dinsdag 21 mei 2019

Knipoog: Hoge hakken, echte liefde


Zaterdag 18 mei las ik een kop in NRC Handelsblad van die dag: 'Hoge hakken, echte pijn'. Het artikel was van Milou van Rossum. Een stuk over het dragen van oncomfortabel hoge hakken, in plaats van gemakkelijke flatjes.

Eerlijk gezegd heb ik niet het hele artikel gelezen. Ik voelde me niet behoren tot de doelgroep en vond het onderwerp nou ook niet direct de moeite waard. Het stond dan ook in het katern 'Leven', wat ik wel altijd doorblader, maar waarin ik bijna nooit iets aantref dat ik ga lezen, op een enkel interview na.

Een zin viel me op: die begon met 'De voeten wordt gedwongen in de verticale houding die ze volgens seksonderzoeker Alfred Kinsey ook aannemen als een vrouw opgewonden is.' De corrector zal hopelijk op zijn kop gekregen hebben voor het laten zitten van de fout. Inhoudelijk blijft de zin interessant.

Roman

Dat ik toch diagonaal door het artikel ging kwam in de eerste plaats door de kop, die mij meteen deed denken aan een boek: Hoge hakken, echte liefde (1980). Niet gelezen overigens, maar ik wist de naam van de schrijver nog: Dimitri Frenkel Frank. Ik denk dat ik het vroeger ooit als Bulkboek in bezit heb gehad.

Toen ik ging googlen werd me duidelijk dat de roman ook verfilmd, onder dezelfde titel (1981). Het scenario was van Dimitri Frenkel Frank, de titelsong was van Robert Long en de hoofdrollen werden gespeeld door Rijk de Gooyer en Monique van de Ven. De film deed het goed.

Blijkbaar is de titel nog zo bekend, dat een journalist er moeiteloos met een knipoog naar kan verwijzen: we pikken het wel op.


Knipogen

Het is overigens niet het eerst dat er naar Hoge hakken, echte liefde werd verwezen. Harrie Jekkers nam het lied 'Hoge hakken, echt koffie' op. Het verscheen op het album Yoghurt met banaan (1988), in 2009 verscheen op Geen Stijl de bijdrage 'Hoge hakken, echte ambtenaren'. Verder kwam ik tegen: 'Hoge hakken, echte jobs' (hier), en hier het bijna gelijkluidende 'Hoge hakken, echte banen'.

Wielen en diesel

Qua klank dicht bij het origineel zit 'Hoge hakken, echte wielen' (De telegraaf, 6 januari 2016). In het AD van 9 januari 2017: 'Hoge hakken, echte tennissers' en op de radio konden we 17 juni 2015 luisteren naar 'Hoge hakken, echte problemen?', dat vertelde over het onderzoek naar loopgedrag, bijvoorbeeld het lopen op hoge hakken. Mogelijk ligt dat dicht bij het artikel van Van Rossum. En als je een portret maakt van een vrouwelijke vrachtwagenchauffeur, hoe noem je dat dan? Juist: 'Hoge hakken, echte diesel.'

De verwijzingen met 'wielen' en 'diesel' zijn fraai: net zoveel lettergrepen als 'liefde' en de klank is verwant. Maar blijkbaar is dat geen voorwaarde; ook andere verwijzingen herkennen we.

Auteur overleden, titel levend

Ik denk dat we mogen concluderen dat Dimitri Frenkel Frank een goede keuze heeft gemaakt toen hij zijn boek Hoge hakken, echte liefde noemde. We zouden die titel niet meer vergeten. En de film heeft ervoor gezorgd dat de titel nog breder landde. Ik vermoed dat de titel nu bekender is dan de auteur. Die overleed in 1988; de titel leeft nog. Dat heeft Milou van Rossum goed aangevoeld.

vrijdag 17 mei 2019

Podcast: Misia


De Vlaamse omroep Klara heeft prachtige cultuurhistorische podcasts: eerder besprak ik hier de toppers Het hart van Napoleon en Venezia. Intussen ben ik begonnen aan het beluisteren van De Bourgondiërs, en De Zonnekoning, en Het verlies van België heb ik gedownload

Ik kan niet schrijven over alle podcasts van Klara die ik ken, maar ik kan ze wel noemen. Ik luisterde naar: Rubens, Luther begot!, Een gehucht in een moeras, Rebelse ritmes, Verdwaalde stad, Op wandel met monsieur Magritte, De vroolijke tocht, Napoleon, De Grote Reve Revue en De Sporen van Claus. Eigenlijk allemaal interessant. Alleen de ijdeltuit die centraal staat in Verdwaalde stad vond ik moeilijk te verteren.

Deze keer de podcast Misia: drie afleveringen van een half uur, dus gemakkelijk achter elkaar te doen. Wat een verhaal!

Halle

De podcast gaat over de vrouw Misia, die geboren werd in 1872 als Misia Godebski, dochter van een Poolse beeldhouwer en een moeder die half Belgisch, half Russisch was. Die overleed in het kraambed. Vader ging met Misia terug naar België, naar Halle. In het grote huis ademde alles kunst. Zo stonden in de salon twee concertvleugels en in veel andere ruimten stonden ook piano's.

Misia leerde pianospelen. Een van haar docenten was Fauré, die vooral lesgaf door voor te spelen. Ze zou bekend worden als pianiste, maar meer nog als spin in een sociaal web. Ze had een artistieke salon, waar werkelijk bijna iedereen kwam die er in de kunst toe deed.

Namen

Misia Sert, door Renoir. Bron: Wikipedia
Namen die voorbijkomen: Mallarmé, Proust, Verlaine, Ravel, Stravinsky, Bonnard, Villard, Toulouse-Lautrec, Coco Chanel, Renoir, Serge Diaghilev. Bij verschillende schilders is Misia nog terug te zien op de schilderijen, Proust baseerde twee personages op haar in zijn beroemde À la recherche du temps perdu, van Ravel wordt gefluisterd dat hij de vader was van een kind (of twee kinderen) dat (die) ze gebaard zou hebben, maar die opgroeiden als kinderen van haar broer.

In de podcast komt die hele wereld waarin Misia leefde dichtbij de luisteraard. Er wordt een prachtig beeld geschetst van het Fin de siècle, niet alleen door de verhalen, maar ook door de muziek die we te horen krijgen.

Memoires

Misia heeft haar memoires nagelaten en die vormen een van de uitgangspunten van de documentair, waarbij de makers zich wel afvragen hoe betrouwbaar de teksten van Misia zijn. Die makers zijn radiomaker Katharina Smets samen met musicologe Sofie Taes en componist Fredrik Neyrinck.

Die doen prachtige ontdekkingen: bijvoorbeeld een huis van Misia in Frankrijk, dat nog steeds bewoond wordt en waar er op de muren nog schetsen te vinden zijn van (een dronken?) Toulouse-Lautrec.

Misia overleed in 1950. Ze heette toen Misia Sert. De achternaam kwam van haar derde echtgenoot, de schilder José Maria Sert, van wie ze ook weer gescheiden was. Ze had een flamboyant leven achter de rug, met verschillende tragische momenten en de makers van de podcast maken dat allemaal goed invoelbaar. Aan het eind van de documentaire nemen wij ook een beetje afscheid van Misia.

Eerlijk gezegd had ik nog nooit gehoord van Misia Sert, maar na deze podcast zal ik haar niet meer vergeten.

Meer informatie over de podcast vindt u op de site van Klara.

zondag 12 mei 2019

Bizar (Sjoerd Kuyper)


Jeugdboeken lees je vooral in je jeugd en dat is eigenlijk jammer. In de jaren tachtig heb ik het lezen van kinder- en jeugdboeken volgehouden, vooral ook omdat ik toen elke week 'taakuren' in de schoolbibliotheek doorbracht. Ik leerde toen bijvoorbeeld het werk van Aidan Chambers kennen. Daarna is het allemaal erg weggezakt, met wat oplevingen tussendoor.

Nu is het vooral de Grote Vriendelijke Podcast die mij af en toe in de ribben port. Die bracht mij er bijvoorbeeld toe om 67 seconden (Jason Reynolds) en Code Kattenkruid te lezen. En ook Bizar van Sjoerd Kuyper. De boeken van Annet SchaapAnna Woltz en Daan Remmerts de Vries las ik 'uit mezelf', evenals de klassieker van Tonke Dragt.

Voor zover ik me herinner, heb ik van Kuyper alleen Robin en God gelezen en dat vond ik een mooi boekje. Tijd om een nieuw boek van hem te proberen.

Sallie Mo

Bizar wordt verteld door Sallie Mo, die een soort dagboek bijhoudt, maar eigenlijk een boek aan het schrijven is. We lezen dus het boek dat Sallie Mo schrijft. Dat schrijven is uit nood geboren: dit dertienjarige meisje is meer een lezer. Eigenlijk is ze al helemaal in de leeswereld verdwenen en het enige echte contact met de wereld van de dagelijkse werkelijkheid bestaat uit overgrootvader David, een wijze man, met wie ze gewoon kan praten.

Bestond. Kon. Opa David leeft niet meer. Omdat Sallie Mo een beetje vreemd reageerde na zijn dood is ze naar dokter Bloem gestuurd en die heeft haar een opdracht meegegeven: drie maanden niet lezen (of tot ze vijf keer het sublieme heeft meegemaakt) en Salie Mo probeert ook om de waarheid te spreken, wat in de praktijk eigenlijk niet mogelijk blijkt.

Ze gaat met haar moeder drie weken op vakantie op een eiland. Daar zijn ook, zoals altijd: Dylan (jaartje ouder) en zijn moeder, en Donnie (16) en Beitel (8) met hun moeder. De moeders zijn vooral op mannenjacht en de kinderen gaan zoveel mogelijk hun eigen gang.

Weggelopen

Ze ontdekken nog drie kinderen, die zich schuilhouden in een bunker: Jackie, met haar broertje Bukkie en Nikkel. Jacky is haar vader, bankdirecteur, zat. Nou ja, ze is vooral het gegraai van de bankiers zat en daarom zijn de kinderen weggelopen van huis. Ze willen losgeld vragen en met dat geld goede dingen doen. Als de kinderen maar eens aan de macht zouden zijn, dan zou de wereld wel beter worden.

Doordat Sallie Mo een lezer is, is ze behoorlijk wijs voor haar leeftijd. Ze houdt erg van Shakespeare en ze heeft gedachten over zo'n beetje van alles. Maar ze is ook 'gewoon' een meisje van dertien, dat verliefd is op Dylan, zoals Beiteltje verliefd is op haar.

Beitel is een ontroerend jongetje, dat het vermogen heeft om met dieren te praten. Of misschien is hij iemand van wie de fantasie nog niet is aangetast, zodat hij de verbeeldingskracht heeft om zich in een fictieve wereld te begeven.

Natuurlijk wordt er gezocht naar de kinderen en het wordt nog best spannend, vooral ook doordat Jacky een wapen heeft en Donnie graag zijn wil oplegt aan anderen. De volwassenen zijn met andere dingen bezig.

Gedachten

Sallie Mo is geloofwaardig personage met een eigen stem. Je kijkt niet op van de gedachten die ze heeft. Een voorbeeld:
Misschien loopt iedereen altijd in vermomming. Bankdirecteuren in strakke pakken, voetballers met tattoos, kunstenaars met veel haar. Volgens mij doen ze hun haar 's avonds af en trekken ze hun pakken uit en wassen hun tattoos weg. Als je iets goed kunt, laat je dat zien in je werk, niet met je uiterlijk. Kijk naar foto's van schrijvers. De goeie. Keurige mannen. Ze hebben geen clownspak nodig. Kunstenaars met veel haar zijn lousy kunstenaars, voetballers met tattoos zijn lousy voetballers, bankdirecteuren in dure pakken zijn bankrovers. 
Of deze, over de noodzaak tot integratie.
Misschien moeten vluchtelingen die hier komen wonen niet integreren, dacht ik. Als je mensen dwingt om te integreren, dwing je ze om zoveel moois weg te gooien! Dat weet ik, want als je mij dwingt te integreren, gooi je ook zo'n beetje alle moois van mij weg, serieus. Alles wat ik gelezen heb moet ik dumpen om mee te kunnen doen met anderen die niets hebben gelezen. Kun je nagaan wat mensen uit andere culturen moeten dumpen en vergeten voor ze mee mogen doen. En dat komt dus nooit meer terug. Dat is voor eeuwig verdwenen. Maar daarover later meer. 

Prekerig

Daar wordt het boek natuurlijk een beetje prekerig van, maar het blijft te verteren doordat een meisje het vertelt en niet de schrijver. Die vertelt het natuurlijk eigenlijk wel, maar we luisteren nu eenmaal liever naar Sallie Mo. Er worden wel veel onderwerpen overhoop gehaald, maar ook dat is in een dagboek niet ongeloofwaardig.

De verteltoon van Sallie Mo draagt ons door het boek en dat is prettig. Ze is een scherpzinnig waarnemer en heeft ook nog gevoel voor hunor. Ze neemt ook zichzelf waar en ziet hoe ze verandert. Ze was altijd onzichtbaar (ze zat stil in een hoekje te lezen) en merkt dat ze voor anderen en zichzelf steeds duidelijker te zien is.

Er staan veel zinnen in het boek die amusant zijn: 'Mijn broertjes kunnen niet schrijven,' zei Jackie, 'ze zijn hoogbegaafd.' Of de uitspraak van moeder over haar omgang met mannen: 'Als je zin hebt in een stukje worst, hoef je niet het hele varken in huis te halen.'

Titel

De titel vind ik wat minder geslaagd. Weliswaar is 'bizar' een stopwoord van Sallie Mo en vindt ze dat het minder moet gaan gebruiken (ze streept het ook vaak door) en weliswaar zijn de gebeurtenissen soms bizar, maar de titel zegt ook niet zoveel. Het zou op heel wat boeken kunnen slaan.

De bizarre gebeurtenissen waren met wat te veel: te zeer op het spektakel geschreven, voor mijn gevoel en het resultaat was niet dat ik me meer bij het verhaal betrokken voelde. Niet dat het vervelend was om te lezen, maar ik was op dat moment ook niet echt gegrepen door wat ik las. Maar de slotscène is prachtig en daar ga ik dus niets over zeggen.

Qua gebeurtenissen had Bizar van mij wat soberder gemogen en ook het preken had iets minder gemogen. Maar kinderen vinden het misschien wel prettig om te lezen welke meningen de schrijver graag kwijt wil.

Waarheid

Sallie Mo heeft haar eerste boek geschreven. Ze heeft gemerkt hoe je de waarheid in een boek kunt manipuleren (en ook dat het daar niet altijd minder waar van wordt). Kinderen hebben het niet gemakkelijk in dit boek, zoals ze het ook in de werkelijkheid niet gemakkelijk hebben. Wij, volwassenen, mogen ons wel afvragen of we niet te veel met de grotemensenproblemen bezig zijn en of dat wel de echte problemen. Niet voor niets zijn er nu jongeren die aandacht vragen voor de klimaatverandering.

Het jeugdboek heeft het niet gemakkelijk: kinderen lezen minder en er is matig aandacht voor jeugdliteratuur in de media. Wel heb ik er vertrouwen in dat er altijd echte lezers zullen zijn, die zich vol in een boek van driehonderd bladzijden willen storten. Zij zullen aan Bizar zeker plerzier beleven.

vrijdag 10 mei 2019

Podcast: Tante Jos



In een verhaal moet een personage altijd een drive hebben: hij moet naar iets streven, hij moet een vraag hebben waarop hij een antwoord gaat zoeken, er moet een probleem zijn dat oplossing behoeft.  Dan gaat een lezer of een luisteraar makkelijk mee met het verhaal; je wilt nu eenmaal weten hoe het afloopt.

Bij reconstructies heb je dat bijna per definitie: iemand heeft wat gegevens en probeert het hele verhaal boven water te halen. De schrijver of de podcastmaker gaat op zoek en wij lopen in gedachten achter hem aan. Het verhaal krijgt daardoor bijna automatisch richting.

Dat leverde podcasts op als De brand in het landhuis, Bob, De kofferbakmoord, die hier eerder zijn besproken. En er zijn er nog veel meer. Een daarvan is Tante Jos van Mijke van Wijk.

Vrouw in het verzet

Tante Jos, Jos Gemmeke, werd na de oorlog beroemd door haar verzetswerk. Zij was de enige vrouw, naast Koningin Wilhelmina, die ooit werd onderscheiden met de Militaire Willemsorde. Ze werd veelvuldig geïnterviewd, waarbij ze steeds ongeveer hetzelfde verhaal vertelde: over haar tocht per fiets naar het al bevrijde zuiden van Nederland, waar ze een boodschap moest overbrengen aan prins Bernhard, over haar opleiding tot geheim agent in Engeland en over haar laatste, geheime missie, waar ze ook lang na de oorlog niets over wilde zeggen.

Jos was de oudtante van podcastmaker Mijke de Jong; Jos was een zus van haar oma. Ze kende haar vooral van tv, want oma en Jos waren gebrouilleerd, dus bij haar zag ze Jos niet. Mijke zocht haar op een gegeven moment op en ze raakte met Jos in gesprek.

Meer en meer begon ze zich af te vragen wat er nu eigenlijk echt gebeurd was in de oorlog en in hoeverre tante Jos het hele verhaal vertelde. Intussen overleed Jos, dus aan haar kon ze niets meer vragen.

Speurtocht

De Jong gaat op zoek in archieven en zet een speurtocht op naar de families bij wie Jos in de oorlog overnacht had. Ze fietst zelfs de tocht van haar oudtante na, al is dat natuurlijk niet op een fiets met houten banden. Klopt het verhaal van Jos? Blijft ze de heldin voor wie iedereen haar houdt?

Tante Jos is een mooie podcast: een verhaal dat je wilt volgen en een podcastmaker die zich afvraagt wat de nieuwe (of oude) gegevens voor haar betekenen. Dat houdt in dat je gemakkelijk kunt meeleven en je verliest geen ogenblik de aandacht.

Vijf afleveringen

Vijf afleveringen telt de podcast en ik ben ingestapt toen de eerste twee (geloof ik) verschenen waren. Daarna heb ik er elke week naar uitgekeken. Ik hoorde ook van mensen die alle vijf de afleveringen na elkaar beluisterd hadden en zich niet verveeld hadden.

Je krijgt een beeld van een deel van het leven in de oorlog en van een bepaalde streek op een bepaald moment. Er is ook een deskundige aan het woord die zeer gedetailleerde informatie heeft en die kan verklaren waarom Jos juist op dat moment door de linies heen kan fietsen.

Informatief dus, maar je voelt je ook betrokken, zowel bij Jos als bij haar achternichtje die de waarheid wil weten, maar die ook wil weten wat zij nu werkelijk van die bijzondere oudtante moet vinden. Mooi gedaan.

Je vindt de podcast op verschillende plaatsen, bijvoorbeeld hier.

dinsdag 7 mei 2019

Iedere ketter heeft zijn letter


Je hebt christenen in allerlei soorten en maten en met allerlei opvattingen. Over homoseksualiteit, abortus, de positie van de vrouw (in het gezin en in de gemeente) en over het al bijna spreekwoordelijke kopen van een ijsje op zondag.

Steven Anderson, de baptistenvoorganger die onlangs de toegang is ontzegd tot Nederland en het hele Schengengebied, is een christen met wel heel uitgesproken opvattingen. Hij weet zeker van zichzelf dat hij Gods wil aan het uitvoeren is en hij beroept zich op de Bijbel, die hij voor een deel letterlijk uit het hoofd kent. Toch ondersteunden ook onverdacht christelijke partijen als de ChristenUnie en de SGP het inreisverbod voor Anderson.

Grond voor tegengestelde meningen

Alle christenen gaan uit van de de Bijbel. Dat geldt voor Anderson, maar ook voor de christenen die hem liever niet in Nederland zien. Blijkbaar kun je in de Bijbel voor tegengestelde meningen grond vinden: voor slavernij en voor de afschaffing ervan, voor het oproepen tot het doden van homo's en voor het homohuwelijk, voor en tegen het vrouwenkiesrecht. Zoals men lang geleden al zei: iedere ketter heeft zijn letter.

Misschien is dit de manier waarop het gewoonlijk gaat: mensen hebben een overtuiging en zoeken de bijbelteksten erbij die hen steunen. Zo kun je altijd beweren dat je je op de Bijbel baseert.

Bijbelgetrouwe christenen

Veel gelovigen zullen zeggen dat mensen die het niet met hen eens zijn op een verkeerde manier omgaan met de Bijbel en misschien zelfs dat zij geen echte christenen zijn. In de discussie rond de Nashvilleverklaring kwam in het Reformatorisch Dagblad in ingezonden brieven verschillende keren de term ‘bijbelgetrouwe christenen’ voor en de briefschrijvers rekenden zich blijkbaar daartoe. Waarschijnlijk vonden zij zichzelf de echte christenen; mensen met een andere mening waren slechts ‘naamchristenen’.

Steven Anderson is voorganger van de Faithful World Baptist Church. Ook in Nederland zijn er baptistengemeenten. Toch zullen er weinig baptisten zijn die in alle opvattingen meegaan met Anderson. Zo wil hij geen enkele homo in zijn kerk. Hij is ervan overtuigd dat iemand pas homoseksueel wordt als hij door God losgelaten is en dat voor zo iemand alle hoop verloren is.

Hij doet dan ook forse uitspraken, zoals ‘LGBTQ is de afkorting van Let God Burn Them Quickly.’ Hij grijnst er breed bij, in een interview dat op YouTube terug te vinden is.

Discussies

Er zijn hier verschillende discussies over te voeren. Je kunt je afvragen of het niet verkeerd is mensen te weren met een afwijkende en misschien zelfs verderfelijke mening. Weegt de vrijheid van meningsuiting niet zwaarder? Als iemand door wat hij zegt de wet overtreedt, kan hij altijd nog veroordeeld worden, maar dat is achteraf.

Je kunt ook theologische discussies gaan voeren, waarbij je elkaar met bijbelteksten om de oren slaat om alsnog je gelijk te krijgen en op het moment dat je tegenstander geen teksten meer bij de hand heeft, ben jij blijkbaar de ware christen.

Ik geloof niet dat we daar iets mee opschieten. Het onwrikbare gelijk heeft al heel wat mensenlevens gekost. Laat mensen uit de Bijbel halen wat ze willen, zo lang anderen daar niet de dupe van zijn. Laat voor de een de Bijbel een richtlijn voor het leven zijn, voor de ander een literair werk en voor een derde een sprookjesboek. En laat al die mensen gezellig samen koffie of bier drinken of brood en wijn nuttigen, maar laat ze niet hun interpretatie van de Bijbel opleggen aan de ander. Laat iedere ketter zijn eigen letter.

Column voorgelezen in het programma Kerkvenster van EdeFM
Illustratie: still uit de opname van een preek van Steven Anderson

donderdag 2 mei 2019

Podcast: Lezen in het donker



Het heeft even geduurd voordat ik snapte waarom de podcast Lezen in het donker heet zoals hij heet. Mij leek lezen in het donker gewoon niet zo praktisch. Ik hield de mogelijkheid nog open dat een lezer in het duister tast, maar dat is wat anders dan dat hij in het duister leest.

Lezen in het donker is een onderdeel van het radioprogramma Focus, een wetenschapsprogramma. Ik heb het nog meegemaakt toen het De kennis van nu heette: eerst als apart programma, later als een reeks korte dagelijkse itempjes. Intussen heet het dus Focus en het wordt in de nacht uitgezonden. Dat had ik niet in de gaten, maar nu ik het weet, snap ik ook benamingen als 'de wakkere wetenschapper' en dus ook Lezen in het donker.


Alfakant

In deze podcast is er een gesprek tussen een presentator en de schrijver van een boek. Vaak zit het onderwerp wat aan alfakant van de wetenschap. In de laatste uitzending die ik beluisterde was er een gesprek met een auteur die een boek geschreven had over 1944, maar de fragmenten die voorgelezen werden klonken alsof ze uit een jeugdboek kwamen: verhalend, waarbij zelfs de gedachten van de personages duidelijk werden.

Er worden vaak boeken besproken die iets met geschiedenis hebben, of waarin de auteur vertelt wat hij meegemaakt heeft, bijvoorbeeld als reiziger, of over hoe zij/hij opgegroeid is.

Onderwerpen

Soms komen er volstrekt andere onderwerpen aan de orde: Sanne Blaauw, met haar boek over hoe we omgaan met getallen; een boek over muzikaliteit bij mens en dier; een boek over politieke correctheid; Japke-d Bouwma over rariteiten in onze taal; een boek over concentratie; en er was een gesprek over de sekscolumns van Linda Duits.

Het is bij het beluisteren van de podcast niet altijd duidelijk wat de naam is van de interviewer. De stemmen herken ik meestal van de podcast Focus Wetenschap. Die podcast volg ik ook en met interesse. Alleen de column van Hens Zimmerman trek ik niet. Dat gepiel met grappig bedoelde geluidjes leidt met te veel af. Van de andere presentatoren wordt daar de naam ook niet genoemd.

Ik herinner me dat ik bij Focus erg moest wennen aan een vrouwenstem, vanwege de uitspraak van de klinkers. Het kostte me moeite erdoorheen te luisteren. Ik denk dat deze presentatrice begon toen De kennis van nu stopte. Bij het interviewen van de auteurs van het boek Politieke correctheid was dezelfde mevrouw alert en scherp en vroeg ze goed door. Prima interview. Ik snapte ineens niet meer waarom ik me af en toe wat aan haar stem had geërgerd.

Empathisch

Veel interviews zijn niet confronterend, maar eerder empathisch. Dat leidt vaak tot prettige gesprekken. Bij een boek over bijvoorbeeld een historisch onderwerp wil je als luisteraar vooral veel informatie en dan is het dus in de eerste plaats de taak van de interviewer om veel uit de schrijver te trekken. Eigenlijk gaat dat meestal goed. Soms zou je iets meer tegengas van een interviewer willen.

Op het gebied van de geschiedenis kwamen onderwerpen aan de orde als: de geschiedenis van Bureau Warmoesstraat, de Olympische Spelen van 1928 (in Amsterdam), Anna van Saksen (verstoten bruid van Willem van Oranje), Frederik Ruysch (de preparateur die we kennen uit een roman van Rascha Peper), de walvisvaart en Cornelis Musch.

Onderbroken door muziek

Tussendoor is er steeds muziek en bij een podcast kun je die prima doorspoelen. Op NPO 1 heeft men het idee dat een luisteraar niet veel aankan. Naar het geschiedenisprogramma OVT kun je twee een uur lang onafgebroken beluisteren, maar bij andere programma's wordt er steeds muziek doorheen gegooid. Zelfs het interviewprogramma Kunststof moest naar het halve uur, zodat er halverwege een break was (voor het nieuws). Zonde. Je haalt de lijn uit een gesprek weg.

Het gevolg is ook dat er in de tweede helft van Kunststof soms een samenvatting volgt van het eerste halve uur. Alsof men zich niet kan voorstellen dat er luisteraars zijn die dat allemaal al gehoord hebben en die dus zo'n samenvatting alleen maar zien als onnodig oponthoud.

Maar goed, terug naar Lezen in het donker. Door de muziek wordt iets wat een boeiend gesprek had kunnen zijn tot enkele gesprekjes van ongeveer een kwartier. Die kunnen nog steeds interessant zijn, maar altijd minder dan een gesprek waarin rustig ergens naartoe kan worden gewerkt. Een voorbeeld waarbij dat wel gebeurt is de Boekenpodcast Het Verhaal (zie hier) en ook bij Nooit meer slapen zijn er nog gesprekken van een uur.

Geen aanzet tot kopen

Verschillende keren kan een gesprek niet echt de diepte in door de onderbrekingen. Maar je krijgt wel een beeld van het boek en daardoor kun je zeker geïnteresseerd raken. De podcast heeft er overigens nog nooit toe geleid dat ik een boek ook daadwerkelijk ben gaan aanschaffen, wat me wel gebeurde bij bijvoorbeeld De Grote Vriendelijke Podcast, Nooit meer slapen of Lopen met Lebowski.

Doordat er veel boekenpodcasts zijn komen auteurs soms in verschillende podcasts terug om over hun boek te gaan vertellen. Dat lijkt me geen probleem. Wie een tweede (of derde) gesprek met een auteur wil horen, kan dat doen, wie dat niet wil, is nooit verplicht om alles te beluisteren.

Als ik dit schrijf zijn er 44 afleveringen geweest van Lezen in het donker en ik heb bijna alle afleveringen beluisterd. Bij enkele ben ik iets eerder gestopt, omdat ik het idee had dat ik wel een beeld had en omdat het onderwerp me wat minder interesseerde. Maar de meeste afleveringen hielden mijn belangstelling tot het einde vast.

De podcast is gericht op een vrij breed publiek: je kunt met weinig achtergrondkennis prima de gesprekken over de boeken volgen. Voor wie de podcast niet kent: leuk om eens te proberen.

Hier een overzicht van alle uitzendingen.

woensdag 1 mei 2019

Vallen is als vliegen (Manon Uphoff)


In haar werk heeft Manon Uphoff altijd aandacht gehad voor het kwaad dat in mensen huist. In bijvoorbeeld haar gesprek naar aanleiding van haar Brief aan mijn jongere ik (Trouw, 31 juli 2010) observeert ze het kwaad in zichzelf net zo nauwkeurig als dat in anderen. Dat heeft tot gevolg dat haar romans en verhalen altijd een scherp randje hebben, dat de pijn er niet in verdoezeld wordt.

Dat geldt zeker voor Vallen is als vliegen. De setting kennen we uit eerder werk: een onoverzichtelijk gezin: vader had kinderen, moeder had kinderen en samen krijgen ze ook weer kinderen. We komen dat gezin ook tegen in eerder werk, zoals Koudvuur (2005). Het grote leeftijdsverschil zorgt ervoor in die roman voor de hoofdpersoon (Ninon) zelfs niet altijd weet of die grote mannen nu halfbroers zijn of niet.

De oudere zussen, de oudere broer die verstandelijk beperkt is, kennen we ook uit eerdere boeken. Een van de zussen (Toddie) komt zelfs onder dezelfde naam voor. Ook enkele gebeurtenissen, zoals het verbranden van lakens, keren terug.

Ondergetekende

Maar er is ook veel nieuw in Vallen is als vliegen. Achter in het boek is een soort stamboom opgenomen, om orde aan te brengen in het onordelijke beeld van het gezin. De ik-figuur heet nu niet Ninon. Eigenlijk heeft ze geen naam. Ze verwijst soms naar zichzelf als 'ondergetekende' waardoor ze zich ook duidelijk positioneert als degene die het allemaal opschrijft. Dat is dan ook de opdracht die ze zichzelf gegeven heeft, gezien het motto, dat aan Faust ontleend is. Het laatste deel daarvan luidt:
't Is gruwelijk wat je te zien zult krijgen,
men zal zich haasten om het dood te zwijgen,
noteer dus heel precies wat je hier ziet.
Elders in het boek noemt ze zichzelf een zelfbenoemde archivaris. Zij zal verslag doen van wat er gebeurd is in het gezin. Dat betekent dat ze het verleden moet aankijken en de kamer in haar geheugen moet openen die ze al die tijd gesloten heeft gehouden. Wij zijn daar als lezers als het ware 'live' getuige van. De vertelster spreekt die lezer ook aan, juist op het moment dat ze komt tot het beschrijven van het meest duistere:
een soepachtig, hecht en van iedere menselijkheid ontdaan 'zwart' in een ruimte waar we ons dadelijk -Bitte noch ein wenig Geduld - zullen begeven.
En iets verderop:
Ja, lezer, nu moet ik het binnengaan...

Henne Vuur

De aanleiding voor de tocht van de vertelster naar de duisternis, of zo je wilt het labyrint, is de dood van haar halfzus Henne Vuur. Die viel in 2015 van de trap. Ze was negenenzestig jaar oud, was ernstig ondervoed en uitgedroogd. De ambulancemedewerkers wilden haar laten opnemen in het ziekenhuis, maar ze weigerde. Ze overleed kort daarna.

De vertelster wil het verhaal vertellen van Henne Vuur, wat voor een deel ook het verhaal is van zus Toddie, van haarzelf en van zusje Libby. En het verhaal van de vader, Henri Elias Henrikus Holbein, vaak aangeduid als HEHH, maar ook wel als de Minotaurus.

Minotaurus

Het mythische verhaal van de Minotaurus is bekend: hij leefde op Kreta in een labyrint en jaarlijks werd daar een aantal jongens en meisje in gedreven, als een offer aan de Minotaurus. Het is een treffend beeld: het labyrint, het (op)offeren van kinderen, het wezen dat half man en half stier is. Of misschien moet ik zeggen: het wezen dat zowel man als stier is.

De vader is degene die de kinderen misbruikt, maar hij is ook de vader van wie gehouden wordt en die zelfs vereerd wordt. Dat is het verwarrende: het prikkeldraad van de loyaliteit houdt alles bij elkaar en zorgt ervoor dat niets eenduidig is. Natuurlijk, er is een dader en er zijn slachtoffers, maar dat is een veel te simpele weergave van de gecompliceerde werkelijkheid.
Ja, mijn vaderpapa was de Minotaurus, de Enige Echte en Ware. Dus waag het niet om hem neer te halen.
Een god, noemt ze hem, en goden worden vaak zowel vereerd als gevreesd. Het is gruwelijk om dicht bij een god te moeten komen, maar het geeft tegelijkertijd een gevoel van uitverkoren zijn.
Vernederd, zeggen jullie? Stelletje idioten! Ik werd niet vernederd, ik werd tot vlamhete zonnekoningin gemaakt!

Gespletenheid

De Minotauris en de vader bestaan beiden en het is verwarrend dat het niet twee verschillende figuren zijn, maar dat het dezelfde figuur is.
Breng ik dit tafereel voor mijn geestesoog terug, dan kan en wil ik weer geloven dat HEHH even gespleten was als ik en net als ik verlangde naar die splitsing waarin er werkelijk een vader en een monster was (en een vader in wiens armen ik me voor dit monster kon verschuilen) - en betwijfel ik of ik beter af ben met de wetenschap dat zij één waren.
Gespletenheid komt op allerlei momenten terug in het boek. Dat is dus wat anders dan splitsing, waarna er losse delen ontstaan. Bij gespletenheid ontstaan er twee delen die tegelijk een eenheid zijn. Zo kijkt de verstelster ook terug op zichzelf. Ze heeft zichzelf een zonnekoningin genoemd, maar als ze terugkijkt naar haar jongere ik is ze ook iets totaal anders.
Die ochtendbuikpijnjengelaar die niet kon zien met welke gaven ze werd toegerust en welke geschenken ze ontving. Wat moet ik met haar? Met deze duimzuiger, beddenpisser, pluizen-uit-de-wollen-deken-plukker... dit bleek en mollig kind dat nooit en in geen enkel opzicht op mij heeft geleken: de Volmaakt Gelijktijdig In- en Uitademende, de Eendrachtig Meebewegende, de Totaal Verstilde en Met het Nachtzwart Samenvallende.
Thuis is aan de ene kant een bedreigende omgeving en tegelijkertijd is er ook de kerstboom met de lichtjes, vader is een god, maar is ook een oude man die zich later zal beroepen op zijn slechte geheugen en juist in een situatie waarin je geen enkele zeggenschap hebt, kun je soms een gevoel van triomf hebben.

Tekortschietende karakteriseringen

Dat betekent dat elke eenvoudige karakterisering tekortschiet, dat het bijna onvermijdelijk is om maar een deel van de werkelijkheid te tonen in wat je schrijft en dat er altijd meer werkelijkheid zal zijn dan wat je in woorden kunt vangen.

Misschien is het doel van schrijven wel de hele wereld te vangen of misschien wel een wereld te creëren waarin de gespletenheid is opgeheven, waarin de tegenstellingen samen kunnen bestaan. Daarnaar verwijst ook de titel en de passage aan het eind van het boek. Ik veroorloof me een uitgebreid citaat, omdat de schrijfster het natuurlijk altijd beter formuleert dan je kunt parafraseren:
Deze geluiden van een wereld waarin alles gewoon is, en niet nadenkt over dit zijn, en waarin elk teken gelijk is aan zichzelf. Waar geen smaak is van zoet, zuur of bitter. En het enige verschil dat van de bit is, de 0 en de 1. De 1 betekent: het leven voedend, en de 0: het leven niet voedend. Waar vuur onder ijs gloeit, en het water warm is, lauwwarm, groen en drabbig, met de vissen, erdoor glijdend, al verlangend om te glijden door de lucht. Waar we ons bloed kunnen voelen stromen, of dit nu koud of heet is... en niets metafoor is, maar alles tegelijk, zowel aan de binnen- als aan de buitenkant van de tijd bestaat, waar vallen hetzelfde is als vliegen. 
Binnen dit boek bestaat het allemaal en allemaal tegelijkertijd: de verering en de angst, het licht en het donker, het slachtofferschap en de triomf, de vader en de Minotaurus, het vallen en het vliegen.

Stijl

De stijl in Vallen is als vliegen is  anders dan in het voorgaande werk van Manon Uphoff: meer cadans, meer zangerigheid, meer beeldspraak. Er zit een golfslag in de zinnen die de lezer voortstuwt en op het gebied van taal lijkt de schrijfster alles te durven. Zo wemelt het van de neologismen: verbrandkookt, snipsnapsnippen, gruizelzang.

Bij een beschrijving van wat Toddie overkomen is, schakelt de vertelster over op archaïsch taalgebruik, dat ze zelf melodramatisch en ouderwets noemt.
Zo enen jager was ook deeze man. Een boosaardig en gevaarlijk wezen dat zich slechts kort vermomd als betrouwbaar menspersoon vergreep aan mijne zusters kinderen. Die aan ze frutschelde en wriemelde op den Kakdoosch (...).
En om aan te geven dat er voor iets eigenlijk geen woorden zijn, laat ze de gebruikelijke grammatica achter zich:
Zie je, dies was die kamer konnie van gesproken worden. 
De taal die ze gebruikt is rijk aan beelden. Soms verwijzend naar de mythologie en de sprookjes van Andersen (ze kreeg op haar zesde van haar vader een boek met die sprookjes). Juist sprookjes en mythen roepen werelden op die afwijken van de wetmatigheden in ons gewone leven.

Daarbij fonkelt de taal, alsof er lang op gepoetst is. Bijvoorbeeld bij het beeld dat gebruikt wordt om te vertellen hoe Henne van de trap viel:
Op die 13de november vonkte ze langs elke tree van die trap als een lucifer. 
Soms moest ik aan de taal van Jeroen Brouwers denken, die ook niet bang is om een beeld extra aan te zetten en om wat grotere gebaren te maken, soms aan die van Renate Dorrestein (in bijvoorbeeld Het perpetuum mobile van de liefde) en bij het poëtische en het ritme aan de taal van Fleur Bourgonje.

Benaderen en afstand houden

De functie van het taalgebruik lijkt me tweeledig. Aan de ene kant volstaat de rechttoe-rechtaantaal niet en is er een bijzondere taal nodig om dat wat er beschreven moet worden te benaderen. Aan de andere kant schept taal ook afstand, en ook die afstand is nodig om nauwkeurig te kijken.

Het voelt raar om te schrijven dat Vallen is als vliegen een prachtig boek is. Het doet denken aan wat Multatuli zei over een vrouw die roept dat haar kind in de gracht is gevallen. Iemand zegt haar dat ze zo'n mooie stem heeft en dat wil ze nu juist niet horen, zoals Multatuli niet wilde horen dat hij een goed boek had geschreven, maar dat er iets gedaan werd met wat hij geschreven had.

Ik ben diep onder de indruk van dit boek van Manon Uphoff, misschien omdat ze zo hoog gereikt heeft. Ze heeft niet het boek geschreven dat ze zou willen en kunnen schrijven, maar het boek dat ze eigenlijk niet kon schrijven, omdat er voor het beschrevene geen taal is die toereikend is. Het boek kon er alleen komen als ze zichzelf volledig op het spel zette en dat heeft ze gedaan.

Mededogen en bewondering, gruwel en schoonheid, troost en pijn, ondergeschiktheid en superioriteit, hemel en hel - die kunnen alleen maar samengaan in een boek waarin Vallen is als vliegen. Lezen dus. En daarna een tijdje je kop houden.


Eerder schreef ik over
De ochtend valt
De zoetheid van geweld