maandag 17 januari 2022

Centralia (Miel Vandepitte)



Het is een wonderlijke wereld die Miel Vandepitte ons voorschotelt in Centralia: een van de hoofdpersonen, Lonca heeft een hoed op, rijdt op een paard en draagt een holster, met daarin een revolver. Hij lijkt op een cowboy en ook het landschap is in overeenstemming met dat wat we uit westerns kennen. Op de rivier varen schepen met raderen aan de zijkant, er zijn houten karren en er is een saloon waarin mensen op tonnen zitten. De aankleding komt overeen met ons beeld van het Wilde Westen

Aan de andere kant is er ook een stedelijke omgeving, met gebouwen die eruitzien als kantoorgebouwen. Die lijken uit een veel recenter verleden te stammen.  Ten slotte zijn er vreemde wezens die we eerder in een fantasy-achtige omgeving zouden plaatsen. De wereld van Centralia is een opmerkelijke mix, zoals er in een droom elementen gecombineerd worden die in de werkelijke wereld streng gescheiden zijn. 

De stad Centralia is nauwelijks nog toegankelijk: de temperatuur is er zo hoog opgelopen, dat je er nauwelijks kunt overleven. De temperatuur van de rivier is zo hoog, dat het verstandig is om er ver uit de buurt te blijven. Lonca gaat naar Centralia vanuit de plaats Blitz. De jonge vrouw Ace gaat mee als reporter en verder neemt Lonca Jack en Charden mee. Het viertal moet steeds oppassen voor de vijand: het volk van de neusapen. Het zijn mensen met maskers voor met grote neuzen, waarin zich waarschijnlijk een filter bevindt. 

Lonca vermoedt dat er goud te halen is in Centralia, maar uiteindelijk snapt hij dat zijn groep Blitz van de ondergang zal moeten redden. 

Queeste

Zoals gezegd: het is een wonderlijke wereld en het is een wonderlijk verhaal. Het gegeven is dat van een klassieke queeste: een moeilijke tocht, waarvan de lezer wil dat die lukt. Er komen steeds weer nieuwe problemen en die moeten allemaal overwonnen worden. 

Dat verhaal zit aardig in elkaar en de tekeningen zijn ook goed, met ongelooflijk veel details. Aanvankelijk ging ik ervan uit dat er een zekere symboliek in de gebeurtenissen zou zitten en dat ze eigenlijk voor iets anders stonden. Dat idee heb ik laten varen, maar dat had wel tot gevolg dat de noodzaak van het hele verhaal mij niet meer zo duidelijk was. Ja, het is wonderlijk en, ja, de maker heeft plezier in het vertellen en het tekenen, maar het is me te weinig. Ik zie dat er gespeeld wordt met verhaalconventies en met beeldelementen, maar het is me te vrijblijvend en vooral: het doet me nauwelijks wat. 

Geen emoties

De lezer, deze lezer althans, blijft in zijn hoofd zitten en kan het allemaal beredeneren, maar je hoopt dat er ook een emotionele laag wordt aangeboord en dat blijft uit. Het gaat mij niet om de emoties van de personages, maar de emoties die bij de lezer opgeroepen hadden kunnen worden. De wereld van Centralia wordt nergens beklemmend; de lezer kijkt van een afstandje toe. 

Ik zie dat Miel Vandepitte talentvol is en goed kan tekenen, maar bij Centralia kom ik niet verder dan het ophalen van mijn schouders. 

Titel: Centralia
Tekst en tekeningen: Miel Vandepitte
Uitgever: Scratch
z.pl. 2021, 144 blz. € 24,95 (hardcover)




zaterdag 15 januari 2022

Een roos van vlees (Jan Wolkers)



Hij werd uiteindelijk niet gerekend tot de grote drie, maar dat Wolkers in zijn tijd een toonaangevend schrijver was, is niet te ontkennen. Eind 1963 heeft hij zijn naam in de literatuur al aardig gevestigd. Hij publiceert dan Een roos van vlees, een jaar na zijn debuutroman Kort Amerikaans (waarvan intussen de achtste druk in de winkels ligt). Verder heeft hij de verhalenbundels Serpentina's petticoat (vijf drukken op dat moment) en Gesponnen suiker (zeven drukken binnen een jaar) gepubliceerd. Terug naar Oegstgeest, dat in 1964 zal verschijnen, wordt al aangekondigd. 

Van Wolkers heb ik wel het een en ander gelezen. Kort Amerikaans natuurlijk, Terug naar Oegstgeest, Horrible tango, Turks fruit en ook werk dat wat later verscheen, zoals De junival, De doodshoofdvlinder en De perzik van onsterfelijkheid. En dan nog zo hier en daar een roman en wat verhalenbundels. Sommige boeken sloeg ik bewust over: Brandende liefde, Gifsla, omdat ik er niet zoveel vertrouwen in had en bij andere boeken kwam het er niet van. Een roos van vlees is een boek uit die laatste categorie. 

Het boek interesseerde mij wel. Dat merkte ik onlangs toen ik zag dat ik de afgelopen jaren het tweemaal tweedehands had gekocht. Tijd om het onderhand eens te gaan lezen. 

Het is alweer een tijdje geleden dat ik iets van Wolkers las. Ik denk dat Zomerhitte het laatste was en daardoor is het misschien ook een beetje weggezakt hoe goed Wolkers was. Ik ben van Een roos van vlees onder de indruk (wat niet wil zeggen dat ik alles in het boek goed vind).

Een etmaal uit het leven van Daniël

We maken in deze roman een etmaal mee uit het leven van Daniël, die een vrij troosteloze flat bewoont. Het is hartje winter en de kou houdt maar aan. Daniël gaat er 's ochtends op uit, probeert een vastgevroren waterhoentje te redden, legt een paar bezoeken af, helpt een oude vrouw wier fiets onderuit is gegleden en gaat weer naar huis. Intussen zit de lezer in het hoofd van Daniël, kijkt door zijn ogen, leest wat hij denkt. 

Tien jaar geleden is een tweejarig dochtertje van Daniël omgekomen: ze zat boven in de wasbak terwijl haar ouders, Daniël en Sonja, beneden ruzie maakten. Of ze zelf de kraan van het hete water heeft aangezet, is niet helemaal duidelijk, maar in ieder geval heeft ze heet water over zich heen gekregen, waardoor ze gruwelijke brandwonden opliep. Daar is ze aan overleden. 

Daniël en Sonja zijn nog wel bij elkaar gebleven en ze hebben ook nog andere kinderen gekregen, maar uiteindelijk konden ze hun relatie niet volhouden. Het doet me denken aan de thematiek van de film Antichrist (2009) van Lars von Trier. Die gaat ook over ouders die worstelen met een  schuldgevoel na de dood van een zoontje. 

De tocht die Daniël maakt, is indrukwekkend beschreven. Je ontkomt niet aan wat hij ziet, hoort en denkt. Je moet wel meeleven met de man die zo geobsedeerd door schuld en dood. Hij heeft zich als jongen afgezet tegen zijn christelijke vader. Door zijn grote bijbelkennis, schieten hem bij allerlei gelegenheden bijbelteksten te binnen. 

Bezoek

In de loop van de dag krijgt hij drie keer bezoek: van zijn zoontje, van zijn ouders en van een meisje, Emmy, dat hij daarvoor nog niet kende. Hij zou met een vriendin naar een toneelstuk gaan, maar zij moet bij een terminaal zieke man blijven en daarom komt een vriendin van haar. Die brengt de nacht bij Daniël door. Ze vertelt hem onder andere over een abortus die ze heeft ondergaan. 

De vriendin blijft bij een oude man, bij wie een kunstmatige anus is aangebracht, een zogeheten anus prae: 'Het ziet er vreemd uit. Afschuwelijk en mooi tegelijk. Het is rood en een beetje fluwelig. Het is net een bloem, een roos. Een roos van vlees.'

Daniël heeft veel last van een astma-achtige aandoening. Hij slikt hiervoor een opiumhoudend medicijn, waarvan hij veel meer neemt dan voorgeschreven is. Die aandoening zou psychisch kunnen zijn; Daniël ervaart niet meer de ruimte om te leven en om lief te hebben. Hij houdt nog van Sonja, maar kan niet meer met haar leven en eigenlijk zou hij Emmy moeten troosten, nadat ze haar verhaal verteld heeft, maar hij krijgt het niet voor elkaar. Hij kan alleen maar houden van een vrouw op het moment dat ze er al niet meer is. 

Een roos van vlees is hecht gecomponeerd: alles hang met alles samen. Daniël en Emmy hebben allebei een kind verloren; Daniël kan het waterhoentje niet redden, zoals hij zijn kind niet heeft kunnen redden; het is winter, zoals het in het leven Daniël al jaren koud is. Ook Emmy wordt vergeleken met het waterhoentje: zij zit vastgevroren in haar verleden. Door het hele boek heen worden we geconfronteerd met dood en verval. Die opeenstapeling van ellende is benauwend, maar dat vind ik juist wel goed. 

Dromen

Minder bevallen me de vele dromen in het boek, die allemaal symbolisch te duiden zijn. Het lijkt me een net te gemakkelijk middel en ook nog te vaak ingezet. Mogelijk zijn al die dromen een verwijzing naar de Bijbel. Niet de inhoud van de dromen, maar het feit dat er gedroomd wordt. De profeet Daniël treedt in de Bijbel op als uitlegger van dromen.

Maar de rest van het boek kan ik alleen maar bewonderen. Daniël doet enkele dingen die nagenoeg iedereen zullen tegenstaan. Zo zit er in zijn kast een nest met kale muisjes, die hij op een gegeven moment frituurt. Hij lijkt dat onaangedaan te doen, hoewel hij een dierenvriend is, zoals te zien is in de passage met het waterhoentje. Het gedoe met de muizen is een vorm van zelfkwelling. Dat gebeurt vaker. Zo vertelt hij Emmy dat hij een monsterachtig kind had, dat hij vermoord heeft. Het verhaal klopt niet, hij kwelt zichzelf met een beeld waarin hij voluit schuld heeft.

Daniël eindigt in de mist, uitkijkend naar de arts die hem moet helpen in zijn ademnood. Er is letterlijk geen uitzicht en er is ook geen zicht op redding. Na het drama in zijn leven is er eigenlijk geen toekomst meer. 

Bijbelteksten

De bijbelteksten (het zijn er ruim dertig) zijn soms wat ironisch, maar ze zijn ook functioneel. Bij de muizen denkt Daniël 'bloed van mijn bloed': de muizen zijn namelijk gevoed met het bloed uit zakdoeken waarmee Daniël het bloeden van zijn neus heeft geprobeerd te stelpen. Door die bijbeltekst legt hij een verband met zijn kind, dat ook bloed van zijn bloed is. Van de muisjes is er mogelijk eentje ontkomen aan het lot van de verbranding. Zo brengt hij met terugwerkende kracht een kleine kans aan voor zijn eigen dochtertje om haar lot te ontkomen. 

De God met wie Daniël is opgevoed, is een almachtige God, zonder wiens wil er geen mus van het dak valt. Dat maakt het onverteerbaar dat zijn dochtertje omgekomen is: blijkbaar heeft God het toegestaan.  Daniël wil misschien wel dat er een God is die het leed voorkomt  en dan zijn de bijbelteksten wellicht een voortdurend aanroepen van die God. 

Alleen de muziek van Bach verzoent Daniël met het bestaan:
De mensen maken elkaar bij miljoenen af, denkt hij. Ze vreten elkaar levend op. Als er even iets misgaat moet zijn achterwerk dichtgenaaid worden, dan kan hij nog een paar maanden of een jaar zichzelf door zijn buik bevuilen. Maar deze muziek bestaat. Als ik hier lag met een plastic zak op mijn buik, zou het er niets toe doen, ik zou het vergeten. Ik heb een kindje onder de sneeuw liggen, maar die muziek houdt er rekening mee, die heeft ermee te maken. Naast die wereld van bloed bestaat een wereld van kristal. Het mag een schijnwereld zijn, een wereld die ineens kan optrekken als een damp. Die ophoudt als de grammofoon afslaat. Maar nu beleef ik de eeuwigheid, nu besta ik bijna niet meer. 

Waarom ik zo lang gewacht heb met het lezen van Een roos van vlees kan ik maar moeilijk reconstrueren. In ieder geval heb ik daardoor wel deze mooie leeservaring op dit moment gehad. Misschien moet ik wat vaker iets van Wolkers gaan lezen. De meeste romans ken ik al, maar De walgvogel en De onverbiddelijke tijd nog niet. Maar ja, ik wil ook nog meer Vestdijk en meer Brakman en meer van nog meer schrijvers lezen. 

Recensies

Toen Een roos van vlees uitkwam, kende iedereen Jan Wolkers. Van zijn boeken, maar ook van zijn toneelstukken en wellicht ook van het gedoe om zijn werk. Sommige christelijke lezers vonden zijn verhalen blasfemisch, enkelen vonden zijn taalgebruik banaal en om het verhaal De wet op het kleinbedrijf was reuring ontstaan. Dat laat ik nu even voor wat het is. 

Trouw, 13 december 1963
Een van de eerste recensies verscheen in Trouw, op 7 december 1963. De recensent, v. D. (Dat zal nog wel niet Tom van Deel geweest zijn) verdedigde de roman, ondanks de vloeken en de grofheden. Dat schoot een lezer (J.H. Eerhart) in het verkeerde keelgat en in een  lezersbrief  waarboven 'Roos van rot vlees' stond afgedrukt, pleit hij zelfs voor schrijfverbod (zie afbeelding). De brief werd afgedrukt op 13 december.

Over het algemeen wordt de roman gunstig onthaald. Elke recensent signaleert hoe knap Wolkers het boek geschreven heeft. Alleen H.T.B. in De Waarheid van 13 februari 1964 is niet positief hij vindt het 'een prettig lezend, maar tamelijk eenzijdig en weinig diepgaand werk.' Hij vindt, gezien het eerdere werk van Wolkers, Een roos van vlees meer van hetzelfde. 

Opstapeling van ellende

In Het vrije volk van 7 december noemt Alfred Kossmann, de roman 'een mislukking met uitstekende fragmenten.' Hij vindt dat Wolkers de ellende te veel opstapelt, waardoor het minder effect heeft. Daarom vindt hij de roman als geheel niet geslaagd, maar hij zegt er zoveel positiefs over, dat vooral de bewondering blijft hangen. 

Algemeen Dagblad 4 september 1963
Kees Fens zit in De Tijd van 21 december op hetzelfde spoor. Hij signaleert meesterlijke dialogen en heel goede passages, maar door al die ellende zit er te weinig lucht in het verhaal. Bernlef is in Het Parool uitgesproken positief. Hij vindt het een aangrijpend boek. De opeenstapeling van ellende stoort hem niet, maar wel die in de berichten in de krant die Daniël inkijkt. Andere recensies zijn te vinden in TubantiaAmigoe di CuraçaoDe VolkskrantNieuwsblad van het noorden

Worsteling

De worsteling met het verleden/de religie krijgt aandacht van Gabriël Smit (De Volkskrant) en W.L.M.E. van Leeuwen (Tubantia). Dat is voor de laatste de reden om Wolkers wel een rasschrijver te noemen maar nog geen groot schrijver. 


Verschillende recensenten reageren bij voorbaat op het mogelijke verwijt dat het werk van Wolkers blasfemisch zou zijn of walgelijk. Dat doet bijvoorbeeld Jan Eleman in Amigoe di Curaçao. Hij schrijft dat de roman niet blasfemisch is dat hij zich de weerstand wel kan voorstellen:  'Een rotverhaal en een prachtverhaal. Wolkers' kijk op het leven is herhaaldelijk onfris en kwaadaardig.' Ook Eleman heeft zich verzet, maar de roman is zo goed, dat hij zich heeft laten meeslepen. 

Interview

Vlak voordat Een roos van vlees verschijnt, wordt er een interview met Wolkers gepubliceerd in het Algemeen Dagblad. Hij zegt daarin dat niet, zoals velen denken, de lust aan de basis ligt van zijn werk, maar de angst voor de dood. In een aparte kolom wordt Wolkers voorgesteld door ene Dng. Wie dat is, weet ik niet. Hij zal al wel wat ouder zijn, want hij noemt Wolkers uitdrukkelijk als behorend bij 'de hedendaagse jeugd.'  Het taalgebruik van de schrijver ('urinoirtaal') keurt hij af. De teneur van het stukje is dat zo'n talentvolle jongen dat toch niet nodig heeft. 

Wolkers was in 1963 pas vijf jaar serieus bezig met het schrijven. Dat deed hij in de avonduren, overdag was hij bezig als beeldend kunstenaar. Vijf jaar later zou niemand meer om hem heen kunnen en wie nu Een roos van vlees leest, zal nog steeds erkennen dat Wolkers toch wel een heel goed schrijver was. 

woensdag 12 januari 2022

Het verval Boek 2 (Jared Muralt)



Vorig jaar schreef ik over Boek 1 van Het verval, een strip over een gezin (vader Liam, dochter Sophia en zoon Max) die in een ontwrichte maatschappij leven. Er heerst een pandemie en in de stad is aan alles gebrek. Ze hebben het plan om te ontsnappen aan de stad en op weg te gaan naar opa en oma. 

In Boek 2 gebeurt dat ook. Het gaat niet vanzelf, maar het gezin raakt buiten de stad. De problemen zijn dan bepaald niet voorbij: de weersomstandigheden zijn moeilijk (kou en sneeuw), er is geen brandstof voor een vervoermiddel en aan eten komen is ook een probleem. Intussen heeft het gezin de zorg voor een baby op zich genomen en Liam is ook nog eens gewond. Er is een groep mensen bij wie ze zich kunnen aansluiten, maar ze zijn daar niet bij voorbaat welkom. 

Sophia

Op de omslag van Boek 2 staat Sophia, gewapend en met een baby op de arm. Nu vader gewond en zwak is, neemt zij het initiatief. Ze heeft behoorlijk wat daadkracht en blijkt vastbesloten om het gezin er zo goed mogelijk door te helpen. 

Buiten de stad blijkt het leven een jungle: iedereen is bezig om te overleven. Het is mooi als je bij een groep kunt horen, maar zo'n groep moet het soms opnemen tegen andere groepen, die ook proberen te overleven. Regels lijken er niet te zijn en als ze er wel zijn, houdt niemand zich eraan. Ieder probeert zichzelf te redden. 

In Boek 1 is het gezin een min of meer veilige haven geweest: je gezinsleden zijn de mensen op wie je kunt vertrouwen. Maar wat gebeurt er als de sterkste ervan min of meer wordt uitgeschakeld? Natuurlijk zijn de gezinsleden solidair met elkaar, maar zijn ze sterk genoeg? Sophia trekt haar plan, ook om de baby te redden, die het in deze kou heel moeilijk heeft en het is lastig om voeding voor haar te vinden. 

De hardheid van het bestaan
Meer nog dan in Boek 1 laat dit deel van Het verval zien hoe hard het bestaan is en dat de mens de mens soms werkelijk een wolf is. Gelukkig zijn er lichtpuntjes in het donker: mensen van wie je ineens hulp krijgt. 

Net als Boek 1 is dit tweede deel een mooi album geworden. Er is veel hardheid en hardvochtigheid, maar er is ook een warme kant: mensen die tot het uiterste gaan voor degenen die dicht bij hen staan. Gelukkig lijkt onze wereld niet letterlijk op die in het album, maar misschien is er niet veel nodig om het evenwicht te verstoren. Het verval laat zien hoe daarna alles kan doorslaan. We zien een fictieve wereld, maar niet een onmogelijke.

Het verhaal boeit van de eerste tot de laatste bladzijde. Je identificeert je met Sophia en de rest van het gezin en je hoopt dat ze het zullen redden. De sombere inkleuring onderstreept de naargeestige situatie waarin het gezin verzeild is geraakt.

Het verhaal is niet afgelopen met dit tweede deel. Er is een derde deel aangekondigd. Wie de eerste twee delen heeft gelezen, kan er nog niet genoeg van hebben. Die is nieuwsgierig naar het vervolg. 

Reeks: Het verval
Deel: Boek 2
Tekst en tekeningen: Jared Muralt
Uitgever: Sylvester
's-Hertogenbosch 2021, 80 blz. € 24,95 (hardcover)


dinsdag 11 januari 2022

De geschiedenis van mijn seksualiteit (Tobi Lakmaker)



Eind vorig jaar maakte ik een lijstje van de tien beste boeken van dat jaar die ik niet gelezen had. Bovenaan plaatste ik De geschiedenis van mijn seksualiteit van Tobi Lakmaker. Intussen heb ik het boek gelezen. Goed geschreven, grappig boek. Vooral een eigenwijs boek en dat staat me aan. 

In het boek is Sofie Lakmaker de verteller. Voor in het boek vertelt hij/ze dat ze inmiddels in een praatgroep voor transgenders zit, hoewel hij/ze geen transgender is. Aan het eind, als we iets verder terug zijn in de tijd, vertelt Sofie haar ouders dat ze een afspraak gaat maken bij het VU Medisch Centrum omdat ze meer jongen wil zijn.
Dat is hoe ik het het liefst, formuleer, snap je? Meer jongen. Jongens zelf zijn echt sukkels. Maar gewoon - ietsje meer.

Drie delen

De weg tot dat punt lezen we in het boek, dat verdeeld is, na de proloog, in drie delen: 'De geschiedenis van mijn seksualiteit', 'De geschiedenis van mijn ongelijk' en 'Elias Welverloren'. Deel 1 zou je kunnen zien als de lotgevallen van Sofie in de liefde. In het begin waren haar partners mannen, later ging haar voorkeur uit naar vrouwen. In het tweede deel, dat teruggaat in de tijd, zou de intellectuele geschiedenis moeten verhalen:
Wat ik in dit deel geprobeerd heb te vertellen is een zekere intellectuele geschiedenis, maar dat is mislukt. Ik denk dat je altijd transparant moet zijn over mislukkingen. Het is mislukt, omdat ik almaar weer afdwaal van het intellectuele naar het seksuele. (...)
Jullie zagen net al: ik probeer wel te beginnen over Wittgenstein, maar eindig toch weer bij Georgina Verbaan.
De geschiedenis van mijn seksualiteit is een bijzonder grappig boek. De grappigheid zit niet in de gebeurtenissen, maar in de manier waarop die beschreven worden. De verteller, Sofie, heeft een afkeer van gewichtigdoenerij en dat is al een goed begin. Ze registreert scherp wat kenmerkend is bij anderen en ze kijkt ook scherp naar zichzelf. Misschien krijg je die scherpe blik makkelijker als je het idee hebt dat je een buitenstaander bent, waardoor je dus niet zomaar bij de anderen hoort. 

Ernaast gezeten

Verschillende keren zegt ze dat ze er altijd naast gezeten, zowel naast de jongens als naast de meisjes. Ze heeft een hart dat niemand ziet, zegt ze: 'het hart waar iedereen overheen schijt, omdat het een godvergeten lesbisch hart is.' Op het moment dat ze dat zegt, of eigenlijk uitschreeuwt, laat ze zich wel in dat hart kijken en zegt ze dingen die wezenlijk zijn. Tegelijkertijd observeert ze zichzelf en signaleert ze dat ze op zulke momenten 'dure woorden' gebruikt, zoals 'gadegeslagen'. Een tussenzinnetje, waarin ze dat opmerkt, zorgt ervoor dat wat er gezegd wordt ook meteen minder heftig is.

Misschien dat daarom het verhaal zoveel indruk maakt: de belangrijkste dingen hebben een zekere terloopsheid. Het gaat van tijd tot tijd echt niet goed met Sofie. Ze heeft angstaanvallen, kan soms niet praten of niet slikken en er is een tijd geweest dat ze alles uitkotste. Dat is heftig, maar ze praat erover op een toon als van 'o ja, dat was er ook nog aan de hand.' Het gevolg is dat het daardoor zowel harder aankomt als gerelativeerd wordt. Dat werkt erg goed. 

Arnon Grunberg

In dit boek signaleert Sofie al dat er overeenkomsten zijn met het proza van de jonge Arnon Grunberg. Dat doet ze in het hoofdstuk 'Gele dinsdagen'. Die vergelijking is volgens haar al veel te veel gemaakt, maar terecht is die wel. De manier van vertellen lijkt op die van de jonge Grunberg. Ik moest nogal denken aan Figuranten, misschien omdat ik dat eerder las dan Blauwe maandagen

Sommige stijleigenaardigheden komen vaak terug bij Lakmaker. Zo houdt hij van de herhaling. In die herhaling wordt de eerste opmerking vaak algemener gemaakt. Enkele voorbeelden:
Pas toen ik mijn paspoort toonde knikte ze, met een grote frons. Mensen knikken altijd met een grote frons wanneer ze mijn paspoort zien.  
Ik moest toen huilen, en wilde iedereen vermoorden. Als ik verdrietig ben, wil ik vaak iedereen vermoorden.  
Mijn moeder lag in mijn oude kamer, omdat die aan de tuin gelegen is en je dan niet de hele Hummers hoort. In Oud-Zuid hoor je alleen maar Hummers aan de straatkant. 

Generalisering

Door de generalisering krijgen de uitspraken het gewicht van een soort algemene waarheid. Tegelijk zijn het algemene waarheden waar je niet zoveel aan hebt ('Achttienjarigen zijn soms echt heel moe') en dat maakt ze goed te verteren. 

Dat letterlijk herhalen deed Grunberg ook veel. Een voorbeeld uit Figuranten
Ze zeggen dat de liefde een gezicht heeft en een mond en ogen, maar dan moet ook het bedrog een gezicht hebben en ogen en een mond. Ook bedrog bestaat alleen voor degene die het wil zien, en er was niet veel dat ik wilde zien, er was maar heel weinig dat ik wilde zien.
Zo gek vind ik het daarom niet dat de stijl van Lakmaker en van de vroege Grunberg vergeleken worden. Veel lezers zullen de overeenkomst wel zien. Dat maakt De geschiedenis van mijn seksualiteit overigens niet tot een minder boek. Je kunt je slechtere voorbeelden kiezen. 

Van deze roman heb ik genoten. Het is een heel grappig boek en dat grappige werkt extra goed, omdat er zoveel op de achtergrond meespeelt dat helemaal niet grappig is. Een moeder die overlijdt, een hoofdpersoon met angstaanvallen die ervaart overal naast te zitten en die het zelf maar moet rooien. Misschien is die achtergrond wel zo ernstig dat je wel grappig moet maken om het leefbaar te houden. 

De lezer aangesproken

De lezer voelt zich meteen bij de kladden gepakt, waarschijnlijk ook omdat die steeds wordt aangesproken, met 'jullie'. Ook worden er vragen als 'snap je?' en 'weet je wel?' gesteld, die al uitgaan van de aandacht van de lezer. Dat is terecht. Ik heb me geen moment verveeld bij deze eigenwijze vertelster. 

Sofie is bezig met schrijven, net als Tobi en ik ga ervan uit dat hij daarmee doorgaat. Ik ben nu al nieuwsgierig naar zijn volgende boek. 

De geschiedenis van mijn seksualiteit is een succes en hopelijk brengt dat Das Mag ertoe het volgende boek iets fraaier uit te geven. Bij dit boek is de omslag (net als bij meer boeken van deze uitgeverij) net te dun, wat het boek iets vodderigs geeft. Een boek is niet alleen maar tekst, het is ook een ding en dat ding mag best wat mooier, passend bij de statuur die Tobi Lakmaker intussen heeft. 

vrijdag 7 januari 2022

Cor Morelli Beulskind (Aloys Oosterwijk)


Het personage Cor Morelli gaat al een tijdje mee. Het eerste album over deze rechercheur verscheen in 1987. Tien jaar later begon zijn schepper, Aloys Oosterwijk, met de serie Willems Wereld, waarin de hoofdpersoon uiterlijk lijkt op Morelli, maar wel een ander figuur is. 

Intussen zijn er over Morelli ook drie albums verschenen met 'open dossiers'. Deel 3 heet Beulskind. Eigenlijk is het een bundeling korte verhalen. Cor bladert daarin door zijn ordners of hij denkt terug aan een zaak die hij na zoveel jaar nog niet kan loslaten. Het zijn onopgeloste gevallen, open dossiers. 

In de eerste strook of de eerste twee stroken van elk verhaal legt Morelli de situatie uit die hij als rechercheur aantrof. Daarmee kwam hij indertijd niet verder. In de rest van het verhaal krijgt de lezer uitgelegd hoe het allemaal in werkelijkheid gegaan is. Die lezer weet dus dat aan het eind van het verhaal de zaak opgelost zal zijn. Toch zijn de verhalen allerminst voorspelbaar. Elk verhaal blijft goed op spanning en de ontknoping komt pas in de slottekening. Die zie je vaak niet aankomen en sommige plots zijn uitermate grappig, bijvoorbeeld in het verhaal 'Geheugenverlies.' Als lezer denk je dat de wat oudere, wat verwarde man misschien wel aan het dementeren is. Dat blijkt echt anders te zitten. 

Setting

De setting van de verhalen is zeer divers. Het titelverhaal begint zelfs eeuwen geleden. Zo'n begin in het verre verleden is wel een uitzondering. We komen terecht in allerlei werelden: in die van de zaken, de voetbal en een abdij, bijvoorbeeld. Dat houdt het niet alleen voor de lezer, maar ook voor de tekenaar afwisselend. Ook zijn het allerlei verschillende soorten zaken, die onderling niet op elkaar lijken. 

De meeste verhalen zijn vier bladzijden lang en Oosterwijk laat zien dat dat lang genoeg is om een verhaal te vertellen. Je kunt het hele album achter elkaar lezen (en dan verveelt het niet), maar je kunt ook af en toe een verhaal tot je nemen. 

De tekeningen zijn helder, zoals we bij Aloys Oosterwijk gewend zijn. In bijna elk verhaal is er wel een tekening met een afwijkend camerastandpunt (bijvoorbeeld schuin van boven) en sommige tekeningen vallen op, zoals in het titelverhaal, waar er kranten door het beeld waaien. Die hebben een inhoudelijke functie (een van de personages leest iets in zo'n krant), maar ze brengen ook meer diepte in de tekening aan. 

Compositie

Uit dat soort details zie je dat het in Beulskind niet alleen maar gaat om het vertellen van goede verhalen. Dan had het ook in proza gekund. De beelden zijn zorgvuldig gecomponeerd, maar doen dat zonder overdreven de aandacht te trekken: ze staan wel in dienst van het vertellen van het verhaal. 

In Eppo heb ik de verschillende verhalen al gelezen. In die omgeving functioneerden ze goed. Maar in een album blijken ze het ook goed te doen. Voor zover ik weet, is het intussen afgelopen met Willems wereld, wat overigens jammer is, maar hopelijk heeft Cor Morelli nog heel wat onopgeloste zaken op de plank liggen. 

Serie: Cor Morelli, Open dossiers
Deel 3: Beulskind
Tekst en tekeningen: Aloys Oosterwijk
Uitgeverij: L
Oosterhout 2021, 48 blz. € 9,95 (softcover)

donderdag 6 januari 2022

Tijl (Daniel Kehlmann)


Bij het lezen van literatuur beperk ik me meestal tot het Nederlandse taalgebied. En daarbij heb ik al het idee dat ik veel minder lees dan zou moeten. Maar soms kan ik een boek dat oorspronkelijk in een andere taal is geschreven niet weerstaan. 

Eind vorig jaar kreeg ik het boek Tijl van Daniel Kehlmann cadeau van een collega. Ik zei hem dat ik het zeker zou gaan lezen. Dat kon ik gemakkelijk beloven. Van Het meten van de wereld (2005) heb ik namelijk zeer genoten en ik heb het ook al verschillende keren cadeau gedaan. Ook in Tijl had ik wel zin. Terecht, blijkt na lezing. 

Uilenspiegel

Tijl gaat over Tijl Uilenspiegel, een personage dat we kennen, ook uit boeken voor kinderen. Daarin is hij een grappenmaker, die mensen voor de gek houdt en voor schut zet. Bij Daniel Kehlmann is hij een nar, maar ook een tragische figuur. 

In de openingsscènem waarin Tijl hoog boven de mensen op een koord loopt, herkennen we een bekende jeugdboekenpassage, maar daarna kwamen we voor mij op onbekend gebied. We gaan terug naar de jeugd van de kleine Tijl, als zijn vader veroordeeld en ter dood gebracht wordt wegens hekserij. Daarbij waren de jezuïeten Athanasius Kircher en Oswald Tesimond betrokken, historische figuren. Kircher (ook wel bekend als Kirchner) zullen we later in het boek nog tegenkomen. 

Dertigjarige Oorlog

Tijl speelt zich helemaal af in de eerste decennia van de zeventiende eeuw, als er in Europa de Dertigjarige Oorlog woedt, die zo'n beetje begonnen is als Frederik V van de Palts, ondanks adviezen om het niet te doen, als protestant de het koningschap van Bohemen aanvaardt. Hij zal maar een winter koning zijn, waarna hij wel de Winterkoning wordt genoemd. 

Niet alleen raakt hij het koningschap kwijt, maar hij was sinds zijn veertiende ook keurvorst van de Palts en nu er door de keizer een ban over hem wordt uitgesproken, raakt hij ook het keurvorstschap kwijt. Hij moet met zijn gevolg trekken door Europa, waarop hij terechtkomt in Nederland (hij was een neef van Prins Maurits), in Den Haag en later in Rhenen. 

Frederik was getrouwd met Elizabeth Stuart, Liz, de dochter van de Engelse koning Jacobus I. In enkele delen van Tijl leren we vooral haar beter kennen. Bij alle verhalen is Tijl betrokken. Hij is een tijdje nar bij Frederik, maar later, ver na Frederiks dood, als Liz nog wat probeert te regelen voor haar zoon, komt ze hem opnieuw tegen. 

Vluchten na de dood van vader

Tijl is samen met Nele gevlucht nadat zijn vader veroordeeld is. Hij is dan nog maar een kind. Pas later krijgen we de werkelijke toedracht te horen van de veroordeling van vader Claus Uilenspiegel. Dat gebeurt vaker. Kehlmann heeft overal plotjes verborgen: steeds blijken dingen net iets gecompliceerder te zijn dan we dachten. 

Intussen krijgen we wel een beeld van hoe onzeker de toestand in Europa was. De oorlog golft heen en weer en hij zal de plaats waar je leeft maar treffen. Verder is er ziekte, honger, vuiligheid. Het is een ongewis bestaan, zeker voor rondtrekkende kunstenmakers, zoals Tijl er een is. 

Ook in dit boek toont Kehlmann zich een zeer vaardig schrijver, die goed een tijdperk kan oproepen, die ons laat meeleven met verschillende personages en die steeds alle touwtjes stevig in handen heeft. Slechts een enkele keer betrapte ik hem op een onnauwkeurigheid. Hij noemt ergens de planeet Neptunus, maar die werd pas in de negentiende eeuw ontdekt. En dat ontdekte ik pas onlangs toen ik het gedicht 'Aan de nieuw ontdekte planeet' van B.Ph. de Kanter las. 

Maar verder: geen kwaad woord. Tijl is een fascinerende roman over een wereld die een stuk onveiliger is dan de onze. 

Zes podcasts over Nederlandse musici

Schrijven over podcasts is lastig, omdat ik veel verschillende podcasts beluister en er vaak niet heet van de naald over schrijf. Ik moet dan terugvallen op mijn gebrekkige geheugen. Maar meestal weet ik nog wel of ik een podcast goed vond of niet en over podcasts waar ik echt niets aan vind of vond, schrijf ik meestal niet. Nou ja, dat zou ik ook een keer kunnen doen: podcasts waar ik niet verder kwam dan enkele afleveringen en soms zelfs dat niet. 

Deze keer podcasts over muziek, met als onderwerp Nederlandse muziekmakers. Geen klassieke muziek (dat komt nog wel) en geen jazz (dat komt misschien ook nog). Eerst had ik in de titel het woord popmusici, maar vallen Boudewijn de Groot en Jules de Corte daaronder? Waarschijnlijk niet. 


Popbiografie: Boudewijn de Groot

Van goede Nederlandstalige liedteksten heb ik altijd gehouden. Ik ben al jarenlang een trouw luisteraar van Andermans veren (even scrollen) en heb veel bundels met liedteksten in mijn boekenkasten staan. Boudewijn de Groot is een held uit mijn jeugd. Veel van zijn liederen kende ik tot op de komma en ik kon ze moeiteloos meezingen, bijvoorbeeld tijdens het melken van de koeien. 

Bert Kranenbarg maakte over Boudewijn de Groot de podcast Popbiografie en dat is heel erg goed gelukt. Hij doet dat in vijf afleveringen, die alle de titel van een lied van Boudewijn de Groot als afleveringsnaam hebben en er is een bonusaflevering waarin De Groot reageert op de verschillende uitspraken die anderen over hem hebben gedaan. Een mooi voorbeeld van hoor en wederhoor. 

Een keur aan mensen komt aan het woord: Boudewijns vrouw (tevens manager) en kleindochter (ook zelf actief in de muziek), andere zangers (zoals Stef Bos en Raymond van het Groenewoud) en mensen die met hem gespeeld hebben.

Het is allemaal hoogst interessant, vooral ook omdat echt het werk centraal staat. Door daar een beeld van te geven, krijg je en passant een beeld van de zanger. Kranenbarg is goed voorbereid, stelt gerichte vragen, is niet uit op sensatie en doet dus gewoon zijn werk erg goed. 

Verder is de podcast mooi vormgegeven. Achter het praten draait heel zachtjes muziek van een bepaald nummer. Je moet goed luisteren om het te horen, maar het kleurt wel de aflevering. Binnen die aflevering is er niet alleen gepraat, maar er zijn ook muziekfragmenten en aan het eind wordt het complete nummer gedraaid waarnaar de aflevering is genoemd. 

Erg mooie podcast, niet alleen voor mensen die het werk van Boudewijn al kennen, maar ook voor degenen die het willen leren kennen. Zeer aanbevolen.

Meer informatie op de site van NPO Radio 5.


De Corte podcast

Wie weet nog wie Jules de Corte was? Hij schreef tientallen en misschien wel honderden teksten en melodieën, altijd herkenbaar als die van hem, subtiel humoristisch en soms ook vlijmscherp. Lang geleden heb ik wel eens een liedtekst in de klas behandeld: 'Geachte priesters en geachte predikanten, wordt het geen tijd dat u een ander baantje kiest?'

Intussen lijken veel van zijn nummers vergeten. Mensen kennen misschien nog 'Ik zou wel eens willen weten' te noemen of 'Kleine Anita' of misschien het atypische 'Koning Onbenul' en dat zal het wel zo'n beetje zijn. Katinka Polderman vroeg in een column aandacht voor Jules de Corte en ik heb eens een opname gehoord waarin ze het eerste couplet zingt van 'Het feest dat nooit gevierd werd', wat een schitterend lied is.

Gelukkig kon het niet uitblijven dat ook aan De Corte een podcast gewijd is. Mensen die niets van hem weten, vallen er misschien wel een beetje onvoorbereid in, maar ik weet niet of dat een bezwaar is. De podcastmaker Sander Zwiep verdiept zich in de persoon van Jules de Corte. In verschillende afleveringen wordt hij bijgestaan door Ernst, zoon van Jules de Corte, die niet altijd een makkelijke relatie met zijn vader had. Toen het allemaal wat beter ging, overleed De Corte, in 1996, vijfentwintig jaar geleden. Zo wordt de podcast ook een Vatersuche.

We komen als luisteraar op allerlei plekken terecht, bijvoorbeeld in de kerk waar De Corte organist was en in het huis in Brabant waarin hij gewoond heeft. We krijgen vooral een beeld van de persoon en iets minder van het werk, als ik mij dat tenminste goed herinner. Daar had wat mij betreft wat dieper op ingegaan mogen worden. De fragmenten van liederen hadden ook iets langer mogen zijn. 

Toch heb ik met plezier naar deze podcast geluisterd. En hopelijk heeft het tot gevolg dat er weer eens wat zijn werk wordt afgestoft. Dat de liedtekstenverzameling Ik zou wel eens willen weten verscheen in de serie Pluche is ook alweer meer dan vijftien jaar geleden. 

Meer informatie over de podcast vind je op de site van NPO Radio 4


.


Harry

Afgelopen jaar zou Harry Muskee tachtig geworden zijn, ware het niet dat hij in 2011 overleden was. Voor wie de naam niets zegt: Harry was de centrale man in de band Cuby + Blizzards, een bluesband uit het Drentse Grolloo. Een andere bekende naam uit de band is Herman Brood, die er een tijdje piano speelde. 

Witte mannen die blues spelen - nu zouden we misschien spreken van culturele toeëigening, maar van dat verschijnsel heb ik altijd weinig begrepen. In ieder geval maakte C+B muziek die nog altijd het beluisteren waard is, tenminste voor iemand van mijn leeftijd. 

Journalist Roy van Gool maakte voor RTV Drenthe de podcast Harry, waarin hij zich verdiept in de geschiedenis van C+B en het leven van Harry Muskee. Hij praat met veel mensen uit Muskees omgeving en met mensen die in de band gespeeld hebben. De samenstelling van de band wisselde nogal eens en dat ging bij mij wel eens door elkaar lopen. Totdat ik vond dat ik dat niet allemaal hoefde te onthouden en lekker verder kon luisteren. Toen had ik daar geen last meer van. 

Natuurlijk komt Johan Derksen ook aan het woord. Niet alleen is hij kenner van de band C+B, maar hij was ook een tijd de manager, in welke functie hij ook chauffeer van Harry Muskee was. Het vertellen van smakelijke anekdotes kun je wel aan Derksen overlaten. 

Eigenlijk wist ik niet zo heel veel Cuby + Blizzards en van Harry Muskee af. Daarvoor had ik waarschijnlijk vijf jaar ouder moeten zijn. Maar naar de lotgevallen van de toch wel legendarische band, naar Nederlandse maatstaven, heb ik geboeid geluisterd. Mooi initiatief van RTV Drenthe. Daar vind je meer informatie. 




Wat je altijd al wilde weten van ...

De podcast Wat je altijd al wilde weten van ... is gemaakt door Hans Schiffers, van wie ik altijd heb gedacht dat zijn voornaam Han was, maar dat klopt dus niet. In elke aflevering interviewt hij een Nederlandse artiest. De afleveringen zijn ongelijk van lengte, van grofweg een half uur tot een uur. 

In 2018 en 2019 verschenen er acht afleveringen. Daarvan heb ik er twee beluisterd (met Bonnie St. Claire en Bennie Jolink), maar de andere zes ga ik ook nog beluisteren, omdat ik naar alle zes benieuwd ben, vooral naar die met Jan Akkerman en die met Ton Scherpenzeel (van Kayak). Maar die met Peter Koelewijn en Henny Vrienten zullen ook wel de moeite waard zijn. 

Schiffers interviewt in de twee afleveringen die ik beluisterd heb de artiesten met respect. Net als bij de podcast van Bert Kranenbarg is er geen enkel effectbejag. Het gaat niet om sappige details uit het leven, maar om het werk. Bij Bennie Jolink gaat het om het album Post Normaal, dat dan net verschenen is. Het interview wordt afgesloten met het mooie nummer over de bus naar Hummel. 

Het boek van Bonnie St. Claire was nog niet verschenen en daarom gaat het gesprek met haar niet over haar persoonlijke leven, maar over haar carrière. Je krijgt op die manier ook een mooi stukje Nederlandse muziekgeschiedenis mee. Dat boek van haar moet ik overigens nog lezen. 

Na 2019 zijn er geen afleveringen meer verschenen en dat lijkt me jammer. Er zijn nog heel wat Nederlandse artiesten die een goede interviewer verdienen en van wie we best wat had willen weten. We kunnen beginnen met te luisteren naar deze acht afleveringen. Als ze veel gedownload of beluisterd worden, komen er misschien nog meer. 

Kijk voor een overzicht op de site van NPO Radio 5. 



De Nederpopcast

Krijgen vrouwen bij de Nederlandse muziek dezelfde aandacht als de mannen? Zijn er bij de vrouwen namen die we met even veel respect uitspreken als die van Herman van Veen, Boudewijn de Groot, Stef Bos of Maarten van Rozendaal? Misschien wel en er schieten mij allerlei namen te binnen, maar waarschijnlijk hebben vrouwen het toch iets lastiger dan mannen in de muziek, zoals op veel gebieden. 

Carolien Borgers en Tim Treffers duiken eens in de wereld van de zangeressen. Ze ondervroegen acht vrouwen van verschillende generatie: Willeke Alberti, Imca Marina, Maggie MacNeal, Fay Lovsky, Edsilia Rombley, Hind, Linde Schöne en Eefje de Visser. In zes afleveringen wordt steeds een ander aspect van de carrière in de muziek belicht, zoals 'De droom', 'De schaduwkant', 'Het succes'. 

Ik snap dat je een beetje een representatieve steekproef wilt nemen, maar acht stemmen is wel wat veel en ook wat snipperig, zeker omdat elke aflevering maar een half uur beslaat. Soms had ik behoefte aan wat meer ruimte voor iemand. In elke aflevering is er ook een klein blokje Nederlandse muziekgeschiedenis en ook dat vond ik een beetje aan de korte kant. Anderzijds wordt het tempo wel lekker hoog gehouden. 

Bij de ene zangeres kon ik me meer voorstellen dan bij de andere. Zo had ik de naam van Linde Schöne wel eens gehoord, maar ik kon me geen voorstelling maken bij haar muziek. Van de rest had ik wel een beeld. Het is alweer enkele maanden geleden dat ik deze podcast heb beluisterd. Het algemene beeld dat me bijgebleven is, is toch dat zware kanten aan het vak zaten. Vooral van Fay Lovsky (die gestalkt werd) en van Maggie MacNeal herinner ik me ellendeverhalen. Het succes was er ook, maar je zou toch wensen dat het allemaal met wat minder schaduwkanten had gekund. 

De Nederpopcast luistert lekker weg, maar ik zou graag een vervolg hebben, met wat meer aandacht voor de individuele zangeressen of meer aandacht voor muziek in een bepaalde periode. In mijn herinnering waren er in de jaren zeventig bijvoorbeeld veel duo's. Niet alleen Mouth & MacNeal, maar ook Sandra en Andres, Saskia en Serge en wat eerder Gert en Hermien en voor een ander publiek Elly en Rikkert. Er zullen er ongetwijfeld meer zijn. Hoe was daar de samenwerking? Van Maggie MacNeal weten we het, maar gold dat ook voor de andere duo's? En zo zijn er meer vervolgseries mogelijk. 

Meer informatie vind je bij NPO Radio 2.


De Volgspodcast

Het radioprogramma Volgspot bestaat al dertig jaar. Volgens mij hoorde ik vroeger wel eens een uitzending. Het was toen, als mijn geheugen klopt, vlak voor of na Het podium van de Nederlandse lichte muziek. Pas onlangs botste ik tijdens het struinen op De Volgspodcast. 

In de afleveringen praat Hijlco Span met een Nederlandse zanger of zangeres. Een greep uit de afleveringen: Leonie Jansen, Wende, Stef Bos, Maaike Ouboter, Karin Bloemen, Tim Knol, Edwin Rutten. Niet de eersten de besten dus. Een aflevering bestaat steeds uit blokjes interview, met daartussendoor muziek. 

Span is een ervaren interviewer, die ook tijdens het gesprek vaak praat alsof hij aan het presenteren is. Het gesprek houdt altijd tempo en je krijgt een goed beeld van de geïnterviewde. De afleveringen die ik op iTunes vond, komen voornamelijk uit 2018. Er is er eentje uit 2020 en eentje uit 2021. Die laatste is er een in de reeks Volgspot Podium, waarin artiesten een stukje uit hun programma brengen. Erik van Muiswinkel brengt een deel van Buigt allen mee voor drs. P. Tussendoor wordt hij geïnterviewd door Astrid de Jong.

Daarna zijn er nog meer uitzendingen geweest, maar die zijn niet als podcast verschenen. Ik heb ze in ieder geval niet kunnen vinden. Je vindt wel video-opnamen op de site. (Let op: er bestaat ook een Volgspotcast. Die gaat over musicals).

En verder

Eerder schreef ik over vergelijkbare podcasts:

Je zou ook eens kunnen kijken bij:

Belgische podcasts, waarin je artiesten aan het woord hoort over een nummer dat een internationaal succes werd. Korte afleveringen, zodat je ze gemakkelijk allemaal achter elkaar kunt beluisteren. De serie begint met Marina van Rocco Granata. Verder o.a. afleveringen met Adamo, Axelle Red en Soulsister.

Dolf Jansen praat met mensen over liedteksten. Het zijn niet altijd zangers of zangeressen en vaak gaat het over Engelstalige nummers. Leuk om naar te luisteren. 
Een podcast over het festival in Kralingen. Deze podcast heb ik nog niet beluisterd. In ieder geval een stukje popgeschiedenis dat zich in Nederland afspeelt. 

En ongetwijfeld zie ik heel veel over het hoofd. Dat komt dan wel bij een nalezing.