Posts tonen met het label Televisie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Televisie. Alle posts tonen

vrijdag 10 maart 2017

Heel Holland Bakt (Knipoog 61)



Van tv-kijken komt het meestal niet. Dat wil zeggen dat ik wel gehoord heb over sommige programma's, maar dat ik ze meestal niet gezien heb. Zo'n programma is Heel Holland Bakt. Ik geloof dat daarin niet door Nederland gereisd wordt om te kijken hoe in geheel Nederland gebakken wordt, maar dat er bakkende mensen gefilmd zijn en dat heel Holland geacht wordt daarnaar te kijken.

Misschien kijkt niet heel Holland, maar het programma doet het goed. Ook de titel doet het goed. Er blijken variaties op mogelijk te zijn.

Ik denk dat de alliteratie op de h-klank in de eerste twee woorden goed werkt. Dat zou nog net iets beter zijn als alle drie de woorden met een h zouden beginnen, net als bij Heerlijk helder Heineken.

Bij het hengelen via Google ving ik de volgende voorbeelden: 'Heel Holland helpt', een tv-sprogramma. Het is mij niet duidelijk welke van de twee Heel-Hollandprogramma's het eerst was. En er blijkt op tv nóg een programma te zijn waarvan de titel hetzelfde stramien volgt: Heel Holland zorgt.

Verder vond ik 'Heel Holland transparant' (hier), Heel Holland lakt (hier), Heel Holland hyggt (hier - weer een nieuw woord geleerd), Heel Holland baklava (hier), Heel Holland danst (hier), Heel Holland holt (hier), Heel Holland hugt (hier), Heel Holland scheurt (hier) en nog veel en veel meer.

Op vrijdag 13 januari kwam ik een knipoog tegen in de NRC van die dag: 'Heel Holland verhuist', voor op het katern 'Economie'. De kop verwijst naar een artikel over de hectiek op de woningmarkt.

Het is duidelijk: om aan te duiden dat iets wijd verbreid is in Nederland, kun je een kop maken die begint met 'Heel Holland'. Zolang het tv-programma (of de tv-programma's) populair zijn, zal dat nog wel even duren.




donderdag 9 juni 2016

Want dieren zijn precies als mensen (Knipoog 47)


In NRC Handelsblad van 26 mei 2016 was een artikel te lezen van Rik Smits, met de titel 'Want dieren zijn níét precies als mensen'. In het artikel reageert Smits op het boek Zijn we slim genoeg om te weten hoe slim dieren zijn? van etholoog Frans de Waal. Smits vindt dat De Waal doorslaat.

Dieren kunnen best wat, schrijft Smits, maar wat ze kunnen is toch niet te vergelijken met wat mensen presteren. Over het algemeen komen de dieren niet zoveel verder dan het leren van trucjes, die wij ze aangeleerd hebben door gerichte beloningen. Dieren zijn niet precies als mensen.

De titel van het artikel knipoogt natuurlijk naar het Fabeltjeskrantliedje. Ik ga ervan uit dat iedere krantenlezer van boven de dertig de zinsnede herkent. Met tussenpozen is De Fabeltjeskrant uitgezonden tot 1992.

Smits verwijst niet alleen naar het tv-programma vanwege het zinnetje in de kop, maar ook omdat hij vindt dat De Waal fabeltjes vertelt, wat weer heel toepasselijk is: het betreft hier immers verhalen over dieren. Meteen in de eerste alinea maakt Smits zijn positie duidelijk:
's Werelds troetel-etholoog Frans de Waal is een complotdenker. Iedereen die zijn Fabeltjeskrant-adagium 'dieren zijn precies als mensen, met dezelfde mensenwensen en dezelfde mensenstreken' durft te betwijfelen, beticht hij in zijn nieuwste boek Zijn we slim genoeg om te weten hoe slim dieren zijn? van lidmaatschap van een antropocentrische wereldsamenzwering. Een kongsi van filosofen, psychologen en taalkundigen die telkens als dieren iets 'typisch menselijks'blijken te kunnen, fluks de doelpalen verplaatst om de vermeende uniciteit van de mens te redden. 
In de rest van het artikel maakt hij aannemelijk dat De Waal de 'intelligentie' van dieren veel te hoog aanslaat. Smits kan maar tot één conclusie komen: dieren zijn niet precies als mensen en De Waal doet wat hij zijn tegenstanders verwijt: 'hij zet de doelpalen net waar ze hem uitkomen en roept dan: "Zie je wel!"

De Fabeltjeskrant leeft nog steeds. Eerder dit jaar hoorden we dat er gewerkt wordt aan een 3D-versie van de serie, maar ook als die er niet zou komen, hebben nog heel veel mensen herinneringen aan Willem met de waterpomptang, juffrouw Ooievaar en -hatsekidee!- Lowieke de Vos. Een knipoog naar de serie heeft nog altijd effect.


maandag 4 november 2013

Onbegrepen ironie

In de Volkskrant van afgelopen zaterdag, 2 november, wijdt Joost Zwagerman een paginagrote recensie aan een pamflet van Tolstoi, Wat is kunst? Daarin vaart Tolstoi uit tegen kunstenaars. Zwagerman schrijft dan:
Twee namen schoten mij te binnen bij deze even doldrieste als benepen tirade: Hans Teeuwen en Geert Wilders. Uit Teeuwens programma Hard en zielig (1994) is de schuimbekkende monoloog over 'werklozen en buitenlanders' die, aldus Teeuwen, in tegenstelling tot de bakker, slager, tuinman, smid en anderen met een eerlijk beroep 'de hele dag maar een beetje in hun bed blijven liggen stinken en het liefst de kantjes ervan af lopen'. 
De aanhalingstekens geven aan dat Zwagerman citeert en ik neem aan dat hij het bedoelde fragment dus even gecheckt heeft. Dat heb ik ook gedaan, want ik had een heel andere herinnering aan het fragment. De monoloog van Teeuwen richt zich niet tegen werklozen en buitenlanders, maar juist tegen mensen die gemakkelijke meningen over hen hebben. Kijk en luister maar:


Aan het eind is duidelijk op wie Teeuwen zijn pijlen richt: 'Wimpie Bosboom'. Wim Bosboom kreeg indertijd de gelegenheid om op tv een columnachtige tekst vol reactionaire meningen uit te spreken.

Wellicht dat Joost Zwagerman vooral op zijn geheugen heeft vertrouwd bij het tikken van zijn recensie. Zelfs voor een niet zo goede verstaander moet duidelijk zijn wat de strekking is van wat Teeuwen zegt en Zwagerman kan de clou niet ontgaan zijn. Wel kan ik me voorstellen dat de imitatie waarmee Teeuwen zijn monoloog begint zo goed is, dat die juist bijblijft.

Het begin van Teeuwens monoloog is een zuiver voorbeeld van ironie: het tegenovergestelde zeggen van wat je bedoelt. Zolang mensen de ironie als ironie herkennen, werkt het. Wanneer de ironie niet begrepen wordt, werkt het averechts.

Dat is al lang bekend. Ik vond bijvoorbeeld de volgende tekst op DBNL:
Met ironie in de boeken gaat het niet altijd zoo van een leien dakje. Wel behoort er iets in den stijl te zijn, dat den lezer waarschuwt; maar, al hapert het niet aan dat iets, voor zeer velen is de ironie een wereld buiten hen om. Bij de vrouwen komt dat meestal voort uit hartstochtelijkheid, bij de mannen uit stompzinnigheid.
Het citaat komt uit Taal en letteren, jaargang 8, 1898, blz. 428. Het is geschreven door André Hallays, die het eerder schreef in Wetensch. Bl. Ook hij merkt op dat ironie vaak niet begrepen wordt. Er zijn meer voorbeelden.

Bekend is wat Van Kooten en De Bie overkwam. Zij richtten in hun tv-programma de Tegenpartij op: 'Geen gezeik. Iedereen rijk.'


De Tegenpartij was bedoeld als parodie op bijvoorbeeld Hans Janmaat en zijn Centrumpartij. Maar de Tegenpartij werd zo populair dat men zelfs verwachtte dat de partij in de Tweede Kamer zou kunnen belanden. Vlak voor de kamerverkiezingen (1981) werd de partij ontbonden. 

Ook bij de Tegenpartij werd de ironie door velen niet begrepen. De uitspraken van de vrije jongens Jacobse en Van Es werden serieus genomen en geprezen. Die twee zeiden tenminste waar het op stond.

Mij schoot een derde voorbeeld te binnen. De vliegende Panters maakten ooit een nummer over angst voor de islam. Het was een vrolijk nummer, waarbij in het bijbehorende filmpje een fanfare door een dorpje trekt. 



Ook hier is sprake van ironie. Niet de moslims worden op de hak genomen, maar de angst voor de islam. Door de vrolijke toonzetting, wordt dat voldoende duidelijk, lijkt me. Toch moest een lid van de groep zich indertijd (5 oktober 2005) verantwoorden bij Pauw & Witteman.

Volgens Hallays komt het misverstaan van ironie voort uit hartstochtelijkheid of stompzinnigheid. Of dat zo is, is weer een heel andere discussie. Dat iemand die zich bedient van ironie bedient de kans loopt niet goed begrepen te worden, lijkt me duidelijk. Erg is dat niet. Wie de ironie herkent en dus de achterliggende bedoeling oppikt, zal waarschijnlijk extra genieten: ook omdat hij tevreden kan zijn over zichzelf. Hij heeft immers lekker wel gezien wat de makers van het lied, het tv-programma, de sketch bedoelden.

Naschrift
Na enige tijd reageerde Joost Zwagerman. Zijn reactie:

Beste Teunis, met enige vertraging las ik je blog over ironie. Wat opmerkelijk dat de ironie van MIJN observatie je is ontgaan. Natuurlijk weet ik wel dat Teeuwen als cabaretier grappen maakte over buitenlanders en uitkeringstrekkers, en juist daarom noem ik hem ook, omdat de -onbegrijpelijke- ernst en bekrompenheid van tolstoi zo karikaturaal is dat die bekrompenheid alleen nog kan worgden geassocieerd met de potsenmakerij van een grappenmaker (Teeuwen) en het populisme van een kunsthater (Wilders). Ik maakte dat naar mijn idee toch meer dan duidelijk. Denk je nu echt dat ik meende dat Teeuwen meende wat hij in zijn sketch opvoerde? Gph.

succes met het blog!

Vr gr J