maandag 21 januari 2013

Post Mortem



Soms komt het er gewoon niet van. Al een paar jaar geleden hoorde ik de naam Peter Terrin, een schrijver om in de gaten te houden; een schrijver om eens wat van te lezen. Het kwam er niet van. Ik downloadde ooit een keer een gesproken verhaal van hem en ik vond het gelook ik ook 'wel goed', maar dat was het dan.

Terrin won de AKO-prijs en dat was een goede aanleiding om het voornemen om werk van hem te lezen nu ook eens uit te voeren. Het heeft even geduurd, maar nu heb ik dan toch Post Mortem gelezen. Wat een boek!

In het begin van het boek was er nog niet zoveel aan de hand: de schrijver Emiel Steegman krijgt het idee om te gaan schrijven over T, een personage dat wel heel dicht bij hem staat. Ineens wordt alles wat hij meemaakt, of meegemaakt heeft, materiaal voor een roman.

In deel 2 overkomt het dochtertje van Emiel iets. Van de ene op de andere dag overkomt haar iets, waarvoor de artsen aanvankelijk geen verklaring hebben: ze valt in slaap en wordt niet meer wakker. Terrin beschrijft nauwkeurig wat er gebeurt. In zijn soberheid is dat een aangrijpend deel. Ik wist niet of dat deel autobiografisch was en voor de kwaliteit van het boek doet het er ook niet toe. Wel wist ik dat Post Mortem ging over 'iets met een dochtertje', en ik had het idee dat deel twee dan ook de kern van het boek was. Mocht het allemaal niet waar gebeurd zijn, dan was het wel verrekt goed ingeleefd.

Maar dan komt het derde deel, dat laat zien hoe de structuur van het boek is en dan merk je ook pas hoe goed dit boek eigenlijk is. In deel 3 is T al verschenen en een succesvol boek geworden. De biograaf van Steeegman vraagt zich natuurlijk af hoe het zit met het autobiografische gehalte, vooral omdat er een dode gevallen, die ook met naam en toenaam in het boek genoemd wordt. Is Steegman schuldig? Verklaart het boek hem schuldig of is het juist zijn alibi?

Het tweede deel van Post Mortem gaat inderdaad terug op iets wat gebeurd is met dochtertje van Peter Terrin. Hij heeft het indringend beschreven, zijn waarnemingen zijn bijzonder scherp. Vooral de analyse van wat er gebeurt. Als iemand iets zegt of doet, kan dat vaak op verschillende manieren uitgelegd wordt. Die verschillende mogelijkheden gaan ook door het hoofd van de hoofdpersoon en wij worden er deelgenoot van. Niet alleen in dit tweede deel trouwens.

Als er mensen in zijn tuin aan het werk gaan, vraagt Steegman zich af of hij hen koffie aan zal bieden:
'Zou het niet vreemd zijn, tuttig vooral, om nu al koffie aan te bieden? Of zouden ze zich daardoor welkom voelen, te gast, en vervolgens moreel verplicht om hun gastheer onder geen beding teleur te stellen? Koffie? Voor hardwerkende buitenmensen op een zonovergoten lentedag? Bier leek hem geschikter. Nu kon het nog niet, niemand zou durven te aanvaarden, en hij zou een rare indruk wekken, dat hij het normaal vond zo vroeg aan de drank te gaan. Straks, na een uurtje of twee. [...] Maar misschien vonden ze alleen al de veronderstelling dat zij alcohol drinken tijdens het werk een belediging: ze waren dure, plichtsbewuste vakmensen, toch geen Poolse knutselaars op een zwarte bouwwerf?
Dit is voorbeeld uit het eerste deel.

Dat tweede deel is al knap, maar nog knapper is wat Terrin er vervolgens mee doet is nog knapper. Hij neemt geen genoegen met het optekenen van  wat hem en zijn gezin overkomen is, hoe goed hij dat ook doet. Hij maakt het onderdeel van een duizelingwekkend knappe roman, die ons na laat denken over hoe vreemd fictie en werkelijkheid op elkaar kunnen inwerken.

Altijd als ik een goed boek gelezen heb, wil ik meer van de auteur lezen. Dat had ik nu ook. Maar ik weet ook dat er altijd nog andere boeken liggen te wachten, van Anton Valens bijvoorbeeld. Die gaan voor. Ik weet voorlopig nog niet hoe ik mijzelf tekortgedaan heb door niet meer van Terrin te lezen. Dit boek had ik in ieder geval niet graag willen missen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten