dinsdag 24 maart 2026

Boekjes bij de thee (Hans Werkman)

Als er iemand is die veel gedaan heeft voor de literatuur, in zijn eigen christelijke hoekje, dan is het wel Hans Werkman. Decennialang schreef hij over literatuur in het Nederlands Dagblad, hij richtte het blad Woordwerk (1983 - 1998) op en was erbij betrokken toen het fuseerde met Bloknoot tot Liter. 

In Nederlands Dagblad heeft hij maar liefst vijftig jaar lang geschreven. Onder andere vulde hij daar de rubriek 'Lettergrepen'. En verder schreef hij gedichten en romans. Onder aan deze bijdrage neem ik enkele links op naar wat ik eerder over hem en zijn werk schreef. 

In 2009 kwam Bijeen met man en muis uit, een verzameling van interviews en essays. Daar heb ik indertijd enkele stukken uit gelezen. Ik wilde de rest ook wel lezen, maar zoals zo vaak kwamen de 'zorgvuldigheden dezer wereld' ertussen en uiteindelijk kwam het er niet van. Het ligt nog wel op een van de groeiende stapels met te lezen boeken. 

Maar in kringloop kwam ik Boekjes bij de thee (2013) tegen, een verzameling met bijdragen aan de rubriek 'Lettergrepen', en ik kocht het. Toen een maand geleden mijn hoofd omliep en het lezen me wat lastiger afging, was dit boekje met korte stukjes een mooie uitkomst. Ik heb het met plezier gelezen. 

Misschien kocht ik het ook vanwege de titel, die me deed denken aan Vloekjes bij de thee (1961) van Wim Zaal. Niet dat ik dat gelezen heb, maar ik heb het wel altijd willen lezen. Ook daarvan kwam het niet. Werkman verwijst in de inleiding overigens naar het boek van Zaal over de negentiende eeuw, maar hij veronderstelt dat weinig lezers de titel van Zaal nog zal kennen. 

Een hoofd vol literatuur

De ondertitel van Boekjes bij de thee is Over lezers en schrijvers. Werkman heeft een hoofd vol literatuur en hij zoekt graag plaatsen op die iets met literatuur te maken hebben. Zo reist hij naar plekken waar hij dichter bij Guido Gezelle kan komen, als zijn trein even stopt in Baarn, bedenkt hij dat Koos van Doorne in die plaats Het kind Hans schreef, en als een plaats geen gedachten aan literatuur oproept heeft Werkman wel een boek bij zich waarover hij vertelt. In Zuid-Afrika leest hij bijvoorbeeld De klop op de deur van Ina Boudier-Bakker. Of hij ziet iemand anders een boek lezen, bijvoorbeeld Tirza van Grunberg. Dat werk vindt Werkman 'een cultboek'. 

Hij schrijft ook naar aanleiding van gebeurtenissen in de literatuur, zoals de dood van Mulisch, de verjaardag van Jan Siebelink of het afscheid van Martin Ros bij de omroep. Het stuk over Mulisch schreef Werkman al toen de schrijver nog leefde, zodat de krant het meteen kon plaatsen na het verscheiden van de auteur die zich 'de grote één' noemde. Het stuk werd geplaatst op de voorpagina en daar was Werkman 'wel een beetje trots' op. 

Op de thee

De titel van de bundeling komt terug in het stukje waarin hij schrijft dat hij op de thee gaat bij P.J. Meertens. 

Afbeelding gejat van Wikipedia

Ik schelde aan. Een grijze heer met dunne lippen en een gereserveerde blik deed open, stak zijn hand uit en zei: 'Mijn naam is Meertens. Ik zal u voorgaan.' Hij wees me een stoel in zijn grote woonkamer met wanden van boeken. Op tafel lagen een uiterst ordelijk stapeltje overdrukken van een artikel door Dr. P.J. Meertens. Er lagen ook een paar opengeslagen dichtbundels. Bij deze boekjes schonk hij thee in van die wijde Engelse koppen.  
Ik was 27, hij 67 en net gepensioneerd aan het Dialectenbureau dat later 'Meertens Instituut' genoemd zou worden. Ik kwam hem vragen naar zijn correspondentie met Willem de Mérode, over wie ik toen een biografie schreef. 

De Mérode komt natuurlijk vaker voor. Zo beschrijft Werkman hoe hij een gezelschapje rondleidt door Uithuizermeeden. Ze bezoeken samen de kamer van de dichter. 

Wat de titel betreft: ook bij een portret van Henriëtte Bienfait, geschilderd door Jan Adam Kruseman, bedenkt hij dat hij met haar graag een kopje thee had gedronken. Henriëtte Bienfait was getrouwd met de dichter P.A. de Génestet. Kruseman was diens pleegvader. Een fragment van het schilderij staat op de cover van Boekjes bij de thee

Gemoedelijk

Als schrijver met een publiek van krantenlezers is Werkman gewend om toegankelijk te schrijven en zijn publiek mee te namen. Veel bijdragen hebben iets verhalends, waarbij je de auteur met zijn rugzakje over een schouder rond ziet kijken in een ruimte of rond ziet lopen in een gebouw. Het heeft altijd iets gemoedelijks en daar moet je misschien van houden, maar ik vind het prettig  om zo meegenomen te worden. 

Verder is het prettig om iets te lezen van iemand die meer weet dan jijzelf. Zo wist ik niet dat de vader van de dichteres Jacqueline van der Waals zo beroemd was. Hij was de natuurkundige Johannes Diderik van der Waals, nobelprijswinnaar, van wie de naam voortleeft in de Vanderwaalskrachten. 

Ik had ook nooit gehoord van Fré Dommisse, die het boek Krankzinnigen (1929) schreef. Intussen heb ik een aflevering van de podcast Illustere levens beluisterd waarin biograaf Catharina Th. Bakker vertelt over Dommisse. Ik moet toch eens op zoek naar die roman. En naar de biografie, die afgelopen jaar uitkwam. 

De kwekeling

Interessant is ook Werkmans stukje 'Een okerkleurig overhemd', dat beschrijft hoe hij van Groningen naar Enschede reisde waar hij zijn opleiding tot onderwijzer zou volgen. Daarover heeft Werkman veel uitgebreider geschreven in zijn beste roman, De kwekeling (2023).

Over zijn leraarschap is Werkman altijd bescheiden geweest. In de bijdrage 'Record' beschrijft hij hoe hij een oud-leerlinge tegenkomt die lerares geworden is en die tegen hem zegt: In die tijd dacht ik al dat ik misschien lerares wilde worden en toen heb ik gedacht: als ik dat wil, dan wil ik dat zo'n beetje doen als meneer Werkman dat doet.' Het is natuurlijk fijn om dat te horen, maar Werkman staat zich het maar half toe om daarvan te genieten. Het gevoel dat bij hem opkomt noemt hij 'onverdiend geluk'. 

Voor wie van literatuur houdt, is Boekjes bij de thee een heerlijk boek, maar ook als je je andere interessen hebt, zul je best kunnen genieten van de stukken van Werkman. Ik ga het boekje uitlenen aan mijn schoonmoeder en ik weet al zeker dat ze het gaat lezen. 

Eerdere bijdragen over Werkman:

Verder wordt hierboven de naam van Ida Boudier-Bakker genoemd. Over haar schreef ik naar aanleiding van:

maandag 23 maart 2026

De Wind in de Wilgen (Michel Plessix)


Toen mijn kinderen klein waren, was er op tv een tekenfilmserie: De Wind in de Wilgen. Tenminste, zo had mijn geheugen het opgeslagen. Maar mijn kinderen herinneren zich er niets van, dus het zal wel niet kloppen. Als ik indertijd gekeken heb, wat dus nog maar de vraag is, is er mij niet veel van bijgebleven. Dat de personages dieren waren. Dat is het zo ongeveer. 

De Wind in de Wilgen is een klassieker, zoals Alice in Wonderland en Winnie the Pooh. De auteur, Kenneth Grahame (1859 - 1932), vertelde de verhalen aan zijn enige kind en schreef ze later in brieven. Het boek kwam uit in 1908. Dat boek is in 1996 verstript door Michel Plessix. In 2014 zou hij er ook nog een vervolg op maken, De wind in de woestijn. Daarover zal ik over een tijdje schrijven. 

Bij Silvester Strips is De wind in de wilgen nu compleet uitgegeven, in een kloek boek, groot formaat, meer dan 125 blz. dik. Het is een mooie hardcover, met een leeslint en een stofomslag (waarop aan de binnenkant een grote tekening staat). Fraai gedaan. 

Plessix moest in zijn adaptatie het een en ander weglaten, maar over het algemeen volgt hij het boek. Het enige hoofdstuk dat hij overgeslagen heeft, is 'Wayfares all', hoofdstuk 9, waarschijnlijk omdat hoofdstuk 10 aansluit bij hoofdstuk 8. Je mist dat negende hoofdstuk niet. 

Voor wie het verhaal in proza wil lezen: een vertaling in het Nederlands vind je hier

Mol, Rat, Das en Pad

De wind in de wilgen begint met Mol, die zijn huisje aan het schoonmaken is. Net als bij de dierenverhalen van Toon Tellegen hebben de dieren geen andere naam dan de soort waartoe ze behoren: Mol, Rat, Das, Pad. Ze dragen kleren, zodat ze er menselijk uitzien. In het eerste hoofdstuk verlaat Mol zijn huis en gaat op pad met Rat. De twee zullen lang samen zijn. 

Ze gaan op bezoek bij Pad, die duidelijk van een hogere stand is en een veel luxere woning heeft. Pad heeft zo zijn obsessies, die vaak met snelheid te maken hebben (auto's en vliegtuigen). Hij komt daardoor verschillende keren in de problemen. Zo komt hij in de gevangenis terecht en zijn landhuis wordt een keer gekraakt (maar het wordt heroverd). 

Het Wilde Woud

Rat vertelt over Das en Mol wil graag Das bezoeken, maar die woont in het Wilde Woud en het is gevaarlijk om naar hem toe te gaan. Als Rat de boot te lang afhoudt, gaat Mol in zijn eentje op pad. Als hij in het woud is, slaat de angst toe en het is maar goed dat Rat naar hem op zoek gaat en hem vindt. Als het ook nog gaat sneeuwen lijken ze verloren, maar ze vinden gelukkig op tijd het huis van Das. 

Het zijn lieve verhalen: de dieren steunen elkaar en voelen zich voor elkaar verantwoordelijk. Er zijn spannende passages, maar uiteindelijk zal alles goedkomen. Dat is een geruststellende gedachte voor de jonge lezertjes. 

In een strip, waarin er niet alleen over de personages wordt verteld, maar waarin je ze ook ziet, kun je gemakkelijk meeleven met de hoofdfiguren. Vooral ook omdat het interessante karakters, met verschillende kanten. Mol is soms wat mopperig, soms wat angstig, maar hij is ook ondernemend en hij maakt tekeningen en je kunt zeker op hem bouwen. Hij heeft een groot hart. 

Volwassenen

De wind in de wilgen is vooral een kinderboek, maar het kan uitstekend door volwassenen gelezen worden. Sommige passages, zoals de tocht door het Wilde Woud kun je ook opvatten. Al in de Divina Commedia van Dante is de hoofdpersoon verdwaald in een woud, zoals we allemaal wel eens zijn, al is er geen boom in de buurt. 

De volwassenen zullen ook oog hebben voor de maatschappelijke positie van de verschillende dieren (Pad is heel erg rijk, maar de andere drie hoeven ook niet te werken) en ze zullen de verwijzingen naar andere literatuur zien. Het laatste hoofdstuk, 'The Return of Ulysses' heet bij Michel Plessix 'Terug op Ithaka'. De terugkeer van Odysseus ging met nogal wat geweld gepaard, net als de herovering van het huis van Pad. 

Tekeningen

Volwassenen en kinderen zullen beiden kunnen genieten van het tekenwerk van Plessix, dat bijzonder sfeervol is. Op verschillende tekeningen is ook lekker veel te zien, zodat je er lang naar kunt kijken zonder je te vervelen. Er zit een zekere knusheid in de verhalen en de tekeningen dragen er sterk aan bij. 

Met deze verstripping is De Wind in de Wilgen toegankelijk voor een groot publiek. Degenen die het boek al kennen, zullen het leuk vinden om de strip te lezen en voor degenen die het boek niet kennen, is de strip een goede introductie. 

Titel: De Wind in de Wilgen
Tekst en tekeningen: Michel Plessix
Naar de roman van Kenneth Grahame
Vertaling: Mariella Manfré
Uitgever: Silvester Strips
2025, 128 blz. € 39,95 (gebonden, stofomslag, leeslint)


zondag 22 maart 2026

Wachtrij

Illustratie gemaakt door AI

De laatste tijd heb ik aardig wat gelezen, maar mijn schrijven is daarbij een beetje achtergebleven. In mijn Instagramverhalen deel ik altijd welke boeken ter bespreking binnenkomen en ook laat ik het weten wanneer ik weer ene boek uit heb. Mocht je dat gezien hebben, dan vraag je je misschien af waar de besprekingen blijven. Daarom laat ik je alvast weten wat je de komende weken kunt verwachten. 

Daarbij ga ik uit van drie besprekingen per week, om en om strips en proza, dat gewoonlijk voornamelijk uit literaire fictie bestaat, maar de komende weken zit er ook aardig wat non-fictie tussen. 

De komende week wil ik de volgende boeken bespreken: 

  • De verstripping van De wind in de wilgen, een beroemd jeugdboek, waar ik weinig van wist. Mooie uitgave, groot formaat, stofomslag. Je zult het morgen wel lezen. 
  • Boekjes bij de thee van Hans Werkman. Verzameling stukjes over literatuur, ooit verschenen in het Nederlands Dagblad. Toen mijn hoofd zo vol zat dat lezen mij niet zo heel goed lukte, waren deze korte stukjes heel aangenaam. Het boekje verscheen in 2013.
  • Exovida, een graphic novel over buitenaards leven. Geschreven door wetenschapsjournalist Govert Schilling, wiens naam ik ken als auteur van een stukje dat als tekst gebruikt werd bij een eindexamen. Hij schijnt ook wel eens op tv te komen, maar daar heb ik hem nooit gezien. De tekeningen zijn gemaakt door Adriaan Bijlo, van wie ik nog nooit gehoord had. Het is een dik boek en als ik erover ga schrijven, moet ik er echt nog een keer doorheen. Het is een verhaal over een jongen die striptekenaar wil worden en een oude science-fictionstrip aan het lezen is, maar het laat ook zien hoe we in de loop van de geschiedenis gedacht hebben over buitenaards leven. 
In de week erna, als ik me aan mijn eigen planning kan houden, schrijf ik over:

  • Oude teksten voor jonge lezers van Joke Brassers. Vooraf vermeld ik dat ik Joke Brassers ken, en dat dat mogelijk mijn oordeel beïnvloedt, al denk ik dat dat wel meevalt. In het verleden was het juist zo pijnlijk dat ik sommige boeken kritisch meende te moeten bespreken, hoewel ze geschreven waren door mensen die ik in het dagelijkse leven tegenkwam. 
Over dit boek van Brasser ben ik heel erg enthousiast. Gisteren had ik een bijscholingsdag voor examinatoren bij de Staatsexamens en bij zo'n beetje elke collega Nederlands heb ik het boek aanbevolen. Het is geschreven met veel liefde voor de (oude) literatuur en voor de leerlingen. 

  • Kolmanskop, een strip van Marc Legendre en Charel Chambré. Een deel in de serie De helden van Amoras. Het is een spin-off van Suske en Wiske, geschikt voor een wat ouder publiek. Over die Amoras-serie heb ik van tijd tot tijd geschreven. De helden van Amoras is al de derde serie binnen Amoras. Mijn voornemen is om die serie te gaan volgen. 
  • Moet dwalen van Charlotte Mutsaers. Van deze auteur heb ik veel te weinig gelezen, wat wel raar is, want ik was heel erg enthousiast over Rachels rokje (1994). In mijn kamertje met de stapels boeken die ik binnenkort wil lezen (waar de stapels alleen maar groeien) liggen ook nog Koetsier Herfst (2008) en Harnas van hansaplast (2017). Vooral dat laatste boek wilde ik echt lezen, maar het kwam er niet van. Moet ik wel gaan lezen, vind ik. Moet dwalen is een heerlijk boek. Je leest het vanwege de stijl. 
Voor nog een week later heb ik al twee boeken liggen.
  • Het eerste is het tweede deel van integrale uitgave van Bernard Prince, met daarin opgenomen de albums De hel van Suong-Bay en Avontuur in Manhattan. Het is een schitterende uitgave, in een beperkte oplage, op mooi, groot formaat. Er staan ook verschillende korte strips in, een verzameling van 'De Interpol-dossiers van Bernard Prince', compleet met afgekeurde versies, zodat je die kunt vergelijken met de uiteindelijke versies. Een must voor de liefhebbers. 
  • Van minzieke vrouwen en ontroostbare weduwen. Dat is een hertaling van het middelnederlandse werk Seven vroeden van binnen Rome. De hertaling, die lekker leest, is van Ingrid Biesheuvel en de uitgave is prachtig geïllustreerd door Fred Marschall. Dit is het andere boek waarvoor ik afgelopen zaterdag reclame heb gemaakt bij mijn collega's. Prachtig verhaal dat mij helemaal niet bekend was. Voor wie alvast de middelnederlandse tekst wil gaan lezen: die is online beschikbaar. Maar als je het jezelf niet al te moeilijk wilt maken, lees dan de hertaling van Ingrid Biesheuvel. 
Verder ben ik nog steeds aan het lezen in het degelijke boek van Piet Hagen, Koloniale oorlogen in Indonesië.  Het heeft mijn beeld van de koloniale tijd behoorlijk bijgesteld en dat zal ik mettertijd wel nader uitleggen.  Het is een dik boek, ruim duizend pagina's, en ik lees het in kleine stukjes. Ik ben nog niet op de helft (op pagina 450 ongeveer), dus het gaat nog even duren. 

En ik kreeg deze week Lachen door een waas van tranen van Aaltje Hendriks binnen. Het is geen beste titel, maar daar heb ik me niet door laten afschrikken. Het gaat over een meisje dat opgroeit in de Gereformeerde Gemeenten in Nederland en ze woont tegenwoordig in het dorp waarin ik ben opgegroeid. Ik heb nog niet veel in het boek gelezen. Mijn eerste indruk is dat het veel losse scènes zijn, maar die zijn prettig te lezen. 

Er liggen natuurlijk altijd nog boeken leesklaar. Ik gok dat de De grote schoonmaak van Rob van Essen en De wonderen  van Jeroen Olyslaegers de grootste kans maken om daarna gelezen te worden. Of, snel een keer tussendoor Overgave op commando van Nadia de Vries. 

Hopelijk kan ik mijn schrijfachterstand een beetje wegwerken en dat moet eigenlijk ook wel. Mei is meestal een drukke maand in verband met de examencorrectie, dus het zou mooi zijn als ik voor die tijd bij ben. 

Dit is het menu, de maaltijd moet nog opgediend worden. Morgen schrijf ik de eerste recensie van deze week. Je kunt de komende tijd volgen of ik me aan mijn eigen planning hou. En blijf intussen lekker doorlezen. 

vrijdag 20 maart 2026

Afgestoft: Boeken voor de katholieke jeugd

Intussen lig ik weer aardig op schema wat betreft het posten van nieuwe bijdragen. Ik heb bij het schrijven nog wel een achterstand op mijn lezen, maar dat komt wel goed. Deze week is overigens wel druk, want ik loop in de avonden rond met de collectebus. Aangezien er in onze wijk weinig collectanten zijn, neem ik dertien straten voor mijn rekening en daar ben ik wel drie avonden aan kwijt. 

Voor vandaag een stukje dat eerder verschenen is in Liter nr. 65, jaargang 15 (2012). In die tijd plaatste ik wat ik in een krant of een tijdschrift publiceerde niet op mijn weblog. Het blijkt dat ik indertijd toch een stukje  online gezet heb en dat komt voor een deel (het lange citaat) overeen met wat ik in Liter schreef. Maar dat is allemaal alweer lang geleden, dus ik vind dat ik met een gerust hart het Literstukje hier kan plaatsen. Dat was, zoals je kunt zien, een niet zo lange bespreking. 

In de loop der jaren heb ik geregeld oude jeugdboeken gekocht en die heb ik nog lang niet allemaal gelezen. Mijn voornemen is om dat wel te gaan doen. Om mijn herinnering te controleren, als het boeken betreft die ik al in mijn jeugd las, maar vooral om te kijken wat voor wereldbeeld erin naar voren komt. Onder het label Zwart en wit heb ik verschillende boeken besproken die met inclusie en exclusie te maken hebben, waaronder ook een stel oudere kinderboeken. Over dit soort boeken wil ik in ieder geval nog gaan schrijven. 



Boeken voor de katholieke jeugd


Als kind las ik alles wat ik te pakken kreeg, althans zo herinner ik het mij. De boeken uit de kast van mijn ouders (Goof Bonk, Hotse Hiddes); de Sjors van mijn vriendje Joekie Bil, die eigenlijk anders heette; de pockets uit de boekenrekjes van nicht Aantje en neef Teunis (auteurs als A.G. Eggebeen, P. de Zeeuw JGzn). En af en toe kwam er een man aan de deur met een zwarte hoed op, een zwarte jas aan en een grote koffer bij zich. Daarin zaten boeken en dan mochten alle kinderen uit ons gezin een boek uitzoeken. Zo kwam ik aan Luyt Lievensz, de liedjeszanger van H. te Merwe en Het hol op de hei van G. van Essen. Op verjaardagen kreeg ik deeltjes van De Kameleon, Pietje Bell en later ook wel van Arendsoog.

Ha, Arendsoog! En zijn betrouwbare vriend Witte Veder en zijn paard Lightfeet, waarover in elk deel werd verteld dat hij zo hard liep als hij nog nooit gelopen had. Jaren later vertelde iemand mij dat en ik vond het verhaal te mooi om te controleren. Natuurlijk hield ik van een held als Bob Stanhope, zoals Arendsoog in werkelijkheid heette. Ik was immers even moedig en even slim, alleen had ik geen paard en er waren geen boeven in de buurt met wie ik moest afrekenen.

Arendsoog was een cowboy, zoals Old Shatterhand, die ik uit Sjors kende en Buffalo Bill, over wie ik een reeks pockets kocht bij Warenhuis Houpst, dat gerund werd door een stel bejaarde zussen, die je altijd van alles wilden aansmeren. ‘We hebben nog heel goedkope agenda's, van vorig jaar. Je hoeft alleen maar de datum door te strepen.’ Als wraak heb ik ze eens een kwartier laten zoeken naar plastic geheugensteuntjes. Buffalo Bill was net zo heldhaftig als Arendsoog, maar ik vond de boekjes grappiger, wat waarschijnlijk kwam door het personage Scot Oliver.

Buffalo Bill was niet christelijk, net zo min als de karakters uit Sjors, Pietje Bell of De kameleon. Er werd bijvoorbeeld niet in gebeden. In Arendsoog ook niet.

Dacht ik.

Maar nu heb ik een boek in huis dat Boeken voor de katholieke jeugd heet en het omslag staat vol Arendsogen. Hè? Is Arendsoog Rooms? Nooit wat van gemerkt.

Het eerste boek dat ik van Arendsoog kocht, was deel 38, Arendsoog en de Duncandollars. Het boek blijkt uit 1969 te zijn. Zou ik het voor mijn tiende verjaardag hebben gekregen? P. Nowee schreef het, maar er waren ook deeltjes waarop J. Nowee stond. Ook die vroege delen las ik, later. Ik geloof niet dat ik toen verschil merkte.

Toch moeten die delen anders geweest zijn. Dat schrijft in ieder geval Karen Ghonem-Woets in haar boek. Arendsoog verraadde in de eerste delen nog wel de katholieke geest van vader Nowee; zo deed de cowboy geregeld een beroep op de Voorzienigheid. Dat is mij ontgaan. Maar misschien was ik al aan zoveel godsdienst in jeugdboeken gewend, dat een schietgebedje mij helemaal niet opviel.

In Boeken voor de katholieke jeugd beschrijft Karen Ghonem-Woets de geschiedenis van de katholieke uitgeverijen Zwijssen en Malmberg, die zich zowel op de markt van de schoolboeken als van de leesboeken begaven. Ze doet dat degelijk en redelijk prettig leesbaar.

In het begin (van de oprichting in de negentiende eeuw tot ongeveer 1945) zijn de uitgeverijen katholiek, zowel wat de lesmethoden als de jeugdboeken betreft. Onder de auteurs bevinden zich ook geestelijken.

Frater Sigebertus Rombouts formuleerde in 1925 richtlijnen waaraan een goed katholiek boek zou moeten voldoen. Het godsdienstige stond natuurlijk voorop. Verder: 

2. Te veroordelen is ieder boek met een heidense, anti- of onroomse sfeer. Dus ook het neutrale boek. 
3. Boeken moeten worden afgekeurd als: a. Een of andere hartstocht, b.v. haat, afgunst, gierigheid, eerzucht er sterk in spreekt en later niet door goede leiding of flinkheid van eigen karakter wordt overwonnen. b. Als ze verruwend werken door het milieu, door platte of onbehoorlijke woorden en uitdrukkingen. Onder deze categorie vallen schrijvers als Kievit (Dik Trom) en Van Abcoude (Pietje Bell, Kruimeltje). Het gezag van ouders, opvoeders en politie mag nooit bespottelijk worden gemaakt. c. Als ze meer of minder duidelijk enige “voorlichting” geven, of dingen aanroeren waarmee een kind niets te maken heeft. d. Als de illustraties in zedelijk opzicht niet deugen. Plaatjes die de sexuele verbeelding prikkelen, maar ook illustraties met daarop personen die niet volgens de kerkelijke richtlijnen gekleed zijn. 
4. Het verhaal moet geen tastbare onmogelijkheden of doldwaze dingen bevatten.

Een uitgebreid citaat, maar ik vond het zo fraai dat ik niet kon laten het over te tikken.

In de loop van de decennia worden de boeken van Malmberg en Zwijsen steeds minder katholiek. Al toen ik op de lagere school zat, die toch goed Hervormd was, kregen wij op school de Taptoe en de Okki (Onze Kleine Katholieke Illustratie). Blijkbaar was in de jaren zestig van de vorige eeuw het katholieke al niet meer te herkennen.

Bob Stanhope, alias Arendsoog, was rond die tijd ook al van zijn geloof gevallen en toen hij nog wel van het houtje was, viel het mij niet op. Karen Ghonem-Woets behandelt Arendsoog uitvoerig, evenals Puk en Muk. Dat doet ze goed, maar eigenlijk had ik voor ik begon te lezen gehoopt op een ander boek. Een boek waarin iemand mij vertelt hoe zijn moeder de prentenboeken uit de serie Voor Roomsche kleuters voorlas; of hoe hij de missieverhalen las, stiekem in bed, want hij moest eigenlijk al slapen; of hoe hij las over Damiaan en zelf ook wel melaats wilde worden als dat nodig was om mensen te helpen. Misschien moet iemand als Ton van Reen zo'n boek schrijven. Dat zal ik dan met plezier lezen. Nu loop ik eerst maar eens naar de zolder om te kijken in welke doos Buffalo Bill en Arendsoog opgeborgen zitten. Ik ruik de kruitlucht al.

Karen Ghonem-Woets, Boeken voor de katholieke jeugd. Verzuiling en ontzuiling in de geschiedenis van Zwijsen en Malmberg. Walburg Pers, Zutphen 2011, 256 blz., €39,50.

donderdag 19 maart 2026

Mijn eerste boeken (Herinneringen)

Weer een stukje uit een dagboek. Ik heb wel zin om er achteraf van alles in te veranderen, maar dat heb ik niet gedaan. Eigenlijk had ik op dit onderwerp in het dagboek veel uitgebreider in moeten gaan. Helemaal aan het eind van deze bijdrage geef ik nog enkele aanvullingen. 

Die aantekeningen in mijn dagboek zijn nogal ongericht, soms gaan ze alle kanten uit. Ik plaats hier maar een stukje van wat ik noteerde op 20 mei 2023. Daarom houdt dit gedeelte ook zo plotseling op. 

Voor degenen die het gemist hebben: in mijn dagboeken richt ik mij steeds tot een nog niet geboren kleinkind. In dit deel noem ik 'je moeder'. Dat is mijn oudste dochter. 



Ik geloof (maar ik heb het niet teruggelezen) dat ik een keer geschreven had dat ik het over lezen zou hebben. Mijn moeder heeft mij lezen geleerd voordat ik naar school ging. Je ging indertijd naar school als je zes jaar oud was. Dan kwam je in de eerste klas. Nu is dat groep 3. Daarvoor kon je nog twee jaar naar de kleuterschool, maar daar zagen mijn ouders het nut niet van in. Ik denk dat ze het ook te druk hadden om mij elke keer te brengen.

Het boekje, Leer lezen in een wip (deel 2) heb ik lang gehad, maar het was in een niet te beste staat en ik heb later een beter exemplaar gekocht. Dat was zo’n beetje mijn leerboek. Vanaf die tijd heb ik zoveel mogelijk gelezen. Dat werd ook erg gestimuleerd.

Mijn moeder zong veel voor en met mij en vertelde verhalen. Uit de Bijbel, maar ook alle sprookjes. En ze had altijd gedichtjes, die ze bij gelegenheid op kon zeggen. Die talige omgeving heeft mij zeker geholpen. Mijn moeder kon trouwens ook erg goed tekenen. Voor mijn gevoel kon ze tekenen wat ze wilde. Ik heb nog ergens een oud schriftje van haar liggen, met prachtige tekeningen.

Op school hadden we het vak lezen en dan lazen we uit de boekjes van Jaap en Gerdientje. Die waren toen eigenlijk al een beetje ouderwets, maar ik hield erg van die verhalen. Ik denk dat ik de meeste deeltjes een keer heb aangeschaft. Ik heb ook een voorleesboek met korte verhalen over die twee (of is dat een verhalenbundel van W.G. van de Hulst?) en daaruit wilde Thomas altijd voorgelezen worden als hij logeerde bij mijn ouders in Dodewaard.

Mijn ouders hadden wel wat kinder- en jeugdboeken, maar niet zoveel. De boeken van mijn vader waren voor een deel verloren gegaan in de oorlog. Maar gelukkig had ik een oudere nicht en neef (Aantje en Teunis) en die hadden veel leesstof. Al die boeken heb ik geleend en gelezen. Later leende ik ook wel boeken van andere neven en nichten. Ik weet nog wie welke boeken had. Joop, die jonger is dan ik, had bijvoorbeeld de serie Bakkertje deeg en ook Pinkeltje.

Af en toe kwam er een boekhandelaar met verantwoorde boeken langs de deur, met een grote koffer. Dan mocht ik altijd wel een boek uitzoeken en ik kreeg ook wel boeken op mijn verjaardag. Wat de series betreft: ik las de boeken van de Kameleon, van Arendsoog en vooral die van Buffalo Bill. Ik had ook wat deeltjes van Biggles (een piloot in de Eerste Wereldoorlog), maar ik weet niet hoe ik eraan kwam. Ze waren niet nieuw, maar er was geen tweedehandsboekenzaak in Herveld.

Daar was ook geen bibliotheek en ook geen boekhandel. Op school was er wel in elk lokaal een bibliotheekje, maar ik weet niet of we die boeken mee naar huis mochten nemen. Als je eerder klaar was met je werk, mocht je wel gaan lezen. Ik herinner me nog dat er nieuwe boeken aangeschaft werden toen ik in de vijfde klas (nu groep zeven) zat. Die waren niet met het bruine, gestreepte papier gekaft, zoals de andere boeken, maar die hadden kleurige voorkanten. Prachtig vond ik het. Ik was waarschijnlijk gewoon blij dat er nieuwe boeken waren.

Er waren in mijn jeugd veel boeken over de Tachtigjarige Oorlog, waarin elke katholiek een schurk en elke protestant een held was. Ik overdrijf, dat weet ik wel, maar het was wel de teneur. Ik las ook boeken over de Tweede Oorlog en over de Boerenoorlog. Ook die zullen behoorlijk ongenuanceerd zijn geweest, vrees ik.

Toen ik naar de mavo ging, kon ik naar hartenlust lezen, want daar was een goede bibliotheek. Later, toen ik op die school ging werken, in 1980, zou ik die zelf gaan beheren. Met veel plezier. De eerste week van de vakantie zat ik vaak nog boeken te repareren.

Wat heb ik daar geleend? Zo’n beetje alles van Toon Kortooms: humoristische boeken met titels als Help, de dokter verzuipt! Beekman en Beekman en Mijn kinderen eten turf. Verder veel boeken van W. Schippers, Tragedie in Toulouse van J. Overduin en het mooist vond ik De adelaar van het negende van Rosemary Sutcliff. Een boek over de Romeinen in Engeland.

En ik kwam in contact met de literatuur! Onze docent, Ewout Kouwenhoven, behandelde de literatuur uit de Middeleeuwen en dat vond ik geweldige verhalen. Wat ik op mijn lijst zette, was niet zo heel veel soeps, denk ik. Bartje van Anne de Vries, Mensen zonder geld van Jan Mens, De zwarte ruiter van Simon Vestdijk (dat is wel een goed boek, al weet ik er niet veel meer van) en verder weet ik het eigenlijk niet meer. Maar het vuur was wel aangestoken.

Na de mavo ging ik naar Gouda. Ik werd lid van de bibliotheek en las alles wat los en vast zat, ook buitenlandse literatuur. Ik heb werk van Dostojevski, Tolstoj, De Maupassant, Stendhal, Edgar Allen Poe, de zusjes Brontë en nog veel meer gelezen. Er was ook een groot boek van Margriet (het vrouwenblad) met heel veel verhalen uit de wereldliteratuur. Allemaal gelezen, van A tot Z.

Ik leende ook gedichten en ik las veel, ook over literatuur, en eigenlijk ben ik dat altijd blijven doen. De hoeveelheid literatuur die ik toen tot me nam, is zo groot, dat ik niet goed weet, hoe ik die moet beschrijven.

Wat ik nog vergat: mijn vader had de verzamelde gedichten van Jacob Cats aangeschaft en die las hij ook wel voor. Die heb ik ook met veel plezier gelezen.

Verder heb ik steeds veel tweedehands boeken gekocht. Er waren toen nog antiquariaten die om de zoveel maanden een catalogus rondstuurden en daar kon je boeken van bestellen. Toen ik op de P.A. (Pedagogische Academie) in Gouda zat, had ik les van L.J.M. Hage, die altijd een koffer met boeken bij zich had. Die verkocht hij voor een prikkie aan studenten. Daar heb ik veel van aangeschaft. Jarenlang heb ik hem nog bezocht om boeken bij hem te halen. Je moeder heeft nog gespeeld met zijn kleindochter, die ook op de Peuterbrink zat.

Lezen is, ook vandaag nog, de snelste manier om informatie tot je te nemen. Ik kijk bijna geen tv, omdat het veel tijd kost en weinig oplevert. Nog steeds heb ik de gretigheid om veel te willen weten. Ik luister ook wel naar podcasts over wetenschap. Dan gaat het bijvoorbeeld over de ontwikkeling dat wij in de toekomst koolzaad zullen kunnen eten. Dat kan al, maar het is niet lekker. Maar ze hebben ontdekt hoe ze de bitterheid kunnen voorkomen en de eiwitten in koolzaad zijn hoogwaardig. Ze zijn te vergelijken met die in soja. Dat soort dingen vind ik interessant.

Tegenwoordig hoef je niet meer te zoeken naar leesvoer, want dat is er overal. En bij mij op zolder heb ik sowieso kinderboeken. Het is wel goed als je daar ooit mee begint. Wie meer leest, weet meer. En als je meer weet, besef je ook dat je heel veel dingen niet weet en dat maakt weer bescheiden. Alles wat je weet, geeft je een kader voor de nieuwe informatie die je opdoet, of voor wat je hoort of ziet in de actualiteit.

Aanvullingen

Ik had hier nog de boeken kunnen noemen die we bij het kerstfeest kregen, samen met een sinaasappel, verpakt in een vloeipapiertje. In klas 1 kreeg ik Tippeltje van W.G. van de Hulst jr. en in de tweede Hertevoet en Zilveroog. 

Van de jeugdboeken die mijn vader bezat, herinner ik mij Goof Bonk, Het jonge boerenknechtje en iets over een jonge bakker, van wie ik nog weet dat hij Herman heette. Mijn moeder had een trilogie (geloof ik) over Simon Gieke en het boek Geus met God. Verder herinner ik mij titels als De Franse koopmanszoon, Keteltje in de Lorzie en de bundel Zoutkorreltjes. Natuurlijk alles onder voorbehoud. Het kan zomaar zijn dat mijn geheugen mij bedriegt. 

Over de boekverkoper die met zijn koffer vol boeken langs de deur ging, schreef ik hier al eerder. Over oude jeugdboeken die ik pas op latere leeftijd las, heb ik ook wel geschreven, maar dat is al weer een tijdje geleden. Zo schreef ik over enkele boeken van Johanna Breevoort.

Aan mr. Hage heb ik veel te danken. Van hem kocht ik bijvoorbeeld de verzamelde gedichten van P.A. de Génestet, Daniël Sils van J.J. Cremer, verschillende boeken van Justus van Maurik, de brieven van Multatuli en het verzameld werk van Bilderdijk. Voor de schrijvers uit de negentiende eeuw heb ik altijd belangstelling gehouden en van tijd tot tijd lees ik nog boeken uit die tijd, bijvoorbeeld Waarheid en droomen van Jonathan (J.P. Hasebroek). 

woensdag 18 maart 2026

De laatste schaker (Max Pam)

Er zijn verschillende literaire werken waarin het schaken centraal staat. De bekendste zijn Schachnovelle van Stefan Zweig en De verdediging van Nabokov. Gerrit Krol schreef Een schaaknovelle (2002) en onlangs besprak ik Schijnoffers van Daan Heerma van Voss. Aan dat rijtje kan nu een roman toegevoegd worden: De laatste schaker van Max Pam

Plaats van handeling is een cruiseschip waarop de grootmeester Viktor Sanders de mensen moet vermaken met het schaakspel. Zo geeft hij simultaanseances en verzorgt hij een schaakrubriek in het krantje dat verspreid wordt onder de passagiers. 

Sanders heeft deze klus ooit overgenomen van de schaker Merlijn Domar in wie gemakkelijk de schaker Hein Donner is te herkennen. Pam heeft wel wat met de tijd moeten schuiven. Er hangt ergens een poster van de Netflixserie The Queen's Gambit en die kwam online toen Donner al lang overleden was. Het is verder vreemd dat er nog ergens een demonstratiebord met magnetische stukken staat. Je zou denken dat dat bord al lang door een scherm vervangen zou zijn. 

Half verhuld

De naam Domar lijkt wel een beetje op Donner en Pam doet zoiets vaker om een schaker half verhuld op te voeren. Zo heet Genna(di) Sosonko in het boek Gennadi Bobonko. Sanders vindt overigens The Queen's gambit een slechte serie. Hij herkent in de hoofdpersoon stukjes van schakers die in het echt bestaan hebben en verder klopt er weinig van, vindt hij. 

Schakers uit de werkelijkheid tot voorbeeld nemen voor zijn personages doet Pam ook. Aan boord is bijvoorbeeld ook de wonderlijke schaker Lunamann, die door Sanders verdacht wordt van fraude. Die heeft wel wat trekken van Hans Niemann en Sanders ontmoet ook nog de schaker Bashir Karajan, die in de verte doet denken Yasser Seirawan. Dat Sanders aangesproken wordt omdat hij een simultaan gaf in spijkerbroek doet denken aan wat er gebeurde met Magnus Carlsen die, ondanks een waarschuwing, in spijkerbroek aan het bord verscheen. 

Sanders moet zich schikken naar de regels aan boord. Zo moet hij in elke simultaan een partij verliezen, zodat de winnaar of winnares een prijs kan krijgen. Het is ook niet de bedoeling dat hij zijn partijen zo snel mogelijk wint. Schaken moet amusement zijn en de deelnemers moeten er wel lol aan beleven. 

Het schaken aan boord is een slap aftreksel van het schaken waar Sanders voor staat. Dat leeft nog een beetje voort in Merlijn Domar, wiens leven bijna voorbij is. Hij is een levensgenieter, een hartstochtelijk roker en drinker, waarbij schaken een onderdeel van zijn leven was. Donners dochter, Marian, komt ook nog voor in het boek. Zij schreef het Zelfverwoestingsboek, dat bij Pam The Beauty of Self-Destruction heet. 

Hoogtepunt van het schaken aan boord zal een partij zijn tussen Sanders en Lunamann. Bashir helpt Sanders aan een variant die hij zelf nooit heeft kunnen gebruiken en die Sanders in de partij daadwerkelijk kan inzetten. Hoe dat precies afloopt en hoe Lunamann reageert, verklap ik niet. 

Dood van Domar

De laatste schaker eindigt met de dood van Merlijn Domar. Je zou kunnen zeggen dat met hem er een manier van schaken, die ook een manier van leven was, gestorven is. Sanders heeft ook zo'n leven van grote gebaren nagestreefd, maar hij is terechtgekomen in het schaken aan boord van een cruiseschip, waarbij hij om den brode heel veel concessies moet doen. De laatste ontmoeting van Sanders en Domar is een mooi gedeelte in het boek. 

Ongetwijfeld is De laatste schaker een weemoedig boek. Aan de ene kant is het ook een boek van een ouder iemand die vindt dat vroeger alles beter was, maar het is ook een heel aardig verhaal en vooral ook een pleidooi voor een leven waarin je juist geen concessies doet en zo dicht mogelijk bij je idealen blijft. 

Pam zal met deze roman niet de shortlist of zelfs maar de longlist met gegadigden voor een literaire prijs halen, maar het is wel een heel aardig boek, dat vlot leest en dat ook nog ergens over gaat. 

dinsdag 17 maart 2026

Piaggio / Cantate Domino (Hendrik Groen / Cocky Minderhoud)

De Boekenweek is alweer bijna een week oud en er is al veel lelijks gezegd over het Boekenweekgeschenk. Eigenlijk is er elk jaar wel kritiek en dat snap ik ook wel. Een novelle van Ilja Leonard Pfeijffer is toch anders dan een van zijn dikke romans. Bovendien zal een schrijver er wellicht ook wel rekening mee houden dat het Boekenweekgeschenk gelezen zal worden door mensen die anders nooit literatuur lezen. 

Vorig jaar greep de CPNB terug op een oud concept: dat van een wedstrijd. Dat idee vond ik nog wel aardig, al zet je wel veel schrijvers aan het werk die niet weten of hun inzending ooit gepubliceerd zal worden. Het was in ieder geval beter dan het gezinsproject van de Chabotten in het jaar ervoor. Het is wel duidelijk dat de CPNB zoekende is. Blijkbaar moet er iets veranderen, maar het is nog niet duidelijk hoe. 

De trend is wel dezelfde als die bij fietsen voor oudere mensen: graag een verlaagde instap. Daarom ook heet het Boekenweekessay ook geen essay meer. Of is dat intussen weer teruggedraaid? Dit jaar is het Boekenweekgeschenk Piaggio, geschreven door Hendrik Groen. 

Jaren tachtig

De vorige grote verandering was in de jaren tachtig. Daarvoor was het een beetje een rommeltje geweest, in 1981 was er gedoe door De vierde man van Gerard Reve, dat niet geschikt werd geacht vanwege controversiële passages en toen moest Henri Knap op het laatste moment iets schrijven. Of misschien had hij het al liggen en hoefde hij het alleen in te leveren. De details herinner ik me niet. 

Ik vond het indertijd niet eens zo'n beroerd boek, maar er was veel kritiek. In 1982 was er een verhaal van Marten Toonder en het jaar erop was er het mislukte geschenk dat Wim Kan schreef en toen was het blijkbaar genoeg. Vanaf dan zou een literaire auteur het Boekenweekgeschenk schrijven. Hoe er gereageerd werd op De ortolaan van Maarten 't Hart weet ik niet meer zeker, maar over Somberman's actie van Remco Campert uit 1985 was men meer dan tevreden. 

Daarna was elk jaar het geschenk een novelle die door een erkende literaire auteur geschreven was. De eerste tien na Campert: Marga Minco, Tessa de Loo, J.M.A. Biesheuvel, Hugo Claus, F. Springer, Cees Nooteboom, A.F.Th. van der Heijden, Willem Frederik Hermans, Hella Haasse (voor de derde keer) en Leon de Winter. Allemaal onverdachte schrijvers, die al bewezen hadden dat ze wat konden. Wel weer veel meer mannen dan vrouwen. 

Treurig niveau

In 2001 was het boek van Salman Rushdie een vreemde eend in de bijt en naar mijn mening ging het pas weer mis in 2018 bij het Boekenweekgeschenk dat Griet Op de Beeck, dat ik me herinner als van een treurig niveau. En nu is er dus Piaggio van Hendrik Groen. Dat blijkt het pseudoniem te zijn van Peter de Smet, dezelfde naam dus als van de beroemde tekenaar van de strip De generaal

Van Groen heb ik alleen het eerste boek gelezen. Het begin vond ik grappig, maar verderop raakte ik indertijd de interesse kwijt. Dat er ook een schrijnende kant zat aan het verhaal wist de schrijver niet bij me over te brengen. Daarna heb ik nooit meer iets van hem gelezen. Nu ik Piaggio gelezen heb, is me weer eens duidelijk geworden waarom. 

Het begin van het boek wordt afwisselend verteld door Anton en door Marieke. Anton heeft de droom om met een Piaggio van Italië naar Nederland te rijden en Marieke, die hij net pas kent, gaat met hem mee. Verderop rommelt Groen wat meer met het perspectief en soms is er ineens een alwetende verteller: 'Als ze hadden omgekeken, zouden ze hebben gezien dat de oude baas meewarig zijn hoofd schudde'. 

Er zijn natuurlijk wat probleempjes onderweg en Anton en Marieke groeien steeds meer naar elkaar toe en uiteindelijk loopt alles goed af. Ik vind het allemaal niet zo boeiend; het boekje is duidelijk niet voor mij bedoeld. Hopelijk zijn er veel mensen die er wel van kunnen genieten.

Anton wordt op zijn nek gezeten door zijn vader, die vindt dat Anton snel een nieuwe baan moet zoeken en Marieke voelt druk van haar dochter. Dat is wel een link met het christelijke Actieboek, Cantate Domino. Dat is geschreven door Cocky Minderhoud, van wie ik nog niet eerder wat gelezen heb. Het Actieboek is mede uitgegeven door uitgeverij De Banier, waaruit ik maar geconcludeerd heb dat er geen literaire pretenties zijn. 

Hoofdpersoon in Cantate Domino is Joppa, een 78-jarige vrouw. Haar man is vijf jaar daarvoor overleden. Ze houdt van zingen en het koor, dat ze mede opgericht heeft en dat Cantate Domino heet, bereidt een jubileumconcert voor. 

Op het parkeerterrein bij het repetitielokaal wordt haar auto aangereden door een ander koorlid en dat zorgt voor bezorgdheid bij haar drie zoons. Ze vragen zich af of Joppa nog wel door moet gaan met autorijden en ook maar meteen of ze nog wel zelfstandig kan wonen. Het geeft een vervelende stemming tussen moeder en kinderen. Na de avond van de uitvoering, waar Joppa onverwacht een solo heeft, wordt alles uitgesproken en raakt de lucht opgeklaard. 

Ook in Cantate Domino is er op literair gebied niet zo veel te beleven, doordat er zo veel wordt uitgelegd. We krijgen wel heel veel gedachten van Joppa te lezen, zodat we precies snappen wat er aan de hand is. De lezer hoeft zelf niets meer te doen. 

Maar dit Actieboek gaat wel wat dieper dan Piaggio. De inhoud van de koorstukken die Joppa zingt, is betekenisvol voor haar en die helpt haar ook. Aan het eind van de novelle zijn de teksten (met vertaling) opgenomen en wie naar de muziek wil luisteren, kan de QR-codes scannen. 

Cantate Domino heeft zeker, net als Piaggio, iets zoets, maar het heeft ook zeker wat ontroerends, terwijl het boekje van Groen geen enkel beroep doet je op je gevoel. 

Waar het heen zal gaan met Boekenweekgeschenk is nog maar helemaal de vraag. Misschien helpt het dat Eveline Aendekerk terugtreedt als directeur, maar ik durf nergens op te hopen. 

Eerdere bijdragen over de Boekenweek (inclusief de christelijke Actieboeken) vind je hier. En je vindt ook links onder de bespreking van De krater van Gerwin van der Werf en onder die van De schilder en de prinses van Frans Willem Verbaas.