maandag 19 januari 2026

Onveranderlijk zichzelf, Het leven van Arthur van Schendel (1874-1946) (Rob Groenewegen)

In het lezen van een biografie heb ik eigenlijk altijd zin, al weet ik niet precies waarom. Vaak betreft het schrijvers van wie ik een stel boeken heb gelezen en zo'n biografie geeft natuurlijk context aan die boeken, maar ik besprak hier ook biografieën van Cornelis Vreeswijk, Ria Valk, Wally Tax, Kees Verkerk en Ageeth Scherphuis. Die gaan wel allemaal over een tijd die ik zelf voor een deel heb meegemaakt, dus misschien is het ook het herbeleven van die tijd die me naar deze boeken laat grijpen. 

Bij Van Schendel speelt dat laatste niet mee, want hij overleed in 1946, toen mijn vader zestien jaar oud was. Maar ik heb wel boeken van hem gelezen en met veel plezier. Verder heeft Van Schendel een tijdje in Ede gewoond, waar ik ook woon, en ik wilde ook wel weten in hoeverre er iets over Ede in de biografie zou staan. 

Onveranderlijk zichzelf

Die biografie is Onveranderlijk zichzelf van Rob Groenewegen, die hiervoor al biografieën schreef van Jo Otten en Victor van Vriesland. Vooral dat laatste boek lijkt me aantrekkelijk. Van Vriesland heeft met heel veel schrijvers te maken gehad en in zo'n biografie komt, als het goed is, het literaire klimaat van die tijd tot leven. Ik zag het ooit liggen in een boekhandel, kocht het niet en vergat het weer. Tot ik een boek over Adwaïta (Dèr Mouw). Ik moet het maar gewoon gaan kopen. 

De biografie van Van Schendel is een handzaam boek (ruim driehonderd pagina's) en dat is ook wel eens prettig. De ondertitel is: Het leven van Arthur van Schendel (1874 - 1946). Nu betreft een biografie altijd het leven van iemand, maar bij een schrijver wordt vaak ook het werk wel meegenomen. Natuurlijk noemt Rob Groenewegen dat werk ook, maar de analyse ervan laat hij aan anderen over. Vaak lezen we nog wel iets over de omstandigheden waaronder Van Schendel aan een boek werkte en over hoe hij mogelijk aan zijn stof kwam. 

Eerlijk gezegd had ik wel iets meer over die verschillende boeken willen lezen. Soms wordt slechts terzijde opgemerkt dat er een boek verschenen is. Dat vind ik jammer, maar misschien zegt dat meer over wat ik gehoopt had dan over wat je van een biografie mag verwachten. Maar meer aandacht voor het werk was toch wel op zijn plaats geweest. 

Van Schendel is geboren in Nederlands-Indië en heeft later in Den Haag gewoond, net als de tien jaar oudere Louis Couperus. Op latere leeftijd schreef hij zijn herinneringen op, op verzoek van zijn dochter Kennie. Verder is er het boekje Fratilamur (1928) dat veel autobiografische elementen bevat. 


Jeugd

De vader van Van Schendel overleed op 46-jarige leeftijd aan een leverontsteking. Arthur was toen zes jaar oud. Daardoor veranderde de financiële toestand van het gezin nogal:

Jarenlang had mijn moeder herhaaldelijk van verre verwanten geërfd, grote sommen geloof ik, maar mijn vader was ruim van hand geweest, mijn moeder verkwistend en bovendien ondervaren met geld. 

De jonge Arthur maakt veel verhuizingen mee en op gegeven moment overlijdt zijn stiefzusje, negen maanden oud. Het is ook de tijd dat hij zich bewust wordt van het vermogen verhalen te verzinnen:

Van die tijd aan leefde ik met verbeeldingen en lange verhalen in mijn hoofd, dag na dag verder verteld door een opnbekende maar vertrouwde stem, mijn eigen wereld waarvan niemand hoefde te weten. 

Het lukte moeder niet om goed voor de kinderen te zorgen. Arthur was vaak op zichzelf aangewezen. Als hij een jaar of zestien is, is hij zelfs een tijdje dakloos. Later heeft Van Schendel het wat ruimer, door een toelage van de Toneelschool. Volgens Groenewegen vervalt hij dan in impulsief, laat-puberaal gedrag. 'Tijd om werkelijk te puberen had hij voorheen immers nauwelijks gekend.' Het is de vraag of we ons idee van puberteit zomaar mogen plakken op een vroegere tijd. Voor 1938 is het woord 'puber' bijvoorbeeld niet in het Nederlands aangetroffen. 

Bertha Zimmerman

In 1896 verschijnt het eerste boek van Van Schendel, Drogon. Hij heeft contact met schrijvers en kunstenaars uit zijn tijd. Van Schendel trouwt met Bertha Zimnmerman, die al een dochtertje heeft. Er is ook nog een slepende kwestie over geld dat Bertha gestoken heeft in Walden, de leefgemeenschap van Van Eeden. Groendewegen doet het uitvoerig uit de doeken. 

Het eerste boek waarmee Van Schendel bekend werd is Een zwerver verliefd (1904), gevolgd door Een zwerver verdwaald (1907). Die heb ik gelezen, maar ik herinner ze mij ook uit de lessen literatuurgeschiedenis, als de neo-romantiek behandeld werd. 

Zijn grote werken zou Van Schendel in de jaren dertig schrijven: Het fregatschip Johanna Maria (1930), De Waterman (1933), Een Hollands drama (1935), De grauwe vogels (1937) en De wereld een dansfeest (1938). 

Leed was hem intussen niet bespaard gebleven: de dood van een dochtertje en van zijn vrouw. In 1908 hertrouwde hij, met Annie de Boers. Hij maakte verschillende reizen, met vrienden. Voor zijn huwelijk woonde hij een tijd in Engeland, waar hij docent was. Uiteindelijk zou hij Nederland verlaten om in Italië te gaan wonen. Er waren vaak zorgen om de gezondheid van Annie, die leed aan astma. Voor een deel werd hij onderhouden door een fonds dat door vrienden was opgericht. Ook ontving hij, van 1905 tot 1939 een staatssubsidie. 

Aanzien

Als schrijver genoot Van Schendel veel aanzien. Hij kreeg de Tollensprijs en werd benoemd tot officier in de Orde van Oranje Nassau. Hij werd de 'troonopvolger van Couperus' genoemd en bij deze en gene leefde zelfs de gedachte dat hij wel eens de Nobelprijs voor literatuur zou kunnen krijgen. Hij werd officieel daarvoor voorgedragen door de hoogleraren N.A. Donkersloot, P.N. van Eyck en C.G.N. de Vooys. Verder werd hij benoemd tot buitenlands lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie. 

Van Schendel hield een strakke indeling aan: overdag was hij onder de mensen, maar in de avond trok hij zich terug en schreef hij, met strakke regelmaat. Hij moet een enorme discipline gehad hebben, gezien het oeuvre dat hij zo bij elkaar geschreven heeft. 

Interessant is hoe Groenewegen de literaire context van Van Schendel schetst. Eerst natuurlijk het contact met de Tachtigers, later met de schrijvers van Forum. Van Schendel had veel contacten, niet alleen met de schrijvers van zijn eigen generatie. 

Ook het literaire klimaat wordt wel wat duidelijker door door dit boek van Groenewegen. Een schrijver kon voor de oorlog niet zomaar van alles publiceren. Maurits Dekker werd bijvoorbeeld veroordeeld tot 'een fikse geldboete 'wegens 'belediging van een bevriend staatshoofd, omdat hij Hitler hysterisch had genoemd. 

Italië

Van Schendel woont in Italië tijdens de Tweede Wereldoorlog. Aan het einde ervan is zijn lichamelijke toestand niet best, mogelijk ook doordat hij zo veel van zichzelf gevraagd heeft en maar door is blijven schrijven. Hij wil graag repatriëren en dat zal uiteindelijk per ambulance gebeuren. In Nederland wordt hij door verschillende mensen bezocht. Dit schrijft Adriaan van der Veen:

Van de groote sterke man met zijn wonderlijk vreemde oogen en de krans van wit haar was niets dan een wrak overgebleven. Ik lachte om zijn nog steeds levendige humor en ik merkte dankbaar op hoezeer zijn sterke geest ongeschokt was gebleven, maar toen ik buiten stond kon ik een gevoel van ellende niet kwijtraken: het was onverdraaglijk onm te zien hoe dit monument van concentratie en schrijverskracht een een te zwak lichaam moest ondergaan. 

Van Schendel overlijdt in 1946. Kort na zijn dood verschijnt de roman Het oude huis, waarvoor hij postuum de P.C. Hooftprijs krijgt. De prijs werd toen nog niet gegeven voor een oeuvre, maar voor een boek. 

Persoonlijkheid

Er zijn verschillende getuigen die verklaren dat Van Schendel een uitzonderlijk persoon is geweest. Honderd jaar na zijn geboorte schreef Adriaan Roland Holst:

Wie Van Schendel niet kende, noch ooit een foto van hem onder ogen had, zou als hij aan kwam lopen terstond hebben gezien: daar komt een persoonlijkheid, niet iemand uit een reeks. Hij bestond op zichzelf.

Hij had opmerkelijke trekjes, zoals zijn afkeer van de kleur groen. Als Adriaan Morriën de schrijver in zijn nadagen bezoekt, heeft hij een groen jasje aan, waardoor het contact stroef verloopt. 

Groenewegen had niet veel bronnen: er zijn bijvoorbeeld weinig brieven van en naar Van Schendel bewaard. Ooit begon Kester Freriks aan een biografie, maar hij moest het opgeven. Uiteindelijk bleek het lastig om grip te krijgen op Van Schendel. 

Soms weten we ook niet welke bronnen Groenewegen heeft gehad. Hij schrijft bijvoorbeeld Vestdijk voor Rumeiland inspiratie opdeed in Van Schendels stuk 'De zeeroovers', maar daarbij geeft hij geen bron. Soms volstaat hij met een suggestie en gebruikt dan woorden als 'mogelijk', 'vermoedelijk', 'waarschijnlijk' of stelt hij een vraag waarop hij geen antwoord geeft, waardoor niet duidelijk of de suggestie ergens op berust. 

Bekaaid

Het leven van Van Schendel krijgen we in deze biografie aardig op een rijtje. Wat mij betreft komt het werk er wel een beetje bekaaid af, terwijl het hier toch gaat om de biografie van een schrijver. Een paar jaar terug schreef ik over De mensenhater (link: onderaan). Goed boek, vond en vind ik. Ik zocht een stel reacties op, waaronder die van Gerard Knuvelder, die door het schrijven van zijn literauurgeschiedenis belangrijk is geweest. Groenewegen noemt de recensie niet, hoewel die zeer uitgesproken is. 

Wel krijg ik zin in de boeken van Van Schendel die ik nog niet gelezen heb, zoals De grauwe vogels en Het oude huis. Daarvoor heeft de biografie dan toch gezorgd. En Groenewegen heeft een vlotte pen, waardoor je makkelijk blijft doorlezen. Het is een toegankelijke biografie, waarin wel duidelijk wordt met welke schrijvers Van Schendel contact had en dat waren er nogal wat. Ook had hij veel meer aanzien dan ik mij realiseerde. 

In een biografie horen natuurlijk ook foto's en Groenewegen heeft gezorgd voor een fraai fotokatern, met sprekende afbeeldingen en foto's. Altijd leuk, maar ook eigenlijk wel noodzakelijk. 

Ik hoop van harte dat dit boek zorgt voor wat meer belangstelling voor het werk van Van Schendel, want dat dreigt wel wat in de vergetelheid te raken. Op boekenlijsten bij de Staatsexamens kom ik ze nog heel af en toe tegen en dan doet het me altijd plezier. 

Groenewegen heeft alweer een nieuw project: hij werkt aan de biografie van Albert Kuyle, van wie ik nooit wat las en alles wat ik over hem las, heeft te maken met de oorlog. Ik ben wel benieuwd. 

Rob Groenewegen, Onveranderlijk zichzelf. Het leven van Arthur van Schendel (1874 - 1946). Walburgpers, 2025; 320 blz. € 27,50 (gebonden, stofomslag)


Eerder schreef ik over ander werk van Van Schendel:

En over andere (deel)biografieën van:

En verder heel veel biografische strips. Daar zal ik nog een keer lijstje van maken. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten