vrijdag 17 mei 2019

Podcast: Misia


De Vlaamse omroep Klara heeft prachtige cultuurhistorische podcasts: eerder besprak ik hier de toppers Het hart van Napoleon en Venezia. Intussen ben ik begonnen aan het beluisteren van De Bourgondiërs, en De Zonnekoning, en Het verlies van België heb ik gedownload

Ik kan niet schrijven over alle podcasts van Klara die ik ken, maar ik kan ze wel noemen. Ik luisterde naar: Rubens, Luther begot!, Een gehucht in een moeras, Rebelse ritmes, Verdwaalde stad, Op wandel met monsieur Magritte, De vroolijke tocht, Napoleon, De Grote Reve Revue en De Sporen van Claus. Eigenlijk allemaal interessant. Alleen de ijdeltuit die centraal staat in Verdwaalde stad vond ik moeilijk te verteren.

Deze keer de podcast Misia: drie afleveringen van een half uur, dus gemakkelijk achter elkaar te doen. Wat een verhaal!

Halle

De podcast gaat over de vrouw Misia, die geboren werd in 1872 als Misia Godebski, dochter van een Poolse beeldhouwer en een moeder die half Belgisch, half Russisch was. Die overleed in het kraambed. Vader ging met Misia terug naar België, naar Halle. In het grote huis ademde alles kunst. Zo stonden in de salon twee concertvleugels en in veel andere ruimten stonden ook piano's.

Misia leerde pianospelen. Een van haar docenten was Fauré, die vooral lesgaf door voor te spelen. Ze zou bekend worden als pianiste, maar meer nog als spin in een sociaal web. Ze had een artistieke salon, waar werkelijk bijna iedereen kwam die er in de kunst toe deed.

Namen

Misia Sert, door Renoir. Bron: Wikipedia
Namen die voorbijkomen: Mallarmé, Proust, Verlaine, Ravel, Stravinsky, Bonnard, Villard, Toulouse-Lautrec, Coco Chanel, Renoir, Serge Diaghilev. Bij verschillende schilders is Misia nog terug te zien op de schilderijen, Proust baseerde twee personages op haar in zijn beroemde À la recherche du temps perdu, van Ravel wordt gefluisterd dat hij de vader was van een kind (of twee kinderen) dat (die) ze gebaard zou hebben, maar die opgroeiden als kinderen van haar broer.

In de podcast komt die hele wereld waarin Misia leefde dichtbij de luisteraard. Er wordt een prachtig beeld geschetst van het Fin de siècle, niet alleen door de verhalen, maar ook door de muziek die we te horen krijgen.

Memoires

Misia heeft haar memoires nagelaten en die vormen een van de uitgangspunten van de documentair, waarbij de makers zich wel afvragen hoe betrouwbaar de teksten van Misia zijn. Die makers zijn radiomaker Katharina Smets samen met musicologe Sofie Taes en componist Fredrik Neyrinck.

Die doen prachtige ontdekkingen: bijvoorbeeld een huis van Misia in Frankrijk, dat nog steeds bewoond wordt en waar er op de muren nog schetsen te vinden zijn van (een dronken?) Toulouse-Lautrec.

Misia overleed in 1950. Ze heette toen Misia Sert. De achternaam kwam van haar derde echtgenoot, de schilder José Maria Sert, van wie ze ook weer gescheiden was. Ze had een flamboyant leven achter de rug, met verschillende tragische momenten en de makers van de podcast maken dat allemaal goed invoelbaar. Aan het eind van de documentaire nemen wij ook een beetje afscheid van Misia.

Eerlijk gezegd had ik nog nooit gehoord van Misia Sert, maar na deze podcast zal ik haar niet meer vergeten.

Meer informatie over de podcast vindt u op de site van Klara.

zondag 12 mei 2019

Bizar (Sjoerd Kuyper)


Jeugdboeken lees je vooral in je jeugd en dat is eigenlijk jammer. In de jaren tachtig heb ik het lezen van kinder- en jeugdboeken volgehouden, vooral ook omdat ik toen elke week 'taakuren' in de schoolbibliotheek doorbracht. Ik leerde toen bijvoorbeeld het werk van Aidan Chambers kennen. Daarna is het allemaal erg weggezakt, met wat oplevingen tussendoor.

Nu is het vooral de Grote Vriendelijke Podcast die mij af en toe in de ribben port. Die bracht mij er bijvoorbeeld toe om 67 seconden (Jason Reynolds) en Code Kattenkruid te lezen. En ook Bizar van Sjoerd Kuyper. De boeken van Annet SchaapAnna Woltz en Daan Remmerts de Vries las ik 'uit mezelf', evenals de klassieker van Tonke Dragt.

Voor zover ik me herinner, heb ik van Kuyper alleen Robin en God gelezen en dat vond ik een mooi boekje. Tijd om een nieuw boek van hem te proberen.

Sallie Mo

Bizar wordt verteld door Sallie Mo, die een soort dagboek bijhoudt, maar eigenlijk een boek aan het schrijven is. We lezen dus het boek dat Sallie Mo schrijft. Dat schrijven is uit nood geboren: dit dertienjarige meisje is meer een lezer. Eigenlijk is ze al helemaal in de leeswereld verdwenen en het enige echte contact met de wereld van de dagelijkse werkelijkheid bestaat uit overgrootvader David, een wijze man, met wie ze gewoon kan praten.

Bestond. Kon. Opa David leeft niet meer. Omdat Sallie Mo een beetje vreemd reageerde na zijn dood is ze naar dokter Bloem gestuurd en die heeft haar een opdracht meegegeven: drie maanden niet lezen (of tot ze vijf keer het sublieme heeft meegemaakt) en Salie Mo probeert ook om de waarheid te spreken, wat in de praktijk eigenlijk niet mogelijk blijkt.

Ze gaat met haar moeder drie weken op vakantie op een eiland. Daar zijn ook, zoals altijd: Dylan (jaartje ouder) en zijn moeder, en Donnie (16) en Beitel (8) met hun moeder. De moeders zijn vooral op mannenjacht en de kinderen gaan zoveel mogelijk hun eigen gang.

Weggelopen

Ze ontdekken nog drie kinderen, die zich schuilhouden in een bunker: Jackie, met haar broertje Bukkie en Nikkel. Jacky is haar vader, bankdirecteur, zat. Nou ja, ze is vooral het gegraai van de bankiers zat en daarom zijn de kinderen weggelopen van huis. Ze willen losgeld vragen en met dat geld goede dingen doen. Als de kinderen maar eens aan de macht zouden zijn, dan zou de wereld wel beter worden.

Doordat Sallie Mo een lezer is, is ze behoorlijk wijs voor haar leeftijd. Ze houdt erg van Shakespeare en ze heeft gedachten over zo'n beetje van alles. Maar ze is ook 'gewoon' een meisje van dertien, dat verliefd is op Dylan, zoals Beiteltje verliefd is op haar.

Beitel is een ontroerend jongetje, dat het vermogen heeft om met dieren te praten. Of misschien is hij iemand van wie de fantasie nog niet is aangetast, zodat hij de verbeeldingskracht heeft om zich in een fictieve wereld te begeven.

Natuurlijk wordt er gezocht naar de kinderen en het wordt nog best spannend, vooral ook doordat Jacky een wapen heeft en Donnie graag zijn wil oplegt aan anderen. De volwassenen zijn met andere dingen bezig.

Gedachten

Sallie Mo is geloofwaardig personage met een eigen stem. Je kijkt niet op van de gedachten die ze heeft. Een voorbeeld:
Misschien loopt iedereen altijd in vermomming. Bankdirecteuren in strakke pakken, voetballers met tattoos, kunstenaars met veel haar. Volgens mij doen ze hun haar 's avonds af en trekken ze hun pakken uit en wassen hun tattoos weg. Als je iets goed kunt, laat je dat zien in je werk, niet met je uiterlijk. Kijk naar foto's van schrijvers. De goeie. Keurige mannen. Ze hebben geen clownspak nodig. Kunstenaars met veel haar zijn lousy kunstenaars, voetballers met tattoos zijn lousy voetballers, bankdirecteuren in dure pakken zijn bankrovers. 
Of deze, over de noodzaak tot integratie.
Misschien moeten vluchtelingen die hier komen wonen niet integreren, dacht ik. Als je mensen dwingt om te integreren, dwing je ze om zoveel moois weg te gooien! Dat weet ik, want als je mij dwingt te integreren, gooi je ook zo'n beetje alle moois van mij weg, serieus. Alles wat ik gelezen heb moet ik dumpen om mee te kunnen doen met anderen die niets hebben gelezen. Kun je nagaan wat mensen uit andere culturen moeten dumpen en vergeten voor ze mee mogen doen. En dat komt dus nooit meer terug. Dat is voor eeuwig verdwenen. Maar daarover later meer. 

Prekerig

Daar wordt het boek natuurlijk een beetje prekerig van, maar het blijft te verteren doordat een meisje het vertelt en niet de schrijver. Die vertelt het natuurlijk eigenlijk wel, maar we luisteren nu eenmaal liever naar Sallie Mo. Er worden wel veel onderwerpen overhoop gehaald, maar ook dat is in een dagboek niet ongeloofwaardig.

De verteltoon van Sallie Mo draagt ons door het boek en dat is prettig. Ze is een scherpzinnig waarnemer en heeft ook nog gevoel voor hunor. Ze neemt ook zichzelf waar en ziet hoe ze verandert. Ze was altijd onzichtbaar (ze zat stil in een hoekje te lezen) en merkt dat ze voor anderen en zichzelf steeds duidelijker te zien is.

Er staan veel zinnen in het boek die amusant zijn: 'Mijn broertjes kunnen niet schrijven,' zei Jackie, 'ze zijn hoogbegaafd.' Of de uitspraak van moeder over haar omgang met mannen: 'Als je zin hebt in een stukje worst, hoef je niet het hele varken in huis te halen.'

Titel

De titel vind ik wat minder geslaagd. Weliswaar is 'bizar' een stopwoord van Sallie Mo en vindt ze dat het minder moet gaan gebruiken (ze streept het ook vaak door) en weliswaar zijn de gebeurtenissen soms bizar, maar de titel zegt ook niet zoveel. Het zou op heel wat boeken kunnen slaan.

De bizarre gebeurtenissen waren met wat te veel: te zeer op het spektakel geschreven, voor mijn gevoel en het resultaat was niet dat ik me meer bij het verhaal betrokken voelde. Niet dat het vervelend was om te lezen, maar ik was op dat moment ook niet echt gegrepen door wat ik las. Maar de slotscène is prachtig en daar ga ik dus niets over zeggen.

Qua gebeurtenissen had Bizar van mij wat soberder gemogen en ook het preken had iets minder gemogen. Maar kinderen vinden het misschien wel prettig om te lezen welke meningen de schrijver graag kwijt wil.

Waarheid

Sallie Mo heeft haar eerste boek geschreven. Ze heeft gemerkt hoe je de waarheid in een boek kunt manipuleren (en ook dat het daar niet altijd minder waar van wordt). Kinderen hebben het niet gemakkelijk in dit boek, zoals ze het ook in de werkelijkheid niet gemakkelijk hebben. Wij, volwassenen, mogen ons wel afvragen of we niet te veel met de grotemensenproblemen bezig zijn en of dat wel de echte problemen. Niet voor niets zijn er nu jongeren die aandacht vragen voor de klimaatverandering.

Het jeugdboek heeft het niet gemakkelijk: kinderen lezen minder en er is matig aandacht voor jeugdliteratuur in de media. Wel heb ik er vertrouwen in dat er altijd echte lezers zullen zijn, die zich vol in een boek van driehonderd bladzijden willen storten. Zij zullen aan Bizar zeker plerzier beleven.

vrijdag 10 mei 2019

Podcast: Tante Jos



In een verhaal moet een personage altijd een drive hebben: hij moet naar iets streven, hij moet een vraag hebben waarop hij een antwoord gaat zoeken, er moet een probleem zijn dat oplossing behoeft.  Dan gaat een lezer of een luisteraar makkelijk mee met het verhaal; je wilt nu eenmaal weten hoe het afloopt.

Bij reconstructies heb je dat bijna per definitie: iemand heeft wat gegevens en probeert het hele verhaal boven water te halen. De schrijver of de podcastmaker gaat op zoek en wij lopen in gedachten achter hem aan. Het verhaal krijgt daardoor bijna automatisch richting.

Dat leverde podcasts op als De brand in het landhuis, Bob, De kofferbakmoord, die hier eerder zijn besproken. En er zijn er nog veel meer. Een daarvan is Tante Jos van Mijke van Wijk.

Vrouw in het verzet

Tante Jos, Jos Gemmeke, werd na de oorlog beroemd door haar verzetswerk. Zij was de enige vrouw, naast Koningin Wilhelmina, die ooit werd onderscheiden met de Militaire Willemsorde. Ze werd veelvuldig geïnterviewd, waarbij ze steeds ongeveer hetzelfde verhaal vertelde: over haar tocht per fiets naar het al bevrijde zuiden van Nederland, waar ze een boodschap moest overbrengen aan prins Bernhard, over haar opleiding tot geheim agent in Engeland en over haar laatste, geheime missie, waar ze ook lang na de oorlog niets over wilde zeggen.

Jos was de oudtante van podcastmaker Mijke de Jong; Jos was een zus van haar oma. Ze kende haar vooral van tv, want oma en Jos waren gebrouilleerd, dus bij haar zag ze Jos niet. Mijke zocht haar op een gegeven moment op en ze raakte met Jos in gesprek.

Meer en meer begon ze zich af te vragen wat er nu eigenlijk echt gebeurd was in de oorlog en in hoeverre tante Jos het hele verhaal vertelde. Intussen overleed Jos, dus aan haar kon ze niets meer vragen.

Speurtocht

De Jong gaat op zoek in archieven en zet een speurtocht op naar de families bij wie Jos in de oorlog overnacht had. Ze fietst zelfs de tocht van haar oudtante na, al is dat natuurlijk niet op een fiets met houten banden. Klopt het verhaal van Jos? Blijft ze de heldin voor wie iedereen haar houdt?

Tante Jos is een mooie podcast: een verhaal dat je wilt volgen en een podcastmaker die zich afvraagt wat de nieuwe (of oude) gegevens voor haar betekenen. Dat houdt in dat je gemakkelijk kunt meeleven en je verliest geen ogenblik de aandacht.

Vijf afleveringen

Vijf afleveringen telt de podcast en ik ben ingestapt toen de eerste twee (geloof ik) verschenen waren. Daarna heb ik er elke week naar uitgekeken. Ik hoorde ook van mensen die alle vijf de afleveringen na elkaar beluisterd hadden en zich niet verveeld hadden.

Je krijgt een beeld van een deel van het leven in de oorlog en van een bepaalde streek op een bepaald moment. Er is ook een deskundige aan het woord die zeer gedetailleerde informatie heeft en die kan verklaren waarom Jos juist op dat moment door de linies heen kan fietsen.

Informatief dus, maar je voelt je ook betrokken, zowel bij Jos als bij haar achternichtje die de waarheid wil weten, maar die ook wil weten wat zij nu werkelijk van die bijzondere oudtante moet vinden. Mooi gedaan.

Je vindt de podcast op verschillende plaatsen, bijvoorbeeld hier.

dinsdag 7 mei 2019

Iedere ketter heeft zijn letter


Je hebt christenen in allerlei soorten en maten en met allerlei opvattingen. Over homoseksualiteit, abortus, de positie van de vrouw (in het gezin en in de gemeente) en over het al bijna spreekwoordelijke kopen van een ijsje op zondag.

Steven Anderson, de baptistenvoorganger die onlangs de toegang is ontzegd tot Nederland en het hele Schengengebied, is een christen met wel heel uitgesproken opvattingen. Hij weet zeker van zichzelf dat hij Gods wil aan het uitvoeren is en hij beroept zich op de Bijbel, die hij voor een deel letterlijk uit het hoofd kent. Toch ondersteunden ook onverdacht christelijke partijen als de ChristenUnie en de SGP het inreisverbod voor Anderson.

Grond voor tegengestelde meningen

Alle christenen gaan uit van de de Bijbel. Dat geldt voor Anderson, maar ook voor de christenen die hem liever niet in Nederland zien. Blijkbaar kun je in de Bijbel voor tegengestelde meningen grond vinden: voor slavernij en voor de afschaffing ervan, voor het oproepen tot het doden van homo's en voor het homohuwelijk, voor en tegen het vrouwenkiesrecht. Zoals men lang geleden al zei: iedere ketter heeft zijn letter.

Misschien is dit de manier waarop het gewoonlijk gaat: mensen hebben een overtuiging en zoeken de bijbelteksten erbij die hen steunen. Zo kun je altijd beweren dat je je op de Bijbel baseert.

Bijbelgetrouwe christenen

Veel gelovigen zullen zeggen dat mensen die het niet met hen eens zijn op een verkeerde manier omgaan met de Bijbel en misschien zelfs dat zij geen echte christenen zijn. In de discussie rond de Nashvilleverklaring kwam in het Reformatorisch Dagblad in ingezonden brieven verschillende keren de term ‘bijbelgetrouwe christenen’ voor en de briefschrijvers rekenden zich blijkbaar daartoe. Waarschijnlijk vonden zij zichzelf de echte christenen; mensen met een andere mening waren slechts ‘naamchristenen’.

Steven Anderson is voorganger van de Faithful World Baptist Church. Ook in Nederland zijn er baptistengemeenten. Toch zullen er weinig baptisten zijn die in alle opvattingen meegaan met Anderson. Zo wil hij geen enkele homo in zijn kerk. Hij is ervan overtuigd dat iemand pas homoseksueel wordt als hij door God losgelaten is en dat voor zo iemand alle hoop verloren is.

Hij doet dan ook forse uitspraken, zoals ‘LGBTQ is de afkorting van Let God Burn Them Quickly.’ Hij grijnst er breed bij, in een interview dat op YouTube terug te vinden is.

Discussies

Er zijn hier verschillende discussies over te voeren. Je kunt je afvragen of het niet verkeerd is mensen te weren met een afwijkende en misschien zelfs verderfelijke mening. Weegt de vrijheid van meningsuiting niet zwaarder? Als iemand door wat hij zegt de wet overtreedt, kan hij altijd nog veroordeeld worden, maar dat is achteraf.

Je kunt ook theologische discussies gaan voeren, waarbij je elkaar met bijbelteksten om de oren slaat om alsnog je gelijk te krijgen en op het moment dat je tegenstander geen teksten meer bij de hand heeft, ben jij blijkbaar de ware christen.

Ik geloof niet dat we daar iets mee opschieten. Het onwrikbare gelijk heeft al heel wat mensenlevens gekost. Laat mensen uit de Bijbel halen wat ze willen, zo lang anderen daar niet de dupe van zijn. Laat voor de een de Bijbel een richtlijn voor het leven zijn, voor de ander een literair werk en voor een derde een sprookjesboek. En laat al die mensen gezellig samen koffie of bier drinken of brood en wijn nuttigen, maar laat ze niet hun interpretatie van de Bijbel opleggen aan de ander. Laat iedere ketter zijn eigen letter.

Column voorgelezen in het programma Kerkvenster van EdeFM
Illustratie: still uit de opname van een preek van Steven Anderson

donderdag 2 mei 2019

Podcast: Lezen in het donker



Het heeft even geduurd voordat ik snapte waarom de podcast Lezen in het donker heet zoals hij heet. Mij leek lezen in het donker gewoon niet zo praktisch. Ik hield de mogelijkheid nog open dat een lezer in het duister tast, maar dat is wat anders dan dat hij in het duister leest.

Lezen in het donker is een onderdeel van het radioprogramma Focus, een wetenschapsprogramma. Ik heb het nog meegemaakt toen het De kennis van nu heette: eerst als apart programma, later als een reeks korte dagelijkse itempjes. Intussen heet het dus Focus en het wordt in de nacht uitgezonden. Dat had ik niet in de gaten, maar nu ik het weet, snap ik ook benamingen als 'de wakkere wetenschapper' en dus ook Lezen in het donker.


Alfakant

In deze podcast is er een gesprek tussen een presentator en de schrijver van een boek. Vaak zit het onderwerp wat aan alfakant van de wetenschap. In de laatste uitzending die ik beluisterde was er een gesprek met een auteur die een boek geschreven had over 1944, maar de fragmenten die voorgelezen werden klonken alsof ze uit een jeugdboek kwamen: verhalend, waarbij zelfs de gedachten van de personages duidelijk werden.

Er worden vaak boeken besproken die iets met geschiedenis hebben, of waarin de auteur vertelt wat hij meegemaakt heeft, bijvoorbeeld als reiziger, of over hoe zij/hij opgegroeid is.

Onderwerpen

Soms komen er volstrekt andere onderwerpen aan de orde: Sanne Blaauw, met haar boek over hoe we omgaan met getallen; een boek over muzikaliteit bij mens en dier; een boek over politieke correctheid; Japke-d Bouwma over rariteiten in onze taal; een boek over concentratie; en er was een gesprek over de sekscolumns van Linda Duits.

Het is bij het beluisteren van de podcast niet altijd duidelijk wat de naam is van de interviewer. De stemmen herken ik meestal van de podcast Focus Wetenschap. Die podcast volg ik ook en met interesse. Alleen de column van Hens Zimmerman trek ik niet. Dat gepiel met grappig bedoelde geluidjes leidt met te veel af. Van de andere presentatoren wordt daar de naam ook niet genoemd.

Ik herinner me dat ik bij Focus erg moest wennen aan een vrouwenstem, vanwege de uitspraak van de klinkers. Het kostte me moeite erdoorheen te luisteren. Ik denk dat deze presentatrice begon toen De kennis van nu stopte. Bij het interviewen van de auteurs van het boek Politieke correctheid was dezelfde mevrouw alert en scherp en vroeg ze goed door. Prima interview. Ik snapte ineens niet meer waarom ik me af en toe wat aan haar stem had geërgerd.

Empathisch

Veel interviews zijn niet confronterend, maar eerder empathisch. Dat leidt vaak tot prettige gesprekken. Bij een boek over bijvoorbeeld een historisch onderwerp wil je als luisteraar vooral veel informatie en dan is het dus in de eerste plaats de taak van de interviewer om veel uit de schrijver te trekken. Eigenlijk gaat dat meestal goed. Soms zou je iets meer tegengas van een interviewer willen.

Op het gebied van de geschiedenis kwamen onderwerpen aan de orde als: de geschiedenis van Bureau Warmoesstraat, de Olympische Spelen van 1928 (in Amsterdam), Anna van Saksen (verstoten bruid van Willem van Oranje), Frederik Ruysch (de preparateur die we kennen uit een roman van Rascha Peper), de walvisvaart en Cornelis Musch.

Onderbroken door muziek

Tussendoor is er steeds muziek en bij een podcast kun je die prima doorspoelen. Op NPO 1 heeft men het idee dat een luisteraar niet veel aankan. Naar het geschiedenisprogramma OVT kun je twee een uur lang onafgebroken beluisteren, maar bij andere programma's wordt er steeds muziek doorheen gegooid. Zelfs het interviewprogramma Kunststof moest naar het halve uur, zodat er halverwege een break was (voor het nieuws). Zonde. Je haalt de lijn uit een gesprek weg.

Het gevolg is ook dat er in de tweede helft van Kunststof soms een samenvatting volgt van het eerste halve uur. Alsof men zich niet kan voorstellen dat er luisteraars zijn die dat allemaal al gehoord hebben en die dus zo'n samenvatting alleen maar zien als onnodig oponthoud.

Maar goed, terug naar Lezen in het donker. Door de muziek wordt iets wat een boeiend gesprek had kunnen zijn tot enkele gesprekjes van ongeveer een kwartier. Die kunnen nog steeds interessant zijn, maar altijd minder dan een gesprek waarin rustig ergens naartoe kan worden gewerkt. Een voorbeeld waarbij dat wel gebeurt is de Boekenpodcast Het Verhaal (zie hier) en ook bij Nooit meer slapen zijn er nog gesprekken van een uur.

Geen aanzet tot kopen

Verschillende keren kan een gesprek niet echt de diepte in door de onderbrekingen. Maar je krijgt wel een beeld van het boek en daardoor kun je zeker geïnteresseerd raken. De podcast heeft er overigens nog nooit toe geleid dat ik een boek ook daadwerkelijk ben gaan aanschaffen, wat me wel gebeurde bij bijvoorbeeld De Grote Vriendelijke Podcast, Nooit meer slapen of Lopen met Lebowski.

Doordat er veel boekenpodcasts zijn komen auteurs soms in verschillende podcasts terug om over hun boek te gaan vertellen. Dat lijkt me geen probleem. Wie een tweede (of derde) gesprek met een auteur wil horen, kan dat doen, wie dat niet wil, is nooit verplicht om alles te beluisteren.

Als ik dit schrijf zijn er 44 afleveringen geweest van Lezen in het donker en ik heb bijna alle afleveringen beluisterd. Bij enkele ben ik iets eerder gestopt, omdat ik het idee had dat ik wel een beeld had en omdat het onderwerp me wat minder interesseerde. Maar de meeste afleveringen hielden mijn belangstelling tot het einde vast.

De podcast is gericht op een vrij breed publiek: je kunt met weinig achtergrondkennis prima de gesprekken over de boeken volgen. Voor wie de podcast niet kent: leuk om eens te proberen.

Hier een overzicht van alle uitzendingen.

woensdag 1 mei 2019

Vallen is als vliegen (Manon Uphoff)


In haar werk heeft Manon Uphoff altijd aandacht gehad voor het kwaad dat in mensen huist. In bijvoorbeeld haar gesprek naar aanleiding van haar Brief aan mijn jongere ik (Trouw, 31 juli 2010) observeert ze het kwaad in zichzelf net zo nauwkeurig als dat in anderen. Dat heeft tot gevolg dat haar romans en verhalen altijd een scherp randje hebben, dat de pijn er niet in verdoezeld wordt.

Dat geldt zeker voor Vallen is als vliegen. De setting kennen we uit eerder werk: een onoverzichtelijk gezin: vader had kinderen, moeder had kinderen en samen krijgen ze ook weer kinderen. We komen dat gezin ook tegen in eerder werk, zoals Koudvuur (2005). Het grote leeftijdsverschil zorgt ervoor in die roman voor de hoofdpersoon (Ninon) zelfs niet altijd weet of die grote mannen nu halfbroers zijn of niet.

De oudere zussen, de oudere broer die verstandelijk beperkt is, kennen we ook uit eerdere boeken. Een van de zussen (Toddie) komt zelfs onder dezelfde naam voor. Ook enkele gebeurtenissen, zoals het verbranden van lakens, keren terug.

Ondergetekende

Maar er is ook veel nieuw in Vallen is als vliegen. Achter in het boek is een soort stamboom opgenomen, om orde aan te brengen in het onordelijke beeld van het gezin. De ik-figuur heet nu niet Ninon. Eigenlijk heeft ze geen naam. Ze verwijst soms naar zichzelf als 'ondergetekende' waardoor ze zich ook duidelijk positioneert als degene die het allemaal opschrijft. Dat is dan ook de opdracht die ze zichzelf gegeven heeft, gezien het motto, dat aan Faust ontleend is. Het laatste deel daarvan luidt:
't Is gruwelijk wat je te zien zult krijgen,
men zal zich haasten om het dood te zwijgen,
noteer dus heel precies wat je hier ziet.
Elders in het boek noemt ze zichzelf een zelfbenoemde archivaris. Zij zal verslag doen van wat er gebeurd is in het gezin. Dat betekent dat ze het verleden moet aankijken en de kamer in haar geheugen moet openen die ze al die tijd gesloten heeft gehouden. Wij zijn daar als lezers als het ware 'live' getuige van. De vertelster spreekt die lezer ook aan, juist op het moment dat ze komt tot het beschrijven van het meest duistere:
een soepachtig, hecht en van iedere menselijkheid ontdaan 'zwart' in een ruimte waar we ons dadelijk -Bitte noch ein wenig Geduld - zullen begeven.
En iets verderop:
Ja, lezer, nu moet ik het binnengaan...

Henne Vuur

De aanleiding voor de tocht van de vertelster naar de duisternis, of zo je wilt het labyrint, is de dood van haar halfzus Henne Vuur. Die viel in 2015 van de trap. Ze was negenenzestig jaar oud, was ernstig ondervoed en uitgedroogd. De ambulancemedewerkers wilden haar laten opnemen in het ziekenhuis, maar ze weigerde. Ze overleed kort daarna.

De vertelster wil het verhaal vertellen van Henne Vuur, wat voor een deel ook het verhaal is van zus Toddie, van haarzelf en van zusje Libby. En het verhaal van de vader, Henri Elias Henrikus Holbein, vaak aangeduid als HEHH, maar ook wel als de Minotaurus.

Minotaurus

Het mythische verhaal van de Minotaurus is bekend: hij leefde op Kreta in een labyrint en jaarlijks werd daar een aantal jongens en meisje in gedreven, als een offer aan de Minotaurus. Het is een treffend beeld: het labyrint, het (op)offeren van kinderen, het wezen dat half man en half stier is. Of misschien moet ik zeggen: het wezen dat zowel man als stier is.

De vader is degene die de kinderen misbruikt, maar hij is ook de vader van wie gehouden wordt en die zelfs vereerd wordt. Dat is het verwarrende: het prikkeldraad van de loyaliteit houdt alles bij elkaar en zorgt ervoor dat niets eenduidig is. Natuurlijk, er is een dader en er zijn slachtoffers, maar dat is een veel te simpele weergave van de gecompliceerde werkelijkheid.
Ja, mijn vaderpapa was de Minotaurus, de Enige Echte en Ware. Dus waag het niet om hem neer te halen.
Een god, noemt ze hem, en goden worden vaak zowel vereerd als gevreesd. Het is gruwelijk om dicht bij een god te moeten komen, maar het geeft tegelijkertijd een gevoel van uitverkoren zijn.
Vernederd, zeggen jullie? Stelletje idioten! Ik werd niet vernederd, ik werd tot vlamhete zonnekoningin gemaakt!

Gespletenheid

De Minotauris en de vader bestaan beiden en het is verwarrend dat het niet twee verschillende figuren zijn, maar dat het dezelfde figuur is.
Breng ik dit tafereel voor mijn geestesoog terug, dan kan en wil ik weer geloven dat HEHH even gespleten was als ik en net als ik verlangde naar die splitsing waarin er werkelijk een vader en een monster was (en een vader in wiens armen ik me voor dit monster kon verschuilen) - en betwijfel ik of ik beter af ben met de wetenschap dat zij één waren.
Gespletenheid komt op allerlei momenten terug in het boek. Dat is dus wat anders dan splitsing, waarna er losse delen ontstaan. Bij gespletenheid ontstaan er twee delen die tegelijk een eenheid zijn. Zo kijkt de verstelster ook terug op zichzelf. Ze heeft zichzelf een zonnekoningin genoemd, maar als ze terugkijkt naar haar jongere ik is ze ook iets totaal anders.
Die ochtendbuikpijnjengelaar die niet kon zien met welke gaven ze werd toegerust en welke geschenken ze ontving. Wat moet ik met haar? Met deze duimzuiger, beddenpisser, pluizen-uit-de-wollen-deken-plukker... dit bleek en mollig kind dat nooit en in geen enkel opzicht op mij heeft geleken: de Volmaakt Gelijktijdig In- en Uitademende, de Eendrachtig Meebewegende, de Totaal Verstilde en Met het Nachtzwart Samenvallende.
Thuis is aan de ene kant een bedreigende omgeving en tegelijkertijd is er ook de kerstboom met de lichtjes, vader is een god, maar is ook een oude man die zich later zal beroepen op zijn slechte geheugen en juist in een situatie waarin je geen enkele zeggenschap hebt, kun je soms een gevoel van triomf hebben.

Tekortschietende karakteriseringen

Dat betekent dat elke eenvoudige karakterisering tekortschiet, dat het bijna onvermijdelijk is om maar een deel van de werkelijkheid te tonen in wat je schrijft en dat er altijd meer werkelijkheid zal zijn dan wat je in woorden kunt vangen.

Misschien is het doel van schrijven wel de hele wereld te vangen of misschien wel een wereld te creëren waarin de gespletenheid is opgeheven, waarin de tegenstellingen samen kunnen bestaan. Daarnaar verwijst ook de titel en de passage aan het eind van het boek. Ik veroorloof me een uitgebreid citaat, omdat de schrijfster het natuurlijk altijd beter formuleert dan je kunt parafraseren:
Deze geluiden van een wereld waarin alles gewoon is, en niet nadenkt over dit zijn, en waarin elk teken gelijk is aan zichzelf. Waar geen smaak is van zoet, zuur of bitter. En het enige verschil dat van de bit is, de 0 en de 1. De 1 betekent: het leven voedend, en de 0: het leven niet voedend. Waar vuur onder ijs gloeit, en het water warm is, lauwwarm, groen en drabbig, met de vissen, erdoor glijdend, al verlangend om te glijden door de lucht. Waar we ons bloed kunnen voelen stromen, of dit nu koud of heet is... en niets metafoor is, maar alles tegelijk, zowel aan de binnen- als aan de buitenkant van de tijd bestaat, waar vallen hetzelfde is als vliegen. 
Binnen dit boek bestaat het allemaal en allemaal tegelijkertijd: de verering en de angst, het licht en het donker, het slachtofferschap en de triomf, de vader en de Minotaurus, het vallen en het vliegen.

Stijl

De stijl in Vallen is als vliegen is  anders dan in het voorgaande werk van Manon Uphoff: meer cadans, meer zangerigheid, meer beeldspraak. Er zit een golfslag in de zinnen die de lezer voortstuwt en op het gebied van taal lijkt de schrijfster alles te durven. Zo wemelt het van de neologismen: verbrandkookt, snipsnapsnippen, gruizelzang.

Bij een beschrijving van wat Toddie overkomen is, schakelt de vertelster over op archaïsch taalgebruik, dat ze zelf melodramatisch en ouderwets noemt.
Zo enen jager was ook deeze man. Een boosaardig en gevaarlijk wezen dat zich slechts kort vermomd als betrouwbaar menspersoon vergreep aan mijne zusters kinderen. Die aan ze frutschelde en wriemelde op den Kakdoosch (...).
En om aan te geven dat er voor iets eigenlijk geen woorden zijn, laat ze de gebruikelijke grammatica achter zich:
Zie je, dies was die kamer konnie van gesproken worden. 
De taal die ze gebruikt is rijk aan beelden. Soms verwijzend naar de mythologie en de sprookjes van Andersen (ze kreeg op haar zesde van haar vader een boek met die sprookjes). Juist sprookjes en mythen roepen werelden op die afwijken van de wetmatigheden in ons gewone leven.

Daarbij fonkelt de taal, alsof er lang op gepoetst is. Bijvoorbeeld bij het beeld dat gebruikt wordt om te vertellen hoe Henne van de trap viel:
Op die 13de november vonkte ze langs elke tree van die trap als een lucifer. 
Soms moest ik aan de taal van Jeroen Brouwers denken, die ook niet bang is om een beeld extra aan te zetten en om wat grotere gebaren te maken, soms aan die van Renate Dorrestein (in bijvoorbeeld Het perpetuum mobile van de liefde) en bij het poëtische en het ritme aan de taal van Fleur Bourgonje.

Benaderen en afstand houden

De functie van het taalgebruik lijkt me tweeledig. Aan de ene kant volstaat de rechttoe-rechtaantaal niet en is er een bijzondere taal nodig om dat wat er beschreven moet worden te benaderen. Aan de andere kant schept taal ook afstand, en ook die afstand is nodig om nauwkeurig te kijken.

Het voelt raar om te schrijven dat Vallen is als vliegen een prachtig boek is. Het doet denken aan wat Multatuli zei over een vrouw die roept dat haar kind in de gracht is gevallen. Iemand zegt haar dat ze zo'n mooie stem heeft en dat wil ze nu juist niet horen, zoals Multatuli niet wilde horen dat hij een goed boek had geschreven, maar dat er iets gedaan werd met wat hij geschreven had.

Ik ben diep onder de indruk van dit boek van Manon Uphoff, misschien omdat ze zo hoog gereikt heeft. Ze heeft niet het boek geschreven dat ze zou willen en kunnen schrijven, maar het boek dat ze eigenlijk niet kon schrijven, omdat er voor het beschrevene geen taal is die toereikend is. Het boek kon er alleen komen als ze zichzelf volledig op het spel zette en dat heeft ze gedaan.

Mededogen en bewondering, gruwel en schoonheid, troost en pijn, ondergeschiktheid en superioriteit, hemel en hel - die kunnen alleen maar samengaan in een boek waarin Vallen is als vliegen. Lezen dus. En daarna een tijdje je kop houden.


Eerder schreef ik over
De ochtend valt
De zoetheid van geweld

maandag 29 april 2019

Roodbaard, de schrik van de zeven zeeën. Deel 12 (Bourgne/Perissin)


Als ik het 'piratenstrip' zeg, welk woord komt dan het eerst in je op? Ja, bij mij ook: Roodbaard. Hij is iconisch geworden voor strips over piraten. Niet voor niets komt hij steeds terug (als loser) in de strips van Asterix. Zo'n verwijzing werkt immers alleen maar als iedereen weet waarnaar er verwezen wordt.

Bij uitgeverij Sherpa verschijnt al een tijdje de integrale uitgave, een reeks die al aardig opschiet. Eerder schreef ik over deel 7 en deel 8. Nu is deel 12 verschenen, met daarin opgenomen twee titels die samen een verhaal vormen: De schaduw van de duivel (1999) en Het pad van de Inca (2000). We begroeten in de dit deel twee nieuwe makers: de scenarist Christian Perrissin en de tekenaar Marc Bourgne.

Clean getekend

Ook al blijven de verschillende tekenaars trouw aan een grondpatroon, er zijn wel verschillen. Bourgne tekent vaak vrij dunne onderbenen bijvoorbeeld en zijn manier van tekenen heeft iets cleans. Dat laatste geeft aan de ene kant helderheid, maar aan de andere kant ligt de nadruk vaak te veel op de beheersing en op de esthetiek. De ruigheid en de morsigheid verdwijnen daardoor en dat vind ik jammer.
(te?) cleane manier van tekenen

Ik moet ook wennen aan de Erik zoals Bourgne die tekent: natuurlijk, zijn haardracht (blond haar en meestal in een staart) en zijn kleding (wit hemd, blauwe broek) kennen we uit de vorige albums, maar zijn gezicht is toch anders dan bij de vorige tekenaars. Dat is trouwens niet een groot bezwaar: zo gauw het verhaal loopt, accepteer je de personages hoe ze eruitzien. Roodbaard zonder baard (in een deel van het verhaal, en met reden) is ook wennen.

In dit verhaal is Roodbaard zo'n beetje aan lager wal geraakt: geen schip meer en geen bemanning. Zijn vaste maatjes, Baba en Driepoot zijn hem natuurlijk trouw gebleven, maar de laatste raakt hij al gauw kwijt. Die berooidheid is tijdelijk, als het goed is. Roodbaard heeft aanwijzingen voor de bergplaats van kostbaarheden van de Inca's.

Strijd tussen vader en zoon

Hij moet daar nog wel zien te komen en hij monstert aan op het schip waar zijn zoon kapitein is. Die weer moet luisteren naar de bevelhebber d'Alembert, die heel andere plannen heeft. Het komt tot een heuse strijd tussen vader en zoon, die ze met verbetenheid uitvechten.

De sluwheid van Roodbaard komt ook in dit album weer goed naar voren. Hij is degene die de plannen uitdenkt en manieren vindt om zijn doel te bereiken. In vorige delen hield hij zich verre van de vrouwen, maar in dit deel is er ineens een jonge vrouw, die bij hem in bed kruipt. Ook zij moet ondervinden hoe zwaar het piratenleven is.

Bij Roodbaard spelen vrouwen altijd een ondergeschikte rol en meestal moeten ze beschermd worden of veilig vervoerd. Heel anders dan in bijvoorbeeld de serie Black Sails waarin vrouwen ook macht hebben. Deze vrouw, Anny Read, is bepaald geen doetje en weet zich goed te handhaven tussen de mannen, die meestal niet in de gaten hebben dat zij een vrouw is.

Wie de reeks over Roodbaard verzamelt, zal zonder nadenken dit deel ook kopen. Voor de niet-verzamelaars: het is goed als aparte uitgave te lezen. De spanning tussen Roodbaard en Erik is aangenaam en verder is het een heel aardig verhaal.

Dossier

Het dossier is mooi uitgebreid: weer de nodige schetsen en losse tekeningen  die je anders niet te zien zou krijgen. Verder een interview met de twee makers, die terugkijken op hun werk van zo'n twintig jaar geleden. Het is maar een half interview overigens. De andere helft zal in deel 13 van de integrale uitgave te lezen zijn. En er is nog een overzicht van de omslagen die door Marc Bourgne getekend zijn.

Een integrale uitgave koop je vanwege de mooie uitgave, vanwege de drang om dingen compleet te hebben, maar toch ook vanwege de extraatjes, de artikelen en de tekeningen die je zouden ontgaan als je alleen de losse albums koopt. In dat laatste word je in deze Roodbaard niet teleurgesteld.

Serie: Roodbaard, De schrik van de Zeven Zeeën.
Deel 12: De schaduw van de duivel / Het pad van de Inca
Scenario: Christian Perressin
Tekeningen: Mac Bourgne
Uitgever: Sherpa
Haarlem 2019, 128 blz. gebonden, € 24,95
Probeersel voor een omslag

zondag 28 april 2019

Roomies (Ype Driessen)

De fotostrip was nooit een groot genre en dat is er in de loop der jaren niet beter op geworden. Alleen op de site Fotostrips houdt het genre het nog dapper vol. Ype Driessen publiceert daar geregeld een nieuwe strip van meestal vier foto's.

In Roomies zijn bijna honderd van die strips gebundeld. Het gaat om drie jongemannen die in hetzelfde huis wonen, met wat personen in de onmiddellijke nabijheid, vooral jongens. Ze houden zich bezig met daten, met andere relatiedingetjes, met de sportschool en met het kijken naar series. De onderwerpen worden klein gehouden en de actualiteit komt nauwelijks aan de orde. Nou ja, duurzaamheid is soms een thema.

Flauw

Veel strips zijn grappig bedoeld, maar eerlijk gezegd vond ik de meeste 'verhaaltjes' nogal flauw en helemaal niet grappig. Misschien komt dat doordat de onderwerpen mij niet zo interesseren, of doordat de mimiek van de gefotografeerden vaak nogal overdreven is. In de tekst wemelt het van stereotype uitroepen, die vaak in afkorting worden weergegeven (OMG, WTF). Slechts een enkele keer is de tekst spits, gevat, bijvoorbeeld als iemand op de sportschool de gezichtsuitdrukking van een sporter bekijkt en vraagt of hij die dag de gezichtsspieren traint.

Soms treedt er een bekende Nederlander op als gast (Arnon Grunberg, Arthur Japin). Dat is altijd leuk om te zien, maar uiteindelijk moeten de grappen of de verhaaltjes goed zijn en dat zijn ze in mijn ogen maar zelden.

Onbenulligheden

Het zal de leeftijd wel zijn. Veel van de strips behandelen onbenulligheden, maar in de ogen van de jongens zijn ze belangrijk. Zelfs in relaties schijnt het voornamelijk om uiterlijkheden en oppervlakkigheden te gaan. Dat betekent voor mij dat de strip inhoudelijk niets te bieden heeft.

Dat is op zich niet zo erg, als de strips dan maar vermakelijk zijn. Een strip als Guust beoordeel je immers ook niet op de inhoud. Maar die strip is geweldig getekend en heel erg grappig. Dat bieden deze fotostrips allemaal niet. Je moet lang bladeren om een stripje tegen te komen die je beter kunt vinden dan 'gaat wel'.

De pogingen van Driessen om de fotostrip levend te houden, zijn te prijzen, maar er zal meer voor nodig zijn dan wat er is samengebracht in Roomies. Maar misschien ben ik gewoon te oud voor deze strips en zijn ze meer iets voor de selfiegeneratie.
Titel: Roomies
Tekst, regie en foto's: Ype Driessen
Uitgever: Sherpa
Haarlem 2019, 96 blz. € 9,95

zaterdag 27 april 2019

Ik mag niet mopperen (S. Carmiggelt)


Als ik het mij goed herinner, stond er in het literatuurboek van mijn middelbare school een kopje 'Humoristen', met daaronder maar twee namen: Bomans en Carmiggelt. Van Bomans heb ik in de loop der jaren veel gelezen. Het lezen van Carmiggelt liep daarbij ernstig achter. Ik herinner me een boekenweekgeschenk (1979). Of, beter gezegd: ik herinner me dat het er was, dat ik het las en dat er tekeningen van Peter van Straaten in stonden, maar de verhalen herinner ik me eigenlijk niet.

Enkele jaren geleden blogde ik over de dundrukuitgave (2014) met een mooie keus uit de verhalen van Carmiggelt en onlangs over de verstripping door Dick Matena, wat ook aangename lectuur was. Indertijd las de schrijver zijn Kronkels ook voor op de tv, maar dat heb ik nooit gezien: in ons christelijke gezin kwam dat oog op de wereld er niet in. Wel kende ik zijn teksten voor cabaret, zoals 'Anna', voor Wim Sonneveld.

Niet mopperen

Toen ik onlangs goedkoop een paar Carmiggeltboekjes op de kop kon tikken, heb ik dat maar gedaan. Een ervan is Ik mag niet mopperen, waar op de voorkant Carmiggelt staat met zijn zes kleinkinderen, bijna allemaal jongens, met lang haar, zoals het in de jaren zeventig hoorde. Achterop staat in grote letters 'De nieuwe Carmiggeltbundel 1972', wat aangeeft dat er elk jaar een keuze uit de krantenstukjes verscheen.

Als auteursnaam staat vermeld 'S. Carmiggelt', terwijl ik zijn volledige naam had verwacht. Iedereen kende immers de voornaam en volgens mij stond bij Bomans ook de naam voluit op de boeken. Maar ook bij Vestdijk heb ik verschillende keren S. Vestdijk voor op een roman gezien, terwijl hij in zijn tijd ook een bekende Simon was.

Jaren zeventig

Aan verschillende details is te merken dat we in Carmiggelts stukjes in de jaren zeventig zijn. In mijn herinnering had iedereen in 1972 wel telefoon. Wij kregen telefoon na onze verhuizing in 1969 en mijn vader vertelde nog wel eens over de tijd dat opa en oma een van de weinigen in het dorp waren met telefoon. Dan kon het gebeuren dat er 's nachts op het slaapkamerraam geklopt werd, omdat de huisarts gebeld moest worden voor een van de buren. Dat was toen al lang geleden.

Maar in het verhaal 'Mannix en ik' staat:
Kijk, als mijn broer in een televisiestuk meedoet, dan belt hij 's middags op. Want hij heeft telefoon. Welzeker. En een grote, vooroorlogse woning.
Dat zegt een man tegen de 'ik' die ik toch maar even Carmiggelt noem. Hij doet alsof het opmerkelijk is dat zijn broer telefoon heeft. Klaarblijkelijk is het een teken van welstand. Vandaar ook dat die grote, vooroorlogse woning genoemd wordt. Maar de man die het vertelt, kan zelf ook opgebeld worden en heeft dus ook telefoon. Het lijkt niet helemaal consequent.

'Mannix' komt in dat verhaal op de tv. Ik heb er geen enkele voorstelling bij. Zou het ene Marnix zijn geweest? In een ander verhaal wordt verwezen naar Yrrah en die naam zegt me nog wel wat. Harry Lammertink was de naam in zijn paspoort en hij tekende cartoons voor Vrij Nederland. Iedereen kende ze, maar je ziet ze nooit meer.

Kapper

In 'Een keizer' komt er een kapper voor die 'een gulden vijftien' voor knippen vraagt, terwijl elders de prijs 'drie, vier gulden' is. Verder viel me het woord 'armbandhorloge' op. Wij zeiden vroeger 'polshorloge'. Gebruikt Carmiggelt een oud woord, of is het een eigen variant?

Het uiterlijk van een jongen, een jaar of zestien oud, wordt beschreven in 'Een lifter':
Zijn tot de schouders reikend haar, plakte -zeer verregend- tegen zijn bleke gezicht. Hij droeg een paarse broek, waarvan de pijpen van onderen zeer breed uitliepen en een groen legerjasje, waarop het woord 'peace' stond geschilderd, met onbbeholpen letters. Aan een riem over zijn schouder, hing een linnen tas.
Typisch jaren zestig/zeventig, lijkt me. Of betekent de beschrijving van Carmiggelt dat de jongen ook in die tijd al een opmerkelijk uiterlijk had?
Pukkel

Pukkel

Carmiggelt gaat met een kleinzoon die overgaat naar de middelbare school een nieuwe schooltas kopen, maar het kind wil geen schooltas, het wil een pukkel. En geen nieuwe, maar een oude. Wat nu 'vintage' heet, was toen echt gebruikt. Een oude pukkel blijkt duurder dan een nieuwe.

Toen ik naar de mavo ging in 1971, stond er in de regels dat wij een schooltas moesten hebben en geen pukkel. De boeken waren eigendom van de school en die leden te veel in een pukkel.

Het woord 'flatneurose' kom je ook niet vaak meer tegen. Sylvia Witteman gebruikte het vorig jaar nog, maar ik herinner me geen andere recente voorbeelden. Carmiggelt:
Dat meisje is ook al lang weer terug op kantoor, waar ze met tegenzin vervelend werk heeft hervat, in afwachting van een jongen met vooruitzichten, die haar een trouwring, een baby en een flatneurose schenken zal. 
In die tijd kon je nog onbekommerd woorden als 'negers' of 'homofiel' gebruiken. Die zijn nu minder gebruikelijk en wenselijk. Mevrouw Carmiggelt vertelt een droom:
Toen ik 't goed wou gaan ophalen stonden er allemaal woedende negers en die wou'en het niet, omdat het hun weitje was, zeiden ze.
 Aan de ene kant is Ik mag niet mopperen duidelijk een boek van vroeger, het gaat over de wereld van meer dan vijfenveertig jaar geleden. Aan de andere kant zijn mensen van alle tijden en hebben ze toen en nu gelijksoortige problemen: relaties die niet goed lopen, teleurstellingen die je moet verwerken, dromen die niet uitgekomen zijn.

Mensen

Carmiggelt heeft een goed oog en oor voor mensen. Als hij ze sprekend opvoert, karakteriseert hun taal hen al maar hij introduceert hij personen ook geregeld door hun uiterlijk te beschrijven, vaak met een vergelijking of een expliciete interpretatie. Enkele voorbeelden:
Het type van een heer in verval, duidelijk een eenzame, want zijn boordje was goor en op zijn zwarte jas zaten vlekken die een vrouw niet zou gedogen. 
Naast me zat een echtpaar, naar schatting in het genot van AOW, maar nog niet zo lang. De vrouw was een mollige moeke, wier kleding een voorkeur voor helle tinten en bloemmotieven verried. De man had een schraal, rimpelrijk gezicht met dunne lippen, die hij opeengeklemd hield, als iemand die bij een verhoor niets prijs wil geven. 
Over een ander echtpaar:
Zij was klein, mollig, had zeer onlangs een bezoek aan de kapper gebracht en droeg een feestelijke jurk. De man had een bleek, zorgelijk gezicht. Hij keek gehinderd, of hij alles wat hij droeg een maat te klein had gekocht en nu voelde knellen.

Archaïsch

Soms doet het taalgebruik wat archaïsch aan. Ik neem aan dat dat een humoristische uitwerking moest hebben. 'Des avonds' in plaats van ''s avonds', 'binnentreden' in plaats van 'binnenkomen' (en dat verschillende keren), 'het toornige zwerk' in plaats van de dreigende lucht. Dat werkt tegenwoordig niet zo goed meer, is mijn indruk. Ik vond het iets aanstellerigs hebben. Maar Carmiggelt schreef voor de lezers van toen en die hadden er waarschijnlijk geen bezwaar tegen.

Ik had verwacht dat de stukjes van Carmiggelt onderling vergelijkbaar waren: een dagelijkse uitsnede uit het leven, wat ontmoetingen met mensen op straat of in de kroeg. Dat blijkt niet te kloppen. Er zitten ook korte stukjes tussen, soms niet meer dan anekdotes, en ook weergaven van reacties van lezers die veel weghebben van wat we nu 'ikjes' zouden noemen.

Soms is er een serie: 'Huiselijk leven', 'In de kroeg', 'Amsterdam', 'Mensen', 'Vakantie', waarvan niet alle stukjes gelijksoortig van lengte zijn.

Een enkele keer kwam ik historische informatie tegen die me volstrekt onbekend was. Dat er bij het aardappeloproer een tekort aan aardappels was, is niet nieuw voor me. Maar wel dat er nog genoeg rijst was. Maar dat wilde men niet eten.

Beste verhalen

Veel van de verhalen zijn op zijn minst aardig en soms ook best goed. In de beste verhalen is Carmiggelt goed op dreef en is wat hij schrijft niet alleen humoristisch, maar boort hij dieper. Enkele verhalen steken, naar mijn mening, ver uit boven de rest. Allereerst is dat 'Mislukt?' waarin de ik-persoon een klein meisje voorleest uit het boek De vrolijke avonturen van Jeroentje:
Jeroentje ging naar bessenland.
Hij had een mandje in zijn hand,
want hij wou bessen plukken.
Zou dat Jeroentje lukken?
Tussendoor vertelt hij het tragische levensverhaal van de schrijver, Henry, 'een homofiel, in een tijd toen dat nog niet mocht'. Hij heeft er nog twee maanden voor in de gevangenis moeten zitten. Een schrijnend verhaal, dat mij meteen (tevergeefs) deed googlen naar wie die Henry dan geweest moet zijn. Weet iemand welke schrijver bij Jeroentje hoort?

Hotel De Engel

Ook 'Het einde van hotel De Engel' is van hoog niveau. Hierin is Carmiggelt in gesprek met Wim Kan, in de tuin van 'het eeuwenoude hotel De Engel te De Steeg'. Het oude hotel zal gesloopt gaan worden, wat de weemoed al aanwakkert. Samen blikken de twee mannen terug: op Nescio, de schilder Goedvriend, Louis Couperus. Het kost weinig moeite om je je voor te stellen hoe ze daar ook in de tuin zitten. Een grijze heer heeft zelfs een herinnering aan Couperus:
Ik ben geboren in dat ééns zo lieve Gelderse dorp. Mijn vader was er dokter. Ik had, als kleine jongen, een hondje waar ik erg dol op was. Op een mooie zonnige middag, speelde ik met het diertje in de tuin van hotel De Engel. Couperus zat er een kop thee te drinken en hij riep, met zijn zangerige stem: "Hondje, hondje - kom eens bij Louis Couperus."
Hotel De Engel in De Steeg
Afbeelding gejat bij Talitha's AnsichtenBoekenshop
Heeft Carmiggelt ook memoires geschreven? Die zou ik eigenlijk wel (hebben) willen lezen: een beetje weemoed en verder gewoon weergegeven wat hij zich herinnerde. Het zou kostelijk geweest zijn.

Mijn lerares, José Boyens, die mij Van Ostaijen en Streuvels leerde lezen, hield ons altijd voor dat een schrijver het recht heeft om beoordeeld te worden op het beste wat hij geschreven heeft. In deze bundel is dat het verhaal 'Mislukt?' Wie zo'n verhaal geschreven heeft, kun je veel stukjes van mindere kwaliteit vergeven.

Boutens

Ten slotte nog een anekdote die ik te mooi vind om die opgeborgen te laten uit het boekje uit 1972.
Aan het begin van de bezetting zat Paul Sanders nog in het bestuur van de Buma. Hij stelde in een vergadering voor af te treden, omdat hij, als jood, tóch niet te handhaven zou zijn. Maar het bestuur weigerde. Na de vergadering werd er gezamenlijk geluncht. De dichter P.C. Boutens, die voor de schone letteren in het bestuur zat, zei: ''t Is natuurlijk niet goed wat die moffen doen, maar ik moet toegeven dat joden erg onaangename eigenschappen hebben. En ík mag het zeggen, want heel diep in mijn voorgeslacht zit een druppeltje joods bloed.' Waarop Paul Sanders zei: 'Maar meneer Boutens, u kunt toch niet ál uw onaangename eigenschappen wijten aan dat éne druppeltje bloed?'

vrijdag 26 april 2019

Podcast: De Rudi & Freddie Show


Elke gerespecteerde krant en zo'n beetje alle tijdschriften hebben hun eigen podcasts. Soms worden artikelen voorgelezen, soms is er een discussie naar aanleiding van wat er in de krant of het tijdschrift is gepubliceerd, maar soms heeft de podcast meer zelfstandigheid. Dat lijkt me het geval bij De Rudi & Freddie Show van De Correspondent. Helemaal met zekerheid kan ik dat laatste niet zeggen, aangezien ik geen abonnement op De Correspondent heb.

De makers zijn Rutger Bregman en Jesse Frederik. De eerste kun je kennen van enkele filmpjes die zich snel verspreidden op het wereldwijde web en van het boek Gratis geld voor iedereen, waarin hij het basisinkomen bepleit. Jesse Frederik is correspondent economie en winnaar van de Tegel. Een van zijn aandachtsgebieden is schuldenproblematiek en hoe de overheid omgaat met schuldenaars.

Meestal zijn Bregman en Frederik met zijn tweeën te horen in de podcast, maar soms hebben ze een gast, die vaak uit de gelederen van De Correspondent komt (bijvoorbeeld Rob Wijnberg, Sanne Blauw, Jelmer Mommers).

Duo

Presentatie door een duo werkt alleen als het duo goed samenwerkt. Dat is hier het geval. De beide heren kunnen veel hebben van elkaar, zien in de ander geen concurrent en waarderen elkaar, wat altijd een goede basis is voor samenwerking. Ze houden van een geintje, wat de toon van de podcast licht houdt. Dat is prettig, want de onderwerpen zijn al serieus genoeg.

Een greep uit die onderwerpen: anarchisme, blokchain, bullshitbanen, klimaatverandering, TTIP, Trumpocalyps, adverteren op internet. Dat klinkt niet erg opwindend en met dit rijtje doe ik de podcast dan ook geen recht. Een betere indruk geven de titels zoals die op De Correspondent worden geformuleerd (zie hier): Een andere lichaamstaal geeft zelfvertrouwen (en meer 'wetenschappelijke' onzin); Hoe de euro wél een succes kan worden; Stel de meeste mensen deugen. Wat dan?; Het gevaar van doemdenken en het risico van gemakzuchtig optimisme; Dit simpele idee kan de wereld van ontwikkelingshulp op zijn kop zetten; De oplossing voor bijna niks: de blokchain; Hoe het klimaat links werd en veiligheid rechts; Nederland gepolariseerd? Over driekwart van de wetten zijn alle Kamerleden het met elkaar eens; Wat kunnen we leren van Noorwegen, waar gevangenen als normale mensen worden behandeld?

Naar afleveringen met zulke titels zou ik meteen willen luisteren, maar dat hoeft niet meer, want ik heb alle afleveringen al een keer gehoord. Op het moment dat ik dit typ, staan er 64 online. Je kunt ze weer op de geëigende plaatsen vinden. Niet alleen ben ik aan elke aflevering begonnen, ik heb ze ook allemaal tot eind toe beluisterd (en een doodenkele keer heb ik er eentje nog eens tot mij genomen).

Aanzetten tot nadenken

In veel van de standpunten van Bregman en Frederik kan ik mij vinden, maar dat vind ik niet zo belangrijk. Door de onderwerpen die ze aansnijden en de bronnen die ze noemen zetten ze aan tot nadenken. De Correspondent laat zich erop voorstaan dat op dat medium juist niet het nieuws wordt gebracht. Dat is immers de uitzondering op de regel: we vermelden in het nieuws alleen wat afwijkt van de normale loop der gebeurtenissen. Bij De Correspondent wordt meer gezocht naar de achtergrond.

Al een tijdje volg ik het nieuws met mate en ik heb niet het idee dat ik veel mis. De gebeurtenissen die in het midden van de belangstelling staan, kom ik in het weekend ook wel in de krant tegen en de app van de NOS meldt ook elke dag wel wat. Voor mij werkt het beter dat ik af en toe wat meer achtergrondinformatie krijg. Dat zet me eerder aan tot denken.

De Rudi en Freddie Show is een mooie mix van degelijke informatie, prikkelende opvattingen en amusement. Dat laatste betekent dat ik de podcast ook voor de lol beluister. Vorig jaar was deze podcast winnaar in de categorie 'Zakelijk' bij de Dutch Podcast Awards van BNR Nieuwsradio. Geen spatje aan kwaliteit ingeboet sinds die tijd.

Zoals je merkt, ben ik wel enthousiast. Probeer eens, zou ik zeggen.

donderdag 25 april 2019

Aeropostale deel 3: Vachet (Dumas / Bec / Saïto)


De reeks Aeropostale is bedoeld om legendarische piloten terug te roepen in de herinnering. Eerder besprak ik hier deel 2 over Mermoz, over wie overigens nog een album gaat verschijnen. In deel 3 staat Paul Vachet (1897 - 1974) centraal. Als kind wilde hij al piloot worden, wat in die tijd uitzonderlijk was.

Gedreven probeert hij zijn droom waar te maken, wat nog niet meevalt. Maar hij houdt vol en zal uiteindelijk een legendarisch piloot worden. Christophe Bec is de scenarist van het album dat aan Vachet gewijd is. Hij geeft in zijn verhaal een goed beeld van de stand van de luchtvaart in die pionierstijd. Bij vliegen was, veel meer dan nu, het gevaar altijd dichtbij: technische mankementen, weinig mogelijkheden tot communicatie, weinig kennis van routes.

Pionierswerk

Vachet was een van de piloten die nieuwe routes moesten uitproberen, eerst in Spanje, later ook in Zuid-Amerika. Dat was werkelijk pionierswerk: welke gevaren een route met zich meebracht, was eigenlijk niet bekend.

Er ging dan ook geregeld wat fout. Vachet was verschillende keren betrokken bij ongelukken of bijna-ongelukken. En bij het opsporen van gestrande piloten. Hachelijke ondernemingen, die verschillende keren mensenlevens hebben gekost.

Patrick A. Dumas tekent vaardig. Ik ben geen luchtvaartkenner, maar de vliegtuigmodellen zijn ongetwijfeld precies weergegeven. De mimiek van de personages is sober. Misschien ook om aan te tonen dat de mannen geacht worden om zich goed te houden. In het verhaal is er wel een moment waarop gememoreerd wordt hoe collega's zijn omgekomen. Dat doet een beetje denken aan de dramatische scène in het toneelstuk Op hoop van zegen waar de verhalen verteld worden over zeelieden dien niet zijn teruggekeerd.

Inkleuring

De inkleuring, door Diogo Saïto, nodigt bij het weergeven van noodweer uit tot het vet aanzetten, van bijvoorbeeld bliksem. In dit deel gebeurt dat gedoseerder dan in het deel over Mermoz. Dat maakt het verhaal gelijkmatiger, wat ook past bij de opzet.

Het verhaal begint bij iemand die, vlak voor sluitingstijd van de begraafplaats, naar het graf van Paul Vachet gaat. Hij haalt herinneringen aan Vachet op en spreekt hem steeds toe in de jij-vorm. Dat is niet zo'n gelukkige greep: je vraagt je af waarom iemand allerlei dingen vertelt die de aflijvige al weet, afgezien van het feit dat hij het niet meer kan horen. Het is niet zo aannemelijk dat iemand aan de persoon die het betreft gaat vertellen.

En-toen-en-toen-effect

Ook zorgt de verhaallijn ervoor dat we een reeks gebeurtenissen krijgen die alleen door de hoofdpersoon bij elkaar gehouden worden, maar die eigenlijk los staan van elkaar. Binnen die gebeurtenissen blijft de lezer wel geboeid, maar je krijgt toch een beetje het en-toen-en-toen-effect. In het deel over Mermoz zat het scenario veel geraffineerder in elkaar: een crisissituatie als heden en daardoorheen scènes uit het verleden gesneden.

Aan het eind van het album, als de portier van de begraafplaats de late bezoeker probeert te vinden, is er overigens nog wel een plotje, maar dat houdt het album niet overeind.

Degenen die de reeks Aeropostale lezen als geschiedenisboeken die vertellen hoe een deel van de luchtvaart zich ontwikkeld heeft, komen in de reeks prima aan hun trekken. Maar de gemiddelde striplezer wil ook een goed verhaal en dat is lastiger in dit deel. Op onderdeelniveau is het best goed gedaan, maar het geheel is in dezen minder dan de som der delen. Dat valt vooral tegen, omdat Bec in het vorige deel heeft laten zien dat het beter kan.

Reeks: Aeropostale, legendarische piloten
Deel 3: Vachet
Scenario: Christophe Bec
Tekeningen: Patrick A. Dumas
Inkleuring Diogo Saïto
Uitgever: Silvester
Den Bosch 2019, 56 blz. € 17,95 (hardcover)

 



woensdag 24 april 2019

Rupsje Nooitgenoeg (Knipoog 69)


Een van de bekendste prentenboeken is Rupsje Nooitgenoeg van Eric Carle. Het blijkt al uit 1969 te zijn, maar het duurde nog bijna tien jaar voordat ik het te zien kreeg. Ik zat toen op wat indertijd de Pedagogische Academie heette en moest ook prentenboeken lezen.

Het prentenboek gaat over een rupsje dat eet en eet. Opmerkelijk zijn de gaten in de bladzijden, waar het rupsje zich zogezegd doorheen gegeten had. En nog had het rupsje niet genoeg. Uiteindelijk ontpopt het zich tot een vlinder.

De naam van het rupsje spreekt tot de verbeelding. Ooit vergeleek Frist Bolkestein Ad Melkert met dit rupsje. Melkert had voor zijn plannen blijkbaar steeds meer geld nodig.

Prinsje Nooitgenoeg

In het aprilnummer 2019 van HP/De Tijd dook het rupsje ineens weer op, op de voorpagina, nu als Prinsje Nooitgenoeg. De prins is prins Bernhard jr. een ambitieuze zakenman, die blijkbaar steeds meer wil. Eerlijk gezegd heb ik het bijbehorende artikel van Jan Smit niet gelezen, omdat ik niet het idee had dat ik wilde weten waar het over ging. Dat het over een prins gaat, maakt daarbij niet uit.

Het rupsje gaat intussen zijn gang. Er is een kindercentrum van die naam, in een column in de Telegraaf vergeleek Ton Boot rijke voetballers met het rupsje, en Klaas Pool deed hetzelfde in een blogpost met mensen uit het bedrijfsleven, in Het Parool (8 april 2018) werd de (directeur van de) Westergasfabriek voor het rupsje uitgemaakt en in De Volkskrant van 27 augustus 2017 werden alle bejaarden (nou ja, ouderen, senioren) zo weggezet in een lezersbrief.

De knipoog in HP/De Tijd is subtieler, doordat het hier niet om het letterlijke rupsje gaat, maar om een prinsje. Het verkleinwoord is nodig vanwege de parallel met het rupsje, maar tegelijkertijd spreekt er een zeker dedain uit: ach, zo'n prinsje. Gezien de strekking van het artikel is dat wel passend.

dinsdag 23 april 2019

De Orde van de Drakenridders: De Poort van het Noorden


Series met doorlopende verhaallijnen werken natuurlijk het best als je ze in hun geheel leest. Dat is voor de uitgever natuurlijk ook het mooist: de lezer volgt het grote verhaal en koopt de albums op het rijtje af.

Voor wie het begin van een serie gemist heeft, zal er toch ook in de afzonderlijke albums iets te genieten moeten zijn. Er moet binnen het album een spanningsboog zijn en je moet niet te veel voorkennis nodig hebben om het verhaal te volgen.

Bij de Orde van de Drakenridders val ik er pas in bij deel 22: De Poort van het Noorden. Achter op het album staan de omslagen van de albums tot nu toe (en het eerstvolgende), die je tonen wat je al gemist hebt.

Het verhaal over de Orde speelt zich af in een fictief land. Als de draken komen, breekt de chaos uit. De drakenridders moeten ervoor zorgen dat alles rustig blijft. Zo gauw er onrust ontstaat, kun je er dan ook donder op zeggen, dat er weer ergens een draak is. De drakenridders moeten op zoek.

Vrouwen

De ridders zijn vrouw en veel zijn het er niet. In dit album zien we alleen de matriarch en een enkele ridder. Zij hebben het voor het zeggen al is hun gezag niet vanzelfsprekend. De ridder moet een man er nog wel eens op wijzen dat ze niet als Mahiotte aangesproken wil worden, maar als Ridder. De twee vrouwen moeten op zoek gaan naar de draak die de onrust veroorzaakt die ze om zich heen zien.

Er is niet heel veel mis met dit album: de tekeningen (van Alexe) zijn technisch behoorlijk en er is nagedacht over de compositie van een pagina, waarbij kleinere tekeningen in grotere worden geplaatst en tekeningen van de pagina aflopen. Op het meest dramatische moment is er een spread die achter enkele tekeningen langs loopt.

Qua kleur is er een tegenstelling tussen de buitenscènes, die zich veelal in de sneeuw afspelen, waarbij wit en blauw overheersen en scènes die warmte moeten uitstralen, met veel geel en oranje. Die gedeelten waren me soms te veel op het effect ingekleurd. Eigenlijk vond ik die passages nogal kitscherig. Maar er zijn ook binnenscènes die met meer terughoudend zijn gekleurd.

Er is ook afwisseling in de verhaallijnen: iemand die buiten op pad gaat en daartussendoor vertellen wat er binnen gebeurt.

Traag

Maar het verhaal is wel traag, waardoor het soms gezapig wordt. De karakters zijn misschien in de lange lijn interessant, maar in een enkel album lijken ze niet zo gelaagd. Het zijn geen personages die je beter zou willen leren kennen.

Dat alles zorgt ervoor dat De poort naar het Noorden mij niet zo kon boeien. Misschien staat het genre wat te ver van me af, misschien is een enkel album niet de goede manier om een beeld van de serie te krijgen, maar het scenario (van Ange) had zeker iets meer peper en meer complexiteit kunnen gebruiken.



Serie: De Orde van de Drakenridders
Deel: Boek 22, De Poort van het Noorden
Scenario: Ange
Tekeningen: Alexe
Inkleuring: Stéphane Paitreau
Uitgever: Silvester
Den Bosch 2019, 48 blz; €17,95. Hardcover

zaterdag 20 april 2019

Podcast: Stripjournaal


Op allerlei gebieden zijn er podcasts: koken, literatuur, muziek, seks, maar op het terrein van de strips  is er in Nederland op podcastgebied weinig te beleven. Er zijn enkele vloggers, zoals Michael Minneboo en De stripvlogger, maar van de echte podcast, alleen in audio, kan ik alleen Geekers op je speakers noemen, Fokcast en Stripjournaal. De Geekerspodcast ken ik niet zo goed, Stripjournaal wel.

Fokcast besprak ik hier, maar dat was in de tijd dat daar nog geen strips werden besproken. Tegenwoordig wordt er af en toe een aflevering opgenomen in stripzaak Mekanik, vooral over comics. Ik heb begrepen dat dat een zelfstandige podcast gaat worden. De afleveringen tot nu toe vind je hier.

Robin Vinck

Stripjournaal is de podcast van Robin Vinck, redacteur bij BNR Nieuwsradio. Stripliefhebbers kunnen hem kennen van de column in Stripglossy of van de uitreiking van de Stripschapsprijzen, die hij de laatste jaren presenteert. Dat doet hij overigens heel aardig. Vinck is een vlotte prater, met een zuidelijke tongval, die bovendien veel kennis heeft opgedaan over strips en het stripwereldje.

Een columnist moet niet bang zijn een mening te ventileren en Vinck maakt in zijn podcast van zijn hart absoluut geen moordkuil. Vooral als het over het Stripschap en de Stripdagen gaat, wil hij graag een beetje porren: er mag wel wat meer snelheid en meer vernieuwing in.

De naam Stripjournaal kennen we van de gelijknamig site. Daar is ook van tijd tot tijd wat stripnieuws te lezen en er stond in voorgaande jaren ook wel eens een recensie op. Van de Stripdagen van afgelopen jaar is er mooi verslag gedaan in een filmpje, dat uitstekend gemonteerd is.

In de laatste afleveringen heeft Robin Vinck een sidekick, Seb van der Kaaden, van uitgeverij Personalia, bekend van de Stripglossy. De twee werken lekker samen, vullen elkaar aan, hebben plezier met elkaar en samen hebben ze heel wat kennis.

Informatief en onderhoudend

De podcast Stripjournaal is altijd informatief. Soms wordt op het laatste moment nog iemand gebeld zodat de informatie zo actueel en nauwkeurig mogelijk is. De toon is licht en ook dat maakt de podcast aangenaam om naar te luisteren. De lengte, meestal een goed half uur, is prima. Bij bijzondere uitzendingen kan dat oplopen tot meer dan een uur.

Memorabel is bijvoorbeeld het jaaroverzicht 2018, waarin enkele mensen, onder wie de Stripmaker des vaderlands, terugblikken op een stripjaar.

Wie van strips houdt, zou zich moeten abonneren op Stripjournaal. Je wordt in korte tijd op deskundige en onderhoudende wijze bijgepraat over wat er speelt op stripgebied. Aanbevolen!

vrijdag 19 april 2019

De onverwachte rijkdom van Altena (Jan van Mersbergen)


Frankie en Marlies slaan zich zo goed mogelijk door het leven: Frank legt vijvers aan in tuinen en Marlies werkt bij een verzorgingshuis. Samen zorgen ze voor hun zoontje Willem, dat met krukken loopt. Hij krijgt thuisonderwijs, na een conflict met de school. Op de aandoening van hun zoontje na lijkt hun leven op orde. Maar dan verandert er iets in het dorp: er staat een Chinees bij de cafetaria.

Dat is de start van de gebeurtenissen in het boek De onverwachte rijkdom van Altena van Jan van Mersbergen. De Chinees blijkt overigens een Japanner, Murakami. Hij staat bij de cafetaria, omdat Rochat, de rijkste man van het dorp overleden is.

De Put

Rochats dochter Eveline, nu een bekend schrijfster, was ooit Franks eerste vriendinnetje en ze was ook nog de beste vriendin van Marlies. Rochat was eigenaar van de Put, een zandzuigersgat (zouden ze zeggen in het dorp waar ik opgroeide) dat ooit een recreatieplaats voor jongeren was.
Wij spendeerden meer tijd aan deze lake dan bij pa en ma op de bank. Die kwamen hier niet omdat dit onze plek was. Hier hadden zij en niemand anders iets over ons te zeggen: de gemeente niet, de politie niet, de boeren niet, niemand. Hier konden we jong zijn zoals alle mensen jong zouden moeten zijn.
Aan dat 'zij en niemand anders' merk je al dat het citaat qua taal niet helemaal correct is, maar dat is hoe Marlies praat: zij vertelt het verhaal aan een 'jij', al is het niet helemaal duidelijk wie dat is. Misschien is het de lezer wel.

Marlies en Frank hebben goede herinneringen aan de zomers van hun jeugd, vooral die van 1986 en 1987. Daarna liet Rochat een hek om de Put zetten, waarna hij door het hele dorp werd uitgekotst. Nu hij is overleden, krijgen Marlies en Frank het beheer van de Put. Bovendien blijkt er een mysterieuze administratie te bestaan, die misschien ontcijferd kan worden. Er is bovendien een boekje met spreuken en verhalen, mogelijk van Japanse afkomst.

Delen is de werkelijke rijkdom

Marlies en Frank besluiten de Put terug te geven aan het dorp, want zoals Murakami al zei: 'To share is the real richness.' Maar ze willen ook graag wat voor zichzelf, of liever: voor Willem die nog heel wat behandelingen nodig zal hebben.

Ooit was de Put een droom die afgepakt is en nu kan de Put misschien een droom waarmaken. Daarbij houden de twee beheerders het verhaal in hun achterhoofd van 'de lui onder aan de dijk', die een loterij wonnen en alles voor zichzelf hielden, wat uiteindelijk hun ondergang werd: 'de vette prijs die uiteindelijk alles uit elkaar sloeg als een zuidwesterstorm. De hoofdprijs binnenharken, niks overhouden.'

In de verhalen en spreuken in het boekje van Rochat gaat het ook verschillende keren over hebzucht. Bijvoorbeeld in het verhaal over de Japanse steenhouwer, dat we van Multatuli kennen. Hij was niet tevreden met zijn lot en wilde steeds meer, totdat hij inzag dat zijn oorspronkelijke leven zo slecht nog niet was.

Dromen

Er zijn verschillende thema's aan te wijzen in De onverwachte rijkdom van Altena. Het boek gaat over dromen die van je afgepakt worden en dromen die je waarmaakt. En dromen waar je een hek omheen zet. Over rijkdom die je deelt of die je voor jezelf houdt. Over bang zijn en durven. Niet voor niets is het laatste zinnetje in het boek: 'Ik durf'.

Marlies heeft zichzelf al eens 'een bange trut' genoemd en ze vraagt zich ook af of de Put nu een vloek of een zegen is. Haar dromen zijn al eens stukgeslagen en je hebt moed nodig om te geloven dat dromen ook gerealiseerd kunnen worden.

Of, zoals Marlies het zegt:
Dromen, voor je het weet worden ze je afgepakt. De ene dag lig je in het paradijs met eindelijk de jongen van je dromen tegen je aan, de volgende dag hangt er een slot aan de poort. 

Ongecompliceerde taal

Frank en Marlies zijn weinig ontwikkelde mensen, maar wel mensen met gezond verstand. Hun taal is ongecompliceerd. Als ze voor het eerst weer terug zijn bij de Put, hun vroegere paradijs, zegt Frank: 'Zitten we dan.' Meer hoeft er eigenlijk ook niet gezegd te worden.

Eveline, de schrijfster, zou in dat soort taal willen schrijven.
Ze komt met een heel betoog, dat ook zij hier vandaan komt maar dat haar schrijftaal anders is dan onze spreektaal. Eigenlijk wil ze schrijven zoals de mensen hier praten, zoals we nu aan dit tafeltjes zitten, hoe we kijken en van die korte woorden zeggen als Welk? en Hoe bedoel je? in plaats van Wat zeg je?
Later zal ze in een boek de stem van Marlies als vertelstem gebruiken. Het is een persoonlijk boek geworden, waarover ze zegt:
Dit boek is mijn overwinning. Met dit boek nam ik afscheid van mijn vader, door alles wat bij hem hoorde weg te geven. 
Een boek schrijven is een manier van delen. Maar je kunt ook zeggen dat je je iets toeëigent als je er een verhaal van maakt. En is dit boek dat wij lezen dan het boek dat Eveline geschreven heeft? Ik hoop het eigenlijk niet. Dat komt wel erg als geconstrueerd over.

Vertelstem

In ieder geval is het Jan van Mersbergen wel heel goed gelukt om de stem van Marlies als vertelstem te gebruiken. Het is altijd prettig als een stem de toon geeft aan een boek, zoals bijvoorbeeld ook gebeurt in Van dode mannen win je niet (Walter van den Berg) of Wil (Jeroen Olyslaegers). De ongecompliceerde manier van vertellen bepaalt bij Van Mersbergen voor een groot deel de charme van het boek.

Die nadrukkelijke constructie zit het boek toch wel een beetje in de weg. In het heden bevindt Marlies zich in een wintersportgebied. Ze praat daar tegen de 'jij'. Dat verhaallijntje zakt gemakkelijk weg en soms is het wel heen dun. Het is ook niet zo waarschijnlijk dat het hele verhaal, compleet met alle details, daar aan dat tafeltje op de berg, verteld zou zijn.

Marlies zit ondertussen ook nog een cryptogram in te vullen. Dat laat wel zien dat ze taalgevoelig is, maar de woorden die gezocht worden moeten dan ook steeds net iets zeggen over de lotgevallen van Marlies. Het woord dat ze zoekt is 'zoals steeds [...] bijna de kortst mogelijke samenvatting van mijn verhaal.' Dat is me te nadrukkelijk. Van mij hadden die cryptogrammen wel weg gemogen.

Te nadrukkelijk

Ook parallellen of vormen van beeldspraak zijn soms te nadrukkelijk. Er is een straat die de Gelukshof heet en die loopt dan ook nog dood. De knipoog is wel erg vet, zeker als die ook nog eens expliciet wordt gemaakt.

Het perspectief is ook niet altijd geloofwaardig. Als Frank met zijn kameraad Peet van Siene en Willem naar de Put zijn, krijgen we een verslag van Marlies, inclusief details. Die zal de weinig spraakzame Frank haar niet verteld hebben.

Sade

Muziek is belangrijk in deze roman. Allereerst de nummers van Sade. Sommige teksten blijken toepasselijk en de muziek van deze zangeres geeft ook een tijdsbeeld: in het najaar van 1985 kwam het album Promise uit en die muziek past dus bij de zomers die Frank en Marlies zich herinneren bij de Put. Bovendien zong Sade 'Build a wall around your dreams'.

Ook Meat Loaf komt voorbij met 'It was a hot summer night and the beach was burning', het begin van 'You took the words right out of my mouth'.
Dat was ons liedje, van Frankie en van mij, en van niemand anders.
 En de lezer denkt ook automatisch aan een ander paradijs dan de Put, met alleen maar de verlichting van het dashboard. Dat wordt niet genoemd, en speelt toch mee. Juist als het niet expliciet wordt, werkt het blijkbaar.

Voor de goede orde: Nick en Simon en de Spelbrekers komen ook voor in het boek en zelfs dat is passend en zelfs ontroerend. Niet gedacht dat dat mogelijk was.

Overhaast slot

Aan het slot gaat het me allemaal een beetje snel, alsof het verhaal wat afgeraffeld wordt. Misschien is het me ook net iets te gemakkelijk. Het dilemma: delen we wel genoeg, lijkt in een alinea opgelost te worden. Dat vond ik niet helemaal bevredigend. Het lijkt mij ook beter om de spanning daaromtrent niet op te lossen, maar te laten bestaan.

Om een of andere reden vind ik het werk van Van Mersbergen sympathiek. Misschien omdat het iets dorps heeft en in mij nog steeds het dorp leeft waar ik opgroeide. Misschien ook door het gebrek aan aanstellerij.

Dit boek past ook wel in de rij van de boeken die ik van Van Mersbergen las. De relatie tussen ouders en kinderen komt daarin vaak terug. Ook hier zie je ouders die veel overhebben voor hun kind en misschien juist daardoor kwetsbaar worden. Of misschien moet ik zeggen dat ouderliefde zowel iets goeds als iets slechts in iemand naar boven kan brengen. Juist in die dingen, waarin Van Mersbergen niet het onderwerp versimpelt, maar wel de taal eenvoudig houdt, is hij op zijn best.

Vragen

De onverwachte rijkdom van Altena is prima te genieten als verhaal op zich, maar het zou me niet verbazen als iemand die het boek gelezen heeft, in een moment van bezinning zich afvraagt hoe het zit met wat hij of zij nu zelf deelt in zijn leven. Hoeveel rijkdom houdt hij voor zichzelf?

En om maar meteen het gebaar groter te maken: hoe zit dat met ons land of met Europa? De Put had de vorm van een hart. Waar zetten wij (wie dat dan ook zijn) het hek? Bouwen wij alleen een fort van ons hart of ook van ons land? Van ons werelddeel? Je hoeft geen filosoof te zijn om er een dagsluiting mee te kunnen vullen.

Daar is de roman natuurlijk niet voor bedoeld. In de eerste plaats gaat het om het verhaal en of dat goed verteld is. Dat kan er best mee door, lijkt me. Maar als een boek dan ook nog tot nadenken kan aanzetten, lijkt me dat alleen maar meegenomen.

Eerder schreef ik over:
De ruiter
De laatste ontsnapping
Naar de overkant van de nacht (en ook hier)
De grasbijter