woensdag 15 juni 2016

Eredienst aan huis (Huib de Vries)


Wie opgegroeid is in een wereld waarin psalmen op hele noten werden gezongen, komt daar nooit meer vanaf. Voor sommigen is dat een straf, ik koester het maar. Ik heb over de religieuze kanten van mijn jeugd geschreven in bijvoorbeeld Psalm 68Het paradijs in de boomgaardCollecte en Het gelaat en het gewaad.

Het gezin waarin ik opgroeide behoorde tot een klein kerkgenootschap (Gereformeerde Gemeente in Nederland). We gingen wel naar de kerk, maar soms redden we het niet om op tijd te komen, als bijvoorbeeld de waterpomp kapot was, zodat de koeien niet te drinken hadden of als er iets tegenzat bij het werk op de boerderij. Dan lazen wij een preek, waarvan mijn ouders er heel wat in voorraad hadden. Ik herinner me de reeks, 'Uit de schat des Woords', waarvan we verschillende delen hadden, maar ook preken van Wulfert Floor of van Smytegeld. Mijn moeder leerde ons de gotische letters lezen, zodat we van die laatste predikant ook om de beurt een stukje konden voorlezen. Daar heb ik nog veel plezier van gehad.  Als ik me goed herinner hebben we ook in stukjes, maar uiteindelijk integraal De heilige oorlog van Bunyan gelezen.

In een prekenboek dat toebehoord had aan mijn opa van moederskant vonden we ooit een briefje in het handschrift van mijn oma: 'Twaalf bladzijden lezen, zes is ook genoeg.'

Er waren ook mensen die bijna nooit in de kerk kwamen, omdat ze bijna altijd thuis een preek lazen. Misschien dat zij wel in 'het gebouwke' kwamen, waar soms doordeweeks dienst was. Mijn moeder ging daar wel eens luisteren naar dominee Smits. Het zou kunnen zijn dat er onder luisteraars ook thuislezers waren.

Thuislezers zijn er nog steeds. Huib de Vries portretteerde ze in Eredienst aan huis. In de inleiding laat hij zien dat hij zowel verbondenheid met zijn onderwerp heeft als enige afstand ertoe:
Dat maakt kennisname van hun standpunten uitermate boeiend, al valt het voor een gewoon kerkmens niet altijd mee om hun gedachtevluchten te volgen. Zelfs niet voor iemand die opgroeide in een schuurtjeskerk, ergens tussen een geïnstitueerde kerk en een conventikel in.
De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de tocht door de wereld van de thuislezers soms ook deprimerend was. Lijkt het er vaak op dat geen twee kerkmensen in harmonie kunnen optrekken, onder hen die de kerk mijden is dat nog erger. Onderlinge vriendschappen werden na kortere of langere tijd weer verbroken, vanwege onenigheid over de doop, het duizendjarig rijk, de legitimiteit van incidentele kerkgang en andere geschilpunten.
Inderdaad zijn er onder degenen die aan het woord komen enkele scherpslijpers, van wie je je heel goed kunt voorstellen dat ze het niet in een kerk kunnen uithouden of dat geen kerk het met hen kan uithouden. Maar er zijn ook milde mensen onder, twijfelaars die ook niet zo goed weten of de door hen gekozen weg juist is. Een citaat:
Thuislezen heeft iets eenzaams. Daarom ga ik af en toe toch naar de kerk, omdat ik het niet kan laten. Wat dat betreft ben ik geen echte paauweaan.
Het deel waarin thuislezers aan het woord komen, is in drie delen verdeeld: 'Lezen tegenover de kerk', 'Terug naar de kerk' en 'Gezelschap naast de kerk'. Daarna is er een deel 'Spiegel voor de kerk', waarin er drie dominees aan het woord komen, die vreemd genoeg allemaal behoren tot de Hersteld Hervormde Kerk. Het afsluitende hoofdstuk heet 'Door de geschiedenis van de kerk'. Aan het eind van dat hoofdstuk krijgt -zucht- Jan Siebelink weer eens een veeg uit de pan. Hij zou in Knielen op een bed violen een eenzijdig beeld geschetst hebben van de wereld van thuislezers en gezelschapsmensen. Siebelink heeft een roman geschreven en nergens pretendeert hij een representatief beeld van welke bevolkingsgroep dan ook te geven. Ik schreef daarover in Jan Siebelink en de werkelijkheid.

Het is geen geheim dat Siebelink wel volgelingen van dominee Paauwe heeft gekend. Die komen ook voor in Eredienst aan huis, zie bijvoorbeeld het citaat hierboven.Er zijn aardig wat thuislezers die bepaalde dominees als voorbeeld hebben. Die hebben de waarheid recht gepredikt en heel veel anderen niet.  Een van de thuislezers zegt met de nodige zelfspot: 'Het zijn allemaal dwepers.'

Uit het boek van De Vries blijkt wel dat er een grote diversiteit is onder de thuislezers, wat betreft achtergrond, leeftijd, opvattingen. Dat betekent ook dat er eigenlijk geen beeld te geven is van de thuislezer. Dat is niet erg; iets van de sfeer rond thuislezers krijgen we toch wel mee.

De dominees die hun ervaringen met thuislezers mogen weergeven, zijn dr. P. de Vries, ds. M. van Kooten en dr. W.J. op 't Hof. Zoals gezegd, alle dominees zijn hersteld hervormd. Ze zijn ook nog eens van dezelfde generatie (tussen de oudste en de jongste is het verschil elf jaar). Daar had ik wel wat meer diversiteit in willen zien.

Op 't Hof heeft blijkbaar nog een rekeningetje te vereffenen met 'collega Van Lieburg'. Waarom hij daarvoor de ruimte krijgt van de auteur is niet duidelijk. In de reactie van de dominees lopen het oordeel over thuislezen en over het gezelschapsleven soms wat door elkaar. Van Kooten zegt over dat laatste:
Ik ben benauwd voor de sfeer van: daar zit Gods volk. Er ontstaat heel snel mensverheerlijking. De oude Grietje zei dit en Pietje kreeg dat te geloven. Vaak krijgen de woorden van Pietje en Grietje meer gezag dan het Woord van God.
En P. de Vries:
Op termijn ontspoort het thuislezen vrijwel altijd. Ik kan begrijpen dat mensen ertoe komen, maar zal ze zwaar afraden om ermee door te gaan. ook met het oog op de sacramenten. 
De Vries legt ook uit waarom thuislezers  soms dicht bij evangelische kerken staan:
Dat is niet zo vreemd, wand daar vind je hetzelfde idealistische kerkbegrip en dezelfde subjectieve theologie, waarin niet de Bijbelse leer maar het eigen geloof centraal staat. 
Zal het thuislezen een zachte dood sterven? Op 't Hof vermoedt van niet:
Integendeel, ik denk dat het thuislezen de toekomst heeft. In snel tempo wordt de godsdienstvrijheid in ons land ingeperkt. Als de SGP op termijn gedwongen wordt vrouwen op de kieslijst te plaatsen, is daarna de kerk aan de beurt. Dat is mijn vaste overtuiging. Als we worden verplicht vrouwen in de kerkenraad op te nemen, rest ons niets anders dan het officiële kerkelijke leven op te heffen en verder te gaan als gezelschappen en thuislezers.  
We zullen zien. Zeggen dat de godsdienstvrijheid in Nederland in snel tempo wordt ingeperkt grenst voor mijn gevoel aan het populisme. Het lijkt me sterk dat het orthodoxe christendom half ondergronds zou moeten gaan.

Eredienst aan huis is een interessant boek over een soort mensen over wie je niet zo vaak wat leest. Daar zitten ook mensen tussen van wie ik niet had kunnen bedenken dat ze nog bestaan. Bijvoorbeeld iemand die op zaterdagavond de hoofdschakelaar van de elektriciteit uitzet en overschakelt op accu's, met de motivering dat de voorvaderen op zondag ook geen petroleum kochten. Waar ontmoet je dat soort mensen? In dit boek dus.


Misschien heb je ook belangstelling voor: Refomeisje.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen