maandag 18 maart 2019

Kronkels (Simon Carmiggelt / Dick Matena)


De laatste decennia zijn er veel literaire romans verstript: De aanslag, Familieziek, Blokken. In beelden probeert men (een deel van) het verhaal weer te geven. Dick Matena heeft intussen zo veel literatuur omgezet in tekeningen, dat het de omvang heeft van een oeuvre op zich: De avonden, Kort Amerikaans, Turks fruit, A Chritmas Carol, Kaas, Het dwaallicht, Kees de jongen, De jongen met het mes en ook nog de jeugdboeken De schippers van de Kameleon, Afke's tiental, Pietje Bell en Dik Trom. Waarschijnlijk vergeet ik dan nog enkele titels.


Complete tekst

In de meeste gevallen geeft Matena de complete tekst van het boek. Dat is een keuze. Je zou kunnen zeggen dat je op die manier je eigen medium niet ten volle benut. Ook de tekeningen vertellen veel en dan zou de complete tekst van het boek niet nodig moeten zijn. Aan de andere kant laat het ook zien met hoeveel respect Matena de tekst behandelt. Die laat hij aan de schrijver, zelf voegt hij de tekeningen aan die tekst toe. 

Onlangs stortte Matena zich op de verstripping van zo'n veertig 'Kronkels' van Simon Carmiggelt. Hier en daar zijn kleine stukjes tekst weggelaten, 'omdat ze niet via dit medium te handhaven waren.' Over het algemeen volgt Matena de tekst nauwkeurig. Slechts een enkele keer (in het verhaal 'De Erepoort') staat er een zin in die door Carmiggelt niet als gesproken tekst is bedoeld, maar die wel in een praatballonnetje is terechtgekomen. 

Inkleuring

De getekende verhalen zijn soms sober ingekleurd (met naast de grijzen alleen wat bruin en huidkleur) en soms is die inkleuring rijker. Beide werken overigens goed. De inkleuring heeft wel gevolgen voor de sfeer die in de verhalen hangt. 

In de tekeningen zien we vaak Carmiggelt rondlopen, in verschillende fasen van zijn leven. Meestal is hij degene die een verhaal van iemand aanhoort, soms speelt hij een actievere rol. Die is meestal niet zo glorieus. In het al genoemde 'De erepoort' zou je hem zelfs als slachtoffer kunnen zien. Op de prachtige omslagtekening zien we al die Carmiggelts tegen een overduidelijk Amsterdams decor. Het uiterlijk van het boek past daardoor heel goed bij de inhoud. 

Stroken

Een paar keer heeft Matena niet gekozen voor een strip met tekstballonnetjes, maar voor stroken, met daaronder de tekst, zoals we dat ook kennen van de verhalen over Olivier B. Bommel of Erik de Noorman. Dat is allemaal in orde; Matena is een vakman en beheerst alle vormen. Maar bij een strokenstrip heb je soms wel de neiging om de tekeningen wat minder aandacht te geven. 

Hebben de verhalen van Carmiggelt de tand des tijds doorstaan? Matena heeft een keuze gemaakt uit een enorme hoeveelheid en minder geschikte of minder goede verhalen kon hij gemakkelijk laten vervallen. Bij de verhalen die uiteindelijk verstript zijn, zitten enkele klassiekers, zoals 'Het woord' waarin het woord 'epibreren' zijn intrede deed in het Nederlands. Het is altijd prettig om dat soort verhalen terug te lezen.

Enkele kleine 'mopjes' krijgen een apart strookje. Tja, ook Carmiggelt, maar niet de top-Carmiggelt. Bij de uitgave Gedundrukt (1924) vond ik dat de teksten het zo goed gehouden hadden. Nu heb ik toch meer twijfels. Natuurlijk, de kronkelaar heeft een uitstekende stijl, maar soms is die ook een beetje gekunsteld:
Geduldig mijn vrije dag verwandelend, stiet ik eensklaps op Fritsje, een buurjochie van vijf, dat, ver van huis, in zijn eentje liep te banjeren als een varensgast. 'Wat doe jij hier?' vroeg ik met de bemoeizucht die het ongeschreven recht is van de vrijmetselarij der vaders. 
De komma's en daardoor het gebrek aan vaart; de manier van beschrijven die gewichtig aandoet, wat niet zo past bij het onderwerp: de ontmoeting met een buurjochie; de wat zelfgenoegzame woordkeuze. Niet slecht, helemaal niet, maar misschien wat gedateerd. Ik had de neiging om soms te mompelen: 'Man, schiet op!'

Afstandelijk

Een andere keer werkt het wat afstandelijke taalgebruik juist weer goed:
Terwijl ik alleen thuis was met mijn zoontje dat in de hoek van de kamer vredig met zijn puzzeltje frutselde, belde er opeens een jongedame aan, wier sublieme attracties allerlei welhaast vergeten faculteiten in mij bloot woelden.
 Hier is de taal de manier om indirect te laten zien dat de 'ik' moeite doet om zichzelf onder controle te houden, om afstand te houden. Door de discrepantie tussen de taal en het gevoel dat daaronder zit, wordt het verhaal ('Visite') spannend (en hilarisch).

Matena gaf 'Visite' lekker veel kleur. Op het laatste plaatje zie je een man (licht karikaturaal getekend) schuin naar de jongedame gluren. Op de achtergrond de teleurgestelde Carmiggelt. Daartussen de jochies die ook onder de indruk zijn. Een tekening waarop veel gebeurt: je ziet een scène uit het verhaal, maar Matena tekent meer. Als je een tijdje kijkt, blik je in levens en bij elk persoon is zo'n leven te verzinnen.

Niet alle verhalen konden me boeien, maar de meeste wel. Op zijn goede momenten is Carmiggelt heerlijk. Als hij in gesprek is met volkse types is hij op zijn best. Hij weet die uitstekend te typeren. Die gesprekken geeft hij direct weer, met fijne tussenzinnetjes vol ironie en rake typeringen.
Daarom was hij wat praterig tegen de kastelein, die maar van ja knikte om er af te wezen. De bazin zat zeer vleselijk ter zijde - een onontkoombaar Waterloo voor mannelijke levenslust.
Vind ik dat dan niet gekunsteld? Nee, want hier is de beschouwer aan het woord, die afstand heeft en verder niet direct iets te maken heeft met de personages die hij opvoert. Hij heeft juist die afstand nodig om hen te kunnen schetsen.

Tekeningen

En de tekeningen? Ik heb er al iets over gezegd en het is lastig om er iets objectiefs over te zeggen, want ik hou erg van het werk van Matena: hij kan sober zijn als dat moet, maar ook flink uithalen in echte kijkplaten. Hij is een meester in het tekenen van gezichtsuitdrukkingen, vooral als die niet zo uitgesproken zijn. Dan zie je personen bij wie je veel vermoedt, zonder dat dat allemaal uitgesproken wordt.

In dit boek met 'Kronkels' wordt Carmiggelt geëerd, maar ook wordt weer eens duidelijk hoe goed Matena is in het verbeelden van literatuur.

Matena schrijft trouwens ook zeer onderhoudend, wat blijkt uit zijn stukken in Eppo. Wordt het niet eens tijd dat een uitgever met een grote zak geld de meester overhaalt om daar eens een mooi geïllustreerd autobiografisch boek van te maken? Dat ga ik dan zeker kopen.


donderdag 14 maart 2019

Podcast: 100 jaar radio


Honderd jaar geleden was de eerste radio-uitzending te beluisteren. Daar wordt natuurlijk dit jaar aandacht aan besteed, ook op de radio. Een leuke podcast met oude fragmenten is Hallo, hier Hilversum van Vincent Bijlo en Ger Jochems. Maar ook op de regionale omroep roert men zich. Op NH Radio is namelijk het programma 100 jaar radio  te beluisteren, gepresenteerd door Arjan Snijders en Harm Edens.

Presentatie

Arjan Snijders kennen we van de mooie podcastserie over 50 jaar 3 FM, waarvoor hij zich al aardig in de radiogeschiedenis had verdiept. Nu is het tijdperk twee keer zo groot en gaat het niet alleen over 3 FM, maar over alle zenders, publiek en commercieel, legaal en illegaal.

Snijders presenteert prettig, al wil hij wel graag laten horen dat hij af en toe in België komt: hij gebruikt het woord 'gekend' waar de gemiddelde Nederlander 'bekend' zou gebruiken bijvoorbeeld bij 'een gekende presentator'. Zeker en vast zal het niet lang meer duren voor hij ook het onwoord 'dagdagelijks' in het Nederlands (of zo u wilt: het Noord-Nederlands) zal proberen te introduceren.

Harm Edens is net zo enthousiast als Snijders en heeft geregeld onverwachte invallen, wat zijn tekst spannend houdt. Meestal staat het grappig doen in dienst van het maken van een goed programma; een enkele keer schiet het een beetje door. Geen ramp, lijkt me.

Doordat de beide mannen goed thuis zijn in de omroepwereld, hebben ze vaak ook weetjes of verhalen die nog niet of niet meer algemeen bekend zijn.

Ruim meer dan een uur

Op de radio heeft het tweetal voor elke uitzending een uur, begrijp ik, maar in de podcast wordt dat uur ruim overschreden. Gelukkig maar, want van oude radio krijg ik niet gauw genoeg.

Soms is er een gast en die komt een volgende uitzending soms terug. Bijvoorbeeld Jacques Klöters, met mooie vooroorlogse radiofragmenten, en Hans Hogendoorn, die een rijk radioverleden heeft en  wiens stem nog steeds veel op de radio te horen is. Er is in de uitzendingen ook aandacht besteed aan beroemde stemmen, zoals die van Cor Galis en Donald de Marcas.

Voor wie van radio houdt, kan zo'n podcast niet gauw misgaan: je hoort dingen die je herkent en dingen die je nog niet wist en dat levert een mooie mix op. Bovendien luister je naar twee presentatoren die verslingerd zijn aan het medium. De betrokkenheid, het enthousiasme, neemt je gemakkelijk mee. Ze lijken het terughoren net zo leuk te vinden als de luisteraar. Dat vergemakkelijkt de identificatie.

Op het moment dat ik dit tik staan er elf afleveringen online en elke week komt er een nieuwe aflevering bij. Wie er een beetje tijd in steekt, is zo weer bij.

Eerdere bijdragen:
Podcast Hallo, hier Hilversum
Column Honderd jaar radio
We waren erbij. De eeuw van de radio
Podcast KX Radio 50 jaar 3 FM

maandag 11 maart 2019

De tijd dat je zweeft (Cees Pols)


Bij een christelijke boekhandel raakte ik aan de praat over enkele christelijke schrijvers. De oordelen van de boekhandelaar en van mij liepen nogal uiteen. Het boekje dat ik uit een bak viste (het kostte maar een euro) was volgens hem erg goed. Ik nam het mee naar huis en liet het een tijdje liggen. Tot nu.

Het betreft een novelle van Cees Pols: De tijd dat je zweeft. Het is maar dun (88 bladzijden), wat niet zo gek is: het is een christelijk boekenweekgeschenk geweest. Actieboek, moet ik eigenlijk zeggen en ik moet ook niet zeggen dat het verscheen in de Boekenweek: het boekje werd uitgegeven 'ter gelegenheid van de Week van het Christelijke Boek 2010.'

Uruzgan

De tijd dat je zweeft gaat over Jarno, die samen met zijn vriend Brian als militair is uitgezonden naar Uruzgan. Bij een operatie wordt de groep soldaten aangevallen. Jarno opent het vuur op een man met een wapen die zich in een papaverveld bevindt. Hij heeft een kind bij zich, dat ook gedood wordt. Nog diezelfde dag komt de groep soldaten opnieuw onder vuur te liggen, waarbij Brian overlijdt.

Jarno is zwaar gewond: beide benen moeten afgezet worden. In een enkele dag is zijn leven helemaal overhoop gehaald: hij is invalide geworden, hij heeft een kind gedood en zijn beste vriend is omgekomen.

Dat je door dit soort dingen getraumatiseerd raakt, is niet zo verwonderlijk. Zo kan Jarno zich niet voorstellen dat hij nog iets betekent voor zijn vriendin Kirsten: wat moet ze met iemand als hij? Terwijl hij haar eigenlijk hard nodig heeft, duwt hij haar van zich af.

Op een gegeven moment ontvlucht hij de instelling waar hij revalideert en gaat naar zijn opa, Indiëveteraan. En nog weer later zoekt hij de weduwe van Brian op.

Titel

De titel slaat op het kitesurfen, dat Jarno altijd met Brian deed. Er was een zekere competitie tussen de twee vrienden (wie hangt het langst in de lucht?), waarbij Brian steeds won. Nu zal Jarno hem nooit meer kunnen verslaan.

Je zou het ook nog symbolisch kunnen zien: het verlangen naar het opgetild worden boven de aardse besognes uit. Er is veel dat Jarno neerdrukt, terwijl Brian voorgoed van de aarde weg is.

Pols heeft  De tijd dat je zweeft opgedragen aan zijn vader, die meedeed in onze laatste oorlog, in Nederlands Indië. Pols houdt zich nu bezig met het project De man en de vogel, wat over zijn vader gaat, lees ik op zijn site. Wellicht levert dat nog een boek op. Dat zou wel eens een goed idee kunnen zijn: een boek dat dicht bij  de schrijver komt.

Dit actieboek is overigens aardig gelukt. De thematiek is interessant en Pols komt niet aan met gemakkelijke oplossingen: hij laat het ongemak bestaan. Wel heb ik het idee dat hij het boek niet helemaal somber wilde laten eindigen en daarom toch nog aan het slot iets positiefs wilde toevoegen. Maar hij doet het niet om het leed weg te poetsen.

Soms is hij in de loop van het verhaal iets te uitleggerig en maakt hij expliciet wat de lezer wel had kunnen raden, maar meestal weet hij zich op dat gebied in te houden.

De beschrijving van het gevecht in het begin had soberder gekund. De gebeurtenissen zijn sensationeel en ik denk dat het het beste werkt als je dan alleen maar rapporteert wat er gebeurt, zo droog mogelijk. Je hoeft daar als schrijver niets aan te dikken. Daar was wel wat te winnen geweest.

Christelijke hoek

Van Pols had ik hiervoor nooit wat gelezen. Veel schrijvers uit christelijke hoek dringen niet door tot een groter publiek, wat niet zo vreemd is: er zit veel kaf onder het koren. Al eerder liet ik me uit over het te snel bejubeld worden van christelijke schrijvers door hun achterban.

Aan christelijke boekenweekgeschenken besteedde ik eerder uitgebreid aandacht. Ook in die lijst tref je naast aardige boekjes veel wonderlijks aan. Maar soms word je verrast door zo'n boekje. Van Henk Stoorvogel had ik bijvoorbeeld nog niet gehoord, maar zijn bijdrage aan Actieweek voor het christelijke boek was heel aardig.

Het actieboek van vorig jaar was van Els Florijn, Zeeglas, kon er best mee door. Het was beter dan het Boekenweekgeschenk van Griet Op de Beeck en ook veel beter dan Florijns vorige roman Rode papaver, die ondermaats was.

Zoals gezegd: er is in de christelijke hoek veel kaf onder het koren en je tast gauw mis. Maar de beste schrijvers in die hoek (zoals Janne IJmker en Frans Willem Verbaas) zijn het lezen zeker waard. Het boekje van Pols verraste me. Ondanks dat Nederland bij veel vredesmissies betrokken is geweest vanaf 1979 (Libanon) is er in de literatuur nog maar weinig aandacht voor geweest. Ik kan alleen Arnon Grunberg bedenken. En waar blijft de roman over Srebrenica?

vrijdag 8 maart 2019

Podcast: Echt gebeurd

Deze keer een podcast die al een tijdje met succes loopt: Echt gebeurd. Het concept is zowel eenvoudig als effectief: mensen vertellen verhalen die ze zelf hebben meegemaakt. Ze doen dat voor publiek en van dat optreden worden opnames gemaakt.

Voordat ze op het podium komen, zijn de vertellers begeleid door mensen die instructies geven hoe een verhaal nog net wat beter gebracht kan worden. De verhalen zijn divers: van humoristisch tot indrukwekkend ernstig. Aangezien niet alles de podcast haalt, is het gemiddelde verhaal van goed niveau. De verhalen die in de praktijk toch wat tegenvielen, zijn dan al afgevallen.

Vanaf 2013

De podcast is al te beluisteren vanaf 2013 en voor zover ik weet, heb ik alle afleveringen ook daadwerkelijk gehoord. Micha Wertheim en Paulien Cornelisse zijn vanaf het begin bij de podcast betrokken en ook Eva Maria Staal heeft lang meegewerkt. Intussen zijn er wat personele wisselingen geweest. De eerste vertelavond was overigens al ver voor de eerste uitzending. In 2008, lees ik op de site.

Vanaf het begin was Echt gebeurd een succes. In die tijd waren er nog wat minder podcasts en deze viel wel al direct op. Later kwamen er enkele gala's, ook om de financiën wat aan te vullen en het concept vond navolging in België: Relaas. Hetzelfde concept, maar Relaas had al gauw vertelavonden op verschillende plaatsen. Echt gebeurd zetelt al vanaf het begin in Toomler.

De vertellers zijn soms bekende Nederlanders en die zijn vaak gewend om op een podium te staan. Maar ook mensen die nog nooit voor een publiek hebben opgetreden, vertellen soms verrassend goed hun verhalen.

Puberdagboek

Naast het vertellen van wat iemand heeft meegemaakt, zijn er ook sessies waarbij mensen voorlezen uit hun puberdagboek. Ook die afleveringen zijn vaak bijzonder leuk. Ik denk dat dat komt doordat we ons allemaal herkennen, misschien niet zozeer in de gebeurtenissen, alswel in het puberbrein dat achter de verwoording ervan schuilt. We zijn vertederd en kijken met wat afstand terug naar wie we waren en misschien nog altijd een beetje zijn.

Het concept is overigens niet nieuw. In Amerika waren podcasts als The Moth en This American Life al veel langer populair. Wie op zoek is naar mooie verhalen, kan ook daar prima terecht.

Voor zover mij bekend, doet Echt gebeurd het nog steeds goed en dat is terecht. Beluister een stel willekeurige verhalen en ik vrees dat je verkocht bent. Als je nog nooit geluisterd hebt, heb je heel veel om in te halen.

donderdag 7 maart 2019

Zeven broeders (Convard, Camus, Boivin)


Er zijn verschillende soorten series, wat strips betreft. Het bekendst zijn de series met steeds dezelfde hoofdpersonen: Van Kuifje tot Suske en Wiske en van Guust Flater tot Asterix en Obelix. Maar er zijn natuurlijk meer concepten. Bij uitgeverij Silvester lopen er verschillende andersoortige series:Uur U over alternatieve geschiedenis, met steeds een andere historische gebeurtenis als uitgangspunt; Legendarische piloten, met hetzelfde onderwerp (de luchtvaart), maar steeds een ander persoon (een piloot) centraal en ook Zeven, waarin er steeds zeven vergelijkbare personen bij elkaar komen.

Zeven

Eerder schreef ik over Zeven detectivesZeven draken en Zeven dwergen; deze keer over Zeven broeders. In een album met zeven hoofdpersonen is het altijd een klus om alle personages goed voor te stellen. Daar is in dit album wel een handige oplossing voor gekozen. Zeven leden van een loge van vrijmetselaars krijgen, na de Tweede Wereldoorlog, een uitnodiging voor een bijeenkomst. In 1943 zijn alle leden opgepakt en de verwachting is dat er verraad in het spel is.

Elk van de zeven broeders krijgt de uitnodiging, waarna er bij elk personage een flashback volgt naar het moment van de arrestatie in de oorlog. Je krijgt dan van iedereen al een aardig beeld. Ook bij de bijeenkomst doet elke broeder nog eens zijn verhaal. De lezer probeert intussen uit te vogelen of er aanwijzingen zijn wie het verraad gepleegd heeft.

Omdat een groot deel van het album in beslag genomen wordt door de bijeenkomst, is er maar weinig actie in het boek, wat tot gevolg heeft dat er niet zo heel veel vaart in het verhaal zit. De verhouding tussen tekst en beeld is wel in orde. In enkele vorige delen waren er hele lappen tekst nodig om de lezer uit te leggen hoe het verhaal in elkaar zat. De scenarioschrijvers, Didier Convard en Jean-Christophe Camus hebben het verhaal zo in elkaar gezet dat dat niet nodig was.

Tekenstijl

Net als de manier waarop het verhaal verteld wordt, is de tekenstijl ingetogen: geen spectaculaire visuele effect, verwrongen gezichten, extreme kleurstellingen. Ook de tekenaar, Hervé Boivin, heeft zich ingehouden. Het geeft een rustig beeld aan het album. Soms had iets meer expressie in de gezichten wel gekund, maar daar is dus niet voor gekozen. De tekeningen zijn helder, met een duidelijk verschil in kleurstelling tussen het 'heden' en de flashbacks, die in grijzen zijn uitgevoerd.

Zeven broeders is een aardig album geworden. Niet spectaculair, maar een verhaal dat goed in elkaar zit, met nog een verrassing aan het eind. Omdat je wilt weten hoe het nu echt zit met dat mogelijke verraad, blijf je in ieder geval doorlezen. En het decor (een loge van de vrijmetselaars) is niet alledaags. Een degelijke strip, waarbij je je tijdens het lezen niet verveelt.

Titel: Zeven broeders
Scenario: Didier Convard / Jean-Christophe Camus
Tekeningen: Hervé Boivin
Inkleuring: Delf
Uitgever: Silvester
Den Bosch 2019, 56 blz. €17,95 hardcover


woensdag 6 maart 2019

Zomervacht (Jaap Robben)


In de lijst met 'De beste boeken van 2018 (die ik niet gelezen heb), nam ik niet de roman Zomervacht van Jaap Robben op. Wel vond ik al een tijdje dat ik Birk, ook van Robben, eens moest lezen. Het komt immers af en toe op een boekenlijst voor. Wel las ik Als iemand ooit mijn botjes vindt (2013). Daarover schreef ik hier. En ik las Josephina (2012), maar daarover schreef ik niet. En toen stond ik in de boekhandel ineens toch met Zomervacht in mijn handen. Ik kocht het en las het.

In het milieu waarin het verhaal zich afspeelt, zal een roman als Zomervacht niet snel gelezen worden. De hoofdpersoon is de dertienjarige Brian, die door zijn vader soms vertederd 'Braike' wordt genoemd. Vader en zoon wonen samen in een caravan, waaromheen twee honden lopen. Het is een plek waar eigenlijk geen mensen komen. Brian krijgt daadwerkelijk een keer een boek cadeau, van Emile, de huurder van de andere caravan op het terrein. Hij vindt het duidelijk niet een cadeau. Wie leest er nou een boek?

Vader (Maurice Chevalier) kan zich financieel niet bedruipen. Hij heeft af en toe handeltjes waaraan hij iets verdient, maar de meeste van zijn zaakjes blijven duister. Hij doet zijn best om Brian te verzorgen, maar die taak ligt eigenlijk boven zijn macht. En dan neemt hij ook nog een nieuwe taak op zich: het verzorgen van Lucien, zijn zestienjarige zoon, die lichamelijk en geestelijk beperkt is. Het tehuis waarin hij gewoonlijk verblijft, wordt verbouwd en het zou goed uitkomen als Lucien dan door zijn vader en zijn broer in huis genomen zou worden, een maand in de zomer. Als blijkt dat daar een vergoeding tegenover staat, wil vader wel.

Vacht

Eigenlijk kan het niet; het bijzondere bed dat Lucien gebruikt, kan niet eens de caravan in.  Maar ze maken er het beste van, waarbij er wel heel veel neerkomt op Brian. Emile, de naaste buurman, zegt tegen Brian:
Je doet wat je kunt. Iemand als je broer bezeert zich snel. Je bent al een soort vacht voor hem. Zonder jou had hij vast nog meer schrammen en blauwe plekken opgelopen.
Daarnaar verwijst de titel: in deze zomer is Brian de vacht voor Lucien. Eigenlijk doet hij zijn taak wonderlijk goed: hij komt erachter wat Lucien plezier bezorgt, hij oefent met het lopen, verschoont zijn broer als het nodig is. Het kan nooit goed, maar hij heeft het in ieder geval geprobeerd.

Evengoed laat hij ook zijn broer in zijn eentje achter als hij op zijn brommer even naar een vriendinnetje gaat, drukt hij geld achterover en liegt hij glashard als hem dat nodig lijkt. Je neemt het hem als lezer niets eens kwalijk. Je snapt dat iemand in dergelijke omstandigheden zich zo gedraagt.

Op zichzelf aangewezen

Kinderen die het zelf maar een beetje moeten zien te rooien - die kom je ook tegen in bijvoorbeeld Kinderen van het ruige land en ook in De avond is ongemak van Marieke Lucas Rijneveld. In beide boeken zijn de ouders niet in staat om hun kinderen op te voeden, te leiden, te beschermen.

Je vraagt je af of het allemaal wel goed zal komen met Lucien en je vreest van niet. Daarom wil je ook steeds doorlezen, meelevend met Brian, waarbij je soms je tenen moet krommen om wat hij zich nu weer op de hals haalt. Er is vader best wat te verwijten, maar ook hij doet op zijn manier zijn best. Ondanks zijn flair, zie je dat het leven net te moeilijk is voor hem. Ook hij moet zich maar staande zien te houden. Tegen Brian zegt hij op een gegeven moment: 'Zonder elkaar hebben wij allebei niemand.'

Brian kan soms genieten van Lucien, maar soms is niet alleen het verzorgen niet prettig, ook Lucien zelf is van tijd tot tijd onaangenaam. Daardoor laat Brian zich overigens niet ontmoedigen. Het is verfrissend dat Robben ook die kant van de zorg laat zien. Je hoeft dat niet af te wegen tegen wat je wel positief ervaart, maar het is er allebei.

Los draadje

Er zit veel moois in Zomervacht, al is er hier en daar ook wel een los draadje. Zo vallen er heel wat pillen voor Lucien op de grond en de hond eet ze op. Merkt Lucien de gevolgen niet van te weinig medicijnen? Moeder is wel heel erg op de achtergrond (al is daar wel een verklaring voor). Ze komt eigenlijk alleen maar voor in flashbacks, die overigens wel mooi door het verhaal geweven zijn.

Het rommelige decor waartegen het verhaal zich afspeelt, is kenmerkend voor het rommelige leven dat personages leiden: niets is er op orde. Probeer dan de zaken in je hoofd maar eens op een rijtje te houden.

Zomervacht leest als een trein: je wilt weten hoe het afloopt. Als lezer ben je ook erg betrokken bij de personages. Het is overdreven dat de lezer net zo voor de personages wil zorgen als Brian voor zijn broer zorgt, maar er zit wel iets van waarheid in: je wilt dat het hun goed gaat. Maar net zoals de personages hun leven niet in de hand hebben, heeft de lezer de personages niet in de hand. Machteloos moet hij zien hoe het hun vergaat.

dinsdag 5 maart 2019

Luc Oriënt, Alle avonturen deel 2 (Eddy Paape/Greg)


'Een avonturenstrip met sciencefictionkanten' noemde ik Luc Oriënt bij de bespreking van deel 1 van de integrale uitgave. De science fiction is onmiskenbaar, maar je leest de verhalen toch vanwege de avonturen. Maar dat geldt waarschijnlijk voor elk science-fictionverhaal.

In deel 2 van de integrale uitgave zijn er weer drie albums compleet opgenomen. De tijd die er zat tussen de publicatie van de verhalen in het weekblad Kuifje en in albumvorm is opmerkelijk: de verhalen startten in Kuifje in respectievelijk 1967, 1969 en 1970, maar kwamen pas uit als album in 1972, 1973 en 1974.

De eerste twee verhalen sluiten aan bij het vorige deel: De planeet van de angst en Het woud van staal. De aardebewoners die altijd present zijn in de avonturen van Luc Oriënt (naast hem, Hugo Kala, Lora en Toba) bevinden zich op de planeet Terango. Tegenover de held staat tradititiegetrouw de schurk. Dat is de dictator Sectan en daarnaast duikt ook Argos weer op. Zoals te verwachten komt het uiteindelijk allemaal op zijn pootjes terecht.

Wezens

Er komen buitenaardse wezens van verschillende stammen voor in deze twee verhalen. Daar zit diversiteit in, maar uiteindelijk hebben ze allemaal in principe de grondvorm van de mens: een romp, twee benen, twee armen en een hoofd. Er zijn ook gevleugelde wezens, maar ook zij zijn mensachtig, of misschien zijn ze meer vormgegeven als de engelen uit de kinderbijbel. Er is een duidelijk onderscheid tussen de wezens en de dieren. Daarmee worden de bewoners van Terango eigenlijk niet anders dan vreemde mensen, van wie er sommige deugen en andere niet.

Als je een conflict wilt weergeven, kom je al gauw uit op vijanden en bondgenoten en een eenvoudig stramien is dan misschien wel een versimpeling van de werkelijkheid, maar het geeft de lezer ook houvast.

Vegetatie

Op de vegetatie en de eigenaardigheden in de natuur kon tekenaar Eddy Paape zich aardig uitleven. Omdat de planeet nog veel geheimen bevat, weten onze helden niet goed welke gevaren ze het hoofd moeten bieden. In De planeet van de angst speelt de definitieve strijd zich af in 'De kloof van de gloeiende graven' en die heet natuurlijk niet voor niets zo.

In Het woud van staal is er meer ruimte voor techniek: grote wandelende machines en kleinere luchtvaartuigjes (die er ook in het vorige deel overigens al waren). Het is duidelijk dat de aardebewoners het moeten opnemen tegen een technisch superieure cultuur. Maar ze winnen uiteindelijk door de oude, aardse huismiddeltjes, zoals degelijk dynamiet.

Zeven soorten licht

Het geheim van de zeven stralen is het minste van de drie verhalen. Hier had Greg zijn scenario wat beter moeten doordenken. Tijdens een experiment met zeven soorten buitenaards licht (daar gaan we al) krijgen Luc en Lora de volle laag. Het gevolg is dat ze door muren kunnen lopen. Maar ze zakken niet door de grond, kunnen wel gaan zitten, kunnen eten en ze zwemmen zelfs. Als de materie door je lichaam heen gaat, zal een zwemslag je niet verder helpen, lijkt me.

De dingen die Lora aanraakt, verpulveren, maar ze kan wel in het hoge gras zitten en zo zijn er meer zaken die niet logisch zijn. Zo gauw je gaat tornen aan de natuurwetten, ga je als scenarist gauw in de fout, doordat je niet consequent genoeg bent. Ook Hanco Kolk en Kim Duchateau maakten dergelijke missers in De man van nu.

Greg doet in dit verhaal zijn best om verklaringen te geven voor de inconsequenties, maar slaagt daar niet in. De werking van het licht blijkt tijdelijk en zo probeert de verteller de boel te redden. Maar een goed verhaal zat er toen al eigenlijk niet meer in.

Dossier

Net als in deel 1 van de integrale uitgave is het dossiergedeelte bescheiden. Het is een beknopt portret van Eddy Paape, door Jacques Pessis, met natuurlijk wel de nodige illustraties. Maar het zou mooi zijn als er niet alleen dit kleine beetje geschiedschrijving was, maar dat er ook met hedendaagse ogen naar de strip gekeken zou worden. Waarom is het aardig om de albums van Luc Oriënt opnieuw uit te geven, als het niet alleen vanwege het jeugdsentiment is? Ongetwijfeld geven de verhalen een tijdsbeeld, maar hebben ze ook actualiteitswaarde? Hebben ze ons nu nog iets te zeggen? Dat is misschien iets voor een volgend deel. Als bonus is er een kort verhaal opgenomen: De wraak.

Voor liefhebbers van Luc Oriënt is deze integrale uitgave prettig: alles wordt netjes bij elkaar geharkt en de mooie bandjes staan goed in de boekenkast. Een nieuw publiek zal daardoor niet bereikt worden, lijkt me, maar misschien is dat ook niet nodig.