Posts tonen met het label biografie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label biografie. Alle posts tonen

vrijdag 10 juli 2026

Dubbelleven. Geertruida Kapteyn-Muysken en haar rebelse levensfilosofie (Maite Karssenberg)

 

Het was een opwelling, denk ik. Ik las iets over Dubelleven, de biografie van Geertruida Muysken-Kapteyn en ik besloot dat ik dat boek, geschreven door Maite Karssenberg wilde lezen. Ik vroeg een recensie-exemplaar aan bij De Arbeiderspers en een paar dagen later werd dat bezorgd, op een regenachtige dag. De bezorger had het door mijn brievenbus gewrongen en had daarvoor zelfs de kartonnen envelop moeten verwijderen. Het boek lag gehavend op de mat. Maar ik had het. 


Ik hou van het lezen van biografieën. Niet alleen krijg je een beeld van het leven van de geportretteerde, maar ook van de tijd waarin zij of hij leefde en als dat een tijd is die je zelf hebt meegemaakt, maakt het ook nog allerlei herinneringen wakker. 

Het einde van de negentiende eeuw en de eerste helft van de twintigste eeuw hebben zeker mijn interesse. Voor de duidelijkheid: dat is een tijd die ik niet heb meegemaakt.  Maar ik heb bijvoorbeeld wel heel erg genoten van de brieven van Willem Witsen en het boek Oorlogsenthousiasme van Ewoud Kieft. En van veel meer, natuurlijk. 

Geertruyda Kapteyn-Muysken (1855 - 1920) kende ik, ik moet het met schaamte bekennen, helemaal niet. Ze maakte deel uit van de eerste feministische golf in Nederland  (maar niet alleen in Nederland), al wordt haar naam niet genoemd op de Wikipediapagina die daaraan gewijd is. Daar worden wel de namen genoemd van bijvoorbeeld Aletta Jacobs, Wilhelmina Drucker en Clara Wigmann. De naam van die laatste kende ik alleen door het instituut dat naar haar genoemd is. 

Maite Karssenberg dook in het leven Geertruida Muysken en doet niet alleen verslag van dat leven en van de opvattingen van Muysken, maar ook van haar eigen zoektocht. Daarbij gaat ze niet voor de biografeerde staan, maar ze laat zien hoe ze haar sporen heeft proberen te vinden, hoe ze het huis bezocht waar Geertruida gewoond heeft, hoe ze zich probeert voor te stellen hoe Geertruida met die lange rokken wandelingen maakt in de natuur door dat ook te doen. Ze probeert Muysken te naderen, maar nadert ook zichzelf, komt op die manier dichter bij een antwoord op de vraag hoe je een authentiek persoon kunt zijn. 

Vehikel voor filosofisch onderzoek

Een biografie als vehikel voor filosofisch onderzoek, noemt ze het. Ik geef een uitgebreid citaat uit de inleiding. 
Geertruida is voor mij een prisma. Mijn blik in haar leven opende een heel scala aan filosofische vragen. Haar ontwikkeling, haar worstelingen, de precisie van haar zelfinzicht, de thema's die haar bezighielden, de ideeën die ze zo gepassioneerd verkondigde -ze boden me een manier om na te denken. Over de spanning tussen het zelf en de ander, tussen binnenwereld en buitenwereld, het bewuste en het onbewuste. Over man-vrouwverhoudingen, seksualiteit, de liefde en de dubbelzijdigheid van het huwelijk. Over de werking van de menselijke psyche en de -vaak schrikbarende- mores van de psychiatrie. Over hoe momenten van de diepste mentale kwetsbaarheid zowel waarheid als vernietiging kunnen voortbrengen. Over moederschap als gevangenis en als manier van zelfverwerkelijking, over vriendschap als bron van levensgeluk en over de spanning tussen moeder en dochter. Over maatschappelijk engagement, feminisme en solidariteit. Over hoe de strijd voor individuele vrijheid tekortschiet zonder een visie op collectieve groei. Over de kracht van fictie, van toewijding, van idealisme. En over wat kennis is, en waarom puur intellectuele kennis tekortschiet. 
Natuurlijk krijgen we de levensloop van Geertruida te lezen. Ze bezocht de mms, de allereerste van Nederland, opgericht in 1867. Dat er dan sinds kort een middelbare school voor meisjes bestaat, laat al zien dat er dingen aan het veranderen zijn, dat vrouwen nieuwe terreinen betreden. 

Geertruida is bevriend met Martha van Vloten, die later zal trouwen met Frederik van Eeden. Haar zussen Kitty en Betsy zullen trouwen met respectievelijk Albert Verwey en Willem Witsen. Er zijn brieven bewaard die de twee vriendinnen elkaar schreven, maar veel meer van Martha aan Geertruida dan andersom. Karssenberg, altijd helder over haar bronnen, realiseert zich dat we daardoor een beeld krijgen van Geertruida, maar dat dat niet betekent dat we weten hoe ze werkelijk was.
Via Martha zie ik Geertruida. Maar hoewel Martha's beeld levensecht is, zie ik van Geertruida alleen de contouren. Hoe de jonge Geertruida werkelijk was blijft een mysterie, nog versterkt door de per definitie ondoordringbare gebeurtenissen van de zomer van 1875. 
In de zomer van 1875 wordt Geertruida in  het Geneeskundig Gesticht voor Krankzinnigen in Utrecht opgenomen. Aangezien er toen nog geen AVG was, is haar patiëntendossier bewaard. Verderop in haar leven zal Geertruida nog enkele keren opgenomen worden. De Nederlandsche Vereeniging voor Psychiatrie was opgericht in 1871 en nagenoeg alle gestichtsartsen (een dertigtal) waren erbij aangesloten. Ook op dat gebied zouden er nog veel veranderingen volgen.

Huwelijk

Geertruida wil zich ontwikkelen. Ze volgt lessen letterkunde en geschiedenis bij Willem Doorenbos. Ze heeft ook al contact gezocht met Helene Mercier (wier naam ik op andere plekken ook als Helena Mercier en Hélène Mercier gespeld heb gezien). Ze trouwt met Albert Kapteyn, een ingenieur die zich bezighoudt met een remsysteem voor treinen. Ze gaan wonen in Londen.

Opregte Haarlemsche Courant, 22 december 1880

Algemeen Handelsblad, 23 december 1880


Geertruida wordt moeder, aanvankelijk van twee kinderen (Olga, 1881 en May, 1883). Ze doet aan anticonceptie, maar er wordt nog een derde kind geboren (Albert, 1886). Er worden brieven geschreven (bijvoorbeeld aan haar zus Marie) en er is een dagboek overgeleverd. Door de hele biografie heen zijn er teksten van Geertruida opgenomen, cursief gezet, zodat je de informatie uit de eerste hand krijgt.  

Dubbelleven

Het huiselijk leven is niet gemakkelijk, ook niet als je personeel hebt. Dat moet immers aangestuurd worden. Geertruida moet zich in de praktijk met andere dingen bezighouden dan waar haar hoofd mee bezig wil zijn. Dat is een van de verklaringen van de titel van de biografie: je zou kunnen zeggen dat Geertruida een dubbelleven leidde: een huiselijk leven en een intellectueel en maatschappelijk leven. In het laatste hoofdstuk van de biografie, wordt er veel aandacht besteed aan haar dochter Olga. Ook in dat opzicht is er  sprake van een dubbel leven: dat van Geertruida en dat van haar dochter. Verder zou je nog kunnen zeggen dat zowel het leven van Geertruida als van haar biograaf doorklinkt in dit boek. 

Geertruida wordt lid van een van de eerste vrouwenclubs in Londen, de Pioneer Club. Het verbaasde me hoeveel clubs, verenigingen en tijdschriften waren, waarin de vrouwenzaak bepleit werd. Steeds proef je de overtuiging dat dingen anders kunnen en dat daarvoor wat moet gebeuren. Er hangt (niet alleen in Londen, maar ook op andere plekken in Europa) een aanstekelijk idealisme. 

Karssenberg beschrijft dat er een congres van de Internationale Vrouwenraad plaatsvindt. Zo'n drieduizend vrouwen overal vandaan, die dagenlang samen zijn, naar lezingen luisteren, discussiëren. De wind van verandering die er waait, moet aangenaam aangevoeld hebben. 


Het nieuws van den dag, 8 mei 1912

Netwerk

En Geertruida gaat publiceren, over bijvoorbeeld ethiek. Ze houdt zich diepgaand bezig met waar het naar toe moet met de maatschappij, ziet voor zichzelf grote lijnen waaraan ze wil vasthouden. Intussen heeft ze een uitgebreid netwerk. Zo onderhoudt ze (wat later in haar leven) een briefwisseling met Domela Nieuwenhuis. Inspiratiefiguren zijn voor haar onder meer de dichter/filosoof Jean-Marie Guyeau en de anarchist Peter Kropotkin. 

In 1901 verhuist ze naar Zwitserland, een verandering van locatie, maar een voortzetting van haar ontwikkeling. In 1906 verhuist ze met Albert naar Nederland. 

Geertruida leefde in een bevoorrechte klasse en ze had wellicht relatief veel vrijheid. Maar ze heeft zich ook bekneld gevoeld en ze was strijdbaar om niet alleen voor zoveel mogelijk vrouwen meer vrijheden te bevechten, maar ook om voor zoveel mogelijk mensen een betere maatschappij vorm te geven. Karssenberg geeft toe dat Muysken in haar geschriften niet altijd de soepelste stijl hanteert, maar ze heeft in ieder geval haar ideeën verspreid, door geschriften en spreekbeurten. 

Maite Karssenberg heeft een prachtige biografie geschreven, die al snel na verschijnen op de longlist voor de Libris Geschiedenisprijs is verschenen. Het is een persoonlijk boek geworden, waarin Karssenberg Geertruida zo dicht mogelijk wil naderen om te doorgronden waarmee ze bezig was en wat dat nu nog kan betekenen. In Geertruida brandde een vuur (dat haar zelf misschien van tijd tot tijd verteerde) en de warmte van dat vuur (ook van de biografe) voel je in dit boek. Er tintelt iets in. Ondanks dat lang niet alles zo gemakkelijk verloopt in Muyskens leven, voel je de gedrevenheid en de hoop op wat er ooit bereikt kan worden. Het doel voor ogen houden en compromisloos doorgaan. Dat is een instelling waarvoor je bewondering kunt hebben. 

Lezen dus. Niet alleen omdat Geertruida dat verdient, maar ook om een blik te krijgen op een tijd waarin zo duidelijk idealen werden nagestreefd. En natuurlijk ook omdat Karssenberg het verdient, die Dubbelleven met hart en ziel geschreven moet hebben. 

Maite Karssenberg, Dubbelleven. Geertruyda Kapteyn-Muysken en haar rebelse levensfilosofie. Uitg. Arbeiderspers, 2026; 472 blz. € 29,99

Tubantia, 7 maart 1908



Het Vaderland, 6 december 1911
Eerder schreef ik over de biografieën van:

maandag 22 juni 2026

Mannetje van de krant. Een persoonlijke biografie van Jan Blokker (Jan Blokker jr.)

Wat blijft er over van iemand na diens overlijden? Uiteindelijk valt dat altijd tegen. We weten nog heel wat over onze schrijvers, maar wie leest hun werk nog? En veel anderen blijken uiteindelijk gereduceerd te zijn tot een van hun activiteiten, tot een snedige opmerking, een leuke anekdote. Jaren geleden wijdde Willem Jan Otten er een roman aan: Een man van horen zeggen (1984). Na de dood van de hoofdpersoon bestaat hij alleen nog voor zover er aan hem gedacht of over hem gesproken wordt. Uiteindelijk is er alleen nog een ober die jaarlijks dezelfde anekdote vertelt. 

Toen ik vertelde dat ik de biografie van Jan Blokker aan het lezen was, begon iedereen over zijn columns in De Volkskrant. Die stonden mij ook het sterkst bij en meestal las ik die ook. Altijd goed geformuleerd, vaak wat brommerig van toon, met toch een luchtige ondertoon. Blokker kon uitleggen wat hij vond van wat er gaande was en waarom hij dat vond. Maar Blokker was meer. 

Dat blijkt uit de biografie, Mannetje van de krant, Een persoonlijke biografie van Jan Blokker (2025), door zijn zoon, Jan Blokker jr.  Van die laatste heb ik een dichtbundel in mijn kast staan, Kind (1984). Die heb ik ook gelezen: vriendelijke, toegankelijke gedichten. Vriendelijk in hun toegankelijkheid, bedoel ik. Er staat ook een cyclus over Bergen-Belsen in. Verder heb ik Er was eens een god (2006) liggen, een boek dat hij samen met zijn vader en zijn broer Bas schreef. Het gaat over bijbelse schoolplaten. Ik kocht het boek toen het afgeprijsd was, was vast van plan het te lezen en dat plan heb ik eigenlijk nog steeds. Ik leende het uit aan mijn schoonmoeder, die het een mooi boek vond. 

Deze Jan Blokker schreef dus een biografie van zijn vader. Dat zou een hachelijke onderneming kunnen zijn. Hoeveel afstand kun je immers bewaren tot je eigen vader? In de praktijk blijkt het goed uit te vallen. Blokker jr. gaat zorgvuldig om met zijn bronnen en hij voegt daar de persoonlijke inkleuring aan toe. Als hij iets met zijn vader heeft meegemaakt, zoekt hij andere bronnen die iets soortgelijks kunnen bevestigen. 

Literatuur

Jan Blokker sr. (1927 -2010) debuteerde als literair schrijver met Séjour (1950), waarvoor hij de Reina Prinsen Geerligsprijs ontving. Een paar jaar daarvoor had Reve de prijs gewonnen voor De avonden. Na Blokker zou Mulisch de prijs winnen met archibald strohalm. Een mooi rijtje. In het begin wordt Blokker ook echt wel als literair schrijver gezien. Maar hoewel hij later nog enkele romans schreef en hij ook een stel kinderboeken heeft geschreven, lag op dat vlak toch niet zijn toekomst. Voor wie meer over zijn kinderboeken wil weten: er is aandacht aan hem besteed in  het Lexicon van de jeugdliteratuur.

De eerste columns die Blokker schrijft, worden gepubliceerd in het Algemeen Handelsblad. Men spreekt dan nog van 'cursiefjes'. Die benaming kennen we van de stukjes van Simon Carmiggelt, maar er waren in die tijd meer columnisten. Mij schieten de namen te binnen van Godfried Bomans, Henriëtte van Eyk, Jacques en Henri Knap en Eduard Elias. Er zullen er ongetwijfeld meer geweest zijn, maar het genre moest nog wel volwassen worden. Blokker heeft een groot deel van zijn leven columns geschreven. 

Eigenlijk zou ik nog wel eens een analyse van die columns willen zien. Over welke onderwerpen schreef Blokker door de jaren heen? Welke opvattingen droeg hij uit? Veranderde zijn toon? Verschoven zijn standpunten? Dat komt niet duidelijk aan de orde in dit boek, maar mogelijk verdient dat een aparte studie. 

Film

Verder was Blokker actief op het gebied van de film. Hij schreef filmkritieken en ook dat genre moest nog echt ontwikkeld worden. Blokker dacht ook na over hoe de filmwereld zich zou kunnen of moeten ontwikkelen. Hij schreef ook filmscenario's, waarbij het eerste meteen raak was: Fanfare (1958), een film van Bert Haanstra over de ruzie in een fanfareorkest die de groep in twee kampen verdeelt. Wie de film ooit gezien heeft, vergeet die niet meer. Heel grappig, maar ook de setting (de opnames waren in Giethoorn) is bijzonder. 

Later zou Blokker tekenen voor scenario's van bijvoorbeeld De komst van Joachim Stiller (1976), Bij nader inzien (1991), Eline Vere (1992) en Hoogste tijd (1995). Die film wordt door Blokker jr. per ongeluk De hoogste tijd  genoemd in de bibliografie. Het betreft een film van Frans Weisz, naar een van de beste boeken van Harry Mulisch. 

De titel van de biografie is niet voor niets Mannetje van de krant. Niet alleen schreef hij zijn columns en recensies, maar hij had ook ideeën over hoe de krant zich verder kon ontwikkelen. Vijf jaar lang (1979 - 1984) was hij adjunct-hoofdredacteur was. Hij praatte veel met andere medewerkers. Dat hij gezeten op een prullenbak geregeld bij iemand aanschuift aan het bureau is een beeld dat ik niet meer zal vergeten. 

Omroep

Blokker hield zich ook bezig met de omroep. Hij werkte mee aan het befaamde satirische VARA-programma Zo is het toevallig ook nog eens een keer. Andere medewerkers waren onder anderen Rinus Ferdinandusse, Dimitri Frenkel Frank, maar ook Gerard Reve en Mies Bouwman. Het was indertijd zeer spraakmakend en later werd er nog een uitzending van Andere tijden aan besteed. 

Zijn kennis over films kon hij ook kwijt op tv, in een filmrubriek, bij de VARA. Bij VPRO werd hij redacteur televisie, vooral ook omdat hij ideeën had over waar het heen moest bij de omroep. Hij kreeg de vrijheid om nieuwe mensen aan te nemen, zoals Hans Keller en Roelof Kiers. De VPRO kwam met bijzondere programma's, zoals de avondvullende uitzending over Gerard Reve (die toen nog Gerard Kornelis van het Reve heette), Hoepla en de Fred Haché Show. 

Later maakte Blokker nog beroemde buitenlandreportages bij het programma Diogenes. Ook nu weer had hij een team naar zijn keuze en hij kon een tijdje zijn gang gaan, maar alles bij de media is tijdelijk. 

Dat bleek ook zijn column bij de Volkskrant te zijn. Toen er gesproken werd over een lagere frequentie, vertrok Blokker en stapte over naar NRC next. 

Niet alleen werk

Natuurlijk gaat Mannetje van de krant niet alleen over het werk van Blokker, al neemt dat natuurlijk veel ruimte in. Blokker jr. beschrijft zijn vader ook als familieman en echtgenoot, waarbij hij de hobbels die soms genomen moesten worden niet verzwijgt. Bijzonder is ook hoe het aflopen van het leven van Blokker beschreven wordt. Met zijn gezondheid ging het al niet goed. Zo had hij al een tijdje extra zuurstof nodig. 

Al eerder was hem het roken verboden en mensen zagen hem toen ook niet meer roken. Maar Blokker jr. beschrijft hoe de geur van sigarettenrook  wel te ruiken was als zijn vader op zijn brommer een tochtje gemaakt had in de omgeving van zijn tweede huis in Frankrijk. Later was ook dat over. Als zoon was hij de laatste tijd voor Blokkers overlijden in de buurt van zijn vader en we krijgen het verslag dan ook uit de eerste hand. 

Persoonlijke biografie

Blokker jr. noemt Mannetje van de krant dan ook Een persoonlijke biografie en dat is het ook. Tegelijkertijd is het wel voluit een biografie, die voldoet aan alle eisen die je aan zo'n boek stelt. En Blokker jr. schrijft helder en onderhoudend; het boek leest gewoon lekker. 

Ik heb een veel completer beeld van Jan Blokker gekregen. Dingen die ik ooit geweten had, maar die weggezakt waren, werden weer helder en veel onbekende dingen las ik voor het eerst. Niet alleen roept het de persoon Jan Blokker op, maar ook de tijd waarin hij leefde. Iemand is altijd een representant van zijn tijd, maar Blokker had ook behoorlijk wat eigens en zijn zoon probeert dat wel te peilen. Zo legt hij uit waar het wantrouwen tegen autoriteiten, dat Blokker altijd gehad heeft, vandaan komt. 

De biografie noemt Blokker een Mannetje van de krant, en dat is Blokker in de eerste plaats geweest, maar hij was veel meer en bij die kranten was hij niet alleen maar een mannetje, maar ook echt een meneer, al past die laatste benaming mogelijk minder bij hem. 

Intussen heb ik nog een stel biografieën liggen en die ga ik ook lezen. En als ik ze lees, schrijf ik er ook over. De eerstvolgende waarover je een stukje kunt verwachten is Dubbelleven van Maite Karssenberg, over Geertruida Kapteyn-Muysken. Over een paar weken, schat ik. 

Jan Blokker jr., Mannetje van de krant. Een persoonlijke biografie van Jan Blokker. Uitg. Querido, 2025; 384 blz. € 26,99

donderdag 12 februari 2026

Een gat in het hoofd. Leven en werk van Heere Heeresma (Anton de Goede)

Het lezen van biografieën trekt mij aan, maar waarom eigenlijk? Mannen van een zekere leeftijd keren zich een beetje af van de fictie en lezen meer non-fictie, heb ik al vaak horen zeggen, maar ik hou nog evenveel van de fictie. Toch lees ik van tijd tot tijd met heel veel plezier een biografie. Onder de bespreking van die van Arthur van Schendel nam ik een lijstje op met recensies die ik van biografieën heb geschreven. Het waren er meer dan ik verwachtte. 

Voor een deel speelt misschien mee dat sommige biografieën gaan over een tijd die ik zelf meegemaakt heb. Ze beschrijven een deel van mijn levenstijd, ze frissen zaken op die ik alweer een beetje kwijt was. Je leest nooit alleen een boek, maar ook jezelf. 

In ieder geval lees ik graag biografieën en ik zou er nog meer willen lezen. Dat moet maar na mijn pensionering. Eerst maar zien dat ik het halve jaar tot die tijd ongeschonden doorkom en dat zal nog lastig genoeg zijn. 

Anton de Goede schreef Een gat in het hoofd; Leven en werk van Heere Heeresma en ik zeg het maar meteen: een boek waar ik erg van genoten heb. 

Leesgeschiedenis

Het werk van Heeresma leerde ik kennen in 1977 toen er jongen in het internaat kwam wonen, Mijndert, die boeken bij zich had die ik nog niet kende: het werk van Nescio, Het zwarte licht van Harry Mulisch en ook Han de Wit gaat in ontwikkelingshulp (1972). Ik las dat boek en genoot ervan. Het was wonderlijk hoe humor en tragiek samenkwamen in een boek. Ik besloot meer van Heeresma te gaan lezen. 

In 1978 werd ik lid van boekenclub ECI en mocht voor een tientje drie boeken uitzoeken. Als mijn geheugen mij geen loer draait, koos ik voor Heeresma Helemaal (zijn verzamelde verhalen), het boek van Rien Poortvliet over de kabouter en een boek over Escher. 

Die verhalen van Heeresma zijn me steeds bijgebleven. Toen ik docent Nederlands was, heb ik er een stel voorgelezen en ik heb ze ook wel gekopieerd om ze klassikaal te lezen. Helemaal zeker ben ik er niet van, maar ik vermoed dat dat in ieder geval 'Een winkelier keert niet weerom' en 'Meneer Frits en juffrouw Lenie' waren. Intussen had ik andere boeken van Heeresma geleend uit de bibliotheek en de meeste heb ik naderhand ook aangeschaft: Een dagje naar het strand (1962), De vis (1963), Geef die mok eens door, Jet! (1968). Ik heb ook De verloedering van Swieps (1967) en Hip, hip hip voor de Antikrist (1969), maar daar heb ik maar een vage herinnering aan. 

Het gekke is, dat ik er later niet meer toe kwam om Heeresma's werk te lezen. Ik had zeker wel zin in Een jongen uit plan Zuid (2005) en eigenlijk wil ik dat boek (eigenlijk twee boeken) nog steeds lezen. Het is nooit gebeurd. 

Pornopersiflages

Kwam dat doordat Heeresma op een gegeven moment ook porno ging schrijven? Zelf noemde hij het pornopersiflages. Voor mijn gevoel was hij terechtgekomen in een sector waar ik weinig van verwachtte. Ik weet nog dat een leerling (ik ken zijn naam nog), zo'n boek op de lijst wilde zetten. Ik vroeg of hij dat nou wel moest doen en of zo'n boek wel op een literatuurlijst paste. Hij vond van wel en ik wilde het niet verbieden, maar ik zei dat hij op zijn mondeling dan wel uit moest leggen waarom het boek terecht op zijn lijst stond. Het mondeling ging moeizaam en toen ik de kandidaat vroeg waarom waarom Een hete ijssalon (1982) -het kan ook Gelukkige paren zijn geweest- recht had op een plek in de literatuur zei hij dat hij daar niet zo over had nagedacht. Op de enige vraag die hij vooraf al wist, had hij geen antwoord. Ik geloof dat ik hem een drie gegeven heb. 

Maar nu de biografie. De Goede vertelt over het leven van Heere Heeresma, van wie de broers Marcus en Faber ook een zekere bekendheid zouden krijgen. Met Marcus raakte hij ernstig gebrouilleerd en Faber werd niet oud. Waarschijnlijk maakte hij zelf een einde aan zijn leven. De Goede zet de aanwijzingen daarvoor op een rijtje. 

De vader van Heeresma was een soort evangelist, met een eigen tijdschrift, De flambouw. Die vader zal een grote invloed gehad hebben. Ook Heeresma hield zich bezig met het doorvorsen van de Bijbel en hij voelde zich verbonden met het jodendom. In zijn taal klinkt de Bijbel vaak door. Heeresma vond dat zijn aandacht voor de Bijbel onderbelicht is gebleven, maar De Goede maakt er ruimte voor vrij. 

Aanwezige auteur

Een gat in het hoofd is een levendige biografie. Bronnen zitten vaak niet verstopt in voetnoten, maar de auteur beschrijft hoe hij ze spreekt en onder welke omstandigheden. Dat betekent dat De Goede, die lang contact met Heeresma heeft gehad, ook zelf in de biografie aanwezig is. Ik vind dat prettig. Als lezer heb je het idee dat je hem vergezelt op zijn zoektocht naar Heeresma. 

De schrijver moet geen gemakkelijk mens zijn geweest en dat laat De Goede duidelijk zien, maar hij laat hem niet vallen en ook dat vind ik prettig. Hij verbloemt niets, maar praat ook niets goed. En hij heeft een zeker wantrouwen tegenover alles wat Heeresma beweert. Hij weet hoe diens fantasie op hol kan slaan en dat of iets een goed verhaal is voor hem vaak belangrijker is dan of het waar is. 

Heeresma zei dat zijn hele leven zich achter een brandscherm afspeelde en dat hij daar niemand achter liet kijken. Hij deed zijn best om zich af te schermen. Vooral ook van de overheid. Daarom haalde hij zijn zoon van school om hem thuis te onderwijzen, werd hij het liefst contant uitbetaald en waar hij woonde, was bij velen onbekend. Hij had al lang de pensioengerechtigde leeftijd bereikt voordat hij AOW aanvroeg. Toch krijg je door deze biografie de indruk dat je Heeresma zo goed mogelijk hebt leren kennen. 

Bij de mensen in zijn omgeving veroorzaakte Heeresma ongemak en richtte hij schade aan. Hij brak met de dochter uit zijn eerste huwelijk en zijn zoon, Heere Heeresma jr. verbrak het contact met zijn vader na de dood van zijn moeder. Voor de buitenwereld was de schrijver vaak onbereikbaar, maar dat gold wellicht in zekere zin ook voor de mensen die hem na stonden.

Populair

Het werk van Heeresma is ongekend populair geweest. Veel meer dan ik mij ooit gerealiseerd heb. Hij noemde zich de meest verfilmde schrijver van Nederland en De Goede gaat op elk van die verfilmingen in. Een dagje naar het strand werd zelfs twee keer verfilmd. 

Maar op een gegeven moment komt de klad in het werk van Heeresma. Er verschijnt weinig nieuw werk. Pas tegen het eind van zijn leven zal hij weer werk van niveau publiceren: Een jongen uit plan Zuid en Kijk, een drenkeling komt voorbij (2006). Toen hij minder publiceerde, was hij nog wel voor de radio te horen. In 2014 werden transcripties van zijn radiomonologen uitgegeven onder de titel Kaddish voor een buurt

In Een gat in het hoofd doet De Goede zowel de schrijver als zijn werk recht. Hij trekt ook mogelijke lijnen tussen de inhoud van het werk en het leven van Heeresma, maar daarin is hij voorzichtig. Dat lijkt me terecht. 

Boeiend

De biografie boeit van begin tot eind. Ik heb al genoemd dat de auteur ook een persoon binnen het boek is, maar er is meer. De Goede heeft de stof soepel geordend, staat zich zijwegen toe om toch weer feilloos op de hoofdweg terecht te komen en wijst op wat er nog komen gaat. Dat houdt de spanning erin. Zo krijgen we al in het begin van het boek te lezen dat het niet goed is gegaan tussen Heere Heeresma en zijn broer Marcus, maar de toedracht lezen we pas veel later. De hele tijd was ik benieuwd naar wat er tussen hen gebeurd was. 

Heel vaak komen andere mensen aan het woord, die Heeresma meegemaakt hebben en De Goede is gul met zijn citaten. Hij drukt een interview af dat niet eerder in druk is verschenen of citeert een complete recensie. Het werkt allemaal goed. Je leest het leven van iemand over wie gepraat wordt, over wie anderen iets vertellen, maar die ook veel te raden overlaat. 

In Een gat in het hoofd is natuurlijk een fotokatern opgenomen en aan het eind is er een handig namenregister. Nu wel met bladzijnummers. Heeresma hield dat tegen bij Vlieg vogel vlieg met me mee tralala.

Wie werk van Heeresma wil lezen heeft tegenwoordig Heeresma houdmaar tot zijn beschikking, een van de mooie dundrukboekjes die verschijnen bij uitgeverij Van Oorschot. Eerlijk gezegd heb ik het niet gelezen, omdat ik vermoedde dat er veel in zou staan wat ik al kende. Dat had ik natuurlijk wel moeten controleren. Maar dat kan ik alsnog doen. 

Naast geschreven heeft Heeresma ook veel gesproken, als een soort dagsluiter op de radio. Ik meen gelezen te hebben dat daarmee ook nog iets gebeurt, maar nu ik het zoek kan ik het niet vinden. 

Het is mooi dat een markante schrijver als Heeresma een goede biografie heeft gekregen. Zijn werk verdient herlezing of een nieuw publiek. Niet alles is goed, maar wel is alles helemaal Heeresma en kun je van een groot deel van zijn werk genieten. 

Anton de Goede, Een gat in het hoofd. Leven en werk van Heere Heeresma. Uitg. De Arbeiderspers, 2025. 520 blz. € 34,99 (gebonden, stofomslag)