Posts tonen met het label Gelezen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Gelezen. Alle posts tonen

maandag 14 september 2026

Off the record (Jan-Willem de Vries, Ben Westervoorde)

Het is een mooie hardcover: Off the record, met voorop een plaatje, een single, zoals we die vroeger wel draaiden op de pick-up, met in het midden een gat, waardoor we de hoofden van de twee personages kunnen zien, Bas en Nina. Het stripboek is gemaakt door Jan-Willem de Vries (tekst) en Ben Westervoorde (tekeningen), die ook de stripbiografie van André Hazes maakten (links onderaan). 

Bas is een oudere man die jarenlang elpees verkocht heeft in zijn muziekwinkeltje. Daar stopt hij mee. Hij heeft een enorme voorraad en die zal hij nog verkopen, maar daarna is het gebeurd. Dan stapt Nina binnen, vijftien jaar oud. Andere generatie, ander referentiekader. De twee vinden elkaar en Bas vertelt graag over de muziek die hem altijd dierbaar is geweest. 

Zeven verhalen

Zijn verhalen, zeven stuks, vormen de inhoud van dit album, dat blijkbaar het eerste in een rij wordt. Dit eerste deel heet Verandering. Dat is een kopje waaronder bijna alles te vangen is, maar goed, de verhalen die Bas vertelt, zijn ook nogal divers en in elk verhaal is wel iets van verandering aan te wijzen. Voorin Off the record worden de artiesten genoemd over wie verteld wordt: Garry Higgins, Billie Eilish, Prince, Edith Piaf, The Zombies, David Bowie en The Spice Girls. 

Nina zal Bas helpen met het verkopen van zijn platen op internet, want daar heeft de oudere man te weinig kaas van gegeten. Ze komt allerlei platen van allerlei artiesten tegen in de winkel en Bas vertelt graag over hen, waarbij hij nogal heen en weer springt in de tijd (van Garry Higgins naar Billie Eilish) en ook de muzieksoorten waarover hij vertelt verschillen onderling nogal (van Edith Piaf tot The Spice Girls). 

Tekst en tekeningen

Maar Nina wil het allemaal horen en wij willen het allemaal lezen, want De Vries vertelt boeiend en Westervoorde tekent helder. De korte biografieën van de artiesten beslaan steeds drie of vier pagina's en zijn ingekleurd met slechts een enkele steunkleur, zodat ze goed te onderscheiden zijn van de gesprekken tussen Bas en Nina, die volledig in kleur zijn. 

Door de diversiteit zal iedereen er wel iets van zijn gading in vinden en muziekliefhebbers willen graag hun kennis uitbreiden, neem ik aan, dus liefhebbers van Prince willen waarschijnlijk ook wel weten wat nu het 'chinck'-incident bij Billie Eilish was (waar ze overigens krachtig afstand van heeft genomen). 

Raamvertelling

De strip is een raamvertelling en dat werkt goed. Bas en Nina zijn twee personages met wie je je gemakkelijk kunt identificeren. In het begin lijkt Bas een tragische figuur, die afstand moet doen van datgene wat hem altijd dierbaar is geweest: het verkopen van platen. Maar hij is vooral een man in wie een vuur brandt, bij wie het enthousiasme voor muziek zo groot is, dat hij er wel over moet vertellen, zeker nu hij een aandachtig publiek heeft. 

Nina is de representant van de jongste generatie, opgegroeid met Spotify. Maar zij is nieuwsgierig en heeft oprechte belangstelling voor de muziek. Ze gaat Bas niet alleen helpen omdat die internetdingetjes haar nu eenmaal gemakkelijker afgaan, maar ook omdat ze zijn verhalen wil horen. 

Literatuurlijst

Achter in Off the record is er een keurige literatuurlijst opgenomen, per artiest, zodat je kunt zien waar Jan-Willem de Vries zijn informatie vandaan gehaald heeft. Bovendien wordt er literatuur genoemd over het verschil in klankkwaliteit tussen vinyl en cd. 

Over popmuziek zijn al veel strips gemaakt, vaak monografieën over een enkele artiest. Hieronder zal ik een aantal links opnemen naar bijdragen die ik daar eerder over schreef. In Off the record zijn de verhalen korter en gaan ze over meer artiesten. Je zou kunnen zeggen dat de verhalen daardoor meer aan de oppervlakte blijven, maar ze zijn dan ook bedoeld als een eerste kennismaking en ik denk dat verschillende lezers toch wel een paar nummers gaan opzoeken (op Spotify, wellicht) om eens te horen wat dat ook alweer voor muziek was. 

Hopelijk werkt het twee kanten op: muziekliefhebbers die geïnteresseerd raken in strips en stripliefhebbers die toch eens gaan luisteren naar muziek die zich wellicht in de periferie van hun interesse bevindt. Off the record kan een breed publiek aanspreken en is daardoor sowieso leuk om iemand cadeau te geven. Succes gegarandeerd. 

Titel: Off the record
Deel 1: Verandering
Tekst: Jan-Willem de Vries
Tekeningen: Bas Westervoorde
Uitgeverij: Personalia
2026, 52 blz. € 29,90 (hardcover)

Eerder schreef ik over:
Hazes, De stripbiografie (Bloed, Zweet)
Hazes, De stripbiografie (Tranen)
Low (David Bowie)
Starman (David Bowie)
Songlife (door Gerrit de Jager)
Het kruispunt (ontmoeting strips en muziek)


woensdag 9 september 2026

Net echt (Saskia de Coster)

Toen ik het na ging kijken, verbaasde het me: hier heb ik nog nooit geschreven over een boek van Saskia de Coster. Ik las Held (2007), maar dat was voordat ik begon hier mijn besprekingen te plaatsen. Mogelijk heb ik het indertijd besproken in Nederlands Dagblad, maar wat ik daar geschreven heb, heb ik niet meer tot mijn beschikking. Verder was ik vast van plan Wij en ik (2013) te lezen, maar ik realiseer me nu pas dat ik dat nooit gedaan. En in 2019 nam ik Nachtouders op in het lijstje met de beste boeken van dat jaar die ik niet las, maar het jaar erop las ik het niet. De helft van dat lijstje las ik wel. Vreemd. 

Nu heb ik Net echt (2023) gelezen, omdat ik het enkele keren tegenkwam op boekenlijsten van kandidaten voor het Staatsexamen. Gelukkig maar. Intussen ben ik wel wat in twijfel geraakt over de spelling van de naam van de auteur. Die schreef ik altijd als Saskia De Coster, met een hoofdletter 'D' dus, maar op de titelpagina van deze roman is 'de' een minuskel. Dat hou ik dan maar aan. 

Max, Manon en Noah

In Net echt ligt het perspectief wisselend bij Max, Manon en hun dochter Noah. Max en Manon hebben een huis gekocht in de Blauwstraat in Antwerpen. Het is een negentiende-eeuws herenhuis en er moet nog wel het een en ander aan verbouwd worden. Max is architect en het lijkt een klus die je wel aan hem kunt overlaten, maar het schiet niet op. 

Max verkondigt na een tijdje ook dat het misschien niet hoeft, dat je het huis kunt zien als een voorbeeld van onaffe architectuur. Maar de voordeur blijft wel knellen. Max zegt zijn baan op en is daarna veel binnenshuis. Hij gaat een relatie aan met de buurvrouw, Lia. 

Manon werkt bij het bedrijf iCar, waar ze op een gegeven moment 'head legal' kan worden voor de USA, waarvoor ze uiteindelijk een tijd naar de Verenigde Staten moet. Dochter Noah trekt veel op met Pixie, een meisje dat ooit een arm verloren heeft. Ze is verliefd op haar. 

Dat is zo'n beetje de setting. Het huis herbergt een gezin waarvan de leden het moeilijk hebben. De staat van het huis is gebrekkig, zoals de samenhang van het gezin. Max en Manon drijven verder uit elkaar en dat lijkt maar gewoon te gebeuren. 

Als het boek begint, is het helemaal fout gelopen: Max is het huis ontvlucht en verblijft in Kopenhagen, Noah zit aan het andere eind van de wereld. 

Ander soort tekst

De manier van vertellen is aan dat begin (en ook tegen het eind) opmerkelijk: nagenoeg elke zin begint op een nieuwe regel en ook in de loop van de zinnen is er soms ineens een harde return gebruikt, waardoor die stukken niet lezen als deel van een roman, maar eerder als een soort toneeltekst of iets wat tussen poëzie en proza in zit. 

Zes maanden geleden is hij gevlucht, als een misdadiger.
    Ooit was hij een goed mens
    maar wie gelooft dat nog?
    Zijn hele leven ondersteboven,
    opeens was de bodem eruit geslagen. 
    Alle betekenis weg,
    zo veel verloren, 
    zoals dit bad dat leegloopt,
    het ijskoude water verdwijnt in de tuin. 
Het lezen ervan houdt je heel erg bij dit moment, het moment waarop het 'gezegd' wordt. Anders dan de 'echte' prozagedeelten, waaruit een groot deel van het boek bestaat. Daarin zit meer een lijn, volg je meer de voortgang in de tijd. 

Wit op zwart

Na enkele hoofdstukken is er steeds een hoofdstuk in witte letters op zwart papier. Iemand spreekt daarin een 'jij' toe, die schrijfster is. Ik heb het gelezen als een innerlijke dialoog, als de dingen die de vertelster tegen zichzelf zegt. 

Vroeger maakte ze hutten in het bos, nu schrijft ze. De teksten die ze schrijft zijn de hutten die ze voor zichzelf bouwt. Het verhaal van Max, Manon en Noah wordt daardoor de hut die de schrijfster, de 'jij', gebouwd heeft en misschien is het ook wel het onderkomen dat ze nodig heeft. 

De 'jij', die ik voor het gemak maar even de vertelster noem, blijkt ook in de Blauwstraat gewoond te hebben. 

En ondertussen woonden daar rond de Blauwstraat zo veel mensen op elkaar, stapelden de verhalen zich op, en werd hun verhaal ook van jou. 

Je komt het een en ander te weten over haar verleden, met een onvoorspelbare vader, en over de moeite om haar leven op orde te houden of te krijgen. Er wordt verteld dat ze twee dingen wil: schrijven en een geliefde die haar begrijpt. Maar hoe krijg je dat voor elkaar. 

Ze houdt zichzelf een spiegel voor: 

Hier ben je dan, met je eigen verhaal verpakt als dat van andere mensen. 

Toeschouwertjes

Het verhaal van Max, Manon en Noah is een manier om naar zichzelf te kijken. Binnen dat verhaal heeft Max ook al zo'n soort mechanisme: de toeschouwertjes. Die geven commentaar op wat hij doet. Zoals iemand de 'jij' toespreekt, spreken de toeschouwertjes Max toe. 

Die toeschouwertjes zijn er al een tijd:

(...) die waren weer klaarwakker nadat ze jaren in hem hadden geslapen als speelgoedsoldaatjes in een doos in de kelder.

Max is architect, die zich uiteindelijk ex-architect noemt. Hij heeft niet meer het overzicht over het bouwwerk van zijn leven, zoals hij niet meer de controle had over het huis en zoals zijn gezin hem tussen  de vingers door is geglipt. Maar misschien wordt hij juist daardoor teruggeworpen op zichzelf en moet hij zich wel afvragen wie hij is en wat hij moet. 

En dat is dus weer het verhaal dat de 'jij' gebruikt om naar zichzelf te kijken, om zich af te vragen hoe het zit met de bewoonbaarheid van de hutten die ze gebouwd heeft, haar teksten. En in hoeverre is ze zelf daarin te vinden?

Net echt eindigt met:

Het huis staat daar maar. Tot er een sleutel wordt omgedraaid. Het geluid van een slot dat lang niet bewogen heeft en nu krakend uit zijn scharnieren komt, de mond van de deur die sleutel weer hapt, de deur die stroef opendraait. 

De roman is een huis dat je als lezer binnentreedt als je begint te lezen. Achter op het boek staat: 'Begin nu. Leg je scherven bij elkaar. Ga het huis binnen.' Ook de roman zou je kunnen zien als onaffe architectuur, een huis dat zich niet helemaal prijsgeeft en dat in ieder geval een bewoner, een lezer, nodig heeft. En die heeft misschien ook weer zijn eigen toeschouwertjes, zoals de reien in een klassieke tragedie. 

Veiligheid en harmonie

Als kind stelde de 'jij' zich een huis voor dat een symbool was van veiligheid en harmonie. 

En door je zo hard het huis voor te stellen, zou het tot leven komen, je had nog dat kinderlijke geloof. Het huis had een toverkracht, het zou alle zenuwen en angst doen verdwijnen, het was een antigif. Over de drempel stappen zou je genezen van angst. Zo'n huis zou je later bewonen, een huis dat niet voortdurend onder stroom stond. 

Wat voor de 'jij' geldt, zal voor iedereen wel gelden. We fantaseren ons een huis, we maken een verhaal van ons leven in de hoop dat het een huis is, waarin het niet al te zeer waait, wel wetend dat het huis ook een eigen wil heeft. 

Het huis vertoonde zo veel gaten en kieren dat het een eigen leven had. Het verzette zich tegen een verbouwing, de voordeur klemde de kaken steeds meer opeen. 

Maar woorden kunnen veel. Voor en achter in het boek staan motto's die ontleend zijn aan Ocean Vuong. In een ervan staat woorden niets kunnen vernietigen dat niet door woorden herbouwd kan worden. 

In ieder geval heeft Saskia de Coster met Net echt een huis gebouwd waarin we nog lang kunnen ronddwalen. Het geeft niet zomaar alle uithoeken prijs. 

Nu heb ik zin om meteen meer van Saskia de Coster te gaan lezen, maar ik weet dat ik niet al mijn leesvoornemens ten uitvoer breng. Herinner me er maar aan als het te lang duurt voor ik weer over haar schrijf. 

dinsdag 8 september 2026

Guiseppe Bergman 1: Venetiaanse avonturen (Manara)


Wie de strip Guiseppe Bergman, Venetiaanse avonturen openslaat, komt eerst bij een voorwoord, geschreven door de stripmaker, Milo Manara. Het is een wat lastig te lezen tekst: gezet in een vrij klein lettertype en verschillende alinea's zijn niet langer dan een enkele zin. 

Manara vertelt dat er in de jaren zeventig met een zeker dedain gesproken werd over de avonturenstrip, maar dat er gelukkig een stripmaker was die zich daar niets van aantrok: Hugo Pratt. Manara verwonderde zich over de houding tegenover avonturenstrips: er zijn altijd fantastische vertellers geweest. Hij noemt Melville, Conrad, Stevenson London en Kipling. 

Zo begon ik het verhaal van Giuseppe Berman te vertellen, waarbij ik probeerde te analyseren, maar niet helemaal op wetenschappelijke of zelfs maar serieuze wijze, waarom het Avontuur geen populair onderwerp was en of het tegenwoordig nog mogelijk was om dat vervloekte Avontuur echt te beleven. 

Hij vertelt in de inleiding nog meer over zijn zoektocht. Zo reisde hij bijna een jaar lang in een camper 'richting Pakistan, Nepal en India'. Hij vertelt dan weer niet of hij daar ook geweest is of alleen een eindje in die richting. 

Op zoek naar het avontuur

In die strip zegt Guiseppe Bergman op de eerste pagina dat het avontuur eindelijk gaat beginnen. Hij is vrij man en kan beslissen wat hij gaat doen. Hij gaat zich niet meer aan 'absurde, onmenselijke, kunstmatige regels' houden. Hij heeft gereageerd op een wonderlijke advertentie en een producent zegt dat hij geheel vrij is om het theater van zijn  avontuur te kiezen. Geld speelt daarbij geen rol. Maar degenen die het volgen, moeten hun dagelijkse problemen er geheel door vergeten. Een meester van het avontuur, HP, zal hem helpen bij zijn taak. 

Die twee letters zullen niet voor niets de initialen zijn van Hugo Pratt. Guiseppe gaat op pad. Hij is aan niets meer gebonden, zijn vriendin heeft hem net het huis uit gezet. 

Guiseppe trekt eropuit met zijn busje, ontmoet daadwerkelijk HP en komt in allerlei avonturen terecht. Hij speelt daarin geen heldenrol, maar struikelt zich een weg door de avonturen. Eigenlijk valt het Avontuur hem nogal tegen, maar hij zit in het schuitje en moet daarom meevaren. Je zou kunnen zeggen dat hij leert dat het avontuur overal te vinden, als je het maar wilt zien. 

Luchtig

Venetiaanse avonturen is een luchtig vertelde strip, waarin inderdaad veel gebeurt, zoals je van een avonturenstrip mag verwachten. Verder zijn de tekeningen geweldig. In de inleiding vertelt Manara al dat Giraud/Moebius een tijd lang zijn voorbeeld is geweest en dat is ook wel te zien. Je kunt je slechtere voorbeelden kiezen. Het uitgangspunt van de tekeningen is realisme, al zijn er ook afbeeldingen die meer karikaturaal ogen. 

Dat realisme werkt goed, omdat het de balans bewaakt tegenover het verhaal dat absurde kanten heeft, met wendingen die surrealistisch aandoen. 

Metalaag

Manara kan er wat van, dat kun je aan deze strip wel merken. Het verhaal leest lekker, het is grappig en je blijft lezen tot je door de honderd pagina's heen bent. Maar toch. De strip zou een pleidooi voor de avonturenstrip moeten zijn, maar waarom dan niet de lezer een avontuur voorgeschoteld? We krijgen een avontuur, zeker, maar altijd hangt het metaverhaal erboven van iemand die op zoek is naar het avontuur. Die metalaag houdt mij als lezer toch een beetje op afstand. Graag was ik voluit meegegaan in het avontuur, maar ik zit niet alleen in het verhaal, maar ben tegelijkertijd eigenlijk een essay over het Avontuur in de strip aan het lezen. 

Of het waar is dat er neergekeken wordt op de avonturenstrip, weet ik niet, maar je zou kunnen zeggen dat Manara met deze strip dat vooroordeel juist bevestigt: blijkbaar is het niet voldoende om de lezer mee te nemen in een avontuur, er moet ook nog over getheoretiseerd worden. Misschien is 'gewichtigdoenerij' een te zwaar woord, maar het komt wel bij me op, zoals ik ook de inleiding wel wat aanstellerig vind. Met alleen het avontuur van Giuseppe Bergman was ik al tevreden geweest. De metalaag had ik kunnen missen. 

Reeks: Guiseppe Bergman
Deel 1: Venetiaanse avonturen
Tekst en tekeningen: Manara
Uitgeverij: Lauwert
2026, 104 blz. € 26,95

maandag 7 september 2026

Ik moest vanmorgen denken 2, Voorwaarts leven, achterwaarts begrijpen (Jacques Klöters)

Geregeld schrijft Jacques Klöters stukken op Facebook, die allemaal beginnen met 'Ik moest vanmorgen denken'. Af en toe lees ik zo'n bijdrage en dan lees ik die ook altijd uit, al is het behoorlijk wat tekst. Ik vind dat ik dat vaker moet doen, maar daar komt het dan toch niet altijd van. Blijkbaar ga ik op een andere manier om met het medium dan deze bijdragen van mij vragen. 

Maar gelukkig is er ook een boek van en dat heb ik besteld. Voorop staat als titel Ik moest vanmorgen denken, maar op de titelpagina staat ook nog Voorwaarts leven, achterwaarts begrijpen. Deel 2. Dat suggereert dat er ook een deel 1 is, maar dat ken ik dan weer niet. Het boek telt acht hoofdstukken, die alle beginnen met de zinsnede 'Ik moest vanmorgen denken', maar ik vermoed dat er verschillende stukken van Facebook samengevoegd en omgevormd zijn tot een enkel hoofdstuk.

De vreugde uitdragen

Voor in het boek nam Klöters een motto van Montaigne op:

Maar wij moeten in ons leven juist de vreugde
uitdragen en de droefenis zoveel mogelijk verkroppen.

Dat is wel de sfeer die uit het boek spreekt: het heeft een zekere monterheid en dat is een van de dingen die het lezen aangenaam maakt. 

Een groot deel van wat Klöters schrijft behelst herinneringen, aan een tijd die voorbij is, aan mensen die hij gekend heeft en dat zijn ook vaak mensen die wij kennen, maar niet van zo dichtbij. We kennen ze van de televisie, de radio, het theater, van hun plaatjes, van hun teksten. 

Achterwaarts begrijpen

Klöters vraagt zich wel af wat hij in de stukjes doet. Hij blikt om, maar niet met nostalgie, niet met chagrijn of verdriet om wat voorbij is. 

Maar begrijp me niet verkeerd. Ik ben niet van 'hadden we die tijd maar terug en wat is er veel verloren gegaan'. Mij gaat het om het verlangen zelf naar toen, de geamuseerdheid om toen, de vreugde die de herinnering aan toen oproept, de kennis van nu die ik leg naast mijn herinneringen aan toen. Immers: het leven dient voorwaarts geleefd te worden en achterwaarts begrepen. 

Dat laatste verwijst naar een bekend citaat van Sören Kierkegaard. Een ander die hij aanhaalt is Walter Benjamin:

De filosoof Walter Benjamin (1892 - 1940) onderzocht zijn Berlijnse jeugd om zich in te enten met zijn herinneringen, zodat hij beter bestand zou zijn tegen de kwalen die hem wachtten. Daar lijkt het bij mij meer op. Ik kijk vooral naar het verleden om het heden te kunnen begrijpen en ook een beetje om weg te schuilen voor de toekomst. 

En even verderop schrijft hij:

Wat ik vooral wil is in taal de wereld oproepen waarvan ik deel heb uitgemaakt. Een enkele keer probeer ik zelfs terug in de tijd te reizen en de wereld binnen te stappen van mijn voorouders, omdat ik wil weten waar ik vandaan kom. 

Rondlopen in het verleden

Soms lijkt hij werkelijk rond te lopen in dat verleden. Dat doet me denken aan het boek Waar was je nou? (2005), van K. Schippers waarin iemand via een foto in zijn verleden stapt. Klöters doet iets soortgelijks: hij gaat terug naar de jaren veertig en ziet daar zijn vader rondlopen. Hij observeert hem: 

Wat steekt mijn vader af bij al deze mensen in zijn driedelige kamgaren kostuum en met zijn mooie nieuwe derby op zijn hoofd. Hij hoort er al niet meer bij, hij neemt alleen waar. Hoe oud zou hij zijn? Een jaar of twintig, een ouwelijke jongeman die zich omhoogwerkt uit zijn haveloze jeugd. Een man die op weg is naar het mooie licht en de zuivere lucht van het chique Amsterdam Zuid. Zijn kleren zijn er al. 

Maar hij doet het ook met zijn jongere ik, wat me doet denken aan Tomas Lieske die in Alles kantelt (2010) zichzelf ontmoet toen hij nog een kind was. 

Mijn vroegere ik - lang haar en een baard - is in gesprek met journalist Jan Bart Klaster van Het Parool. Ik ben druk aan het woord. Cabaret moet een voorbeeldfunctie hebben, hoor ik mezelf zeggen. 

Klöters wil zijn jongere ik toespreken en vertellen dat cabaret helemaal niets moet, maar hij wordt natuurlijk niet opgemerkt. 

Op de bal

Vaker neemt Klöters afstand van het gedrag van een ik in het verleden. Hij vertelt hoe hard hij bijvoorbeeld Arthur Japin beoordeeld heeft. Het gaat niet om het oordeel, maar op de manier waarop hij dat verwoordde. En hij was het ook nog vergeten. 

Kritiek moet. Desnoods harde kritiek, om gehoord te worden. Maar die moet op het werk zelf gericht zin en mag nooit de mens degraderen. En ja, ik heb dat vroeger vaak gedaan, in mijn cabarettijd en dus kennelijk ook als leraar. Het is iets waarvoor ik me nu geneer en wat me nu stoort op internet, op de tv en in het cabaret. Op de man spelen en niet op de bal. 

Klöters spaart zichzelf niet, maar tegelijkertijd blijft hij loyaal aan zichzelf. Ook bij kritiek op zichzelf speelt hij op de bal. En dat doet hij ook bij anderen. 

Veel van zijn observaties zijn uit de eerste hand, wat ze bijzonder aantrekkelijk maakt. Hij vertelt bijvoorbeeld hoe Jaap van de Merwe optrad voor een publiek dat slechts uit een tiental mensen bestond. Van de Merwe was bitter, juist tegen de mensen die er wel waren. Tot iemand zei: 'Meneer Van de Merwe, zou u hiermee óp willen houden? Ik heb zo'n goede herinnering aan uw werk, en dat maakt u allemaal kapot vanavond.' Het moet een pijnlijk moment geweest zijn. Maar hij introduceert Van de Merwe wel als 'de grote tekstschrijver', waarmee hij hem recht doet. 

Dat geldt bijvoorbeeld ook voor Freek de Jonge, een van de allergrootsten in het cabaret, maar die ook buiten het theater veel aandacht gevraagd heeft, wat hem niet altijd goed gedaan heeft. Ook daarin is Klöters niet vergoelijkend terwijl hij de loyaliteit blijft behouden. Ook hierin wil hij achterwaarts begrijpen en vraagt hij zich af hoe het toch zit. 

Maar hij heeft met zijn succes natuurlijk ook zijn ziel aan de duivel verkocht. Wie is die duivel? Het publiek? Het geld? De roem en aandacht? Ik denk dat het de duivel in hemzelf is, de man die alsmaar aan het werk wil, alsmaar wil scoren, nooit tevreden is, steeds beter moet, bang is voor de achtervolgers. 

Don Quishocking

Natuurlijk komt de geschiedenis van Don Quishocking terug, van het eerste contact met George en Anke Groot tot het programma We zijn volstrekt in de war. Toen ik de LP Trappen op (1978) kocht, had de groep zich al ruimschoots bewezen en kende iedereen de beroemdste liedjes en conferences. Maar ook die groep moest ooit ergens beginnen en het maar zien te maken. Het is een mooi stuk geschiedenissen geworden, verteld in scènes. 

Af en toe kwam er toch wel een weemoedig gevoel over me: al die mensen, waarvan er sommigen al gestorven zijn, in een fase van hun leven dat ze zich nog moesten bewijzen, dat ze nog moesten uitgroeien tot wie ze later zouden worden. Schrijvers als Jan Boerstoel, Willem Wilmink en Hans Dorrestijn, bijvoorbeeld. Maar ook Gerrit Komrij, Tom van Deel, Carel Peeters, Adriaan van Dis. En dan zijn er natuurlijk herinneringen aan artiesten als Heinz Polzer (drs. P.), Adèle Bloemendaal, Toon Hermans, Jules de Corte. 

Er komt een generatie voorbij als een gebergte met heel veel toppen. Het is ook een generatie die voorbij lijkt, wat droevig genoeg is. 

Soms voelt het of ik met een grote schuiver van de tafel word geborsteld. Er zijn al heel wat kruimels omlaag getuimeld, we raken met steeds minder, nog even en dan zijn we outsiders over de rand gekieperd en gaat iedereen rustig door tot het hun tijd is. 

Maar zolang iemand nog een stem heeft, zolang hij nog zijn bijdragen op Facebook kan schrijven en er een boek van kan maken, is het zeker nog zijn tijd. Klöters schrijft niet alleen toegankelijk, maar hij schrijft ook goed: scherpe observaties, nauwkeurig verwoord. En de milde blik waarmee hij de wereld en zichzelf beziet en is aangenaam in de mediawereld, die vooral lijkt in te spelen op polarisatie. Aan de ene kant formuleert Klöters scherp en trefzeker, maar in zijn gedachten is hij een zoeker, die altijd de nuance bij de hand heeft. 

Achter in het boek is een handig register van namen opgenomen, zodat je op kunt zoeken waar er geschreven is over bijvoorbeeld Annie M.G. Schmidt, Friedrich Nietzsche of Youp van 't Hek. 

woensdag 26 augustus 2026

Silent Jenny (Mathieu Bablet)

 

Er zijn veel luchtige strips en ik lees ze graag, zoals ik ook wel eens met plezier een zak chips eet. Maar er zijn ook strips die meer te vergelijken zijn met een voedzame maaltijd dan met een snack tussendoor. Ik kan er zo een stel uit mijn kast pakken. 

Een ervan is Carbon & Silicium van Mathieu Bablet, dat ik drie jaar geleden besprak. Prachtig boek. En nu heb ik van dezelfde stripmaker weer een uitgave voor me liggen. Net als het vorige heeft dit een Engelse titel: Silent Jenny. Waarom die titel niet vertaald is, snap ik niet zo goed. En net als het vorige is dit weer prachtig uitgegeven door Scratch: gebonden, harde kaft, linnen rug. 

Doodse wereld

Silent Jenny speelt zich af in een verre toekomst. Van de natuur is weinig over: het is een doodse, verstofte wereld. Daardoorheen bewegen zich een soort schipachtige voertuigen, waarop een stel mensen leven. Eigenlijk zijn het mobiele dorpen, die monaden genoemd worden. Binnen de gemeenschap heeft iedereen zijn eigen taak. 

Jenny, naar wie de titel verwijst, gaat geregeld van de monade met haar zeilwagen op expeditie. Ze zoekt DNA van bijen, in de hoop de dieren terug te brengen, zodat ze kunnen helpen met de bestuiving. Binnen de monade is er een lab, waar men met behulp van zaden de natuur in stand probeert te houden. 

De mensen hebben het vermogen om zich te verkleinen tot microniveau, waardoor ze op plekken diep in de aarde kunnen komen, waar ze anders geen toegang toe zouden hebben. Daar leven ook gemeenschappen van microïden, wezens op microformaat. Jenny draagt een pak, maar dat sluit niet goed en het krimpen tast de cellen aan die met buitenlucht in aanraking komen. Ze doet er nogal laconiek over, ervan overtuigd dat haar missie belangrijker is dan zij zelf is. 

Leefgemeenschap

Via Jenny leren we de leefgemeenschap kennen en de tijd waarin die zich beweegt. Het is een tijd met weinig hoop, ook al zijn er nieuwe generaties, met hun eigen ideeën. Op de monade zijn er regels: de monade moet altijd blijven bewegen en de kinderen dragen tot op een bepaalde leeftijd een helm. In hoeverre zijn dat regels die voor iedereen gelden of zijn dat regels die voor deze monade bedacht zijn. De kinderen beginnen daar vragen over te stellen. 

Je leert ook hoe de gemeenschap omgaat met het levenseinde en dat elke gemeenschap zich moet verdedigen tegen aanvallen van buitenaf. 

Jenny is in zichzelf gekeerd. Ze ontzegt zich daarmee het werkelijke contact met de andere monadebewoners, maar ze heeft haar leven nu eenmaal in dienst van haar taak gesteld. 

Aan de ene kant is Silent Jenny een somber boek, het geeft een vooruitblik op een wereld die een decennia of misschien wel eeuwen van klimaatverandering heeft doorgemaakt, een wereld waarop nog maar moeilijk te leven valt. Maar de mensen zetten zich in om er het beste van te maken. 

Opoffering

Jenny laat zien tot welke opoffering ze in staat is, maar ook dat ze haar grenzen bereikt en misschien gaat ze daar wel overheen. Het is hard werken in de wereld van Jenny en menselijkheid lijkt een luxe. Toch glipt die door de kieren van het bestaan. Maar Jenny is ook moe, al moet ze van zichzelf doorgaan. Hoe lang houdt ze dat vol?

Silent Jenny is geen vrolijk boek, maar wel een fascinerende strip. Bablet heeft een wereld uitgedacht die onze toekomst zou kunnen zijn en hij heeft die met veel aandacht getekend. Het moet een gigantisch werk geweest zijn en ook het volbrengen van deze taak is een missie die veel van je vraagt. Bablet moet in zijn hoofd tijden in de wereld van Jenny verkeerd hebben. Ze heeft het niet beseft, maar ze was niet alleen in deze wereld. Ook het werken aan de strip vraagt opoffering en liefde. Het enige wat Jenny kan doen, is doorgaan met haar opdracht, net als de stripmaker, die in zijn eentje zich beweegt in de desolate wereld die hij geschapen heeft. 

Niet alleen heeft Bablet een interessante wereld bedacht, maar hij heeft die ook prachtig getekend, met een inkleuring die precies goed is. Veel bruinen en donkere kleuren, waartussen de rode lampen oplichten. De detaillering van bijvoorbeeld de monade laat zien met welke aandacht -en misschien moet ik wel zeggen: liefde- de tekeningen gemaakt zijn. 

Jenny denkt dat ze alleen is, maar elke lezer is na het lezen van Silent Jenny in gedachten bij haar. Ze moest eens weten. 

Titel: Silent Jenny
Tekst, tekeningen en inkleuring: Mathieu Bablet
Vertaling: W. Davids
Uittever: Scratch Books
2026, 312 blz. € 39,95 (hardcover, linnen rug)


dinsdag 25 augustus 2026

Kreeft (Franca Treur)


Wat mensen hebben met astrologie is me een raadsel. Bijna iedereen weet dat horoscopen onzin zijn en toch weet een overgrote meerderheid van de mensen, of in ieder geval van de Nederlanders, zijn sterrenbeeld. Dat is nog tot daaraan toe, maar er zijn ook mensen die zich ermee identificeren. Die zullen ook wel weten dat ze bij een ander teken van de dierenriem gehoord zouden hebben als ze een paar dagen eerder of later geboren zouden zijn, maar blijkbaar hechten ze daar geen waarde aan. 

De astrologie heeft een zekere aantrekkingskracht en dan zit er dus geld in. Er waren in mijn jeugd meisjes met een kettinkje met een sterrenbeeld eraan en misschien waren er ook wel zulke bedeltjes voor aan een armband. Dat soort hangertjes zijn nog steeds te koop en enig googlen leerde mij dat er zelfs beeldjes van kristal zijn van de verschillende dierenriemtekens. En uitgeverij Lebowski heeft een reeks boekjes waarin steeds een sterrenbeeld centraal staat. Er waren al boekjes verschenen van Hadassah de Boer (ram), Hagar Peeters (stier) en Christine de Boer (tweelingen). En nu is er Kreeft, van Franca Treur

Ik neem aan dat de auteurs ook jarig zijn in de periode die bij het sterrenbeeld hoort. Bij Franca Treur heb ik het opgezocht en ze is jarig op 23 juni. Net als ik, trouwens. Van haar is bekend dat ze opgroeide in een orthodox-christelijke omgeving en voor zover ik weet, moet men daar niet veel hebben van allerlei 'wind van leer', zweverigheid en bijgeloof. Ik was er dan ook van uitgegaan dat ze al aan het begin van Kreeft korte metten zou maken met de astrologie, maar dat doet ze niet. Ze heeft er weetjes over opgezocht en die weet ze best boeiend te presenteren. 

Psychologie

Maar ze begint bij haar eigen geschiedenis: 1997, als ze besloten heeft om psychologie te gaan studeren. Opa doet de studie af met een bijbeltekst, uit het boek Spreuken: 'Een verslagen geest, wie zal die opheffen?' Het was vooral de behoefte aan zelfkennis die Treur tot de studie van de psychologie aanzette. Die kennis was tot nog toe vooral tot haar gekomen via de Bijbel en de Heidelbergse catechismus. Een somber mensbeeld: we zijn geneigd tot alle kwaad. 

Eigenlijk is het bijzonder dat juist bij de bevindelijke christenen altijd gewezen wordt op de noodzaak van een persoonlijke bekering en dat het gaat om een persoonlijke relatie met God, en dat aan de andere kant er heel veel gesproken wordt over de mens in het algemeen. Treur viel het op daar medestudenten veel meer theorieën over zichzelf hadden dan zij en dat ze die graag wilden delen. Misschien heb je ook minder de neiging om aandacht aan jezelf te besteden als je altijd geleerd wordt dat je niets voorstelt (een stofje aan de weegschaal). Treur stapte over naar de studie Nederlands. 

Jaap

In Kreeft is dat de voorgeschiedenis. Pas in het tweede hoofdstuk begint het werkelijke verhaal dat twee lijnen omvat: de ene gaat over Jaap, een oom met het syndroom van Down, en het andere over Treur die afstand heeft genomen van het geloof en van de kerk. 

Het begint meteen met een sterke scène: de vertelster waakt bij het sterfbed van Jaap. De dood is geen onbekende in de familie: voor zijn geboorte is zijn broertje al omgekomen. 
In mijn familie werken ze met grond. Ze stoppen er zaden in en hebben daar verwachtingen van. Nu moeten ze hun kind in de grond stoppen. 
Schrijnende zinnen, in al hun eenvoud. Ze doen sterk denken aan 'Brief aan de grootouders' van Ida Gerhardt, waarin verteld wordt dat een kind slechts een enkele dag geleefd heeft: 'Ik heb de akkers mogen ploegen. / De aarde draagt het winterzaad.'

Nu ze enige afstand heeft, kijkt Treur scherp naar het bevindelijke milieu waarin ze opgegroeid is. 
Het blijft een wrang onderdeel van deze godsdienst: God, de gever van leven, is ook Degene die neemt. En ook Degene bij wie men vervolgens troost zoekt. 
Lange tijd laat Treur ongenoemd wat er met Jaap is, al krijg je al wel snel in de gaten dat er iets met hem moet zijn. Ze schetst een bijzonder liefdevol portret van hem. En ze zit naast zijn bed, juist in een tijd die onzeker is: ze heeft afscheid genomen van het geloof, waardoor er veel weggevallen is en het is nog niet duidelijk wat er allemaal voor in de plaats komt. 

Op je plek

Dan komt de vertelster terug op de astrologie, waartegen ze zich dan toch afzet: net als de godsdienst doet die een beroep op de kosmos en probeert die je vast te pinnen: zo ben je nu eenmaal. Jaap is autonoom en is op zijn plek, maar de vertelster voelt zich anders: 
Als je niet aardt waar je hoort, op een bepaalde plek onder de sterren, dan voel je je misplaatst. 
Aan de ene kant voelt ze de loyaliteit aan de gemeenschap waarin ze opgegroeid is, aan de andere kant voelt ze de noodzaak om daar afstand van te nemen. Je hoort al niet meer bij ze, je bent niet bij hen op je plek. 
Dus wil je zo ver mogelijk de andere kant op. Weg van de achterblijvers, weg van degenen die jouw vertrek in hun verdriet niet kunnen vatten, die vinden dat je hun God zo diep hebt beledigd. Hun huis is wel de allerlaatste plek waar je heen wilt. Het drukt op je om onder hetzelfde dak te zijn, zelfs al liggen ze op bed. 
Wel bij mensen horen, maar niet meer bij hun wereld. Dat is wat Treur laat zien in Kreeft en dat maakt ze duidelijk aan de hand van Jaap, met wie ze zich verbonden voelt, maar van wie ze nu ook afscheid moet nemen. 
Dan is er zijn laatste adem.
Lieve Jaap. Laat me niet alleen.
Hij laat me alleen.
Al maak ik er nu misschien een Jaap en Franca van die nooit hebben bestaan. 

Een echte Treur

Kreeft is voluit een Franca-Treurverhaal. Het past helemaal in haar oeuvre waarin ze geregeld geschreven heeft over het bevindelijk-christelijke milieu waarin ze is opgegroeid (Dorsvloer vol confetti, Hoor nu mijn stem) en hoe ze nu dat, juist nu ze afstand heeft, scherp kan bezien. 

In de scherpte waarmee ze dat milieu observeert, zit veel liefde, zoals die in haar vorige boeken ook altijd al zat, al werd die liefde in het beschreven milieu zelf niet altijd opgemerkt of begrepen. Tegelijkertijd maakt de vertelster zichzelf steeds meer duidelijk dat ze buiten dat milieu staat, dat ze zelf haar weg moet kiezen. Zeker nu Jaap er ook niet meer is. 

Franca Treur heeft zich met Kreeft aanvankelijk braaf in de mal van de reeks geperst, maar uiteindelijk blijkt ze in dit verhaal haar eigen gang te gaan. Gelukkig maar. Kreeft is een echte Treur. En een prachtige novelle. 

Eerder schreef ik over ander werk van Franca Treur:
Hoor nu mijn stem (herlezing)

maandag 24 augustus 2026

De Kremlinfluisteraar (Luc Jacamon)

Rusland en zijn leider Poetin zullen nog wel een tijdje actueel blijven en daarom is de strip De Kremlinfluisteraar het ook. Het is de verstripping van een roman van Giuliano da Empoli. Da Empoli werd in Frankrijk geboren, maar heeft de Italiaanse en de Zwitserse nationaliteit. Hij weet veel van internationale betrekkingen, was plaatsvervangend burgemeester voor cultuur in Florence en was politiek adviseur voor verschillende Italiaanse politici. Hij presenteerde een wekelijkse talkshow op de belangrijkste financiële nieuwsradio van Italië, Radio 24. 

Hij had al verschillende boeken op zijn naam staan toen hij zijn debuut maakte als romanschrijver met Le mage du Kremlin (2022), De Kremlinfluisteraar, dat genomineerd werd voor de de Prix Goncourt. In de roman is de hoofdpersoon Vadim (Vanja) Baranov, producer van reality-tv en marketingman. Hij zal uiteindelijk de adviseur van Vladimir Poetin worden. 

Het personage Vadim Baranov is gebaseerd op Vladislav Soerkov, een oligarch die tussen december 2011 en mei 2013 vice-premier was in de Russische regering. 

Verstripping

De roman De Kremlinfluisteraar had veel succes en werd ook verfilmd. Nu is er ook een strip, geschreven en getekend door Luc Jacamon. De roman heb ik niet gelezen en ik denk dat het verschillende striplezers zo vergaat. Ik kan dus ook niet beoordelen in hoeverre Jacamon het oorspronkelijke boek recht heeft gedaan. En ik ben ook niet zo goed ingeleid in de stof dat ik kan beoordelen in hoeverre dat boek strookt met de werkelijkheid. Ik neem maar even aan dat het meeste zal kloppen. Soerkov is, voor zover ik begrepen heb, de enige die niet zijn echte naam gehouden heeft. Alle andere personages hebben de naam van de personen in de werkelijkheid. 

Aan het begin van de strip is de jonge Vadim aan het jagen met zijn vader en zijn grootvader. Grootvader is een aristocraat die de bolsjewistische revolutie en de zuivering van het stalinisme heeft overleefd. Hij beperkt zich tot de jacht en op dat gebied wordt hij als een autoriteit beschouwd. Zijn zoon, de vader van Vadim, heeft zich zoveel mogelijk geconformeerd aan wat van hem verwacht wordt en houdt zich zo buiten schot. 

En dan hebben we Vadim, van wie zijn vader graag zou zien dat hij diplomaat werd, maar hij schrijft zich in aan de theateracademie in Moskou. Hij raakt bij de politiek betrokken door Boris Berezovski, een oligarch en hij wordt uiteindelijk de adviseur van Poetin.

Koersk

In De Kremlinfluisteraar worden verschillende gebeurtenissen verhaald die indertijd in de actualiteit waren, maar die toch weer in de vergetelheid dreigen te raken, zoals de ramp met de onderzeeër Koersk, waarbij alle 118 opvarenden om het leven kwamen. Poetin was op dat moment op zijn buitenverblijf en brak zijn vakantie niet af voor deze ramp. Verder weigerde de Russische marine een beroep te doen op buitenlandse hulp. Poetin ging pas na vijf dagen terug naar Moskou en toen duurde het nog eens vier dagen voordat hij vertrok naar Moermansk, de plek waar de reddingsactie werd gecoördineerd. 

De Kremlinfluisteraar gaat over Vadja en hoe hij zich staande probeert te houden in een gevaarlijke omgeving. Je zou kunnen zeggen dat hij wel iets menselijks behoudt, maar hij is toch ook een opportunist die gecharmeerd is van de voordelen die zijn leven hem biedt. 

Jacamon heeft behoorlijk wat tekst nodig om uit te leggen hoe alles in elkaar zit en dat vertraagt het lezen van de strip wel. Het gaat ook wel wat ten koste van het verhaal. Aan de andere kant is de stof interessant, al weet je niet in hoeverre de fictie het overgenomen heeft van de feiten. 

Opmerkelijk is dat Poetin verschillende keren een tsaar wordt genoemd. In een vrij recent boek, Poetins tsaristische droom, van Beatrice de Graaf en Niels Drost, wordt betoogd dat die vergelijking raak is en dat je Poetin beter kunt begrijpen als je hem als een tsaar ziet. Ze analyseerden de toespraken van Poetin om hem beter te kunnen duiden. Zie je Poetin als tsaar, dan ga je Barazov bijna automatisch als een soort Raspoetin zien. 

Tekeningen

De tekeningen zijn fraai. Personages zijn goed te herkennen en zijn realistisch getekend. Het is wel een beetje statisch, maar dat heb ik niet als hinderlijk ervaren, misschien ook omdat je het vooral leest als een soort documentaire in plaats van als een avontuur. De inkleuring is prachtig en geeft veel sfeer aan het boek. Veel bladzijden zijn ingekleurd in een bepaald gamma (bijvoorbeeld groenachtig of paarsachtig). Als er dan tekeningen zijn met heldere kleuren, in een vakantiesetting, lichten die des te meer op, zeker als meteen daarna de tekeningen volgen over het droevige lot van de Koersk, ingekleurd in vrij sombere blauwen. 

De strip eindigt hoopvol. Vadim en zijn geliefde Ksenia, die hij een tijdje kwijt geweest is, zijn weer samen. En Vadim moet denken aan en uitspraak van zijn grootvader dat er wel veel kan veranderen, maar dat de dingen die niet veranderen uiteindelijk hetzelfde blijven. Zo hou je toch de indruk dat je in De Kremlinfluisteraar het leven van Vadim volgt, maar hoewel hij het belangrijkste personage is, raakt hij in de loop van de strip wel verschillende keren meer op de achtergrond door de ontwikkelingen in Rusland. 

De roman van Da Empoli staat bekend als spannend. Dat is de strip De Kremlinfluisteraar niet in de eerste plaats, maar een boeiende strip is het wel. 

Titel: De Kremlinfluisteraar
naar de roman van Giuliano da Empoli
Tekst en tekeningen: Luc Jacamon
Medewerking scenario: Thea da Empoli
Vertaling: James Vandermeersch
Uitgever: Casterman
2026, 144 blz. € 29,99 (hardcover)

trailer van de film

woensdag 19 augustus 2026

Nachtbezorger (Lucas de Waard)


Andrecht was een kuststad. Of misschien vormde het wel een schiereiland. Maar op een dag kwamen de graafmachines en werd Andrecht losgemaakt van Het Land. Wie in de stad zit, zit daar vast. In de verwarring die ontstaat is er een man die het voortouw neemt: Leander Winkelman, een 'zonnebankbruine' volkszanger met een voorliefde voor Frankrijk. Hij zorgt er eigenhandig voor dat er weer stroom komt en hij neemt de leiding van de stad over. Maar hij trekt wel erg veel macht naar zich toe. Zo zorgt hij voor de verdeling van het voedsel en het is niet de bedoeling dat mensen zelf in hun voeding voorzien: er komt een verbod op moestuintjes. Zijn Gendarmerie houdt alles in de gaten. 

In deze bijzondere stad leeft Amy, die post bezorgt. Dat is een illegale bezigheid, want inwoners van Andrecht mogen geen contact meer hebben met Het Land. Daarom bezorgt ze de post in de nacht. Daarnaar verwijst dan ook de titel van de roman van Lucas de Waard: Nachtbezorger

De mensen die de brieven krijgen, moeten daarvoor betalen. Maar als een van de ontvangers, Ben, geen geld genoeg heeft, besluit Amy dat hij niet hoeft te betalen. 

Vertellers

Er zijn verschillende vertellers in Nachtbezorger: Amy, ex-profboksster, ooit beschuldigd van het gebruik van doping. Ze trok zich terug in Atrecht, bij een vriendin, Zara, vlak voor de graafmachines kwamen. Verder is er Ben, kleermaker, die zich probeert te redden in de halfdode stad. Hij krijgt af en toe post van zijn dochter Samira. En hij kent uit zijn verleden de jongen die later hoofd van de Gendarmerie werd, een reus van een vent, half dierlijk: De Beer. En dan is er nog Jona, uitbater van café Mingus. Hij hoort niet en hij spreekt niet, al zou hij dat laatste misschien wel kunnen. 

Het verhaal komt op gang als Amy een bijzondere opdracht krijgt: ze moet een brief van Leander Winkelman bezorgen bij diens moeder, die ergens in Het Land woont. Ze besluit samen met Jona de brief open te maken en de inhoud ervan blijkt compromitterend voor Winkelman te zijn. Vanaf dat moment is ze haar leven niet meer zeker. 

Wat er daarna gebeurt, is spannend beschreven door Lucas de Waard. Er zit vaart in het verhaal en je leeft heel erg mee met Amy, van wie je steeds meer te weten komt. Je wilt dat ze het redt, maar je weet ook dat de kans daarop erg klein is, want de macht is goed georganiseerd. 

Als je je maar mee laat voeren met het verhaal, leest het lekker weg. Het heeft een beetje de sfeer van young-adultroman, voor mijn gevoel. Er zijn best wat raadselachtige dingen in Atrecht, maar De Waard houdt er wel van om dingen uit te leggen in plaats van ze te laten zien. Je krijgt dan zinsneden als 'was het bokkige antwoord' en 'Ze grinnikt bitter'. Als lezer hoef je niet al te veel zelf te bedenken. 

Vragen stellen

Als je je vragen gaat stellen, gaat het verhaal aan het wankelen. Hoe worden de mensen bijvoorbeeld gevoed? Voor zover mij duidelijk werd, is er geen landbouw in Atrecht (op wat subversieve moestuintjes na) en als er een voedingsindustrie zou zijn, is het niet duidelijk hoe die aan grondstoffen zou moeten komen. En hoe zit het met de economie van de stad? Zijn er banken? Heeft Atrecht zijn eigen geld? Verdienen mensen eigenlijk wel geld? Hoe komen ze dan aan wat ze nodig hebben?

Maar de belangrijkste vraag is natuurlijk: waarom besluit Leander Winkelman, die alle macht heeft, dat juist Amy de brief moet bezorgen. Hij weet wat erin staat en hij weet dat hij een enorm risico neemt. Hij zal ook de macht hebben om te zorgen dat er toch iemand het kanaal oversteekt om de brief te bezorgen. Daar heeft hij Amy helemaal niet voor nodig. 

Compositie

Het verhaal wordt afwisselend verteld door Amy, Ben en Jona. Amy en Jona komen al gauw samen en ze spannen samen tegen Winkelman. Het verhaal van Ben geeft wel een inkijkje in het leven in Atrecht, maar zeker in de eerste helft van het boek voegt het niet heel veel toe. Pas aan het eind, als blijkt dat Ben en De Beer elkaar kennen, gaat die lijn iets meer betekenen. Verder zijn er twee hoofdstukjes, 'Ballon' en 'Dochters', die De Waard blijkbaar nodig had om een deel van het verhaal te vertellen. Dat maakt de compositie minder strak. 

Op een gegeven moment bevinden Amy en Jona zich in een tram, waarvan het verhaal gaat dat er wonderlijke dingen gebeuren en die gebeuren er dan ook. Maar waarom eigenlijk? Het lijkt een ideetje dat in de roman gepropt is, maar dat ook achterwege gelaten had kunnen worden. En zo gaat het met meer verhaalelementen. Wat mij betreft had de redacteur hier en daar best wat strenger mogen zijn. 

 Eigenlijk was ik nogal teleurgesteld door Nachtbezorger, maar dat heeft mogelijk te maken met mijn verwachtingen. Ik ken uitgeverij De Geus als een uitgever van literatuur (Esther Gerritsen, Jaap Robben, Jannah Loontjens, Kristien Hemmerechts, Robert Haasnoot). Pas nadat ik Nachtbezorger uit had, las ik dat er een boek van De Waard ooit genomineerd was voor de Gouden Strop Schaduwprijs, een prijs voor thrillers. Van thrillers weet ik eigenlijk niets, maar ik kan me voorstellen dat daarbij de spanning het belangrijkst is. 

Dat ik het boek ook gelezen heb als een young-adultroman zal te maken hebben met Amy, die al een heel verleden heeft, maar toch overkomt als een jongere. En ook bij dat soort romans ligt de nadruk vaak op de actie, is mijn indruk. 

Nachtbezorger leest wel lekker door, maar het bood me te weinig. Dat je meeleeft met iemand die zich verzet tegen de macht, ligt nogal voor de hand. Dan sta je als lezer automatisch aan de goede kant en dat is misschien wel een net te gemakkelijke positie. Hoewel er nuances aangebracht worden, is redelijk duidelijk wie er deugt en wie niet. Ook al zijn de gebeurtenissen niet voorspelbaar, de roman is wel voorspelbaar in zijn strekking en dat heeft ervoor gezorgd dat ik me toch een beetje verveeld heb bij het lezen. 

Maar misschien is dit gewoon geen roman voor mij en moet ik mij maar bij de literatuur houden. Wie tijdens een vakantie onbekommerd wil lezen, zal Nachtbezorger een prima boek vinden. 

Lucas de Waard, Nachtbezorger, Roman. Uitg. De Geus 2026; 224 blz. €20,99

dinsdag 18 augustus 2026

Cor Morelli: Het grote geluk (Aloys Oosterwijk)

Cor Morelli is een personage dat al een tijd meegaat in het oeuvre van Aloys Oosterwijk. De vroege verhalen heeft hij opnieuw onder handen genomen, zoals hij in een vorig album al uit de doeken deed. Nu is er weer een album met vroeg werk verschenen: Het grote geluk, dat twee verhalen bevat: 'Het kleine geluk' en 'Het grote geluk'. 

Daaraan vooraf gaat een inleiding door Yves den Ossendraeger, die de context van de verhalen schetst, zoals de biografische omstandigheden van Oosterwijk in de tijd dat de verhalen ontstonden. Den Ossendraeger laat verder zien dat Morelli niet alleen zijn toenmalige vriendin als model gebruikte voor een personage, maar ook zichzelf. Hij wijst ons bovendien op zaken die in verschillende verhalen terugkeren, zoals de man met de mitella. 

Dat is allemaal bijzonder informatief, al leidt het wel wat af dat Den Ossendraeger schrijft op een manier die de indruk wekt dat hij ook graag wil laten zien hoe vlot hij kan schrijven en hoe olijk hij kan vertellen. Wat mij betreft had hij wat meer dienstbaar kunnen zijn en zelf meer op de achtergrond kunnen blijven. Maar goed, misschien moeten we het toontje op de koop toe nemen. Wat hij vertelt, is interessant genoeg. 

Het kleine geluk

'Het kleine geluk' is een heel grappig Morelliverhaal. Morelli loopt wat rond en stuit daarbij op de misdaad, zonder dat hij het zelf in de gaten heeft. Hij beweegt zich in de wijk en iedere betrokkene gaat ervan uit dat hij wat op het spoor is. Zijns ondanks brengt hij een zaak tot een goed einde. Dat deed mij heel erg denken aan een verhaal van Olivier Blunder, die een route door de stad volgt, waarbij er steeds heftige gebeurtenissen plaatsvinden, maar Blunder merkt het niet. 

Het is maar een kort verhaal, vier bladzijden lang (in stripkringen hoort men dan te spreken van vier platen), maar het is ongekend grappig en het past ook wel bij het personage Cor Morelli. In bijvoorbeeld de open dossiers is het vaak de bedoeling dat Morelli niet in de gaten heeft hoe de zaak nou in elkaar zit, terwijl de lezer dat wel weet. 

Den Ossendraeger laat zien, aan de de hand van de driehoek van spanning, waarbij de punten van de driehoek gevormd worden door het goede, het kwade en de kijker/lezer, dat er op die manier vaker spanning in een verhaal ontstaat en dat Alfred Hitchcock dat ook in zijn films gebruikte. Als het personage meer weet dan de lezer, wil de lezer erachter komen wat er echt aan de hand is en als de lezer meer weet, vraagt hij zich af wanneer het personage dat te weten komt. 

Het grote geluk

'Het grote geluk' is heel andere koek. We krijgen al een aanwijzing op de covertekening, waarbij Morelli zijn collega Esther Echt onder vuur neemt. Boven hen is er een hand die capsules uitstrooit die drugs of medicijnen zouden kunnen bevatten. In de tekening kunnen ze ook de plaats innemen van patroonhulzen die uit het automatische wapen komen. 

Het verhaal begint met een steekpartij en daarna een moord in een pretpark. Dat werkt altijd goed: een omgeving die bedoeld is om onbekommerd plezier te hebben, waar opeens het kwaad binnendringt. Esther Echt treedt daadkrachtig op. Cor is er ook en redt min of meer toevallig het leven van een vrouw. Dat is kenmerkend voor Morelli: het leven overkomt hem. Hij probeert wel het een en ander te plannen, maar hoe de zaken uiteindelijk lopen, heeft hij niet in de hand. Dat wordt ook nog eens duidelijk als hij ineens veel wint in een casino, waar hij achteloos inzet. 

Het is verder altijd mooi als een held een zwakke plek heeft. Achilles had zijn hiel, Siegfried de plek tussen zijn schouderbladen waarop hij kwetsbaar was. Morelli is gevoelig voor vrouwelijk schoon. Hij komt daardoor in een duistere wereld terecht, waarin bijvoorbeeld hondengevechten georganiseerd worden en hij kan niet meer helder oordelen, want hij is onder invloed van pillen. Daardoor dreigt hij zich zelfs tegen Esther Echt te keren. 

Wild gecomponeerd

Door de vertekende werkelijkheidsbeleving is het wel een erg wild gecomponeerd verhaal geworden. Uiteindelijk komt het op zijn pootjes terecht, maar ik had wel het idee dat de Oosterwijk zich daarvoor in veel bochten heeft moeten wringen. Af en toe was het me net té, maar ik kan me voorstellen dat een stripmaker wel eens wil kijken wat er binnen de conventies van zijn format allemaal mogelijk is. 

Boeiend is dat Morelli, die altijd aan de kant van het goede staat en de bestrijder van het kwaad is, aan de andere kant terechtkomt. Als lezer wil je enerzijds aan de die goede kant staan en anderzijds wil je je identificeren met de hoofdpersoon en die twee dingen samen leveren spanning op. Dat is altijd goed voor een verhaal. 

De strips over Cor Morelli lees ik altijd met plezier en dat heb ik ook weer met dit album gedaan. De misdaadwereld is altijd boeiend, omdat juist daarin de strijd tussen goed en kwaad duidelijk wordt. Met Morelli kun je je als lezer gemakkelijk identificeren. In principe deugt hij, maar hij is geen held. De echte daadkracht ligt vaker bij Esther Echt. Misschien verzoent Morelli ons met onze menselijkheid: je maakt fouten en je vergist je, net als Morelli, maar uiteindelijk pakt dat toch soms goed uit, mede door de mensen in je omgeving. Als je je, zoals de meeste mensen, struikelend door het leven beweegt, kun je je daaraan vasthouden. 

Reeks: Cor Morelli
Deel: Het grote geluk
Tekst en tekeningen: Aloys Oosterwijk
Tekst dossier: Yves den Ossendraeger
Uitgever: Arboris
2026, 56 blz. € 11,95 (softcover), € 21,95 (hardcover)

Eerder schreef ik over:






maandag 17 augustus 2026

70's, Het levensgevoel van de jaren zeventig in advertenties (Roelof Bouwman / Minke de Vogel)

Reclame geeft een goed beeld van de tijd waarin die ontstaat. Misschien niet meteen van hoe die tijd is, maar wel van wat de idealen uit die tijd waren. Waarschijnlijk denken we nu bij reclame vooral aan filmpjes, maar er was een tijd dat radiospotjes veel belangrijker waren. En dan waren er ook nog de advertenties in de gedrukte media. 

Over dat laatste gaat het 70's, Het levensgevoel van de jaren zeventig in advertenties. En dan natuurlijk alleen voor de jaren zeventig. 

Ik vermoed dat de jaren zeventig bepalend zijn geweest voor mijn jeugd. In 1971 ging ik naar de middelbare school, in 1980 ging ik werken: ik werd aangesteld als docent Nederlands op een mavo. In de avonduren deed ik de opleiding Nederlands MO-A en later MO-B. 

Het gezin waarin ik geboren werd was zeker niet typisch een jaren zeventig gezin: we gingen naar een orthodox christelijke kerk en hadden geen tv. Maar wel een radio en de vriendjes die ik had, waren allemaal van buiten de kerk. Verder kan niemand zich onttrekken aan de tijd waarin hij leeft. Wat dat voor tijd is, kun je het best achteraf bepalen. En het kijken naar advertenties is waarschijnlijk wel een goede manier om dat te doen. 

Representatief?

Vooraf: als je dit boek leest, moet je er maar op vertrouwen dat de keuze van de advertenties representatief is. Waarschijnlijk zijn de auteurs van het boek, Roelof Bouwman en Minke de Vogel op zoek gegaan naar advertentie die het levensgevoel van de jaren zeventig weerspiegelen en dan ontkom je waarschijnlijk niet helemaal aan de confirmation bias: je hebt al een beeld van de jaren zeventig en je vindt dan voornamelijk advertenties die dat aan dat beeld voldoen. Maar goed, dat zijn wel advertenties die daadwerkelijk in de jaren zeventig in tijdschriften hebben gestaan. 

Het boek 70's is trouwens prachtig uitgegeven: harde kaft, gebonden, leeslint, mooie kleurenafbeeldingen; kosten nog moeiten gespaard. Achterin een handig register waardoor de advertentie gemakkelijk terug te zoeken zijn. Voorin een stukje van Kees van Kooten ('Koolden jiers'):

Achteraf bezien was het allemaal de schuld van dat jubeljaar 1968, waarin plotsklaps alles kon en mocht en moest gebeuren, tot heil van het stralende decennium der zeventiger jaren dat eraan kwam! Een vrolijke revolutie in de muziek, de mode en alle kunsten.

Het gevoel van vrijheid spreekt uit veel advertenties. Uitbundig kleurgebruik, veel bloot, zonder dat dat erotiserend was. Meer dan in de decennia ervoor ging het over eigen keuzes maken, de dingen doen jij belangrijk of fijn of lekker vindt. 

Verder staan er voor in het boek nog twee artikelen: een over de seventies in retrospectief, 'Hoezo narigheid en zwarigheid' en een over de tijdschriften in de jaren zeventig 'Boordevol advertenties'. In het eerste artikel wordt verteld hoe aan het eind van het decennium bij de terugblikken de schrijvers ervan blij lijken te zijn dat die periode voorbij is. Verder zijn de jaren zeventig te boek komen te staan als het begin van het ik-tijdperk, maar in de advertenties wordt juist vaak de saamhorigheid geprezen van 'Draai een Drum voor elkaar' tot 'Shell helpt' en 'De NMB denkt met u mee'. 

Tijdschriften

Er waren veel tijdschriften in die tijd, zeker in vergelijking met het decennium ervoor, en in allerlei soorten: van opiniebladen, vrouwenbladen, familiebladen, stripbladen en popbladen tot roddelbladen en sportbladen. En dan de oplagen! TROS Kompas: 861.281 in 1979, Libelle 709.276 in datzelfde jaar. Maar ook de Marion (394.699 in 1974) deed het goed. Ik herinner me het blad nog: klein formaat, met in het midden de raderbladen die mijn moeder uitspreidde op de tafel, raderwieltje in de hand. Avenue was in mijn ogen indertijd een chique blad: glad papier, mooie foto's. Mijn ome Ab en tante Rhea (die toen nog Ria heette) hadden er een abonnement op. Ik las achterin de bijdragen van Cees Nooteboom. Het was ook dik en zal vrij duur geweest zijn. Toch had het in 1977 een oplage van 114.989 exemplaren. 

In de rest van het boek zijn de advertenties gegroepeerd naar het soort producten waarvoor reclame wordt gemaakt. Bij elke categorie krijg je minstens vijf voorbeelden, soms meer. In verband met de Tabaks- en rookwarenwet mochten advertentie voor nog bestaande merken (Drum, Samson, Camel, Caballero en Pall Mall) niet in het boek worden opgenomen. Maar heel veel andere merken vind je hier wel: Rider, Bison shag, Belinda, Kelly (halvaret), Gladstone Mild.

Natuurlijk kan niet alles opgenomen worden en bij het bladeren en lezen schoten mij allerlei merken te binnen die er ook nog waren. Zo rookte mijn dikke ome Henk Unic Shag. Wij hadden vier Henks in de familie, dus we moesten er altijd bij vertellen welke Henk het was. Deze werd door mijn moeder ook wel kortweg 'd'n dikke' genoemd. 

Ik realiseer me nu ook hoeveel soorten shag er in een blauw pakje zaten: Van Nelle, Samson, Drum, Rider, Bison. Misschien dat daarom Unic me bijgebleven is en dat ik nu ik dit typ moet denken aan Twin, donkergroen pakje. Ik had het merk van de shag van mijn oom overigens verkeerd onthouden. Ik was ervan overtuigd dat hij Union shag rookte. 

Mijn vader heeft lang gerookt. Het was zo ver dat hij 's ochtends zijn eerste sigaret niet meer in één keer op kon roken: te weinig adem. Toen werd hij ziek (voorhoofdsholteontsteking), waardoor hij een week lang niet kon roken. Toen is hij meteen gestopt. Dat zal omstreeks 1970 geweest zijn. Maar wat rookte hij? Ik heb hem nooit een sigaret zien draaien, dus het geen sjekkies geweest zijn. Hij rookte trouwens ook een tijd lang pijp. 

Bier

Behalve voor shag en sigaretten werd er natuurlijk ook voor andere genotmiddelen geadverteerd: drank ('Schat, staat de Bokma koud?' 'Ha fijn, ha fijn, een borrel van Florijn') en voor de kinderen voor limonade ('Green Spot, zonder prik', 'Likkebaardendlekkerlessend...' enzovoort). En natuurlijk waren er de bierreclames, waarbij er een stel opvallend afwezigen zijn: twee advertenties voor Heineken, maar Grolsch staat er niet in, terwijl de slogan 'Vakmanschap is meesterschap' toch heel lang is meegegaan. En bij Amstel wel de slogan 'De beste drinkers drinken het, 's Lands beste brouwers brouwen het'. Maar niet: 'Dit is de man, dit is zijn bier'. En ook niet: 'Zo, nu eerst een Bavaria!' Maar misschien is die van na de jaren zeventig. 

Verder valt het op dat er nog zo weinig bekende Nederlanders figureren in de reclames. Goed, Piet Bambergen heft het glas Skol en Martine Bijl mag een glas Stella Artois inschenken ('Twee blondjes met karakter'), maar verder zijn de BN'ers zo ongeveer afwezig. Of zaten ze toen ook al meer in de spotjes op tv dan in de tijdschriftadvertenties?

Voor het geval dat het niet duidelijk geworden is, door alle zijpaden die ik bewandeld heb: ik heb heel erg genoten van 70's, Het levensgevoel van de jaren zeventig in advertenties. Ten eerste door alle advertenties die erin staan, waarvan sommige werkelijk prachtig zijn, maar ook door de stroom herinneringen die die advertenties op gang brengen. 

Dat ik elke keer vertel wat er niet in het boek staat, wil niet zeggen, dat ik vind dat er zoveel ontbreekt, maar het toont aan dat het boek zoveel associaties op gang brengt. En ik snap ook best dat een boek niet uitputtend kan zijn. Het is al lastig welke categorieën je moet kiezen. Onder het kopje 'Rustig rieleksen' zijn nu advertenties voor thee, koffie en melk samengebracht, terwijl die drie categorieën ook afzonderlijk waarschijnlijk al heel wat advertenties opgeleverd zouden hebben. 

Koffie, thee en melk

Bij de koffie zie je de Moccona, de oploskoffie, die in die tijd iets nieuws geweest zal zijn, zoals eerder de gemalen koffie dat was ('snelfiltermaling'), na de opkomst van de koffiefilter en het koffiezetapparaat. Ik weet nog dat mijn moeder en grootmoeder de koffie zelf maalden. Mijn grootmoeder (van moeders kant) had een vierkante, houten koffiemolen, met de slinger aan de bovenkant, mijn moeder had er eentje aan de muur, of liever gezegd aan de deurpost bij de deur tussen de keuken en de 'geut'. Later kwamen er elektrische koffiemolens. 

Er waren al theezakjes, zie ik in de advertenties. Wanneer zijn die gekomen? Even zoeken op Delpher levert me op dat er in 1959 al theezakjes zijn. Dan worden ze in de Friese Koerier van 4 februari gepresenteerd als de nieuwe manier van theezetten. Ik vermoed dat mijn moeder nog de hele jaren zestig thee gezet heeft van 'losse thee', waar ik ook weer naar terugga. Maar de producenten hebben jarenlang geld verdiend aan thee gezet uit zakjes met theegruis. 

Voor melk wordt er al heel lang reclame gemaakt door de branche. Als kind hoorde ik alleen maar dat melk gezond was en ik had dan ook het idee dat de reclames door de overheid of het Gezondheidscentrum de publieke ruimte in gestuurd werden. Ik las in die tijd de gedichtjes van Mies Bouhuys over Joris Driepinter. Dat waren geweldige gedichtjes, met leuke tekeningen. Stonden die in de Donald Duck? In de Sjors? Eppo? Hoe dan ook, wat mij betreft zouden die gedichtjes alsnog een apart boekje verdienen. De afbeelding haalde ik hier vandaan. 

Liever naakt dan namaak

Een advertentie die ik me meteen herinnerde was die met de slogan 'Liever naakt dan namaak', een reclame voor 'zuiver scheerwol'. In een tijd dat er nogal wat synthetische stoffen waren (terlenka, dralon, acrlyl) deed zoiets het blijkbaar goed. Op de afbeelding zien we een naakte man in een vliegtuigstoel, krant op zijn kruis. Volgens mij waren hier veel verschillende advertenties van. Ik zal ze gelezen hebben in de Libelle, de Margriet of in de Revu, die toen al wel Nieuwe Revu geheten zal hebben. Al las ik dat laatste blad vooral in de jaren zestig bij mijn grootouders (van vaders kant). Op rommelmarkten en kringlopen kijk ik altijd naar jaargangen van de Revu (die ook nog Revue) geheten heeft uit die tijd. Ik kom ze nooit tegen. Wie ze heeft en ze kwijt wil: geef een seintje. 

Het is leuk om te zien hoe er nieuwe apparaten op de markt kwamen, zoals de polaroid camera en waarschijnlijk kun je ook een heel serie maken met advertenties voor scheerapparaten door de jaren heen, waarbij je kunt zien hoe die zich hebben ontwikkeld. De Philishave komt trouwens in het boek voor. Over oude advertenties voor stofzuigers heb ik al eerder geschreven. 

Is 70's, Het levensgevoel van de jaren zeventig in advertenties alleen maar een boek voor oude mensen die zwelgen in de nostalgie? Dat lijkt me niet. Ik kan me voorstellen dat jonge mensen het met verwondering zullen doorbladeren, maar wellicht ook met bewondering voor de levenslust die er uit de advertenties straalt, de vrijheid die erin ademt. 

Het boek is al in 2020 verschenen bij uitgeverij Nieuw Amsterdam, maar toen is het aan mijn aandacht ontsnapt. Ik kreeg het dit jaar op mijn verjaardag en was er erg blij mee.