Posts tonen met het label Cabaret. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Cabaret. Alle posts tonen

vrijdag 8 november 2019

Podcast: Klassieke kroegverhalen / Jeroen Leenders Experience

Klassieke kroegverhalen

Sommige podcastseries beginnen enthousiast, maar blijven steken na een paar afleveringen of na een seizoen en soms zelfs na verscheidene seizoenen. Zo heb ik al een tijdje niets vernomen van Om vrolijk van te wordenJoop Café en Bibliotheek Den Haag. Daar kunnen natuurlijk allerlei redenen voor zijn (geen tijd, geen geld, geen zin), maar voor de abonnees is het altijd jammer.

Het is ook al even stil rond Klassieke kroegverhalen, een podcast van Maestro Music. Stefan Koren vertelt in kort bestek een mooi verhaal dat met klassieke muziek te maken heeft. Toen ik de podcast ontdekte, waren er vier afleveringen beschikbaar: over het derde pianoconcert van Beethoven, over de Symphonie Fantastique van Berlioz, over de opera Berenice van Händel en over Bist du bei mir van Stölzel (dat vaak  aan Bach wordt toegeschreven).

De maker geeft aan dat hij de verhalen van zijn (al dan niet fictieve) tante heeft, maar hij vertelt ze smakelijk na. Het zijn maar korte afleveringen, van tussen de vijf en tien minuten, maar in die beperkte tijd wordt het verhaal smakelijk verteld en natuurlijk hoor je ook wat snippers van de muziek.

Heel leuk, maar bij vier afleveringen is het gebleven. Ik heb ze op dezelfde dag  beluisterd en sinds die tijd wacht ik tevergeefs op een nieuw luistermateriaal. Er moeten toch veel meer van deze verhalen zijn? Wie ze heeft, zende ze naar Stefan Koren. Laten we met zijn allen de tante zijn die hem de verhalen vertelt. Dan kan hij er weer een podcast over maken.


Jeroen Leenders Experience

Je hebt cabaretiers in alle soorten en maten, maar de manier waarop ze een show gaan brengen is meestal vergelijkbaar: eerst de teksten schrijven, dan in verschillende try-outs proberen wat op toneel werkt en dan een seizoen (en soms nog een reprise-seizoen) lang de show spelen. Als die tournee eenmaal achter de rug is, komt de show soms nog op tv of is hij terug te zien op YouTube.

De cabaretier Jeroen Leenders werkt anders. Hij heeft zijn sporen al verdiend in het traditionele cabaret; zo won hij in 2010 de juryprijs van het Leids Cabaretfestival (voor bijvoorbeeld Emilio Guzman). Intussen is hij overgestapt op een ander soort voorstelling: The Jeroen Leenders Experience.

Dat wil zeggen dat hij niet aankomt met uitgeschreven grappen, maar met ideeën. Hij stapt het podium op en dan gaat hij het ervaren. En het publiek ook. Dat betekent dat de optredens nogal kunnen verschillen, ook qua kwaliteit. Dat neemt Leenders voor lief.

Van wat hij op het podium brengt, laat hij iedereen meegenieten, doordat hij optredens deelt in zijn podcast. De afleveringen verschillen in lengte van een goed half uur tot twee uur. Er zijn optredens in Leenders vaderland, België, en in Nederland.

Intussen heb ik een groot deel van de podcastafleveringen beluisterd en ik vind ze zeker boeiend. Leenders speelt niet op de grap, maar hij neemt het publiek mee in zijn denkwijze. Hij verwondert zich over wat hij om zich heen ziet, maar hij is vooral ook een scherp observator van wat er in en met hemzelf gebeurt in de omgang met mensen. Dat is een boeiende zoektocht en, zo gaat het met zoektochten, dat levert de ene keer wel meer op dan de andere keer.

Zoals gezegd: de grap lijkt niet het doel, wat niet wil zeggen dat de 'Experience' geen grappen bevat. Door de invallen van Leenders wordt de luisteraar vaak verrast en hij heeft het publiek dan ook vaak mee.

Bij een podcast schiet je niet zo gauw in een schaterlach, vermoed ik, maar breed grijnzen is ook heel aangenaam en dat heb ik vaak gedaan bij passages uit de shows van Leenders.

Wie meer kans wil lopen op een schaterlach, kan natuurlijk naar de show toe. De speellijst is te vinden op zijn website.

dinsdag 5 juni 2018

Podcast: Fokcast



Al jaren ben ik een liefhebber van cabaret, over de bijna volle breedte van het genre. Dat ging van Don Quishocking tot Toon Hermans en dat gaat van Katinka Polderman tot Wim Helsen en van Micha Wertheim tot Daniël Arends. En ik hou van het goede 'luisterlied'. Laten we zeggen van liederen als van Daniël Lohues, Kees Torn, Yentl en De Boer, Alex Roeka en de betreurde Maarten van Roozendaal.

Fokcast

Maar van stand-upcomedy wist ik bijna niets. Ik heb zelfs voor dit stukje moeten opzoeken hoe je het precies schrijft (los, aan elkaar, streepje?).  Een paar jaar geleden ontdekte ik echter de podcast Fokcast. Fokcast wordt gemaakt door Fokke van der Meulen, een Nederlander in Antwerpen, uitbater van comedy-café The Joker. Tweemaal per week zijn er optredens in dat café en ervoor of erna heeft Van der Meulen een gesprek met de artiest of de artiesten in de kelder van The Joker. Elke week plaatst hij de opname van het gesprek online. Alle afleveringen vind je hier.

Meestal zijn de geïnterviewden slechts in kleine kring bekend. Of misschien is het beter om te zeggen dat ik de meeste comedians nog niet kende. Michael van Peel, Jeroen Leenders, Xander de Rijcke, Alex Agnew, Soe Nsuki, Jens Dendoncker, Jeroen Maris, Steven Mahieu - in het circuit zijn het misschien bekende namen, maar ik heb ze nog nooit voorbij horen komen bij bijvoorbeeld het radioprogramma Andermans veren.

Het zal er ook wel mee te maken hebben dat het Vlamingen zijn en dier namen dringen niet altijd tot Nederland door. Van de Belgen kende ik wel de al eerder genoemde Wim Helsen, en verder: Philip Geubels, Nigel Williams (waarover straks meer) en Wouter Deprez.

Soms komt er een Nederlander langs in The Joker: Theo Maassen, Jan Jaap van der Wal, Kiki Schippers, Arie Koomen. Daar zitten grote namen tussen en ook die treden dus op in The Joker.

De gesprekken zijn bijzonder prettig. Fokke van der Meulen weet in een ontspannen setting gerichte vragen te stellen. Hij vraagt wanneer iemand begonnen is met comedy en samen reconstrueren ze de ontwikkelingsgang. Altijd vraagt hij door naar de werkwijze en naar de thematiek. Natuurlijk gaat het om de grappen, maar een stand-upper moet ook wat te zeggen hebben. Het moet persoonlijk zijn, zodat er wat op het spel staat.

Doordat we meeluisteren met de vragende Fokke, kijken we ook met hem mee naar comedy. Zijn geïnteresseerdheid slaat automatisch op de luisteraar over. De comedians voelen zich bij hem vrij om ook te praten over wat er niet goed ging. Van der Meulen zal niet iets goedpraten wat slecht is, maar hij hecht minder belang aan zijn eigen oordeel dan aan het onderzoeken hoe het nu komt dat iets goed is of minder goed, waarom sommige dingen werken en andere niet.

Intussen zijn er al meer dan honderd afleveringen van Fokcast verschenen en ik heb ze allemaal beluisterd. Sterker nog: ik ben ook af en toe stand-upcomedy gaan bekijken op Netflix: Bill Burr, Louis C.K., Iliza Shlesinger, Eddy Murphy, Doug Stamhope, Jerry Seinfeld, Jen Kirkman. Waarschijnlijk zou ik niet gekeken en geluisterd hebben naar deze mensen en naar bijvoorbeeld Jeroen Leenders en Bas Birker als ik Fokcast niet beluisterd had.

Podcasts over comedy

Ik ging ook op zoek naar andere podcasts over stand-upcomedy, maar het resultaat viel me niet mee. Een stuk of vijf afleveringen beluisterde ik van Mosselen om half twee van Xander de Rijcke. Je vindt de afleveringen hier. Deze podcast bestaat al een hele tijd (bijna driehonderd afleveringen), maar ik vond het beluisteren geen pretje. Het format is: je zet een stel mensen bij elkaar en ze moeten samen grappig doen. Dat betekent dat er veel grappen gemaakt worden die te voor de hand liggend zijn en te weinig grappig. Daarom vond ik indertijd de Lama's ook altijd zo vervelend. Bij de mosselpodcast raakte ik al gauw de aandacht kwijt.

Ook Nigel Williams heeft een eigen podcast: Downtime. Hij praat die vaak (bijna elke dag) vol op een losse manier. Dat is het pluspunt. Hij houdt ervan zich op te winden, maar mij krijgt hij meestal niet mee in zijn opwinding. In de podcast is vaak voelbaar dat het kwartier (of zo) gevuld moet worden, zonder dat er de noodzaak is om iets te zeggen. Ook hier ben ik afgehaakt, na een keer of zes, zeven. Williams als gast bij Fokcast is vele malen interessanter dan Williams als hoofdpersoon van zijn eigen podcast.

Fokcast draait niet om de grappen, maar is niettemin vaak ongemeen grappig. Niet omdat het moet, zoals bij de mosseljongens, maar omdat de gesprekspartners alert en ad rem zijn en zelf veel lol aan het gesprek beleven. Maar de grappigheid is een extraatje, dat je krijgt bij het boeiende gesprek.

En de meeste gesprekken zijn boeiend. Mij zegt Star Wars bijvoorbeeld he-le-maal niets! Ik heb geen referentiekader, geen achtergrondkennis, geen interesse. Maar ik heb toch geamuseerd zitten luisteren naar een groepje mensen in de kelder van The Joker, die samen de nieuwe Star-Warsfilm bespreken. Iets van die interesse pik je als luisteraar dan automatisch mee.

Verschillende gasten keren na verloop van tijd terug in de podcast, wat het kringetje misschien wat klein maakt, maar er zijn ook altijd weer nieuwe gasten. Bovendien bespreken ze ook af en toe de grote Amerikaanse en Engelse comedians, waarbij ze altijd goed uitleggen waarom ze een bepaalde show wel of niet goed vinden.

Een wereld in opbouw

Blijkbaar is de Vlaamse wereld van stand-upcomedy niet zo groot: iedereen kent iedereen. Het gevolg is dat er nogal eens voornamen worden genoemd, zonder dat duidelijk is naar wie er verwezen wordt. Zeker voor de beginnende luisteraar is dat een bezwaar.

In het begin was de verstaanbaarheid niet optimaal: het geluid was toen aan de zachte kant en de opname in een kelder, waar bovendien te pas en te onpas iemand komt binnenvallen zorgt soms voor bijgeluiden. Maar die losheid typeert ook de Fokcast en het heeft ook wel iets charmants. Storend is het zelden. En de kwaliteit van het geluid is intussen meestal in orde.

Natuurlijk is niet elk gesprek van hoog niveau, maar een podcast heeft het recht om beoordeeld te worden op het gemiddelde niveau en dat is best hoog. Halverwege de week komt de nieuwe aflevering bij mij binnen en het gebeurt maar zelden dat ik het beluisteren uitstel tot het weekend. En ik sla nooit een aflevering over.

Even proberen dus, deze podcast, ook als je (nog) niet van comedy houdt. Je komt terecht in een wereld in opbouw. Comedy neemt ook in Vlaanderen toe qua populariteit. Dat betekent dat er meer mogelijkheden zijn voor comedians om op te treden, dat er meer cursussen, masterclasses, gegeven worden. Dat heeft weer tot gevolg dat het niveau stijgt. Over een aantal jaren zal de comedywereld net zo uitgegroeid zijn als de cabaretwereld in Nederland. Het is boeiend om mee te maken hoe het zover zal komen.

donderdag 31 mei 2012

Knolraap en lof, schorseneren en prei (Knipoog 16)


In het Nederlands Dagblad van zaterdag 26 mei staat een artikel over een soort genenbank voor zaden, die op Spitsbergen blijkt te staan. Het artikel werd geschreven door Imco Lanting, die het de titel 'Knolraap, schorseneren en prei op de Noordpool' meegaf. In het artikel (een interview) zegt de interviewer 'Aha, knolrapen, lof, schorseneren en prei op de Noordpool.'

Wie de titel bedacht heeft, zal wel niet meer te traceren zijn. Misschien is dat Lanting, misschien is dat een redacteur. Met 'lof' erbij werd de titel wellicht te lang. Wel zijn de 'knolrapen' weer 'knolraap' geworden. In ieder geval wordt er duidelijk geknipoogd naar de 'gospel' van Drs. P., 'Knolraap en lof, schorseneren en prei'.

Heinz Polzer (Drs. P.) zong deze gospel, waarin hij allerlei ellende van toen (jaren tachtig) en van nu opnoemde:
Rampen bedreigen het menselijk leven
Knolraap en lof, schorseneren en prei.
Waar zijn geloof, hoop en liefde gebleven?
Knolraap en lof, schorseneren en prei. 
(...)
Dalende omzet en stijgende lasten
Knolraap en lof, schorseneren en prei
Liegen, bedriegen, oneerbaar betasten
Knolraap en lof, schorseneren en prei
Bij de rampen behoren op popidioten en voetbalfanaten. 'Hallelujah!' roept Jasperina de Jong erdoorheen.

Het heil lbijkt van de groente te verwachten: Wie zal ons redden, wie maakt ons weer vrij? Juist: Knolraap en lof, schorseneren en prei.


In bovenstaande uitvoering is Jasperina de Jong er overigens niet om bijvoorbeeld 'Prijs de Heer!' te roepen.

zondag 23 oktober 2011

Polderman tuigt af


Vorige week bezocht ik in Friesland de voorstelling Polderman tuigt af, van Katinka Polderman. Die kende ik van haar liedjes in het radioprogramma Andermans veren dat toen nog twee uur duurde in plaats van de tien minuten die het tegenwoordig heeft.

Polderman is ook vooral bekend om haar liedjes en in haar voorstellingen worden haar liedjes ook steeds als iets positiefs genoemd. Daar zit wel wat in. Polderman kan namelijk bijzonder goed rijmen. Veel van haar rijmen zijn origineel en ook inhoudelijk maakt ze soms onverwachte gedachtesprongen, die je als luisteraar bij de les houden.

Wel merk je als toehoorder dat veel van haar liedjes volgens hetzelfde patroon zijn opgebouwd. Polderman houdt van opsommingen. Liedjes waarin opgesomd wordt, zijn vrij gemakkelijk te maken. Vaak kun je volstaan met het noemen van allerlei voorbeelden en dab maakt het meestal niet uit welke voorbeelden je kiest, zolang ze maar leuk zijn. Het is een beproefd procedé dat Toon Hermans bijvoorbeeld al in ´Vierentwintig rozen´ toepaste.

Maar als je een heel stel van dat soort opsommerige liedjes hebt gehoord, wil je er ook wel eens eentje met een kop en een staart. Zo eentje kregen we na de pauze: een liedje waarin Polderman vertelt hoe men op een dorp tegen een jongetje uit de stad aankijkt. Het liedje speelt zich enkele decennia geleden af, maar zonder dat het benoemd wordt, spelen hedendaagse integratieproblemen mee.

In het lied gebruikt Polderman in sommige zinnen het Zeeuwse dialect waarmee ze is opgegroeid. Ik had het idee dat de hele setting dicht bij Polderman zelf lag. Het deed, ondanks het escalerende verhaalverloop authentiek aan en ik denk dat ik het het hoogtepunt van de avond vond.

Verder blijkt Katinka Polderman prima een sfeer te kunnen  creëren, die misschien niet intiem, maar wel huiselijk is. Daarin is het aangenaam vertoeven. Mede daardoor heb ik een genoeglijke avond beleefd, al heb ik best het een en ander aan te merken.

Het decor leek me niet altijd functioneel. Wat deed die motorzaag bijvoorbeeld op het toneel? En die konijntjes? Waren die er alleen maar met het oog op het pauzenummer?

Muzikaal zou er ook best wat mee afwisseling mogen zijn. Aardige liedjes, maar het zou niet gek zijn als een componist er nog eens goed naar keek. Ook had de voorstelling best wat strakker geregisseerd kunnen worden.

Polderman lijkt me nog lang niet op haar hoogtepunt en ze kan best wat. Na een grappig lied krijgt ze de zaal gemakkelijk stil met een bloedserieus lied, waar ze geen applaus voor krijgt, omdat het publiek de stilte niet wil doorbreken.

Als toegift zong Katinka Polderman haar bekendste lied, over pijpen, en het grappige lied ‘Was ik Ivo Niehe maar’. Dat staat niet op You Tube, maar wel hier.