Nog voor het boek Het waren toch mijn ouders verscheen, was het nieuws. Het boek is geschreven door Annemieke Waaldijk en Robert Vinkenborg en het gaat over het leven van Annemieke (wat niet haar echte naam is). De ondertitel luidt: Een jeugd vol misbruik.
Omdat Annemieke gedetailleerd verslag doet van wat er thuis gebeurde, probeerden haar zussen de publicatie van het boek tegen te houden. Ze hadden delen van het boek vooraf mogen lezen, voor zover ze er zelf in voorkwamen. Ook de zussen hadden overigens aangifte gedaan van misbruik. De rechter oordeelde dat het boek mocht verschijnen. Het verscheen op 4 juni 2026.
In de pers was toen al gemeld dat het boek handelt over seksueel misbruik binnen een reformatorisch gezin. Door de publiciteit vooraf was het extra druk bij het landelijke Meldpunt Seksueel Misbruik Reformatorische Kerken. Mensen als ambtsdragers (die een functie bekleden in de kerk) en leerkrachten vroegen in groten getale advies over hoe te handelen bij signalen.
Er komt meer openheid over seksueel misbruik in kerkelijke kringen. Zo verhuisde het Meldpunt Misbruik in Kerkelijke Relaties afgelopen maand naar een pand in Zwolle. Voorheen werkten de medewerkers uit huis. Ook hier was de groeiende vraag naar advies de oorzaak.
Annemieke groeide op in een groot gezin dat kerkte in een reformatorische kerk. De meisjes in het gezin werden vanaf jonge leeftijd misbruikt door vader. Moeder was daar niet alleen van op de hoogte, maar ze maakte het ook mogelijk. Uiteindelijk werden de ouders veroordeeld: vader tot zestien jaar gevangenisstraf, moeder tot tien maanden.
Kindermishandeling door falsificatie
Daarnaast had Annemieke erg te lijden onder hoe haar moeder haar aanpraatte dat ze ziek was en haar ook als zodanig liet behandelen. Dat noemen we tegenwoordig kindermishandeling door falsificatie, maar in Het waren toch mijn ouders wordt het nog genoemd bij de oude (en bekendere naam) Münchhausen by Proxy.
Eerder schreef ik over de graphic novel Jij gaat dood van Nina Blom en Margreet de Heer, die over hetzelfde onderwerp gaat.
Annemieke Waaldijk maakt bijzonder goed duidelijk hoe een kind zich daaronder voelt. Het kind is loyaal met de moeder en bevestigt wat de moeder gezegd heeft. Het kind wil ook graag geloven wat de moeder zegt, omdat het alternatief, de gedachte dat moeder doelbewust iets doet wat niet goed voor je is, onverdraaglijk is.
Het kind wordt daardoor in hoge mate afhankelijk van de moeder. Annemieke Waaldijk schrijft:
Mijn wereld draait om haar. Zonder haar weet ik niet wie ik ben of hoe ik moet leven. (...)
Voor een kind is dat bijna niet te begrijpen. Dat je degene van wie je houdt ook associeert met angst. Dat je veiligheid zoekt bij iemand die je onveilig maakt.
Tegelijkertijd is het heel verwarrend dat de werkelijkheid die je ervaart anders is dan hoe erover gepraat wordt.
Mama zegt dat ik pijn heb, en dingen niet kan, maar ik voel iets anders. Mama heeft toch gelijk? Maar waarom voel ik dan niet die vreselijke pijn waar zij het steeds over heeft?
Seksueel misbruik
Overdag is er het ziek gehouden worden door moeder en in de nacht komt vader de trap op zijn dochters seksueel te misbruiken. Het is van een gruwelijkheid die je je liever niet voor wilt stellen, maar die wel de realiteit van Annemieke is. Op haar vijftiende jaar lukt het haar eindelijk om haar ouderlijk huist te ontvluchten.
De meisjes in het gezin zijn allen slachtoffer van seksueel misbruik, de jongens van lichamelijk geweld. De jongens zullen later daar overigens geen aangifte van doen.
Hulpverlening
Als Annemieke uit huis is, krijgt ze te maken met de hulpverlening (pleeggezinnen, inrichtingen) en dat is een lang en moeizaam proces. Ook daarbij gaat er veel mis. Als ze in behandeling is voor haar eetproblemen, is de dwangvoeding niet minder dan traumatiserend. En de aanpak van de andere problemen gaat ook vaak niet goed, getuigt vaak van onbegrip, sluit vaak niet aan bij wat Annemieke nodig heeft.
Annemieke beschrijft al die gebeurtenissen en het wordt een lange rij. Intussen heeft Annemieke het ronduit zwaar door alles wat ze meegemaakt heeft. De herbelevingen zijn bijvoorbeeld heftig en Annemieke is suïcidaal.
Tussen het moment dat Annemieke het gezin ontvlucht en de veroordeling zit een periode van tien jaar. Die veroordeling was in 2025. Dat ze nu met het verhaal in boekvorm naar buiten komt, is te danken aan de journalist Robert Vinkenborg. Het kostte Waaldijk moeite om gesprekken te voeren over wat haar is aangedaan. Vaak ging de communicatie via gesproken en geschreven berichten en ging er tijd overheen tot er een antwoord kwam. Uiteindelijk leidde dat tot een artikel op 27 oktober 2025 in De telegraaf.
Op 1 december 2025 verschijnt er een artikel over het vonnis onder de titel 'Vader horrorgezin Apeldoorn 16 jaar achter tralies voor jarenlang verkrachten van vier minderjarige dochters.' Die artikelen zijn opgenomen in het boek.
Ook tussendoor zijn er in Het waren toch mijn ouders steeds bijdragen van Vinkenborg geplaatst, die goed herkenbaar zijn, omdat ze op een grijze ondergrond zijn afgedrukt. Daarin vat hij dingen samen, beziet hij wat er gebeurt van een afstandje. Dat leest prettig. Doordat er wat meer afstand is, krijgt de lezer wat meer ademruimte.
Streng gelovig
Verschillende keren wordt er gemeld dat het gezin waarin Annemieke opgroeide 'strenggelovig' was. In het verslag van Annemieke komt dat wel voor, maar heel vaak ook niet, zodat je je kunt afvragen in hoeverre het van belang is. Dat belang is er zeker.
Dat blijkt ook uit een fragment uit een
interview met godsdienstpsycholoog Hanneke Schaap-Jonker in het
Reformatorisch Dagblad. Een datum wordt door Vinkenborg niet vermeld, zoals de vermelding van de bronnen over het algemeen weinig exact is, maar het stond op 2 december 2025 in het
RD.
De oorzaak van het misbruik ligt niet in het geloof, maar doordat de kinderen geleerd is dat ze hun vader en moeder moeten eren is voor hen de situatie nog verwarrender. Soms maakt een gezin deel uit van een hechte kerkelijke gemeenschap. Rinke Verkerk benadrukt in haar boek Het hele dorp wist het de rol van de omstanders en Hanneke Schaap-Jonker noemt die ook:
Als zij wegkijken of iemands leed bagatelliseren, is dat voor een slachtoffer minstens zo erg als het misbruik zelf.
Dat de ouders voor de buitenwereld heel andere mensen zijn dan voor het gezin is ook moeilijk:
Ik werd als de moeilijke puber gezien, en mijn vader en moeder als de lieve, zorgzame ouders.
Een lamp voor mijn voet
Ook Liesbeth Labeur heeft geschreven over seksueel misbruik in een bevindelijk gereformeerd gezin in
Een lamp voor mijn voet. Als de vader van Neeltje overleden is, wordt hij door gemeenschap zo'n beetje de hemel in geprezen. Neeltje weet dat ze nu nooit meer over het misbruik kan beginnen.
Het gezin is een besloten gemeenschap en ook de kerkelijke schil daaromheen is dat. Maar ook de inhoud van het geloof speelt mee. De kinderen uit het gezin van Annemieke werden geslagen, soms ook met de Bijbel. En er werd ingespeeld op hun zondigheid, op een mogelijke straf van God.
Jarenlang is, voor zover ik weet, seksueel misbruik geen gespreksonderwerp geweest binnen de reformatorische gemeenschap. Liesbeth Labeur heeft met Een lamp voor mijn voet een forse poging gedaan om de stilte te verbreken, maar het duurde nog best een tijd voordat het gesprek op gang kwam, voordat er artikelen verschenen in het Reformatorisch Dagblad en er een Meldpunt werd opgericht. Goed dat dat gebeurd is.
Met Het waren toch mijn ouders lijkt Annemieke Waaldijk nog veel meer het onderwerp uit de taboesfeer te halen. Daar zal de rechtszaak zeker ook aan meegeholpen hebben. Het zou mooi zijn als er uit zoiets naars en verdrietigs toch nog iets goeds kan voortkomen.
Of het met Annemieke nog goedkomt, weten we niet. Ze heeft al een heel lange weg afgelegd en mogelijk heeft ze nog een lange weg te gaan. Hopelijk helpt het uitbrengen van dit boek haar.
Annemieke Waaldijk en Robert Vinkenborg, Het waren toch mijn ouders. Een jeugd vol misbruik. Uitg. De Kring. 288 blz. € 23,50