zondag 17 september 2017

Lezing Ben Manusama



‘Unfinished business’ noemde Ben Manusama de reeks schilderijen die hij onlangs geëxposeerd heeft in Den Haag. We zien personen die ten voeten uit geschilderd zijn. Ze verdragen vluchtige beschouwing, maar wie langer kijkt, ziet steeds meer de mensen die geportretteerd zijn. Op den duur komen we niet uit onder het appel dat er van hen uitgaat.

Op zondag 17 september kwam Manusama in de Vluchtheuvelkerk in Zetten vertellen over de bronnen van zijn werk. Ook liet hij muziek horen die verbonden is met de wortels van de Molukse gemeenschap.

Na de pauze was er een tweegesprek van Ben met Victor Laurentius, die ooit in Zetten woonde. Hij schreef, alweer jaren geleden, een boek over de Molukkers in de Betuwe. Op de tijdlijn die er getrokken werd, werden drie punten gezet: de dekolonisatie (met de zogeheten ‘politionele acties’), de treinkapingen in de jaren zeventig en het heden.

De treinkapingen zijn een uitvloeisel van de manier waarop de dekolonisatie verlopen is. Door sommigen zijn de kapingen wel de derde politionele actie genoemd. Het is een trauma geworden in onze nationale naoorlogse geschiedenis, waarover nog steeds niet alle feiten bekend zijn.

De feiten over de dekolonisatie en de kapingen moeten boven water komen en erkend worden, vertelde Manusama. Dan pas kunnen we verder. We zullen in het nu elkaars verhalen moeten horen en daar oor voor hebben. We moeten zien dat het niet een Molukse zaak, maar een Nederlandse zaak is, waarop ieder van ons vanuit zijn eigen achtergrond zal reageren. Pas als we daarvoor openstaan, kunnen we samen verder.

Het publiek was geboeid door Manusama’s verhaal en ook geschokt door wat hij vertelde over zijn eigen ervaringen. Hoe hij als jongere uit een bus geknuppeld werd. Een agent zei: ‘Loop maar weg, dan schiet ik je in je rug.’  Willekeurige Molukkers werden op een perron plat op de grond gelegd en onder schot gehouden. Het zijn feiten die het journaal nooit gehaald hebben.

Er zit nog veel woede en pijn in de nog vrij jonge geschiedenis. Daarmee moeten we aan het werk. Tot die tijd is het unfinished business.

(foto gebietst van de Facebookpagina van Ben)

donderdag 14 september 2017

Wormen en engelen (Maarten van der Graaff)


Bram Korteweg is opgegroeid op Goeree-Overflakkee, in een gereformeerde omgeving. Hij gaat studeren in Utrecht en lijkt het eiland en zijn jeugd achter zich te kunnen laten, maar dat blijkt niet zo simpel. Dat lezen we in Engelen en wormen, het romandebuut van Maarten van der Graaff, al bekend als dichter.

Bram zou je kunnen zien als een ex-gelovige, maar iemand noemt hem ketter. Bram is inderdaad niet los van de wereld van het geloof. Al in het begin van het boek neemt hij afstand van romans waarin iemand zich 'bevrijdt' van zijn gereformeerde jeugd. 'Ik leef na de uittocht', schrijft hij. En later in het boek: 'Hoe moet ik waarde hechten aan het afvallig zijn? Nu ik me heb afgekeerd van God, wil ik weten waarnaar ik me toekeer.'

Waar hoor je bij als je je gemeenschap achter je laat? Hoe vind je een context? En wat betekent geloof voor mensen? Bram zit vol met vragen, zeker nu zijn vader zich aansluit bij een evangelische gemeente en zich laat dopen in het Haringvliet. En zijn vriend Paul wordt predikant, uitgerekend op Goeree-Overflakkee.

Bram had zich in Utrecht al aangesloten bij een 'theologisch werkgezelschap', Uterque, een dispuut van de faculteit Godgeleerdheid. Hij zal dat gezelschap aan het eind Engelen en wormen als volgt omschrijven:
Wij waren geen familie. De leden van Uterque waren geen geliefden van elkaar, geestverwanten, vrienden, broers, zussen, moeders of vaders. We waren dieren, in een overvol heden, op zoek naar manieren om voor onszelf en elkaar te zorgen en van onszelf en elkaar af te komen.
 Hieruit blijkt de zoekende instelling van Bram, die zelfs een soort project met interviews maakt van zijn zoektocht. Hij zal Paul interviewen en Wilfried, een katholiek die veertig jaar ouder is dan de andere leden van Uterque. Bij het gezelschap ontmoet Bram ook Lena en Felix.

Bram heeft het traditionele geloof achter zich gelaten maar wil, zoals hij zelf zegt, 'de weefsels begrijpen waarin we zijn opgenomen'. Hij bestudeert de gelovigen niet, maar hij wil meedoen. Je zou kunnen zeggen dat hij een bevindelijke instelling heeft.

Van der Graaff heeft niet alleen een verhaal geschreven. Er staan ook essay-achtige passages in Wormen en engelen, transcripties van interviews, mails. De lezer kan zich niet gemakkelijk mee laten slepen met de gebeurtenissen, ook hij moet op zoek. Hij moet Bram proberen te volgen en nadenken over de vragen die deze zichzelf en anderen stelt.

En wat doet Brams (voor mij) vreemde belangstelling voor ASMR in het boek? Eerlijk gezegd had ik nog nooit gehoord van de filmpjes met fluistervrouwen. Misschien staat die belangstelling ook voor een seculier verlangen zich over te geven.

De zoektocht maakt het leven van Bram niet gemakkelijker en het stoot ook mensen af. Lena verwoordt dat in een mail waarin ze afstand van hem neemt. Je merkt de betrokkenheid, de nabijheid, juist op het moment dat ze terugstapt:
Ik heb genoeg van je gedoopte vader, je interviews en je eiland. Uiteindelijk blijf ik altijd aan de zijlijn staan, steeds weer weet je me aan de uithoeken van jouw hoogstpersoonlijke slagveld op te stellen. Gevoelige mannen zijn zo fucking gevaarlijk; al die complexiteit, maar ondertussen maken ze je tot een voetnoot in hun verhaal, een commentaarstem, nog altijd in hun dienst. Daar heb ik geen zin meer in, het is te vermoeiend, te deprimerend. Succes met je verhaal. Of wat het ook mag zijn. Ik stap eruit. Ik heb de moed opgebracht om je teleur te stellen.
Lena schrijft gedichten en zal de bundel Dood werk uitbrengen. Van der Graaff publiceerde zelf een bundel met die titel. Wellicht kunnen we niet alleen Bram, maar ook Lena zien als een afsplitsing van de auteur.

De titel verwijst naar Menocchio (Domenico Scandella), een als heretisch geziene molenaar die zijn eigen theorieën had. Zo zou er een massa uit de chaos ontstaan zijn, als kaas uit melk en daarin ontstonden wormen: de engelen. Bij engelen denken we aan iets verhevens en bij wormen juist aan iets wat afschuw opwekt: bedorven kaas. Van der Graaff zet de wormen naast elkaar in de titel, maar voor Menocchio vielen ze samen. Het bederf van de kaas heeft engelen tot gevolg.

Engelen en wormen is een prikkelende roman, waarin niet voor de gemakkelijke weg gekozen wordt. Bram neemt geen afstand, maar onderzoekt, blijft betrokken, vreet zich als een worm door de kaas om te zien waar hij uit komt. Er is een gemeenschap, maar je bent tegelijkertijd op jezelf aangewezen. Het is hard werken, wil je kunnen leven in een zinvolle context.

Er zullen lezers zijn die de stroom van de gebeurtenissen missen of het toewerken naar een eenduidige plot. Dat moet dan maar. In ieder geval is Wormen en engelen een roman die ergens over gaat. Ook wel eens prettig. 

woensdag 13 september 2017

Het 9e eiland (Marcel Ruijters)


In het theater kennen we de vierde wand: de acteurs doen alsof ze in een afgesloten wereld leven en alsof het publiek er niet is. Soms wordt ineens die vierde wand doorbroken, wanneer een acteur bijvoorbeeld het gesprek met het publiek aangaat.

Je zou kunnen zeggen dat dat ook opgaat voor strips. Over het algemeen trekken de personages zich niets aan van de lezer. Spelen met de vertrouwde vorm van de strips (waarbij een personage bijvoorbeeld botst tegen het kader van de tekening, hebben we al veel gezien. Uit mijn jeugd herinner ik mij dat soort dingen uit de verhalen van Olivier Blunder, die zich ook wel rechtstreeks tot de lezer wendt.

Ook Marcel Ruijters laat in Het 9e eiland de personages spelen met de conventies van de strip. Scott en Barry (Barry 2) spoelen met hun vlot aan op een bijna onbewoond eiland. Er woont alleen een inlandse vrouw, Kali,  die verbannen is, omdat ze zich schuldig heeft gemaakt aan kannibalisme.

Scott is een stripliefhebber en heeft een kist met strips meegenomen. Tegen Barry zegt hij: We moeten ons postmodern opstellen en doen alsof we in een strip rondlopen, bekeken door een onzichtbare lezer...'  Hij legt ook uit dat in strips, door de opeenvolging van de plaatjes, beweging wordt gesuggereerd en dus tijdsverloop.

Scott gaat er dan nog van uit dat Barry en hij alleen zijn op een onbewoond eiland, een klassiek gegeven in cartoons en ook wel in strips. Dat benoemt hij ook.

De lezer leest dus een strip over twee personen waarvan  er één filosofeert over strips. Er wordt een metalaag aangebracht, waardoor je niet meer alleen het verhaal volgt, maar waarin het verhaal zelf meteen commentaar is op het genre en dus op zichzelf. Ruijters heeft duidelijk plezier gehad in dit Droste-effect.

Scott kan op verschillende momenten uitweiden over bijvoorbeeld het gootje tussen de plaatjes of over fysiognomie. Het zal dan ook niet voor niets zijn dat de hoofdpersoon Scott heet. Voor in het album dankt Ruijters Scott Mc Cloud, die niet alleen cartoonist is, maar ook striptheoreticus. Zijn titels Understanding comics (1993) Reinventing comis (2000) en Making comics (2006) zijn wat dat betreft veelzeggend.

Barry wordt gedood door Kali, een inlandse vrouw, met wie Scott zijn leven zal gaan delen. Later blijkt Barry weer levend te zijn, door de boom der middelmatigheid, die constant slechte kopieën van Barry levert. Scott moet op de vlucht, waarbij hij gevaar loopt om in plotgaten te stappen.

Er zijn veel spiegelscènes in het verhaal: Kali maakt eigenlijk ook strips door de tatoeages die ze aanbrengt op Scott en op een gegeven moment is er een cameraploeg - Scott en Kali kunnen de opnamen waarop ze staan terugkijken.

Het verhaal over Scott en Kali beslaat heel wat jaren,. Ze krijgen kinderen die ook weer een partner gaan zoeken. Niet altijd weet Ruijters het verhaal daarbij spannend te houden, al haalt hij heel wat strapatsen uit met zijn personages. Maar er is te weinig wat hen een heel verhaal door kan drijven.

Toch is Het 9e eiland het lezen zeker waard. Vanwege het verkennen en becommentariëren van de kunstvorm, maar ook vanwege het absurdisme van Ruijters, dat altijd vrolijk stemt, ook (of misschien juist) als er een zwart randje aan zit. Maar het verhaalgegeven is net niet sterk genoeg om de lezer door het hele album heen te sleuren.

Titel:    Het 9e eiland
Tekst en tekeningen: Marcel Ruijters
Uitgever:  Sherpa
Paperback, 208 blz. zwart-wit; € 19,95

Lees hier over Jheronimus van Marcel Ruijters, een stripbiografie van Jeroen Bosch.

dinsdag 5 september 2017

Het tegenovergestelde van een mens (Lieke Marsman)


Als haar moeder zegt dat de mens door en door slecht is, bedenkt het meisje Ida dat zij het tegenovergestelde van een mens moet zijn, als zij goed wil zijn. In het eerste deel van de roman Het tegenovergestelde van een mens van Lieke Marsman wisselen hoofdstukjes over de volwassen Ida en het kind Ida elkaar af. Later in het boek wordt die structuur losgelaten.

De stukjes over het verleden geven wel zo'n beetje aan hoe het kind Ida is: ze denkt veel na over het leven en heeft een rijke fantasie. Dat typeert ook de volwassen Ida wel.

Ida is klimaatwetenschapper en heeft een relatie met Robin, die niet altijd gladjes verloopt. Robin en Ida zullen een tijdje uit elkaar moeten: Ida gaat in Italië deelnemen aan een project in de buurt van een stuwdam. 'Ik weet zeker dat ik weg wil, en toch weet ik ook zeker dat ik hier wil blijven.' Dat beseft Ida op de avond voordat ze naar Italië vertrekt. Het is typerend voor de manier waarop Marsman schrijft: de hoofdpersoon observeert zichzelf nauwkeurig en versimpelt niet: ze laat de tegenstrijdigheden bestaan.

Deel 1 van de roman heet 'Binnen blijven' en in deel 2 trekt Ida eropuit: 'The Great Outdoors'. We komen niet alleen te weten wat er gebeurt, maar vooral ook wat Ida leest en wat ze daarover denkt. Ze denkt niet alleen na over het klimaat, maar ook over haar geaardheid: ze heeft een vriendin, maar in hoeverre bepaalt haar dat? Ze analyseert hoe haar relaties verlopen, ook die met Robin:
Ik zou mijn grootste angsten kunnen overwinnen voor Robin als zij hetzelfde ook voor mij zal doen, maar mijn grootste angst is mogelijk dat dat laatste nooit zal gebeuren. 
De analyserende manier van waarnemen en van denken is heerlijk om te lezen: Marsman neemt je niet alleen mee in het verhaal, maar vooral ook in haar gedachten. Sommige gedeelten van de roman lees je dan ook als  een essay, andere als een gedicht. Het verhaal komt dan even tot stilstand, zou je kunnen zeggen, maar zo heb ik het als lezer niet ervaren. De verhaallijn volgt op dat soort momenten niet de gebeurtenissen, maar de gedachten en met die gedachten ga je als lezer gemakkelijk mee.

Dat wil niet zeggen dat Ida zo betogend en zo overtuigend is, maar ze stelt zichzelf vragen en wil daarop het antwoord weten. Zo'n zoektocht prikkelt ook de lezer: die wil het personage volgen in haar gedachtegang en tegelijkertijd meedenken en zichzelf vragen stellen. Ik heb dat als bijzonder prettig ervaren.

Er zijn heel wat prekerige boeken geschreven over klimaatverandering. Zelfs als je het met de strekking daarvan eens bent, kunnen die boeken toch irritatie opwekken vanwege de positie van de schrijver: die weet hoe het zit en die zal zijn of haar lezerspubliek wel overtuigen van de juiste visie. Zo werkt Marsman niet. Maar je voelt je betrokken bij wat ze schrijft, je vraagt je wel af hoe het allemaal verder moet en wat je zelf zou kunnen doen.

Ik denk dat het komt doordat de overpeinzingen over het klimaat afgewisseld met overpeinzingen over andere onderwerpen: of hoop en vrees elkaar uitsluiten of niet zonder elkaar kunnen bestaan; dat het een misverstand is dat bij tienerdepressies niets ertoe doet, maar dat dan juist alles ertoe doet; dat aan verlangen geen gemis ten grondslag ligt, maar een overschot.

De gewone dagelijkse dingen zijn nooit ver weg bij Ida. Rafael Nadal kan bestaan naast Naomi Klein en The world without us van Alain Weisman naast Home Alone. Alles is met alles verknoopt en de knoop is Ida en daarmee ook de lezer. In de individuele mens komt het persoonlijke en wereldwijde samen. Dat laat Marsman goed zien door de liefdesgeschiedenis van Ida en haar bekommernis om het klimaat door elkaar te laten lopen.

Er zullen wel punten zijn waarop Het tegenovergestelde van een mens anders of beter kan, maar dat is niet de manier waarop ik het boek gelezen heb. Ik vond het vooral prettig om me te laten prikkelen en tegelijkertijd te genieten van een schrijfster die weet wat ze met taal kan doen; die soepel de genres door elkaar gebruikt en die altijd, altijd, mijn aandacht weet vast te houden.

Het tegenovergestelde van een mens is niet alleen een boek om van te genieten tijdens het lezen, maar bovendien kun je er nog eens over napraten. Of samen met anderen lachen om sommige passages (als Ida denkt dat ze ongesteld is, bijvoorbeeld), want het boek heeft ook veel lichts.

Een boek om lang mee te doen. Dat is ook van belang in tijden waarin duurzaamheid een argument is.

vrijdag 18 augustus 2017

Het verboden boek (Ewoud Kieft)


Waarover Het verboden boek gaat, heeft de auteur, Ewoud Kieft, in de ondertitel duidelijkgemaakt: Mein Kampf en de aantrekkingskracht van het nazisme. Hij las het bekende boek van Hitler van kaft tot kaft en vroeg zich af hoe het kon dat er zoveel mensen enthousiast over dit boek geworden zijn. Als we het afdoen als een prul, stilistisch zwak, inhoudelijk incoherent, doen we het tekort. Er moet meer in te vinden zijn. In ieder geval was er iets in te vinden voor de toenmalige lezer.

En heeft Mein Kampf nu nog iets te zeggen? In discussies komt 'de oorlog' of Hitler of het Nazisme al gauw opduiken. De uitspraken van Donald Trump of Geert Wilders zijn wel met de werkwijze van Hitler vergeleken (bijvoorbeeld hier) en Wilders heeft op zijn beurt (zie filmpje) de Koran vergeleken met Mein Kampf en opgeroepen tot een verbod ervan.

Vooral in het laatste hoofdstuk van Het verboden boek bezint Kieft zich op wat hij gelezen heeft. 'Maar op eigen kracht denk ik niet dat het boek nog in staat is om mensen in zijn greep te krijgen. Daar is een enorme historische vertaalslag voor nodig, de juiste context, inzicht in de politieke strategieën uit die tijd.'

Daarom geeft Kieft ons uitgebreid de context. Het beeld dat hij oproept van de jaren na de Eerste Wereldoorlog is bijzonder verhelderend. Je begint te snappen wat voor tijd het was en hoe Hitler slim inspeelde op wat er al leefde. Alleen daarom is Het verboden boek het lezen waard.

Maar Kieft heeft ook Mein Kampf nauwkeurig gelezen. Hij laat zien hoe het boek bol staat van oorlogsromantiek, dat Hitler gebruikmaakt van religieus vocabulaire, hoe hij overdrijft en 'de vijand' veel groter maakt dan die is.

Vaak gaan vergelijkingen van nu met de tijd van Hitler mank, laat Kieft zien. Wat 'islamofobie' genoemd wordt is bijvoorbeeld van een andere orde dan het wijdverbreide antisemitisme uit het interbellum.

Maar hij schrijft ook:
Als je een nummer van Dabiq, het glossy magazine dat IS uitgeeft om aanhangers in westerse landen te ronselen, naast Mein Kampf legt, zijn de overeenkomsten overweldigend: de oorlogsromantiek, de verheerlijking van martelaarschap, de strijd van de underdog tegen een oppermachtige vijand, dezelfde complottheorieën over de Joodse wereldheerschappij. De combinatie van politiek en religie die Hitler in Mein Kampf bepleitte, past IS in de praktijk toe. Ze verkondigt de wederopstanding van een mythisch rijk dat ooit door onzuiverheid verloren is gegaan, en alleen met volledige zuiverheid te herstellen is. 
In discussies over Wilders en Trump hebben de vergelijkingen met Mein Kampf vaak weinig zin. Mensen gebruiken ze als een soort laatste argument en als teken dat ze zelf aan de moreel goede kant staan. Maar de manier waarop Wilders consequent weigert de islam een godsdienst te noemen, doet wel erg denken aan de manier waarop Hitler de joodse godsdienst ontkende. Terecht maakt Kieft zich boos op de manier waarop partijen als VVD en CDA dat tornen aan de godsdienstvrijheid laten gebeuren.

Maar we zijn te gemakzuchtig als we Mein Kampf toeschuiven naar de mensen met wie we van mening verschillen. Het is een boek vol verschrikkelijke dingen, waarmee wij gelukkig niets te maken hebben. Kieft houdt nadrukkelijk zichzelf niet buiten schot. Mein Kampf staat dichter bij ons dan we zouden willen. In Hitlers tijd waren veel mensen erg enthousiast over zijn boek. We kunnen niet op voorhand uitsluiten dat wij, als wij toen geleefd zouden hebben, tot die groep behoord zouden hebben.

We kunnen ook nu zien hoe gevoelig mensen zijn voor veralgemeniseringen. Politici claimen dat ze weten wat Nederlanders (of 'de hardwerkende Nederlanders') willen. Kieft zegt zinnige dingen over dat soort populistische retoriek:
Als een politicus claimt dat hij het gehele volk vertegenwoordigt, houdt dat automatisch in dat alle mensen die het niet met hem eens zijn, buitenstaanders worden: de 'kosmopolitische elite', de 'internationale media', de 'moslimknuffelaars'- allemaal vijanden van het volk. Het wakkert verdeeldheid aan en soms geweld. Maar het belangrijkste bezwaar is veel simpeler: het is niet waar. Geen enkele samenleving is homogeen. Houd op met ons voor de gek te houden.
Wat me verraste aan Mein Kampf is dat het zo transparant is over de middelen die ingezet worden. Dat Hitler bijvoorbeeld uitlegt dat je niet genuanceerd moet zijn en één vijand moet kiezen. Hij legt zijn werkwijze helder uit en zal later ook op die manier handelen.

Het is belangrijk dat we nu weten waar Mein Kampf echt over gaat en waarom het begrijpelijk is dat het succes heeft gehad. Nog belangrijker is dat Het verboden boek ons laat nadenken over onze tijd en vooral ook over onszelf.

Een beetje frikkerig wil ik toch op een klein foutje wijzen. De grap van Hans Teeuwen ('De mensen praten wel over de Joden en zo, terwijl die Duitsers - nou, dat waren ook geen lieverdjes, hoor') vertelt hij net andersom, waardoor het helemaal geen grap meer is. Het is maar een vliegenpoepje in verder uitstekend boek: helder geschreven over een belangrijk onderwerp. Misschien moet ik Oorlogsenthousiasme ook maar gaan lezen.


Het verboden boek is uitgegeven door Atlas/Contact.

woensdag 16 augustus 2017

Wie zoet is, krijgt lekkers (Knipoog 66)


Gewoonlijk sla ik bij de NRC het katern Lux over. Even doorbladeren en dan naast je neerleggen. In de krant van 29 april 2017 viel me toch iets op. Er stond een artikel in van Karin de Mik over de groeiende vraag naar schapenmelk. Er blijkt zelfs als schapenyoghurt geproduceerd te worden. Boven het artikel staat de titel 'Wie zoet is drinkt schaap'.

Dat is een duidelijke knipoog naar 'wie zoet is, krijgt lekkers'. Dat wordt ons toegeroepen door de lachende knecht in het sinterklaaslied 'Zie ginds komt de stoomboot': 'Wie zoet is, krijgt lekkers, wie stout is de roe'.

Het stoombootlied is erg bekend. Er is dus ook vaker geknipoogd naar het lied en meer in het bijzonder naar de regel die vertelt wat er gebeurt met 'wie zoet is'. Zo schreef A.H.J. Dautzenberg de roman Wie zoet is. In de roman verwijzen ook de afdelingstitels naar sinterklaasliedjes: 'Appeltjes van Oranje', 'Pruimpjes van de bomen', 'Sinterlaas zal komen', 'Wie stout is'.

Wat krijgt wie zoet is, of wie stout is, volgens de knipogen? 'Wie zoet is, krijgt alles', volgens een hit. Maar meestal is het toch iets eetbaars. Wat voor lekkers de zoeteling krijgt? Chocolade (hier), gomlullen (hier), letters, hartigs, een riviervrucht of simpelweg een traktatie.

Niet alleen wordt er lekkers weggegeven, maar ook: de leukste schoencadeaus voor stoere jongens (hier), gaatjes (hier), warme voeten, ADHD en gadgets.

Het is trouwens geen uitgemaakte zaak dat je wat krijgt, als je zoet bent: 'Wie zoet is, moet dokken (hier).

Wie zoet is, krijgt lekkers, wie stout is de knuppel, volgens Dumpert. Wat krijgen stouteriken nog meer? D'r moeRitalinnog veel meer, de poes, Jan Roos, een Hema-taart, gedoe, een Digiblast of celstraf.

Het is niet verwonderlijk dat een lied dat aangeleerd wordt aan veel kinderen breed verspreid is en dat je daar dus gemakkelijk naar kunt knipogen. Wat hierboven staat is slechts een kleine greep. Zolang er sinterklaasliedjes gezongen worden, zal dat nog wel doorgaan. De auteur van het artikel over schapenmelk heeft dat goed begrepen.

dinsdag 15 augustus 2017

'Maar zo heb ik het geleerd!' (Wouter van Wingerden)


'De waarheid achter 50 taalkwesties' - zo luidt de ondertitel van het boekje 'Maar zo heb ik het geleerd!' van Wouter van Wingerden. Je vraagt je wel meteen af of die '50' dan niet 'vijftig' had moeten zijn. Maar die kwestie wordt niet behandeld.

Van Wingerden, een taalautoriteit, deed onderzoek naar wat de taalgebruikers acceptabel vinden en wat ze mooi vinden in bepaalde taalkwesties. Bij elke kwestie vergelijkt hij de uitkomst van dat onderzoek met wat de experts erover zeggen, hij legt uit hoe het volgens hem echt zit en op grond daarvan komt hij tot een advies.

Er blijken nogal wat schoolmeesterregels te bestaan: regels die onderwezen worden, maar die ingaan tegen ons taalgevoel en soms ook ingaan tegen de officiële regels. Van Wingerden adviseert om taalgebruikers niet meer volgens die regels te beoordelen.

Daarbij zijn er nogal wat waarvan een gemiddelde taalgebruiker zal zeggen, met opgetrokken wenkbrauwen: 'Maar zo heb ik het geleerd!'  De volgende zinnen kun je tegenwoordig zonder problemen gebruiken, volgens Van Wingerden: 'Ik heb hen iets beloofd'; 'De reizigers worden verzocht uit te stappen'; 'Een aantal mensen applaudisseren'; 'De man waarvan ik veel geleerd heb'; 'Het is glad omdat het geijzeld heeft'; 'Ik wens je een hele fijne vakantie'.

'Groter als' is nog steeds niet goed. 82 procent van de geënqueteerden merkt dat aan als fout. In het dialect waarin ik opgroeide zei iedereen 'grötter as'. Daardoor ga ik met dit soort constructies in de standaardtaal geregeld in de fout. De experts tillen aan deze fout overigens minder zwaar dan het gros van de taalgebruikers.

'Maar zo heb ik het geleerd! is een heerlijk boekje. Het is compact en helder en het gaat over zaken die iedereen herkent. Als frik werd ik erdoor verschillende keren op de vingers getikt, wat ik deemoedig heb ondergaan. Een enkele keer heb ik toch wijsneuzerig een streepje in de kantlijn gezet.

In de kwestie 'we/wij' schrijft Van Wingerden ook over het bezittelijk voornaamwoord: 'me boek' mag niet. 'Vind je mijn te nadrukkelijk, schrijf dan m'n', adviseert Van Wingerden, wat ik een vreemd advies vind. In een zin als 'Daar loopt mijn moeder' spreek je volgens mij het bezittelijk voornaamwoord niet anders uit dan in 'Daar loopt m'n moeder'. 

Bij de kwestie 'Is een gijzelaar dader of slachtoffer?' noemt Van Wingerden 'winnaar' en 'leraar' als voorbeeld: 'iemand die wint', 'iemand die leert'. De rij is gemakkelijk uit te breiden: 'moordenaar', 'lasteraar', 'onderhandelaar'. Ik heb zelfs al eens iemand het woord 'verliezaar' horen gebruiken. Maar we hebben ook 'martelaar', waarbij iemand niet martelt, maar gemarteld wordt. Tenminste, ik vermoed dat dat het oorspronkelijk betekend heeft. De persoon ondergaat in ieder geval de handeling en dat betekent dat 'gijzelaar' niet uniek is.

Bovendien heb ik enkele keren de woorden 'gegijzelden' en 'gijzelnemer' gehoord, die het misverstand omzeilen. Die woorden hadden wel even genoemd mogen worden, denk ik.

Een enkele keer geeft Van Wingerden een ongelukkig voorbeeld. Om te illustreren dat bij de woordgroep 'twee koppen koffie' zowel 'koppen' als 'koffie' de kern kan zijn geeft hij de zinnen 'Er staan twee koppen koffie op tafel' ('koppen' is kern) en 'Twee koppen koffie is genoeg' ('koffie' is de kern). Dat laatste voorbeeld is niet correct. We kunnen immers ook zeggen: 'Twee koppen suikerklontjes is genoeg' of 'Twee suikerklontjes is genoeg'.

De noten zijn niet opgenomen in het boekje. Daarvoor moet je naar een website. Misschien komt dat de leesbaarheid ten goede. Het betreft hier vaak de herkomst van de citaten die Van Wingerden ter illustratie geeft. Maar die informatie had waarschijnlijk ook in het onderschrift gekund. In plaats van 'Een krant hing er in 1952 zelfs een heel artikel aan op' had ook de exacte datum en de naam van de krant genoemd kunnen worden.

Soms wordt er in een onderschrift ineens een verregaande conclusie getrokken. In een berichtje met 'Een millioen menschen zullen' in de kop krijgt als onderschrift 'In 1926 was het meervoud veel gebruikelijker dan het enkelvoud'. Daar wordt geen onderbouwing voor gegeven.

Maar dat zijn kleinigheden, die ook niet helemaal recht doen aan het boekje. Van Wingerden is zeer overtuigend, juist door zijn helderheid, die ook blijkt uit zijn voorbeelden. Meningen die ik jarenlang heb aangehangen, heeft hij ernstig ondergraven. En dat is nog prettig ook.

Aan 'Maar zo heb ik het geleerd!' heb ik veel gehad. Ik ga nog een paar exemplaren aanschaffen om weg te geven.