maandag 27 december 2021

De filosoof, de hond en de bruiloft (Barbara Stok)

Op de eerste tekening in haar nieuwe boek, De filosoof, de hond en de bruiloft, staat Barbara Stok zelf afgebeeld. Ook op de laatste tekening zien we haar terug. Ze staat, samen met haar partner, eerst in een desolaat landschap. Behalve een paar zwerfhonden is daar niets. Op het laatste plaatje staan de twee in de drukte van de stad: winkels, verkeer, afval, bedrijvigheid. Tegelijkertijd heb je het idee dat ook daar niets is en dat de twee mensen er wat verloren bij staan. 

Dit soort scènes zijn kenmerkend voor het werk van Stok. Ze is daar zelf altijd heel erg in aanwezig. In verschillende albums is ze zelf de hoofdpersoon en reflecteert ze al tekenend en vertellend op haar eigen leven. Het mooie is natuurlijk dat ze voor de lezer tegelijkertijd reflecteert reflecteert op het leven in het algemeen en dus ook op dat van de lezer. Dat maakt haar boeken zowel persoonlijk als algemeen geldend. 

In een groot deel van De filosoof, de hond en de bruiloft komt Barbara Stok niet letterlijk voor, terwijl het tegelijkertijd heel erg over haarzelf lijkt te gaan. 

Hipparchia

We gaan ver terug in de tijd, meer dan 2300 jaar. We zoomen in op een huis, met daarin een vrouw, die Hipparchia blijkt te heten. In de laatste tekening voordat we haar te zien krijgen, zien we een stukje van het huis: een vogel in zijn of haar eentje op het dak, een wolk en een paar takken in knop. Het lijkt een eenvoudige tekening waar je overheen zou kunnen lezen, maar Stok tekent die dingen natuurlijk niet voor niets. 

De vogel is vrij, maar zit er ook alleen. De takken in knop zijn beloftevol, maar knop is nog geen bloei en Kloos weende al om bloemen in den knop gebroken. De lucht is strakblauw, maar er is ook een kleine wolk. We weten domweg niet wat er boven ons hoofd hangt. Het hele verhaal moet nog beginnen, we moeten maar zien hoe het loopt. 

Stok neemt ons mee terug naar het oude Griekenland. Hipparchia leeft in een welgesteld milieu, wat je aan haar kleren en de woning kunt zien. Ze leest boeken (boekrollen) en al gauw blijkt dat dat ongebruikelijk is voor een vrouw. Ze is ook nog niet getrouwd en dat wordt toch onderhand wel tijd. Hipparchia is filosofisch ingesteld en ze luistert graag stiekem naar de gesprekken die de mannen om haar heen voeren. Bijvoorbeeld over wat het doel van het leven is. 

Wat is een goed leven?

Wat ze denkt, vertelt ze aan de honden die ze eten te geeft. Dat is handige manier van Barbara Stok om het verhaal gaande te houden en toch wat van de binnenwereld van Hipparchia te weten te komen. 'Wat een mens moet hebben om werkelijk gelukkig te kunnen zijn is een goed en weloverwogen leven.' Dat heeft ze bij Socrates gelezen. Ze probeert hem te doorgronden en een antwoord te vinden op de vraag wat een goet leven is. 

Intussen is er een mogelijke echtgenoot voor Hipparchia gevonden, in Athene. Daar is Hipparchia blij om. Ze denkt: 'Ik mag dit niet weer verklooien.' Blijkbaar heeft ze dat al een keer gedaan. Het taalgebruik van Hipparchia is hedendaags en dat blijft zo in de rest van het boek. Iemand zegt dat hij er helemaal klaar mee is en bij een paard wordt er gesproken over zijn geweldige acceleratievermogen, alsof het over een auto gaat. 

Je zou dat anachronistisch kunnen noemen, maar het verhaal moet toch al naar onze tijd gehaald worden: we lezen het nu en in het Nederlands. De mensen spreken de taal die voor ons nu doodgewoon is om aan te geven dat het ook toen doodgewone gesprekken waren. 

Hipparchia is echt blij dat er een echtgenoot gevonden is. Daarin zal ze kind van haar tijd zijn. Tegelijkertijd zal ze ook hedendaags blijken te zijn. Wij moeten immers dicht bij onszelf blijven, bedenken wat we nu echt willen, mogelijkheden zoeken om onszelf te ontplooien. Dat zal Hipparchia ook gaan doen, maar met een ander uitgangspunt: ze wil zo leven dat ze het dichtst bij een goed leven komt. 

Cynicus

In Athene zijn verschillende filosofische scholen, die Hipparchia natuurlijk niet mag bezoeken. Daarom verkleedt ze zich als man, om zo toch in de buurt te komen van de filosoof Crates, een cynicus. Hij zag af van alle welstand en wilde zich niet conformeren aan het waardestelsel dat toen gold. Dat spreekt Hipparchia erg aan. 

Maar het is wat anders als je die ideeën ook nog in de praktijk moet brengen. Hipparchia leeft comfortabel, in een familie met veel bezittingen en haar beoogde echtgenoot is rijk. Hij is bijvoorbeeld eigenaar van zilvermijnen, waarin slavenarbeid wordt verricht, ook door kinderen die slaaf gemaakt zijn. 

Dat laatste staat haar al gauw tegen, maar als slavernij een vanzelfsprekendheid is, is het lastig om te beseffen dat er ook een wereld of een leven mogelijk is waarin slavernij niet logisch en zelfs verwerpelijk is. Ze heeft ook zelf een slavin en hoewel die goed behandeld wordt is ze niet vrij. Die gaat ze bevragen om meer te beseffen wat het betekent als mensen als eigendom beschouwd worden. 

Huwelijk

Uiteindelijk maakt Hipparchia een radicale keuze. Ze doet afstand van haar bezit en trouwt met Crates. Ze zal een van de weinige vrouwelijke filosofen worden. 

Hipparchia heeft werkelijk bestaan. Ze was niet de eerste vrouwelijke filosoof. Al enkele eeuwen daarvoor zijn er vrouwen in de school van Pythagoras wier namen overgeleverd zijn en Barbara Stok laat Hipparchia een boekrol van Perictione lezen, de moeder van Plato. 

Ongelijk Houwelijck

De geschiedenis van Hipparchia was wel bekend. Jacob Cats schreef er bijvoorbeeld over in Trou-ringh (1637). Hij noemde het verhaal van Crates en Hipparchia 'Ongelijk Houwelyck'. Het blijkt na zoveel jaren nog verrassend goed te lezen. 

In de versie van Cats is Crates overigens mismaakt: hij heeft een bochel. Maar ook in andere werken heeft Cats al betoogd dat je iemand niet op het oog, maar op het oor moet trouwen en wat Crates te vertellen heeft, is heel aantrekkelijk voor Hipparchia. Ze moet zichzelf wel overtuigen en Cats laat haar in haar hoofd alle tegenargumenten weerleggen. 
Maar Crates is mimsaeckt: dit hoor ick op hem schieten;
Hem dien de deught verciert, wie kan die lelijck hieten?
Maer hy is byster arm, en uytter maten kael:
Die wijse sinnen heeft besit het altemael. 
Maer hy en heeft geen staet om van te mogen leven:
Al wat op aerde wast dat kan hem voetsel geven.
En zo gaat het een tijdje verder. In tegenstelling tot de versie van Stok speelt de moeder van Hipparchia in de liefdesgeschiedenis een belangrijke rol. Maar als ze de dochter niet tot inkeer kan brengen, wordt vader erbij gehaald en zelfs Crates probeert haar het plan van een relatie met hem uit het hoofd te praten. 

Dreigen met zelfmoord

Maar Hipparchia is vastbesloten en ze dreigt zelfs zelfmoord te plegen. 
Magh ick niet uwe zijn mijn leven-dagen langh,
Ik ga den eygen wegh, ick sijge naer beneden,
Ick ga naer Charons boot, en dat met rassche schreden.
Dat is wel heel dramatisch en het is logisch dat Barbara Stok deze bombastische middelen achterwege heeft gelaten. Uiteindelijk komt het allemaal goed, zeker als Cupido een pijl in de bult van Crates heeft geschoten. 

Cats voegt aan het verhaal in poëzie nog een dialoog in proza over de (on)wenselijkheid van een huwelijk van partners met zeer verschillende achtergrond en over de vraag of je vooraf een gebrek moet onthullen of juist niet. 

Cats betooogt dat Hipparchia weliswaar een volstrekt andere achtergrond had dan Crates, maar dat het toch geen ongelijk huwelijk is, omdat ze alles waarin ze verschilt van Crates achter zich laat. Stok kiest een wat andere insteek. 

Afstand van bezit

Hipparchia breekt door de normen waarin ze leeft. Ze doet niet wat hoort, maar wat volgens haar het goede is. Ze denkt zelf na en neemt de beslissing waarvan ze innerlijk weet dat die goed moet zijn. Daarbij ziet ze hoe betrekkelijk de waarde van het materiële is en wat de uitwassen daarvan zijn (bijvoorbeeld mensen in slavernij laten werken). Hipparchia doet radicaal afstand van bezit. 

Wij leven in een wereld van overvloed en dat heeft zijn schaduwkanten. Wat de overdaad aan voedsel betreft: daar schreef bijvoorbeeld Louise O. Fresco over in Hamburgers in het paradijs. Het woord 'ontspullen' is er een van de laatste jaren. We hebben te veel en zouden daar misschien wel afstand van moeten doen. 

Schaduwkanten van de welvaart

Barbara Stok doet mee in deze discussie over de schaduwkanten van onze welvaart door te laten zien hoe iemand al een paar duizend jaar geleden met hetzelfde probleem worstelde. Enkele problemen veranderen blijkbaar nooit, maar we moeten die in elk tijdperk weer op onze eigen manier zien op te lossen. 

Tot voor kort kende ik Hipparchia niet. Er is ook niet zo heel veel over haar bekend. Dat gaf Stok in hoge mate vrijheid om het leven van deze filosofe in te vullen. Dat heeft ze heel geloofwaardig gedaan en het heeft mij ertoe gebracht ook nog eens Cats te gaan lezen. Van mij mag Barbara Stok nog vaker zo in het verleden duiken. Wie weet is er dan over een aantal jaren een graphic novel over bijvoorbeeld Enheduanna. 

Eerder schreef ik over ander werk van Barbara Stok:





3 opmerkingen:

  1. Hoi Teunis, leuk dat er weer een nieuw boek van Barbara Stok is. Samen met Aimée de Jongh vind ik Barbara Stok één van de meest interessante striptekenaars van Nederland. Ik probeer of ik dit boek tweedehands kan kopen. Groetjes, Erik

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Heel fijn dat je ook over de nieuwste van Barbara Stok schrijft. Ik was al eerder een recensie over dit boek tegen gekomen en was toen al vol belangstelling. Jij maakt het helemaal fantastisch met deze uitgebreide beschrijving.
    Jaaa, Barbara Stok is er eentje om te koesteren.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Dank voor jullie reacties, Erik en Niek. Barbara Stok is een stripmaker die je met niemand kunt verwarren. Heel eigen. Mooi dat jullie ook van haar werk houden.

    BeantwoordenVerwijderen