Posts tonen met het label Uitgeverij MENLU. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Uitgeverij MENLU. Alle posts tonen

woensdag 8 april 2026

Exovida (Adriaan Bijloo / Govert Schilling)


Tom Friend wil later striptekenaar worden. Bovendien stelt hij bovenmatig veel belangstelling in ruimtevaart en sterrenkunde. Gelukkig stuit hij op een oude strip uit het begin van de twintigste eeuw, Via Dexo. Hij wordt gegrepen door het verhaal van de ruimtevaarders Virgil en Alan, die te maken krijgen met maanbewoners. 

Zijn moeder, Mary Friend, werkt bij de NASA en haar team doet een grote ontdekking: een exoplaneet waarvan de omstandigheden erg lijken op die van de aarde. Daar zou dus leven op mogelijk kunnen zijn. 

Scenario

Dat is zo'n beetje het begin van de graphic novel Exovida, waarvoor het scenario werd geschreven wetenschapsjournalist Govert Schilling, in samenwerking met de tekenaar, Adriaan Bijloo. Tom en zijn moeder maken een trip met een Volkswagenbusje door een deel van Amerika. Ze bezoeken een expositie, een telescoop, Roswell (van het Roswell-incident) en meer plaatsen die, niet toevallig natuurlijk, te maken hebben met het onderwerp van dit boek: de mogelijkheid van buitenaards leven. 

En passant krijgen we de hele geschiedenis mee van het denken over buitenaards leven, waarbij grote namen, zoals Epicurus, Giordano Bruno en Johannes Kepler passeren. Die laatste schreef misschien wel de eerste science-fictionroman, Somnium. Al zou je ook heel andere titels kunnen noemen. Er worden meer voorbeelden uit dat genre gegeven, zoals het werk van H.G. Wells. 

Tom heeft zijn oude strip, maar het is slechts het eerste deel van een serie van vier en misschien is er nog wel een vijfde deel. Hij probeert de andere delen ook te pakken te krijgen. Tijdens zijn speurtocht ontmoet hij verschillende beroemde mensen. 

Gesprekken

Aan de ene kant wil Exovida veel informatie meegeven. Er komen dan ook veel gesprekken in voor waarin de leergierige Tom vragen stelt en zijn gesprekspartners hem de antwoorden geven. Dat vertraagt het verhaal wel, maar ik heb het idee dat het boek er net mee wegkomt. Op tijd zijn er kleine gebeurtenissen zodat we toch ook een beetje voortgqng blijven houden. Maar het verhaal is wel duidelijk het karretje waarop de boodschap vervoerd wordt. 

Het oude stripverhaal is een mooie vondst. De stukken eruit zijn in een andere stijl getekend op een andere kleur papier. En Tom tekent zelf ook. De grens tussen fictie en werkelijkheid wordt vaag en dat is het interessantste aan het boek. Van veel dingen weet je lange tijd niet of ze, binnen het verhaal, werkelijkheid of fictie zijn. 

Dat wordt mooi verbonden met de theorie van het multiversum. Als er verschillende universa zijn, zal er ook wel een universum zijn waarin werkelijkheid is wat in de onze fictie is. Dat geeft een speelse kant aan Exovida en die staat me wel aan. 

Tekeningen

De tekeningen zijn van de hand van  Adriaan Bijloo. De personages bewegen nogal stijfjes en de gezichten hebben weinig expressie. Ook lukt het niet goed om leeftijd weer te geven. Je moet goed kijken om te zien dat de ene persoon een generatie ouder is dan de andere. Verder gaat het tekenen van vogels niet altijd goed. 

Dat mag allemaal waar zijn, maar er is ook veel goeds over de tekeningen te zeggen. Bijloo hanteert verschillende stijlen, die hij ook nodig heeft omdat de stijl waarin de strip Via Dexo getekend is duidelijk anders moet zijn dan die van het verhaal van Tom. 

De belangrijkste kwaliteit is de helderheid. Er zijn geen details die afleiden, in elke tekening weet je meteen waarom het draait. En dat is maar goed ook, omdat je je hersens al zo bij de informatie in het verhaal moet houden. Het verhaal blijft helder dankzij de tekeningen en de inkleuring helpt daar ook bij. Naast de stukken waarin minder kleur gebruikt wordt (de verhalen in het verhaal) worden er in het hoofdverhaal veel vrij heldere kleuren gebruikt, met weinig kleurnuance. Dat ondersteunt het verhaal goed. 

Het onderwerp van Exovida is bijzonder interessant. Er moet heel veel informatie overgebracht worden en dat gaat een beetje ten koste van het verhaal, maar doordat er zoveel speelse elementen in het verhaal zitten, blijft het toch boeiend. Naast het onderwerp is het spel met fictie en werkelijkheid het boeiendste van het boek. 

Aandacht vasthouden

Exovida is een dik boek, meer dan driehonderd bladzijden, en dan moet je de aandacht van de lezer een hele tijd vasthouden. Bij deze lezer is dat zeker gelukt. Voor de volledigheid staat achter in het boek een lexicon van namen en gebruikte termen, gedrukt in een soort typemachineletter. Dat werkt goed en het geeft ook duidelijk een onderscheid aan met de rest van het boek. Het is fijn dat je bepaalde zaken op deze manier nog eens kunt nazoeken. Bovendien is het lexicon geïllustreerd en er zijn markeringen aangebracht in de tekst. De gemarkeerde termen of namen zijn weer op te zoeken. 

Daarna krijgen we ook nog, kort, de ontstaansgeschiedenis van dit boek (met schetsen), iets over de bronnen en een literatuurlijst voor wie verder wil lezen over dit onderwerp. In de literatuurlijst zijn alleen boeken opgenomen, geen artikelen of sites. 

Exovida ziet er aantrekkelijk uit, leest lekker genoeg en je krijgt ook nog eens veel informatie mee. Interessant boek.  



maandag 2 maart 2026

Moon 3: Prototype (Stephan Louwes / Johan Vandevelde)



De twee makers van de serie Moon werken gestaag door en intussen is er het derde deel: Prototype. Het verhaal speelt in de toekomst, in 2323, als een deel van Europa onder water staat. Onderaan neem ik de links op naar de besprekingen van de eerste twee delen, voor degenen die de voorgeschiedenis helder willen krijgen. 

Rik en Lynn Moon zijn TCA-agenten. Dat hebben ze lang geheim kunnen houden voor hun kinderen, de drieling Alex, Emily en Cleo, maar die zijn zelf op onderzoek uit gegaan. Nu worden ze opgeleid tot Junior Agents en ze gaan eigenzinnig op met hun opleidingsprogramma. 

De ouders zijn weer op missie. In de vorige twee delen gebeurde dat ook, in het verleden: tijdens de kruistochten en voor de uitbarsting van de Vesuvius. Nu hebben ze een opdracht in het heden: ze moeten het prototype van een tijdmachine ontmantelen, maar de operatie verloopt niet zo vlotjes. Er zijn nog meer partijen die belangstelling voor de machine hebben en die schuwen het geweld niet. 

Verval

Moon is een interessante serie. De scenarist Johan Vandevelde roept een interessante wereld op. Aan de ene kant is het een wereld in verval: je hebt het idee dat er wijken zijn waar mensen duidelijk aan zichzelf zijn overgeleverd en zich maar staande moeten zien te houden. Er zijn zelfs robots die het moeilijk hebben en bedelen om werk (met een QR-code). 

Aan de andere kant is die wereld technologisch hoog ontwikkeld waarin er zaken mogelijk zijn die nu (nog) niet kunnen. Zo is de robotisering sterk doorgegaan en kan er gereisd worden in de tijd. 

Zo'n wereld met een ontwikkelde kant en een kant die achterblijft, heeft zich al vaker bewezen. In de albums over het koninkrijk Trigië waren er straalvliegtuigen en straalpistolen (als dat het goede woord is) en tegelijkertijd waren er militairen die nog met het zwaard vochten en op paarden reden. Ook bij Moon zorgen die twee kanten ervoor dat de wereld intrigeert. 

Met de drie kinderen leef je gemakkelijk mee, omdat je je met hen kunt identificeren. Natuurlijk, het zijn kinderen van hun tijd, maar ze hebben dezelfde menselijke trekjes als wij. Ze vullen elkaar mooi aan. Elk kind heeft zijn of haar kwaliteiten, maar vooral met zijn drieën vormen ze een sterk team. 

Het verhaal blijft boeiend, hoewel het verteltempo vrij laag is. Er zijn behoorlijk wat bladzijden nodig voor vrij weinig gebeurtenissen. Dat betekent ook dat je redelijk snel klaar bent, als je het verhaal wilt samenvatten. Maar dat was in de vorige albums ook al zo en dat stond een prettige leeservaring niet in de weg. En tegen het einde van het verhaal in dit derde deel is er wel behoorlijk wat spanning. 

Tekeningen

De tekeningen van Stephan Louwes zijn in zwartwit, ze zijn dus niet ingekleurd. Ik heb de kleur niet gemist en misschien krijgt het tekenwerk zo wel extra aandacht. Over het algemeen zijn de tekeningen goed: ze ondersteunen het verhaal, geven uitstekend de setting weer en de personages acteren op een natuurlijke manier. Bij heftige emoties neigen gezichten soms naar het karikaturale en dat is mijns inziens niet nodig. 

Door de spanning aan het eind van het album wil je wel weten hoe het verhaal verder gaat in het volgende deel. We zullen nog eventjes moeten wachten. 


Reeks: Moon
Deel 3: Prototype
Scenario: Johan Vandevelde
Tekeningen: Stephan Louwes
Uitgever: MENLU
2026, 72 blz. € 11,99


maandag 9 februari 2026

Lucien (Rani De Prée)

Lucien draagt het licht in zijn naam, maar hij heeft vooral te strijden met de duisternis. Soms voelt hij een vuur in zich branden en daarna gaat er iemand dood. Er rust een vloek op hem, denkt hij. Hij moet wel een monster zijn. 

Zijn moeder probeert dat uit zijn hoofd te praten en geeft hem een kistje met een soort dobbelstenen met daarop doodskoppen. Op deze manier kan hij de oorzaak van de dood van anderen buiten zichzelf leggen: de stenen bepalen die. Maar Lucien heeft nog een lange weg te gaan. 

De Lucien is de hoofdpersoon van de graphic novel Lucien van Rani De Prée. Na een proloog op een begraafplaats volgen we Lucien, een jongen met een wat armoedig uiterlijk: hij loopt op blote voeten en de onderkant van zijn broekspijpen is gerafeld. Maar misschien is ook wel de boodschap dat hij met zijn blote voeten op de aarde staat. 

Wonderlijke brief

Op een dag komt op een wonderlijke manier een brief bij hem, uit een soort andere werkelijkheid. Juist dan is er een zonsverduistering, waarin de duisternis het lijkt te gaan winnen van het licht. In die tijd moet Lucien aan de slag. 

Hij ontmoet in het paleis Caelesta, de hoedster van de sterren. Maar ook in haar wereld rukt de duisternis op. Zij heeft de hemel in haar naam, maar ook zij moet de duisternis bestrijden. Lucien zal haar vergezellen. 

Je kunt de tocht en de strijd zien als een symbolische tocht, die Lucien nodig heeft om zijn leven op orde te krijgen, als een innerlijke strijd. Maar ook als een kosmische strijd tussen het goed en het kwaad. Ook de noties leven en dood spelen er steeds doorheen. Zo zijn sterren niet alleen hemellichamen, maar staan ze ook voor de levens van overleden mensen. Het boek gaat ook over dealen met de sterfelijkheid. Daarin gaat het niet om de eigen sterfelijkheid, maar ook die van de geliefden, bijvoorbeeld de moeder van Lucien. 

Epiloog

Net als de proloog speelt de epiloog van Lucien zich af op een begraafplaats. Maar nu is er geen angst, maar juist rust en de kleuren die gebruikt worden, geven iets vredigs aan het geheel. De strijd is voorbij. 

Wat de kern van Lucien is, is lastig uit te leggen. Waarschijnlijk wilde De Prée het mysterie intact laten en ze heeft er vooral in symbolen over verteld, maar het geeft het boek ook iets vaags. Dat heeft natuurlijk ook een voordeel: je kunt je interpretaties bijna de vrije loop laten. Maar eigenlijk had ik wel wat meer helderheid gewild. Het verhaal blijft voor mijn gevoel nogal zweverig en daarin had ik wat meer stevigheid wel op prijs gesteld. 

Vertelplezier

Aan de andere kant merk je ook wel het vertelplezier. Het verteltempo is vrij laag, maar dat stoorde mij niet zo erg, omdat er in de verschillende passages wel een aangename intensiteit zit. Het geworstel van Lucien speelt zich af op existentieel niveau en misschien zou daar geen recht aan gedaan zijn als de ontwikkelingen zich sneller hadden afgespeeld. 

De Prée heeft een bijzondere manier van tekenen: de verschillende tekeningen hebben geen kaders en er wordt geen inkt gebruikt bij de omlijning van de verhaalfiguren. Passend bij de inhoud van het verhaal wordt er veel gewerkt met licht (en vooral ook) donker, wat heel bepalend is voor de sfeer van het boek. Na zoveel donkerheid, ben je ook wel toe aan de kleurrijkheid van de epiloog. 

Lucien is het debuut van Rani De Prée en het is een intrigerend boek. Ik ben benieuwd welke wegen De Prée nog gaat bewandelen. Het is een bijzonder verhaal, maar de indruk die Lucien bij me nalaat is toch meer 'interessant' dan 'goed'. Ik denk dat het boek had kunnen winnen bij een strakker scenario en bij meer helderheid. Maar misschien was dit boek er dan niet geweest en dat zou toch ook jammer zijn. 

Titel: Lucien
Tekst en tekeningen: Rani De Prée
Uitgever: MENLU
2026, 208 blz. € 29,99 (hardcover)

maandag 26 januari 2026

Doe eens lief (Willem Ritstier)

Er komen allerlei boeken en albums ter bespreking op mijn bureau terecht. Soms zijn dat uitgaven die precies in mijn straatje passen, andere keren vraag ik mij af of ik er wel de juiste recensent voor ben. Dat laatste speelt ook bij Doe eens lief van Willem Ritstier.

Ritstier is een duizendpoot in stripland. Niet alleen tekende en schreef hij graphic novels waarin hij dicht bij zijn eigen leven bleef, maar hij schreef ook voor tientallen albums, in allerlei genres, het scenario, waarvan sommige genomineerd werden voor penning van het Stripschap en die soms die penning ook daadwerkelijk kregen. In 2017 werd hem de Stripschapprijs toegekend. Daarnaast tekent Ritstier wenskaarten en hij heeft ook prentenboeken op zijn naam staan. 

Doe eens lief zit dicht tegen de wenskaarten aan. Er komen geen mensen in voor, de tekeningen zijn toegankelijk en aangenaam en de boodschap is positief. 

Kat

Op elke tekening komt een witte kat, met een dikke staart, voor. Voor mijn gevoel heeft de kat ook iets hondachtigs qua uiterlijk, maar qua gedrag is het een kat. Hij kan in ieder geval op een hek of een tak plaatsnemen. Het maakt ook niet uit of het een kat is en ook niet wat voor soort kat het dan is: het dier heeft iets universeels en ook iets menselijks. Als lezer identificeer je je met dit dier. 

Voor op het boek staat een groot hart en bovenop zitten de poes en een muis. Traditioneel zijn dat gezworen vijanden, maar de poes blaast een hartje in de richting van de muis en geeft zo gevolg aan de opdracht in de titel. Ook zien we op een tekening de poes een roos aanbieden aan een vogeltje. Er zit niets kwaads in het dier. 

Tekst

In het boek staat er op elke pagina een tekening en soms beslaat een tekening twee pagina's. Elke tekening heeft een boodschap of een advies, zoals 'Geluk kun je delen', 'Blijf zoals je herinnerd wilt worden', 'Je bent altijd genoeg', 'Houd van het leven. Dan houdt het leven ook van jou.' Een van de woorden in elke uitspraak is in het rood afgedrukt (en soms zijn dat er twee) om de kern van de boodschap uit te drukken. 

In het persbericht wordt de link gelegd met De jongen, de mol, de vos en het paard van Charly Mackesy. Ik heb nog even de bespreking opgezocht die ik daarover geschreven heb, want ik voelde bij het lezen ervan hetzelfde ongemak. 

Boodschap

Dat ongemak zit niet in het positieve van de boodschap. We hebben in onzekere tijden al het positieve nodig en daar is ook zeker behoefte aan. Het is meer dat ik moeite heb met expliciete boodschappen. Het zou onvriendelijk zijn om daarvoor het woord prekerigheid te gebruiken, maar wellicht komt een boek met een boodschap voor mij toch in die hoek terecht. 

Maar Doe eens lief is vooral vriendelijk. Het is geschreven met een groot hart voor de medemensen en voor het leven en het spoort mensen aan er het beste van te maken. Tegen die intentie kan niemand bezwaar hebben. Maar al die lievigheid werd me ook wel eens te veel. 

Er zijn in dit boek ook tekeningen zonder tekst: waarin de poes gewoon gelukkig is, vaak van kleine dingen. Van die tekeningen heb ik eigenlijk veel meer genoten, waarschijnlijk omdat ze minder sturend zijn. Soms staat er wel een hartje in de tekening en dat is me eigenlijk al te expliciet. 

Maar zoals gezegd, misschien ben ik wel niet de juiste bespreker voor juist dit boekje. Net zoals het boekje van Mackesy heeft dit de potentie om aan te sluiten bij een groot publiek. Niet alleen vanwege de positieve boodschap, maar ook omdat het een heel mooi uitgegeven boek is: gebonden, hardcover, linnen rug. Bovendien kan het als cadeauboek bij zo ongeveer elke gelegenheid gegeven worden. De boodschap is zo universeel, dat je daar niet een bepaalde feestdag of omstandigheid bij nodig hebt. 

Willem Ritstier, Doe eens lief. 2025, 108 blz. € 21,99 (gebonden, hardcover, linnen rug)

Eerder schreef ik over ander werk van Willem Ritstier.
Scenario en tekeningen:
Wills kracht
Opstaan... En doorgaan

Scenario:
De duistere orde (Jack Pott boek 6)
Paniek op Curaçao (Jeff Rylander 1)
Noodweer op Curaçao (Jeff Rylander 2)



maandag 17 november 2025

Dit is geen trommel (Wouter Goudswaard)

Prentenboeken zijn er in allerlei soorten, maar vaak zijn de verhalen gebouwd op een grondpatroon van herhaling met variatie. Er zijn een heel stel al wat oudere prentenboeken die me nu te binnen schieten: Rupsje Nooitgenoeg, Over een kleine mol die wil weten wie er op zijn kop gepoept heeft, De jongen die altijd te laat kwam, Ze lopen gewoon met me mee, Raad eens hoeveel ik van je hou, Wil je mijn vriendje zijn? En er zijn er nog veel meer. 

Peuters en kleuters houden van herhaling. Niet voor niets kun je een prentenboek twintig keer na elkaar voorlezen en dan willen ze nog een keertje. De voorspelbaarheid heeft iets veiligs: je weet wat er komt. Maar binnen de herhaling is er altijd variatie. Binnen het bekende is er een nieuw element. 

Je zou dat saai kunnen noemen, of beperkt, maar de lezertjes (luisteraartjes) blijken dat helemaal niet saai te vinden en die beperking dwingt prentenboekenmakers juist tot inventieve oplossingen. Je kunt het vergelijken met een sonnet: altijd veertien regels, altijd rijmend en binnen die mal blijvend hebben al heel veel dichters geweldige gedichten geschreven. 

Op zoek naar de trommel

Dit is geen trommel! van Wouter Goudswaard is ook gebouwd op herhaling met variatie. Twee konijnen vinden twee trommelstokken in het bos, maar er is geen trommel. Ze gaan daarom op allerlei dingen (en dieren) trommelen om te horen of ze een trommel te pakken hebben. Dat komt hun steeds op een verontwaardigde reactie te staan: 'Dit is geen trommel!' 

Uiteindelijk vinden ze de trommel en dan is het feest. Intussen hebben ze wel het hele bos op stelten gezet. En dan denkt een van de konijnen een fluit ontdekt te hebben. Wat er dan gebeurt, moet je zelf even lezen. 

Dit is geen trommel! is een vrolijk boek. De kinderen hebben natuurlijk eerder dan de konijnen in de gaten of iets een trommel is of niet en als de konijnen beduusd zijn omdat ze zich weer vergist hebben, is dat alleen maar leuk. Daarbij is het slot ook nog eens verrassend. 

Tekeningen

Met dit prentenboek maakt Wouter Goudswaard zijn debuut. Hij is scenarist voor Donald Duck en deze keer heeft hij zijn verhaal zelf in beeld gebracht. Het boek blijft dicht tegen de strip aan zitten, door de tekstballonen die gebruikt zijn. Op verschillende bladzijden doet het wit van de achtergrond mee. De lijn is in alle tekeningen ongeveer hetzelfde: die kent weinig expressie. Dat is ook niet zo nodig. De nadruk ligt op wat de konijnen doen en hoe de dieren reageren. 

De kleuren zijn helder en ook door het gebruik van het wit hebben de bladzijden een 'lichte' uitstraling, die het verhaal een lichte toon geeft, waardoor alles luchtig blijft. De tekeningen zijn goed 'leesbaar': het is meteen duidelijk waar je als lezer op moet letten, waardoor het verhaal steeds uitstekend te volgen is. 

Ik heb maar beperkt zicht op wat er op dit moment aan prentenboeken verschijnt, dus ik kan dit boek niet goed vergelijken met wat er verder op de markt is. Thematisch is er wat minder in te beleven dan in De wolf in zijn onderbroek dat ik onlangs besprak, maar het trommelboek is ook bedoeld voor iets jongere kinderen en er is niets mis met een luchtig boek waarmee kinderen zich kunnen amuseren. 

Dit is geen trommel! Tekst en tekeningen: Wouter Goudswaard. Uitgever: Menlu €14,99 (hardcover)



woensdag 1 oktober 2025

Echo (Remco Schoppert)


Er spoelt een man aan in de haven, liggend op een soort vlot. Hij zwijgt en daardoor weet niemand wie hij is. Dat is het begin van de graphic novel Echo, het debuut van Remco Schoppert. Dat doet denken aan de novelle De pianoman (2008) van J. Bernlef, dat als Boekenweekgeschenk verschenen is. En dat was weer gebaseerd op wat er in 2005 gebeurde op het strand van Sheerness. Daar spoelde doen Andreas Grassl aan, die lange tijd niet geïdentificeerd werd. 

Ook de aangespoelde man in Echo spreekt niet, en aanvankelijk blijft zijn herkomst raadselachtig. Er wordt over hem verslag gedaan op tv en dan wordt hij herkend, door zijn zoon, een tekenaar. Bij de zoon worden herinneringen wakkergeroepen aan zijn vader. 

Geel

In Echo worden nogal eens sprongen door de tijd gemaakt, maar het verhaal blijft goed te volgen. De vader is herkenbaar, doordat hij altijd iets geels draagt. Geel is de enige steunkleur in deze beeldroman en die wordt vooral gebruikt om de vader aan te duiden. De zoon draagt altijd een gestreept shirt of een gestreepte trui. 

Het aanspoelen van de vader roept echo's op aan wat er gebeurd is. Vader had een klein pompstationnetje in een verlaten landschap. Het is een setting die zo zou passen in een film van Alex van Warmerdam. Vader tekent ook, geïnspireerd door zijn spiegelbeeld in het water. De mannetjes die hij tekent, dreigen door het water overspoeld te worden en dat is ook wat met vader dreigt te gebeuren, die obsessief door blijft tekenen. 

Het huwelijk houdt geen stand en vader blijft in zijn eentje achter. Het pompstationnetje moet verdwijnen: het land wordt onder water gezet en er zal een brug komen, maar daar verzet vader zich tegen. Een vergeefse strijd. 

Ontmoeting van zoon en vader

De zoon heeft het voorbeeld van de vader gevolgd en is ook gaan tekenen. Hij heeft wel prettige herinneringen aan vader, maar ook pijnlijke. Hij besluit hem op te zoeken. 

Het wordt niet een feestelijke hereniging. Uiteindelijk is vader niet te bereiken. Hij heeft de strijd lang volgehouden. Niet alleen de strijd tegen de brug, maar ook de strijd die het leven is. Uiteindelijk dreigt het water hem toch verder te stijgen dan de lippen. 

Echo bevat nauwelijks tekst. Aan het begin staat de tekst 'In het water zit hij voor eeuwig gevangen, stilte is zijn lot.' De beeldroman is verdeeld in hoofdstukken, die een geelgekleurde beginpagina hebben. In de loop van de hoofdstukken zie je een bloembol die uitloopt en uiteindelijk een narcis oplevert. Het heeft iets wrangs, de groei van de bloem lijkt tegengesteld aan de neergang van de vader. 

Als de bloem bloeit, zie je het jonge gezin van de zoon. Op de laatste pagina kijkt hij de lezer met grote ogen aan. Misschien zit hij vol van herinneringen, misschien vraagt hij zich af in hoeverre de vader in hem zit en welke strijd hijzelf nog te voeren heeft of wat voor leven zijn kind voor zich heeft. 

Ruimte

Doordat er geen tekst voorkomt in Echo wordt dat alles impliciet gehouden en dat betekent dat het het verhaal ruimte om zich heen heeft. Een ruimte waarin je je gedachten erover kwijtkunt. 

Echo is een prachtig boek geworden. De tekeningen in zwartwit zijn krachtig. Er is veel aandacht voor de omgeving (bijvoorbeeld voor de meeuwen in het begin van het boek). Er is wel een hoofdpersoon, maar ook om hem is veel ruimte. Hij is maar een klein deel van de werkelijkheid, wat kenmerkend is voor zijn leven. 

De tekeningen zijn uitstekend en het verhaal is aangrijpend. Het blijft na lezing in je hoofd hangen en dan blader je nog eens terug om nog eens te zien hoe een kleine man tevergeefs zich staande probeert te houden in een grote wereld. 

Titel: Echo
Auteur: Peter Schoppert
Uitgever: MENLU
2025, 128 blz. € 29,99 (hardcover)


vrijdag 15 augustus 2025

Brand in het bos (Kathleen Luycks / Raf Luyckx)

Het boek, Brand in het bos, van Kathleen en Raf Luyckx, was mij ongevraagd toegestuurd en ik wist niet goed wat ik ermee moest. Daarom heb ik het een aantal weken laten liggen. Maar nu heb ik het toch gelezen en dan kan ik er net zo goed wat over schrijven. 

Bij uitgeverij Menlu kwam al eerder een prentenboek uit, Stamcellen voor Beer, dat aan de ene kant bedoeld is om kinderen te vertellen wat stamceltherapie inhoudt, maar aan de andere kant ook een goed verhaal moet zijn. Zoiets is ook aan de hand met Brand in het bos. Aan de ene kant is het een verhaal over dieren die met een bosbrand te maken krijgen, aan de andere kant geeft het boek informatie over dieren die Australië leven en over de bosbranden daar. 

Bosbranden

De problematiek van bosbranden is groot, zeker in bepaalde delen van de wereld. Nog deze week moest een van mijn kinderen, die in Griekenland woont, geëvacueerd worden. Die brand bleek ook nog eens aangestoken. 

In Brand in het bos blijft de oorzaak van de branden een beetje in de lucht hangen. Aan de ene kant is er een draakje dat vonken niest en daarmee brandjes veroorzaakt, maar de grote brand is een eindje verderop. Mensen worden niet gezien als de oorzaak: die doen namelijk alles om de brand te bestrijden en de ene mens die met name genoemd wordt, Tonia, doet haar best om te zorgen dat dieren te drinken hebben. 

Tekeningen

De meeste tekeningen van de brand zijn redelijk goedmoedig: de kleuren zijn helder, bijna vrolijk, en de vogels blijven op een takje zitten om toe te kijken. Dat de rook verstikkend is wordt goed uitgebeeld en waar de brandweermannen druk bezig zijn met blussen is de brand hevig. Ze kunnen die brand wel naderen zonder hun gezicht te beschermen, wat me weer niet zo realistisch lijkt. Dat een koala in een boom klimt en de brand overleeft, is prettig voor de lezertjes, maar ik weet niet of het beestje het in de werkelijkheid gered zou hebben. 

Wel goed is dat Brand in het bos niet alleen maar een goed gevoel wil geven: niet met alle dieren loopt het goed af. Dat daar aan het eind toch nog een soort positieve draai aan wordt gegeven, is goed voor de tere kinderziel, maar ook wel wat gewild positief. 

Eigenlijk is de lijn van het verhaal me niet helemaal duidelijk. Er is het probleem van de branden, dat heel reëel is, dan komt er een draakje om te hoek dat natuurlijk niet realistisch is en daardoor wordt het probleem misschien toch ook gerelativeerd. Zeker als er aan het eind ook nog magische tranen zijn die voor nieuw leven zorgen. Het lijkt erop dat de makers op twee gedachten gehinkt hebben: aan de ene kant een probleem aan de orde stellen en aan de andere kant een aardig dierenverhaal vertellen en die twee lijken niet goed samen te gaan. 

Australische dieren

Aan het begin en aan het eind van het boek worden de dieren voorgesteld. Het zijn alleen maar dieren die aan de Australische oostkust leven: een koala, een kangoeroe, een kookaburra, een kikkerbek, een possum en een geeloograafkaketoe. Over al die dieren worden interessante weetjes verteld. Zo wist ik niet dat er meer dan achthonderd soorten eucalyptusbomen zijn, waarvan koala's er maar zes gebruiken als voedsel en dan nog alleen de oude bladeren. 

De tekst had wel wat strenger geredigeerd mogen worden. Bij de beschrijving van drie van de zes dieren wordt naar het dier zowel in het enkelvoud als het meervoud verwezen. Dat levert zinnen op als: 'Hij wordt ook wel 'lachvogel' genoemd, vanwege de ietwat kakelende 'lach' waarmee ze hun territorium afbakenen (over de kookaburra). 

Brand in het bos is een sympathiek boek en het geeft zeker aanleiding om een gesprek met jonge kinderen te voeren over bosbranden en de gevolgen daarvan voor de dieren. De tekeningen, van Raf Luyckx, zijn aantrekkelijk. Het is ook slim dat er gekozen is voor jonge dieren, die een hoog schattigheidsgehalte hebben. Zelfs Tonia is getekend met een groot hoofd, zodat ze eerder doet denken aan een kind dan aan een volwassene. Kinderen zullen zich goed met de personages kunnen identificeren. 

Ik blijf wel zitten met de gedachte dat het verhaal beter had gekund en wat mij betreft had het draakje er dan uit gemoeten. Ook dan kun je nog een verhaal schrijven over het probleem van de branden met als tegenwicht de vriendschap tussen de dieren die met elkaar samenwerken. Maar goed, een kind zal misschien juist het draakje wel een aantrekkelijk personage vinden. Ik zal het eens testen op mijn kleinkinderen. 

Titel: Brand in het bos
Tekst: Kathleen Luyckx
Tekeningen: Raf Luyckx
Uitgever Menlu
2025, 40 blz. € 14,99 (hardcover)

spread, met weggelaten tekst






maandag 5 mei 2025

Stamcellen voor Beer (Carlyn De Roeck / Cherine Govaerts)


Veel prentenboeken vertellen een verhaal dat in de eerste plaats bedoeld is om te vermaken, te ontroeren of om de lezer in spanning te laten zitten. De boodschap is meestal impliciet; het moet in de eerste plaats een mooi verhaal zijn. 

Maar er zijn ook educatieve prentenboeken. Die vertrekken vanuit de bedoeling: lezers informeren over een onderwerp. Dat kan best in een goed verhaal, maar dat is dan het voertuig van de boodschap. Zo'n prentenboek is Stamcellen voor beer, wat eigenlijk al uit de titel blijkt. 

De tekeningen in dit boek zijn van Carlyn De Roeck. Naast haar wordt haar mentor Hilde Groven genoemd als co-creator, maar mij is niet zo duidelijk wat dat dan betekent. De teksten zijn geschreven door Cherine Govaert, klinisch psycholoog in een ziekenhuis en zij werd bijgestaan door Sofie Vanstraelen, die dezelfde functie heeft, op dezelfde afdeling (hematologie). 

Als iemand getroffen wordt door kanker en een intensieve behandeling moet ondergaan, verandert er nogal wat, ook voor de naaste omgeving. Hoe leg je kleine kinderen of kleinkinderen uit wat er aan de hand is? Daar zijn brochures en websites voor en achter in Stamcellen voor beer wordt daar ook naar verwezen. Maar als je de informatie onderbrengt in een verhaal, wordt het misschien gemakkelijker om met een kind de ziekte en de behandeling te bespreken. Praten over een zieke beer zal veiliger zijn dan over een zieke ouder of grootouder. 

Beer en Lea

Het verhaal in dit prentenboek gaat over Lea en Beer, die ergens in een ver woud wonen, in de buurt van het blauwe meer. Er is ook een oude tovenaar, een wijze man. Die fungeert in dit verhaal als arts. 

Het gaat niet goed met Beer en de tovenaar vertelt dat het flink mis is met Lea's vriendje:

Tovenaar kwam tot bij Beer. 
'Ik heb slecht nieuws,' zei hij. 'Meneer.'
'Je hebt kanker, het zit in je bloed. 
Dat is slecht nieuws, het is echt niet goed. 
Een psycholoog in een ziekenhuis weet hoe je informatie over moet brengen, maar het is geen schrijver. In de laatste zin van bovenstaand kwatrijn wordt twee keer hetzelfde verteld. Dat zorgt er wel voor dat de boodschap duidelijk overkomt, maar de tekst wordt er ook net iets minder goed van. Ook twee keer 'slecht nieuws' is minder fraai. 

De tekst is opgebouwd uit rijmende zinnen, maar om het metrum hebben de schrijvers zich niet bekommerd. Ook de lengte van de zinnen was niet hun eerste zorg; als het laatste woord maar rijmt. Dus dan krijg je zinnen als:
Maar op een zekere dag, 
vertoonde Beer toch wel erg vreemd gedrag.
De komma na de eerste regel hoort daar natuurlijk niet te staan, zoals in het vorige citaat de aanhalingstekens achter 'Meneer' en voor 'Je' er niet horen. Maar bij het voorlezen maakt dat geen verschil. 

Rijmdwang

Het rijm zorgt hier en daar voor rijmdwang:
Maar tot onze bekommernis,
Is de chemo soms ook mis. 
Het woord 'bekommernis' lijkt alleen gekozen omdat er een woord moet zijn waarop 'mis' rijmt. Het kan ook zijn dat 'bekommernis' in Vlaanderen een veel gebruikelijker woord is dan in Nederland. Wij zouden ook niet zo snel zeggen dat de chemo mis is, denk ik. Komma en hoofdletter kloppen niet in dit citaat.

Rijmdwang vinden we ook het volgende regelpaar:
Daarom moet Beer een tijd in isolatie. 
En dat is best een bijzondere prestatie. 
Op het rijm is niets aan te merken, maar in isolatie moeten is natuurlijk geen prestatie. Het vraagt wel veel van Beer: hij mag zijn kamer niet verlaten en knuffelen is ook niet toegestaan. 

In de tekst zijn kernbegrippen (kanker, chemo, stamceltransplantatie) dikgedrukt. Ze worden niet weggemoffeld, maar komen uitdrukkelijk ter sprake, wat me alleen maar goed lijkt. 

Vragen

De auteurs hebben ervaring met het onderwerp en je kunt merken dat ze goed weten welke vragen er kunnen leven bij kinderen. Is kanker besmettelijk? Is het mijn schuld dat mijn (groot)ouder kanker heeft? En de kinderen krijgen op het hart gedrukt wat moeten doen: handen wassen bijvoorbeeld. En als Lea met Beer een spelletje doet, dragen ze beiden een mondkapje. 

Gelukkig slaat de behandeling aan en uiteindelijk gaat het weer goed met Beer. Dat wordt niet alleen verteld, het wordt ook subtiel aangegeven in de tekeningen: zowel Beer als Lea draagt een shirt met een hartje erop. Aan de kleur van het hartje kun je zien hoe iemand zich voelt. 

Die hartjes kunnen ook een goede aanleiding zijn om het gesprek op gevoelens te brengen. Achter in het boek is er een 'hartjesmeter' opgenomen, waarbij het kind zelf kan aangeven welk hartje het best bij haar of zijn gevoel past. 

Tekeningen

De tekeningen van Carlyn De Roeck zijn uitstekend. Ze zijn uitgevoerd in vrij zachte kleuren, waardoor ze aangenaam ogen. Op de meeste tekeningen zijn er details waarnaar het kind zelf kan zoeken, bijvoorbeeld naar de rups, die aanwezig is zoals het eendje bij de strip De generaal: niet opvallend, maar als je erop let, vind je hem. 

Het zijn gemoedelijke en toegankelijke tekeningen, stijlvast en afwisselend. De Roeck speelt met het beeld: er wordt in- en uitgezoomd en we zien Beer ook een keer van bovenaf, als hij in zijn bed ligt. Ook als je als kind het boek doorbladert en het verhaal niet helemaal volgt, is er genoeg te zien. Stamcellen voor Beer is een prima kijkboek. 

Ik denk dat het boek zeker zijn functie zal hebben. Allereerst voor kinderen die in hun directe omgeving met kanker geconfronteerd worden, maar ook voor andere kinderen kan het goed zijn om te bedenken dat een ernstige ziekte veel gevolgen heeft. Ze snappen dan misschien ook beter dat een vriendje of vriendinnetje in die situatie het moeilijk kan hebben. 

Nuttig en mooi

Voor veel kinderen en hun ouders of grootouders is Stamcellen voor Beer een nuttig en mooi boek. Het had nog wel iets beter gekund, als een dichter of schrijver nog eens goed naar de tekst had gekeken. Aan het metrum was nog wel wat te verbeteren geweest en sommige taaldetails die in Vlaanderen wellicht gebruikelijk zijn (iets bijzonder, neen, En terwijl kan jij...) vallen in Nederland op en dat kan de communicatie in de weg staan. 

Misschien zijn er kleine bezwaren, maar het is vooral belangrijk dat dit boek er is, omdat het op een positieve en hoopgevende manier het gesprek op gang kan brengen over een moeilijk onderwerp. En dat ook nog in de vorm van een aardig verhaal met mooie tekeningen. Het zou me niet verbazen als er nog meer boeken worden gemaakt over ziekten. Een prentenboek is een uitstekend medium voor dit soort zaken. 

De Belgian Hematology Society heeft dat ook ingezien en die heeft het boek mede financieel mogelijk gemaakt. Dat geld lijkt me goed besteed. 

Titel: Stamcellen voor Beer
Tekeningen: Carlyn De Roeck
Tekst: Cherine Govaert
Co-creators: Hilde Groven, Sofie Vanstraelen
Uitgever: Menlu
2025, 32 blz. € 14,99 (harcover)



dinsdag 11 maart 2025

Huidkruiper (Yasmine Stalpaert)


Luis is een pas gepensioneerde entomoloog. Een pensionering is altijd een markeerpunt in iemands leven en Luis gaat ook nog verhuizen, naar een nieuwe buitenwijk in het verre westen van de Verenigde Staten. Het is daar leeg en het kraanwater heeft een vreemde smaak. Hij heeft een drankprobleem en dat is de reden van de verhuizing: ergens op een nieuwe plek een nieuwe start maken. 

Zijn kleindochter Sunny vindt een tweeduizendpoot, die in een glazen bak wordt gezet. Net als haar opa is ze gek van insecten. Intussen heeft Luis last van rare klachten: er groeien vreemde uitsteeksels uit hem en hij krijgt problemen met zien. Het lijkt alsof hij in een insect verandert. 

Dossier

Dat is het verhaal van Huidkruipers van Yasmine Stalpaert. De strip is als hardcover verschenen, met achterin een uitgebreid dossier, waarin Stalpaert uitlegt dat haar eerst een ander project voor ogen stond, met drie verhalen rond drie personages: Franklin (een depressieve taxichauffeur), Luis (een gepensioneerde entomoloog) en Lucy (een voormalige kindster). Daarvan is dus alleen Luis overgebleven. 

Het dossier is uitgebreid, met bijvoorbeeld het complete storyboard (in kleine afbeeldingen) en veel schetsen (in verschillende stadia van uitwerking). Wie weet wordt daar ooit nog een strip van gemaakt. 

De verandering van een mens in een insect doet natuurlijk meteen denken aan Gregor Samsa, uit Die Verwandlung (1915) van Franz Kafka. Maar Samsa bleek ineens veranderd en bij Luis gaat die verandering geleidelijk. Sterker nog: het is niet helemaal duidelijk of die verandering er wel echt is. Is het niet gewoon de drank die Luis parten speelt? Of gebeurt die verandering alleen in zijn hoofd? Als hij denkt dat ook Sunny gaat veranderen, moet ze meteen naar de dokter, maar die constateert een onschuldige zonneallergie. 

Bovendien lijkt de omgeving van Luis de verandering niet zo op te merken. Het blijkt ook niet een doorgaand proces te zijn. In een later stadium is Luis weer minder insect dan daarvoor.

Voor mijn gevoel zwabbert het verhaal daarin wat. Je kunt zeggen dat Stalpaert de mogelijkheden openhoudt, maar voor mijn gevoel had ook een duidelijker keuze nog genoeg te raden kunnen laten. 

Jaren vijftig

De setting is niet alleen een nieuwe wijk in de leegte in Amerika, maar ook de jaren vijftig: Luis rookt pijp, Sunny draagt vlechten met strikken, er is een tv'tje met een antenne erop en op het aanrecht staat een radio (al heeft die niet op elk plaatje dezelfde kleur en hetzelfde formaat). 

De plaats heeft een functie: Luis is geïsoleerd en in zijn nieuwe omgeving kan hij niet terugvallen op zijn vertrouwde structuren. Waarom juist gekozen is voor de jaren vijftig, is me minder duidelijk. Misschien heeft dat te maken met ons beeld van huiselijkheid, duidelijke rolverdeling, stabiele relaties. Maar mogelijk liggen er alleen esthetische redenen ten grondslag aan de keuze. 

Tekeningen

De tekeningen van Yasmine Stalpaert hebben iets gemoedelijks en zijn sfeervol. Ondanks de dreiging gaat er ook een gezellige opgewektheid van uit. Als je ze nauwkeurig bekijkt, valt op dat Stalpaert minder belang hecht aan het consequent volhouden van details. Ik heb de radio al genoemd, maar dat geldt ook voor de sluiting van het overhemd van Luis, die per plaatje kan verschillen (links over rechts of juist andersom) en de voorkeurshand die de personen hebben. Het is onwaarschijnlijk dat mensen zo makkelijk wisselen van hand, alsof ze geen dominante hand hebben. 

Huidkruiper is een interessant album van een nieuwe stripmaker. Er is hier en daar misschien wel wat op aan te merken, maar ik ben vooral nieuwsgierig geworden naar waarmee Stalpaert ons nog gaat verrassen. 

Titel: Huidkruiper
Tekst en tekeningen: Yasmine Stalpaert
Uitgever: Menlu
2025, 56 blz. € 19,99 (hardcover)


woensdag 30 oktober 2024

Moon 2: De stervende stad (Stephan Louwes / Johan Vandevelde)

 


In het eerste deel van Moon (zie link onderaan) maakten we kennis met het jaar 2323, waarin een deel van Europa onder water staat. Parijs (Perris) ligt dan zo ongeveer aan zee. Het is nog wel een superstad, samen met Londyn, Osselo, Berline en Barkel (Barcelona) en Boekarest. Dat zien we op de informatieve landkaart die opgenomen is achter in deel 2, De stervende stad. 

Wat was de situatie ook alweer? Drie kinderen, een drieling (Emily, Cleo en Alexander) gaan op onderzoek uit als ze erachter komen dan hun ouders betrokken zijn bij gevaarlijke opdrachten. Ze dringen binnen bij de geheime overheidsorganisatie waar ze meer informatie hopen te vinden. 

Vesuvius

Daar gaat deel 2 verder. Zonder enige inleiding. Wie deel 1 niet gelezen heeft, valt wel koud het verhaal binnen. De ouders van de kinderen, Lynn en Rik zijn op missie in het verleden, in Pompeï, vlak voor het uitbarsten van de Vesuvius. Het verhaal is gauw verteld: de kinderen worden opgepakt, maar de organisatie ziet de waarde van hen in en de ouders voltooien de missie, waarbij ze de geschiedschrijver Plinius redden. 

Dat het allemaal zo makkelijk samen te vatten is, is ook, net als in het eerste deel, een beetje het probleem van de strip. Het verhaal heeft aardig wat ruimte nodig (72 bladzijden), maar veel wordt ingenomen door dialogen, terwijl het verhaal niet zo heel erg opschiet. Weinig verhaallijnen, die wel onderhoudend zijn, maar nauwelijks echt spannend. Het scenario van Johan Vandevelde boeit me te weinig. Dat zal ook wel voor een deel aan mij liggen, maar ook aan het gebrek aan vaart. 

Tekeningen

De tekeningen van Stephan Louwes zijn over het algemeen in orde. Hij werkt in zwart/wit, met grijsvlakken. De tekeningen zijn helder genoeg om het verhaal te volgen. Over het algemeen bewegen de personages weinig, wat wel een wat statische indruk geeft. Maar dat komt ook doordat er zoveel gekletst wordt. 

De tekeningen ogen realistisch, maar bij heftige emoties, zoals boosheid, neigen de de koppen van de personen naar het karikaturale, wat niet goed past bij de sfeer van de strip. Er zit toch al weinig subtiliteit in de gezichtsuitdrukkingen, alsof de tekenaar het wat dikker aangezet heeft om duidelijk te maken wat er in de mensen omgaat. 

Voor degenen die van het eerste deel van Moon genoten hebben, zal dit tweede deel ook wel aangenaam zijn. Achter in dit tweede deel krijgen we, naast de landkaart met uitleg, ook nog wat schetsen en tekeningen en een foto van een straat in Pompei uit 2024, die als documentatiemateriaal voor een tekening is gebruikt. Dat zijn leuke extraatjes. 

Maar het verhaal van deze twee delen is me te traag en boeit me te weinig. Er komen nog meer delen, maar de nieuwsgierigheid daarnaar is te weinig bij mij gewekt. 

Serie: Moon
Deel 2: De stervende stad
Scenario: Johan Vandevelde
Tekeningen: Stephan Louwes
Uitgever: Menlu
2024, 72 blz. € 11,99 (softcover)

Eerder schreef ik over:


vrijdag 20 september 2024

Maandag gaan we scheiden (Willem Ritstier)

Inge en Joop kopen een huis. Dat is best een stap en Inge vraagt verschillende keren aan Joop of hij het wel zeker weet en achteraf of hij geen spijt heeft. Maar Joop vindt dat maar gezeur. Drie weken later vertelt hij dat hij een ander heeft: 'Ik denk dat ik bij je wegga.' Wat voor problemen dat geeft, kun je je voorstellen. 

Dat is het begin van de graphic novel Maandag gaan we scheiden van Willem Ritstier. 'Alles moet anders' staat er tussen haakjes achter de titel. De tekeningen zijn in de stijl van Wills kracht (2017) en Opstaan... en doorgaan (2020): vrij dikke, strakke lijnen, inkleuring in egale kleuren, mensen zonder gezichten. Alle afbeeldingen lijken teruggebracht tot de kern: veel details zijn weggelaten. Dat oogt eenvoudig, wat niet wil zeggen dat zulke tekeningen eenvoudig te maken zijn. 

Door de afwezigheid van de gezichten moet de houding van de personen veel uitdrukken van hun gemoedstoestand. De tekst helpt natuurlijk ook. Binnen de tekeningen zijn soms mooie keuzes gemaakt. Als Inge en Joop gearmd vertrekken bij de notaris, zijn dat twee tekeningen geworden: het witte gootje loopt tussen Inge en Joop door. De tekening loopt al vooruit op wat Inge dan nog niet weet. 

Aansluiting bij vorig werk

De vorige twee beeldromans vonden hun inspiratie in het leven van Ritstier zelf. Hier lijkt het over twee andere mensen te gaan, waarbij het perspectief ligt bij Inge. Maar Inge raakt op Facebook in gesprek met haar oud-klasgenoot Willem en dan zitten we weer in Opstaan... en doorgaan. De scène dat Willems zoon aan zijn vader vraagt of hij weer aan het daten is, staat in dat boek op bladzijde 186 en komt bijna letterlijk terug Maandag gaan we scheiden (bladzijde 74). Ook de tekening waarop Willem aan Inge vraagt om een kopje koffie te gaan drinken komt in beide boeken voor, net als de koffieafspraak, waarop ze gezamenlijke herinneringen ophalen aan de tekenleraar van vroeger. 

Daarmee wordt Maandag gaan we scheiden een soort vervolg op Opstaan... en doorgaan, zij het dat de focus in dit boek meer ligt op Inge en het gedoe rond de scheiding. Maar Willem speelt ook in deze graphic novel een essentiële rol. 

Gedoe

Die scheiding is veel gedoe, zoals (bijna) elke scheiding. Op de voorkant van het boek zien we Inge en Joop met de ruggen naar elkaar staan. De oude Jacob Cats schreef het al: 'Als liefde verkeert in haat, dan kent zij gene maat.' Aanvankelijk denken Inge en Joop er nog uit te komen met een mediator, maar dat blijkt niet te werken. Er moeten advocaten aan te pas komen en die van Inge doet haar werk maar matig. Het is overigens opmerkelijk dat Inge haar op dezelfde bladzijde zowel met 'u' als met 'je' aanspreekt. 

Inge moet niet alleen van Joop af, maar ook van het huis. Ze wil geen alimentatie, zodat ze zo vrij mogelijk is van haar verleden. De laatste woorden van Maandag gaan we scheiden zijn 'Nieuw begin'. Na al het gedoe kan Inge zich eindelijk voluit richten op de toekomst. 

Willem Ritstier heeft weer een mooi boek afgeleverd, waarin het hobbelige pad beschreven wordt van een vrouw die gaat scheiden. Er moet van alles geregeld worden en dan zit ze ook nog met de woede die af en toe opsteekt. Voor veel mensen die een scheiding achter de rug hebben of in hun omgeving hebben meegemaakt (nagenoeg iedereen dus) zal dit heel herkenbaar zijn. 

Titel: Maandag gaan we scheiden (Alles moet anders)
Tekst en tekeningen: Willem Ritstier
Uitgever: MENLU
2024, 152 blz. € 24,99 (hardcover)

woensdag 7 augustus 2024

Jules Verne 3: De kinderen van kapitein Demo (Robbert Damen / Daniel van den Broek)

Het tweede deel van Jules Verne (zie link onderaan) werd door het Stripschap uitgeroepen tot jeugdalbum van het jaar 2023 en dat is natuurlijk niet voor niets. Het concept is leuk, het verhaal boeit en de tekeningen zijn ook al in orde. 

In de verhalen zien we de jonge Jules Verne, die in allerlei avonturen verzeild raakt. Later zou hij daar zijn beroemd geworden boeken over schrijven. 

Pamplona

Deel 3 bevat, net als de vorige twee delen, twee verhalen. In het titelverhaal, De kinderen van kapitein Demo, gaan Jules en Nell, het meisje dat hij in het vorige album ontmoette, op onderzoek uit na het ontvangen van een half leesbare noodkreet van Kapitein Demo. Ze gaan naar Pamplona, waar ze de robotbutler van kapitein Demo bevrijden. Natuurlijk komen er rennende stieren in het verhaal voor en ook wordt er met tomaten gesmeten, wat we later zullen kennen van het dorpje Buñol. De jonge Jules heeft heel wat in gang gezet. 

In het tweede verhaal, De oase van Parkplaza, zetten Jules en Nell hun zoektocht voort. Kapitein Demo blijkt zich in het kasteel van emir Abdelhater te bevinden. Bijna heel Algerije is door de Fransen ingenomen, maar dit kasteel niet. Wel zit kapitein Demo al weken zonder wijn. Hij is vastbesloten zich te wreken op de Fransen die hem altijd hebben dwarsgezeten, maar natuurlijk loopt het anders dan verwacht. 

Ook dit deel van Jules Verne is vooral leuk. De verhalen worden met vaart verteld, zijn voor kinderen spannend, terwijl ze toch veilig en luchtig blijven en ze zijn heel leuk om te lezen. 

Knipoogjes

Ook voor volwassenen is er wel wat te halen. Er zijn knipoogjes die de kinderen zullen ontgaan. Als Jules liefdesgedichten schrijft voor Nell, herkennen we liedteksten van Clouseau en De Kreuners en het begin van het tweede verhaal doet wel erg denken aan de situatie van het dorp van Asterix, dat als enige niet door de Romeinen veroverd is. 

De naam Kapitein Demo doet natuurlijk denken aan die van Kapitein Nemo, de kapitein van de Nautilus uit Twintigduizend mijlen onder zee en Het geheimzinnige eiland. Ook Nemo was verbitterd en wilde eigenlijk niets meer te maken hebben met het leven boven water. 

Robbert Damen heeft weer twee leuke verhalen geschreven, die je als avonturen kunt lezen, zonder dat je enige achtergrondkennis hoeft te hebben. De verwijzingen naar de verhalen van Jules Verne zijn losjes, waardoor Damen zichzelf veel vrijheid kan geven. 

Tekeningen

De tekeningen van Daniel van den Broek zijn prettig. De personages hebben vrij grote hoofden en dat zorgt altijd voor een onschuldige uitstraling, mogelijk doordat we een groot hoofd associëren met een baby of een klein kind. Ook dat zorgt ervoor dat de verhalen, ook als ze spannend worden, steeds ontspannend blijven. 

De inkleuring is een beetje flets. Dat geeft wel rust op de pagina, maar een kleuren kunnen kinderen ook aanspreken. Er zal wel over nagedacht zijn en het werkt ook wel aardig. 

De serie over Jules Verne kan nog even vooruit, want er zijn nog genoeg verhalen waarop Damen kan variëren. Bovendien kan hij uitstappen naar andere beroemde boeken. In het vorige album deed hij dat met het verwijzen naar het verhaal van Dracula.

Voor kinderen is het een mooie manier om kennis te maken met cultuurgoed waarvoor ze nog net te klein zijn, maar dat op deze manier uitstekend afgestemd is op hun leeftijd. Mogelijk gaan ze later smullen van de echte verhalen Jules Verne. 


Serie: Jules Verne
Deel 3: De kinderen van Kapitein Demo
Scenario: Robbert Damen
Tekeningen: Daniel van den Broek
Uitgever: MENLU
2024, 48 blz. € 9,99 (softcover)