Het zal de leeftijd wel zijn, maar soms overvalt mij een prettig soort nostalgie. Dan dwaal ik in gedachten rond in huizen die er al niet meer zijn, in gezelschap van mensen die al jaren overleden zijn. Die herinneringen lijken levendiger dan ze ooit waren. Zo herinner ik mij ook nog het genot dat ik beleefde aan sommige boeken, zoals de reeks over Buffalo Bill en ook aan de strips die ik las.
Aan de strip Brammetje Bram bijvoorbeeld kan ik met weemoed terugdenken. Ik herinner mij ook wel Opa, getekend door dezelfde tekenaar, Eddy Ryssack, maar bij het terugdenken daaraan heb ik dat gevoel niet. Die strip herinner ik mij vooral als grappig. Dat juist Brammetje Bram aansloeg, zal ook wel te maken hebben met de boeken die ik al gelezen had over de Nederlandse schepen die naar de Oost voeren. Die boeken zal ik wellicht niet meer zonder schaamte kunnen herlezen. Hoe mijn gevoel daarover veranderd is, zal ik vertellen als ik schrijf over het boek Koloniale oorlogen in Indonesië van Piet Hagen. Dat duurt nog even, want het is een dik boek en ik ben nog niet halverwege.
Geen slechte mensen
Brammetje is een jongetje met wie je je gemakkelijk kunt identificeren. Hij is een gewoon mens, met wie niet zoveel mis is. Maar dat niet alleen: ook iemand als Knevel de Killer kun je er goed bij hebben: een ruwe bolster met een blanke pit. Dat maakt Brammetje Bram ook zo gemoedelijk: echt slechte mensen komen er niet in voor. Er wordt flink geknokt, maar er vallen nooit doden en de verhalen lopen nooit slecht af. Het piratenleven is natuurlijk een hard leven, maar je krijgt het idee dat het toch niet zo gek is om bemanningslid te zijn aan boord van De Zeemadelief.
Uitgeverij Arboris heeft al vier delen uitgegeven van De complete Brammetje Bram en bij het verschijnen van deel 4 heb ik op verschillende plaatsen gelezen dat dat het laatste deel zou zijn, maar er is nog een vijfde deel verschenen, met avonturen waarvan een deel nooit in albumvorm is verschenen.
Pittje Pit
Tegen het einde van de reeks verschenen de avonturen van het scheepsmaatje in het Duits, waar ze gepubliceerd werden in het tijdschrift Zack. Brammetje Bram het daar overigens Pittje Pit. Het formaat van het blad was kleiner dan we gewend zijn bij gewone albums: pocketformaat. Sommige verhalen zijn al eerder omgemonteerd tot het gebruikelijke formaat, bij andere is dat voor deze uitgave gebeurd. Er zijn aan het eind van de jaren zeventig overigens ook nog verhalen in het Nederlands gepubliceerd, in het blad Wham! dat verscheen tussen 13 februari 1979 en 24 juni 1980.
In dit vijfde deel staat natuurlijk ook weer een dossier, dat weer heel prettig leest. De scenaristen Hec Leemans en Gilbert Declercq halen herinneringen op aan hun samenwerking met Eddy Ryssack, er is een portret van scenarioschrijver Gerd von Haßler en er is een mooi artikel over Ryssack als animatiefilmer. En alles natuurlijk rijk geïllustreerd.
Marius weg!
Wat de strips betreft: het zijn zowel korte als lange verhalen. Wat me daarbij meteen opviel: Marius is verdwenen. Wat is er met deze zeebonk gebeurd? In het vierde deel was hij ineens gekleed in een groene trui in plaats van in een rode en nu is hij helemaal verdwenen. Er wordt geen woord aan vuil gemaakt. Wonderlijk.
De eerste twee korte verhalen, 'Bureaucraten en piraten' en 'De kaperbrief' sluiten op elkaar aan. In het eerste verhaal wordt de bureaucratie op de hak genomen, wat grappig is, maar het verhaal is ook redelijk plotloos. Gelukkig gaat het verder in 'De kaperbrief', maar ook dat heeft niet een heel sterke plot. Daar zou ik bij een andere strip misschien over gevallen zijn, maar ik heb de twee verhalen toch met plezier gelezen. Waarschijnlijk omdat die vertrouwde Brammetje-Bramsfeer wel duidelijk uit de verhalen spreekt.
In het verhaal 'Het schatteneiland' wordt het toerisme op de korrel genomen. In die zin is het vergelijkbaar met 'Bureaucraten en piraten'. Het lijkt erop alsof over de hoofden van de personages heen commentaar gegeven wordt op ontwikkelingen in de samenleving. Wel weer luchtig, zodat het vermakelijk is.
Een snuf Duitsland
'Het elixer van Salver Quack' leest als een kort tussendoortje, net als 'De kater van kapitein Knevel' en 'Holiday on ice'. De bundel sluit af met het albumlange Brammetje Bram en de Beieren, dat ik -zeker weten- ooit als album kocht. Ryssack komt daarin tegemoet aan de wens van Zack om een snuf Duitsland aan de verhalen toe te voegen. Ook komen er verschillende historische figuren in voor.
Niet elk verhaal in dit slotdeel van De complete Brammetje Bram is van topniveau, maar dat heeft mijn leesplezier maar weinig in de weg gestaan. Altijd zijn er kleine grapjes die je laten grijnzen. Al staat er soms op de lange verhaallijn net te weinig spanning, binnen het verhaal zijn er ook altijd korte lijntjes met een goede spanningsboog.
En tussen de tekeningen zitten werkelijk pareltjes. Zo heb ik lang zitten kijken naar een voorschets van een pagina op pocketformaat. Ik had het idee dat ik over Ryssacks schouder mee mocht kijken. Het was alsof hij net zijn tekenhand even weggehaald had en mij een blik gunde op zijn werk. Prachtig!
Ik heb ooit een stripboekhandelaar wat horen snuiven over Brammetje Bram. Hij snapte niet dat ik dat kocht. Ik heb er geen commentaar op gegeven en heb het maar zo gelaten. Ik vind het alleen maar prachtig alle verhalen verschenen en dat we ze nu allemaal bij elkaar hebben. De delen kunnen naast elkaar in de kast gezet worden, op een plek dat je ze gemakkelijk kunt pakken.







Geen opmerkingen:
Een reactie posten