vrijdag 20 september 2019

Podcast: Winteruur


Er zijn ontmoedigend veel podcasts. Soms hoor ik over een podcast die ik echt wel wil proberen, maar waar het maar niet van komt, zolang er slechts vierentwintig uren in een etmaal gaan. Die uren probeer ik wel zoveel mogelijk te benutten: niet alleen tijdens het reizen met de trein, maar ook onder het boodschappen doen of het strijken (wat ik ook niet elke week doe).

Toegegeven, het luisteren heeft iets dwangmatigs. Als ik eenmaal aan een podcast begin, blijf ik die vaak volgen. Bij podcasts waarin mensen geïnterviewd worden, selecteer ik soms op de gast of de soort gast, wat niet altijd gelukkig uitpakt. Wellicht is er ook een kok of televisiemaker die iets interessants te zeggen heeft. Dat ontgaat me dan. Gesprekken met schrijvers beluister ik dan vaak weer wel, maar tegenwoordig is die beroepsgroep danig vervuild. Iedereen kan tegenwoordig een boek uitgegeven krijgen.

Sommige mensen zijn ineens in de publiciteit en dan kom je ze in verschillende podcasts tegen. Zo beluisterde ik een gesprek met Ivo Victoria zowel bij Lopen met Lebowski alf bij Kunststof. Ik had gedacht dat het tweede gesprek niet veel aan het eerste zou toevoegen, maar dat viel gelukkig mee.

Genoeg gezeurd! Hoewel ik veel podcasts van naam of eventjes proberen ken, zijn er ook podcasts die mij helemaal ontgaan. Een tijdje terug stuitte ik op Winteruur.

Televisieprogramma

Winteruur kun je beluisteren als een gesprek tussen twee mensen en dat heb ik ook gedaan. Na een paar afleveringen kwam ik er pas achter dat ik eigenlijk naar een tv-programma luisterde. Dat was me ook al overkomen bij De afspraak op vrijdagWinteruur kan het gelukkig uitstekend zonder beeld stellen, waarbij ik moet toegeven dat ik nooit gecontroleerd heb wat het beeld toevoegt. Wie wil, kan ook kijken, op de site.

Presentator van Winteruur is Wim Helsen, die we in Nederland in ieder geval als cabaretier kennen. In Vlaanderen heeft hij ook al veel voor tv gedaan. Winteruur lijkt te fungeren als een soort dagsluiting. Helsen sluit dan ook altijd af met 'Slaap wel'.

Het format is simpel: Wim Helsen en zijn hond (vroeger Boris, nu Swami Bami) ontvangen een gast die een stukje tekst voorleest dat op een of andere manier voor hem van betekenis is. Dat gebeurt meestal in het Nederlands, maar het kan ook in het Engels zijn (Soe Nsuki) of zelfs in het latijn (Bart De Wever). In die gevallen wordt vertaling erbij geleverd.

Teksten

De teksten zijn zeer divers: stukjes literatuur, meer zakelijke tekst, maar de gast kan ook een brief van zijn dochtertje voorlezen (Koen Wauters). Wim Helsen praat met de gast over de tekst, waarna de tekst nog eens wordt voorgelezen.

Voordat het gesprek begint, vertelt Helsen iets. Dat kan een weetje zijn (beren houden niet echt een winterslaap; je lacht niet alleen als je blij bent, je wordt ook blij als je lacht) of 'zomaar' een uitspraak. Ik moet er altijd om glimlachen.

Aan het slot (na het 'Slaap wel') laat hij soms met opzet een stilte vallen, waarna de gast weer begint te praten, zodat je het idee hebt dat je bonusmateriaal bij je podcast krijgt. Soms voegt Helsen na een korte pauze iets toe: 'Slaap wel. Maar niet voor eeuwig.'

Late instapper

Ik ben een late instapper en het is ondoenlijk om alle afleveringen nog te gaan beluisteren, al duren ze maar een minuut of tien. We zitten al in het vierde seizoen en dat telt al bijna tachtig afleveringen. Ik heb hier en daar wat gekozen uit dat rijke aanbod; een stuk of dertig afleveringen heb ik tot mij genomen.

Het luisteren was zeer aangenaam. Ten eerste natuurlijk door Helsen, voor wie ik bij voorbaat al sympathie heb. Verder reageert hij heel adequaat op de teksten. Hij stelt vragen, maar vertelt soms ook waar de tekst hem aan doet denken. Het belangrijkste is dat het een echt gesprek is: wat Helsen vraagt, wil hij ook echt weten, waardoor de gast ook echt gaat vertellen. In de weinige tijd die beschikbaar is worden het dan vaak toch persoonlijk gesprekken.

Van die gasten weet ik soms weinig tot niets, al heb ik altijd wel met een half oor of een half oog gevolgd wat er in Vlaanderen aan de hand is. Er zijn namen bij die ik ken, bijvoorbeeld Martine Tanghe, Bernard Dewulf, Maggie De Block, Lieve Joris, Sven Nys, Stefan Brijs. Andere zijn mij volstrekt onbekend. Er schuiven ook Nederlanders aan: Rick de Leeuw, Midas Dekkers, Bas Birker, Abdelkader Benali, Jan Jaap van der Wal. Arnon Grunberg.

Echt gesprek

Het gesprek met Arnon Grunberg is misschien wel een goed voorbeeld. Ik heb dat al een tijdje geleden beluisterd en eigenlijk weet ik niet eens meer over welk stukje tekst het gesprek ging, maar de sfeer van het gesprek is me wel bijgebleven: twee mannen die veel plezier hebben in het gesprek zelf, zodat dat gesprek bijna automatisch heel erg leuk voor de luisteraar wordt.

Winteruur is een podcast die je eventjes tussendoor kunt beluisteren. Een heel stel afleveringen achter elkaar kan trouwens ook. Ik heb het geprobeerd en het verveelde mij niet. Mooie, korte en dus overzichtelijke gesprekken. Altijd weer fris. Er is geen houdbaarheidsdatum die overschreden kan worden.

donderdag 19 september 2019

De oorsprong (Marc-Antoine Mathieu)


'Humor volgt een logica die de logica niet kan volgen.' Dat is het citaat dat als motto voor in het album De oorsprong van Marc-Antoine Mathieu is opgenomen. Het schept de verwachting dat we een humoristisch album gaan lezen.

In zekere zin is dat ook zo, als we humor ten minste niet verwarren met lol. Want De oorsprong is ook filosofisch, speels en dreigend soms. En zeker is het album te lezen als een onderzoek naar de wetten van de strip. Het album verscheen al in 1990, maar is nu pas beschikbaar in het Nederlands.

Ministerie van humor

De protagonist in het verhaal is M.C. van Esk, werkzaam op het Ministerie van Humor. Daaraan kun je al aan zien dat de wereld waarin Van Esk leeft enigszins verschilt van de onze. Dat is ook al gebleken in de weg ernaartoe: iedereen gaat te voet en de mensen lopen schouder aan schouder, zodat je bijna automatisch met de stroom wordt meegevoerd en moeite hebt je eigen route te bepalen.

Binnen het Ministerie is zowel een Grappencommissie als een Grollencommissie werkzaam. Je kunt dat absurd noemen, maar het is ook een teken dat humor in deze maatschappij een ernstige zaak is.
Als hij achter zijn bureau zit, neemt Van Esk zijn post door. In een envelop met daarop 'Vertrouwelijk' treft hij een pagina uit een stripalbum aan. Het is pagina vier van het album De oorsprong, dat de lezer in handen heeft.

Voor de lezer is dat misschien grappig, maar voor meneer Van Esk is het diepe ernst: hij leest immers zijn eigen leven, in een boek dat hij verder niet kent. Sterker nog: in de wereld waarin Van Esk leeft, bestaat het woord 'oorsprong' zelfs niet.

Je eigen leven lezen

Iemand die zijn eigen leven leest - dat is niet nieuw. Anke Groot, van de groep Don Quishocking zong het lied 'Vage Angst' (op de LP Trappen op, 1979) met daarin de passage:
(...) nee, ik lig nachten wakker
bij het idee dat ik ooit uit een bibliotheek
een roman zal lenen, met mijn eigen leven,
waar mijn hele levensloop beschreven staat.
En dat ik ergens in het midden stop met lezen,
want ik wil niet weten hoe het verder gaat.
En Tom Lanoye schreef in Een slagerszoon met een brilletje (1985, in het verhaal 'Het boek') over een man die alle boeken ter wereld gelezen heeft en dan een boek tegenkomt met daarin zijn eigen leven. De laatste bladzijden zijn nog leeg.

Dat overkomt ook M.C. van Esk. Hij krijgt in de loop van het verhaal steeds bladzijden te pakken van zijn levensverhaal. Ook bladzijden die zich afspelen in de toekomst, zodat hij al kan lezen wat hem zal overkomen. Dat probeert hij wel te vermijden, maar zijn levensplan ligt onverbiddelijk vast en hij kan niet anders dan het verhaal volgen.

Predestinatie

In de loop der eeuwen is er al heel wat gediscussieerd over de vrije wil: kan een mens in vrijheid keuzes maken of ligt zijn leven al vast? Uit de theologie kennen we de notie 'predestinatie': God heeft alles voorzien en bepaald. Maar wie is dan de god die het leven van Van Esk bepaald heeft? Dat zal de stripmaker, de schepper, zijn: hij bepaalt wat er met zijn hoofdpersoon gebeurt.

Niet voor niets heet het album De oorsprong: dit album is de oorsprong van het personage en zijn lotgevallen. Voordat het album er was, bestond Van Esk niet. Nu krijgt hij, zoals Truman in de film The Truman Show (1998) een blik op de dimensie buiten zijn wereld: hij leeft in een geregisseerde wereld. Alle keuzes die hij tot nu toe heeft gemaakt, blijken door een ander gemaakt te zijn.

Tijd

Dat gegeven werkt Mathieu inventief uit. Door te werken met de losse bladzijden die Van Esk te lezen krijgt, wordt tijd geconcretiseerd. Die wordt niet meer uitgedrukt in minuten en uren, maar in bladzijden. Heel verrassend (maar ik verklap het toch maar) is de bladzijde waarin een plaatje letterlijk uitgesneden is, zodat je een kader krijgt met niets erin. Als je de bladzijde leest, krijg je een blik op de afbeelding die twee bladzijden verder staat. Je neemt een soort binnenweggetje naar de toekomst. En als je een bladzijde verder bent, toont de uitsparing een stukje verleden. Prachtig gedaan.

Dat is inderdaad niet de logica van onze dagelijkse werkelijkheid, maar die van de strip en zeker ook die van de humor. Er wordt meer gespeeld met de natuurwetten. Meneer Van Esk bestaat natuurlijk alleen maar op het platte vlak, dus in twee dimensies. Hij krijgt zicht op een wereld in drie dimensies, wat nog niet wil zeggen dat hij zich bewust is van een werkelijkheid waarin een lezer naar hem kijkt.

Droste-effect

Op enkele pagina's tuimelen we in een Droste-effect, zoals op pagina 29: Van Esk leest de pagina waarop hij zichzelf ziet die de pagina leest waarop hij zichzelf ziet en hij leest de tekst die hij op dat moment uitspreekt. Dat doet denken aan de litho Prentenkabinet van M.C. Escher, wiens naam wel erg lijkt op M.C. van Esk. Escher tekent een jongen die staat te kijken naar een prent waarop hij zelf te zien is. Bij Escher werken de tekeningen niet als een spiraal de diepte in, maar als een cirkelvormige beweging die weer bij zijn beginpunt uitkomt.

De oorsprong is een boeiend verhaal, dat slim in elkaar zit. Het is altijd mooi als je een verhaal op verschillende niveaus kunt lezen: in dit geval volg je het verhaal, maar je ontkomt er niet aan om bovendien na te denken over het medium waarin het verhaal wordt verteld. De tekeningen in zwartwit, zonder grijstinten, passen goed bij de dwingende voortgang van het verhaal, waar er ook geen ruimte is voor nuance. De eerste pagina bevat weinig zwart en de laatste pagina helemaal geen wit. Dat zit allemaal goed in elkaar.

Sherpa levert de hardcover aan in een mooie envelop met daarop het woord 'Vertrouwelijk', alsof wijzelf Van Esk zijn. Alleen krijgen wij niet af en toe een bladzijde, maar het hele album in één keer. Bovendien gaat het verhaal niet over onszelf. Als bonus is er nog een heuse brief van het Ministerie van Humor, die ook weer gecensureerd lijkt. Dat soort dingen maakt het helemaal af.

Titel: De oorsprong. Maurits Cornelis van Esk, gevangen in dromen
Auteur: Marc-Antoine Mathieu
Uitgever: Sherpa
Haarlem, 2019; 48 blz. hardcover € 19,95

dinsdag 17 september 2019

Afrikakorps deel 1: Battleaxe (Olivier Speltens)


Wat is er blijven hangen in onze geheugens van de Tweede Wereldoorlog in Noord-Afrika? Er zullen historici zijn die alle details op een rijtje hebben, maar bij de gemiddelde lezer zal de voorkennis zich beperken tot de naam van Rommel, de Duitse opperbevelhebber van het Duitse Afrikakorps, vrees ik.

Voor wie wat meer wil weten over de strijd in dit deel van de wereld, is er een stripreeks: Afrikakorps. Het eerste deel is verschenen en heet Battleaxe. Olivier Speltens schreef het scenario en maakte de tekeningen. Al eerder stortte hij zich op de geschiedenis, met de reeks De hel van het Oostfront, waarin vier delen verschenen.

Belegering van Tobroek

Het Britse leger heeft, ondanks een numerieke minderheid een fikse overwinning behaald op de Italianen. Dat is de voorgeschiedenis, die helder uit de doeken wordt gedaan aan de binnenkant van de kaft van het album. Dan gaat het Duitse Afrikakorps zich ermee bemoeien, op verzoek van de Italianen. De stad Tobroek in Libië is in handen van de Britten, maar wordt belegerd door de Duitsers. Operatie Battleaxe is een poging de stad te ontzetten.

Een strip is wel wat anders dan een geschiedenisboek: je hebt een verhaal nodig en het liefst een personage met wie je kunt meeleven. Wat dat betreft begint Battleaxe goed: de Britse piloot William Maine ziet in november 1941 tijdens een vlucht dat het Afrikakorps nadert. Voor hij iets met die informatie heeft kunnen doen, wordt zijn vliegtuig neergeschoten.

Maine landt en kan heelhuids het toestel verlaten. Hij loopt naar de Duitse troepen om zich over te geven. Daar komt hij in contact met luitenant Joachim von Richter. Je maakt je als lezer klaar om mee te leven met Maine, maar dan krijg je een flashback: Von Richter is dan nog gewoon bij zijn vrouw. Hij heeft niet zoveel op met het nationaal-socialisme, maar er is veel sociale druk om hun beider zoontje bij de Hitlerjugend te laten gaan. Von Richter is tegen: een jeugdbeweging moet niet aan politiek doen.

Veelbelovend

Rommel kiest persoonlijk Von Richter om mee te gaan naar Afrika. Ook die passage oogt veelbelovend. Von Richter lijkt een gelaagd personage te worden: hij staat sceptisch tegenover het nationaal-socialisme, maar hij moet daar toch voor strijden.

Helaas verdwijnt hij daarna naar de achtergrond en William Maine zien we al helemaal niet meer terug. Keurig wordt verteld hoe de troepen opstoten, met welke moeilijkheden ze te maken krijgen en hoe de strijd verloopt. Von Richter blijft in het verhaal, maar de lezer leeft nauwelijks met hem mee.

Het is onduidelijk met wie je je als lezer moet identificeren. Met die dekselse Duitsers die de slimme Rommel als opperbevelhebber hebben? Met de Engelsen die moedig standhouden? Het lijkt niet uit te maken en dat is kwalijk. Mogelijk heeft Speltens zoveel interesse in de stof, dat hij ervan uitgaat dat de lezer die interesse bij voorbaat al deelt. Dat is niet zo. Er zijn genoeg gebeurtenissen, maar waar is het verhaal? De lezer wil betrokken worden bij wat er gebeurt, maar hij lijkt er niet toe te doen.

Ingezakt

Zonde dat een album dat in het begin nog interesse weet te wekken qua verhaal zo inzakt. De Britse piloot, de persoonlijke situatie van het gezin Von Richter - het blijken losse eindjes waar de scenarist niets mee doet. We krijgen alleen een stuk geschiedenis, maar dan met veel plaatjes.

De tekeningen zijn behoorlijk, maar als het verhaal niet deugt, kunnen tekeningen dat niet goedmaken. Verder staan in de tekst wat flandricismen ('dat belooft', 'hij blijkt effectief alleen te zijn', 'Rommel (...) veegt overal zijn voeten aan'), wat voor de Nederlandse markt misschien onhandig is, maar dat lijkt me vergeeflijk. In ieder geval vergeeflijker dan een rammelend verhaal.

Voor wie geïnteresseerd is in de oorlog in Noord-Afrika, zou Battleaxe een aardig boek kunnen zijn, maar misschien kun je dan net zo goed een geschiedenisboek over het onderwerp lezen. Voor de stripliefhebber is er in dit album niet zo heel veel te halen.

Reeks: Afrikakorps
Deel: 1. Battleaxe
Auteur: Olivier Speltens
Uitgever: Silvester
's-Hertogenbosch 2019, 48 blz. hardcover, €17,95

vrijdag 13 september 2019

Podcast: Vertel Mij Wat / Uitgesproken


Vertel Mij Wat!

Een podcast maken van verhalen die verteld worden door mensen die ze zelf hebben meegemaakt, is intussen een beproefd concept. Dergelijke podcasts zijn er zowel in het Engels als in het Nederlands. Al eerder schreef ik over Echt gebeurd, een podcast die intussen door velen ontdekt en beluisterd is. In België biedt Relaas al een hele tijd iets soortgelijks .

Ook regionaal vindt Echt gebeurd navolging. In het westelijke gedeelte van de Betuwe is een tijdje terug Vertel Mij Wat gestart. Initiatiefneemster was Paula Smit, die ook zelf een van de vertellers was. Smit is intussen overleden, maar haar project leeft voort.

De vertellers wonen allen in de Betuwe, maar hun verhalen kunnen zich overal afspelen. In de informatie die bij elke podcast wordt voorgelezen, wordt verteld dat de verhalen niet worden voorgelezen, maar spontaan verteld en dat de vertellers de verhalen zelf hebben meegemaakt.

Zelf meegemaakt?

Daar wordt overigens niet zo strak de hand aan gehouden. Er zijn vertellers die teruggaan naar de geschiedenis, naar de tijd voordat ze geboren waren en een van de eerste afleveringen ('Oom in het ziekenhuis,' geloof ik) werd er vooral voorgelezen. Ook zijn het niet altijd verhalen. Soms is het een reeks korte anekdoten over een bepaald onderwerp, soms klinkt het vertelde columnachtig. Erg is dat allemaal niet.

Bij Vertel Mij Wat vormen de vertelavonden de kern. Die worden gehouden in een café, in steeds een andere plaats: Geldermalsen, Beesd, Tricht, Acquoy, Varik, Heukelum. Minimaal zes vertellers per avond en er is live muziek.

Sympathiek

De verhalen zijn wisselend van kwaliteit en, zoals al eerder opgemerkt, van sommige bijdragen kun je je afvragen of het verhalen zijn. De aanpak is wat minder professioneel dan bij Echt gebeurd, maar daar heeft men (neem ik aan) een groter aanbod, zodat er geselecteerd kan worden. Bij Vertel Mij Wat worden vertellers overigens ook begeleid. Ik heb het idee dat de redactie wel zoveel mogelijk mensen de kans wil geven hun verhaal te vertellen en dat is een sympathiek uitgangspunt.

Wie zich abonneert op de podcast krijgt niet wekelijks of tweewekelijks een aflevering. Af en toe wordt er een hele lading gedumpt bij de podcastapp en dan krijg je dus heel veel tegelijk binnen. Een beetje spreiding zou prettig zijn, ook om voeling met de podcast te houden. Nu zit er soms een hele tijd tussen.

Alle verhalen tot nu toe (het zijn er nu tweeënveertig) heb ik beluisterd. Er zitten pareltjes tussen, maar ook de verhalen die wat minder goed in elkaar zitten of iets minder goed verteld worden zijn de moeite waard. En doordat de setting iets huiselijks heeft, heb je soms het idee dat je op een verjaardag naar een vertellende oom zit te luisteren. Dat geeft bij voorbaat al prettige associaties.

Accent/dialect

De vertellers hebben soms een duidelijk accent en sommigen vertellen in dialect, wat de regionale opzet benadrukt. Ik vind dat alleen maar sympathiek. Mijn moeder is in Ophemert geboren en ik heb oudooms en -tantes horen praten op eenzelfde manier. Die verschilt overigens niet zo heel veel van het dialect in de Overbetuwe, waar ik opgegroeid ben. Ik vermoed dat ook voor westerlingen de verhalen goed te volgen zijn.

Alle verhalen samen geven niet alleen persoonlijke geschiedenissen, maar ook een beeld van de bewuste regio, nu en in het meestal niet zo verre verleden. Bij mijn stukje over het boek van Enny de Bruijn (De hoeve en het hart) gaf ik al aan dat veel van onze geschiedenis stedelijke geschiedenis is. Gelukkig zijn er ook op het platteland heel wat historische kringen actief en ook Vertel Mij Wat kan bijdragen tot een beter beeld van een dorp of een regio.

De site van Vertel Mij Wat geeft informatie over de avonden die geweest zijn en die nog komen. Te zien aan de foto's op de site worden de vertelavonden goed bezocht, wat hopelijk betekent dat ze nog een tijdje door kunnen gaan en dat zou mooi zijn. De verhalen hebben een regionaal karakter, maar het is mooi dat de rest van Nederland (en -ja, ja- van de wereld) mee mag luisteren.


Uitgesproken

Het Vlaams-Nederlandse audiocollectief Schik heeft zijn sporen al ruimschoots verdiend. Veel geprezen zijn de podcasts BobLaura H., het kalifaatmeisje uit Zoetermeer en El Tarangu (even naar beneden scrollen op de bewuste pagina). Een wat minder bekende podcast is Uitgesproken, uit 2018.

Mij was deze podcast aanvankelijk een beetje ontgaan. Dat kan ook liggen aan de weinig aansprekende naam, die niet zo duidelijk aangeeft om wat voor soort podcast het gaat. Intussen heb ik alle afleveringen beluisterd. Het zijn er zeven. De duur vaieert van zestien tot vijfendertig minuten. 

Uitgangspunt is steeds een bericht in de Belgische krant De Standaard. Aan de hand daarvan gaan Nele Eeckhout, Siona Houthuys en Mirke Kist op onderzoek uit. De manier waarop ze dat doen is soms te vergelijken met die van de latere podcasts. Een Afghaan met een mes is neergeschoten door de politie. Schik probeert erachter te komen hoe de situatie precies was. Hoe vaak is er bijvoorbeeld geschoten? De getuigen spreken elkaar tegen. 

Ze gaan in gesprek met mensen die de man met het mes (S.) kennen en proberen in beeld te krijgen in wat voor situatie hij zich bevond. Zo proberen ze de situatie helder te krijgen. 

Onderwerpen

De onderwerpen zijn interessant en ook niet te veel gebonden aan de tijd: over polyamorie, over psychiatrie en baby's, over 'het spinnenweb dat armoede heet.' Soms lijkt een onderwerp particulier: een vrouw ligt twee jaar na de aanslag in Brussel nog steeds in het ziekenhuis. Maar ook dan worden er kanten belicht die de aanleiding overstijgen: wat is de impact van zo'n aanslag bijvoorbeeld en hoe is het om zo lang verpleegd te moeten worden. 

Mooie reportages, goed gemaakt, zoals je ze bijvoorbeeld ook wel aantreft in RadioDoc. Ondanks de naam van de podcast zijn de afleveringen misschien iets minder uitgesproken dan die van latere podcasts, toen er steeds een serie afleveringen over hetzelfde onderwerp werd gemaakt en er meer 'verhaal' in kwam. Maar de afleveringen kunnen nog steeds mee. En liefhebbers van Schik vinden het misschien leuk om ook dit werk van het audiocollectief te beluisteren.

Alle afleveringen zijn terug te vinden op deze site, maar natuurlijk ook op andere plaatsen.

donderdag 12 september 2019

Taxi! (Aimée de Jongh)


Hopelijk zijn we intussen opgehouden om Aimée de Jongh een talent te noemen. Dat stadium is zij al lang voorbij. Ze heeft intussen, naast de reeks Snippers, als heel wat op haar naam staan, zoals de graphic novels De terugkeer van de wespendief en Bloesems in de herfst.

Haar nieuwste, Taxi! leest wel meteen als een Aiméeboek. Ik probeer voor mezelf duidelijk te krijgen wat dat dan is.

Bij de boeken van De Jongh zit je dicht op de personages. Natuurlijk zijn handelingen, gebeurtenissen, belangrijk, maar tijdens het lezen ontmoet je vooral personen. Die worden psychologisch goed gepeild, zonder dat ze uitgelegd worden, waardoor ze interessant blijven.

Wereldbeeld

Achter alle verhalen zoemt zachtjes een wereldbeeld mee, waarin mensen per definitie met vertrouwen en hoop tegemoetgetreden worden. In principe deugen mensen en dus kun je je ook aan die mensen laten zien.

Bij Taxi! gebeurt dat door de verhalen van vier taxiritten (in Los Angeles, Jakarta, Washington DC en Parijs) door elkaar heen te snijden. Een personage dat duidelijk lijkt op de auteur stapt achter in de taxi. Er zijn verkeersproblemen, er zijn andere zaken die een taxirit niet gladjes laten verlopen, maar vooral is er vier keer een ontmoeting tussen wie ik voor het gemak maar de 'ik' noem en de taxichauffeur.

Die chauffeur kan open en benaderbaar zijn, of juist afstandelijk. Maar ook de 'ik' is niet elke keer hetzelfde, doordat ze die vier ritten in verschillende fasen van haar leven maakt. De ene keer heeft ze een periode met weinig contact achter de rug en zoekt ze een praatpaal, de andere keer is ze al meer gearriveerd als tekenaar en is ze wat zelfbewuster.

De chauffeurs worden nooit typen. Je denkt na een bladzijde te weten wat zo'n chauffeur voor iemand is, maar altijd blijkt er een diepere laag te zijn. Ook dat is gestoeld op het wereldbeeld dat uit de verhalen spreekt: mensen zijn complex en hebben allemaal hun eigen achtergrond en ieder mens verdient een kans en als hij die verprutst verdient hij een tweede kans.

Open blik

Dat maakt haar boeken warm menselijk. De open blik waarmee De Jongh anderen tegemoet treedt, is ook de blik waarmee ze naar zichzelf kijkt. Waarschijnlijk komt de 'ik', die een afsplitsing is, in grote lijnen met haarzelf overeen. Ze durft haar eigen ongemak of onhandigheid te zien en te laten zien en ontwapent daarmee de lezer.

Natuurlijk is ook Taxi! getekend in de vertrouwde, heldere stijl, deze keer in zwart-wit, net als bij de Wespendief. Bij de gezichten is er veel aandacht voor de mimiek. Die is altijd duidelijk, al is die ook wel eens een beetje dik aangezet. Er worden wel erg vaak ogen opgengesperd als zich een lichte verbijstering eigen maakt van het personage. Aan de andere kant past het ook wel bij het personage dat zich niet verbergt en openlijk uitkomt voor haar emoties.

Personen die in de volle lengte getekend worden lijken bij Aimée de Jongh altijd aan de korte kant. Zelden tref je een lange slungel aan.

Epiloog
Taxi! eindigt met een epiloog, waarin de 'ik' op het vliegveld van L.A. een vriend ontmoet. Ze is blij om hem te zien: 'Ik had even een bekend gezicht nodig.' De vriend antwoordt: 'Ja. Je zal hier wel eenzaam zijn. Of niet?' Daarop zegt de 'ik': 'Laten we gaan.' Dat lijkt eenvoudig, maar het is een gelaagde scène. De lezer weet dat de 'ik' inderdaad een periode achter zich heeft waarin ze zich eenzaam voelde, maar blijkbaar wil ze dat niet tegen haar vriend zeggen. Misschien omdat ze de vriend er niet mee wil belasten, misschien omdat ze zich niet als eenzaam of als zwak wil laten zien.

Als de vriend een Uber wil bestellen, zegt de 'ik': 'Ik heb een beter idee.' De lezer weet waarom dat is. Dat is een mooie manier om de lezer te betrekken. Het geeft namelijk iets samenzweerderigs: de lezer en de 'ik' weten meer dan het andere personage.

Intimiteit

Misschien is er in al het werk van Aimée de Jongh wel een soort streven naar intimiteit: tussen de personages, maar ook tussen de lezer en de personages. Het lijkt een pleidooi voor menselijkheid: zie de ander, zie jezelf. Mensen maken fouten en hebben hun gebreken, dat is nu eenmaal zo. Zie ze, maar vergeef ze, bij anderen maar ook bij jezelf.

Zo geformuleerd lijkt het alsof de verhalen van De Jongh een positieve preek bevatten, wat absoluut niet het geval is: ze vertelt een verhaal en nog goed ook en in dat verhaal gaan mensen met elkaar om op een natuurlijke en plausibele manier. Als argeloze lezer, lees je vlotjes het verhaal en geniet ervan. Daarin kom je wel in aanraking met mensen die met een begripvolle blik hun de medemensen bezien.

De buitenwereld is natuurlijk niet zo vriendelijk. Niet voor niets wordt er in Taxi! verwezen naar de aanslagen op Charlie Hebdo en Bataclan. Maar juist in een wereld van geweld of polarisering of Twitterstormen is het goed dat er ook een andere kant van mensen getoond wordt. Dat doet Aimée de Jongh. Taxi! is zalf voor onze zielen.




woensdag 11 september 2019

Podcast: De zomer van 1945

Mensen worden steeds ouder en er leven intussen heel wat honderdjarigen (en nog oudere mensen) tussen ons. Hun hoofden zijn rijke  bibliotheken waarin niet alleen veel is opgeslagen van wat ze gelezen hebben, maar vooral ook van wat ze meegemaakt hebben.

In de podcast De zomer van 1945 komen mensen aan het woord die de bewuste zomer hebben meegemaakt. Tussen hun verhalen door geeft een historicus een wat algemener beeld bij de particuliere verhalen van de ooggetuigen.

Het is een fascinerende podcast. De zomer van 1945 (en soms ook het najaar of de eerste jaren na '45) komt ineens heel dichtbij, waarbij ik veel te horen heb gekregen over aspecten die anders aan mijn aandacht zouden zijn ontsnapt.

Dierentuin

Wat gebeurde er bijvoorbeeld met de dierentuinen in de oorlog? In Ouwehands Dierenpark in Rhenen werden veel dieren afgeschoten en andere dieren verhuisden naar Doorn. Na de bevrijding kwam er een spoor maden van een meter breed uit het olifantenverblijf, waar de kadavers van dieren waren achtergelaten. Dat moest natuurlijk opgeruimd worden en dat was geen lekker klusje. Na een tijdje kon het publiek op zaterdag het dierenpark bezoeken, maar veel was er nog niet veel te zien.

Na de bevrijding lag er natuurlijk nog veel munitie her en der verspreid. Daar had ik nooit zo bij stil gestaan. Er komt een man aan het woord die vier vriendjes verloor door een ontploffende granaat. De verslaggever gaat met deze man terug naar de bewuste plek. We krijgen ook te horen hoeveel slachtoffers die granaten in 1945 hebben gemaakt. Ontstellend veel.

Er zijn in totaal twaalf korte afleveringen (duur tussen tien minuten en een kwartier). Je vindt de complete lijst op de website. Andere mensen die aan het woord komen: een vrouw die zwanger werd van een bevrijder, een man die Duitsers bewaakte die mijnen moesten opruimen, een Nederlandse SS'er, die naar het kamp moest, een ondergedoken meisje dat na de bevrijding wachtte op haar moeder.

Heel Holland wil bakken

Aan de ene kant was de tijd na de bevrijding natuurlijk een tijd van opluchting en vreugde. Zo wordt er verteld over de straatfeesten die er waren. Maar het duurde nog lang voordat het gewone leven weer helemaal op gang kon komen. Een dochter van een bakker vertelt dat er weinig meel en weinig suiker was en dat al het gereedschap naar Duitsland was vervoerd.

Ook nooit geweten: we gingen walvisvlees eten. Het schijnt niet slecht gesmaakt te hebben, als je geluk had. Er was ook vlees dat tranig smaakte. Het treinverkeer kwam ook niet zomaar op gang en eigenlijk was vervoer in het algemeen een probleem.

Een mooi verhaal is dat over de voetbalclub in Heerenveen, die de vier Amsterdamse clubs aanschrijft: ze mogen, tijdens de oorlog nog, een stel jongens naar Friesland sturen om aan te sterken. De ervaringen van de jongens verschillen nogal. Na de bevrijding speelt Ajax als dank een wedstrijd tegen Heerenveen. Het Heerenveense team, met Abe Lenstra, wordt ingemaakt.

De zomer van 1945 is een heerlijke podcast: korte afleveringen die je snel even tussendoor kunt beluisteren. Goed gemaakt, informatief, boeiend. Na een enkele aflevering was ik al verkocht. Ik heb alles in paar dagen beluisterd.

Podcast kort

Twee podcasts in het kort: eentje over de drie zussen (plus broer) Brontë en een radioprogramma dat al jaren te beluisteren is en dus zijn sporen wel verdiend heeft: Argos.


The Brontës

The Brontës is een podcast van de Belgische zender Klara, die werkelijk een schat aan mooie podcasts aanbiedt. In deze podcast vertelt Kristien Hemmerechts over de drie zusjes (en broer Brontë), beroemde auteurs. Elke van de veertien afleveringen begint met een Engels citaat, voorgelezen door Hemmerechts en daarna begint ze te vertellen.

De afleveringen lijken niet gescript, zodat er een natuurlijke verteltoon is, waar je gemakkelijk naar luistert. Hemmerechts heeft alle boeken van de Brontës (her)lezen en ze kan werk en leven van de zussen gemakkelijk met elkaar in verband brengen. Ze maakt er ook een persoonlijk verhaal van door te vertellen wat ze zelf nu zo mooi vindt aan werk en leven van de zusjes. Maar ze geeft ook aan wat haar tegenstaat in het werk.

Niet alleen het gezin komt tot leven door de podcast, maar ook de tijd waarin de levens zich afspelen. Er waren aanvankelijk nog twee meisjes, die al heel jong overleden. De omstandigheden op de kostscholen waren erbarmelijk.

Een van de citaten was bijzonder ontroerend: een van de zusjes rekent in een dagboekaantekening uit hoe oud elk van hen zal zijn in 1874. Geen van hen heeft dat jaar gehaald.

Mooie podcast, informatief, enthousiast verteld. Je wilt meteen Wuthering Heights of Jane Eyre gaan herlezen. Alle afleveringen vind je hier.

Argos

Het radioprogramma Argos bestaat sinds 1992 en voor mijn gevoel luister ik er al meer dan tien jaar naar. Het programma houdt zich bezig met onderzoeksjournalistiek. Ook al sinds jaar en dag zijn de uitzendingen als podcast te beluisteren.

Het programma heeft al heel wat prijzen binnengehaald: Tegels en Loeps en ook de Zilveren Reisstelefoon. Vaak ligt aan de uitzendingen gedegen speurwerk ten grondslag en dat er vragen worden gesteld in de Tweede Kamer naar aanleiding van een uitzending is geen zeldzaamheid.

Legendarische journalisten als Kees van den Bosch en Max van Weezel werkten voor Argos. Nu hoor ik Tessel Blok vaak als presentator. Een greep uit de beroemde dossiers: Srebrenica, de moord op een tennisleraar, Julio Poch.

Mooi zijn ook de zomeruitzendingen waarin, onder de titel Luizen in de pels, onderzoeksjournalisten worden geïnterviewd. Het is altijd prettig om tussen het vluchtige nieuws gedegen spitwerk aan te treffen, waarin dieper ingegaan wordt op een onderwerp. Ik hoop dat we nog lang van Argos kunnen  genieten.

Voor wie nog nooit iets van Argos beluisterd heeft: er zijn honderden afleveringen beschikbaar. Je vindt ze bij de bekende aanbieders en natuurlijk ook op de site.

(Deze pagina is oorspronkelijk gepubliceerd op 6 september 2019. Door een dommigheid verwijderde ik de hele pagina, maar Google vergeet niets en gelukkig dregde iemand -dank, Peter!- de tekst op uit de put der vergetelheid. )

dinsdag 10 september 2019

3 pak (Margje Woodrow, Joost Klein, Karin Amatmoekrim)



Er is minder aandacht voor dan voor de Boekenweek of de Kinderboekenweek, maar al een aantal jaren is er een Boekenweek voor Jongeren, met een heus Geschenk, onder de titel 3PAK, een boekje met daarin drie verhalen. Dit jaar zijn dat verhalen van Margje Woodrow ('Exposure'), Joost Klein ('Brüders auf Berlin') en Karin Amatmoekrim ('Echo').

Eerlijk gezegd kende ik alleen Karin Amatmoekrim, van wie ik het boek Het gym las, een mooie roman. Van de andere twee had ik zelfs de namen nog nooit gehoord.

Woodrow

Margje Woodrow blijkt een stel jeugdboeken geschreven te hebben. Haar verhaal 'Exposure' zal door veel jongeren gewaardeerd worden. Allereerst door het onderwerp: een groepje leerlingen filmt stiekem docenten, bewerkt die filmpjes en zet ze op Instagram. Een meisje doet mee onder sociale druk, maar vindt dat het allemaal te ver gaat. Bovendien is thuis de situatie ook niet altijd even gemakkelijk.

Het verhaal heeft vaart en bevat veel dialogen. Waarschijnlijk vliegen leerlingen er doorheen. Het is duidelijk een verhaal van een jeugdboekenauteur. De hoofdpersonen zijn jongeren, de thematiek ligt dicht bij de doelgroep.

Met literatuur heeft het verder niet zoveel te maken. Zo'n beetje alle emoties worden expliciet benoemd en de stijl is niet bijzonder origineel: tranen prikken in ogen, iemand schiet als een springveer overeind of ploft in het gras. Een ander voorbeeld: 'Op mijn kamer knal ik bijna uit elkaar van ellende. Mijn gedachten springen alle kanten op.'

Klein

Het tweede verhaal, van Joost Klein, is andere koek. Het heet 'Brüders auf Berlin', waaraan al te zien is dat het hier om gebrekkig Duits gaat. Dat klopt ook wel, want de hoofdpersonen zijn Nederlanders: Joost, Gurb en Louis. Ze gaan stappen in Berlijn. Louis heeft opvallend veel geld en Joost vraagt zich  af waar dat geld vandaan komt. Aan het eind weet hij het.

Het is een plotje van niks, maar dat is nog niet het ergste. Het verhaal schiet maar niet op. Personages hebben meestal een streven, waarin je ze als lezer kunt volgen, maar hier dobberen ze maar een beetje door de avond. De ik-figuur Joost deugt heel erg: hij slikt geen pilletje, wijst een toenadering van een vrouw af en houdt steeds zijn hoofd erbij. Een verhaal wordt interessanter als ook het hoofdpersonage meer gelaagd is.

Stijl

De stijl is een ramp. Soms aanstellerig archaïsch ('doch'), soms onbeholpen geformuleerd ('Ze ontrafelde mijn penis uit mijn Polo Ralph Lauren-onderbroek'), soms clichématig ('zijdezacht haar'), soms in kinderlijke sms- of WhatsApptaal ('ze hoofd', 'me hulp'). De frik in mij bleef aan het strepen. Bijvoorbeeld bij 'Haar gebalde vuist': 'gebalde' is overbodig; er bestaan geen ongebalde vuisten.

Als iemand zijn hoofd flink stoot, staat er 'BAM' over de hele breedte van de pagina. Zelfs bij een explosie zou dat overdreven zijn, aangezien er in de rest van het verhaal niets met typografie wordt gedaan. Nu krijg je de indruk dat de auteur naar extreme middelen moet grijpen om iets eenvoudigs aan de lezer over te brengen.

Overdrijven komt vaker voor: 'Berlijn is misschien wel écht zo crazy als letterlijk iedereen zegt.' Letterlijk iedereen? Echt niemand uitgezonderd? En ook in de plot wordt er eigenlijk overdreven. Je denkt naar een lichtbak toe te lezen, maar het blijkt een nachtkaars.

Onder het verhaal staat 'xjoost', alsof het een brief zou betreffen, maar voor de rest zijn daar geen aanwijzingen voor.

Verband

Zinsverbanden zijn verschillende keren onlogisch. Een voorbeeld: 'Een sluwe vos wil ik hem niet noemen. Wél 't manusjes van alles. Zo heeft hij ooit op een Waddeneiland heel veel geld verdiend met een groepje jongens. Ze verkochten grote blokken hasj.' Dat laatste is klaarblijkelijk kenmerkend voor een manusje van alles. En een sluwe vos kan blijkbaar niet zo'n manusje zijn.

Waarom de CPNB gekozen heeft voor Joost Klein, is me niet duidelijk. Hij doet het een en ander op YouTube, begrijp ik en hij heeft een enkel boekje met teksten gepubliceerd. Daar heb ik wat over opgezocht, maar ik krijg er geen duidelijkheid over. De ene keer worden het gedichten genoemd, de andere keer wordt het tot de non-fictie gerekend. Ik herinner me geen juichende recensies.

Misschien is het mijn leeftijd en vinden jongeren het allemaal prachtig. Dat moeten we afwachten.

Amatmoekrim

Karin Amatmoekrim is van de drie de enige die uit de literatuur komt. Niet alleen schreef ze Het gym, maar ook De man van veel, over Anton de Kom.

In 'Echo' sluit ze, volgens een voetnoot, aan bij Het gym, maar het verhaal is prima 'los' te lezen. Het gaat over een jeugdliefde en over het begin van een schrijverschap. Het meisje dat het hoofdpersonage in het verhaal is, is verliefd op een ander meisje, dat ze slechts vanuit de verte meemaakt. De toenadering gebeurt door het geschreven woord.

Verhalen zijn haar doorgegeven door haar moeder. Ze worden verteld als waar, al zouden ze ook fictie kunnen zijn. Wellicht is de 'ik' daardoor ontvankelijk geworden voor verhalen. Ze krijgt er ook op school mee te maken: de mythen en sagen die nog steeds doorverteld worden en nog steeds betekenis hebben. Zo identificeert de 'ik' zich met de waternimf Echo, die verliefd was op Narcissus.

Toegankelijk en op niveau

Amatmoekrim heeft er een mooi verhaal van gemaakt. Dit soort verhalen zijn geschikt voor jongeren: toegankelijk, maar wel op niveau. Het verhaal van Woodrow zal jongeren zeker leesplezier verschaffen en dat is belangrijk, maar het zal niet helpen de stap naar de literatuur te maken. Het is immers vooral jeugdliteratuur. Het verhaal van Klein helpt (naar ik inschat) niemand vooruit.

'Echo' behoort tot het soort literatuur dat jongeren binnen boord houdt wat betreft het lezen. Amatmoekrim is dan ook een schrijfster wier werk op alle middelbare scholen bekend is, neem ik aan. Er kwamen natuurlijk meer auteurs in aanmerking. Een greep uit de ballenbak: Philip Huff, Jaap Robben, Marolijn van Heemstra, Jan van Mersbergen, Hanna Bervoets, Walter van den Berg, Esther Gerritsen. Keus genoeg, er zijn er nog veel meer. Er is gekozen om maar een enkele literaire auteur op te nemen en dat is jammer.

Hopelijk helpt het boekje toch om jongeren een stukje op weg te helpen in de literatuur.


donderdag 5 september 2019

Grand Hotel Europa (Ilja Leonard Pfeijffer)

Wat valt er nog te zeggen over een roman die zo succesvol is dat iedereen die hem wilde lezen hem intussen ook daadwerkelijk gelezen heeft? Weinig nieuws, vermoed ik. Toch doe ik maar net alsof het boek van Ilja Leonard Pfeijffer een roman als alle andere is en schrijf ik mijn gebruikelijke stukje.

Vijf jaar geleden schreef ik over La Suberpa, een heerlijke roman, over Genua, maar ook over veel meer. Het was het beste boek dat ik dat jaar las. Alleen een roman van Tomas Lieske kwam in de buurt. Eind vorig jaar maakte ik een lijstje van de beste boeken van 2018 die ik niet gelezen had. Daarin prijkte Grand Hotel Europa bovenaan. Vooralsnog blijkt dat terecht. Dit jaar las ik niet een nog beter boek.

Ilja en Pfeijffer

De hoofdpersoon van Grand Hotel Europa lijkt heel erg op de schrijver: hij heet Ilja Leonard Pfeijffer, is schrijver en classicus en heeft de succesvolle roman La Superba geschreven. Als ik het over het personage heb, zal ik hem steeds Ilja noemen, om hem niet te verwarren met de schrijver, ook al vallen die twee voor een groot deel samen.

Ilja neemt zijn intrek in Grand Hotel Europa om het een en ander op te schrijven over zijn relatie met de kunsthistorica Clio. Samen hebben ze in Venetië gewoond intussen is die relatie over. In Grand Hotel Europa bevinden zich meer vaste gasten. Verder hebben we te maken met de piccolo Abdul, een vluchteling, die liefdevol opgenomen is door de majordomus, meneer Montebello.

Aantekeningen

Ilja heeft zijn uitgever beloofd dat hij een boek over toerisme zal schrijven. Wat wij lezen wordt niet gepresenteerd als het uiteindelijke boek, maar als aantekeningen daarvoor. Dat was ook al het geval in La Superba. Het geeft de schrijver de gelegenheid om opmerkingen tussendoor te maken, zoals: 'Enfin, dat laatste gedeelte met mijn analyse van het neoliberalisme moet ik misschien in de definitieve versie van mijn boek een andere plek geven.' Of: 'Wanneer ik deze passage herschrijf, zal ik er speciaal op moeten letten dat wat ik zeg niet racistisch overkomt, want zo bedoel ik het niet.'

Er zijn twee verhaallijnen: die van de gebeurtenissen in het hotel en die van de relatie met Clio, die zich voor een groot deel in Venetië afspeelde. Een terugkerend motief in de relatie is de zoektocht naar een verdwenen schilderij van Caravaggio, een afbeelding van Maria Magdalena, die tegelijkertijd een zelfportret is. Het is een soort spel van Ilja en Clio geworden om theorieën te bedenken over de mogelijke verblijfplaats van het schilderij en daarna op onderzoek uit te gaan. Dat onderzoek strekt zich bijvoorbeeld ook uit tot Malta. Af en toe loopt de relatie tussen Clio en Ilja niet zo gemakkelijk, maar het spel bindt hen altijd.

Geschiedenis

Ilja is classicus en Clio is kunsthistorica. Ze heeft dezelfde naam als de muze van de geschiedenis. Beiden zijn gericht op de geschiedenis, zoals het hele continent Europa dat is. Europa is het eigenlijk onderwerp van Grand Hotel Europa. Europa, dat zo veel geschiedenis heeft en misschien zo weinig toekomst, nu het door andere continenten voorbijgestreefd lijkt te worden.

Europa wordt overspoeld door toeristen, die komen om de resten van het verleden te aanschouwen, maar daarmee tegelijk een aanslag plegen op die resten. Hetzelfde gebeurt in het hotel, dat overgenomen wordt door een Chinees, meneer Wang. Die laat oude elementen uit het hotel slopen en nieuwe, 'authentieke' aanbrengen, zoals een kroonluchter van Swarovskykristal en een oud aandoende pub.

Aan het eind van het boek lijkt het hotel nog eenmaal in zijn oude glorie te herrijzen, als er een klassiek concert wordt gegeven, zoals dat vroeger wel gebeurde. Het is ironisch dat dat concert gegeven wordt door een twaalfjarig Chinees meisje. Klassieke muziek is bij uitstek een Europese aangelegenheid, maar voor deze authentieke Europese ervaring zijn al geen Europese musici meer nodig.

Symbool

Van het hotel wordt niet duidelijk waar het in Europa staat en dat is ook niet nodig. Het draagt  niet voor niets de naam die het draagt: het is natuurlijk symbool voor het continent Europa. Aan het eind van het boek wordt dat ook nog eens expliciet gemaakt in de verhaallijn. Dat komt het drama ten goede, maar ik vond dat net een beetje te, hoe mooi dat gedeelte ook is geschreven. Je hoeft een oplettende lezer niet te vertellen wat hij intussen zelf al geconcludeerd had.

Door het hele boek heen staan interessante gedachten over de Europese cultuur en de toekomst van Europa. Zoals in het gesprek dat Ilja heeft met vaste gast Patelski. Die zegt over het toerisme:
'De barbaarse invasie van Europa,' zei Patelski, 'die wordt gezien als een verdienmodel en die actief wordt gestimuleerd, terwijl zij in feite een bedreiging is, vormt een interessante parallel met de vermeende Afrikaanse invasie van Europa, die als bedreiging wordt gepresenteerd, terwijl zij toekomstperspectief zou kunnen bieden.'
In tal van passages wordt de draak gestoken met de toeristen, die allemaal liever reiziger dan toerist zijn en op zoek zijn naar een authentieke ervaring, maar hun aanwezigheid veroorzaakt juist het verloren gaan van die authenticiteit. Niet voor niets speelt het verhaal zich voor een groot deel af in Venetië, dat zo'n beetje door het toerisme is overgenomen. De tekening van de toeristen en soms de woede erover (vooral van Clio) zijn bijzonder vermakelijk.

Patriot van de Europese Unie

In de roman gaat het wel over het toerisme, maar eigenlijk is dat maar een symptoom. Ten diepste gaat het over Europa, zijn verleden en zijn mogelijke toekomst. Ilja noemt zich een patriot van de Europese Unie.
En terwijl Europa in de jacht naar economische groei, vooruitgang en toekomst zit vastgeklonken aan zijn verleden, als een sprinter die met een springveer vastzit aan het startblok, en aan alle kanten wordt voorbijgestreefd door de rest van de wereld, geef ik Europa gelijk dat het zijn verleden weigert los te laten omdat wortels belangrijker zijn dan bestemmingen.

Schrijverschap

Europa is ook belangrijk voor het schrijverschap van Ilja.
(...) Om te kunnen ademen, denken en schrijven moet ik in gesprek blijven met de traditie. Ik heb Europa nodig om te kunnen bestaan.
Als schrijver zoekt hij de dus de traditie en niet het experiment. Het meest expliciet is Pfeijffer daarover bij het verslag van een bezoek aan de expositie Treasures from the Wreck of the Unbelievable van Damien Hirst. Hirst exposeert daarin gigantische beelden, die eruitzien alsof ze of de bodem van de zee hebben gelegen hebben. Alles wat daar aan de beelden vastgegroeid had kunnen zijn, zit aan de beelden vast. Om het nog authentieker te laten lijken, is er ook een documentaire te zien (ook op Netflix) over het opduiken van de beelden.

Groots en overdadig

De afmeting van sommige beelden is gigantisch en de omvang van de tentoonstelling ook. Hirst heeft duidelijk alle register opengetrokken.  Ilja beseft dat hij op deze manier wil schrijven. Ik veroorloof me twee uitgebreide citaten.
Zo moet ik schrijven, dacht ik, in de geest van dit machtsvertoon, deze gulheid en dit plezier in het avontuur. ik moet de klassieke vormen en zucht naar monumentale perfectie niet mijden uit angst om niet modern te lijken, maar de moed hebben om de tijd waarin ik leef te vatten in marmeren zinnen, bronzen woorden en beelden van goud, zilver en jade, en met de beste middelen en materialen uit het verleden een gedenkteken op te richten voor het nu. Groots moet het zijn, en overdadig, een overweldigende orgie van fantasie met de technische perfectie van de commercieelste kitsch. Ik moet verbluffen. Dat is mijn taak.
Ik moet niet vluchten in de veilige eenzelvigheid van het experiment, maar zeggen wat ik te zeggen heb, en niet zoekend en koketterend met onzekerheid, die zoveel sympathie oplevert, maar op een volmaakt trefzekere en definitieve manier die tegensprekers de adem ontneemt. Ik moet het plezier hervinden van het avontuur en, in plaats van mij te beperken tot particuliere zielenroerselen omdat kleingeestigheid literair wordt geacht en beperking een teken van meesterschap, vleugels geven aan monsters en demonen van mythische proporties die uitzwermen over de zeven zeeën en alle continenten die ik kan verzinnen.
Ook hierin zit wel enige ironie. Hirst sluit aan bij de traditie, maar ironiseert die ook door beelden te maken die oud lijken, maar het niet zijn. Daarin lijkt hij op meneer Wang, die een nep-oude pub in Grand Hotel Europa laat bouwen.

Machtsvertoon

Dat Pfeijffer het grote gebaar en het machtsvertoon niet schuwt, wordt in het hele boek duidelijk. Ik vond het heerlijk, al die prachtige volzinnen. Er staan ook lekkere dialogen in het boek. De woordenwisselingen tussen Ilja en Clio zijn bijvoorbeeld heel vermakelijk.

Niet altijd is het taalgebruik even geloofwaardig. De lange volzinnen horen bij Ilja en bij Clio wil ik ze ook nog wel geloven, maar er komen ook anderen aan het woord (bijvoorbeeld een taxichauffeur) die ook al op dezelfde manier praten. Mooi, hoor, maar niet zo aannemelijk.

Net als in La Superba wordt er in Grand Hotel Europa een spel gespeeld met verbeelding in werkelijkheid, en dat weer in verschillende lagen. Ilja maakt aantekeningen voor een roman, waarin hij schrijft over zijn relatie met Clio. Daardoor is hij natuurlijk die relatie aan het fictionaliseren. Maar die relatie bestaat wellicht alleen zo in de roman en is dus zelf ook al fictie.

Fictie schept werkelijkheid

Maar fictie leidt niet af van de werkelijkheid, maar schept die juist. Al helemaal in het begin van de roman wordt aan Ilja gevraagd wat het hoogste doel van zijn schrijven is:
'De waarheid.'
'Ook in fictie?'
'Juist in fictie.'
Juist door fictie te gebruiken kan Ilja en, een niveau hoger ook Pfeijffer, doordringen tot de kern. Dat wordt ook mooi gedemonstreerd door het verhaal van de vluchteling Abdul. Dat blijkt wel heel veel overeenkomsten te vertonen met de Aeneis van Vergilius. De vraag is of zijn verhaal daar minder waar van wordt of juist een algemenere geldigheid krijgt.

Voor de Ilja in de roman heeft de verbeelding misschien wel een grotere kracht dan de werkelijkheid. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de zoektocht van Ilja en Clio naar de Caravaggio. Ze bedenken theorieën over de mogelijke plaats van het schilderij, maar meestal zijn die op niet zo veel gebaseerd. Maar als ze verzonnen hebben op welke plaats het schilderij kan zijn, is het al bijna werkelijk voor hen.

In de werkelijkheid van het boek heeft Ilja een relatie met Clio achter de rug. Maar hij heeft die nog niet helemaal beschreven. Hij heeft het idee dat hij dingen pas meemaakt als hij ze beschrijft. Zo lang hij nog niet beschreven heeft dat hij en Clio uit elkaar zijn, is de scheiding voor hem nog niet werkelijk:
Zolang de punt achter de laatste zin op de laatste pagina niet was gezet, was zij in zekere zin nog bij mij op de blanke bladzijden van de resterende cahiers.

Grote gooi

Grand Hotel Europa is een schitterende roman. Ten eerste vanwege de grote gooi: een schrijver die schrijft als een machthebber en niet als een poger. Die niet bang is om groots uit te pakken: hij doet al zijn trucs zelf en hij weet dat ze zullen lukken. We zijn zwijgende toeschouwers bij een prachtig vuurwerk.

Maar de roman is meer dan techniek en meer dan een mooi verhaal. Grand Hotel Europa gaat ook nog ergens over: over Europa en dus over ons. Over het verleden en de toekomst van het continent en over hoe wij daardoor bepaald worden.

Ik heb het boek met bewondering gelezen. Het is het beste boek dat ik dit jaar tot nu toe las en ik vermoed dat Grand Hotel Europa die pole position voorlopig niet zal afgeven. Wat moet je na het dichtslaan van het boek nog? Zuchten en verder stil zijn. En heel breed glimlachen. Misschien wel grijnzen.

vrijdag 30 augustus 2019

Podcast: Suske en Wiske, De Perfecte Podcast


Een stripkenner wil ik mezelf niet noemen, maar ik ben wel een liefhebber. In de loop van de decennia heb ik al van alles gelezen, overal heb ik van geproefd. Daarbij kon ik natuurlijk niet om Suske en Wiske heen.

Twee keer heb ik hier geblogd over Suske en Wiske: over De bibberende Bosch (album nr. 333) en over een Junior Suske en Wiske. Verder heb ik enkele tientallen albums gelezen, wat natuurlijk niets voorstelt bij een zo grote reeks. Mijn zoon heeft waarschijnlijk meer delen tot zich genomen dan ik.

Eerlijk gezegd was ik ook maar gematigd enthousiast over de reeks. Ik vond dat Van der Steen zich te veel herhaalde. Meerdere keren gezien: Lambik (die voor mij eigenlijk nog steeds Lambiek heet) klopt op een deur, terwijl hij achterom kijkt. De deur gaat open, Lambik gaat door met kloppen en klopt dus iemand in zijn oog. Ook vaker gelezen: Er wordt geschoten. Lambik wil snel wat drinken, om te zien of er gaatjes in zijn lichaam zitten.

Door dit soort dingetjes heb ik, misschien onterecht, mijn oordeel  over de serie te veel laten beïnvloeden. De albums van de spin-off Amoras heb ik wel gekocht en over de eerste twee delen heb ik ook geschreven: hier en hier.

Enthousiasme

Sinds enkele maanden is er een podcast over Suske en Wiske: De Perfecte Podcast. De naam is al goed: dat had zomaar een albumnaam kunnen zijn. De podcast is trouwens ook goed. De maker, Koen Maas, is een kenner van Suske en Wiske en hij is erg enthousiast. Dat enthousiasme straalt ook af op de luisteraar.

Vol bewondering luister ik naar details die Maas opnoemt: deze persoon komt voor op een tekening in dat album en die geschiedenis komt terug in dit verhaal. Ik heb de neiging om dan toch die delen te gaan lezen, al moet ik erbij vertellen dat het daar tot nu toe niet van is gekomen.

Interessante gesprekspartners

De podcasts verschijnen niet regelmatig, maar als er weer eentje online staan, is dat altijd een feest. Maas heeft dan een gesprek met een autoriteit, die nog weer andere dingen weet dan Maas zelf: de voorzitter van de Suske en Wiske Fanclub, Eric de Rop (tekenaar en inkter), Charel Chambré (tekenaar van Amoras), de directeur van het Suske en Wiske Museum en een wonderschoon, lang gesprek met Paul Geerts, die in 1972 Willy Vandersteen opvolgde.

Om de podcast heen is er ook nog van alles, zoals een Facebookpagina. Daar heb ik mij verder niet in verdiept. Wel heb ik de website bekeken, waar alle afleveringen terug te vinden zijn.

Natuurlijk is de podcast niet perfect, de naam is duidelijk met een knipoog bedoeld, maar ik ben er wel heel blij mee. Dat fans van Suske en Wiske alle afleveringen willen beluisteren, is logisch. Maar hoewel ik niet tot de fans behoor, wil ik het wel allemaal horen en ik raak enthousiast, tegen wil en dank. Misschien moet ik op zolder maar eens achter het schot duiken: daar moeten nog stapels rode boekjes liggen, gelezen door mijn zoon.

Bron van informatie

Koen Maas is deskundig en enthousiast, maar hij kan ook goed gesprekken voeren. Je merkt dat zijn gesprekspartners zich op hun gemak voelen, waardoor hij hen alles kan vragen wat hij wil weten en uitgebreid antwoord krijgt. Zo wordt de podcast een bron van informatie die je niet gemakkelijk ook ergens anders kunt vinden.

Aangezien iedereen wel eens enkele albums van Suske en Wiske heeft gelezen, zou ook iedereen deze podcast een keer moeten proberen. Misschien ben je meer fan van Suske en Wiske dan je beseft.

Podcast kort

Ook nu weer twee korte signaleringen van een podcast: een radioprogramma over cabaret en kleinkunst dat al jaren bestaat en een opiniepodcast  uit de linkse hoek. De stukjes zijn iets langer geworden dan aanvankelijk bedoeld, maar ik heb het maar zo gelaten.


Andermans veren

Het radioprogramma Andermans veren bestaat al jaren en eigenlijk heb ik er geen idee van hoeveel jaren al. Het heeft al allerlei vormen gehad: twee uur achter elkaar, vijf keer tien minuten en nu een uur lang. Op zondagmorgen wordt het uitgezonden, tussen de twee delen van De sandwich door. Elke uitzending is (ook al sinds jaren) als podcast te beluisteren.

Veel kleinkunstliedjes, afgewisseld met hier en daar een conference of light verse. Vaste onderdelen: het Eigen Veertje (een lied dat speciaal voor deze aflevering geschreven is) en Het Pareltje van Piet, opgedoken uit het archief van Beeld en Geluid. Vaak betreft het een onbekend nummer of een onbekende uitvoering van het nummer. Voor de speellijst van de afleveringen raadplege men de website.

De presentator, Kick van der Veer, is enthousiast en heeft bewonderenswaardig veel kennis. Hij wisselt bekende liederen/conferences af met minder bekende of onbekende en durft in zijn keuze soms controversieel te zijn, maar toont zich dan tegelijkertijd begripvol voor mensen die dat tegen de borst stuit. Hij is chronisch positief (zonder week te worden), zodat je altijd met hem meegaat in de uitzending.

De Eigen Veertjes hebben al veel pareltjes opgeleverd van bijvoorbeeld Katinka Polderman, Jan Beuving, Johan Hoogeboom, Dominique Engers. In de zomeruitzendingen is er Het klasje van George, waarin George Groot commentaar geeft op teksten, soms van beginnende tekstschrijvers. Niet altijd stelt dat commentaar even veel voor, maar soms is er ook weinig commentaar op de teksten te leveren.

Op de Wereldomroep behandelde Jan Kok heel lang het cabaret, maar die omroep bestaat niet meer. Er zijn heel wat podcasts waarin gesproken wordt met cabaretiers. Eerder schreef ik over De mens achter de lach, maar er zijn ook zeker drie andere podcasts met dezelfde formule. Daar kom ik later op terug.

Podcasts die gevarieerd liederen en conferences laten horen zijn er veel minder. Echte concurrentie heeft Andermans Veren eigenlijk niet. Luisteren dus!

Joop Café

Joop Café is een podcast van joop.nl, een opiniesite, vroeger van de Vara en nu van omroep BNNVARA, waarna de URL van de site joop.bnnvara.nl is geworden. Er zijn intussen al meer dan honderd afleveringen, dus de podcast draait al even mee. 

De actualiteit is altijd de aanleiding en meestal worden er enkele onderwerpen per uitzending besproken. Aanvankelijk was er een duopresentatie: Fransisco van Jole en Joyce Brekelmans waren het vaakst te horen, maar geregeld schoof ook Han van der Horst aan. Alle podcasts vind je op deze pagina.

De twee gesprekspartners vormden een goede mix. Mijn houding tegenover de rol van Brekelmans is  ambigu. Ze kon af en toe flink doordraven (waarna haar uitlatingen door de wat rustiger Van Jole weer genuanceerd moesten worden). Soms is er bij mij lichte ergernis over haar taalgebruik. Zo spreekt ze (minstens de helft van de keren) het woord 'journalistiek' uit als 'journistiek', zoals indertijd Marli Huijer het altijd had over 'fisofie' als ze 'filosofie' bedoelde. Verder zal Brekelmans iets bijvoorbeeld niet als 'vreemd' benoemen, maar meteen als 'super raar'. Modieus taalgebruik dat de informatievoorziening soms iets in de weg zit. 

Maar goed, vaak is ze wel goed geïnformeerd en over Amerika heeft ze wel heel veel informatie, die ze ook nog helder verwoordt. En misschien koester ik mijn lichte ergernis ook wel. Ik ben in ieder geval nooit afgehaakt. 

Veel van het bovenstaande is in de verleden tijd geschreven, want de podcast is nogal veranderd in de loop van de tijd. Er is ook een periode geweest dat gekeken werd naar de site Joop. Als er op een artikel extreem veel reacties kwamen, werden die reacties besproken met de schrijver van het artikel. 

Tegenwoordig gebeurt de presentatie door een enkel persoon, die telefonisch contact heeft met iemand over een heikele kwestie. Het geluid van de telefoonlijn is niet optimaal en een gesprek met twee mensen die elkaar zien is toch levendiger. Het zal wel een bezuinigingskwestie zijn, maar de podcast heeft daar toch een beetje onder geleden. 

Joop Café is een aardige podcast. Het is een podcast uit de linkse hoek en daar is niks mis mee. Mensen die ernaar gaan luisteren, weten wat voor soort meningen ze kunnen verwachten. Bovendien gaat het niet om de meningen, maar om de argumenten en er wordt (meestal) niet zomaar wat geroepen in de podcast. Probeer maar eens, zou ik zeggen. 

maandag 26 augustus 2019

De hond in de pot (Lindeboom/Wiesman/Zuidema)


Misschien klopt mijn waarneming niet, maar ik heb sterk de indruk dat de kennis van spreekwoorden en gezegden behoorlijk snel afneemt. Verhaspelingen van uitdrukkingen zijn dan ook aan de orde van de dag. Soms levert dat weer iets nieuws op wat gangbaar kan worden. 'Dat is een eitje' en 'voor een appel en een ei' werden zo wellicht 'appeltje-eitje'.

Elk initiatief om de kennis van spreekwoorden levend te houden juich ik toe. Een tijdje terug kreeg ik op dat gebied een leuk boek cadeau: De hond in de pot, 50 spreekwoorden en gezegden gefotografeerd, van Tosca Lindeboom, Annette Wiesman en Astrid Zuidema. Aangezien het uitgekomen is bij uitgeverij Ploegsma (in 2015), ga ik ervan uit dat het voor kinderen is bedoeld.

Inleiding

De kous op de kop krijgen
Voor in het boek is een inleiding opgenomen, waarin het verschil wordt uitgelegd tussen spreekwoorden en gezegden en dat we ook spreekwoorden hebben overgenomen uit andere talen. Niet alles in de inleiding klopt. Zo staat er dat er ook moderne spreekwoorden zijn zoals 'de zaak gaat voor het meisje'. In deze vorm zal dat misschien recent zijn, maar 'zaken gaan voor het meisje' is op Delpher al voor 1900 te vinden.

Er wordt ook nog opgeroepen om varianten op spreekwoorden te maken ('De beste voetballers zitten voor de buis'), maar twee van de drie voorbeelden die genoemd worden zijn niet zo geslaagd en de site waarnaar verwezen wordt, blijkt niet meer te bestaan.

Foto's

Dan volgen er vijftig spreekwoorden en gezegden. Van elk spreekwoord is een foto gemaakt en die is vaak erg leuk. Van speelgoedbeestjes en -poppetjes is er een tableau gemaakt dat gefotografeerd is. Er zitten enkele zeer treffende bij.

Er is ook wel iets op af te dingen: bij 'boter op het hoofd hebben' is er een figuurtje afgebeeld dat een kuipje margarine op het hoofd heeft en bij 'een bord voor de kop hebben' moet dat bord van hout zijn, lijkt me. Bij 'elk vogeltje zingt zoals het gebekt is', is er een oude radio te zien, die voor kinderen waarschijnlijk niet als zodanig te herkennen is. Maar de meeste foto's zijn duidelijk en ook nog grappig.

Er is niet alleen gekozen voor oude spreekwoorden en gezegden, maar ook voor nieuwe, zoals 'daar zakt mijn broek van af'. In de uitleg daarbij had ook best verwezen mogen worden naar het oudere 'nu breekt mijn klomp.
Het gras is altijd groener bij de buren

Uitleg

Bij elke foto staat de betekenis en een zin waarin de bewuste uitdrukking gebruikt wordt. Bijvoorbeeld: 'Na al dat huiswerk gaan we samen de bloemetjes buiten zetten' of 'Vertel nou eens rustig je verhaal en spring niet zo van de hak op de tak.'

Daarna wordt verteld waar het spreekwoord vandaan komt. Meestal klopt die informatie. Een enkele keer had ik zo mijn twijfels. Dat 'onder één hoedje spelen' ook maar iets maken zou hebben met je vermommen door een hoed op te zetten, lijkt me sterk. De verwijzing naar de geest bij Aladin die zo groot was dat hij tot de wolken reikte, lijkt me ook niet correct.

Bij het woord 'feestvarken' wordt er verteld dat je dat woord zo lekker kunt uitspreken 'met die F en die V: ffffeestvvvvarken.' Waarom dat nu zo lekker is om uit te spreken wordt me niet duidelijk. Bovendien spel je het woord wel met een 'f' en een 'v', maar door de 't' spreek je de 'v' uit als 'f'.

Leerzaam

Op zwart zaad zitten
De stukjes zijn leerzaam, vooral voor kinderen. Ook voor volwassenen zal er
nog wel nieuwe informatie in te vinden zijn. Dat 'kat' in 'kat in het bakkie' oorspronkelijk te maken had met geld, was mij bijvoorbeeld onbekend.

Natuurlijk miste ik een stel bekende spreekwoorden, maar wie maar de ruimte heeft voor vijftig spreekwoorden en gezegden moet natuurlijk keuzes maken. Ik kan mij ook nog voorstellen dat er spreekwoorden afgevallen zijn, omdat ze moeilijk te visualiseren waren, maar misschien onderschat ik hiermee de makers. Voor enkele andere hebben ze namelijk wel heel originele oplossingen gevonden.

De uitdrukking 'een koe in de kont kijken' kende ik in deze vorm niet. Wel als reactie, wanneer het heeft over achteraf. Dan kan er gereageerd worden met: 'Ja, achteraf. Achteraf kijk je een koe in de kont.' Ook 'een dood paard aan een boom binden' (overdreven voorzichtig zijn) kende ik niet.

De hond in de pot is zonder meer een leuk boek. De aansprekende foto's zullen de kinderen wellicht extra helpen om de spreekwoorden te onthouden.

vrijdag 23 augustus 2019

Podcast: CIP



Tijdens het zoeken naar podcasts voel ik me soms als iemand die op een rommelmarkt in dozen met boeken zoekt: je komt boeken tegen die je al gelezen hebt, boeken die je wel kent maar niet hoeft te lezen en ook boeken waarvan je nog nooit gehoord hebt en waarvan je ook niet weet wat je ermee aan moet.

Zo stuitte ik onlangs op de podcast CIP, een podcast die gemaakt is door christenen. Nooit eerder van gehoord. De bijbehorende website is gemakkelijk te vinden, maar daarop staat geen statement waarin duidelijk wordt met wat voor christenen je te maken hebt. Als het er wel staat, heb ik het zo gauw niet gevonden.

Zelfs waar de afkorting voor staat, was me niet meteen duidelijk. Bij het googlen kwam ik betekenissen tegen als Centrum Integrale Pschychiatrie en Cleaning In Place, maar gelukkig ook Christelijk Informatie Platform en dat zal het wel zijn.

Veel afleveringen

Voor wie zich helemaal wil onderdompelen in de christelijke podcast: er zijn intussen al meer dan negentig afleveringen online gezet. Een aflevering duurt meestal tussen een half uur en drie kwartier, wat ik een aangename lengte vind. Om mij een beeld te vormen heb ik tot nu toe een kleine twintig afleveringen in hun geheel beluisterd.

Laat ik beginnen met te zeggen dat ik met plezier geluisterd heb. Meestal zijn er twee presentatoren die met elkaar drie onderwerpen bespreken die actueel zijn in het christelijke wereldje of die aan de orde geweest zijn op de site van CIP. Op die site staan namelijk veel artikelen, columns en video's, die voor een deel door jan en alleman te lezen of te bekijken zijn. Wil je alles bekijken, dan moet je lid worden.

De presentatoren worden in de meeste gevallen alleen aangeduid met hun voornaam en het zijn allemaal (jonge, schat ik in) mannen. Hoewel de onderwerpen ook ernstig kunnen zijn, is de toon meestal vrij vrolijk en luchtig, wat niet ten koste gaat van de serieuze behandeling van het onderwerp.

Onderwerpen

Soms gaat het over zaken die in bepaalde kerkgenootschappen spelen (de vrouw in het ambt, opkomst evangelische gemeenten, pinkstergemeenten die van kerkleden tien procent van hun inkomen vragen), soms over politiek (met vooral aandacht voor SGP, ChristenUnie en -vreemd genoeg- ook Forum voor Democratie), soms over andere zaken in de actualiteit (van Zwarte Piet tot de aanslag in een tram in Utrecht).

In de podcasts heb ik veel nieuws gehoord. Veel van wat ter sprake komt, speelt zich namelijk af buiten de bubbel waar ik blijkbaar in leef. Nooit gehoord van een docent die een bekeerling gedoopt heeft in het IJsselmeer of van een gospelzangeres die uit de kast is gekomen. Ik schrijf nu 'gospel', wat voor mij een containerbegrip is, maar in de christelijke muziek zijn de onderverdelingen subtieler. Misschien had ik wel 'worship' of nog iets anders moeten schrijven.

Ook de zanger Marty Sampson zit in die hoek. Nog nooit had ik zijn naam gehoord, maar blijkbaar heeft hij opzien gebaard: op zijn instagramaccount heeft hij bekend dat hij zijn geloof is kwijtgeraakt.

Het feit dat veel over voor mij onbekende zaken gaat, is ook wel eens lastig. Zo dacht ik een van de presentatoren te horen vertellen dat hij in Heelsum naar de kerk ging. Pas toen het woord enkele keren terugkwam, hoorde ik dat hij 'Hillsong' zei.

Onverdraagzaamheid

Wat me verbaasd heeft, is de onverdraagzaamheid die er blijkbaar bij sommige christenen is. Op sociale media (Twitter wellicht, maar misschien ook wel sommige fora) liegen de reacties er niet om. De zangeres die ik net noemde, had lang geworsteld met haar homoseksualiteit en geprobeerd die te onderdrukken, maar uiteindelijk lukte dat niet meer. Toen ze dat openbaar maakte, heeft ze bergen stront over zich heen gekregen.

Hetzelfde gebeurde na de dood van Klaas Hendrikse, 'de atheïstische dominee', schrijver van het Geloven in een God die niet bestaat. De man overleed en kreeg nog allerlei trappen na. In dit soort gevallen was de christelijke naastenliefde ver te zoeken. In de podcast wordt trouwens rigoureus afstand genomen van deze liefdeloze reacties. Ze worden uitdrukkelijk afgekeurd, wat me eigenlijk niet meer dan logisch lijkt.

Richting

De presentatoren zijn het niet altijd met elkaar eens en dat verbloemen ze niet, wat alleen maar prettig is. Blijkbaar is er ruimte voor discussie en hoeft niet ieder op dezelfde lijn te zitten. Maar is er toch een soort gemiddelde lijn aan te geven? In welke hoek moeten we de CIP'ers zoeken?

Eerlijk gezegd is me dat niet helemaal duidelijk. Ik schatte ze in als wat evangelisch, maar ik hoorde ook dat er iemand zei dat in evangelische gemeenten wel erg op de emotie werd gespeeld en dat dat wel eens ten koste ging van de diepgang, wat weer duidt op enige afstand van de evangelischen.

Een dominee van de gereformeerde gemeente had beweerd dat opwekkingsmuziek botst met de prediking van wet en evangelie. De eerste reactie was dat de dominee afgegaan was op zijn vooroordelen, maar toen een van de CIP-medewerkers in gesprek ging met de dominee bleek die zich juist heel erg verdiept te hebben in de opwekkingsmuziek.

Niet prekerig

In de podcast staan de CIP'ers open voor veel: ze willen graag ook de andere kant horen en nemen mensen met wie ze het niet eens zijn serieus. Meestal is de podcast ook niet prekerig en gelukkig ook niet altijd stellig, maar eerder onderzoekend. Wel is de christelijke overtuiging duidelijk en wanneer een presentator iets beweert over het geloof kan de andere ineens instemmen met een luid 'Amen', wat je tegenwoordig blijkbaar uitspreekt met de klemtoon op de laatste lettergreep: Amén!

Een enkele keer blijkt uit een bijzinnetje dat er niet altijd begrip is voor de meest orthodoxe kerken (gereformeerde gemeente en dergelijke) en aan de andere kant werd ook Franca Treur in een enkele zin weggezet ('Het gaat ook wel eens mis, zoals je ziet aan Franca Treur') en wordt een andere schrijfster verheven tot 'de christelijke Franca Treur', met wie het blijkbaar niet is misgegaan.

Natuurlijk komen er meningen langs die mij tegen de borst stuiten. Over de bootvluchtelingen ('economische vluchtelingen'): 'Van mij mogen die bootjes rechtsomkeert maken,' maar dat maakt dan ook weer duidelijk waar je zelf staat. Van de 'linksheid' van de ChristenUnie moeten de presentatoren weinig hebben. 'Groen Links met de Bijbel' wordt de partij genoemd en over het kamerlid Carla Dik-Faber: 'Alles is links aan die vrouw'. Daar moet ik dan wel weer om grijnzen. Groen Links is trouwens heel fout in de ogen van CIP'ers.

Waarschijnlijk blijf ik voorlopig nog wel luisteren naar de podcast: ik blijf op de hoogte van waar men zich in de  christelijke wereld (of in ieder geval in een bepaald deel ervan) druk over maakt en dat wordt op een prettige toon verteld, vaak ook wel met de nodige humor. Wat me minder aanstaat, neem ik dan maar op de koop toe.


Podcast kort

Weer twee korte signaleringen: een podcast met veel jazzmuziek en een met documentaires.


All that jazz

Voor wie van jazz houdt, is All that jazz een aanrader. Twee uur jazz per week en bij elkaar zijn dat heel wat afleveringen. Je vindt ze hier.

De presentator is Willem Habers, die overkomt als een gezellige man, die ook nog kijk heeft op de muziek. Hij dringt zichzelf nooit op de voorgrond; het gaat altijd om de jazz.

De podcast blijkt ook als programma uitgezonden te worden op een lokaal radiostation: Enschede FM. Een enkele keer wijkt de formule iets af, als er bijvoorbeeld gasten zijn die hun eigen LP's of cd's mogen draaien, maar meestal is het gewoon lekkere jazz, met korte verbindende teksten.

Al enkele jaren ben ik geabonneerd en ik heb nog geen aflevering overgeslagen. Lekkere muziek, leuke presentatie. Aanbevolen!

Radio Doc

Documentaires - altijd leuk om naar te luisteren en het radioprogramma Radio Doc heeft in de loop der jaren al heel wat mooie documentaires uitgezonden. Je vindt ze hier. De documentaires kom je soms ook weer tegen bij andere podcasts als Nooit meer slapen of Parel Radio of OVT. Dat is natuurlijk geen probleem. 

Aanvankelijk was in Nederland een podcast eigenlijk niet anders dan een radioprogramma dat je later nog eens terug kon luisteren. Bij de bespreking van podcasts dreigen dit soort podcasts wel eens over het hoofd gezien te worden en dat is jammer. Sommige van die podcasts zijn immers, als radioprogramma of als podcast, zeer de moeite waard.

Radio Doc heeft intussen een indrukwekken archief, van enkele honderden uitzendingen. Daar zit altijd wel wat tussen, lijkt me. Natuurlijk verschillen de documentaires onderling nogal, van heel persoonlijk tot onderzoeksjournalistiek, maar dat is ook het aardige ervan. 

Nu worden wekelijks podcasts ten gehore gebracht die door jonge podcastmakers zijn gemaakt. Zij dingen mee naar een podastprijs. 

Je kunt je op de podcast abonneren (wat ik al jaren geleden heb gedaan), maar je kunt er ook uitpikken wat je aanstaat en die downloaden. 

donderdag 22 augustus 2019

Race tegen de klok! (Olivier Marin/Jérome Phalippou)


Veel strips verschijnen in reeksen. Als het goed is, zijn de verschillende albums los van elkaar te lezen, maar wie de hele reeks volgt, krijgt een vollediger beeld van bijvoorbeeld de hoofdpersonages en is vertrouwd met de setting, die een nieuwe lezer nog helemaal moet leren kennen.

De reeks De avonturen van Betsy kende ik nog niet. Nu is het derde deel verschenen, Race tegen de klok! De hoofdpersoon, Betsy Haller, is in dienst van de rijke Fritz Schlumpf. Hij is een amateurracer en autoliefhebber en Betsy spoort voor hem bijzondere auto's op. In deel 2 van de reeks, Het zilveren spoor was dat 'een elegante en zeldzame Rolls-Royce Silver Ghost uit 1921.'

Dat komen we te weten doordat er op de binnenkant van het voorplat en op het schutblad van het nieuwe album twee pagina's afgedrukt staan van het al dan niet fictieve blad Auto-Revue uit augustus 1963. Je zou zo'n krantachtig gedeelte over kunnen slaan, maar je gaat dat toch lezen en voor je het weet zit je in de reeks. Jammer genoeg zit er in dit gedeelte een flinke uitglijder van de vertaler: 'niet in het minst' in plaats van 'niet het minst', waardoor er in de zin het tegengestelde staat van wat er bedoeld wordt. Maar goed, daar laten we ons plezier niet door vergallen.

Talbot Lago

In dit derde deel spoort Betsy een Talbot Lago 26C op voor Fritz Schlumpf. Omdat hij daarmee wil racen in de Vogezen, gaat Betsy stiekem met de Talbot over de grens om alvast het parcours te verkennen. Dat heeft grote gevolgen: ze wordt verdacht van staatsgevaarlijke activiteiten en wordt zelfs gearresteerd. Verder blijkt er iemand te zijn die wel erg op haar lijkt en er dreigt ook nog iemand uit de weg geruimd te worden.

Verwikkelingen te over dus en natuurlijk komt het uiteindelijk allemaal goed, maar als lezer ga je altijd mee in de mogelijkheid dat het allemaal ook flink mis had kunnen gaan.

Race tegen de klok! gaat over racewagens, wat geen garantie is voor vaart in het verhaal, maar in dit album hoeft de lezer zich niet te vervelen. Betsy heeft lange tijd niet in de gaten in welk spel zij als pion is ingezet, maar ze is in ieder geval van plan om zelf actie te ondernemen en dat doet ze voortvarend. De vraag is wel of ze nog op tijd is.

De lezer blijft geboeid omdat hij met dezelfde vragen zit en omdat hij onvoorwaardelijk sympathie heeft voor Betty. Ze loopt rond als mooie, jonge vrouw in een mannenwereld (de tekenaar laat geen kans onbenut om haar benen onder onze aandacht te brengen) en de band tussen haar en haar vader (monteur bij Fritz Schlumpf) roept empathie op. Vader zal er alles voor doen om te zorgen dat 'zijn meisje' niets overkomt.

Auto's

Net als in de albums over Brian Jones is er voor de autoliefhebber veel te genieten in Race tegen de klok! Ten eerste speelt het verhaal zich af in 1963, dus in de straten van de stad rijden allerlei auto's die in die tijd gangbaar waren. Daarnaast zijn er veel oudere racewagens te bewonderen.

Aan het eind van het album is er een bonusgedeelte, waarin de auto's in het zonnetje worden gezet die van belang zijn voor het verhaal. Naast de Talbot is dat een Maserati uit 1948 en een Mercedes uit 1937. Van elke auto wordt het aantal cilinders genoemd, de cilinderinhoud, het vermogen en de topsnelheid. Verder een foto van elke auto en een (niet geïnkte) kleurentekening met Betty en/of Schlumpf bij de auto.

het haar op de schedel geplakt
Race tegen de klok! is onmiskenbaar een leuke strip. Het scenario van Olivier Marin zit goed in elkaar en houdt de aandacht vast. Je zou kunnen zeggen dat wel strak wordt vastgehouden aan de formule van een avonturenstrip: iemand heeft een missie, ondervindt problemen, maar slaagt uiteindelijk. Maar de lezer die vermaakt wil worden, vindt dat zeker voldoende. Hij weet ook wel dat het uiteindelijk goedkomt. De spanning zit erin dat je niet vooraf en in de loop van het verhaal weet hoe het in vredesnaam allemaal goed moet komen.

Tekeningen

De tekeningen van Jérome Phalippou zijn prettig: de personages bewegen natuurlijk, er is veel wisseling van decor en de auto's zijn met aandacht getekend. Ook het inktwerk trekt de aandacht. In sommige tekeningen wordt een lijn net dikker aangezet, waardoor de afbeelding wat meer spreekt. Het pakt overigens niet altijd goed uit: soms wordt een haargrens met een vrij dikke lijn gemarkeerd, waardoor het haar op de schedel geplakt lijkt. Maar vaker werkt de lijn juist goed.

Ten slotte is de inkleuring van Fabien Alquier mooi bescheiden, maar wel effectief. Nooit wordt er op gemakkelijke effecten gespeel, maar de inkleuring van de blauwe Talbot is wel altijd zo gedaan dat de rondingen van de auto goed uitkomen. Geen dramatische schaduwwerkingen, geen pogingen zich op de voorgrond te dringen. Alles in dienst van het verhaal.

Race tegen de klok is een onderhoudende strip: spannend, met hier en daar de nodige luchtigheid. Geschikt voor een vrij groot publiek en niet alleen voor wie nostalgisch oude auto's wil bekijken. De heldere verhaallijn en de dito tekeningen maken de strip voor iedereen toegankelijk.

Reeks: De avonturen van Betsy
Deel 3: Race tegen de klok!
Scenario: Olivier Marin
Tekeningen Jérome Phalippou
Inkleuring: Fabien Alquier
Uitgever: Silvester
Den Bosch 2019, 56 blz. hardcover, € 17,95