donderdag 29 oktober 2020

De engelen van Elisabeth (Els Florijn)


In een boek van Els Florijn heb ik eigenlijk altijd wel zin, al vind ik niet al haar boeken even goed. Op Rode papaver had ik bijvoorbeeld best wat aan te merken. Maar het Actieboek uit 2018, Zeeglas, was heel behoorlijk en in ieder geval een stuk beter dan het Boekenweekgeschenk van dat jaar. 

Onlangs verscheen De engelen van Elisabeth. Het past netjes in het oeuvre van Florijn, een historisch onderwerp, gebaseerd op iets wat daadwerkelijk heeft plaatsgevonden en verteld in twee tijdlagen: een heden en een verleden, en de hoofdpersoon is een vrouw.

In dit geval heeft Florijn zich wel gebaseerd op toestanden uit het verleden, de hoofdpersoon, Elisabeth de Lange, is een fictief personage. 

Met de hoofdpersonen van Florijn is vaak wat: in Rode papaver spreekt de hoofdpersoon niet, in Zeeglas heeft ze smetvrees en in deze roman meent ze af en toe een engel te zien. Je zou kunnen zeggen dat op die manier de hoofdpersoon bijzonder wordt, afwijkend van de anderen. Maar in de meeste gevallen kan die bijzonderheid ook gemist worden en voegt dat element te weinig aan het verhaal toe. 

Dode dochtertjes

In dit boek ligt het wat gecompliceerder. Aan het begin van het boek wordt Elisabeth, die dan 23 jaar oud is, opgepakt. Ze heeft dan al vier kinderen gebaard. De twee jongens leven, maar de meisjes zijn kort na hun geboorte gestorven. De verdenking is dat Elisabeth de hand heeft gehad in hun dood. 

De engelen uit de titel verwijst natuurlijk ook naar de dode kinderen, de engeltjes in het hiernamaals. Maar de verschijning van de gestalte, die een engel wordt genoemd, is wel zwaar aangezet en die heeft ook onmiddellijk gevolg. Wat dat gevolg precies is, is niet helemaal duidelijk. Elisabeth omschrijft het als 'dat donkere gat dat pulserend en levend in mijn binnenste huist'. Dat gat voelt ze bij haar middenrif. 

Florijn spreekt vaker over licht en duisternis in overdrachtelijke zin. Je zou het zwarte gat kunnen zien als een depressie, of als een gemis. Misschien lijdt ze aan waandenkbeelden en meent ze dingen te zien die er niet zijn. Helemaal helder is het niet, en dat geeft ook eigenlijk niet. 

De overeenkomst tussen de bijzonderheid van de hoofdpersonen lijkt me dat het psychische zich uit in het lichamelijke. Heel vaak wordt wat er gebeurt in het hoofd beschreven aan de hand van gewaarwordingen van het lichaam. De beelden daarvoor lijken vrij intuïtief gekozen.  

Inrichting

Elisabeth komt terecht in een inrichting. Het leven daar is bepaald geen pretje en dat wordt uitgebreid beschreven. Daarvoor baseerde Florijn zich op historische bronnen, die overigens niet alleen betrekking hebben op de Nederlandse situatie. De scènes doen denken aan Linda, een boek uit eind jaren zeventig, schat ik. Daarin vertelt een meisje over haar leven in inrichtingen voor jongeren. Boudewijn Büch beschreef in Het dolhuis ook een inrichting vanbinnenuit. 

Maar Florijn gaat veel verder terug in de tijd: eind negentiende eeuw. In de ene verhaallijn lezen we hoe Elisabeth zich staande probeert te houden in de inrichting. In de andere verhaallijn wordt verteld over haar jeugd: een leven in armoede, in een sousterrain, met een vader die niet wil deugen en veel geld verbrast. Moeder en dochter (Elisabeth) maken er het beste van door handwerken: borduren en kantklossen. Later zal Elisabeth daardoor terechtkomen op de naaikamer van het tehuis. 

Het tehuis is christelijk, gezien de bijbeltekst die aan de muur hangt. Het is wel vreemd dat Elisabeth feilloos ziet welke bijbeltekst het is, hoewel ze eerst beweert dat ze niet kan lezen en wat later dat ze nauwelijks kan lezen. 

Toegankelijk verhaal

De engelen van Elisabeth is een toegankelijk verhaal. De lezer zit vanaf het begin met een vraag: heeft Elisabeth daadwerkelijk haar kinderen gedood? Je hoopt dat die vraag aan het einde van het boek beantwoord wordt en dat stuwt je door het verhaal. Of dat antwoord komt, laat ik, omwille van de plot, in het midden. 

Verder neemt Florijn je met gemak mee in de wereld van Elisabeth, die hoopt haar leven te kunnen sturen, maar die daartoe nauwelijks bij machte is. In het begin omdat ze nog maar een kind is en later omdat ze vrouw is en daarom al weinig invloed heeft. En dan is ook haar maatschappelijke positie nog zwak. 

Maar er zit wel kracht in haar en een sterke wil. Ze is bijvoorbeeld vastbesloten om haar zoontje nog een keer te zien en ze wil niet afwachten of dat ook gebeurt, maar zelf actie ondernemen. 

Een stem geven aan vrouwen

Het lijkt erop dat Florijn met dit boek vrouwen die niets te zeggen hadden, een stem heeft willen geven. Zowel tegenover haar vader als tegenover haar man als tegenover het tehuis heeft Elisabeth weinig in te brengen. De manier waarop haar man met haar naar bed gaat, zou nu gezien worden als verkachting binnen het huwelijk. 

In de volgende scène wordt haar vader beschreven:

Ik kon voelen dat hij zich steeds verder over me heen boog, zijn schaduw slokte me op en hij nam bezit van me, kroop in mij, nestelde zich onder mijn huid - overal was hij, hij stroomde door mij heen als smerig water door een goot. Ik wilde hem niet aankijken, want dan zou hij via mijn ogen nog verder naar binnen kunnen, zich nestelen in het gat bij mijn maag en van daaruit zijn grijze grijparmen in mijn lijf vastzetten.

Vader wil Elisabeth dwingen hem iets te vertellen, maar zonder die context zou de beschrijving ook kunnen slaan op het gewelddadige van een verkrachting. Ook in dit geval beschrijft Florijn het mentale op een fysieke manier. De hoofdpersoon dreigt zichzelf te verliezen en verzet zich daartegen met alles wat in haar is. 

Drama

Soms zet Florijn de scènes wel zwaar aan, met veel drama. Dat benadrukt natuurlijk het heftige van die situaties, maar er zit ook een geur van effectbejag aan. Juist een iets soberder beschrijving had waarschijnlijk nog meer effect gesorteerd. 

Boek na boek ontwikkelt de schrijfster zich.  De zintuiglijkheid van de beschrijvingen lijkt me scherper dan in de vorige boeken. Stilistisch laat ze zich net iets meer laat gaan dan in de vorige boeken. Dat pakt niet altijd goed uit, maar veel gaat ook wel goed. De personages zijn geloofwaardiger dan in bijvoorbeeld Rode papaver. Sommige bijfiguren, zoals enkele oppasseressen in het tehuis zijn meer een type dan een karakter en Elisabeth idealiseert haar Jantje wel heel erg, maar dat is ook haar enige houvast. De hoofdpersoon lijkt een groot deel van het boek te deugen, maar ze heeft duidelijk ook duistere kantjes.

Stiekem denk ik dat Els Florijn een veel wildere schrijfster is dan ze nu laat merken en dat ze in elk boek aan het verkennen is wat ze durft. Ik ben benieuwd wat dat nog gaat opleveren. 

Els Florijn, De engelen van Elisabeth. Uitg. Mozaïek, 256 blz. € 21,99

woensdag 28 oktober 2020

Podcast: Ervaring voor beginners, Mysterieus België


Ervaring voor beginners

Een gesprek tussen twee mensen - dat is een vorm die aan heel wat podcasts ten grondslag ligt. Enkele voorbeelden: De Grote Harry Bannink PodcastMet Groenteman in de kastCredoDe mens achter de lachDrie boekenDe Rotonde. Ook Ervaring voor beginners, een podcast van Theo Maassen, is niet meer (maar zeker ook niet minder) dan dat. 

Maassen gaat in zijn podcast in gesprek met 'makers', die in dit geval te maken hebben met theater en tv, maar mogelijk gaat hij ook andere gebieden verkennen. Tot nu zijn er zes afleveringen verschenen. 

Aan het begin van elke aflevering zet Maassen een eierwekker, wat doet denken aan de podcast Rauw van Ruud de Wild. Alleen loopt daar de wekker na half uur af en bij Maassen na een uur. 

Gesprek

Het mooie van Ervaring voor beginners is dat het een echt gesprek is en geen interview. Het begint altijd wel als een interview, maar Maassen vraagt niet alleen, hij reflecteert ook op wat er verteld wordt, onderzoekt hoe dat eigenlijk bij hem zit en voor je het weet zitten er twee mensen samen hardop na te denken. 

Een uur is lang, voor de meeste podcasts, maar bij deze podcast werd ik elke keer verrast door het aflopen van de wekker en dan wilde ik dat het nog doorging, doorging. 

De gasten zijn interessant: naar Jeroen van Merwijk, Laura van Dolron, Paulien Cornelisse of Adelheid Roosen wil ik altijd wel luisteren. Van Ruut Weissmann wist ik wat minder, maar ook zijn bijdrage was zeer verhelderend. Van de eerste aflevering is mij wat minder bijgebleven, maar dat zal wel aan mij liggen. 

De luisterervaring deed mij denken aan sommige afleveringen van de Fokcast als Fokke van der Meulen er met zijn gast probeert achter te komen wanneer iets werkt in stand-up comedy. Fokcast is heel divers en gaat ook over films, comics en meer, maar in ieder geval is daar ook vaak een echt gesprek. 

Zelfvertrouwen en twijfel

Mooi is de conclusie van Maassen dat je eigenlijk zowel zelfvertrouwen moet hebben als zelftwijfel, en eigenlijk ook tegelijkertijd. Het gaat ook over jezelf zijn. In het gesprek met Jeroen van Merwijk gaat het over het zijn van een podiumpersonage, wat iets anders is dan jezelf zijn. Maar ook zo'n personage zegt natuurlijk veel over wie je bent. 

Meteen heb ik een verlanglijstje: zouden die en die niet uitgenodigd kunnen worden? Ik zou bijvoorbeeld Alex Roeka of Manon Uphoff wel willen horen. En kunnen we de tijd een aantal jaren terugspoelen en alsnog Maarten van Roozendaal met Theo Maassen laten praten?

Ervaring voor beginners is een podcast waarin een opgewekte sfeer hangt, maar het gesprek is ook intiem en de twee mensen durven ook kwetsbaar te zijn (wat ze natuurlijk tegelijkertijd sterk maakt). Leerzaam, verhelderend en nooit zijn de mensen in deze podcast bang om dieper te boren. Mooi, mooi. Gauw gaan luisteren als je dat nog niet hebt gedaan. 


Mysterieus België

Mysterieus België is een podcast van Patrick Bernauw. Op zijn pagina op Wikipedia staat de lezen dat Bernauw een lange lijst aan publicaties op zijn naam heeft staan. Hij is vooral geïnteresseerd in mysteries, sterke verhalen, legenden. Daarover maakt hij al enkele jaren deze podcast. Intussen zijn er al zo'n veertig afleveringen verschenen. 

Bernauw heeft duidelijk een brede interesse: van het altaarstuk Het Lam Gods (tot genezende kruiden, van de moord op Albert I tot een engelenleger in de Eerste Wereldoorlog. Fascinerende verhalen, waarvan het goed is dat ze nog eens verteld worden. 

Bovendien besteedt Bernauw altijd zorg aan de manier waarop hij het vertelt. De ene keer is dat op een documentaireachtige manier, de andere keer als een soort luisterspel, met geluidseffecten. Eigenlijk weet je nooit helemaal wat je te wachten staat als je een aflevering gaat beluisteren. 

Naar deze oude verhalen van Bernauw heb ik over het algemeen met plezier geluisterd. Veel afleveringen zijn ongeveer een half uur lang en dat is ook een mooie lengte. 

Stemmetjes

Wel heeft de maker de neiging om met 'stemmetjes' te werken. Dan wordt een verhaal op een (in mijn oren) overdreven dramatische manier verteld. Ik kreeg dan het idee dat ik naar aflevering van een podcast voor kinderen aan het luisteren was. Eigenlijk denk ik dat kinderen niet het publiek zijn voor Mysterieus België, maar mogelijk zitten er ook afleveringen tussen die voor hen geschikt zijn. 

De onderwerpen voor de podcast doen wel wat denken aan die van Verborgen verhalen waarover ik nog niet geschreven heb. Maar Bernauw heeft zich in sommige complexe verhalen veel meer verdiept. Over sommige onderwerpen heeft hij dan ook verschillende afleveringen gemaakt. Dat zijn soms ook de afleveringen waar je je aandacht goed bij moet houden, omdat het verhaal ingewikkeld is. 

Over alle afleveringen publiceert hij ook op zijn website. Ook als je niet van plan bent om alles van deze podcast te beluisteren zijn er zeker wel afleveringen te vinden die je toch eens wilt proberen, lijkt me. En misschien smaakt dat naar meer. 

vrijdag 23 oktober 2020

De val van Thomas G. (Nelleke Noordervliet)


Een uitgever, Thomas Geel, brengt een controversieel boek uit, Hedendaags fanatisme, van Rudolf Merkelbach. Er ontstaat onenigheid binnen de uitgeverij en dat wordt openbaar, waarna er landelijke ophef volgt. Niet veel later vindt Thomas de dood in een auto-ongeluk. Er wordt gedacht aan zelfmoord. 

Dat is zo'n beetje wat voorafgaat aan het begin van De val van Thomas G., de nieuwe roman van Nelleke Noordervliet. Het is een beetje vreemd dat het de achternaam van Thomas wordt afgekort. Dat duidt wel aan dat hij een verdachte of een veroordeelde is, maar iedereen kende zijn volledige naam. 

De titel Hedendaags fanatisme is natuurlijk een knipoog naar Hedendaags feminisme (1971) van Renate Rubinstein, wat weer knipoogde naar Hedendaags fetischisme (1925) van Carry van Bruggen. Ophef rond een uitgave deed me een beetje denken aan het rumoer dat er ontstond rond een uitgave van Abu Jahjah bij De Bezige Bij, in 2016, maar er zijn meer ophef veroorzakende publicaties geweest. 

Personages

De weduwe van Thomas, Isa(belle) trekt zich een tijdje terug in hun huis in Ierland. Er zijn nog twee kinderen, Arthur en Leonie. De laatste doceert filosofie aan de universiteit. Ze geeft onder andere colleges over het kwaad in kunst en cultuur. Dat kwaad doet nogal van zich spreken in deze roman. 

Een jonge freelancejournalist, Joris de Groot, vat het plan op om de affaire uit te spitten. Hij neemt contact op met Anne Benraad, degene die het binnen de uitgeverij niet eens was met Thomas, en met Leonie, onder valse voorwendselen. 

In de roman volgen we afwisselend Isa, Joris en Leonie. Joris heeft een map met aantekeningen aangelegd en zo krijgen we ook het verhaal van Anne te lezen. Tegen het eind van het boek krijgen we via Isa het verhaal van Thomas' kant. 

De verschillende perspectieven bieden afwisseling, omdat het personen zijn die elk hun eigen doelen nastreven. Jammer genoeg is het de auteur niet gelukt om ze echt een eigen stem te geven. Alleen Anne, in de weergave van Joris, heeft duidelijk een eigen toon. Toch blijven de drie stemmen interessant, omdat je op die manier van verschillende kanten stukjes van de puzzel krijgt aangereikt.

Isa bevindt zich ver van de wereld van ophef en vertier, in een kleine gemeenschap, waarin de waan van de dag afwezig lijkt te zijn. Het is een compleet ander soort leven dan waar zij de afgelopen tijd zo van te lijden heeft gehad. Vreemd is dat ze af en toe een imaginaire redacteur commentaar laat leveren op haar gedachten. Dat zou nog gekund hebben bij geschreven tekst, bij wat iemand denkt is dat minder waarschijnlijk. 

Onwaarschijnlijkheden

Waarschijnlijkheid van gebeurtenissen lijkt me het zwakke punt van deze roman. Hoe waarschijnlijk is het dat Anne, die een hoge positie heeft binnen een uitgeverij, helemaal leegloopt bij een jonge journalist en daarbij zegt dat hij het niet mag gebruiken? Dat komt als niet erg professioneel over. 

Joris neemt twee telefoons mee als hij geluidsopnamen wil maken, omdat hij dan nog een telefoon achter de hand heeft als de batterij van de eerste leeg is. Een oplader of een powerbank ligt meer voor de hand. Met zijn tweede telefoon weet Thomas geluidsopnamen te maken terwijl het apparaat in zijn zak zit. Blijkbaar hoeft hij het niet te ontgrendelen en hoeft hij alleen maar op een knopje te drukken. En dan blijkt het ook nog geleid te hebben tot een bruikbare opname. 

Als het relaas van Thomas wordt voorgelezen door Isa, zijn daar niet alleen de kinderen bij, maar ook Anne en Joris. Ook dat ligt niet voor de hand. Dat verhaal van Thomas neemt overigens wel een erg groot deel van het slot in. Ik snap dat er bepaalde informatie nodig is om Thomas en zijn handelwijze te snappen, maar zo krijg je wel een erg grote klont als de pap al bijna op is. 

Van sommige verhaalelementen (zoals de doodgeboren dochter die aan Arthur en Leonie voorafging) kun je je afvragen in hoeverre ze functioneel zijn. De foto's van die Isa met die dochter doen Leonie naar Ierland reizen, maar het is wel een zwaar element om zo'n reisje noodzakelijk te maken. 

Het verhaal op zich overtuigde me dan ook niet zo erg. Het boek leest overigens niet onplezierig. In het begin moest ik er even in komen, maar toen wilde ik best doorlezen. Ik geloof dat ik het wat rammelende verhaal op de koop toe heb genomen. 

Ideeën

Belangrijker dan het verhaal zijn de ideeën in de roman. De conservatieve ideeën van Rudolf zijn ook nu op sommige media prominent aanwezig. Thomas verdedigt het boekje met een beroep op de vrijheid van meningsuiting, ook al is het niet met geschrift eens en vindt hij het niet eens goed geschreven. 

Leonie karakteriseert Hedendaags fanatisme als volgt:

Dat boek ridiculiseerde alle heilige huisjes van de moderne maatschappij: vrijheid, gelijkheid, broederschap, het verklaarde en verdedigde racisme, antisemitisme, seksisme. Het was niet zomaar een conservatief boek, het was een beledigend manifest tegen de tijdgeest, tegen de nieuwe idealen van zelfverwerkelijking en groei, idealen van trots en diversiteit. 

Anne vindt zelfs dat een rechter uitspraak had moeten doen over het boek.

Maar de gedachte dat de verschillen tussen mensen in ras en geslacht bedoeld zijn door een opperwezen of oerscheppingskracht om een hiërarchie aan te brengen, en dat binnen die hiërarchie de stabiliteit van een samenleving is gewaarborgd, dat revolte en revolutie kwade krachten zijn die altijd geweld oproepen en in geweld ondergaan, dat wijst op een minachting voor zwarte en Aziatische mensen en voor vrouwen die tot haat aanzet. 

Anne is een niet-witte vrouw. Joris beschrijft haar uiterlijk op een wat merkwaardige manier: 'Hindoestaanse, creoolse en blanke elementen combineren haar gezicht tot een sprekend eigenzinnig geheel.'

Vaag

Over wat die ophef rond het boek nu inhield, wordt nogal vaag gedaan. Er wordt een site genoemd, wiewatwaar.nl, er wordt vermeld dat er twittertrollen waren, maar verder wordt dat deel zo ongeveer overgeslagen. Thomas is zijn baan kwijtgeraakt door de affaire, maar hoe was de storm van die over hem heen ging en hoe was hij daaronder? Je zou kunnen zeggen dat De val van Thomas G. laat zien hoe iemand door de media kapotgemaakt wordt. Maar het verhaal toont vooral het gevolg, niet het proces. 

Behalve over de macht van de media en de schadelijkheid van ideeën als die van Merkelbach gaat het boek van Noordervliet over loyaliteit, over de relatie tussen ouders en kinderen en over rouwen. Over al die elementen zijn interessante dingen te lezen, zonder dat het allemaal te prekerig wordt en zonder dat je te veel uit het verhaal raakt. 

Dat maakt dat De val van Thomas G. veel biedt en dat je dus een goede leeservaring kunt hebben, zonder dat het een echt goed verhaal is. Blijkbaar heeft deze roman andere kwaliteiten. 

donderdag 22 oktober 2020

Tot ziens daarboven (Pierre Lemaitre / Christian De Metter)


De Eerste Wereldoorlog loopt ten einde, aan beide kanten wachten soldaten op de wapenstilstand. Maar voor luitenant Pradelle komt het einde van de oorlog net te vroeg. Hij heeft nog een stunt nodig om tot kapitein bevorderd te worden. Hij stuurt twee van zijn soldaten op verkenning, die, tegen elke verwachting in, meteen worden neergeschoten. Er ontbrandt een gevecht. 

Twee soldaten, Edouard Péricourt en Albert Maillard komen erachter dat Pradelle zijn eigen mannen heeft neergeschoten. Ze overleven het gevecht maar nauwelijks: Maillard wordt door zijn vriend nog net op tijd uitgegraven uit een ingestorte bomkrater en van Péricourt wordt de onderkaak weggeschoten. Bovendien zal Pradelle er alles aan doen om zich van hen te ontdoen. 

Zwendel

Dan begint er een reeks van oplichterspraktijken. Maillard bezorgt zijn vriend een andere identiteit. Dat betekent ook dat hij de ouders van Edouard moet berichten dat hun zoon is omgekomen. Edouard die kunstenaar is, ontwerpt oorlogsmonumenten die hij verkoopt aan de verschillende gemeenten. Hij strijkt het voorschot op, maar levert niet. Met het geld wil hij naar de koloniën vluchten. 

Ook Pradelle tracht zich door zwendel te verrijken. Hij vervoert omgekomen soldaten naar officiële begraafplaatsen, maar dat gaat bepaald niet volgens de regels. Intussen wordt hij ook zelf beduveld: zijn vrouw blijkt hem alleen nodig gehad te hebben als zaaddonor. Ze wilde alleen maar een kind. 

Dat is in korte trekken het verhaal van Tot ziens daarboven, de strip naar de bekroonde roman Au revoir là-haut van Pierre Lemaitre. De verschrikkingen van de Grote Oorlog vormen het begin en daarna voelen de mannen die bijna hun leven hebben gegeven voor hun land zich verraden door de samenleving en schrikken ze niet meer terug voor zelfverrijking.

Een knauw door de opvoeding

Ze hebben gestreden voor een groot doel, maar vragen zich af of het dat allemaal waard is geweest. Maillard doet eigenlijk niet voor zichzelf mee, maar voor zijn vriend, die zijn leven heeft gered. Hij heeft weinig zelfvertrouwen: altijd heeft zijn moeder commentaar op hem gehad. In zijn hoofd geeft ze nog steeds commentaar. 

Ook Edouard heeft een knauw gekregen door zijn opvoeding. Zijn vader probeerde hem met harde hand te krijgen waar hij hem hebben wilde, maar Edouard ging zijn eigen weg. Dieptepunt blijkt het moment dat vader hem in bed betrapte met een andere man. 

Dat lijkt ook de reden dat Edouard niet terug wil naar zijn ouderlijk huis. Pradelle blijkt overigens de zwager van Edouard Péricourt te zijn. Je kunt dat een streek van het lot noemen, maar mij was dat net iets te toevallig. Ook zonder dat is het verhaal al schrijnend genoeg. 

Illusies kwijtraken

Hoewel er ook wel wat vrolijkheid zit in Tot ziens daarboven is het vooral een boek dat laat zien hoe mensen hun illusies kwijtraken. Zo'n beetje alle levens storten in. Tegen de klippen op en ten koste van anderen proberen mensen er iets van te maken, maar tevergeefs. De enige die het misschien gaat redden is Albert Maillard, die door zijn moeder altijd als een mislukkeling werd gezien. 

Hij is degene die in zijn leven zichzelf nooit op de eerste plaats heeft gesteld, maar ook hij is terechtgekomen in omstandigheden die hij eigenlijk zelf niet gewild heeft. 

Tot ziens daarboven geeft een ontluisterend beeld van de mens. We proberen te overleven, maar dat toen we ten koste van anderen. We veroorzaken pijn en voelen pijn. Edouard weigert een prothese: hij wil niet dat het leven er mooier uitziet dan het is. Hij ziet er gruwelijk uit, ook voor de lezer. 

Later ontwerpt hij fantasierijke maskers, maar maskers helpen maar voor een tijdje. Uiteindelijk doet het leven zich in alle uitzichtloosheid weer aan je voor. 

Tekeningen

Christian De Metter heeft een tekenstijl die uitstekend past bij de thematiek van het boek. In zijn tekeningen aan het begin komt het morsige, het vuile, van de oorlog goed tot uitdrukking. Zijn lijnen zijn niet strak: altijd is de tekenende hand erin te zien. In de tekeningen is een gemengde techniek gebruikt. De inktlijnen zijn zowel met pen als met penseel gedaan, ook zijn er potloodlijnen te zien. De inkleuring is met waterverf en bij de tekeningen die dekkend ingekleurd zijn, zal er wellicht andere verf gebruikt zijn. Mijn kennis van de techniek is niet toereikend om dat scherp te zien. 

In ieder geval is het strakke en het klinische altijd vermeden. Dat past goed bij het slordige leven dat de personages leiden en bij de duistere kant die het verhaal blootlegt. 

De omslag van het album zette me een beetje op het verkeerde been. Een man, versierd met pauwenveren, lijkt op te stijgen naar de hemel. Misschien staat het voor de illusie die de mensen op de been moet houden. In het album heeft de scène veel meer zwaarte. 

Tot ziens daarboven legt de vinger pijnlijk op een zere plek. Het is vrede, maar de mensen zijn niet bevrijd. Ze proberen op de been te blijven, maar ten koste van zichzelf en van anderen. Hier op aarde zal het allemaal niet lukken. Hopelijk wordt het 'daarboven' beter. 

Titel: Tot ziens daarboven
Scenario: Pierre Lemaitre
Tekeningen: Christian De Metter
Uitgever: Scratch
z.pl. 2020, 164 blz. € 29,90 hardcover. 

woensdag 21 oktober 2020

Hamburgers in het paradijs (Louise O. Fresco)


Ook bij het lezen van boeken, laat ik me maar al te vaak leiden door wat actueel is. Maar er zijn natuurlijk veel meer boeken die niet recent uitgekomen zijn. En soms blijken die dan ineens verrassend actueel te zijn. Zo'n boek is Hamburgers in het paradijs (2012) van Louise O. Fresco, de huidige bestuursvoorzitter van de universiteit in Wageningen. 

Voeding is een onderwerp waarover veel te lezen is. Eerder besprak ik hier Voedingsmythes van Martijn Katan en Ode aan de E-nummers van Rosanne Hertzberger. Voeding heeft niet meer alleen te maken met het stillen van honger of trek, we vragen ons ook af wanneer voedsel gezond is en welk voedsel moreel verantwoord is, als we letten op bijvoorbeeld duurzaamheid of arbeidsomstandigheden. 

Paradijs

Fresco begint bij de mythe van het paradijs, het verhaal van Adam en Eva. Daar was in ieder geval voedsel in overvloed. Juist in een tijd van schaarste zal een overvloed van voedsel als het ultieme geluk gezien worden. Fresco laat ons kijken naar de ecologie van het paradijs: hoe zat het daar met de voedselketen? Er worden geen dieren gegeten en er hoeft niet bemest te worden. 

Het beeld van het paradijselijke komt in de cultuur, bijvoorbeeld in literatuur en beeldende kunst veelvuldig terug en we zijn er diepgaand door beïnvloed. Ook door het verlies van het paradijs overigens. 

In de westerse wereld lijkt het paradijs teruggekeerd, vanwege de overvloed aan voedsel die er is. Vandaar de hamburgers uit de titel. Maar de overvloed is niet alleen een zegen: we worden obees, putten de aarde uit, verspillen voedsel en met de huidige pandemie in gedachten kunnen we zelfs zeggen dat wat we eten de wereldgezondheid kan bedreigen. 

Grote lijnen

De ondertitel van het boek is: Voedsel in tijden van schaarste en overvloed en die tijden komen alle aan bod. Fresco houdt namelijk van de grote lijnen: van de prehistorie tot nu, maar ook van het ene einde van de wereld naar het andere. Ze heeft brede kennis van de ontwikkelingen weet die met elkaar in verband te brengen. Ze laat zien hoe de landbouw zich ontwikkeld heeft en besteedt dan aandacht aan brood, vlees vis, biotechnologie, biologisch voedsel, biodiversiteit, voedselbereiding, voedsel in de stad, de voedselketen, schaarste en duurzame voedselproductie. 

Het verrassende van Hamburgers in het paradijs vond ik de brede zwaai: niet alleen over gezondheid, niet alleen over hoe we de aarde gebruiken, maar ook over de culturele kant van voeding. Daarbij beperkt Fresco zich niet tot de westerse cultuuruitgingen, maar ze maakt haar overzicht zo breed mogelijk, zodat je ziet dat zo'n beetje alle mensen in alle tijden met dezelfde soort zaken worstelden op het gebied van voedsel. 

In nagenoeg alle godsdiensten zijn er bijvoorbeeld voedselvoorschriften. Aan de ene kant bedoeld om een groepsgevoel te creëren, om mensen in- en anderen uit te sluiten, maar ook op basis van hygiëne- of gezondheidsoverwegingen. 

Optimistisch

Fresco toont ons de problemen, de uitdagingen, maar ze is niet pessimistisch over de mogelijke oplossingen. Daarbij heeft ze oog voor hoe we dienen om te gaan met onze aarde. Ze pleit wel voor meer ruimte voor de genetische modificatie van voedsel. Rosanne Hertzberger liet ook in haar boek zien dat de veredeling die nu wel is toegestaan niet radicaal verschilt van het manipuleren van genetisch materiaal. 

Ook laat Fresco zien dat biologische landbouw uiteindelijk geen oplossing kan zijn, vanwege het grote areaal aan grond die daarvoor nodig is. Wel heeft ze oog voor de positieve effecten, zoals het niet preventief toedienen van antibiotica. 

Om verder te komen in een verantwoorde voedselproductie, zullen we, volgens haar niet dogmatisch moeten zijn, maar open moeten staan voor een diversiteit aan oplossingen. Het is niet het een of het ander. Er is bijvoorbeeld best een weg tussen de overconsumptie van vlees en het geheel afzien van het eten van vlees. Soms kan het gematigd eten van vlees een goede manier zijn om voedingsstoffen binnen te krijgen. 

Weetjes

Voor wie na wil denken over voeding is Hamburgers in het paradijs een uitstekend boek: het maakt inzichtelijk wat er door de tijden heen aan de hand is geweest op het gebied van voedselproductie en consumptie en hoe dat zich heeft vastgelegd in onze cultuur. Het staat vol met allerlei weetjes die bij veel mensen niet bekend zullen zijn, of bij voor de hand liggende gedachten die misschien toch niet bij je waren opgekomen. 

Het boek dient in zijn geheel gelezen te worden om te zien hoe alles met alles samenhangt, maar ook het lezen van afzonderlijke hoofdstukken is prima mogelijk. Achterin is een handig register opgenomen voor ieder die de informatie bij elkaar wil zoeken over bijvoorbeeld bestrijdingsmiddelen, calorieën, insecten, melk, pizza of voedselkilometers. En er is een literatuurlijst van meer dan dertig pagina's plus een lijst van handige links voor wie zich nog verder in het onderwerp wil verdiepen. 

In 2019 publiceerde Fresco een boek voor kinderen: Hamburgers uit de moestuin



maandag 19 oktober 2020

De koerier van Casablanca. Deel 1: Christina (Pascal Davoz & Philippe Tarral)



Auto's, schepen en vliegtuigen - blijkbaar krijgen stripliefhebbers er geen genoeg van. Het zal wel rolbevestigend zijn als ik zeg dat dat mannenonderwerpen zijn, maar in de tijd dat stripfestivals nog waren toegestaan, liepen daar ook veel meer mannen dan vrouwen rond. 

Over vliegtuigen die de post bezorgen zijn al veel strips verschenen, ook bij uitgeverij Silvester. Die komt nu met een nieuw tweeluik, De koerier van Casablanca, waarvan nu deel 1 (Christina) is verschenen. 

Luchtpostmaatschappij

Het is vlak na de Eerste Wereldoorlog, waarin heel wat luchtgevechten plaatsvonden. In 1918 is er een Frans zakenman die commerciële luchtpostmaatschappij opzet. Hij wil naar Afrika vliegen en neemt daartoe piloten van verschillende nationaliteiten in dienst. Franse, Belgische, maar ook Duitse. 

Een van de piloten met wie hij contact legt, is Robert Billaret. Die wil echter alleen als hij zijn oude maatje Adrien Delamare mee mag nemen. Met hem gaat het niet goed. Hij is getraumatiseerd door de oorlog en probeert zijn spookbeelden te verjagen met drank. 

De Christina uit de titel is de vrouw van de zakenman. Zij wil graag leren vliegen. Een vrouw in een mannenwereld - dan ruik je al gauw een vleugje romantiek. 

Verder gaat het verhaal zo'n beetje zoals je kunt verwachten: concurrentie, noodlanding, vijandig gebied. Het zijn de gebruikelijke hobbels die het verhaal spannend moeten maken. Tegelijkertijd wordt er een tijdsbeeld gegeven. De luchtvaart is in een fase dat er nog gepionierd moet worden en daarin zit altijd een zekere heroïek. 

Karakters

De liefhebbers van vliegtuigen komen vanzelfsprekend ruimschoots aan hun trekken. Voor hen maakt de plot wellicht wat minder uit. De andere stripliefhebbers zullen het voornamelijk moeten hebben van de karakters. 

Adrien Delamare is een duistere figuur, die af en toe overvallen wordt door zijn herinneringen. Samen met Robert (Bobby) vormt hij een goed team, maar de twee verschillen behoorlijk van elkaar. Bobby kan heel charmant en vrolijk zijn, maar de omstandigheden zijn niet altijd zo vrolijk. De dood is altijd iets om rekening mee te houden. 

Eigenlijk ben ik niet speciaal een liefhebber van het genre, maar ik vond Christina een aardig album. Ik wil wel weten hoe het de personages verder vergaat. De emoties kennen immers geen houdbaarheidsdatum: die kunnen ook nog van nu zijn. De luchtvaart is in honderd jaar tijd wel erg veranderd en ook dat is boeiend om te zien. 

Gemiddeld genomen komen de tekeningen van Philippe Tarral vrij statisch over, ook als er wel actie of beweging wordt uitgebeeld. In de meeste gevallen vond ik dat niet zo'n groot bezwaar dat het hinderlijk werd. In zijn scenario geeft Pascal Davoz voldoende prijs en houdt hij voldoende achter. Er zijn steeds een paar vragen waarop de lezer antwoord wil en dat houdt hem gaande. 

In zijn genre is het eerste deel van De koerier van Casablanca heel behoorlijk en liefhebbers van het genre zullen het met plezier lezen. 

Serie: De koerier van Casablanca
Deel 1: Christina
Scenario: Pascal Davoz
Tekeningen: Philippe Tarral
Inkleuring: Véronique Gourdin
Uitgever: Silvester
's-Hertogenbosch 2020, 48 blz. softcover, € 9,95

zaterdag 17 oktober 2020

Wachten op K... (Marc-Antoine Mathieu)


Een jaar geleden schreef ik over De Oorsprong, een album van Marc-Antoine Mathieu. We volgden daarin Maurits Cornelis van Esk in zijn wereld. Het is een strip die tegelijk een metastrip is: het verhaal laat de lezer nadenken over het medium waardoor het tot hem komt. 

Iets soortgelijks zien we bij Wachten op K..., waarin we het vervolg op het avontuur van Van Esk lezen. We zijn meteen weer in zijn wereld, waarin de natuurwetten anders werken dan in die van ons. Na een soort oerknal start het verhaal. 

Eigenlijk moet Van Esk nog in het verhaal komen. Hij valt in onze werkelijkheid (een stukje fotostrip), wat natuurlijk helemaal klopt. In de mensenwerkelijkheid is er een striptekenaar en daarmee begint het verhaal. Maar deze striptekenaar steekt net op dat moment een pagina van het stripverhaal in brand. De ijzeren logica van Van Esk zorgt ervoor dat hij zich daarover geen zorgen maakt: 'Vrees niet, Hilarion! Hij zal het vuur zo wel doven! Dat moet wel, het is volstrekt logisch, anders zouden we er nu niet meer zijn.'

Kafka

Even later zit Van Esk in het verhaal, in een kafkaëske wereld, waarin ambtenaren komen opmeten of je niet te veel ruimte in beslag neemt en waarin het laten openstaan van een lade je al fataal kan worden. 

Deel 3 van deze reeks zal Het proces gaan heten, wat ook een verwijzing kan zijn naar het werk van Kafka. Maar ook in dit deel komt al een proces voor, met rechters die wel erg hoog boven de verdachte uit torenen en met een zingende jury. Het zijn absurde elementen, geredeneerd vanuit onze wereld. Van Esk accepteert ze als vanzelfsprekend. 

Het is wellicht te vergelijken met de logica in dromen. In dit album zijn de dromen van Van Esk net zo werkelijk als de wereld buiten de dromen. Strikt genomen bestaat Van Esk alleen in dromen. Wij lezen wat de striptekenaar bedacht of misschien wel gedroomd heeft. De laatste tekst in het album is: 'Dromen kan altijd.'

Hilarion vraagt aan Van Esk of ze in zwart-wit dromen. Dat moet wel, want ze zijn immers in zwart-wit getekend. Maar een droom impliceert ook dat er een werkelijkheid buiten de droom is, een werkelijkheid waarin gedroomd wordt. Dat zou dus kunnen betekenen dat er in die werkelijkheid kleur is. We knikken bevestigend, terwijl we in onze gekleurde wereld een album in zwart-wit lezen. 

K...

Het album heet Wachten op K..., Ik schrijf 'K' met een hoofdletter, maar omdat de hele titel in hoofdletters is, is het de vraag of dat terecht is. Wel als 'K' een persoon is, zoals in Wachten op Godot van Samuel Beckett. Maar wie of wat 'K' is ontdekken we pas als we bijna door het album heen zijn. 

Net als De Oorsprong is Wachten op K... een album dat ingenieus in elkaar zit. Het verhaal van Van Esk is wonderlijk, maar ook spannend: je wilt weten wat hij allemaal zal beleven. Op metaniveau is het ook interessant: wat is droom en wat is werkelijkheid? Door wie worden wij gedroomd en wie leest het album waarin wijzelf de hoofdpersonen zijn? Dit soort lagen in een strip brengt Marcel Ruijters ook wel aan. In zekere zin zit je als lezer dan niet alleen een stripverhaal te lezen, maar ook een getekend essay over de strip. 

Wachten op K... is zeker ook te lezen als gewoon een leuk stripverhaal. Maar het is meer. Eigenlijk heb je twee producten voor de prijs van één. Ik zou zeggen: Grijp die kans. 



Titel: Wachten op K... Maurits Cornelis van Esk, gevangen in dromen
Auteur: Marc-Antoine Mathieu
Uitgever: Sherpa
Haarlem, 2020; 48 blz. hardcover € 19,95