maandag 17 juni 2019

Podcast: Klassieke mysteries


Al grasduinend kom je podcasts tegen waarop je niet bedacht bent. Dat zijn er altijd meer dan waar ik aandacht aan kan besteden. Ik noem er even enkele, zodat iedereen zelf al kan zoeken: De Zonnekoning; Suske en Wiske, De perfecte podcast; De Blankenbergetapes; De Dikvoormekaarshow.   Mogelijk kom ik er later op terug, maar pin me er niet op vast.

Tijdens het struinen stuitte ik op Klassieke mysteries. Ik las kort de omschrijving en ging luisteren, zonder me vooraf erg in de podcast te verdiepen. Die moet zich toch tijdens het luisteren bewijzen.

In Klassieke mysteries gaan Rebecca van der Weijde en Ab Nieuwdorp dieper in op enkele onduidelijkheden in het leven van componisten. De hele podcast bestaat uit maar drie afleveringen en er wordt in het midden gelaten of er nog een vervolg komt. Tot nu toe boog het tweetal zich over drie zaken: de dood van Mozart; wat er met het lichaam van Haydn is gebeurd na diens dood; de vraag of Beethoven vergiftigd is.

Taakverdeling

De taakverdeling is duidelijk: Nieuwdorp is de deskundige, die op rustige toon vertelt wat hij weet en Van der Weijde is de nieuwsgierige journalist die tijdens het verhaal van Nieuwdorp 'Jeetje!' zegt, enkele vragen opwerpt en zelf ook op zoek gaat naar antwoorden. Het tweetal gaat samen op reis om plekken te bezoeken die in het leven van de componist van belang waren.

Ik heb het idee dat Van der Weijde zich onwetender voordoet dan ze is en dat is een beetje flauw. Je hebt het idee dat je als luisteraar niet helemaal serieus wordt genomen. Maar mijn lichte ergernis komt misschien ook doordat haar taalgebruik bij vlagen tegen het populaire aan hangt, waarbij een samenvatting ineens een 'recap' heet en iets niet 'fascinerend' is maar 'superfascinerend'. Daarbij hoort waarschijnlijk het van tijd tot tijd onzuiver uitspreken van de klinkers, waardoor de componisten ineens 'Mauzart' en 'Beethauven' heten. Maar soms ook gewoon 'Mozart' en 'Beethoven'.

Reportages

Het zijn kleine ergernisjes, opgeroepen door de frik in mij. Er is ook veel interessants in de podcast, zoals de reportages op locaties in bijvoorbeeld Wenen of de gesprekken met deskundigen, om een hedendaagse duiding te geven aan aandoeningen die de componisten indertijd hebben gehad.

Toen ik, vlak voor het tikken van dit stukje, wat over de podcast opzocht, verbaasde het me dat ik uitkwam bij Radio 4. Die zender ken ik voornamelijk van de podcast Het zondagochtendconcert, waar nog echt de muziek centraal staat, maar ik heb begrepen dat Radio 4 zich al lang niet meer uitsluitend met de muziek bezighoudt en dat er ook al tijd is voor actualiteiten. Vreemd, want er zijn genoeg andere manieren waarop een luisteraar die tot zich kan nemen.

Doelgroep?

Ik vraag me af welke doelgroep Klassieke mysteries beoogt: liefhebbers van klassieke muziek? Maar dan gaan de makers bij tijden wel erg door de knieën. In een tussenzinnetje wordt zelfs uitgelegd wat een allegro is en bij de introductie van Mozart beperkt men zich tot de drie muziekstukken die iedereen al kent. Voor kinderen is het taalgebruik net weer niet simpel genoeg en voor jongeren is het programma misschien te traag. Eigenlijk weet ik het gewoon niet.

Het persen van de onderwerpen in de mal van de mysteries doet wat onnatuurlijk aan. Het lijkt erop dat de makers het idee hebben dat het onderwerp daardoor interessant gemaakt moet worden, terwijl er genoeg mensen zijn die gewoon willen weten wat er gebeurd is, zonder dat er gedaan wordt alsof Beethoven door vergiftiging om het leven gekomen zou zijn. Ook op dit gebied hadden de luisteraars serieus genomen moeten worden: ik neem aan dat het geïnteresseerde volwassenen zijn.

Korte muziekfragmenten

Die kunnen ook best wat literatuurverwijzingen verstouwen. Waarom is er bij de vragen over de twee schedels van Haydn geen enkele keer verwezen naar de dikke roman van Theun de Vries Het hoofd van Haydn? En voor een podcast van een klassieke zender zijn de muziekfragmenten schandalig kort.  Dat doet de Belgische zender Klara veel beter. Ook bij podcasts die niet in de eerste plaats over muziek gaan, zoals Venezia. Juist door de muziek kan de tijd waarover de podcast gaat goed opgeroepen worden.

Toegegeven, er wordt wel verwezen naar een speellijst op Spotify, wat in ieder geval een goede zaak is, maar juist in de podcast zelf hoort de muziek van de betreffende componist ruim opgenomen te worden.

Onduidelijke positionering

Er zitten best goede kanten aan Klassieke mysteries maar als geheel overtuigt het me niet. Dat komt, vermoed ik, door de onduidelijke positionering. Ik denk dat de podcast meer potentie heeft: daartoe zou het wat opgelegde patroon van de mysteries weg moeten: gewoon duiken in leven en sterven van componisten (zoals bijvoorbeeld Venezia in een van de afleveringen doet) en de luisteraar zou serieus genomen moeten worden. Die weet best al wat en diens aandacht hoeft niet met trucjes vastgehouden te worden. Als een podcast inhoudelijk interessant is, blijft de luisteraar er wel bij.

Misschien moet er ook iets gedaan worden met de verbindende teksten, die nu vrij schools voorgelezen worden. Die zouden ongescript verteld kunnen worden.

Wie weet komen er ooit nog afleveringen over het gepekelde hart van Chopin en over de mogelijke zelfmoord door cholera van Tjsajkovski. De afleveringen over Mozart, Haydn en Beethoven hebben we in ieder geval. Er moet nog meer mogelijk zijn.

Lees meer op de site van de podcast.

Ab Nieuwdorp en Rebecca van der Weijde, op een foto die het probleem van de podcast illustreert: het te weinig serieus nemen van de luisteraar. Foto gejat van de site van AvroTros.

vrijdag 14 juni 2019

Ze gaan er met je neus vandoor (Ted van Lieshout)


Ze gaan er met je neus vandoor (2018) van Ted van Lieshout begint met een gedicht, waaraan het boek zijn titel ontleent:
Er heeft vannacht een sneeuwman
in de tuin gestaan. Een konijn kwam
tevoorschijn en keek zo lief 
dat de sneeuwman ervan smolt.
Hij boog zich voorover om het konijn
teder te kussen en plotseling beet 
het beest hem in zijn neus. Het rende weg
met in zijn bek de wortel die hij uit
het gezicht van de sneeuwman getrokken had.  
Zo is de liefde. Je dénkt dat er
van je gehouden wordt, maar
ze gaan er met je neus vandoor. 
Daarna volgt een witte bladzijde en daarna weer eentje. Nou ja, als je goed kijkt, zie je in heel licht grijs onder aan die pagina staan: 'Ja? En? Hoe nu verder, dichter? We moeten dóór!'

Het blijken de letters te zijn die een dichtbundel willen vormen. Maar de dichter let niet op zijn letters. Hij heeft liefdesverdriet en ligt onder de tafel. De letters gaan dan zelf maar aan de slag, maar ze komen er niet goed uit. Ze doen een oproep: of er 'een leuk iemand' is met wie de dichter in contact kan komen.

Oorlog

Prompt doemen de letters op van een andere dichteres (Hilda Steunvoet), die in het rood zijn afgedrukt. Als die eenmaal in het boek zijn, laten ze zich echter niet meer verjagen. Het conflict tussen de rode en zwarte letters loopt hoog op en het duurt niet lang of er breekt een heuse oorlog uit.

Uiteindelijk winnen de zwarte letters, maar niet iedere letter overleeft het. Zo gaat het in oorlogen. De overgebleven letters proberen er het beste van te maken. Ze moeten immers door.


Zwart en rood

Wie bladert door Ze gaan er met je neus vandoor ziet meteen hoe fraai het is vormgegeven. De rode en zwarte letters contrasteren met elkaar. Er is grafisch duidelijk gemaakt hoe ze elkaar proberen te verdringen en hoe het conflict oploopt. Het rood is de kleur van het bloed en de oorlog en enkele pagina's lopen bijna dicht met dat rood.

Helemaal aan het eind van het boek blijkt wat het doel is. Het boek kwam uit in 2018, honderd jaar na het einde van de Eerste Wereldoorlog. Op de laatste bladzijde wordt nog iets verteld over die Grote Oorlog.

Ze gaan er met je neus vandoor is niet boek dat in de eerste plaats terugblikt, maar een boek dat in zijn opzet de oorlog thematiseert. Het boek gaat over hoe een oorlog kan ontstaan: groepen die menen rechten te hebben en die menen dat anderen daar inbreuk op maken en die daarom de confrontatie zoeken. Zo heel veel hoeft er niet te gebeuren om een oorlog op gang te brengen.

Ernst en luchtigheid

Ted van Lieshout heeft een wondermooi boek gemaakt. Eigenlijk staat het bol van de oorlog. Het is geen zwaar boek geworden, maar wel een ernstig boek. En ook een speels boek. Blijkbaar kunnen die dingen samengaan. Of misschien moet ik zeggen: Ted van Lieshout heeft het vermogen om luchtigheid en ernst samen te laten gaan, zonder dat het een ten koste gaat van het andere.

Bijna terloops komt in het boek een gedicht voor van het personage Hilda Steunvoet. Dat gedicht gaat over Ieper. Op die plaats in het boek lijkt het nog toevallig. Pas als je doorleest, merk je hoe uitgekiend Van Lieshout zijn boek in elkaar heeft gezet.

Ze gaan er met je neus vandoor is een uitstekend boek voor kinderen. En voor volwassenen. Van Lieshout doorbreekt met veel van zijn boeken grenzen: tussen beeld en tekst, tussen volwassenen en kinderen, tussen poëzie en proza. Lezen van zijn werk is altijd spannend. Heerlijk!



Meer lezen over Ted van Lieshout?
Nu in handige meeneemverpakking

vrijdag 7 juni 2019

Podcast: Vink, Dé podcastgids van Nederland



Het fenomeen podcast bestaat al een tijdje, maar pas de laatste jaren groeit het snel in Nederland. Het is leuk om zelf te ontdekken wat er allemaal is, maar de kans bestaat dat je heel veel aardigs over het hoofd ziet. Daarom is het goed dat er gidsen zijn die je op de pareltjes (echte of valse) wijzen.

Ooit besprak ik hier Oordop, waarin goede tips werden gegeven, maar die podcast staat al een jaar stil. Sinds kort is er Vink, waarin elke week drie podcasts worden besproken. De naam duidt aan de ene kant op het woord luistervink, wat zo oubollig is dat het ook weer leuk is, maar ook op het oordeel dat de makers uitspreken over een podcast, dat altijd begint met 'vink', bijvoorbeeld 'vink leerzaam', 'vink goed gemaakt' enzoverder.

Makers

De makers zijn Mischa Blok, presentatrice bij Radio 1 en verzorger van de podcast Liefdeslessen, Vincent Bijlo, die al genoemd werd bij de podcast Hallo, hier Hilversum en Stan Putman, recensent bij de Volkskrant.

In elke aflevering worden drie Nederlandse podcasts besproken. De beperking tot het Nederlandse taalgebied is handig. Ten eerste is dat gebied al best omvangrijk en ten tweede is er over Engelstalige podcasts al aardig wat te vinden.

Meestal hebben de drie recensenten elk een aflevering van zo'n podcast beluisterd (en soms meer). Dat wordt niet altijd onderling afgestemd, zodat het ook kan voorkomen dat twee van de drie dezelfde aflevering hebben beluisterd. Dat is overigens geen nadeel. Van elke podcast worden fragmenten uitgezonden, zodat de luisteraar ook zelf een oordeel kan vormen.

Typering

Ik ben behoorlijk enthousiast over Vink. In de eerste aflevering werden besproken: Man, man, man, Bright en Ik ken iemand die. Het zijn drie podcasts die ik nog nooit beluisterd heb en na deze uitzending wist ik dat ik daar ook niet naar hoefde te gaan luisteren. Het zijn geen podcasts voor mij. Ik had het idee dat de typering door drie verschillende mensen me, in combinatie met de fragmenten, aardig duidelijk kon maken wat ik kon verwachten.

In volgende uitzendingen werden ook podcasts besproken die ik wel ken, zoals De Bourgondiërs, Rauw, Tante Jos, De kofferbakmoord en De Blankenberge tapes. Ook dat is prettig, omdat je op die manier je oordeel naast dat van de besprekers kunt leggen. De typering van de podcasts komt overeen met hoe ik ze beluisterd heb. Het oordeel verschilt soms, wat alleen maar leerzaam is.

Omdenken

De podcast Omdenken heb ik niet beluisterd, maar wat ik hoorde vond ik ergerniswekkend. Mensen leggen hun problemen voor, maar er wordt eigenlijk nauwelijks geluisterd. De presentator is alleen maar bezig met zijn eigen oplossingen, die soms miskenningen van de problemen zijn. Overdreven gezegd: als iemand komt omdat zijn geliefde overleden is, krijgt hij waarschijnlijk te horen dat het voordeel is dat je die persoon nu niet meer kunt kwijtraken. Van dit soort mensen mag je geen problemen meer hebben, alleen maar uitdagingen. Het woord 'schandelijk' kwam bij me op.

De mensen met problemen in die podcast waren ook vreemd geslecteerd. Er was bijvoorbeeld een vrouw die haar leven een 8,5 waard vond. Dan zit je wel dik in de problemen natuurlijk.

Ik geef het voorbeeld om te laten zien dat je niet een uur over een podcast hoeft te praten om toch een oordeel te vormen.

Oor voor vormgeving

De drie recensenten hebben een goed oor, niet alleen voor inhoud, maar ook voor vormgeving. Of onder een gesprek een muzikaal bedje is gemonteerd, hoor je wel, maar meestal luister je er niet bewust naar. Doordat dit soort dingen bij Vink wel genoemd wordt, word je je er meer van bewust.

Over het algemeen zijn de gesprekken helder. Putmans valt nog wel eens terug op modieuze uitdrukkingen, in plaats van nauwkeurig te formuleren wat hij bedoelt. Hij gebruikt woorden als 'lame' en 'corny', waarvan ik maar even aanneem dat hij ze in serieuze krantenstukken niet zou gebruiken. Het zou prettig zijn als hij ze in de podcast ook zou nalaten.

Eerlijke kans

Het afrondende oordeel (vink technisch goed gemaakt, vink passend bij de doelgroep, vink saai) noemt altijd verschillende kanten van de besproken podcast. Elke podcast wordt serieus beluisterd, wat wil zeggen dat elke podcast een eerlijke kans krijgt.

Het volhouden van vinkenmetafoor met 'Welke eieren heeft Vink nu weer uitgebroed?' wordt na een paar uitzendingen wel flauw. Zeker wanneer het helemaal niet om uitbroeden blijkt te gaan, maar om plastic verrassingseieren die geopend worden. In ieder geval wordt die suggestie gewekt door het geluid dat te horen wordt gebracht.

Snack

In aflevering 5 werd gesuggereerd dat er ook een 'podcastsnack' als tussendoortje besproken zou worden. Ik had verwacht dat een of meer podcasts heel kort beoordeeld zouden worden, desnoods met het ballensysteem. Maar nee, het blijkt om een echte snack te gaan. Heel leuk voor de podcastmakers, maar de luisteraar die meer wil weten van podcasts heeft er niets aan. Zonde van de zendtijd.

Als ik het goed begrepen heb, is tot nu toe de podcast alleen digitaal te beluisteren geweest. Binnenkort zijn er drie heuse radio-uitzendingen. Vreemd genoeg staat daar (op het moment dat ik dit tik) niets over op de website. Daar is wel elke aflevering te beluisteren, maar de informatie is verder magertjes. Ook zou er meer overzicht mogen komen, bijvoorbeeld door even een lijstje te maken met de drie besproken titels, in plaats van die te verstoppen in een stukje tekst.

Maar een podcast moet het sowieso niet van een website hebben. Van veel websites raakte ik pas op de hoogte als ik de podcast al tijden (soms al jaren) beluisterd had. Dat beluisteren moet genoeg zijn. Bij Vink is dat ook zo. Vink handig. Vink van een prettige lengte. Vink goed gemaakt.

Bijlo, Blok en Putman. Foto gejat van de site van AvroTros
Alle besprekingen van podcasts op Bunt Blogt vind je hier. De vijfentwintig podcasts die als eerste besproken zijn, vind je in dit lijstje.

donderdag 6 juni 2019

De geesten (Yves Petry)


Altijd prettig, als een boek iets meer biedt dan een leuk verhaaltje. Wat dat betreft kun je goed terecht bij Yves Petry. In zijn roman De geesten staat een arts centraal die werkt bij Dokters Zonder Kleur, een fictieve organisatie, die erg lijkt op Artsen Zonder Grenzen. De naam van de organisatie verwijst naar de neutraliteit die in acht wordt genomen, maar misschien is de hoofdpersoon, Mark Oostermans, ook wel een beetje kleurloos.

Bij het begin van het boek komt hij terug van een missie in Afrika, waar hij verbleef in kamp Bilonga. Je komt er al gauw achter dat daar dingen behoorlijk fout zijn gegaan en dat Mark zich niet aan de voorschriften heeft gehouden. Langzaam wordt duidelijk wat er zich heeft afgespeeld.

Hulp aan een gebied dat bijvoorbeeld getroffen is door een aardbeving zou je een neutrale missie kunnen noemen: je hoeft geen partij te kiezen, want iedereen is slachtoffer. Bij Bilonga staan er twee partijen tegenover elkaar: de N'gali (christelijk) en Hiromwe (moslim). Ook dan blijft Dokters Zonder Kleur neutraal, maar je moet wel rekening houden met twee partijen. Daardoor lopen spanningen gemakkelijk op.

Idealisme

Werken in zo'n kamp is weinig opwekkend en je kunt je afvragen waarom mensen het doen. Marks collega Margot heeft het idee, of misschien wel de illusie, dat ze de wereld wat beter kan maken door het werk dat ze doet. Ze doet het uit idealistische motieven.

Tegenover haar staat de ex-jezuïet Jeroen Ullings die niet het idee heeft dat hij met zijn werk iets goed doet voor de wereld en die weinig opheeft met de wereldverbeteraars. Dat wil niet zeggen dat zijn werk daaronder lijdt, overigens. Volgens Margot moet Ullings de foute dingen zeggen om de juiste dingen te doen, maar ze vindt dat dan uiteindelijk de plaats van zo iemand niet het kamp is.

Verlichte medemens

Ulings vindt haar het toonbeeld van de verlichte medemens (die hij helemaal niet zo verlicht vindt), die keurig de geaccepteerde wetenschappelijke theorieën aanhangt, maar bij wie geen geest te vinden is. Ibrahim, gids en vertaler, noemt Ullings een man met een ziel: 'Dat zie je niet altijd bij Europeanen. Maar hij staat alleen. Dat is een gevaar, vooral voor hemzelf.'

Dat laatste klinkt ook een beetje door als het elders in de roman gaat over de kunst. Ook kunst kan gevaarlijk zijn voor jezelf. Kristien werkt in de geestelijke gezondheidszorg met jongeren. De helft ervan kampt met een gefnuikte artistieke ambitie. Ook die kan zich blijkbaar tegen de persoon zelf keren.

Over Margot, zegt Ibrahim: 'Zij denkt zoals de meeste Europeanen denken. Dat is haar kracht. Maar die lijkt minder op de kracht van de ziel. Meer op de kracht van onze jeep.' Ze doet daarin denken aan een ex-vriendin van Mark, Petra, die in alles een fysieke oorzaak zocht. Voor haar leek de geest zo goed als afwezig.

Zelfdestructie

Ullings heeft een drankprobleem. Alleen door te drinken lijkt hij zich staande te kunnen houden. Of is het drinken een vorm van zelfdestructie? Zoals Marius, iemand uit een eerder leven van Jeroen Ullings, die zich opzettelijk te pletter reed tegen een muur.

Die confrontatie met de dood zal Ullings' houding in de wereld mede bepalen. Zoals hij zelf zegt: 'In het contact met de dood is God nooit veraf, in de omgang met God vult de dood zich met existentie.' Hij verwijt 'de verlichte medemens' geestelijke fletsheid en kitscherig moralisme. Hij wil leven vanuit de waarheid en vanuit geest. Hij heeft dan ook besloten om niet meer te liegen.

En Mark? Zijn ex-vriendin Kristien verwijt hem dat hij voor Jezus speelt:
Ga jij maar knutselen en sleutelen aan het wereldleed. Je inspannen voor al die noodlijdende monden die wachten op het pilletje dat een weldoener als jij erin moet stoppen. Want daar is Afrika goed voor: om jou de kans te geven voor Jezus te spelen. Met je wonderdoos vol medicijnen. En daar hoef je niet geweldig diep over na te denken. Daar komt weinig geest aan te pas, hooguit zweet.
Het is niets geworden tussen hen en daarna is Mark naar Afrika. Misschien om er een goed gevoel aan over te houden, zoals Kristien suggereert, maar misschien ook wel om zich te bewijzen. Als Mark Afrika aankan, kan hij Kristien ook wel hebben.

Geesten

Hoewel Mark gewend is zich afzijdig te houden, staat hij dichter bij Jeroen dan bij Margot. 's Avonds zit hij vaak buiten, in het donker, onder de sterrenlucht. Al in het begin van de roman wordt er gesproken over 'de geesten van de nacht'. Zo'n plek in het donker, met de hele kosmos boven je, maakt je misschien ontvankelijker voor de geesten, zoals rationaliteit de geesten tegenhoudt.

Hij noemt zichzelf met enige ironie de uitverkorene van de nacht:
Ja, je kunt daar natuurlijk om lachen en het toeschrijven aan de gin. Dat doe ik ook, zijdelings. Maar het lijkt me daarnaast niet verboden me heel even te koesteren in de gewaarwording van een hemel die zin heeft gekregen de aarde te kussen, recht op de plek waar zich de zwelling van mijn hart bevindt.

Titel

Wat de betekenis van de titel is, is nog niet zo eenvoudig. Je kunt geesten zien als spoken, die misschien in ieders leven van tijd tot tijd opduiken. Wat er in Bilonga gebeurd is, spookt nog door het hoofd van Mark, zoals de dood van Marius door het hoofd van Jeroen spookte. Maar de geesten lijken ook te verwijzen naar alles wat de materiële (of misschien wel materialistische) wereld overstijgt.

De geesten zou je kunnen zien als een ideeënroman, maar het gaat natuurlijk ook om de gebeurtenissen. Je wilt als lezer weten wat er in Bilonga gebeurd is. In het begin van de roman krijg je al aardig wat informatie over de gebeurtenissen, maar die zakten tijdens het lezen bij mij weer weg. Om het kamp lopen de spanningen hoger op als de presidentsverkiezingen naderen. De militairen komen tot in het kamp en de tegenstellingen worden aangescherpt. Het is de vraag of het kamp en de artsen daarin dat aankunnen.

Srebrenica

Zo'n kamp in een vijandige omgeving, met arrogante militairen die geen waarde hechten aan een neutraal kamp - dat deed mij ook sterk aan Srebrenica denken.

In De maagd Marino uit 2010 (waarover ik hier schreef) is het niet zo gemakkelijk om te zeggen hoe het nu zit met de vertelinstantie. Je zou kennen zeggen dat daar Marino de verteller is, maar met de stem van Bruno. In De geesten is Mark duidelijk de verteller. Maar hier kun je je afvragen aan wie hij eigenlijk vertelt. Wie is de beoogde lezer? Pas aan het eind van het boek wordt dat, niet onwaarschijnlijk maar toch een beetje verrassend, duidelijk.

Personages

De personages hebben iets bekends voor degenen die het werk van Petry kennen: zo kwamen Kristien en haar broer Jasper ook al voor in de vorige roman van Petry, Liefde bij wijze van spreken (2015). Men zegt dat het een goed boek is, maar ik heb het niet gelezen en het hergebruik van personages was mij dus ook bij het lezen ontgaan.

De naam Jeroen Ullings zegt me wel wat. Die lijkt namelijk wel heel erg op de naam Jeroen Vullings. Dat is niet toevallig. Mark Oostermans heet bijna hetzelfde als Mark Cloostermans, die net als Vullings literatuur recenseert. De zin daarvan kon ik niet meteen ontdekken. Ik heb het dan ook maar als een onschuldig geintje opgevat. Met Mark leef je mee. Jeroen lijkt aan het begin niet zo sympathiek, maar eigenlijk draait de roman om zijn ideeën. Het lijkt er niet op dat het spel met name bedoeld is als iets kwaadaardigs.

De geesten is een degelijke roman: doordacht van opzet, stijl in orde, onderwerp dat ertoe doet. Je blijft als lezer geboeid en dat niet alleen op de momenten dat er spannende gebeurtenissen worden weergegeven, maar ook tijdens de gesprekken. Ik ben maar een enkele keer afgehaakt: bij de passage waar de getraumatiseerde Mark zich op de bosgrond uitstrekt en aarde en blad over zichzelf uitstrooit, omdat hij zich zo volledig mogelijk met het land probeert te verenigen. Dat geloof ik domweg niet.

Voor de rest: een uitdagende roman. Mocht ik door de hoge stapel boeken heen zijn die nog op lezing wacht, dan moet ik misschien toch een Liefde bij wijze van spreken aanschaffen.

zaterdag 1 juni 2019

Uur U, deel 13: Stupor Mundi


Het concept van de serie Uur U is interessant: het geven van een alternatieve geschiedenis. Daarmee wordt de werkelijke geschiedenis teruggebracht tot een van de mogelijke verhaallijnen. Soms zou er maar weinig nodig geweest zijn om gebeurtenissen anders te doen lopen.

Deel 13 van de reeks is de tweede helft van een tweeluik, waarvan Het stepperijk de eerste helft is. Daarin werd geschetst hoe Dzjengis Khan Europa dreigt te veroveren. Rome is al gevallen en de horden zullen straks verder trekken. Deel 13 heet Stupor Mundi, een fraaie titel. Het is de bijnaam van keizer Frederik II van Hohenstaufen (1194 - 1250), hij die de wereld versteld doet staan. Met Rome had de keizer niet zo'n stabiele verhouding. Maar liefst drie keer werd hij geëxcommuniceerd (hij weigerde lang om op kruistocht te gaan), waarbij hij overigens gewoon aan de macht bleef.

Vredesaanbod

Eigenlijk is in dit album niet Frederik II de hoofdpersoon. Als lezer leven we vooral mee met de monnik Willem, die samen met de houwdegen Aleksandar en een Chinese schone door Ögedei Khan (de opvolger van Dzjengis Khan) op pad wordt gestuurd met een vredesaanbod aan Frederik. De Khan zit namelijk helemaal niet te wachten op oorlog in Europa: hij heeft nog twee andere fronten, in China en in Egypte.

Vrede in Europa is hem dus wel wat waard, maar het is duidelijk dat niet iedereen daar baat bij heeft. Daarom loopt de missie gevaar en moet het drietal allerlei gevaren trotseren. Zal het uiteindelijk lukken om de opdracht tot een goed einde te brengen?

Het verhaal wordt aardig verteld door de scenaristen Fred Duval en Jean-Pierre Pécau. De tocht van het drietal is goed te volgen. Om de context mee te krijgen is er wel aardig wat tekst nodig, wat soms een beetje ophoudt.

Statische tekeningen

De tekeningen zijn van Igor Kordey, een andere tekenaar dan degene die deel 12 voor zijn rekening nam (Guéra). Ik vind het geen verbetering. Kordey kan natuurlijk wel tekenen, maar vooral bij actiescènes schiet hij tekort: hij krijgt maar geen beweging in zijn tekeningen. Ze blijven statisch.

Daar komt nog bij dat de inkleurder, Jean-Paul Fernandez, wel heel veel pagina's donker heeft ingekleurd. Je bent als lezer opgelucht als je eens een enkele keer een stukje blauwe lucht te zien krijgt.

De bladspiegel is ook merkwaardig. Doordat er gespeeld wordt met de breedte van de verschillende tekeningen en doordat tekstballonnen hier en daar doorlopen tot buiten de tekening, wordt op sommige pagina's de marge wel erg klein. In het midden is er soms nauwelijks wit voor de marge over. Niet fraai: het wordt het er allemaal nogal propperig van. Ik had graag wat meer 'lucht' gehad.

Het verhaal is trouwens spannend genoeg. Tussendoor wordt nog even Pape Jan genoemd, van wie ik nog nooit gehoord had. Het is een legendarische koning, die over een christelijk rijk in Azië geregeerd zou hebben. Hij bestond in verhalen, maar daarbuiten waarschijnlijk niet.

Koningin van Jeruzalem

Frederik II zou zichzelf nog uitroepen tot koning van Jeruzalem, maar zou niet erkend worden door de paus en verscheidene Frankische koningen. Maar dat was al in 1229. Het album Stupor Mundi speelt zich af in 1243. Om het verhaal kloppend te krijgen, moest ook de tijd aangepast worden. Zo is het dus niet gegaan, maar zo had het kunnen gaan. Er zijn vele mogelijke geschiedenissen en ze zullen voor deze serie en bijna onuitputtelijke bron vormen.

De bespreking van deel 11 en 12 van Uur U vindt u hier.

Serie: Uur U
Deel 13: Stupor Mundi
Scenario: Fred Duval & Jean-Pierre Pécau
Tekeningen: Igor Kordey
Inkleuring: Jean-Paul Fernandez
Uitgever: Silvester
's-Hertogenbosch 2019, 64 blz. € 16,95 hardcover
veel donker ingekleurde scènes
statische tekeningen

vrijdag 31 mei 2019

Podcast: Kritisch denken


Podcasts komen en gaan en sommige blijven. Hoe lang ik al naar podcasts luister, weet ik niet meer precies, maar het is in ieder geval meer dan tien jaar. In 2009 luisterde ik bijvoorbeeld al naar OVT, de opname van het geschiedenisradioprogramma van de VPRO en ook naar Kritisch denken. Dat is een podcast van de Vlaming Jozef van Giel, waarin hij het kritisch denken probeert te bevorderen en het niet-kritisch denken aan de kaak stelt.

Dat klinkt zelootachtig en misschien zit er ook wel een zekere bekeringsdrift achter, maar meestal niet op een vervelende manier. Bovendien zijn de afleveringen van deze podcast zo divers, dat elk er wel iets van zijn gading vindt. Op iTunes zijn er nog ongeveer driehonderd afleveringen te vinden, wat al heel wat is, maar dat is niet alles: de complete verzameling is te vinden op de site.

Drogredenen

In februari 2009 startte de podcast en in het begin werd er vooral veel aandacht besteed en redeneer- en onderzoeksfouten. Meestal leest Van Giel voor wat hij daarover opgeschreven heeft. Dat is niet zo swingend, maar dat geeft niet. Je luistert daar al gauw doorheen, omdat wat Van Giel te melden heeft interessant is.

Vanaf het begin zijn er tussen de lessen in kritisch denken door ook afleveringen geweest die bijvoorbeeld ingingen op kwakzalverij: homeopathie natuurlijk, maar ook acupunctuur, chiropraxie en osteopathie. Van dat laatste wordt overigens niet beweerd dat het kwakzalverij is, maar wel dat sommige osteopaten menen dat hun aanpak allerlei kwalen kunnen verhelpen zonder dat daar enige grond voor is.

Alternatieve geneeswijzen

Vroeger had je de reguliere geneeskunde en de alternatieve. Het onderscheid was gemakkelijk: wat wetenschappelijk bewezen was, was regulier en wat (nog) niet bewezen was, was alternatief. Maar de termen veranderen en de alternatieve geneeskunde gebruikt nu vaak de term 'complementaire geneeskunde'. De aanpak wordt dus niet meer gepresenteerd als vervanging (ga gerust ook naar een echte arts), maar als een aanvulling. Verwarrend is dat er reguliere artsen bestaan die iets alternatiefs erbij doen en bovendien vergoeden ziektekostenverzekeringen allerlei behandelingen waarvan niet bewezen is dat ze helpen of waarvan zelfs bewezen is dat ze niet werken. De Vereniging tegen de Kwakzalverij is in haar benaming van niet-wetenschappelijke behandelingen in ieder geval eenduidig.

Maar het scala aan onderwerpen bij Kritisch denken is veel breder dan wat ik tot nu toe genoemd heb: evolutie, genetische manipulatie, leven na de dood, broodjes aap in de psychologie, de vrije wil, Moeder Theresa, Chinese kruiden, Sigmund Freud, climategate en nog veel meer.

De opzet van de afleveringen verschilt onderling sterk. Som wordt er een (vertaald) artikel voorgelezen, soms is er een interview met iemand en dat interview kan verschillende afleveringen beslaan. Een aflevering duurt gemiddeld dertig minuten, schat ik, maar soms ook wel een uur. Daarbij worden niet alleen medestanders aan het woord gelaten. Zo is er een lang gesprek met een creationist en zijn er afleveringen waarin serieus ingegaan wordt op de vraag of religie van iemand een beter mens maakt.

Lezingen en debatten

Verder worden er lezingen en debatten weergegeven. Zo wordt er verschillende keren uitgebreid verslag gedaan van De Nacht van de Vrijdenker. In het begin waren deze opnames soms iets minder van kwaliteit, maar Van Giel heeft op dit gebied een mooie ontwikkeling doorgemaakt. Op de site geeft hij ook technische tips voor mensen die zelf een podcast willen opnemen en soms legt hij in de afleveringen ook uit hoe hij technische problemen heeft opgelost.

Die debatten en gesprekken zijn overigens altijd interessant en als interviewer doet Van Giel het goed. Hij is een aandachtig luisteraar die bovendien zich goed verdiept heeft in de mensen met wie hij praat. De keuze van de gasten wekt (bij mij) altijd interesse op

Human Resources

Je zou kunnen zeggen dat Van Giel in zijn propaganda voor een sceptische houding de onderwerpen neemt die voor de hand liggen. Ten eerste is dat niet erg, want hij weet op een heldere manier zijn punt te maken, waarbij hij zijn oordelen altijd goed onderbouwt. Ten tweede pakt hij ook onderwerpen aan waarover ik op deze manier nog weinig had gehoord, bijvoorbeeld de Human Resources, afgekort tot HR. Ook op dat gebied gebeurt veel met de natte vinger, wat verkondigd wordt als een nieuwe wijsheid. Het is terecht dat Van Giel zich afvraagt op welke grond beweringen worden gedaan.

Ik herinner me dat in het onderwijs gewerkt werd met 'voorkeurskanalen': een leerling die visueel ingesteld was (meneer, ik zie het niet), moest heel anders benaderd worden dan een leerling die auditief ingesteld was (mevrouw, bij mij gaat er geen belletje rinkelen). Er zijn dure cursussen opgezet voor leerkrachten, zonder dat er degelijk onderzocht was of dat wel iets opleverde. Toen het wel onderzocht was, bleef er weinig heel van de veronderstellingen die tot theorie waren verheven. Er zullen meer gebieden zijn waar te onnadenkend voor waar aangenomen wordt wat niet of nauwelijks onderzocht is.


Lopen met Darwin

Voordat ik deze bijdrage schreef, had ik nooit de website van Kritisch denken bezocht. Ik heb het al druk genoeg met beluisteren en heb niet de behoefte om ook nog allerlei dingen te lezen naast wat ik al lees. De site blijkt helder en aantrekkelijk vormgegeven te zijn. Er zijn aardige extraatjes, zoals de al genoemde handleiding voor het zelf maken van een podcast. Voor wie meer wil luisteren, zijn er luisterboeken via de site te downloaden. Het meest bijzondere daarbij is Lopen met Darwin, dat loopinstructies geeft; het is een trainingsprogramma. Maar tussendoor wordt bovendien Over het ontstaan der soorten van Darwin voorgelezen.

Voor degenen die niet alleen willen luisteren en lezen is er nog het kanaal op YouTube dat door Johan van Giel wordt beheerd (en gevuld). Het loont de moeite ook daar een kijkje te nemen. Er staan overigens ook filmpjes op de website.

Theepot

Het logo van de podcast is een theepot, die van Bertrand Russell, die ooit schreef:
Als ik zou stellen dat er tussen de aarde en Mars een porseleinen theepot in een ellipsvormige baan rond de zon draait, dan zou niemand het tegendeel kunnen bewijzen als ik er bij zou zeggen dat de theepot te klein is om gezien te worden, zelfs als onze sterkste telescopen gebruikt zouden worden. Als ik dan zou zeggen dat, aangezien het tegendeel van mijn stelling niet bewezen kan worden, het een ontolereerbare miskenning van het menselijk verstand zou zijn om aan mijn stelling te twijfelen, dan zou iedereen me voor gek verklaren. Maar als het bestaan van deze theepot erkend zou worden in antieke boeken, wanneer het elke zondag als de heilige waarheid wordt aangeleerd en de hersenen van kinderen ermee op school geïndoctrineerd zouden worden, dan zou afzien van geloof in zijn bestaan een teken van excentriciteit worden en zou iemand die twijfelt in een verlicht tijdperk naar een psychiater worden gestuurd, of in een eerdere tijd aan de Inquisitie uitgeleverd worden.

Kritisch denken heb ik vanaf het begin beluisterd. Ik kan me voorstellen dat mensen die de podcast nog niet kennen ontmoedigd kunnen raken door de hoeveelheid afleveringen die ze gemist hebben. Maar je kunt gewoon instappen en vanaf nu elke week een nieuwe aflevering beluisteren. Bovendien is het heel goed mogelijk om wat krenten uit de pap te pikken en in een verloren moment zomaar een oudere aflevering tot je te nemen. En degenen die er echt flink mee aan de slag willen, kunnen nog tijden vooruit. Ze wrijven zich nu al in de handen.

dinsdag 28 mei 2019

De vrouwen van Lian Ong


Waarom kende ik tot voor kort het werk van Lian Ong niet? Er is geen excuus voor. Ik noem mezelf op stripgebied een liefhebber en geen kenner en misschien is het eigen aan de liefhebber dat hij blinde vlekken heeft, maar de mijne was wel erg groot.

Zelfs de naam Lian Ong was mij onbekend. Ze debuteerde in 1989 met het album Stuifmeel, waarvoor ze een penning van het Stripschap kreeg. Het werd in 1990 gevolgd door Fatale vrouwen.

Ong zou niet lang in de stripwereld vertoeven. Ze begaf zich op het gebied van Tai Chi, waar ik maar een oppervlakkig beeld van heb en ik heb ook niet de behoefte om me er verder in te verdiepen. Ong zal goede redenen gehad hebben voor de keuze van haar weg, maar het is vanuit het oogpunt van de strip wel zonde. Dat werd me onlangs duidelijk toen ik de mooie uitgave De vrouwen van Lian Ong onder ogen kreeg.

Dramatiek

De titel bevreemdt wat: er komen wel degelijk mannen in deze heruitgave voor. In het openingsverhaal, Stuifmeel, zoekt een vrouw, Noga, een veilig heenkomen onder een bed. Het blijkt het bed te zijn van de acrobaat Roest Kardemom, een mooie man die op mannen valt. We zien hem in zijn tragiek en zijn schoonheid, door de ogen van Noga. Daar zit behoorlijk wat dramatiek in en je zou kunnen zeggen dat Kardemom wel erg zwelgt in zijn moeilijkheden en ook dat het verhaal in enkele passages traag wordt, maar als lezer zit je je vooral te vergapen aan de tekeningen van Lian Ong.

Ze heeft een heerlijk los lijntje, dat tegelijkertijd trefzeker is. Achter in deze uitgave zien we veel potloodschetsen, die behoorlijk gedetailleerd zijn. Blijkbaar had ze die nodig om zich aan vast te houden, maar als ze eenmaal het penseel in handen heeft, werkt ze mooi losjes. De tekeningen zijn in zwartwit; er is geen kleur die afleidt van de essentie.

De zwarten zijn meestal aangebracht met het penseel, de grijzen met een fijn raster. Steeds de losheid in combinatie met de beheersing en in alles een enorme souplesse. Lekker getekend.

Symboliek

De titel, 'Stuifmeel', verwijst naar de bevruchting, zeg maar de bloemetjes en de bijtjes. Die worden ook letterlijk getekend bij het weergeven van vrijscène . Dat is me te zoet en te nadrukkelijk symbolisch. In het dossier zijn stukjes uit interviews opgenomen, waarin Ong reageert op mensen die de bloemetjes klef vonden en ze vindt het jammer dat niemand de symbolische betekenis ervan zag. Dat laatste lijkt me sterk. Juist een verhaal dat 'Stuifmeel' heet, wijst nogal nadrukkelijk naar die symboliek. Te nadrukkelijk, lijkt me.

Maar de tekeningen zijn heerlijk. Ook in de volgende verhalen, waarbij 'Sisters of mercy' een afwijkende stijl heeft, zijn het vooral de tekeningen die de aandacht vragen. De scenario's zijn niet altijd geslaagd. 'Femme fatale' laat ons de reactie zien van een vrouw op een paar potloodventers. Dat is bepaald niet origineel. En ook 'Lustobject' is mager qua idee. Beter is 'Hoop' en als uitsmijter krijgen we het grappige verhaal 'Uitsmijter'.

Dossier

In het dossier een interview uit ZozoLala, veel schetsen voor Stuifmeel en een kort nawoord van Ibrahim R. Ineke. Als extraatje is er een losse prent, waarvan je zelf een aankleedpop kunt knutselen.

Het is mooi dat het werk van Lian Ong er weer is, in een uitgave die recht doet aan het werk. Niet elk verhaal is even sterk, maar de tekeningen zijn geweldig.

Titel: De vrouwen van Lian Ong
Tekst en tekeningen: Lian Ong
Uitgever: Sherpa
Haarlem, 2019; 144 blz. € 35,00. Groot formaat, hardcover.


maandag 27 mei 2019

Urbanov Protski (De avonturen van Urbanus 183)


Urbanus is een van de oervaders van de Vlaamse comedy en hij heeft zich al op allerlei gebieden gemanifesteerd: als komiek, zanger, comedien, acteur en ook als stripscenaris van de serie De avonturen van Urbanus, die hij samen met Willy Linthout schrijft, de tekenaar van de strip. Linthout kennen we ook van de indrukwekkende graphic novels Jaren van de olifant en Wat wij moeten weten, over respectievelijk de dood van zijn zoon en zijn moeder.

De serie De avonturen van Urbanus telt intussen 183 delen. Het laatst verschenen deel is Urbanov Protski, een deel waarin er Russen verschijnen in Tollembeek, het plaatsje waar alle avonturen zich gewoonlijk afspelen.

Volwassen en kinderlijk

Urbanus lijkt uiterlijk op de komiek. Hij heeft bijvoorbeeld een baard. Tegelijkertijd is hij als stripfiguur een kind: hij gaat naar school, rijdt op een driewieler en op zijn slaapkamer ligt speelgoed. In het strippersonage komen de volwassene en het kind samen. Urbanus zou bijvoorbeeld best met de juf naar bed willen en er is ook sprake van dat hij in de politiek zal gaan. Tegelijkertijd moet hij braaf naar school.

Misschien is dat wel het ideaal van veel volwassenen: je volwassen vermogens hebben en tegelijkertijd de verantwoordelijkheden die een kind heeft. Of: volwassen zijn, maar onbekommerd kunnen spelen. Dat spelelement, het plezier maken, is eigen aan het hele oeuvre van Urbanus en het wordt ook duidelijk in de strip: die draait om de vermakelijke scènes en daar moet je de albums ook om lezen. De grote lijn is er wel, maar die is minder duidelijk en misschien ook minder belangrijk.

Misverstand

Aan het begin van Urbanov Protski is er een misverstand: er gaat het gerucht dat Urbanus in de politiek gaat. De krant meldt het en zijn ouders, Cesar en Eufrazie zijn trots. Later blijkt het op een misverstand te berusten. Urbanus is aangereden en is opgenomen in een kliniek, waar hij ook weer pech heeft: er blijkt alleen een rolstoel met vierkante wielen beschikbaar te zijn. Zo gaat het verhaal van grapje naar grapje en van misverstand naar misverstand. Voor de rest van het album is de politiekpassage niet van belang.

De Russen die in het dorp verschijnen zijn traditioneel gekleed. Je zou ook kunnen zeggen dat hier sprake is van stereotypering. Dat is ook zo, maar dat is ook de bedoeling. Door het gebruik van clichés wordt meteen duidelijk wat er bedoeld wordt: dat zijn Russen, dit zijn domme agenten, dat is een aantrekkelijke schooljuf, hier nog een pastoor die niet al te vroom is. Als iets verkeerd verstaan is, komt dat door het gestamel van 'een chinees manneke met een hazenlip'.

Dat is natuurlijk oppervlakkig, het bevordert misschien niet de inclusiviteit en zal ook wel niet maatschappelijk verantwoord zijn, maar het hoort nu eenmaal bij een strip als Urbanus, die op andere dingen focust. Je kunt bij een vechtfilm ook het verwijt plaatsen dat er zoveel geweld in voorkomt, maar het hoort bij het genre. Bij Urbanus gaat het om de min of meer gemakkelijk lach en alles moet in dienst daarvan staan.

Verstrooiing

Daar moet je wel van houden. De lezers van de Urbanusstrips zoeken verstrooiing en niet veel meer. Wie wel wat meer wil (een degelijk verhaal, een stevige thematiek), die kan terecht bij andere strips. Eerlijk gezegd is Urbanus niet direct mijn strip, maar ik kan me wel voorstellen dat mensen ervan houden. Ik heb ook niet zoveel albums van Suske en Wiske gelezen en die hebben ook een enthousiast publiek. Ieder zijn smaak.

Qua sfeer doet De avonturen van Urbanus mij een beetje denken aan Nero. Misschien door de dorpse setting en het soort personages dat erin speelt. Het zijn strips zonder regelrechte helden, maar we volgen dorpsbewoners die het een en ander meemaken. Ook het absurdisme komt in beide strips terug. In Urbanov Protski verliezen bijvoorbeeld veel mensen hun huid in een wonderlijke machine en Urbanus gaat vaak vergezeld van een tweedelige hond.

Voor alles is Urbanus een luchtige strip. De levenshouding is: wat er ook gebeurt, je moet ervoor zorgen dat je plezier hebt. De dorpsgemeenschap is een overzichtelijke wereld en misschien is dat ook wel de wereld waarin je een veilige basis hebt, zodat je je niet zoveel hoeft aan te trekken van globalisering en europeanisering. De Russen komen wel, maar de dorpsgemeenschap blijft intact. De verhoudingen blijven zoals ze altijd al waren. Er zijn ontwikkelingen, compleet met robots en laserwapens, maar wat uiteindelijk blijft is het dorp, met zijn stamcafé, zijn dorpsagenten en de dorpsgenoten die je allemaal kent.

Serie: De avonturen van Urbanus
Deel: 183, Urbanov Protski
Tekst: Linthout en Urbanus
Tekeningen: Linthout
Inkleuring: Sabine de Meyer
Uitgever: Standaard Uitgeverij
Antwerpen 2019; 32 blz., softcover, € 6,99

vrijdag 24 mei 2019

Podcast: Waarom



Er zijn al veel podcasts waarin we meegenomen worden op een zoektocht. Eerder besprak ik hier De brand in het landhuisBobDe kofferbakmoord en Tante Jos. Het is maar een greep. Ook een roman als En we noemen hem van Marjolijn van Heemstra is op die manier opgebouwd.

Nu is er weer een zoektocht podcast, waarvan onlangs het laatste (vijfde) deel beschikbaar is gekomen: Waarom. Eva Moeraert gaat daarin terug naar de jaren negentig. De achttienjarige Bjorn, ooit haar vriendje, pleegt dan zelfmoord. De bedoeling was dat hij dat samen met Tom deed, maar die overleefde het. En wie was die Tom eigenlijk? Eva kende hem niet. En altijd is er natuurlijk de waaromvraag, waar de podcast zijn naam aan ontleent.

Confrontatie

De jaren zijn eroverheen gegaan en Eva wil nu toch weten hoe het allemaal zat. Ze heeft op zolder nog correspondentie, spulletjes die aan Bjorn herinneren. Ze had alles al lang weggestopt, maar nu wil ze zich daar weer mee confronteren, hoe pijnlijk dat ook is.

Ze gaat praten met de ouders van Bjorn en met zijn vrienden en ze probeert te reconstrueren hoe het leven van Bjorn er indertijd uitzag. Eigenlijk probeert ze met terugwerkende kracht Bjorn te leren kennen in de hoop iets van hem te begrijpen.

Beoordeling

Waarom is een mooie podcast. Door alles heen voel je de betrokkenheid van Moeraert, maar ook hoe prudent ze wil omgaan met de nabestaanden. In de laatste aflevering, als wat er te weten valt zo'n beetje op tafel ligt, kijkt ze terug op de zoektocht, samen met de ouders van Bjorn. Je zou dat een soort evaluatie kunnen noemen. Het is een mooie manier om het verhaal af te sluiten.

Juist de aandacht (of misschien moet ik zeggen: de liefde) waarmee de podcast gemaakt is, spreekt aan. We leren een jongen kennen die tragisch aan zijn einde kwam. Zijn leven had tragische kanten, maar dat niet alleen. Je merkt hoe de verschillende personen een beeld van Bjorn hebben en hoe ze zelf het verhaal hebben gemaakt waarmee ze kunnen leven. Dat verhaal wordt soms opgeschud tijdens de zoektocht, maar ook dat blijkt positief te werken. Mooi gedaan!

De afleveringen van Waarom vind je op de gebruikelijke plaatsen, maar ook op de site.

dinsdag 21 mei 2019

Knipoog: Hoge hakken, echte liefde


Zaterdag 18 mei las ik een kop in NRC Handelsblad van die dag: 'Hoge hakken, echte pijn'. Het artikel was van Milou van Rossum. Een stuk over het dragen van oncomfortabel hoge hakken, in plaats van gemakkelijke flatjes.

Eerlijk gezegd heb ik niet het hele artikel gelezen. Ik voelde me niet behoren tot de doelgroep en vond het onderwerp nou ook niet direct de moeite waard. Het stond dan ook in het katern 'Leven', wat ik wel altijd doorblader, maar waarin ik bijna nooit iets aantref dat ik ga lezen, op een enkel interview na.

Een zin viel me op: die begon met 'De voeten wordt gedwongen in de verticale houding die ze volgens seksonderzoeker Alfred Kinsey ook aannemen als een vrouw opgewonden is.' De corrector zal hopelijk op zijn kop gekregen hebben voor het laten zitten van de fout. Inhoudelijk blijft de zin interessant.

Roman

Dat ik toch diagonaal door het artikel ging kwam in de eerste plaats door de kop, die mij meteen deed denken aan een boek: Hoge hakken, echte liefde (1980). Niet gelezen overigens, maar ik wist de naam van de schrijver nog: Dimitri Frenkel Frank. Ik denk dat ik het vroeger ooit als Bulkboek in bezit heb gehad.

Toen ik ging googlen werd me duidelijk dat de roman ook verfilmd, onder dezelfde titel (1981). Het scenario was van Dimitri Frenkel Frank, de titelsong was van Robert Long en de hoofdrollen werden gespeeld door Rijk de Gooyer en Monique van de Ven. De film deed het goed.

Blijkbaar is de titel nog zo bekend, dat een journalist er moeiteloos met een knipoog naar kan verwijzen: we pikken het wel op.


Knipogen

Het is overigens niet het eerst dat er naar Hoge hakken, echte liefde werd verwezen. Harrie Jekkers nam het lied 'Hoge hakken, echt koffie' op. Het verscheen op het album Yoghurt met banaan (1988), in 2009 verscheen op Geen Stijl de bijdrage 'Hoge hakken, echte ambtenaren'. Verder kwam ik tegen: 'Hoge hakken, echte jobs' (hier), en hier het bijna gelijkluidende 'Hoge hakken, echte banen'.

Wielen en diesel

Qua klank dicht bij het origineel zit 'Hoge hakken, echte wielen' (De telegraaf, 6 januari 2016). In het AD van 9 januari 2017: 'Hoge hakken, echte tennissers' en op de radio konden we 17 juni 2015 luisteren naar 'Hoge hakken, echte problemen?', dat vertelde over het onderzoek naar loopgedrag, bijvoorbeeld het lopen op hoge hakken. Mogelijk ligt dat dicht bij het artikel van Van Rossum. En als je een portret maakt van een vrouwelijke vrachtwagenchauffeur, hoe noem je dat dan? Juist: 'Hoge hakken, echte diesel.'

De verwijzingen met 'wielen' en 'diesel' zijn fraai: net zoveel lettergrepen als 'liefde' en de klank is verwant. Maar blijkbaar is dat geen voorwaarde; ook andere verwijzingen herkennen we.

Auteur overleden, titel levend

Ik denk dat we mogen concluderen dat Dimitri Frenkel Frank een goede keuze heeft gemaakt toen hij zijn boek Hoge hakken, echte liefde noemde. We zouden die titel niet meer vergeten. En de film heeft ervoor gezorgd dat de titel nog breder landde. Ik vermoed dat de titel nu bekender is dan de auteur. Die overleed in 1988; de titel leeft nog. Dat heeft Milou van Rossum goed aangevoeld.

vrijdag 17 mei 2019

Podcast: Misia


De Vlaamse omroep Klara heeft prachtige cultuurhistorische podcasts: eerder besprak ik hier de toppers Het hart van Napoleon en Venezia. Intussen ben ik begonnen aan het beluisteren van De Bourgondiërs, en De Zonnekoning, en Het verlies van België heb ik gedownload

Ik kan niet schrijven over alle podcasts van Klara die ik ken, maar ik kan ze wel noemen. Ik luisterde naar: Rubens, Luther begot!, Een gehucht in een moeras, Rebelse ritmes, Verdwaalde stad, Op wandel met monsieur Magritte, De vroolijke tocht, Napoleon, De Grote Reve Revue en De Sporen van Claus. Eigenlijk allemaal interessant. Alleen de ijdeltuit die centraal staat in Verdwaalde stad vond ik moeilijk te verteren.

Deze keer de podcast Misia: drie afleveringen van een half uur, dus gemakkelijk achter elkaar te doen. Wat een verhaal!

Halle

De podcast gaat over de vrouw Misia, die geboren werd in 1872 als Misia Godebski, dochter van een Poolse beeldhouwer en een moeder die half Belgisch, half Russisch was. Die overleed in het kraambed. Vader ging met Misia terug naar België, naar Halle. In het grote huis ademde alles kunst. Zo stonden in de salon twee concertvleugels en in veel andere ruimten stonden ook piano's.

Misia leerde pianospelen. Een van haar docenten was Fauré, die vooral lesgaf door voor te spelen. Ze zou bekend worden als pianiste, maar meer nog als spin in een sociaal web. Ze had een artistieke salon, waar werkelijk bijna iedereen kwam die er in de kunst toe deed.

Namen

Misia Sert, door Renoir. Bron: Wikipedia
Namen die voorbijkomen: Mallarmé, Proust, Verlaine, Ravel, Stravinsky, Bonnard, Villard, Toulouse-Lautrec, Coco Chanel, Renoir, Serge Diaghilev. Bij verschillende schilders is Misia nog terug te zien op de schilderijen, Proust baseerde twee personages op haar in zijn beroemde À la recherche du temps perdu, van Ravel wordt gefluisterd dat hij de vader was van een kind (of twee kinderen) dat (die) ze gebaard zou hebben, maar die opgroeiden als kinderen van haar broer.

In de podcast komt die hele wereld waarin Misia leefde dichtbij de luisteraard. Er wordt een prachtig beeld geschetst van het Fin de siècle, niet alleen door de verhalen, maar ook door de muziek die we te horen krijgen.

Memoires

Misia heeft haar memoires nagelaten en die vormen een van de uitgangspunten van de documentair, waarbij de makers zich wel afvragen hoe betrouwbaar de teksten van Misia zijn. Die makers zijn radiomaker Katharina Smets samen met musicologe Sofie Taes en componist Fredrik Neyrinck.

Die doen prachtige ontdekkingen: bijvoorbeeld een huis van Misia in Frankrijk, dat nog steeds bewoond wordt en waar er op de muren nog schetsen te vinden zijn van (een dronken?) Toulouse-Lautrec.

Misia overleed in 1950. Ze heette toen Misia Sert. De achternaam kwam van haar derde echtgenoot, de schilder José Maria Sert, van wie ze ook weer gescheiden was. Ze had een flamboyant leven achter de rug, met verschillende tragische momenten en de makers van de podcast maken dat allemaal goed invoelbaar. Aan het eind van de documentaire nemen wij ook een beetje afscheid van Misia.

Eerlijk gezegd had ik nog nooit gehoord van Misia Sert, maar na deze podcast zal ik haar niet meer vergeten.

Meer informatie over de podcast vindt u op de site van Klara.

zondag 12 mei 2019

Bizar (Sjoerd Kuyper)


Jeugdboeken lees je vooral in je jeugd en dat is eigenlijk jammer. In de jaren tachtig heb ik het lezen van kinder- en jeugdboeken volgehouden, vooral ook omdat ik toen elke week 'taakuren' in de schoolbibliotheek doorbracht. Ik leerde toen bijvoorbeeld het werk van Aidan Chambers kennen. Daarna is het allemaal erg weggezakt, met wat oplevingen tussendoor.

Nu is het vooral de Grote Vriendelijke Podcast die mij af en toe in de ribben port. Die bracht mij er bijvoorbeeld toe om 67 seconden (Jason Reynolds) en Code Kattenkruid te lezen. En ook Bizar van Sjoerd Kuyper. De boeken van Annet SchaapAnna Woltz en Daan Remmerts de Vries las ik 'uit mezelf', evenals de klassieker van Tonke Dragt.

Voor zover ik me herinner, heb ik van Kuyper alleen Robin en God gelezen en dat vond ik een mooi boekje. Tijd om een nieuw boek van hem te proberen.

Sallie Mo

Bizar wordt verteld door Sallie Mo, die een soort dagboek bijhoudt, maar eigenlijk een boek aan het schrijven is. We lezen dus het boek dat Sallie Mo schrijft. Dat schrijven is uit nood geboren: dit dertienjarige meisje is meer een lezer. Eigenlijk is ze al helemaal in de leeswereld verdwenen en het enige echte contact met de wereld van de dagelijkse werkelijkheid bestaat uit overgrootvader David, een wijze man, met wie ze gewoon kan praten.

Bestond. Kon. Opa David leeft niet meer. Omdat Sallie Mo een beetje vreemd reageerde na zijn dood is ze naar dokter Bloem gestuurd en die heeft haar een opdracht meegegeven: drie maanden niet lezen (of tot ze vijf keer het sublieme heeft meegemaakt) en Salie Mo probeert ook om de waarheid te spreken, wat in de praktijk eigenlijk niet mogelijk blijkt.

Ze gaat met haar moeder drie weken op vakantie op een eiland. Daar zijn ook, zoals altijd: Dylan (jaartje ouder) en zijn moeder, en Donnie (16) en Beitel (8) met hun moeder. De moeders zijn vooral op mannenjacht en de kinderen gaan zoveel mogelijk hun eigen gang.

Weggelopen

Ze ontdekken nog drie kinderen, die zich schuilhouden in een bunker: Jackie, met haar broertje Bukkie en Nikkel. Jacky is haar vader, bankdirecteur, zat. Nou ja, ze is vooral het gegraai van de bankiers zat en daarom zijn de kinderen weggelopen van huis. Ze willen losgeld vragen en met dat geld goede dingen doen. Als de kinderen maar eens aan de macht zouden zijn, dan zou de wereld wel beter worden.

Doordat Sallie Mo een lezer is, is ze behoorlijk wijs voor haar leeftijd. Ze houdt erg van Shakespeare en ze heeft gedachten over zo'n beetje van alles. Maar ze is ook 'gewoon' een meisje van dertien, dat verliefd is op Dylan, zoals Beiteltje verliefd is op haar.

Beitel is een ontroerend jongetje, dat het vermogen heeft om met dieren te praten. Of misschien is hij iemand van wie de fantasie nog niet is aangetast, zodat hij de verbeeldingskracht heeft om zich in een fictieve wereld te begeven.

Natuurlijk wordt er gezocht naar de kinderen en het wordt nog best spannend, vooral ook doordat Jacky een wapen heeft en Donnie graag zijn wil oplegt aan anderen. De volwassenen zijn met andere dingen bezig.

Gedachten

Sallie Mo is geloofwaardig personage met een eigen stem. Je kijkt niet op van de gedachten die ze heeft. Een voorbeeld:
Misschien loopt iedereen altijd in vermomming. Bankdirecteuren in strakke pakken, voetballers met tattoos, kunstenaars met veel haar. Volgens mij doen ze hun haar 's avonds af en trekken ze hun pakken uit en wassen hun tattoos weg. Als je iets goed kunt, laat je dat zien in je werk, niet met je uiterlijk. Kijk naar foto's van schrijvers. De goeie. Keurige mannen. Ze hebben geen clownspak nodig. Kunstenaars met veel haar zijn lousy kunstenaars, voetballers met tattoos zijn lousy voetballers, bankdirecteuren in dure pakken zijn bankrovers. 
Of deze, over de noodzaak tot integratie.
Misschien moeten vluchtelingen die hier komen wonen niet integreren, dacht ik. Als je mensen dwingt om te integreren, dwing je ze om zoveel moois weg te gooien! Dat weet ik, want als je mij dwingt te integreren, gooi je ook zo'n beetje alle moois van mij weg, serieus. Alles wat ik gelezen heb moet ik dumpen om mee te kunnen doen met anderen die niets hebben gelezen. Kun je nagaan wat mensen uit andere culturen moeten dumpen en vergeten voor ze mee mogen doen. En dat komt dus nooit meer terug. Dat is voor eeuwig verdwenen. Maar daarover later meer. 

Prekerig

Daar wordt het boek natuurlijk een beetje prekerig van, maar het blijft te verteren doordat een meisje het vertelt en niet de schrijver. Die vertelt het natuurlijk eigenlijk wel, maar we luisteren nu eenmaal liever naar Sallie Mo. Er worden wel veel onderwerpen overhoop gehaald, maar ook dat is in een dagboek niet ongeloofwaardig.

De verteltoon van Sallie Mo draagt ons door het boek en dat is prettig. Ze is een scherpzinnig waarnemer en heeft ook nog gevoel voor hunor. Ze neemt ook zichzelf waar en ziet hoe ze verandert. Ze was altijd onzichtbaar (ze zat stil in een hoekje te lezen) en merkt dat ze voor anderen en zichzelf steeds duidelijker te zien is.

Er staan veel zinnen in het boek die amusant zijn: 'Mijn broertjes kunnen niet schrijven,' zei Jackie, 'ze zijn hoogbegaafd.' Of de uitspraak van moeder over haar omgang met mannen: 'Als je zin hebt in een stukje worst, hoef je niet het hele varken in huis te halen.'

Titel

De titel vind ik wat minder geslaagd. Weliswaar is 'bizar' een stopwoord van Sallie Mo en vindt ze dat het minder moet gaan gebruiken (ze streept het ook vaak door) en weliswaar zijn de gebeurtenissen soms bizar, maar de titel zegt ook niet zoveel. Het zou op heel wat boeken kunnen slaan.

De bizarre gebeurtenissen waren met wat te veel: te zeer op het spektakel geschreven, voor mijn gevoel en het resultaat was niet dat ik me meer bij het verhaal betrokken voelde. Niet dat het vervelend was om te lezen, maar ik was op dat moment ook niet echt gegrepen door wat ik las. Maar de slotscène is prachtig en daar ga ik dus niets over zeggen.

Qua gebeurtenissen had Bizar van mij wat soberder gemogen en ook het preken had iets minder gemogen. Maar kinderen vinden het misschien wel prettig om te lezen welke meningen de schrijver graag kwijt wil.

Waarheid

Sallie Mo heeft haar eerste boek geschreven. Ze heeft gemerkt hoe je de waarheid in een boek kunt manipuleren (en ook dat het daar niet altijd minder waar van wordt). Kinderen hebben het niet gemakkelijk in dit boek, zoals ze het ook in de werkelijkheid niet gemakkelijk hebben. Wij, volwassenen, mogen ons wel afvragen of we niet te veel met de grotemensenproblemen bezig zijn en of dat wel de echte problemen. Niet voor niets zijn er nu jongeren die aandacht vragen voor de klimaatverandering.

Het jeugdboek heeft het niet gemakkelijk: kinderen lezen minder en er is matig aandacht voor jeugdliteratuur in de media. Wel heb ik er vertrouwen in dat er altijd echte lezers zullen zijn, die zich vol in een boek van driehonderd bladzijden willen storten. Zij zullen aan Bizar zeker plerzier beleven.

vrijdag 10 mei 2019

Podcast: Tante Jos



In een verhaal moet een personage altijd een drive hebben: hij moet naar iets streven, hij moet een vraag hebben waarop hij een antwoord gaat zoeken, er moet een probleem zijn dat oplossing behoeft.  Dan gaat een lezer of een luisteraar makkelijk mee met het verhaal; je wilt nu eenmaal weten hoe het afloopt.

Bij reconstructies heb je dat bijna per definitie: iemand heeft wat gegevens en probeert het hele verhaal boven water te halen. De schrijver of de podcastmaker gaat op zoek en wij lopen in gedachten achter hem aan. Het verhaal krijgt daardoor bijna automatisch richting.

Dat leverde podcasts op als De brand in het landhuis, Bob, De kofferbakmoord, die hier eerder zijn besproken. En er zijn er nog veel meer. Een daarvan is Tante Jos van Mijke van Wijk.

Vrouw in het verzet

Tante Jos, Jos Gemmeke, werd na de oorlog beroemd door haar verzetswerk. Zij was de enige vrouw, naast Koningin Wilhelmina, die ooit werd onderscheiden met de Militaire Willemsorde. Ze werd veelvuldig geïnterviewd, waarbij ze steeds ongeveer hetzelfde verhaal vertelde: over haar tocht per fiets naar het al bevrijde zuiden van Nederland, waar ze een boodschap moest overbrengen aan prins Bernhard, over haar opleiding tot geheim agent in Engeland en over haar laatste, geheime missie, waar ze ook lang na de oorlog niets over wilde zeggen.

Jos was de oudtante van podcastmaker Mijke de Jong; Jos was een zus van haar oma. Ze kende haar vooral van tv, want oma en Jos waren gebrouilleerd, dus bij haar zag ze Jos niet. Mijke zocht haar op een gegeven moment op en ze raakte met Jos in gesprek.

Meer en meer begon ze zich af te vragen wat er nu eigenlijk echt gebeurd was in de oorlog en in hoeverre tante Jos het hele verhaal vertelde. Intussen overleed Jos, dus aan haar kon ze niets meer vragen.

Speurtocht

De Jong gaat op zoek in archieven en zet een speurtocht op naar de families bij wie Jos in de oorlog overnacht had. Ze fietst zelfs de tocht van haar oudtante na, al is dat natuurlijk niet op een fiets met houten banden. Klopt het verhaal van Jos? Blijft ze de heldin voor wie iedereen haar houdt?

Tante Jos is een mooie podcast: een verhaal dat je wilt volgen en een podcastmaker die zich afvraagt wat de nieuwe (of oude) gegevens voor haar betekenen. Dat houdt in dat je gemakkelijk kunt meeleven en je verliest geen ogenblik de aandacht.

Vijf afleveringen

Vijf afleveringen telt de podcast en ik ben ingestapt toen de eerste twee (geloof ik) verschenen waren. Daarna heb ik er elke week naar uitgekeken. Ik hoorde ook van mensen die alle vijf de afleveringen na elkaar beluisterd hadden en zich niet verveeld hadden.

Je krijgt een beeld van een deel van het leven in de oorlog en van een bepaalde streek op een bepaald moment. Er is ook een deskundige aan het woord die zeer gedetailleerde informatie heeft en die kan verklaren waarom Jos juist op dat moment door de linies heen kan fietsen.

Informatief dus, maar je voelt je ook betrokken, zowel bij Jos als bij haar achternichtje die de waarheid wil weten, maar die ook wil weten wat zij nu werkelijk van die bijzondere oudtante moet vinden. Mooi gedaan.

Je vindt de podcast op verschillende plaatsen, bijvoorbeeld hier.

dinsdag 7 mei 2019

Iedere ketter heeft zijn letter


Je hebt christenen in allerlei soorten en maten en met allerlei opvattingen. Over homoseksualiteit, abortus, de positie van de vrouw (in het gezin en in de gemeente) en over het al bijna spreekwoordelijke kopen van een ijsje op zondag.

Steven Anderson, de baptistenvoorganger die onlangs de toegang is ontzegd tot Nederland en het hele Schengengebied, is een christen met wel heel uitgesproken opvattingen. Hij weet zeker van zichzelf dat hij Gods wil aan het uitvoeren is en hij beroept zich op de Bijbel, die hij voor een deel letterlijk uit het hoofd kent. Toch ondersteunden ook onverdacht christelijke partijen als de ChristenUnie en de SGP het inreisverbod voor Anderson.

Grond voor tegengestelde meningen

Alle christenen gaan uit van de de Bijbel. Dat geldt voor Anderson, maar ook voor de christenen die hem liever niet in Nederland zien. Blijkbaar kun je in de Bijbel voor tegengestelde meningen grond vinden: voor slavernij en voor de afschaffing ervan, voor het oproepen tot het doden van homo's en voor het homohuwelijk, voor en tegen het vrouwenkiesrecht. Zoals men lang geleden al zei: iedere ketter heeft zijn letter.

Misschien is dit de manier waarop het gewoonlijk gaat: mensen hebben een overtuiging en zoeken de bijbelteksten erbij die hen steunen. Zo kun je altijd beweren dat je je op de Bijbel baseert.

Bijbelgetrouwe christenen

Veel gelovigen zullen zeggen dat mensen die het niet met hen eens zijn op een verkeerde manier omgaan met de Bijbel en misschien zelfs dat zij geen echte christenen zijn. In de discussie rond de Nashvilleverklaring kwam in het Reformatorisch Dagblad in ingezonden brieven verschillende keren de term ‘bijbelgetrouwe christenen’ voor en de briefschrijvers rekenden zich blijkbaar daartoe. Waarschijnlijk vonden zij zichzelf de echte christenen; mensen met een andere mening waren slechts ‘naamchristenen’.

Steven Anderson is voorganger van de Faithful World Baptist Church. Ook in Nederland zijn er baptistengemeenten. Toch zullen er weinig baptisten zijn die in alle opvattingen meegaan met Anderson. Zo wil hij geen enkele homo in zijn kerk. Hij is ervan overtuigd dat iemand pas homoseksueel wordt als hij door God losgelaten is en dat voor zo iemand alle hoop verloren is.

Hij doet dan ook forse uitspraken, zoals ‘LGBTQ is de afkorting van Let God Burn Them Quickly.’ Hij grijnst er breed bij, in een interview dat op YouTube terug te vinden is.

Discussies

Er zijn hier verschillende discussies over te voeren. Je kunt je afvragen of het niet verkeerd is mensen te weren met een afwijkende en misschien zelfs verderfelijke mening. Weegt de vrijheid van meningsuiting niet zwaarder? Als iemand door wat hij zegt de wet overtreedt, kan hij altijd nog veroordeeld worden, maar dat is achteraf.

Je kunt ook theologische discussies gaan voeren, waarbij je elkaar met bijbelteksten om de oren slaat om alsnog je gelijk te krijgen en op het moment dat je tegenstander geen teksten meer bij de hand heeft, ben jij blijkbaar de ware christen.

Ik geloof niet dat we daar iets mee opschieten. Het onwrikbare gelijk heeft al heel wat mensenlevens gekost. Laat mensen uit de Bijbel halen wat ze willen, zo lang anderen daar niet de dupe van zijn. Laat voor de een de Bijbel een richtlijn voor het leven zijn, voor de ander een literair werk en voor een derde een sprookjesboek. En laat al die mensen gezellig samen koffie of bier drinken of brood en wijn nuttigen, maar laat ze niet hun interpretatie van de Bijbel opleggen aan de ander. Laat iedere ketter zijn eigen letter.

Column voorgelezen in het programma Kerkvenster van EdeFM
Illustratie: still uit de opname van een preek van Steven Anderson

donderdag 2 mei 2019

Podcast: Lezen in het donker



Het heeft even geduurd voordat ik snapte waarom de podcast Lezen in het donker heet zoals hij heet. Mij leek lezen in het donker gewoon niet zo praktisch. Ik hield de mogelijkheid nog open dat een lezer in het duister tast, maar dat is wat anders dan dat hij in het duister leest.

Lezen in het donker is een onderdeel van het radioprogramma Focus, een wetenschapsprogramma. Ik heb het nog meegemaakt toen het De kennis van nu heette: eerst als apart programma, later als een reeks korte dagelijkse itempjes. Intussen heet het dus Focus en het wordt in de nacht uitgezonden. Dat had ik niet in de gaten, maar nu ik het weet, snap ik ook benamingen als 'de wakkere wetenschapper' en dus ook Lezen in het donker.


Alfakant

In deze podcast is er een gesprek tussen een presentator en de schrijver van een boek. Vaak zit het onderwerp wat aan alfakant van de wetenschap. In de laatste uitzending die ik beluisterde was er een gesprek met een auteur die een boek geschreven had over 1944, maar de fragmenten die voorgelezen werden klonken alsof ze uit een jeugdboek kwamen: verhalend, waarbij zelfs de gedachten van de personages duidelijk werden.

Er worden vaak boeken besproken die iets met geschiedenis hebben, of waarin de auteur vertelt wat hij meegemaakt heeft, bijvoorbeeld als reiziger, of over hoe zij/hij opgegroeid is.

Onderwerpen

Soms komen er volstrekt andere onderwerpen aan de orde: Sanne Blaauw, met haar boek over hoe we omgaan met getallen; een boek over muzikaliteit bij mens en dier; een boek over politieke correctheid; Japke-d Bouwma over rariteiten in onze taal; een boek over concentratie; en er was een gesprek over de sekscolumns van Linda Duits.

Het is bij het beluisteren van de podcast niet altijd duidelijk wat de naam is van de interviewer. De stemmen herken ik meestal van de podcast Focus Wetenschap. Die podcast volg ik ook en met interesse. Alleen de column van Hens Zimmerman trek ik niet. Dat gepiel met grappig bedoelde geluidjes leidt met te veel af. Van de andere presentatoren wordt daar de naam ook niet genoemd.

Ik herinner me dat ik bij Focus erg moest wennen aan een vrouwenstem, vanwege de uitspraak van de klinkers. Het kostte me moeite erdoorheen te luisteren. Ik denk dat deze presentatrice begon toen De kennis van nu stopte. Bij het interviewen van de auteurs van het boek Politieke correctheid was dezelfde mevrouw alert en scherp en vroeg ze goed door. Prima interview. Ik snapte ineens niet meer waarom ik me af en toe wat aan haar stem had geërgerd.

Empathisch

Veel interviews zijn niet confronterend, maar eerder empathisch. Dat leidt vaak tot prettige gesprekken. Bij een boek over bijvoorbeeld een historisch onderwerp wil je als luisteraar vooral veel informatie en dan is het dus in de eerste plaats de taak van de interviewer om veel uit de schrijver te trekken. Eigenlijk gaat dat meestal goed. Soms zou je iets meer tegengas van een interviewer willen.

Op het gebied van de geschiedenis kwamen onderwerpen aan de orde als: de geschiedenis van Bureau Warmoesstraat, de Olympische Spelen van 1928 (in Amsterdam), Anna van Saksen (verstoten bruid van Willem van Oranje), Frederik Ruysch (de preparateur die we kennen uit een roman van Rascha Peper), de walvisvaart en Cornelis Musch.

Onderbroken door muziek

Tussendoor is er steeds muziek en bij een podcast kun je die prima doorspoelen. Op NPO 1 heeft men het idee dat een luisteraar niet veel aankan. Naar het geschiedenisprogramma OVT kun je twee een uur lang onafgebroken beluisteren, maar bij andere programma's wordt er steeds muziek doorheen gegooid. Zelfs het interviewprogramma Kunststof moest naar het halve uur, zodat er halverwege een break was (voor het nieuws). Zonde. Je haalt de lijn uit een gesprek weg.

Het gevolg is ook dat er in de tweede helft van Kunststof soms een samenvatting volgt van het eerste halve uur. Alsof men zich niet kan voorstellen dat er luisteraars zijn die dat allemaal al gehoord hebben en die dus zo'n samenvatting alleen maar zien als onnodig oponthoud.

Maar goed, terug naar Lezen in het donker. Door de muziek wordt iets wat een boeiend gesprek had kunnen zijn tot enkele gesprekjes van ongeveer een kwartier. Die kunnen nog steeds interessant zijn, maar altijd minder dan een gesprek waarin rustig ergens naartoe kan worden gewerkt. Een voorbeeld waarbij dat wel gebeurt is de Boekenpodcast Het Verhaal (zie hier) en ook bij Nooit meer slapen zijn er nog gesprekken van een uur.

Geen aanzet tot kopen

Verschillende keren kan een gesprek niet echt de diepte in door de onderbrekingen. Maar je krijgt wel een beeld van het boek en daardoor kun je zeker geïnteresseerd raken. De podcast heeft er overigens nog nooit toe geleid dat ik een boek ook daadwerkelijk ben gaan aanschaffen, wat me wel gebeurde bij bijvoorbeeld De Grote Vriendelijke Podcast, Nooit meer slapen of Lopen met Lebowski.

Doordat er veel boekenpodcasts zijn komen auteurs soms in verschillende podcasts terug om over hun boek te gaan vertellen. Dat lijkt me geen probleem. Wie een tweede (of derde) gesprek met een auteur wil horen, kan dat doen, wie dat niet wil, is nooit verplicht om alles te beluisteren.

Als ik dit schrijf zijn er 44 afleveringen geweest van Lezen in het donker en ik heb bijna alle afleveringen beluisterd. Bij enkele ben ik iets eerder gestopt, omdat ik het idee had dat ik wel een beeld had en omdat het onderwerp me wat minder interesseerde. Maar de meeste afleveringen hielden mijn belangstelling tot het einde vast.

De podcast is gericht op een vrij breed publiek: je kunt met weinig achtergrondkennis prima de gesprekken over de boeken volgen. Voor wie de podcast niet kent: leuk om eens te proberen.

Hier een overzicht van alle uitzendingen.

woensdag 1 mei 2019

Vallen is als vliegen (Manon Uphoff)


In haar werk heeft Manon Uphoff altijd aandacht gehad voor het kwaad dat in mensen huist. In bijvoorbeeld haar gesprek naar aanleiding van haar Brief aan mijn jongere ik (Trouw, 31 juli 2010) observeert ze het kwaad in zichzelf net zo nauwkeurig als dat in anderen. Dat heeft tot gevolg dat haar romans en verhalen altijd een scherp randje hebben, dat de pijn er niet in verdoezeld wordt.

Dat geldt zeker voor Vallen is als vliegen. De setting kennen we uit eerder werk: een onoverzichtelijk gezin: vader had kinderen, moeder had kinderen en samen krijgen ze ook weer kinderen. We komen dat gezin ook tegen in eerder werk, zoals Koudvuur (2005). Het grote leeftijdsverschil zorgt ervoor in die roman voor de hoofdpersoon (Ninon) zelfs niet altijd weet of die grote mannen nu halfbroers zijn of niet.

De oudere zussen, de oudere broer die verstandelijk beperkt is, kennen we ook uit eerdere boeken. Een van de zussen (Toddie) komt zelfs onder dezelfde naam voor. Ook enkele gebeurtenissen, zoals het verbranden van lakens, keren terug.

Ondergetekende

Maar er is ook veel nieuw in Vallen is als vliegen. Achter in het boek is een soort stamboom opgenomen, om orde aan te brengen in het onordelijke beeld van het gezin. De ik-figuur heet nu niet Ninon. Eigenlijk heeft ze geen naam. Ze verwijst soms naar zichzelf als 'ondergetekende' waardoor ze zich ook duidelijk positioneert als degene die het allemaal opschrijft. Dat is dan ook de opdracht die ze zichzelf gegeven heeft, gezien het motto, dat aan Faust ontleend is. Het laatste deel daarvan luidt:
't Is gruwelijk wat je te zien zult krijgen,
men zal zich haasten om het dood te zwijgen,
noteer dus heel precies wat je hier ziet.
Elders in het boek noemt ze zichzelf een zelfbenoemde archivaris. Zij zal verslag doen van wat er gebeurd is in het gezin. Dat betekent dat ze het verleden moet aankijken en de kamer in haar geheugen moet openen die ze al die tijd gesloten heeft gehouden. Wij zijn daar als lezers als het ware 'live' getuige van. De vertelster spreekt die lezer ook aan, juist op het moment dat ze komt tot het beschrijven van het meest duistere:
een soepachtig, hecht en van iedere menselijkheid ontdaan 'zwart' in een ruimte waar we ons dadelijk -Bitte noch ein wenig Geduld - zullen begeven.
En iets verderop:
Ja, lezer, nu moet ik het binnengaan...

Henne Vuur

De aanleiding voor de tocht van de vertelster naar de duisternis, of zo je wilt het labyrint, is de dood van haar halfzus Henne Vuur. Die viel in 2015 van de trap. Ze was negenenzestig jaar oud, was ernstig ondervoed en uitgedroogd. De ambulancemedewerkers wilden haar laten opnemen in het ziekenhuis, maar ze weigerde. Ze overleed kort daarna.

De vertelster wil het verhaal vertellen van Henne Vuur, wat voor een deel ook het verhaal is van zus Toddie, van haarzelf en van zusje Libby. En het verhaal van de vader, Henri Elias Henrikus Holbein, vaak aangeduid als HEHH, maar ook wel als de Minotaurus.

Minotaurus

Het mythische verhaal van de Minotaurus is bekend: hij leefde op Kreta in een labyrint en jaarlijks werd daar een aantal jongens en meisje in gedreven, als een offer aan de Minotaurus. Het is een treffend beeld: het labyrint, het (op)offeren van kinderen, het wezen dat half man en half stier is. Of misschien moet ik zeggen: het wezen dat zowel man als stier is.

De vader is degene die de kinderen misbruikt, maar hij is ook de vader van wie gehouden wordt en die zelfs vereerd wordt. Dat is het verwarrende: het prikkeldraad van de loyaliteit houdt alles bij elkaar en zorgt ervoor dat niets eenduidig is. Natuurlijk, er is een dader en er zijn slachtoffers, maar dat is een veel te simpele weergave van de gecompliceerde werkelijkheid.
Ja, mijn vaderpapa was de Minotaurus, de Enige Echte en Ware. Dus waag het niet om hem neer te halen.
Een god, noemt ze hem, en goden worden vaak zowel vereerd als gevreesd. Het is gruwelijk om dicht bij een god te moeten komen, maar het geeft tegelijkertijd een gevoel van uitverkoren zijn.
Vernederd, zeggen jullie? Stelletje idioten! Ik werd niet vernederd, ik werd tot vlamhete zonnekoningin gemaakt!

Gespletenheid

De Minotauris en de vader bestaan beiden en het is verwarrend dat het niet twee verschillende figuren zijn, maar dat het dezelfde figuur is.
Breng ik dit tafereel voor mijn geestesoog terug, dan kan en wil ik weer geloven dat HEHH even gespleten was als ik en net als ik verlangde naar die splitsing waarin er werkelijk een vader en een monster was (en een vader in wiens armen ik me voor dit monster kon verschuilen) - en betwijfel ik of ik beter af ben met de wetenschap dat zij één waren.
Gespletenheid komt op allerlei momenten terug in het boek. Dat is dus wat anders dan splitsing, waarna er losse delen ontstaan. Bij gespletenheid ontstaan er twee delen die tegelijk een eenheid zijn. Zo kijkt de verstelster ook terug op zichzelf. Ze heeft zichzelf een zonnekoningin genoemd, maar als ze terugkijkt naar haar jongere ik is ze ook iets totaal anders.
Die ochtendbuikpijnjengelaar die niet kon zien met welke gaven ze werd toegerust en welke geschenken ze ontving. Wat moet ik met haar? Met deze duimzuiger, beddenpisser, pluizen-uit-de-wollen-deken-plukker... dit bleek en mollig kind dat nooit en in geen enkel opzicht op mij heeft geleken: de Volmaakt Gelijktijdig In- en Uitademende, de Eendrachtig Meebewegende, de Totaal Verstilde en Met het Nachtzwart Samenvallende.
Thuis is aan de ene kant een bedreigende omgeving en tegelijkertijd is er ook de kerstboom met de lichtjes, vader is een god, maar is ook een oude man die zich later zal beroepen op zijn slechte geheugen en juist in een situatie waarin je geen enkele zeggenschap hebt, kun je soms een gevoel van triomf hebben.

Tekortschietende karakteriseringen

Dat betekent dat elke eenvoudige karakterisering tekortschiet, dat het bijna onvermijdelijk is om maar een deel van de werkelijkheid te tonen in wat je schrijft en dat er altijd meer werkelijkheid zal zijn dan wat je in woorden kunt vangen.

Misschien is het doel van schrijven wel de hele wereld te vangen of misschien wel een wereld te creëren waarin de gespletenheid is opgeheven, waarin de tegenstellingen samen kunnen bestaan. Daarnaar verwijst ook de titel en de passage aan het eind van het boek. Ik veroorloof me een uitgebreid citaat, omdat de schrijfster het natuurlijk altijd beter formuleert dan je kunt parafraseren:
Deze geluiden van een wereld waarin alles gewoon is, en niet nadenkt over dit zijn, en waarin elk teken gelijk is aan zichzelf. Waar geen smaak is van zoet, zuur of bitter. En het enige verschil dat van de bit is, de 0 en de 1. De 1 betekent: het leven voedend, en de 0: het leven niet voedend. Waar vuur onder ijs gloeit, en het water warm is, lauwwarm, groen en drabbig, met de vissen, erdoor glijdend, al verlangend om te glijden door de lucht. Waar we ons bloed kunnen voelen stromen, of dit nu koud of heet is... en niets metafoor is, maar alles tegelijk, zowel aan de binnen- als aan de buitenkant van de tijd bestaat, waar vallen hetzelfde is als vliegen. 
Binnen dit boek bestaat het allemaal en allemaal tegelijkertijd: de verering en de angst, het licht en het donker, het slachtofferschap en de triomf, de vader en de Minotaurus, het vallen en het vliegen.

Stijl

De stijl in Vallen is als vliegen is  anders dan in het voorgaande werk van Manon Uphoff: meer cadans, meer zangerigheid, meer beeldspraak. Er zit een golfslag in de zinnen die de lezer voortstuwt en op het gebied van taal lijkt de schrijfster alles te durven. Zo wemelt het van de neologismen: verbrandkookt, snipsnapsnippen, gruizelzang.

Bij een beschrijving van wat Toddie overkomen is, schakelt de vertelster over op archaïsch taalgebruik, dat ze zelf melodramatisch en ouderwets noemt.
Zo enen jager was ook deeze man. Een boosaardig en gevaarlijk wezen dat zich slechts kort vermomd als betrouwbaar menspersoon vergreep aan mijne zusters kinderen. Die aan ze frutschelde en wriemelde op den Kakdoosch (...).
En om aan te geven dat er voor iets eigenlijk geen woorden zijn, laat ze de gebruikelijke grammatica achter zich:
Zie je, dies was die kamer konnie van gesproken worden. 
De taal die ze gebruikt is rijk aan beelden. Soms verwijzend naar de mythologie en de sprookjes van Andersen (ze kreeg op haar zesde van haar vader een boek met die sprookjes). Juist sprookjes en mythen roepen werelden op die afwijken van de wetmatigheden in ons gewone leven.

Daarbij fonkelt de taal, alsof er lang op gepoetst is. Bijvoorbeeld bij het beeld dat gebruikt wordt om te vertellen hoe Henne van de trap viel:
Op die 13de november vonkte ze langs elke tree van die trap als een lucifer. 
Soms moest ik aan de taal van Jeroen Brouwers denken, die ook niet bang is om een beeld extra aan te zetten en om wat grotere gebaren te maken, soms aan die van Renate Dorrestein (in bijvoorbeeld Het perpetuum mobile van de liefde) en bij het poëtische en het ritme aan de taal van Fleur Bourgonje.

Benaderen en afstand houden

De functie van het taalgebruik lijkt me tweeledig. Aan de ene kant volstaat de rechttoe-rechtaantaal niet en is er een bijzondere taal nodig om dat wat er beschreven moet worden te benaderen. Aan de andere kant schept taal ook afstand, en ook die afstand is nodig om nauwkeurig te kijken.

Het voelt raar om te schrijven dat Vallen is als vliegen een prachtig boek is. Het doet denken aan wat Multatuli zei over een vrouw die roept dat haar kind in de gracht is gevallen. Iemand zegt haar dat ze zo'n mooie stem heeft en dat wil ze nu juist niet horen, zoals Multatuli niet wilde horen dat hij een goed boek had geschreven, maar dat er iets gedaan werd met wat hij geschreven had.

Ik ben diep onder de indruk van dit boek van Manon Uphoff, misschien omdat ze zo hoog gereikt heeft. Ze heeft niet het boek geschreven dat ze zou willen en kunnen schrijven, maar het boek dat ze eigenlijk niet kon schrijven, omdat er voor het beschrevene geen taal is die toereikend is. Het boek kon er alleen komen als ze zichzelf volledig op het spel zette en dat heeft ze gedaan.

Mededogen en bewondering, gruwel en schoonheid, troost en pijn, ondergeschiktheid en superioriteit, hemel en hel - die kunnen alleen maar samengaan in een boek waarin Vallen is als vliegen. Lezen dus. En daarna een tijdje je kop houden.


Eerder schreef ik over
De ochtend valt
De zoetheid van geweld