vrijdag 16 april 2021

Ik ga leven (Lale Gül)



De debuutroman van Lale Gül, Ik ga leven, krijgt veel publiciteit en dat kan ik me voorstellen; het is een belangrijke roman. De schrijfster groeide op in een gezin met een migratieachtergrond, waarin godsdienst een belangrijke rol speelde (en speelt). In de roman verkeert de hoofdpersoon, Büsra, in een soortgelijke positie. Ze zet zich af tegen haar ouders, vooral haar moeder, tegen de regels, maar ook tegen het geloof. 

Dat er zo'n roman verschijnt, is niet zo verwonderlijk. Het lijkt me een teken van emancipatie als bij een groep de kritiek vanbinnenuit komt. Een zwakke groep sluit de gelederen om zich af te schermen tegen de buitenwereld. Als er interne kritiek mogelijk is, is zo'n groep een fase verder. 

Reacties

Die kritiek is Gül overigens niet in dank afgenomen en omgaan met die kritiek is blijkbaar nog erg lastig.  Wel is duidelijk dat ze iets heeft geraakt. De reacties waren heftig: de schrijfster werd zelfs bedreigd met de dood. Daarop heeft ze verklaard dat ze niet meer over de islam zal schrijven. Ik kan mij voorstellen dat ze zich daartoe gedwongen voelde. Hopelijk komt ze daar later op terug. 

Eerlijk gezegd heb ik niet heel veel van de publiciteit meegekregen, dus mogelijk beweer ik iets wat door de schrijfster in interviews als gezegd of ontkend is. Dat moet dan maar. 

Veel fouten

Zoals gezegd, Ik ga leven lijkt me een belangrijk boek. Wat niet wil zeggen dat het ook een goed boek is. Onder dankzegging noemt Gül aan het slot van het boek haar redactrice, maar in mijn ogen heeft die belabberd werk afgeleverd. De roman wemelt van de fouten: bij verwijzingen, in het gebruik van voorzetsels, in de keuze van woorden. Ook op de compositie is wel wat aan te merken. Verderop in deze bijdrage zal ik mijn oordeel onderbouwen, maar ik wil het eerst over de inhoudelijke kant hebben. 

Büsra woont bij haar grootmoeder, voor wie ze veel sympathie heeft, dicht bij het huis waarin haar ouders wonen, samen met Büsra's broer Halil en haar zusje Defne. Ook voor haar heeft ze veel sympathie. Haar moeder is degene die het meest strikt is in de islam en in de regels die daaruit voortvloeien. Büsra, die de verteller is, zet zich tegen haar af. Ze noemt haar bijvoorbeeld Karbonkel, maar ook 'mijn tirannieke moeder, dat door en door giftige takkewijf, die ongekend zure zeverzak.' Slechts een enkele keer kan ze haar moeder met sympathie bezien: als die haar best doet haar dochter voor te lezen. 

Relatie

Het is de bedoeling dat Büsra ooit een huwelijk zal sluiten met een gelovige jongen, maar zij heeft 'al jaren' een relatie met Freek, een Nederlandse jongen. Hoe ze aan die jongen gekomen is, hoe die relatie begonnen is - dat komen we niet te weten. In het begin van het boek wordt veel aandacht besteed aan hoe de twee met elkaar omgaan. Daarna lees je er in de roman heel lang niets meer over. Pas aan het eind, als Büsra een beslissing moet nemen over wat ze uiteindelijk wil, komt Freek weer in het boek. 

Büsra heeft stevige meningen over Turken en andere moslims in Nederland. Gül heeft geprobeerd dat op te nemen in het verhaal, maar dat is niet zo goed gelukt. Bij een gesprek tussen klasgenoten op de middelbare school krijgen we een lange monoloog te lezen, die meer in schrijftaal dan in spreektaal is gesteld. Dat gebeurt vaker. 

Niet geloofwaardig

Ook vader steekt een lang verhaal af en zelfs Freek neemt een soort preek voor zijn rekening. Heel geloofwaardig zijn die passages niet. Niet vanwege de inhoud, maar omdat ik als lezer niet geloof dat iemand in een gesprek op die manier het woord voert. Misschien onderschat ik de gemiddelde vwo-leerling, maar de leerlingen die onder mijn gehoor zitten, zullen in een gemiddeld gesprek de volgende uitspraken niet doen:

Het is toch echt de ideologie die een corrumperend en stagnerend effect heeft op het redeneervermogen van populaties en hun wil om ideologische problematiek te transcenderen middels de rede. 

Of: 

Toen Noord-Europa jullie als skilloos volk reeds in vrachtladingen onthaald had in de paternalistische roes van de naoorlogse, getraumatiseerde, antipatriottische Germaanse zelfoverschattingssentimenten, vroegen ze zich decennia later af wat ze eigenlijk aan hun fiets hadden hangen. 

Het lukt Gül niet zo goed om de personages een eigen stem te geven. Verschillende van hen praten zoals Büsra. Dat blijkt ook al uit de woordkeus. Büsra duidt haar ouders steevast aan als haar 'verwekkers'. Haar grootouders worden dan 'voorverwekkers' of 'grootverwekkers'. Het is een taaleigenaardigheid die waarschijnlijk bij Büsra past: ze heeft wel vaker een woordkeuze die wat aanstellerig overkomt. Maar ook moeder en ook de juf gebruiken het woord 'verwekkers' en klasgenoot Quins gebruikt het woord 'voorverwekkers'.

Archaïsch

Soms gebruikt Büsra archaïsche woorden: 'gelijk' (voor 'als'), 'gelaat', 'wenen'. Ook daarin staat ze niet alleen. Haar klasgenoot Mo zegt:

Denk je dat iedereen een bonobo is gelijk jullie volk?

Dat een volk vergeleken wordt met een enkele bonobo is een ander punt, maar dat laat ik even zitten.  

Dat Büsra haar relatie geheim moet houden voor haar ouders is lastig voor haar. Mede daardoor zet ze zich af tegen de regels die haar worden opgelegd en tegen het feit dat ze zo in de gaten gehouden wordt. Op een gegeven moment verzet ze zich bijvoorbeeld tegen het dragen van een hoofddoek. 

De regels voor mannen zijn anders dan die voor vrouwen en ook daarop uit ze kritiek. Dat wordt al duidelijk in de motto's die ze gekozen heeft, waarvan er verschillende van Multatulli zijn. Multatulli komt ook in de roman terug, als ze bijvoorbeeld iemand Wawelaar noemt. Er zijn meer verwijzingen naar literatuur, bijvoorbeeld naar Een ontgoocheling van Elsschot ('Een grote lantaarn, een klein licht.'). Ook wordt er hier en daar verwezen naar Nietzsche. 

Kritiek op geloof

Niet alleen op de regels, ook op het geloof zelf heeft ze kritiek. 

Het oordeel dat God velt over homoseksualiteit was de eerste kras, nee deuk, in mijn rotsvaste overtuiging van de Absolute Waarheid. 

Dat God de wereld heeft geschapen, betwijfelt ze ook. Zeker als ze bedenkt dat er zoveel mensen naar de hel gaan. Als een docent op school vertelt dat God niet bestaat, vindt ze dat stiekem fijn. Aan het eind van het boek heeft ze, in een droom, een dialoog met God. 

Büsra zet zich vooral ook af tegen gelovigen. Ze heeft stevige kritiek. 'Gelovige mensen zijn gewoon laffe mensen', schrijft ze. Dat ze daarmee mensen tegen de schenen schopt, is duidelijk, maar dat is ook de bedoeling. In het begin van het boek spreekt ze de lezer aan: 'Ik neem u mee in mijn relaas'. Meteen voegt ze eraan toe: 'Laten we hopen dat ik hiermee een steen in de vijver gooi.' Ze maakt daarmee duidelijk dat Ik ga leven een provocerend boek is. 

Ook neemt Büsra in wat ze schrijft bewust afstand van haar ouders: 'Vandaar dat ik heb besloten mijn familie af te branden in dit werk.' 

Vijanden

Dat dat gesputter op zou leveren, had ze ingecalculeerd: 'Als ik erin slaag vijanden te maken, getuigt dat van talent.' Of alleen de talentvollen vijanden maken, is de vraag, maar Büsra kan in ieder geval tevreden zijn. 

Hoe ze geoordeeld zou hebben over het succes van Ik ga leven is de vraag. 'Dat is vaak een feilloos kompas, omdat alles wat gretig aftrek vindt, van inferieure kwaliteit is', schrijft ze. 

Over die kwaliteit moeten we het toch nog even hebben. Tijdens het lezen stuitte ik op allerlei zinnen en woorden die ik als fout ervaar. Elke schrijver maakt fouten, maar in dit boek staan er wel heel veel. Een alerte redacteur had hier in moeten grijpen, lijkt me. 

Er zijn tientallen voorbeelden te geven. Ik licht er enkele uit. 

Voorzetsels

Bij het gebruik van voorzetsels gaat Gül verschillende keren in de fout: de draak steken over, aan overpeinzingen verzonken, aangerekend worden voor, geen zicht hebben over, behoeden van, participeren aan, begeren naar, prefereren over. Ook staat er enkele keren 'niet in het minst', waar duidelijk 'niet het minst' bedoeld is. 

Verschillende keren heb ik gefronst bij de woordkeuze. Enkele voorbeelden: 'mantelverzorgster'; een te snelle celverdeling'; 'een welgevallige vrouw' (een bevallige vrouw of een vrouw die je met welgevallen beziet), 'het krijt ruimen' (het veld ruimen, in het krijt treden); 'wat zal dan mijn weerklank zijn?' (weerwoord); 'iets wat ik lastig kon omvatten' (bevatten); 'Ik verloochende haar gevolgtrekkingen.' (Ik ontkende haar conclusies, of Ik was het niet met haar conclusies eens); 'dan moest je in de lengte staan'; 'moet eerst de gapende kloof geslecht worden' (gedicht); 'meer gepaste dingen te bezigen' (met meer gepaste dingen bezig te zijn); 'ik spande mijn oren' (spitste); 'Hij ging er vluchtig vandoor' (vlug); 'om zijn emoties en open wonden te temperen'; 'de meeste problematiek'; 'haar boek met daden is voorgoed afgesloten' (gesloten); 'Terwijl ik / alles wat niet mogelijk is in de liefde / de rug omdraai' (de rug toekeer, de nek omdraai). 

Grappig

Door de fouten worden sommige zinnen ineens grappig: 'de traptreden in dit dorp hebben geen leuning en worden niet omringd door een muur'; 'dat de afgrijselijke stank mijn neus nog langer zou perforeren'; 'Ik zong haar slaapliedjes in de wieg'. Ook had ik mijn vragen bij: 'ze zou niet 's nachts van het balkon (op de begane grond) naar buiten hoeven springen'. Gaat het hier om een balkon op de begane grond? Is dat niet gewoon een terras? 

Nog een paar en dan hou ik hierover op. 'Ik hinkte op twee benen.' Of deze: 'als je een godzalige Turk en een Palestijn in een kamer stopt en ze laat converseren over de grondslagen van de leer, zou er geheid onenigheid komen, een Turk en een Turk evenmin.' En niet alleen mensen vergissen zich: 'Men moet immers nooit zijn zekerheden het recht ontnemen zich te vergissen.'

Bij het volgende voorbeeld wreekt zich wellicht mijn gebrek aan kennis van tv-programma's: 'Het is zo iemand met wie je vast wilt zitten bij Expeditie Robinson, samen zoekend naar scholfilet.' Het lijkt me wel romantisch: zoeken naar scholfilet en dan vissticks vinden. 

Verwijzingen

Verder gaat het bij verwijzingen vaak fout: dan wordt er bijvoorbeeld met 'het' verwezen naar iets wat niet onzijdig is of iets enkelvoudigs wordt in de verwijzing ineens meervoudig. Ik kan hier tientallen voorbeelden van geven. Een paar handen vol: 
-'Het is een foltering om een kind te belasten met geheimen, zij zijn nou eenmaal ongekunsteld'; 
-'dat natuurrampen een sanctie van Allah zijn voor de mensheid, omdat die geheel genomen, volharden in het zondigen'; 
-'Soms spoot hij ook slagroom in mijn kut om het daarna gulzig op te likken'; 
-'Ik bofte inderdaad met mijn verhoudingen. Ik had het geërfd van Moeder'; 
-'De onuitstaanbare angst van het meisje na zo'n scandaleuze daad komt daarom vooral voort uit de onzekerheid voor de ontwikkeling van de relatie en het risico dat het flopt en ze niet met elkaar trouwen.' (twee verwijsfouten, 'het' en 'ze', 'onuitstaanbare' klopt niet en het voorzetsel 'voor' evenmin); 
-'Niemand ervaart mijn problemen, lijkt het wel, zij leggen zich neer bij de regels'; 
-'maar Ali met de pet in Nederland heeft geen benul van deze geschillen, die volgen veelal een feelgood-islam'; 
-'het Midden-Oosten en diens mensen'; 
-'maar haat en liefde staan dicht bij elkaar. En voor beide geldt dat je het alleen opbrengt voor hetgeen je hoogschat of als gelijke ziet'; 
-'een substantiële gemeenschap, en die bestonden altijd bij de gratie van een gevoel van saamhorigheid'.

Soms valt er stilistisch best wat te genieten. Als Oma iets niet snapt, schrijft Gül: 'na de uiteenzetting kon ze er nog steeds geen baklava van maken.' En als Büsra een keuze moet maken: Ik moest kiezen tussen twee vuren, ik kon niet met twee voeten in één sok.' Maar dat soort zinnetjes, die het verhaal laten oplichten, komen toch maar weinig voor. 

Expliciet

Gül heeft de keuze gemaakt om niet alleen een Turks gezin te schetsen, maar om alle kritiek expliciet te maken. Ik denk  dat de roman daar zwakker van geworden is, vooral ook omdat die kritiek zo zwaar aangezet wordt. Ze had kunnen laten zien hoe Moeder reageerde en dan was het oordeel over haar wel duidelijk geweest. Dat moeder een 'gek' genoemd wordt, werkt volgens mij minder goed en helemaal als ze ook nog betiteld wordt als 'een getikte achterlijke gek'. Over dat soort dingen hadden redacteur en schrijfster wel een gesprek mogen hebben. 

Het expliciete, het prekerige, maken Ik ga leven tot een niet zo sterke roman. Misschien wilde Gül het juist wel zo stevig formuleren omdat ze zich duidelijk wilde afzetten. Dit lijkt me een roman die er nu eenmaal uit moest. Hopelijk is er daarna ruimte voor andere romans. We zullen zien wat er nog van haar hand zal verschijnen. 

maandag 12 april 2021

Al het blauw (Peter Terrin)


In een vorige bijdrage, over Huis aan de Handelskade van Ria Borkent, kwam ik tot de conclusie dat het niet zo'n goed boek was. Ik dacht toen dat dat ook kwam doordat er zo weinig gebeurde. Daar moest ik aan terugdenken bij het lezen van Al het blauw van Peter Terrin. Daarin gebeurt eigenlijk ook niet zo heel veel en toch heb ik dat boek met heel veel plezier gelezen. 

Simon, de hoofdpersoon, ziet tijdens een college ineens niet meer waarom hij verder zou moeten studeren. Hij loopt de collegezaal uit en is daarmee gestopt met zijn studie. Hij is negentien jaar, het leven ligt nog voor hem. Maar voorlopig houdt hij zich alleen bezig met het schilderen van de kamer in het huis van zijn ouders, bij wie hij nog steeds woont. 

Vaak bezoekt hij met zijn vriend Marc het café Azurra, waar Carla achter de bar staat. Carla is een Italiaanse. Haar vader zou zijn vermoord en ze is getrouwd met een vrachtwagenchauffeur, John, die haar slaat. Het café geeft door een glazen wand uitzicht op het zwembad, waar de titel naar verwijst. 

Lijmen

Intussen gaat Simon in zee met een oud-klasgenoot, die voor een Duits bedrijf financiële producten verkoopt. Mensen moeten maandelijks een bedrag inleggen en dan wordt hun uiteindelijk een bedrag beloofd dat te mooi is om waar te zijn. Dat doet denken aan 'lijmen' in de gelijknamige roman van Willem Elsschot. Je voelt aan dat er iets niet deugt. 

De verhouding van Simon en Carla blijft geheim: zelfs Marc weet er niet van. Maar de ontdekking ervan, bijvoorbeeld door John, ligt wel steeds op de loer. Zo'n avontuur is voor de twee gelieven natuurlijk spannend, maar belooft het meer dan een avontuur? Hebben ze echt samen een toekomst? En willen ze dat eigenlijk wel?

Onlangs werd het duo Yentl en De Boer bekroond met Annie M.G. Schmidtprijs voor het lied 'Het is begonnen', dat nu juist dat thema heeft: de spanning die verdwijnt zodra de relatie legaal wordt. 

Spanning

Ondanks dat er niet zoveel gebeurt, is er wel veel spanning en dat is het verschil met Huis aan de handelskade, waar die spanning zo ongeveer ontbrak. De spanning zit in de mogelijkheid dat de relatie openbaar wordt, maar ook in de onzekere toekomst voor Simon en Carla, zowel individueel als samen. 

Aan het begin van het boek is er meteen een raadsel voor lezer: op een parkeerterrein ligt een lichaam. Of de persoon nog leeft wordt niet duidelijk en ook niet wie het is. Elk van de vijf delen van Al het blauw begint op deze lokatie en aan het eind van de roman weten we wiens of wier lichaam het is en hoe het daarmee is. 

De lezer heeft dus meteen een vraag, maar eigenlijk is het niet de beantwoording van die vraag die het verhaal gaande houdt. Belangrijker is de relatie van twee mensen die naar elkaar toe gedreven zijn door de omstandigheden. Je vraagt je af of ze wel weten wat ze willen. 

Vastgelegd

Het benauwt Simon als zijn leven vastgelegd dreigt te worden. Door bijvoorbeeld een studie of doordat zijn ouders willen dat hij een huis laat bouwen op een perceel in de buurt van hun huis. Maar kun je wel ontkomen aan zo'n vastgelegd leven? 

Carla zit vast aan John, ze maakt het beste van haar baan en laat af en toe muziek klinken uit de jukebox. Die muziek is zowel iets vertrouwds als een kier naar een ander leven. 

We schrijven 1988. Hier en daar dringt de actualiteit door in de roman. In 1987 kapseisde The Herald of Free Enterprise en een jaar later kwam het Belgische voetbalteam niet tot de finale van het WK. In 1988 won Nederland het EK, maar Terrin heeft in zijn roman dat team vervangen door het Belgische. Hij zal breed gegrijnsd hebben bij het schrijven daarover. 

Observaties

Terrin heeft een fijne stijl van schrijven. De kwaliteit ervan zit, voor mij, vooral in de observaties. Hij licht enkele details uit de omgeving en je snapt de hele sfeer. Er hoeft niets meer uitgelegd te worden. Een voorbeeld, over Simon en Carla:

Als ze afscheid nemen vinden ze geen woorden meer. Schutterig staan ze bij de deur, een man en een vrouw, door de liefde uitgeput. Tot morgen? Carla probeert een glimlach. Tot morgen, zegt Simon, en hun handen laten los. 

Terrin gebruikt het hele boek door de tegenwoordige tijd, ook bij scènes die in het verleden spelen. Dat is eventjes wennen, maar al gauw blijkt het uitstekend te werken. Je hebt als lezer steeds het idee dat alles gebeurt op het moment dat jij aan het lezen bent. Je krijgt dan passages als deze:

Een jaar geleden, na maanden van staking en een gewelddadige confrontatie met de rijkswacht, gaat de fabriek dicht, een van de vele. In het televisiejournaal elke avond dezelfde grauwe beelden van stugge arbeiders aan een stakingspost, van betogingen in de hoofdstad waarbij men alles aan diggelen slaat. 

Wisselend perspectief

Het perspectief wisselt, soms ook binnen een hoofdstuk. Dat werkt goed. Je weet daardoor als lezer meer dan de personages. Bijvoorbeeld welke verwachtingen iemand heeft, terwijl anderen dat nog niet weten. Ook hierin weet Terrin goed te doseren: de informatie die je krijgt, roept weer nieuwe spanning op, omdat je je gaat afvragen hoe de betreffende persoon nu verder zal gaan handelen. 

De relatie tussen John en Carla is gecompliceerd. John slaat Carla soms, maar hij beleeft het alsof zij hem daartoe dwingt, waardoor hij zichzelf eigenlijk niet als dader ziet. Dat deed me denken aan Van dode mannen win je niet van Walter van den Berg. Het is wel kenmerkend voor de nuances die Terrin aanbrengt. Nooit is iets eenvoudig of eenduidig. Je hebt altijd het idee dat het hele leven meeresoneert in de romans van Terrin. 

Post Mortem (2012) was het boek waarmee Terrin doorbrak en een wat groter publiek veroverde. Ik schreef ook nog over de novelle Monte Carlo (2014), die ik pas in 2018 las. Toen was intussen ook Yucca (2016) verschenen. Blijkbaar heb ik dat boek overgeslagen, net als Patricia (2018). Maar dat heb ik onlangs aangeschaft. Binnenkort meer daarover. 

donderdag 8 april 2021

Podcast: De Deventer Mediazaak, Eik & ik



De Deventer mediazaak

True crime! De podcasts die daarover gaan zijn nauwelijks meer te tellen. In het verleden heb ik aan verschillende ervan aandacht besteed. Ik vroeg me af of ik ook geschreven heb over De Deventer Moordzaak, maar ik kan de bijdrage niet vinden, dus misschien heb ik die voorbij laten gaan. Ik heb hem wel grotendeels beluisterd. Het is een reconstructie van de beruchte moord. Een beetje droog, volgens mij - die reconstructie, bedoel ik. 

De Deventer Moordzaak betreft de moord op de weduwe Wittenberg, waarvoor de boekhouder, Ernst Louwes veroordeeld is. Hij reageerde heftig op zijn veroordeling. Dat zal mede de oorzaak zijn geweest dat verschillende mensen geloofden dat hij onschuldig was. Een van de mensen die zich met deze zaak bezighielden is Maurice de Hond. 

Klusjesman

Niet alleen was De Hond ervan overtuigd dat Louwes onschuldig was, maar hij meende ook te weten wie wel de dader was: de klusjesman Michaël de Jong. Daar waren geen bewijzen voor. De Hond voerde een mediacampagne en spande verschillende rechtszaken aan, die hij alle verloor. 

Nu is er een podcast, De Deventer Mediazaak, waarin de moordzaak gereconstrueerd wordt, met vooral aandacht voor de rol van de media. Voor het eerst komt bijvoorbeeld Michaël de Jong aan het woord, evenals zijn toenmalige vriendin. 

Annegriet Wietsma presenteert de podcast, die uit zes afleveringen bestaat. Je vindt ze hier. Hoe verder je komt in de podcast, hoe boeiender het wordt. Steeds duidelijk wordt de rol van De Hond en zijn geldschieter Jan de Lange. Journalist Bas de Haan is duidelijk in zijn oordeel. Hij heeft het over 'de meest grote, gore onzin' die door De Hond werd verspreid en over het gebrek aan integriteit. 

Het kwalijke is vooral hoe de media die we als betrouwbaar zien bespeeld zijn. Een presentator van 1Vandaag brengt het item, omdat De Hond -buurman van presentators moeder- op hem inpraatte. Sommigen mensen uit de media, onder wie Claudia de Breij, betuigen spijt over hoe ze meegewerkt hebben aan de publiciteit. 

Schuldig

Ernst Louwes publiceerde toen hij vrijkwam Schuldig, een boek over zijn kant van het verhaal, maar nu blijkt dat hij daar zelf weinig mee te maken had en dat hij zelfs niet achter alles staat wat in het boek opgenomen is. Ook hierbij speelden De Hond en De Lange een belangrijke rol. 

Het stond De Hond natuurlijk vrij om in de onschuld van iemand te geloven. Het is immers vaker voorgekomen dat iemand onterecht veroordeeld werd. Dat hij daarbij een ander als dader aanwees, op zeer dubieuze gronden, gaat wel heel ver. Uit de podcast blijkt hoe erg de gevolgen zijn van de acties van De Hond. 

De Deventer Mediazaak heeft me van begin tot eind geboeid. In de eerste aflevering lijkt de podcast nog heel erg op andere podcasts die een misdaad reconstrueren, maar verderop blijkt de waarde van de insteek van deze podcast. Annegriet Wietsma heeft toegang gekregen tot mensen van beide kampen. Ze sprak zowel met De Hond en Louwes als met De Jong, maar ook met iemand van de uitgeverij die Louwes' boek publiceerde en met Bas Haan, die ook een boek over deze zaak schreef. 

Voor wie meer wil weten: de Wikipediapagina over deze zaak en de site van de podcast. 



Eik & ik

Wim Eikelboom maakte een tijdje terug een podcast over deIJssel: Rivierverhalen. Nu heeft hij een soortgelijke podcast: Eik en ik, over eiken. Bij beide is het persoonlijke het begin. In de eerste de bekendheid van Eikelboom met de IJssel, in de tweede zijn naam, die naar de eik verwijst. 

Verder herkennen we de reportageachtige manier van het verkennen van het onderwerp: steeds de aandacht vestigen op een facet, bezoek ter plaatse, interview. Net als de vorige podcast heeft Eik en ik een eigen herkenningslied. 

Eikelboom bezoekt de oudste eik van Nederland, hij praat met een chronodendroloog over de leeftijd van eiken. We worden meegenomen in iemands belangstelling voor oude dakgebinten van kerkjes in het noorden des lands en we vernemen hoe de leeftijd getraceerd wordt van schilderijen op paneel. Ik moest hierbij ook meteen denken aan de dichteres Esther Jansma. Ik zou haar gedicht 'Duizend' nog eens op moeten zoeken. Daar is een aparte uitgave van met boomringen op de voorkant. Of het hier een eik betreft, weet ik overigens niet. 

Bonifatius

Ook komt in een van de afleveringen het verhaal van Bonifatius terug, waarin verteld wordt over de religieuze betekenis die er aan eiken is toegekend. Veel eiken waren aan Donar, de god van de donder gewijd. Het is daarom opvallend dat er, vlak bij de plek waar ik een aantal jaren gewoond heb, juist Wodanseiken staan. Ze zijn in de negentiende eeuw veelvuldig door schilders geportretteerd en ze zijn er nog. Mogelijk komen die in een volgende aflevering nog aan de orde.

Soms wordt het me iets te zweverig, als een eik eerbiedig aangeraakt moet worden, maar gelukkig heeft Eikelboom ook nuchtere gesprekspartners, waarvan er een zegt dat ze geen bomenknuffelaar is; de bomen behoren tot haar werk. 

Nederland kent nog heel wat monumentale bomen. Maar in het kader van deze podcast komen natuurlijk alleen de eiken ter sprake. Hoeveel afleveringen er zullen verschijnen, is mij nog niet bekend. Tot nu toe beluisterde ik er vijf. Je vindt ze in podcastapp of op de bekende platforms. Er is ook een site, waarop de meest recente aflevering iets later verschijnt dan op bijvoorbeeld iTunes. 

Helder

Eigenlijk heb ik geen bijzondere belangstelling voor eiken, maar toch heb ik de afleveringen met plezier beluisterd. Het verhaal dat verteld wordt is altijd helder en je kunt het gemakkelijk volgen terwijl je het bed opmaakt of de afwasmachine uitpakt. 

Bovendien heeft iedereen wel herinneringen aan wat voor eik dan ook. Bij mij is dat aan de Wodanseiken en ik heb op de lagere school ook wel, ellendig genoeg, poppetjes moeten maken van eikels. En ik heb onthouden dat de hoofdonderwijzer ooit vertelde dat hij wel snapte waarom eiken zo oud konden worden: hij had een eik en een berk geplant en die berk groeide vele malen sneller. Het zal een losse opmerking geweest zijn, maar die heb ik dus onthouden. 

Zo zijn er misschien ook wel passages uit deze podcast die me bij zullen blijven. Over een aantal jaren zal ik wellicht nog weten dat alleen de buitenkant van de eik leeft en de binnenkant niet. Of ik zal het woord kronkeleik nog kennen. En misschien zal ik toch wat anders kijken als ik zo'n monumentale eik in het landschap zie staan.

dinsdag 30 maart 2021

Huis aan de Handelskade (Ria Borkent)


Soms kan ik mijn eigen leesgedrag niet volgen. Het boek Huis aan de Handelskade (2019) van Ria Borkent kocht ik kort nadat het verscheen. Niet lang daarvoor sprak ik de schrijfster nog kort, bij het verschijnen van Duizend bunder de verzamelde gedichten van Hans Werkman. Ik ken haar gedichten en vooral haar liedteksten, bijvoorbeeld voor het project Psalmen van Nu. Haar berijming van Psalm 84 is binnen dat project een soort hit. 

Ik kocht de roman, de eerste van Borkent, met het vaste voornemen het boek te gaan lezen, ik las een interview met de auteur en luisterde naar een interview met haar, maar van lezen kwam het niet. Huis aan de Handelskade kwam op een stapel terecht, waar ik het pas onlangs vanaf nam. 

Vereniging van Eigenaren

De hoofdpersoon in het boek is Sophie Roest, gepensioneerd, zo ongeveer halfweg zestig. Aan het eind van de roman, ruim vier jaar na het begin, is ze nog geen zeventig. Sophie woont in een apartementencomplex, met de trotse naam Casa Regina. Ze is voorzitter van de Vereniging van Eigenaren. 

Platen van natuursteen sieren de gevel van het gebouw en op een nacht vallen er een paar naar beneden. Dan begint het getouwtrek: wie is hiervoor aansprakelijk? Projectontwikkelaar, gemeente, aannemer en onderaannemer proberen onder de verantwoordelijkheid uit te komen. Er is werk aan de winkel voor de VvE. 

Het wordt een langdurige strijd, die uitmondt in een rechtszaak, die pas in het vijfde jaar plaatsvindt. Intussen volgen we Sophie. 

Contacten

Sophie is weduwe en ook haar hond is overleden. Ze staat er dus in haar eentje voor. Al in het begin krijgen we aanwijzingen dat haar broer Tomas al op jonge leeftijd overleden is. Sophie heeft wel contact met een vriendin (Gijsje) en met een zwager en schoonzus. Verder bestaan haar contacten vooral uit de mensen in het complex. 

De bewoners, de mede-eigenaren zijn kritisch op Sophie, zeker nadat ze in een compromitterende situatie is terechtgekomen, die in ieder geval de indruk zou kunnen wekken dat ze vertrouwelijk omgaat met de aannemer. 

Op zich leest Huis aan de Handelskade niet onaardig. Wie een willekeurig hoofdstuk leest, leest daar lekker doorheen. Maar al die hoofdstukken samen maken nog geen goed boek. En dat het aardig doorleest is in dit geval, voor mij althans, geen doorslaggevend argument. Dat het aardig leest, heeft te maken met de manier van vertellen. De stijl is redelijk soepel, al heb ik er ook wel kritiek op. Daar kom ik verderop op terug. Er zijn wel weinig gebeurtenissen die het verhaal voortstuwen.

Alles uitgelegd

Het grootste bezwaar vind ik dat, hele boek door, alles wordt uitgelegd. We lezen niet alleen wat Sophie doet, maar ook hoe ze daarover denkt. Al tijdens de handeling of een gesprek reflecteert ze op wat ze doet of zegt. Daardoor blijft er weinig te raden te over. Aan het eind van het boek krijgen we ook nog uitleg over alle verwijzingen naar muziek die in de roman te vinden zijn. De auteur lijkt weinig vertrouwen in de lezer te hebben. Die lezer hoeft dan ook niets te doen. Lezen natuurlijk, maar nadenken liever niet. 

Nog een groot bezwaar is dat Sophie, die wat naïef is in haar omgang met de aannemer, zo duidelijk deugt. Ze bedoelt het allemaal goed en de anderen zien dat niet altijd. Dat maakt haar tot een niet zo interessant personage. Ze maakt het de lezer aangenaam en veel te gemakkelijk. Waarschijnlijk dat ook daardoor het boek zo'n 'zoete' indruk achterlaat. Enige weerbarstigheid was meer dan welkom geweest. 

Het loopt ook nog allemaal goed af; dat verklap ik maar alvast. Met een heuse maaltijd zoals je altijd aantreft aan het eind van stripalbums van Asterix of Nero. 

Dode broer

Dat Sophie het vallen van de gevelplaten in verband brengt met de dood van haar broer, wordt in het begin al duidelijk, maar pas aan het eind van het boek krijgen we te horen hoe het precies zit. Dat is wel een vraag die de lezer vanaf het begin heeft. 

Als je de details weet, komt dat verband toch vooral over als een constructie. Juist door dat verband had Sophie heel erg fel kunnen zijn op deze zaak en juist veel nadruk moeten leggen op het gevaar dat de vallende stenen vormen, maar van die gedrevenheid is weinig te merken. Ze doet de dingen die ze als voorzitter moet doen en dat is het wel. 

Het hele leven van Sophie wordt door de auteur gereduceerd tot het incident met de gevel. De passages die daar niet over gaan, zijn ontsnappingen aan het gedoe met de VvE. Maar zo heel veel gebeurt er niet op dat gebied. Er zijn bijvoorbeeld maar weinig vergaderingen. Zo worden 'nieuwe' bewoners voorgesteld die dan al meer dan een jaar bewoner zijn. 

Ironie

Sophie heeft een licht ironisch toontje, wat op zich wel werkt, maar ze heeft het altijd, wat weer minder waarschijnlijk is. Sterker nog: bijna alle personages hebben last van ironie. Mij begon dat nogal tegen te staan. De afstandelijkheid die de ironie creëert, had ik op sommige momenten ook wel willen missen. Als lezer voel je je daardoor minder betrokken; Sophie bekijkt zichzelf immers ook altijd van een afstandje. 

Verder zijn er veel beschrijvingen van handelingen die er niet toe doen voor het verhaal. Elk detail krijgt aandacht: van de ingrediënten voor een gerecht tot een kat die 'elegant' over het laminaat naar de deur wandelt. Als een kind bellenblaast wordt er bijvoorbeeld bij verteld dat ze dat doet met een bellenblaaspotje in haar hand, via een ringstaafje. Zoiets hadden we al begrepen. 

Beschrijvingen

Uitgebreid worden interieurs beschreven. Je kunt je nog voorstellen dat Sophie even rondkijkt als zij bij iemand binnenkomt, maar ze doet het ook bij haar eigen interieur:

De woonkamer ligt op het zuiden en is licht en ruim met uitzicht op het Diep. Er staan weinig meubels. Aan de wand haar Braziliaanse oerwoudverleden: geverfde pijlen, een raffiaketting met schelpen en veelkleurige plastic schijfjes. In de hoek een gevlochten palmrieten draagmand met daarin een bamboefluit, twee grashalmmessen, gekregen van een Indiaan die er pijlpunten mee sneed. 

Het perspectief ligt de hele tijd bij Sophie en het is niet waarschijnlijk dat ze zich zo bewust is van haar eigen woonkamer. 

Mooischrijverij

De uitgebreide beschrijvingen vertragen het verhaal onnodig. Wat mij betreft had er fors gekapt moeten worden in het boek. De traagheid zit ook in de mooischrijverij, die op mij af en toe als aanstellerig overkwam. Als er een torenklok slaat, lezen we:

Vrouwe torenklok telt mee en laat heldere, middeleeuwse slagen horen, haar zilveren rokken over het stadje uitspreidend in wijde kringen.

Steeds moet er weer een beeld gebruikt worden en de beelden zijn ook niet altijd gelukkig gekozen. Zo wordt euforie zowel geparkeerd als in de kast gezet als een fotoalbum.  

Weinig verhaal

Heel veel verhaal zit er niet in Huis aan de Handelskade. De meeste informatie krijg je uit gesprekken. Het boek zou aan vaart gewonnen hebben als er meer aandacht was geweest voor ontwikkelingen op verhaalniveau. Er had ook wel eens wat mogen gebeuren. Als er iets gebeurt, gaat het toch weer vooral om de reflectie van Sophie daarop. 

Tegen het eind is er wel een heftige gebeurtenis, maar die vond ik weer niet zo geloofwaardig. Dat die gebeurtenis (die ik niet zal verklappen) in gang zet dat iedereen anders gaat reageren geloofde ik ook niet. 

Huis aan de Handelskade viel me nogal tegen. Ik denk dat het gegeven vrij mager is voor een roman en de structuur (chronologisch vertellen) heeft ervoor gezorgd dat alle stapjes in het proces uitputtend beschreven zijn, waardoor de zaak te veel uitgesponnen is. Een redacteur had fors het mes moeten zetten in dit boek; er kan veel uit. Dit is een roman die niemand kwaad doet, die nergens tegen de haren in strijkt.  Bij zoveel meegaandheid verlies je al gauw de interesse. 

woensdag 24 maart 2021

Podcast: De Tineke Podcast, De week van Peter

De Tineke Podcast

Als je al een aantal jaren naar de radio luistert, moet je de naam Tineke wel kennen. Tineke de Nooij zit namelijk al meer dan zestig jaar in het vak. Ze was de eerste vrouwelijke dj, lees ik op Wikipedia en in mijn herinnering was ze ook zo'n beetje de enige vrouw bij Radio Veronica, toen die nog een zeezender was. Ik weet dat dat niet helemaal klopt, maar zo heb ik het onthouden. 

Ter gelegenheid van die zestig jaar maakt ze een podcast, niet alleen over haar leven, maar over zo'n beetje van alles. Door corona was niet alles mogelijk wat ze zich voorgenomen had en daarom zijn sommige afleveringen dicht bij huis opgenomen, met vrienden, buren en bekenden. 

De afleveringen met herinneringen aan het radioverleden zijn het interessantst, voor mij althans. Omdat Tineke al veel weet, kan ze aan haar gesprekspartners heel gericht vragen stellen. Je merkt dat ze ervaring heeft in het interviewen en ze krijgt haar gasten goed aan het praten. Op die manier komen gebeurtenissen uit het verleden tot leven. Veel kenmerkende en smeuïge anekdotes. 

Het is niet altijd even professioneel: soms zijn er bijgeluiden, bijvoorbeeld een ping van een telefoon, maar dat heeft ook wel iets huiselijks. Ik heb me er niet zo aan gestoord. 

Verder gaat het ook over kunst, over #metoo, over wiet in Nederland. Altijd is Tineke betrokken en stelt ze goede vragen. Maar in enkele podcasts, vooral in het begin van de serie vervalt ze in gebabbel. 

Ik ben begonnen met enkele afleveringen, gewoon om te proberen, maar intussen heb ik de afleveringen tot nu toe beluisterd, meestal zonder me te vervelen. 

Soms boeide het onderwerp me minder. Zo wil ze met Henk Westbroek bespreken wat voor pillen hij allemaal slikt. Westbroek is een onderhoudend verteller, maar van zijn band met de farmacie hoef ik niet alles te weten. Als hij laat vallen dat hij aanvankelijk ook in een heel andere kring werkzaam is geweest, is Tineke meteen geïnteresseerd, waarna het toch een aardig gesprek wordt. 

Het is prachtig dat Tineke al zo lang meegaat op de radio. Uit de afleveringen begrijp ik dat ze ook wat voor tv heeft gedaan, maar dat is me allemaal ontgaan. Een gesprek voeren met iemand doet ze vrij gemakkelijk en kundig. Af en toe wat gebabbel moeten we dan maar op de koop toe nemen. 


De week van Peter

Peter Heerschop heeft een column op Radio 538 en dat doet hij in een soort weekverslag, dat ook de vorm heeft van een brief: hij begint steevast met 'Lieve Marianne', al is mij niet duidelijk wie hij daarmee bedoelt. 

In het verslag volgt hij de actualiteit en die maakt hij persoonlijk, door die door te trekken naar zijn eigen situatie of die van de drie presentatoren in de studio. 

Er zit aardig wat sport in die verslagen. Dat zijn meestal dingen die ik niet gekozen zou hebben in een weekverslag, vaak ook doordat ik er niet van op de hoogte was. 

Vaak is er wat te lachen, maar Heerschop durft ook uit andere vaatjes te tappen, waarbij hij niet bang is om emoties te tonen of op te roepen. Maar daarbij wordt het nooit eenvoudig effectbejag. Altijd houdt hij de vorm van de column strak. 

Het indrukwekkendste voorbeeld is de aflevering waarin hij zowel de net overleden Jeroen van Merwijk als zijn moeder herdenkt. Hij trekt parallellen, ook met mensen die bij een stoplicht verschillende keren op de knop drukken, hoewel dat geen zin heeft. 

Het gevolg is dat aan de ene kant de bijdrage gevoelig is, omdat je merkt hoeveel de overleden personen voor hem betekenen. Aan de andere kant is het ook gewoon een goede tekst die hecht gecomponeerd is. 

De ene keer is de aflevering hilarisch, de andere keer goed te doen. Zo gaat dat met columns: je moet ze elke week maar weer schrijven en soms lukt dat geweldig en soms kom je ermee weg. Eigenlijk luister ik altijd wel. Ik vermaak me er prima mee en soms pik ik en passant iets mee uit de actualiteit wat me ontgaan was. 

dinsdag 23 maart 2021

De diepte van een Zweeds meer (Daan Remmerts de Vries)


Jeugdboeken zijn boeken die ik erbij lees, even tussendoor. Omdat ik op de hoogte wil blijven van wat er op jeugdboekengebied gebeurt, maar wel op een halfslachtige manier. Ik volg de ontwikkelingen bepaald niet fanatiek. Maar sommige schrijvers bevallen me en dan wil ik best wat meer van ze lezen. 

Zo'n schrijver is Daan Remmerts de Vries. Ik las indertijd kort na elkaar Godje (2002) en De noordenwindheks (2004), indrukwekkende boeken. De boeken die ik daarna van hem las, Tijgereiland (2013), Groter dan de lucht, erger dan de zon (2015) en Het leven achter de dingen (dat ik in mijn stukje, slordig genoeg, steeds Achter de dingen noemde) hadden niet dat overrompelende dat ik bij de eerste twee boeken ervoer, maar het zijn nog steeds goede jeugdboeken. 

In mijn kast staat ook al een tijdje De diepte van een Zweeds meer (2006), gepubliceerd als een deel van de 'Kidsbibliotheek' en die had weer iets te maken met de bladen Kidsweek en De Lemniscaatkrant. Het is maar een dun boekje (na 84 blz. is het verhaal verteld). 

Hesther

De hoofdpersoon is de vijftienjarige Hesther, die met het gezin van haar beste vriendin, Mo (Monique) meegaat op vakantie in Zweden. Bij het begin van het boek is alles al achter de rug en Hesther gaat ons vertellen wat er allemaal gebeurd is. 

Oké dan:
In Figeholm heb ik het voor het eerst gedaan.
Jazeker - het.

En daarna krijgen we te horen hoe het zover kwam en of dat nu iets prettigs is geweest of niet. 

Remmerts de Vries geeft Hesther een vertelstem waar je gemakkelijk naar luistert. Die stem hebben veel van zijn personages. Ze zijn eigenzinnig, hebben een scherpe kijk op de mensen om hen heen, maken af en toe een relativerende opmerking. 

Emoties invoelbaar maken

Verder kan Remmerts de Vries ook heel goed de emoties van personages invoelbaar maken, zonder al die emoties uit te hoeven leggen. In Zweden raken Hesther en Mo onder de indruk van dezelfde jongen, Lars, wat hen tot concurrenten maakt en de vriendschap danig onder druk zet. 

Het verhaal is vrij eenvoudig gehouden, wat in zo'n kort bestek niet zo vreemd is en wat waarschijnlijk ook wel een goede keus is. De complexiteit zit in de gevoelens, in de loyaliteit van de personages aan elkaar en aan zichzelf, ondanks alles wat er gebeurt. In een paar dagen tijd worden de meisjes minder kind. Iets wat ze wilden, maar wat niet gemakkelijk is. De verwarring waarmee dat gepaard gaat, brengt Remmerts de Vries goed over. 

De diepte van een Zweeds meer is in al zijn beknoptheid een degelijk jeugdboek. Het schetst de ontwikkeling van de hoofdpersoon en geeft en passant heel wat rake observaties. 

Op Wikipedia zag ik de indrukwekkende lijst van alle boeken die Remmerts de Vries geschreven heeft. Hij schreef ook voor volwassenen (onder het pseudoniem A.N. Ryst), maar dat heeft hem geen blijvende bekendheid opgeleverd. Wie van zijn boeken houdt, kan in ieder geval nog even vooruit. 

maandag 22 maart 2021

Reddende engel (Renate Dorrestein)



Met het werk van Renate Dorrestein heb ik een wat rare relatie. Haar vroege boeken (laten we zeggen: uit de eerste twintig jaar) las ik en herlas ik zelfs, haar latere werk (zo ongeveer de laatste twintig jaar) las ik mondjesmaat of niet. Ik raakte een beetje de interesse kwijt, zonder dat dat nou direct aan die boeken te wijten was. Blijkbaar was ik met andere dingen bezig. Ik schreef daarover toen ik terugblikte na het overlijden van de schrijfster. 

In de roman Weerwater (2015) had ik wel weer zin. Nu Adriaan van Dis KliFi heeft gepubliceerd lijkt het lezen van het boek van Dorrestein, over een soortgelijke toestand (Nederland gedeeltelijk onder water), me extra aantrekkelijk. 

Ook haar laatste roman, Reddende engel (2017) wilde ik wel lezen. Ik plaatste het op het lijstje van de beste boeken van dat jaar die ik niet gelezen had. Dat is een dubieus en speculatief lijstje, ik weet het, maar het laat zien dat het boek me aantrekkelijk leek. 

Ik kocht de roman pas veel later, bij een droevige gelegenheid, de sluiting van een boekhandel, waarbij boeken voor een prikje verkocht werden. Een van de boeken die ik kocht was Reddende engel, maar het kwam op een stapel. Pas onlangs haalde ik het ervanaf. 

Parallellen met debuut

Reddende engel is de laatste roman die Renate Dorrestein publiceerde. Opmerkelijk genoeg heeft het verhaal parallellen met dat van de eerste roman, Buitenstaanders (1983): een gestrande auto, een afgezonderd huis met opmerkelijke bewoners, iemand die in het verleden omgekomen is. 

De hoofdpersoon, Sabine, is met haar auto ergens op het platteland van Limburg terechtgekomen. De benzine is bijna op, haar telefoon heeft geen stroom meer en haar oplader heeft ze niet bij zich. Ze komt terecht bij een boerderij, Oldenhage. Die interesseert haar, want ze zoekt oude gebouwen, authentieke locaties, die omgebouwd kunnen worden tot Bed & Breakfast. 

In het huis woont een opmerkelijk gezin: de dochters Madeleine (Maddy) en Livia, vader Ennis en diens moeder, Maman. Er heeft nog een vrouw gewoond, Alicia. Die is 'door een noodlottig ongeval aan ons ontrukt', zoals de advertentie meldt. Maar wie heeft dat ongeval veroorzaakt? Zo'n beetje alle bewoners van Oldenhage komen in aanmerking. 

Sabine overnacht aanvankelijk in het dorp, maar komt toch terug op de boerderij om daar een tijdje te blijven. Daar loopt de spanning op. Dat kan niet goed gaan. 

Spannend verhaal

Dorrestein kan uitstekend een spannend verhaal vertellen. Aan de ene kant geeft ze de gebeurtenissen, aan de andere kant raken we uitgebreid op de hoogte van de gedachten van Sabine. Ze heeft allerlei theorieën over wat er gebeurd kan zijn en wat de motieven zouden kunnen zijn. Hoewel de boerderij afgezonderd is van de dorpsgemeenschap, maken de verhalen erover wel deel uit van de gemeenschap en er is Irma, de begeleidster van het gezin en vooral van het jongste kind, Livia. Ook dat doet weer denken aan Buitenstaanders. 

Naast het verhaal van Sabine, krijgen we korte stukjes die verteld zijn door andere personen, onder de titel 'Elders, diezelfde avond.' Daarin komt bijvoorbeeld Vincent aan het woord, die de relatie met Sabine beëindigd heeft nadat hij haar bedrogen heeft met een jongere vrouw. Sindsdien stalkt Sabine hem met allerlei berichtjes. Als Vincent met zijn nieuwe vlam een weekendje in Limburg doorbrengt, lijken de verhaallijnen elkaar te raken, 

Exacte tijd

Bij de stukken die Sabine vertelt, staat er per hoofdstuk vermeld welke datum het is en binnen de hoofdstukken staat er bij elk stukje de exacte tijd. Waarom dat is, is niet helemaal duidelijk. Het wekt de indruk dat Sabine steeds op haar horloge kijkt, wat niet het geval. Nou ja, de lezer weet zo in ieder geval wanneer iets plaatsvindt. 

Het verhaal is zonder meer spannend, waarbij je je steeds meer afvraagt of Sabine zelf ook gevaar loopt en wat nu eigenlijk de motieven van de andere personen zijn. Dat Sabine als verteller tussen ons en de gebeurtenissen in staat, is bekwaam gedaan, maar het zorgt er ook voor dat je als lezer niet zo heel veel meer hoeft te doen. De vragen die je zou kunnen hebben, worden al gesteld door Sabine. 

Daardoor haalt Reddende engel het, wat mij betreft, niet bij de beste boeken die ik de afgelopen jaren heb gelezen. Het is een goed verhaal, maar alles wordt me net te veel voorgekauwd. Zo'n verhaal leest overigens wel lekker weg en het laat bovendien zien hoe goed Dorrestein informatie kan doseren en hoe ze vaart in het verhaal weet te houden. Ik zal het toch eens aan gaan prijzen aan sommige leerlingen die wel een goede leeservaring kunnen gebruiken. 

woensdag 17 maart 2021

Systeemvoorkeuren (Ugo Bienvenu)

Een mooi verhaal vertellen is al lastig genoeg. Maar als je ook nog een betekenisvol verhaal wilt vertellen, wordt het nog lastiger: voor je het weet overwoekert de boodschap alles en wordt het een preek in plaats van een verhaal. 

Ugo Bienvenu schreef en tekende Systeemvoorkeuren, een verhaal dat zich afspeelt in de toekomst. Gerrit Komrij heeft al ooit, in de bundel Averechts (1980), geconcludeerd dat toekomstromans meer zeggen over de tijd waarin ze geschreven worden dan over de toekomst. Dat is waarschijnlijk ook bij deze beeldroman het geval. 

Ook Bienvenu heeft ontwikkelingen die er in het heden zijn doorgetrokken naar de toekomst. Dat doet denken aan het principe waarop de Netflixserie Black Mirror is gebaseerd. Het verhaal in de toekomst is een extrapolatie van het heden. 

In Systeemvoorkeuren is er verder nagedacht over de grotere aanwezigheid van robots, de grenzen van het internet, de alomtegenwoordigheid van amusement en het gebrek aan privacy. 

Robots

Robots komen frequent voor in de wereld van Systeemvoorkeuren. Vaak zijn ze geprogrammeerd voor een enkele taak. De robot die een belangrijke rol speelt in het verhaal is Mikki, hij draagt het kind van Yves en Emy. Hij zal er alles aan doen om goed voor het kind te zorgen tot de geboorte, maar ook daarna.

De robots hebben de bouw van een mens, wat misschien toch wat te voor de hand liggend is. Die proporties had Archie, de man van staal, indertijd ook al. Verder lijkt het zwaartepunt van de robots vrij hoog te liggen, wat ze minder stabiel lijkt te maken. Het lijkt me dat er een handiger bouw mogelijk geweest zou zijn. 

Yves werkt als agent bij een dienst die bestanden moet wissen, om ruimte te creëren. Een van zijn collega's bekent dat hij stiekem politiek gevoelige bestanden downloadt. Yves doet dat ook, maar heel andersoortige bestanden, zoals films en poëzie. Die moeten ruimte maken voor amusement, zoals TikTokfilmpjes, maar Yves wil ze redden. 

Het reservaat

Dat doet denken aan een roman van lang geleden: Het reservaat (1964) van Ward Ruyslinck. Daarin wordt een maatschappij geschetst waarin alleen het economisch nut nog telt. Een docent speelt viool en een leerlinge leest poëzie (als ik het mij goed herinner). Eigenlijk behoren zij tot een menssoort waarvan de tijd voorbij is. Het reservaat dreigt voor hen. 

Yves is ervan overtuigd dat de kunst belangrijk is in een mensenleven. Dat is ook wat hij door wil geven aan zijn kind, dat straks geboren zal worden en Isi zal heten. Hij zet alle gedownloade bestanden over op Mikki. Die zal uiteindelijk een beslissende rol spelen bij de opvoeding van Isi. 

Wat er allemaal gebeurt, zal ik hier niet vertellen, zodat de lezer nog een plot overhoudt. Op de laatste tekening zien we Isi, met een vogel op haar hand, met wie ze probeert te communiceren. Dat sluit mooi aan bij de eerste tekeningen in Systeemvoorkeuren waarop Mikki te zien is in de tuin, ook contact leggend met vogels. 

Stad en natuur

Vlak voor het einde zien we Isi staan op een hoogte waarvandaan ze uitkijkt op de stad. De stad is synoniem met de techniek en met de controle. Een tegenstelling daarmee vormt de natuur, waarin de mens in balans kan zijn en waarvan hij deel kan uitmaken. Dat is niet per se alleen maar liefelijk: Isi houdt van haar konijnen, maar ze zal ze ook moeten kunnen slachten als ze in leven wil blijven. 

De band die Isi ontwikkelt met Mikki is emotioneel geladen: Mikki mag een robot zijn, hij is duidelijk meer dan een functionele machine, hij is ook een persoon. Of Mikki emoties heeft, is de vraag. Maar hij heeft een taak, die hij nauwkeurig uitvoert, zodat hij toch de indruk maakt toegewijd te zijn. 

Emotie

In ieder geval doet de manier waarop hij omgaat met Isi een beroep op de emotie van de lezer. Die leeft onvoorwaardelijk mee met Mikki en Isi en wil dat ze het samen redden. Het is knap dat Bienvenu dat voor elkaar krijgt, want in zijn tekenwerk is hij eerder terughoudend wat betreft het tonen van gevoelens. Juist die onderkoelde manier van vertellen zorgt voor effect. 

Het verhaal sleept je mee en dat zorgt er ook voor dat de boodschap, die er duidelijk in zit, niet de boventoon gaat voeren. De boodschap weegt niet zwaarder dan het verhaal, maar juist door de inhoudelijkheid krijgt het verhaal wel extra gewicht. 

We leven in een maatschappij waarin economisch nut en amusement de boventoon voeren. Maar weinig wordt er gevraagd naar wat er nu wezenlijk is in ons leven. Volgens Bienvenu raakt de kunst aan dat wezenlijke en als we dat wissen uit onze samenleving gaat er dus veel verloren. Ook een boek als dit zou het dan niet gered hebben. 

Gelukkig worden dat soort ideeën niet allemaal expliciet gemaakt. Systeemvoorkeuren is geen preek, maar een verhaal. Een goed verhaal en ook een betekenisvol verhaal. 

Titel: Systeemvoorkeuren
Tekst en tekeningen: Ugo Bienvenu
Uitgever: Scratch Books
z.pl. 2020, 168 blz. € 29,90; hardcover

dinsdag 16 maart 2021

Wildevrouw (Jeroen Olyslaegers)



De herbergier Beer heeft het niet getroffen: drie keer is hij getrouwd geweest, drie keer stierf zijn vrouw in het kraambed. De derde keer overleefde het kind het wel. Dat is zijn zoon, Ward, die er wel bijzonder uitziet: hij is overmatig behaard. 

Beer is de hoofdpersoon in de roman Wildevrouw van Jeroen Olyslaegers. Beer leeft in Amsterdam, maar het grootste deel van het boek is een terugblik naar tien jaar daarvoor, zo rond 1566/1567 in Antwerpen, waar hij ook een herberg dreef. 

Doordat hij drie keer een vrouw bevruchtte die vervolgens stierf bij het baren van het kind, voelt Beer zich vervloekt. In Antwerpen is er ook wat misgegaan, waardoor hij in 1567 moest vertrekken. Hij doet zijn verhaal, waardoor we eindelijk te weten zullen komen wat er gebeurd is. 

Op sommige plekken spreekt hij een 'U' aan en dat kan alleen maar God zijn. Toch kun je het relaas moeilijk een gebed noemen. In veel passages merk je ook niet dat er tot God wordt gesproken. Eigenlijk was de functie van die gedeelten waarin God wel wordt aangesproken mij niet zo duidelijk. 

Vrouwen

Er zijn overigens meer vrouwen in het leven van Beer. Vooreerst is dat Margreet, de vroedvrouw die bij hem blijft om voor Ward te zorgen. Ze is een onafhankelijke vrouw, die Beer geregeld een spiegel voorhoudt. 

Verder is er de wildevrouw, door ontdekkingsreizigers meegebracht uit het Noorden. Ze wordt in het begin beschreven als een monster en een vrouwtjesdier, later blijkt ze toch meer gewoon een vrouw te zijn die van ver komt. 

Dan is er nog Marie, met wie hij in Amsterdam is. Pas ver in de roman wordt duidelijk wie zij is. 

En misschien mogen we ook Antwerpen een vrouw noemen. Deze vrouw heeft het wel erg moeilijk: eerst is er een strenge winter, die de stad afsluit van de aanvoer van voedsel en zorgt voor instabiliteit binnen de stadsmuren en er zijn politieke tegenstellingen, die zich gewelddadig uiten, bijvoorbeeld in de Beeldenstorm.

Aan de zijlijn

Een herberg is een mooie plaats om vertegenwoordigers van alle groepen samen te laten komen. Er is ook een religieuze beweging die zich de Familie der Liefde noemt. Beer rekent zich ook tot die Familie, al is hij iemand die zich altijd aan de zijlijn bevindt.

Wat dat betreft is hij wel te vergelijken met Wilfried Wils, de hoofdpersoon van Wil, de vorige roman van Olyslaegers. Ook hij had een ambivalente houding. Hij probeerde de oorlog door te komen, maar dat lukte niet zonder vuile handen te maken. 

Dat geldt ook voor Beer. Hij krijgt het verzoek om een Engelsman een kamer te geven zodat die aan een boek kan werken en hij krijgt om boeken op te slaan in de kelder van zijn herberg. Maar hij brengt zichzelf daarmee wel in gevaar. Liefst zou Beer gewoon zijn leven leiden en nergens mee te maken hebben, maar dat lukt niet. Zeker niet als zijn zoon Ward veel boeken gaat lezen en ideeën gaat ontwikkelen die bij een deel van de bevolking als controversieel gelden. 

Wildemann / wildevrouw

De roman is verdeeld in twee delen, 'Wildeman' en 'Wildevrouw'. In Antwerpen werd jaarlijks een wildemansspel opgevoerd, waarin de lente werd aangekondigd. Daarbij speelt Beer de wildeman. De schilder Bruegel duikt verschillende keren op in Wildevrouw en hij maakt tekeningen tijdens het optreden van het wildemansgezelschap. Later zullen die afbeeldingen ook in een schilderij terugkomen. 

De wildeman en de wildevrouw komen ook terug in het wapen van Antwerpen, dat voor op de roman staat afgedrukt. In Antwerpen komen Beer en de wildevrouw, de vrouw uit het Noorden, met elkaar in contact. Zij zal directe invloed uitoefenen op Beers leven. 

Wildevrouw is een heerlijk boek. Olyslaegers kan een verteller heel goed een stem geven waarnaar je gemakkelijk luistert. Aan  de ene kant lees je het verhaal van Beer en je wilt weten wat hem allemaal overkomen is. 

Maar je leest evenzeer het verhaal van Antwerpen: een verscheurde stad, instabiel, afhankelijk van politieke en militaire beslissingen. Er zijn complotdenkers en er is een wantrouwen tegen de plaatselijke overheid die het niet voor elkaar kreeg om het volk behoorlijk te voeden, terwijl ook mensen waren die speculeerden en probeerden te verdienen aan de nood. 

De onvrede onder het volk doet denken aan de stemmen uit het heden. Ook nu is er een beperkte groep die samenzweringen vermoedt, die zich slachtoffer voelt en die vooral boos is. In die zin is Antwerpen in de zestiende eeuw een spiegel voor nu. 

Geschiedenis

Olyslaegers heeft, zover ik dat kan beoordelen, uitstekend ingelezen in de geschiedenis. Hij noemt achter in het boek zijn 'bloedbroeder' Stef Franck, die veel research heeft verricht. De stedelijke samenleving uit die tijd wordt beeldend opgeroepen. Zo beeldend, dat het me niet zo moeilijk lijkt om Wildevrouw te verfilmen. De elementen daarvoor zijn al door Olyslaegers aangedragen. 

Een enkele keer maar ging ik vragen stellen: als na de Beeldenstorm Beer het contact verliest met Ward, lijkt hem dat aanvankelijk wel erg weinig te doen. Ook duurt het dan weer een tijdje voordat de lezer iets over Ward leest. Tijdens die onlusten raakt het verhaal van de wildevrouw ook behoorlijk naar de achtergrond. 

Maar goed, dat neemt niet weg dat Wildevrouw een boek is waarin je je helemaal kunt verliezen. Het duurde even voordat ik erin kwam. De eerste honderd pagina's vorderde ik maar langzaam. Maar voor een goed boek mag je best wat moeite doen en die moeite is ruimschoots beloond. 

Website

Pas toen ik het boek uit had, ontdekte ik dat er een website is over de historische achtergronden van de roman. Veel figuren die in het boek voorkomen blijken werkelijk bestaan te hebben. Wie meer wil weten over Bruegel, Jon Dee of de Familie der Liefde kan hier nog lekker doorlezen. 

maandag 15 maart 2021

Kerk en staat



(Column voorgelezen in het radioprogramma Kerkvenster van Ede FM)

Het is verkiezingsweek en we gaan dus weer onze stem uitbrengen. Sommige ouderen doen dat per post, de rest doet het op de traditionele manier, in het stemhokje. Daarna is het wachten op de uitslag.

Maar moeten we het in een programma als dit wel hebben over politiek? Moet er geen scheiding zijn tussen Kerkvenster en staat? Misschien, maar bijna de helft van alle Nederlanders noemt zich gelovig en geloof en politiek hebben altijd veel met elkaar te maken gehad.

Op dit moment zitten er zelfs drie christelijke partijen in de Tweede Kamer, waarvan er twee deel uitmaken van de nu demissionaire regering. In het verleden hadden christelijke partijen zelfs wel de absolute meerderheid. Dat was het laatst het geval bij de verkiezingen van 1963: tachtig van de honderdvijftig zetels. Alleen al de drie partijen die nu het CDA vormen, hadden toen samen 76 zetels. Vijftig daarvan gingen er naar de KVP.

Wanneer geloof en politiek bij elkaar komen, roepen mensen al gauw iets over de scheiding van kerk en staat, wat echt wat anders is. Die houdt namelijk in dat de kerk, als instituut, zich niet mag bemoeien met regering en wetgeving en dat de overheid zich niet inlaat met wat er in de kerken gebeurt. Natuurlijk mogen gelovigen wel plaatsnemen in een regering of in een lagere overheid, zoals politici ook een functie kunnen vervullen in het kerkbestuur.

In de Kamer en zelfs in de regering hebben in de loop der jaren verschillende dominees en priesters zitting gehad. De eerste, in 1849, was overigens een liberaal.

Vrijheid van godsdienst

De scheiding van kerk en staat is niet in de grondwet terug te vinden. Wel de vrijheid van godsdienst (artikel 6), waarbij de beperking staat: ‘behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.’

Het afgelopen jaar bemoeide de overheid zich nadrukkelijk wel met de kerken, in verband met de coronapandemie. Dat gebeurde in voortdurend overleg, maar er zijn mensen die toch vinden dat die overheidsbemoeienis te ver is gegaan. Een massale opstand van het kerkvolk is uitgebleven.

Dat komt enerzijds voort uit de opvatting dat de overheden die over ons gesteld zijn gehoorzaamd moeten worden, anderzijds zagen velen wel in dat de voorschriften van het kabinet niet onredelijk waren. De vrijheid van godsdienst was niet in het geding. Iedereen mocht nog steeds zijn eigen religie hebben en uitdragen. De vorm waarin die beleden kon worden was niet meer helemaal vrij.

Roep om inmenging

Van buiten de kerk is er wel af en toe de roep om inmenging van de overheid, als er kerken of dominees zijn die opvattingen verkondigen die je in onze maatschappij als een minderheidsstandpunt kunt zien. Maar juist daarvoor hebben we de vrijheid van meningsuiting.

Die vrijheid moeten we koesteren. Het betekent ook dat mensen die de opvattingen van bepaalde kerken verafschuwen dat ook mogen uiten en dus ook mogen demonstreren in de buurt van een kerk. Dat is onaangenaam voor kerkgangers, maar de vrijheid van meningsuiting heeft nu eenmaal zijn prijs.

Zoals gezegd, geloof en politiek zijn niet te scheiden en dat is maar goed ook. Ieder moet vanuit zijn eigen levensovertuiging politiek kunnen bedrijven.

Mogen predikanten hun politieke voorkeuren uitdragen op de kansel? Er is geen wet die dat verbiedt, al zal de kerkenraad waarschijnlijk wel in de gaten houden of de dominee daarbij niet doorschiet. Ooit hoorde ik een kerkganger verzuchten: ‘Dominee zou meer uit de Bijbel moeten preken en minder uit de krant.’

Maar goed, eerst gaan we stemmen, daarna worden die stemmen zorgvuldig geteld en dan is er een uitslag. En geen kerk of regering kan daar iets aan veranderen.

Afbeelding gevonden op deze pagina, zonder verdere bronvermelding

dinsdag 9 maart 2021

De koerier van Casablanca 2: Asmaa


In het eerste deel van het tweeluik De koerier van Casablanca maakten we kennis met het duo Robert Billaret (Bobby) en Adrien Delamare. Het zijn de pioniersjaren van de luchtvaart en Adrien is getraumatiseerd uit de Eerste Wereldoorlog gekomen. 

In deel 2, Asmaa, zit hij meteen in de problemen: hij is op stap geweest, waarbij hij wel weer veel gedronken zal hebben. Degene met wie hij samen was, is dood in een steeg gevonden. Verder is Bobby niet in staat om te vliegen, zodat Delamare een duo moet vormen met Hans Warrenbach, een Duitser. Maar dat roept nare herinneringen bij hem op. 

Als er daadwerkelijk gevlogen moet worden, blijkt Adrien nog te slapen, maar zijn vliegtuig vertrekt toch op tijd. Christina heeft zijn plaats ingenomen. De situatie is wel verdacht: Delamare drinkt veel, maar zijn werk heeft er nog nooit onder geleden. En dan blijkt het vertrokken vliegtuig ook nog verdwenen te zijn. Adrien gaat op onderzoek uit. 

Mysterieuze vrouw

Hij krijgt een tip van een mysterieuze vrouw, de Asmaa uit de titel: de twee piloten zijn ontvoerd. Nu gaat het erom ze heelhuids vrij te krijgen. Hoe verder Adrien zich erin werkt hoe meer hij in de gaten krijgt hoe de ontvoeringszaak opgezet is. 

Het scenario van Pascal Davoz zit goed in elkaar: er is een boeiend verhaal van gemaakt. Wel verwacht je van een tweeluik dat in deel 2 het verhaal wordt afgemaakt dat in deel 1 begonnen is en dat is maar ten dele het geval. Bobby is uit het verhaal geschreven en de verhaallijn van dit tweede deel staat redelijk op zichzelf. 

Het is ook meer een spannend verhaal, tegen het decor van de vroege luchtvaart, dan dat die luchtvaart zelf belangrijk is in het verhaal. Met andere woorden: ik snap niet zo goed waarom dit tweeluik een tweeluik moest zijn. 

Tekeningen

Constante is dat er een vrouw centraal staat: in het vorige deel Christina en in dit deel Asmaa. Christina speelt daar trouwens ook nog een rol. Net als in het vorige deel zijn de tekeningen van Philippe Tarral enigszins statisch en de gezichten hebben soms wat weinig uitdrukking, maar daar lees je wel doorheen. 

Ook dit tweede deel is een aardig verhaal. Je hoeft geen vliegtuigliefhebber te zijn om het te kunnen waarderen. Maar als je dat wel bent, geniet je waarschijnlijk nog extra van de setting. Asmaa zal geen handenvol sterren vergaren in recensies, daar is het album niet bijzonder genoeg voor. Maar een degelijk gemaakte strip waarbij je je niet verveelt, is ook wat waard. 

Serie: De koerier van Casablanca
Deel 2: Asmaa
Scenario: Pascal Davoz
Tekeningen: Philippe Tarral
Inkleuring: Fabien Alquier
Uitgever: Silvester
Den Bosch 2020, €9,95; softcover, 48 blz. 

vrijdag 5 maart 2021

In weerwil van de woorden (Dimitri Verhulst)



Laat ik maar beginnen met een bekentenis: ik weet niet goed wat ik moet vinden van het werk van Dimitri Verhulst. Ik vond De helaasheid der dingen een goed boek, maar bij de boeken die ik daarna las, heb ik mijn reserves. Het Boekenweekgeschenk, De zomer hou je ook niet tegen vond ik als Boekenweekgeschenk geslaagd en het leest prettig weg. Buiten die context kom ik niet zo heel veel verder dan 'aardig', maar misschien is het niet eerlijk om buiten die context te kijken. 

Zowel bij De laatkomer als bij Godverdomse dagen op een godverdomse bol vond ik het idee goed en Verhulst heeft ook altijd een heerlijke verteltoon, maar eigenlijk vind ik dat te weinig voor een goed boek. Er moet ook een goed verhaal zijn, als het kan. 

Verteltoon

Ook bij het nieuwe boek, de novelle In weerwil van de woorden heb ik die reserve. De verteltoon is ook nu weer goed: het personage, Pol Verholst, wordt gekarakteriseerd door de toon waarop hij vertelt en dat pakt je ook meteen als lezer. Af en toe zit er een vleugje Vlaanderen in de taal, in woordkeuze en zinsbouw, wat bij Verhulst altijd iets eigens geeft. 

Een ontwikkeling op verhaalniveau is er eigenlijk niet. Het boek begint met:

Straks komen ze me halen.
Ik voel het, ik weet het, en het kan me weinig schelen.

Dat zijn ook de slotregels. Tussen het begin en het eind wordt verteld wat er intussen is voorgevallen. 

Pol Verholst maakt zijn post niet meer open en dat brengt hem in de problemen. Doordat hij niet weet wat de post hem gebracht heeft, betaalt hij de rekeningen (en de herinneringen die daarop volgen) niet, zodat hij afgesneden raakt van alle nutsvoorzieningen. De moeilijkheden worden groter, zodat hij verwacht dat ze hem binnenkort wel komen halen. 

Het boek Ont

Het idee dat iemand zijn post niet openmaakt, komt ook al uitgebreid aan de orde in de roman Het boek Ont van Anton Valens. Ook daarin zoekt de hoofdpersoon een groepje gelijkgestemden. Die kunnen dan gezamenlijk de post openmaken. Omdat Verhulst zo dicht gaat zitten op het onderwerp van het boek van Valens, komt dat wel steeds in je gedachten. 

Verhulst geeft zijn personage, Verholst, wel een eigen achtergrond. Zijn vader was postbode en dat maakt het natuurlijk interessant: een vader die leeft van de post en een zoon bij wie die post juist een blokkade vormt. 

De herinneringen die volgen op de rekeningen zijn in het boek aanleidingen tot herinneringen van Pol Verholst. Ook die zijn best leuk om te lezen. Maar toch. 

Toch overtuigt In weerwil van de woorden mij niet. Wel op fragmentniveau. Al die passages doen het goed, maar als geheel is het mij net te weinig en zo vergaat het me dus bij meer boeken van Verhulst. 

Misschien verwacht ik domweg te veel en die verwachtingen worden dan niet ingelost. Wel een aardige leeservaring maar dat is het dan ook. 

Titel: In weerwil van de woorden
Auteur: Dimitri Verhulst
Uitgeverij: Pluim
Amsterdam/Antwerpen 2021, 88 blz. €12,99

donderdag 4 maart 2021

Vaders dag. Een familieroman (Guus Bauer)



Er ontgaat mij veel. Vaak is dat een zegen en soms is dat jammer. Zo wist ik wel dat Guus Bauer recensent was, maar ik wist niet dat hij ook al een plank vol boeken heeft geschreven. Goede titels, die je gemakkelijk onthoudt. Maar ik was ze nog niet tegengekomen. Ook de interviews en de columns van Bauer: nooit gelezen. 

Onlangs hoorde ik de auteur voorbijkomen in het interviewprogramma Oeverloos, waarbij de interviewer de titel, Vaders dag, steeds uitsprak als 'Vadersdag'. Maar vooruit, ik was geïnteresseerd geraakt. 

Autobiografisch

Vaders dag is een roman die dicht tegen het autobiografische aan zit. De ik-figuur is Guus Bauer, die zijn vader al in de jaren zeventig verloren heeft. Nu hij een eindje in de zestig is, heeft hij dezelfde leeftijd die zijn vader bereikt heeft. Plotseling komt vader opdagen, niets verouderd. Plotseling zijn ze leeftijdsgenoten, ook al zijn ze geen generatiegenoten. 

De vanzelfsprekendheid waarmee vader in het verhaal komt, spreekt me wel aan. Dit soort gesleutel aan de tijd vinden we ook wel terug in romans van bijvoorbeeld Tomas Lieske en K. Schippers, twee auteurs voor wier werk ik veel waardering heb. 

Vader Bauer valt ineens in deze tijd; hij heeft niets meegemaakt van de periode tussen zijn overlijden en het heden. Zo denkt hij bij mensen met een smartphone dat ze een rekenmachientje gebruiken en bij nog enkele zaken blijkt zijn onwetendheid. Gek genoeg valt hem niet op dat de kranten van een veel kleiner formaat zijn dan in zijn tijd en ook niet dat treinen geen rookcoupés hebben. 

Ik vermoed dat er zoveel dingen veranderd zijn, dat vader Bauer zich wat meer vervreemd zou hebben gevoeld dan in het boek het geval is. Een deel van het verhaal speelt zich binnenshuis af, maar ook daar zijn genoeg dingen die vader op zouden moeten vallen. 

Herinneringen

De hele situatie is aanleiding om herinneringen op te halen, niet alleen aan vader, maar ook aan grootvader, beiden A. Bauer, net als de verteller. Er lopen trouwens nog meer mensen met dezelfde naam rond in de roman. 

In het begin wisselen herinneringen, verhalen en dialoog elkaar wat af, maar op een gegeven moment krijgt vader het woord en dat staat hij niet meer af. Het grote verhaal van vader over de oorlog is interessant om te lezen, maar het zorgt er ook wel voor dat Vaders dag onevenwichtig van structuur wordt. Ik had de gewaarwording dat ik een kruising van twee ideeën voor romans las: een roman waarin vader geconfronteerd wordt met de veranderingen na zijn dood en een waarin vader zijn verhaal vertelt. 

Het verhaal van vader biedt overigens wel interessante details. Vader was bij het uitbreken van de oorlog in Nederland, mei 1940, gelegerd bij de Grebbelinie. Ik wist dat er fors gevochten is en ik ben vaak genoeg langs het oorlogskerkhof gefietst, maar ik had me niet gerealiseerd dat de soldaten al tijden van tevoren paraat waren en dat het heel aannemelijk is dat ze gedacht hebben dat het allemaal wel mee zou vallen.

Vader Bauer, behouden teruggekeerd na de oorlog
Bij de Eerste Wereldoorlog was het Nederlandse leger ook gemobiliseerd en uiteindelijk kon Nederland toen neutraal blijven. Hoe de verveling onder de soldaten toesloeg, heb ik gelezen in Notities van een landstormman van A.M. de Jong. Door Vaders dag realiseer ik me dat de soldaten in 1940 de hoop hebben gehad dat ze in dezelfde situatie verkeerden. Ze waren al sinds augustus 1939 gemobiliseerd. 

Na de strijd is er nog een hele periode oorlog die vader moet zien door te komen. Ook die wordt beschreven. En vader overleeft de oorlog natuurlijk, anders had Guus niet geboren kunnen worden. 

Vormgeving

Vaders dag is een mooi boek: gebonden en geïllustreerd met foto's, zodat je meteen ook beelden hebt bij wat je leest. Maar nog mooier is dat je merkt hoe nauwkeurig Bauer naar de foto's gekeken moet hebben: geen detail is hem ontgaan. Je mag het gerust liefde noemen. 

Vader stapt het boek binnen, of beter: Bauer schrijft vader naar zijn heden. Hij schrijft zijn vader naar zich toe, waarbij de pen sterker is dan de dood. De verteller wordt de vader en spreekt met zijn mond: de identificatie is compleet. Misschien dat ook daardoor de zoon een tijdlang zwijgt: hij is de vader geworden. 

Die inzet van dit boek, het zo dicht mogelijk naderen van de vader, is ontroerend. Het doet denken aan wat Achterberg deed met de gestorven geliefde. Het maakt Vaders dag tot een sympathiek boek, dat gemakkelijk de empathie van de lezer krijgt. 

De compositie had wat evenwichtiger gekund, maar misschien moeten we daar wat minder belang aan hechten. Vaders dag is een liefdevol boek, dat ik met plezier gelezen heb. 

Titel: Vaders dag. Een familieroman
Auteur: Guus Bauer
Uitgever: Hoogland & Van Klaveren
z.pl. 2020, 192 blz. € 19,90; gebonden, geïllustreerd

vrijdag 26 februari 2021

Jelmer II: Ik ben gezien (Josse Pietersma / Roelof Wijtsma)

Deus vult! God wil het! Dat was de leus bij de kruistochten en in de wetenschap of de waan dat je God aan je kant hebt, is er veel geoorloofd. In deel 1 van Jelmer konden we meekijken en meeleven met de vijfde kruistocht. Jelmer, een Fries, was niet zo zeker van zijn zaak. Hij had een kruis gezien in de lucht en dat had hij als een roeping gezien. Maar nu vraagt hij zich af: 'Wie dienen wij hiermee?'

In deel II, Ik ben gezien, bevinden we ons nog steeds in het beleg van Damiate. Die stad is moeilijk in te nemen, omdat er een toren in de rivier staat die nauwelijks te veroveren is. Daardoor kunnen de schepen niet dicht bij de stad komen. 

Het dubbele van deel 1, het idee dat je de wil van God vervult en tegelijkertijd de twijfel daaraan, speelt ook door deel II, wat eigenlijk al te zien is aan de covertekening: een groep mannen dicht op elkaar, die blijkbaar zo hun eigen gedachten hebben. Op de onderste helft zien we een slagveld vol doden. Geen aanblik die je in een overwinningsroes brengt. 

Ook qua opbouw volgt dit tweede deel het eerste: het is niet alleen maar chronologisch verteld. Zo krijgen we nu pas te lezen hoe de kruisvaarders Rome bezochten voordat ze verder naar het oosten trokken. De schrijvende monnik, aan het begin van deel I, zien we terug aan het eind van deel II, waarmee het raam van de vertelling gecontinueerd wordt. 

Gobelin

In het begin van het album is een ridder aan het opscheppen over wat hij meegemaakt heeft. Op de achtergrond heeft Roelof Wijtsma die scène getekend in een middeleeuwse stijl. Het zou zo op een gobelin kunnen of als illustratie in een middeleeuws boek. 

Dat brengt meteen goed de sfeer van die tijd aan, wat overigens ook al gebeurde op de eerste pagina. Op de voorgrond wordt een varken gedood, met de achterkant van een bijl. Blijkbaar moet het dier geslacht worden. De personages om wie het gaat, bewegen zich op de achtergrond en zijn in gesprek. Als ze dichterbij komen, verdwijnt de varkensscène naar de achtergrond. Dat je het beest kunt laten uitbloeden door zijn kop hoger te tillen dan zijn lijf, lijkt me dan weer sterk. 

De aanloop naar de uiteindelijke aanval is vrij lang. Soms had er iets mee vaart in de ontwikkelingen mogen zitten wat de gebeurtenissen betreft. De psychologie van Jelmer blijft wel boeiend. Hij is loyaal aan de opdracht, maar het enige waarvan hij zeker is, is dat hij gezien is, wat mij de wonderlijke associatie met De avonden van Reve geeft, al gaat het daar niet om een persoon die gezien is. 


Psalmen

De aanval, die er uiteindelijk wel komt, wordt overigens wel spannend verteld. Dat is aan scenarioschrijver Josse Pietersma wel toe te vertrouwen. Het schurende zit in de psalmteksten die op een soort banieren onder of boven in de tekeningen geplaatst zijn. Ook in de Psalmen wordt God aangeroepen tot hulp in de strijd: 'Stort Uw toorn uit over volken die U niet kennen. Straf de volken rondom ons zevenvoudig. Verdelg hen voor de smaad die zij U hebben aangedaan.' Het zijn citaten uit Psalm 79 (waarbij 'Verdelg hen' ingevoegd is om niet te lange zinnen te krijgen, neem ik aan).

De Psalmen zijn liederen waarin God direct wordt aangesproken: uit dankbaarheid of in nood, in vertrouwen of in twijfel. Je kunt je afvragen of de kruisvaarders deze psalmen paraat hadden of dat de monnik ze heeft toegevoegd. Ik kan me wel voorstellen dat het een manier is om God naar je toe te zingen als je wilt dat hij aan je kant staat. 

Pietersma koos voor verschillende psalmen: in Psalm 1 gaat het bijvoorbeeld over het onderscheid tussen iemand die God wel dient en degene die dat niet doet. Intussen zien we de kruisvaarders lopen. Ze zijn ervan overtuigd dat zij het juiste pad volgen. 

Deze teksten zijn wat ongebruikelijk in een hedendaagse strip, maar ze passen wel bij het verhaal. Dat is niet altijd het geval. Op de eerste bladzijde zegt iemand: 'En je weet: het gaat om de timing!' Die woordkeuze doet anachronistisch aan. 

Jelmer is een eigenzinnige strip. Een zowel psychologisch als historisch interessant verhaal, wars van alle modieusheid. 

Reeks: Jelmer
Deel II: Ik ben gezien
Scenario: Josse Pietersma
Tekeningen: Roelof Wijtsma
Uitgever: Personalia
Leens 2020; 46 blz. €8,95, softcover


donderdag 25 februari 2021

Godin, held (Gustaaf Peek)

 


Op vrijdag 2 januari 2015 postte ik een lijst van de tien beste boeken van dat jaar die ik niet gelezen had. Bovenaan zette ik Godin, held van Gustaaf Peek. Blijkbaar had ik hoge verwachtingen van het boek. Van de overige negen boeken las ik er intussen vijf, waaronder de nummers 2, 3 en 4 (Kees 't Hart, Adriaan van Dis, Esther Gerritsen). Ze kwamen alle drie terug in de eindejaarslijst van 2015. Maar het boek van Peek las ik niet. 

Jaren later kon ik het als afgeschreven bilbiotheekboek gratis meenemen en dat deed ik, maar ik vermoed dat het zeker nog een jaar aan het verstoffen is geweest voor ik het las. Maar nu ben ik eraan toegekomen. 

De wereld een dansfeest

Godin, held gaat over Marius en Tessa, een stelletje dat voor elkaar gemaakt lijkt, maar dat nooit gaat trouwen of samenwonen. Het deed me denken aan De wereld een dansfeest (1938) van Arthur van Schendel: een jongen en een meisje (later een man en een vrouw), die geweldig kunnen dansen, maar niet samen een koppel vormen: ze hebben een verschillend ritme. 

We krijgen in de loop van de roman van Peek zicht op hoe de levens van Tessa en Marius elkaar raken, van het einde van het leven tot hun eerste ontmoeting; het verhaal wordt achterstevoren verteld, van hoofdstuk 50 tot en met hoofdstuk 0. 

Dat is een lastige techniek. Er is geen plot, want dat zou betekend hebben dat hun leven met de plot begint. Maar er zijn wel zaken die je met terugwerkende kracht pas snapt. Dat zijn de kleine spanningsboogjes die je terugvoeren in de tijd. 

Tessa en Marius zijn allebei schrijvers: Tessa van romans, Marius van columns. Daar is hij overigens erg succesvol mee en hij wordt ook in het buitenland uitgenodigd. Tessa en Marius gaan relaties aan, maar niet met elkaar. Ze blijven elkaar wel zien, want ze kunnen niet de hele tijd zonder elkaar. 

Hotelkamers

Ze komen vaak bij elkaar in hotelkamers en hun samenzijn is dan heel lichamelijk, wat wordt benadrukt door de uitgebreide beschrijvingen. Seksscènes zijn lastig te schrijven. Al gauw worden ze saai of banaal. Verschillende keren scheert Peek ook langs de rand van de afgrond en af en toe geloof ik hem niet. Denkt iemand werkelijk het woord 'vulva' bij het aanschouwen van het vrouwelijk geslachtsdeel? Het lijkt me sterk. 

Ik was bang dat deze scènes op den duur zouden vervelen, maar dat viel mee. De dialogen vond ik niet altijd boeiend, maar wellicht heeft ook dat een functie. Het gaat er niet om dat ze spits op elkaar reageren, maar soms zijn het ook de gewone dingetjes die hun omgang kenmerken. 

Buiten elkaar lijken de personages niet te bestaan. Ze worden alleen gedefinieerd in hun symbiotische relatie tot elkaar. Meer buitenwereld had ongetwijfeld meer lucht gegeven aan het boek, maar doordat die buitenwereld zoveel mogelijk afwezig is, onderga je meer het obsessionele van de band die Tessa en Marius hebben. 

Die obsessieve gerichtheid op elkaar, tot uiting komend in hun vrijpartijen, dat is wat me bijblijft na deze roman. Twee mensen die nooit lang met elkaar zijn, maar eigenlijk ook nooit zonder elkaar. 

Eigenlijk dacht ik dat Godin, held een debuut was, maar het blijkt de vijfde roman van Peek te zijn. Daarna heeft hij geen romans meer geschreven. Wel schreef hij nog een filmscenario en een pamflet, een pleidooi voor het communisme.