Het was altijd een feest als we met onze vader meemochten naar de fruitveiling in Zetten. Het gebouw staat er overigens nog steeds. En mijn broer doet, samen met mijn neef, nog steeds in fruit. In 1926 begon mijn opa met het telen van fruit, dus de fruitteelt zit nu honderd jaar in de familie. Als je wilt zien hoe het er nu aan toe gaat, kijk dan op de website van het huidige bedrijf.
De foto's hieronder heb ik geratst van de facebookpagina van Midden-Betuwe, het filmpje van YouTube.
Een deel van het jaar is het druk met het fruit. Als we heel klein zijn, kunnen we niet zo heel veel doen. Als mijn ouders aan het sorteren zijn, kunnen we wel papier in de kistjes doen. Dat papier is een soort golfkarton, maar dan geen karton. Eerst de rand in de kist doen en dan de bodem. Daarna ziet de kist er heel netjes uit.
Als we ietsje ouder zijn, kunnen we mee appels rapen. Papa plukt en alles wat op de grond ligt, moet in de kist. De rotte appels niet, maar de geblutste wel. Dat is voor ‘val’ niet erg. Die is toch bestemd voor de fabriek. Daar wordt er appelmoes van gemaakt.
Als ik nog iets ouder ben, moet ik ook meehelpen met plukken. De bramen met hun scherpe doorns hoef ik niet te doen en de kruisbessen (knoepers) ook niet. Ook de zwarte bessen doet papa meestal zelf. Maar met de rode bessen help ik wel mee. Ik kan het lang niet zo snel als mijn vader.
Ik zet een veilingkistje op zijn kant en daar ga ik op zitten. Tussen mijn benen zet ik het kistje neer waar de bessen in moeten. Ik moet een bepaald aantal kistjes vol plukken voordat ik met Gerard mag gaan spelen. Als dat te lang duurt, doe ik een beetje aarde onder in de kist. Dan gaat het een stuk sneller. Alle kistjes worden afgewogen op de bascule; er moet altijd genoeg in zitten.
Uiteindelijk komt het natuurlijk uit. Mijn vader krijgt op zijn kop van de keurmeester op de veiling omdat er grond in de kistjes zit. Ik krijg een uitbrander en haal het verder niet meer in mijn hoofd om zoiets te doen.
Als ik nog groter ben, pluk ik ook mee met de pruimen, de appels en de peren. We hebben ladders van verschillende lengte. In het begin is zo’n ladder te zwaar voor mij. Mijn vader zet hem dan voor mij in de boom en ik ga met de hoenderik (voor de pruimen) of de kanis (voor de appels en de peren) de ladder op.
Het lastigst is het als er een tak helemaal naar buiten hangt. Je moet dan een been door de ladder steken. Als je een sport in je knieholte houdt, kun je achteroverleunen en alsnog het fruit plukken. Daar heb ik een hekel aan. Ik ben niet zo’n held in de hoogte.
De langste ladder telt 43 sporten. Die gebruikt mijn vader altijd zelf. Als ik op de middelbare school zit, ben ik een volwaardige plukker en mijn broer helpt dan intussen ook mee. Helemaal aan het eind van het seizoen moeten altijd alleen nog de perenbomen met Zwijndrechtse geplukt worden. Onze ladders (dertig sporten lang) komen lang niet bij de top van deze wel zeer hoge bomen. Ook met die van 43 is het nog lastig.
Aan het eind moet de kop van de boom nog wel geplukt worden. Mijn vader zet de ladder in de boom, kijkt mijn broer aan en zegt: ‘Toe maar, jong!’ Mijn broer antwoordt: ‘Het oude brood moet eerst op.’ En dan gaat pa zelf de ladder op.
De tijd van het fruit is de drukste tijd. Overdag plukt mijn vader, in de avond sorteert hij. Pas als wij wat groter zijn, kunnen wij daarbij ook meehelpen. Er staan een stuk of vier veilingkisten op hun kant. Daarop zijn vier andere veilingkisten gezet. De linker is voor de heel grote appels, daarnaast de kist voor de vrij grote. Daarop ligt ‘de maat’, een plankje met gaten van verschillende grootte. Daarnaast de kist met de appels die gesorteerd moeten worden en helemaal rechts de kist voor de kleintjes. Is er nog een aparte kist voor de ‘kroet’? Dat zijn de appels met een vlekje, door de schurft bijvoorbeeld. Of gaan die appels bij de kleintjes? Ik weet het niet meer. Het zullen wel verschillende kisten zijn.
Ik help mee tot koffietijd en daarna ga ik naar bed. Maar papa werkt door, soms tot een uur of elf. Als er heel veel te sorteren valt, zet hij de wekker op drie uur en gaat hij heel vroeg eruit om verder te gaan. Hij heeft tot half zes of zes uur. Dan moet hij gaan melken.
Bramen en bessen kunnen vaak met het Volkswagenbusje naar de veiling gebracht worden, pruimen soms ook. Maar soms, als het veel is, gaat papa met de trekker en de platte wagen. Bij de appels en de peren altijd.
Wij mogen vaak mee en dat is een feest. Als pa met de auto is, rijdt hij de veiling in, waar allerlei mannen met steekwagentjes rondrijden. Velen ervan ken ik bij naam. Als pa met de trekker is, rijdt hij buitenom. Hij rijdt de trekker met de wagen dicht langs het laadplatform. De mannen met de steekwagentjes kunnen dan zo de wagen op rijden.
De kisten worden in rijtjes gezet. Bij de laatste stapel wordt de veilingbrief tussen twee kistjes geklemd. Die veilingbrief heeft mijn vader thuis al geschreven. Zijn naam staat erop en er staat vermeld hoeveel kisten hij met welk fruit geleverd heeft. En het veilingnummer. Mijn vader heeft 551.
Bij het schrijven heeft mijn vader hard op de pen gedrukt. Dat doet hij eigenlijk altijd, maar hier is het ook nodig: het zijn twee velletjes op elkaar. Door het carbonblaadje ertussen kun je op het onderste vel zien wat er op het bovenste geschreven is. Het onderste krijgen we later terug. Daar staat de prijs op die het fruit heeft opgebracht.
Als we het fruit afgeleverd hebben, wordt het gekeurd. De keurmeester, Oostering, loopt rond in een beige stofjas. Hij heeft grijs haar dat in golfjes naar achteren is gekamd. Hij bepaalt tot welke klasse het fruit gerekend wordt.
Vanaf de hal waar het fruit staat, kun je binnendoor, door een gang naar ‘het kantoor’. Dan zie je links de kantine en rechts de ruimte waar de grote klok hangt. Er staan bankjes in waar de handelaars in plaatsnemen. Het loopt daar steil op, als in een collegezaal.
In het kantoor is er eerst een ruimte met een rij bakken waarin de veilingbrieven liggen, gerangschikt naar plaatsnaam. Herveld is het tweede bakje. Mijn vader zoekt zijn veilingbrief eruit. Soms kijkt hij op de andere brieven om te zien wat het fruit bij de anderen heeft opgebracht. Dat kun je ook zien op de lijst, die hangt voor het raam van het kantoortje van de keurmeester, dat grenst aan de hal waar we het fruit hebben neergezet.
Soms moet mijn vader iets op het kantoor. Moet hij het daar opgeven als hij nieuwe kisten wil hebben? Door het raam zie je de mensen die achter bureaus zitten te werken. Daar mogen de fruittelers niet komen. Mijn vader gaat voor het loket staan en wacht tot er iemand opstaat, naar de glazen wand loopt en het loket omhoog schuift.
We rijden naar de kistenloods. Daar werken twee mannen, met een grijze kiel aan, Bart en Arie. Bart is kort en dik en vrij vrolijk, Arie is lang en dunner. Het zijn aardig mensen. Als we het vragen, mogen we naar hun piepkleine kantoortje, waarin eigenlijk alleen maar ruimte is voor een bureau en twee stoelen. Daar zit bijna nooit iemand.
Onder het bureau staat een kist waarin Bart en Arie het carbonpapier hebben weggegooid. Soms is dat erg gekreukt, maar soms ziet het er heel mooi uit. We mogen velletjes carbonpapier mee naar huis nemen. Thuis leggen we zo’n velletje in bijvoorbeeld de Donald Duck, met een wit velletje papier eronder. Dan kun je Donald, Katrien of Hiawatha zo overtrekken.
De foto's hieronder heb ik geratst van de facebookpagina van Midden-Betuwe, het filmpje van YouTube.
![]() |
| 1965. Links de veiling, rechts station Zetten-Andelst |
Een deel van het jaar is het druk met het fruit. Als we heel klein zijn, kunnen we niet zo heel veel doen. Als mijn ouders aan het sorteren zijn, kunnen we wel papier in de kistjes doen. Dat papier is een soort golfkarton, maar dan geen karton. Eerst de rand in de kist doen en dan de bodem. Daarna ziet de kist er heel netjes uit.
Als we ietsje ouder zijn, kunnen we mee appels rapen. Papa plukt en alles wat op de grond ligt, moet in de kist. De rotte appels niet, maar de geblutste wel. Dat is voor ‘val’ niet erg. Die is toch bestemd voor de fabriek. Daar wordt er appelmoes van gemaakt.
Als ik nog iets ouder ben, moet ik ook meehelpen met plukken. De bramen met hun scherpe doorns hoef ik niet te doen en de kruisbessen (knoepers) ook niet. Ook de zwarte bessen doet papa meestal zelf. Maar met de rode bessen help ik wel mee. Ik kan het lang niet zo snel als mijn vader.
Ik zet een veilingkistje op zijn kant en daar ga ik op zitten. Tussen mijn benen zet ik het kistje neer waar de bessen in moeten. Ik moet een bepaald aantal kistjes vol plukken voordat ik met Gerard mag gaan spelen. Als dat te lang duurt, doe ik een beetje aarde onder in de kist. Dan gaat het een stuk sneller. Alle kistjes worden afgewogen op de bascule; er moet altijd genoeg in zitten.
Uiteindelijk komt het natuurlijk uit. Mijn vader krijgt op zijn kop van de keurmeester op de veiling omdat er grond in de kistjes zit. Ik krijg een uitbrander en haal het verder niet meer in mijn hoofd om zoiets te doen.
Als ik nog groter ben, pluk ik ook mee met de pruimen, de appels en de peren. We hebben ladders van verschillende lengte. In het begin is zo’n ladder te zwaar voor mij. Mijn vader zet hem dan voor mij in de boom en ik ga met de hoenderik (voor de pruimen) of de kanis (voor de appels en de peren) de ladder op.
Het lastigst is het als er een tak helemaal naar buiten hangt. Je moet dan een been door de ladder steken. Als je een sport in je knieholte houdt, kun je achteroverleunen en alsnog het fruit plukken. Daar heb ik een hekel aan. Ik ben niet zo’n held in de hoogte.
De langste ladder telt 43 sporten. Die gebruikt mijn vader altijd zelf. Als ik op de middelbare school zit, ben ik een volwaardige plukker en mijn broer helpt dan intussen ook mee. Helemaal aan het eind van het seizoen moeten altijd alleen nog de perenbomen met Zwijndrechtse geplukt worden. Onze ladders (dertig sporten lang) komen lang niet bij de top van deze wel zeer hoge bomen. Ook met die van 43 is het nog lastig.
Aan het eind moet de kop van de boom nog wel geplukt worden. Mijn vader zet de ladder in de boom, kijkt mijn broer aan en zegt: ‘Toe maar, jong!’ Mijn broer antwoordt: ‘Het oude brood moet eerst op.’ En dan gaat pa zelf de ladder op.
De tijd van het fruit is de drukste tijd. Overdag plukt mijn vader, in de avond sorteert hij. Pas als wij wat groter zijn, kunnen wij daarbij ook meehelpen. Er staan een stuk of vier veilingkisten op hun kant. Daarop zijn vier andere veilingkisten gezet. De linker is voor de heel grote appels, daarnaast de kist voor de vrij grote. Daarop ligt ‘de maat’, een plankje met gaten van verschillende grootte. Daarnaast de kist met de appels die gesorteerd moeten worden en helemaal rechts de kist voor de kleintjes. Is er nog een aparte kist voor de ‘kroet’? Dat zijn de appels met een vlekje, door de schurft bijvoorbeeld. Of gaan die appels bij de kleintjes? Ik weet het niet meer. Het zullen wel verschillende kisten zijn.
Ik help mee tot koffietijd en daarna ga ik naar bed. Maar papa werkt door, soms tot een uur of elf. Als er heel veel te sorteren valt, zet hij de wekker op drie uur en gaat hij heel vroeg eruit om verder te gaan. Hij heeft tot half zes of zes uur. Dan moet hij gaan melken.
Bramen en bessen kunnen vaak met het Volkswagenbusje naar de veiling gebracht worden, pruimen soms ook. Maar soms, als het veel is, gaat papa met de trekker en de platte wagen. Bij de appels en de peren altijd.
Wij mogen vaak mee en dat is een feest. Als pa met de auto is, rijdt hij de veiling in, waar allerlei mannen met steekwagentjes rondrijden. Velen ervan ken ik bij naam. Als pa met de trekker is, rijdt hij buitenom. Hij rijdt de trekker met de wagen dicht langs het laadplatform. De mannen met de steekwagentjes kunnen dan zo de wagen op rijden.
De kisten worden in rijtjes gezet. Bij de laatste stapel wordt de veilingbrief tussen twee kistjes geklemd. Die veilingbrief heeft mijn vader thuis al geschreven. Zijn naam staat erop en er staat vermeld hoeveel kisten hij met welk fruit geleverd heeft. En het veilingnummer. Mijn vader heeft 551.
Bij het schrijven heeft mijn vader hard op de pen gedrukt. Dat doet hij eigenlijk altijd, maar hier is het ook nodig: het zijn twee velletjes op elkaar. Door het carbonblaadje ertussen kun je op het onderste vel zien wat er op het bovenste geschreven is. Het onderste krijgen we later terug. Daar staat de prijs op die het fruit heeft opgebracht.
Als we het fruit afgeleverd hebben, wordt het gekeurd. De keurmeester, Oostering, loopt rond in een beige stofjas. Hij heeft grijs haar dat in golfjes naar achteren is gekamd. Hij bepaalt tot welke klasse het fruit gerekend wordt.
Vanaf de hal waar het fruit staat, kun je binnendoor, door een gang naar ‘het kantoor’. Dan zie je links de kantine en rechts de ruimte waar de grote klok hangt. Er staan bankjes in waar de handelaars in plaatsnemen. Het loopt daar steil op, als in een collegezaal.
In het kantoor is er eerst een ruimte met een rij bakken waarin de veilingbrieven liggen, gerangschikt naar plaatsnaam. Herveld is het tweede bakje. Mijn vader zoekt zijn veilingbrief eruit. Soms kijkt hij op de andere brieven om te zien wat het fruit bij de anderen heeft opgebracht. Dat kun je ook zien op de lijst, die hangt voor het raam van het kantoortje van de keurmeester, dat grenst aan de hal waar we het fruit hebben neergezet.
Soms moet mijn vader iets op het kantoor. Moet hij het daar opgeven als hij nieuwe kisten wil hebben? Door het raam zie je de mensen die achter bureaus zitten te werken. Daar mogen de fruittelers niet komen. Mijn vader gaat voor het loket staan en wacht tot er iemand opstaat, naar de glazen wand loopt en het loket omhoog schuift.
We rijden naar de kistenloods. Daar werken twee mannen, met een grijze kiel aan, Bart en Arie. Bart is kort en dik en vrij vrolijk, Arie is lang en dunner. Het zijn aardig mensen. Als we het vragen, mogen we naar hun piepkleine kantoortje, waarin eigenlijk alleen maar ruimte is voor een bureau en twee stoelen. Daar zit bijna nooit iemand.
Onder het bureau staat een kist waarin Bart en Arie het carbonpapier hebben weggegooid. Soms is dat erg gekreukt, maar soms ziet het er heel mooi uit. We mogen velletjes carbonpapier mee naar huis nemen. Thuis leggen we zo’n velletje in bijvoorbeeld de Donald Duck, met een wit velletje papier eronder. Dan kun je Donald, Katrien of Hiawatha zo overtrekken.
1942
![]() |
| Achterzijde van de veiling |


Geen opmerkingen:
Een reactie posten