zondag 5 juni 2016

Ravian en Laureline



















De stripkunst is relatief jong. Natuurlijk kun je beweren dat de oude Egyptenaars al strips tekenden, maar de strips bereiken nog geen honderd jaar lang het grote publiek. Ook in zo'n korte tijd komen de echt grote stripmakers natuurlijk wel bovendrijven: iedereen kent Kuifje en Asterix. Maar er zakt ook veel weg.

Strips zijn een vluchtig medium: kranten waarin strips verschijnen worden niet bewaard. Striptijdschriften (Kuifje, Robbedoes, Sjors, Pep) zijn door veel abonnees niet systematisch bewaard. Albums worden stukgelezen en komen bij het oud papier. Natuurlijk, alles blijkt uiteindelijk nog vindbaar, maar je moet er moeite voor doen.

Daarom is het goed dat er heruitgaven zijn van strips uit bijvoorbeeld de jaren zeventig van de twintigste eeuw. Al eerder besprak ik hier de heruitgaven van Arman en Ilva en van Simon van de rivier. De links geef ik onder aan deze pagina.

Uitgeverij Sherpa is intussen ook bezig de reeks Ravian en Laureline opnieuw onder het publiek te brengen, op de manier die we gewend zijn: fraai uitgevoerde hardcovers, niet te glad papier, de oplage van een dichtbundel (575 exemplaren).

Helemaal precies kan ik het niet reconstrueren wanneer ik Ravian en Laureline voor het eerst tegenkwam. Waarschijnlijk in de exemplaren van Pep die ik wel eens van een oudere buurjongen kreeg. Later, toen ik te hooi en te gras albums kocht, kocht ik ook Ravians.

De avonturen zijn getekend door Jean-Claude Mézières, de scenario's zijn van Pierre Christin. Op mijn bureau liggen twee delen: 4. Welkom op Alflolol en 5. De vogels van de meester. Het zijn verhalen uit begin jaren zeventig (respectievelijk 1971 en 1973). Elk album sluit af met een toetje, een kort, ouder verhaal: 'De laatste tsirillitis' en 'De rampplaneet', beide uit 1969.

Ravian en Laureline zijn tijd-ruimteagenten uit de achtentwintigste eeuw. Het reizen door het universum is intussen gemakkelijk geworden; de aarde heeft ook andere planeten en asteroïden gekoloniseerd om daar grondstoffen vandaan te halen. In beide albums komen Ravian en Laureline op zo'n planeet terecht.

In Welkom op Alflolol is er een probleem met de oorspronkelijke bewoners: ze zijn eeuwen weggeweest, komen terug en treffen hun planeet totaal veranderd aan. In de vogels van de meester komen Ravian en Laureline terecht in een gemeenschap die onderdrukt en uitgebuit lijkt te worden. De onderdanen volgen willoos de meester.

Wat maakt dat wij deze avonturen nog steeds willen lezen? Ravian en Laureline zijn personages met wie we ons wel willen identificeren. Het zijn helden, maar ze zijn kwetsbaar. Elk album weer is het maar de vraag of ze het zullen redden.

Christin zorgt ervoor dat onze helden het opnemen voor de zwakkeren. Het zijn idealisten die staan voor het goede en die het kwade bestrijden. Het mooie is, dat ze daarbij hun menselijke trekjes behouden: ze kunnen kleinzielig zijn, geïrriteerd reageren en ze verschillen onderling van mening. In Welkom op Alflolol kiest Laureline radicaal voor de oorspronkelijke bewoners, die ontheemd zijn op hun eigen planeet. Ravian zit een beetje tussen twee vuren in: dat van de overheid en dat van Laureline. Het is lastig voor hem om praktisch te handelen en niet tegelijkertijd een collaborateur te worden.

De problemen zijn akelig actueel. Welkom op Alflolol zou zomaar over het vluchtelingenprobleem kunnen gaan en De vogels van de meester verwijst naar elke dictatuur. Waardoor worden volgelingen zo gewillig? Zijn ze vergiftigd door de vogels van de meester? Er is ook iemand in het verhaal die die verklaring afwijst: de mensen gehoorzamen uit conformisme en de vogels zijn slechts hersenschimmen.

Daaruit blijkt maar weer hoe fris de scenario's van Christin zijn gebleven. Uit de toegevoegde verhalen wordt ook duidelijk hoe hij zich ontwikkeld heeft: in de korte verhalen staan aardige scenes, maar aan het eind gaat het allemaal wel heel erg snel. De beperkte omvang van het verhaal zal daar ook een rol bij gespeeld hebben.

De tekeningen van Mézières (die dit weekend aanwezig is op de Stripdagen in Haarlem) blijven het ook goed doen. Laureline wordt nadrukkelijk vrouwelijk weergegeven: brede heupen, smalle taille, geprononceerde borsten. Daar zit ook een licht karikaturale trek in: op sommige tekeningen heeft haar taille de omvang van een van haar benen.

De personages hebben in hun weergave iets goedmoedigs, wat het scherpe kantje van de spanning afhaalt. Hoe 'eng' de omstandigheden ook zijn, je weet dat je je als lezer in een soort strip bevindt waarin het uiteindelijk wel goed afloopt.

Uiteindelijk is het de combinatie die Ravian en Laureline zo tijdloos maakt: een geëngageerd scenario, de nodige humor, de menselijkheid van de personages, de hoop, de aantrekkelijke tekeningen. Het is daarom goed dat deze strip weer in een mooie uitgave beschikbaar is.

Bunt Blogt over Arman en Ilva: hier en hier,
Over Simon van de rivier: hier en hier

Titel: Ravian en Laureline 4: Welkom op Alflofol.
         Ravian en Laureline 5: De vogels van de meesters
Tekst: Pierre Christin
Tekeningen: Jean-Claude Mézières
hardcover, 64 blz, € 24,95 per deel



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen