maandag 20 januari 2020

De gelukzaligen (Willem Brakman)


Gewoonlijk hou ik zo'n beetje bij wat er uitkomt aan Nederlandse literatuur, al ontmoedigt dat ook: je kunt niet alles lezen en zelfs niet alles waar je erg nieuwsgierig naar bent. Daarnaast is er nog veel uit de oudere literatuur wat ik niet gelezen heb. Er zijn bijvoorbeeld nog romans van Bordewijk, Boon, Vestdijk, Couperus waar ik nooit aan toegekomen ben.

In 2018 las ik Het glinsterend pantser van Vestdijk en Debielen en demonen van Willem Brakman. Dat beviel mij goed. Tussen de ongelezen boeken die in mijn huis altijd voorhanden zijn, vond ik nog een Brakman: De gelukzaligen (1997).

Schiermonnikoog

De hoofdpersoon, Potter, is depressief en zijn 'huisdokter' heeft hem geadviseerd er eens helemaal uit te gaan. Dat doet Potter: hij gaat naar Schiermonnikoog. Het is het begin van het toeristenseizoen en langzaamaan wordt het eiland bezet door mensen van buiten. Potter heeft al een adres geregeld, maar daar kan hij slechts tijdelijk verblijven. In de loop van het boek zal hij verschillende keren verkassen.

Op het eiland ontmoet hij diverse kunstenaars, bijvoorbeeld de dichter Potjewijd. Dat is een opmerkelijke naam. In de meest recente roman van Maarten 't Hart, De nachtstemmer, komt er overigens een Gabriël Pottjewijd voor.

De dokter heeft Potter aangeraden om alles op te schrijven, het daarna te verfrommelen en dan in de ton te gooien bij het postkantoor. 'Het was een nieuwe therapie en had al heel wat mensen geholpen hun depressie kwijt te raken.'

Depressie

Potter is wel depressief, maar somber kun je hem eigenlijk niet noemen. In sommige opzichten is hij wel wat gelaten. Aan de andere kant lijkt hij zijn depressie ook te koesteren:
'Nee,' zei Potter, 'kinderen van anderen en mijn depressies hebben me altijd voor 't ergste behoed.'
Soms gebruikt hij zijn depressie ook als excuus:
'Als je wat dwarszit, dan sterkte,' zei Potter humeurig, want hij had geen zin zich in de misère van een ander te verdiepen, tenslotte was hij depressief. 
Koperlith, bij wie hij aanvankelijk in huis is, vraagt aan Potter wat eigenlijk een depressie is.
'Een manier van zitten,' zei Potter, 'die je als het ware opgedrongen krijgt. Het is de blik van de beddensprei en ook die van omkrullende boeken in een zonovergoten etalage.
'Is daar wat aan te doen?' vroeg Koperlith, die weer verder liep, 'pillen of zo?'
'Vergeten is het beste,' zei Potter, 'normaal is dat je dat kunt, op zijn minst zo nu en dan. Ik kan het nooit.'

Eiland der gelukzaligen

Tussen de hoofdstukken over Potter door, krijgen we het verhaal van 'het eiland der gelukzaligen', in het boek ook wel eens Ultima Thule of Cythera genoemd, waar zich een heel ander verhaal afspeelt. Aannemelijk is dat dat verhaal verzonnen is door Potter. Misschien zit het alleen in zijn hoofd, maar hij zal het wel opgeschreven hebben. Over wat hij schrijft, lezen we:
de vertalingen in zijn cahier van zijn diepe roerselen verbaasden hem soms zelf en troostten hem. 
Schiermonnikoog is mede de oorzaak van wat Potter bedenkt. In een gesprek tussen twee mensen gaat het daarover:
Daarom gaf het dwalen over het eiland hem zo'n grote beeldende kracht, als ontstond in hem het absolute beeld van die dingen. 

Buiten ruimte en tijd

Plaats van handeling is een ander eiland, dat overigens ook Schiermonnikoog had kunnen zijn. Het lijkt buiten de tijd te staan, zodat er personen uit verschillende tijden in kunnen verschijnen. Het zou zich ook nog buiten de ruimte kunnen bevinden, waardoor het overal kan zijn, zelfs op hetzelfde moment. We komen personages tegen als Machiavelli, Don Pasquale (die we kennen uit de opera van Donizetti). de gravin van Bentinck, Vosmeer de Spie (Vondel, ja), Cagliostro.

Er komt een cycloop met een monocle in voor en het orakel van Delphi wordt geraadpleegd. De godenwereld is niet meer wat die geweest is, en het is nog maar de vraag of de goden nog willen verschijnen.

In alle opzichten is De gelukzaligen een wonderlijk boek. Wie het verhaal precies wil volgen, raakt ongetwijfeld de draad kwijt in de passages over het eiland der gelukzaligen, maar ook in het verhaal over Schiermonnikoog staan wonderlijke gedeelten.

Geestig

Maar dat maakt de roman ook zo intrigerend. Je kunt het best het verhaal ondergaan en je mee laten voeren door de taal van Brakman, die prachtig is. Hij is bijzonder geestig, zeker in de dialogen. Op een gegeven moment legt Potter het aan met mevrouw Venema. Tijdens hun gesprek is er elke keer misverstand over welke van haar mannen ze nu bedoelt. Die verwarring is heerlijk.

Brakman houdt verder van opsommingen van zaken die je niet zo gemakkelijk bij elkaar brengt. Het lijkt dan of de schrijver zich mee laat voeren door zijn associaties:
Nerveus zocht de adel naar de hiërarchie maar te veel was vlottend geraakt: graven, baronnen, doorluchtigheden, titulair-vorsten, enkele wasfiguren, een paar abten, wat monsignori, ministers, metropolieten, vicomtes, mesalliances, tafelzilver, apanages en prerogatieven.
Ook in de beschrijvingen van personages is Brakman vaak geestig.
Alleen de actuele geliefde van de dichter gaf hem gelijk, het was een Frans meisje, dat goed Hollands sprak maar lelijke handen had, korte vingers en aan de blauwige kant. Een verveelmeisje, lusteloos, geheel oncreatief, planloos, onmachtig en voortdurend ontstemd.
De beschrijving gaat nog verder, maar dit geeft al een goede indruk.

De beschrijving van kunstenaarsgemeenschap op het eiland is satirisch. Er is bijvoorbeeld iemand die altijd praat over het laatste hoofdstuk van zijn boek dat nog geschreven moet worden. Ook de verwijzingen naar de Nederlandse literatuur zijn grappig. Naar Roland Holst bijvoorbeeld:
Vreselijk, ik verloor haar, vaak zag ik haar langs de vloedlijn waar zij hoog liep te spreken.
De verwijzing naar Ghijsbrecht van Aemstel is al genoemd, maar ook De waterman van Van Schendel komt in dit boek voor en 'het gebouw der Koffiveilingen' zal wel naar Multatuli verwijzen.

Gelukzaligheid

Hoe zit het met de gelukzaligheid? Al in het begin van het boek wordt gezegd dat het paradijs der geslaagden de hel is der niet geslaagden. De gelukzaligheid is dus niet voor iedereen weggelegd, of betekent voor iedereen wat anders.

Volgens de dichter op Schiermonnikoog is gelukzaligheid 'een uiterste aan taal.' Voor de graaf Von Launitz (de cycloop) is de gelukzaligheid een toestand die te vergelijken is met een halfslaap, een dadenloosheid. Misschien is de gelukzaligheid iets wat je overkomt en waar je verder weinig invloed op hebt. Het personage de prinses zegt tegen het einde van het boek: 'Men kan de gelukzaligheid niet verdedigen zonder haar te verliezen.'

Voor de lezer is de gelukzaligheid misschien wel zich te verliezen in een boek, meegevoerd te worden door andermans hoofd in werelden die anders voor stervelingen onbereikbaar zijn. Of af en toe een beetje Brakman helpt tegen depressies weet ik niet, maar het lijkt me een middel tegen vele kwalen.

vrijdag 17 januari 2020

Podcast: Grote verwachtingen, Berlijn - Het verhaal van de muur, JazzTrain Klassiek

Ook weer drie podcasts in deze week: gesprekken met Geert Mak naar aanleiding van zijn boek Grote verwachtingen, een podcast over Berlijn en de Berlijnse Muur en een podcast met oude jazzmuziek.


Grote verwachtingen

Geert Mak is overal. Net als bij In Europa is hij overal te zien en te horen naar aanleiding van het vervolg, Grote verwachtingen. In dit boek gaat hij verder waar zijn vorige boek stopte. Dat eindigde hoopvol wat Europa betreft. Wat is er terechtgekomen van die grote verwachtingen? 

In een podcasts van de uitgeverij Atlas/Contact gaat Mak in gesprek met Chris Kijne, vier afleveringen lang. Een mooi, helder gesprek. Iemand die het boek niet gelezen heeft, krijgt toch een goede indruk en er worden een paar punten mooi uitgelicht. 

Even terzijde: hou de podcasts van Uitgeverij Atlas/Contact in de gaten. Er zijn ook mooie, korte series geweest met interviews met Jan Brokken, Ewoud Kieft en Dick Swaab. 

Ook in Vlaanderen wordt er aandacht besteed aan Mak. Op de Belgische zender Klara, hier al vaak genoemd is er een gesprek in vijf afleveringen. Interviewster is Nicky Aerts  en er is ook in elke uitzending een deskundige aanwezig. 

Het zijn heerlijke gesprekken: Aerts luistert scherp, maar is ook goed op de hoogte en kan daardoor goede vragen stellen. De deskundigen geven zinvolle en dus boeiende aanvullingen. En met zijn drieën ontstaat er een heus gesprek, waarbij Mak natuurlijk veel ruimte krijgt. 

De vijf afleveringen verschenen op vijf achtereenvolgende dagen. Het waren uitzendingen van het programma Pompidou. Naar die podcast heb ik ook nog even gekeken, maar daarvan verschijnt zo veel dat het me de moed een beetje ontnam. Ik heb nu al amper tijd om alle podcasts te beluisteren die ik wil horen. Maar wie weet, kan ik me niet inhouden en download ik binnenkort toch enkele afleveringen.

Over Grote verwachtingen is of gaat ook een televisieserie van start, gemaakt toen Mak nog aan het boek werkte. De afleveringen worden in twee reeksen uitgezonden.



Berlijn -Het verhaal van de muur

Nog maar een podcast van Klara - ik kan er niets aan doen. Vorig jaar was het dertig jaar geleden dat de Berlijnse muur viel, een mijlpaal in de geschiedenis. Daar moest natuurlijk aandacht aan besteed worden en dat is ook gebeurd.

De zender Klara deed dat in een podcast van vier behoorlijk lange afleveringen: ongeveer honderd minuten per aflevering. De twee personen met wie we steeds te maken krijgen, zijn Karin Billiet en Piet de Moor.

De Moor bezoekt al sinds de jaren zeventig Berlijn en heeft zich er uiteindelijk ook gevestigd. Hij is goed thuis in de stad. Karin Billiet heeft een veel kortere geschiedenis met Berlijn, van na de val. Ook zij weet best het een en ander.

Het is prettig dat beide gidsen zo betrokken zijn bij de stad. Ze lopen door de stad en nemen ons mee op hun wandelingen. Dat ter plekke praten over het leven in Berlijn werkt veel beter dan een gesprek in de studio gedaan zou hebben. We horen soms achtergrondgeluiden en de Billiet en De Moor beschrijven wat ze zien.

Ze weten door wat ze aan elkaar en aan ons vertellen een levendig beeld op te roepen, met mooie anekdotes. En natuurlijk is er, zoals altijd bij de podcasts van Klara, ruim tijd voor bijpassende muziek.

De podcast maakt nieuwsgierig. Naar aanleiding van een lied van Wolf Biermann googelde ik hem en voor ik het wist was ik verdiept in allerlei wetenswaardigheden, die niets meer met hem te maken hadden, maar wel met de DDR, zoals het boeiende leven van Christa Wolf, ooit informante van de Stasi, maar later door dezelfde dienst in de gaten gehouden.

Dat laatste heeft eigenlijk niet met de podcast te maken, maar het maakt duidelijk hoe gretig zo'n podcast je kan maken en hoe die je kan laten beseffen dat er nog heel veel is dat je eigenlijk ook wilt weten.

Berlijn - Het verhaal van de muur is een enthousiasmerende podcast, die iedereen zichzelf zou moeten gunnen.


Jazztrain Klassiek

Vaak kom je, al zoekend, van de ene podcast bij de andere. Van tijd tot tijd luister ik naar podcasts over jazz. Ik schreef eerder al over All that jazz (even naar beneden scrollen) en Jazziness. Er zijn ook veel buitenlandse podcasts over jazz, bijvoorbeeld In the groove.

Al zoekend kwam ik op JazzTrain Klassiek, een podcast van Studio 040, Eindhoven en omgeving. Nooit van gehoord, maar ik heb me geabonneerd. Presentator is Willem Weijts. Hij leest verbindende teksten voor en dat is duidelijk wat minder sappig dan de vertellende presentator bij All that jazz, uit het oosten des lands.

De teksten zijn helder en ze zijn kort, zodat er veel tijd overblijft voor de muziek. Vooroorlogse jazz, met aandacht voor bijvoorbeeld New Orleans, Dixieland en swing. Vaak staat er een artiest (of een band) centraal. Aan het eind van de uitzending heb je echter ook een beeld van de jazz in die tijd. En als je geen zin hebt om nauwkeurig te luisteren naar de teksten, heb je altijd de muziek nog.

Toen ik dit stukje voorbereidde kwam ik op deze pagina, waar ik te weten kwam dat er ook nog een podcast JazzTrain Modern is. Daar heb ik nog niets van gehoord, maar ik heb me er alvast op geabonneerd. Zal ook wel lekkere muziek zijn.

donderdag 16 januari 2020

Angel Wings 6: Atomic (Hugault / Yann)


Series werken vaak het best als je ze helemaal volgt: je leert de karakters van de personages beter kennen, ziet de lange verhaallijnen en pikt ook verwijzingen naar wat eerder gebeurd is beter op. Het is mooi als daarnaast de afzonderlijke albums toegankelijk zijn voor een toevallige lezer.

Bij de reeks Angel Wings ben ik zo'n toevallige lezer: nooit eerder las ik iets van deze serie. Ineens zit ik met deel 6, Atomic, in handen. Ik val dus midden in een verhaal en moet proberen er iets van te maken.

WASP

Nog voor het verhaal begint, lees ik, voor in het album, dat het WASP-insigne op de voorkant  gecreëerd is door Florence Reynolds, zelf een ex-WASP, die na de oorlog juwelierster werd. Dat WASP moest ik opzoeken: Hier las ik dat het Women Airforce Service Pilotes betekent. Het gaat om een groep vrouwen die testvluchten maakten, piloten trainden en vliegtuigen verplaatsten.

Dat zo'n echt insigne is gefotografeerd en ook nog door iemand die werkelijk bij de WASP heeft gezeten, maakt het meteen interessant. Op de titelpagina is een satirisch gedicht opgenomen dat in 1945 in omloop was. Het gedicht spot met de bemanning van kolonel Tibbets, die weer een rol speelt in dit album. Je weet dus dat het verhaal dat je gaat lezen weliswaar fictie is, maar dat er aandacht is geweest voor de historische bedding.

Verder krijgen we een speellijstje: muziek om naar te luisteren terwijl we het album lezen. Vera Lynn natuurlijk, maar ook The Andrew Sisters en 'Enola Gay' van Orchestra Manoeuvres in the Dark. Daar heb ik mij overigens niet aan gehouden, maar zo'n lijstje zegt iets over de aandacht waarmee het album is gemaakt en over het totaalplaatje dat de makers voor ogen hadden.

Chantabele kolonel

Het verhaal start in juni 1935, als een politieagent iemand betrapt met een minderjarig meisje in zijn auto, met wie hij duidelijk geen eerbare bedoelingen heeft. Het blijkt Paul Tibbets te zijn, die later kolonel zal worden. Als zijn verleden boven water dreigt te komen, is hij natuurlijk chantabel.

Het verhaal gaat verder in 1944. Hoofdpersoon is Angela McCloud, wier zus Maureen op duistere wijze om het leven gekomen is. Ze wil opheldering en wil daartoe de direct betrokkenen spreken. Dat valt nog niet mee, want niet iedereen wil het achterste van zijn of haar tong laten zien. Mogelijk hebben sommige personen iets te verbergen.

Beetje bij beetje krijgt Angela, en met haar de lezer, een beeld van wat zich heeft afgespeeld. Tegen het einde zijn er enkele plotwendingen die de aandacht van de lezer vasthouden. Daardoorheen slingert zich de verhaallijn van Paul Tibbets, die ook verbonden is met die van Angela: hij was verliefd op Maureen en wilde daar zelfs zijn huwelijk voor op het spel zetten.

Vliegtuigen

Belangrijk zijn natuurlijk de verschillende typen vliegtuigen. Aan de binnenkant van het kaft en op het schutblad is de Boeing B-29 Superfortress getekend vanuit verschillende perspectieven en er is een lijstje met de technische gegevens.

Van vliegtuigen heb ik geen verstand en ik ben ook geen vliegtuiggek, maar ik kan me voorstellen dat mensen die van vliegtuigen houden, smullen van dit soort albums. De vliegtuigen zijn in al hun glorie tot in detail te zien, met liefde getekend.

Niet alleen de vliegtuigen overigens. De auto waarin Paul Tibbets op de eerste pagina betrapt wordt met een minderjarig meisje kent dezelfde detaillering. Ik ben ervan overtuigd dat alle details (bij bijvoorbeeld het dashboard) kloppen.

Soms is er het vermoeden van enig effectbejag in de tekeningen, bij bijvoorbeeld een bloederig verhoor of het gezicht van iemand die huilt, maar technisch is dat ook allemaal best goed gedaan. De inkleuring is wat gladjes, maar efficiënt en de juiste sfeer oproepend.

Psychologie

Doordat ik niet zoveel geef om vliegtuigen, behoor ik waarschijnlijk niet meteen tot de doelgroep, maar ik heb me niet verveeld bij het lezen. Het verhaal zit goed in elkaar. Niet alleen omdat je wilt weten hoe het afloopt, maar omdat het psychologisch ook interessant is.

De figuur van Dora Dougherty bijvoorbeeld, een stoere vrouw, 'one of the guys', maar geen schoonheid. Die krijgt op een gegeven moment Maureen naast zich die dat wel is. Je voelt wat er wringt tussen die twee. Waartoe dat allemaal heeft geleid, kan ik hier niet uit de doeken doen, omdat dat het toekomstige leesplezier zou verminderen. Maar aan het eind van het verhaal heb je een ander, completer beeld van Dora dan aan het begin.

Voor mij is dit deel van Angel Wings een onderhoudend album, prettig om te lezen, prima om te bekijken. Er zullen lezers zijn die voluit enthousiast zijn. Dat kan ik me goed voorstellen.

Reeks: Angel Wings (Pacific)
Deel: 6 Atomic
Scenario: Yann
Tekeningen: Romain Hugault
Uitg. Silvester
's-Hertogenbosch 2019, 48 blz. hardcover €19,95


woensdag 15 januari 2020

Van den Vos Reynaerde (R. van Genechten)


Wie ooit les heeft gehad in de Nederlandse literatuur kent Van den vos Reynaerde. Volgens zijn naam heeft de vos een smetteloos karakter, maar hij maakt voortdurend slachtoffers. Desondanks blijft hij sympathiek.

Het middeleeuwse verhaal is een satire. De hebzucht van de adel wordt bijvoorbeeld aan de kaak gesteld en het feit dat de geestelijkheid wel heel vrij met sommige regels omgaat. Als de vrouw van de pastoor in het water valt, belooft de zielenherder een aflaat voor een jaar voor degene die zijn vrouw redt. Gratis zondigen dus!

Van Genechten

In de loop der eeuwen zijn er heel wat Reynaertverhalen verzonnen. Soms werd Reintje een figuur in een kinderboek, dat verder onschuldig was. Maar in 1941 verscheen een heel andere versie. De auteur was Robert van Genechten.

Van Genechten was een Vlaming die na de Eerste Wereldoorlog België moest ontvluchten omdat hij gecollaboreerd had met de Duitsers. Hij sloot zich aan bij de NSB en werd in de Tweede Wereldoorlog bijzonder hoogleraar economie. Hij schreef Van den Vos Reynaerd, ruwaard Boudewijn en Jodocus. 

Het boek werd in 1941 uitgegeven bij De Amsterdamsche Keurkamer, een foute uitgeverij, ooit opgericht door George Kettmann jr., redacteur van Volk en Vaderland en van het antisemitische tijdschrift De misthoorn. Als lid van de SS had hij de functie Kriegsberichter.

De tekeningen in Van den vos Reynaerde zijn van Maarten Meuldijk, ook redacteur bij Volk en Vaderland en al vanaf 1933 lid van de NSB. Na de oorlog zou de Commissie voor de Perszuivering hem een beroepsverbod opleggen voor twintig jaar.

Vervolg

Het verhaal van Reynaert is een vervolg op het middeleeuwse verhaal: koning Nobel is nog steeds koning, maar hij is oud en ziek. Verder herkennen we figuren als Izegrim (soms in het boek van Van Genechten gespeld als Isegrim), Bruin de beer, Tybaert de kater, Firapeel het luipaard en Belijn de ram. Vreemd genoeg loopt ook de hen Coppe nog rond, hoewel die in het oorspronkelijke Reynaertverhaal gedood is.

Maar er zijn ook nieuwe figuren, zoals de ezel Boudewijn. Deze ezel geeft Nobel persoonlijk een doodschop en wordt dan aangesteld als ruwaard, een regent of een landvoogd dus. Maar, zoals Belijn tegen Boudewijn zegt: als je op de troon zit, heb je de rechten van de koning, ook al ben je geen koning.

De zoon van koning Nobel, Lionel, trekt weg, evenals een stel andere dieren. Boudewijn wordt gesteund door Belijn de ram en Lietpit de aap, kapper aan het hof en door een dier dat net nieuw is in het bos, het 'neushoorndier' Jodocus.  Dit dier is distelkweker en heeft al over de hele wereld gezworven.

Vrijheid, gelijkheid en broederschap

Belijn, Lietpit en Jodocus krijgen zitting in de raad die het voor het zeggen zal hebben. Ze prediken vrijheid, gelijkheid en broederschap. De vrijheid behelst bijvoorbeeld dat de distels overal moeten kunnen groeien.

Ook Reynaert is intussen weggetrokken. Het dierenrijk waarover Jodocus regeert bevindt zich in het land van Waes, Reynaert vindt zijn plek in het oosten van Nederland, het gebied tussen Lochem en Ruurlo.

Er komt van de gepredikte vrijheid niet veel terecht. Volgens Jodocus is de oorzaak daarvan dat de dieren vast blijven zitten aan hun sibbe. Ze moeten daarom gestimuleerd worden om te paren buiten hun soort. De raad geeft het voorbeeld: Lietpit neemt een teef tot gemalin en Belijn een kalf.

Chaos is het gevolg van de vermenging van soorten:
Geen enkel [dier] hield zich nog aan de regels van zijn geslacht. De konijnen kropen in vossenholen, de kippen wilden zich een horst bouwen. Zij dachten aan geen jagen meer, waarbij de kansen werden bepaald door elks aanleg, maar als zij honger hadden overvielen zij elkaar toch.

Wederdienst

Intussen laat Jodocus zijn familieleden rondgaan om belasting te innen; eenderde van de inkomsten moet afgestaan worden aan het hof. Als iemand niet kan betalen, volgen er overigens geen straffen. Maar dieren die een schuld hebben, worden daardoor wel afhankelijk van Jodocus. Die kan hen dan later om een wederdienst vragen. Geen grote dienst, maar wel een die strijdig is met hun gewoonten.

Natuurlijk is er verzet: sommige dieren weigeren zich te mengen met andere soorten en willen ook geen belasting betalen. Ze worden uit de ambten bij het Hof gestoten.
Toen kwam er groote verwarring over de dieren. Zij waren nu ware broeders geworden en paarden onder elkander. De stier en de geit, de haas en de visch, de fret en het everzwijn en daardoor erkenden zij zichzelf en elkander niet en zij verwarden zich in elkanders namen en gewoonten en zij vraten hun eigen kinderen, die zij niet meer herkenden.
De dieren in de grensgebieden van het rijk vallen eigenlijk nauwelijks onder het gezag van de ruwaard. De raad besluit dat Reynaert naar het hof gehaald moet worden. Belijn wordt eropuit gestuurd, maar die komt niet terug. Daarna wordt Lietpit naar het oosten gezonden. Ook die wordt door Reynaert te pakken genomen. Aan het hof bestaat de indruk dat deze twee dieren niet meer loyaal zijn.

Jodocus en Reynaert

Uiteindelijk gaat Jodocus met een groot gevolg op weg naar Reynaert. Maar aangezien hij Reynaert niet kent, weet hij ook niet hoe die eruitziet. Hij laat zich dan ook gemakkelijk om de tuin leiden.

Intussen is de zoon van Nobel, Lionel, weer in de streek. Hij is klaar om de troon over te nemen. Uiteindelijk komt alles weer goed: Lionel wordt koning en onder de belastinggaarders, de familie van Jodocus, wordt een bloedbad aangericht al 'wisten sommige hunner te ontkomen en te vluchten naar andere landen.'

De ezel Boudewijn wordt 'met heel zijn geslacht aan de menschen overgeleverd en kreunt nu onder de slagen.' Aan het slot van het verhaal heeft Reynaert alweer kans gezien een vette hen te verschalken 'en zoo zal het ook wel altijd blijven.'

Karikatuur

De opmerkelijkste figuur in het Reynaertverhaal zoals Van Genechten het vertelt, is de neushoorn, Jodocus. Niet voor niets zal zijn naam beginnen met 'Jood' en niet voor niets is het een dier met een opmerkelijke neus. In karikaturen uit die tijd werden Joden altijd met een geprononceerde neus afgebeeld.

We mogen ervan uitgaan dat Jodocus staat voor de Joodse mensen in de toenmalige samenleving. Jodocus heeft over hele wereld gezworven, wat aansluit bij het het verhaal over 'de wandelende Jood'. Er wordt dan ook gesproken over zijn 'eeuwige treklust' en dat het 'de vloek van zijn geslacht' is dat het nergens thuis is.

Jodocus is distelkweker en krijgt het voor elkaar dat zijn distels overal mogen groeien. Het verspreiden van distels zou gezien kunnen worden als het verspreiden van sommige ideeën.

Een van de ideeën die aandacht krijgen in het boek, is de vermenging van rassen. Jodocus zorgt ervoor dat de rassen zich met elkaar vermengen. Raszuiverheid komt dan vooral nog voor bij de dieren die al aan het begin uitgeweken zijn en die later, onder leiding van Lionel weer terugkeren.

Antisemitisch

Dit boek van Robert van Genechten is duidelijk antisemitisch. In Jodocus wordt er generaliserend kritiek geleverd op alle Joden. Alles aan Jodocus is negatief: hij manipuleert, komt slinks aan de macht, drijft zijn ideeën door. Hij doet vriendelijk, maar krijgt zo wel de macht over andere dieren.

Tegenstanders van Jodocus hebben het zwaar. Rosseel de eekhoorn bijvoorbeeld: hij zegt dat Jodocus in de Dietsche landen niet thuishoort. Hij is als knecht zijn werk begonnen en gedraagt zich nu als een vorst. Limpaard het everzwijn stelt voor om Rosseel onder de voet te lopen, maar Jodocus zegt dat men alleen maar al het voedsel dat Rosseel wil nemen voor zijn neus moet weghalen. De eekhoorn kan zo nauwelijks in leven blijven en krijgt uiteindelijk toestemming om de vlooien van Jodocus te eten.

De schrijver laat in de beschrijving zijn afkeer van Jodocus al merken. Drie citaten:
-zijn wanstaltig uiterlijk
-voelde in zijn lompe lichaam alle hete lusten van het Oosten.
-Jodocus' vette lippen trilden
Het is duidelijk dat de lezer een hekel moet krijgen aan Jodocus en in hem van alle Joden. De suggestie dat Joden uit zijn op macht heeft al vaker de ronde gedaan, tot ver na de Tweede Wereldoorlog. In Het complot heeft de striptekenaar Will Eisner uitvoerig uit de doeken gedaan hoe het zit met De protocollen van de wijzen van Zion, waarbij hij uitlegt wat de complottheorie is en ook dat al verschillende keren is aangetoond dat die op niets is gebaseerd.

Film

Van het boek van Van Genechten werd ook nog een tekenfilm gemaakt, waaraan door veertig animators werd meegewerkt. De film werd indertijd slechts een enkele keer vertoond: op 25 april 1943, in Den Haag. Pas in 2006 was te film weer te zien, op een festival voor animatiefilms.

Van Genechtens Reynaertversie is nu zo ongeveer vergeten en dat lijkt me niet meer dan terecht: het is een middelmatig verhaaltje. Als voorbeeld van antisemitische propaganda kan het nog steeds dienen. Blijkbaar werden alle middelen aangegrepen om Joodse mensen verdacht te maken, zelfs een verhaal dat ook door kinderen gelezen had kunnen worden.

vrijdag 10 januari 2020

Podcast: De kat is allergisch, Rewind, Het verloren hoofd

Drie podcasts: een over kinderloze jonge vrouwen, een over het Nederlandse levenslied en een over een zoektocht naar het hoofd van een Indonesische verzetsstrijder.


De kat is allergisch

Om een podcast te beoordelen moet je eigenlijk verschillende afleveringen beluisteren. Dat probeer ik vaak ook wel en als een podcast me bevalt, beluister ik zoveel mogelijk afleveringen. Een enkele keer haak ik al snel af. Bij Een nijlpaard kon lachen redde ik net twee afleveringen, maar bij de Zelfspodcast ben ik halverwege een aflevering afgehaakt: niet voor mij, zonde van mijn tijd.

Dat gebeurde met ook De kat is allergisch en dat viel me tegen. Van mezelf natuurlijk, maar ook van de podcast, waar ik best wat van verwachtte. Ik krijg hem binnen op hetzelfde kanaal als In mijn tijd was 't beter, waarover ik hier schreef. Dat vond ik een mooie podcast: mensen van verschillende generaties vertellen over hetzelfde thema.

Vort'n Vis

Later luisterde ik naar You just can't kill de Vort'n Vis, ook een podcast van Kim Lefevre. Daarin stond de dertigjarige geschiedenis van een 'autonoom centrum' in Ieper centraal. Mooi gedaan: je krijgt niet alleen een beeld van dat jeugdhuis en van de muziek die daar gespeeld werd, maar het geeft ook een beeld van de tijd. Bijna alle afleveringen heb ik beluisterd.

Mij deed het denken aan Paradiso 50, van de VPRO,  een soortgelijke podcast, ook met mooie verhalen. Ik heb daar nooit over geschreven, maar ook die podcast is de moeite waard.

En nu is er De kat is allergisch. Op deze site lees ik de ironische informatie:
De tegenhanger van alle mamapodcasts en mamablogs: In e kat is allergisch vertellen bewust kindervrije vrouwen hoe ze hun leeg, egoïstisch bestaan gespeend van alle liefde en kindergeluid invullen.
Ik ben begonnen aan de eerste aflevering. Enkele vriendinnen zitten bij elkaar en praten samen over hun levens. Ze hebben het erg gezellig en moeten vaak lachen. Blijkbaar vinden ze elkaar of zichzelf grappig.

Afgehaakt

Halverwege de eerste aflevering ben ik afgehaakt. Nog steeds geen lijn te ontdekken, maar misschien was dat ook niet de bedoeling. Maar het was ook nog steeds niet interessant geworden. Voor mij, tenminste. Het was mij ook niet duidelijk voor wie die podcast wel interessant zou kunnen zijn. De vrouwen hebben het samen erg gezellig en hebben de luisteraar niet nodig, lijkt me en ik kan me moeilijk voorstellen dat er luisteraars zijn voor wie de podcast informatie geeft, inzicht brengt, vermaak biedt.

Misschien wordt mijn oordeel ingegeven doordat ik man ben en is de podcast vooral voor vrouwen bedoeld. Ik snap dat De kat is allergisch een tegenhanger kan zijn voor podcasts die gaan over verhoudingen in een gezin of die de vrouw vooral tonen in de rol van moeder, maar zou zo'n podcast zich dan niet ook op mannen kunnen richten?

Goed, ik ben weg. Ik wacht de volgende serie van Kim Lefevre wel af. Daar zal ik me weer net zo op verheugen als op de vorige series.


Rewind


De podcast Rewind ken ik van een tijdje terug, de laatste maanden van 2018, toen er een vijfdelige serie verscheen over de dancemuziek in Nederland. Dance is helemaal niet mijn muzieksoort, maar ik  ben wel geïnteresseerd in geschiedenis en ik wil ook graag wat leren. Alle afleveringen heb ik beluisterd.

Elke aflevering heeft een datum in de titel en er wordt meteen uitgelegd wat er op die dag gebeurde. Bijvoorbeeld: 15 mei 1993, de dag dat de politie Multigroove oprolde; 21 juni 1999, de dag dat de RoXY afbrandde; 4 januari 2015, de dag dat club Trouw dichtging.

Net als bij You just can't kill de Vort'n Vis geeft de podcast een mooi beeld van een tijd, in een kleine gemeenschap. Het wordt duidelijk hoe die tijd verstrijkt en wat er intussen verandert. Het is mooi dat daar verslag van wordt gedaan. Nu zijn er nog veel oor- en ooggetuigen in leven en zo krijg je de verhalen uit de eerste hand.

Levenslied

Ik dacht dat het na vijf afleveringen Rewind gebeurd zou zijn, maar een jaar later (december 2019) waren er ineens drie nieuwe afleveringen over de Nederlandse muziekgeschiedenis, namelijk over het levenslied.

De eerste is '22 juni 1955 - de dag dat de hele Jordaan naar Krasnapolsky trok.' Op die dag was er een zangwedstrijd en dat betekende de doorbraak van Johnny Jordaan. Ongetwijfeld komt dat ook voor in de televisieserie Bij ons in de Jordaan, waarin Kees Prins meesterlijk de rol van Johnny Jordaan vertolkte. Gezien en van genoten, maar die zangwedstrijd was ik kwijt.

Deel 2 gaat over '23 oktober 1969 - de dag dat de Zangeres zonder Naam voor Gerard Reve zong.' Ja, dat kan ik wel plaatsen. Gerard Reve (die toen nog Gerard Kornelis van het Reve heette) kreeg de P.C. Hooftprijs. Hij afficheerde zich graag als volksschrijver en bij het feest in de Allerheiligste Hartkerk in Amsterdam wilde hij ook een volkszangeres. Dat werd de Zangeres zonder Naam. Reve werd die avond overigens geïnterviewd door de ons onlangs ontvallen Hans Keller.

Krakersrellen

Deel 3 vertelt over wat zich afspeelt op '3 maart 1980 - de dag dat Drukwerk de barricades op ging.' We spreken over het jaar waarin Beatrix tot vorstin gekroond werd en ieder van boven de vijftig herinnert zich de rellen waarmee dat gepaard ging. En anders moet je De slag om de Blauwbrug van A.F.Th. van der Heijden maar eens (her)lezen.

De krakers laten van zich horen en wie zijn er bij? De mensen van de band Drukwerk. Harry Slinger (je weet wel, die met het rode mutsje) vertelt erover.

Ook deze tweede serie over de Nederlandse muziekgeschiedenis is weer de moeite waard. Bij de aflevering over de Zangeres zonder Naam hoorde ik weinig nieuws, maar ik vond het geen straf om ook die aflevering helemaal te beluisteren. Aanbevolen!



Het verloren hoofd

De podcast Het verloren hoofd deed me heel erg denken aan de serie O'Hanlons helden. Daarin reist Redmond O'Hanlon een aantal legendarische reizigers na. In De koppensneller van Genua is dat de Italiaan Luigi d'Albertis. Het blijkt dat een indertijd gesneld hoofd zich nog in Italië bevindt en onze gids doet zijn best om dat terug te bezorgen bij de stam waar het hoofd thuishoort. Als je de documentaire wilt bekijken, klik dan hier

Iets soortgelijks gebeurt bij Het verloren hoofd. Podcastmaker Mathijs de Groot en Nienke Zoetbrood komen in contact met historicus Donald Tick. Hij is ervan overtuigd dat ergens in Nederland het hoofd wordt bewaard van een Indonesische verzetsstrijder. Hij heeft in de loop der jaren al heel wat onderzoek verricht en hij komt regelmatig in Indonesië.

Speurtocht

Zoetbrood en De Groot gaan mee met het project en beginnen zelf een speurtocht, waarbij ze niet altijd de medewerking krijgen van de diverse instanties. Ze proberen als journalist naar Indonesië te gaan, maar daar hebben ze een speciaal visum voor nodig. In de vierde aflevering hoor je of dat lukt.

Hoeveel afleveringen de podcast uiteindelijk zal gaan beslaan, is nog niet duidelijk. De eerste vier heb ik intussen beluisterd. Het onderwerp is interessant, de zoektocht is boeiend, maar niet in elke aflevering is het tempo hoog genoeg. Dan krijg je heel veel tussenstapjes, waar van mij de passen best wat groter hadden mogen zijn. Er had wel wat in gesneden mogen worden.

Maar hoe dan ook: ik luister nog steeds en daar ga ik waarschijnlijk ook nog wel even mee door. Op de site vind je alle afleveringen.

woensdag 8 januari 2020

Broeder, schrijf toch eens! (Rinus Spruit)



Het leven hangt van toeval aan elkaar. Afgelopen week was ik op de nieuwjaarsreceptie, tevens sluitingsceremonie, van mijn vaste boekhandel. Ach, Paard van Troje. Boeken waren te koop met vijftig procent korting. Ik was niet van plan wat te kopen, maar had toch na een tijdje een stapeltje boeken in mijn handen. De biografie van Jacob van Lennep bijvoorbeeld; die wou ik toch al lezen (zie hier), maar het kwam er niet van. En ook Broeder, schrijf toch eens! van Rinus Spruit.

Ik herinner me dat ik las over Een dag om aan de balk te spijkeren (2013). Dat is een titel die je onthoudt en wat ik over het boek las, stond me ook aan, maar ik kocht en las het niet. Eerder verscheen De rietdekker (2009) en in 2019 De wonderdokter. Allemaal niet door mij gelezen en zelfs nauwelijks door me opgemerkt. Daar is niet een goede reden voor, het is gewoon gebeurd.

Roman?

En nu stond ik ineens toch met een boek van Spruit in mijn hand en bij thuiskomst ben ik het meteen gaan lezen. Het is een merkwaardig boek. Er staat 'Roman' op de titelpagina, maar ik heb het idee dat de auteur dicht bij zijn eigen leven is gebleven. De hoofdpersoon heet Rinus Spruit, zijn vader was rietdekker, net als zijn opa; hij woont in Zeeland, Zuid-Beveland; hij is schrijver.

Het boek is verdeeld in twee delen. In het eerste deel wordt verteld dat de hoofdpersoon na de dood van zijn vader in het ouderlijk huis is gaan wonen. Op zolder zijn er dozen met familiepapieren. Die bekijkt hij. Er komen herinneringen boven aan zijn jeugd, hij wordt nieuwsgierig naar de zussen van zijn grootvader, onder wie een zus die in Antwerpen is gaan wonen en twee zussen in Amerika, die brieven hebben geschreven. Verder schrijft de hoofdpersoon stukjes, verhaaltjes en noteert hij observaties.

Het tweede deel gaat op een vergelijkbare manier verder. Het speuren naar de familiegeschiedenis komt daar niet in voor, wel wat wederwaardigheden van de schrijver met vrouwen. Dat loopt allemaal op niets uit.

Je zou kunnen zeggen dat er weinig lijn zit in Broeder, schrijf toch eens! De opbouw is rommelig, er is geen plot waar het boek naar toe werkt. Allemaal waar, maar het boek heeft andere kwaliteiten.

Landschap

Het landschap waarin Rinus leeft wordt mooi opgeroepen. Hij kan tijden uitkijken over een tarweveld of over de Schelde, hij bekijkt de vogeltjes op de voederplaats en wij kijken met hem mee. Het levenstempo ligt vrij laag en het is aangenaam om ook daarin mee te gaan. Er zijn geen harde deadlines, er zijn geen lijstjes met taken die afgewerkt moeten worden. Er is tijd om naar het land te kijken of om met een buurman een  kop koffie te drinken en daar niet te veel bij te zeggen.

Er hangt een melancholische stemming in het boek. De verteller haalt jeugdherinneringen op, die vaak ook herinneringen aan zijn ouders en dan vooral aan zijn vader zijn. Eigenlijk is hij na de dood van zijn vader nog steeds voor hem aan het zorgen.
Ik ben niet met mijn dode vader bezig maar met mijn levende. Behoefte hem te helpen, zijn leven te leven, hem te behoeden voor onheil, zijn gids te zijn. Zijn leven lichter te maken. Maar dat kan niet meer en dat hoeft niet meer. Hij heeft zijn leven al geleefd.

Levend houden

Het gaan wonen in het ouderlijk huis, dicht bij het vroegere huis van opoe, is misschien ook een poging de voorzaten levend te houden, maar de poging mislukt. Aan het eind van het boek constateert de verteller dat zijn leven stilstaat en dat het huis zonder vader zijn ziel heeft verloren. Hij besluit om weg te gaan uit het huis, al voert hij dat besluit niet meteen uit.

Intussen doet hij wat hij kan en dat is schrijven.
Schrijven is het enige recht van leven.
Schrijven om alles goed te maken.

Vrouwen

Met de vrouwen wordt het niets, want zoals een van de vrouwen opmerkt: geen enkele vrouw zal ooit goed genoeg zijn. Ze vallen allen in het niet bij zijn moeder.

Over hoe hij het in het leven gedaan heeft, is hij niet positief:
'Ik heb mijn leven behoorlijk verkloot,' zeg ik. 'Ik kon geen vrouw en geen werk naar mijn zin vinden. Ik liep weg waar ik had moeten blijven en bleef waar ik beter weg had kunnen gaan. Mijn eenvoudige hardwerkende vader zag het aan, begreep het niet en leed eronder. En ik lachte om zijn simpelheid. Hij is nu anderhalf jaar dood en hoe langer hij dood is hoe meer ik aan hem denk. Ik zou mijn leven over willen doen, al was het alleen maar voor mijn vader.' 
De verteller wil graag bij een gemeenschap horen, maar hij heeft tegelijkertijd een soort ruimtevrees, zodat hij het kleinschalige en het bekende opzoekt. Daarbij moet je ook denken aan de vader, die rietdekker was en hoog op de daken te vinden was, maar hij had ook hoogtevrees. Wat iemand wil bereiken wordt niet ondersteund door hoe iemand is.

Op zoek naar de geschiedenis van de oudtante in Antwerpen trekt de verteller er trouwens wel op uit, maar ook dat levert niet een succesverhaal op.

De stijl, de toon, de stemming - dat zijn wel redenen om dit boek te lezen. Niet een roman zoals we gewend zijn, maar wel een boek waarvan je het idee hebt dat het alleen maar door deze schrijver geschreven zou kunnen zijn. Er is niets aan te doen, ik zal meer van Rinus Spruit moeten gaan lezen.

vrijdag 3 januari 2020

Podcast: Het marathoninterview / De Correspondent

Er zijn veel, heel veel, podcasts met interviews. Vandaag schrijf ik over twee daarvan. Een monument in de interviewgeschiedenis is Het marathoninterview van de VPRO en bij De Correspondent voert Lex Bohlmeijer Goede gesprekken. Op dat kanaal is trouwens meer te vinden. Ik heb nog niet genoeg beluisterd van Touché, een Vlaamse podcast, met gesprekken die twee uur duren. De eerste indruk is erg positief. Daar kom ik misschien later nog eens op terug.



Het marathoninterview

Het marathoninterview was ooit een echt marathoninterview: interviewer en gast waren vijf uur lang tot elkaar veroordeeld. Vijf uur! Alleen even plassen onder het journaal.

De VPRO begon met de interviews in 1986, lees ik op Wikipedia. De eerste jaren waren er vooral interviews in de zomer, maar in verschillende jaren ook in de kerstvakantie.  Voor dit soort programma's heb je weinig personeel nodig. Dat komt mooi uit als veel medewerkers op vakantie zijn.

Veel van die interviews uit het verleden staan al jaren online. Ik heb ze bijna alle beluisterd en kan er melancholisch van worden als ik erover vertel. De stem van Molly Geertsema bijvoorbeeld, of het vertellen van Louis Lehmann! Albert Helman had een betere interviewer verdiend, maar hij kreeg wel de ruimte om te vertellen. Over zijn indiaanse grootmoeder bijvoorbeeld, die in zijn nek kon ruiken of hij ziek werd.

Ward Ruyslinck was al over zijn hoogtepunt heen toen hij geïnterviewd werd. Hij was verzuurd en klaagde over het gebrek aan waardering en had er geen enkel oog voor dat de kritiek op de boeken die hij toen schreef zeer terecht was. En ik herinner me Ger van Elk, die vertelde over Bas Jan Ader.

Korter

Maar de radio moet snel en vluchtig. Bij actualiteiten krijg je elk uur hetzelfde te horen en elk kwartier moet er een plaat gedraaid worden. Dat is Het marathoninterview gelukkig bespaard gebleven, maar de gesprekken werden wel korter: van vijf uur naar vier uur naar drie uur. En nu zijn de gesprekken zelfs maar tweeënhalf uur lang. Daarin kun je natuurlijk nog steeds een goed gesprek voeren, maar er gebeurt toch minder tussen de twee gesprekspartners dan wanneer ze dubbel zo lang bij elkaar zitten.

De interviewers waren legendarisch, toen al: Ischa Meijer, Martin van Amerongen, Joop van Tijn, Arend Jan Heerma van Voss, Wim Brands, Max van Weezel, een enkele keer.

Zoals gezegd, de gesprekken zijn korter geworden en het zijn er minder, maar ze zijn er nog. In deze kerstvakantie waren er gesprekken met Femke Halsema, Roxane van Iperen en Roger Cox. De eerste twee heb ik intussen gehoord en met veel plezier.

Halve marathon

Een spin-off is De halve marathon: gesprekken die nog weer een uur korter zijn en dus niet een naam zouden mogen hebben waarin het woord 'marathon' voorkomt, maar ik snap wel dat je uit publicitaire overwegingen wilt aansluiten bij wat men kent. In deze gesprekken is de interviewer een 'jonge radiomaker'. Leuke gesprekken ook, trouwens. Een greep uit de gasten: André Manuel, Ellen Deckwitz, Tofik Dibi, Theo Loevendie, Ancilla van de Leest. Best het luisteren waard.

Bij het echte marathoninterview waren de gasten van nog zwaarder kaliber: Hugo Claus, Jeroen Brouwers, Maarten 't Hart, Kees Fens, Conny Palmen, Kristien Hemmerechts, Jan Wolkers, Johnny van Doorn, Oek de Jong, Arnon Grunberg, Hella Haasse, Cees Nooteboom, Tom Lanoye, A.F. Th. van der Heijden, Rutger Kopland om maar eens een greep te doen uit de gasten in de literaire hoek en dan sla ik er echt heel veel over.

Maar ook: Harry Kuitert, Douwe Draaisma, Jeroen Willems, Agnes Kant, Ruud Lubbers, Afshin Ellian, Piet Borst, Hans van Mierlo, Jan Montyn, Poncke Princen, Rudi Fuchs, Ayaan Hirsi Ali, Johannes van Dam, James Kennedy, Hedy d'Ancona, Jolande Withuis - ach, ik kan aan de gang blijven. Een bont gezelschap, maar altijd mensen naar wie je wel wilt luisteren.

Voor wie van goede gesprekken houdt: er zit altijd wat voor je tussen. En probeer ook eens een gesprek met iemand die je nog helemaal niet kent. Ook dat is vaak verrassend. Dat ga ik doen door het gesprek met Roger Cox te beluisteren.



De Correspondent

Wie zich abonneert op het kanaal van De Correspondent krijgt van alles binnen. Een deel daarvan wordt gevormd door artikelen die voorgelezen worden door de schrijver. Best aardig, meestal, voor even tussendoor. Soms zijn het artikelen die ik in gedrukte vorm waarschijnlijk niet gelezen zou hebben, omdat het onderwerp me minder interesseert, maar die ik dan toch beluister, met mijn dwangmatige idee dat ik die afleveringen allemaal moet beluisteren om er een oordeel over te kunnen hebben.

Soms bescherm ik mezelf door aan een serie afleveringen gewoon niet te beginnen. Dat is het geval bij De tweede van Lynn Berger en Jair Stein. Ik heb er wel wat goeds over gehoord, trouwens. Het zijn uitzendingen over het wel of niet beginnen aan een tweede kind. Dat is het uitgangspunt, maar de podcast gaat over meer.

Sanne Blauw las haar boek Het best verkochte boek ooit (met deze titel) per hoofdstuk voor. Een gratis luisterboek dus. En interessant.

Over De Rudi & Freddie Show van Rutger Bregman en Jesse Frederik schreef ik al eerder. Onderhoudend en de moeite waard. En dan hebben we nog Joris Luyendijk, die onder het kopje Goed nieuws gesprekken voert. Luyendijk is een goede interviewer en de gesprekken heb ik met plezier beluisterd.

Ten slotte noem ik: Goede gesprekken van Lex Bohlmeijer. Bohlmeijer is een empathisch interviewer, wat zowel de kracht als de zwakte van de gesprekken is. Door die empathie krijgt hij veel uit zijn gesprekspartners, maar soms had ik ook wel behoefte aan iets meer tegengas.

Bohlmeijer is een interviewer die meedenkt met de gasten en door zijn manier van vragen en van reageren laat hij ook de luisteraar meedenken. Het is altijd prettig als je ook zelf aan het werk gezet wordt en je gaat afvragen wat je er eigenlijk van vindt. Zijn gesprekspartners zijn vaak idealisten en mensen met ideeën. De gesprekken zijn verwant aan die in Zwijgen is geen optie waarover ik hier schreef. Misschien is 'prikkelend' of 'inspirerend' er een goed woord voor, al zijn dat jeukwoorden.

In ieder geval lijkt De Correspondent me een podcast die mensen eens zouden kunnen proberen. Door de diversiteit is er altijd wel wat te grazen.