maandag 23 april 2018

Snippers, De eindstreep (Aimée de Jongh)


Hoewel ik een treinreiziger ben, ben ik geen Metro-lezer. Dat betekent ook dat ik in dat krantje nooit de dagstrip Snippers van Aimée de Jongh las. Mocht ik dat alsnog willen gaan doen, dan kan het niet meer. De Jongh publiceerde haar stripje over de personages Arimée en Stef daar van 2012 tot halverwege 2017 en daarna zette ze er een streep onder.

Maar gelukkig hebben we de albums. Het laatste album heet De eindstreep. Die eindstreep is bereikt, maar het verwijst natuurlijk evengoed naar de laatste streep die de tekenaar zet in een strip waarvan ze afscheid moet nemen. Er is in het album nog een epiloogje opgenomen, waarin De Jongh aan het afkicken is van Snippers. Als je een aantal jaren bijna dagelijks zo'n strip moet maken, beïnvloedt dat de manier waarop je naar de wereld kijkt. Je maakt immers niet alleen maar dingen mee; je kijkt ook of het misschien materiaal is. Als dat wegvalt, is het wennen.

Snippers heeft wat je van een dagstrip verwacht. Je moet in drie of vier plaatjes een plotje hebben, een grapje. De lezer hoeft niet te schateren, maar hij moet op zijn minst glimlachen. En het is prettig als je op de actualiteit kunt reageren van tijd tot tijd. Dat doet De Jongh ook: van de verkiezingen (met hun stemwijzers) tot de discussie over Zwarte Piet en van Boer zoekt vrouw tot de rage van de spinners.

Niemand zal boos worden over wat De Jongh over die kwesties beweert of laat zien. Al haar stripjes hebben een uitermate vriendelijke toon. Er zit altijd wel wat relativering in; ze houdt ervan om de menselijke kant te laten zien, wat betekent dat de hoofdpersoon haar zwakke kanten heeft, dat haar boosheid soms niet redelijk is, dat ze soms onhandig is, dat ze zich soms van haar beste kant laat zien, omdat ze weet dat anderen dat prettig vinden (het huis schoonmaken als er bezoek komt).

Daarin herkent de lezer zich. Die heeft immers dezelfde zwakke kanten; die voelt zich ook van tijd tot tijd een loser; die kan ook blij zijn om onbenullige dingen. De held is misschien degene die we ons dromen te zijn, de antiheld ligt dichter bij ons. Die zijn we eigenlijk zelf. Vandaar ook dat lezers zich zo goed kunnen identificeren met de personages in Snippers. 

 
Veel lezers hebben van Snippers genoten en dat is niet zo vreemd: aardige grappen, vlot getekende figuurtjes met grote manga-ogen en een setting die je herkent. Maar dat een tekenaar wel eens wat anders wil, is ook te begrijpen en we weten dat De Jongh veel andere dingen kan. Indertijd schreef ik hier over haar graphic novel De terugkeer van de wespendief. Die kwam terecht in mijn lijstje beste strips van dat jaar.

De Jongh tekende verder De Blauwbloezen en in mei verschijnt er weer een beeldroman, naar een scenario van Zidrou. Daar ben ik wel nieuwsgierig naar. Nog even geduld. Snippers is goed gelukt, maar het is een fase. Aimée de Jongh gaat verder en wie weet waarheen haar weg leidt.

zondag 15 april 2018

Gebrek is een groot woord (Nina Polak)


Eigenlijk moet je vooral goede boeken lezen, vooral ook omdat elk boek dat je leest je laat denken aan de stapel die je dus niet leest. Indertijd las ik niet We zullen niet te pletter slaan van Nina Polak. Ik stond met het boek in mijn handen, maar kocht De consequenties van een auteur met bijna dezelfde voornaam: Niña Weijers. Nooit spijt van gehad, trouwens.

Totdat ik Gebrek is een groot woord van Nina Polak las. Had ik indertijd niet beide boeken moeten kopen?

De hoofdpersoon in de nieuwe roman van Polak is Nynke Nauta, zo'n dertig jaar oud, die ook wel Skip wordt genoemd. In haar achternaam zit haar band met de nautiek: bij het begin van het boek heeft Nina al zeven jaar op zee doorgebracht. De benaming Skip kan slaan op 'skipper', maar misschien heeft ze ook wel het een en ander in haar leven geskipt.

Op een parkeerplaats in Cannes wordt ze ineens onwel als ze geconfronteerd wordt met een gezin uit haar verleden, dat ze al zeven jaar niet heeft gezien: Nico en Mascha Zeno en hun zoon Juda, die haar ooit hebben opgevangen. Ze bieden Skip opnieuw gastvrij onderdak aan: het tuinhuis staat tot haar beschikking. Nynke besluit er gebruik van te maken.

Als Skip terug is in de tuin die ze zo goed kent, zal ze haar verleden aan moeten kijken en het is maar de vraag of dat een goed idee is. Nynke verwoordt het zo:
In mijn Kleine geschiedenis van slechte ideeën zou dit een eigen hoofdstuk krijgen, 'Het tuinhuis', waarin Skip Nauta zich vrijwillig laat opsluiten om een achtergelaten leven de kans te geven zich weer eens lekker strak om haar keel te wikkelen. Met bijrollen voor Mascha, Nico en Juda Zeno, warme surrogaatfamilie en levend decor waartegen alle mislukkingen van (de toch nog relatief jonge!) Skip zullen afsteken als zwarte vliegen in chardonnay.
Door terug te gaan naar de tuin van de Zeno's, gaat Skip terug naar een eerdere periode in haar leven. Ze zal daarin ook haar intussen overleden moeder Nellie tegenkomen en Borg Eldering, met wie ze een relatie heeft gehad.

Het moederschap is prikkeldraad: Nellie was er indertijd misschien wel niet geschikt voor, heeft overwogen om er niet aan te beginnen, maar zegt tegen Skip als het ter sprake komt: 'Ik wilde je houden'. De woede die er in Skip is, is die bij haar moeder begonnen? En is de ultieme hulp die ze geboden heeft uiteindelijk ook een daad van liefde?

En hoe moet Nynke over Mascha denken? Was dat een surrogaatmoeder of was ze gewoon verliefd op haar? En moet ze zelf het moederschap aanvaarden als er een boon in haar groeit? Het zijn geen gemakkelijke vragen die Skip zichzelf stelt. Niet voor niets is ze zeven jaar zonder vaste wal onder haar voeten geweest.

Er zijn drie mannen om haar heen: de zoon van de Zeno's, Juda, die ook niet bepaald door het leven huppelt; Borg, die ze opnieuw ontmoet en die de geschiedenis van hun relatie in een verhaal of novelle heeft verwerkt; Lood, haar schipper, bij wie ze vaak als matroos heeft gevaren en bij wie ze altijd aan kan meren.

Gebrek is een groot woord is geen gemakkelijk boek. Misschien is het meer een bouwwerk van tekst, dan een vloeiend doorlopend verhaal, doordat Polak verschillende soorten teksten gebruikt: chats die uitgeschreven worden; het proza van Borg, zo'n vijfentwintig bladzijden lang, als een klont in de pap; mailtjes, korte hoofdstukken, langere hoofdstukken.

Een kwaadwillende lezer zou de opbouw onevenwichtig kunnen noemen, zeker door dat proza van Borg, dat wel erg veel bladzijden in beslag neemt. Maar een boek waarin het om Skip Nauta gaat, mag misschien wel niet evenwichtig zijn en moet misschien wel hier en daar uit het lood hangen.

In ieder geval werd ik als lezer wel steeds meer naar de hoofdpersoon toe getrokken, wat overigens niet altijd een gemakkelijke positie is, want als je je met iemand identificeert, wil je dat het goed met haar gaat en je vreest dat dat misschien wel te veel gevraagd is.

Juist daardoor overtuigde Gebrek is een groot woord me, naast natuurlijk de stijl, waar misschien wel lang aan geschaafd is, maar die soepel oogt en die de personages een duidelijke stem meegeeft. En door het feit dat het boek je laat nadenken. Over hoe het verleden niet te ontlopen is. Over wat uiteindelijk wel en niet te skippen is. Over hoe ingewikkeld relaties zijn en dat helemaal goede relaties misschien wel boven onze macht liggen.

En over de titel. Die zou natuurlijk kunnen verwijzen naar een gebrek maar ook naar het gebrek hebben aan iets, het ontbreken van iets. De titel lijkt een antwoord van iemand die niet voluit 'ja' wil zeggen: 'Heb je er gebrek aan?' 'Gebrek is een groot woord'. Als dat zo is, dan informeert de vraag die aan de titel voorafgaat naar het gemis. Het gemis van een vader? Van een moeder? Van moederliefde? (En doen we Nellie niet tekort door die vraag te stellen?) Van een plek om thuis te komen of om te blijven?

Op de voorkant staat bij de titel een jong gordeldier, gepantserd en kwetsbaar tegelijk. Dat zou zomaar Skip kunnen zijn. Zo'n beestje dat bestand lijkt tegen de buitenwereld, maar misschien toch nog een moeder nodig heeft.

Is Gebrek is een groot woord een goed boek? Eigenlijk is het een vraag die ik me helemaal niet gesteld heb tijdens het lezen. Waarom zouden we onszelf een oordeel aandoen? Wie een oordeel heeft, hoeft niet meer verder te kijken of verder te denken. Die kan het boek dichtdoen en misschien wil ik dat nog even niet.

Als ik de laatste bladzijde gelezen heb en Skip is alweer van mij weggevaren, wil ik nog af en toe aan haar denken en haar in gedachten zon wensen en warme wind door haar haar en een kompas dat het blijft doen, wel wetend dat niemand uiteindelijk weet of hij op koers ligt en wat zijn bestemming is. Is dat een gebrek? Och, gebrek is een groot woord.

maandag 9 april 2018

Zeven detectives / Miss Crumble


Je kunt een verhaal op allerlei manieren vertellen. In romans roepen woorden een wereld op en nemen je mee in een of meer verhaallijnen. Je kunt ook plaatjes na elkaar plaatsen, zodat er een tijdsverloop gesuggereerd wordt. Dan vertellen de afbeeldingen het verhaal en dat gebeurt in sommige strips. In bijvoorbeeld Iedereen op Claudia van Sam Peeters ontbreekt nagenoeg elke tekst.

In de meeste strips wordt het verhaal verteld door een combinatie van afbeeldingen en tekst. Bij de verstrippingen van literaire werken door Dick Matena (bijvoorbeeld Kort Amerikaans en Kees de jongen) worden de tekeningen toegevoegd aan de romantekst, die integraal wordt weergegeven. Dat getuigt van respect voor de oorspronkelijke tekst, maar het betekent ook dat in de afbeeldingen veel herhaald wordt wat de tekst al weergeeft.

In sommige strips wordt bewust gekozen voor veel tekst. Een beroemd voorbeeld hiervan is Watchmen waarin complete bladzijden proza zijn opgenomen. Maar soms heb je het idee dat het opnemen van veel tekst geen keuze is, maar onmacht. De scenarioschrijver heeft de tekst nodig om uit te leggen hoe het allemaal zit, omdat het hem niet lukt dat duidelijk te maken in het verhaal, in de loop van de gebeurtenissen. Die indruk heb ik bij twee albums van Herik Hanna.

Het eerste is Zeven detectives, met tekeningen van Eric Canete en het tweede is de spin-off, Miss Crumble met tekeningen van Sylvain Guinebaud. In beide albums deed Lou de inkleuring.

Over de formule waarop Zeven detectives is gebaseerd, schreef ik al bij een recensie van Zeven draken, dezelfde tekenaar, andere scenarist. In Zeven detectives moeten zeven speurneuzen een moordzaak ontraadselen. We blijken hier te maken te hebben met een seriemoordenaar, die iets heeft met het getal zeven en te vrezen valt dat er evenzovele slachtoffers zullen vallen.

Een ingewikkelde zaak met veel personages, dus dat vraagt wel enige inventiviteit van de scenarist. Hij begint het boek met een bladzijde in proza en in de loop van het boek zullen er meer van dit soort bladzijden volgen. De eerste regel is: 'Deze pagina's zijn niet bedoeld om gelezen te worden.' Daardoor heb je de lezer natuurlijk meteen te pakken: hij doet iets wat wellicht verboden is en hij voelt zich tegelijkertijd bevoorrecht boven anderen die deze bladzijden niet te lezen zullen krijgen.

De verteller blijkt kapitein MacGill, die de zeven detectives bij elkaar geroepen heeft. Hanna geeft ons goed de kans de zeven detectives te leren kennen, door ze elk paginagroot ten voeten uit te tekenen met daarbij behoorlijk wat tekst, waarna ze wel geïntroduceerd zijn. Het zijn zes mannen en een vrouw, Adelaïde Crumble, die dus ook nog een eigen album heeft. Daarin is ze al bejaard, wat ze in Zeven detectives duidelijk nog niet is. In een omgeving met mannen is zij de vrouw, die overigens prima haar boontjes weet te doppen.

Het verhaal zit goed in elkaar: alle slachtoffers hebben een naam die met een 'M' begint en alle namen bestaan uit zeven letters. Het zijn aanwijzingen voor het team, die het idee hebben dat ze steeds dichter bij een oplossing komen. Spanning genoeg en je leest het album vlot verder. Af en toe is er een bladzijde proza: de aantekeningen van MacGill. Daarin is uiteindelijk ook de oplossing te lezen, al zijn daar ook wel wat tekeningen aan toegevoegd.

In Miss Crumble is het verhaal iets eenvoudiger te vertellen, doordat we maar met een enkele detective te maken hebben. Maar het is ingewikkeld genoeg, doordat ook het verleden een belangrijke rol speelt. Miss Crumble is de scherpzinnige speurder die veel dingen reeds in de gaten heeft, maar uiteindelijk moet er toch uitgelegd worden hoe het allemaal zit. Daar heeft Hanna bladzijdenlang voor nodig.

Daarna is alles duidelijk, ook dat het verhaal ingenieus in elkaar gezet is, maar dat verhaal is dan ook als een ballon leeggelopen. Het lijkt me een teken van onmacht als alles uitgelegd moet worden, als alles wat intrigeert, verklaard moet worden en als de scenarist al het werk verzet en de lezer niets meer mag doen. Ik voel mij dan als lezer als een klein kind behandeld. Blijkbaar mag ik niet met vragen blijven zitten, mag ik geen eigen interpretaties hebben. De scenarist is een dominante vader die weet wat goed is voor zijn kinderen.

In beide albums irriteert het mij dat Hanna het niet voor elkaar krijgt gewoon een goed verhaal te vertellen, maar dat hij ellenlange monologen nodig heeft met uitleg. Bovendien neemt die uitleg de kracht weg uit het verhaal. Het enige wat ik overhoud, is de scenarist, die tussen mij en het verhaal in is gaan staan en steeds maar vraagt: 'Heb ik dat ingenieus in elkaar gezet of niet?' Dat wel, maar een verhaal een beetje elegant en met snelheid afronden is ook een kunst en die kunst verstaat Hanna overduidelijk niet.

Dat is jammer, want met de tekeningen van Canete en Guinebaud is niet zoveel mis en de eerste helft van de albums is ook wel in orde. Misschien heeft Hanna meer ruimte nodig. Of een minder gecompliceerd verhaal.

Uit: Zeven detectives

Uit: Miss Crumble

Titel: Zeven detectives
Scenario: Herik Hanna
Tekeningen: Eric Canete
Uitgeverij: Silvester,  's-Hertogenbosch 2018, 64 blz. 
hardcover €16,95 

Reeks: Detectives, deel 1: Miss Crumble
Scenario: Herik Hanna
Tekeningen: Sylvain Guinebaud
Uitgeverij: Silvester,  's-Hertogenbosch 2018, 64 blz. 
softcover €8,85, hardcover €16,95 

donderdag 5 april 2018

Oscar Timmers / J. Ritzerfeld (1931 - 2018) overleden


Pas tijdens de paasdagen las ik het in NRC Handelsblad: Oscar Timmers overleden. Een paar dagen had ik niet op Tzum gekeken en blijkbaar is er verder ook weinig ophef over geweest: ik was er in de verschillende andere media geen enkel bericht over tegengekomen.

Meteen zag ik het markante hoofd van Timmers voor me en ik herinnerde me de boeken die hij schreef onder het pseudoniem J. Ritzerfeld. Ik las De Poolse vlecht (1982). Het boek kocht ik bij ECI in de fraaie reeks Schrijvers van nu. Veel van de delen kocht ik standaard bij mijn kwartaalbestelling, maar als ik het goed heb, was deze roman me ook nog geadviseerd door Dirk Zwart.

De Poolse vlecht behelst drie met elkaar verweven verhalen, weet ik nog. Oorlog, veel oorlog. En een vrouw in elke verhaallijn. Minder dan het verhaal staat me bij dat ik genoot van de stijl: een stijl om langzaam te lezen en van te genieten.

Dat is me ook bijgebleven van de volgende boeken: Grensovergang Oestiloeg (1984), Italiaans concert (1985) en Zee van marmer (1986). De inhoud is intussen weggezakt, maar ik herinner me dat ik de boeken 'goed' vond. Ik heb nog een vijfde boek aangeschaft indertijd: Anima 'Je reinste film' (1974). Ik zie het blauwe omslag voor me, maar ik geloof niet dat ik het boek ook daadwerkelijk gelezen heb.

Naast de romans/novelles onder de naam J. Ritzerfeld, schreef Timmers ook boeken onder zijn eigen naam, al vanaf 1957: Landklimaat. Na 1971 gebruikte hij het pseudoniem Ritzerfeld, maar in 2000 kwam er weer een werk uit onder de naam Oscar Timmers: Dromen van stof. Verder heeft Timmers veel werk vertaald.

Ik wist dat Oscar Timmers redacteur was bij een uitgeverij, maar ik kende hem als schrijver; als Ritzerfeld dus en niet als Timmers. Ik heb het themanummer van Bzzlletin over hem in bezit gehad en wellicht zelfs gelezen. Ik zie de voorkant voor me, met daarop een grote foto van Ritzerfeld die met zijn rechterhand zijn linkerschouder vasthoudt.

In NRC las ik de necrologie van Ritzerfeld door Toef Jaeger en ik realiseerde me dat ik me al heel lang niet had afgevraagd of hij nog leefde. Eigenlijk was hij al weg uit mijn leven, net als zijn werk, dat nog wel in dozen op mijn zolder op te zoeken is, maar dat niet meer in mijn boekenkast staat.

Zo gaat dat dus, zelfs met een schrijver wiens werk ik ooit heb gewaardeerd. Even licht zijn naam op en dan verdwijnt hij weer. Hopelijk zijn er nog mensen die af en toe aan Ritzerfeld en zijn werk denken en die op zijn minst het voornemen hebben om het te gaan (her)lezen.

Ik zou nu kunnen schrijven dat ik toch eens wat van hem moet herlezen, maar ik weet hoe loos dit soort voornemens is: meestal komt er niets van terecht. Laat ik daarom nu maar even terugdenken aan Ritzerfeld, een zorgvuldig stilist, die enkele mooie boeken heeft geschreven. Dat is meer dan je van veel andere schrijvers kunt zeggen.

vrijdag 30 maart 2018

Comanche. Red Dust (Hermann & Greg)


Elk stripgenre heeft zijn eigen wetten. In een western zullen bijvoorbeeld paarden voorkomen en vaak is er wel een cowboy die snel is met zijn revolvers. Wie een western een eigen gezicht wil geven, moet zorgen dat hij zich aan de ene kant voldoende houdt aan de regels om herkenbaar zijn, maar tegelijkertijd voldoende afwijkt van het geëigende om op te vallen.

Over de reeks Comanche, die nu integraal in een prachtuitgave verschijnt, schreef ik al eerder. Toen verschenen in een band albums uit de periode 1974 - 1976. Nu is het deel Red Dust verschenen, dat het gelijknamige verhaal behelst en Wanhoop en dood op de prairie. De verhalen waren, na publicatie in Kuifje in 1972 en 1973 verkrijgbaar in albumvorm.

De reeks draagt de naam van Comanche, een jonge vrouw en daarmee is het eigene van de serie al gegeven, aangezien in veel westerns vrouwen een ondergeschikte en soms zelfs een te verwaarlozen rol spelen. Comanche moet proberen de ranch die haar is nagelaten door haar vader draaiende te houden,  ondanks tegenwerking van alle kanten. Ze heeft alleen nog een bejaarde man die haar terzijde staat, Ten Gallons. Dan verschijnt de revolverheld Red Dust ten tonele, die later bijgestaan zal worden door de zwarte man Toby ('Roetkop') en de jonge vent Clem ('Vlaskop'). Hij wordt de voorman en moet proberen nieuw leven te blazen in de 'triple-six-ranch'.

Indertijd heb ik met rode konen alle verhalen over Red Dust en Comanche gelezen. Bij herlezing valt me de parallel op met een Netflixserie: Godless. Ook daar moet een vrouw, Alice Fletcher, zich zien te redden op een ranch. Net als Comanche staat ze haar mannetje, is ze niet bang en kan ze goed omgaan met een geweer of een revolver. Fletcher heeft niet een oude man naast zich, maar haar zoontje en oude Indiaanse vrouw, ook personen van wie ze niet in de eerste plaats bescherming hoeft te verwachten. Het zoontje is zelfs bang voor paarden.

Ook in Godless duikt er een revolverheld op: Roy Goode. Als hij gearresteerd wordt, haalt Alice hem eigenhandig uit de gevangenis. Ook hij blijkt zeer bruikbaar op de ranch. Een saillant detail is dat in het nabij gelegen dorp de vrouwen oververtegenwoordigd zijn, na een mijnongeluk waarbij veel mannen om het leven kwamen. Dat betekent dat niet alleen de ranch, maar het hele dorp kwetsbaar is, vooral ook omdat de sheriff kampt met toenemende slechtziendheid.

Zowel in Godless als in Comanche is de vrouw strijdbaar, maar tegelijkertijd is ze kwetsbaar. We weten dat de revolverheld die haar terzijde staat tot veel in staat is, maar de schurken zijn altijd met meer en de vraag is wie er zal winnen. Voor spanning heb je dat nodig: ook de helden met wie je meeleeft moeten niet onaantastbaar zijn; ze moeten kunnen verliezen, zodat de opluchting des te groter is als het toch goed afloopt.

Red Dust heeft in het eerste album een ontmoeting met Kentucky, een vroegere vriend, die nu aan de andere kant staat. Kentucky komt al voor in het bonusverhaal 'Weet je nog, Kentucky?' dat in zwartwit opgenomen is in dit deel van de integrale uitgave. Het geeft mooi de voorgeschiedenis weer en maakt de ontmoeting van Red Dust met Kentucky dramatischer.

Het verhaal 'De gevangene' is ook zo'n bonusverhaal. Het maakt duidelijk waarom Red Dust bij het begin van het eerste album staat te wachten op de postkoets met alleen een zadel bij zich.

Ook bij herlezing blijven de verhalen over Comanche en Red Dust overeind. Zachtzinnig zijn ze niet, maar dat is voor de lezer goed te verteren, omdat er duidelijk een goede en een slechte kant is. De goeden hebben het recht aan hun kant of in ieder geval de rechtvaardigheid. Daarvoor neem je wat bloed voor lief.

Je kunt je afvragen of het geweld op die manier verheerlijkt wordt, maar mij lijkt het geweld hier geen doel, maar een middel. Om recht te laten geschieden.

Een goede integrale uitgave biedt veel extra's. Naast de twee bonusverhalen is dat in dit deel een inleiding over de scenarist Greg en de tekenaar Hermann en veel extra tekeningen, onder anderen van het personage Dylan Stark. Voor de prozatekst waarin hij figureerde maakte Hermann de tekeningen.

Opmerkelijk vond ik de mededeling dat veel gebeurtenissen in de serie Comanche historisch verantwoord zijn. Greg:
In feite hebben alle gebeurtenissen die we vertellen, een historische basis. Ze zijn allemaal echt gebeurd in de loop van de dertig belangrijkste jaren in de geschiedenis van de Far West. Alleen zijn in deze strip de ervaringen van veel verschillende mensen samengevoegd tot de lotgevallen van één groepje ranchers. Dat is de enige vrijheid die we ons met de geschiedenis veroorloven. 
Moet er nog iets gezegd worden over Greg en Hermann? De verhalen van Greg zitten eigenlijk altijd goed in elkaar en Hermann is een uitmuntend tekenaar die ook in de jaren zeventig al goed was. Over zijn karakterkoppen schreef ik de vorige keer al, maar ook paarden en koeien tekent hij met gemak. Nou ja, het zal wel hard werken zijn om een tekening er zo uit te laten zien dat zij de indruk wekt met gemak getekend te zijn.

Juist bij een uitgave als deze, in groot formaat, heb je de kans om uitgebreid te tekeningen te bekijken en om te zuchten: Wat was het toch een goede serie! Herstel: Wat is het toch een goede serie!


Titel: Comanche. Red Dust.
Tekeningen: Hermann
Tekst: Greg
Uitgever: Sherpa, Haarlem 2018, 160 blz. gebonden, €65,- (oplage gelimiteerd: 666 exemplaren)


woensdag 28 maart 2018

De verbeelder verbeeld[t] (Koldeweij/Koldeweij)

Enkele jaren geleden was ik erg blij met De verbeelders, een kloek boek over boekillustratoren in de twintigste eeuw: mooi uitgevoerd, helder geschreven, zeer informatief. Nu is er een boek met een soortgelijk uiterlijk en met een titel die ook een beetje lijkt op die van het net genoemde boek: De verbeelder verbeeld[t], een boek over boekillustratie en beeldende kunst, onder redactie van Anna Cecilia Koldeweij en Jos Koldeweij. Het wordt op het achterplat zelfs een vervolg genoemd.

Dat is het eigenlijk niet. Ten eerste ontbreekt de geschiedschrijvende kant, ten tweede is het tijdperk veel breder en eigenlijk niet afgebakend, ten derde worden er niet alleen Nederlandse kunstenaars/illustratoren behandeld en ten vierde verschilt ook het onderwerp: niet alle stukken gaan over boekillustratie. Soms lezen we alleen over hoe schilders zichzelf of andere kunstenaars hebben afgebeeld.

Wel is het weer een heerlijk boek geworden, waarin we tekenaars tegenkomen die veel mensen al kennen (bijvoorbeeld Fiep Westendorp, Peter Vos, Joke van Leeuwen, J.H. Isings, Cornelis Jetses, Mance Post, Vincent van Gogh, Marc Chagall) en tekenaars/kunstenaars die we door dit boek leren kennen.

De aanleiding voor De verbeelder verbeeld[t] is het emeritaat van Saskia de Bodt, drijvende kracht achter De verbeelders. Volgens het voorwoord zijn de hoofdstukken 'associatief' geordend, wat voor mij betekent dat er nauwelijks een lijn in te ontdekken valt. Erg is dat trouwens niet.

Door het hele boek heen zijn illustraties opgenomen die speciaal voor Saskia de Bodt gemaakt zijn. Ze vormen een mooie afwisseling met de andere bijdragen. De opgenomen stukken zijn niet allemaal even doorwrocht, maar misschien mag je dat bij een gelegenheidsboek ook niet verwachten. Zo vind ik het bijvoorbeeld aangenaam (en terecht) dat er aandacht is besteed aan Liesbeth Labeur, maar over haar werk is wel wat meer te zeggen dan wat er hier gedaan is.

De bijdragen zijn zeer divers, zowel qua onderwerpkeuze als qua opzet. Het artikel over Siegfried Woldhek is bijvoorbeeld eigenlijk een interview. Niet alle auteurs lijken hetzelfde publiek voor ogen te hebben. Meestal zijn de artikelen zeer toegankelijk, ook voor leken op het gebied van de kunstgeschiedenis of de geschiedenis van de boekillustratie. Maar de bijdrage over David en Pieter Oyens begint zonder enige inleiding. Pas in de loop van het artikel komen we erachter dat de twee kunstenaars broers zijn. Eerlijk gezegd had ik zelfs hun namen nog niet eerder gehoord.

Ruime aandacht krijgt Peter Vos, over wie zelfs twee (fraaie) artikelen zijn opgenomen. Fiep Westendorp tekende aanvankelijk Jip en Janneke anders dan hoe we hen nu kennen. Dat had ik niet meer helder. Nog nooit had ik gehoord van Jans Arnolli, maar zijn tekeningen blijk ik wel te kennen: hij moderniseerde bijvoorbeeld tekeningen van Jetses. Leuke artikelen allemaal en het artikel over het scheppingsverhaal van Peter Vos (door Jan Piet Filedt Kok) is zelfs uitstekend.

Als je namen noemt, vergeet je altijd mensen, maar met het niet noemen van namen doe ik ook mensen tekort. Toch enkele namen dus. Omdat de literatuur tot mijn eerste interessegebied behoort, was ik blij met een mooi artikel (door Jeroen Kapelle) over de illustraties bij de werken van Jacob van Lennep en met een artikel van Lisa Kuitert over Lucebert.

Verder heb ik genoten van de bijdrage van Joke Haverkorn van Rijswijk over twee wandtapijten naar een ontwerp van de expressionist August Macke. Volslagen onbekend was mij Abraham Prikkie en zijn humoristische tijdschrift. Benno Tempel praatte me bij in zijn artikel.

Bijzonder verhelderend waren verscheidene artikelen die nader ingingen op kunstenaars die zichzelf of andere kunstenaars afgebeeld hebben. Het openingsartikel van Jos Koldeweij, waarin onder meer de omslagillustratie van Thé Tjong Khing wordt behandeld was in dezen zeer informatief, maar ook bijvoorbeeld het artikel van Anna Cecilia Koldeweij over twee recent ontdekte tekeningen van Gerard van Honthorst, dat mij opnieuw liet kijken naar afbeeldingen van schilders in hun atelier: zijn ze aan het werk of poseren ze?

En er is meer, veel meer. Over Russische prentenboeken in Nederland (1929 - 1931); over een onbekende litho van David Hockney; over een tekening van een razzia door J.H. Isings; over de illustratieopdrachten voor Jan Sluijters door de Erven F. Bohn; over prinses Marie d'Orléans als beeldhouwster verbeeld. Wie het allemaal precies wil weten kope en leze De verbeelder verbeeld[t], dat ook nog eens zeer betaalbaar is.

Het is gemakkelijk om detailkritiek te leveren, maar dat ga ik niet doen. Het boek als geheel is prachtig. Om door te bladeren, om af en toe een artikel uit te lezen, maar ook om in zijn geheel tot je te nemen. Ergens van genieten en dan ook nog iets opsteken - dat is een mooie combinatie.

Thé Tjong Khing, De kroon van de koning
Peter Vos, Voorstudies voor het scheppingsverhaal in de bundel Experimenten van Geerten Gossaert
Titel: De verbeelder verbeeld[t]. Boekillustratie en beeldende kunst
Redactie: Anna Cecilia Koldeweij en Jos Koldeweij
Uitgeverij: Van Tilt, Nijmegen 2017
gebonden, rijk geïllustreerd, 256 blz. € 29,95

dinsdag 27 maart 2018

Arzach / Majoor Fataal - De man van de Ciguri (Moebius)


Verzamelaars smullen van heruitgaven van hun favoriete series of auteurs: alle albums van hetzelfde formaat kunnen dan mooi naast elkaar in de kast. Blijkbaar is er een markt voor, want elke uitgeverij heeft zijn series, waarvan steeds een paar delen op de markt komen.

Onder de striptekenaars is Moebius is een grote naam. Een titel als De Incal heeft iedereen op zijn minst een keer gehoord. En wie het werk van Moebius niet kent, kent het oeuvre van Giraud wel. De albums van Blueberry hebben we allemaal gelezen. Giraud en Moebius zijn twee namen voor dezelfde tekenaar.

Onder de naam Moebius tekende Giraud een experimenteel oeuvre bij elkaar, dat nog steeds intrigeert. Uitgeverij Sherpa heeft daar intussen verschillende delen van uitgebracht. Het is een wonderlijk universum dat Moebius ons voorschotelt, dat blijft intrigeren.

Het personage Arzach bijvoorbeeld vliegt rond op een soort vliegende dinosauriër, vaak boven bevreemdende landschappen. Meestal is er geen tekst en wat nu precies het verhaal is, is ook niet altijd duidelijk. Je dompelt je als lezer onder in een wereld waarin je je niet thuisvoelt: steeds heb je het idee dat je wat ontgaat en je weet dat je niet kunt voorspellen wat er zal gebeuren.

Het verhaal lijkt me daarom minder belangrijk dan de leeservaring. Het lijkt alsof je even opgenomen bent in de droom van iemand en je kunt het best maar met die droom meegaan.

In de beleving van het verhaal zit ook een zekere afstandelijkheid. Zelfs als er gruwelijke monsters met grote tanden afgebeeld worden, zijn ze niet angstaanjagend. Je registreert ze, maar er is geen emotie. Je verkeert in een wereld waarin je eigen normen en waarden er niet meer toe doen. Blijkbaar gaan in deze wereld de dingen anders dan in de jou bekende wereld. Je bent een beschouwer, een getuige misschien.

Ook bij De man van de Ciguri overheerst de bevreemding. Weliswaar is er hier meer verhaal, maar ook hier is er de afstandelijkheid waartoe de lezer gedwongen wordt en de wonderlijkheid van de wereld waarnaar hij mag kijken, waarin er andere dingen mogelijk zijn dan in de dagelijkse werkelijkheid.

Bij veel heruitgaven is er extra materiaal toegevoegd: schetsen, een ongepubliceerd verhaal, een dossier met een essay of een interview. Dat is in deze delen overigens bescheiden. De uitgave is mooi: het grote formaat nodigt uit tot het nauwkeurig bekijken van de tekeningen.

Of ik de juiste lezer ben voor Moebius, weet ik niet. Ik vind de verhalen intrigerend, ik vind het tekenwerk mooi en ik ben onder de indruk, maar tegelijk laat het werk me eigenlijk onberoerd. Dat zal ook de bedoeling zijn: die afstandelijkheid is met opzet gecreëerd, maar ik merk dat ik toch liever werk lees waarbij ik meer betrokken kan zijn.


Auteur: Moebius
Titel: Arzach
Titel: Majoor Fataal - De man van de Ciguri
Uitgeverij Sherpa
Hardcover, 60 blz. in kleur, € 39,95 per deel
gelimiteerde oplage (400 exemplaren)