Posts tonen met het label Geschiedenis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Geschiedenis. Alle posts tonen

vrijdag 10 juli 2026

Dubbelleven. Geertruida Kapteyn-Muysken en haar rebelse levensfilosofie (Maite Karssenberg)

 

Het was een opwelling, denk ik. Ik las iets over Dubelleven, de biografie van Geertruida Muysken-Kapteyn en ik besloot dat ik dat boek, geschreven door Maite Karssenberg wilde lezen. Ik vroeg een recensie-exemplaar aan bij De Arbeiderspers en een paar dagen later werd dat bezorgd, op een regenachtige dag. De bezorger had het door mijn brievenbus gewrongen en had daarvoor zelfs de kartonnen envelop moeten verwijderen. Het boek lag gehavend op de mat. Maar ik had het. 


Ik hou van het lezen van biografieën. Niet alleen krijg je een beeld van het leven van de geportretteerde, maar ook van de tijd waarin zij of hij leefde en als dat een tijd is die je zelf hebt meegemaakt, maakt het ook nog allerlei herinneringen wakker. 

Het einde van de negentiende eeuw en de eerste helft van de twintigste eeuw hebben zeker mijn interesse. Voor de duidelijkheid: dat is een tijd die ik niet heb meegemaakt.  Maar ik heb bijvoorbeeld wel heel erg genoten van de brieven van Willem Witsen en het boek Oorlogsenthousiasme van Ewoud Kieft. En van veel meer, natuurlijk. 

Geertruyda Kapteyn-Muysken (1855 - 1920) kende ik, ik moet het met schaamte bekennen, helemaal niet. Ze maakte deel uit van de eerste feministische golf in Nederland  (maar niet alleen in Nederland), al wordt haar naam niet genoemd op de Wikipediapagina die daaraan gewijd is. Daar worden wel de namen genoemd van bijvoorbeeld Aletta Jacobs, Wilhelmina Drucker en Clara Wigmann. De naam van die laatste kende ik alleen door het instituut dat naar haar genoemd is. 

Maite Karssenberg dook in het leven Geertruida Muysken en doet niet alleen verslag van dat leven en van de opvattingen van Muysken, maar ook van haar eigen zoektocht. Daarbij gaat ze niet voor de biografeerde staan, maar ze laat zien hoe ze haar sporen heeft proberen te vinden, hoe ze het huis bezocht waar Geertruida gewoond heeft, hoe ze zich probeert voor te stellen hoe Geertruida met die lange rokken wandelingen maakt in de natuur door dat ook te doen. Ze probeert Muysken te naderen, maar nadert ook zichzelf, komt op die manier dichter bij een antwoord op de vraag hoe je een authentiek persoon kunt zijn. 

Vehikel voor filosofisch onderzoek

Een biografie als vehikel voor filosofisch onderzoek, noemt ze het. Ik geef een uitgebreid citaat uit de inleiding. 
Geertruida is voor mij een prisma. Mijn blik in haar leven opende een heel scala aan filosofische vragen. Haar ontwikkeling, haar worstelingen, de precisie van haar zelfinzicht, de thema's die haar bezighielden, de ideeën die ze zo gepassioneerd verkondigde -ze boden me een manier om na te denken. Over de spanning tussen het zelf en de ander, tussen binnenwereld en buitenwereld, het bewuste en het onbewuste. Over man-vrouwverhoudingen, seksualiteit, de liefde en de dubbelzijdigheid van het huwelijk. Over de werking van de menselijke psyche en de -vaak schrikbarende- mores van de psychiatrie. Over hoe momenten van de diepste mentale kwetsbaarheid zowel waarheid als vernietiging kunnen voortbrengen. Over moederschap als gevangenis en als manier van zelfverwerkelijking, over vriendschap als bron van levensgeluk en over de spanning tussen moeder en dochter. Over maatschappelijk engagement, feminisme en solidariteit. Over hoe de strijd voor individuele vrijheid tekortschiet zonder een visie op collectieve groei. Over de kracht van fictie, van toewijding, van idealisme. En over wat kennis is, en waarom puur intellectuele kennis tekortschiet. 
Natuurlijk krijgen we de levensloop van Geertruida te lezen. Ze bezocht de mms, de allereerste van Nederland, opgericht in 1867. Dat er dan sinds kort een middelbare school voor meisjes bestaat, laat al zien dat er dingen aan het veranderen zijn, dat vrouwen nieuwe terreinen betreden. 

Geertruida is bevriend met Martha van Vloten, die later zal trouwen met Frederik van Eeden. Haar zussen Kitty en Betsy zullen trouwen met respectievelijk Albert Verwey en Willem Witsen. Er zijn brieven bewaard die de twee vriendinnen elkaar schreven, maar veel meer van Martha aan Geertruida dan andersom. Karssenberg, altijd helder over haar bronnen, realiseert zich dat we daardoor een beeld krijgen van Geertruida, maar dat dat niet betekent dat we weten hoe ze werkelijk was.
Via Martha zie ik Geertruida. Maar hoewel Martha's beeld levensecht is, zie ik van Geertruida alleen de contouren. Hoe de jonge Geertruida werkelijk was blijft een mysterie, nog versterkt door de per definitie ondoordringbare gebeurtenissen van de zomer van 1875. 
In de zomer van 1875 wordt Geertruida in  het Geneeskundig Gesticht voor Krankzinnigen in Utrecht opgenomen. Aangezien er toen nog geen AVG was, is haar patiëntendossier bewaard. Verderop in haar leven zal Geertruida nog enkele keren opgenomen worden. De Nederlandsche Vereeniging voor Psychiatrie was opgericht in 1871 en nagenoeg alle gestichtsartsen (een dertigtal) waren erbij aangesloten. Ook op dat gebied zouden er nog veel veranderingen volgen.

Huwelijk

Geertruida wil zich ontwikkelen. Ze volgt lessen letterkunde en geschiedenis bij Willem Doorenbos. Ze heeft ook al contact gezocht met Helene Mercier (wier naam ik op andere plekken ook als Helena Mercier en Hélène Mercier gespeld heb gezien). Ze trouwt met Albert Kapteyn, een ingenieur die zich bezighoudt met een remsysteem voor treinen. Ze gaan wonen in Londen.

Opregte Haarlemsche Courant, 22 december 1880

Algemeen Handelsblad, 23 december 1880


Geertruida wordt moeder, aanvankelijk van twee kinderen (Olga, 1881 en May, 1883). Ze doet aan anticonceptie, maar er wordt nog een derde kind geboren (Albert, 1886). Er worden brieven geschreven (bijvoorbeeld aan haar zus Marie) en er is een dagboek overgeleverd. Door de hele biografie heen zijn er teksten van Geertruida opgenomen, cursief gezet, zodat je de informatie uit de eerste hand krijgt.  

Dubbelleven

Het huiselijk leven is niet gemakkelijk, ook niet als je personeel hebt. Dat moet immers aangestuurd worden. Geertruida moet zich in de praktijk met andere dingen bezighouden dan waar haar hoofd mee bezig wil zijn. Dat is een van de verklaringen van de titel van de biografie: je zou kunnen zeggen dat Geertruida een dubbelleven leidde: een huiselijk leven en een intellectueel en maatschappelijk leven. In het laatste hoofdstuk van de biografie, wordt er veel aandacht besteed aan haar dochter Olga. Ook in dat opzicht is er  sprake van een dubbel leven: dat van Geertruida en dat van haar dochter. Verder zou je nog kunnen zeggen dat zowel het leven van Geertruida als van haar biograaf doorklinkt in dit boek. 

Geertruida wordt lid van een van de eerste vrouwenclubs in Londen, de Pioneer Club. Het verbaasde me hoeveel clubs, verenigingen en tijdschriften waren, waarin de vrouwenzaak bepleit werd. Steeds proef je de overtuiging dat dingen anders kunnen en dat daarvoor wat moet gebeuren. Er hangt (niet alleen in Londen, maar ook op andere plekken in Europa) een aanstekelijk idealisme. 

Karssenberg beschrijft dat er een congres van de Internationale Vrouwenraad plaatsvindt. Zo'n drieduizend vrouwen overal vandaan, die dagenlang samen zijn, naar lezingen luisteren, discussiëren. De wind van verandering die er waait, moet aangenaam aangevoeld hebben. 


Het nieuws van den dag, 8 mei 1912

Netwerk

En Geertruida gaat publiceren, over bijvoorbeeld ethiek. Ze houdt zich diepgaand bezig met waar het naar toe moet met de maatschappij, ziet voor zichzelf grote lijnen waaraan ze wil vasthouden. Intussen heeft ze een uitgebreid netwerk. Zo onderhoudt ze (wat later in haar leven) een briefwisseling met Domela Nieuwenhuis. Inspiratiefiguren zijn voor haar onder meer de dichter/filosoof Jean-Marie Guyeau en de anarchist Peter Kropotkin. 

In 1901 verhuist ze naar Zwitserland, een verandering van locatie, maar een voortzetting van haar ontwikkeling. In 1906 verhuist ze met Albert naar Nederland. 

Geertruida leefde in een bevoorrechte klasse en ze had wellicht relatief veel vrijheid. Maar ze heeft zich ook bekneld gevoeld en ze was strijdbaar om niet alleen voor zoveel mogelijk vrouwen meer vrijheden te bevechten, maar ook om voor zoveel mogelijk mensen een betere maatschappij vorm te geven. Karssenberg geeft toe dat Muysken in haar geschriften niet altijd de soepelste stijl hanteert, maar ze heeft in ieder geval haar ideeën verspreid, door geschriften en spreekbeurten. 

Maite Karssenberg heeft een prachtige biografie geschreven, die al snel na verschijnen op de longlist voor de Libris Geschiedenisprijs is verschenen. Het is een persoonlijk boek geworden, waarin Karssenberg Geertruida zo dicht mogelijk wil naderen om te doorgronden waarmee ze bezig was en wat dat nu nog kan betekenen. In Geertruida brandde een vuur (dat haar zelf misschien van tijd tot tijd verteerde) en de warmte van dat vuur (ook van de biografe) voel je in dit boek. Er tintelt iets in. Ondanks dat lang niet alles zo gemakkelijk verloopt in Muyskens leven, voel je de gedrevenheid en de hoop op wat er ooit bereikt kan worden. Het doel voor ogen houden en compromisloos doorgaan. Dat is een instelling waarvoor je bewondering kunt hebben. 

Lezen dus. Niet alleen omdat Geertruida dat verdient, maar ook om een blik te krijgen op een tijd waarin zo duidelijk idealen werden nagestreefd. En natuurlijk ook omdat Karssenberg het verdient, die Dubbelleven met hart en ziel geschreven moet hebben. 

Maite Karssenberg, Dubbelleven. Geertruyda Kapteyn-Muysken en haar rebelse levensfilosofie. Uitg. Arbeiderspers, 2026; 472 blz. € 29,99

Tubantia, 7 maart 1908



Het Vaderland, 6 december 1911
Eerder schreef ik over de biografieën van:

dinsdag 5 mei 2026

De glazen kroon 2: Rozebeke, doodse vlakte (Richemond / Benato / Poupelin)

In sommige gedeelten van de geschiedenis raak ik keer op keer verdwaald en dan moet ik even nakijken hoe het zit. Dat geldt ook voor het tijdperk waarin de stripreeks De glazen kroon zich afspeelt. Wellicht is het leven van Karel VI van Frankrijk (1368 - 1422) voor een Frans (of zelfs Vlaams) lezerspubliek gesneden koek, maar ik moet steeds weer moeite doen om de zaken op een rijtje te krijgen. 

In de strip wordt er inspanning genoeg geleverd om aan de lezers de situatie duidelijk te maken. Op de binnenkant van de cover staan de belangrijkste personages getekend, er is een samenvatting van wat er aan het verhaal voorafging en er is een nawoord van de scenarioschrijfster, waarin duidelijk wordt dat zij haar bronnen goed kent en die verantwoord gebruikt.

Karel VI is de zoon van Karel V (1338 - 1380), bijgenaamd de Wijze (niet te verwarren met de veel later levende kiezer Karel V, die hier in Nederland bekender is). Toen Karel V stierf, was zijn zoon nog maar 12 jaar oud en dus te jong om zijn vader zelfstandig op te volgen. De eerste acht jaar werd hij daarom bijgestaan door een Regentschapsraad, waarin drie broers van zijn vader zitting hadden: de hertogen Lodewijk I van Anjou, Jan van Berry en Filips de Stoute, hertog van Bourgondië. Ze waren echter vooral op eigen voordeel uit. 

De kroon van Karel VI wordt een glazen kroon genoemd. In de strip zegt zijn vader: 'Vergeet nooit dat de kroon broos is, ze kan breken, net als glas.' De ironie wil dat Karel later de waan zal krijgen dat zijn lichaam van glas is. Daaraan dankt hij zijn bijnaam 'de waanzinnige'. Dat zal voor zijn ooms weer een aanleiding zijn om meer macht naar zich toe te trekken. 

Slag bij Westrozebeke

In deel 2 van de stripreeks, Rozebeke, doodse vlakte, is dat allemaal nog niet aan de hand. Er is wel veel onrust. Zo is er opstand in Vlaamse steden. De vorst, Lodewijk van Male moet daardoor de hulp inroepen van Karel VI. Diens oom, Filips de Stoute, is gehuwd met een dochter van Lodewijk, Margaretha van Male. Maar er is ook een belang voor Karel: als de steden niet onder controle van de vorst komen, zal dat kunnen leiden tot opstand in meer steden. 

Ook in Engeland is er opstand geweest, tegen de jonge vorst Richard II, die slechts tien jaar oud was toen hij de troon besteeg. Er wordt overigens gevreesd dat de Vlaamse steden Engeland om hulp zullen vragen. 

Karel VI trekt naar Vlaanderen. Uiteindelijk loopt dat uit op de slag bij Westrozebeke (1382), die in het Frans en het Engels de Slag bij Rozebeke (Rosebecque) wordt genoemd. Als het je interesseert en als je een levendig beeld van de betreffende slag wilt krijgen, kun je aflevering 8 van de podcast Stoute schoenen beluisteren, waarin Bart van Loo er levendig over vertelt, vanuit Vlaams perspectief.

Hij geeft daarin wel een goed beeld van het verloop van de strijd en hij maakt een vergelijking met The Battle of the Bastards uit The game of Thrones.

Visioen

Voor op het album zien we het slagveld na de slag: het land ligt bezaaid met lijken, er komt een stroom bloed naar ons toe en in de verte staat een hert. Dat hert heeft te maken met een visioen van Karel VI: hij ziet een gevleugeld hert en dat is voor hem het teken dat hij de Vlamingen zal verslaan. Dat visioen is getekend in het hart van het album, waar er een spread aan gewijd is. 

De slag wordt gewonnen door Karel VI en daarna wordt er door zijn leger geplunderd en gemoord. Zo worden de gouden sporen, die buitgemaakt zijn in de Guldensporenslag (1302) bij Kortrijk geroofd en Kortrijk wordt in brand gestoken. Westrozebeke wordt trouwens gespaard. 

Net als in deel 1 (zie link hieronder) zit er weer veel geschiedenis in dit tweede deel van De glazen kroon. Scenarioschrijfster France Richemond heeft zich terdege in de stof verdiept en zij heeft haar best gedaan er een verhaal van te maken. Door Karel VI en de jonge mensen in zijn omgeving als belangrijke personen te kiezen maakt zij het ook gemakkelijk voor de lezer om zich te identificeren met de personages. Omdat de situatie ingewikkeld is, is er redelijk wat tekst nodig om alles duidelijk te maken. Dat vergt wel wat van de lezer, maar de stof is zeker interessant. Mij gaf het aanleiding om nog meer informatie te zoeken over deze boeiende tijd. 

De tekeningen van Tommaso Bennato zijn uitstekend. Ze zetten de heftige gebeurtenissen niet extra dik aan en dat is een goede keuze. Daarbij helpt ook de fraaie inkleuring door Hugo Poupelin

Deel 3 van De glazen kroon is in voorbereiding. 

Reeks: De glazen kroon
Deel 2: Rozebeke, Doodse vlakte
Scenario: France Richemond
Tekeningen: Tommaso Bennato
Inkleuring: Hugo Poupelin
Vertaling: Frederik van Wonterghem
Uitgever: Silvester Strips
2025, 56 blz. € 10,95 (softcover) € 21,95 (hardcover)


maandag 12 januari 2026

Onderweg (Aimée de Jongh/Tina De Gendt)

We leven onder een (weliswaar demissionaire) regering waarin migratie uitsluitend als probleem wordt gezien, als iets wat bestreden moet worden. En dat veronderstelt weer dat migratie tegengehouden kan worden, al laten de cijfers over de lange termijn zien dat er vooral een constante waar te nemen is. Men leze het werk van Hein de Haas. 

Wat is het dan heerlijk dat je ook eens een ander geluid hoort en dat geluid klinkt helder in het boek Onderweg, Migraties die de wereld veranderden van Aimée de Jongh en Tina de Gendt. De eerste zorgt daarin voor de illustraties, de tweede voor de tekst. In het boek (mooi, groot formaat en hardcover) worden belangrijke migraties uit de geschiedenis van de mens geschetst, te beginnen bij de eerste, ca. 72.000 jaar voor Christus: die van het Afrikaanse continent naar Azië en Europa. Het boek eindigt met vluchtelingen voor de kust van Lesbos en klimaatvluchtelingen in Tsjaad. 

Tijdperken

De geschiedenis van de mensen is verdeeld in tijdperken. Bij elk tijdperk krijgen we, na een korte inleiding, een wereldkaart waarop enkele migraties uit dat tijdperk zijn aangegeven, zodat je je goed kunt voorstellen op welk deel van de wereld die zich afspelen. Verder staat er steeds aangegeven hoe groot de wereldbevolking was aan het begin van het tijdperk en hoe groot die is aan het einde ervan. De eerste periode, 'De mens verspreidt [zich]' loopt van 100.000 v.C. tot 10.000 v.C. De wereldbevolking loopt dan op van 1 miljoen naar 4 miljoen. 

Onder aan de dubbele pagina is er steeds een tijdlijn waarop belangrijke gebeurtenissen uit dat tijdperk zijn aangegeven. Daarna worden de migraties dichtbij gehaald in verhaalvorm, in de ik-vorm verteld door iemand die de migratie meemaakt. En er is puntsgewijs beknopte, zakelijke informatie. De tekst is geplaatst in een tekening, van Aimée de Jongh aan wier werk ik al eerder aandacht gaf. Zie de links onderaan. Zij moest dus niet alleen een aansprekende tekening bij elke migratie maken, maar ook kijken waar ze ruimte voor de tekst kon maken in die tekening. In alle gevallen is dat goed gelukt. De tekst staat op wisselende plekken op de pagina, wat voorkomt dat de indeling statisch wordt, een strak format waaraan iedereen zich moet houden. Nu komt het losser over en dat is prettig. 

Op de cover zie je een rij migranten, waarbij de tijden door elkaar lopen. Iemand op blote voeten, gekleed in een dierenhuid loopt achter iemand met een telefoon aan zijn oor. Die rij mensen komt ook terug aan het begin van elk hoofdstuk, waarin enkele mensen oplichten in de rij: over hen zal het dit hoofdstuk gaan. Zo'n rij helpt om de continuïteit van de migratie de laten zien: een migratie staat nooit op zich, maar maakt deel uit van een traditie van migraties. 

In de koffer

Elk hoofdstuk sluit af met 'In de koffer': wat nemen we mee van deze migraties? Aan het einde van het hoofdstuk 'Verre reizen, 1350 - 1750' worden bijvoorbeeld genoemd: de krant, het woordenboek, het horloge, ballet en shampoo. Wat dat ballet betreft: 'Dankzij het huwelijk tussen tussen de Franse koning en de Italiaanse Catherina de' Medici werd ballet dé rage van de zestiende eeuw. Sindsdien reist de dans de wereld rond: de rokjes, de schoentjes én de dansers zelf natuurlijk.'

Zoals gezegd: het is prettig dat in Onderweg migratie getrokken wordt uit de sfeer waarin die nu vaak ter sprake komt. Verder is het verfrissend dat de geschiedenis nu eens niet bezien wordt vanuit onze eigen positie. Ik heb op de lagere school nog les gehad in 'vaderlandse geschiedenis'. Later werd dat 'geschiedenis', maar die geschiedenis was nog steeds eurocentrisch, zoals op de wereldkaart Europa ook steeds in het centrum lag. 

In Onderweg zoomen we afwisselend uit, zodat we de hele wereld zien, en in, waarbij we bepaald worden wat er op dat moment op deze specifieke plek van de wereld gebeurde. Ook dat is prettig: opgetild worden uit het benauwde wereldje van bijvoorbeeld de nationale politiek en je een deel voelen van de hele wereld. 

Kinderen en jongeren

Omdat de vertellers in de verhalen stukjes veelal kinderen zijn, is Onderweg ook uitstekend geschikt voor kinderen en jongeren. Het zou daarom heel geschikt zijn om het op scholen te verspreiden. Ik ga het deze week ook op school laten zien. 

Midden in Onderweg is 'Het Onderwegboekje' opgenomen, dat als volgt wordt ingeleid:

Ondertussen hebben we het door. Migratie is geen sprookje. Heel vaak migreren mensen niet uit vrije wil, maar omdat ze gedwongen worden of uit nood. En als mensen ergens aankomen, begint het verhaal vaak pas. Waarom blijven mensen dan migreren? Wat betekent het voor hun leven? Voor het leven van ons allemaal? Migratie roept heel veel vragen op. Dus laat ons die vooral blijven stellen. Aan onszelf en aan elkaar.

En daarna volgen die vragen, zoals 'Waarom migreren mensen?' en 'Is migratie nu anders dan vroeger?' De lezers worden uitgenodigd om grootouders, buren of klasgenoten te interviewen en om in oude fotoalbums te duiken, op zoek naar verhalen achter migratie. 

Tekst en tekeningen

De teksten van Tina De Gendt zijn bijzonder helder en heel aansprekend. Ze weet de gebeurtenissen van lang geleden op die manier dichtbij te brengen. Dat we ons goed kunnen voorstellen wat er in die tijd gebeurd is, komt natuurlijk ook door de tekeningen van Aimée de Jongh, die altijd toegankelijk zijn. Ze zijn sfeervol en ze maken maken door hun kleurrijkheid het boek heel prettig om doorheen te bladeren. 

Je kunt Onderweg van de eerste tot de laatste bladzijde lezen (zoals ik heb gedaan), maar het leent zich ook uitstekend om hapsnap tot je te nemen of om je eens wat te verdiepen in een enkele migratie. En hopelijk helpt het een beetje om migratie uit de probleemhoek te halen en om die minder te bekijken vanuit het gezichtspunt van de gesettelde die het liefst zo min mogelijk verandering wil omdat hij nu eenmaal al goed zit en meer uit dat van de migrant.

Onderweg, Migraties die de wereld veranderden. Aimée de Jongh (tekeningen) & Tina De Gendt (tekst). Uitg. Lannoo, 2025, 104 blz. (€ 27,99)

Eerder schreef ik over ander werk van Aimée de Jongh




maandag 5 januari 2026

Moederheil (Els Florijn)


Er is een nieuwe roman van Els Florijn, Moederheil, en de eerste berichten zijn dat het boek het goed doet: al een week nadat de roman gepresenteerd was, werd de tweede druk aangekondigd. 

De titel verwijst naar een gelijknamige instelling in Ginneken/Breda, waarin jarenlang ongehuwde moeders werden opgevangen. Ze konden daar hun kind baren, maar moesten er tot die tijd ook werken en na de geboorte moest het kind vaak afgestaan worden. In het archief zijn verklaringen aangetroffen waarin moeders ondertekend hebben dat ze uit de ouderlijke macht ontzet willen worden. Dit soort verklaringen is tot nu toe nergens anders aangetroffen, blijkt uit een 'working paper' uit 2022 waarin verslag wordt gedaan van het archiefonderzoek van Moederheil. 

De verklaringen waren niet rechtsgeldig, maar kwamen wel officieel over, zoals blijkt uit een brief van een maatschappelijk werkster aan de Raad voor de Kinderbescherming Den Bosch:

De afstandsverklaringen vindt u hierbij, maar ik ben nog steeds van mening, dat dit niet de taak van ons huis is. De meisjes voelen zich hierdoor toch bedreigd, enigszins, ook al zeggen we erbij dat het niet officieel is. Zouden we nog eens met u van gedachten mogen wisselen hierover?

Sofia en Maria

Florijn vertelt het verhaal aan de hand van de levens van twee jonge vrouwen, Sofia, die verkracht is door een jongen van goede komaf en Maria, zelf uit de betere stand, die zwanger wordt van Samuel, die bij haar ouders in dienst is. Ze weet dan nog niet dat hij weliswaar geen relatie meer heeft, maar nog steeds getrouwd is. 

We krijgen eerst het verhaal van Sofia te lezen, dan dat van Maria en dan dat van beiden, als ze opgenomen zijn in Moederheil. Daarna lezen we hoe het Maria vergaat na het baren van haar kind, hoe het met Sofia in die tijd gaat en dan nog een afsluitend hoofdstuk. Sofia had ervoor gezorgd dat ze een opvangadres had: een vriendin van haar moeder runde een hotel in Breda. Vandaaruit bezinnen de vrouwen zich op verdere actie. 

Boeken vergelijken heeft altijd iets hachelijks, maar naar mijn gevoel is Moederheil het beste boek dat Els Florijn geschreven heeft. Het heeft bijna de hele tijd veel vaart, zit vol levendige en rake beschrijvingen en de karakters van de personages zijn geloofwaardig. 

Net als in de vorige boeken heeft ze vrouwen geportretteerd die eigenzinnig zijn, die hun eigen weg zoeken en die zich niet zomaar neerleggen bij hoe de zaken nu eenmaal gaan. 

Sofia is eigenwijs, gevat, zelfbewust, wat niet alleen blijkt uit wat ze doet, maar vooral ook uit hoe ze praat. Alleen als ze haar verhaal vertelt aan Maria, valt ze ineens terug in een ander register en is ze minder herkenbaar. 

Maria is verliefd op Samuel en Florijn laat goed zien wat die verliefdheid met haar doet en waarom Maria ver met hem durft te gaan. 

Maatschappelijk gezien hebben de getekende vrouwen weinig rechten en als ze in Moederheil terechtkomen doen veel vrouwen afstand van de weinige rechten die ze hebben. Het is min of meer vanzelfsprekend dat ze hun kind afstaan en ze mogen geen contact met elkaar onderhouden nadat ze weg zijn uit de instelling. 

Vroege jaren zeventig

Wanneer het verhaal zich afspeelt, is niet zo duidelijk. De moeder van Maria was zwanger van haar in het laatste oorlogsjaar en Maria vertelt ergens dat ze negentien jaar oud is. Als Maria nog in 1945 geboren is, zou het dus 1974 moeten zijn. Maar er wordt ook gesproken over een zomer waarin een dienstplichtig militair veroordeeld wordt tot achttien maanden cel omdat hij weigerde zijn haren te laten knippen en dat is in 1971 gebeurd. Laten we het dus maar houden op de vroege jaren zeventig. 

Het is verbazend dat zelfs in die tijd nog een instelling als Moederheil bestond en hoe weinig de vrouwen zelf in te brengen hadden. De vrouwen in de roman Moederheil leggen zich niet bij hun situatie neer. Vooral Sofia is hierin de drijvende kracht. Haar moeder, die in de gevangenis zit heeft haar voorgehouden dat ze net zo veel waard is als ieder ander en dat ze nooit naar beneden moet kijken. Dat doet ze ook zeker niet. Ze vecht voor het behoud van haar kind en neemt ook wraak. 

Dat doet ze voor een ander meisje in Moederheil en ze haalt ook haar eigen recht bij de verwekker van haar kind. Dat is niet het sterkste deel van het boek: het is wel erg toevallig dat ze weet wanneer die zich gaat verloven, maar over het algemeen kun je Sofia goed volgen in wat ze doet. 

Wilde schrijfster

Bij de bespreking van De engelen van Elisabeth schreef ik:

Stiekem denk ik dat Els Florijn een veel wildere schrijfster is dan ze nu laat merken en dat ze in elk boek aan het verkennen is wat ze durft. Ik ben benieuwd wat dat nog gaat opleveren.

Eigenlijk is die gedachte in Moederheil alleen maar bevestigd. De vrijmoedige Sofia, die voor de duvel niet bang is, Maria die zich helemaal mee laat voeren door haar verliefdheid, de vaart waarmee het grootste deel van het boek verteld wordt - op al die punten gaat Florijn verder dan in haar vorige romans en elke keer worden haar romans iets beter. 

Weer heeft ze een maatschappelijk onderwerp bij de kop genomen en weer neemt ze het op voor vrouwen die zelf hun boontjes moeten doppen. Het is een belangrijk onderwerp, waarbij ik ook moest denken aan de roman Schemerleven van Jaap Robben, waarin ook verteld wordt hoe weinig rechten een ongehuwde, zwangere vrouw heeft in de jaren zestig. 

Waartoe Florijn allemaal in staat is, zullen we moeten afwachten. In elke roman schudt ze meer van zich af en ik ben benieuwd waar dat uiteindelijk toe leidt. 


dinsdag 16 december 2025

Veerkracht. Verhalen over het Lexkesveer (Diverse auteurs)

 

Mijn jeugd bracht ik door in De Betuwe, in het land van de grote rivieren dus. Mijn grootouders van moeders kant woonden buitendijks en als het hoogwater was, waren ze alleen per roeiboot te bereiken. Oudere mensen wisten nog dat een groot deel van de Betuwe blank stond in de oorlog en aan de wielen (wij noemden ze 'kolken') kon je nog zien waar ooit de dijk doorgebroken was. 

De Betuwe ligt tussen de Waal en de Rijn als je eruit wilde, moest dat over de brug of met de pont. Veel van de bruggen die er nu zijn, waren er in mijn jeugd nog niet. Die bij Arnhem, Nijmegen en Rhenen wel, maar ik weet nog dat de bruggen bij Heteren, Echteld en Ewijk geopend werden. 

Lexkesveer

We waren dus vaak aangewezen op de pont en in ons geval was dat het Lexkesveer, tussen Randwijk en Wageningen. Dat was in het begin een belevenis, toen ik iets ouder werd, was het al gewoon en tegenwoordig vind ik het toch wel heel mooi, zo'n pont. 

1919

Dat vinden meer mensen en in 2023 verscheen het boekje Veerkracht, Verhalen over het Lexkesveer, door passagiers uit Randwijk en Wageningen. Die passagiers behoren soms ook tot het pontpersoneel, zo blijkt. Het boekje verscheen al een paar jaar geleden, maar ik las het pas onlangs. Ik leende het van de moeder van mijn vriendin. Het is intussen uitverkocht, maar misschien kom je ergens nog een exemplaar tegen. 

Er staan enkele foto's in en dat hadden er wel wat meer mogen zijn. Er zijn in de loop van de decennia heel veel foto's gemaakt van de pont, zo blijkt uit Facebookpagina's als Oud-Wageningen en Dorpen Midden-Betuwe. De foto's in dit stukje heb ik gesnaaid van die pagina's. Sommige daarvan komen ook voor in het boekje. 

1929
De auteurs noemen zich plezierschrijvers. Ze komen voor een deel uit Randwijk (in de Betuwe) en voor een deel uit Wageningen (aan de overkant van de Rijn, eigenlijk de Nederrijn). Ze worden verbonden door de pont. Het zijn korte verhaaltjes, van meestal maar enkele pagina's. Aardige vertellingen. Niet heel bijzonder, als je ze stuk voor stuk bekijkt, maar het geheel geeft ze meerwaarde. 


Als je zoveel bijdragen over de pont leest, merk je hoe belangrijk die voor veel mensen is en hoe vertrouwd. Het stoorde mij in het begin een beetje toen ik las over 'het pontje', omdat het voor mijn gevoel een beetje afdoet aan 'de pont'. Verschillende auteurs gebruiken juist het verkleinwoord, wat misschien ook wel iets vertederends heeft. 

Intermenselijk contact

1959
In de verhalen staan gebeurtenissen centraal die zich op of bij de pont hebben afgespeeld. Het intermenselijke contact is daarbij belangrijk. En de pont natuurlijk, die altijd een positieve lading heeft. De pont brengt je naar de overkant, maar brengt je gelukkig ook weer naar huis. De overtochten zijn


vertrouwd en zijn toch ook elke keer weer anders, omdat de omstandigheden nooit helemaal hetzelfde zijn. 

Een deel van de verhalen zou je kunnen beschouwen als anekdotes. Meike Legêne beschrijft hoe het Lexkesveer aan zijn naam gekomen is, maar dat is fictie. Ze voegt er ook in het kort de geschiedenis van de pont aan toe die teruggaat tot 1426. Mogelijk verder, maar daar zijn geen bronnen van. De laatste bijdrage in Veerkracht is van Koos van der Wees en ook die bevat geschiedt. Van der Wees meldt dat er tussen 800 en 1100 al op deze plek klapperstenen werden vervoerd van de Veluwe naar Nijmegen. Josien Kapma interviewde oud-veerman Klaas Admiraal. 

1961

Boven elk verhaal staat een kleine tekening van Annet Konijn en na elk verhaal is er een mooi gestileerde tekening van de pont. Ook die zorgen ervoor dat het boekje er mooi uitziet. 

Indertijd is mij het uitkomen van het boekje geheel ontgaan en ik vind het jammer dat het nu uitverkocht is. Zou er niet een herdruk inzitten, uitgeverij Vooruit? Ik zou het kopen, ook al heb ik het al gelezen. En er moeten heel veel mensen zijn die herinneringen hebben aan het veer en nog meer mensen die herinneringen hebben aan een veer, al is het niet het Lexkesveer. En mensen zullen verhalen hebben gehoord van hun ouders of grootouders. Bijvoorbeeld over de bevroren Rijn in de winter van 1939-1940, toen de mensen te voet de Rijn konden oversteken. Die foto staat overigens in Veerkracht. 

Hieronder plaats ik nog wat foto's, gewoon omdat ik het niet kan laten. 

Na 1930


jaren vijfig


1962, ingebruikname nieuwe pont

1970

jaren zeventig

1984

woensdag 29 oktober 2025

Het strijdbare leven van Ageeth Scherphuis, journaliste, feministe, overleefster (Peter van der Aa)



Wie een biografie (of memoires) leest, komt in de eerste plaats meer te weten over de persoon die centraal staat. Dat is vaak al interessant: je weet het een en ander over hem of haar en het beeld wordt nader ingevuld. Maar doordat je iemand door de jaren heen volgt, krijg je ook een beeld van de tijd waarin iemand geleefd. heeft. Zo had ik me niet gerealiseerd dat Annie M.G. Schmidt als kind de tijd van WO I nog meegemaakt had: ze is geboren in 1911. 

Van Ageeth Scherphuis wist ik maar weinig. Ouderen zullen zich haar herinneren als omroepster, maar wij hadden geen tv en de gezichten van de omroepsters zag ik wel als we een keer bij de buren gingen kijken, maar ik kende geen namen en ik realiseerde me niet dat elke omroepster gekoppeld was aan een omroep. Zo werden de omroepvrouwen van het eerste uur me nooit vertrouwd. 

Handzaam

Maar sinds kort kun je alles over haar nalezen in de biografie Het strijdbare leven van Ageeth Scherphuis, journaliste, feministe, overleefster, geschreven door Peter van der Aa. Het is een handzame biografie, van zo'n tweehonderdvijftig pagina's en dat vind ik prettig. Er zijn biografieën van acht- of negenhonderd bladzijden, waarin elk detail van een leven beschreven wordt, waarbij die details niet altijd iets toevoegen. Van der Aa beschrijft het hele leven van Scherphuis, maar hij blijft niet steken in details. 

Ageeth werd in maart 1933 geboren en voor een deel speelde haar jeugd zich dus af in de Tweede Wereldoorlog. In 1956 trouwde ze met Hans de Wolff, die dienst deed op het vliegkampschip Karel Doorman. 

Intussen was ze in de journalistiek beland, bij het blad De Typhoon, waar ze de rubriek 'Voor de vrouw' verzorgde, maar het duurde even voordat ze ook reportages mocht maken. De krant was nog echt een mannenwereld. Later zou Scherphuis bekend worden als feministe, maar daar was in die tijd nog helemaal niets van te merken. 

Omroepster

Toen er bij de AVRO een vacature was voor een omroepster, deed Ageeth min of meer undercover mee, zodat ze kon beschrijven hoe zo'n selectie ging. Ze kreeg de baan en maakte haar tv-debuut in 1956.

Het was de begintijd van de televisie (de eerste uitzending was in 1951) en pas in 1961 zou er elke dag iets op tv te zien zijn. Ageeth Scherphuis blikt later terug op die tijd:
Omroepsters waren in de jaren vijftig ongekend populair, veel meer nog dan de BN'ers van nu. Bij studio Vitus in Bussum stonden 's avonds hordes mensen te wachten tot de omroepster naar buiten kwam. Krassen op de auto's van de knopen aan de jassen van de dringende menigte. En dat was nergens op gebaseerd, want we presteerden eigenlijk niets. 

Scherphuis ging meer dingen doen voor de tv. Zo had ze een rol in de kinderserie Varen is fijner dan je denkt. 

Het verdriet is haar niet bespaard. In een jaar tijd verloor ze haar man en het zoontje dat ze van hem had. Later trouwde ze met de fotograaf Bert Sprenkeling. Van hem kreeg ze een dochter, die ze Esther noemden. Het verbaasde me dat ze, alleen vanwege de keuze van de naam, antisemitische post kreeg, in de meest grove bewoordingen. En er was kritiek op het feit dat ze weer voor de tv verscheen in plaats van voor man en kind te zorgen. 

Van rechts naar links

Ageeth, afkomstig uit een net rechts nest, schuift in haar opvattingen steeds meer op naar links. Ze raakt betrokken bij de feministische strijd voor de emancipatie van de vrouw en ze is een van de makers van het tv-programma Ot... en hoe zit het nou met Sien? Dat start in het jaar van de vrouw, 1975. De reacties logen er indertijd niet om en Van der Aa citeert er een heel stel. Deze bijvoorbeeld:

Juist zondag als iedereen thuis is en ontspanning wil, de gelegenheid heeft televisie te kijken, komt er zo'n stelletje rooie, lesbische en aanverwante afwijkingen hebbende vrouwen zo'n goor, vies liederlijk, smerig (dit zijn nog te nette woorden) programma brengen. Wat een stelletje gedegenereerde, platvloerse, minderwaardige, onbeschofte mensen zijn jullie.

Intussen was Ageeth verzeild geraakt in een relatie met Joop van Thijn, van Vrij Nederland. Van Thijn betekende veel voor Ageeth, maar de relatie was niet altijd goed voor haar. Ze heeft hem ook de deur gewezen, maar bleef toch altijd aan hem verbonden. 

Het zou te ver voeren om alles te noemen waarbij Ageeth betrokken was, maar dat was heel wat. Ze heeft zeker haar rol gespeeld in de tweede feministische golf, maar ook op het gebied van de journalistiek en van het maken van tv-programma's heeft ze belangrijke dingen gepresteerd. Peter van der Aa noemt ze en ook besteedt hij aandacht aan haar persoonlijke leven tot aan haar grootmoederschap toe. 

Van der Aa houdt niet zo van psychologiseren, maar hij probeert Ageeth Scherphuis wel te typeren en aan het eind van het boek heb je wel een beeld van een vrouw die hard gewerkt heeft en veel bereikt heeft, die zorgzaam was voor haar omgeving en altijd stijlvol. Aan het eind van het boek noemt Van der Aa de personen met wie hij gesproken heeft en dat zijn er heel wat. Jasperina de Jong, met wie Scherphuis ook samengewerkt heeft, ontbreekt. Mogelijk zijn er meer mensen gevraagd, maar heeft niet iedereen meegewerkt. 

Register

Achterin is er nog een handig namenregister, zodat je gemakkelijk kunt zoeken op personen die in het leven van Scherphuis een rol hebben gespeeld. 

Met Het strijdbare leven van Ageeth Scherphuis, journaliste, feministe, overleefster doet Van der Aa recht aan een bijzondere vrouw, die in haar tijd een belangrijke rol vervulde in de tv-wereld, de journalistiek en de vrouwenemancipatie. Hij maakt duidelijk in welke context ze leefde en geeft zo ook kleur aan een tijd die bekend lijkt, maar die toch weer verrassende trekjes bevat. Het boek leest lekker door, door de vrij korte hoofdstukken en de heldere stijl. 

Peter van der Aa, Het leven van Ageeth Scherphuis, journaliste, feministe, overleefster. Uitgeverij Elikser, 260 blz. € 23,50

vrijdag 29 augustus 2025

Lysbeth (Marlies Medema)

Sommige boeken zou ik wel willen lezen, maar ik kan ze ook best nog even laten liggen. En dat 'even' kan dan zomaar een maand of een paar maanden worden. Zo'n boek was Lysbeth (2023) van Marlies Medema. Het kwam uit bij uitgeverij Mozaïek en wat daar verschijnt, is nogal divers, is mijn indruk. Ik wist dan ook niet goed wat ik kon verwachten. 

Eigenlijk had ik toch wel een soort literaire roman verwacht, maar heel literair is Lysbeth niet. Medema is wel een onderhoudend verteller, maar je hoeft verder als lezer niet zoveel te doen, omdat alles uitgelegd wordt. Al die uitleg stond me tijdens het lezen wel tegen. 

De hoofdpersoon in de roman is iemand die ook in de werkelijkheid heeft bestaan, Lysbeth Philipsdochter de Bisschop (1566-1652). Het deel van haar leven waarover de roman gaat, speelt zich af aan het begin van de zeventiende eeuw, tijdens het Twaalfjarig bestand (1609 - 1621). 

Arminianen

Tijdens dat bestand waren er theologische twisten, die uitliepen op politieke onenigheid. Aan de ene kant stonden de aanhangers van Arminius (arminianen, remonstranten, rekkelijken), aan de andere kant die van Gomarus (gomaristen, anti-remonstranten, preciezen). De man van Lysbeth, Rem Bisschop, was een bekende figuur in kringen van de remonstranten. Op 19 februari 1617 ontstond er een oploop bij het huis van Rem en Lysbeth. De oproerlingen drongen het huis binnen en plunderden het. De bewoners konden ternauwernood ontkomen. 

Dat komt allemaal terug in de roman, die een goed beeld geeft van hoe ver de acties tegen de remonstranten gingen. Dat had ik allemaal niet zo scherp op mijn netvlies staan. Natuurlijk wist ik dat de arrestatie en de dood van Johan van Oldenbarnevelt met deze controverse had te maken, maar dat het verhaal van Hugo de Groot en zijn ontsnapping in een boekenkist ook hieraan gerelateerd is, stond me niet meer bij. Blijkbaar heb ik dat als kind onthouden als een verhaal zonder verdere context. 

Je snapt dat er genoeg spannende dingen gebeuren in het boek. Een plundering is heel bedreigend en Lysbeth liep daarbij zeker gevaar. Medema maakt ook duidelijk wat er allemaal speelt in het land en dat de controverse tussen remonstranten en contra-remonstranten een behoorlijk gewelddadige kant had. En natuurlijk een politieke kant. Maurits heeft er dankbaar gebruik van gemaakt. 

We krijgen ook de voorgeschiedenis van Rem en Lysbeth. Ze hebben ooit in Koningsbergen (het huidige Kaliningrad) gewoond, waar Rem zakelijk succesvol was. Maar ze hebben daar ook persoonlijk leed ondervonden. 

Meteen in het verhaal

Aan het begin van de roman zit je meteen goed in het verhaal:

Overal liggen scherven. De dakpannen zijn aan stukken gesmeten in de half gesmolten sneeuw. Het hout van de deur is versplinterd, alsof een leger mannen er met een bijl op heeft ingehakt. Ik doe een stap naar voren, voorbij een vrouw met een mottige bontstola en een mollige bakker met meel op zijn armen. Al dagen, weken, misschien wel maanden heb ik gevreesd dat er een ongeluk zou plaatsvinden, al wist ik niet precies hoe. Maar nu ik de feiten zie, kan ik het nauwelijks geloven. 

Dit is vlak na de plundering. Hoe het zover heeft kunnen komen, wordt later verteld, maar je wilt wel weten wat er gebeurd is, dus zo'n begin zet je wel aan het lezen. 

Dat wordt uit de doeken gedaan en daarna blijft er ook nog spanning in het verhaal. Rem is helemaal niet van plan om zich gedeisd houden, al brengt hij daarmee ook zijn eigen gezin in gevaar. 

Historische setting, taal van nu

Een historisch verhaal moet aan de ene kant kloppen met de geschiedenis, aan de andere kant moet het nu ook goed te lezen zijn. Alleen al in het taalgebruik moet het de geschiedenis enigszins geweld aandoen.  Die tweespalt is eigenlijk al aan de omslag te zien: een jonge vrouw met een kapsel dat ik eerder in het nu dan in de zeventiende eeuw plaats, maar ook met een kanten kraag die zeker historisch aandoet. Of Lysbeth qua karakter historisch verantwoord is en of de manier waarop zij denkt past bij een vrouw uit de zeventiende eeuw kan ik moeilijk beoordelen. Mocht ze wat moderner gemaakt zijn, dan lijkt me dat geen probleem. De historische illusie wordt er niet door verstoord. 

Dat het taalgebruik hedendaags is, is alleen maar handig, maar je moet er niet door uit het verleden gehaald worden. Bij een boek als De heks van Limbricht van Susan Smit ging dat te vaak mis. Smit is wat dat betreft nogal aan het rommelen geweest. 

Bij Medema is het beter gelukt om de lezer in het verleden te houden en toch vrij vlot te vertellen. Een woord als 'gefrustreerd' haalde mij wel naar het heden, omdat het begrip frustratie in die tijd domweg niet bestond. En soms begon ik te twijfelen. Er zullen in de zeventiende eeuw wel honden als huisdier gehouden zijn, maar werden ze ook aangelijnd? En van iemand van zestien zei je waarschijnlijk niet dat het nog maar een kind was. Maar misschien heeft Medema het allemaal uitgezocht en zouden verschillende dingen best mogelijk geweest zijn. Mijn indruk is dat ze behoorlijk in de studie van de historische setting gedoken is. 

Al met al is Lysbeth zeker geloofwaardig en kun je goed meegaan in het verhaal, maar de overdaad aan uitleg (die vooral in de dialogen gegeven wordt) was wel iets waar ik echt doorheen moest. Maar misschien heb ik gewoon de verkeerde verwachtingen gehad. Na lezing had ik het idee dat er best het een en ander uit dit boek geschrapt had kunnen worden en dat je dan een goede roman overgehouden zou hebben. Voor de roman zoals die nu is, ben ik niet de goede lezer, maar ik kan me voorstellen dat er mensen zijn die juist van deze boeken houden. Die hebben in Lysbeth een degelijke roman, die aardig leest. 

dinsdag 10 juni 2025

Over de rand laait vuur (Chris van der Heijden)


De naam Chris van der Heijden roept meteen de titel van zijn boek Grijs verleden (2001) op. Hoe mensen zich gedroegen tijdens de Tweede Wereldoorlog was nogal eens, in navolging van Loe de Jong, beschreven in termen van 'goed' en 'fout', zo een scherpe scheiding aanbrengend tussen mensen die zich verzetten tegen de Duitsers en mensen die collaboreerden. Van der Heijden betoogde dat dat zwart-witbeeld wat te simpel was: tussen wit en zwart bevonden zich veel grijstinten en het was intussen wel tijd voor die nuancering. 

Daar kwam nogal wat kritiek op en die kritiek werd vaak persoonlijk, waarbij men verwees naar Van der Heijdens ouders. Vader Henk van der Heijden vocht mee met de SS en moeder Miep van der Velde was actief in de NSB. Van der Heijdens boek zou mede het doel hebben het handelen van zijn ouders in de oorlog goed te praten. 

In Over de rand laait vuur heeft Van der Heijden zich helemaal gericht op die ouders. Hij kan zich, behalve op herinneringen en verhalen, baseren op veel documenten. Er zijn dagboeken, een autobiografie en veel, heel veel brieven. Van der Heijdens ouders trouwden in 1943, maar zagen elkaar heel erg weinig, omdat vader zich opgegeven had om te gaan vechten in Rusland. En later omdat hij gedetineerd was, ontsnapte en een tijd onderdook. 

Titel

De titel verwijst naar een passage in een gedicht van Rilke. Henk schrijft daarover:
Het 'Geh bis an deiner Sehnsucht Rand' en 'Hinter den Dingen wachsen als Brand' beteekende voor mij dat wij als jonge menschen de dure plicht hadden van ons leven het hoogste en grootste te maken dat er van te maken was, ons te vormen en te ontwikkelen als onze gaven en vermogens het toelieten: dit woord beteekende voor mij dat ik met heel mijn persoon, mijn leven en mijn kunnen midden in den tijd en in het gebeuren moest staan en vurig moest meespelen in het groote spel der krachten en ideeën dat wij gewoonlijk de geschiedenis noemen. 
Je merkt het: hier is een idealist aan het woord, al vulde hij dat idealisme in op een manier die ons nu bevreemdt en die we afkeuren. Henk zag zelf ook wel in dat hij fouten gemaakt had, al blijft de vraag in hoeverre hij afstand genomen heeft van het gedachtegoed van de nationaal-socialisten. In dezelfde brief waarin hij die fouten erkent (zonder ze te noemen) geeft hij zijn zoon expliciet toestemming om na zijn dood alles wat verzwegen is omtrent zijn leven openbaar te maken. 
Dit laat onverlet dat ik grote fouten heb gemaakt, zij het nooit de fouten die onwetende omstanders mij verwijten. Over sommige van die fouten ben ik, zoals gezegd, nooit in staat geweest in alle open- en eerlijkheid te praten, zelfs niet in mijn autobiografie. Ik kon het niet. Zwijgen was een onvermijdelijk deel van mijn leven. Maar na dat leven hoeft dat zwijgen wat mij betreft niet langer bewaard te blijven. Want nogmaals, het was zoals het was en zoals het was, was het. 

Begrijpen

Van der Heijden reconstrueert het leven van zijn ouders, vooral om te kunnen begrijpen waarom ze de keuzes maakten die ze maakten. De aandacht waarmee hij dat doet, is een uiting van liefde, wat niet wil zeggen dat hij goedpraat wat zijn ouders deden. Al in het begin schrijft hij:
Mijn ouders hebben meegedraaid in een weerzinwekkend systeem. Dat is en blijft uitgangspunt én conclusie van dit boek. 
Geregeld neemt hij afstand van de keuzes van zijn ouders, waarbij je de indruk hebt dat hij zich bij voorbaat aan het wapenen is tegen kritiek, waarschijnlijk indachtig de reacties op Grijs verleden

Katholiek

Belangrijk voor de keuzes van de ouders is het katholicisme. Van der Heijden laat zien dat de stap van katholicisme naar fascisme in die tijd klein kon zijn, al zijn er ook katholieken die een heel andere keuze hebben gemaakt. Na de oorlog heeft Henk enkele brieven gewisseld met een andere katholiek, Godfried Bomans, die helder uitlegt, waarom de keus van Henk verkeerd was. 
Zeg niet, 'ik deed zelf die dingen niet'. Je deed het wel. Want je droeg het kleed van hen die het wel deden, je steunde hen door je tijd en moeite te geven aan deze jammerlijke beweging. Je was medeplichtig. Dat je het aantrok wekte mijn verbazing, maar dat je het aanhield mijn teleurstelling.
Henk reflecteert wel op zijn keuzes, maar lijkt niet ten volle te beseffen wat het systeem heeft aangericht waaraan hij loyaal was en dat hij uitdroeg. Hij heeft ook weinig begrip voor de woede die er na de oorlog was:
Op het station Tilburg zag ik hysterische woede-aanvallen van oudere menschen en steenengooiende kinderen en volwassenen, die mij diep over mijn eigen volk te denken gaven. Ik heb mij zoo geschaamd. Wij waren weerloze ontwapende mannen en zij 'overwinnaars' die vroeger altijd onderdanig en bijna kruiperig waren, toen de Duitsche soldaat nog wapenen bezat.
Henk was lid van het Verdinaso, het Verbond van Dietsch Nationaal-Socialisten, dat later opging in de NSB. Hij werd lid van de Waffen SS, vocht mee in de Kaukasus en in Kroatië en werd Kommandant van de Landwacht van Zuid-Holland en Zeeland. In hoeverre hij daarbij vuile handen gemaakt heeft, zoekt zijn zoon zo goed mogelijk uit, maar zoals Bomans al schreef: de keuze zelf is al verkeerd. 

In een brief aan haar man toont Miep alle begrip en ze prijst hem zelfs:
Je kon niet anders dan je hebt gedaan. Er zal nooit de schim van verwijt in mijn gedachten binnen sluipen. Je was eerlijk, eerlijk tegenover jezelf wat de moeilijkste vorm van eerlijkheid is, je was trouw, jezelf was je trouw. Je was dapper, je hebt je leven op het spel gezet, je bent vrijwillig naar Rusland gegaan. Je hoeft je nergens of voor niemand te schamen over de vijf jaren, die voorbij zijn gegaan. Ze hebben hun waarde en hun winst in je ziel achtergelaten, geloof het, ook als je het soms niet beseffen kunt. 

Miep

Miep maakt zelf ook duidelijke keuzes. Ze komt terecht bij de Nationale Jeugdstorm van de NSB. Uiteindelijk wordt ze geroyeerd, als ze de meisjes opgeroepen heeft om zich waardig te gedragen in de omgang met Duitse soldaten. 

Ze verwacht dat de oorlog wat kan veranderen in Nederland:
Eigenlijk wil ik ook in enkele maanden Duitsche overheersching hier veel dingen verbeterd hebben, een zuiveringsactie van de slappe elementen en de geldjoden. Daarna onze onafhankelijkheid herwonnen en Indië ongedeerd in ons bezit. 
Ook Henk verwacht veel van de nieuwe wind die er door Europa waait:
Het nationaalsocialisme is niet het beste, doch het is het eenigste dat de europeesche problemen kan oplossen en ik ben er zeker van dat zij het zullen doen ook. De feiten zijn niet te negeeren. 

Daden

Het gaat niet alleen om de opvattingen van Henk, maar ook waartoe die opvattingen hem brachten. Chris van der Heijden:
In de eerste instantie was en bleef hij een intellectueel, iemand die denken, studeren en schrijven verkoos boven andere zaken. Maar hij had ook een andere kant en meende dat die kant, conform de fascistische ideologie en de 'eisen van de tijd' niet verwaarloosd mocht worden: die van de daad.

Chris van der Heijden volgt zijn ouders kritisch en gelooft niet op voorhand wat ze zelf beweren. 

Mijn vader heeft altijd doen voorkomen alsof hij een man uit één stuk was. Ik denk dat daar heel wat op af te dingen is.  
En op sommige vragen, die wel belangrijk zijn, is geen antwoord meer te geven. Henk komt in Pjatigorsk, in Rusland, waar de Duitsers vreselijk huisgehouden hebben onder de plaatselijke bevolking.

Alle ongeveer 1500 Joden werden vermoord. Dat gebeurde nog geen drie maanden vóór Henks komst. Maar in zijn brieven en andere geschriften is hiervan geen spoor te vinden. Wist hij het niet, merkte hij het niet? Wilde hij het niet weten? Een antwoord blijft uit. 

Historicus en zoon

Aan de ene kant werkt Van der Heijden als historicus, die zoveel mogelijk wil uitzoeken. Aan de andere kant is hij een zoon die zijn ouders wil begrijpen en die zich daarbij in een verwarrende positie bevindt: loyaal aan de ouders, maar niet aan hun opvattingen en hun keuzes. 

Er zijn meer zaken die verwarrend zijn. Zijn ouders hebben landverraad gepleegd, door te collaboreren met de bezetter, maar ze beroepen zich erop dat juist voor het land gedaan hebben. 

Die positie van zowel onderzoeker als kind is lastig, maar Van der Heijden maakt zoveel mogelijk duidelijk waarop hij zich baseert en waarom hij schrijft wat hij schrijft. Bij het boek hoort een website met achtergrondinformatie, met daarop een schat aan verdere informatie. Veel bronnen zijn in te zien. 

In hoeverre Van der Heijden alle beschikbare bronnen recht doet, kan ik niet beoordelen. In ieder geval probeert hij zo goed mogelijk transparant te zijn en geeft hij de lezer mogelijkheden om zich zelf verder in de stof te verdiepen. 

Ik snap dat de uitgever het boek behapbaar wilde houden. Dat wil zeggen dat er geen literatuurlijst, geen namenregister en geen noten opgenomen zijn in het boek zelf. Maar als er een naam in het boek voorkomt, ga je niet tijdens het lezen op zoek op de website, maar wil je eigenlijk meteen weten over wie het gaat. De website heb ik dan ook pas bekeken toen ik het boek al helemaal gelezen had. 

Veel illustraties in het boek ontberen een onderschrift en soms zijn ze ook aan de kleine kant. Dat had wel anders en beter gekund. In het midden is wel een mooi fotokatern opgenomen. 

Vertelwijze

Schrijven kan Van der Heijden wel. Het verhaal is helder geschreven en houdt de aandacht gemakkelijk vast. Er wordt geregeld gebruik gemaakt van cliffhangers. Enkele voorbeelden:
In september wordt ze daarvoor voor vier maanden op een zijspoor gezet, in december wordt de schorsing met drie maanden verlengd, een halfjaar later wordt ze uit de partij gegooid. Zover was het nu nog niet. 

Het zal Henk, Miep, de naaste omgeving en advocaat Van Krimpen positief gestemd hebben. Ten onrechte zoals spoedig bleek. 
De historicus past daarbij de technieken van de romanschrijver toe. 

Natuurlijk is Over de rand laait vuur een boek over de ouders van Van der Heijden, maar het bredere belang is dat het een poging doet ons te leren begrijpen waarom mensen hun keuzes maken. Bij beide ouders is er wel een vorm van idealisme te bespeuren, al zijn er wel verschillen. Miep lijkt meer een gevoelsmens, Henk meer een intellectueel. 

Dood van een vriend

Waarom Henk daadwerkelijk dienst nam bij de SS is toch nog lastig na te voelen. De dood van zijn vriend Jan van Lith speelt daarbij een rol, maar ik weet niet of die verklaring voldoende is. Voor mijn gevoel is de stap naar meevechten met de SS groter dan hij blijkbaar in het hoofd van Henk was. 

In ieder geval is in dit boek de grote geschiedenis teruggebracht naar de levens van enkele mensen. Wat betekende het voor deze mensen om in die tijd te leven en hoe gaven hun opvattingen en hun omgeving hen in dat ze bepaalde keuzes maakten? 

Dingen willen begrijpen betekent niet dat je ze verontschuldigt. Van tijd tot tijd maakt Van der Heijden dat duidelijk, maar omdat het boek ook met empathie geschreven is, kan bij oppervlakkige lezing 'begrip van' en 'begrip voor' door elkaar gaan lopen, hoewel de auteur die twee steeds zo goed mogelijk scheidt. 

Over de rand laait vuur heeft mij zeker geboeid. Het toeval wil dat ik vlak na het lezen de roman Alleen geluk van Miep van der Velde vond op een vlooienmarkt. Die heb ik maar gekocht. Of het ooit van lezen komt, weet ik niet. 

Chris van der Heijden, Over de rand laait vuur. Mijn ouders en de oorlog. Uitg. Boom, Amsterdam 2025, 364 blz. € 29,90

Huwelijk van Henk en Miep (Bron)