woensdag 18 mei 2022

Even pauze

 


Plannen is niet mijn sterkste kant, blijkbaar. Het is de tijd dat ik volop in de examencorrectie zit, maar er zijn schaakwedstrijden en ik heb ook nog toegezegd dat ik zou collecteren. De tijd voor corrigeerwerk lekt weg uit mijn agenda. 

Voor lezen blijft dan weinig tijd over en voor schrijven nog minder. Ik wil best, hoor. Ik zou nog een herdenkingsstukje over Jeroen Brouwers willen schrijven, maar ik wil dat niet even snel tussendoor doen. En ik heb nog een paar strips gelezen en die verdienen ook een aardig stukje. Moishe van Typex
bijvoorbeeld of  het nieuwe deel over De avonturen van Betsy. 

Het komt wel weer. Even geduld. Ik neem even een schrijfpauze. DE komende week of weken doe ik de dingen die het dringendst lijken en dan zal er wel niet veel tijd overblijven. Mocht ik nog wat leestijd hebben, dan besteed ik die aan De draaischijf van Tom Lanoye. Daar geniet ik zeer van.  

Is er nog geen collectant bij je langsgekomen? Scan dan even de QR-code en maak wat over aan het Longfonds. Daar houdt men zich niet alleen bezig met corona, maar ook met astma, COPD, bronchitis, cystic fibrosis. En het Longfonds stuurt mij daarna weer prijzende sms'jes. 

Collecteren is trouwens een boeiende bezigheid. Je ontmoet veel aardige mensen, maar ook mensen die dingen zeggen als: 'Nu zit ik weer met een huilend kind! Ik ga echt een briefje op de deur plakken. Ik ben er helemaal klaar mee!' 


Er zijn veel mensen die tegenwoordig een briefje op de deur hebben, met de vraag of je wilt kloppen in plaats van bellen. Daar houd ik mij altijd aan, maar ik heb wel het idee dat mensen vaak niet horen dat je klopt en zeker niet als ze achter in de tuin zitten. 

Bij veel deurbellen zijn stickers geplakt. 'Geen collectes, verkopers of geloofsovertuigers' bijvoorbeeld. Of 'Geen verkopers, collectes welkom'. Dat betekent trouwens niet dat de bewoners dan ook daadwerkelijk wat geven, maar ze zijn wel vriendelijk. En vaak geven ze wel. Als ze opendoen. 

Een ouder met een kind of zelfs met meer kinderen - als die opendoet, is het bijna altijd prijs. En de kinderen mogen dan de muntjes in de bus doen. Iedereen blij. 'Dankuwel. Fijne avond.' 'Succes, hè!'

donderdag 12 mei 2022

De laatste draak deel 1: Het jaden ei (Pécau / Pilipovic / Thorn)


Waarschijnlijk is al niet meer na te gaan hoe ik mijn voorkeuren heb ontwikkeld. Waarom kies ik de ene smaak ijs vaak en de andere bijna nooit, waarom luister ik naar deze muziek, lees ik deze strips, kijk ik naar deze films? Ik weet het niet, maar het gebeurt. Rigide vasthouden aan je smaak zorgt er wel voor dat veel moois (of lekkers) je ontgaat. Want ook binnen de categorie die niet je eerste keus is, zal er veel goeds zijn. Daarom is het goed af en toe het land te verkennen dat voorbij de grenzen van je smaak ligt. 

Fantasy staat niet boven aan mijn voorkeurslijstje. Dat betekent dat ik er niet zo makkelijk uit mezelf naar grijp. Maar als ik strips in dat genre lees, probeer ik er natuurlijk wel van te genieten. Dat is zowel voor de strip als voor mezelf het beste. Zo heb ik met plezier het eerste deel van Driftwereld (van Ken Broeders) gelezen. 

Onlangs kwam er weer zo'n strip binnen: De laatste draak. Op dit moment is alleen deel 1 in  het Nederlands verschenen, Het jaden ei, maar deel 2 is al aangekondigd. Hoeveel delen er uiteindelijk zullen verschijnen is nog niet duidelijk. 

Historisch

De laatste draak is een merkwaardige strip.  Aan de ene kant is het een verhaal dat historisch aandoet: het speelt zich af in het verleden in West-Europa: er zijn steden die we nog steeds kennen, vorsten wier namen bekend voorkomen en er is een paus die macht heeft. Er lopen ridders en soldaten rond. 

Maar er is ook een fantasy-element: er zijn draken. Die hebben het wel moeilijk. Er wordt namelijk op hen gejaagd, vanwege het drakoniet, een soort edelsteen die zich in de kop van de draak bevindt. Drakoniet is kostbaar en de werking ervan is krachtig. 

Officieel mag er alleen gejaagd worden op wilde draken. Er zijn ook draken die gemend worden door een drakenvrouw en daarmee uitgesloten zijn van de jacht. De vrouwen zijn lid van de Orde van de Draak. Zo lang ze maagd zijn, kunnen ze een draak berijden, al verwilderen draken vroeg of laat. 

Drakenei

Het verhaal gaat rond dat er een drakenei gevonden is. Dat is goed nieuws voor de orde. Moeder overste stuurt Umas, een drakenvrouw op onderzoek uit, samen met het meisje Jeanne. Maar ze zijn niet de enigen: Draga, een Draca-heks heeft dezelfde opdracht. Verder is er de verhaallijn van Stali, wier draak gedood is. Zij gaat naar Cinque Terre om daar een inwijdingsritueel te ondergaan. 

Zoals gezegd: op voorhand zou ik niet meteen grijpen naar een fantasystrip, maar van deze heb ik wel genoten. De laatste draak leest als een historische strip (zoals Alex), maar met iets extra's, de wereld van draken, draca's, een duistere orde. Dat is een aangename mix. Het historische maakt het verhaal aannemelijk, alsof het bijna feitelijk is. Het fantasy-element krijgt daardoor iets vanzelfsprekends, alsof het nu eenmaal hoort bij de tijd die wordt opgeroepen. 

Er moet behoorlijk wat informatie doorgegeven worden om de situatie aan de lezer duidelijk te maken. De schrijver van het scenario, Jean-Pierre Pécau, krijgt het voor elkaar om die informatie vrij natuurlijk te verweven in het verhaal: Jeanne bestudeert oude boeken, mensen vertellen elkaar wat ze gehoord hebben of verwijten elkaar wat en en passant krijg je informatie mee. Bijna nergens zijn er tekstblokken voor nodig. 

Helder

Het verhaal is niet eenvoudig, mede vanwege de verschillende verhaallijnen, maar het is wel helder. Je raakt de weg er niet in kwijt. 

Een eerste deel is over het algemeen een opmaat naar dingen die in de volgende delen moeten gebeuren. Dat is ook het geval bij Het jaden ei. Maar in het album zelf gebeurt ook veel dat je aandacht vasthoudt. 

Zo is er de strijd tussen Milaan en Florence. Zal Umas op tijd komen om de bondgenoot Milaan te helpen? En is ingrijpen eigenlijk wel gewenst? Verder weet je dat Stali zonder draak verder moet. De Orde weet nog van niets. Umas gaat naar haar op zoek. De lezer weet dat Stali zich aangesloten heeft bij een groep huursoldaten. In welk leger zullen die terechtkomen?

Tekeningen

De tekeningen, van Léo Pilipovic, zijn zonder meer goed. Het is een stijl die heel erg past bij het onderwerp van de strip. Je twijfelt geen moment aan de historische setting, gezichtsuitdrukkingen zijn duidelijk, maar niet overdreven, bewegingen van personen zijn natuurlijk. Er zijn in alle tekeningen veel details, waaruit blijkt met hoeveel aandacht de tekeningen gemaakt zijn. Aan het eind van het album is er ook nog een klein dossier met schetsen, die de manier van tekeningen nog duidelijker laten zien. 

De inkleuring door Torn doet ook veel goeds voor de tekeningen. Er wordt slim gebruik gemaakt van licht en donker. Soms onderstreept de kleur de sfeer van de tekeningen, soms is er een contrast. Op de tekeningen waarop Stali treurt bij haar omgekomen draak, is de natuur lenteachtig groen waartegen het rood van de draak mooi uitkomt. De setting is bijna lieflijk, waardoor het leed nog schrijnender lijkt. 

De laatste draak heeft alles in zich om een mooie reeks te worden: intrigerend verhaal, fraaie tekeningen, interessante thema's. Kom maar door met dat volgende deel. 

Reeks: De laatste draak
Deel 1: Het jaden ei
Uitgever: L
Oosterhout 2022, 64 blz. € 9,95 (softcover)

woensdag 11 mei 2022

De saamhorigheidsgroep (Merijn de Boer)


Ons geheugen is per definitie onbetrouwbaar. Zo meende ik me te herinneren dat ik over 't Jagthuys van Merijn de Boer wel aardig positief was, maar dat het me niet helemaal overtuigde. Waarom heb ik dat zo onthouden? Nu ik teruglees wat ik erover geschreven heb, zie ik dat ik zonder terughouding lovend was. Vreemd. Niet dat ik positief was, maar dat ik het niet correct onthouden heb, bedoel ik. 

In De saamhorigheidsgroep (2020) had ik wel vertrouwen. Ik nam het op in de lijst met de beste boeken van 2020 die ik niet gelezen heb. Intussen heb ik het boek wel gelezen. Goede roman. 

Centrale figuur is de diplomaat Bernhard Wekman. In 2018 is hij gestationeerd in New York. Hij spreekt af met een vrouw, maar beseft ineens dat het een vergissing is en waarom hij juist door haar geïntrigeerd is. Dat heeft te maken met een vrouw uit het verleden. Onlangs heeft hij ook bezoek gehad van iemand die hij uit dat verleden kent. Alles staat klaar om de herinneringen wakker te maken. 

Idealisten

Dat gebeurt in het tweede deel, dat zich afspeelt in het begin van de jaren tachtig, in Haarlem. Daar bestaat de saamhorigheidsgroep, een groep idealisten die tien procent van hun inkomen inleveren om projecten in de derde wereld te steunen. Bernhard is bevriend met Felix, die lid is van deze groep, en wordt ook lid. Hij wordt in de groep opgenomen, maar is ook een beetje een buitenstaander. Zo bezit hij een auto, waar de rest van de groep aanvankelijk niet van op de hoogte is. Dat is een uitstekende positie om de rest van de groepsleden te observeren.

In dit deel wisselt het perspectief, zodat alle personages ruimte krijgen. Het is een zeer vermakelijk deel, dat satirische trekken vertoont. Maar Bernhard heeft niet alleen kritiek. Soms is hij ook wel jaloers op de manier waarop de groepsleden leven. Vooral die ambivalentie maakt zijn positie interessant. 

Als hij kennismaakt beziet hij de groepsleden als volgt:

Alle mannen droegen net als Felix een baard. De vrouwen hadden veelkleurige jurken aan. Ze straalden zoveel vrolijkheid en geluk uit, dat het een beetje intimiderend was. 


Jaren tachtig

Het verhaal plaatsen in het begin van de jaren tachtig gaat De Boer goed af. Soms komen zijdelings actualiteiten ter sprake zoals de Falklandoorlog en we hebben nog partijen als de PPR en de PSP (waarnaar ook de afbeelding op de cover verwijst). Een enkele keer gaat het net fout. De Postbank bestond nog niet in 1982 of 1983 en ik vroeg me af of we toen de term 'polyamoreus' al kenden. 

Bernard richt zijn liefde overigens maar op één vrouw, Liza en dat geeft natuurlijk complicaties. Ze is namelijk al met Tristan. Tristan is een kunstenaar met een staart. Hij zou eigenlijk een bril moeten hebben, want hij ziet niet scherp. Dat laatste levert nog enkele grappige situaties op. 

Aan het eind van het boek keert Bernhard terug naar Haarlem en kijkt wat er over is van de groep. Hij ontmoet verschillende groepsleden die hij kent van vroeger. 

Lichte toon

De saamhorigheidsgroep is helder geschreven en je raast er doorheen. Het is een vermakelijk verhaal, dat ook tragische kantjes heeft. Aan de ene kant geeft het een beeld van een tijd en van een groep mensen, maar het schetst ook de persoonlijke besognes van iedereen en het laat je nadenken over filantropie en over mechanismen binnen een groep. De toon is licht en ik werd vrolijk van het verhaal. 

Niet alle verhaallijnen worden netjes afgehecht en dat is eigenlijk wel mooi. Soms scheert De Boer bewust net langs een plot. Dan is er net geen confrontatie of heeft een personage net niet door wat er werkelijk speelt. Dat werkt uitstekend. Er is niet geprobeerd het verhaal koste wat kost kloppend te maken, maar voor mijn gevoel klopt dat juist. 

Heerlijk boek. Aanrader. 

dinsdag 10 mei 2022

Irena. Deel 1: Het getto (Morvan / Tréfouël / Evrard)

Er verschijnen nog steeds behoorlijk wat strips over de Tweede Wereldoorlog. Aan de ene kant is dat opmerkelijk: die oorlog is al vijfenzeventig jaar achter de rug. Aan de andere kant is dat ook wel begrijpelijk: het is een trauma binnen West-Europa en iedereen kent nog mensen die deze oorlog hebben meegemaakt. De verhalen over de oorlog waren nog overal rond. 

In oorlogstijd worden de verhoudingen tussen mensen op scherp gesteld. Ook in vredestijd nemen mensen beslissingen, maar tijdens een oorlog kunnen de consquenties veel groter zijn. Een vriend vraagt of hij een tijdje bij je mag logeren is toch nog heel wat anders dan een vriend die vraagt of hij bij je mag onderduiken. Dan blijkt pas wat jullie vriendschap waard is. 

Sommige mensen nemen, ook als ze gevaar lopen, beslissingen omdat ze vinden dat ze die moeten nemen, omdat er daden van ze gevraagd worden, ondanks de mogelijke gevolgen. Zij gaan door waar anderen zich mogelijk zouden laten afschrikken. 

2500 kinderen

Over zo iemand gaat de stripreeks Irena, waarvan het eerste deel, Het getto, verschenen is. Irena Sendlerowa (ook bekend als Irena Sendler) leefde van 1910 tot 2008 en was een Pools verzetsstrijdster. In de Tweede Wereldoorlog redde ze 2500 kinderen uit het getto van Warschau. 

De tekenstijl van David Evrard is niet realistisch, waardoor de plaatjes iets goedmoedigs krijgen. Dat is een gewaagde keuze, want de setting van het verhaal is dat allerminst. Bij het begin van het verhaal zit Irena in de cabine een vrachtwagentje en vraagt om toegelaten te worden tot het getto. Ze werkt voor de afdeling welzijnswerk en ze heeft recht op toegang, al zou een officier haar die liever weigeren. Zijn taal is dreigend, er zijn gewapende soldaten, er zijn prikkeldraadrollen aan de bovenkant van de hekken en toch heb je het idee, door de manier van tekenen, dat het misschien allemaal wel meevalt. 

De hoop voor de toekomst leeft in de hoofden van de kinderen. Ze verwachten veel van Irena: voedsel, kleding en misschien is ze zelfs wel in staat om hen onzichtbaar te maken, zodat ze uit het getto kunnen. 

De geest van vader

Irena doet wat ze kan, maar de situatie biedt weinig uitzicht. Een stervende vrouw vraagt aan Irena hulp voor haar zoontje. Wil Irena voor hem zorgen? Dan wordt de betrokkenheid die Irena heeft met de mensen die aan haar toevertrouwd zijn nog sterker. Ze gaat proberen kinderen weg te krijgen uit het getto. Ze voelt zich gesteund door de geest van haar vader, ook een welzijnsarts, die al in 1917 is overleden. 

De toestand in het getto is al slecht, maar de maatregelen worden nog strenger, waardoor de positie van de Joden verslechtert. De verschillende decreten worden zonder commentaar weergegeven. De tekst alleen zegt al genoeg. Die sobere presentatie werkt heel goed. 

Tussendoor krijgen we beelden uit een toekomst, waarin Irena al is opgepakt en verhoord wordt. Het doet vrezen dat haar acties niet goed aflopen. 

Schrijnend

Van de goedmoedigheid die in het begin opgeroepen leekt te worden door de tekenstijl is weinig meer over. De lezer zit dan al zo ver in de narigheid van het verhaal, dat de vriendelijkheid van de stijl die alleen nog maar schrijnender maakt. Juist door de ellende niet vet aan te zetten, bereikt de tekenaar dat die ellende wordt overgebracht en dat die onontkoombaar wordt voor de lezer. 

De scenarioschrijvers, Jean-David Morvan en Séverine Tréfouël, kozen ervoor om niet de biografie van Irena Sendlerowa te schrijven, maar om een verhaal te maken van wat ze heeft meegemaakt en gedaan. Dat lijkt me een goede keuze: als lezer ga je gemakkelijk mee in dat verhaal. Aan het eind van dit album wil je in ieder geval weten hoe ze zo veel kinderen heeft kunnen redden en hoe ze uiteindelijk toch is opgepakt. 

Dit album is geschikt voor een heel brede doelgroep. Zelfs jonge lezers kunnen het verhaal lezen, als de lotgevallen van kinderen in de oorlog en van iemand die hen probeert te helpen. Volwassenen hebben een breder perspectief en kennen grofweg de loop van de oorlog, neem ik aan. Maar deze geschiedenis kennen ze wellicht niet. Het is een verhaal dat het beeld van de oorlog nog wat completer maakt. 

Reeks: Irena
Deel 1: Het getto
Scenario: Jean-David Morvan / Séverin Tréfouël
Tekeningen: David Evrard
Inkleuring: Walter
Uitgever: Silvester
's-Hertogenbosch 2022, 68 blz. € 9,95 (softcover)


vrijdag 6 mei 2022

Een goede moeder (Jan van Mersbergen)



De boeken van Jan van Mersbergen lees ik altijd met plezier, al is me niet helemaal duidelijk waarom. Misschien omdat ze nooit de neiging hebben  om te imponeren, maar eerder uitstralen dat ze 'gewoon' willen doen. De personages zijn meestal niet uitzonderlijk, maar mensen die ook maar hun best doen om zich door hun leventje te worstelen. De stijl is in alle boeken vrij sober. 

De vorm van de boeken verschilt per keer. Het soort verhaal dat Van Mersbergen vertelt, verschilt per boek qua setting, maar er zijn wel overeenkomsten tussen de verhalen. In Een goede moeder lijkt de vorm een soort dossier. In dat dossier zit de geschiedenis van Anja, een moeder met problemen. Haar ex-man, Evert, heeft dat dossier opgevraagd en achteraf heeft hij er hier en daar zinnetje commentaar bij geschreven. 

Voor in het boek staat een lijst met alle betrokkenen. Het gaat om Anja, Evert, hun dochter Anouska/Noes en een hele rij aan hulpverleners, buren en kennissen. 

Verhaallijnen

In het boek hebben we twee verhaallijnen: de mailtjes van Evert (vanaf 4 oktober 2017), die voornamelijk de behandeling van Anja en de omgang met Anouska betreffen. Daartussendoor lezen we het verhaal van Anja, dat een week in 2019 beslaat, te beginnen bij 28 maart. Het zijn spraakberichten die ze naar haar behandelaar Thomas Wessels stuurt en het zijn er nogal wat: in totaal 75 berichten en sommige zijn ook nog verdeeld in twee delen. Alleen al op de eerste dag stuurt Anja er zeventien. 

In die spraakberichten krijgen we het verhaal van Anja te horen. Na de dood van haar hond wordt ze aangetroffen tussen strips van medicijnen en dan wordt er meteen een melding gedaan. Er wordt gedacht dat ze bewust te veel pillen heeft geslikt, maar Anja houdt ruimte voor een andere interpretatie. 

Expeditie

Op woensdag komt Anouska altijd bij Anja langs. Met Anja gaat het niet goed: vaak kan ze nauwelijks lopen en kost het haar moeite om van haar matras te komen. Maar vorige week woensdag heeft ze het plan opgevat om met haar dochter naar haar tuintje te gaan. Dat is een hele onderneming, want die tuin ligt enkele straten verderop. In de loop van het boek krijgen we een verslag van die expeditie. 

Anja doet dat verslag in de tegenwoordige tijd. Dat is goed voor het verhaal, maar het is niet zo geloofwaardig. Je kunt je ook afvragen hoe aannemelijk het is dat Anja zo uitgebreid haar verhaal doet. Voor mijn gevoel bleef dat het hele boek door wel een beetje wringen. 

Een woud van instanties

De mailtjes van Evert laten vooral zien hoe stroperig de hulpverlening verloopt. Een woud van instanties en hulpverleners en er is nauwelijks iemand die een knoop doorhakt, die echt doet wat er nodig is. Daar zit wel een satirische kant aan, neem ik aan, maar het laat ook zien hoe ontmoedigend het is dat mensen, van wie ik aanneem dat ze betrokken zijn, niet wat meer daadkracht kunnen tonen. 

Anja was actrice. Ze heeft, dertig jaar geleden, toen ze nog maar eenentwintig was, de rol gespeeld van een vrouw, Lennie, met wie het niet goed ging. Ook Lennie slikte een grote hoeveelheid medicijnen. Er zijn zoveel overeenkomsten tussen Lennie en Anja, dat die laatste zichzelf wel eens als 'Lennie' aanspreekt: 'Waag het niet aan schuld te denken, Lennie.'

Evert heeft het lang met Anja geprobeerd en ze ziet ook wel dat hij zijn best heeft gedaan: 
Hoe moe hij was. Hoe hij al die jaren maar doorging en hoe hij dat van jongs af aan meegekregen heeft. Niet zeuren, doorgaan en leveren op ieder moment van de dag, wat er ook gebeurt, klaarstaan, je mannetje staan, voor eten zorgen en opruimen en als er dan nog iets bij komt dan neem je ook dat gewoon op je, en flink zijn. 

Controle

Een complicerend factor is dat Evert degene is die ons het verhaal presenteert. Zag Anja echt dat hij zo zijn best heeft gedaan of heeft hij dat in het verhaal geschreven? Komt Evert zelf niet erg schoon uit het verhaal? Behalve dan dat hij alles onder controle wilde houden. Toen Noes nog een baby was noteerde hij bijvoorbeeld precies wanneer ze haar flesje kreeg en hoeveel ze gedronken had. 

Evert bemoeit zich na de scheiding heel erg met de behandeling van Anja, maar dat heeft vooral te maken met zijn zorgen over Anouska, die intussen bijna twaalf jaar oud is. Zo wil hij voorkomen dat ze voor haar moeder moet zorgen. Het is zelfs niet de bedoeling dat ze een glaasje water voor Anja haalt. 

In het verhaal van Anja krijgen we een kijkje in haar hoofd: ze wil graag een goede moeder zijn, maar hoe doe je dat als het je al te veel moeite kost om je ogen te openen of om te lopen? Als ze gedwongen wordt haar verantwoordelijkheid te nemen, blijkt Anja meer te kunnen dan je verwacht zou hebben. Een groot deel van haar lichamelijke problemen zal ook wel een psychische oorzaak hebben. 

Van Mersbergen krijgt het wel voor elkaar om Anja geloofwaardig te maken en je hebt als lezer echt met haar te doen. 

Ouderschap

Ouderschap en het zorgen voor kinderen of geliefden komt in meer werk van Jan van Mersbergen voor. In Naar de overkant van de nacht gaat het om een zorgende man die in een nacht een beslissing moet nemen; De laatste ontsnapping gaat over een vader en een zoon;  in De ruiter probeert een vader zijn dochter te beschermen, maar hij is in dit boek meer op de achtergrond. In De onverwachte rijkdom van Altena zien ouders een bron van inkomsten, wat goed uitkomt omdat hun kind hulp behoeft. 

Het thema van al of niet afhankelijk zijn van een ander speelt een rol in zo'n beetje alles wat ik Van Mersbergen heb gelezen. Bij de relatie tussen ouders en kinderen is die afhankelijkheidsrelatie er van nature. Misschien dat Evert daarom Anouska extra wil beschermen. 

Een goede moeder is weer een vrij goed boek, waarin Van Mersbergen ons meeneemt in het hoofd van een vrouw met psychische problemen. Daarnaast laat hij zien hoe moeizaam hulpverlening in Nederland op gang komt en welke bureaucratie erbij komt kijken. Die eindeloze rij aan spraakberichten vond ik wat minder geloofwaardig, maar als je je daarover heen zet (En waarom zou je dat niet doen?), valt er veel te genieten in Een goede moeder. 

Eerder schreef ik over:

woensdag 4 mei 2022

Jonathan Cartland De rivier van de wind / De vloek van het water (Michel Blanc-Dumont / Laurence Harlé)



Westerns hebben altijd op mijn belangstelling kunnen rekenen. Al in de jaren zestig las ik in Sjors altijd als eerste de strip over Old Shatterhand (en meteen daarna Billie Turf, maar dat terzijde). Een buurjongen voorzag me van de strips over Kid Colt en Rawhide Kid, revolverhelden met een goed hart, die toch opgejaagd werden door de overheden. Later keek ik naar series als Bonanza en las ik reeksen als Comanche

De strips over Jonathan Cartland spelen zich in dezelfde setting af: paarden, native Americans, de prairie en de bergen. Maar Cartland is wel een bijzondere held. Hij zoekt het conflict meestal niet op, maar toch komt hij in allerlei benarde situaties terecht. Het lijkt soms wel of Laurence Harlé, van wier hand het scenario is, het de hoofdpersoon expres lastig wil maken. Zo wordt hij in deel 5 en 6 gevangen gehouden door een indianenstam en door een familie die wil dat hij hen gidst naar de bron van een rivier. 

Deel 5, De rivier van de wind draait om een Duitser die zijn droomkasteel wil bouwen in een gebied dat behoort aan de oorspronkelijke bewoners. Verder gaat het niet helemaal goed met Cecilia en aan het eind van het deel wordt zelfs gesuggereerd dat ze de graaf vermoordt. Door het meer dat de graaf laat aanleggen, droogt bovendien de rivier op, die belangrijk is voor de stam die daarbij woont.

In Deel 6, De vloek van het water, komen de lijnen samen en komen we erachter wat er nu werkelijk speelt. Jonathan moet zich door allerlei moeilijkheden worstelen en is overal getuige van. Soms speelt hij een actieve rol, maar soms ook overkomen de gebeurtenissen hem. 

Het zit allemaal wel behoorlijk in elkaar, maar het verhaal kent wel veel omwegen om tot het uiteindelijke doel te komen en dat begon me op den duur wel wat te irriteren. Soms mocht het wel een beetje opschieten. 

Boodschappen worden door het verhaal niet expliciet overgebracht, maar impliciet zit er altijd wel een soort notie van goed en kwaad in, waarbij Cartland aan de goede kant staat. Ook die lading zit me tijdens het lezen niet helemaal lekker. In de twee delen rijdt er een malle prediker rond en zo bont maakt de scenarioschrijver het niet, maar ik heb steeds het idee dat mij toch en passant wat meegegeven wordt. Maar dat is bij meer strips het geval en meestal kan ik dat wel hebben. Ik snap niet goed waarom het me nu toch een beetje ging tegenstaan. 

Ik zie wel dat de verhalen over Cartland meer diepgang hebben dan een simpel avonturenverhaal, maar misschien kies ik toch voor het laatste, als dat goed wordt verteld. Het ligt er allemaal niet dik bovenop, maar voor mijn gevoel willen de verhalen over Cartland net iets te veel, terwijl ik in de eerste plaats een goed verhaal wil lezen. 

Gelukkig zijn er de tekeningen van Michel Blanc-Dumont, waar weinig op aan te merken is.  Zowel deel 5 als deel 6 beginnen met dieren: bizons en wolven. De vlezigheid van de dieren valt op: je ziet hun spieren en hoe ze daardoor bewegen. Ze lijken meer dier dan in menige andere strip. 

En zo gaat het eigenlijk bij alle tekeningen. Niet alleen zijn ze technisch goed, maar uit elke pennenstreek blijkt de aandacht (misschien moet ik wel zeggen: liefde) waarmee de tekenaar te werk is gegaan. 

De hardcovers zijn van groot formaat, zodat de tekeningen des te mooier uitkomen. In deel 5 bestaat het dossier alleen uit tien potloodtekeningen. Het zijn portretten de ooit als losse prenten in een portfolio uitgebracht zijn in gelimiteerde oplage. Ze laten nog maar weer eens zien hoe gaat Blanc-Dumont kan tekenen. Het zijn prachtige karakterkoppen geworden. 

In deel 6 bestaat het dossier uit een interview met Laurence Harlé. Daarin komt ook de samenwerking tussen tekenaar en scenariste aan bod. Daarna volgen nog afbeeldingen van de oorspronkelijke omslagen van de twee albums, uit 1979 en 1982.

Jonathan Cartland is een strip voor liefhebbers en soms moet je even volhouden bij het lezen. Maar de kwaliteit van de tekeningen zal door iedereen erkend worden. 

Over de eerdere delen schreef ik ook:


Reeks: Jonathan Cartland
Titel deel 5: De rivier van de wind
Titel deel 4: De vloek van het water
Scenario: Laurence Harlé
Tekeningen: Michel Blanc-Dumont
Uitgever: Sherpa
Haarlem 2021, hardcover, groot formaat, 56 blz. € 29,95


dinsdag 26 april 2022

Wachter op de morgen (Machteld Siegmann)



Toen ik de titel zag, moest ik denken aan deze psalm:
Mijn ziel, vol angst en zorgen
wacht sterker op den Heer,
dan wachters op den morgen;
den morgen, ach wanneer?
Het komt uit Psalm 130, 'oude' berijming. Waarschijnlijk heeft Machteld Siegmann daar ook wel aan gedacht, toen zij haar roman Wachter op de morgen noemde. 

De hoofdpersoon in het boek is Tak de Houwer, een man van 72 jaar oud. Hij is tijdelijk in huis bij zijn kleindochter Aria, maar die moet bevallen en daarom gaat hij naar Aria's buurman om de bevalling af te wachten. Tegen hem steekt hij een heel verhaal af, een boek lang. 

Geloofwaardig?

Die situatie is niet zo geloofwaardig. Siegmann had ook nogal een fors middel nodig om Tak bij Aria in huis te krijgen: een vrachtwagen ramde zijn huis. Het is wel logisch dat Tak het een en ander tegen de buurman zegt, maar dat hij een hele nacht blijft doorratelen en dat die buurman dat allemaal wel best vindt, is niet zo waarschijnlijk. En waarom zou Tak juist aan hem zijn hele levensverhaal vertellen?

Maar goed, daar zet je je na een tijd wel overheen. De naam Tak is opmerkelijk (ik ken alleen Takkie, van Annie M.G. Schmidt en Anton Koolhaas). Tak werkt graag met hout en ik vermoed dat die naam daar iets mee te maken heeft en  dat er een verband zal zijn met bomen. Dat is mij allemaal veel te gekunsteld. Net als de bevalling van Aria die vlak voor Kerst plaatsvindt. Die nadrukkelijke symboliek had een redacteur er van mij wel uit mogen halen. 

Het verhaal van Tak is trouwens heel aardig, met onder andere een oorlogsverleden waarin hij in Duitsland te werk werd gesteld. Tijdens dat verhaal kun je ook wel vergeten dat het eigenlijk een relaas voor de buurman is. 

Geen heilige

Het is vooral prettig dat Tak bepaald geen heilige is. Zo wil zijn dochter geen contact meer met hem en dat kun je goed begrijpen. De nare kantjes, die hij onmiskenbaar heeft, maken hem interessanter.  Hij vertelt daar onbevangen over, maar reflectie erop is oppervlakkig. 

Veel van Taks verhaal speelt zich af in het verleden en veel dingen daarin zijn aannemelijk, maar er zijn ook enkele hinderlijke anachronismen. Zo loopt iemand vlak na oorlog rond met een plastic tas. Dat soort tassen was er toen nog lang niet. En in de jaren veertig gaat Tak lesgeven op een lagere technische school. Maar de LTS ontstond pas in 1968. Daarvoor was er de ambachtsschool. De middelbare meisjesschool, die ook genoemd wordt, klopt dan weer wel met de tijd in het verhaal. 

Biecht

In deze nacht vertelt Tak zijn verhaal. Weliswaar is hij af en toe kort bij de bevalling, maar die heeft niet zijn volle aandacht, wat wel een beetje vreemd is. Na dat verhaal, misschien wel een biecht, wil hij van de buurman ook vergeving, wat betekent dat het voor hem een grote lading heeft: hij maakt de balans op van zijn leven en hij is op zoek naar genade. Ironisch is wel dat de buurman dan net is ingedommeld. Dat redt de passage een beetje. 

Het geloof, dat in de titel doorklinkt, speelt ook wel een rol in de roman, maar niet nadrukkelijk. Tak beschouwt zichzelf evenzeer gelovig als niet-gelovig. Dat zegt hij in een passage waarin hij ook met Aria naar een kaars kijkt en het gevoel heeft alsof hij in een kerk zit en het orgel 'Ik zie uit naar de Heer' inzet. Ja, daar hebben we de titel weer. 

De kaalvreter

Toen ik Wachter op de morgen aan het lezen was, ontmoette ik iemand die net Siegmanns vorige roman gelezen had, De kaalvreter. Die titel doet mij nogal denken aan De grasbijter van Jan van Mersbergen. Opvallend is dat Jan van Mersbergen (over hem binnenkort meer) in Een goede moeder ook iemand haar verhaal laat afsteken en het Actieboek van dit jaar, van Lody van de Kamp bestaat ook al uit een monoloog. Dat is een lastige vorm en meestal gaat het niet helemaal goed. Ik had die vertelvorm hier best willen missen. 

Vervelend vind ik Wachter op de morgen niet, maar het is voor mijn gevoel net niet goed genoeg. Ook heb ik het idee dat er eigenlijk een beter boek in gezeten had, maar dat een redacteur de auteur niet zover heeft gekregen dat ze dat eruit kon halen.  Misschien moet ik De kaalvreter gaan lezen om Siegmann nog een kans te geven, maar er wachten eerst nog heel veel andere boeken op lezing. 

Bestemming: Canada (diverse auteurs)


Het woord 'landverhuizers' roept gemakkelijk beelden op: van een nieuwe start maken, bijvoorbeeld, of van nergens echt thuis zijn. Maar algemene beelden moeten het altijd afleggen tegen persoonlijke verhalen en die zijn divers, omdat niet alleen mensen, maar ook omstandigheden verschillen. 

Bij Scratch kwam het boek Bestemming: Canada uit, een bundeling van tien levensverhalen van mensen met een Nederlandse achtergrond, die zich gevestigd hebben in Canada. Het boek kwam tegelijk in drie talen uit; er wordt dus gemikt op een breed publiek. 

Tien stripmakers

Het is een mooi boek geworden. De tien verhalen worden verteld en getekend door tien Nederlandse stripmakers van naam en het is mooi om te zien hoe elke auteur dat weer op zijn eigen manier aanpakt. De eerste twee auteurs, Hanco Kolk en Aimée de Jongh kiezen strikt voor de ik-vorm en die werkt heel goed. Er zijn meer striptekenaars die het zo hebben aangepakt. 

Maar bij anderen is er eerder een soort voice-over die grote delen van het verhaal vertelt. Voor mijn gevoel ontstaat er dan wel meer afstand. Het voordeel is dat je op die manier vaak wel veel meer informatie in een verhaal kunt stoppen, maar dat kan ook een nadeel zijn. Bij zo ongeveer alle verhalen werkt overigens de gekozen aanpak, misschien omdat die juist bij de stripmaker hoort. 

De gedachte achter de volgorde van de verhalen is me niet steeds duidelijk. Die is bijvoorbeeld niet strikt gebaseerd op de datum van emigratie, al zou dat wel logisch geweest zijn. Wel staan de meest recente emigratieverhalen achter in het boek. 

Dossier

Voor en achter in het boek krijgen we informatie over de geschiedenis van emigratie naar Canada. Die was een tijd lang zelfs gesubsidieerd. Dat heeft tot gevolg gehad dat er in 2016 meer dan een miljoen mensen in Canada geteld werden die een Nederlandse afkomst hadden. In het dossier krijgen we veel informatie, mooi geïllustreerd met foto's.

Maar uiteindelijk heb ik het boek toch vooral gelezen om de strips, de persoonlijke verhalen. Die verhalen en dus die levens zijn heel divers. Alleen al wat betreft de route die de emigranten hebben afgelegd. Ze zijn niet allemaal rechtstreeks vanuit bijvoorbeeld Rotterdam naar Canada gegaan, maar er zijn ook mensen die kwamen uit wat toen Nederlands-Indië heette of die eerst naar de Verenigde Staten zijn gegaan. Bijzonder is ook het verhaal van iemand die vanuit Afghanistan naar Nederland kwam en uiteindelijk in Canada terechtgekomen is. 

Je wel of niet thuis voelen komt in veel verhalen terug en natuurlijk ook het contact met de achterblijvers (die in sommige gevallen ook naar Canada kwamen). De biograaf Hans Werkman heeft wel eens gezegd: 'Iedereen verdient een biografie.' Ik denk dat hij daar gelijk in heeft. 

Ontmoetingen

De mensen wier levensverhalen ik gelezen heb, kende ik niet en ik heb ook niet zoveel affiniteit met emigreren naar Canada, maar ik heb Bestemming: Canada geboeid gelezen, omdat je dan tien boeiende mensen ontmoet. 

Aimée de Jongh was de drijvende kracht achter het project, begrijp ik uit de inleiding en natuurlijk is er ergens een potje met geld geweest waaruit de tekenaars betaald konden worden. Ik hoop dat er meer van dat soort potjes zijn, want ik kan mij een hele reeks met levensverhalen voorstellen die thematisch gebundeld kunnen worden. 

Ik kan me voorstellen dat niet iedereen even gemakkelijk naar Bestemming: Canada grijpt bij de striphandelaar. Van je favoriet tekenaar heb je liever een album dan een los verhaal in een bundel en het onderwerp zal ook niet bij voorbaat iedereen enthousiast maken. Dat zou jammer zijn, want Bestemming: Canada is een boeiend boek, met goede strips met een interessante inhoud. 

Titel: Bestemming: Canada
Stripmakers: Floor de Goede, Erik de Graaf, Aimée de Jongh, Hanco Kolk, Erik Kriek, Mei-Li Nieuwland, Jordi Peters, Emma Ringelding, Anne Stalinski, Paul Teng
Uitgever: Scratch
z.pl. 2022, 136 blz. € 27,50 (hardcover)

Hanco Kolk

Paul Teng
Anne Stalinski

maandag 25 april 2022

De verlossing van Jacob Smallegange (Rinus Spruit)



Het oeuvre van Rinus Spruit roept niet luidkeels om aandacht en voor zover ik weet is wat hij schrijft weinig spectaculair. Het moet het niet hebben van de spannende gebeurtenissen, de ingenieuze plots, de grote gebaren. Misschien dat het je daardoor gemakkelijk kan ontgaan.

Het duurde tot 2020 voordat ik iets van Spruit las: Broeder, schrijf toch eens! Mooi boek, waar het platteland in ademde, tenminste in mijn herinnering. Van Spruit wilde ik nog wel wat lezen. Dat is De verlossing van Jacob Smallegange geworden. 

Net als in meer boeken van Spruit gaat het om een man, Gerard Strobrand, 60 jaar oud, die in het ouderlijk huis is gaan wonen na de dood van de ouders. Vader was rietdekker en ook dat klinkt bekend. Maar als de kat is overleden, verhuist hij naar een huis dat maar niet een echt thuis wil worden. 

Kindersterfte

Gerard heeft maatschappelijk van alles geprobeerd, maar het is allemaal op niets uitgelopen. Nadat hij overspannen geraakt is, leeft hij van een uitkering. Hij gaat enkele avonden per week naar een wegrestaurant en dan schrijft hij wat. Hij heeft zichzelf de opdracht gegeven een nadere studie te maken van de hoge kindersterfte in de tweede helft van de negentiende eeuw. 

Daarover besluit hij een boek te schrijven, waarin Jacob Smallegange, vroedmeester, de hoofdpersoon zal zijn. Hij zoekt een vrouw die het boek voor hem wil uittypen en dat wordt Henriëtte, maar die begint zich na verloop van tijd met de inhoud van het boek te bemoeien. 

We lezen in De verlossing van Jacob Smallegange wat Gerard doet en hoe hij met Henriëtte praat over het boek. Daarnaast lezen we stukken uit dat boek en de informatie die Jacob boven water haalt. Bijvoorbeeld dat borstvoeding weinig gegeven werd, hoewel dat goed voor de kinderen geweest zou zijn. 

Compositie

In de tweede helft van de roman neemt het verhaal van Smallegange veel ruimte in en soms verdringt het daardoor het verhaal van Gerard. Voor mijn gevoel kwam de roman daardoor wel een beetje uit het lood te hangen, maar ik heb het idee dat Spruit zich niet zo bekommert om compositie. 

Het boek is aangenaam om te lezen, de stijl is zorgvuldig en dat er niet heel veel gebeurt, is niet zo erg. Gerard lijkt me ook niet iemand die grote gebeurtenissen opzoekt. Naast de historische studie zijn er voor hem vooral de kleine dagelijkse dingen en die zijn al genoeg voor hem. 

Je kunt ergens in De verlossing van Jacob Smallegange een hoofdstuk lezen en dan is het waarschijnlijk best een goed hoofdstuk, maar toen ik het boek helemaal uit had, was het me allemaal net te weinig. Als er een gedachte achter het hele boek zit, die de verhaallijnen bij elkaar houdt, dan ervoer ik die niet tijdens het lezen. Ik zie wel de aalscholvers en de ooievaars die van tijd tot. tijd terugkomen en ik zie wel de verbondenheid die Gerard met hen ervaart, maar ik mis de greep op het hele verhaal. 

Waarschijnlijk had ik gewoon iets meer van deze roman verwacht. Het is zeker geen slecht boek, maar, in mijn lezing, is het ook niet goed genoeg. Maar misschien ben ik niet de juiste lezer. 

Dominee De Heer, In den beginne (Margreet de Heer)

 

Haar beide ouders waren predikant en als je dan ook nog De Heer heet, dan lijkt de kansel bijna onontkoombaar. Margreet de Heer ging dan ook theologie studeren, maar ze werd stripmaker. Ik heb haar wel een keer horen spreken in een kerk. Ze sloot haar lezing af met 'Amen!' en dat deed ze met zichtbaar genoegen. 

Maar als De Heer nu wel dominee was geworden? Daarover kunnen we fantaseren. Margreet de Heer doet dat in het album Dominee De Heer, In den beginne..., waarin haar alter ego een beroep krijgt van de gemeente in Brokkenhoek. Die naam lijkt wel erg op Okkenbroek, waar haar vader predikant was. 

Eigentijds

Ze heeft ongetwijfeld geput uit haar herinneringen, maar het album verwijst niet in de eerste plaats naar het verleden. Dominee De Heer krijgt met eigentijdse problemen te maken, zoals het preken via Skype en het omgaan met inclusiviteit in de gemeente. Monter en soms wat onhandig slaat ze zich erdoorheen. 

In den beginne... is opgebouwd uit verhaaltjes van een pagina lang, die eerder zijn gepubliceerd in het blad Predikant en samenleving. Dat blad ken ik niet, maar ik kan me wel de doelgroep voorstellen. De predikanten zullen ongetwijfeld veel herkennen in het gedoe, in het omgaan met de kerkenraad, de drukte rond Kerstmis en oud en nieuw (de tiendaagse veldtocht), het getob over de plaats van de gemeente in de maatschappij. 

Een zoeker die ook maar wat probeert

Maar het album heeft gelukkig een groter bereik en het is interessant voor een breed spectrum aan al dan niet gelovige lezers. Veel van wat er speelt, heeft wel het decor van de gemeente, maar het heeft een algemenere geldigheid.  In de omgang met mensen spelen toch altijd dezelfde soort mechanismen, in welke setting het ook is. Je kunt je verder makkelijk identificeren met dominee De Heer, die een zoeker is die ook maar wat probeert en zo goed mogelijk wat van haar leven probeert te maken. Van in steen gebeitelde dogma's moet ze weinig hebben.

De toon is luchtig en de inhoud is afwisselend. De tekeningen zijn, zoals we van De Heer gewend zijn: helder, makkelijk lezend. Je krijgt tijdens het lezen van de tekst meteen de beeldelementen mee die je nodig hebt: de tekeningen nemen de lezer aan de hand en sturen de aandacht. Daardoor ben je er ook snel doorheen, wat zowel een voordeel is (het lezen gaat vlot) als een nadeel (eigenlijk wilde je dat het langer zou duren). 

Maar De Heer is ongetwijfeld nog niet uitverteld over Dominee De Heer. We verheugen ons dus maar op de volgende delen, die we waarschijnlijk met een even brede grijns gaan lezen. 

Titel: Dominee De Heer, In den beginne...
Tekst en tekeningen: Margreet de Heer
Uitgever: Personalia
Leens 2022, 48 blz. € 9,95 (softcover)

vrijdag 22 april 2022

Antoinette (Robbert Welagen)


Gewoonlijk schrijf ik over boeken vlak nadat ik ze gelezen heb, maar intussen heb ik een achterstand opgebouwd, zowel bij het schrijven over strips als over romans. Dat is misschien niet altijd een nadeel. 

Van een roman blijft er altijd een sfeer hangen en als ik mij opnieuw in het boek verdiep komen weggezakte details weer boven. Bij Antoinette van Robbert Welagen zag ik vooral het thermaalbad voor me, met de parkachtige omgeving. De ik-figuur wacht op Antoinette, met wie hij vijf jaar lang getrouwd is geweest. Hun eerste afspraak was zeven jaar geleden op deze plek, in Boedapest. 

Het wachten, nauwelijks gebeurt er iets. En de twee kinderen, een jongen en een meisje, die herinnerde ik me ook nog. 

Twee kinderen

Nu ik terugblader en kijk naar mijn streepjes in de marge, zie ik dat de verteller, een man van 42 jaar, bij beide kinderen zich afvraagt hoe het geweest zou zijn als het de kinderen geweest zouden zijn van Antoinette en hem. Bij het meisje:

Zou mijn kind er zo uit hebben gezien? Klassiek gekleed, een beetje tuttig, niet helemaal van deze tijd?

Bij het zien van de jongen vraagt hij zich af hoe het geweest zou zijn om een zoon te hebben. Antoinette en hij hebben er vaak over gefantaseerd. 

's Avonds zaten we tegenover elkaar aan de eettafel, met dampende borden tussen ons in, en vertelden hoe onze dag was geweest. Op de twee nog lege stoelen fantaseerden we een jongetje en een meisje: een meisje met een diadeem in het haar, een jongen die een stripboek las; het was allemaal goed. We waren klaar voor dat geluk.

Kinderloosheid

Van dat geluk is het niet gekomen, want Antoinette raakte niet zwanger, al was er geen duidelijke oorzaak aan te wijzen. Het huwelijk werd daardoor moeilijker en uiteindelijk ging Antoinette weg, om tijd en ruimte voor zichzelf te hebben. De afstand tussen de ik en Antoinette werd daardoor zowel letterlijk als figuurlijk groter. 

Was de kinderloosheid de oorzaak van de huwelijksproblemen of maakte die alleen maar duidelijker wat er tussen de twee al niet goed ging? De liefde van de ik-verteller voor Antoinette was groot en hij kon zich maar moeilijk neerleggen bij het einde van hun huwelijk. 

Vreemd genoeg was die kinderloosheid weggezakt uit mijn geheugen, terwijl die wezenlijk is voor het verhaal. Wel wist ik nog hoe de ik contact met Antoinette wilde opnemen toen ze weg was, maar dat hem dat niet lukte en hoe lastig het voor hem was zich erbij neer te leggen. 

De belangrijkste dingen in het leven heb je niet in de hand en die moet je dus maar laten gebeuren. Je kunt een randonneurfiets kopen en het wegtrappen, zoals de verteller doet. Uiteindelijk heeft hij nog een laatste keer met Antoinette afgesproken, maar ze lijkt niet op  te komen dagen. Tegelijkertijd is ze zeer aanwezig. Op verschillende plekken denkt hij haar te zien, stelt hij zich haar voor. 

Voor het laatst, voor het eerst

Omdat het thermaalbad ook de plaats is van de eerste afspraak, lijken de jaren tussen toen en nu weg te kunnen vallen: alles zou opnieuw kunnen beginnen en eigenlijk niet opnieuw, maar voor het eerst. 

Ik wilde Raam, sleutel van Robbert Welagen kopen, maar ik liep tegen Antoinette aan, dat ik voor een prikkie kon meenemen. Ik heb zeer genoten van het boek: de ongehaastheid, de sfeer, de fijne beschrijvingen, het verlangen dat sterk is, maar ook een zekere kalmte heeft - die waren alle zeer aan mij besteed. Het boek is gering van omvang (ruim honderd bladzijden), maar dat blijkt geen bezwaar. Het verhaal is er niet simpeler door geworden en alles wat je als lezer nodig hebt, staat erin. 

Enkele maanden geleden schreef ik over Wouter Godijn, een schrijver die ik daarvoor veronachtzaamd heb en nu schrijf ik over Robbert Welagen, die intussen ook al heel wat boeken heeft geschreven die zich aan mijn waarneming onttrokken hebben. Ik herinner me dat ik wel een interview met hem beluisterd heb naar aanleiding van Nachtwandeling (2017) en dat ik ook wel belangstelling had, maar blijkbaar zakte mijn aandacht later weer weg. Raam, sleutel (2021) nam ik op in de lijst met de beste boeken van 2021 (die ik niet gelezen heb). Maar nu pas lees ik daadwerkelijk een boek van Welagen.

Er ligt nog een hele stapel boeken op lezing te wachten, maar ik weet nu al zeker dat er in de toekomst boeken van Godijn en Welagen op deze stapel terecht zullen komen. Ik verheug mij er zeer op. 

donderdag 21 april 2022

De Slang en de Speer Boek 2 (Leeg-Huis)


Een klein jaar geleden schreef ik over Boek 1 van De Slang en de Speer, een mooi begin van een reeks waarvan het verhaal zich afspeelt in de wereld van de Azteken. Intussen is al een tijdje Boek 2 uit, Leeg-Huis. Als je aan dat deel begint, moet je er weer even in komen en met het oog daarop staat voorin een samenvatting het eerste boek. 

Het verhaal is ingewikkeld, maar als je erin zit, blijft het helder. Er worden mummies van meisjes gevonden en die lijken onheil aan te kondigen. Slang krijgt de opdracht om de zaak te onderzoeken. Parallel daaraan stuurt de Cozatl, lid van de Raad, Speer-Oog op pad. Deze Speer-Oog is degene met wie we meeleven. 

De twee speurders kennen elkaar uit het verleden: ze kregen beiden hun opleiding in het het Huis van het Volk. In het begin van boek 2 lijken we terug te zijn in die tijd: Speer-Oog vlucht door een maisveld, samen met Acacitli, de zus van Slang. Ineens verschijnt er een monster. Mogelijk is dat de Nagual, waarover in deel 1 al verhalen werden verteld. Het beest zou jonge meisjes ontvoeren. 

Het vluchtverhaal blijkt een droom te zijn, maar ook een droom kan waarheid bevatten en wellicht komen we op deze manier te weten wat er in het verleden is gebeurd. Je gaat als lezer meteen rechtop zitten. Speer-Oog heeft het idee dat de sleutel te vinden is in zijn herinneringen, maar in gedachten teruggaan is even lastig als pijnijk. 

Hoe hij zijn best ook doet, het lijkt wel of een deel van het geheugen van Speer-Oog ontoegankelijk is voor hem. Met de kruiden van een oude vrouw probeert hij toegang te krijgen tot wat hij vergeten lijkt. Zijn klasgenoot Leeg-Huis speelt een cruciale rol in die herinneringen. 

Slang probeert intussen informatie te krijgen van een meisje dat in shock lijkt te verkeren. Een deel van haar tanden en haar nagels zijn uitgerukt, zoals ook bij mummies gebeurt. 

In dit deel is er een confrontatie tussen Speer-Oog en Slang. Aan de ene kant zijn het elkaars tegenstanders,  maar ze hebben elkaar ook nodig. Ze moeten opschieten, want de dreiging lijkt dichterbij te komen. Het is de vraag of de Nagual, de zwerver, weer actief is, of dat de verdwijning van meisjes mensenwerk is. Cozatl vraagt zich af of er priesters uit zijn orde aan het moorden geslagen zijn. 

In dit tweede boek blijft de vaart mooi in het verhaal zitten en altijd is er spanning. Aan het eind loopt die spanning nog op, zodat je benieuwd bent naar wat er volgt. Boek 3, in voorbereiding, heet Vijf-Bloemen en aan het eind van Boek 2 wordt duidelijk dat zij de dochter is van Acacitli. Wordt zij bedreigd door de zwerver, zoals haar moeder in de droom van Speer-Oog?

Het verhaal van Hub zit zo goed in elkaar, dat je tijdens het lezen vaak vergeet om op de tekeningen te letten, laat staan op de inkleuring door Li. Maar wie het boek uit heeft, kan rustig nog eens terugbladeren om van de tekeningen en de kleuren te genieten. Heerlijk boek. 

Reeks: De Slang en de Speer
Boek 2: Leeg - Huis
Tekst en tekeningen: Hub
Inkleuring: Li
Uitgever: Silvester
's - Hertogenbosch 2022, 112 blz. € 29,95 (hardcover, stofomslag)


woensdag 20 april 2022

De nacht die mijn leven voorgoed veranderde (Lody van de Kamp)


Een deel van de Boekenweek is nog steeds verzuild: christenen hebben sinds 1977 hun eigen Actieboek. Over de geschiedenis daarvan heb ik eerder vrij uitgebreid geschreven. De kwaliteit van de actieboeken wisselt nogal en steeds weer komt Joke Verweerd terug als auteur, terwijl auteurs als Janne IJmker en Frans Willem Verbaas nog nooit aan de beurt geweest zijn. 

Aan het Actieboek van vorig jaar had ik weinig herinneringen en pas toen ik het opgezocht had, wist ik weer van wie het was: ach ja, Gewijde chaos van Annemarie van Heijningen - Steenbergen. Prettig leesbaar, trouwens, maar ook niet zoveel meer dan dat. 

Ronkende titel

Dit jaar heeft een rabbijn het christelijke geschenkboek geschreven: Lody van de Kamp. Hij blijkt al meer geschreven te hebben, maar dat heb ik steeds ongelezen gelaten. De titel ronkt nogal: De nacht die mijn leven voorgoed veranderde. Dat is weinig subtiel, zeker met dat 'voorgoed' erbij. En je kunt je ook afvragen of een nacht de oorzaak is van een beslissende verandering en of het niet had moeten zijn 'De nacht dat mijn leven veranderde' of 'De nacht waarin mijn leven veranderde'. Maar goed, laten we iemand niet te zwaar vallen om een titel, al staat die mij wel tegen.

Aan de afbeelding op de voorkant van het boekje is te zien dat we te maken hebben met een oorlogsverhaal: een jongetje in vrij nieuwe kampkleding. Er zijn natuurlijk al heel wat kampverhalen en ik vind het vreemd dat ik me afvraag of daar nog iets nieuws over te vertellen is, maar ik betrap me wel op de gedachte. Het aantal mensen dat herinneringen heeft aan de oorlog neemt af en het verhaal moet natuurlijk steeds verteld worden. Opdat wij niet vergeten. 

Van de Kamp vertelt het verhaal van Kasriël, die samen met zijn vader en zijn broers naar Auschwitz is gedeporteerd. Over de nacht waarnaar de titel verwijst, zal ik niet te veel vertellen, maar in ieder geval wordt Kasriël voor een dilemma geplaatst, waarin je eigenlijk geen goede keuze kunt maken. Hij luistert daarbij naar zijn vader, maar wat er die nacht gebeurd is, heeft zijn hele leven op hem gedrukt. Het aangrijpende van de scène weet Van de Kamp goed over te brengen. 

Na de oorlog

Kasriël overleeft de oorlog, maar de gebeurtenissen hebben hem veranderd. Als je zoveel gruwelijks hebt meegemaakt, is het lastig om te gaan met wat anderen normaal vinden. Sommigen van zijn medestudenten vinden het bijvoorbeeld eng om in een dood lichaam te snijden, maar Kas is vertrouwd met dode lichamen. 

Relaties onderhouden blijkt lastig en uiteindelijk trekt Kasriël van Amerika weer terug naar Europa, waarbij hij zijn familie achterlaat. Over de periode na de oorlog, over de doorwerking op iemands psyche, is in de Nederlandse literatuur, naar mijn indruk, nog niet zo heel veel geschreven. Het is daarom een belangwekkend gedeelte in het boek van Van de Kamp.

Kleindochter 

Na jaren komt Kasriëls kleindochter Mirjam haar grootvader opzoeken en aan haar vertelt hij zijn verhaal. Je merkt dat vooral aan het begin van de hoofdstukken als de 'vertelsituatie' geschetst wordt. Dat is in de jij-vorm gedaan en dat komt soms gekunsteld over. Er zijn passages als:

Vandaag ben je weer gekomen. Je zit weer op je stoel met je schrift voor je. Heb je wel geslapen, vraag ik. Je knikt en zegt dat het niet belangrijk is, dat voor mijn verhaal alles moet wijken. 

De jij-vorm suggereert dat hij dat aan Mirjam vertelt, maar haar hoeft hij niet te zeggen dat ze op haar stoel zit met haar schrift voor zich. Dat doet hij voor de lezer. Ik snap dat er een aanleiding moet zijn voor het verhaal, maar de inleidende stukjes vond ik steeds minder goed te pruimen. Ik vermoed dat er een elegantere oplossing te vinden was geweest. 

De nacht die mijn leven voorgoed veranderde schetst niet alleen een beeld van de gruwel van de oorlog, maar ook van de doorwerking daarvan in een heel leven. Dat grootvader en kleindochter na zoveel jaren met elkaar in gesprek gaan, is een lichtpuntje. Blijkbaar blijft er hoop. 

vrijdag 15 april 2022

Monterosso mon amour (Ilja Leonard Pfeijffer)



(Dit stukje had ik maandag al geschreven, maar ik moest er nog een keer doorheen. Een te vol hoofd belette me dat echter  meteen te doen. Er staat ook een stukje klaar over De slang en de speer, boek 2. Intussen heb ik het boekenweekessay ook gelezen en de strip Dominee De Heer, In den beginne...)


Het is Boekenweek! Het Boekenweekgeschenk is Monterosso mon amour, van Ilja Leonard Pfeijffer en het boekenweekessay (moet dat met een hoofdletter?) is geschreven door Marieke Lucas Rijneveld. 

Een Boekenweekgeschenk is voor een groot publiek en het is dus handig als het een beetje toegankelijk is. Tegelijkertijd dient het natuurlijk wel een goed boek te zijn. Dat laatste lukte helemaal niet bij in 2018 (Griet Op de Beeck) en eigenlijk ook niet in 2019 (Jan Siebelink) maar in 2020 (Annejet van der Zijl) en in 2021 (Hanna Bervoets) kwam de CPNB met geslaagde geschenkboekjes. 

Bibliotheekmoeder

Ook Monterosso mon amour is een goed boekje. Het beschrijft het verhaal van Carmen, medewerkster van de bibliotheek, die zichzelf wel eens bibliotheekmoeder noemt, al heeft ze nooit kinderen gekregen. Ze heeft haar leven lang meegereisd met haar man, diplomaat, die het nooit verder heeft kunnen brengen dan tweede man. 

In de Boekenweek komt Ilja Leonard Pfeijffer spreken in de bibliotheek. 
Hij is in vol ornaat gekomen, in een donker pak met krijtstreep, blinkende manchetknopen, barokke ringen, een stropdas die bij zijn sokken kleurt en een dasspeld met nepparelmoer. Hij ziet eruit als de directeur van de botsautootjes. 
Carmen was een klasgenootje van Pfeijffer en ze heeft zichzelf herkend in zijn autobiografische boek, waar ze, onder een andere naam, wordt opgevoerd als het mooiste meisje van de klas. 'Zij gaf schoolzwemmen zin.'

Eerste liefde

Pfeijffer spreekt onder meer over Monterosso en dat is de plaats waar Carmen haar eerste liefde beleefde en haar eerste zoen onder water kreeg, van Antonio. Zestien was ze en ze beloofde na de vakantie dat ze terug zou komen, maar dat heeft ze nooit gedaan. 

Ze wil dat nu alsnog doen en ze gaat een week naar Monterosso. Meteen wordt haar telefoon gestolen en dan breekt er ook nog een pandemie uit, zodat ze niet op de geplande tijd naar huis kan. Zal ze Antonio vinden? Ze trekt in bij Tiziana, die een B&B drijft en die wil wel meezoeken.

In Monterosso maakt Carmen kennis met Oronzo, een jongetje, dat door haar op een jaar of elf, twaalf geschat wordt. Verschillende keren lijkt die leeftijd niet te kloppen. Soms is het gedrag van Oronzo kinderlijker en als hij Carmen een keer uit het water trekt, lijkt hij ouder, want behoorlijk sterk. Carmen vervult een soort moederrol voor Oronzo, die bij zijn oma woont, maar die moet opgenomen worden in het ziekenhuis. 

Ouderschap speelt Monterosso mon amour verschillende keren een rol: Carmen heeft geen kinderen, Tiziana is moeder, maar heeft geen contact meer met haar dochter Giuliana en de ouders van Oronzo zijn overleden. Bij de ontknoping van het verhaal wordt het een en ander daarover uit de doeken gedaan. 

Verhalen vertellen

Behalve over ouderschap en over een eerste liefde gaat Monterosso mon amour ook over het vertellen van verhalen. Carmen heeft zo haar opvattingen over verhalen. Zo houdt ze niet van open eindes, die heeft ze in het werkelijke leven al genoeg, en ook niet van cliffhangers. Maar vlak voor de uitweiding hierover is er een cliffhanger, als Tiziana vertelt dat ze weet wie Antonio is. 

Ook zijn er verwijzingen naar literaire werken: De dood in Venetië, Liefde in tijden van cholera, het gedicht 'Tijd' van Vasalis, boeken van Pfeijffer en ik moest ook denken aan De tweede man van Doeschka Meijsing, maar waarschijnlijk is alleen de titel van toepassing. 

Als Boekenweekgeschenk lijkt me Monterosso mon amour zonder meer geslaagd: het zit goed in elkaar, het bevat een aardig verhaal en verwijst ook nog naar literatuur. Misschien is het aan het eind wel allemaal net te netjes afgehecht, maar ook dat is inhoudelijk te verklaren: Carmen houdt immers niet van een open einde en het slot is zeker met ironie geschreven, wat het wel te verteren maakt. 

Die ironie zit door het hele boek heen, bijvoorbeeld in de manier waarop Pfeijffer de schrijver Pfeijffer beschrijft. Allemaal heel aangenaam. Al mag Pfeijffer van mij binnenkort ook wel weer uitpakken met een dikke roman. 

Eerder schreef ik over andere romans van Ilja Leonard Pfeijffer:

vrijdag 8 april 2022

Lezen en schrijven in tijden van drukte

Deze week heb ik nog niets van me laten horen. Even een bericht tussendoor. 

De laatste maanden kwakkelen het lezen en het schrijven een beetje. Op dit moment ronden we op mijn school net een toetsweek af. Morgen nog een dag met inhaaltoetsen en daarna duurt het tot volgende week donderdag voordat er weer een nieuwe ronde toetsen aankomt. 

Intussen probeer ik in de avonduren wat te lezen, maar ik merk dat dat niet altijd gaat. Zo ben ik al een tijdje bezig in Wachter op de morgen van Machteld Siegmann. Dat boek heb ik bijna uit en ik vind het een aardig boek, al loop ik ook tegen enkele anachronismen aan. Maar heeft mijn manier van lezen invloed op mijn waardering voor het boek? Reken ik het boek dingen aan die veroorzaakt worden door mijn hortende manier van lezen? Het zou kunnen. 

Met schrijven ben ik achter. Misschien heb ik daarvoor nog meer rust in mijn hoofd nodig dan voor lezen. Het eerste boek dat op mijn lijstje staat is Boek 2 van De slang en de speer, een goede graphic novel. Maar tussen lezen en erover schrijven ligt wel behoorlijk wat tijd. Wat is er in de tussentijd weggezakt. Kan ik een boek op die manier wel recht doen? Ik moet misschien voorzichtig zijn in het uitspreken van
oordelen. 

Ik ga ervan uit dat ik volgende week weer flink aan het lezen kan en dat ik ook verder kan gaan met wegwerken van de schrijfachterstand. Wat lezen betreft: ik ga eens bedenken welk boek ik na dat van Siegmann zal gaan lezen: ik heb nog boeken van Jan van Mersbergen, Pieter Waterdrinker en Philip Huff liggen en ik wil ook het nieuwe boek van Chrétien Breukers aanvragen, alsmede dat van Peter van Beek. 

Ook op stripgebied ligt er veel moois te wachten, bijvoorbeeld De laatste reis van De Vrijheid een verhaal over Kapitein Rob, getekend door Fred de Heij, Bestemming: Canada, door diverse tekenaars, Dominee De Heer, van Margreet de Heer en naar deel 1 van De laatste draak ben ik ook wel nieuwsgierig. 

Het lijkt me goed om altijd meer te willen dan je kunt. Die wil heb ik nog volop. Binnenkort een bijdrage over De slang en de speer. 

woensdag 30 maart 2022

Hooiberg (Koos van Zomeren)




Nu er nog weinig echte hooibergen in Nederland te vinden zijn, kennen we de hooiberg vooral in spreekwoordelijke zin: de grote hoeveelheid, van gegevens bijvoorbeeld, waarin maar moeilijk iets kleins te klein vinden is. 

Koos van Zomeren noemde een van zijn boeken Hooiberg (2018), met als ondertitel Louter onvergetelijke bijzaken. Het boek is opgebouwd uit kleine stukjes, die los van elkaar gelezen kunnen worden, maar waarin wel sommige onderwerpen steeds terugkeren. In een van de eerste stukjes lezen we:
Als ik ik zeg, bedoel ik mijzelf, evenzeer een hooiberg die meent een man te zijn als een man die zich als hooiberg wenst voor te doen, alles bijeen een hoop teksten die, als uit het niets zijn ontstaan, kindertjes zonder verwekker, de wonderen zijn de wereld nog niet uit. 
Ik. 
Tenzij ik een ander aan het woord laat die ik zegt.
Ik weet niet of je over een hoofdpersoon kunt spreken, maar de persoon die geregeld terugkomt heet Hooiberg. Hij heeft wel trekken van de schrijver, zonder helemaal met hem samen te vallen. Hooiberg treedt overigens ook in gesprek met schrijvers uit het verleden zoals Max Frisch en Thomas Mann, zodat je hem zou kunnen zien als een soort Forrest Gump die overal opduikt. Maar misschien lijkt hij ook in dit geval erg op de schrijver. Als je leest, praat je eigenlijk ook met een ander. 

Verder is er nog Van der Kemp (Kemp) een soort pseudoniem van Hooiberg, die zich weer in verschillende gedaanten voordoet. Bijvoorbeeld als een docent die verschillende leerlingen zich op een verschillende manier herinneren. 

Verschillende stukjes bestaan uit observaties: bijvoorbeeld van hoe de jonge hond zich gedraagt. Er is een weergave van wat de verteller leest (onder het kopje 'Is genoteerd') en er zijn herinneringen aan ouders, die heel goed de ouders van de auteur zouden kunnen zijn. De vader wordt steeds gepresenteerd als de man die geen yoghurt kon zeggen; hij sprak dat woord uit als 'jokkert'.

Verder zijn er brieven, aan schrijvers, neem ik aan, gedichten, gesprekken tussen God en Jezus en herinneringen. Daar zit een beetje weemoed in, zoals ook in het boek Nog in morgens gemeten (2006), maar misschien is het mijn eigen weemoed die ik erin teruglees. 

In enkele stukjes meende ik, vreemd genoeg, de stem van Armando te herkennen, bijvoorbeeld in het volgende:
Deze vogel behoort tot een soort die al voor haar ontstaan is uitgestorven. Zo vlug gaat dat tegenwoordig. Schitterend dier trouwens. 
Vooral dat laatste zinnetje. Misschien staat Armando minder ver van Van Zomeren af dan ik altijd dacht. Een andere mogelijkheid is dat ze in mijn hoofd dichter naar elkaar toe gekropen zijn. Ook een oeuvre dat al afgesloten is, kan immers nog veranderen. 

Hooiberg is een merkwaardig boek, dat ik met heel veel plezier heb gelezen. Al die stukjes vormen in je hoofd natuurlijk ook weer een hooiberg. Tijdens het lezen probeerde ik lijn in de stukjes te ontdekken en er zijn ook wel lijnen te trekken, maar volgens mij werkt Hooiberg het best als je helemaal  niet met zo'n lijn bezig bent, maar gewoon elk stukje aandacht geeft, zonder heel erg op de omgeving te letten. Na verloop van tijd worden die stukjes dan weer een boek. 

Eerder schreef ik over andere boeken van Koos van Zomeren: