geld is onbruikbaar en niemand heeft ooit van het koninkrijk der Nederlanden gehoord. 

Onderweg was hij gestopt en had toen gedroomd van een verre, wonderlijke stad, die als een luchtspiegeling aan de horizon was verschenen. Is hij daar uiteindelijk terechtgekomen? In ieder geval is hij beland in Almannië, dat gelokaliseerd zou kunnen zijn waar Duitsland ooit was, maar het is allemaal met onduidelijkheden omgeven. In welke tijdlaag beweegt Robert zich?

In de stad waar hij terechtkomt is zijn verhaal volstrekt ongeloofwaardig en hij blijkt gevaar te lopen omdat hij er illegaal verblijft. Uiteindelijk krijgt hij woonruimte aangeboden door iemand die hij niet vertrouwt en later komt er een jonge vrouw bij hem wonen, Aliese, die ook illegaal is. Ze is moeilijk te benaderen, maar Robert gaat zich aan haar hechten. Dan wordt ze opgepakt door de Zekerheid, zoals de politie (of de geheime dienst) heet. 

In het leger

In een poging zijn aanwezigheid te legaliseren, meldt Robert zich aan bij het leger. Daarbij neemt hij een andere naam aan: Reyer Elders. Hij komt in een oorlog terecht. Uiteindelijk wil hij Aliese gaan zoeken. 

Als lezer leef je met Robert/Reyer mee. Zijn leven is totaal veranderd: van een leven in de voorstad en de universiteitsstad naar een leven als illegaal en als soldaat (velder) in Almannië. Het moeizame van een illegaal heb ik in de literatuur maar weinig zo goed beschreven gezien. Het eerste boek waaraan ik moest denken was De weg naar het noorden (1995), bij de beschrijving van het soldatenleven had ik vooral associaties met Montyn (1982). 

Het is een onwerkelijk leven en dat roept bij Robert de vraag op hoe werkelijk zijn leven daarvoor was. In welk leven bestaat hij echt?

Slecht op zijn gemak keek Elders om zich heen. In een vlaag van verwarring vroeg hij zich af wie het eigenlijk was die er in zijn gedaante door dit woud liep, was het Robert Selder of Reyer Elders of opnieuw iemand anders die zich tot dan in hem had schuilgehouden?

Nog weer later neemt hij de naam Redsel aan. Hij gaat dan met medevelder Alberecht naar diens oom Winewin. 

Als dat achter de rug is:

De momenten dat hij wakker was en min of meer helder in zijn hoofd, vroeg hij zich af wie het eigenlijk was die daar in bed lag. Was dat Reyer Elders de velder, Redsel de door Alberecht verzonnen welgestelde zoon van Armen of Robert Selder, kind van de voorstad? Of lag er een nieuwe gestalte van hem in dat bed, die nog geen naam had?

En in een andere passage:

Zijn aardse leven was steeds dat van een simpele rationele materialist geweest, zoals dat van zoveel anderen, maar er was ook dat andere, onaardse leven, het leven van alles wat hij dacht en droomde, waarin hij net zo goed bestond. Misschien waren er nog meer onstoffelijke gestalten van hem, waarvan hij totaal geen weet had. Misschien was hij veel meer dan hij besefte. 

Maar hij twijfelt ook aan zijn leven in de voorstad, dat ooit aards, concreet was:

Moest hij geloven dat hij altijd in een verzonnen wereld had geleefd en dat de voorstad altijd een luchtspiegeling was geweest, waarin je alleen kon wonen als je zelf ook een luchtspiegeling was? 

Oom Winewin

Als ze in de buurt van oom Winewin komen, steekt er een centaur met zijn kroost over. Alberecht weet dat er onder invloed van zijn oom vreemde dingen kunnen gebeuren. Oom Winewin wordt in verband gebracht met de Dionysus. Op de stofomslag van de roman staat een masker van Dionysus afgebeeld. 

Roberts oud-docent Sleen heeft ooit de link tussen Denis en Dionysus gelegd:

Je bent hier in de tuin van Dionysus, m'n beste jongen. We zijn hier ter ere van hem. We vieren hier de wijn en de dood, de geilheid en duizend gezichten van de god. 

Denis, die een oud-leerling van oom Winewin zou zijn, duikt in allerlei gestalten op in het leven van Robert. Als hij onder de struik ligt, tijdens het feest, droomt hij over hem. Of hoort hij de stem van Denis in zijn hoofd?

Misschien had zijn dromende hoofd, zoals een radio een zender ontvangt, signalen van Denis ontvangen. Als de god die hij volgens Sleen moest zijn, die zich hier onder de mensen had begeven, kon hij die zenden. 

Dat Denis invloed op hem heeft, is wel duidelijk. 

Het was waar, zonder dat hij zich kon verzetten had Selder zich altijd aangetrokken gevoeld door Denis Lenaeus' rattenvangerige aanwezigheid - je had steeds het verlangen in zijn buurt te zijn, hij zoog je naar zich toe, alsof je nog een zweterige tiener was en hij je idool. 

Duizend gestalten

Oom Winewin zegt dat Denis duizend gestalten tot zijn beschikking heeft en kan zijn wie hij wil. Ook vertelt hij dat de nacht, de roes en de dood van Denis zijn, omdat ze eigenlijk hetzelfde zijn. 

Pas op, jongen, hij is een verleider. Hij laat de mensen uit zichzelf treden, vooral als ze dronken zijn of in welke roes ook verkeren, maar altijd wanneer ze sterven. De extase van het stervensuur is zijn werk, hij laat de stervenden, teder als hij dan is, uit zichzelf treden en zorgt dat hun zielen weer oplossen in het ene geheel waar ze ooit vandaan zijn gekomen. 

Opmerkelijk is dat Denis vroeger in de klas ook een uitspraak over het sterven gedaan heeft die op eenzelfde manier begint als wat oom Winewin zegt. 

'Pas op, jongens, als jullie doodgaan,' had hij gapend gezegd, 'dan vliegt de ziel niet een tijdloze bovenzinnelijke wereldruimte in, of hoe het daar ook heet. Het tegendeel gebeurt, de eeuwigheid verschijnt aan jou en ontvouwt zich in jou - wees maar niet bang, dat neemt maar een ondeelbaar kort moment in beslag, al kan het voor mensen een eeuwigheid duren - het ogenblik van de dood is voor hen nu eenmaal eindeloos kort en eeuwig lang tegelijk.'

Een ondeelbaar moment dat een eeuwigheid kan duren: is dat wat Robert overkomt nadat hij door een auto is aangereden? Voor zijn gevoel is hij enkele jaren in Almannië geweest, maar is dat ook zo? Dat doet weer sterk denken aan De trein der traagheid (1950) waarin drie mensen na een treinongeluk dwalen door het niemandsland tussen leven en dood. 

Robert heeft de stem van Denis in zijn hoofd gehoord en die kondigt aan dat hij vanaf nu een balling zal zijn en dat hij zal moeten wachten tot hij geroepen wordt. Hij zal een zwervend bestaan leiden tot hij bij zinnen komt. Dat is ook wat er gebeurt. Waar Robert ook is, in welk van zijn levens dan ook, steeds duikt er een gestalte op waarvan Robert weet dat het Denis is. 

Maar wat moet hij ermee? In zijn hallucinaties ziet hij steeds mensen die wachten. 

Opnieuw vroeg hij zich af waarom hij in zijn hallucinaties zo vaak mensen aantrof die ergens op wachtten. Ze kwamen allen uit zijn hoofd, het waren zijn scheppingen, maar waren al die mensen dan ook min of meer zoals hij?

Bestemming

Het laatste hoofdstuk heet 'Bestemming'. Het lijkt erop dat het leven van Robert Selder een tijd zonder richting is geweest en dat hij uiteindelijk een bestemming moet kiezen, moet bepalen wat hij echt wil met zijn leven. Speelt Katja daarbij een rol?

De verhouding met Katja wordt gespiegeld in die met Aliese, die van hem weggevoerd wordt, maar voor wie hij duidelijk wel zijn best wil doen, wat hij tot nu toe voor Katja niet gedaan heeft. 

Ook al was hij bij haar weggelopen, nooit was hij haar kwijtgeraakt, altijd was bij hem achtergebleven als deel van hem, soms fel en levend, soms een beetje zeurend als een oude wond, die nooit werkelijk ernstig was geweest, maar hem wel vaak had lastiggevallen. 

Dit soort lijnen vind je door de hele roman: Denis die steeds opduikt (of op lijkt te duiden), de relaties met Katja en Aliese, de vioolmuziek (in de villa speelde een vrouw viool), het wisselen van identiteiten, je ergens thuis voelen of je ontheemd voelen, de onduidelijke grens tussen waan en werkelijkheid. Dat maakt Dood en leven van de jonge Selder tot een hecht gecomponeerd boek, waarbij de compositie niet zo nadrukkelijk wordt dat die je in de weg zit. Het is ook gewoon een spannend boek, waarin je maar blijft lezen, omdat je wilt weten hoe het afloopt met Robert. 

Wat waan is en wat werkelijkheid en wat er nu echt gebeurd is (zo dat al uit te maken zou zijn), laat ik hier in het midden. De verwarring waarin je als lezer verkeert, maakt deel uit van de charme van het boek en die wil ik niet van je wegnemen. 

Het zal duidelijk zijn: in het kamertje met boeken die ik nu toch onderhand eens zou moeten lezen, moet ik op zoek gaan naar De hydrograaf. En daarna naar het andere werk van Allard Schröder. Dood en leven van de jonge Selder is een intrigerend en verbluffend boek dat me doet verlangen naar meer. 

Allard Schröder, Dood en leven van de jonge Selder. Uitg. De Arbeiderspers, 2026; 448 blz. € 29,99 (hardcover, stofomslag)