donderdag 17 oktober 2019

Podcast: Sterke verhalen / De afspraak op vrijdag


Sterke verhalen, de podcast


Sterke verhalen vertellen (of verteld krijgen) is natuurlijk heerlijk. Helemaal als die verhalen ook nog waar blijken te zijn. Vooral in een gezelschap van vrienden werkt dat goed.

Het is ook de formule van Sterke Verhalen, de podcast. Drie vrienden, Sebas, David en Pico vertellen elk een sterk verhaal over hetzelfde thema (Duitsland, carnaval, Aziatische keuken, landbouw en veeteelt, Amerikaanse wetten enz.). De complete lijst vind je op verschillende plekken, bijvoorbeeld hier. Intussen zitten we in het tweede seizoen.

In het eerste seizoen waren er slechts twee vrienden. In elke aflevering vertelde een van hen drie verhalen, waarvan er eentje waar was. Op het al dan niet raden van het verzonnen verhaal werd een weddenschap afgesloten. Daarbij werd flink gebruikgemaakt van sociale media (Instagram, Twitter, Facebook).

Ontspannen sfeer

Omdat het een vriendengroep betreft, is de sfeer ontspannen en de drie mannen kunnen alles tegen elkaar zeggen. Dat is al prettig om naar te luisteren. En natuurlijk ga je als luisteraar automatisch in gedachten meedoen: je gaat bedenken welk verhaal fake is.

Van het eerste seizoen heb ik voluit genoten. Het tweede seizoen stelt met toch voor wat problemen. In elke aflevering is er maar één verhaal dat niet klopt. Er moet dus van tevoren afgesproken zijn wie er een verhaal gaat verzinnen. Anders had het immers ook kunnen voorkomen dat alle verhalen kloppen of dat alle verhalen verzonnen zijn en dat is nooit het geval.

Nu kan het zijn dat er geloot wordt en dat er twee vertellers die niet weten wie het verzonnen heeft verteld. Maar ze hebben wel vijftig procent kans om te gokken wie het is en de derde moet toneelspelen. Dat is toch wat minder spannend dan toen het nog helemaal onzeker was welk verhaal verzonnen was.

Het is nog steeds gezellig om naar Sterke verhalen, de podcast te luisteren en de vormgeving wordt steeds beter, maar de spanning was in het eerste seizoen net iets groter.



De afspraak op vrijdag

Waarom ik ooit ging luisteren naar De afspraak op vrijdag, weet ik al niet meer. België heeft altijd mijn aandacht gehad. Ik heb geschreven voor verschillende Vlaamse bladen, waarvan sommige waarschijnlijk al niet meer bestaan, en enkele jaren lang heeft een collega die gehuwd was met een Vlaamse de boekenbijlagen van De Standaard voor mij bewaard.

Intussen zijn er verschillende Vlaamse podcasts (Fokcast en heel wat podcasts van de zender Klara), die ik heb beluisterd. Waarschijnlijk ben ik bij het struinen ooit op De afspraak op vrijdag gestuit, heb ik een aflevering beluisterd en vond ik die interessant genoeg om me te abonneren. Toen ik al heel wat afleveringen tot mij genomen had, kwam ik er pas achter dat ik naar een tv-programma zat te luisteren. Dat programma heb ik nooit gezien. Ik hou het bij luisteren en dat bevalt mij goed.

In De afspraak op vrijdag wordt 'de politieke week' doorgenomen. De gespreksleider is Ivan de Vadder, die drie gasten ontvangt, meestal een mix van politici en journalisten. Per aflevering worden drie onderwerpen bij de kop genomen.

Aan het begin van een onderwerp is er vaak een geluidsfragment/filmpje. Daarna begint het gesprek. Omdat ik nauwelijks tv kijk, weet ik niet hoe het er in Nederlandse talkshows aan toe gaat, maar het valt mij op dat de conversatie zo beleefd is. De gesprekspartners kunnen inhoudelijk scherp zijn, maar ze blijven hoffelijk. Dat is voor de luisteraar zeer aangenaam.

In wekelijks veertig minuten wordt de luisteraar bijgepraat wat betreft de Belgische politiek. Ik moet hierbij ook denken aan de mooie heldere podcast Haagse zaken, die ik ook goed vind. Die laatste is misschien nog iets meer voorlichtend, uitleggend. In De afspraak op vrijdag gaat men wel uit van feiten en gebeurtenissen, maar het draait toch om de verschillende meningen daarover. Dat is een iets andere insteek. Maar beide podcasts zijn zeer aan te bevelen.

Voor meer informatie kijke men hier.

donderdag 10 oktober 2019

Het dagboek van Cerise (Boek 1 en 2) Joris Chamberlain / Aurélie Neyret



Cerise is tien jaar oud en wil schrijfster worden. Daarom houdt ze een dagboek bij. Haar vriendinnen zijn Lindsey en Erica. Mevrouw Godelieve Vandertuin is een beroemde schrijfster en woont in hetzelfde dorp als de drie vriendinnen. Ze is intussen ook een soort vriendin geworden, die bovendien een mentrix is op het gebied van schrijverschap.

Als schrijver moet je goed observeren en dat doet Cerise. Daardoor komt ze raadsels op het spoor, die  ze als een soort detective gaat oplossen. Intussen zijn er twee boeken over Cerise verschenen: De stenen dierentuin en Het boek van Hector. Het scenario is geschreven door Joris Chamberlain, de tekeningen zijn van Aurélie Neyret.

De twee albums zijn voor een deel een strip, maar voor een deel ook het dagboek van Cerise, waarin ze niet alleen aantekeningen maakt, maar ook tekent en foto's plakt. Die dagboekdelen zijn goed als dagboek herkenbaar: gelinieerd papier en een lettertype waarbij je je kunt voorstellen dat het handgeschreven is.

Manga

Het stripgedeelte is getekend in een stijl waarin de manga nog goed te zien is: Cerise heeft bijvoorbeeld een groot hoofd, met heel grote ogen, die vrij ver uit elkaar staan. Ze heeft spillebenen en een enorme 'tigh gap', waardoor ze wat anorectisch overkomt.

In De stenen dierentuin hebben de meiden een boomhut in het bos gebouwd. Het valt hun op dat er steeds op hetzelfde tijdstip een man uit het bos komt, die duidelijk met verf in de weer is geweest. Omdat hij nogal geheimzinnig overkomt, noemen de meisjes hem Meneer Vraagteken. Onder leiding van Cerise gaan de vriendinnen op onderzoek uit en ontdekken een ruïne van een dierentuin, waar de man dieren aan het schilderen is op de rotswanden.

Uiteindelijk wordt de geschilderde dierentuin, dankzij Cerise en haar netwerk, een attractie voor het hele dorp. Het project van Meneer Vraagteken wordt tot een succes.

Alleen maar goede mensen

Dat eerste deel bevalt mij niet zo. Het heeft een hoog schattigheidsgehalte en er komen alleen maar goede mensen in voor. Dat maakt het verhaal mierzoet. Misschien is dat prettig voor de doelgroep; de albums zijn duidelijk voor kinderen bedoeld. Maar ook voor hen lijkt het me aangenamer als ergens het kwaad de kop opsteekt - het kwaad in de ander of in jezelf dat bestreden moet worden.

Met enige scepsis nam ik dan ook deel 2 ter hand, Het boek van Hector. Dat deel is stukken beter dan het eerste. Cerise is zo geobsedeerd door een nieuwe zaak (een oude dame, mevrouw Ronsin, die al jaren wekelijks hetzelfde boek leent uit de bibliotheek), dat ze haar vriendinnen van zich vervreemdt, moet liegen tegen haar moeder en tussen haar en mevrouw Vandertuin loopt het ook niet goed. De laatste voelt zich vooral gebruikt door Cerise en dat laat ze ook goed merken.

Het verhaal zit goed in elkaar. We duiken de geschiedenis in en komen terecht in de Tweede Wereldoorlog bij een groep die zich De Schakel noemde en die verantwoordelijk was voor het coderen van berichten. Hector Bertelon, die indertijd de geliefde was van mevrouw Ronsin, werkte bij deze afdeling. Jaren na de oorlog lost Cerise de raadsels op die Hector Bertelon nagelaten heeft.

En daarna moet Cerise het met allerlei mensen nog goedmaken en natuurlijk komt het allemaal weer op zijn pootjes terecht.

Meer mens

Het boek van Hector is veel interessanter dan De stenen dierentuin. Cerise probeert goed te doen, maar daarmee doet ze anderen pijn. Ze moet onder ogen zien wat voor gevolgen haar daden hebben en dat is niet gemakkelijk voor haar. Daardoor wordt Cerise veel meer een mens van vlees en bloed dan in het eerste deel.

Voor mijn gevoel werkt de afwisseling van strip en dagboek in dit deel beter dan in het eerste deel. Ook het verhaalgegeven is minder gezocht dan in het eerste deel. Ten slotte heb ik het idee dat het tweede album voor een wat bredere doelgroep geschikt is. Deel 1 is echt bedoeld voor jonge kinderen. In deel 2 is Cerise wat ouder: ze zal na de vakantie naar de middelbare school gaan. Maar ook het verhaalgegeven, met een link naar de Oorlog, zal een breder publiek aanspreken.

Ik weet niet of het de bedoeling is dat er nog meer delen gaan verschijnen van Het dagboek van Cerise. Deel 1 was niet zo heel sterk, maar deel 2 is een stuk krachtiger. Hopelijk houden de makers bij een eventueel vervolg dat niveau vast.

Reeks: Het dagboek van Cerise
Deel 1: De stenen dierentuin
Deel 2: Het boek van Hector
Scenario: Joris Chamberlain
Tekeningen: Aurélie Neyret
Uitgever: Silvester
Den Bosch 2019. 80 blz. softcover; € 9,95 per deel

De stenen dierentuin
Het boek van Hector

woensdag 9 oktober 2019

Het ongemakkelijke dagboek van Henry K. Larsen (Susin Nielsen)


Het is Kinderboekenweek en daarom aandacht voor een jeugdboek. De auteur, Susin Nielsen, kende ik niet. Haar naam en de naam in de titel, deden me vermoeden dat ze in een van de Scandinavische landen woont, maar ze is Canadese.

Het ongemakkelijke dagboek van Henry K. Larsen is werkelijk een dagboek; Henry schrijft zo ongeveer elke dag iets op en soms verschillende keren per dag. Binnen de jeugdliteratuur komt het genre nogal eens voor. Bekende voorbeelden zijn Het geheime dagboek van Adrian Mole 13 3/4 jaar (Sue Townsend) en Dagboek van een muts (Rachel Renée Russell).

HET

Henry K. Larsen heeft het dagboek gekregen van zijn therapeut, Cecil. Henry heeft namelijk iets traumatiserends achter de rug, wat in de eerste vijftig bladzijden consequent HET wordt genoemd. Dat deed me denken aan Van oude mensen de dingen die voorbijgaan van Louis Couperus, waarin een moord steeds als 'het ding' wordt aangeduid.

HET heeft wel invloed op Henry. Zo is hij heel dik geworden, heeft hij woedeaanvallen (die hij ziedingen noemt) en hij praat soms met een robotstem. Dat laatste lijkt een manier om afstand van zichzelf te nemen of van de situatie waarin hij zich bevindt.

Henry en zijn vader zijn net verhuisd, ook om het verleden achter zich te laten en Henry begint dus op een nieuwe school. Het lijkt erop dat hij bij geen enkel groepje hoort, maar al gauw maakt hij kennis met het nerderige jongetje Farley Wong, dat hem in contact brengt met een opmerkelijk gezelschap leerlingen, Reach For The Top, dat zich voorbereidt op een kennistoernooi met andere scholen. Daar ontmoet hij het meisje Alberta, van wier gedrag hij vaak zal schrijven dat het lomp is, maar die hij toch wel heel erg mag.

Verder spelen in zijn leven de buren Karen Vargas en Mr. Atapattu een rol, die elkaar niet uit kunnen staan en tegenover wie Henry ook wel zijn reserves heeft. Uiteindelijk blijken ze minder eenduidig te zijn dan hij ze aanvankelijk ziet.

Dood

Het moeilijke gedrag van Henry heeft te maken met de dood van zijn broer Jesse. Daar praat Henry niet over, liefst ook niet met zijn therapeut, maar er zit veel woede en verdriet in hem. Ook schuldgevoel, waarvan aanvankelijk niet duidelijk is waar dat vandaan komt. Uiteindelijk wordt natuurlijk helder wat er gebeurd is, maar dan moet nog de vraag beantwoord worden hoe het verder moet met het gezin Nielsen. De ouders van Henry zijn niet gescheiden, maar moeder woont niet bij het gezin.

De liefde voor het showworstelen verbindt in dit boek veel personages. Niet alleen hield Jesse ervan, het hele gezin zat op zaterdag voor de buis om te kijken naar Saturday Night Smash-Up. In de show treden worstelaars op die eigenlijk personages zijn. Natuurlijk zijn de gevechten nep, maar er zijn wel verhaallijnen die gevolgd worden en het publiek moet fan kunnen zijn van verschillende worstelaars. Iemand kan dus niet altijd maar een loser zijn.

Het enthousiasme voor showworstelen is iets nieuws voor mij. Ik kom nooit mensen tegen die daar ook maar iets van afweten en ik heb er ook maar een vage voorstelling van. Maar aan de andere kant van de oceaan is dat heel anders.

Metafoor

Ongetwijfeld heeft die worstelwereld ook iets metaforisch in het boek, al is het worstelen van Henry bepaald niet nep. Maar de personen spelen, of ze dat nu willen of niet, wel een rol en worden ook in die rol gedrongen door hun omgeving. Het is zelfs de reden geweest waarom Henry en zijn vader verhuisd zijn.

Het ongemakkelijke dagboek van Henry K. Larsen is een heftig boek, over iemand met problemen, die toch moet proberen zijn dagelijkse leven te leiden. Tegelijkertijd is het een humoristisch boek: Henry heeft een scherpe kijk op zijn omgeving en weet die fijntjes te verwoorden. Die lichtheid is ook wel nodig om het boek een beetje lekker leesbaar te houden en dat is goed gelukt: je vliegt door het boek heen.

Het vermakelijke boek gaat wel over allerlei thema's waarmee kinderen en jongeren te maken kunnen krijgen: pestgedrag, omgaan met een trauma, omgaan met emoties, spanningen binnen een gezin. Al is de situatie waarin Henry zich bevindt voor velen waarschijnlijk niet op alle punten herkenbaar, je kunt je wel gemakkelijk met hem identificeren en zijn ongemakken.

Een boek dat ergens over gaat en dat ook nog lekker leest - dat is een mooie combinatie. Je vindt die in dit boek van Susin Nielsen.

Misschien ben je ook geïnteresseerd in wat ik schreef over het Kinderboekenweekgeschenk Haaientanden, van Anna Woltz.

dinsdag 8 oktober 2019

Hoe ik probeerde een goed mens te zijn (Ulli Lust)


Ulli Lust zit met haar werk dicht op haar eigen leven. De ‘ik’ in de graphic novel Vandaag is de laatste dag van de rest van je leven (2014), kun je dan ook nagenoeg gelijkstellen aan de auteur. Dat geldt ook voor het zojuist uitgekomen vervolg Hoe ik probeerde een goed mens te zijn, een titel die assicoaties oproept met Hoe ik talent voor het leven kreeg van Rodaan Al Galidi.

Ulli probeert haar leven vorm te geven. Ze heeft een zoontje, dat bij haar ouders woont, waar hij het overigens goed heeft. Ulli wil zich graag inschrijven bij de kunstacademie, maar daar wordt ze steeds afgewezen. Intussen heeft ze wat kleine baantjes en werkt ze aan een prentenboek.

Ze gaat een relatie aan met Georg, een acteur, aan wie ze veel steun heeft. Maar seksueel heeft hij haar weinig tot niets te bieden, wat hij ook beseft. Ulli gaat daarom, met instemming van Georg, een veel meer lichamelijke relatie aan met Kim (Kimata), een Afrikaanse man, met wie ze trouwt om hem een verblijfsvergunning te bezorgen.

Driehoeksverhouding

De relatie Georg – Ulli – Kim kun je met recht een driehoeksverhouding noemen. Niet dat Georg en Kim ook een relatie hebben, maar Kim waardeert Georg wel en spreekt vaak positief over hem. Maar zo’n relatie is natuurlijk wel altijd ingewikkeld, hoe grootmoedig Georg ook is.

Sowieso is de relatie met Kim niet gemakkelijk: hij heeft wat andere opvattingen op de verhouding tussen man en vrouw dan Ulli heeft. Ten dele zal dat te maken hebben met zijn culturele achtergrond, wat hij in ruzies soms ook benadrukt (‘Jij, loopse witte teef!’), maar natuurlijk ook met zijn karakter.

Kim heeft zijn aangename kanten: zo zorgt hij ervoor dat de kamers blinkend schoon zijn. Maar hij is ook onberekenbaar en in zijn woede is hij zelfs gewelddadig, waardoor Ulli in een moeilijke positie gebracht wordt.

Dicht bij zichzelf

Zoals gezegd, Ulli Lust blijft in dit boek dicht bij zichzelf. Je leest dus niet alleen wat er gebeurt, maar je merkt ook hoe zij daaronder is: wanneer ze bijvoorbeeld boos of bang of verdrietig is. Aan de andere kant kan ze zich helemaal verliezen in de seks met Kim.

Die ingewikkelde relatie vraagt veel tijd en energie. Daarnaast heeft Ulli nog haar zoon Philipp, die ze geregeld wil zien, en doet ze verwoede pogingen om haar tekenwerk aan de man te brengen. De titel van het boek verwoordt wat blijkbaar de grondtoon is in het muziekstuk van haar leven: proberen een goed mens te zijn.

Dat komt niet zo expliciet naar voren in wat ze vertelt. Nou ja, het proberen wel. Ulli doet haar best iets van haar leven te maken en haar leven op orde te krijgen en te houden. Als Kim een nacht met een vriendin doorbrengt, denkt ze wel: 'Als ik een goed mens zou zijn, zou ik Claudia en Kimata veel geluk wensen.'

Genadeloze blik

Hoe ik probeerde een goed mens te zijn is een goed boek. Als je het leest, merk je dat het dicht bij je kruipt, ja, zelfs in je kruipt. Dat komt door de genadeloze blik waarmee Ulli zichzelf en haar leven beziet. Ze wil dat leven niet aanduiden, maar zo precies mogelijk beschrijven. Ze is op zoek naar de waarheid en die zoektocht maken we van dichtbij mee. Mooi of lelijk, iets om trots op te zijn of om je voor te schamen - dat soort typeringen doet er voor haar niet toe. 

Ulli Lust wil doordringen tot de kern van haar leven en daardoor wordt dit boek automatisch een intiem boek, een boek waarin niet gefilterd wordt, maar waarin we volop zicht krijgen op de worstelende auteur. 

Tekeningen

In zo'n dikke graphic novel lees je in de eerste plaats het verhaal, maar het zijn wel de tekeningen die het verhaal maken. In die tekeningen is maar een enkele steunkleur gebruikt, een roze, dat ik 'fuchsia' zou noemen, maar ik ben geen kenner, dus misschien is het wel magenta. Het is in ieder geval een kleur die zowel iets liefs als iets hards tegelijkertijd heeft. In het boek werkt het goed: de tekeningen zijn minder kaal en het roze blijkt ook goed te werken in combinatie met het zwart. 

Het basispatroon van veel bladzijden is drie stroken van drie tekeningen, maar daar wordt volop op gevarieerd. Belangrijke scènes krijgen een grotere tekening en af en toe is er een tekening ter grootte van de hele pagina. Soms wordt zo'n tekening ook ingezet als frasering: dan begint er een nieuw 'hoofdstukje'.

In sommige tekeningen gaat Lust helemaal los. In een passage gaat Georg het gesprek aan met Ulli. Ze denkt een moment dat hij bij haar weg wil en het lijkt alsof de vloer onder haar verdwijnt. Dat komt ook tot uitdrukking in de tekening.

Er zijn vrijscènes waarin de personages in dezelfde afbeelding verschillende keren voorkomen. Dat is niet alleen om te laten zien in welke standjes ze het met elkaar doen. In deze tekeningen valt de tijd weg en ook de ruimtebeleving anders is. Dat sluit goed aan bij de inhoud van die afbeeldingen.

Een van die tekeningen (zie onder) zit ingenieus in elkaar: niet alleen komen Ulli en Kim voor in verschillende posities, maar centraal in de tekening is het schaamhaar uitgewerkt tot de kruin van een boom, waarin enkele tientallen vogels fluiten. Je ziet hoe de twee personen vol overgave de liefde bedrijven en tegelijkertijd geven de fluitende vogels iets lichts, iets vrolijks aan de tekening.

De vogels komen ook terug in de slotafbeelding van het boek: een open einde dat door het gekwetter hoopvol wordt, al staat er wel een waarschuwingsbordje langs de weg die Ulli gaat: Gehwegschaden. Het zal allemaal niet vanzelf gaan.

Kaders

Bij sommige tekeningen zijn de kaders weggelaten. Dat kan verschillende functies hebben. Het kan zijn dat de personen vrijheid moeten hebben en bevrijd moeten zijn van begrenzingen, maar als ze klein en in hun geheel getekend zijn, heeft het juist tot gevolg dat ze er verloren en eenzaam uitzien.

Uit dit alles blijkt weer hoe goed gekozen de middelen zijn die Ulli Lust gebruikt om haar verhaal te vertellen. Ze gaat uit van een nietsontziende eerlijkheid en een drang om door te dringen tot de kern, vervolgens gebruikt ze de middelen efficiënt om ons deelgenoot te maken van wat ze geobserveerd en ontdekt heeft.

Bij een dergelijk boek voelt een lezer zich betrokken, omdat je niet alleen een verhaal leest, maar vooral ook een persoon ontmoet. Maar het lezen van Hoe ik probeerde een goed mens te zijn is niet alleen een ontmoeting met de ander, maar ook een confrontatie met jezelf. Wat doe jij in dit verhaal? Wat maak je eigenlijk zelf van je leven en wat zou je moet concluderen als je naar je eigen leven kijkt?

Dat maakt het lezen van Hoe ik probeerde een goed mens te zijn tot een boeiende excursie: je leest niet alleen een boek, maar je leest het leven en je leest jezelf.

Titel: Hoe ik probeerde een goed mens te zijn
Auteur: Ulli Lust
Uitgever: Soul Food Comics
Arnhem 2019, 168 blz. paperback; € 27,50

maandag 7 oktober 2019

Vis (Anton Valens)


Misschien vergis ik me, maar ik vermoed dat Anton Valens in onze literatuur niet zo opvalt. Het boek Ont werd positief ontvangen, net als andere boeken van Valens, maar het grote publiek ging het werk niet massaal kopen.

Maar Valens is wel een eigenzinnig en dus interessant schrijver: een lichte ironie, maatschappelijk niet zo geslaagde personages, een eigen universum. Ik moet ook een beetje denken aan Frans Pointl, al weet ik niet hoe terecht dat is. Misschien heeft het iets te maken met de kale stijl en de maatschappelijke afzijdigheid die er uit de boeken spreekt.

Over de novelle Vis had ik al eens iets gelezen, maar ik had het boek nooit zelf ter hand genomen. Maar nu ik het cadeau heb gekregen (samen met enkele andere mooie boeken) kan ik het lezen natuurlijk niet laten.

In Vis is de hoofdpersoon een 'jong, werkloos kunstenaar'. In het heden  van het verhaal is hij al een jaar of tien ouder en blikt hij terug op de tijd toen hij meevoer op een vissersschip, de DH731. Hij kent Fred, en diens vader, Warmgeffer, is kapitein op het schip. Verder zijn er nog Addie, met wie Fred altijd ruzie uitlokt, en Martin, die naast de gewone werkzaamheden ook belast is met het motoronderhoud.

Vissersleven

De 'ik' komt als buitenstaander de wereld van de vissers binnen en moet alles nog leren en dat gaat wel. Hij heeft mede de zorg voor het bereiden van de maaltijden. Het vissersleven hangt van herhaling aan elkaar.
Uit wat ik tot dusver had gezien leidde ik het volgende beeld af: maandagochtend vroeg stapte je aan boord en betrad je een tunnel die voortduurde tot vrijdagavond. Alleen bij extreem slecht weer voer de DH731 niet uit, maar dat gebeurde hoogstzelden. In het weekend maakte je een of twee nummertjes met de vrouw, wandelde een rondje met de hond, en dan begon het weer van voren af aan, het hele jaar door. Jaar na jaar.
Maar de 'ik' geniet er ook van, wat niet zo verwonderlijk is: gewoonlijk leeft hij op een kamer van twee bij drie meter. De zee betekent dus in zekere zin ook vrijheid. En als hij volwaardig mee kan helpen, wordt de visvangst misschien wel een succes: 'Stiekem dacht ik: misschien brengt mijn aanwezigheid wel geluk aan de DH731.'

Alles lijkt ook gladjes te verlopen. We krijgen nauwkeurig te lezen hoe de visvangst in zijn werk gaat en hoe de vis wordt schoongemaakt. Maar niet alles in het leven kan meezitten.

Onheilspellend teken

Het eerste onheilspellende teken is het opvissen van een vinger. Aan wie zou die toebehoord hebben? En wat doe je met zo'n vinger? Ineens is de dood aanwezig op het schip. De spanning loopt op en de positie van de 'ik' verslechtert in rap tempo. Dat kan alleen maar slecht aflopen.

Verschillende boeken uit de Nederlandse literatuur schoten me te binnen bij het lezen van Vis. Bijvoorbeeld Het leven en de dood in den ast van Stijn Streuvels: ook een gemeenschap van mannen op een kleine oppervlakte, waar ook ineens de dood aanwezig blijkt en invloed heeft op de levens van de mannen.

Verder ook aan Waanzee van Robert Haasnoot. Op de kleine oppervlakte van het schip zijn mannen tot elkaar veroordeeld. Als er iemand een soort godsdienstwaan krijgt, gaan sommige anderen daarin mee. Wie zich verzet, is zijn leven niet zeker.

Spanning

Ook in Vis loopt de spanning snel op. Tegelijkertijd neemt het realisme van het verhaal af. De hoofdpersoon verliest zich een keer in het geluid dat hij hoort (de schroef, de zee) en wordt daar helemaal in opgenomen:
Door het geluid en de duisternis kon ik mezelf horen noch zien, evenmin als de ruimte waarin ik me bevond, zodat ik een sensatie van opsluiting in het geluid ervoer, als in een lijkenzak, waarin mijn lichaam leek te vliegen met de voeten vooruit.
Die vergelijking met die lijkenzak zet natuurlijk ook nogal de toon. Steeds meer laat de hoofdpersoon die zich meevoeren in een stroom van gedachten en ervaringen, zodat je ook niet altijd weet in hoeverre zijn waarneming klopt. Je gaat daar als lezer overigens wel gemakkelijk in mee.

We krijgen ook meteen de parallel van Jonas in de buik van de vis. Zo voelt ook de hoofdpersoon zich in het schip. Ook daarin is de dood natuurlijk dichtbij.

Stijl

De personages in Vis lijken nogal gewoontjes, en ze voeren gewone, dagelijkse werkzaamheden uit. Maar je blijft ze wel volgen. Dat komt natuurlijk ook door de stijl van Valens, waarin er altijd mooie tussenzinnetjes opduiken of verrassende vergelijkingen. Enkele voorbeelden:
Het was een ochtend om een zeehond op een zandbank te zijn. 
De flegmatische golven leken borstkassen van ademhalende maar uitgehongerde mensen die op hun rug lagen.
De plot laat ik even voor wat die is, ook al lees je Vis niet vanwege de ontknoping. Aan het eind van het verhaal springt de verteller weer naar het heden ('Hiermee besluiten mijn aantekeningen').

Of ik het nu een heel goede novelle vind, weet ik eigenlijk niet, maar misschien hoef ik geen oordeel te hebben. Een intrigerend boek is het in ieder geval.

Vis is al tien jaar oud, het werd gepubliceerd in 2009. Daarvoor publiceerde Anton Valens Meester in de hygiëne (2004) en Dweiloorlog (2008). Erna verschenen het al genoemde Het boek Ont (2012) en Het compostcirculatieplan (2016). Gezien de regelmaat waarmee Valens publiceert, zou er komend jaar weer een boek kunnen verschijnen.

vrijdag 4 oktober 2019

Haaientanden (Anna Woltz)


Het is Kinderboekenweek! Een kleine maand geleden schreef ik al over 3Pak, het geschenk voor de Boekenweek voor jongeren (een jeugdverhaal, een slecht verhaal en een goed verhaal) en nu gaat het over het Kinderboekenweekgeschenk, geschreven door Anna Woltz.

Vorig jaar werd dat geschenk geschreven door een auteur van wie ik nog niet eerder gehoord had, Jozua Douglas. Ik vond het niet veel bijzonders en de auteur reageerde ook nog op de kritiek, zij het niet inhoudelijk (zie hier).

Van Anna Woltz had ik vooraf hoge verwachtingen. Ik las van haar het boek Alaska en daar heb ik goede herinneringen aan, al had ik toch ook een klein voorbehoud, merk ik bij het teruglezen van wat ik schreef:
Die wil dat alles weer goedkomt is me net iets zoetig, maar terwijl ik dat opschrijf twijfel ik alweer. Zo heel zoet is het einde toch ook weer niet? En een kinderboek mag best positief zijn; er is al genoeg journaal. En de ellende wordt niet buiten het boek gehouden, gezien de epilepsie en de gewapende overval.

Gips

Voor Gips (2015) ontving Woltz de Gouden Griffel, dus misschien moet ik dat ook maar gaan lezen. Elke schrijver heeft het recht om beoordeeld te worden op zijn beste werk.

In het Kinderboekenweekgeschenk Haaientanden is de hoofdpersoon een meisje van elf, met de ongebruikelijke naam Atlanta. Zelf zegt ze erover:
Mijn vader en moeder wilden van Europa naar Amerika zeilen. De hele Atlantische Oceaan over. Drie weken lang op zee, dat was het plan. Maar voordat ze konden vertrekken, kregen ze mij. En toen was ik het plan.
Ze zegt dat tegen Finley, tegen wie ze letterlijk is opgebotst, met haar fiets. Atlanta is namelijk bezig met een grote fietstocht: om het IJsselmeer, in vierentwintig uur. Ik moet hier toch iets verklappen, dus ben je een jong lezertje, dan moet je hier stoppen en eerst het boek uitlezen.

Atlanta's moeder is namelijk ziek (borstkanker) en ze zal de volgende dag de uitslag van de scan te horen krijgen. Atlanta heeft tot nu toe een beetje langs het feit van de ziekte op geleefd. Het is al erg genoeg dat ze door iedereen zielig gevonden wordt, dus ze doet zoveel mogelijk leuke dingen. Nu wil ze laten zien dat ze er echt alles voor over heeft dat haar moeder weer gezond wordt. Ze zal een etmaal lang moeten gaan fietsen en elke twee uur mag ze maar tien minuten rusten.

De sterfzonde

Dat gegeven doet denken aan dat van de roman De sterfzonde of De ingebeelde dode (1991), van Maria Stahlie. De hoofdpersoon, Maud Labeur, vreest dat ze een hersentumor heeft. Ze moet tien dagen wachten op de uitslag van het onderzoek. Ze heeft het idee dat ze het onheil af kan wenden door in die tien dagen een goede daad te verrichten. De vraag is of er iemand op die daad zit te wachten.

Zowel in het boek van Woltz als dat van Stahlie is er sprake van magisch denken: door bepaalde dingen te doen of te laten kun je het lot bezweren. De titel Haaientanden slaat op de twee haaientanden die Finley meegenomen heeft. Hij is na een ruzie met zijn moeder van huis weggelopen en heeft de tanden meegenomen. Moeder meent dat de tanden haar zullen helpen om het rij-examen te halen. Zullen deze tanden Atlanta en Finley, die besluit met haar mee te gaan, helpen de missie te volbrengen of hebben gestolen amuletten juist een negatieve werking?

Niet alles in het boek ga ik natuurlijk verklappen. Zo vertel ik niet of de tocht lukt en ook niet of de uitslag van de scan positief was.

Kindschap

Finley en Atlanta worstelen met hun kindschap: zijn ze wel goede kinderen? Atlanta weet niet of ze haar moeder wel heeft laten merken dat ze echt van haar houdt en Finley vraagt zich af of zijn moeder wel blij met hem is. Hij heeft een foutje gemaakt, maar dat is overgekomen als een rotstreek. Pas als ze weer thuis zijn, zal duidelijk worden of hun missie is gelukt en dat had van mij best een open einde mogen blijven.

Maar Anna Woltz hecht het verhaal keurig af. Net als bij het vorige boek is dat mijn enige voorbehoud: moet je alles zo dichtspijkeren? Mag het verhaal niet verder gaan in het hoofd van de lezer? Maar misschien zijn dat typisch een vragen van volwassenen. Misschien moet je de kinderen, die de doelgroep zijn, niet met een fundamentele onzekerheid het boek uit sturen. Ik twijfel.

Verder overigens niets dan lof voor Haaientanden. Mooi, vlot geschreven. Goede titel, die niet alleen verwijst naar de letterlijke tanden, maar ook naar het verscheurende van een haai en van de kanker. En natuurlijk ook naar de haaientanden op de weg, die Atlanta weet de verbinden met haar zieke moeder:
Sinds mama ziek is, staat de hele wereld vol haaientanden. Het is simpel: kanker krijgt altijd voorrang.

Ontroerend

Haaientanden is een ontroerend boekje. Je leeft gemakkelijk met Atlanta en Finley mee in hun onmogelijke strijd: je weet dat het lot niet te beïnvloeden is en eigenlijk weten zij het ook. Maar toch willen ze er alles aan gedaan hebben. Kleine mensjes tegenover het onverzettelijke lot, heroïsch en hopeloos tegelijk.

Ik denk dat veel mensen door Haaientanden geraakt worden. Het gaat ten diepste niet alleen over kinderen, maar over iedereen die door het blinde noodlot geraakt wordt. Je kunt je erbij neerleggen, maar je kunt ook vechten, tegen beter weten in. Het helpt niet, maar het is alles wat je kunt doen. Zo'n strijd laat niemand onberoerd. Tenminste als die beschreven wordt zoals Anna Woltz dat doet.

Het wordt tijd dat ik het onder ogen zie, vrees ik. Ik zal Gips moeten gaan lezen. Dat is niet erg, overigens. Binnenkort meer.

donderdag 3 oktober 2019

Podcast: Wolfgangs woorden / De zomer van '69


Wolfgangs woorden; Mozarts leven in brieven


In brieven kunnen personen dichtbij komen. Beroemd zijn bijvoorbeeld de brieven van Vincent van Gogh (waar overigens ook een podcast over is) en de brieven van Etty Hillesum (Het denkende hart van de barak), om zomaar twee voorbeelden uit te pikken.

Ook Mozart schreef brieven, al vanaf zijn vroege jeugd, toen hij optrad als wonderkind. Het moeten er in totaal honderden zijn. Negentien van die brieven zijn te horen in de podcast Wolfgangs woorden - Mozarts leven in brieven. Ze worden voorgelezen door Owen Schuhmacher, terwijl er op de achtergrond muziek van Mozart klinkt, uit de tijd dat de brief speelt, neem ik aan. Na het voorlezen komt de muziek naar de voorgrond en kunnen we daar nog een tijdje van genieten. Nou ja, gemiddeld genomen duurt een aflevering niet langer dan een minuut of vijf.

Besneeuwde Alpen

In de eerste brief is Mozart dertien. Hij is dan op tournee in Italië en is net in een koets de besneeuwde Alpen overgestoken. In volgende brieven volgen we zijn ontwikkeling, bijvoorbeeld welke componeeropdrachten hij krijgt en hoe hij daar enthousiast mee aan de gang gaat.

In de tiende aflevering schrijft Mozart zijn vader dat zijn moeder ernstig ziek is. Ze is dan echter al overleden, maar dat durft hij niet te schrijven. Het echte verhaal schrijft hij aan een vriend van de familie.

Er is meer verdriet en narigheid. Mozart schrijft over geldzorgen en van de vijf kinderen die er geboren zijn, zijn er op een gegeven moment nog maar twee in het leven en zijn vrouw Constanze is verzwakt door de zwangerschappen.

Maar hij schrijft ook over zijn successen en over hoe hij enkele werken heeft gecomponeerd, om te zorgen dat het publiek het naar zijn zin heeft. Hij moet werkelijk in een razend tempo gewerkt hebben.

Lichte toon

De brieven worden in vrij hoog tempo voorgelezen door Owen Schuhmacher, op een lichte toon. Waarom die toon als licht overkomt, is mij niet zo duidelijk, omdat de inhoud van de brieven niet altijd zo licht is. Maar dat maakt ze misschien juist zo schrijnend.

Een compleet beeld van het leven van Mozart krijgen we niet; er worden vooral momenten uitgelicht. Wellicht dat de podcastmakers veronderstellen dat dat leven wel in grote lijnen bekend zou zijn. Wie meer wil weten over de dood van Mozart kan terecht bij de podcast Klassieke mysteries.

Brief 5 tot en met 19 zijn terug te vinden op deze site. Waarom de eerste vier daar niet geplaatst zijn, is mij niet duidelijk. Maar bij de bekende podcastaanbieders zijn ze natuurlijk wel te vinden.




De zomer van '69

Het is vijftig jaar na 1969 en dus is er een reden om terug te blikken. Vorige week noemde ik al de Belgische podcast Woodstock. Deze keer De zomer van '69. Ook dat is een bescheiden podcast: slechts vier afleveringen van ongeveer een half uur.

We beginnen met Woodstock. De drie volgende afleveringen gaan over de allereerste homodemonstratie in Nederland, de Dolle Mina's en de maanlanding. Het is allemaal 'maar' vijftig jaar geleden, dus er zijn nog genoeg mensen die hun ervaringen kunnen vertellen.

Voor iemand van mijn leeftijd is deze tijd natuurlijk extra interessant. Ik zat op de lagere school en ergens in een doos moet nog een werkstukje liggen dat ik toen maakte over de maanlanding. Veel meer dan het opplakken van uitgeknipte krantenfoto's en -artikelen was het niet, als ik het mij goed herinner. Op de blauwe kaft schreef ik met rode viltstift 'Apollo 11 in de ruimte'.

Dolle Mina's

Van de Dolle Mina's had ik misschien toen ook al gehoord. In mijn familie zal er wel afkeurend over gesproken zijn. Woodstock leerde ik later kennen en ik heb toen erg genoten van de documentaire (documentaires?) erover.

Maar die homodemonstratie is me geheel ontgaan. In de podcast wordt de Stonewall Inn genoemd, een homocafé in de wijk Greenwich Village in New York. Daar ontstonden rellen en dat zou het begin worden van een activistische vorm van homo-emancipatie. Maar de eerste homodemonstratie in Nederland was eerder, op 21 januari 1969. Joke Swiebel, een van de organisatoren destijds, praat erover met iemand uit een veel jongere generatie. Die demonstratie wordt ook genoemd in de aflevering Flikker op! van Andere tijden.

Vier aspecten van de zomer van 1969 die veel gevolgen hebben gehad in de decennia daarna. Mooi dichtbij gebracht door de betrokkenen en ook nog in kort bestek. Aanbevolen!