dinsdag 3 maart 2026

Herinneringen

Voor wie het niet wist: ik ben een opa, van vier kleinkinderen. Twee van mijn oudste dochter, twee van mijn jongste dochter. Mijn zoon heeft geen kinderen. Tijdens de vier zwangerschappen heb ik een dagboek bijgehouden, waarin ik het kind dat op komst is met 'jij' aanspreek. Ik vertel het ongeboren kleinkind in wat voor wereld het terechtkomt, wat ik de afgelopen dagen gedaan heb en ik haal ook wat herinneringen op aan mijn jeugd. Van die herinneringen zal ik hier stukjes publiceren. 

Het is misschien wel goed om vooraf wat context te bieden. Ik ben geboren in een klein dorp in de Betuwe, in Herveld, in 1959, aan de Merkenhorststraat. Een herinnering aan dat huis heb ik hier al eens gedeeld. Daar staat ook de advertentie waarin het huis (en mijn vader) ooit voorkwamen. Hierboven staat een foto van dat huis en ik sta in de deuropening. De foto is genomen in 1966, het jaar dat ik zeven jaar oud werd. Over de boomgaard bij het huis heb ik hier geschreven. 

In 1969 zijn we verhuisd, omdat de A50 over ons huis heen aangelegd zou worden. We kwamen toen een paar straten verderop te wonen, op de hoek van de Schoolstraat en de Dijkstraat. Het eerste huis duid ik altijd aan met 'het oude huis'. 

Ik ben de oudste uit een gezin van drie kinderen. Mijn zus Lientje (later Carolien) en mijn broer Marinus zijn respectievelijk twee en vijf jaar jonger. Er zullen wel meer namen voorbijkomen, die niet meteen duidelijk zijn. Zo nodig geef ik nog wat uitleg en soms is het niet noodzakelijk dat je precies weet wie het is. 

De stukjes voor de dagboeken schreef ik vaak snel tussendoor, zonder dat ik van tevoren een plan had. Ik ging gewoon zitten en begon te tikken en dat is aan die stukjes wel te zien. Ze zijn losjes van structuur en soms misschien ook wel te losjes. Dat vond ik toen niet zo erg. Aan de stukken die ik eruit haal, verander ik verder nagenoeg niets. Ik hoop dat ze samen een beeld geven van een jeugd in een klein dorpje in een tijd die geheel anders was dan de huidige. 

In 'het oude huis' hadden wij bijvoorbeeld niet alleen geen telefoon, maar ook geen waterleiding en dus ook geen douche of doortrek-wc. Dat we op zaterdag in de teil gewassen werden, heb ik hier al eens geschreven. We hadden ook geen tv, maar wel een radio. Mijn vader was fruitteler, maar hij had ook koeien en varkens. En een hok kippen. Van het geld dat de eieren opbrachten, deed mijn moeder het huishouden. 

Ik moet nog heel wat grasduinen in de vier dagboeken en het zal ook nu niet een mooi gestructureerd geheel worden. In de eerste twee zijn ook wel verhalen verwerkt van voor mijn geboorte, herinneringen van mijn moeder bijvoorbeeld. Ook die kan ik hier misschien kwijt. Je merkt het wel. Ik merk het wel. 

Bij elke post zal ik een korte inleiding schrijven, zodat je een beetje weet welk stukje je kunt verwachten. 

Mocht je alvast wat willen lezen aan herinneringen: ik heb een serie bijdragen geschreven over mensen die vroeger bij ons aan de deur kwamen. Die vind je hier.

maandag 2 maart 2026

Moon 3: Prototype (Stephan Louwes / Johan Vandevelde)



De twee makers van de serie Moon werken gestaag door en intussen is er het derde deel: Prototype. Het verhaal speelt in de toekomst, in 2323, als een deel van Europa onder water staat. Onderaan neem ik de links op naar de besprekingen van de eerste twee delen, voor degenen die de voorgeschiedenis helder willen krijgen. 

Rik en Lynn Moon zijn TCA-agenten. Dat hebben ze lang geheim kunnen houden voor hun kinderen, de drieling Alex, Emily en Cleo, maar die zijn zelf op onderzoek uit gegaan. Nu worden ze opgeleid tot Junior Agents en ze gaan eigenzinnig op met hun opleidingsprogramma. 

De ouders zijn weer op missie. In de vorige twee delen gebeurde dat ook, in het verleden: tijdens de kruistochten en voor de uitbarsting van de Vesuvius. Nu hebben ze een opdracht in het heden: ze moeten het prototype van een tijdmachine ontmantelen, maar de operatie verloopt niet zo vlotjes. Er zijn nog meer partijen die belangstelling voor de machine hebben en die schuwen het geweld niet. 

Verval

Moon is een interessante serie. De scenarist Johan Vandevelde roept een interessante wereld op. Aan de ene kant is het een wereld in verval: je hebt het idee dat er wijken zijn waar mensen duidelijk aan zichzelf zijn overgeleverd en zich maar staande moeten zien te houden. Er zijn zelfs robots die het moeilijk hebben en bedelen om werk (met een QR-code). 

Aan de andere kant is die wereld technologisch hoog ontwikkeld waarin er zaken mogelijk zijn die nu (nog) niet kunnen. Zo is de robotisering sterk doorgegaan en kan er gereisd worden in de tijd. 

Zo'n wereld met een ontwikkelde kant en een kant die achterblijft, heeft zich al vaker bewezen. In de albums over het koninkrijk Trigië waren er straalvliegtuigen en straalpistolen (als dat het goede woord is) en tegelijkertijd waren er militairen die nog met het zwaard vochten en op paarden reden. Ook bij Moon zorgen die twee kanten ervoor dat de wereld intrigeert. 

Met de drie kinderen leef je gemakkelijk mee, omdat je je met hen kunt identificeren. Natuurlijk, het zijn kinderen van hun tijd, maar ze hebben dezelfde menselijke trekjes als wij. Ze vullen elkaar mooi aan. Elk kind heeft zijn of haar kwaliteiten, maar vooral met zijn drieën vormen ze een sterk team. 

Het verhaal blijft boeiend, hoewel het verteltempo vrij laag is. Er zijn behoorlijk wat bladzijden nodig voor vrij weinig gebeurtenissen. Dat betekent ook dat je redelijk snel klaar bent, als je het verhaal wilt samenvatten. Maar dat was in de vorige albums ook al zo en dat stond een prettige leeservaring niet in de weg. En tegen het einde van het verhaal in dit derde deel is er wel behoorlijk wat spanning. 

Tekeningen

De tekeningen van Stephan Louwes zijn in zwartwit, ze zijn dus niet ingekleurd. Ik heb de kleur niet gemist en misschien krijgt het tekenwerk zo wel extra aandacht. Over het algemeen zijn de tekeningen goed: ze ondersteunen het verhaal, geven uitstekend de setting weer en de personages acteren op een natuurlijke manier. Bij heftige emoties neigen gezichten soms naar het karikaturale en dat is mijns inziens niet nodig. 

Door de spanning aan het eind van het album wil je wel weten hoe het verhaal verder gaat in het volgende deel. We zullen nog eventjes moeten wachten. 


Reeks: Moon
Deel 3: Prototype
Scenario: Johan Vandevelde
Tekeningen: Stephan Louwes
Uitgever: MENLU
2026, 72 blz. € 11,99


donderdag 26 februari 2026

Op stapel


Zoals ik al schreef in mijn bijdrage De Omloop Het Hoofd loopt mijn hoofd soms om, heb ik soms het idee dat ik geen overzicht meer heb en vind ik het lastig om daarmee om te gaan. 

Nu ook het slapen minder gaat (ik heb eigenlijk wel zes uur slaap per nacht nodig, maar daar kom ik niet meer aan), ga ik de komende weken een paar dingen wat rustiger aan doen. Van tijd tot tijd zal ik wellicht een oude recensie afstoffen, want dat kost me weinig moeite, en als ik me goed voel zal ik best nog zo nu en dan een recensie schrijven, maar ik heb ook tijd nodig om mijn hoofd weer een beetje leeg te krijgen en dan helpt wandelen of zo wellicht beter dan lezen en schrijven. 

Hier wil ik je wel geregeld op de hoogte houden en ik wil je ook graag vertellen wat er nog in het vat zit. Soms loopt mijn lezen ver voor op mijn schrijven en dan heb ik een hele stapel boeken ter bespreking klaarliggen. Dat is nu niet het geval. Misschien heb je gemerkt dat ik de laatste tijd tussendoor wat dunnere boekjes besproken heb. Ik sta mij tegenwoordig ook toe om enkele avonden niet te lezen. 

Strips

Bij de strips heb ik het derde deel van Moon uit. Ik besprak de eerste twee delen hier en hier. Verder heb ik nog een album uit van Het dagboek van Cérise. Eerder schreef ik over deel 1 en 2 en deel 3 en 4. Het deel dat ik nu uit heb, heet Het dagboek van Cérise en Valentijn. De liefhebbers van de strips over Cérise zullen blij zijn met dit deel. 

Verder ben ik al een hele tijd aan het lezen in Asterix - De vrolijke wetenschap. Dat boek bestaat al een tijdje, maar onlangs is de vijfde druk uitgekomen. Jaap Toorenaar heeft alle albums van Asterix doorgeploegd en wijst op grappigheden, gaat in op de herkomst van de namen en noemt de personen van wie een karikatuur in de strip voorkomt. Dat is geen boek om achter elkaar uit te lezen. Meestal lees ik op een avond de stukjes over twee albums, maar daar zijn er intussen ook al veertig van. 

Literatuur

Qua literatuur kun je een bespreking verwachten van Meisjes van krijt van Lara Taveirne. Het is een omwerking van haar boek De meisjes van Calais. En ik ben net begonnen in een jeugdboek: Dagen van de bluegrassliefde van Edward van de Vendel. 

Van Hans Werkman lees ik Boekjes bij de thee en dat is ideaal. Het zijn korte stukjes over literatuur en die stukjes zijn op maat gesneden voor wat ik op dit moment goed aankan. Lekkere leesstof. Hij noemt in een van die stukjes Fré Dommisse, die ik helemaal niet kende, maar haar boek Krankzinnigen lijkt me zeker interessant. Het is in 2022 herdrukt, wat ik niet gemerkt heb, en er is ook net een biografie van haar uit. 

Non-fictie

Verder lees ik van tijd tot tijd nog steeds in het boek over koloniale oorlogen in Indonesië van Piet Hagen, maar dat ligt deze week stil en ik ben nog niet op de helft. Net ben ik begonnen aan Oude teksten voor jonge lezers van Joke Brasser. Een heel interessant boek over literatuuronderwijs in de onderbouw aan de hand van oude teksten, maar mijn hoofd wil er nog niet zo goed aan, dus misschien moet ik ook dat een tijdje laten liggen. 

En er ligt nog een heel dik boek in de huiskamer op tafel: 1001 vrouwen in de 20ste eeuw. Dat is geweldig. Een boek vol korte biografieën. Ik heb er pas een stuk of vijf van gelezen, maar die nodigen al uit tot verder lezen. Waarom wist ik niks van Catharina van Rees? En het stukje over Ine Kusumoto deed me herinneren dat ik iets gelezen gelezen had over haar en haar vader Philipp Franz von Siebold. Daar heeft Annejet van der Zijl over geschreven. Waarschijnlijk las ik daar een recensie van, maar het boek zelf niet. 

Het zal misschien nog wel meer dan een jaar duren voor ik het hele boek gelezen heb, maar ik wil het alvast aanbevelen. Het telt meer dan 1600 bladzijden en kost maar € 12,50. 

Oudere literatuur

Verder wil ik ook zeker de oudere literatuur niet vergeten. Ik heb nog heel wat liggen dat ik zeker wil gaan lezen, van Simon Vestdijk tot Top Naeff, van Antoon Coolen tot Marnix Gijsen en van Arthur van Schendel tot Vincent Mahieu. Uit kringlopen grijp ik geregeld een stapel boeken mee. 

Met mijn humeur gaat het redelijk, maar mijn hoofd is moe. Daar moet ik het maar mee doen, het is niet anders. 

Intussen lukt het me wel om vooruit te kijken naar wat ik ga doen na deze baan. Er is een plan dat ik al lang heb, maar waar ik nog niet veel mee gedaan heb en dat wil ik dan wel gaan oppakken. Het gaat om een reeks brandstichtingen in de Betuwe (Herveld en omstreken). Daarvoor zijn tien mensen vervolgd en negen ervan zijn veroordeeld. Daar wil ik wel eens in gaan duiken. 

Onlangs heb ik contact gelegd met de plaatselijke historische kring. Ik ga ervan uit dat nog enkele van de daders leven en in ieder geval zijn er nog veel mensen die hier wat over weten. Ben jij zo iemand, laat het me dan weten. Ik ben geïnteresseerd. 

dinsdag 24 februari 2026

Afgestoft: Nineve (Rick de Gier)

Soms blijven boeken je nog lang bij en herinner je je allerlei details, soms blijft er niet veel meer over dan een sfeer of een vage herinnering aan wat je van het boek indertijd vond. Dat laatste overkomt me bij Nineve van Rick de Gier. Veel verder dan 'heel aardig boek' kwam ik eigenlijk niet. Maar toen ik de recensie las die ik indertijd schreef in Liter nr. 62 (jaargang 14, 2011), kwam weer het een en ander bij me boven. 

Het werk van De Gier ben ik helemaal uit het oog verloren. Op Wikipedia lees ik dat hij nog twee boeken gepubliceerd heeft: de verhalenbundel Verdwaald in Ponoka (2013) en Vliegtuigsporen boven Houten - notities uit 2025. Ze zijn me geheel ontgaan.  


Jona in de popmuziek

Meestal is een boek alleen maar om te lezen. De beelden, de geluiden en de geuren die in een roman voorkomen, moet de lezer zelf oproepen.

Rick de Gier helpt de lezer een eind op weg in zijn debuutroman Nineve. De hoofdpersoon in het boek, Daan, gaat na een filmpje dat zijn zus op YouTube zet, de muziek in. Die muziek is ook bijgeleverd, in de vorm van de cd Outtakes from the Revival Songbook van Ponoka, de band waarvan Rick de Gier de frontman is. Bij elk hoofdstuk hoort een song.

De filmpjes waarnaar in het boek verwezen wordt, kunnen ook bekeken worden. Ze staan op YouTube. Zo blijft de werkelijkheid van het boek niet alleen binnen de kaft en binnen het hoofd van de lezer, maar annexeert ze ook andere gebieden.

Aan het begin van elk deel van de roman staat een beeldpagina, die eruit ziet als een stuk van een vergrote bladzijde uit een stripboek. De plaatjes verwijzen naar passages uit het volgende deel.

Dat alles maakt voor mij Nineve al tot een leuk boek. Bovendien leest het boek lekker en neemt het verhaal je gemakkelijk mee.

Over het algemeen schrijft Rick de Gier in een behoorlijke stijl. Zeker wanneer hij achteraf vertelt wat er gebeurd is. Zo gauw je als lezer echter bij de gebeurtenissen aanwezig bent en meemaakt wat er op dat moment gebeurt, komen er geregeld clichés en truttigheden in zijn stijl. Dan stokt iemands adem, dan is iemand zich ergens pijnlijk van bewust, dan is er lonkend vrouwenvlees en dan giert opwinding door het lijf.

Ook valt het tempo dan soms weg. Misschien wel doordat De Gier de neiging heeft om te veel uit te leggen. Het is bijvoorbeeld leuk om boven een kast met christelijke films ‘Holywood’ te zetten, maar ik voel me als lezer beledigd als de schrijver me de woordspeling uit de doeken doet.

De Giers roman heet Nineve en verwijst daarmee naar Jona, de profeet die met zijn dwarse kop tegen Gods bevel inging en daarna hardhandig herinnerd moest worden aan zijn opdracht. Daan is ook zo'n dwarskop: hij verlaat het veilige evangelische wereldje, waarin hij niet meer kan ademen en vertrekt naar Utrecht. Niet om, zoals Jona in Nineve, het oordeel aan te zeggen, al zit er misschien toch wel onbewust een beetje gepreek in het introduceren van christelijke films in een videotheek en in het gebruiken van de Opwekkingsbundel als grondstof voor popsongs.

Het afstand nemen van een christelijk nest is al eerder tot romanthematiek gekozen, maar omdat het hier niet gaat om het orthodox calvinisme, deed De Gier me niet denken aan bijvoorbeeld Maarten 't Hart. Eerder aan Paulo van Vliet, die afscheid nam van de Jehovah's Getuigen. Maar De Gier is veel milder dan Van Vliet en zijn karakters zijn geloofwaardiger.

Daan heeft nooit helemaal gepast in zijn evangelische omgeving: 
Ik had me nooit erg op mijn gemak gevoeld bij de uitbundigheid waarmee de lofprijzing gepaard ging, de gesloten ogen en uitgestrekte handen, het gekreun en geprevel en gesnik.
Hij ontvluchtte die wereld toen die hem zijn vriendin Esther afpakte. Later komt hij haar weer tegen, met haar man, die dan werkzaam is bij ‘Hemel tv’.

Daan zal nog verder de wereld in moeten. Hij wordt bekend als popmusicus en gaat op tournee met zijn band. Uiteindelijk verliest hij ook zijn bandleden en blijft helemaal alleen over.

Nou ja, niet helemaal alleen. In de proloog en de epiloog is hij samen met Jezus, met wie hij in een ‘bloedrode’ Cadillac rondtoert. Het lied bij het op een na laatste hoofdstuk vertelde het al: ‘There's still a few I love / And there's a lot I'm tired of / Wish you'd offer some perspective from above’.

Dat perspectief wordt hem uiteindelijk ook geboden. Jezus neemt hem mee naar een berg. 
Hij gebaart bezield om zich heen, naar de bergen, de cipressen, de glinsterende baai, de eindeloze kluwen staal, glas, hout en beton die zich van het water uitstrekt tot aan de horizon om al het krioelende leven daar beneden een schijn van orde en veiligheid te bieden.
Het uitzicht is niet de hemel, maar de aarde. Daar moet het gebeuren. En Daan zal moeten beslissen wat hij op deze aarde wil.

Nineve is een roman waar best het een en ander op aan te merken is, maar het is een fris debuut van een schrijver die niet bang is om een hoge gooi te doen. Ik ben benieuwd naar wat dat nog meer gaat opleveren.

maandag 23 februari 2026

Concert voor de Führer (Ton van Reen)

Vaak heb ik het idee dat ik schrijvers recht moet doen, door hun werk te lezen en daarover te schrijven. Dat is natuurlijk onzin. Ik kan lezen wat ik wil en ik mag daarvan genieten. Maar er zijn schrijvers die ijverig een heel groot oeuvre bij elkaar geschreven hebben en ik vind dan dat ik daarvoor iets terug mag doen door er wat van te lezen. Misschien wel is het mijn bij voorbaat verloren strijd tegen de vergeefsheid van alles. 

Ton van Reen is zo'n schrijver van een omvangrijk oeuvre. Ik las Het winterjaar (1985) en vond het indertijd een prachtig boek. Aan de ene kant gaat het over het jaar waarin de vader van de verteller sterft en aan de andere kant zijn het jeugdherinneringen waarin de vader een belangrijke rol speelt. Als ik het mij goed herinner heb ik het boek ooit nog besproken voor een leesclub in Rotterdam, maar helemaal zeker ben ik er niet van. 

Daarna las ik de verhalenbundel In het donkere zuiden (1988) en daarvan was ik net zoveel onder de indruk. Het is een verhalenbundel, over een jongen die opgroeit in Limburg, in een zeer katholieke omgeving. 

Daarna las ik nog Roomse meisjes (1990), een roman die zich ook in katholieke omgeving afspeelt. Leest prettig, maar ik was er minder van onder de indruk dan van Het winterjaar en In het donkere zuiden. Verder las nog de novelle Thuiskomst (1988), een aardig verhaal, over de oorlog. En daarbij liet ik het zo ongeveer. 

Jeugdboek

Ik las nog wel De bende van de bokkerijders, een jeugdboek. Nu ik het nakijk, zie ik dat er verschillende delen van zijn en dat het eerste, Ontsnapt aan de galg, verscheen in 1986. Ik moet hier wel wat slagen om de arm houden, want mijn geheugen geeft me geen zekerheid, maar ik vermoed dat ik het boek pas later heb gelezen. Kan het zijn dat het boek samen met de volgende delen (Vurige ruiters uit 1988, De gesel van het zwarte woud uit 1992 en Het loon van de duivel uit 1994) ooit in een enkele band verschenen is? Heb ik dat dan gelezen? Of las ik alleen het eerste deel? Ik weet het niet meer. Ik vond het in ieder geval een aardig boek. 

Van Reen is door de jaren heen door blijven schrijven, maar ik las die boeken niet. Toen ik onlangs aan het rommelen was in mijn kamer met te lezen boeken, kwam ik een novelle van Van Reen tegen en toen kreeg ik toch zin om er meteen aan te beginnen. Het is Concert voor de Führer, door de schrijver een 'kleine roman' genoemd. Het verscheen oorspronkelijk in 2005 bij uitgeverij De Geus, maar ik las de derde druk, uit 2014, die uitkwam bij Leon van Dorp-Uitgeverij. Op de cover staat onderaan een rode band, met daarin de letters Operatie Market Garden. Mogelijk betreft het een reeks waarin er verschillende boeken over de Tweede Wereldoorlog zijn herdrukt. 

Het verhaal van Concert voor de Führer is gebaseerd op een ware gebeurtenis in het kleine dorp Velp bij Grave. De Duitse soldaat Hermann wordt op verkenning gestuurd. Hij kent de streek. Zijn moeder is Nederlandse en zijn grootouders woonden in deze omgeving. De geallieerden zetten de Operatie Market Garden in en Hermann raakt afgesneden van de rest van de groep. Hij kan alleen maar proberen zijn leven te redden en dat doet hij door het dorp in te trekken. Hij komt in een kerk en gaat daar een uur lang orgel spelen. 

Concert

Van de oorlog moet Hermann niet veel hebben. Zijn vader en broer zijn omgekomen en zijn vriend Manfred is geëxecuteerd. Manfred was een muzikaal wonderkind. Hij was zo goed dat hij mogelijk voor hooggeplaatste Duitsers zou gaan spelen. Als Hermann op het orgel van de kerk speelt, moet hij denken aan Manfred. 

Hij probeerde zich in te leven in de geest van zijn dode vriend, diens bezieling in zijn spel te leggen, om het concert te spelen dat Manfred voor de Führer had willen geven. Zo'n overweldigend concert dat hij er de Führer mee zou kunnen overhalen de oorlog te beëindigen. Hij was het aan Manfred verplicht. 

Manfred heeft het concert nooit kunnen geven en hij heeft daarmee dus ook de oorlog niet kunnen beëindigen. Je zou kunnen zeggen dat Hermann de taak heeft overgenomen, maar er is niemand om naar hem te luisteren. Het dorp is hem vertrouwd, maar hij heeft ook het idee dat het dorp zich tegen hem keert, al is er niemand op straat te zien. 

Concert voor de Führer leest prettig, maar ik vond de eerste helft van het boek niet zo bijzonder. Hermann is een personage waarmee je je gemakkelijk kunt identificeren. Hij is duidelijk geen nazi, moet niets van de oorlog hebben en is ook nog half Nederlands. Je hebt het idee dat hij deugt en dat het zo duidelijk een deugend persoon was, ging me tegenstaan. 

Bovendien vond ik niet alles even geloofwaardig. Hermann is in levensgevaar, maar hij gaat wel een uur lang orgel spelen. Zou het? Hij dringt een huis binnen, maar hij zorgt er wel voor dat hij alles netjes achterlaat. Te braaf, te onwaarschijnlijk. 

Verbeelding

Maar toen moest het beste van het boek nog komen. Hermann heeft bij het omkomen van zijn vriend een andere rol gespeeld dan ik voorzien had en als hij in het dorp geconfronteerd wordt met een geallieerde soldaat, laat Van Reen zich helemaal gaan. Ik zal niet verklappen hoe dat allemaal in zijn werk gaat, maar het hoofd van Hermann gaat op hol en de verbeelding neemt het over. Dat zijn prachtige en spannende passages, waarin Concert voor de Führer ver uitstijgt boven het niveau van het eerste deel. 

Toen ik halverwege was vond ik deze novelle maar heel gewoontjes, maar uiteindelijk ben ik blij dat ik het boekje gelezen heb. Het slot rechtvaardigt al het voorgaande. 

De uitgever heeft voor mij niets bekends en de reeks ken ik ook al niet. Mogelijk is deze uitgave voor jongeren bedoeld. Achter in het boek worden allerlei termen en namen uitgelegd, van nazi tot Mozart en van IJzeren Kruis tot Hitlerjugend. Het kan zomaar zijn dat dit boek een opdracht is geweest en dat Van Reen vastzat aan de feiten en daarom niet helemaal zijn gang kon gaan. Het is mooi dat hij aan het eind kans heeft gezien om de feitelijke gebeurtenissen te ontstijgen. 

Als ik het goed heb, ligt op een van de stapels nog het boek Brandende mannen (1997) van Ton van Reen. Het kan wel even duren voor ik daaraan toekom, maar misschien moet ik daar toch eens in gaan neuzen. 

zaterdag 21 februari 2026

Rufus (Frenk Meeuwsen)

De eerste graphic novel van Frenk MeeuwsenZen zonder meester, besprak ik in 2017. Ik had vooraf de nodige scepsis, maar ik liet me toch inpalmen door het boek. Daarna maakte Meeuwsen Jaar nul (2020), waarin hij vertelt hoe zijn alter ego Frenkel op latere leeftijd vader wordt van zoon Rufus. Dat boek is me ontgaan. Mogelijk is het interessant om het eens te lezen naast Late vader van Thomas Rosenboom. 

De beeldroman die begin van deze maand verscheen heet Rufus en uit die titel blijkt al dat dit boek aansluit bij het vorige. Het gaat overigens niet alleen over Rufus; Frenkel speelt weer een prominente rol. 

Frenkel maakt zich zorgen om zijn hart. Toen hij een stel jongens achternazat die hun afval (pizzadozen) niet opruimden, moest hij duidelijk bijkomen. Samen met Rufus, zijn zoontje van vierenhalf, kijkt hij naar de film Pinokkio met de dreigende walvis. Doordat zijn vader naast hem zit, is het veilig voor Rufus, maar er zwemt een walvis in het leven van Frenkel, een voortdurende dreiging. 

Rufus is nogal bezig met de dood: wie komt er in hun huis wonen als zij uitgestorven zijn? Hij heeft ook fantasieën over het zijn van een superheld. Als hij in de tuin speelt, knijpt hij de watertoevoer af door op de tuinslang te gaan staan. Frenkel is bang voor zijn eigen vernauwde aderen, die als een tuinslang dichtgedrukt zouden kunnen worden. 

De dood op de motorfiets

Uiteindelijk krijgt Frenkel een hartaanval, waarbij hij opgehaald wordt door de engel des doods, op een motorfiets. Dat doet sterk denken aan het verhaal De dood op de motorfiets van Johan Daisne. De hoofdpersoon ontkomt daarin aan de dood, wat ook met Frenkel zal gebeuren. 

Frenkel wordt bij Jezus gebracht, die traditiegetrouw over water kan lopen. Dat blijkt Frenkel ook te kunnen, totdat hij zich bewust wordt van waarop hij loopt en dan zinkt hij. Hetzelfde komt voor in een Bijbelverhaal, waarbij niet alleen Jezus over het water loopt, maar ook Petrus. Als zijn geloof begint te wankelen, zinkt hij. 

Onderwaterwereld

Hij komt in een onderwaterwereld terecht. Je kunt dat zien als een tussenwereld. Tussen leven en dood, maar ook tussen bewustzijn en niet-bewustzijn. De octopus met zijn zuignappen is ook de arts met zijn stethoscoop of met de plakkertjes die hij aanbrengt op de borst van Frenkel. 

In de onderwaterwereld ontmoet Frenkel iemand anders, een medepatiënt, maar hij is zich niet helemaal bewust van wat er gebeurt. Rufus heeft talent voor tekenen. Hij tekent wat er gebeurt. Maar hij is ook de superheld die zijn vader wil redden. Uiteindelijk redt Frenkel het, mogelijk mede door de gedachte aan zijn zoon die hem de sterke wil geeft om verder te leven. 

Rufus is een prachtige strip, waarbij Meeuwsen de mogelijkheden van het medium uitbuit. In een strip kun je immers beelden geven aan die dingen waarvoor de woorden eigenlijk tekortschieten. De onderwaterwereld is een mooie metafoor voor de tussenwereld waarin Frenkel zich bevindt. Op de slottekening vliegt een reiger hoog in de lucht. Die reiger is er ook in de begintekening, als hij boven de stad vliegt. Maar aan het slot is er alleen maar lucht, wolken (en in de verte een vliegtuig). Je proeft de ruimte die er voor Frenkel gekomen is. 

Compositie

Het boek zit goed in elkaar. De metafoor van de onderwaterwereld wordt voorbereid door de film van Pinokkio en de dreiging van de dood zit niet alleen al in de vragen die Rufus stelt, maar ook door het incident met een fietser met oortjes in, die Frenkel nog net kan behoeden voor een ongeluk. De vrouw van Frenkel geeft doeken een verfbad, waarbij ze een donkere en een lichte helft krijgen, zoals Frenkel zich ook op het grensgebied van licht en donker bevindt. 

Frenk Meeuwsen heeft een soepele manier van vertellen, waarbij je gemakkelijk van de ene scène in de andere glijdt. Er zit ook souplesse in zijn tekenstijl. Verhoudingen kloppen, personen bewegen zich natuurlijk. De inkleuring ondersteunt de lichtheid of de donkerte van de gebeurtenissen. Ik noteer Rufus alvast voor mijn eindejaarslijstje. 

Titel: Rufus
Tekst en tekeningen: Frenk Meeuwsen
Uitgever: Sherpa
2026, 136 blz. € 24,95 (softcover)


donderdag 19 februari 2026

Afgestoft: Weerribben (Koos Geerds)

Deze week reageerde iemand op mijn afgestofte recensie van de bundel Staphorst van Koos Geerds. Toen schoot me te binnen dat ik nog ergens een recensie heb liggen van Weerribben (2003), de bundel die hij erna schreef. Ik besprak die in Liter nr. 27, jaargang 6 (2003).

Daarbij realiseerde ik me ook dat ik al lang niets van Geerds gelezen heb. Op de Wikipediapagina die aan hem gewijd is, las ik dat zijn laatste publicatie uit 2014 is, meer dan tien jaar geleden. Zou hij nog schrijven? Of is het lastig om een uitgever te vinden? Eigenlijk wil ik gewoon een nieuwe bundel van hem. 

Geerds heeft bundels die een thema behandelen (Insekten, Staphorst) en bundels met van alles wat. Vooral die thematische bundel vind ik krachtig, maar in de andere bundels zit ook altijd veel goeds, naast gedichten die wat minder aan mij besteed zijn. Maar soms moeten gedichten gewoon in een bundel, zodat een dichter weer verder kan met een volgend project. 


De reactie van een lezer, die een dierbare herinnering had aan Staphorst, deed me weer eens een bundel van Geerds uit de kast halen en daar heb ik toch weer met genoegen in zitten lezen. Hopelijk komt er nog meer. 



Het woord blijft steken in de strot


De nieuwe bundel van Koos Geerds opent en sluit met een gedicht dat dezelfde titel draagt als de bundel: Weerribben. Het openingsgedicht heeft wel iets weg van een informatiebord dat bij de ingang van een natuurgebied staat: ‘Welkom van voor- tot naseizoen [...] dwaal rustig van het pad [...] maar wees met sluitingstijd terug. Doe dan het hek weer dicht.’

De dichter, de beheerder van het taalreservaat, nodigt ons natuurlijk tegelijkertijd uit de bundel binnen te gaan. Zoals je het natuurgebied binnenwandelt ‘langs rietkraag, trekgat, wetering, / om rag en rat, roerdomp en ree’, zul je misschien de bundel lezen ‘om stilte die beweging is / om wat is losgeraakt van wat je zocht, / om wat zich aan de dag onttrekt.’ Blijkbaar gaat het Geerds niet om de dingen die bij de eerste aanblik al duidelijk zijn, het gaat hem om wat daarachter ligt.

Tot mijn schande moet ik bekennen dat ik nooit de Weerribben heb betreden, maar ik kan mij voorstellen dat je hier een vennetje en daar een bosje ziet, hier wat watervogels, daar een aantal runderen. Zo bevat ook de bundel van Geerds hier wat diergedichten, daar een soort toegift op Staphorst, nu eens een rondeel, dan weer een rijmloos gedicht, gedichten die ongelijksoortig zijn van vorm en eerlijk gezegd ook van kwaliteit.

Bladerend door de bundel merk ik dat ik meer hou van de thematische bundels van Geerds. Waarschijnlijk vallen zwakkere gedichten in die bundels ook minder op, doordat ze een meerwaarde krijgen door hun context. Hier moeten ze het veelal alleen doen en dat valt niet altijd mee.

Meteen na het openingsgedicht plaatste Geerds het gedicht ‘Geboorte’:


Geboorte

De fluwelen herfstdeuren gaan open

en een kreet, een oerstem, een lied
breekt uit zijn vliezen en zoekt blindelings toevlucht

en een geur van ontluikende asters wiekt als een schaduw,
een troostende dauw naar hem toe

en jouw wimpers, trillende voelsprieten,
worden de woorden niet moe

Ernaast staat het ‘Bij dit gedicht’ afgedrukt, een soortgelijk gedicht, dat het verband legt tussen het ontstaan van een gedicht en een geboorte, een metafoor die nogal afgesleten is. In ‘Geboorte’ maken de ‘fluwelen herfstdeuren’, de ‘troostende dauw’ en de ‘wimpers’ het ook allemaal net wat te week, vind ik.

De cyclus ‘Rouveen’ had zo in Staphorst opgenomen kunnen worden. De gedichten zijn geschreven op dezelfde vertellende toon (evenals enkele titelloze gedichten in Weerribben). Nog steeds vind ik het prettige gedichten, maar tegelijkertijd is de verrassing er een beetje af.

De andere series zijn misschien ‘pennenproben’. Wie weet maakt Geerds ooit nog eens een bundel over dieren of over het Oude Testament of over Corsica.
Geerds is natuurlijk een bekwaam dichter en je merkt dat het hem altijd wel lukt om technisch goede gedichten te maken. Maar ik zou zo graag gedichten van hem lezen die fonkelen, die me rechtop doen zitten, die mij naar zich toe zuigen en die gedichten ben ik in de bundel (te) weinig tegengekomen. Het gedicht waar ik het vaakst naar terugbladerde was ‘Het meisje van Yde’, dat Geerds schreef naar aanleiding van haar reconstructie in het Drents Museum in Assen.

Meisje van Yde

Je ogen keken te indringend,
je haren hingen te los,
je tong was te scherp.

Gelukkig liep je wat mank:
wijst de godheid niet zelf
de getekende aan?

Opgelucht trok de priester de strop aan
en duwde het mes in je keel.

Geen angst verraadt je blik,
je haren waaien vrij,
het verlossende woord
hoeft maar gesproken,

maar het blijft steken
in mijn strot.

De derde strofe bevat de langste regels; het steekt uit als een mes. Onaangedaan wordt er verteld hoe de priester het meisje doodt. Zijn opluchting en de beheersing waarmee hij het mes in haar keel duwt (niet steekt of stoot) maken het beeld alleen maar gruwelijker. (Ik wilde eigenlijk ‘indringender’ schrijven, maar was bang dat het zou klinken als een flauwiteit).

De weekheid die ik bij ‘Geboorte’ meende op te merken (en nog bij enkele gedichten) is hier afwezig.

De vierde strofe scharniert tussen het verleden en het heden. Blijkbaar heeft het meisje de dood zonder angst in de ogen gezien, maar dat is nu pas te zien bij de reconstructie. De dichter staat oog in oog en weet: ‘het verlossende woord / hoeft maar gesproken.’

Waarvan zou het meisje verlost moeten worden? Van haar schuld? Van haar dood? Wie anders heeft het woord dan de dichter?
‘maar het blijft steken
in mijn strot.’
Hier wel de woorden ‘steken’ en ‘strot’, hier wel het geweld. Alsof de dichter de steek voelt. Misschien identificeert hij zich met het meisje, maar ongetwijfeld steekt hem ook de taal. Het lijkt alsof Geerds bij voorbaat zegt dat zijn gedicht mislukt is: hij kan het verlossende woord niet spreken. En door dat te zeggen, voltooit hij het gedicht, waarin het meisje van Yde de lezer aankijkt met een blik zonder angst, waarin haar haren vrij waaien en waarin ze meer levend is dan ze eeuwen lang geweest is.

Bij het slotgedicht zijn we weer bij de Weerribben:

Weerribben

Leegte beproeft deze plek,

een hek schuurt de wind om zijn as,
maakt besluiteloosheid zichtbaar
als een pen die een hand duwt en trekt

en de stilte vervult met gekras.

In het openingsgedicht gaf de taalbeheerder ons nog de opdracht om na het voltooien van de wandeling het hek dicht te doen, maar op de laatste bladzij blijkt het nog open te staan, zoals je ook gedichten nog niet uit hebt wanneer je ze gelezen hebt. Ze blijven nog tijden op een kier staan en soms zelfs wijdopen.

Nog nooit heb ik ‘besluiteloosheid’ zo'n mooi woord gevonden als in dit gedicht. Aanvankelijk las ik het alleen als het onvermogen om een besluit te nemen, maar het is duidelijk dat het gedicht dat tot besluit bedoeld was, de bundel niet af kan sluiten. De poëzie gaat door en is soms sterker dan de maker. In de vierde regel is het dan ook niet duidelijk of de pen nu de hand leidt of andersom.

Aan het eind van de bundel is er geen stilte, maar de het gekras van de pen die nog doorschrijft. Wat er geschreven wordt, doet er blijkbaar niet in de eerste plaats toe, dát er geschreven wordt is al voldoende. Het vult immers niet alleen de stilte, maar is ook de vervulling ervan. Stiekem wijst Geerds al naar zijn volgende bundel.