vrijdag 26 juni 2020

Podcast: Nooit geweten, Supplement, Radio Bergeijk


Nooit geweten

Weetjes zijn heerlijk, zowel de zinnige als de onzinnige. Ik hou van boeken met lijstjes: rare records, de opmerkelijkste dingen die ooit uit de lucht zijn komen vallen, politici die minder dan een week in functie zijn geweest - dat soort dingen. Trivialiteiten en wetenswaardigheden strijden om voorrang. 

Een bron van veel weetjes is Wikipedia. Dat weet intussen iedereen wel. Op elk gebied kun je je via dit medium verdiepen. Teun Duynstee heeft daarom Wikipedia als uitgangspunt genomen voor zijn podcast Nooit geweten. Waarschijnlijk zal dat, 'Nooit geweten,'  ook de reactie van veel luisteraars zijn na het horen van een aflevering.  

Vijf afleveringen

Tot nu toe zijn er vijf afleveringen geweest en ik vind ze allemaal interessant: over het geheugen van de eerste computers, over de kunstenares Artemisia Gentileschi, over iemand die na zijn dood nog een moord pleegde, over de co-prinsen van Andorra en over de introductie van de decimale tijd. 

Duynstee heeft een prettige, rustige stem en zijn manier van vertellen houdt je goed bij de les. De vormgeving, met fraaie muziek in inleiding en tussendoor, helpt mee om het geheel prettig te maken. Aan het eind is er een oproep om te doneren aan Wikipedia en dus niet aan de podcast. Dat is een sympathiek gebaar. 

De spreiding van de onderwerpen zorgt ervoor dat iedereen wel iets aantreft van zijn interessegebied: computers, geschiedenis, kunst, politiek/staatsgeschiedenis, tijdrekening. En dat allemaal in een klein kwartiertje per aflevering. 

Uitzonderlijke verhalen

De verhalen zijn uitzonderlijk: een kunstenares die als meisje verkracht wordt, aangifte doet tegen de dader en gemarteld wordt tijdens het verhoor. En dan ook nog uitgroeit tot een beroemdheid, wier werken een zaal met die van Caravaggio mogen delen. Of wat te denken over de persoon die na zijn dood er nog voor kan zorgen dat zijn vijand het loodje legt? En wist u dat Macron co-prins van Andorra is?

Het zijn heerlijke verhalen om te horen en ook om door te vertellen. Zegt het voort! De podcast heeft ook een account op Twitter (@nooitpodcast).



Supplement

De podcast Supplement ken ik nog niet zo lang. In iTunes zijn er op dit moment ruim veertig afleveringen beschikbaar. Ze hebben allemaal te maken met klassieke muziek, maar de diversiteit is groot. 

'De komedie is ten einde' is een hoorspel over de laatste dagen van Ludwig van Beethoven. Er is meer over Beethoven, bijvoorbeeld 'Opus 130', over het laatste strijkkwartet van Beethoven en er is ook een  aflevering over Beethovens opera Fidelio

Zeer genoten heb ik van de serie 'Zin in muziek', die niet alleen gaat over zin hebben in muziek, maar ook over de zin van muziek. Aan de hand van gedachten van René Gude gaat Trouw-journalist Henk Steenhuis, samen met altviolist Huub Beckers in gesprek met het publiek over het zintuiglijke, het zinnelijke, het zinrijke en het zinvolle in de muziek. Nog niet al die afleveringen heb ik beluisterd, maar wat ik gehoord heb, dwong mij tot scherp luisteren en nadenken en dat is altijd prettig. 

Andere series binnen deze podcast zijn 'De schatkamer van Willem Jeths', 'Debussy in spiegelbeeld' en 'Op zoek naar het ongekende'. 

Het aardige is dat je gewoon wat afleveringen kunt kiezen en dat je niet alles hoeft te beluisteren. Voor wie van klassieke muziek houdt, is er veel leerzaams, moois en leuks te vinden. Ik had bijvoorbeeld nooit van de componist Tom Bruynèl gehoord. In een enkele aflevering krijg je toch een beeld van hem. Van zijn muziek, maar ook van zijn karakter. Leuk detail: hij had een geit die Koteletje heette. 

Supplement is een podcast van NPO Radio 4. De afleveringen vind je op de bijbehorende site.


Radio Bergeijk

Je zou Radio Bergeijk gerust een instituut kunnen noemen. Het programma heeft dan ook een lange geschiedenis. Tussen 2001 en 2007 waren er meer dan zeshonderd uitzendingen, die allemaal nog terug horen zijn. Daarna was het radiostation een tijdje weg, maar in 2019 kwam het terug, onder de karakterisering 'radiomagazine'. 

Radio Bergeijk is een parodie op lokale radio. Het plaatsje Bergeijk bestaat overigens echt en sommige verwijzingen naar de werkelijkheid (Theater De Kattendans) kloppen gewoon. Maar vaak wordt er overdreven en hebben de personages absurde trekken. 

Centrale figuren in de podcast zijn Toon Spoorenberg (gespeeld door Pieter Bouwman) en Peer van Eersel (gespeeld door George van Houts). Beide spelers nemen ook andere personages voor hun rekening. Veel werd geïmproviseerd. Dat had tot gevolg dat de ene aflevering wat spetterender was dan de andere, maar ook een minder geslaagde aflevering heeft zijn functie: ook die laat zien hoe het mis kan gaan bij de lokale radio. 

Dat ik de aflevering van de eerste serie beluisterde, is alweer een tijdje geleden. Ik genoot er zeer van. Sommige dingen waren zeker niet politiek correct en in een tijd van beeldenstorm had daar gemakkelijk kritiek op kunnen komen. Maar dat gebeurt door mensen die niet inzien hoe humor en hoe satire werkt. 

De tweede serie, vanaf 2019, moest even op gang komen. Ik was er nog niet meteen voor gewonnen. Toon en Peer waren weer als vanouds, maar naar mijn mening waren er in het begin te veel mensen die 'stemmetjes' gebruikten en dat verveelde toch wat. 

Er zijn veel vaste rubrieken. Vaak is de titel van de rubriek al duidelijk, maar is er ook een ondertitel, die hetzelfde overbodig nog eens zegt. Ook bij de aankondiging: Radio Bergeijk, het radiostation voor Bergeijk. 

Intussen zijn er alweer veel goede afleveringen. Juist doordat sommige zaken worden uitvergroot, realiseer je je waar de gevoeligheden in onze maatschappij liggen en waarom je de indruk hebt dat dingen op of over het randje zijn. 

dinsdag 23 juni 2020

Comanche integraal, De sheriffs (Hermann / Greg)


De uitdrukking 'het wilde Westen' ken ik uit mijn jeugd. Het beeld van een deel van Amerika is bij mij grotendeels gevormd door de 'cowboyboekjes' die ik las. Bij elk boekje werd die wereld bevestigd of een beetje uitgebouwd. Ik had er geen idee van of het beeld dat ik mij vormde historisch wel klopte. 

Het woord 'historisch' klopt al niet met mijn beleving. Voor mijn gevoel was de wereld van cowboys en indianen niet iets van vroeger, maar van dat moment, alleen op een andere plek. Of beter nog: in een parallelle wereld. En in ons spel konden wij van het ene op het andere moment die wereld in stappen, met onze klappertjespistolen. 

Maar de verhalen gingen natuurlijk wel degelijk terug naar een historische werkelijkheid. Ik denk dat ik dat vooral besefte bij het bekijken van de serie Deadwood: een stadje dat zich ontwikkelt en waar langzaamaan de reguliere machtsstructuren gevormd moeten worden. Er moet bestuur komen en rechtspraak, om een tegenwicht te bieden aan het recht van de sterkste. 

Avonturenverhalen

In strips zijn westerns meestal vooral avonturenverhalen: er is een probleem en dat moet opgelost worden. Als het kan met vernuft, maar in ieder geval ook met schieten. Karakters zijn vaak schematisch: helden en schurken. 

Soms merk je dat de wereld zich aan het ontwikkelen is: er wordt een spoorlijn aangelegd, er wordt olie of goud gevonden. Het zijn bronnen van conflict die het verhaal op gang brengen. 

Comanche is een beroemde westernserie. Ik schreef eerder over de integrale uitgave, door uitgeverij Sherpa. Ik plaats de linkjes onder aan dit stuk. Ook voorde personages Comanche en Red Dust verandert de wereld: het wilde gaat ervan af, de gereglementeerde wereld doet zijn intrede. 


Beschaving

In het derde deel van de serie, De sheriffs, wordt dat al duidelijk op de allereerste bladzijde: Comanche past een hoedje. Wel met de nodige reserve en onwennigheid, maar de verkoopster vertelt dat de beschaving in opmars is. Met het hoedje op haar hoofd trekt Comanche overigens behoorlijk wat bekijks. Vanzelfsprekend is deze vorm van beschaving blijkbaar niet. 

Aan de manier waarop Comanche reageert, kun je overigens merken dat haar ongepolijste kant dicht bij de oppervlakte zit. 

Als striplezer sta je meteen in dubio: aan de ene kant gun je iemand een geregeld leven, maar je leest ook omdat je een western wilt, waar de wetteloosheid inherent aan het leven is. 

In dit deel zijn drie verhalen opgenomen, die vroeger als aparte albums zijn verschenen: De opstand (1976), Duivelsvinger (1977) en De sheriffs (1980). In De opstand is er van rust en een geregeld leven overigens geen sprake: de indianen (zo noem ik ze toch nog maar even) komen in opstand. 

In westerns zijn de indianen meestal min of meer wilden: ze wonen niet in huizen, maar in tenten en leven van de jacht. Het lijkt alsof ze zich bevinden in de fase van jagers/verzamelaars. Soms wordt er iets duidelijk over hun godsdienst of hun wijsheid, maar meestal is het beeld eenduidiger en vormen ze alleen de vijand. 

Fotograaf

In De opstand heeft Red Dust een genuanceerde kijk op de opstand van een groep Cheyennes. Dat is niet zo vreemd: hij werkte immers al lange tijd samen met Maanvlek, een 'native American'. Opstandige indianen - dat is een tekening het oude, Wilde Westen. Aan de andere kant is er de beschaving, in de vorm van een fotograaf, met keurig gekapte snor en baard, die een reportage gaat maken, vanuit een luchtballon. Hij ziet de bewoners van het platteland waarschijnlijk als de authentieke mensen die hij wil vastleggen. Het wordt niet met zoveel woorden gezegd, maar je voelt al aan dat die mensen als exoten zullen worden weggezet.


Ook in Duivelsvinger treedt de beschaving in: er is een verkiezingscampagne. De indianen zijn een soort circusattractie geworden en een oude revolverheld, Duivelsvinger, heeft zijn verleden achter zich gelaten en leidt een geregeld leven, samen met zijn dochter. 

Maar ook hier blijken de regels niet afdoende: soms moet er ingegrepen worden, soms moet iemand het recht bevechten, ook als dat anderen of hemzelf het leven kan kosten. En het wordt alleen maar lastiger als er mensen zijn die het een eer vinden op de dood van een legendarische schutter op hun naam te schrijven. 

Verstoring van de rust

Ook De sheriffs opent met het geregelde leven: een huis dat geschilderd wordt. En ook hier wordt de rust verstoord: enkele sheriffs komen Red Dust halen om samen met hen het recht te herstellen. Het is geen gemakkelijke klus en in westerns betekent dat ook altijd dat het leven van de mannen gevaar loopt. De sheriffs strijden voor de goede zaak, zodat de sympathie van de lezer helemaal naar hen uitgaat. 

Ook binnen de groep is er overigens wel verschil van mening in hoeverre het recht moet worden toegepast: kan eergevoel zo aangetast zijn dat je het recht in eigen hand mag nemen? Op het moment van de beslissende strijd, krijgt alle sheriffs een ster om op te spelden: het moet duidelijk zijn dat zij het recht vertegenwoordigen. 

De groep mensen die samen het recht handhaven, is een topos in veel westerns. Je ziet ze op de plaats van de strijd arriveren als de ruiters van de Apocalyps, het recht belangrijker achtend dan hun leven. Als lezer weet je dat er, ook aan de kant van de 'goeden', slachtoffers gaan vallen, maar dat uiteindelijk het recht zegeviert. 

Dat is een geruststellende gedachte: het goede wordt beloond, het kwaad bestraft. Ieder van ons kent het kwaad en we zijn geneigd het meer buiten ons te zoeken dan in onszelf. Het geloof dat het goede zal overwinnen is dus meteen het geloof dat het met ons goed zal aflopen. 

De verhalen over Comanche (of over Red Dust) zijn geen zoetsappige verhalen. Daar heeft Greg wel voor gezorgd. De wereld is niet bij voorbaat een veilige plaats en het lot of kwaadwilligen kunnen altijd toeslaan. Daar hoef je je niet bij neer te leggen: je kunt altijd vechten. Voor de overwinning of vechtend ten onder gaan. 

Tekeningen

Over de tekeningen van Hermann is al veel gezegd: de man kan alles tekenen. Hij heeft aandacht voor de morsigheid van het leven, gebruikt soms een onverwacht perspectief en maakt nooit iets mooier dan het is. 

Voor de cover van dit album heeft uitgeverij Sherpa gekozen voor een tekening die voor mijn gevoel een beetje blijft wringen. Het perspectief zal de verhoudingen wel wat vertekenen, maar heeft Red Dust niet een beetje korte benen en komt hij in het geheel ook niet een beetje gedrongen over? En wat moet ik vinden van de inkleuring, waarbij paard en ruiter ongeveer dezelfde kleur hebben? De oorspronkelijke covers van de de albums waarin de afzonderlijke verhalen gepubliceerd werden, spraken mij meer aan. 

Qua kleurstelling komt deze cover wel in de buurt van die van de eerste twee delen, maar daar waren de lijnen wat minder grof en was er meer detaillering.

Inkleuring

Hermann kleurt soms eigenzinnig in. Gezichten van witte mensen kunnen bruin ingekleurd worden of oranje. Hij durft ook (onder aan bladzijde 32) een groot deel van het decor ongekleurd te laten. Zijn kleuren kunnen hard zijn (een strakblauwe lucht), maar hij kan ook ineens meer naar de zachtere kleuren neigen. 

Binnen een verhaal kan de inkleuring sterk variëren. De eerste vier bladzijden van De opstand bevatten veel bruin en rood, wat ze voor mijn gevoel wat zwaarder maakt, waarna er een paar bladzijden komen met meer licht. 

Comanche is een interessante strip, omdat ze niet een typische western is, maar een strip over mensen, met hun niet altijd gemakkelijke karakter en hun morele dilemma's. Daardoor kan een verhaal dat zich afspeelt in een compleet andere wereld dan de onze toch dicht bij ons staan. 

De andere delen van de integrale uitgave van Comanche:

Reeks: Comanche (integrale uitgave)
Deel: De Sheriffs
Scenario: Greg
Tekeningen: Hermann
Uitgever: Sherpa
Haarlem 2020, 160 blz. € 65,-  (groot formaat hardcover)

vrijdag 19 juni 2020

Podcast: De plantage van onze voorouders, De rotonde, Het oord.

Drie podcasts: een witte en een zwarte vrouw graven in het verleden en in zichzelf, gesprekken over de afslagen die mensen in het leven nemen en een hoorspel over een sekte. 

De plantage van onze voorouders

Dit is een tijd waarin iedereen bepaald wordt bij zijn afstamming. Er zijn overal demonstraties met de slogan 'Black Lives Matter', er worden standbeelden neergehaald, discussies laaien op. Niemand kan meer zeggen dat hij of zij zich er nooit van bewust geweest is welke kleur hij heeft. 

Juist in deze periode komt de podcast De plantage van onze voorouders online. Dat is toeval, want aan deze podcast is al enkele jaren gewerkt. 

Maartje Duin stamt uit een oud, adellijk geslacht. De familie bezit bijvoorbeeld een landgoed in Zeeland. Deze omstandigheid heeft tot gevolg dat er veel geschiedenis door de familie bewaard is: historische voorwerpen, foto's, portretten. In zo'n familie word je bijna automatisch met het verleden geconfronteerd.

Suikerplantage

Maartje vraagt zich af welke rol haar familie gespeeld heeft ten tijde van de slavernij. Er was sprake van een suikerplantage. Hield de familie slaven? Veel archieven staan tegenwoordig online en bij het doorzoeken daarvan komt Duin de familienaam Bouva tegen. Ze legt contact met een afstammeling van de mensen met deze naam: Peggy Bouva

Het is een precaire situatie: de slavernij speelt een rol in het verleden van Bouva en Duin. Hun voorouders hadden te maken met dezelfde plantage, maar in volstrekt verschillende positie. Het mooie is dat Maartje niet alleen laat zien hoe dat contact verloopt, maar er ook op reflecteert op het moment dat ze een gesprek terughoort. 

Tot nu heb ik drie afleveringen beluisterd. Uit interviews heb ik op kunnen pikken dat de twee podcastmakers in latere afleveringen samen naar Suriname gaan en dat zal ook boeiend zijn. 

Aan het werk!

En wij, de luisteraars? Als de donder aan het werk natuurlijk. Ik ken het boek Wij slaven van Suriname van Anton de Kom. Van titel. Nooit gelezen. Ook het boek van Karin Amatmoekrim over De Kom: nooit gelezen. Wel Harriet Beecher - Stowe. Haar boek heette toen, in vertaling, De negerhut van oom Tom. Daar heb ik als kind niet bij stilgestaan. Het is een rare en onnodige vertaling. 

Ook van Albert Helman las ik verschillende boeken en van Cynthia Mc Leod, die ik ooit interviewde. Hier heb ik een serie bijdragen geplaatst over 'Zwart en wit', onder andere over Anousha Nzume. Van de meeste van die boeken heb ik wel wat opgestoken, maar het was altijd kennis over iets wat niet met mij te maken had, wat zich buiten mij afspeelde. Bij Nzume kon dat niet meer. 

De plantage van mijn voorouders is een zoektocht in het verleden, maar ook een zoektocht in het heden en in jezelf. Het lijkt me dat ook elke luisteraar er iets mee zou moeten. Nou ja, we leven in een vrij land, maar het zou mooi zijn als mensen vragen gingen stellen, vooral aan zichzelf. Het zal nog lastig genoeg zijn, vrees ik. 

Juist dat vind ik het goede aan deze podcast. Niet alleen dat de maaksters in alle eerlijkheid vragen stellen aan elkaar en aan zichzelf, maar dat je als lezer ook niet ontkomt aan het nadenken over je eigen perspectief. Ik ervaar De plantage van mijn ouders niet als boodschapperig en toch komt de boodschap aan. 

Wie meer wil weten, vindt gemakkelijk meer informatie. Bijvoorbeeld hier.

De Rotonde

Er zijn veel, heel veel podcasts met interviews. Soms heb ik de neiging om daar maar niet over te schrijven: qua vorm lijken die interviews immers vaak op elkaar. Maar het is altijd interessant om naar een goed gesprek te luisteren, of de podcast nu Nooit meer slapen, Die Huis, Rauw of Touché heet. 

Deze week weer zo'n podcast: De Rotonde. De titel heeft een dubbele betekenis: aan de ene kant heet de gelegenheid waarin het gesprek plaatsvindt De Rotonde. Aan de andere kant neemt de presentatrice, Christel Van Dyck, met haar gast door welke afslagen hij in het leven heeft genomen. 

Een enkele keer wordt er vermeld dat het gesprek plaatsvindt tijdens het ontbijt, maar daar is niets van terug te horen. Dat is eigenlijk wel jammer. Voor mijn gevoel had het gesprek net zo goed in de studio gehouden kunnen worden. 

Wikipedia

Van de gast wordt eerst de Wikipediapagina doorgenomen. Bij de meeste gasten betreft dat alleen zaken die met hun beroep te maken hebben en niet met hun persoonlijke leven. Daarom wordt die pagina aangevuld met informatie van mensen die dichtbij hen staan: familie, vrienden, geliefden. 

Dat valt meestal goed bij de gast en het gevolg is blijkbaar dat hij of zij zich meteen op zijn of haar gemak voelt. Het valt me op hoe gemakkelijk de gasten praten. Van Dyck durft door te vragen en ze gaat moeilijke zaken niet uit de weg. Ze geeft ook tegengas en dat doet ze vaak met een grapje, waardoor de gast merkt dat de kritiek niet kwaadaardig is. Hij blijft daardoor bereid om serieus in te gaan op de vragen. 

Het leven van de gast wordt chronologisch doorgenomen: van geboorte en jeugd tot de houding tegenover de dood. Dat zijn bij voorbaat intieme vragen, maar elke gast gaat daarop in, meestal met weinig terughoudendheid. Aan het eind wordt er een tekst in het gastenboek geschreven, wat een beetje lijkt op de tegel bij Kunststof. 

Sfeer

Veel van de gasten van Van Dyck ken ik niet of maar oppervlakkig. Maar ik heb een aantal gesprekken met plezier beluisterd. De sfeer kan sterk verschillen. Het gesprek met de acteur Wim Opbrouck (ooit Zomergast) is heel vrolijk, het gesprek met Theo Francken ontroerend. Vooral dat laatste gesprek vond ik indrukwekkend. 

Francken kende ik als een uitermate harde politicus, maar dit werd een heel persoonlijk gesprek, ook over de uitzettingen van uitgeprocedeerde asielzoekers. Ik heb meteen het gesprek met Jan Janbon ook gedownload. Eens luisteren hoe dat verloopt. 

Herr Seele blijkt iemand te zijn met bijzondere opvattingen. Van Dyck laat hem in zijn waarde en gaat overal serieus op in, zodat hij helemaal tot zijn recht kan komen. 

Door het gesprek heen zijn jingles (of bumpers?) opgenomen. Het geluid is vrij hard en altijd komt zo'n riedeltje (dat doet denken aan de slogan van de TROS) op een ongelegen moment. Zouden die niet gewoon weg mogen? Ik ervaar ze als zeer storend. 

Wie een goed gesprek wil horen: kies er een uit van De Rotonde. Er is keus genoeg: er zijn meer dan honderd afleveringen beschikbaar. En er staan genoeg mensen tussen die ook in Nederland waarschijnlijk wel bekend zijn: Kamagurka, Peter Koelewijn, Bart Peeters, Dirk de Wachter, Els De Schepper en veel meer. Dit is de website. 


Het Oord

Op de website van Het Oord wordt de podcast 'de allereerste Vlaamse fictiepodcast' genoemd. Tja, misschien ligt dat aan het woord 'podcast'. Want ik downloadde al een aantal jaren geleden de geweldige serie Commissaris Van In en ver daarvoor was er al Nick Holland, de Belgische tegenhanger van Paul Vlaanderen.

Maar goed, laten we de podcast beoordelen. De situatie is: er worden op 27 maart 2019 meer dan veertig lichamen gevonden in een privébos. Aan de hand van gevonden dagboeken en audiofragmenten wordt gereconstrueerd wat er gebeurd is. 

Dat is een beetje omslachtig. Het verhaal had ook meteen als hoorspel kunnen beginnen, zonder deze omtrekkende beweging. Bovendien wordt de afloop op deze manier al verklapt. 

Het verhaal gaat over een sekte: een charismatische leider, met veel volgelingen. Langzaam loopt de boel uit de hand en dan komt men tot drastische maatregelen. Dat is een schema dat bij dit soort verhalen al vaker is gehanteerd, maar dat is niet zo erg. 

In het begin is het spel van sommige spelers wat houterig, maar dat wordt gaandweg beter. Het kan ook zijn dat je als luisteraar dan zo nieuwsgierig geworden bent dat de manier van spelen je minder uitmaakt. 

Het verhaal is boeiend. Een belangrijke figuur is de dochter van de leider, die bepaald geen willoze volger van haar vader is. Door iemand te nemen te zo dicht bij de leider staat, is het ook mogelijk om meer te laten zien van de kant van de leider. Je zou hem anders als dader kunnen zien en de volgelingen als slachtoffers, maar nu zit er ook een tragische kant aan de leider. 

Aardig verhaal dat de spanning goed weet vast te houden. 

woensdag 17 juni 2020

De schat van de Black Swan (Paco Roca / Guillermo Corral)


Precies kan ik het niet meer nagaan, maar toen ik me opnieuw in strips begon te verdiepen en erover ging schrijven in de krant, was Rimpels (2009) van Paco Roca een van de eerste graphic novels die ik besprak. Ik was meteen voor de auteur gewonnen. 

Hier  schreef ik over het fraaie La Casa (2017), dat ik mooi vind, en over Het kruispunt (2019). Met dat laatste boek heb ik wat minder connectie. Intussen  is er nieuw boek: De schat van de Black Swan

Scenario

Het scenario van deze strip is geschreven door Guillermo Corral van Damme, die eerder zijn sporen verdiende als schrijver van korte verhalen en als fotograaf. Met De schat van de Black Swan schreef hij een fictief verhaal, maar wel gebaseerd op ware gebeurtenissen, waarvan hij persoonlijk getuige is geweest. 

Het is een fascinerend verhaal: er wordt een scheepswrak gevonden in de Straat van Gibraltar, door een schip van een Amerikaans bedrijf, Ithaca uit Florida. De kapitein is Frank Stern. Die haalt een behoorlijke buit binnen, maar het is de vraag hoe legaal dat is. Is het wrak eigendom van Spanje? 

Ventura

Aan de Spaanse kant volgen we de gangen van de jonge diplomaat Alex Ventura, die net op het Ministerie van Buitenlandse Zaken werkt. Zijn eerste stappen lijken aarzelend, maar gaandeweg ziet hij steeds beter welke klus er geklaard moet worden. Hij laat zich juridisch bijstaan door een oude rot in het vak, Jonas Gold. 

Black Swan is overigens niet de echte naam van het schip. Het is de naam die eraan gegeven is om Spanje minder aanknopingspunten te verschaffen. Ithaca doet er alles aan om het tegenpartij zo moeilijk mogelijk te maken. 

De schat van de Black Swan is een boeiend verhaal geworden, waarvan je gemakkelijk een film of een tv-serie zou kunnen maken. Paco Roca maakte er een spannende strip van. Het verhaal is een getouwtrek tussen de zeer commerciële Amerikaanse organisatie en de Spaanse overheid, waarbij de sympathie van de lezer vooral bij Alex Ventura ligt en bij Jonas Gold. De tegenstander, in de persoon van Frank Stern, is wel echt een karakter en de verhouding tussen hem en Jonas Gold blijkt gecompliceerder dan aanvankelijk lijkt. 

Sober

Paco Roca stelt zijn tekeningen geheel in dienst van het verhaal. Ze trekken weinig de aandacht, zodat je meestal niet eens in de gaten hebt hoe effectief ze het verhaal vertellen. Soms zit het in kleine dingen. Op een pagina valt gestaag de regen. Onaangenaam weer en je bent blij dat je als lezer niet door dat weer hoeft. Het regent zelfs zo hard, dat de regen ook in de tekstballonnen doorgaat. 

De inkleuring is sober, met weinig kleurcontrasten. Dat houdt de tekeningen rustig. Het spectaculaire zit dan ook niet in extreme gebeurtenissen, maar in hoe het verhaal zich ontwikkelt: je hoopt op een goede afloop, maar je weet dat die allerminst zeker is. 

Er is op sommige pagina's aardig wat tekst en als de geschiedenis van het gezonken schip weergegeven wordt, stapt Roca af van de ballonstrip: elke bladzijden krijgt dan een tekening met tekst eronder. Zo kan er in een beperkt aantal pagina's veel informatie gegeven worden. De kleur van die pagina's is beige (als dat het goede woord is), wat de indruk van vergeeld papier geeft, en dat past weer goed bij de historische inhoud. 

Aan de ene kant is De schat van de Black Swan een avonturenstrip. Je wilt weten hoe het afloopt en of het zal lukken om de vracht van de Black Swan terug te krijgen in Spanje. Aan de andere kant is het ook een strip over persoonlijke verhalen: mensen die lange tijd met elkaar omgaan en hoe dat hun onderlinge verhouding beïnvloedt. Door de menselijke kant leef je gemakkelijker mee met de personages. Er zit ook een zekere tragiek in het verhaal, niet alleen aan de Spaanse kant, maar ook aan de Amerikaanse. 

Gelaagd

Dat alles maakt dat het verhaal gelaagder wordt dan het simpele avontuur en dat is altijd prettig bij het lezen. Dat het gebaseerd is op een waargebeurd verhaal maakt het allemaal nog net iets kruidiger. 

Voor op het album zien we Alex Ventura, die een kluisdeur opent voor zijn naaste medewerkers. De ronde deur heeft ook wel iets weg van een patrijspoort. Door dat geopende venster zien we galjoenen die elkaar bestoken, alsof we een directe blik in het verleden krijgen. Twee personages lopen naar de opening. De lezer loopt met hen mee het verhaal in. 

Paco Roca is heel divers in de onderwerpen die hij in zijn verschillende albums behandelt. Toch wordt elk verhaal ook weer een Roca-verhaal. Aandacht voor details, het volledig afwezig zijn van effectbejag, momenten waarop het verhaal even stilvalt en er een soort contemplatie ontstaat bij personage en lezer - het is allemaal vintage Paco Roca. Met De schat van de Black Swan heeft hij een mooi boek aan de oeuvre toegevoegd. 

Titel: De schat van de Black Swan
Scenario: Guillermo Corral
Tekeningen: Paco Roca
Uitgever: Soul Food Media
Arnhem 2020; 216 blz. paperback € 24,95





vrijdag 12 juni 2020

Podcast: De laatste dans, Podvis, Zwartekat Podcast

Drie podcasts weer: een spannend, waargebeurd verhaal over een man die verdween, een podcast met achtergronden bij de actualiteit en een serie interviews met cabaretiers en comedians, maar ook met critici. Veel luisterplezier!


De laatste dans

Er verschijnen veel nieuwe podcasts en vele daarvan zijn het beluisteren waard: goed gemaakt, informatief, onderhoudend. Maar soms springt een podcast eruit: zo eentje waarvan je benieuwd bent naar de volgende aflevering. De laatste dans is zo'n podcast. 

De maker is Frans Pollux en eerlijk gezegd had ik nog nooit van de man gehoord. Hij zingt, in het Limburgs, en een van zijn nummers staat al verscheidene jaren in de Top-2000: 'Hald mich ens vas.' Ik vermoed dat alle Limburgers erop stemmen. 

Het verhaal van de podcast begint met de kasteleinse Resi, barvrouw van de kroeg met de fraaie naam Resistent. Zij vertelt dat zij het nummer van Pollux vreselijk vindt. Op dat nummer heeft zij namelijk de laatste dans gedanst met Uwe, toen een van haar beste vrienden. 

Ongeneeslijk ziek

Op die avond in 2013 had Uwe vijftig vrienden in de kroeg verzameld en vertelde hun dat hij ongeneeslijk ziek was: longkanker. De tijd die hij nog had, zou hij doorbrengen op een van de Canarische Eilanden. 

Maar na verloop van tijd slaat bij de achterblijvers de twijfel toe: klopt het verhaal van Uwe wel? En hoe zit het met de brand in Uwes lunchroom, vlak voordat hij vertrok? Er is ook nog iets met een wietplantage. Pollux duikt in het verhaal en hij haalt steeds meer boven water. 

Tijdens het maken van de podcast gingen de ontwikkelingen door. Zeven afleveringen waren er gepland, waarvan er op dit moment vier online staan. Je vindt ze hier. Door de nieuwe informatie die er binnengekomen is, heeft Pollux de laatste aflevering terug moeten trekken en bewerken. 

Limburgs

De laatste dans is een heerlijke podcast. Pollux vertelt onderhoudend. Hij heeft een zuidelijke tongval en soms valt hij terug op het Limburgs. Hij legt in de podcast ook uit waarom hij dat doet. En het werkt! Verder praat hij met mensen die een goed verhaal kunnen vertellen, zoals Resi, en naar wie je dus graag luistert. 

Bij het spitten blijkt er ook nog materiaal beschikbaar te zijn, zoals de toespraak die Uwe gehouden heeft. Die is op papier bewaard gebleven. Het is wel duidelijk waarom die indruk heeft gemaakt, want hij zit gewoon goed in elkaar. Schrijven kon Uwe wel. 

De vormgeving is in orde, met hier en daar gitaarmuziek, met stemmen die in elkaar overlopen en met een heus lied, dat voor deze podcast gecomponeerd is. Pollux is wel erg vol van zijn nummer dat in de toplijst staat. Hij vertelt het steeds met een knipoog, maar dat doet hij wel erg vaak. Maar goed, dat moeten we dan maar voor lief nemen. 

De podcast doet het goed en veel mensen luisteren ernaar. Geen wonder: een mooi gegeven, een spannend verhaal met onverwachte wendingen, een smakelijk verteller. En nu maar wachten op de volgende afleveringen. 

(Naschrift: op het moment dat ik bovenstaand stukje schreef, stonden er vier afleveringen online. Op het moment van publicatie zijn het er al zes.

Podvis

Om een of andere reden interesseert België mij. Zou het komen doordat mijn vader in de oorlog als kind geëvacueerd geweest is in België? Daardoor lagen er banden tussen families, die nog steeds geregeld aangehaald werden. In de loop der jaren schreef ik voor verschillende Belgische tijdschriften en intussen beluister ik veel Belgische podcasts. Een daarvan is Podvis.

Podvis is een podcast van VRT Nieuws. De afleveringen verschijnen wekelijks en beslaan net iets minder dan een half uur. Je kunt die afleveringen weer op de gebruikelijke plaats vinden, bijvoorbeeld hier.

Achtergrondinformatie

Veel onderwerpen hebben een relatie met de actualiteit. Ze geven achtergrondinformatie bij wat al in het nieuws is. Soms gaat het over een onderwerp dat nog niet zo veelbesproken is. Veel afleveringen hebben een vraag als titel. Een greep: 'Waarom zijn geneesmiddelen voor zeldzame ziektes zo duur?' 'Euthanasie, de milde of de verboden dood?' 'Proper geld, bestaat dat?' 'Het 65e songfestival, een feestje in mineur.' 

Tot nu toe heb ik een stuk of vijf, zes, afleveringen beluisterd en ze zijn me goed bevallen. In ieder geval heb ik me geabonneerd. De podcasts zijn helder en informatief en je voelt je betrokken bij het onderwerp. Er is bijvoorbeeld een aflevering over iemand die al zestien jaar een gevangenisstraf uitzit voor kleine vergrijpen, waar kort na zijn veroordeling zo'n straf niet meer voor mogelijk was, door een wetswijziging. Maar er is geen overgangsregeling en zijn straf kan niet teruggedraaid worden. Een schrijnend verhaal, dat gebracht wordt zonder ook maar een zweem sensatiezucht en dat is prettig. 

In tijden van corona gaan natuurlijk enkele afleveringen over dat onderwerp: hoe zal de economie er na de crisis uitzien? Had de EU geen grotere rol moeten spelen? Wordt de ziekte in Afrika de zoveelste of een sociaal-economische ramp? Aangezien ik het nieuws maar mondjesmaat volg, hoor ik altijd wel wat nieuws.

Er zijn veel programma's als Podvis. Heel veel kranten doen iets soortgelijks en die podcasts zullen ook wel goed zijn. Zo lang Podvis me niet verveelt, blijf ik het dier maar volgen. 

Zwartekat Podcast

Het probleem met podcasts is dat ze tijd kosten, zeker wanneer je veel dingen interessant vindt. Ik zet de afleveringen over op mijn mp3-speler, omdat ik die handzamer vind dan een telefoon. Dat is maar goed ook: gisteren liet ik mijn telefoon in de trein liggen.

Maar op die mp3-speler staan dus ook afleveringen die ik er al weken op gezet heb: ik moet nog tijd vinden om te beginnen aan series als De castraten en Beethoven en ook heel wat afleveringen van Touché

Ooit ben ik begonnen aan de Zwartekat Podcast.  Zwartekat.nl is een vrij complete website over cabaret en comedy. Ik ben een ontrouwe bezoeker. Als ik er ben, vind ik altijd veel interessants en als ik naar een voorstelling wil, raadpleeg ik altijd hier de speellijsten. Ja, ja, we spreken nu over de tijden voor corona. 

In de lijst met afleveringen zijn er heel wat die een interview met een cabaretier behelzen. Die heb ik niet allemaal beluisterd. Hier en daar wel eentje. Altijd interessant, als je van cabaret houdt. De interviewer is Richard van Bilsen, die weet waarover hij vraagt. Hij plaatst zichzelf niet op de voorgrond en zet zijn gesprekspartners niet op een voetstuk. De gesprekken zijn helder en je krijgt altijd een beter beeld van het werk van een cabaretier. 

Recensenten

Maar er zijn enkele series die meer zijn dan alleen maar interessant en waarvoor ik rechtop ging zitten. Allereerst is er een serie interviews met recensenten. Bijzonder boeiend om die mensen over hun vak te horen. Natuurlijk zijn er in elke podcast anekdotes en verhalen over ophef veroorzakende recensies, maar het gaat ook om praktische zaken, zoals: wanneer geef je twee, drie of vier sterren? Dan blijkt dat bij de ene recensent drie sterren (of ballen) een voldoende betekent, zeg maar: een zesje, en bij de andere is een voorstelling met drie ballen onder de maat. 

Die serie van zeven gesprekken heb ik in enkele dagen beluisterd en met zeer veel plezier. Nu is er weer zo'n serie bezig: Freek de Jonge heeft al zijn shows op YouTube gezet en Richard van Bilsen spreekt met De Jonge over al die shows, in chronologische volgorde.

De afleveringen zijn maar kort, minuutje of tien, maar ze geven wel inzicht in het maakproces. Zo moest, na het uiteenvallen van Neerlands Hoop, er in no time een show komen, want de theaters waren al geboekt. 

Afstand

Omdat de jaren ertussen zitten, kan er ook met enige afstand over zo'n show gepraat worden en De Jonge kan ook zijn eigen gedrag relativeren of bekritiseren. Met mate natuurlijk, want enige zelfingenomenheid is hem niet vreemd. Maar dat moet misschien ook wel. Je moet in jezelf geloven om zo maniakaal bezig te kunnen zijn met je werk. 

Voor mij behoort De Jonge tot de top van het cabaret: hij heeft het verschillende malen vernieuwd. Dat de gesprekken kort zijn en dat er soms wat dieper gegraven had kunnen worden, neem ik dan voor lief. Eigenlijk had ik na elke aflevering de betreffende show van De Jonge terug moeten kijken, maar daar is het dan weer niet van gekomen. 

Er zijn verscheidene podcasts over cabaret. Eerder besprak ik De mens achter de lach. Ook van harte aanbevolen, maar dat zijn veel minder afleveringen. 

donderdag 11 juni 2020

De slang en de speer: Boek 1, Berg-Schaduw (Hub)


Een verhaal is een wereld. Wie een verhaal leest, wordt -als het goed is- in die wereld getrokken. Die wereld kan op de onze lijken, maar kan ook zijn eigen wetten en regels hebben.

De striptekenaar Hub heeft al verschillende van die werelden gecreëerd. Bekend werd de reeks Okko, over een ronin, een samoerai die geen meester meer dient. Met De slang en de speer opent hij voor ons een nieuwe wereld: die van de Azteken.

We weten allemaal wel iets van de Azteken, maar meestal is die kennis globaal - bij mij, althans. De naam Montezuma herinner ik me bijvoorbeeld vooral, omdat ik een cd had van de groep Montezuma's Revenge.

Hub legt niet veel uit. Hij start met het verhaal, waarin veel vreemde termen voorkomen, die steeds in een voetnoot uitgelegd worden, zodat we daarna weten dat Cipactonal de god van de kalender is en dat Nemontemi vijf onheilbrengende dagen van vasten en comtemplatie zijn. De termen worden met zoveel vanzelfsprekendheid gebracht, dat je ervan uitgaat dat het verhaal door een kenner wordt verteld. Waarschijnlijk heeft Hub zich behoorlijk verdiept in de cultuur die hij beschrijft.

We bevinden ons in het rijk van de Azteken (grofweg gezegd: Mexico) en het jaar 1454. De centrale stad van het rijk is Tenochtitlan. De berichten uit de rest van het rijk komen daar, met enige vertraging binnen. Die berichten zijn verontrustend: op verschillende plekken worden er gemummificeerde lichamen van jonge vrouwen aangetroffen: steeds in dezelfde houding, met een maiskolf in de hand.

Er wordt geprobeerd om dat stil te houden, om paniek te voorkomen. Er worden mensen door het hele rijk gestuurd die de zaak moeten onderzoeken. De leiding heeft Slang, bekend om zijn efficiëntie en harde hand. Een andere centrale figuur is de priester Cozatl, die vreest dat zijn orde iets met de moorden te maken heeft.

Hij schakelt Speer-Oog in, een handelaar. Slang, Cozatl en Speer-Oog kennen elkaar sinds hun jeugd. Ze zijn opgeleid in hetzelfde Huis van het Volk en delen dus een verleden. Hun verhouding was niet altijd even gemakkelijk.

Dat verleden komen we te weten door de flashbacks. Daardoor hebben we fragmenten van het verleden - genoeg om ons nieuwsgierig te maken, te weinig om alle vragen te beantwoorden. Vragen zijn altijd een drijvende kracht in een verhaal. Je wilt immers antwoorden. Zo heeft Speer-Oog duidelijk een afkeer van de stad Tenochtitlan, maar er is nog niet duidelijk waarom. Hij wordt bezocht door angstdromen, waarvan je de herkomst wilt weten.

Speer-Oog is degene met wie je je het meest identificeert en met wie je vooral meedenkt. Zo wordt hij al een tijdje gezocht door zijn oude leraar, Berg-Schaduw, maar wat heeft hij willen vragen of vertellen? Als Speer-Oog uiteindelijk terug is in de hoofdstad is Berg-Schaduw niet zomaar gevonden.

Dit eerste deel van De slang en de speer beslaat zo'n 180 bladzijden. Daarmee is het een kloek boek geworden. Het verhaal zit goed in elkaar en zakt nergens in, zodat de aandacht van de lezer erbij  blijft.

Zowel de ontwikkelingen zijn boeiend als de wereld waarin het verhaal zich afspeelt. Een andere tijd, een andere plaats, waarin mensen anders gekleed zijn en anders wonen - je gaat min of meer vanzelf daarin mee. De Azteken kijken niet op een mensenoffer meer of minder. Aan de ene kant is die vanzelfsprekendheid huiveringwekkend, maar het is ook boeiend: je probeert je te verplaatsen in een manier van denken die ver van je af staat.

De hardheid van het bestaan komt al naar voren in de proloog. De eerste zin is: 'De wortels van het kwaad boorden zich diep in ons verleden... Ze gingen terug naar die twee verschrikkelijke jaren van droogde en hongersnood die ons volk teisterden...'

Omdat het om het verleden gaat, zijn deze tekeningen sober ingekleurd, met een kleur die wat aan sepia doet denken. Maar als het over mensenoffers gaat, licht het rode bloed op in de tekeningen. Het zit allemaal geraffineerd in elkaar: de kleur van oude foto's, die ons naar het verleden verplaatst; het sobere decor dat de hardheid van het leven doet overkomen; de roerloosheid in de plaatjes, die erop duidt dat er geen uitzicht op verandering is.

Veel tekeningen brengen een sfeer over. Pas als je er langer naar kijkt, zie je hoe het werkt. Een korenveld of een maisveld, met vrolijke mensen (muzieknoten in de tekstballonnen) en veel geel bij de inkleuring, zodat je je vanzelf wat zonniger voelt. En juist dan slaat het noodlot toe.

De inkleuring is overigens van Li. Ik vrees dat ik voor de inkleuring gewoonlijk weinig oog heb en dat ik die als een soort vanzelfsprekendheid ervaar. Soms stoort een inkleuring mij, als er duidelijk sprake is van effectbejag. Dat is hier niet het geval: sfeervol, effectief, het verhaal ondersteunend.

De tekeningen van Hub zijn ook heerlijk. Hij heeft oog voor detail en sommige grotere tekeningen zijn echt kijkplaatjes. Aan de grote ogen is te zien dat hij dat hij beïnvloed is door mangatekenaars. De gezichtsuitdrukkingen zijn naar mijn smaak soms net te vet aangezet. Aan de andere kant geeft dat ook duidelijkheid, wat wel weer prettig leest.

Overdreven gezichtsuitdrukkingen maken een verhaal soms schematisch, maar bij De slang en de speer speelt dat niet, omdat de karakter gecompliceerd zijn: alle belangrijke  personen hebben iets duisters of iets waarmee ze worstelen. Ook het verhaal is niet simpel: door het heden slingeren zich de scènes uit het verleden. Er zijn persoonlijke verhaallijnen, er is een raadsel dat opgelost moet worden en er spelen nog verhoudingen op het niveau van de autoriteiten.

Boek 2, Leeg Huis, is al aangekondigd. Wie boek 1 gelezen heeft, zal er vol ongeduld op wachten.

Serie: De slang en de speer
Titel: Boek 1 - Berg-Schaduw
Tekst en tekeningen: Hub
(met hulp van Emmanuel Michalak voor het storyboard)
Inkleuring: Li
Uitgever: Silvester
's-Hertogenbosch 2020, 184 blz. €39,95 (gebonden, stofomslag)



maandag 8 juni 2020

Clementine (Den Ouden Heer Smits)


Toen ik Een bezielde schavuit las, de biografie van Jacob van Lennep, realiseerde ik me dat ik de Nederlandstalige negentiende-eeuwse literatuur nogal verwaarloosd heb de laatste jaren. Ik beloofde daar wat aan te gaan te doen en daar heb ik een begin mee gemaakt: ik las de roman Clementine (1858) van Den Ouden Heer Smits.

De naam van de auteur is natuurlijk een pseudoniem. Daarachter schuilt Mark Prager Lindo. Die dubbele achternaam is een combinatie van de achternaam van zijn vader, David Alexander Lindo, en die van zijn moeder, Matilde Prager. Een dergelijk pseudoniem, waarin je jezelf ouder (en impliciet wijzer) maakt, was niet ongebruikelijk. Het gebeurde ook bij spectatoriale geschriften. In de achttiende eeuw (1767 -1769) verscheen bijvoorbeeld De Gryzaard. Prager Lindo richtte in 1865 overigens De Nederlandsche Spectator op.

Briefroman

Clementine begint als een briefroman: Clementine is opgegroeid in een familie met geld, op het platteland. Ze gaat bij haar tante in de stad wonen, in de hoop daar een goede echtgenoot te vinden. Die situatie doet denken aan Opkomst en val van een koffiehuisnichtje van Jacob Campo Weyerman. Met dat 'koffiehuisnichtje' loopt het overigens niet zo goed af.

Aan het begin van het boek lezen we vooral brieven van Clementine aan haar vriendin Auguste, waarin ze verslag doet van hoe het haar vergaat. Ze ontmoet al snel een oude buurjongen, Willem Bleeker. Dezelfde naam is later door Mensje van Keulen gebruikt in Bleekers zomer (1972). Een andere oude bekende van haar is Ada, die intussen getrouwd is met een kunstenaar, Kobalt. Verdere rollen zijn er weggelegd voor de jongeman Van Langhorst en de wat oudere man De Cauchemar.

Bleeker, De Cauchemar en Van Langhorst zien allemaal wel iets in de nog jonge Clementine. Ze is bijna negentien. Tante heeft haar uitgebreid instructies gegeven. Wat betreft de omgang met andere meisjes:
met de jongere dames kunt gij nooit anders dan op een afstand omgaan: - òf het zijn mededingsters, òf meisjes, die, uwe voordeelen niet bezittende, u benijden zullen, en u in geen geval van eenig nut kunnen wezen. 

Omgang met heren

Ook wat de heren betreft, is het uitkijken geblazen:
Laat u nooit tot eenig discours verleiden, waarin het gevoel betrokken worde: - dat is altijd gevaarlijk: - vergeet ook niet zorgvuldig elk gesprek te vermijden, dat den schijn heeft van geleerdheid, -ik meen over boeken of zoo iets; - daar zijn de heeren altijd bang voor, - en bovendien, spreek nooit over eenig huishoudelijk onderwerp; - want hoewel de mannen altijd den mond vol hebben van de deugden eener echtgenoote, welke de huishouding verstaat, en dergelijke gekheden meer, is het zeker dat een meisje dat eenige ingenomenheid toont met dergelijke domestique onderwerpen, met recht in de wereld geschuwd wordt. 
En naar wat voor man moet ze op zoek?
Gij moet een man hebben, die u aan fortuin en stand gelijk is - een jaar of wat ouder of jonger komt er niet op aan, en wees overtuigd, kindlief zoo gij er wezenlijk behoefte aan gevoelt, iemand, zooals het heet, te beminnen, gij evengoed u verlieven kunt op een goede partij, als op een armen sukkel, die niets dan zijne aanbidding heeft. 
Zoals uit de citaten (hopelijk) te merken is, heeft de verteller een onderhoudende toon en ook in de ontwikkelingen zit vaart. De briefvorm werkt goed: er is een zekere vertrouwdheid tussen schrijver en aangesprokene en daardoor kan zo'n beetje alles gezegd worden. De brief is op dat moment ook een vrij snel medium, zeker als die in dezelfde stad bezorgd moet worden.

Verteller als personage

De verteller is den ouden heer Smits, die ook als personage optreedt. Hij heeft zakelijke contacten met de vader van Clementine. Haar moeder is overigens overleden. Vader, hij wordt een 'land-edelman' genoemd, bezit tabaksplantages en een groot deel van de tabak wordt al jaren door Smits opgekocht.

Smits komt voor het eerst voor in het verhaal als er een brief afgebroken wordt. Smits laat een deel van een brief weg, omdat het onderwerp in een volgende brief ook aan de orde zal komen. Blijkbaar heeft hij de redactie van het boek.

Op een gegeven moment gaat hij niet verder met de brieven, maar slaat hij zelf aan het vertellen:
Er ligt zulk een stapel brieven op mijne tafel van de verschillende personen, die eene meer of minder belangrijke rol spelen in de lotgevallen van de jonge dame, voor wie ik mijne lezers eenige belangstelling heb trachten in te boezemen, dat, ten einde plaats te winnen, ik mij genoopt vind, in stede van ze alle op te nemen, tusschenbeide slechts het hoofdzakelijke daaruit mede te deelen, vooral, daar die brieven niet in alle opzichten belangrijk zijn. 

Breuk in de compositie

Misschien kwam Prager Lindo er niet helemaal uit bij het schrijven van de brieven. Het is in ieder geval een breuk in de compositie van het boek. Daarvan is hij zich ook bewust en later komt hij erop terug, waarbij hij zich verdedigt.

Herman Robbers vertelt in Het ontstaan van een roman (1922) dat lezers aan den ouden heer Smits vroegen hoe de roman zou aflopen en dat hij antwoordde: 'Lieve vrienden, ik wou dat ik het zelf wist.'  Daaruit blijkt dat de oude heer Smits in ieder geval geen schema vooraf maakte. Als we hem tenminste op zijn woord mogen geloven.

Het spelen met feit en fictie komt in veel negentiende-eeuwse literatuur voor: denk aan het pak van Sjaalman in Max Havelaar of aan de context waarin de gedichten in Snikken en grimlachjes worden gepresenteerd.

De verteller doet alsof de brieven op zijn bureau liggen. Hoe hij aan de brieven van al die mensen komt, is onduidelijk. Binnen de werkelijkheid van de fictie lijkt dat al niet helemaal te kloppen. Later richt hij nog wel het woord tot de lezer, maar hij speelt eigenlijk verder niet meer mee in het verhaal. Hij heeft bijvoorbeeld geen gesprekken met de vader van Clementine.

Voor mijn gevoel rammelt de constructie behoorlijk en ik vermoed dat de schrijver zich daar ook van bewust is. Dat zal ook de reden dat hij het zelf ter sprake brengt.

Godsdienst

Het verhaal van Clementine blijft overigens boeiend genoeg. Ze heeft andere opvattingen dan haar tante. Die laatste is nogal 'zwaar' wat betreft de godsdienst, daarin geadviseerd door de dominee.
De hoofdtrek van haar godsdienstigheid schijnt ook daarin te bestaan, dat zij over alles en iedereen zucht en klaagt (vooral over de verdorvenheid der mindere klassen,) zichzelfve voor 'eene uitverkorene' houdt, en mij zoekt te overtuigen, dat ik mij eerst recht gelukkig zal gevoelen, als ik besef, dat ik diep ellendig ben. Dat is: volgens haar, moet ik leeren inzien, dat er niets goeds aan mij is, en dat ik eene zeer groote zondares ben.
Clementine is juist opgevoed met een liefdevolle God. We zien dat ook in De koele meren des doods (1900) van Frederik van Eeden, waarin Hedwig te maken krijgt met een ander soort godsdienst dan waarmee haar moeder haar heeft opgevoed. En natuurlijk in het hilarische Het leesgezelschap van Diepenbeek (1847) van Lodewijk Mulder. In De historie van mejuffrouw Sara Burgerhart (1782) hangt Sara een andere vorm van godsdienst aan dan haar 'fyne' tante Hofland.

Iemand die qua kerkgeschiedenis meer onderlegd is, kan waarschijnlijk uitleggen of dat nog iets heeft  te maken met het opkomen van de Groninger Richting. Sara Burgerhart natuurlijk niet; dat was voor die tijd.

In dat laatste boek worden de 'fynen' (in mijn herinnering althans) ook getekend als hypocriet, wat ook geldt voor de tante van Clementine:
(...) zij [= tante] beschouwt zichzelve als iemand, die het der Voorzienigheid behaagd heeft aan allerlei zware beproevingen bloot te stellen en te onderwerpen, en alleen door dit telkens te belijden en dagelijks zich in haar lot te schikken (wat ook niet moeielijk is, daar zij geen wensch heeft, die niet dadelijk vervuld wordt), kan zij hopen zalig te worden, vooral, zooals zij steeds herhaalt, door te verklaren, dat zij zelve onwaardig is, terwijl zij toch iedereen, die haar niet als een heilige beschouwt en behandelt, van de grootste onchristelijkheid beschuldigt. 
Het is overigens een vrij milde observatie, die eerder voort lijkt te komen uit verwondering dan uit irritatie. In de tekening van de dominee (die zich soms honds gedraagt tegenover dienstboden) zit meer venijn.

Positie

Tussen tante en nichtje zijn er vooral verschillen van mening over haar positie. Daar moet Clementine zich steeds van bewust zijn, vindt tante. En Clementine is dat dan ook. Ze krijgt een gouvernante toegewezen die haar daarin moet begeleiden. Clementine heeft 'de vreemdste denkbeelden omtrent de maatschappij,' volgens tante en de gouvernante moet verder zorgdragen voor:
'En vooral eene zorgvuldige uitroeiing van alle dwaze romantische ideën van, - van - enfin, van die ideën, welke in deze revolutionaire tijden zoo algemeen beginnen verspreid te worden; zelfs tot in onze beste kringen doordringen.'
Pas als ze bij Kobalt is, kan Clementine de gedachte aan haar positie laten varen. Maar die heeft dan ook geen positie op te houden:
'Ik geloof ook, dat die Monsieur Kobalt in eene vreeselijke achterbuurt woont,' viel mademoiselle met een huivering in, 'zelfs ergens buiten de poort!'
Alles buiten de stad is blijkbaar per definitie verdacht.

De tegenstelling tussen hoe het hoort en hoe je je wilt gedragen komt veel voor in de literatuur, bijvoorbeeld in Majoor Frans (1875) van A.L.G. Bosboom - Toussaint. Zeker voor hedendaagse lezers is een eigenzinnige hoofdpersoon aantrekkelijk. Hoe dat in de negentiende eeuw het geval is geweest, is (zeker voor mij) moeilijker na te gaan, maar er zijn aardig wat personage die eigenwijs hun weg kiezen.

Verlies van kapitaal

Het belang van een maatschappelijke positie wordt in Clementine uitgewerkt: vader raakt zijn kapitaal kwijt, zodat Clementine in een andere positie komt. Ook hier blijkt weer dat de schrijver kiest voor iemand die eerlijk is en die haar lot met blijmoedigheid en geduld draagt. Dat blijkt belangrijker dan welke positie iemand inneemt.

Haar veranderde maatschappelijke positie zorgt ook voor een veranderde positie op de huwelijksmarkt. De vraag is of Clementine zal kunnen kiezen voor een man van wie ze houdt in plaats van voor een man die haar financieel wat te bieden heeft.

Toen zijn financieel nog in gunstiger positie was, was Willem Bleeker veel geld kwijtgeraakt bij het kaarten. Daar stapte de vader van Clementine toen gemakkelijk overheen.

De oude heer Smits weet de ontwikkelingen boeiend te houden: intriges, speurwerk en ontmaskering. Je vraagt je af of het allemaal goedkomt. Toen ik het boek bijna uit had, kwam ik erachter dat er in mijn uitgave een bladzijde ontbrak. Gelukkig is Clementine ook te vinden op DBNL, zodat ik niets heb hoeven te missen.

Publicatie

In het Algemeen Handelsblad van 13 september 1858 treffen we een advertentie aan van uitgeverij Thieme. Clementine is verschenen als nummer drie in de zogeheten 'Guldens-editie.' Advertenties in andere kranten volgen. Anderhalf jaar later, in dezelfde krant van 18 februari, als nummer vijf verschenen is, wordt Clementine nogmaals genoemd. Het boek blijkt 282 pagina's te tellen.

In Het leeskabinet van 1 februari 1858 wordt aandacht geschonken aan het initiatief van Thieme om boeken voor een lage prijs op de markt te brengen. In welk opzicht deze uitgaven verschilden van reguliere uitgaven, is mij niet bekend.

De uitgaven zouden, 'op de gewone wijze gedrukt,' in ieder geval veel duurder zijn:
Reeds meermalen hebben onze wakkere uitgevers beproefd te gemoet te komen aan het niet ongegronde bezwaar, dat er voor velen in gelegen is, om toe te geven aan den lust tot het koopen van onze Hollandsche werken van smaak daar die veelal te duur zijn om anders dan voor leesgezelschappen of leescirkels te worden aangekocht. Op nieuw waagt de Heer Thieme eene poging om goed en goedkoop met elkander te vereenigen, en zijne landgenooten daardoor in de gelegenheid te stellen, voor eene betrekkelijk geringe uitgave langzamerhand in het bezit te geraken van eene collectie degelijke en nuttige boekwerken, die, op de gewone wijze gedrukt en uitgegeven, zeker drie à vier maal den prijs zouden te boeven gaan, door hen voor deze serie bepaald. (…) In het bekende, niet onbevallige Tauchnitz-formaat gedrukt, bedraagt de prijs van ieder deel, dat ook afzonderlijk verkrijgbaar is, slechts één gulden.

Recensie

Op 1 januari 1859 besteedt datzelfde Leeskabinet aandacht aan Clementine. Het boek blijkt al in afleveringen verschenen te zijn geweest in Den Nederlandschen Spectator. Daardoor is het al door heel wat mensen gelezen.

De auteur heeft het verwijt gekregen dat hij, in plaats van te 'Smitsen' een geregeld verhaal heeft verteld 'dat toch niets te beteekenen' heeft. Met dat laatste is Het leeskabinet het niet eens:


Vertalingen

Op 17 juni 1861 meldt het Nieuw Amsterdamsch Handels- en Effectenblad dat 'de bekende novelle' van den ouden heer Smits te New York in Engelse vertaling is verschenen.

Opmerkelijk is dat een boek van 282 bladzijden een novelle wordt genoemd. Tegenwoordig reserveren we die term voor boeken met een beperkte omvang. Maar blijkbaar werd het woord 'roman' voor een ander soort boeken gebruikt. Wel is Clementine intussen een bekend boek geworden en de uitgever doet moeite het ook over de grens bekendheid te geven.












Daar blijft het niet bij. Clementine wordt ook in het Frans vertaald. Het verschijnt als feuilleton in het Belgische blad l'Echo du Parlement. Dat wordt op 3 november 1871 gemeld in de krant De locomotief.


Vergeten

Intussen is Clementine vergeten, net als de oude heer Smits, lijkt me. In ieder geval is Clementine geen hecht gecomponeerde roman, maar het verhaal is nog steeds boeiend en de humor doet nog steeds glimlachen. De kennismaking met het werk van de oude heer Smits is me niet tegengevallen. Van jongere auteurs als Justus van Maurik en Jacob Jan Cremer heb ik meer gelezen en van hun werk heb ik intussen een beter beeld.

Eigenlijk heb ik er nog geen idee van wat de auteur bedoelt met 'Smitsen'. Zou dat beter in zijn korte stukjes tot uitdrukking komen? Of heeft dat te maken met de meer spectator-achtige aanpak, waarbij de auteur er steeds tussendoor komt. Daar leed Clementine ook af en toe onder.

In mijn kast staat nog meer werk van Mark Prager Lindo. Mocht ik daar meer van gelezen hebben, dan meld ik het.