Mijn kennis van de buitenlandse literatuur is gering. Toen ik jong was -ach hoe lang geleden!- las ik alles wat ik kon krijgen en toen heb ik ook veel buitenlandse klassiekers gelezen, maar later had ik mijn handen vol aan de Nederlandse literatuur en daarvan is er al zoveel dat ik lang niet alles gelezen krijg, hoe hard ik ook mijn best doe.
De naam Karel Čapek zei me dan ook niks. Dat het woord 'robot' uit het Tsjechisch kwam, wist ik, maar niet dat deze auteur het bedacht had. Ik lees het in het voorwoord van Voetsporen van Milan Hulsing, die vijf korte verhalen van Čapek verstripte. Het boek kwam al begin 2025 uit, bij Concerto Books, maar die uitgeverij stuurt mij gewoonlijk geen recensie-exemplaren, dus ik had het aan mij voorbij laten. Maar onlangs heb ik het toch gekocht en daar heb ik geen spijt van: prachtig boek.
Hulsing keert in Voetsporen terug tot de tekenstijl die hij gebruikte in Stad van klei (2011): tekeningen die geen scherpe omlijning kennen en als kleur zijn er alleen bruinige tinten gebruikt.
Een poging tot moord
De verhalen zijn zonder meer intrigerend. Het openingsverhaal is 'Een poging tot moord'. De ambtenaar Tomla bevindt zich in huis als er door het raam op hem geschoten wordt. Er wordt een onderzoek ingesteld naar de aanslag en de inspecteur (als dat de goede benaming is) vraagt of Tomla vijanden heeft. Hij kan het zich niet voorstellen.
Maar daarna gaan zijn gedachten terug naar alles wat hij in zijn leven gedaan heeft en hoe hij daarbij misschien mensen onheus heeft bejegend. Het beeld dat hij van zichzelf heeft, kantelt.
Het verhaal deed me sterk denken aan 'De boer die sterft' van Karel van de Woestijne. De tekst vind je hier. De boer vindt dat hij zijn 'wél' niet heeft gehad en is ontevreden. Dan verschijnen zijn zintuigen en laten hem zien hoeveel moois hij gezien, geroken enzovoort heeft, waarna hij tevreden kan sterven. Het is zo ongeveer het spiegelbeeld van 'Een poging tot moord'. Maar in beide verhalen wordt de balans van het eigen leven opgemaakt en komt iemand tot volstrekt ander eindoordeel dan het beginoordeel was.
Oplatka's einde
Ook bij 'Oplatka's einde' is er zo'n soort zelfonderzoek. De tuberculoselijder Oplatka doodt iemand en slaat op de vlucht. Daarbij doodt hij telkens weer iemand, terwijl er op hem gejaagd wordt. Tijdens de jacht op hem wordt hij steeds meer de verzinnebeelding van het kwaad. Maar in hoeverre deugen de jagers die aan de 'goede' kant staan?
'Oplatka, een scharminkel in de modder, een kapotgeschoten, kreupele kraai, en wij... een stel moordzuchtige jagers.'
Goed en kwaad lijken verwisseld. Maar in het laatste plaatje blijkt ook de nieuwe positionering van de personages niet vast te liggen:
Stelletje moordenaars! Om te kotsen.
Mals IK die Oplatka voor mezelf had gehad...
De blauwe chrysant
In 'De blauwe chrysant' heeft Klara, een wat wonderlijke vrouw, een blauwe chrysant, een bloem die eigenlijk niet bestaat. Maar ze wil of kan niet zeggen waar ze die vandaan heeft. De botanicus Filnius is geobsedeerd door deze bloem en ontdekt waar Klara die gevonden heeft. Hij ziet hoe haar gedachten anders gaan dan van alle andere mensen. Dat die zich niet laten intomen. Juist Klara is degene die wel ingetoomd wordt en in de gevangenis terechtkomt. Als Filnius de bloem wil kweken en aan de wereld wil tonen, blijkt dat niet te kunnen.
Het verhaal van de dirigent
In 'Het verhaal van de dirigent' praten dirigent Bouda en zijn kameraad Petr met elkaar. Petr vertelt dat hij zag hoe zes mensen iemand te grazen namen. Hij grijpt in en krijgt er eentje te pakken, maar weet niet zeker of hij nu een dader of het slachtoffer voor zich heeft.
Daarop vertelt Bouda dat hij in Liverpool was. Hij hoort een gesprek tussen een man en een vrouw, dat hij niet kan verstaan, maar afgaande op de manier waarop het gesprek gevoerd wordt, concludeert hij dat de man de vrouw van iets kwaadaardigs wil overtuigen. Hij waarschuwt daarom de politie. De volgende dag leest hij in de krant dat er een moord gepleegd is.
Voetsporen
Ten slotte is er het verhaal 'Voetsporen' over Rybka die sporen in de sneeuw volgt. De sporen stoppen voor zijn huisdeur. Hij roept de hulp in van de agent, maar die helpt hem niet verder. Wel zorgt die ervoor dat hij na gaat denken over wanneer iets een mysterie is.
Zowel bij het verhaal van de blauwe chrysant als bij 'Voetsporen' gaat het om het omgaan met wat niet te bevatten is, wat niet onder controle te krijgen is. Dirigent Bouda kan een orkest zijn wil opleggen, maar om hem heen gebeuren zaken die hij niet onder controle heeft.
De verhalen van Čapek zijn prachtig en Hulsing heeft ze geweldig vormgegeven. Ze gaan over gewone mensen, die het liefst hebben dat hun leven rustig verloopt, maar in alle verhalen is er een verstoring van de normale loop der dingen, waardoor de stabiliteit uit hun leven verdwijnt. Ze worden gedwongen na te denken over zichzelf of over het leven. Meestal levert dat geen geruststelling op.
Dreigende verstoring
Čapek laat zien dat je het leven niet onder controle hebt en dat er maar weinig hoeft te gebeuren de rust in je leven te verstoren. Het zijn eigenlijk geen spectaculaire gebeurtenissen, maar ze zijn wel indringend en dat zijn de verhalen ook. Je hebt het idee dat ze meer zijn dan anekdotes, dat ze raken aan universele waarheden.
Juist daarom is de stijl van tekeningen goed gekozen. Weinig kleur, weinig spektakel. Het gaat om de kern, niet om alles eromheen.
De onrust die er onder de verhalen woelt doet me denken aan het lied
Vage angst, geschreven door George Groot, te vinden op het album
Trappen op van Don Quishocking. Daarbij zijn het niet de grote rampen die angst oproepen, maar de kleine verontrustende zaken, die niet te verklaren zijn.
Maar ik heb altijd van die vage angsten
Waarvan ik zelf weet dat dat nergens op slaat
Bijvoorbeeld dat er zomaar op een dag gebeld wordt
En dat er dan een onbekende voor me staat
Die zegt: U weet het niet, maar ik hoor eigenlijk bij u
Ik volg u dagelijks, vanaf uw derde jaar
Nu kom ik bij u wonen, ik blijf altijd bij u
Niet dat die man er staat, maar ja, het is toch raar
Juist als alles gaat zoals het gaan moet, dreigt de verstoring. Dat alles klopt is maar vernisje en voor je het weet breekt de niet te hanteren werkelijkheid er doorheen.
Milan Hulsing achtte ik al hoog. Hieronder neem ik de links op naar wat ik over hem schreef. Hij heeft alweer aan de hoge verwachting voldaan, met deze bundel verontrustende verhalen.
Concerto Books heeft er een mooie hardcover van gemaakt met op de omslag een lettertype dat ook een eeuw geleden gebruikt had kunnen worden. Allemaal prachtig.
Eerder schreef ik over ander werk van Hulsing:
Geen opmerkingen:
Een reactie posten