Van Hella Haasse (1918 - 2011) heb ik best wat gelezen, maar ook heel veel niet. Vooral aan sommige van haar vroege romans ben ik nooit toe gekomen, zoals aan Het woud der verwachting (1949), De scharlaken stad (1952) en De ingewijden (1957). Sommige daarvan heb ik intussen in huis en ik hoop er de komende tijd te vinden om ze alsnog te lezen.
Van haar latere werk besprak ik hier Sleuteloog (2002) en nu heb ik Fenrir (2000) gelezen. Het behoort niet tot haar beste boeken, maar een iets mindere Haasse is altijd nog te verkiezen boven een hoop andere boeken.
De ondertitel is Een lang weekend in de Ardennen. Dat 'weekend' is wel heel ruim bemeten: de tijd die beschreven wordt loopt van 24 september tot en met 21 oktober en dan is er nog een epiloog die zich twee maanden later afspeelt, in september. Maar het duurt inderdaad tot in oktober voor alle personages in de Ardennen zijn.
In de ban van wolven
In een soort proloog worden we voorgesteld aan de journalist Matthias Crone, die op 25 september naar een concert van de pianiste Edith Waldschade is geweest. Hij is al sinds zijn vroege jeugd in de ban van wolven en hij werkt zelfs aan een wolvenencyclopedie. Nu heeft hij vernomen dat Edith Waldschade wolven houdt in het bos bij haar landhuis in de Ardennen.
Crone weet zo'n beetje alles van wolven. Zo kent hij ook de wolf Fenrir. Daarover schrijft Edith in een brief aan ene Jon:
Tot mijn vroegste herinneringen hoort het ogenblik waarop mijn vader mij vertelde van de Wolf Fenrir, die jaar na jaar probeert de zon te verslinden. De zon verliest aan stralenkracht, dooft tot een bloedrode bol, weerloze prooi van het ondier. Oorlog en rampen teisteren de wereld, kinderen vermoorden hun ouders, broers slaan elkaar dood, 'de mens de mens een wolf', een ijskorst bedekt de aarde, en dan wordt het voor lange, lange tijd nacht.
Het huis in de Ardennen heet Breidablick, zoals in de Oudnoorse mythologie het huis van Balder, de god van licht en vreugde.
In het huis woont ook nog Ediths zus Gerda met haar man Egon Blanck en dochter Siv. Hen zou Edith het liefst uitkopen, maar het is maar de vraag of ze dat willen. En dan duikt er nog een opmerkelijke man op, Erwin, die beweert een halfbroer van de zussen te zijn. Hij zou geboren zijn uit een eerder huwelijk van hun vader, Erik Waldschade.
Nieuwe heidenen
Bovendien haalt een bijeenkomst van 'nieuwe heidenen' op het landgoed de krant. De bijeenkomst is georganiseerd door Grootmeesteres Gerda Blanck, 'die diverse spreuken en bezweringen zingzegde en op de harp een aantal mysterieuze composities ten gehore bracht.' De schrijver van het artikel vindt dat er een luchtje aan de bijeenkomst zit: 'Wordt hier een extreem rechtse vrijplaats gevormd? Waakzaamheid lijkt geboden.'
De verdachtmakingen komen niet uit de lucht vallen. De moeder van Edith komt uit een ultrarechtse flamingantenfamilie en er zijn vragen over de zuiverheid van vader, die germanist was. Deugden zijn opvattingen eigenlijk wel?
Edith had een goede verhouding met haar vader en ze heeft hem altijd verdedigd, maar ze heeft ook vragen:
Toch heb ik de indruk dat ik iets over het hoofd zie. Er blijft ergens een lacune, het gemis van een essentieel gegeven. Nooit eerder heb ik duidelijk beseft dat er op de achtergrond van mijn verhouding tot vader sprake is van een onbeantwoorde vraag.
Intussen heeft Matthias een oud-klasgenoot ontmoet, Rollo Bley, die hij jaren niet meer gezien heeft. Rollo houdt zich bezig met zaken die het daglicht niet of nauwelijks kunnen verdragen. Hij blijkt toevallig Siv (de dochter van Gerda en Egon ontmoet te hebben). Matthias gaat met hem mee naar Breidablick.
Toevallig
Het lijkt erop dat Haasse zich in allerlei bochten heeft moeten wringen om Matthias op Breidablick te krijgen. Te veel toeval, te gekunsteld. Er zijn meer van dat soort toevalligheden. In de epiloog wil de mogelijke halfbroer Erwin een asielzoekerscentrum openen in een dorp en dat is toevallig het dorp waar Matthias geboren is.
En dan heb ik het nog niet gehad over de verhaallijn van Edith en Jon, de violist met wie ze jarenlang een duo heeft gevormd, maar met wie ze geen contact meer heeft. Daar bijkt Erwin ook iets meer over te weten.
Matthias komt in ieder geval in contact met Edith en krijgt toestemming van haar om de bibliotheek te gebruiken, waarin het complete werk van haar vader te vinden is. Wat hij daar vindt, werpt mogelijk een ander licht op vader Waldschade.
Spannend
Fenrir is wel een spannend boek. Je zit als lezer met heel veel vragen: Deugde de oude Waldschade? Is Erwin een halfbroer? Wat gebeurt er met die nieuwe heidenen? Hoe zat het tussen Edith en Jon? Hoe gaat het verder met de wolven? Het lijkt erop dat Haasse niet alle verhaallijntjes goed aan elkaar geknoopt krijgt en je vraag je af of al die lijnen wel van belang zijn. Maar het verhaal blijft wel vaart houden.
Verder zijn er allerlei soorten teksten. Als er over Edith geschreven wordt, is dat in de vorm van een soort toneeltekst, er zijn brieven, een krantenbericht en 'gewoon' proza dat je in een roman verwacht. Waarom bijvoorbeeld de teksten over Edith op deze manier vorm hebben gekregen was me niet duidelijk.
Hoe het afloopt, zal ik niet verklappen. Er zit best wat actie in het verhaal, zeker als blijkt dat de wolven ontsnapt zijn. Ik heb me tijdens het lezen niet verveeld. Fenrir is nog altijd een Haasse en schrijven kan ze wel. Maar het niveau van Sleuteloog, dat ze twee jaar later zou schrijven, heeft Fenrir niet.
Wel zijn er elementen in die nog steeds actueel zijn en dat verraste me wel. Natuurlijk denk ik hierbij aan de hele wolvendiscussie, maar ook aan die over de opvang van asielzoekers en over mensen die teruggrijpen op oude natuurreligies. Fenrir is meer dan vijfentwintig jaar oud, maar het verhaal oogt nog redelijk fris. Ik kom het op boekenlijsten tegenwoordig niet meer tegen, maar het zou er nog best op kunnen.
Eerder schreef ik over:































