donderdag 2 april 2020

De roman van den schaatsenrijder (Cyriel Buysse)


In 1983 (als ik het mij goed herinner) deed ik examen Nederlands MO-A. Voor het vak Literatuur van de 19e en de 20e eeuw moesten we minimaal dertig boeken lezen. Wie meer las (en daarbij bijvoorbeeld meer boeken van dezelfde auteur las) had de hoop om daarmee het mondeling examen te beïnvloeden. Ik had verschillende boeken van Jeroen Brouwers op de lijst.

Bij het samenstellen van de lijst had ik ook boeken gelezen van auteurs die ik daarvoor niet kende. Ik las bijvoorbeeld Het recht van den sterkste (1893) van Cyriel Buysse (1859 -1932). Het is niet zijn sterkste roman, maar ik was wel onder de indruk van de zintuiglijke manier van schrijven. Als een cineast het in handen krijgt, kan hij het zo verfilmen, dacht ik.

Na het examen heb ik nog veel meer boeken van Buysse gelezen. Een greep: Het leven van Rozeke van Dalen (1905), 't Bolleken (1906), Het ezelken (1910) en Tantes (1924). Verder een paar toneelstukken, wat korter werk, hier een daar een roman. Ik kocht het verzamelde werk (dat intussen bij De Slegte lag) en werd lid van het Cyriel Buysse Genootschap, welk lidmaatschap ik na enkele jaren weer opzegde omdat ik niet toekwam aan het lezen van wat dat Genootschap uitbracht.

In mijn kast staat nog veel ongelezen werk van Buysse en in deze vreemde tijden trof ik mij ineens aan met De roman van den schaatsenrijder (1918) in mijn hand.

Roman?

Deze roman leest helemaal niet als een roman. Hij is geschreven in de ik-vorm en je kunt je bij die 'ik' iemand als Buysse voorstellen. Hij vertelt over de schaatsavonturen in zijn jeugd. In 1918 was Buysse negenenvijftig jaar oud en schrijft over de tijd dat de hoofdpersoon een jaar of achttien is. Hij brengt die herinnering op gang door te gaan kijken bij de tijd waar hij jaren geleden geschaatst heeft.
En een drietal jaren geleden, juist één jaar vóór den oorlog, die zoo schandelijk ons mooie land verwoest heeft, was ik toevallig 's winters weer op 't dorp en uit oude herinnering ging ik eens wandelen tot aan den "wal van 't Oarmhuis" waarop, naar men mij vertelde, schaats gereden werd.
De hoofdpersoon is redelijk welgesteld: hij wordt door boeren en arbeiders dan ook aangesproken met 'meniere'. Buysse was de zoon van een fabrikant en zal ook wel zo aangesproken zijn. Hij krijgt te horen dat sommige mensen die hij uit zijn jeugd kent al overleden zijn.

Hij verbaast zich ook over hoe oud mensen eruit zien. Iemand van tweeënvijftig, die jonger is dan de verteller, ziet er wel uit als was hij zeventig.

Als hij over dat heden (van enkele jaren geleden dus) vertelt, corrigeert hij zich: hij zou immers over het verleden vertellen.
Wat ben ik in mijn verhaal ver afgedwaald, of, beter gezegd, wat ben ik hard den tijd vooruitgeloopen! Want er ligt nog zooveel in mijn schaatsenrijdersleven tusschen dat ver verleden en de gebeurtenissen van den tegenwoordigen tijd. 

Figuren schaatsen

De hoofdpersoon kan goed schaatsen. Dat betekende in die tijd: kunstig kunnen schaatsen, waarbij je figuren op het ijs maakte. Op die manier maakte hij indruk en als jongeling probeerde hij natuurlijk vooral indruk te maken op de meisjes.

In deel 1 beschrijft hij twee van die pogingen, op twee verschillende ijsbanen. De natuurbeschrijvingen zijn nog altijd prettig om te lezen, maar er komt pas echt leven in het verhaal zodra het over mensen gaat en zeker wanneer ze beginnen te praten. De hoofdpersoon is geen held: zijn twijfels en zijn falen worden ook beschreven.

Amerika

Deel 2 speelt zich af in Amerika. Buysse bezocht Amerika verschillende keren. Dat waren zakenreizen. Ik herinner me ooit gelezen te hebben dat hij naar Amerika gestuurd was, omdat hij een arbeidersmeisje zwanger had gemaakt. Hij zou met haar hebben willen trouwen, maar dat werd hem niet toegestaan. Wel heeft hij haar altijd geldelijk ondersteund.

Zo herinner ik het me, maar ik kan op dit moment niet genoeg informatie vinden die dat bevestigt. Mogelijk word ik bedrogen door mijn geheugen.

In ieder geval was hij in Amerika. In De roman van den schaatsenrijder beschrijft hij hoe de hoofdpersoon onder de indruk raakt van een jonge vrouw, Maud. Haar familie ziet hem schaatsen, nodigt hem op de thee en langzaam wordt het contact nauwer. Hij kan echter niet zomaar zeggen dat hij verliefd op haar is. Dat moest in die tijd veel omzichtiger.

Illusie

We krijgen in de loop van het verhaal een kijkje in het hoofd van de hoofdpersoon. Soms gaan zijn gedachten met hem op de loop en achteraf moet hij constateren dat sommige dingen een illusie waren, een roman: de roman van de schaatsenrijder.

Nu wordt duidelijk waarom het boek niet leest als een roman. Het wordt ook niet gepresenteerd als een roman. Het kan net zo goed een autobiografisch geschrift zijn. Wat zich in het hoofd van de 'ik' afspeelt is de roman.

De roman van den schaatsenrijder is een boek dat net zo goed fictie als non-fictie kan zijn. Mogelijk berust de inhoud op wat Buysse heeft meegemaakt, maar wellicht heeft hij veel gefantaseerd. In een boek als dit kan dat ook, omdat het zo onduidelijk is qua genre. Eigenlijk doet het naar de vorm vrij modern aan. Misschien zouden we het nu 'autofictie' noemen.

Rozeke van Dalen

Buysse is een schrijver van wie je niet meer zo veel hoort. Dat is jammer. Hij verdient een groter publiek dan hij heeft. Mijn leerlingen hebben nog wel eens Het leven van Rozeke van Dalen gelezen in de Salamanderuitgave van 1983. Het is een mooi voorbeeld van een naturalistische roman. In het begin lijkt het Rozeke allemaal behoorlijk mee te zitten, maar haar man wordt ziek en om de zaak te behouden moet ze ook nog trouwen met de man voor wie ze bang is. Ook met haar vriendin de freule gaat het niet goed: die is getrouwd met een man die haar bedriegt.

Voor wie Buysse wil leren kennen, is Rozeke van Dalen misschien een goed begin. Maar de Schaatsenrijder lezen kan natuurlijk ook altijd.

Gedenkplaat aan Buysses voormalige woning in Nevele

woensdag 1 april 2020

Eeuwig 1913 (Marcel Ruijters)


Bij de titel Eeuwig 1913 weten we al waar het nieuwe boek van Marcel Ruijters ons zal doen belanden. Tijd die vastgezet is in 1913 kwamen al tegen in Pola en dat personage kwam ook al voor in Het 9e eiland.

Pola zit in dit nieuwe boek nog steeds vast in 1913. Ze is trambestuurder geworden en gaat om met enkele avantgardisten. We herkennen meteen Paul van Ostaijen. Een ander personage verwijst naar de Franse 'literaire gek' Raymond Roussel, vertelt het nawoord. Die naam zegt me dan weer niks. Verder komen we Henri Michaux tegen en Madame Blavatsky, de theosofe. Het is een bont en boeiend gezelschap.

Trambestuurster

Dat Pola een tram bestuurt, zegt misschien ook wel wat: je bent bestuurder, maar de route die je af zult leggen, ligt al vast. Dingen gaan zoals ze gaan en misschien heeft de menselijke geest daar niet zo veel invloed op.

Door het verhaal loopt verder nog een wezen uit Lemurië, half vlees, half geest en half vrouw, half man.  Ook hier weer wordt er gespeeld met grenzen en het doorbreken ervan.

Avantgardisten zijn hun tijd vooruit en zijn bij voorbaat onbegrepen. De buitenwereld zal het afwijkende al gauw bestempelen als gek. Pola komt dan ook in een inrichting terecht, die ook weer een wereld op zich is. Maar in tegenstelling tot het jeugdboek Hoe Mieke Mom haar maffe moeder vindt van Guus Kuijer, waar de wereld gek geworden lijkt en Mieke vindt het geluk pas tussen de gekken, is het verblijf voor Pola een marteling. Ze komt er overigens nog een oude bekende tegen, die ook alleen maar als freak wordt gezien. Gelukkig kan ze ontsnappen.

Stijging van de zeespiegel

Bijna aan het einde van het boek is de zeespiegel enorm gestegen, zodat mensen op het dak van hun huis leven. Het lijkt even alsof we niet in 1913 leven, maar in een nabije of verre toekomst.

De boeken van Ruijters zijn, ik schreef het al eerder, avonturen. Ze zijn humoristisch en speels, maar de speelsheid is niet vrijblijvend. Er is ook een altijd serieuze grondtoon, waarbij de grote vragen niet geschuwd worden.

Daarbij komt dat de lezer veel zelf mag doen. Er zit altijd lucht in de verhalen van Ruijters, zodat je zelf kunt ademhalen en zelf kunt nadenken over dicht bij de natuur leven of in de stad, over terug naar verleden willen of gericht zijn op de toekomst, over het leven in eigen hand hebben of de trambaan van het leven moeten volgen.

In ieder geval raak je gefascineerd door de wereld van 1913, die veel mogelijkheden blijkt te hebben. Juist de mensen in de omgeving van Pola zijn bezig het leven en de kunst te verkennen en wegen te gaan die niemand voor hen betreden heeft.

De stijl van Marcel Ruijters is vertrouwd krachtig: forse lijnen, de karakteristieke ingevallen koppen. En natuurlijk is er het verhaal, zoals alleen hij het kan bedenken.

Titel: Eeuwig 1913
Tekst en tekeningen: Marcel Ruijters
Uitgever: Sherpa
Haarlem, 2020. 176 blz. gebonden € 24,95




maandag 30 maart 2020

Ik moet u echt iets zeggen (Mensje van Keulen)


Soms voel ik mij een ontrouwe lezer: een tijdje volg ik een auteur en daarna om ook voor mij niet altijd duidelijke redenen een hele tijd niet. Zo verging het mij bij Mensje van Keulen. Ik heb verschillende van haar vroegste werken gelezen, zij het niet vlak na verschijnen. Zo ergens tussen 1978 en 1985, schat ik.

Ik las het debuut, Bleekers zomer (1972), de roman Van lieverlede (1975), de dichtbundel Lotgevallen (1977) en het jeugdboek Tommie station (1985). Dat laatste boek las ik wel vlak nadat het op de markt kwam, waarschijnlijk ter gelegenheid van de Kinderboekenweek.

Van verschillende andere boeken vond ik dat ik ze eigenlijk moest lezen, maar ik deed het niet. Bijvoorbeeld Overspel (1982), De ketting (1983) en De rode strik (1994). Vlak voor dat laatstgenoemde boek las ik nog wel Geheime dame (1992), over de neiging van Maarten 't Hart om zich als vrouw te verkleden. Dat vond ik nog wel aardig, maar ik las het natuurlijk ook om over Maarten 't Hart te lezen.

Afgehaakt

In 1997 las ik Olifanten op een web, een autobiografisch boek, geschreven na het overlijden van haar moeder. Het staat mij niet meer helder bij wat ik tegen dat boek had, maar ik vond het niet goed en ik had moeite om er doorheen te komen. Daarna ben ik blijkbaar afgehaakt. Nooit meer iets van Mensje van Keulen gelezen. Af en toe zei ik nog wel tegen mezelf dat ik eigenlijk De rode strik moest lezen, maar daar deed ik niets mee.

Volgens mij kreeg De laatste gasten (2007) best goede recensies, maar die hebben mij ook niet overgehaald. Eigenlijk snap ik dat zelf niet helemaal. Zoals ik het ook niet kan verklaren dat ik in de boekhandel onlangs opeens Ik moet u echt iets zeggen in de hand nam en het ook nog, zonder veel na te denken, kocht.

Verhalenbundel

Ik moet u echt iets zeggen is een verhalenbundel. Ja, verhalen zouden meer gelezen moeten worden. Ja, verhalen worden ondergewaardeerd. Maar het heeft geen zin om daar voortdurend over te klagen. Lees gewoon Sanneke van Hassel of luister naar de podcast Uitgelezen verhalen, die ook best wat bekender mag worden.

Na het eerste verhaal in de bundel, 'Nu weet je wie Bob is,' was ik verkocht. Een niet uitzonderlijke setting: vrouw achter de bar in een kroeg, in de tijd dat je daar nog sigaretten kon kopen. En een klant die de aandacht trekt. Aan het eind weet je wat voor klant het is: dan weten we allemaal wie Bob is.

Het verhaal heeft een duidelijke plot, maar je leest het niet vanwege de plot. Je zit als lezer snel in de situatie, je bent in die kroeg. En je voelt de verhouding tussen de mensen. De vrouw (het meisje?) kan zo gauw niet vinden of Bob op rekening drinkt, maar ze gaat daar ook niet nauwgezet naar zoeken. Waarom dat is, wordt in het midden gelaten, maar de lezer vult het in: ze wil niet afgaan als ze de naam van Bob daadwerkelijk tegenkomt en moet toegeven dat hij inderdaad zijn consumpties laat noteren. Of: ze heeft geen zin in gedoe als zijn naam niet in het boek voor blijkt voor te komen. Of: ze wil niet overkomen als een pietje precies, maar als een vlotte vrouw. We weten het niet, maar we merken dat het iets zegt.

Verhoudingen

Verhoudingen tussen mensen weergeven doet Van Keulen heel erg goed. In 'De ring' is een vrouw haar ring kwijt, maar ze doet er alles aan om dat niet te laten merken aan haar partner. Dat maakt meteen duidelijk hoe de verhoudingen liggen.

In veel verhalen komen machtsverhoudingen voor. Niet zo duidelijk dat de een de ander onderdrukt, maar wel dat de personages duidelijk merken wie het voor het zeggen heeft. Die verhouding wordt vaak niet expliciet gemaakt, zoals er meer niet expliciet wordt gemaakt. In 'Angela' wacht een vrouw op enkele gasten. Het duurt even voor je weet waarom ze mensen heeft uitgenodigd die elkaar niet kennen.

In het verhaal 'De toneelmeester' is er de verhouding tussen de toneelmeester, wiens vrouw overleden is, en een buurvrouw die zijn leven binnendringt. En binnen zijn werk is er de verhouding tussen hem en de cabaretier, die zich wil bewijzen over de rug van een ander. Ook hij vindt trouwens zijn tegenstander.

Het laatste verhaal, 'Meneer Harry' deed me sterk denken aan Cliënt E. Busken van Jeroen Brouwers, waarbij je je als lezer ook een groot deel van de tijd binnen het hoofd van lichamelijk machteloos personage bevindt.

Ik moet u echt iets zeggen bevat goede verhalen: verschillende locaties, verschillende situaties, maar bij allemaal is de stijl fijntjes en raak, het tempo goed en de plot verrassend. Misschien moet ik toch maar eens op zoek naar De rode strik. Of Engelbert. Of De laatste gasten. 

zondag 29 maart 2020

Liesbeth List (1941 - 2020) overleden



Liesbeth List is overleden. Ik zal het wel op de NOS-app gelezen hebben, vlak voor het weekend. Toen was ze er al een paar dagen niet meer.  Er zijn krantenartikelen aan gewijd en de tv zal ook wel wat gedaan hebben. Dat heb ik niet gezien. Ik hou het maar bij mijn eigen hoofd.

Het zal ergens in de jaren zeventig zijn geweest toen ik haar bewust hoorde. Natuurlijk had ik 'Pastorale' wel eens voorbij horen komen, misschien in de Arbeidsvitaminen. Dat is het nummer dat iedereen nu ook meteen weet te noemen, maar dat is niet het eerste waar ik aan moest denken.

Te veel, te vaak

In de jaren zeventig beluisterde ik geregeld de top-40. In 1974 stond Liesbeth List daar twee keer in: met 'Te veel te vaak' en 'Kinderen een kwartje'. Het geheugen werkt vreemd, maar ik weet nog dat ik in de huiskamer voor de kachel op mijn buik lag met mijn transistorradiootje en dat ik 'Te veel te vaak' weer hoorde.

Ik vond het prachtig en hoopte dat het nog een paar weken in de toplijst zou blijven. Dat zouden acht weken worden, met als hoogste positie nummer 11. Natuurlijk was het de stem, maar zeker ook de tekst van Rob Chrispijn, die ook veel voor Herman van Veen schreef. Zo'n tekst -  dat was toch heel wat anders dan wat er gewoonlijk aan Nederlandstalige muziek te horen was.

Aan het eind van het jaar kwam 'Kinderen een kwartje' uit, dat wel tweeëntwintig weken lang te horen was in de toplijst en het tot nummer 8 bracht. Dat nummer deed mij minder. Er zat melancholie in naar de oude kermis met de draaimolen: 'Op een kermis vol met ruimtevaart zijn paarden niets waard.' Mogelijk had ik daar minder affiniteit mee. De kermis was sowieso zondig - dat hadden mijn ouders mij duidelijk bijgebracht. Misschien was het ook de uitbundige toon die mij minder deed dan het schrijnende dat te horen was in 'Te veel te vaak'.

Theodorakis

In ieder geval ben ik de albums van Liesbeth List wel gaan kopen. Ze was toen al bekend als zangeres van bijvoorbeeld de Mauthausenliederen van Mikis Theodorakis (1967). Wist ik toen al wat Mauthausen was? In ieder geval raakte ik onder de indruk van de ernst van de tekst en de manier waarop die door List gebracht werd. Misschien kwam het ook door de verwijzingen naar het Hooglied, dat me natuurlijk bekend was.

Ik had het cassettebandje gekocht, evenals het bandje met de liederen van Jacques Brel. Theodorakis zingt List ingetogen, waarbij ze de tekst veel werk laat verrichten. Bij Brel acteert ze ook. Ze kan furieus zijn als ze zingt of spottend.


Grappig

Liesbeth List kon ook bijzonder grappig zijn. Ik had ook een bandje met een show van haar, samen Ramses. Beiden hadden een gedeelte waarin ze solo zongen, een aantal liederen achter elkaar, en ze zongen ook duetten. Bovendien deden ze sketches. Ik herinner me er eentje waarin ze speelden dat ze allebei oud waren en waarin ze eigenlijk elkaar te kakken zetten. Ramses verwijst daar nog naar 'Kinderen een kwartje'.

Je kon merken dat ze enorme lol hadden met elkaar. Ramses had grappige liedjes voor Liesbeth geschreven, zoals 'Ik moet eventjes mijn stoepje schrobben, ga maar vast naar binnen.'

Victoria

Het beviel mij allemaal zeer en ik kocht veel van Liesbeth List en draaide dat ook geregeld. Bijzonder onder de indruk was ik van het album Victoria uit 1970. Prachtige teksten van geweldige schrijvers: Cees Nooteboom natuurlijk, maar ook Kees van Kooten, Remco Campert, Hugo Claus. Ik moet een klein slagje om de arm houden, want ik kan de exacte informatie niet meer terugvinden, dus corrigeer me als ik het fout heb.

Meisjes van dertig

Eigenlijk geldt dat voor de meeste albums: echt goede teksten. Ook het album Meisjes van dertig (1979) staat mij goed bij. Het titelnummer, door Nooteboom als ik mij niet vergis, heeft zinnen die me bijgebleven zijn:
We staan met al ons doen en laten in het Hite Report:
hoe vaak, alleen of met, en wat we erbij dromen.
Liefde verkleed in cijfers op een hoop gestort,
met vrouwen of met mannen en hoe vaak we komen -
de Algemene Rekenkamer van de lust.
Maar niemand is erbij, niemand is erbij, als jij me kust.
De titel verwijst naar 'Meisjes van dertien', waarmee Paul van Vliet succes had. Hij zou zelf later ook een nummer 'Meisjes van dertig' schrijven, op de melodie van zijn eerdere nummer. Ook aardig, maar dat heeft hier niets mee te maken.

Voor vanavond en daarna

Verder herinner ik me nog een klassenavond in begin jaren tachtig. Ik was toen mentor van een tweede of derde klas op de christelijke mavo waar ik toen lesgaf. Op de klassenavond mocht van de directeur geen popmuziek gedraaid worden. Dat was wel een probleem. Ik herinner me dat ik die avond in ieder geval twee cassettebandjes heb gedraaid: The shadows (dat was van ver voor die tijd en bovendien instrumentaal) en Liesbeth List: Voor vanavond en daarna (1982).

Liesbeth List had al vaker vertalingen van gezongen, niet alleen van Brel en Theodorakis, maar ook bijvoorbeeld van 'Bridge over troubled water'. Ook op Voor vanavond en daarna stonden veel vertaalde popsongs en die bleken in het Nederlands ook prima voor de mavoleerlingen. Ik herinner me in ieder geval niet dat er commentaar op kwam.

Of Liesbeth List in die tijd al dan niet populair was, interesseerde me niet zo. Ik zal in die tijd wel overgegaan zijn op het kopen van LP's, maar vaak bleef ik de artiesten trouw van wie ik al meer gekocht had. Van het vroege werk met Shaffy chantant (1966) herinner ik met een EP'tje met zwartwitte hoes. Ja, had ik.

Boeijen

In 1994 was ze wat op de achtergrond geraakt toen Frank Boeijen haar weer naar voren haalde. In NRC van afgelopen vrijdag werd hij een 'jonge zanger' genoemd, hoewel hij toen toch ook al tegen de veertig liep. Hoe dan ook, de carrière van List bloeide weer op.

Ik was haar toen net aan het kwijtraken. Ik kocht meer jazz en klassieke muziek. Het singletje 'Noach' heb ik nog ergens. Ik zie het niet terug in de lijst met singles, dus misschien is het een promoding geweest voor het gelijknamige album uit 1996.

Dat ze twee keer de hoofdrol speelde in de musical over Edith Piaf, dat er over haar leven ook een musical gemaakt is - het zal allemaal wel bekend zijn. Ik was met andere dingen bezig, maar dacht wel met warmte terug aan alles wat ik van Liesbeth List had gehoord.

Niet zuiver

Er was ook kritiek op haar, herinner ik me. Dat ze niet zuiver zong. Het zal niet zo erg geweest zijn als bij Seth Gaaikema, maar - inderdaad - soms zat ze ze er net tegenaan. Eigenlijk heeft me dat nooit zo gestoord. Misschien komt dat door de overtuiging waarmee ze altijd zong. Daardoor kon ze een tekst zo goed brengen.

Het afgelopen jaar heb ik één keer aan mijn leerlingen Liesbeth List laten zien. Namen die voor mij vanzelf spreken, zijn voor hen onbekend. Van Ramses Shaffy hadden ze nooit gehoord. Ik liet Ramses zien, hoe hij 'Laat me/Vivre' zong, met Liesbeth List en met Alderliefdste. Als Ramses begint te zingen verandert hij van een oude man in een energiebron. Prachtig. En Liesbeth zingt. Goed. En ze is enthousiast en ontroerd bij het horen en zien van Ramses. Mooi, mooi, mooi.

Haar muziek is nog. Juist als een artiest overlijdt, leeft de muziek op. Zo hoort het ook. Laat die muziek nog maar even leven.



Heb het leven lief

Let ook op het acteerwerk

Met als bonus de sigarettenrook van de presentator

donderdag 26 maart 2020

Alle dagen ui (B. Carrot)


In een strip kun je een fictief verhaal vertellen, maar je kunt ook een reportage maken of een biografie, of een zelfhulpboek. Er zijn veel voorbeelden te geven, bijvoorbeeld de reportage van Aimée de Jongh over vluchtelingen op Lesbos, De wachtkamer van Europa. 

In Alle dagen ui van B. Carrot krijgen we het verhaal te lezen van Saied Al-Karim, gevlucht uit Egypte, asiel aangevraagd in Nederland. Het verhaal is op ware feiten gebaseerd, maar de namen zijn verzonnen.

Vluchtelingen en andere migranten hebben het niet makkelijk in West-Europa en daar is al veel over geschreven en ook getekend. Mij schiet meteen Ze heten allemaal Mohammed van Jerôme Ruillier te binnen. Hierin doen veel migranten hun verhaal, ook degenen die als 'gastarbeider' in hun nieuwe land kwamen.

Literatuur

Literatuur met soortgelijke hoofdpersonen: De weg naar het noorden van Naime El Bezaz (over een illegaal), Iemand anders van Nasser Fakteh en Hoe ik talent voor het leven kreeg van Rodaan Al Galidi. Dat laatste boek moet ik nog steeds lezen. Misschien moet ik dat af en toe opschrijven, zodat ik er niet meer onderuit kan.

B. Carrot beschrijft het verhaal van de Egyptische vluchteling Saied Al-Karim, die min of meer bij toeval in Nederland terechtkomt. Hij vraagt op Schiphol asiel aan en komt dan in detentie terecht. Hij denkt dat hij naar een vrij land gaat, maar hij wordt opgesloten. Daar moet hij keer op keer zijn verhaal doen. Nou ja, hij moet antwoord geven op de vragen, in plaats van dat hij mag vertellen wat hij heeft meegemaakt.

Rechten

Hij heeft zekere rechten, maar niet iedereen geeft hem die. Hij mag bijvoorbeeld een bepaalde tijd luchten, maar de bewakers verkorten soms de luchttijd. Er is een bibliotheek, maar daar mag je niet altijd naar toe. Er zijn regels en regeltjes en er zijn bewakers met hun grilligheid, hun humeuren en temperamenten.

Saied verdiept zich in zijn rechten en hij beklaagt zich als hij niet conform de regels behandeld wordt.  Vaak is hij succesvol in zijn klachten. Hij krijgt zelfs het recht om een groentetuintje aan te leggen.

Dat zijn kleine lichtpuntjes, maar voor de rest is het veelal de tijd uitzitten en niet weten wat er verder met je gebeuren gaat. Er zijn wel mensen die zich bezighouden met zijn lot, maar je krijgt de indruk dat het veel mensen niet kan schelen of dat ze er alles aan doen om zo min mogelijk vluchtelingen binnen de laten. Soms is de aanpak onpersoonlijk en kil.

Natuurlijk zijn er ook mensen die positiever reageren, maar soms doen ze dat op een bevoogdende manier. Blijkbaar weten zij wel wat goed is voor Saied en waar hij blij mee zou moeten zijn.

Veerkracht

Saied leidt een triest bestaan, zou je kunnen zeggen, maar hij is taai en veerkrachtig. Hij geeft niet op en blijft strijden voor een menswaardig bestaan. Die strijd is goed in beeld gebracht door B. Carrot.

De titel is geweldig. Die verwijst naar een Egyptische uitdrukking: een dag honing, een dag ui. Goede en slechte dagen dus. Maar voor Saied is het Alle dagen ui. Sprekende titel die je makkelijk onthoudt. Mijn flauwe hoofd maakt er in combinatie met de naam van de auteur dan weer hutspot van. Het gebeurt voor ik er erg in heb.

Carrot geeft een indringend beeld van het leven van een asielzoeker. De formulieren, de regeltjes. Je krijgt automatisch het idee dat dat toch anders zou moeten kunnen. Maar blijkbaar gebeurt dat niet. Vluchten doe je niet voor je plezier en de manier waarop je behandeld wordt is niet direct een toonbeeld van gastvrijheid en hulpvaardigheid. Gelukkig weet Saied zijn eigenwaarde te behouden.

Achter in het boek staat een nawoord door de persoon die model stond voor Saied. Verder vertelt Carrot over vreemdelingendetentie in Nederland.

Het is goed dat zij het verhaal van Saied vertelt, zodat mensen als hij in beeld blijven en zodat we met onze neus op onze verantwoordelijkheden gedrukt worden.

Tekeningen

De tekeningen zijn ingekleurd met waterverf en doen een beetje denken aan de manier waarop Judith Vanistendael tekent. De inkleuring is rustig gehouden, met blauw en rood als hoofdkleuren. Als er ter aanduiding van de lente dan ineens groen gebruikt wordt, licht dat extra op, vooral als je het grijnzende hoofd van Saied erbij afgebeeld ziet.

Het werk van B. Carrot kende ik hiervoor niet. Alle dagen ui is haar eerste boek, maar ze heeft al eerder verhalen geschreven en geïllustreerd waaruit haar engagement blijkt. Meer over haar werk vind je op haar site.

Titel: Alle dagen ui
Tekst en tekeningen: B. Carrot
Uitgever: Soul Food Comics
Arnhem 2020, paperback, 136 blz. € 23,50



woensdag 25 maart 2020

De Zeearend deel 1 - Atlantische Oceaan 1916 (Philippe Thirault & Enea Riboldi)


Voor een goed verhaal heb je in veel gevallen een conflict nodig: een protagonist en een antagonist. Misschien dat daarom een oorlogssituatie zo’n geliefd onderwerp voor verhalen is.

In de christelijke kinderboeken die ik in mijn jeugd las, ging het vaak over wat toen nog de Tachtigjarige Oorlog mocht heten en over de Tweede Wereldoorlog. Het was een wereld van helden en schurken, begreep ik. Het leek me niet moeilijk te kiezen aan welke kant je wilde staan.

In het echte leven bleek de scheiding tussen goed en kwaad niet zo gemakkelijk te trekken. De boeken die daar recht aan deden, bleken ook een stuk interessanter dan die met een simpele zwart/wittekening van de werkelijkheid.

Strips over de oorlog zijn er in overvloed. Je moet van goeden huize komen om daar iets aan toe te voegen. Doordat er al zo veel is, komt de lat steeds iets hoger te liggen.

Tweeluik

De zeearend is een tweeluik dat zich afspeelt in de Eerste Wereldoorlog. Deel 1 heet: Atlantische Oceaan 1916. Voor op het album zien we een driemaster op een vrij rustige zee. Maar het schip krijgt wel een schot voor de boeg.

Historische schepen, vliegtuigen en auto’s – dat doet het goed bij veel striplezende mannen. Misschien ook wel bij sommige vrouwen, maar ik hoor altijd alleen het enthousiasme van mannen over deze onderwerpen. Voor vlieg- vaar- en voertuigen heb ik wat minder oog, maar ik kan wel zien dat de schepen in dit album met aandacht (en waarschijnlijk liefde) getekend zijn en dat ze zich in hun volle glorie mogen tonen.

In 1916 zijn de zeeën geblokkeerd door de geallieerden, om de bevoorrading van Duitsland te belemmeren. Passerende schepen worden gecontroleerd.
Seeadler (beeld geratst bij Wikipedia)

Seeadler

Intussen zitten de Duitsers ook niet stil. Het schip Seeadler, de Zeearend, valt koopvaardijschepen aan en brengt die tot zinken. Aan het begin van dit verhaal is dat de Antonin, uit Nantes. Het heeft een lading salpeter aan boord, dat gebruikt zal worden voor het vervaardigen van buskruit. De kapitein van het Duitse schip, graaf Hugo von Krüger, is een soldaat, maar geen moordenaar. Hij is er trots op dat hij nog nooit een slachtoffer heeft gemaakt.

Als het Franse schip Antonin veroverd wordt, komt de Franse bemanning dus aan boord van de Seeadler. Maar dat brengt ook problemen met zich mee. Zo zijn de jonge vrouw Pénélope de Luynes en de kapitein nogal gecharmeerd van elkaar. 

Muiterij, moord, seks - op de kleine oppervlakte van het schip lijkt het leven zich verhevigd af te spelen. Als lezer word je dan ook gemakkelijk het verhaal in getrokken. Je leeft mee met Pénélope, die natuurlijk midden in een loyaliteitsconflict zit en met Hugo von Krüger, die zijn handen schoon probeert te houden en een goed mens probeert te zijn. 

Heel spectaculair is het verhaal niet en het psychologisch is het maar net interessant, door de tweekantigheid van de hoofdpersonages. Verder zijn er ook genoeg gebeurtenissen die naar het cliché neigen. Zo vallen de vrouwen wel erg gemakkelijk voor de zeebonken. 

Jager en prooi

De Zeearend is niet alleen jager, maar ook prooi. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het eind van het album als het schip Kaap Hoorn probeert te ronden om op die manier in rustiger vaarwater terecht te komen. Hoe het het schip vergaat op de Grote Oceaan lezen we in deel 2, dat tegelijk het slotdeel is. 

Het verhaal van de Zeearend is een boeiend verhaal. Het scenario van Philippe Thirault, gebaseerd op een verhaal van Enea Riboldi, pakt een stukje van de Grote Oorlog dat nog niet heel erg uitgekauwd is. Bovendien maakt hij er vooral een menselijk verhaal van: twee personen die door de oorlogsomstandigheden op elkaars weg komen en met elkaar verdergaan, al lijkt daar geen toekomst voor te zijn. Je zou zeggen: dat kan alleen maar zoet of tragisch aflopen. Maar dat moeten we afwachten. 

De tekeningen van Riboldi zijn fraai: de schepen plaatsen je meteen terug in de tijd en de mensen zijn  vrij natuurlijk en hebben meestal geen overdreven gelaatsuitdrukkingen nodig om duidelijk te maken wat de onderliggende emoties zijn. 

sommige lijnen net te fors

Forse lijn

Wel is, naar mijn smaak, een lijn hier en daar net iets te fors aangezet. Alle lijnen zijn vrij dun en als dan bijvoorbeeld een lijn iets nadrukkelijker wordt getekend, valt dat meteen op. Soms is zo'n lijn een gemakkelijke en snelle oplossing. Met een lichte arcering of wat schaduw bij de inkleuring was zo'n lijn overbodig geweest. 

Het zijn maar lichte aanmerkingen, want voor de rest is het tekenwerk goed. Bij een strip moet het tekenwerk bij oppervlakkige lezing niet opvallen, zodat het niet afleidt van het verhaal. Als je daarna nauwkeuriger kijkt moet het ook overeind blijven. Dat is bij dit album meestal wel het geval. Ook de inkleuring, waarover Joëlle Comtois en Enea Riboldi zich hebben ontfermd, oogt natuurlijk. Schaduwwerkingen zijn goed, het paars in de nachtscènes werkt sfeervol, de natuurlijke kleuren ondersteunen de realistische toonzetting. 

Het verhaal is gebaseerd op het leven van Felix von Luckner (1881 - 1966). Die was indertijd daadwerkelijk kapitein van de Seeadler. Wie er alles over wil weten, kan even kijken op bijvoorbeeld Wikipedia. Daar heb ik ook de afbeelding het schip geratst. 

En nu wachten op het tweede deel, dat in 1917 speelt. We hopen dat we niet een oceaan van tijd hoeven te wachten. 

Reeks: De Zeearend
Deel 1: Atlantische Oceaan 1916
Tekeningen: Enea Riboldi
Scenario: Philippe Thirault
Uitgever: Silvester
Den Bosch 2012; 56 blz. softcover € 9,95


dinsdag 24 maart 2020

Podcast: Op houten banden, Filosoofje, Een dik uur Ischa op de radio

Weer drie podcasts: over de bevrijding, in de vorm van een gedateerd jongensboek, over levensvragen, in de vorm van gesprekken met en door kinderen en over Ischa Meijer, waarbij ik me even niet kon inhouden en meer heb geschreven dan de bedoeling was.


Op houten banden

Er is veel aandacht voor de bevrijding, vijfenzeventig jaar na 1945. Het Nationaal Comité 4 en 5 heeft een podcast ontwikkeld voor kinderen: Op houten banden. Het is het verhaal van de vijftienjarige Leendert, die in Zeeland woont en in 1944  daar de bevrijding meemaakt.

Leendert wordt belast met een bijzondere opdracht: hij moet, op een fiets met houten banden, naar Groningen, waar zijn oma woont. Er is daar een verrader bij het verzet en dat kan veel mensen het leven kosten. Leendert moet de verzetsgroep gaan waarschuwen.

Omdat Leendert een heel eind door Nederland gaat, kan hij waarnemen hoe de bevrijding in verschillende delen van het land dichterbij komt. Zeker omdat Leendert bepaald niet snel is en maanden over de reis doet.

Lespakket

Ik kan me wel voorstellen dat het verhaal van Leendert een aanleiding is om het in de les te hebben over de bevrijding en ook over wat vrijheid voor ons nu betekent. Er is een handleiding en een lespakket ontwikkeld die daarbij kunnen helpen.

Maar een groot bezwaar is wel dat deze podcast het verhaal vertelt zoals we dat al te vaak hebben gehoord: de oorlog als een spannend jongensboek. Het waren de verhalen die ik in mijn jeugd las, zo ongeveer in de jaren zestig. Leendert is de held die toch maar mooi in zijn eentje door heel Nederland gaat. Lekker voor de identificatie, maar ook een nogal eenzijdig beeld van wat oorlog inhoudt.

Niet geloofwaardig

Erg geloofwaardig is het verhaal niet. Er is verraad in het spel, dus de verrader moet zo snel mogelijk ontmaskerd worden, lijkt me. Dat Leendert op pad wordt gestuurd, kan nog wel: hij is waarschijnlijk minder verdacht dan een volwassene. Maar dat hij maanden over de tocht doet en pas aankomt als Groningen zo ongeveer bevrijd wordt, kan niet de bedoeling zijn. Eigenlijk is zijn tocht dan zinloos geweest. Na de bevrijding zal een verrader niet zo veel kwaad meer kunnenn doen. Hoeveel slachtoffers zijn er gevallen door het getreuzel van Leendert?

De voice-over wordt ingesproken door een jonge vrouw die duidelijk van nu is. Dat is geen bezwaar. Maar de uitspraak van het Nederlands door Leendert en Jet (die het laatste stukje met hem meereist) is duidelijk van nu en ook nog uit het westen of het midden van het land.

Veel volwassenen in de podcast hebben juist een lokale kleur in hun spraak en dat is goed getroffen. Maar dat de twee pubers zo'n ander soort Nederlands spreken dan hun ouders is niet waarschijnlijk. Ook uitdrukkingen als 'valt het kwartje nu pas?' en 'Dat meent u niet!' zijn echt niet uit de jaren veertig.

Houterig acteren

Verder wordt er bij sommige dialogen wel erg houterig geacteerd. Je hebt dan het idee dat je naar een amateuristisch hoorspel aan het luisteren bent. Ook zijn sommige scènes slecht doordacht. Leendert heeft een fiets met houten banden, maar op een gegeven moment breekt er een stuk uit zijn wiel. Het is niet zo waarschijnlijk dat zijn fiets niet alleen houten banden, maar ook nog een houten wiel had.

Op houten banden is een podcast die het zal moeten hebben van wat de docent van de lessen maakt. Het podcastverhaaltje op zich stelt niet zoveel voor.


Filosoofje

Hoe kwam ik toch bij de podcast Filosoofje? In welke stoel lag die toen ik er per ongeluk op ging zitten? Ik weet het niet meer. Maar ik heb ooit de afleveringen gedownload en nu heb ik ze beluisterd. 

Op de website wordt de podcast 'Een must voor in de klas en aan de keukentafel om het gesprek aan te gaan' genoemd. Dat bekt niet alleen niet zo goed, maar het is natuurlijk ook onzin. Alsof we zonder deze podcast het gesprek niet aan zouden kunnen gaan met kinderen. 

Maar goed, een podcast moet je beoordelen op wat je hoort en niet op wat de makers erover schrijven. In Filosoofje horen we gesprekken met kinderen. De podcast richt zich op kinderen tussen negen en twaalf jaar oud. 

Vragen en stellingen

In elke aflevering is er een volwassene, Maaike Merckens, die met een groepje kinderen praat over intrigerende vragen en stellingen, zoals: 'Wat is het verschil tussen jongens en meisjes?' 'Je kunt je nooit vervelen' en 'Kun je zelf bepalen wie of wat je later wilt zijn?' De volwassene beperkt zich tot het stellen van vragen en soms een samenvatting of een conclusie. Dat is een mooi bescheiden rol, die ze goed volhoudt. 

De kinderen denken en praten. Soms worden ze op gang gebracht door bijvoorbeeld een gedicht. En dan hebben ze verder eigenlijk nauwelijks aansporing nodig. De kinderen zijn verbaal behoorlijk begaafd, maar misschien vind ik dat omdat ik niet zo'n duidelijk beeld heb van kinderen van die leeftijd of omdat ik ze structureel onderschat. 

Ruimte

Het mooist vind ik de ruimte die de kinderen elkaar geven. Ze hoeven elkaar niet te overtuigen: de een vindt dit en de ander vindt iets anders - geen probleem! Ook beseffen ze het verschil tussen wat ze vinden en hoe het is. Dat je wel kunt zeggen wat je vindt, maar dat dat nog niet wil zeggen dat dat een onomstotelijke waarheid is. Je zou willen dat veel mensen met massieve meningen, die zich zwaar bewapend op Twitter begeven, iets zouden hebben van de instelling van deze kinderen. 

Zoals gezegd: de podcast is bedoeld voor kinderen en ik kan me goed voorstellen dat de gesprekken de kinderen aanzetten tot denken. Maar voor volwassenen is de podcast ook interessant. Tenminste als je er niet van uitgaat dat je de antwoorden al weet, maar oprecht geïnteresseerd bent in de vragen. 

De afleveringen zijn ongelijk van lengte: van nog geen vijf minuten tot bijna twintig. Daar hou ik wel van: de lengte laten bepalen door de loop van het gesprek en niet door het format. Je vindt alle gesprekken hier, waar je ook nog kunt doorklikken naar andere podcasts voor kinderen. 


Een dik uur Ischa op de radio


Het is vijfentwintig jaar geleden dat Ischa Meijer overleed en dat betekent publiciteit: een boekje van Gijs Groenteman dat opnieuw verkrijgbaar is, een dikke bloemlezing met Meijerstukken, verzameld door Ronit Palache, en op de radio en het net botste ik aan alle kanten aan tegen interviews, praatprogramma's, documentaires. Op de tv zal het wel niet veel anders zijn geweest, maar dat laat ik eigenlijk altijd aan me voorbij gaan.

Bij de VPRO is er heel veel Ischa te beluisteren. Meer dan vierhonderd uur, wordt er gefluisterd en geschreven. Wie wil, kijke en klikke hier. En er is een podcast, Een dik uur Ischa op de radio, van Anton de Goede. Dat is alleen al mooi vanwege de prachtige stem van die man.

In de inleiding van elke aflevering wordt verteld dat het het vijfentwintigste sterfjaar is van Ischa Meijer, wat een beetje de suggestie wekt alsof Meijer een doodsstrijd van vijfentwintig jaar aan het vechten is. Maar goed, dat is een kleinigheid.

Herinneringen

Ik herinner me Ischa Meijer als interviewer: de stem van Cor Galis, de muziek en vooral de onvoorspelbare gesprekken, waarvan me altijd het 'Why?' bij zal blijven. Maar ik geloof niet dat ik me zijn geïnterviewden herinner. En in hoeverre is mijn geheugen betrouwbaar? Ik kan mij niet voorstellen dat mijn ouders de radio aan hadden staan als Meijer te horen was. Het moet dus op mijn kamer zijn geweest dat ik de interviews hoorde. En toch zie ik in gedachten de keuken voor me. Misschien omdat de radio van mijn ouders zo verbonden is met die keuken.

Natuurlijk wist ik indertijd wie Ischa Meijer was. Ik herinner mij dat ik de recensies van zijn boeken las. Ik knipte indertijd alle recensies uit in en bracht die onder in een knipselarchief, compleet met heuse kaarten. Later heb ik het hele zwikje weggegeven aan een leerling.

Vreemd genoeg is me van die recensies niet veel bijgebleven. Alleen de tekening van Siegfried Woldhek bij het stuk over Hoeren (1979). Nooit gelezen, overigens, zoals ik geen enkele van zijn boeken ooit las.

Rancuneus

En ik herinner me een rancuneus interview met Meijer, waarin hij geen spaan heel liet van de manier waarop zijn ex, Jenny Arean, 'Body and Soul' van Cole Porter zong. Dat deed ze in haar eerste solovoorstelling, Gescheiden vrouw op oorlogspad (1985). Daar was ik naar toe geweest en ik had er juist zo van genoten.

Later kocht ik de cd Jenny Arean zingt Ischa Meijer (1991), waarop ook Ischa Meijer te horen is. Daar heb ik goede herinneringen aan.

Niet dat dit nu allemaal iets met de podcast te maken heeft, maar wel met het hoofd waarmee ik naar de podcast luister. En het resoneert allemaal mee als ik Ischa Meijer weer hoor.

Jeugdsentiment

Aan de ene kant port het weer horen van radiowerk van Meijer met een elleboog in de ribben van mijn jeugdsentiment en dat is prettig, aan de andere kant hoor ik veel nieuws.

De eerste aflevering van Een dik uur Ischa op de radio is een documentaire. Die is soms wat hijgerig gemonteerd: steeds als je wilt blijven luisteren, gaat het over op een volgend moment. Daardoor raakte ik licht geërgerd, maar ik bleef wel geboeid luisteren.

In de volgende afleveringen is er een gast met wie De Goede praat over Ischa Meijer. De gast heeft uitgezocht wat zij of hij terug wil horen. Dat wordt gedraaid (zeg ik nog steeds, terwijl er natuurlijk al niets meer gedraaid wordt) en dan wordt er, na afloop en ook al halverwege, over gepraat, waardoor het Meijerstuk context krijgt.

Ik geniet daar zeer van. Al meteen van de aflevering met Ronit Palache, die een gesprek met Andreas Burnier laat horen. Van Burnier heb ik wel een handvol boeken gelezen. Maar vooral: wat een prachtig gesprek! Je merkt hoe geïnteresseerd Meijer is en hoe gretig hij luistert. Burnier en Meijer halen het beste uit elkaar naar boven.

Broekzakken vol genot

Toen was ik dus al verkocht en de volgende afleveringen (met Jan Haasbroek, Karin Bloemen en Jeroen Meijer, zoon van-) waren ook al goed. Of zou ik al bij voorbaat hebben besloten dat ik alles goed vond? Geen idee en eigenlijk doet dat er ook niet toe. Tenminste voor mij. Ik geniet en prop mijn broekzakken vol met dat genot.

Als een nieuwe aflevering van Een dik uur Ischa op de radio in mijn iTunesboxje valt, krijgt die nauwelijks de tijd om af te koelen: meteen consumeren, meteen genieten. Dus: dank, dank, podcastmakerd! Snel, snel naar de site of waar dan ook voor alle afleveringen!