zondag 26 augustus 2018

Goede dagen (Helga Warmels)


Een echtpaar op leeftijd, Arthur en Dieneke, gaat een weekje op vakantie in Limburg. Het is een groepsvakantie in een zorghotel. Artthur heeft al een tijdje de zorg voor de dementerende Dieneke. In het hotel zal hem veel uit handen genomen worden, zodat hij het ook even wat rustiger heeft. Vooral dochter Evelien heeft aangedrongen op de vakantie. Zij zal meerijden naar de vakantiebestemming.

De weg erheen gaat niet zonder moeilijkheden. De auto voor hen overrijdt een kat en Arthur besluit het dier uit zijn lijden te verlossen. Dat is al vlak bij het hotel. Later zal hij de kat ook nog begraven.

Dat is de situatie in de roman Goede dagen (2015) van Helga Warmels. Het boek is op een wat vreemde manier in mijn bezit gekomen. Ik wilde het christelijke actieboek van Els Florijn hebben, maar dan moest ik ook een ander boek kopen en ik kon in de christelijke boekhandel eigenlijk geen boek vinden dat ik wilde lezen. Toen praatte de boekhandelaar mij dit boek aan. Ik had nooit van de schrijfster gehoord en dit boek heeft ook nog een heel saaie voorkant. Ik heb me toch maar laten overtuigen, maar het  heeft wel een half jaar op een stapel gelegen voor ik eraan begon.

Arthur

We volgen in Goede dagen vooral Arthur, van wie we langzamerhand in de gaten krijgen dat hij ook niet helemaal helder meer is. Zo moet hij erg veel opschrijven (op zijn hand) om zijn geheugen te helpen. In de loop van de week gaat Arthur hard achteruit. Zelfs zo hard, dat het mij onwaarschijnlijk lijkt. Blijkbaar twijfelde de schrijfster er ook al aan, want op een avond laat ze Arthur flink drinken, zodat ook dat zijn vreemde gedrag nog een beetje kan verklaren.

Ik vind het jammer dat Warmels van zulk dik hout planken zaagt, waar ze eerder in het boek veel subtielere aanwijzingen geeft. Arthur is slim geworden in het vinden van verduidelijkende signalen, waardoor hij kan verhullen dat het met hem niet meer allemaal zo lekker gaat.

Op een dag gaat een groepje hotelgasten naar het zwembad. Op een gegeven moment beseft Arthur dat hij niet meer weet waar zijn kleren zijn.
Hij maakte het bandje om zijn pols los. Er stond een nummer op, dat moest het nummer van zijn kluisje zijn.
Hij kleedt zich aan en gaat op een bankje bij de kassa zitten, zich afvragend waar de rest blijft. De lezer weet dan wel dat iedereen nog lekker aan het zwemmen is en dat Arthur gewoon nog niet in de gaten heeft dat het nog niet de vertrektijd is.

Arthur leert in het hotel een vrouw kennen, Loes, die daar met haar dementerende man is. Ze vinden elkaar aardig en trekken wat samen op. Tussen de scènes in het heden door, krijgen we een blik op het verleden. De relatie tussen Dieneke en Arthur is moeizaam gestart: Dienekes vader wilde niets van de relatie weten, ze werd zwanger voordat ze getrouwd was en het te vroeg geboren kind bleek niet levensvatbaar.

Relatie

De relatie die Arthur nu met Dieneke heeft is nogal ambigu. Goede dagen opent met:
Bijna elke ochtend wanneer hij wakker werd, hoopte hij dat zijn vrouw dood naast hem lag. Het was een vreemde hoop, vermengd met een verstikkende, verlammende angst die hem belette zijn hoofd te draaien en zijn hand op haar borst te leggen om het te controleren - of ze nog warm was, of ze nog ademde.
Een sterke openingszin, die jammer genoeg een beetje onderuitgehaald wordt door de uitleg daarna. Dat is overigens iets wat Warmels vaker doet. Soms komt er een idee op in het hoofd van Arthur en dat wordt beschreven alsof Arthur het ook uitvoert. Even staat de lezer op het verkeerde been en dan schrijft Warmels: 'Hij deed niks'. Zonde. Het was sterker geweest als ze in het midden had gelaten of het de werkelijkheid in of buiten Arthurs was.

Ook bij het begin is de uitleg, zoals gezegd, niet nodig. Het huwelijk tussen Arthur en Dieneke is niet ideaal geweest, maar Arthur heeft zijn taak als echtgenoot met toewijding op zich genomen en ook nu nog verzorgt hij Dieneke zoals hij meent dat niemand anders kan. Hij had ook wel van haar af gewild, maar kan dat in haar huidige toestand niet meer maken.
Als hij Dieneke had willen verlaten, had hij het eerder moeten doen, veel eerder, toen ze zich nog zonder problemen had kunnen redden, maar die heldere gedachte was hem pas ingevallen toen het al rijkelijk te laat was. Hij haatte zichzelf omdat hij haar haatte, omdat hij zijn leven haatte, hun vervlochten levens, omdat hij zichzelf niet de liefhebbende, zorgzame echtgenoot wist zoals de buitenwereld hem zag, maar een huichelaar die zijn vrouw diep in zijn hart het liefst aan haar gruwelijke lot zou overlaten - of erger nog. 
Ook in dit citaat wordt er weer over iets verteld, in  plaats van dat de gebeurtenissen vertoond worden. Ik weet niet of dat getuigt van gebrek aan vertrouwen in de lezer of gebrek aan zelfvertrouwen van de auteur. Ze doet veel goed in dit boek en ik ben ervan overtuigd dat ze van dit gegeven met niet al te grote ingrepen een beter boek had kunnen maken.

Titel

De titel verwijst niet alleen naar de vakantie die bedoeld is als goede dagen voor Arthur of voor Arthur en Dieneke samen, maar meer nog naar de huwelijksbelofte om bij de partner te blijven, in goede en slechte dagen. Door dat plichtsbesef is Arthur nog steeds bij Dieneke.

De terugblikken naar het verleden, naar het begin van de relatie, werken goed. Dat is vooral duidelijk als Arthur de kat aan het begraven. De auteur legt hier expliciet het verband, maar ook zonder dat is wel duidelijk dat het begraven worden van het vroeggeboren kind van Arthur en Dieneke daarin resoneert. In het minder geloofwaardige deel van het boek wordt dat verband tot in het absurde doorgetrokken.

Oordeel

Van Goede dagen verwachtte ik niet zo veel. Misschien dat het alleen daardoor al meeviel. Stilistisch is de roman niet bijzonder, maar Warmels vertelt over het algemeen wel helder en het boek heeft aardig wat vaart. Voor enkele clichés had een redacteur haar moeten beschermen: 'Maar met haar flauwigheden had Dieneke ongemerkt slingers opgehangen in de dagen van hun samenzijn'.

De afwisseling tussen heden en verleden werkt goed en je leeft gemakkelijk mee met Arthur. Jammer van de groteske passage (waarover ik vanwege de plot verder niet uitweid) en van het net te veel expliciet maken van wat impliciet had kunnen blijven.

Dat alles maakt Goede dagen hooguit een aardig boek, dat lekker wegleest. Ik ben ervan overtuigd dat Warmels beter kan.


woensdag 22 augustus 2018

Podcast: Onder Mediadoctoren



Op Bunt Blogt gaat het veel over boeken. Maar aangezien ik zo'n zestig podcasts volg of heb gevolgd heb ik soms de aandrang om een lichtje te laten schijnen op zo'n podcast. Deze keer is dat Onder Mediadoctoren, van Vincent Crone en Linda Duits, die vaak niet alleen zelf praten over een onderwerp, maar ook een deskundige te gast. Bijna altijd is dat een persoon die goed weet te verwoorden, zodat je gemakkelijk naar haar/hem luistert.

Deze podcast heb ik niet helemaal vanaf het begin gevolgd. Ik vermoed dat ik de laatste vijfentwintig afleveringen beluisterd heb, misschien iets meer. Intussen zijn er 75 afleveringen geweest. Een greep uit de onderwerpen: Disco, Het einde van de televisie, Verantwoord eten, Filterbubbels, Schoonheidsidealen, Collectieve rouw, Klasse en consumptie, Rechtse media, Datecultuur, Walging.

Sinds ik de podcast ben gaan volgen, ben ik een redelijk enthousiast luisteraar en ik geloof dat ik alle afleveringen waaraan ik begonnen ben tot het eind toe beluisterd heb. De onderwerpen die gekozen worden, worden aardig uitgespit. Degelijke inhoud op een luchtige toon: dat is een mooie combinatie.

Taalgebruik

Ik raak overigens altijd een beetje in de war van Linda Duits. Wat ze te zeggen heeft, is meestal interessant, maar tegelijkertijd is het voor een taalliefhebber lastig om te luisteren naar haar poldernederlandse tongval (waarbij de 'eu' nogal eens neigt naar de 'ui'), haar raspende 'g', haar Gooise 'r' ('pleziej'), haar uitglijders op het taalpad.

Ze kan beweren dat men zich met 'man en kracht' ergens tegen verzet heeft en als iemand even zoekt naar het woord 'opdoffer' of 'optater', roept ze: 'Opkaleflater! Kaleflater!' Nu is 'opkalefateren' wel zo ongeveer het tegenovergestelde van iemand een optater verkopen. Dat de woorden tot de flaters behoren, is duidelijk. Ook kan ze onbekommerd een woord als 'grager' gebruiken.

Nauwkeurig formuleren is niet zo heel erg aan Duits besteed. Ze zegt bijvoorbeeld niet of iets een probleem, een dilemma, een tegenvaller of een detail is, maar: 'Dat is nog wel een dingetje'. Ze zegt niet van een man dat hij weinig empathisch, lui, dominant, eigenwijs of drankzuchtig is. Dat wordt: 'Haar man is gewoon heel erg kut.' In dat soort passe-partouts grossiert ze. Al let ze blijkbaar wel op de formulering want ik heb haar ooit 'nog kutter geformuleerd' horen zeggen.

Ik heb dus zo mijn ergernisjes, wat betreft uitspraak en taalgebruik, als ik naar Linda Duits luister, maar het gekke is, dat ik toch met sympathie blijf luisteren, naar beide presentatoren.

Duo

Vincent Crone is een mooie tegenhanger voor Linda Duits: meer rust, nauwkeuriger formulerend, met gevoel voor humor. Maar het succes van de podcast is waarschijnlijk toe te schrijven aan de combinatie van de twee presentatoren. Ze zijn beiden deskundig en verstaan de kunst hun kennis over te dragen en ze voelen zich duidelijk bij elkaar op hun gemak. Ze spelen gemakkelijk op elkaar in, kunnen zowel kritisch tegenover elkaar zijn en elkaar op de hak nemen, als elkaar aanvullen. Je merkt dat ze alles tegen elkaar kunnen zeggen en tegelijkertijd elkaar veel gunnen.

Bovendien draait het niet om hun ego (al kan ook dat ter sprake komen), maar om het onderwerp. Dat lijkt me een voorwaarde voor een goede podcast: de presentatoren hebben ons iets te vertellen. Ze hebben zich, gedreven door hun nieuwsgierigheid in een onderwerp verdiept en willen ons deelgenoot maken van hun bevindingen. Beiden zijn goed thuis op hun vakgebied en verwijzen, als dat zo te pas komt, naar onderzoeken.

Inhoudelijk interessant

Het ene onderwerp zegt me meer dan het andere, maar altijd luister ik geboeid. Je kunt van de meeste afleveringen wel wat opsteken en de gesprekken zijn onderhoudend. Na afloop denk ik nog wel eens na over wat er verteld is. Bijvoorbeeld over de reden waarom mensen bij Marqt kopen.

We weten intussen wel dat het label 'biologisch' niet betekent dat iets gezonder is of lekkerder of beter voor de natuur. Het is een kwestie van je identificeren met een bepaalde groep, het heeft te maken met klasse. Linda Duits: 'Mij zie je echt niet bij de Dirk!' Als je erop gewezen bent, zie je het overal om je heen: bij kleding, voedselkeuze, Netflixseries, belangstelling voor bepaalde sporten.

Website

Op hun website, die ik overigens voor ik dit stukje ging schrijven nooit eerder bezocht, zijn alle uitzendingen terug te horen/zien. Bij elke aflevering is bovendien vermeld welke boeken/studies gebruikt zijn, zodat de leergierige luisteraar ook zelf op onderzoek kan gaan.

Ik vermoed overigens dat ik daar verder geen gebruik van zal maken. Een podcast beluisteren doe ik tussendoor: in de trein, onder het boodschappen doen, onder het fietsen, onder huishoudelijke klussen. En dan gaan er al heel wat uren per week in zitten.

Aan ballen en sterren doe ik niet, maar Onder mediadoctoren is zonder meer een interessante podcast. Zoals gezegd: zowel informatief als onderhoudend. Interessante onderwerpen, aangenaam presentatieduo.

De podcast is genomineerd voor de podcast award van BNR (niet te verwarren met de podcastprijs van de NTR) in de categorie 'Journalistiek en media'. In totaal zijn er meer dan veertig podcasts genomineerd, dus misschien is het niet zo heel moeilijk om de lijst opgenomen te worden. In ieder geval heb ik vol overtuiging mijn stem uitgebracht op Onder Mediadoctoren.

Linda Duits en Vincent Crone
(foto gepikt van de site van de mediadoctoren en de gast eraf geknipt)

vrijdag 17 augustus 2018

Malpertuis (I.R. Ineke)


Ibrahim Ineke maakt duistere boeken. Dat duistere heeft zowel met de toegankelijkheid als met de thematiek te maken. Veel van zijn boeken geven zich tijdens het lezen niet gemakkelijk prijs en vergen herlezing, voordat ze zich voor je openen. Voor zijn thema's zoekt Ineke het vaak in verhalen waarin een tweede werkelijkheid meespeelt, die doordringt in de eerste. Er zijn machten die hun invloed doen gelden op de loop van de gebeurtenissen.

Dat is ook het geval bij Malpertuis, dat eigenlijk Jean Ray's Malpertuis heet. Jean Ray is het pseudoniem van Raymond de Kremer (1887 - 1964), die ook wel onder de naam John Flanders schreef. In 1955 publiceerde hij de magisch-realistische roman Malpertuis. Dat is het boek dat tot uitgangspunt heeft gediend bij de nieuwe graphic novel van Ibrahim Ineke.

Een jongeman komt, door een soort dwaallicht geleid, in een oud, mysterieus huis. Door de scherfachtige vormen op de bladzijden, wijst Ineke al op de niet coherente werkelijkheid, waarin dingen zomaar uit elkaar kunnen vallen. Dat komen we ook later in het boek tegen.

Op een gegeven moment loopt de dreiging zo hoog op dat de jongeman uit het raam springt en het huis probeert te ontvluchten. Bij het oversteken van een bevroren vijver zakt hij door het ijs, maar wordt gered.

De ruit, het ijs - het sluit allemaal aan bij de scherven die in het hele boek opduiken.

Het duurt een tijdje voordat we een schets van de situatie krijgen. De ik-figuur (de jongeman) en zijn zus Nancy hebben bericht gekregen dat ze voortaan in het huis Malpertuis mogen wonen, het huis van hun overleden oom Cassavius. Ze zullen het huis delen met andere familieleden.

Cassavius was beeldend kunstenaar. De hoofdpersoon krijgt de aanwijzing dat hij niet de schilderijen moet bekijken maar erdoor moet kijken. Er is namelijk een tweede werkelijkheid. Op zolder vindt hij nog een schetsboekje van zijn oom.

In huis blijkt het te spoken. Nancy verlaat de woning en de ik-figuur raakt in de ban van een Medusa-achtige vrouwelijke bewoner van het huis. Uiteindelijk blijkt wat de bedoeling is van zijn aanwezigheid in huis.

Net als de vorige boeken van Ineke is Malpertuis een indringend verhaal. Het gevoel dat er allerlei dingen niet-pluis zijn, weet Ineke altijd goed over te brengen. Wel zouden zijn boeken toegankelijker zijn als hij zich meer bekommerde om de helderheid van het verhaal. Natuurlijk beïnvloedt de thematiek de manier van vertellen, maar ik kan mij goed voorstellen dat lezers afhaken, omdat Ineke ze wel erg weinig aanknopingspunten geeft om het verhaal te (re)construeren.

Zo wordt er enkele gesproken over de dood van Matthias, maar mij is het niet duidelijk wie die Matthias is.

Maar wie niet terugschrikt voor wat graafwerk en zich wil onderdompelen, is Malpertuis zeker geschikt.

Titel: Jean Ray's Malpertuis
Auteur: I.R. Ineke
Uitgeverij: Sherpa
Haarlem, 2018; 112 blz. harccover, € 24,95


Eerdere boeken van Ibrahim Ineke op Bunt Blogt:
Eloise
Half blood
The White People

donderdag 16 augustus 2018

Monte Carlo (Peter Terrin)


In 2012 schreef Peter Terrin Post Mortem, een prachtige roman. Ik las het boek in 2013 en was onder de indruk. Zie hier. Intussen schreef hij Monte Carlo (2014) en Yucca (2016). Dit najaar verschijnt Patricia.

Blijkbaar ben ik wat traag. Nu pas schrijf ik over Monte Carlo. Ik kocht het voor een prikkie, gesigneerd en wel.

Monte Carlo speelt zich af in de wereld van de autoraces, in de jaren zestig. Hoofdpersoon is de monteur Jack Preston, in dienst van het team Ford-Lotus. Juist als de actrice Deedee op het circuit van Monte Carlo de Lotus passeert waarmee hij mee doende is, vliegt de auto in brand. Jack beschermt Deedee met zijn lichaam en vangt zelf het vuur op. Een lijfwacht sleept even later de twee bij de auto weg.

Heeft iemand gezien hoe Jack Deedee redde? Er is een foto gemaakt, maar die is niet in de publiciteit gekomen. Alleen de lijfwacht had de aandacht van de pers.

Hoop

Jack herstelt van zijn verwondingen en heeft stiekem de hoop dat Deedee hem ooit nog wel openlijk zal bedanken.
Hij rekende op Deedee. Op een vreemde wijze raakte hij door het halve misverstand opgetogen. De opeenvolging van onnauwkeurigheden in de pers zou haar tegen de borst stuiten. Ze zou snel van zich laten horen en met warme dankbaarheid aan de wereld onthullen wie haar op de Boulevard Albert de Eerste echt van de vlammen gered had. 
In het dorp waar hij woont, Aldstead, wordt Jack gewaardeerd, maar bij sommigen is er ook scepsis ten aanzien van zijn weergave van de gebeurtenissen. Jack vult zijn tijd met het sleutelen aan Lotus Cortina. Zijn vrouw, Maureen, vereert haar man en vindt hem aantrekkelijker dan ooit.

Het wachten op de verklaring van Deedee krijgt bij Jack steeds meer de trekken van een obsessie. Het is bijna niet mogelijk om niet aan haar te denken, want ze vaak in de publiciteit. Zeker als ze de nieuwe partner van John Steed zal worden bij De Wrekers. Jack blijft lang vertrouwen houden in Deedee, maar hij ervaart ook hoe onrechtvaardig het is dat hij niet de waardering krijgt die hij verdient. Het boek werkt toe naar een dramatisch einde.

Omslag

Net als Post Mortem is Monte Carlo mooi geschreven. Het is maar een dun boekje (176 bladzijden), met veel korte hoofdstukjes, maar we krijgen een goed beeld van Jack, zijn vrouw, zijn omgeving. Zo wordt bijvoorbeeld een portret van Deedee beschreven, die ook de omslag siert:
Het was een beeld en profil, genomen op een zomerse dag. Deedee leek zich niet bewust van de fotograaf, die nochtans van dichtbij afdrukte. Ze was verzonken in gedachten, terwijl ze achter de brede, slappe rand van haar hoed voor het felle zonlicht schuilde, dat door de gaatjes fonkelende diamanten op haar gezicht strooide. Het ws een foto van enkele jaren geleden, waarop het nu voorkwam of ze wist wat haar te wachten stond, zich nog een ogenblik verborg in de luwte om zo meteen op te kijken en lachend de waanzin tegemoet te lopen. 
Die 'fonkelende diamanten' zijn mij eigenlijk te kitscherig, maar ze typeren wel de manier waarop Jack naar Deedee kijkt.

Stilistisch is het allemaal mooi gedaan. Over het einde kan ik, vanwege de plot, niet al te veel zeggen. Ik heb daar wel wat twijfels over. Net te dramatisch misschien, al is Terrin in de laatste hoofdstukjes niet al te expliciet, zodat er nog wat te raden overblijft. Ook wordt het einde wel voorbereid in de rest van het boek en ik weet niet goed of ik nu moet schrijven dat daardoor de constructie degelijk is, of dat ik de constructie te nadrukkelijk vind.

Waar gaat het boek eigenlijk over? In ieder geval over erkenning en wat het gebrek aan erkenning met iemand kan doen. Ook met verering (van Jack voor Deedee, van Maureen voor Jack). Over hoe gecompliceerd menselijke verhoudingen liggen en hoe ongecompliceerd het ook zou kunnen zijn. In het dorp loopt namelijk een jongen met het syndroom van Down rond, die bij iedereen over de vloer komt, ook bij Jack. Ronny is natuurlijk ook het tegendeel van de glamour die om Deedee hangt.

God

Op de achtergrond is God. Jack gaat geregeld naar de kerk om een kaarsje te branden.
De Heer zou voor evenwicht zorgen.
Hij vroeg toch niet te veel? Eén teken, dat was alles. Eén onmiskenbaar teken.
Hij dacht herdop, of hij bad tot God: het verschil tussen beide was niet meer te bepalen. 
Ook dat is een vorm van verering. Hoe lang houdt verering stand als er niets of te weinig tegenover staat? Op een gegeven moment bekruipt Jack het gevoel dat door de loop van de gebeurtenissen het evenwicht zoekgeraakt is. Hij moet iets doen om dat te herstellen.

Monte Carlo is bescheiden van omvang. Het is een mooi boekje, dat ik met plezier heb gelezen. Ik werd er niet zo door weggeblazen als door Post Mortem, waarvan ik in het laatste deel pas besefte hoe goed het eigenlijk was. In het najaar verschijnt Patricia. Daar heb ik ook wel weer zin in.


dinsdag 14 augustus 2018

Meester Mitraillete (Jan Vantoortelboom)


Het begin van het boek is krachtig: een jongeman is aan een 'weidepaal' gebonden en wacht op zijn executie. Hij lijk rustig. Het enige wat hij nog zou willen, is vergeving door zijn moeder.
Ben ik bang? Want ze gaan me doden. Mikken op dat witte lintje op mijn uniform gespeld, op de plek waarachter mijn hart nu hamert en hamert. Zo luid dat ik het hoor bonzen in mijn keel, achter mijn slapen. De hartenklop van het leven dat ze mij willen laten verlaten.
Ik ben niet bang. Ik heb mijn best gedaan. 
Het is het begin van Meester Mitraillette van Jan Vantoortelboom, een roman uit 2014. In dat jaar heb ik het boek niet opgemerkt, denk ik, want het komt niet voor in mijn lijstje met 'de beste boeken van 2014 die ik niet gelezen heb'. Later heb ik wel over het boek gelezen, zodat het op mijn lijst met 'te lezen' kwam.

Onderwijzer op een jongensschool

De man die aan het begin van de roman op zijn dood wacht, is David Verbocht. In het hoofdstuk na wat ik maar even de proloog noem, zien we hem op pad naar zijn nieuwe baan: onderwijzer op een jongensschool in Elverdinge, een dorpje in de buurt van Ieper. We zullen hem volgen in dat dorp, waar hij zijn eigen weg zoekt. Hij weerstaat als niet-gelovige de pastoor, krijgt te maken met een hoofdige boer, de vader van zijn leerling Marcus, en met diens vrouw Godelieve en gaat verder al wandelend zijn gang, zonder zich verder al te veel met de dorpsgemeenschap te bemoeien.

Daartussendoor krijgen we scènes uit zijn jeugd, toen hij samen met zijn broertje Henri (Rattenkop) het bos verkende. We weten al snel dat het broertje overleden is, maar nog niet hoe. In het bos woont een zekere Myrtha, met enkele honden.

Uiteindelijk komt David in de oorlog (WO I) terecht, wat nogal een plotselinge overgang is. De sfeer in dat laatste deel is dan ook wel heel erg anders dan in het overgrote deel van het boek. De gruwel van de oorlog is goed verbeeld.

Schuld

In Meester Mitraillette is schuld een thema: David krijgt de schuld van het overlijden van zijn broertje en ook van het overlijden van een leerling. In beide gevallen kun je je afvragen in hoeverre hij eigenlijk schuldig is. David heeft ook in de klas, met een soort toneelstukje laten zien dat goed en kwaad geen absolute grootheden zijn en dat een slecht persoon goede dingen kan doen en een goed persoon slechte dingen.

Iedereen verdient een tweede kans, zegt hij op een ander moment. Misschien was zijn onderwijzerschap al een tweede kans, na het overlijden van zijn broertje. In ieder geval is de oorlog een kans. David zet zich volop in om een goed soldaat te worden.  Zoals hierboven al geciteerd is: hij doet zijn best.

Misschien is dat wat ons rest: ons best doen, het beste ervan maken en dan is het aan de omgeving om ons al dan niet schuldig te verklaren. Bij David is er, op de twee dramatische hoogtepunten (of dieptepunten) van zijn leven een vrouw bij zijn leven betrokken: Myrtha en Godelieve. Hun nabijheid zorgt er op zijn minst voor dat David afgeleid is. Maakt dat hem schuldig?

Titel

De titel slaat op de bijnaam die David in de oorlog krijgt: hij is schoolmeester en hij is degene met de mitraillette. Dat wordt al voorbereid door de mitraillette die David bij Myrtha in huis ziet en in handen krijgt.

Meester Mitraillette is een mooi boek. Vantoortelboom toont ons een dorpsgemeenschap van ruim honderd jaar geleden en je hebt het idee dat je naast meester Verbocht door dat dorp wandelt. Ook de scènes in de klas zijn beeldend beschreven.

Een enkele keer had ik mijn twijfels bij de woordkeuze. Bijvoorbeeld als iemand zegt dat iets 'een fascinerende plek' is. Dat verwacht ik niet in 1913. En ook een beeld als dit: 'ik ben nog jong, maar mijn levenservaring heeft dat vertrouwen al in de eerste ronde tegen het canvas geklopt'. Zou iemand aan het begin van de vorige eeuw zo gemakkelijk op zo'n beeld gekomen zijn. Zo veel werd er nog niet gebokst. Hoe het in België zat, weet ik niet, maar in Nederland werd er in 1913 het eerste nationale kampioenschap georganiseerd. Ook zinsneden als 'een afgetrainde infanterist' en bloed dat dat je door de aderen voelt 'racen' lijken me dubieus.

Maar uiteindelijk zijn dat kleinigheden. Jan Vantoortelboom heeft een sfeervol boek geschreven, dat intussen ook zijn weg naar de lezers gevonden heeft. Het beleefde al meer dan tien drukken. Terecht, lijkt me.

zondag 12 augustus 2018

De avond is ongemak (Marieke Lucas Rijneveld)


De oudste zoon van het gezin Mulder, Matthies, gaat schaatsen, twee dagen voor kerst. Hij zakt door het ijs en verdrinkt. Dat is het gegeven waarmee alles op gang gebracht wordt in de roman De avond is ongemak van Marieke Lucas Rijneveld.

Het verhaal wordt verteld door een meisje, Jas, dat bij het begin van het boek tien jaar oud is (waarover later meer). Ze groeit op in een christelijk boerengezin met een vijf jaar oudere broer (Obbe) en een drie jaar jonger zusje (Hanna). Door het verdriet om het verlies van de oudste zoon kunnen de ouders hun opvoedtaken eigenlijk niet meer vervullen. De kinderen proberen zich door het leven te slaan, maar dat gaat steeds moeilijker.

De kinderen hunkeren naar de liefde van hun ouders, maar de ouders zijn niet in staat die te geven. Zeker als dan ook nog de MKZ-crisis uitbreekt, waardoor alle dieren op het bedrijf geruimd moeten worden.

Jas

De kinderen ontwikkelen tics om zich aan vast te houden. Jas wordt in het boek zo genoemd, omdat ze (enkele jaren lang) weigert haar rode jas uit te trekken, uit angst voor ziekten die ze op zal doen. Ze bewaart ook allerlei dingen in haar jaszakken, bang om iets kwijt te raken, en ze wil, in haar drang om alles vast te houden, liefst niet meer naar de wc. Ook heeft ze een punaise in haar navel geprikt, wat je een vorm van automutilatie zou kunnen noemen. Ook dat geeft houvast: ze noemt de punaise 'een reddingsboei te midden van de Noordzee'.

Obbe bonkt met zijn hoofd tegen het hoofdoneinde van zijn bed en wordt wreder tegenover dieren en mensen en ook Hanna is zich ervan bewust dat de kinderen een manier moeten vinden om te ontsnappen aan hun lot. Zoals zij het verwoordt: 'We moeten onszelf buutvrij krijgen.'

Intussen houdt moeder zich nog voornamelijk bezig met de boel schoonhouden en eet ze steeds minder. Ze dreigt zelfmoord te plegen door van de voersilo af te springen en ook vader kan de toestand nauwelijks aan. Hij dreigt weg te gaan.

De kinderen hebben het erover dat ze naar 'de overkant' moeten. Dat kan verschillende dingen betekenen. Misschien letterlijk de overkant van het water, naar de stad, weg van hier. Maar het heeft ook iets van 'gene zijde', alsof ze de doodsrivier over willen steken. Voor Jas is het opzoeken van de dood ook een manier om Matthies op te zoeken, over wiens dood ze zich schuldig voelt: ze vreesde dat haar konijn Dieuwertje de kerst niet zou overleven en heeft gebeden of God niet in plaats van haar konijn haar broer kon nemen.

Er wordt steeds meer toegewerkt naar de reis naar de overkant, wat die dan ook moge zijn. Zeker als vader heeft gedreigd dat Jas haar jas de volgende dag moet uitdoen, moet er wat gebeuren. Wat er uiteindelijk gebeurt, lezen we in het slothoofdstuk.

Schuld

Zoals gezegd, voelt Jas zich schuldig. Ook de ouders zoeken de schuld bij zichzelf. Moeder was zwanger voordat ze getrouwd was en toen is er een abortus overwogen en misschien ook uitgevoerd. Ze zien het verlies van hun oudste zoon als een straf daarvoor en trekken een parallel met het Bijbelse verhaal van de tien plagen in Egypte. De laatste plaag was de ergste: bij alle gezinnen waar geen bloed aan de deurposten was gestreken stierf de eerstgeborene.

Een van de plagen was duisternis en Jas denkt dat die plaag nog komt. Op een gegeven moment doet het licht in haar wereldbol het niet meer, hoewel het lampje niet stuk lijkt.
Even dacht ik: dit is de duisternis, de laatste plaag. Dan hebben we ze allemaal gehad.
Het is me niet helemaal duidelijk waarnaar de titel verwijst, maar die heeft er mogelijk ook mee te maken. Overdag is het voor Jas niet makkelijk, maar in de avond al helemaal niet:
Ik vind het zielig voor de mollen dat ze zo in de duisternis in de val lopen. Ik ben net als zij: overdag lijkt het steeds zwarter te worden en in de avond zie ik geen hand meer voor ogen - mijn ogen liggen net zo diep in mijn huid als bij de donzige zoogdiertjes. 
Het ongemak uit de titel komen we tegen in een passage waarin Jas overweegt dat er misschien een tijd zal komen waarop ze haar jas zal uittrekken:
Al zal het even ongemakkelijk zijn, maar volgens de dominee is ongemak goed, in ongemak zijn we echt.
Ik weet niet of ik die twee dingen mag combineren, maar in dat geval zou het betekenen dat Jas juist in het duister van de avond 'echt' is.

Padden

In de passage waarin Jas over 'ongemak' begint, spreekt ze de padden toe. Bij het helpen van de padden bij de paddentrek, heeft ze twee padden meegenomen naar huis. Ze houdt ze in een emmer. Ze gelooft dat dingen weer goedkomen als vader en moeder weer met elkaar gaan paren en dat dat zal gebeuren als de padden dat eerst gaan doen. Maar na verloop van tijd krijgen de padden ook de functie wakers over haar. Eigenlijk is dat een functie die God zou moeten hebben, maar die functie vervult hij niet meer.

Ik geef een lang citaat, ook om te laten zien hoe fraai Rijneveld dat verwoordt:
Maar eerlijk gezegd, zeer gewaardeerde padden, denk ik dat we ons ingegraven hebben, ook al is het zomer. We zitten diep in de modder en niemand die ons er nog uit haalt. Hebben jullie eigenlijk een God? Een God die vergeeft of een God die onthoudt? Ik weet niet meer wat voor God wij hebben. Misschien is Hij op vakantie, of heeft Hij zich ook ingegraven. In ieder geval is Hij minder op de zaak. En al die vragen, padden. Hoeveel passen er in jullie kleine kopjes? Ik ben niet goed in rekenen maar ik schat een stuk of tien. Moet je nagaan dat als jullie kopjes wel honderden keren in mijn hoofd passen, hoeveel vragen er dus in mij zijn en hoeveel antwoorden ook die maar niet afgevinkt worden. Ik ga jullie nu weer in de emmer terugzetten. Het spijt me daarvoor, maar ik kan jullie niet vrijlaten. Ik zou jullie gaan missen, want wie waakt er dan nog over mij als ik ga slapen? Ik zal beloven dat ik jullie op een dag meeneem naar het meer. Dan laten we ons samen afdrijven op een lelieblad, en misschien heel misschien, durf ik dan zelfs mijn jas uit te doen. 
Marieke Lucas Rijneveld geeft in De avond is ongemak een indringend beeld van drie kinderen die proberen grip te houden op hun leven. Jas noemt hen de drie koningen, wat doet denken aan 'de drie musketiers' uit Het smelt van Lize Spit, waar drie leeftijdgenoten hun eigen wereld scheppen binnen een dorpsgemeenschap, net zo broeierig en ook met gewelddadige trekjes. Ook moest ik denken aan Kinderen van het ruige land van Auke Hulst, waar ook enkele kinderen zich staande moeten houden omdat moeder hun niet kan geven wat ze nodig hebben.

Rommelen met de tijd

Het is het mooist als je tijdens het lezen mee kunt gaan met een verhaal, zonder dat je je af hoeft te vragen of het allemaal wel klopt. Helaas lukte mij dat bij dit boek niet altijd, doordat Rijneveld, in mijn ogen, rommelt met de tijd.

Jas is jarig op 20 april, de geboortedag van Hitler (ze heeft een fascinatie voor Hitler en fantaseert dat Joden in hun kelder verblijven). Als Jas geboren wordt, is Hitler als zesenveertig jaar dood. Hitler stierf op 30 april 1945. Als we die tien dagen tussen de twintigste en de dertigste even over het hoofd zien, werd Jas dus geboren 20 april 1991, wat ook klopt met de opmerking van vader dat het de koudste aprildag in jaren was (het was die dag maar 2,5 °C, 6 graden minder dan gebruikelijk). Dat er die dag harde windstoten waren, zoals Jas beweert, klopt overigens niet, maar daar stap ik maar even overheen. Ook Marieke Rijneveld werd overigens geboren op 20 april 1991.

Volgens de openingszin in het boek is Jas tien jaar oud, als ze besluit haar jas niet meer uit te doen. Haar broer overlijdt enkele dagen voor kerst en dat zou dan in december 2001 moeten zijn.

Deel twee van het boek speelt zich volgens Jas 'anderhalf jaar' later af. We moeten dan in 2003 zijn. Dat klopt ook met het feit dat Jas intussen twaalf jaar oud is en in de brugklas zit. Ze helpt bij de paddentrek (dat kan vanaf februari), er is biddag voor het gewas (maart) en nog weer later dat jaar worden de koeien geruimd.

Maar toen er een mond-en-klauwzeer-epidemie uitbrak was het 2001. Ik ga er dus van uit dat de geboortedatum van Jas niet kan kloppen. Ze moet in 1989 geboren zijn, vierenveertig jaar na de dood van Hitler, toen het overigens ook fris was (5,2 °C, maar niet zo uitzonderlijk koud als in 1991).

Het is een kleinigheid, natuurlijk, maar mij storen meer inconsequenties wat de tijd betreft. Maar eerst wil ik wat meer gaan kijken naar hoe de religie voorkomt in De avond is ongemak. Ook daarin zitten wat inconsequenties.

Religie

Het gezin van Jas is een godsdienstig gezin, dat de gereformeerde kerk bezoekt. Je zoekt het in de 'zware', orthodoxe hoek: in het gezin wordt het Reformatorisch Dagblad gelezen en het blad Terdege. Maar in de hal staat een porseleinen Jezus, wat daar weer niet mee klopt en er wordt gesproken over 'de drie koningen' terwijl in orthodoxe kring gesproken wordt over 'de wijzen uit het oosten' en men zal daar niet het getal 'drie' bij noemen, aangezien er in de Bijbel niet wordt verteld hoeveel wijzen het waren.

Er wordt gezongen uit het 'liedboek', wat niet heel erg orthodox aandoet, maar moeder zegt daarentegen wel de 'Dankzang na het eten', wat ik voornamelijk ken uit wat ik maar even de zwaardere de hoek zal noemen. Jas mag dan ook alleen een broek aan op zaterdag, als ze op het bedrijf moet helpen.

Het gezin kijkt wel tv (maar alleen Nederland 1, 2 en 3). Dat de dominee met Pasen in een paars gewaad verschijnt, past dan weer niet in een zwaardere kerk.

Jas is blijkbaar in intensieve omgang met de bijbel grootgebracht, van ze kent veel bijbelteksten. Bovendien weet ze vaak ook uit welk bijbelboek de tekst afkomstig is. Vooral dat laatste is erg knap. Het is niet zo gemakkelijk te onthouden of een tekst bijvoorbeeld afkomstig is uit Lukas en niet uit Mattheüs. Maar Jas kan het.

Het is wel vreemd dat een kind met een zo grote bijbelkennis David in de leeuwenkuil laat zitten en niet Daniël. Al kan ik me nog voorstellen dat dat een foutje is dat een redacteur eruit had moeten halen. Die liet bijvoorbeeld ook twee keer het woord 'kaarspers' staan, waar overduidelijk een kaaspers bedoeld was.

Bijbelvertaling

Uit welke bijbelvertaling komen de verzen die Jas uit haar hoofd kent? Het zou voor de hand liggen dat dat de Statenvertaling is (als ik weer denk aan de doelgroep van het Reformatorisch Dagblad en Terdege). Bij het ruimen van de koeien citeert vader een vers van een berijmde psalm, die Jas meteen herkent als Psalm 35. Die citeert vader in de oude berijming.

Er zijn ook verschillende citaten uit de Statenvertaling, soms met een onnauwkeurigheidje: 'het huis van Jakobs' moet natuurlijk 'het huis Jakobs' of het 'het huis van Jakob' zijn.

Het grootste deel van het boek speelt in 2001, maar vader zegt op een gegeven moment tegen Jas: 'Lees liever de zuivere Herziene Statenvertaling'. Maar die was er pas in 2010. In 2004 kwam de Nieuwe BijbelVertaling (NBV) op de markt en die kan Jas in 2001 ook niet kennen. Bovendien kan ze daar niet mee opgevoed zijn, zodat ze zich die teksten nog niet eigen gemaakt kan hebben. Toch zijn er verschillende citaten (en sommige zijn best lang), die Jas uit de NBV gehaald moet hebben. Het betreft hier geen uitzonderingen en Jas kent zelfs de tekst 'En breng ons niet in beproeving, maar verlos ons uit de greep van het kwaad,' uit het Onze Vader. Ik had het geloofwaardiger gevonden als Jas gedacht of gezegd had: 'En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van het kwade.'

Anachronismen
Rijneveld rommelt dus met de tijd. Ze laat Jas citeren uit bijbelvertalingen die er nog niet zijn. En er zijn meer anachronismen. Er wordt gesproken over het tienletterwoord bij Lingo. Het programma bestond al wel in 2001, het tienletterwoord nog niet.  Een doosje met twaalf eieren kost een euro, maar de euro hadden we in Nederland pas in 2002. Obbe werd op de basisschool 'de flippokoning' genoemd, maar hij had groep 8 er al minstens voor de helft op zitten toen de flippo werd geïntroduceerd. Ze gebruikt de slogan 'Melk de koe, niet de boer', die uit 2016 stamt.

Zo zijn er meer dingen die ons uit het verhaal halen, bijvoorbeeld omdat ze niet zo waarschijnlijk zijn. Jas zit wel in de brugklas, maar heeft het nog steeds over 'de juffrouw', die ook haar mentor is. Die is maar een van de vele docenten en ze zal door Jas ook niet 'juffrouw' genoemd zijn. En waarom spreekt vader twee keer over de damslapers, die (voor zover ik weet) toen helemaal niet in het nieuws waren?

Pas als het bedrijf bijna ontruimd moet worden, hoort Jas over de MKZ. Zou ze nooit eerder met haar ouders naar het journaal gekeken hebben? Zou het onderwerp nooit eerder aan tafel ter sprake gekomen zijn? Het lijkt me niet waarschijnlijk.

In een ruimte die niet verwarmd wordt, kan het vriezen, maar dan moet het buiten echt hard vriezen. En dat de handdoeken stijf bevroren naast de wasbak hangen als er in dezelfde ruimte ook twee kinderen in het warme water zitten, is niet zo geloofwaardig.

Natuurlijk is het gezeur, natuurlijk zijn mijn opmerkingen pietepeuterig en misschien moeten we deze dingen niet eens de auteur aanrekenen; een redacteur behoort ze uit een tekst te halen. Omdat dit soort smetjes afbreuk doen aan de leeservaring en ook omdat De avond is ongemak een goed boek is, dat een betere redactie had verdiend.

Marieke Lucas Rijneveld neemt ons mee in een benauwende wereld, waarin de kinderen moeten zien dat ze zich staande houden. Een taak die eigenlijk te groot is voor hen. Ze hebben een redder nodig en Jas denkt dat dat misschien de veearts kan zijn, die gezegd heeft dat ze bijna compleet is, nu ze twaalf jaar oud is.

Vergelijkingen

Die benauwenis, dat strijden waarvan je vreest dat het tevergeefs is, dat zich vastklampen aan rituelen en desondanks afglijden - Rijneveld neemt je daarin met gemak mee. Dat komt natuurlijk ook door haar stijl, die overladen is van vergelijkingen. Mij wordt het wel eens wat te veel (vergelijking volgt op vergelijking), maar ik vind het ook knap. De beelden zijn namelijk altijd ontleend aan de wereld die Jas kent.

Een voorbeeld:
Ik schrik van de boosheid in zijn stem, van zijn ogen die als keiharde konijnenkeutels in zijn gezicht staan. 
Andersom werkt het ook. Dingen uit de omgeving kunnen gemakkelijk een beeld worden: de appelstroop als het middel om aandacht te krijgen.
Maar vader komt niet. Hij zegt nooit 'sorry'. Hij krijgt het woord niet meer over zijn schrale lippen, enkel Gods woord rolt er gemakkelijk uit. Je merkt pas dat iets weer goed is als hij tijdens het eten aan je vraagt om het broodbeleg door te geven. Dan moet je blij zijn dat je hem weer de rinse appelstroop mag aanreiken, al zou ik soms de stroop liever met mijn mes over zijn gezicht uit willen smeren, zodat onze blikken aan hem blijven plakken, zodat hij ziet dat de drie koningen het Oosten niet kunnen vinden. 
Veel associaties doen intelligent aan, wat niet zo gek is bij een personage in wier hoofd veel omgaat. Aan de andere kant kan ze ook weer onwaarschijnlijk naïef zijn en kan ze zeggen dat de buurjongetjes niet vijf jaar jonger zijn, maar 'een hele hand'. Een kind met dergelijk taalgebruik past helemaal niet bij een kind met de volgende overdenking, tijdens het ruimen van de koeien.
Ieder verlies heeft alle eerdere pogingen in zich om iets bij je te houden wat je niet kwijt wilde raken, maar toch moet loslaten. Van een knikkerzak gevuld met de prachtigste knikkers en zeldzame bonken tot aan mijn broer. In verlies vinden we onszelf en zijn we wie we zijn: kwetsbare wezens als uitgeklede spreeuwenjongen, die zo nu en dan naakt uit hun nest vallen en hopen dat ze weer opgepikt worden. Ik huil om de koeien, ik huil om de drie koningen, uit medelijden en vervolgens om het belachelijke zelf gehuld in een jas van angst, om zo de tranen weer gauw weg te vegen. 
Om het verlies van haar broer heeft Jas tot die tijd niet kunnen huilen, zoals ze alles binnengehouden heeft. Nu laat ze zich toch gaan. Even.

De avond is ongemak is een indrukwekkend boek, wat niet wil zeggen dat er niets op aan te merken is. Maar het laat indringend zien hoe een gezin kapotgeslagen kan worden door verdriet en schuldgevoelens en hoe mensen wanhopig rituelen bedenken om zich aan vast te houden, waarbij er steeds minder is dat houvast geeft. Uiteindelijk realiseert Jas zich 'dat Matthies niet terug zal keren, net als dat Jezus niet op een wolk naar beneden komt.' Aan het eind van het boek waagt ze de tocht naar de overkant. 

donderdag 9 augustus 2018

Bloesems in de herfst (Zidrou / Aimée de Jongh)


Al in veel liederen en literaire werken is het gebeurd: de natuur gebruiken als spiegel voor het innerlijk. Van Paul Verlaine (Il pleure dans mon coeur / Comme il pleut sur la ville) tot Hadewijch en van 'Hebban olla uogala' tot 'Autumn leaves'. De scenarist Zidrou was dus in goed gezelschap toen hij voor zijn graphic novel de titel  Bloesems in de herfst bedacht. De tekeningen zijn gemaakt door Aimée de Jongh.

De herfst verwijst hier dus niet naar het jaargetijde in de natuur, maar naar het jaargetijde van een mensenleven. De hoofdpersonen, met de nogal zware, symbolische namen Odysseus (59) en Mediterranea (61), zijn over de zomer van hun leven heen. Odysseus, die twintig jaar lang bij hetzelfde bedrijf verhuizer was, is met pensioen gestuurd en kijkt aan tegen de leegte. Mediterranea, heeft negen maanden lang omgekeken naar haar oude moeder, totdat die overleed. Ineens is zij de oudste van de familie en ze moet eraan wennen dat ze nu blijkbaar 'oud' is: de leeftijd waarop mensen voor je opstaan in de bus.

Al op de titelpagina van het eerste hoofdstuk komt een appel voor. De glanzende appel lag op het nachtkastje bij de moeder van Mediterranea en na het overlijden neemt de dochter hem mee. De appel herinnert ook aan de film van Sneeuwwitje, die Mediterranea als kind gezien heeft, waarna ze nooit meer appels wilde eten. Maar nu overvalt haar de gedachte dat zijzelf de heks is geworden en misschien wel een gerimpelde appel is. Ooit was ze mooi en jong. Ze was zelfs een keer covergirl bij het tijdschrift Lui.


De Jongh nam de pose over van de cover van Lui,
maar veranderde de stoel
en het uiterlijk van het model
Lui nr. 128, september 1974







De twee hoofdpersonages komen elkaar tegen in de wachtkamer van de dokter, de zoon van Odysseus. Mediterranea vertelt dat ze een kaaswinkeltje heeft en daar zoekt Odysseus haar op. Binnen de kortste keren zijn ze verliefd op elkaar. In de herfst van hun leven gaan ze nog een keer bloeien.

Het verhaal van Zidrou is prachtig in beelden verteld door Aimée de Jongh. Haar manier van tekenen heeft iets vriendelijks en iets ronds, maar ze blijkt daarmee allerlei emoties aan te kunnen. Ze krijgt het altijd voor elkaar dat je dicht bij de personages staat en je er gemakkelijk mee identificeert.

 Veel geciteerd is intussen de plaat waarop Mediterranea zichzelf in de spiegel bekijkt. Vooral de blik, tussen gelatenheid en verbijstering, is veelzeggend. Na de totaalaanblik krijgen we de blikken op de details (zoals hals, mond, borsten). Het verval wordt door De Jongh zowel onverhuld als met mededogen getekend.

Ze tekent ook de vrijscènes tussen Odysseus en Mediterranea. Die zijn niet geïnkt en in pastelkleur ingekleurd. Hoewel de tekeningen scherp zijn, krijg je daardoor toch min of meer een softfocus-effect. De intimiteit is erg goed getroffen.

De liefde tussen Odysseus en Mediterranea is een soort idylle. Dat is mooi gedaan, maar dan blijkt er ook nog een zwangerschap aan het eind, wat me net iets te is, zoals ook het gebruik van de namen (de eerste vrouw van Odysseus heette -wel ja- Penelope) me te bombastisch is. Voor mijn gevoel had het verhaal dat allemaal niet nodig.

Maar dat neemt niet weg dat Bloesems in de herfst een mooi, intiem verhaal is, dat uitstekend getekend is.


Bloesems in de herfst is een uitgave van Blloan. 

Zie ook wat ik eerder schreeft over Aimée de Jongh:
De terugkeer van de wespendief
Snippers. De eindstreep




woensdag 8 augustus 2018

Onder een hemel van sproeten (Alex Boogers)


Het is altijd lekker om te beginnen aan een boek van een auteur wiens werk je nog niet kent. Van Alex Boogers kwam ik de naam hier en daar tegen, vaak in combinatie met de titel Alleen met de goden. Er was ook iets met vechtsport, wat een zeldzame combinatie met literatuur is. Ik las met dat thema alleen De hoeken van de ring van Hans Moll. Maar ik had nog geen roman van Boogers gelezen.

Vaak is het een interview dat mij doet besluiten een boek te kopen. Deze keer was dat het gesprek in Kunststof. Dat ging over de nieuwe roman van Boogers, Onder een hemel van sproeten. De recensie in NRC Handelsblad (waarin een oude man een 'ouderling' wordt genoemd) was nogal negatief (twee ballen), maar hield me toch niet van aankoop af.

Harvey, Amy, Jacob

Het verhaal in het boek wordt verteld door Harvey, een zwarte jongen die op school gepest wordt. Hij is op zijn negende gestopt met praten na een gevecht tussen zijn dronken vader en zijn moeder waarin hij ingreep. Vader werd daarbij door moeder gedood met een kandelaar. Harvey begint pas weer te praten als het Joodse meisje Amy onder hem komt wonen.

Ook heeft hij contact met de kreupele Italiaan Angelo, die op de ene bladzij een buurman wordt genoemd en van wie twee bladzijden verder wordt verteld dat hij een paar straten verderop woont. Die leest boeken en hij laat ook Harvey boeken lezen.

Dan is er nog de oude man Jacob, die ook wel Cor genoemd wordt, een weduwnaar, die veel rondzwerft bij het meer, waar hij een ijsvogel hoopt te spotten. Hij heeft daar Amy ontmoet.

Bij het begin van het boek is alles eigenlijk al achter de rug. In de proloog vertelt Harvey dat hij het verhaal zal vertellen, maar dat hij iedereen zijn eigen stem wil laten houden. We lezen dus wel het verhaal van Jacob (in de ik-vorm), maar verteld door Harvey. De stem van Amy haalt hij uit haar schrift, een dagboek dat ze schrijft op aanraden van dokter Bertrand, waarschijnlijk een psycholoog.

Dat Harvey het verhaal van Jacob zo gedetailleerd kan vertellen is niet zo geloofwaardig, ook al vindt hij zichzelf de ideale getuige. Blijkbaar is het schrijven belangrijk voor hem. Aan het eind van het boek is hij klaar met het schrijven van deze roman. Het lijkt erop dat hij eindelijk tot zijn recht is gekomen.

Buurt

De wijk waarin het verhaal zich afspeelt is niet erg opwekkend. Harvey zegt daarover:
Je weet pas wat een buurt kan doen als je er echt woont, en als je er niet woont, dan denk je al snel dat iedereen overdrijft, of dat zulke wijken niet bestaan in Nederland, maar iedereen die er woont weet precies hoe het is, en daarom zeggen de jongens op straat vaak: 'Je weet toch.' De jongens weten hoe hun ouders zijn en hun ouders weten hoe moeilijk het is om de eindjes aan elkaar te knopen. Daarbuiten wonen de mensen voor wie het leven aan komt waaien, en die beweren vaak dat geluk of succes een keuze is. Dat er voor iedereen een weg naar buiten is. Maar dat ligt eraan of je de kracht hebt om te blijven lopen, of dat je ergens vast komt te zitten en er niemand is die je komt helpen. 
Met deze passage lijkt Boogers de critici voor te willen zijn die gaan beweren dat het wel een opeenstapeling van problemen is. Ook in dit boek zit iedereen dik in de problemen. De zwarte Harvey wordt uitgesloten en praat lang niet; Amy heeft een nare stiefvader, een oma met een kampverleden en ze loopt bij een psycholoog; Jacobs vrouw Claire heeft lang in een hospice gelegen voordat ze overleed toen hij de dood een handje hielp, maar Jacob blijkt ook nog een #metoo-verleden te hebben. Toen ik dat laatste las moest ik wel fronsen.

Alsof het allemaal nog niet treurig genoeg was. Op deze manier wordt het allemaal wel erg vet aangezet en dat doet, in mijn ogen, het boek geen goed. Hetzelfde bezwaar voelde ik bij het lezen van het boek van Lize Spit. Juist doordat het allemaal nog erger en nog uitzichtlozer moet, haakt de lezer op dat punt af. Deze lezer, in ieder geval.

Titel 

Waarnaar de titel verwijst, wordt duidelijk in de volgende passage.
Later, op mijn kamer, moest ik denken aan de woorden van oma, dat ze zei dat ik moest opkijken naar de hemel, juist als je het gevoel hebt dat iedereen je afbrandt. 'Kijk dan hoe de as omhoogwervelt, hoe de vlokken om elkaar heen dansen, elk stukje uniek en bijzonder, en daarachter is het licht, zie je? Voorbij de bewolking. Voorbij de vlokken. Zoek het licht onder een hemel van sproeten, lieverd. Wat moeten we anders?'
We hebben niet een onbelemmerde blik op de hemel. Daar zitten anderen tussen die je afbranden, maar blijkbaar moet je daar doorheen kijken om zicht op het licht te houden.

De anderen proberen Harvey te vernederen en Amy krijgt het moeilijk met een stel jongeren onder wie enkele radicaal wordende moslims. Jacob krijgt het aan de stok met de stiefvader van Amy. Het zijn de verbrande stukjes waar je doorheen moet kijken. Harvey vindt de kracht om een boek te schrijven, Jacob stelt een daad, maar zal het ook niet redden en voor Amy is het wel heel lastig om het licht te blijven zien.

Erg opwekkend is Onder een hemel van sproeten dan ook niet. Het is lastig om in te grijpen in je leven of dat van een ander. Zoals Harvey schrijft:
Iedereen denkt dat hij iets had kunnen doen, maar de waarheid is dat je nooit precies weet wat je moet doen, en als je iets doet, dan gaat het vaak mis. Heel erg mis. 
De enige die het redt, is Harvey, doordat hij schrijft. Amy heeft zich ook een tijdlang aan de kunst vastgehouden, daarin gestimuleerd door haar docent beeldende kunst en bij Jacob was het de jazz die hem uittilde boven de dagelijkse ellende, zoals ook de hoop op het zien van een ijsvogel dat deed. De kunst tilt ons uit boven de wereld om ons heen, maar meestal helpt het maar tijdelijk, lijkt Boogers ons mee te willen geven.

Levenswijsheden

Dat meegeven is ook nog wel een punt. Vooral de docenten van Amy zijn nogal prekerig en strooien met levenswijsheden. Dat is in een wereld van lesplanners en studieprogramma's niet zo geloofwaardig, maar al dat boodschapperige werd me bovendien wel wat veel.

Bijna iedereen in het boek strooit met levenswijsheden en soms zijn die onbegrijpelijk: 'Een wiel draait niet door de spaken in het wiel, maar door de ruimte tussen de spaken.' Het draaien van een wiel lijkt me nooit afhankelijk van de spaken en zeker niet van de ruimte ertussen.  Boogers heeft het vaker over de tussenruimte, bijvoorbeeld als hij Harvey 'de blauwe noot' noemt:
'Je loopt tussen de regels, buiten de gebaande paden. Je bespiedt me, kijkt toe, en zegt nooit iets. En tegelijk hoor ik je, zie ik je, en ben je altijd aanwezig. Zoals een blue note in jazz.'
Harvey ervaart de kracht van het isolement. Juist door niet tot de groep te behoren, door zich buiten het systeem te plaatsen, kun je waarnemen wat er gebeurt en er verslag van doen.
Weer werd ik gezien als de stomme zwarte, die nergens iets van begreep en die overal buiten stond. Maar dat was juist de beste rol die een getuige kon hebben. Ik moest overal buiten staan. Dat zag ik nu in. Ik moest overal tussendoor bewegen, precies zoals de oude man tegen mij had gezegd. 
Het is altijd dubieus om personages te linken aan de schrijver, maar het zou zomaar kunnen zijn dat ook Boogers zelf de positie van de buitenstaander koestert.

Spanning

Zoals gezegd, er is best wat aan te merken op Onder een hemel van sproeten: de ongeloofwaardigheid van het perspectief, de overdaad aan ellende, het strooien met levenswijsheden. En aan het eind suddert het nog een hele tijd door, terwijl je het idee hebt dat het verhaal eigenlijk al afgelopen is, maar dat boek van Harvey moest er nog in en dat kost (te veel) tijd. Toch heb ik me niet verveeld tijdens het lezen en sommige dingen doet Boogers erg goed.

Op de twee spannendste momenten in het boek voert hij de spanning op door er een ander verhaal doorheen te snijden, waardoor het ontrollen de spannende verhaallijn vertraagd wordt. Een goede manier om de lezer bij de lurven te pakken.

Je blijft als lezer betrokken bij de personages en daardoor ook bij de thematiek: hoe uitzichtloosheid mensen ergens toe aanzet, hoe iedereen min of meer product is van zijn omgeving, hoe vergelding soms nodig is, terwijl het tegelijkertijd niets oplost. Dat had allemaal wat minder expliciet gemogen van mij, maar wellicht is dat ook een kwestie van smaak.

Maar wie een lezer 376 bladzijden lang behoorlijk kan boeien, doet toch het belangrijkste wat een schrijver moet doen: de lezer erbij houden. Dat is in ieder geval gelukt.

dinsdag 7 augustus 2018

De jaren Eppo (Ger Apeldoorn)


Vroeger was ik een Sjors-lezer. Bij een vriendje thuis hadden ze een abonnement en ik mocht altijd de oude nummers mee naar huis nemen. Later ging het net zo met de Eppo's, al kwamen die binnen via een vriendje van mijn broer. Toen Eppo in 2009 opnieuw werd opgericht, was ik er als de kippen bij om zelf een abonnement te nemen.

Ger Apeldoorn, wandelend vat vol feiten uit de stripgeschiedenis, schreef in 2014 de geschiedenis van het stripblad Pep: De jaren Pep en hij boog zich ook over de imitaties van Mad: Behaving madly. En nu is er dus De jaren Eppo, 35 jaar de allerbeste strips, 1975 - 2018.

Anders dan de ondertitel doet vermoeden, begint Apeldoorn niet in 1975, maar in 1954 bij de oprichting van Sjors. Het eerste hoofdstuk heet overigens 'De jaren Sjors, of in ieder geval een aantal ervan. De jaartallen die daarbij gegeven worden zijn dan ook 1969 - 1975. Dat wil zeggen dat het begin van Sjors slechts in een paar alinea's wordt aangeduid. In 1969 werd Sjors vernieuwd en vanaf dat moment duikt Apeldoorn er wat dieper in.

1975: oprichting Eppo

In 1975 fuseren Pep en Sjors tot Eppo. Apeldoorn neemt ons mee door de jaargangen, waarbij hij natuurlijk aandacht besteedt aan de verschillende strips, de tekenaars en de scenaristen, maar ook aan de vormgeving en aan het striplandschap (in de jaren tachtig werd er bijvoorbeeld op TV aandacht besteed aan strips, in Wordt vervolgd).

Apeldoorn doet dat goed: hij heeft veel mensen gesproken en wist daarvoor natuurlijk ook al veel. Doordat hij het geheel overziet, kan hij ontwikkelingen makkelijk plaatsen. Het is altijd prettig om iets te lezen van een auteur die boven de stof staat. Apeldoorn weet duidelijk waarover hij het heeft en hij schrikt niet terug voor het geven van een oordeel. Een voorbeeld:
Hoewel de verhaaltjes van De stuntels zeer vermakelijk waren, bleef het stilistisch een ongemakkelijk huwelijk. Wat dat betreft was Peter de Wit (of Gerrit de Jager en Wim Stevenhagen, die in die jaren begonnen met De familie Doorzon) een veel betere keuze geweest. 
Of je dat moet doen in zo'n boek kun je je afvragen, maar ik vind het eigenlijk wel prettig. De persoonlijke manier waarop Apeldoorn vertelt maakt het lezen prettig. Zo'n vertellende stijl heb je ook wel nodig, omdat je anders als lezer misschien wel erg vermoeid zou raken door de hoeveelheid feiten, die in een boek als dit nu eenmaal niet te vermijden zijn.

Dat ik het boek met zo'n gretigheid heb gelezen, zal ook wel te maken hebben met de herkenning. Je leest daardoor niet alleen een boek, maar ook je eigen leven.

Rijk geïllustreerd

De jaren Eppo is rijk geïllustreerd, zoals het hoort bij een dergelijk boek. Mooi is ook dat er van sommige strips twee complete pagina's zijn opgenomen. Dat betreft werk van tekenaars die intussen iconen zijn binnen de Nederlandse stripgeschiedenis (Hans G. Kresse, Dick Matena, Martin Lodewijk). Bij de verantwoording van de illustraties worden wel de rechthebbenden genoemd, maar niet de bron. Dat had misschien bij zo'n striphistorisch werk toch wel gemoeten. Ook zou het prettig geweest zijn als er een personenregister aan het werk was toegevoegd.

En als we toch aan het zeuren zijn: de redacteur van Uitgeverij L heeft hier en daar een kleinigheid over het hoofd gezien: blijkbaar is er op blz. 74, 75 een afbeelding weggevallen, maar het bijschrift staat er nog; op blz. 123 is een stuk van een zin weggevallen; aan het eind van de blz. 126 en 128 is het even zoeken naar waar de zin verder gaat. Het zijn kleinigheden, ik weet het, maar wellicht kunnen ze bij een herdruk rechtgezet worden.

De hele geschiedenis

Apeldoorn neemt de hele geschiedenis van Eppo mee, compleet met aanloop (Sjors) en uitloop (Eppo Wordt vervolgd, Sjors en Sjimmie Stripblad, SjoSji, Striparazzi) en de wederopstanding met de nieuwe Eppo, die volgend jaar tien jaar bestaat. Voor elk hoofdstuk is er een pagina afgedrukt met daarop vier keer een cover van het blad uit die tijd, waardoor de ontwikkeling goed te volgen is, zelfs als je alleen maar bladert in De jaren Eppo.

Natuurlijk heb ik het boek in zijn geheel gelezen, maar daarvoor heb ik er ook naar hartenlust in gebladerd: het is zowel een lees- als een bladerboek. Eigenlijk hoort een dergelijk boek een harde kaft te hebben, maar er is ook een softcoveruitgave, voor degenen die liever het idee hebben dat ze een fors uitgevallen stripalbum in de hand hebben.

Er zijn ongetwijfeld mensen aan wie De jaren Eppo niet besteed is, maar voor degenen die van stripbladen houden is zo'n boek heerlijk. Het moest er eigenlijk ook wel een keer komen, zeker nu volgend jaar de nieuwe Eppo zijn tweede lustrum viert. Mooi jubileumboek.

Titel: De jaren Eppo
Auteur: Ger Apeldoorn
Uitgever: Uitgeverij L
Oosterhout 2018; 160 blz. € 24,95 (sc) € 29,95 (hc).

maandag 6 augustus 2018

Het glas van Casanova (Joris van Casteren)


De klacht zal hier vaker terugkomen: ik lees te weinig. In ieder geval minder dan ik zou willen.  Jeroen Dera kwam tot de conclusie dat dat geldt voor veel docenten Nederlands. Een reden om nog dieper het hoofd te buigen.

Boeken

Zo had ik tot voor kort niets gelezen Joris van Casteren. Wel over hem, want ik kijk wel eens een krant in, kom wel eens in boekhandel, bezoek wel eens website. Zo kende ik zijn boeken Lelystad (en hoe weinig sommigen dat in die plaats konden waarderen -2008), Het been in de IJssel (de speurtocht naar de herkomst van een gevonden been - 2013) Mensen op Mars (over het project Mars One - 2016) en Een botsing op het spoor (over een aanrijding van een trein met een moeder met kinderen, een familiedrama -2017). Allemaal boeken die wortelen in de journalistiek, reportages. Voor zover ik weet, tenminste.

Op de site van Van Casteren zie ik dat hij nog meer schreef, bijvoorbeeld Zeg mijn lezers dat ik doorschrijf (2006), interviews met schrijvers die het niet gemaakt hebben. Dat boek zou ik eigenlijk moeten lezen. Ik heb altijd zeer genoten van de stukken van Jeroen Brouwers en Stefan Brijs over schrijvers die in de vergeethoek terecht zijn gekomen. Hier schreef ik over Boeken die men niet meer leest van Jan Walch en voor het blad Liter maakte ik de korte serie Onder het stof over dichters als Joannes Reddingius, H.W.J.M. Keuls, Martien Beversluis, Niek Verhaagen en Willem Brandt.

Van de stukken van Van Casteren heb ik er indertijd wellicht een paar gelezen. Was hij degene die niet Judicus Verstegen interviewde? Ik las van hem alleen Een kurk in de rit. Andere romans wachten in de boekenkast. Maar dat artikel herinner ik me. Wellicht heb ik nog het een en ander aan los werk gelezen.

Het glas van Casanova

Terug naar Van Casteren. Zijn werk heeft alles om door mij gelezen te worden, maar het is er dus nooit van gekomen. Tot voor kort. Want ik heb Het glas van Casanova gekocht. En gelezen. Na het beluisteren van een interview met de schrijver, vermoed ik. Dat zal dan wel bij OBA live zijn geweest.

'Sebald en de anderen achterna' is de ondertitel van Het glas van Casanova en dat is wat Van Casteren gedaan heeft: schrijvers achterna reizen. W.G. Sebald en Joseph Roth (twee keer), maar ook Frans Coenen, Simenon, Frederik van Eeden, Aldous Huxley en Curzio Malaparte. En meer; het boek bevat  vijftien stukken, waarvan er veertien eerder gepubliceerd zijn.

De titel wordt verklaard in het eerste stuk (over Sebald):
In Duizelingen -dat vier jaar voor De ringen van Saturnus verscheen- haalt Sebald Giacomo Casanova aan. Die schrijft, in het verslag van zijn gevangenschap in het Venetiaanse Dogenpaleis, dat een mens slechts zelden krankzinnig wordt, maar dat het meestal niet veel scheelt. 'Er is slechts een geringe verschuiving nodig en niets is meer wat het was.' Casanova vergelijkt het met een glas dat niet breekt als het niet gebroken wordt. 'Maar hoe gemakkelijk gaat het kapot. Een verkeerde beweging is genoeg.'
Dat bij sommige schrijvers het lijntje tussen krankzinnigheid en niet-krankzinnigheid dun is, wordt misschien duidelijk uit sommige stukken, maar het verwijst ook naar de schrijver, die ook last heeft van de 'verlammende angsten' waar Sebald over schreeft en hij hoopt op 'een helende werking' als hij de plaatsten aandoet waar Sebalds angsten zich hebben voorgedaan.

Dat Van Casteren 'de anderen achterna' gaat, is daardoor wellicht niet alleen een fysieke verplaatsing, maar ook een mentale weg (of de vrees daarvoor).

In het titelverhaal, waarmee de bundel opent, is de verteller samen met zijn dochtertje. Van dat achterna reizen komt eigenlijk niet veel: veel van de voorgenomen plannen konden niet uitgevoerd worden. Maar daarmee is de reis niet tevergeefs geweest: 'Pas in Amsterdam besef ik dat ik dieper dan ooit in Sebalds universum ben doorgedrongen.'

Slotzin

Dat is een duidelijke slotzin, die het einde van een stuk helder aangeeft. Vaak houden de stukken van Van Casteren zomaar op. Ik had dan het idee dat er nog wat kon volgen (of dat het stuk wellicht korter had gekund). Ik snap ook wel dat in het werkelijke leven veel markeringen niet duidelijk zijn en dat de ene verhaallijn doorloopt in een volgende, maar het lukt mij niet om zo te redeneren dat ik mezelf overtuig. Voorlopig blijf ik het toch maar zien als een minpuntje.

'Is dat even verkeerd opgenomen!' gaat over een vriendschap (ik weet niet of dat het goede woord is) tussen W.F. Hermans en Hans van Straten (die van De omgevallen boekenkast). Het liep verkeerd, zoals het vaak verkeerd liep tussen Hermans en anderen. Van Casteren bezocht Van Straten in 2001 en vertelt hoe dat bezoek ging. Van Stratens vrouw krijgt het laatste woord:
'Ach, je hebt veel meer gedaan,' suste Joke. 'Je vriendschap met Max de Jong, je correspondentie met Ab Visser. Ab was veel meer een echte vriend.' 
Stuk afgelopen. Je kunt zeggen dat het we zo toch nog mooi even meekrijgen dat Hermans geen goede vriend is geweest, maar ik voel me meer iemand die op de gang luisterde naar een gesprek in de kamer, waarbij ineens iemand de kamerdeur sluit.

Ik denk dat Van Casteren zich overigens niet zo druk maakt over een hechte structuur in zijn stukken. Er is altijd iets uit het verleden en daar zijn altijd teksten bij en in het heden reist Van Casteren naar plekken die in verband gebracht kunnen worden met de schrijver. Dan krijg je vanzelf verband tussen de teksten, het verleden en het heden. Dan hoeft een verhaal misschien niet altijd 'rond' gemaakt te worden.

Lulligheid

Er staan overigens heerlijke stukken in Het glas van Casanova. Bijvoorbeeld over Frans Coenen, die in Onpersoonlijk herinneringen een niet vleiend beeld gaf van een echtpaar dat een museum naliet. Het museum bestaat nog en kampt nog steeds met de gevolgen van wat Coenen schreef. Dat boek las ik trouwens ook al niet; ik kwam nooit verder dan Zondagsrust en Verveling. Van Casteren laat zich rondleiden door het museum.

Of over Simenon, die in Delfzijl afgewezen werd door een meisje en haar vervolgens portretteerde als een slet. Van Casteren bezoekt Delfzijl en spreekt haar.

Hilarisch is ook het uitstapje met de hoogbejaarde leden van het Frederik van Eeden-Genootschap, onder wie een kleindochter van de schrijver. We krijgen niet alleen een beeld van Van Eeden, maar ook van het groepje mensen, over wie Van Casteren verder niets hoeft te zeggen: hij geeft weer wat hij ziet en hoort en daaruit blijkt dat hij een scherp oog en een even scherp oor heeft. Hij weet de mensen uitstekend te typeren, door ze alleen maar te beschrijven. Hetzelfde doet hij met een groepje dat zich bezighoudt met Joseph Roth.

Het gaat om kleine mensen die zich belangrijk voelen doordat ze zich bezighouden met iets/iemand dat/die boven henzelf uit stijgt. Je kunt zeggen dat Van Casteren vooral de lulligheid wil laten zien, maar dat is dan wel de lulligheid die ons allen aankleeft, vrees ik. Er zit een zekere treurigheid in dat er van een afdeling die uitgenodigd is voor een tocht slechts een enkel persoon is komen opdagen, maar dat zijn de verhalen die we liever lezen dan de succesverhalen. Ik in ieder geval wel.

Historische sensatie

In het stukje achteraf, 'Literair toerisme', schrijft Van Casteren dat hij op pad is gegaan om de 'historische sensatie' te zoeken: een verbinding te leggen met een wereld die er niet meer is of, zoals Van Casteren schrijft: 'de vaak veranderde wereld van een verdwenen betekenis voorzien, om zodoende dieper te kunnen doordringen in werk en persoon van de auteur. En, uiteraard, om daar een nieuwe laag -het verhaal zelf- aan toe te voegen.

Dat is wel gelukt, denk ik. Over en van Gerard Bilders las ik bijvoorbeeld al veel in het voortreffelijke, door Wiepke Loos bezorgde boek Gekleurd grijs (zie hier). Veel van wat Van Casteren schrijft over Bilders, wist ik dus al. Maar hij gaat op zoek naar de plekken in Amsterdam waar misschien nog een restje Bilders te vinden is en dat heb ik toch met veel plezier gelezen. Dat krijg je niet mee als je alleen maar de oude teksten leest.

Als Van Casteren spreekt met de vrouw achter een personage bij Simenon (in 'De borsten van Beetje'), realiseer je je hoe kort geleden het is dat de schrijver in Delfzijl rondgelopen heeft en dat dat schrijfhuisje van Van Eeden nog bestaat, zij het in niet al te beste staat, is ook heerlijk.  De hut (met de huidige eigenares) komt ook voor in onderstaand filmpje.


Smullen. Voor wie van literatuurgeschidenis houdt. Maar eigenlijk is dat niet eens nodig. Je ontmoet mensen die spreken nadat zij gestorven zijn, zoals het bij ons thuis heette als het overleden dominees ging met hun 'overjarig koren'. Er is niets aan te doen, vrees ik. ik zal meer van Van Casteren moeten gaan lezen.

En nu ervoor zorgen dat er ook iets van komt.