De Boekenweek is alweer bijna een week oud en er is al veel lelijks gezegd over het Boekenweekgeschenk. Eigenlijk is er elk jaar wel kritiek en dat snap ik ook wel. Een novelle van Ilja Leonard Pfeijffer is toch anders dan een van zijn dikke romans. Bovendien zal een schrijver er wellicht ook wel rekening mee houden dat het Boekenweekgeschenk gelezen zal worden door mensen die anders nooit literatuur lezen.
Vorig jaar greep de CPNB terug op een oud concept: dat van een wedstrijd. Dat idee vond ik nog wel aardig, al zet je wel veel schrijvers aan het werk die niet weten of hun inzending ooit gepubliceerd zal worden. Het was in ieder geval beter dan het gezinsproject van de Chabotten in het jaar ervoor. Het is wel duidelijk dat de CPNB zoekende is. Blijkbaar moet er iets veranderen, maar het is nog niet duidelijk hoe.
De trend is wel dezelfde als die bij fietsen voor oudere mensen: graag een verlaagde instap. Daarom ook heet het Boekenweekessay ook geen essay meer. Of is dat intussen weer teruggedraaid? Dit jaar is het Boekenweekgeschenk Piaggio, geschreven door Hendrik Groen.
Jaren tachtig
De vorige grote verandering was in de jaren tachtig. Daarvoor was het een beetje een rommeltje geweest, in 1981 was er gedoe door De vierde man van Gerard Reve, dat niet geschikt werd geacht vanwege controversiële passages en toen moest Henri Knap op het laatste moment iets schrijven. Of misschien had hij het al liggen en hoefde hij het alleen in te leveren. De details herinner ik me niet.
Ik vond het indertijd niet eens zo'n beroerd boek, maar er was veel kritiek. In 1982 was er een verhaal van Marten Toonder en het jaar erop was er het mislukte geschenk dat Wim Kan schreef en toen was het blijkbaar genoeg. Vanaf dan zou een literaire auteur het Boekenweekgeschenk schrijven. Hoe er gereageerd werd op De ortolaan van Maarten 't Hart weet ik niet meer zeker, maar over Somberman's actie van Remco Campert uit 1985 was men meer dan tevreden.
Daarna was elk jaar het geschenk een novelle die door een erkende literaire auteur geschreven was. De eerste tien na Campert: Marga Minco, Tessa de Loo, J.M.A. Biesheuvel, Hugo Claus, F. Springer, Cees Nooteboom, A.F.Th. van der Heijden, Willem Frederik Hermans, Hella Haasse (voor de derde keer) en Leon de Winter. Allemaal onverdachte schrijvers, die al bewezen hadden dat ze wat konden. Wel weer veel meer mannen dan vrouwen.
Treurig niveau
In 2001 was het boek van Salman Rushdie een vreemde eend in de bijt en naar mijn mening ging het pas weer mis in 2018 bij het Boekenweekgeschenk dat Griet Op de Beeck, dat ik me herinner als van een treurig niveau. En nu is er dus Piaggio van Hendrik Groen. Dat blijkt het pseudoniem te zijn van Peter de Smet, dezelfde naam dus als van de beroemde tekenaar van de strip De generaal.
Van Groen heb ik alleen het eerste boek gelezen. Het begin vond ik grappig, maar verderop raakte ik indertijd de interesse kwijt. Dat er ook een schrijnende kant zat aan het verhaal wist de schrijver niet bij me over te brengen. Daarna heb ik nooit meer iets van hem gelezen. Nu ik Piaggio gelezen heb, is me weer eens duidelijk geworden waarom.
Het begin van het boek wordt afwisselend verteld door Anton en door Marieke. Anton heeft de droom om met een Piaggio van Italië naar Nederland te rijden en Marieke, die hij net pas kent, gaat met hem mee. Verderop rommelt Groen wat meer met het perspectief en soms is er ineens een alwetende verteller: 'Als ze hadden omgekeken, zouden ze hebben gezien dat de oude baas meewarig zijn hoofd schudde'.
Er zijn natuurlijk wat probleempjes onderweg en Anton en Marieke groeien steeds meer naar elkaar toe en uiteindelijk loopt alles goed af. Ik vind het allemaal niet zo boeiend; het boekje is duidelijk niet voor mij bedoeld. Hopelijk zijn er veel mensen die er wel van kunnen genieten.
Anton wordt op zijn nek gezeten door zijn vader, die vindt dat Anton snel een nieuwe baan moet zoeken en Marieke voelt druk van haar dochter. Dat is wel een link met het christelijke Actieboek, Cantate Domino. Dat is geschreven door Cocky Minderhoud, van wie ik nog niet eerder wat gelezen heb. Het Actieboek is mede uitgegeven door uitgeverij De Banier, waaruit ik maar geconcludeerd heb dat er geen literaire pretenties zijn.
Hoofdpersoon in Cantate Domino is Joppa, een 78-jarige vrouw. Haar man is vijf jaar daarvoor overleden. Ze houdt van zingen en het koor, dat ze mede opgericht heeft en dat Cantate Domino heet, bereidt een jubileumconcert voor.
Op het parkeerterrein bij het repetitielokaal wordt haar auto aangereden door een ander koorlid en dat zorgt voor bezorgdheid bij haar drie zoons. Ze vragen zich af of Joppa nog wel door moet gaan met autorijden en ook maar meteen of ze nog wel zelfstandig kan wonen. Het geeft een vervelende stemming tussen moeder en kinderen. Na de avond van de uitvoering, waar Joppa onverwacht een solo heeft, wordt alles uitgesproken en raakt de lucht opgeklaard.
Ook in Cantate Domino is er op literair gebied niet zo veel te beleven, doordat er zo veel wordt uitgelegd. We krijgen wel heel veel gedachten van Joppa te lezen, zodat we precies snappen wat er aan de hand is. De lezer hoeft zelf niets meer te doen.
Maar dit Actieboek gaat wel wat dieper dan Piaggio. De inhoud van de koorstukken die Joppa zingt, is betekenisvol voor haar en die helpt haar ook. Aan het eind van de novelle zijn de teksten (met vertaling) opgenomen en wie naar de muziek wil luisteren, kan de QR-codes scannen.
Cantate Domino heeft zeker, net als Piaggio iets zoets, maar het heeft ook zeker wat ontroerends, terwijl het boekje van Groen geen enkel beroep doet je op je gevoel.
Waar het heen zal gaan met Boekenweekgeschenk is nog maar helemaal de vraag. Misschien helpt het dat Eveline Aendekerk terugtreedt als directeur, maar ik durf nergens op te hopen.







.webp)
.webp)
.webp)
.webp)
