Een hoofdkussenboek
Volgens Ivan Morris is een hoofdkussenboek ‘een dagboek, of verzameling dagboeken, bewaard op een veilige, min of meer geheime plek, waarin van tijd tot tijd indrukken worden genoteerd, dagelijkse gebeurtenissen, gedichten, brieven, verhalen, ideeën, beschrijvingen van mensen, etc.’ Deze Morris, die mij verder onbekend is, noteerde dat naar aanleiding van Het hoofdkussenboek van Sei Shÿnagon (begin elfde eeuw), dat mij ook onbekend was, maar dat blijkt te gaan over wat Shÿnagon aan het hof beleefde.
Aidan Chambers noteert het citaat van Morris aan het begin van zijn dikke boek (bijna achthonderd pagina's) Dit is alles en dat is wel begrijpelijk. Het boek heeft immers als ondertitel Het hoofdkussenboek van Cordelia Kenn. Zo'n ondertitel lijkt een vrijbrief om van een boek een allegaartje te maken en misschien is het dat voor een deel ook wel geworden, maar wie eerder werk van Chambers heeft gelezen, weet dat hij zijn boeken altijd zorgvuldig opbouwt.
Dit is alles (vertaald door Annelies Jorna, Querido, Amsterdam 2007, 784 blz., €27,90) is bedoeld als sluitstuk van de cyclus Dance sequence, die bestaat uit Verleden week (1979, 1990), Je moet dansen op mijn graf 1985), Nu weet ik het (1990), De tolbrug (1993) en Niets is wat het lijkt (2000). Pas bij het tweede boek besloot Chambers dat hij een serie ging schrijven. De boeken moesten elkaar opvolgen, maar ze moesten ook op zichzelf kunnen staan, zoals dansen die elkaar opvolgen.
Chambers' boeken zijn bedoeld voor de oudere jeugd, zo ongeveer van vijftien jaar en ouder, maar een goed is boek is natuurlijk voor alle leeftijden. In elk boek leven we mee met een jongere, dus iemand die opgroeit en met de problemen van dat opgroeien te maken krijgt. Mij sprak vooral Nu weet ik het aan, een boek waarin de spanning tussen rationeel denken en geloof verkend wordt. De hoofdpersoon Nik, die aanvankelijk niets van het geloof afweet, bekeert zich, maar wordt niet gelovig. In de andere boeken schrijft Chambers over lichamelijke en zintuiglijke waarnemingen, emotie en obsessie, het herkennen van vriendschap en het verkennen van grenzen. Terwijl ik dit schrijf, besef ik hoezeer ik Chambers tekort doe door zijn boeken terug te brengen tot een thema.
In Dit is alles moeten al die thema's samenkomen en dat doen ze ook. Het is voor het eerst in deze serie dat Chambers het verhaal vertelt vanuit een vrouwelijke hoofdpersoon, Cordelia Kenn, bijna twintig jaar oud, die zwanger is en het hoofdkusssenboek schrijft voor haar nog ongeboren dochter. Ze wil haar het boek overhandigen als ze zestien is, zodat moeder en dochter min of meer tegelijk volwassen kunnen worden: moeder zal in het boek immers net zo oud zijn als de dochter in werkelijkheid is.
Of het Chambers gelukt is een jonge vrouw realistisch te tekenen, zou eigenlijk beoordeeld moeten worden door een vrouw. Op mij komt Cordelia in ieder geval als geloofwaardig over.
Dit is alles bestaat uit zes boeken, die als titel aanduidingen hebben als ‘De rode kussendoos’, ‘De groene kussendoos’ enzovoort, waarmee ze verwijzen naar de dozen waarin Cordelia haar aantekeningen bewaart. Die verschillende boeken (ik zal voor het gemak de aanduiding ‘hoofdstukken’ gebruiken) verschillen onderling van opzet. Van het tweede hoofdstuk zijn de rechterpagina's als één doorlopend verhaal te lezen en de linkerpagina's ook, zodat je steeds moet kiezen: lees ik de ene verhaallijn eerst en daarna de andere, of wissel ik het af. In het vierde hoofdstuk verwijzen onderhoofdstukjes naar elkaar. Soms staat aan het einde van zo'n stukje waar je het vervolg kunt lezen. Het kan ook zijn dat je dat al gelezen hebt, omdat het eerder in het boek opgenomen is. In het laatste hoofdstuk wordt steeds de aanduiding ‘Scène’ gebruikt, alsof het over een toneelstuk gaat.
Hierdoor is Dit is alles een boek waarin je als lezer vrijheid hebt. Het is prettig om een beetje aan te kunnen rommelen, terwijl je toch het idee hebt dat de schrijver op de achtergrond greep op je leesgedrag heeft.
Cordelia wandelt in dit boek op het pad van de liefde, al is het aanvankelijk helemaal niet haar bedoeling om dat pad op te gaan. In een tijdschrift over het seksleven van jongeren heeft ze gelezen dat het gemiddelde meisje voor het eerst seks heeft op een leeftijd van zestien jaar en drie maanden en omdat Cordelia niet doorsnee wil zijn, besluit ze dat ze met een jongen naar bed geweest moet zijn voordat ze die leeftijd bereikt. Ze kiest daarom uit een handje gegadigden Will (William Blacklin) als jongen met wie ze ‘alles onthullende, alles omvattende seks’ wil. Ze had gehoopt dat hij meer ervaren was dan zij, maar dat valt tegen. Wel wordt ze verliefd op hem en deze liefde blijkt hun beider leven nogal te compliceren.
Cordelia's vader zou misschien een voorbeeldfiguur kunnen zijn, maar hij is dat niet. Sinds zijn vrouw is overleden, heeft hij af en toe een vriendin, maar enige stabiliteit zit er niet in deze verhoudingen. Wanneer hij toch een vaste relatie opbouwt met een vrouw, is dat met Cordelia's vertrouwenstante Doris, iemand die ze eerst min of meer voor zichzelf had en die ze nu kwijtraakt.
Cordelia heeft wel een soort mentrix, die gaandeweg haar vriendin wordt. Het is Julie, die we nog als jongere kennen uit het boek Nu weet ik het, waar ze een tijdje optrekt met hoofdpersoon Nik. Julie is lerares Engels en doet ook wat denken aan meneer Osborn uit Je moet dansen op mijn graf: een wijze volwassene, die raad geeft, zonder daarbij zijn wil op te leggen. Julie zet Cordelia aan het nadenken over wie ze is en wat ze betekent. Ze doet dat naar aanleiding van een gedicht van Veronica Forrest-Thomson dat ‘Cordelia’ heet. Een gedicht moet niet iets betekenen, maar iets zijn volgens Forrest-Thomson en Cordelia komt na lang nadenken tot de conclusie dat ze betekent wat ze is. De reactie van haar lerares: ‘Heel slim, Cordelia. Nu moet je nog bewijzen dat het waar is wat je zegt.’
Chambers houdt van overpeinzingen en Cordelia is dan ook een meisje dat graag de dingen op een rijtje zet. Van mij mocht dan het verhaal wel weer gewoon verder gaan, omdat personages immers niet alleen en misschien wel niet in de eerste plaats getypeerd worden door wat ze denken, maar vooral ook door hoe ze handelen.
Gelukkig kan Chambers ook de lezer meeslepen door het verhaal, dat soms uitgesproken spannend is, bijvoorbeeld wanneer Cordelia in de macht is van de gewelddadige Cal.
Toch werd al het gereflecteer mij wel eens wat veel en ook de lijstjes die Cordelia opstelt (mooie spreuken, citaten, eisen waaraan mijn geliefde moet voldoen, vreemde uitdrukkingen met het woord ‘ogen’) verveelden mij wel eens. Nog erger waren de gedichten, die Cordelia dan wel bescheiden ‘dichtsels’ noemt, maar die toch maar in het boek opgenomen zijn.
Ach, het zijn maar smetjes. Dit is alles is een gedurfd en rijk boek en Cordelia is een eigenzinnige jonge vrouw die van mij best een plaatsje in de literatuur mag hebben.



















