donderdag 2 juli 2026

De schoolfotograaf

Weer een fragment uit een dagboek, deze keer van woensdag 2 augustus 2023. Het gaat alle kanten op: van de schoolfotograaf tot het zingen in de klas en van de politie op school tot de sportdag. Het is een beetje een rommeltje, maar blijkbaar vond ik dat niet erg en ik laat het nu ook maar zo. 

Ik plaats er een paar foto's bij die op school gemaakt zijn. De oudste van Lientje en mij is al in kleur, zie ik. Een paar jaar (?) later is er toch weer een foto in zwart-wit gemaakt. 

Er is ook een foto gemaakt van de eerste en tweede klas, samen met juffrouw De Graaf. Toen zat ik al in de tweede en een foto van alle leerlingen, toen ik in de vijfde klas zat. Misschien bestond de school toen 95 jaar. Zeker weet ik het niet meer. 



Soms komt de schoolfotograaf op school. Iedere twee jaar, schat ik. De fotograaf zet me samen met Lientje in de bank. Lientje draagt altijd vlechten en iemand maakt die vlechten los, zodat ze met los haar op de foto staat. Achter ons een schoolplaat. Ik moet een pen in mijn hand houden.

Ik draag een sweater. Dat spreken wij thuis uit als zwieter. Bij Joekie noemen ze het zwetter en dat vind ik maar raar. Het kan niet kloppen. Onder de sweater draag ik een blouse. Als de foto klaar is, krijg ik hem mee naar huis. Mijn moeder ziet meteen dat er een kraagpunt van het blouse over de sweater zit en eentje eronder. Ze neemt de foto toch.



 
Als ik in een hogere klas zit, komen er foto’s in kleur. Ze worden buiten gemaakt. Ik moet met Lientje op het muurtje zitten van een brugje. Blijkbaar ligt daar een duiker onder het pad door. Het is naast de school. Je kunt tussen de school en het meestershuis (waar Hent en Jo dan al wonen) door naar een boomgaard en daarin staat het huis van Dinie Toone (of Dinie Tonen). Eigenlijk weet ik niet hoe je haar naam schrijft. Er loopt een sloot achter de school langs en achter het huis van Hent en Jo door. Het pad van de straat naar de boomgaard met daarin het huis van Dinie en haar kinderen loopt gewoon door. Je merkt niet dat de sloot eronderdoor gaat. 

Maar goed, ik zit op dat muurtje, met een boek op mijn knieën. Ik ben netjes aangekleed: ik heb een stropdasje om.

Even over Dinie. Die woont alleen; ze is gescheiden. Dat komt weinig voor. Ze heeft drie kinderen: Wim, Gerrit en Jan. Wim is vrij dik en kan niet goed leren. Voor kinderen die niet goed kunnen leren, is er geen extra programma. Ze blijven gewoon zitten aan het eind van het jaar en doen het jaar erop alles nog een keer. Wim is zeker twee keer blijven zitten.

Ik gok dat hij van mijn leeftijd is, maar misschien is hij een jaar jonger. Hij heeft ook nog bij Lientje in de klas gezeten. Gerrit slist een beetje en hij kan goed voetballen. Jan is bevriend met mijn kleine broertje Marinus. Een goede, vriendelijke jongen.

Waar Dinie van leeft, weet ik eigenlijk niet. We zien haar soms lopen op het kerkpad, dat tussen ons huis in de Schoolstraat en dat van buurman Piet Frentz door loopt. Ze gaat dan naar haar vader. Is ze de dochter van de smid?

Dinie is best dik. Het verhaal gaat dat ze soms op twee stoelen zit, wat best kan, want ze is heel breed. Bij het kerstfeest in het CVC-gebouw is ze er ook. Voor haar zit een man die een harde wind laat. Hij draait zich om en zegt tegen haar: ‘Nou, Dinie, dat was vlak achter mij.’ Dinie krijgt een rood hoofd en iedereen denkt dat zij de scheet liet. Dat vertelt mijn ome Ab tenminste. 

Ik ken Dinie als een vrolijke, vriendelijke vrouw.   

Voor zover ik weet, wordt maar een enkele keer een foto van alle leerlingen samen genomen. Ik zit dan in klas vijf, als ik het goed heb. Als ik mijn best doe, ken ik jaren later nog de namen van bijna alle kinderen.

Ik ga graag naar school. Het komt bijna nooit voor dat ik ziek ben. Over het algemeen verzuimen leerlingen weinig. Maar als ik in een van de lagere klassen zit, voel ik mij misselijk. Het gaat duidelijk niet goed met me. Een meisje uit de hoogste klas moet me naar huis brengen. Het is Corrie Frentz, een oudere zus van mijn vriendje Dikkie Frentz. Voor mijn gevoel zijn de meisjes uit de zesde klas al bijna volwassen. Ik vind het dan ook een heel plechtig moment als Corrie met mij meefietst naar de Merkenhorststraat.

Het is winter, de kachel in de keuken is aan. Er staat een haardbankje bij. Eigenlijk zijn het vier vierkante klossen die met een plankje verbonden zijn. Het geheel vormt een U die om de kachel geschoven kan worden.

Blijkbaar is het niet druk, want mijn ouders hebben het ontbijt nog op tafel staan en mijn vader heeft een van zijn voeten op het haardbankje gezet. Ik weet niet zeker of het bankje zo heet, maar ik noem het maar even zo. Mijn ouders zijn verwonderd dat ik thuisgebracht word. Corrie wordt bedankt en waarschijnlijk word ik in bed gelegd. Dat zal wel het bed van mijn ouders zijn geweest. Ik voel me niet goed, maar ik vind het ook wel gezellig dat ik nu thuis ben. 

Zingen

Op school is muziek niet echt een vak, maar we zingen wel veel. Als we in een van de hogere klassen zitten, komt er een platenspeler in de klas. Wij noemen dat een pick-up, wat we trouwens uitspreken als piekup.

De liedjes zijn vrij modern en wij moeten meezingen met de plaat. Met Sinterklaas zijn het niet alleen de traditionele liedjes als 'Zie ginds komt de stoomboot' en 'Zie, de maan schijnt door de bomen', maar ook Piet op het dak:

Piet op het dak
Piet op het dak
Piet met de zak op het dak
En een storm, zeg, enorm!


Piet is maar een heel schriel ventje (‘Wie had gedacht dat hij zo weinig woog?’) en hij gaat met zak en al de lucht in.

Er is ook lied over een verdrietig jongetje:

Wat is er toch met Woutertje, met Wouter, aan de hand?
Hij is de laatste dagen toch zo stil.
Als anderen gaan spelen dan staat Wouter aan de kant.
En niemand weet wat Woutertje nu wil.


Het blijkt dat zijn konijn ziek is en dat hij zich daar zorgen over maakt. Maar aan het eind speelt hij weer gewoon mee, want ‘morgen komt de dokter bij ‘t konijn.’

En ook het lied over het paard van de waard in Bolsward:

Het paard van de waard in Bolsward,
in Bolsward, in Bolsward,
het paard van de waard in Bolsward,
dat heeft maar ene tand.

Daarom kan het beest niet eten,
niet eten, niet eten.
Daarom kan het beest niet eten,
niet eten met die tand.

Geef hem pap van haver
of gemalen klaver
of verrotte stokvis
als de honger erg is.


In de lagere klassen zingen we ook: 'De kop van de kat is jarig', 'Hoofd, schouders, knie en teen', 'Advocaatje ging op reis', 'Ik stond laatst voor een poppenkraam'. Ik hou erg van een lied waarbij we naast de bank mogen staan: En mijn één been staat en de ander moet marcheren. / En mijn één been staat en de ander is soldaat.

Zingen vind ik leuk. Mijn moeder zingt ook veel en ik zing ook. Soms zelfs als ik op mijn fiets zit. Anderen vinden dat af en toe raar, maar dat kan me weer niet zoveel schelen. Een van mijn vriendjes is Bert van Binsbergen. Hij zingt altijd hetzelfde lied, van 'bladie merrie'. Later leer ik dat het gaat om Bloody Mary. Ik zing wel eens met hem mee, want intussen ken ik het ook.

Als ik onder de koe zit, tijdens het melken, zing ik de hele tijd. Mijn vader zegt dat ik dan wel door moet blijven melken.

Sportdag

Eén keer per jaar is er een sportdag. Ik denk dat ik dan al wel in klas vier zit als dat begint. Zo’n beetje alle scholen uit de buurt zijn er dan. In ieder geval de Willibrordusschool, de katholieke school uit Herveld, de school uit Andelst en uit Zetten twee scholen: de Lammerts van Buerenschool en de Ds. Van Lingenschool.

Je moet allerlei onderdelen doen: gooien met de tennisbal en met de grote bal, verspringen, hoogspringen, 60 meter hardlopen. Je resultaten worden opgeschreven en aan het eind van de dag krijg je een diploma. Als je er weinig van terecht hebt gebracht, zit daar een A op geplakt, bij iets minder slecht krijg je een B, C is gemiddeld. Als je het goed doet, krijg je een D en misschien is er ook nog een E voor de heel goede. Ik weet niet of ik twee of drie keer een sportdag meemaak. Ik haal de ene keer een C (of haal ik die twee keer?) en een keer D. Verspringen gaat altijd beter dan gooien.

Politie op school

Gooien brengt me nog een keer in de problemen. Ik ga altijd met mijn vader mee koeien melken. Vaak zijn er meer kinderen op ‘de polder’, die eigenlijk geen polder is maar de uiterwaard. We zeggen ook wel de wèrd.

Vaak gaan we na het melken meteen naar huis. Maar soms gaat mijn vader bij een andere boer praten of komt die bij hem praten. Af en toe zit er een heel groepje te kletsen. Dat kan lang duren en dan moppert mama dat we laat thuis zijn. De kinderen hebben dan wel veel tijd om samen te spelen.

We zijn met een stel kinderen bij de dijk, onze vaders zitten beneden op de uiterwaard te kletsen. Op de dijk is een tijdje terug geteerd. Op de vloeibare teer is puntig grind gestrooid. In het begin ligt er dan nog veel los grind. Je hoort het als je er met de auto overheen rijdt. Nu is het meeste grind al in de teer gereden. Er ligt nog wel wat los langs de kant. Wij maken daarvan heuveltjes op de weg. Daarna duiken we de berm in. We liggen langs de dijk en wachten tot er een auto aankomt. Als die door de bergjes heen rijdt, maakt dat een rammelend geluid.

Ik stel voor om bij de volgende auto met een steentje te gooien. Mogelijk wordt zo’n steentje dan teruggekaatst door de band van de auto. De volgende auto is een sportwagen. Tenminste, zo noemen we het. Het is een laag model, zoals er dan wel meer zijn. Is het een Ford Capri of een Ford Mustang? Zoiets, misschien. De auto stopt en we maken dat wegkomen.

De volgende dag komt de politie op school en ik word uit het lokaal gehaald. Er wordt gevraagd of ik met steentjes op een auto heb gegooid. Ik ontken; het was volgens mij ook maar een enkel steentje. Maar de agent heeft al met meer leerlingen gepraat en Theo Lijbers heeft mijn naam genoemd.

Het blijkt dat ik de voorruit van de auto heb geraakt. Dat is niet best, want het kost mijn ouders een hoop geld en geld is soms een probleem.

Nou ja, we zitten wel altijd netjes in de kleren, al kopen we niet veel nieuw. Meestal krijgen we de kleren van mensen die kinderen hebben die net iets ouder zijn dan wij. En we eten altijd goed. 'Een boer verhongeren en een vis verzuipen - dat valt niet mee', zegt mijn vader altijd.

Sportdag en schaatsen

Terug naar de sportdag. Ik denk dat er ook wel wedstrijden zijn tussen schoolteams, in voetbal en slagbal. Op onze school zitten een paar heel goede voetballers: Sjaak Verwaayen, Karel Grimm en Hans Jansen, die heel snel is. En Elbert Moed en Reinier de Zeeuw kunnen het ook wel. Ik ben er niet zo goed in, al vind ik het wel leuk.

Als ik net in de eerste klas zit en mee mag doen op het plein, weet ik nog niets van voetbal af. Een van de leerlingen zegt dat ik ‘vliegende kiep’ ben, wat ik heel grappig vind. Wat ‘kiepen’ zijn weet ik wel, we hebben zelf een hok vol. Maar het blijkt dat ik keeper moet zijn. Er wordt mij uitgelegd wat die doet, want dat weet ik dan nog niet. Maar ik hoef niet in het doel te blijven, want ik ben vliegende keep en mag gewoon meevoetballen.

Soms, als er ijs ligt, gaan we met de hele school schaatsen. Er zijn leerlingen die dat geweldig kunnen. Die hebben dan ook ‘hoge noren’ en sommige meisjes hebben ‘kunstschaatsen’. Elbert Moed heeft nog weer andere schaatsen en dat blijken ijshockeyschaatsen te zijn.

Ik heb ‘houtjes’, houten schaatsen. Krijgertjes natuurlijk. Ze zijn nooit geslepen, maar dat is niet zo erg. Ik ben geen goede schaatser, maar uiteindelijk kan ik er redelijk mee uit de voeten. Ik ga dan ook wel eens met sommige jongens schaatsen. Meestal schaats ik op een slootje dicht bij huis. Een beetje krabbelen, meer kun je daar niet.

Als er weer een wedstrijd gehouden wordt, steeds met zijn tweeën tegen elkaar, kan ik aardig meekomen, denk ik. Bij de echte snelle jongens heb ik niets te zoeken, maar bij de krabbelaars heb ik een kans. Ik moet tegen Karel Grimm, die er ook niet zoveel van kan.

Toch wint Karel. Hij heeft zijn schaatsen heel los ondergebonden en tijdens de wedstrijd schuift hij ze naar de zijkant van zijn voeten, zodat hij gewoon kan lopen. Zo wint hij alsnog. Dat had hij slim bekeken. 




Schoolfoto van mijn moeder met haar broertjes Ab en Henk

Geen opmerkingen:

Een reactie posten