Posts tonen met het label Overleden. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Overleden. Alle posts tonen

woensdag 18 februari 2026

Cees Nooteboom (1933 - 2025) overleden

Achterkant van 's Nachts komen de vossen

Cees Nooteboom is overleden. Ik was net een recensie aan het tikken toen er een berichtje van mijn dochter binnenkwam dat dat meldde. Ach, Nooteboom. Hij was 92, dus echt schrikken is zo'n bericht niet, maar hij was ook een van de laatsten van een generatie en de schepper van een groot oeuvre, waarvan ik behoorlijk wat, maar toch altijd nog te weinig, gelezen heb. 

In deze bijdrage geef ik mijn leesgeschiedenis van zijn boeken. Daarbij dien ik altijd weer het voorbehoud te maken dat ik weet dat mijn geheugen gebrekkig is en dat het daarom best mogelijk is dat ik me vergis. Maar zo heb ik het onthouden. 

Debuut

Nooteboom debuteerde in 1954, met Philip en de anderen. Hij is van de generatie van Mulisch, Hermans en Claus. Er zijn genoeg foto's waarop hij samen met hen staat. Ik herinner mij een vrolijke strandfoto van Mulisch, Claus en Nooteboom. Gerard Reve beschreef hem, in Op weg naar het einde (1963), als 'het doodzieke aapje N.' Die maakte hem dus ook mee, maar waarom hij Nooteboom op die manier beschreef weet ik niet of weet ik niet meer. 

Voor mijn gevoel heeft Nooteboom er altijd wel bij gehoord, maar in het interview dat Thomas Heerma van Voss met hem had, opgenomen in De prullenmand heeft veel plezier van mij, bleek dat Nooteboom zich ook vaak een buitenstaander voelde. Hij schreef in het blad Avenue, een glossy, waarin achterin gedichten en verhalen stonden. Mijn ome Ab en tante Rhea waren erop geabonneerd. Het blad zag er prachtig uit. 

En hij schreef reisverhalen en dat bepaalde misschien mede zijn aanzien. Hoorden die niet helmaal bij de literatuur en werden die toch meer gezien als journalistiek? Het zou kunnen. 

Ik schreef wel dat hij er voor mijn gevoel altijd bij gehoord heeft, maar ik begon de literatuur pas echt te volgen aan begin van de jaren tachtig en toen had Nooteboom Rituelen (1980) al geschreven, waarmee hij veel succes had. Tussen 1954 en 1980 ligt een lange tijd, dus misschien heeft hij wel een lange aanloop nodig gehad om in de kopgroep van de literatuur te komen. 

Wat ik aan het begin van de jaren tachtig las, weet ik nog wel. Ik vermoed dat ik toen Philip en de anderen, De verliefde gevangene (1958) en De ridder is gestorven (1963) al gelezen had, maar het zou zomaar kunnen dat ik die pas in de jaren tachtig las. Goede boeken trouwens, maar ze zijn me niet heel erg bijgebleven. 

Gedichten

Toch vond ik blijkbaar Nooteboom iemand om te volgen in 1978 kocht ik zijn dichtbundel Open als een schelp - dicht als een steen en ik herinner me de aandacht waarmee ik die las. Knappe gedichten, al deden ze misschien net iets meer een beroep op mijn verstand dan op mijn gevoel. Ik wilde de bundel er net bij pakken, maar ik zie dat het boekje ontbreekt. Steeds meer ontdek ik gaten in mijn boekenkast. Boeken waarvan ik zeker weet dat ik ze gehad heb, blijken er niet meer te zijn. 

Verschillende boeken en bundels ben ik kwijtgeraakt op school. Leerlingen keken ze in, namen ze mee, vergaten ze terug te geven. Maar misschien heb ik de bundel van Nooteboom gewoon weggegeven. In 1984 kocht ik de bundel Vuurtijd, ijstijd. Gedichten 1955 - 1983, en daar staat de complete bundel in. Ik zie dat ik in dat boek een snipper papier als bladwijzer achtergelaten heb, bij een gedicht uit Open als een schelp - dicht als een steen. 

De snipper papier ligt bij de gedichten 4 en 5 van de cyclus 'Getijde', maar ik weet niet meer welke van de twee ik wilde onthouden. Op goed geluk kies ik 4:
In dit getij leer ik mezelf kennen.
Steeds minder:
ik had wel duizend levens
en ik nam er maar één!

Langzaam zweef ik op de spiegels af
waarin ik ga smelten.
Pas als ik de wijzerplaat raak ontplof ik daar zachtjes:
twee die er één zijn
wordt er geen.

Dan heb ik zelfs deze woorden niet geschreven.
Hoe komt het dan dat jij ze kunt lezen?
Hoe groter het oog wordt
des te minder
te zien. 
In die tijd las ik blijkbaar nog niet met het potlood in de hand, want er staat nergens een streepje, terwijl ik zeker weet dat ik alle gedichten in deze verzamelbundel nauwkeurig gelezen heb. 

Rituelen

In 1980 verscheen Rituelen. Ik kocht de uitgave van ECI (gebonden, stofomslag) en genoot van het boek. Veel later kocht ik een tweede exemplaar, dat verscheen als vijfentwintigste druk of bij de mijlpaal van zoveel verkochte exemplaren. Het was een genummerd en gesigneerd exemplaar. Dat heb ik intussen weggegeven aan iemand die nog nooit wat van Nooteboom las, in de hoop dat het boek daar goed op zijn plaats is. 

Aan het begin van de jaren negentig (schat ik) deed ik mee aan de televisiequiz De connaisseur, een quiz over literatuur, beeldende kunst, klassieke muziek en film. Dat laatste was mijn zwakke punt. Bij de literatuur kregen we naast een stel kleine vragen ook grote vragen over een boek. Eigenlijk waren het geen vragen. Je moest iets over een boek vertellen in de hoop dat daar punten mee te verdienen waren. Ik dacht goede sier te maken met openingszin: 'Op de dag dat Inni Wintrop zelfmoord pleegde, stonden de aandelen Philips op 149.60'. Ik gaf aan dat ik niet zeker wist wat de waarde van de aandelen was en dat kostte me het punt. Ik had precies aan moeten geven hoe hoog de aandelen stonden en me er niet vanaf moeten maken met 'zo en zo hoog'. 

Een enkele keer kom ik het boek bij de Staatsexamens nog op boekenlijsten tegen en dan laat ik de kandidaten uitleggen wat de rituelen zijn waarmee de drie personages zich staande houden in het leven en ik vraag ook wel hoe het kan dat de hoofdpersoon al in de eerste zin zelfmoord pleegt. Het is een niet gelukte poging. 

Het boek was een succes en het is later ook verfilmd. Die film heb ik gezien, maar ik heb er geen enkele herinnering aan. 

Reisverhalen

In 1981 verscheen Voorbije passages, een bundeling reisverhalen. Heb ik die gekocht? Ik twijfel. Ik heb veel heruitgegeven bundels met reisverhalen van Nooteboom gelezen, maar misschien kwamen die pas uit in 1991, toen Nooteboom het Boekenweekgeschenk mocht schrijven. Voor de zekerheid noem ik ze toch maar even, met het oorspronkelijke jaar van verschijnen: Een middag in Bruay (1963), Een nacht in Tunesië (1965), Een ochtend in Bahia (1968) en Een avond in Isfahan (1978). Of heb ik dat laatste boek meteen in 1978 aangeschaft en las ik toen de voorgaande boeken ook? Ik heb al die verhalen vrij snel na elkaar gelezen. 

Mooi geschreven. Scherpe observaties en gepeins daarover. Losjes, dunne verhaallijn, maar ik las ze vanwege de stijl en het aangename mijmeren. Ik kende geen andere schrijver die dat op die manier deed. 

Een lied van schijn en wezen (1981) herinner ik me nog heel goed. Ik las daarna, vanwege de titel, ook Het lied van schijn en wezen (1895 - 1922) van Frederik van Eeden, maar ik heb dat uiteindelijk niet op mijn boekenlijst gezet voor Nederlands MO-A. Ik kwam er maar moeilijk doorheen. 

Het boek van Nooteboom verscheen in een tijd dat er veel te doen was om de Revisorauteurs, die de fictionaliteit van de roman benadrukten. Een jaar later zou Frans Kellendonk de roman Letter en geest schrijven, waarin de hoofdpersoon, Felix Mandaat verdwijnt in de punt achter de laatste zin van de roman. Die punt ontbreekt trouwens. Maar daarvoor werd er vooral veel over gediscussieerd. Nooteboom heeft zich niet bemoeid met die discussie, maar hij schreef, als een soort antwoord, deze roman over twee schrijvers. We zien de roman ontstaan in de verbeelding van de schrijver. Prachtig boek. Mooi uitgegeven. ook. 

Mokusei!

En dan de novelle Mokusei! Dat is een heel mooi boekje (goed zestig bladzijden). Ik heb het
verschillende keren herlezen en ik leende het uit. Voor in mijn exemplaar ligt nog een tekening die een leerling maakte om me te bedanken voor het uitlenen van het boek. Het is een tragische liefdesgeschiedenis. Een man begint een relatie met een Japanse vrouw, die hij maar niet leert kennen. De slotzinnen van het boekje ken ik uit mijn hoofd:
Nu moest hij beginnen aan het verdriet dat hij tijdens zijn leven, ook als dat lang zou duren, nooit meer kwijt kon raken. Het zou slijten, zoals alles, maar hij zou nooit het gevoel ontlopen dat hij het zelf was, die sleet. 
Vestdijk vroeg zich af of 'een stuk of wat gedichten' genoeg was voor de rechtvaardiging van een bestaan. Misschien wel. Misschien is het al genoeg dat Nooteboom deze zinnen heeft geschreven. En dan heeft hij nog zoveel meer geschreven!
Later kwam er nog een boekje uit met een vergelijkbare omvang, De Boeddha achter de schutting (1986). Ook mooi, maar dat bleef me toch niet zo bij als Mokusei!

In Nederland

Vuurtijd, ijstijd (1984) noemde ik al. In datzelfde jaar verscheen ook In Nederland, een roman die wel een herdruk verdient. Het gaat over Nederland, maar het land ziet er anders uit. Bij Limburg gaat het land door naar het zuidoosten, zodat er nog een fictief grondgebied bij Nederland hoort, een compleet ander landschap. Als ik 'In the Dutch mountains' (1987) van The Nits hoor, denk ik altijd aan In Nederland. Het verhaal heeft iets sprookjesachtigs en het verwijst ook naar het sprookje De sneeuwkoningin. Voor zover ik weet, verkocht het boek indertijd goed. 

Het volgende boek dat ik las is waarschijnlijk het Boekenweekgeschenk Het volgende verhaal. Waarschijnlijk brak hij daarmee door in Duitsland. Marcel Reich-Ranicky was er weg van, maar het fragment waarin hij zo lyrisch over het boek heb ik ongetwijfeld pas later gezien. 


Een eigen plankje

Als ik in het buitenland ben, stap ik vaak een boekhandel binnen om te kijken wat er ligt van Nederlandse auteurs. In Duitsland was er altijd veel Nooteboom. Ik heb daar (niet zulke beste) foto's van gemaakt, die ik onderbracht op mijn Facebookpagina, in het album Niederländische Welle. Eenmaal trof ik een plankje aan met een bordje met Nootebooms naam erop, zodat zijn boeken makkelijk vindbaar waren. Dat heb ik verder alleen gezien bij Tess Gerritsen, maar ik weet niet meer of dat in Duitsland was of in Italië. 

In het Spaanse taalgebied deed Nooteboom het ook goed. Omdat hij een vrij brede waardering in Europa had, werd hij verschillende keren genoemd als kandidaat voor de Nobelprijs voor literatuur, maar die heeft hij nooit gekregen. Die had ik hem wel gegund, zoals ik het ook jammer vind dat Hugo Claus nooit die Nobelprijs heeft gekregen. 

Het volgende verhaal mag dan belangrijk zijn geweest voor de bekendheid van Nooteboom, het is mij niet zo erg bijgebleven. Het gaat over een leraar, Herman Mussert, die wakker wordt in Lissabon in plaats van in Amsterdam. Er komt nog een wonderlijke reis in voor, die waarschijnlijk symbool staat voor de overgang van leven naar dood. Misschien zou ik het boek moeten herlezen. 

Achterkant van Allerzielen
Van de laatste vijfendertig jaar heb ik eigenlijk maar weinig gelezen. Ik schrik daar wel van. Zo lange tijd en zo weinig uit die tijd gelezen hebben, terwijl Nooteboom wel door bleef schrijven. De omweg naar Santiago (1992) was ik vast van plan te lezen, maar voor zover ik het mij juist herinner, is het daar nooit van gekomen. 

Allerzielen

Wel las ik Allerzielen (1998) en ik schreef er ook over. Maar dat boek las ik pas in de zomervakantie van 2013. Het boek komt wat traag op gang, maar dat past wel bij het thema. De hoofdpersoon is in het verleden zijn vrouw en kind verloren en daarmee is zijn leven ook tot stilstand gekomen. Maar dan verschijnt er een nieuwe vrouw in zijn leven. Met het begin had ik enige moeite, maar toen ik er eenmaal in zat, vond ik het toch een prachtig boek. 

In 2004 las ik Paradijs verloren en ook daar schreef ik over. Het sluit aan bij Een lied van schijn en wezen, maar ook de hoofdpersoon van Mokusei! komt om de hoek kijken. 


De verhalenbundel 's Nachts komen de vossen verscheen in 2009. Voor mijn gevoel is het boek recenter, maar hier klopt duidelijk mijn gevoel niet. Nooteboom is een goede verhalenschrijver. Zijn verhaal 'Hoela' heb ik nog wel eens in een les gebruikt, maar ik weet niet meer in welke bundel dat stond. 's Nachts komen de vossen las ik in verband met de Inktaap, waarvoor het boek genomineerd werd, samen met boeken van Erwin Mortier en Bernard Dewulf. Het laatste boek won. Daar was ik niet direct weg van, maar het was waarschijnlijk wel het meest toegankelijke boek van de drie. 

Het is toch vreemd: ik heb nooit een slecht boek van Nooteboom gelezen en toch heb ik heel veel boeken ongelezen gelaten. Hier in huis heb ik waarschijnlijk alleen nog De zwanen van de Theems, een toneelstuk uit 1959, maar verder zijn hier alleen boeken die ik al gelezen heb. Ik heb ook het idee dat ik weinig van zijn werk tegenkom in kringlopen. Misschien doen bezitters van het werk van Nooteboom de boeken niet meer weg. 

Ik moet natuurlijk meer van Nooteboom gaan lezen, maar er zijn zoveel auteurs van wie ik veel ongelezen heb gelaten en van wie ik intussen wel behoorlijk wat werk in huis heb gehaald: A.F.T. van der Heijden, Mensje van Keulen, Leon de Winter, Arthur van Schendel, Simon Vestdijk, Herman de Man, Antoon Coolen, Judicus Verstegen, G. Schrijver, Tomas Lieske. En ik laat al die boeken maar wachten. 

Van Nooteboom moet ik nog steeds De omweg naar Santiago lezen, maar ik zou ook Brieven aan Poseidon (2012) eens kunnen proberen. Nooteboom is er niet meer, maar zijn boeken zijn er gelukkig nog en ik heb het idee dat die nog best een tijd meekunnen. 








woensdag 28 februari 2024

Gijs IJlander (1947 - 2024) overleden

Op 6 februari 2024 overleed de schrijver Gijs IJlander, wiens echte naam Gijs Hoetjes was. Ik heb enkele van zijn boeken gelezen en had er nog twee op de stapel liggen. 

In 1988 debuteerde IJlander met De kapper. In die tijd legde ik een archief aan van recensies in kranten en tijdschriften. Ik schreef het kaartje voor IJlander en noteerde de recensies die ik vond. Maar het boek las ik niet. 

Er verschenen aardig wat recensies en IJlander kreeg meteen twee prijzen: de Geertjan Lubberhuizenprijs en de Anton Wachterprijs. Je kunt je schrijversloopbaan slechter startte. 

In 1990 verscheen Een fabelachtig uiitzicht, waarin het vertelperspectief bijzonder is. Er wordt verteld vanuit een opgezette eekhoorn. 

Zwartwild (1992) vond ik een intrigerende titel. Ik overwoog het te gaan lezen, maar het kwam er niet van. Het gaat over een jager die een zwijn heeft geschoten. De drie eerste boeken hebben allemaal een duister kantje. Hoe dat eruitziet, moet ik nog ontdekken. 

De volgende romans van IJlander ontgingen me. In ieder geval besteedde ik er geen aandacht aan. Blijkbaar las ik toen andere boeken. Het zijn: De lichtval (1993), Vis voor iedereen (1995) en Twee harten op een schotel (1998). Voor dat laatste boek kreeg hij de F. Bordewijkprijs, voor De lichtval de Halewijn literatuurprijs van de stad Roermond. 

De aanstoot

Pas in 2000 las ik voor het eerst een boek van IJlander: De aanstoot. Dat gaat over een de herkomst van een schilderij van Picasso, waarop hij een naakt, Nederlands meisje afbeeldt. In de roman neemt Picasso zijn intrek in een huis in Koedijk. Ik weet nog dat een schipper een rol speelt en dat een postbode dood uit het water wordt gevist. De schilder, die Amigo genoemd wordt, wordt met wantrouwen bekeken. Ophef genoeg in het dorp. 

Ik ben ervan overtuigd dat ik over deze roman geschreven heb, maar misschien klopt dat helemaal niet. In Literom vind ik de recensie in ieder geval niet terug. Ik denk in ieder geval met plezier terug aan de roman, een goed verhaal, dat ook wel iets van een streekroman heeft. Ik was toen wel gewonnen voor het werk van IJlander. 

Maar IJlanders volgende boek, De nieuwe brug (2002) las ik toch niet en aanvankelijk ook ALVB (2005) niet. Op dit boek kom ik straks nog terug. 

Geen zee maar water (2008) sloeg ik over, maar onlangs zag ik het in een kringloop, samen met Zwartwild en toen aarzelde ik niet. Ik nam beide boeken mee, in de vaste overtuiging dat ik ze zou gaan lezen. Daar is het tot nu toe niet van gekomen, maar ze liggen leesklaar. 

Wildzang

Wel las ik Wildzang (2010). Ik recenseerde het boek voor Nederlands Dagblad (op 18 juni 2010). De hoofdpersoon, Bertus Berkhout, is een snelle jongen, die in de boerderij van zijn vader gaat wonen. Het boerenbedrijf stelt niet zo veel meer voor: vier schapen en een oude trekker. Eromheen rukt de de nieuwbouwwijk op en de gemeente wil het liefst dat Bertus de boerderij gaat verkopen. Maar Bertus voelt zich steeds meer thuis op de boerderij. 

Intussen heeft hij ook met problemen te kampen. Het gaat niet goed met zijn project met vakantiehuizen in Portugal en een moeder met twee kinderen kraakt op de boerderij het knechtenverblijf. 

Ik vond Wildzang een mooi boek. In 2016 plaatste ik de recensie uit het Nederlands Dagblad op mijn weblog. Meteen nadat ik Wildzang gelezen had, kocht ik ALVB en las dat ook. Ik weet nog dat ik het tijdens een vakantie las en dat mijn vriendin het ook las. Waarschijnlijk staat het nog in haar boekenkast. Misschien ook heeft ze een eigen exemplaar. 

Ook ALVB is een heerlijk leesboek. Het laat de neergang van een gyneacoloog zien, die zich inlaat met een dubieus kunstproject. Eigenlijk is het de neergang van een gezin. De onafwendbaarheid van die ondergang weet IJlander goed te schetsen. Je ziet het als lezer mis gaan, vindt dat het eigenlijk ook wel de schuld van de hoofdpersoon is, maar je kunt er niets aan doen. Daar gaat hij. 

Vergeef ons onze zwakheid

In 2014 verscheen IJlanders volgende roman, Vergeef ons onze zwakheid. Zonder aarzelen heb ik het gekocht. Ik besprak het hier. Ook hier gaat het over iemand die in de knel komt.  Het betreft de arts Sybrand Staring, om wie ophef ontstaat als hij iemand met een euthanasiewens helpt. Hij trekt zich terug op een Schots eiland, waar ook gedoe is: er zijn schapen doodgebeten, er spoelt een walvis aan. En het publiek komt erachter dat 'Dr. Death' zich er schuilhoudt. 

In alle boeken van IJlander werken mensen zich in de nesten of moeten ze zich verdedigen tegen de publieke opinie, die heel wat vermag. Tot nu toe heb ik al die boeken met plezier gelezen en, zoals gezegd, ik heb er nog twee klaarliggen op de stapel. 

De laatste tien jaar heeft IJlander geen roman meer gepubliceerd. De reden daarvoor is me onbekend. Hij schreef een oeuvre van degelijke romans bij elkaar. Wie ze nog niet gelezen heeft, kan dat nog altijd doen. Je doet er jezelf een plezier mee. 

Links naar recensies:

maandag 12 februari 2024

Walter van den Broeck (1941 - 2024) overleden

Een klein berichtje, afgelopen week, op een van de sociale media, waarbij ik tijdens het scrollen even stilhield: een foto van een man met een hoed op die zich naar iemand overbuigt. Er stond bij vermeld dat Walter van den Broeck overleden is. Hij werd een zachtmoedig mens genoemd. Ik dacht alleen maar 'Ach, Walter van den Broeck' en ik scrolde weer door. Later wist ik niet meer waar ik het bericht gezien. 

Ook op Tzum las ik een bericht, vrij kort. Er is een tijd geweest dat ik over bijna elke overleden schrijver wel een stukje schreef. Maar daar kwam de klad in. Ik sloeg twee grote schrijvers over, Remco Campert en Jeroen Brouwers, omdat het me even niet uitkwam en ik er niet een kort flodderstukje van wilde maken. En toen was blijkbaar ook de vanzelfsprekendheid weg. Ik liet dit soort stukjes gewoon zitten. Maar nu is Walter van den Broeck overleden. 

Voor de gelegenheid heb ik zijn boeken van de plank gehaald. Het zijn er zeventien. Ergens op een stapel moet Terug naar Walden (2009) zich bevinden. Dat moet ik nog lezen. En in een doos bevinden zich nog twee boekjes met Hollandermoppen: 1 cola met 6 rietjes (1969) en Minder cola met nog meer rietjes (1976). Gekocht voor de aardigheid en vooral omdat de naam Walter van den Broeck erop stond. 

Leesgeschiedenis

In dit stukje probeer ik een soort leesgeschiedenis te schetsen. Wat las ik van Van den Broeck en wanneer? Gelukkig heb ik aan het begin van de jaren tachtig voor in de boeken geschreven wanneer ik ze aanschafte. 

Mijn eerste aanschaf was in 1983:  Brief aan Boudewijn (1980). Dat beviel me goed, want in dat jaar kocht ik ook nog: De troonopvolger (1967), Aantekeningen van een stambewaarder (1977) en De dag dat Lester Saigon kwam (1974). In 1984 kocht ik 362.880 x Jef Geys (1970), Groenten uit Balen (1972) en Tien jaar later: 't jaar 10 (1980). In 1985 verscheen Het beleg van Laken, dat ik meteen kocht. Een jaar later kocht ik Lang weekend (1968) en Aangewaaid. Mogelijk heb ik dat besproken voor een Vlaams blad, 't Kofschip, maar dat weet ik niet zeker meer. Verder gaat mijn administratie niet. 

Brief aan Boudewijn

Waarom ik Brief aan Boudewijn aanschafte, staat me niet meer bij. Mogelijk omdat het in 1982 bekroond werd met de Henriëtte Roland Holstprijs. Het zal niet de lovende recensie zijn die Jeroen Brouwers in 1980 in Vrij Nederland schreef, al zal ik die wel gelezen hebben. Ik had toen een abonnement en bewonderde het werk van Brouwers. Maar ik wachtte nog best een tijd met het kopen van het boek. 

In ieder geval kocht ik het en ik las het. Ik vond het geweldig. In Brief aan Boudewijn richt Walter van den Broeck zich tot koning Boudewijn. De koning heeft ooit Olen, de geboorteplaats van de schrijver, bezocht, maar toen werd de werkelijkheid bij hem weggehouden: er werden nieuwe grasmatten rond ''t fabriek' gelegd en de arbeiders kregen nieuwe overalls, die ze na het bezoek weer moesten inleveren. 

Van den Broeck leidt de jonge Boudewijn rond door de cité, waar de middenstanders wonen en ook de arbeiders. Uiteindelijk komen ze in de Koperstraat, waar Van den Broeck opgegroeid is. Huis voor huis wordt verteld wie er woont en zo krijgen we een beeld van de arbeidersgemeenschap. Bij Koperstraat 45 gaat de koning naar binnen, waar de kleine Walter woont. 

In een kamertje zit het jongetje, dat snikkend de koning aan de borst valt. De koning weert hem niet af en geeft hem zelfs zijn vulpen. 

En als u merkt dat hij er niet in gelukt zijn gesnik definitief te onderdrukken, reikt u hem uw vulpen aan.
Want, neen, helaas, u bent niet gekomen om hem mee te nemen naar het paleis. Rustig is het land nog lang niet en bovendien heeft de cité Walter nodig. Wie? Zeg eens wie anders dan hij zal later verslag uitbrengen van deze onthullende reis? Wie anders dan hij zal deze cité voor de komplete ondergang behoeden, door ze tijdig op schrift te stellen?
En daarom draagt u haar, door het schenken van deze vulpen, aan hem over. 

Een prachtig boek, vond ik. Natuurlijk is het goed geschreven, maar misschien raakte het mij ook wel dat hier een dorpsgemeenschap werd getekend. Mijn vader was geen fabrieksarbeider, maar hij zat wel eens piekerend en hoofdschuddend aan tafel als hij niet wist hoe hij de mulder moest betalen. We wisten wel dat we altijd te eten zouden hebben, want zoals mijn vader altijd zei: 'Een boer laten verhongeren en een vis laten verzuipen, dat valt niet mee.'

Aantekeningen van een stambewaarder

Daarna kocht ik het debuut van Walter van den Broeck, De troonopvolger (1967) . Een wonderlijk boek, dat ik wel aardig vond, maar daar bleef het ook bij. Maar bij Aantekeningen van een stambewaarder (1977) was ik weer helemaal verkocht. In deze roman gaat Van den Broeck het gesprek aan met zijn voorvaderen. 

Het boek kent verschillende pogingen tot een begin, met titels als 'Een eerste begin', 'Een tweede begin' tot en met 'Een vierde begin'. In 'Een tweede begin' vraagt Walter van den Broeck waarom hij dit toch allemaal opschrijft. 

Omdat ik een geldig antwoord wil formuleren op mijn gevoel van ontheemd zijn,
omdat ook ik gegrepen word door het fin-de-siècle-klimaat van deze tijd,
omdat ik weldra vijfendertig jaar oud zal worden,
omdat ik bang ben voor hetgeen nog uit de broeierige schoot van deze wereldkrisis te voorschijn kan komen. 

Uiteindelijk begint hij op een Bijbelse manier: met een geslachtsregister, beginnend bij Adam die Seth gewon en Seth die Enos gewon. Na Noach staan er puntjes en uiteindelijk komt hij uit bij iemand (maar hij weet niet zeker wie) de Jan-Baptiste van den Broeck gewon, een verre voorvader van Walter, die overleed in 1794. Via een rij Van den Broecken (Jan-Gerard, Petrus, Livinus en Peter Jules) komt hij uit bij zijn vader Robert Sidney en uiteindelijk bij zichzelf, Walter Stefaan Karel. Hij eindigt dat deel, en daarmee het boek, met 'Het einde van het begin.'

Voor het hele boek geeft hij zich de opdracht om niets te verzinnen en om zich te beperken tot wat hij weet. Ook in Brief aan Boudewijn bleef hij al dicht bij de werkelijkheid zoals hij die zich herinnerde. 

De dag dat Lester Saigon kwam

De dag dat Lester Saigon kwam (1974) verscheen voor Aantekeningen van een stambewaarder (1977). Ik las de boeken kort na elkaar. Ook hierin speelt de autobiografie van de schrijver een rol. Walter is getrouwd met Eliane (aan wie het boek is opgedragen) en heeft twee jonge kinderen. Zijn oudere broer Jules is verhuisd naar Amerika, toen Walter negen jaar oud was. 

Het huwelijk van Walter en Eliane verkeert in een crisis en Walter verlaat het gezin. Hij verhuurt zich als tuinkabouter, een toeristische attractie. Juist dan komt Jules uit Amerika. Hij krijgt in de roman de rol van de detective Lester Saigon. 

Walter vertelt over Walter van den Broeck in de hij-vorm. Voor een deel is het fictie, maar er staan ook brieven in het boek (van Eliane en Jules), die authentiek zijn  of dat in ieder geval zouden kunnen zijn. 

In zowel De dag dat Lester Saigon kwam, Aantekeningen van een stambewaarder als Brief aan Boudewijn speelt de werkelijkheid een prominente rol. Tegelijk vindt Van den Broeck voor elk boek een bijzondere vorm. Steeds zijn er elementen uit de werkelijkheid, maar de context is die van fictie, zodat je altijd twijfelt of je nu een verhaal zit te lezen of een verslag van wat er werkelijk gebeurd is. Ik vond dat indertijd mateloos spannend. 


Ik was zo vol bewondering dat ik, net vijfentwintig jaar oud, besloot een brief te schrijven aan Walter van den Broeck om te getuigen van die bewondering. Ik kreeg een heel vriendelijk briefje terug, geschreven in een prachtig handschrift. Het zal nog ergens zijn, in een doos op zolder, achter het schot. Alleen bij toeval zal ik het nog in handen krijgen. 

Toneelstukken

In 1984 kocht ik twee toneelstukken van Walter van den Broeck, Groenten uit Balen (1972), dat al aan zijn tiende druk toe was, en Tien jaar later, 't jaar 10 (1982). In deze toneelstukken blijkt de sociale betrokkenheid van Van den Broeck. Groenten uit Balen gaat over een staking in 1971 van de arbeiders die werkten bij Vieille Montagne in Balen. We volgen het gezin van een van de arbeiders, Jan Debruycker. 

Tien jaar later: 't jaar 10 speelt zich tien jaar later af. In het gezin is het nog steeds crisis: werkloosheid, druk van afbetalingen. Er is angst en uitzichtloosheid. 

Van den Broeck heeft een uitgebreid toneeloeuvre. Wikipedia noemt negentien toneelstukken, waaronder Amanda en de widowmaker (1993). Dat las ik als novelle, uit 1994. Verder las ik nog De rekening van het
kind
 (1975), maar het staat me niet meer bij wanneer. Het stuk speelt zich in ieder geval af op een middelbare school. Walter van den Broeck stond negen jaar lang voor de klas, dus hij kent de onderwijswereld. Achter op De rekening van het kind wordt het toneelstuk een afrekening genoemd. De leraar Nederlands heet Willy Taelman, de leraar wiskunde Rik Seifers en de lerares huishoudkunde Laurette de Kock. Dat klinkt in ieder geval behoorlijk flauw. 

Een multiepel

In 1984 kocht ik ook 362.880 x Jef Geys. De ondertitel is 'een multiepel'. Van den Broeck houdt van ondertitels, zo noemde hij De dag dat Lester Saigon kwam 'Een doorkijkroman', Lang weekend 'Een feuilleton' en Aantekeningen van een stambewaarder 'Een boekwerk'. 

Van 362.880 x Jef Geys herinner ik me vooral de vorm. Het boek bestaat uit acht delen, die in willekeurige volgorde gelezen kunnen worden. Dat wil zeggen dat je het boek op 362.880 verschillende manieren kunt lezen. In elk deel wordt eigenlijk hetzelfde verteld, maar steeds vanuit een ander perspectief. Als je alle delen gelezen hebt, moet je concluderen dat de waarheid niet bestaat. Ieder heeft zijn eigen waarheid en heeft vanuit zijn optiek gelijk. 

Ik heb dit boek vaak als voorbeeld gegeven als ik in de klas het vertelperspectief behandelde. 


Het beleg van Laken

In 1985 verscheen Het beleg van Laken dat als ondertitel 'Een moorddroom' heeft, een palindroom. Het is een soort vervolg op Brief aan Boudewijn. De schrijver Walter van den Broeck wordt meegevoerd naar het paleis in Laken, woonplaats van de koning. Op het koninklijk domein krijgt hij een chalet toegewezen. Hij is een soort gevangene, maar hij zal ook een grote opdracht krijgen. 

Hij ontmoet wonderlijke types en hij krijgt allerlei verhalen te horen. Intussen is er militair machtsvertoon bij de paleispoort. Hoe meer Van den Broeck te weten komt, hoe raadselachtiger zijn positie wordt. Ook de tijd blijkt niet betrouwbaar: de schrijver denkt mensen te zien die al niet meer leven. 

Van den Broeck krijgt verhalen te horen over het koningshuis, maar hij moet ook antwoord geven op de vraag 'Waarom schrijft u?' waarover hij ook al had nagedacht in Aantekeningen van een stambewaarder. 


De delen hebben titels die anagrammen zijn van de titel van de roman: 'Hellegat kan beven', 'Hete Belg van Laken', 'Hé, teelbal van 'n gek!', 'En Hegel beval Kant'. 

Later zouden er nog drie romans volgen, die met Het beleg van Laken 'de koningscyclus' zouden vormen. Ook die romans dragen dit soort titels: Gek leven na het bal! (1990), Het gevallen baken (1991) en Het leven na beklag (1992). Ik las van die drie alleen, maar een aantal jaren later, Gek leven na het bal!

Lang weekend

In 1986 las ik Lang weekend, een roman uit1968. Het verscheen een jaar na het debuut, De troonopvolger, maar het is een heel ander boek. Misschien lijkt het nog het meest op De dag dat Lester Saigon kwam, dat pas zes jaar later zou verschijnen. Ook in Lang weekend komt het personage Walter van den Broeck voor. Er staat me eerlijk gezegd niet zo heel veel meer bij van deze roman. Ik vermoed dat De dag dat Lester Saigon kwam zowel persoonlijker als fantasievoller is dan Lang weekend. 


Sterke verhalen

In het jaar dat ik Lang weekend las (in maart) verscheen ook Aangewaaid, dat ik in november kreeg. Ik vermoed dat ik het moest bespreken, maar ik weet dat niet zeker meer. In de inleiding van het boek heeft Van den Broeck het over moderne legenden, waarbij hij Broodje Aap van Ethel Portnoy noemt. Hij zegt dat hij in zijn verhalen sommige legenden als belevenissen heeft weergegeven en sommige belevenissen als legenden. 

Het boek stond me niet aan, als mijn geheugen mij niet bedriegt. Ik was nogal teleurgesteld door deze verhalen, die heel anders waren dan wat ik tot nu toe van Van den Broeck gelezen had. Niet zo persoonlijk, niet zo origineel van vorm, niet zo fantasierijk en vooral niet zo goed.


Na de teleurstelling door Aangewaaid liet ik het werk van Walter van den Broeck even voor wat het was.¡Querido hermano! (1988) kocht en las ik niet, net zoals de drie delen van de koningscyclus. Pas in 1998 kocht ik Verdwaalde post, dat toen net verschenen was. 

Verdwaalde post

Verdwaalde post is weer een typisch Van-den-Broeckboek. Voor deze roman heeft hij weer een vorm die op maat gesneden is. In dit geval is het de briefvorm. Het boek opent met een brief van Walter van den Broeck aan zijn uitgever. Hij schrijft dat hij een manuscript stuurt dat hem ongevraagd is bezorgd. Het is een soort pak van Sjaalman, dat begint met een brief van Martine Vervoort, de weduwe van de dichter Jonathan Siebens, auteur van drie dichtbundels die met gemengde gevoelens ontvangen werden. Het derde werd zelfs de grond in geschreven.

'Hoewel het verdict unaniem was, is het toch vooral úw schampere stukje geweest dat hem het diepst heeft gekwetst, schrijft de weduwe.' 

In de volgende brieven (en enkele tapes) gaat het over acht mysterieuze sterfgevallen. Florian Dedecker, voormalig reclameschrijver en tv-producent, gaat samen met enkele commissarissen van de Gerechtelijke Politie op onderzoek uit. Ze komen uit bij Jonathan Siebes. 

Het is goed om te bedenken dat Verdwaalde post maar enkele jaren na de arrestatie van Marc Dutroux uitkwam. Veel boeken van Van den Broeck gaan over België. Het lijkt erop of hij ook hier de stand van de staat peilt. Verder gaat het ook weer over hemzelf, al speelt hij niet de hoofdrol. 

Na Verdwaalde post had ik weer zin in meer werk van Van den Broeck. Mogelijk kocht ik toen Gek leven na het bal! en ook de novelle Amanda en de widowmaker (1994) waarvan ik me nog maar weinig herinner. Of zou ik dat boek later aangeschaft hebben? 

Een lichtgevoelige jongen

In 2001 verscheen Een lichtgevoelige jongen. De titel verwijst naar de hoofdpersoon, een jongetje met een camera (Valentijn-met-de-kodak), die zich op een dag in 1953 verder van huis waagt dan hij gewend is. Er is een militaire oefening aan de gang, die uiteindelijk uit de hand loopt. 


Heb ik deze roman besproken in het Nederlands Dagblad? Het zou kunnen, maar als dat zo is, is de recensie achter de betaalmuur verdwenen. Ik weet nog wel dat het boek me maar matig aanstond. Het melancholische (jongetje in 1953) zal me wel aangesproken hebben, maar wat pruimde ik dan minder goed? Is het te romantisch? Te onwaarschijnlijk? Vond ik de kalverliefde te zoetig? Geen idee. Het is in mijn geheugen gebleven als een matig boek. 

De beiaard en de dove man

Voor een deel geldt dat ook voor de volgende roman, De beiaard en de dove man. Een groot deel van het boek vond ik wel aardig, maar ook niet zoveel meer dan dat. Het onderwerp is interessant genoeg. Walter van den Broeck heeft afgesproken met zijn stokdove vader Robert. De relatie tussen die twee is lastig. 

Tot ergernis van zijn vrouw Eliane heeft Walter verzuimd een cadeau voor zijn vader te kopen. Dan bedenkt hij dat hij hem een hoorapparaat zal geven. 

Door vader zo'n apparaat cadeau te doen zou ik tegelijkertijd eindelijk, eindelijk, eindelijk een definitief einde kunnen maken aan zijn tirannie! Want alleen een vader die voortaan álles kon horen, zou ik, eindelijk, eindelijk, eindelijk alles maar dan ook álles wat ik hem te verwijten had naar het hoofd kunnen slingeren. 

Het verhaal kabbelt een hele tijd voort, maar het slot is prachtig. Tenminste, zo herinner ik het mij. Ik heb erover geschreven. De recensie heet 'Een slot dat een hele roman rechtvaardigt' en dat is ongetwijfeld een kop die ik niet zelf verzonnen heb. 

Niet gelezen

Na De beiaard en de dove man was ik eigenlijk wel weer gewonnen voor het werk van Van den Broeck. Heb ik toen pas Gek leven na het bal! gekocht? Ik heb het in ieder geval gelezen en vond het 'wel goed'. De verrassing van Het beleg van Laken was er niet, maar het is goed geschreven. 

In 2007 verscheen De veilingmeester. Ik las dat het er was en dacht dat ik dat boek maar moest kopen, maar het kwam er niet van. En daarna verloor ik een beetje het zicht op wat Van den Broeck schreef. Terug naar Walden (2009) kocht ik pas onlangs, tweedehands. Ik ga het zeker lezen, al kan het nog even duren. 

In 2011 verscheen de verhalenbundel Een vrouw voor elk seizoen. Het is mij ontgaan en waarschijnlijk zou ik het boek aan me voorbij hebben laten gaan. 

Over Het alfabet van de stilte (2013) las ik pas onlangs dat het een roman is over seksueel misbruik in de rooms-katholieke kerk. Over De vreemdelinge (2015), De babyboomboogie (2017) en Niets voor de familie (2019) weet ik helemaal niets. De boeken verschenen zonder dat ik het wist. Blijkbaar keek ik een andere kant op. Of kregen ze in Nederland toch al weinig aandacht?

Crossroads

In 2021 liep ik toevallig in een boekhandel aan tegen Crossroads, een kleine roman, die dat jaar verschenen was. Ik had de tweede druk, dus het werd verkocht. Voor in het boek staat: 'Al wie in dit boek voorkomt is een romanpersonage, ikzelf inbegrepen'. Dat doet denken aan het bericht voor in Het beleg van Laken: 'Doordat ze in dit boek voorkomen zijn alle èchte personen, plaatsen en gebeurtenissen net zo fiktief als de personen, plaatsen en gebeurtenissen die ik verzonnen heb.'

Crossroads gaat over de streek waar Van den Broeck is opgegroeid. Hij schetst het leven van twee ongetrouwde zussen en dat doet hij heel goed. Ingetogen, soberder dan ik van hem gewend was. Ik was zeer gecharmeerd van het boekje en nam het op in de lijst met beste boeken die ik in 2021 las. Ik schreef er ook over op mijn weblog (hier). Ik schreef dat ik zin had om meer van Van den Broeck te lezen. 

In 2022 verscheen Tijl Uilenspiegel maar dat trok me niet zo aan. Misschien omdat ik al Tijl van Daniël Kehlmann had gelezen. In 2023 verscheen De lastige liefde en daar heb ik niets van gemerkt. Anders had ik het waarschijnlijk wel gekocht. Ik heb de beschrijving ervan nu gelezen en ik moet denken aan De dag dat Lester Saigon kwam

Wel heb ik dus Terug naar Walden gekocht. Het is terechtgekomen op de stapel met boeken die ik wil gaan lezen. Het komt er nog wel van. 

Omvangrijk oeuvre

Van den Broeck laat een behoorlijk omvangrijk oeuvre na. Een deel ervan heb ik niet gelezen. Ik denk dat ik teleurgesteld was door een paar boeken, maar er zijn ook boeken waar ik met plezier en bewondering aan terugdenk: De dag dat Lester Saigon kwam, Aantekeningen van een stambewaarder, Brief aan Boudewijn, Het beleg van Laken, Verdwaalde post, Crossroads. Dat is toch heel wat. 

Elke schrijver heeft het recht om beoordeeld te worden op het beste wat hij of zij geschreven heeft en bij Van den Broeck zijn dat ook echt goede boeken. Het alfabet van de stilte moet ik eigenlijk nog lezen, vind ik en Terug naar Walden ook

Ik hou van het werk van Van den Broeck, niet alleen omdat het goed is, maar ook omdat veel van zijn boeken verrassend zijn. Hij vindt elke keer een vorm voor juist dat boek. Verder speelt hij met fictie en werkelijkheid en dat heeft ook altijd iets vrolijks. En altijd weer zijn ze typisch Walter van den Broeck. Ze zouden door niemand anders geschreven kunnen zijn, ook doordat hij zelf vaak als personage optreedt. 

Misschien vergis ik me, maar ik heb het idee dat het werk van Van den Broeck, op Brief aan Boudewijn en Het beleg van Laken na in Nederland niet zo bekend is. Dat is jammer, want hij heeft een goed en interessant oeuvre bij elkaar geschreven. Gelukkig kunnen we zijn boeken nog steeds lezen. 

maandag 16 augustus 2021

K. Schippers (1937 - 2021) overleden

Foto: Bianca Sistermans

K. Schippers (pseudoniem van Gerard Stigter) is overleden. Het bericht zag ik vorige week voorbijkomen op een van de media die mijn telefoon aanbiedt, een dag later, toen ik net thuis was van vakantie, maar mijn hoofd nog niet. Schippers is 84 jaar geworden. Hij was ziek, wat al even bekend was. 

Voor het reconstrueren van mijn leesgeschiedenis van het werk van Schippers moet ik ver terug: tot mijn tijd op de middelbare school. Schippers werd genoemd in de Schets van Knuvelder of in de bijbehorende bloemlezing. Ik dacht dat ik die boeken om nostaligische redenen bewaard had, maar als dat zo is, weet ik niet waar. Het blijft dus een beetje gokken. Maar ik weet (bijna) zeker dat ik onderstaand gedicht las:

De autobezitter                    voor H.M.

Er stap een man in een auto
verricht de nodige handelingen
voor het rijden
en rijdt
daarna
dan ook
inderdaad
weg.
Ik vond het een grappig gedicht, terwijl er eigenlijk niets te lachen is: het is een observatie. Het grappige zat voor mij waarschijnlijk niet in de inhoud van het gedicht, maar in het feit dat dit zo'n andersoortig gedicht was dan bijvoorbeeld de gedichten van Nijhoff en Achterberg, die ik ook maniakaal las toen ik ergens tussen de zestien en de twintig was. 

In die tijd woonde ik in Gouda in een internaat en ik leende veel poëzie uit de plaatselijke bibliotheek, van Kopland tot Warren, van Wilmink tot Buddingh', die toen (1976) net Het houdt op met zachtjes regenen had gepubliceerd. Alle poëzie die ik van Schippers kon lenen, heb ik daar geleend en blijkbaar vertelde ik er ook over aan mijn naaste omgeving. Een vriend ging gedichten schrijven naar aanleiding daarvan. Daar is hij overigens ook weer mee opgehouden. 

Een leeuwerik boven een landschap


In 1980 verscheen Een leeuwerik boven een landschap, Een keuze uit de gedichten. Die dikke bundel heb ik wat later tweedehands gekocht. Voorin staat dat ik er een tientje voor heb gegeven. Ik heb de stofomslag kapotgelezen. Die is er dus niet meer. 

Afgelopen jaar las ik er mijn leerlingen uit voor en ik begon met hun 'Cakewalk in rust' te laten zien: drie foto's waarvan de eerste en de derde gelijk zijn. Maar omdat onder de eerste 'Blok' staat en onder de derde 'Olifant achter blok', kijk je naar die laatste foto toch anders dan naar de eerste. Het blok is hetzelfde, maar op de laatste foto is er ineens de mogelijkheid dat er een olifant achter staat. Dat heeft de tekst veroorzaakt. 

Waarneming

Zo werkt waarneming en zo wordt die gemanipuleerd. Ook door taal. Schippers schreef:
Bij Loosdrecht

Als dit Ierland was,
zou ik beter kijken.

Maar je bent in Loosdrecht. Dat weet je, dat heb je tegen jezelf gezegd. Je hoeft niet te kijken, want je weet al wat je ziet. Maar als je in een nieuwe omgeving bent, kijk je actief, registreer je de details. Misschien is het de kunst om te kijken alsof je voor het eerst naar iets kijkt, als een toerist in het leven. Vroeger heb ik mij wel eens afgevraagd wat er zou gebeuren als Vondel ineens naar de huidige tijd verplaatst werd en bij mij achter op de fiets zou zitten. Ik zou hem heel veel uit moeten leggen. Hoe langer ik het gedachte-experiment volhield, hoe meer dingen ik zag die voor een ander, Vondel in dit geval, vreemd waren, terwijl ze voor mij gewoon zouden zijn.

Waarom Vondel in mijn gedachten kwam, weet ik niet zo goed. Ik aanvaard het maar in dank. 

Metaforen en vergelijkingen

In verschillende gedichten neemt Schippers afstand van metaforen en vergelijkingen:

Ja

Ik heb je lief zoals je soms
gelijk een gouden zomerdag bent
nee nee nee
ik heb je lief zoals je bent
nee nee
ik heb je lief zoals
nee
ik heb je lief

Misschien dat ook een vergelijking of een beeld je de indruk geeft dat je iets al kent en dat je dus niet meer echt hoeft te kijken. Misschien ook dat Schippers de kern ('ik heb je lief') al genoeg vindt en dat die niet mooier gemaakt hoeft te worden met een beeld. 

We ontkomen waarschijnlijk nooit helemaal aan beelden. Ook over de werking daarvan schreef Schippers:

Ongeveer zo

Als ik je zie kan ik wel aan kamperfoelie denken
Maar als ik kamperfoelie ruik
Zal ik dan aan je denken?

En de heerlijke geur van gepofte kastanjes
Laat die nog ruimte voor je over?

In ieder geval laat jij je tenminste vergelijken 
Met de geuren van kamperfoelie en gepofte kastanjes
Want zo ben je ongeveer
Je kunt iemand wel vergelijken met de heerlijke geur van kamperfoelie, maar andersom werkt het misschien niet: als je kamperfoelie ruikt, hoef je wellicht niet aan de geliefde te denken. 

Toen ik het gedicht las, had ik nog nooit kamperfoelie geroken en ook de geur van gepofte kastanjes was mij onbekend. Pas in de jaren negentig (denk ik) wees iemand mij op de kamperfoelie en toen heb ik daaraan geroken. Lekker, inderdaad. En nog weer later, bij een bezoek aan Bremen met mijn lief, zag ik iemand die gepofte kastanjes verkocht. We hebben samen een portie gegeten en ik de geur bleef me niet zo bij. De smaak wel (aardappelachtig). Maar in beide gevallen moest ik wel aan K. Schippers denken. 

Eerste indrukken

Naast gedichten schreef Schippers ook romans. In 1971 verscheen Een avond in Amsterdam, dat ik niet las en in 1978 Bewijsmateriaal, dat ik wel las, maar pas nadat ik Eerste indrukken (1979) las, toen het als salamanderpocket uitkwam. Dat moet in 1982 geweest zijn. Weer typisch Schippers: de wereld waarnemen met het hoofd van een klein kind, dat alles nog moet leren, maar dat al wel kan denken als had het een volwassen brein. Zo overweegt het meisje wat ze als eerste woord zal zeggen. Haar lijkt 'Help!' wel leuk, maar in een onbewaakt ogenblik zegt ze toch 'Mama'. 

Van de lezing van Bewijsmateriaal is me vreemd genoeg niets bijgebleven, behalve de omslag met de schoen erop. Dacht ik. Nu ik het nakijk, blijk ik Bewijsmateriaal helemaal niet gelezen te hebben, De omslag die ik mij herinner is die van Beweegredenen (1982). Wel gelezen dus, maar er niets van onthouden. Het zal niet aan het boek gelegen hebben, denk ik, maar aan de aandacht waarmee ik het gelezen heb. Of liever: had moeten lezen. Of misschien was ik gewoon niet aan het boek toe. 

Na het begin van de jaren tachtig raakte Schippers een tijdje uit mijn zicht. Nou ja, ik koesterde wel het vroege werk, maar las niet het nieuwe. Van sommige romans (bijvoorbeeld Vluchtig eigendom uit 1993) lees ik nu pas dat ze bestaan. Van andere had ik nog wel het vage idee ze ooit te kopen en te lezen, maar het kwam er niet van of er waren weer nieuwe boeken die mijn aandacht vroegen. Dat is bijvoorbeeld gebeurd bij Een liefde in 1947 (1985) en Poeder en wind (1996).

Waar was je nou

Het werk van Schippers kwam weer volop in mijn zicht bij Waar was je nou (2005), een roman waar ik zeer van genoot. Het gaat om iemand die in een foto verdwijnt en zo toegang verkrijgt tot een wereld (het verleden) die gewoonlijk ontoegankelijk is. Zo'n gedachte-experiment vind ik kenmerkend voor Schippers: als het in je gedachten mogelijk is, kun je het uitvoeren in de literatuur en dat doet hij dan ook. Ook later zal hij dat nog doen, door bijvoorbeeld overleden (Schippers zegt: 'verdwenen') vrienden in zijn boek te laten meepraten. Daarover verderop. 

Of ik de roman indertijd gerecenseerd heb voor het Nederlands Dagblad weet ik niet. Ik kan de recensie niet terugvinden, zoals me gebeurt bij meer stukken waarvan ik wel zeker weet dat ik ze geschreven heb. In ieder geval verwijs ik naar de roman in het tijdschrift Liter in een reactie op Pieter Nouwen, die beweerde dat recensenten vooral gericht zijn op de inhoud en niet op de vorm (stijl, compositie). 

Waar was je nou werd bekroond met de Libris Literatuur Prijs. Schippers had toen al verschillende prijzen gekregen, bijvoorbeeld de Multatulliprijs voor Beweegredenen, de Poëzieprijs van de stad Amsterdam, de P.C. Hooftprijs en enkel Zilveren Griffels.

De hoedenwinkel

Mijn enthousiasme voor Waar was je nou herinner ik me en ik heb de volgende De hoedenwinkel (2008) ook gekocht en gelezen. Het speelt zich af in een nieuwe wijk, waarin de taal wordt aangetast: er verdwijnen letters en dat heeft gevolgen voor de buurt. Weer typisch Schippers en weer een roman met een thema dat je niet snel bij andere auteurs zult terugvinden. 

Vreemd genoeg kocht ik Op de foto (2012) niet, hoewel dat net zo'n intrigerend onderwerp heeft: wat zou er gebeuren als ons alfabet een extra letter zou hebben?

Tellen en wegen

In 2011 had ik wel de dichtbundel Tellen en wegen gekocht. Ik zie de streepjes die ik in de kantlijn heb gezet. Een van de gedichten:

dictee

de blauwe inkt en het groene boek
de zilveren lepel en de gouden kan

de inkt, het boek, de lepel en de kan
het blauw het groen, het zilver en het goud

de, het, de en de
het, het, het en het

het geel, het wit het paars en het rood
de doos het licht, de beker en de ring

de paarse beker en de rode ring
de gele doos en het witte licht

In de eerste strofe worden vier voorwerpen beschreven, in de tweede worden de zelfstandige naamwoorden en de bijvoeglijke gescheiden. In de derde wijst Schippers ons op de lidwoorden die dan gebruikt worden en daarna krijgen we hetzelfde (met andere voorwerpen, al is 'licht' eigenlijk geen voorwerp), maar dan andersom. Door die compositie zouden we het gedicht ook kunnen lezen van onder naar boven, beginnen bij de laatste strofe. 

Bij alles wat Schippers schreef, valt de aandacht op: doordat hij ernaar kijkt, wordt het bijzonder. Of misschien zijn in dit gedicht niet de inkt, het boek, de lepel en de kan bijzonder, maar vooral de manier waarop ernaar gekeken wordt: je realiserend dat bij je waarneming ook de taal meedoet. Dat wij de voorwerpen alleen maar zien doordat er taal voor is en dat we daar dus woorden voor gebruiken met verschillende lidwoorden. 

De laatste boeken die ik van Schippers las zijn Voor jou (2013), Niet verder vertellen (2016) en Straks komt het (2018). De roman die dit jaar verscheen, Nu je het zegt, las ik nog niet. 

Voor jou

Ook deze boeken zijn weer een belevenis: in Voor jou praten Gerard Brands en Bernlef mee. Ze zijn ziek aan het begin van het boek en later zijn ze overleden, maar in wat Schippers schrijft trekken ze zich daar niets van aan. Ze lezen mee en hebben commentaar en later lopen ze weer gewoon in de verhalen rond, omdat de verbeelding het altijd wint van de werkelijkheid. 

Niet verder vertellen is ook zo'n heerlijk boek. Het begint als een traditioneel verhaal, maar al gauw merk je dat er meer aan de hand is en dan begint het avontuur. De moeder van de hoofdpersoon (die erg op K. Schippers lijkt) zegt tegen iemand 'Mijn zoon schrijft over u'. Dat klopt, want dat lezen wij. Maar moeder zegt dat eigenlijk in een verleden waarin die zoon nog niet schrijft. Voor je het weet zijn het verleden en het heden in elkaar geschoven. We gaan niet van de ene naar de andere tijd, maar de twee tijden zijn dezelfde tijd. 

Straks komt het

In Straks komt het spreekt de verwachting uit de titel. Een deel van het boek speelt zich af vlak na de bevrijding. Zelfs de beruchte schietpartij op de Dam komt nog ter sprake. Maar, zoals altijd bij Schippers, is het een boek over veel meer: over zitten, staan en tasten, over Kurt Schwitters en over jazz en over meer, meer, meer. Schippers zal zich nooit beperken tot een verhaal, omdat het leven nu eenmaal niet een simpele verhaallijn kent. 


De laatste keer voor zijn dood dat de naam Schippers in mijn als een pop-upvenster verscheen, was toen een vriendin me erop attent maakte dat er een podcast over hem was. Die is van Ronald Snijders. Mooie gesprekken, vrolijk en ernstig en  natuurlijk speels. 

Tot aan het eind van zijn leven is het werk van Schippers fris gebleven. Hij heeft altijd onbevangenheid behouden, die ons laat kijken als is het allemaal nieuw. En als je zo kijkt wordt het ook allemaal nieuw. Schippers schreef geen spannende boeken in de zin dat hij naar een plot toe werkte, maar het lezen van zijn boeken is wel altijd een belevenis. Je wordt tijdens het lezen nieuwsgierig naar wat er allemaal kan in de roman en je wordt voortdurend scherp gehouden, omdat niets vanzelf spreekt. Tomas Lieske is een van de weinige auteurs bij wie ik dat ook heb. 

Ik heb de boeken van Schippers ook altijd met een zekere gretigheid gelezen vanwege het avontuur dat het lezen van zijn boeken is. Je kunt nooit lezen op de automatische piloot en je moet voortdurend alert zijn. Je bent bij wijze van spreken altijd in Ierland, ook als je in Loosdrecht bent. Juist als je in Loosdrecht bent. 

Schippers is verdwenen, maar hij is niet weg. Er zijn nog woorden waarin hij spreekt, regels waartussendoor hij kijkt en er zijn nog heel veel hoofden waarin hij van tijd tot tijd zal verschijnen. Markante man, groot kunstenaar. Gedenk hem. Lees zijn werk. En als je dat al gedaan hebt: herlees het. 


De foto van K. Schippers is welwillend ter beschikking gesteld door Bianca Sistermans. Meer van haar vind je op haar website. Eerder mocht ik een foto van Menno Wigman gebruiken. Sistermans is aangesloten bij het fotoagentsdhap Lumen Photo.