Posts tonen met het label Filosofie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Filosofie. Alle posts tonen

dinsdag 23 december 2025

Wat is goed leven? (Barbara Stok)


Een van de grande dames van de Nederlandse strip is Barbara Stok. Ze begon met strips en cartoons waarin ze zelf nadrukkelijk aanwezig was, maar ze is zich langzaam aan het terugtrekken uit wat ze schrijft. Dat is natuurlijk niet helemaal waar: wat ze schrijft en tekent, is uitdrukkelijk haar werk, maar ze loopt er toch minder zelf in rond. 

Dat was al duidelijk in De filosoof, de hond en de bruiloft (2021), een boek over een vroege filosofe, Hipparchia. Daarin bezoekt ze nog wel de plaatsen waar Hipparchia geleefd heeft, maar ze is vooral de onderzoekster of misschien de getuige achteraf; ze staat niet meer centraal. 

Nog duidelijker is dat in haar nieuwste boek, Wat is goed? Socrates en het belangrijkste. Daarin gaat het over Socrates en zijn zoektocht naar wat een goed leven is. Het boek begint met Barbara Stok in de collegebanken. De docent vertelt dat er volgens Socrates niets beters is voor een mens dan zich elke dag bezig te houden met de vraag wat goed leven is. En daarna duikt ze in het leven van Socrates en hoe hij zoekt naar een antwoord op die vraag. 

Niet alleen particulier

Je zou kunnen zeggen dat in haar vroege het leven van Stok centraal staat en dat ze zich daarin afvraagt hoe zijzelf moet leven, hoe ze moet omgaan met haar onhandigheden en alle dingen die haar beletten om het prettig te hebben in het leven en de juiste keuzes te maken. Dat soort strips lazen we graag, omdat ze weliswaar particulier waren, maar het algemene zat ook in het particuliere verborgen. De lezers herkenden veel in de verhalen en de cartoons en die herkenning was troostend: ik ben niet de enige die zich struikelend door het leven begeeft. 

Maar nu is het startpunt het leven in het algemeen. Tegelijkertijd is er een duidelijke hoofdpersoon, Socrates, met wie de lezer zich kan identificeren. Socrates krijgt te horen dat het orakel van Delphi heeft gezegd dat er geen wijzer mens is dan Socrates. Daarop gaat de filosoof op zoek naar iemand die nog wijzer is en tegelijkertijd naar het antwoord op de vraag hoe je een goed leven kunt leiden. 

De geschiedenis is bekend: het brengt Socrates in de problemen en hij zal als bederver van de jeugd uiteindelijk de gifbeker moeten drinken. 

Ook in benarde omstandigheden blijft hij rustig en redenerend. Als zijn vrouw snikt dat hij onterecht ter dood wordt gebracht, vraagt hij haar 'Had je dan liever gehad dat het terecht gebeurde?'

Gevangenis van Socrates
Vragen stellen

Socrates gaat op zoek naar wat een goed leven is en dat doet hij vooral door vragen te stellen en ook weer op de antwoorden door te vragen. Hij steeds op zoek naar de achterliggende gedachten en uiteindelijk naar de kern die hem duidelijk moet maken waar het om draait in het leven. 
De beste manier om geluk te vinden is een goed innerlijk kweken en goed handelen in het dagelijks leven. Een goed innerlijk bestaat uit morele kwaliteiten: rechtvaardigheid, wijsheid, gematigdheid, moed en trouw. 
Mensen doen dingen omdat ze denken dat het hun beste keus is, maar ze schatten de consequenties van hun keuzes verkeerd in of ze hebben niet genoeg kennis om de juiste keuze te maken. Dat is een positief mensbeeld: uiteindelijk is iedereen op zoek naar het goede. 

Wat is goed leven? lijkt me een goede inleiding in het gedachtegoed van Socrates, maar vooral ook in zijn manier van denken. En natuurlijk in zijn leven. 

Niet meer alleen een strip

In dit boek laat Stok voor het eerst de strikte stripvorm los. Het is een prozawerk, dat wel verlucht is met veel striptekeningen. In de tekst zijn er stukjes met een blauwe ondergrond waarin Stok nadere uitleg geeft. Ze is ook nog wel aanwezig in sommige tekeningen. Soms spreekt ze Socrates rechtstreeks aan. Maar meestal is ze meer op de achtergrond en krijgt Socrates alle ruimte. Wel in de woorden van Stok natuurlijk. 

Ze is inhoudelijk niet over één nacht ijs gegaan. Ze heeft colleges filosofie gevolgd en ze heeft dit boek laten lezen door deskundigen, die haar adviseerden. Aan het eind vermeldt ze de bronnen van wat ze vertelt. 

Helderheid

Het is knap dat Stok een niet bij voorbaat gemakkelijk onderwerp zo helder weet te belichten. Ze legt de materie zo uit, dat die heel eenvoudig lijkt, zonder inhoudelijk concessies te doen. Haar manier van schrijven is daarin verwant aan haar manier van tekenen: zich beperken tot het belangrijkste en alleen details geven als die werkelijk iets toevoegen. 

Ondanks dat het draait om Socrates en zijn gedachtegoed, merk je uit de manier van vertellen ook de betrokkenheid van de auteur. Die betrokkenheid geldt Socrates en wat hij te melden heeft, maar ook de lezer aan wie ze zo goed mogelijk wil laten zien waarmee ze zich de afgelopen zo intensief heeft beziggehouden.

Dit boek maakt wel nieuwsgierig naar de weg die Stok zal gaan. Hoe goed haar teksten ook zijn, ik hoop niet dat het aandeel van de tekeningen nog verder wordt teruggebracht. Maar misschien is dat om nostalgische redenen: omdat ik zoveel goede herinneringen aan haar strips heb. Ik heb weinig redenen om ontevreden te zijn over het proza van Stok. Wat is goed leven? is een uitstekend boek. 


Titel: Wat is goed leven? Socrates en het belangrijkste.
Tekst en tekeningen: Barbara Stok
Uitgever: Nijgh en Van Ditmar
2025, 144 blz. € 22,99 (hardcover)

donderdag 11 december 2025

Hoe het vuur te redden (Désanne van Brederode)

Laat ik het maar meteen zeggen: van Désanne van Brederode heb ik veel te weinig gelezen. Heel vaak ben ik van plan geweest om een boek van haar te lezen. Dan had ik weer eens een interessant interview met haar gehoord of ik had een column van haar gelezen. Ik vind het ook nog een leuk mens en ik vind het goed hoe zij zich inzet voor Syriërs. Maar waarom las ik dan niet meer van haar?

Dat komt misschien een beetje door haar eerste boek, Ave verum corpus / Gegroet waarlijk lichaam (1994). Dat is wel een aardig boek, maar ik vond het toch niet echt goed. Ik weet niet of ik mijn geheugen kan vertrouwen, maar in mijn herinnering vond ik het ook een beetje aanstellerig. 

Het heeft me niet weerhouden om haar werk interessant te vinden, maar wel van een zekere afstand, want ik las dat werk niet. Aan de ene kant jammer, aan de andere kant: nu heb ik nog heel wat tegoed. Hart in hart (2007) nam ik een tijdje terug mee uit een kringloop. 

Over Hoe het vuur te redden (2024) hoorde ik een interview met de auteur in een podcast. Ik gok dat dat Nooit meer slapen is geweest. En toen leek het me al wat. Maar ik las het nu pas. Ik wilde het namelijk wel voor 21 december uit hebben, want dan houdt Van Brederode een lezing in de Vluchtheuvelkerk in Zetten. Als je tijd en zin hebt, moet je daar maar heen gaan. Aanvang 10.00 uur. 

Het echte vuur

De ondertitel van Hoe het vuur te redden is Een filosofische zoektocht. In het boek vraagt Van Brederode zich af waar het echte vuur nog te vinden is. Daarbij gaat het zowel om letterlijk vuur als om innerlijk vuur. En waarom we juist in deze tijd zo moeten zoeken naar dat vuur. 

Voor een deel heeft dat te maken met hoe we omgaan met smartphones, sociale media, voortdurende bereikbaarheid. Die doen meer met ons dan we ons realiseren. Dat laat van Brederode zien en ze is daarin vrij overtuigend. 

Persoonlijk

Hoe het vuur te redden is een persoonlijk boek. De auteur put uit haar persoonlijke ervaringen: die zijn vaak illustratie of beginpunt van een zoektocht. Ook zij is een kind van deze tijd, al neemt ze de gelegenheid te baat om af en toe niet mee te gaan met de stroom en van een afstandje te kijken, ook naar zichzelf, maar vooral naar de wereld om haar heen om te zien wat er nu eigenlijk gebeurt. Het onderzoeken van de tijd is ook zelfonderzoek. 

Het leuke van dit boek vind ik dat het aan de ene kant een heel gerichte zoektocht is, maar aan de andere kant maakt het ook een losse indruk. Désanne van Brederode staat zichzelf zijpaden en dwaalwegen toe, waarbij ze wel steeds het doel in het oog houdt. 

Zwagerman

Zo was ik verrast door een hoofdstuk dat voor een groot deel over Joost Zwagerman ging. Zijn biografie is de laatste tijd nogal in het nieuws en ik heb wel eens verteld (misschien ook wel hier), dat ik hem ooit interviewde voor publiek in de Boekenweek, vlak na het verschijnen van zijn roman Zes sterren (2002). In de pauze kwam er een oudere mevrouw naar me toe die zei: 'Hij praat veel leuker dan hij schrijft'. Daar kon Zwagerman later hartelijk om lachen. 

Van Brederode tekent Zwagerman als iemand die altijd bereikbaar was, overal 'ja' tegen zei, en wat dat met hem gedaan heeft. Ze is kritisch tegenover die houding, maar ze houdt ook de verbinding met de persoon en ze laat Zwagerman in zijn waarde. Dat is aangenaam om te lezen. 

Verdwenen vuur

Het letterlijke vuur is uit ons leven verdwenen: we hebben het niet meer nodig om ons te verwarmen, ons huis te verlichten of om ons eten op te koken. Dat heeft veel gemak opgeleverd, maar wat zijn we erdoor kwijtgeraakt? 

Het digitale leven moet het wel ontgelden bij Van Brederode. Dat kun je afdoen als een hang naar een tijd terug toen veel dingen beter waren, maar de auteur wil niet terug naar het oude. Ze wil wel degelijk vooruit, maar dan met het echte vuur en niet met het vuur op een tv-scherm. 

Hoe het vuur te redden is geen doortimmerd betoog, maar een verkenning: de schrijfster zoekt op allerlei plekken het letterlijke of het innerlijke vuur. Ik noemde al dat het boek een zekere losheid bezit en die vind ik wel prettig. Niet een boek om het helemaal mee eens of mee oneens te zijn, maar een boek met observaties en ideeën die je even laten nadenken over dingen die je als vanzelfsprekend hebt leren accepteren. 

En als de nevel van de tijd de vonken in onze ogen niet gedoofd heeft, is het boek misschien een aanzet om op zoek te gaan naar het vuur, dat op vele plaatsen nog moet branden. 

Désanne van Brederode, Hoe het vuur te redden. Een filosofische zoektocht. Uitgeverij Querido, 2024; 288 blz. € 24,99

donderdag 19 oktober 2023

De wereld van Sofie, 2. De filosofie, van Descartes tot vandaag (Nicoby / Vincent Zabus)

Een jaar geleden alweer! Toen schreef ik over het eerste deel van De wereld van Sofie, een strip op basis van het gelijknamige boek van Jostein Gaarder. Intussen is deel 2 verschenen. Daarin wordt de geschiedenis van de filosofie behandeld vanaf Descartes tot nu. 

Sofie heeft een begeleider: Alberto. Dat is al een oud literair thema. Je komt het tegen in de Divina Commedia van Dante, De kleine Johannes van Frederik van Eeden en misschien zelfs De wetten van Connie Palmen. De begeleider weet meer dan de verteller en samen gaan ze op ontdekkingstocht. 

Zo maakt ook de lezer een tocht door de ideeën die in de verschillende tijdperken bepalend waren. Er is een reeks denkers geweest die wilden weten hoe de wereld en het leven in elkaar zat. Steeds is er weer een nieuwe invalshoek gekozen en Sofie wil die zienswijzen begrijpen. 

Gevangen in een stripverhaal

In een wereld waarin God steeds verder op afstand gekomen is of zelfs niet meer bestaat is het lastig om denkers te volgen voor wie God een vanzelfsprekendheid was. In deze strip is daar een mooie oplossing voor gevonden: Sofie ontdekt dat ze een personage is, bedacht door een auteur, gevangen in een stripverhaal. Ook een strip heeft een schepper, die kan bepalen wat zijn personages doen. 

Het is een mooie vondst, waarmee je begrippen als predestinatie en vrije wil in het boek brengt, zonder erover te hoeven praten. Je hoeft het alleen maar te laten zien. Er zijn twee werkelijkheden: die van het verhaal van Sofie en die van de auteur en zijn dochter Hilde, die model stond voor Sofie. De grot van Plato is dan niet ver weg. 

Filosofen en stromingen

In de loop van het verhaal passeren verschillende filosofen en stromingen de revue: Descartes, Spinoza, de empiristen (Locke, Hume, Berkeley), het sociale contract (Hobbes, Rousseau), de Verlichting en Kant, de Romantiek, Marx, Darwin, Freud en de twintigste eeuw. Sofie is leergierig en wil weten wat die ideeën inhouden. Vaak is er een link te leggen met het heden.

Heel duidelijk is dat bij het sociale contract, dat gaat over de zeggenschap van de staat over de onderdanen. We hebben nu immers een politieke partij, Nieuw Sociaal Contract, die daar nadrukkelijk naar verwijst. 

De ideeën uit het verleden worden vooral getoond en niet beoordeeld. Uit alle is wel iets te halen wat nog steeds geldigheid bezit. En voor Sofie krijgt de filosofie steeds meer met haar eigen leven te maken. 

In de epiloog praat Hilde met haar vader. Altijd zullen er onbeantwoorde vragen blijven en op kosmische schaal zijn we onbeduidend. Maar we zijn sterrenstof, waardoor we ook deel hebben aan het grote geheel. 

Scenario en tekeningen

Net als in het eerste deel is de scenarist Vincent Zabus erin geslaagd om op inventieve manieren Sofie in contact te brengen met de verschillende filosofen. Soms komen hun portretten tot leven, soms komt Sofie op een bijzondere manier in de wereld van de denkers terecht. Ook nu weer maakt Zabus dankbaar gebruik van het medium, bijvoorbeeld als Sofie zich vastklampt aan een tekstballon. 

Zo zit het boek vol met leuke visuele vondsten. De tekenaar, Nioby, zal er veel plezier aan beleefd hebben. Het vertel- en tekenplezier zie je op elke bladzijde. Fraai is bijvoorbeeld het hoofdstuk over Marx, waarin veel weergegeven is in potloodschetsen, die veel losser zijn dan de rest van de tekeningen. Dat laat weer een heel andere kant van Nioby's werk zien.

Dit tweede deel van De wereld van Sofie doet voluit recht aan het origineel van Jostein Gaarder, maar het heeft ook veel eigen kwaliteiten, doordat het een strip is, waarin weer ander dingen mogelijk zijn dan in een roman. Het lijkt me een boek voor een breed publiek: voor liefhebbers van fictie en non-fictie, voor jongeren en volwassenen, voor liefhebbers van filosofie en van strips. Geslaagd project!

Eerder schreef ik over:




maandag 27 december 2021

De filosoof, de hond en de bruiloft (Barbara Stok)

Op de eerste tekening in haar nieuwe boek, De filosoof, de hond en de bruiloft, staat Barbara Stok zelf afgebeeld. Ook op de laatste tekening zien we haar terug. Ze staat, samen met haar partner, eerst in een desolaat landschap. Behalve een paar zwerfhonden is daar niets. Op het laatste plaatje staan de twee in de drukte van de stad: winkels, verkeer, afval, bedrijvigheid. Tegelijkertijd heb je het idee dat ook daar niets is en dat de twee mensen er wat verloren bij staan. 

Dit soort scènes zijn kenmerkend voor het werk van Stok. Ze is daar zelf altijd heel erg in aanwezig. In verschillende albums is ze zelf de hoofdpersoon en reflecteert ze al tekenend en vertellend op haar eigen leven. Het mooie is natuurlijk dat ze voor de lezer tegelijkertijd reflecteert reflecteert op het leven in het algemeen en dus ook op dat van de lezer. Dat maakt haar boeken zowel persoonlijk als algemeen geldend. 

In een groot deel van De filosoof, de hond en de bruiloft komt Barbara Stok niet letterlijk voor, terwijl het tegelijkertijd heel erg over haarzelf lijkt te gaan. 

Hipparchia

We gaan ver terug in de tijd, meer dan 2300 jaar. We zoomen in op een huis, met daarin een vrouw, die Hipparchia blijkt te heten. In de laatste tekening voordat we haar te zien krijgen, zien we een stukje van het huis: een vogel in zijn of haar eentje op het dak, een wolk en een paar takken in knop. Het lijkt een eenvoudige tekening waar je overheen zou kunnen lezen, maar Stok tekent die dingen natuurlijk niet voor niets. 

De vogel is vrij, maar zit er ook alleen. De takken in knop zijn beloftevol, maar knop is nog geen bloei en Kloos weende al om bloemen in den knop gebroken. De lucht is strakblauw, maar er is ook een kleine wolk. We weten domweg niet wat er boven ons hoofd hangt. Het hele verhaal moet nog beginnen, we moeten maar zien hoe het loopt. 

Stok neemt ons mee terug naar het oude Griekenland. Hipparchia leeft in een welgesteld milieu, wat je aan haar kleren en de woning kunt zien. Ze leest boeken (boekrollen) en al gauw blijkt dat dat ongebruikelijk is voor een vrouw. Ze is ook nog niet getrouwd en dat wordt toch onderhand wel tijd. Hipparchia is filosofisch ingesteld en ze luistert graag stiekem naar de gesprekken die de mannen om haar heen voeren. Bijvoorbeeld over wat het doel van het leven is. 

Wat is een goed leven?

Wat ze denkt, vertelt ze aan de honden die ze eten te geeft. Dat is handige manier van Barbara Stok om het verhaal gaande te houden en toch wat van de binnenwereld van Hipparchia te weten te komen. 'Wat een mens moet hebben om werkelijk gelukkig te kunnen zijn is een goed en weloverwogen leven.' Dat heeft ze bij Socrates gelezen. Ze probeert hem te doorgronden en een antwoord te vinden op de vraag wat een goet leven is. 

Intussen is er een mogelijke echtgenoot voor Hipparchia gevonden, in Athene. Daar is Hipparchia blij om. Ze denkt: 'Ik mag dit niet weer verklooien.' Blijkbaar heeft ze dat al een keer gedaan. Het taalgebruik van Hipparchia is hedendaags en dat blijft zo in de rest van het boek. Iemand zegt dat hij er helemaal klaar mee is en bij een paard wordt er gesproken over zijn geweldige acceleratievermogen, alsof het over een auto gaat. 

Je zou dat anachronistisch kunnen noemen, maar het verhaal moet toch al naar onze tijd gehaald worden: we lezen het nu en in het Nederlands. De mensen spreken de taal die voor ons nu doodgewoon is om aan te geven dat het ook toen doodgewone gesprekken waren. 

Hipparchia is echt blij dat er een echtgenoot gevonden is. Daarin zal ze kind van haar tijd zijn. Tegelijkertijd zal ze ook hedendaags blijken te zijn. Wij moeten immers dicht bij onszelf blijven, bedenken wat we nu echt willen, mogelijkheden zoeken om onszelf te ontplooien. Dat zal Hipparchia ook gaan doen, maar met een ander uitgangspunt: ze wil zo leven dat ze het dichtst bij een goed leven komt. 

Cynicus

In Athene zijn verschillende filosofische scholen, die Hipparchia natuurlijk niet mag bezoeken. Daarom verkleedt ze zich als man, om zo toch in de buurt te komen van de filosoof Crates, een cynicus. Hij zag af van alle welstand en wilde zich niet conformeren aan het waardestelsel dat toen gold. Dat spreekt Hipparchia erg aan. 

Maar het is wat anders als je die ideeën ook nog in de praktijk moet brengen. Hipparchia leeft comfortabel, in een familie met veel bezittingen en haar beoogde echtgenoot is rijk. Hij is bijvoorbeeld eigenaar van zilvermijnen, waarin slavenarbeid wordt verricht, ook door kinderen die slaaf gemaakt zijn. 

Dat laatste staat haar al gauw tegen, maar als slavernij een vanzelfsprekendheid is, is het lastig om te beseffen dat er ook een wereld of een leven mogelijk is waarin slavernij niet logisch en zelfs verwerpelijk is. Ze heeft ook zelf een slavin en hoewel die goed behandeld wordt is ze niet vrij. Die gaat ze bevragen om meer te beseffen wat het betekent als mensen als eigendom beschouwd worden. 

Huwelijk

Uiteindelijk maakt Hipparchia een radicale keuze. Ze doet afstand van haar bezit en trouwt met Crates. Ze zal een van de weinige vrouwelijke filosofen worden. 

Hipparchia heeft werkelijk bestaan. Ze was niet de eerste vrouwelijke filosoof. Al enkele eeuwen daarvoor zijn er vrouwen in de school van Pythagoras wier namen overgeleverd zijn en Barbara Stok laat Hipparchia een boekrol van Perictione lezen, de moeder van Plato. 

Ongelijk Houwelijck

De geschiedenis van Hipparchia was wel bekend. Jacob Cats schreef er bijvoorbeeld over in Trou-ringh (1637). Hij noemde het verhaal van Crates en Hipparchia 'Ongelijk Houwelyck'. Het blijkt na zoveel jaren nog verrassend goed te lezen. 

In de versie van Cats is Crates overigens mismaakt: hij heeft een bochel. Maar ook in andere werken heeft Cats al betoogd dat je iemand niet op het oog, maar op het oor moet trouwen en wat Crates te vertellen heeft, is heel aantrekkelijk voor Hipparchia. Ze moet zichzelf wel overtuigen en Cats laat haar in haar hoofd alle tegenargumenten weerleggen. 
Maar Crates is mimsaeckt: dit hoor ick op hem schieten;
Hem dien de deught verciert, wie kan die lelijck hieten?
Maer hy is byster arm, en uytter maten kael:
Die wijse sinnen heeft besit het altemael. 
Maer hy en heeft geen staet om van te mogen leven:
Al wat op aerde wast dat kan hem voetsel geven.
En zo gaat het een tijdje verder. In tegenstelling tot de versie van Stok speelt de moeder van Hipparchia in de liefdesgeschiedenis een belangrijke rol. Maar als ze de dochter niet tot inkeer kan brengen, wordt vader erbij gehaald en zelfs Crates probeert haar het plan van een relatie met hem uit het hoofd te praten. 

Dreigen met zelfmoord

Maar Hipparchia is vastbesloten en ze dreigt zelfs zelfmoord te plegen. 
Magh ick niet uwe zijn mijn leven-dagen langh,
Ik ga den eygen wegh, ick sijge naer beneden,
Ick ga naer Charons boot, en dat met rassche schreden.
Dat is wel heel dramatisch en het is logisch dat Barbara Stok deze bombastische middelen achterwege heeft gelaten. Uiteindelijk komt het allemaal goed, zeker als Cupido een pijl in de bult van Crates heeft geschoten. 

Cats voegt aan het verhaal in poëzie nog een dialoog in proza over de (on)wenselijkheid van een huwelijk van partners met zeer verschillende achtergrond en over de vraag of je vooraf een gebrek moet onthullen of juist niet. 

Cats betooogt dat Hipparchia weliswaar een volstrekt andere achtergrond had dan Crates, maar dat het toch geen ongelijk huwelijk is, omdat ze alles waarin ze verschilt van Crates achter zich laat. Stok kiest een wat andere insteek. 

Afstand van bezit

Hipparchia breekt door de normen waarin ze leeft. Ze doet niet wat hoort, maar wat volgens haar het goede is. Ze denkt zelf na en neemt de beslissing waarvan ze innerlijk weet dat die goed moet zijn. Daarbij ziet ze hoe betrekkelijk de waarde van het materiële is en wat de uitwassen daarvan zijn (bijvoorbeeld mensen in slavernij laten werken). Hipparchia doet radicaal afstand van bezit. 

Wij leven in een wereld van overvloed en dat heeft zijn schaduwkanten. Wat de overdaad aan voedsel betreft: daar schreef bijvoorbeeld Louise O. Fresco over in Hamburgers in het paradijs. Het woord 'ontspullen' is er een van de laatste jaren. We hebben te veel en zouden daar misschien wel afstand van moeten doen. 

Schaduwkanten van de welvaart

Barbara Stok doet mee in deze discussie over de schaduwkanten van onze welvaart door te laten zien hoe iemand al een paar duizend jaar geleden met hetzelfde probleem worstelde. Enkele problemen veranderen blijkbaar nooit, maar we moeten die in elk tijdperk weer op onze eigen manier zien op te lossen. 

Tot voor kort kende ik Hipparchia niet. Er is ook niet zo heel veel over haar bekend. Dat gaf Stok in hoge mate vrijheid om het leven van deze filosofe in te vullen. Dat heeft ze heel geloofwaardig gedaan en het heeft mij ertoe gebracht ook nog eens Cats te gaan lezen. Van mij mag Barbara Stok nog vaker zo in het verleden duiken. Wie weet is er dan over een aantal jaren een graphic novel over bijvoorbeeld Enheduanna. 

Eerder schreef ik over ander werk van Barbara Stok:





woensdag 15 november 2017

Omdat je het waard bent (Marja Pruis)


Nieuw Licht is een interessante essayreeks, waarin vanuit het gedachtegoed van filosofen uit het verleden gekeken wordt naar zaken in het heden. Eerder schreef ik over Onbehagen van Bas Heijne, die de opvattingen van Freud toepaste op het onbehagen, de boosheid zo je wilt, om ons heen.

Marja Pruis werd gevraagd om te schrijven over eigenliefde. We leven immers in een selfiecultuur, waarin we onszelf exposeren op de sociale media. Hoe moeten we daarnaar kijken als we in ons achterhoofd het werk van François de la Rochefoucauld (1630 - 1680)?

De la Rochefoucauld is bekend geworden door zijn Maximen. Bespiegelingen over menselijk gedrag. Het zijn aforismen, waarvan Pruis er ook een aantal heeft opgenomen achter in het boekje en ook in de loop van het essay komen ze terug.

In veel van zijn uitspraken houdt De la Rochefoucauld zich bezig met wat wij nu psychologie zouden noemen. Hij verdiept zich in de drijfveren van mensen. In zijn tijd zullen zijn uitspraken ook wel als ontmaskerend gezien zijn.
62
Eerlijkheid komt recht uit het hart. Ze komt maar bij heel weinig mensen voor. Wat we er gewoonlijk voor aanzien is een geraffineerd veinzen om het vertrouwen van de ander te winnen. 
169
We betrachten onze plicht uit luiheid en angst, maar geven onze deugd vaak alle eer. 
Vaak werkt De la Rochefoucauld met personificaties, zoals:
200
De deugd zou het niet zo lang volhouden als ijdelheid haar geen gezelschap hield. 
Veel aforismen doordenken wat het is om een goed mens te zijn en of dat eigenlijk wel kan. Wie ze snel leest, zou kunnen concluderen dat er veelvuldig open deuren worden ingetrapt, maar dat komt waarschijnlijk doordat we de inhoud bevestigen of herkennen. Bovendien leven we in een maatschappij waarin er in de media, zelfs in wat objectieve berichtgeving had moeten zijn, veel gespeculeerd wordt over drijfveren van bijvoorbeeld politici. Er is veel gepsychologiseer en er is veel aandacht voor emoties ('Wat ging er door je heen?').

Marja Pruis probeerde nader te komen tot De la Rochefoucauld door zijn maximen over te schrijven. Daarbij stelde ze zich de vraag of de mens in de loop van de tijd meer van zichzelf is gaan houden en of dat dan positief nieuws is.

Het aardige van het boekje van Pruis is haar niet-rechtlijnige manier van schrijven. Natuurlijk is er structuur in het essay, maar ze gebruikt ook voorbeelden uit haar familie, die je half als een verhaalfragment leest. Pruis schrijft ook romans, dus dat is haar wel toevertrouwd. Bij alles wat ze beweert blijft er altijd een opening voor tegenspraak. Ze geeft ons geen dichtgetimmerd betoog, maar een beschouwing waarin ze vragen opwerpt en zoekt naar een antwoord.

De la Rochefoucauld was richtte zijn pijlen vaak op de schijnbare deugdzaamheid. Die stoelde maar al te vaak op egoïstische motieven.

Pruis ziet, zoals wij allen, hoe iedereen zich exposeert, maar acht het te simpel te zeggen dat mensen nu meer van zichzelf houden. Zo'n conclusie was overigens niet vreemd geweest. Als kind moeten we immers onszelf al ontplooien en er is veel aandacht voor de persoon en zijn emoties. Met zoveel persoonlijke aandacht ligt het voor de hand dat iedereen gaat denken dat hij heel speciaal is.

Wij zijn bovendien geneigd elkaar overmatig te prijzen. Een kind dat op het schoolplein iets kwam overhandigen aan de juf (een vrij simpele handeling) kreeg bijvoorbeeld niet een 'dankjewel', maar een 'super!'

Zoals gezegd, zo simpel is het niet. Pruis haalt het voorbeeld aan van een actrice die zich vergelijkt met het personage dat ze speelt in een film. Ze verklaart niet zo bescheiden te zijn als het personage: 'Zo waardevol vind ik mezelf niet.'

Pruis;
De koppeling van bescheidenheid aan eigenliefde is een vergelijkbare paradox als angst aan moed, verlegenheid aan heerszucht, zelfpromotie aan wegcijfering. Wie bang of verlegen is moet zichzelf voortdurend overwinnen. De zachtaardigen bestieren de wereld, de rouwdouwers liggen te woelen in hun bed. 
Een mooie passage, waarop ik nog wel even moet kauwen. Ik weet nog niet of ik het ermee eens ben, maar ik ben blij met de prikkeling om erover na te denken.

Uit deze paradox blijkt al hoe weinig eenduidig eigenliefde is, maar ook hoe moeilijk af te bakenen. Ze kan uitlopen op zelfverheerlijking, maar even goed op zelfhaat. Zoals Pruis in de slotregel van haar essay schrijft:
(...) als eigenliefde zo'n groot podium vindt, is zelfhaat nooit ver weg. 
Of, zoals het eerder in het slothoofdstuk verwoordt:
Een besef van grootsheid en verachtelijkheid gaan hand in hand en komen uit dezelfde bron van eigenliefde. 
 Opmerkelijk is de aandacht die Pruis heeft voor religie. Ze is opgegroeid in een religieus gezin, maar is zelf niet meer religieus. Ze noemt haar leven relatief goddeloos. Al op de derde pagina in haar boek schrijft ze:
Dat er straks misschien geen echo meer is van godvrezende mensen vind ik idioot genoeg eerder vreeswekkend dan bevrijdend. Alsof met enig godsbesef ook het ontzag verdwijnt, de nederigheid, de stilte de naastenliefde. En de eigenliefde almaar grotesker proporties zal aannemen, met onvoorziene gevolgen. 
Ze is niet de enige die de prominentere eigenliefde koppelt aan het verdwijnen van God uit onze samenleving. Pruis haalt bijvoorbeeld ook Frank Koerselman aan en Jan Denys.

Ze diept niet uit wat de godsdienst betekend heeft voor het zelfbeeld van de gelovigen. Er zijn kerken waarin geleerd wordt dat de mens geneigd is tot alle kwaad en onbekwaam tot enig goed. In zonden ontvangen en geboren, immers. Wat voor mensen levert een dergelijk geloof op? En wat doet het gebod om je naaste lief te hebben als jezelf met je?

In ieder geval leert het geloof dat de mens niet het belangrijkste is. Het draait niet om jou, er is iets wat jou ontstijgt.

Pruis:
Tegelijkertijd kan ik me niet voorstellen dat de mens ervoor toegerust is te overleven in een geseculariseerde samenleving. Dat hij het klaar zou spelen om de zin uit zichzelf te putten in plaats van uit iets wat een opdracht belooft, en de beloning dat je die hebt vervuld. Daarvoor lijkt er domweg te veel druk te zijn komen staan op het ego, met alle gevolgen van dien. 
Denys zegt dat met het verdwijnen van een hiernamaals de druk op het nu groter geworden is, waarmee er 'leefstress' is ontstaan. Volgens Koerselman is er een disbalans ontstaan in de menselijke basisbehoeften aan geborgenheid, autonomie, status en competitie. Ook dat voert hij voor een deel terug op de secularisatie:
Het geloof gaf geborgenheid, en relativering. Nu de mens een individu is, alleen in een kale wereld, draait alles om erkenning. 
Het zou interessant zijn om een vergelijking te maken tussen Nederland en Europese landen die minder ontkerkelijkt zijn. Hoe zit het daar met de leefstress? En hoeveel mensen maken daar gebruik van social media?

Pruis koppelt eigenliefde aan zingeving. Als de zin van het leven niet te halen is uit een grotere opdracht, moet de mens de zin vinden in het eigen leven. Zij vermoedt dat wij daar eigenlijk niet geschikt voor zijn. Of ik dat met haar eens ben, weet ik (nog) niet. Het is in ieder geval een geluid dat je niet frequent hoort.

Omdat je het waard bent is een interessant boekje, dat ons aan het nadenken zet over de wereld waarin wij leven. En passant krijgen we ook nog heel wat van De la Rochefoucauld mee. Ook dat is mooi meegenomen. Laten we hem het slotwoord geven.

39
Eigenbelang spreekt allerlei talen, en speelt allerlei rollen, zelfs die van onbaatzuchtigheid.

49
We zijn nooit zo gelukkig of ongelukkig als we denken.

190
Alleen grote mannen hebben recht op grote tekortkomingen.