maandag 11 november 2019

Darwin. De reis met de HMS Beagle (Grolleau / Royer)



Dat Charles Darwin met het schip de Beagle een reis gemaakt heeft, naar onder andere de Galapagos Eilanden, behoort tot de basiskennis van zo'n beetje iedereen. We kunnen dan nog zijn beroemde boek The Origin of Species (1859) noemen en een paar ideeën uit dat boek en dan stopt het zo ongeveer.

Bij mij tenminste. Ik had er geen idee van dat het genoemde boek enkele decennia na de reis verscheen en ook niet dat Darwin tijdens die reis (1831 - 1836) nog piepjong was: hij is geboren in 1909.

Dat weet ik nu allemaal wel, na het lezen van Darwin; De reis met HMS Beagle, een graphic novel waarvoor Fabien Grolleau het scenario schreef en Jérémie Royer de tekeningen maakte. Achter in het boek schrijft Grolleau:
Ons stripboek is geen historisch werk, het bestaat uit samenvattingen en persoonijke ideeën - moge de Dariwinpuristen ons verontschuldigen - al hopen we wel dicht genoeg bij de echte reis te zijn gebleven.

Afkeer van slavernij

Bij het lezen vertrouwde ik sommige zaken historisch niet helemaal. Zo spreekt de jonge Darwin duidelijk zijn afkeuring en zelfs afkeer uit van de slavernij. Toch is dat historisch juist. In een dik boek beweren Adrian Desmond en James Moore zelfs dat die afkeer een drijfveer was voor het opstellen van de evolutietheorie.

Dat Darwin een slaaf 'een tot slaaf gemaakte' noemt, lijkt me dan weer niet te kloppen met de tijd waarin het verhaal speelt. Of Grolleau het zo geschreven heeft of dat dat de actie is van een politiek correcte vertaler, is me niet duidelijk. Ook het woord 'naturist' voor 'natuurwetenschapper' is vreemd, maar misschien is dat historisch wel verantwoord. Om dat te beoordelen ontbreekt me de kennis.

De strip van Grolleau en Royer wijdt niet uit over de ideeën (al komen ze natuurlijk wel in het boek voor), maar stelt de gebeurtenissen op de eerste plaats. De hoofdstukken volgen de etappen in de reis van Darwin. We zien hoe de jonge Darwin zoveel mogelijk soorten en ondersoorten van dieren en planten verzamelt. Het duurt nog best een tijd voordat hij doorkrijgt dat sommige variëteiten alleen voorkomen op bepaalde plaatsen, zodat het voor de hand ligt dat die plaatsen van invloed zijn geweest op het zich vormen van juist deze soort.

Dienstbaar

Het hele boek staat in dienst van het verhaal. Het scenario probeert zo goed mogelijk de reis van Darwin weer te geven en de tekeningen zijn ook vooral verhalend: ze laten zien wat er gebeurt. Ze trekken meestal niet de aandacht door experimenten of technische hoogstandjes. Zowel de scenarist als de tekenaar stellen zich dienstbaar op. Het belangrijkste is het verhaal dat verteld wordt.

Enkele aardige vondsten op tekengebied zijn er wel, zoals op de pagina waarop een gezelschap van drie mannen (onder wie Darwin) een tochtje op een paard maakt. In dezelfde paginagrote tekening verstrijkt de tijd, zodat we de mannen op drie verschillende momenten afgebeeld zien in dezelfde tekening.

Het verhaal is zeker informatief en bij de lezers zal er best wat van blijven hangen, maar bijzonder spannend is het niet. Dat zal ook niet de bedoeling zijn; het is per slot van rekening geen avonturenroman en wie geïnteresseerd is in Darwin vindt de reis op zich boeiend genoeg.

De stripvorm maakt het verhaal van Darwin toegankelijk voor een breed publiek: het is niet alleen geschikt voor volwassenen, maar zeker ook voor scholieren.

Geen held

Darwin wordt niet als een held voorgesteld. Hij heeft tijdens de reis vaak last van zeeziekte en soms doet hij onhandige dingen. Maar hij is wel gedreven in zijn onderzoek. Even lijkt er iets moois op te bloeien tussen hem een inwoonster van Vuurland, die op een soort zendingsmissie terugkeert naar haar geboortegrond. Het is een boeiend verhaallijntje, waar mij verder weinig over bekend was en waarvan ook niet duidelijk is in hoeverre dat een historische grond heeft.

Al met al is Darwin, De reis met de HMS Beagle een aardige strip: informatief en een aardig verhaal. Als strip is het boek niet uitzonderlijk, maar het geeft in kort bestek een aardig beeld van Darwins reis.

Titel: Darwin; De reis met de HMS Beagle
Scenario: Fabien Grolleau
Tekeningen: Jérémie Royer
Uitgever: Sou Food Comics
Arnhem 2019, hardcover; 176 blz. € 26,00


vrijdag 8 november 2019

Podcast: Klassieke kroegverhalen / Jeroen Leenders Experience

Klassieke kroegverhalen

Sommige podcastseries beginnen enthousiast, maar blijven steken na een paar afleveringen of na een seizoen en soms zelfs na verscheidene seizoenen. Zo heb ik al een tijdje niets vernomen van Om vrolijk van te wordenJoop Café en Bibliotheek Den Haag. Daar kunnen natuurlijk allerlei redenen voor zijn (geen tijd, geen geld, geen zin), maar voor de abonnees is het altijd jammer.

Het is ook al even stil rond Klassieke kroegverhalen, een podcast van Maestro Music. Stefan Koren vertelt in kort bestek een mooi verhaal dat met klassieke muziek te maken heeft. Toen ik de podcast ontdekte, waren er vier afleveringen beschikbaar: over het derde pianoconcert van Beethoven, over de Symphonie Fantastique van Berlioz, over de opera Berenice van Händel en over Bist du bei mir van Stölzel (dat vaak  aan Bach wordt toegeschreven).

De maker geeft aan dat hij de verhalen van zijn (al dan niet fictieve) tante heeft, maar hij vertelt ze smakelijk na. Het zijn maar korte afleveringen, van tussen de vijf en tien minuten, maar in die beperkte tijd wordt het verhaal smakelijk verteld en natuurlijk hoor je ook wat snippers van de muziek.

Heel leuk, maar bij vier afleveringen is het gebleven. Ik heb ze op dezelfde dag  beluisterd en sinds die tijd wacht ik tevergeefs op een nieuw luistermateriaal. Er moeten toch veel meer van deze verhalen zijn? Wie ze heeft, zende ze naar Stefan Koren. Laten we met zijn allen de tante zijn die hem de verhalen vertelt. Dan kan hij er weer een podcast over maken.


Jeroen Leenders Experience

Je hebt cabaretiers in alle soorten en maten, maar de manier waarop ze een show gaan brengen is meestal vergelijkbaar: eerst de teksten schrijven, dan in verschillende try-outs proberen wat op toneel werkt en dan een seizoen (en soms nog een reprise-seizoen) lang de show spelen. Als die tournee eenmaal achter de rug is, komt de show soms nog op tv of is hij terug te zien op YouTube.

De cabaretier Jeroen Leenders werkt anders. Hij heeft zijn sporen al verdiend in het traditionele cabaret; zo won hij in 2010 de juryprijs van het Leids Cabaretfestival (voor bijvoorbeeld Emilio Guzman). Intussen is hij overgestapt op een ander soort voorstelling: The Jeroen Leenders Experience.

Dat wil zeggen dat hij niet aankomt met uitgeschreven grappen, maar met ideeën. Hij stapt het podium op en dan gaat hij het ervaren. En het publiek ook. Dat betekent dat de optredens nogal kunnen verschillen, ook qua kwaliteit. Dat neemt Leenders voor lief.

Van wat hij op het podium brengt, laat hij iedereen meegenieten, doordat hij optredens deelt in zijn podcast. De afleveringen verschillen in lengte van een goed half uur tot twee uur. Er zijn optredens in Leenders vaderland, België, en in Nederland.

Intussen heb ik een groot deel van de podcastafleveringen beluisterd en ik vind ze zeker boeiend. Leenders speelt niet op de grap, maar hij neemt het publiek mee in zijn denkwijze. Hij verwondert zich over wat hij om zich heen ziet, maar hij is vooral ook een scherp observator van wat er in en met hemzelf gebeurt in de omgang met mensen. Dat is een boeiende zoektocht en, zo gaat het met zoektochten, dat levert de ene keer wel meer op dan de andere keer.

Zoals gezegd: de grap lijkt niet het doel, wat niet wil zeggen dat de 'Experience' geen grappen bevat. Door de invallen van Leenders wordt de luisteraar vaak verrast en hij heeft het publiek dan ook vaak mee.

Bij een podcast schiet je niet zo gauw in een schaterlach, vermoed ik, maar breed grijnzen is ook heel aangenaam en dat heb ik vaak gedaan bij passages uit de shows van Leenders.

Wie meer kans wil lopen op een schaterlach, kan natuurlijk naar de show toe. De speellijst is te vinden op zijn website.

donderdag 7 november 2019

Driftwereld (Ken Broeders)


Veel striplezers zijn omnivoor: ze kunnen net zo goed genieten van een avonturenstrip als van een gagstrip. Toch zijn er bepaalde genres waarvan de albums niet boven op mijn stapel liggen. Als er science fiction binnenkomt, lees ik het, en soms kan ik zo'n strip ook nog waarderen of zelfs bewonderen, maar ik zal er uit mezelf niet zo snel naar grijpen. Dat geldt ook voor fantasy. Maar bij een goede strip maal je natuurlijk niet om genre.

Driftwereld van Ken Broeders is zo'n strip, die zich afspeelt in een verborgen wereld, waarin wezens als trollen en elfen voorkomen. Het eerste deel, dat nu in albumvorm is verschenen, is voorgepubliceerd in het blad Eppo. Ik heb toen de eerste afleveringen gelezen, maar daarna ben ik afgehaakt. Dat is een beetje gemakzuchtig, maar in een verhaal in stukken kom je als lezer minder makkelijk dan in een album dat je achter elkaar door kunt lezen. Ongetwijfeld zal het genre meegespeeld hebben: een strip in een fantasiewereld is niet mijn eerste keus. De manier van tekeningen stond me overigens wel aan.

Intussen heb ik het album (wel helemaal) gelezen. Nog steeds mooi getekend en het verhaal is nu beter te volgen. We bevinden ons in Driftwereld. In deze wereld is er onderscheid tussen het noorden, dat relatief rustig is en het zuiden, een woest gebied met stadstaatjes die steeds meer te lijden hebben van ene Moeder K'Nosser en haar trollenleger. Maar het verzet groeit.

Verzet

Het eerste deel (Een verhaal over dieven en trollen) van wat ongetwijfeld een hele serie wordt laat zien hoe Durrys het verzet probeert te bundelen. Deze vrouw leidt de opstandelingen en weet ook het volk van de Dommovoi zo ver te krijgen dat het de strijd met Moeder K'Nosser aanbindt.

Daartussendoor speelt het verhaal over een gauwdief, Dellric Twotter, die door Moeder K'Nosser op pad gestuurd wordt om te stelen. Hij ontmoet een jonge mensenvrouw, Ysabeau, die onder de invloed van een heks is geweest en zich daaraan (tijdelijk misschien) heeft ontworsteld. Ze gaat mee met Dellric, een rasopportunist die uit alle verwarring een slaatje probeert te slaan.

Dat is allemaal een heel aardige setting, maar uit alles blijkt dat dit eerste deel van Driftwereld niet meer is dan een aanloop op wat er allemaal nog moet gebeuren. Het album laat je dan ook met een wat onbevredigd gevoel achter. Misschien had ik moeten wachten tot er meer albums zijn en er dan een paar achter elkaar moeten lezen.

De strijd tegen Moeder K'Nosser, de heks de haar krachten terugkrijgt, het lot van het zusje van Ysabeau - het zijn allemaal aanzetten die vragen om een vervolg. Daar moeten we dus nog even op wachten.

Tekenwerk

Het tekenwerk is door Broeders prima verzorgd. De inkleuring zorgt voor veel verschillende sferen. De vage herinneringsbeelden die Ysabeau heeft zijn gesitueerd in een wereld van ijs en sneeuw, waarin haar roodbruine haar afsteekt tegen de witgrijze omgeving. In het heden is er het geel van de woestijn, maar ook het grijs van grotten. Scènes met veel en weinig licht wisselen elkaar af.

Dingen op de achtergrond zijn in een wat minder scherpe lijn getekend dan zaken op de voorgrond, zodat die nog nadrukkelijker aandacht krijgen. Verder is Broeders een meester in het verleggen van het camerastandpunt. Per plaatje kan die 'camera' heen en weer zwiepen van hoog naar laag.

Broeders geeft ons daarmee een staaltje van zijn tekentechniek. Op een gegeven moment zijn Dellric en Ysabeau opgesloten in een kooi die opgehangen is. Soms zien we de kooi van boven, soms van onderen. In beide gevallen is de dieptewerking spectaculair.

Indeling

De indeling van de pagina's is afwisselend. Vaak worden kleine tekeningen voor grote geplaatst, tekstballonnen overschrijden verschillende keren de kaders van de tekeningen en af en toe loopt een tekening van de pagina af. Dat maakt de aanblik van de pagina's speels. De tekst'ballonnen' zijn rechthoekig en de randen ervan krijgen soms expressie doordat ze niet als rechte lijnen zijn getekend. Ook dat is mooi gedaan.

Het eerste deel van Driftwereld is een uitstekend getekende en sfeervolle strip, maar het verhaal is meer een inleiding dan een afgeronde episode. In de volgende delen kan de serie zich pas echt bewijzen.

Serie: Driftwereld
Deel 1: Een verhaal over dieven en trollen
Tekst en tekeningen: Ken Broeders
Uitgever: Uitgeverij L
Oosterhout 2019, 56 blz. softcover; € 8,95


dinsdag 5 november 2019

De nachtstemmer (Maarten 't Hart)


Wie een boek van Maarten 't Hart leest, weet zo ongeveer wat hij krijgt: een hoofdpersoon die wat op zichzelf is, maar veel kennis heeft van de Bijbel, klassieke muziek en de natuur, er speelt een vrouw een rol, de taal is af en toe wat oubollig en er zijn altijd humoristische momenten. Plaats van handeling is in veel gevallen Maassluis.

De nieuwe roman, De nachtstemmer, voldoet wat dat betreft aan de verwachtingen. Het verhaal speelt zich af in een stadje dat niet bij name wordt genoemd, maar waar alle straatnamen verraden dat weer Maassluis betreft. Wie wil weten waar in Maassluis de Zure Vissteeg of het Wijde Slop zich bevindt (of bevond) kan terecht bij het Nationaal Documentatiecentrum Maarten 't Hart, dat digitaal nog bestaat. Of het nog iets meer is dan een website, is me niet duidelijk. De site loopt duidelijk achter; verschillende doden hebben nog steeds zitting in het Comité van Aanbeveling.

Gabriël Pottjewijd

Hoofdpersoon is Gabriël (Gabe) Pottjewijd, orgelstemmer van beroep. De namen in de roman zijn alle ongebruikelijk, bijvoorbeeld Joop Boetekees, IJzerhard Paalvast. Dat alleen al zorgt ervoor dat je het verhaal minder serieus neemt. Alsof het zich afspeelt in een soort Rommeldam. Dat komt ook door de eigenaardigheden van de personen. Zo draagt Boetekees, blijkbaar zonder reden, een brilmontuur zonder glazen.

We worden teruggeplaatst naar de jaren tachtig. Exact is het niet te zeggen. Thatcher is in Groot Brittannië aan de macht en de Falklandoorlog is al voorbij. Het lijkt niet van belang. Tien jaar later had ook gekund, zonder dat het verhaal geweld wordt aangedaan. Vroeger kan weer niet, omdat sommige herinneringen (aan bijvoorbeeld die Falklandoorlog of de aan de treinkapingen) dan niet meer kloppen. Maar misschien is dit vooral een verhaal dat de context in de tijd niet zo erg nodig heeft.

Braziliaanse schone

Gabe moet het orgel in de Groote Kerk stemmen. Daarvoor heeft hij een hulpje nodig, die de toetsen van het orgel een voor een indrukt. Deze keer blijkt dat een meisje van zestien te zijn, dat niet (of heel weinig) spreekt, maar het werk uitzonderlijk goed uitvoert. Deze Lanna is de dochter van Gracinha, een Braziliaanse vrouw, die gebrekkig Nederlands spreekt, maar sommige ongebruikelijke woorden opmerkelijk genoeg wel kent. Ze is weduwe. Ooit was ze getrouwd met een zeeman, Edelenbos.

De schoonheid van Gracinha is opmerkelijk. Verschillende keren noemt 't Hart die ook, zonder duidelijk te maken wat er dan zo mooi aan haar is. Mannen raken gemakkelijk 'verkikkerd' op haar. Zo'n woord is typisch voor 't Hart. Hij laat Gabe veel archaïsche woorden gebruiken ('terstond', 'heimelijk', 'schreiend', 'gene zijde', 'gezwind') en veel personages, vaak sprekend met een accent, gebruiken uitdrukkingen die niet meer in zwang zijn ('Neem een zit en ga stoelen').

Gabe gaat vaak eten bij Gracinha, die het vooral waardeert dat hij zo goed met haar dochter omgaat. Misschien kan die later ook orgelstemmer worden. Gracinha staat te boek als onbereikbaar en dat Gabe haar zomaar kan naderen levert dan ook scheve ogen op, tot aan een doodsbedreiging toe.

Luchtig

Heel geloofwaardig is de ontwikkeling van het verhaal niet, maar dat lijkt er minder toe te doen. 't Hart vertelt een luchtig verhaal, waarbij hij zich verder niet zo veel lijkt te bekommeren om de vorm. Veel herhalingen, veel uitleggerigheid, uitweidingen over klassieke muziek en over de Bijbel (waarin Pottjewijd allerlei onvolkomenheden aantreft). Bijna alles kan een aanleiding zijn om even flink uit te pakken over de onderwerpen die de stemmer na aan het hart liggen.

De hele roman door spreekt Gracinha een gebrekkig soort Nederlands, wat niet zo prettig leest. Gabe verbetert haar geregeld, wat ze soms wel en soms niet op prijs stelt. Als dat voor de zoveelste keer is gebeurd, weten we het onderhand wel, maar 't Hart gaat gewoon door.

Op een dag dringt iemand zijn kamer binnen als hij slaapt. De indringer bindt Pottjewijds veters aan elkaar vast. Juist dan zou je verwachten dat er verwezen wordt naar David die in de grot komt waar zijn vijand koning Saul ligt te slapen. David spaart hem en snijdt alleen een slip van zijn mantel. De associatie ligt voor de hand, maar 't Hart noemt die niet.

Onderhoudend

Een goed boek kun je De nachtstemmer eigenlijk niet noemen, maar bij het vorige boek van 't Hart waarover ik schreef, Magdalena, was dat eigenlijk niet veel anders. Vermakelijk is het wel en het is ook onderhoudend, niet alleen door het verhaal, maar ook door de rare feitjes waar 't Hart steeds mee komt.

Indertijd keerde 't Hart zich nogal tegen het Revisorproza, dat hij bloedeloos en cerebraal vond en veel te veel gefixeerd op de vorm. Hij hield meer van een natuurlijke manier van vertellen en desnoods van een rommelige vorm. Dat soort boeken schrijft hij dan ook keer op keer. Ook deze keer weer. Het levert niet een heel goed boek op, maar wel een boek dat je wilt lezen en dat is ook wat waard.

vrijdag 1 november 2019

Podcast: Cher Claude


In 2018 was het honderd jaar geleden dat de componist Claude Debussy overleed. Tijd om daar even bij stil te staan. De Belgische cultuurzender Klara deed dat met zes uitzendingen van elk twee uur. Die zijn al een tijdje beschikbaar als podcast, maar ik ontdekte ze pas onlangs.

Wat muziek betreft ben ik bijna omnivoor. Al eerder besprak ik hier All that jazz en Muziek voor volwassenen en De Bach van de dag. Elke week is er naast de jazz en de pop wel iets klassieks wat ik beluister, al is het maar Het zondagochtendconcert. Van Debussy heb ik in de loop van de jaren al heel wat gehoord. Het eerste wat ik van hem kocht, was een cassettebandje met onder andere La Mer.

Natuurlijk heb ik in de jaren erna geregeld een stuk van hem gehoord, maar mijn kennis is toch vrij oppervlakkig gebleven. Ik wilde wel iets meer van hem weten.

Presentatoren

De presentator van de podcast is Thomas Vanderveken, die ook als pianist met het werk van Debussy te maken heeft gehad. Hij trekt op met musciologe Sofie Taes en fluitist Toon Fret. Hun tekst is niet gescript en dat maakt het luisteren al prettig. Ze praten met elkaar over de fase in het leven van Debussy die in de betreffende aflevering aan de orde is, vullen elkaar aan, bevragen elkaar. Het zijn boeiende gesprekken.

Ze bezoeken ook de plekken die een rol in dat leven hebben gespeeld. Dat maak je live mee, zodat je ook kunt horen hoe ze zich laten verrassen en welke gedachten er bij hen opkomen. Ze reageren spontaan op elkaar. Alle drie zijn ze op hun gemak, verbonden door de liefde voor de muziek van Debussy, wat niet wil zeggen dat ze de componist ook verheerlijken. Die had wel degelijk zijn moeilijke kanten.

Anekdoten

Ik vind Cher Claude een heerlijke podcast, die ik in een paar weken tijds heb beluisterd. Er worden tal van heerlijke anekdoten verteld. Zo annuleerde Saint-Saëns zijn vakantie voor de première van de opera Pelléas et Mélisande; hij wilde tijdens die première duidelijk zijn afkeer laten blijken.

Die opera had Debussy gecomponeerd op tekst van Maurice Materlinck, de Belgische schrijver die ooit de Nobelprijs heeft gewonnen. Er ontstond echter onenigheid tussen de twee en die ging zo ver dat Materlinck Debussy uitdaagde voor een duel. De schrijver kon echter niet zo goed schieten en moest dus oefenen. Daarbij liet zijn kat het leven. Degene die de anekdote vertelde, zei erbij dat het verhaal 'half apocrief' was, maar dat is niet erg. Een goed verhaal moet je nooit kapotchecken.

Brieven

Naast de drie (die ik toch maar even de presentatoren blijf noemen) komen er andere deskundigen aan het woord, zoals Lucas Bunge, die alles weet van de brieven van Debussy. Die brieven verbaasden me overigens wel. Debussy is niet alleen een groot componist, hij schrijft ook nog geweldig. In de reeks Privé-domein is er een deel dat een keuze uit die brieven bevat: Hartstochtelijk houd ik van muziek. Dat moet ik maar eens op mijn verlanglijstje zetten.

Natuurlijk is er in de podcast ook heel wat muziek van Debussy te horen. Dat zit bij Klara altijd goed. De vormgeving is in alle delen overigens uitstekend. In het laatste deel (dat gaat over de dood en de begrafenis van de componist) is er een stem die over die begrafenis vertelt, op de achtergrond klinkt muziek van Debussy en we horen ook nog het geluid van een koets die door paarden wordt voortgetrokken. En toch blijft alles helder en wordt het geen rommeltje. Je zit er meteen in en luistert tot het koetsgeluid en het stemgeluid wegvallen en je alleen de muziek nog hebt.

Graf

In dat laatste deel gaan Thomas, Sofie en Toon op zoek naar het graf Debussy en dat is nog een hele onderneming. Die laatste aflevering is (net als alle andere overigens) prachtig. Ik denk daarbij ook aan het ontroerende briefje dat Debussy's dochtertje Chouchou, na het overlijden van haar vader - ze was toen pas een jaar of dertien - schreef aan haar stiefbroer.

Voor liefhebbers van klassieke muziek is Cher Claude in de eerste plaats aan te raden, maar ik vermoed dat er veel meer mensen zullen zijn die het prettig zullen vinden om in een podcast een ontmoeting te hebben met een markant mens, met de tijd waarin hij leefde en met prachtige muziek.

Meer over de podcast vind je op de site.

donderdag 31 oktober 2019

De magneet (Lucas Harari)


Sommige boeken vind je al mooi voordat je ze gelezen hebt. Dat is bij mij het geval met De magneet van Lucas Harari. Groot formaat, hardcover, linnen rug, dik papier, zorgvuldig geletterd, mooi gedrukt. Een boek dat een cassette verdient.

De voorkant is intrigerend: we zien iemand op de rug, tot aan zijn schouders in het water van wat een zwembad lijkt. Hij kijkt naar het gebouw rond het bad, met daarin een klein, brandend lampje. Op de achtergrond zien we de bergen.

De tekening is prachtig. Zij is helemaal opgebouwd in tegenstellingen: het egale blauw van het water tegenover de arcering in het gebouw, het strakke gebouw tegenover de grillige bergen, het kleine lichtje tegen het donker daarachter. De linnen rug vormt een rode balk, die in evenwicht gehouden wordt door het rood van de titel en het grote blauwe vak van het water krijgt tegenwicht in het blauw van de naam van de auteur.

Rust op de pagina

Bij het bladeren valt de strakke manier van tekenen op en de kleurkeuze: vooral rood en blauw zijn als steunkleur gebruikt, met hier en daar wat bruin. Vaak worden de kleuren wat verzacht door er een grijsje doorheen te werken. Het beperkt houden van de kleuren brengt rust op de pagina, wat goed werkt bij een verhaal dat inhoudelijk nogal wat onrust in zich heeft.

De tekeningen worden niet van elkaar gescheiden door een 'gootje' maar door een enkele lijn, zodat ze een massief blok op de pagina vormen. Om dat blok is soms wel een rand wit gelaten, maar niet altijd: dan vullen de tekeningen de gehele pagina.

Voor dit verhaal blijkt dat overigens goed te werken: er zit weinig 'zuurstof' in de pagina, maar dat geldt ook voor het personage dat de hoofdrol speelt in het verhaal: de student Pierre, die gefascineerd, of misschien wel geobsedeerd is door de thermen van Vals, die ontworpen zijn door Peter Zumthor. Zijn fascinatie neemt hem in beslag en, net als de lezer, krijgt hij niet de gelegenheid om achterover te leunen; hij wordt meegezogen in de gebeurtenissen.

Raamvertelling

Het verhaal is een raamvertelling. Op het buitenste raamwerk kom ik zo terug, ik concentreer me eerst op het kernverhaal. Pierre is bezig met een scriptie over de thermen van Vals, een badencomplex dat tussen de bergen ligt. Hij werkt er als in trance aan, maar verspeelt zijn bestanden.

Hij besluit om naar Vals te reizen en krijgt, als hij daar is, te horen dat er een oude legende is over 'de muil van de wereld'. Die zou zich eenmaal per honderd jaar openen, om iemand naar het binnenste van de berg te lokken. Steeds meer krijgt Pierre het idee dat die legende te maken heeft met de thermen van en uiteindelijk ook met hemzelf. Verder is er een meneer Valeret die wel erg veel belangstelling heeft voor de tekeningen die Pierre in zijn schetsboek maakt. Ook hij blijkt op zoek naar het geheim van Vals, als dat er tenminste is.

Het verhaal van Pierre is zorgvuldig gecomponeerd. Met kleine middelen houdt Harrari de lezer bij de les. Tijdens de treinreis op weg naar Vals opent Pierre het raampje van de trein. Een stuk gesteente van een berg valt door het raampje naar binnen en Pierre houdt het bij zich. Dat kleine stukje steen heeft de auteur nodig bij de ontknoping en daarom laat hij het steeds op een natuurlijke manier terugkomen: Pierre laat het vallen en later krijgt hij het weer terug. Uiteindelijk komen we erachter waarom dat detail zo belangrijk is.

Aansteker

Hetzelfde geldt voor de aansteker. Als in het begin van het boek Pierre zijn verhaal doet, speelt hij met de Zippo. Hij klapt hem nadrukkelijk open en dicht. Dat werkt als het klapbord bij een film: volgende take. Een aansteker kun je in het verhaal natuurlijk gemakkelijk onnadrukkelijk terug laten komen, als Pierre een sigaret opsteekt. Maar ook bij de ultieme confrontatie tussen Pierre en Valeret speelt de aansteker een cruciale rol. Pierres vriendin Ondine zal bovendien later aan de aansteker zien dat Pierre aanwezig was.

De aansteker staat niet alleen voor vuur, maar vooral ook voor licht. Juist de confrontatie van Pierre met Valeret speelt zich af in het duister, waarbij alleen de aansteker voor licht zorgt. Misschien is het vergezocht, maar mijn leken de thermen van Vals ook een plaats waarop de vier elementen terugkomen: aarde, lucht, vuur, water. Op de omslagtekening ontbreekt bijvoorbeeld alleen het vuur.

Om het belang van deze twee leidmotieven te onderstrepen heeft Harrari ook nog de aansteker en het stukje steen getekend op een verder lege pagina, voorafgaand aan de titelpagina. Dat is wellicht wat al te nadrukkelijk.

De diepte in

Je kunt De magneet lezen als een avonturenboek waarin een raadsel onthuld moet worden, maar het is meer. Er spelen onverklaarbare en wellicht bovennatuurlijke krachten meer. Pierre probeert het geheim van de Vals te ontdekken, probeert te ontdekken in hoeverre het verhaal over de muil van de wereld op waarheid berust. Daarvoor moet hij de diepte en de duisternis in.

Dat kun je letterlijk lezen (en dat moet je ook doen), maar er zit zeker ook een symbolische kant aan: Pierre duikt ook in zichzelf en in zijn obsessie. Misschien is hij wel dicht bij het geheim van het leven. En kun je zo'n geheim wel ontraadselen zonder jezelf te verliezen?

De magneet laat zo'n symbolische lezing zeker toe en dat maakt het verhaal intrigerend. Wat interpretatie betreft laat de auteur ruimte: er wordt niet een definitief antwoord gegeven en dat is maar goed ook, want de vragen zijn altijd interessanter dan de antwoorden. De laatste woorden van het boek zijn: 'Alles wat ik hem had willen vragen, zal, ben ik bang, nu alleen de berg nog kunnen beantwoorden. Maar stenen zwijgen, niet waar?' De verteller heeft de antwoorden dus ook niet en blijft net zo onthand achter als de lezer.

Verteller

Die verteller heet Harari en zit dus dicht op de auteur. Hij bevindt zich in het raam waarbinnen het verhaal van Pierre zich afspeelt. De verbinding tussen hem en Pierre is vader Harari, die Pierre als leerling onder zijn gehoor had en hem na lange tijd weer ontmoet. Uiteindelijk krijgt de verteller, via vader Harari het verhaal van Pierre, die hem aantekeningen en schetsen heeft gestuurd. Op grond daarvan tekent hij het hele verhaal.

Die constructie doet wat gekunsteld aan. Ja, de verteller is ooit met zijn vader naar de thermen van Vals geweest en hij is daar zeker door geïntrigeerd, maar waarom zou hij door het verhaal van Pierre en de thermen zo geïnteresseerd zijn geraakt dat hij er een heel boek aan wijdt? Op de laatste pagina heeft Harrari veel tekst nodig om dat aannemelijk te maken en dan nog lukt het niet helemaal.

Een manuscript dat ergens gevonden wordt en daardoor authentiek aandoet, kennen we overigens al vanaf de Romantiek. Denk aan het pak van Sjaalman dat aan de basis zou staan van de Max Havelaar. Door de verteller Harari te noemen, sluit de auteur aan bij die romantische traditie. Het komt me wat gezocht over en stiekem denk ik dat we niet veel zouden verliezen als dat hele raamwerk weggelaten zou worden.

Strak getekend

De tekeningen in De magneet zijn strak. Niet voor niets staat in de werkkamer van de verteller de
rood-witgeblokte raket die we kennen uit Kuifje. Eerlijk gezegd moest ik bij het lezen niet in de eerste plaats denken aan Hergé, maar aan Charles Burns, met zijn trilogie X, De Korf en Suikerschedel. Ook Burns verwijst naar Kuifje (er loopt een personage met een Kuifjemasker rond) en zijn tekenstijl is verwant aan die van Hergé.

Inhoudelijk ligt De magneet dicht bij de trilogie van Burns: een zoekend personage, worstelend met de raadsels van het leven en in contact met andere werkelijkheden. Burns is met zijn harde inkleuring, zonder nuance qua kleurgebruik, dichter bij Kuifje gebleven dan Harrari, wiens inkleuring fijnkorrelig aandoet, alsof ook de structuur van het papier een beetje meespeelt.

Zoals al aangegeven: De magneet is al een mooi boek voordat je het gelezen hebt. Maar ook na lezing   blijkt het een boek dat je nog wel even bezighoudt. Een sterk verhaal, waarin je meegezogen wordt. Ik heb een kleine bedenking omtrent de structuur, maar dat is maar een vliegenpoepje op een verder smetteloze muur. Zowel visueel als narratief is De magneet een uitstekend verhaal.

Titel: De magneet
Auteur: Lucas Harari
Uitgever: Scratch
z.pl. 2019, 148 blz. hardcover; € 29,90



zondag 27 oktober 2019

Aeropostale deel 4: Saint-Exupéry (Dumas / Bec)


Een strip moet in de eerste plaats een goed verhaal zijn. Bij de fictie heeft de scenarioschrijver nagenoeg de vrije hand; hij kan het verhaal zo laten lopen als hij zelf wil. Dat wil overigens niet zeggen dat dat altijd een verhaal oplevert dat goed in elkaar zit.

Maar er zijn ook strips die uitgaan van de geschiedenis en die daarom die zo waarheidsgetrouw mogelijk weer willen geven. Ik herinner me uit mijn jeugd De verhalen van Oom Wim, die vooral leerzaam waren. Tenminste, zo zijn ze in mijn geheugen gebleven.

De serie Aeropostale is een serie die aan de ene kant de geschiedenis recht wil doen: het leven verhalen van legendarische piloten. Maar dat is natuurlijk alleen maar interessant als dat levensverhaal ook goed verteld wordt. Naar mijn mening gebeurde dat in deel 2 beter dan in deel 3. Hieronder staan de links.

Antoine de Saint-Exupérie

In deel 4 komt een piloot aan de orde, die al in een eerder deel zijdelings ter sprake is gekomen: Antoine de Saint-Exupérie, die niet alleen een beroemde piloot was, maar ook de schrijver van een boek dat wereldwijd bekend werd: Le petit prince. Volgens Wikipedia zijn er tachtig miljoen exemplaren van verkocht.

Christophe Bec heeft het scenario van het deel over Sain-Exupérie opgezet zoals hij dat deed bij het deel over Mermoz: een dramatische scène uit het leven van de piloot nemen en die traag vertellen. Tussendoor komt dan het hele leven van de vliegenier voorbij.

Het album begint meteen met drama: iemand, van wie we dan nog niet weten dat het de hoofdpersoon is, zit onder water vast met een been. Hij zal zich snel moeten bevrijden, anders verdrinkt hij. De laatste gedachten op de eerste bladzijde zijn: 'Mijn voet losmaken! Mijn mes aan mijn riem... In de tijd dat ik mijn been moet lossnijden ben ik al lang gestikt...'

Dat klinkt als iemand die rustig nadenkt over wat hij nu eens zal gaan doen. Zijn gezicht heeft ook een wat peinzende uitdrukking. Dat is niet zo geloofwaardig, maar ik snap wel dat Bec een manier moest vinden om in kort bestek de lezer op de hoogte te brengen van wat het probleem was.

Terug in de tijd

Daarna gaan we met een sprong terug in de tijd. De school waarop het jongetje Antoine zit, wordt bezocht door een militair met een militaire medaille op zijn borst. Dat zou Antoine ook wel willen en vooral wil hij vliegen. Hij blijkt talent te hebben en dat wordt ook al gauw door anderen gezien.

Hij is overigens niet alleen een goed piloot, maar ook een goede tekenaar, waarmee hij zijn kameraden plezier bezorgt.

Een mensenleven is niet een rechte lijn, maar een reeks gebeurtenissen die soms los van elkaar staan. Dat is ook een beetje het probleem met dit deel over Saint-Exupérie: soms is alleen de man de verbinding tussen de losse gebeurtenissen.

Vreemd voorwerp

Op een dag maakt hij een noodlanding op een rotsplateau, waar hij een vreemd voorwerp vindt. In een droom (visioen?) verschijnt een oude man, die hem vertelt dat het geen buitenaards voorwerp is en dat er niets bovennatuurlijks is. Meteen daarna legt hij uit dat het een meteoriet is (en dus wel buitenaards). Wat de functie van die scène is, is mij onduidelijk. Is dit de kiem van van wat Saint-Exupérie later zal beschrijven in De kleine prins? Het wordt in het midden gelaten.

Zo zijn er meer scènes waarvan je je kunt afvragen waarom nu juist deze opgenomen zijn in het album en andere niet.

Al met al krijg je als lezer wel een beeld van deze piloot en zijn leven en zeker ook van de vliegtuigen, die door Patrick A. Dumas nauwkeurig zijn getekend. Vliegtuigliefhebbers zullen daarom de reeks al lang omarmd hebben, evenals degenen die geïnteresseerd zijn in de geschiedenis van de luchtvaart.

Dat moet wel een beetje meespelen bij de lezer. Als je het zonder die interesse moet doen, zijn de verhalen niet slecht, maar eerder net niet boeiend genoeg, net niet dwingend genoeg verteld. Maar als compensatie krijg je wel redelijk wat geschiedenis mee.

Indeling van de bladzijde

Net als in de vorige delen is de compositie van de bladzijden speels. Vaak is niet wit de achtergrondkleur, maar loopt er een tekening over de hele bladzijde, waarvoor enkele stroken zijn geplaatst. De inkleuring is in dit deel gedaan door de Digicore Studios, maar die sluit aan bij de vorige albums: blauwen en bruinen overheersen. Soms is het allemaal aan de gladde kant, maar dat zal wel met persoonlijke smaak te maken hebben.

Dumas tekent de personen op een redelijk natuurlijke manier en de verhoudingen zijn ook goed. De gezichten zijn echter weinig expressief. Daar was nog wel wat te winnen geweest.

De reeks Aeropostale is vooral interessant voor een publiek dat geïnteresseerd is in de luchtvaart. Voor de anderen zijn de albums zeker niet vervelend, maar meer dan 'aardig' zou ik ze niet willen noemen. Dit deel trekt misschien wel lezers die benieuwd zijn naar de man achter Le petit prince. Die leren ze zo zeker wat beter kennen.

Reeks: Aeropostale; legendarische piloten
Deel 4: Saint-Exupérie
Scenario: Christophe Bec
Tekeningen: Patrick A. Dumas
Uitgever: Silvester
Den Bosch 2019, hardcover, €17,95

Over andere delen van Aeropostale
Deel 2: Mermoz
Deel 3: Vachet



zaterdag 26 oktober 2019

Noortje ruimt op (Patty Klein / Jan Steeman)


Er zullen vast wel mensen zijn die de strip Noortje niet kennen, maar wie wel eens zomaar een stripboek grijpt, heeft vast verschillende keren een Noortje in handen gehad. Als kind las ik alles wat los en vast zat en zo kwam ik ook in aanraking met deze strip.

Noortje werd lange tijd getekend door Jan Steeman, die ik indertijd al kende van Arad en Maya en van Roel Dijkstra. De tekst werd geschreven door Patty Klein, maar ik denk dat ik toen niet lette op tekstschrijvers. Later leerde ik haar kennen als Patty Scholten en we hebben nog een aantal jaren in hetzelfde dorp gewoond, waar ze af en toe met haar dichtbundels in een kraampje in het winkelcentrum stond. We spraken dan wat over gedichten en over Noortje. De stripwereld was geen vetpot, begreep ik van haar.

Ze gaf me een keer een dichtbundel mee, waarna ik boodschappen ging doen. Ik heb er geen enkele gedicht uit gelezen: toen ik thuis was, realiseerde ik me dat de bundel nog in het boodschappenkarretje moest liggen. Ik ben wel meteen teruggegaan om te zoeken, maar het boekje was al weg. Ik troostte mezelf met het idee dat iemand nu van de gedichten aan het genieten was en misschien was dat wel iemand anders nooit poëzie las.

Jan Steeman is in 2018 overleden en Patty Klein in 2019. Ze hebben na het vorige album (Lang zal ze leven! 2015) nog even samengewerkt, tot de gezondheid van Jan het niet meer toestond. Het tekenwerk werd overgenomen door Lucas Steeman. Toen ook Patty's gezondheid achteruitging, nam  Frank Jonker voor dat jaar het schrijfwerk over. De laatste jaren worden er alleen nog oude afleveringen van Noortje herplaatst, heb ik begrepen.

Nieuw album

Maar op het Tina Festival in september van dit jaar is er een nieuw album van Noortje verschenen, allemaal gags uit de tijd van Jan Steeman en Patty Klein. Lucas Steeman maakte de omslagtekening. De meeste gags tellen een enkele pagina, maar in het hart van het album staat een verhaal van vier pagina's, 'Woefies geheim'. Eigenlijk zoals we dat van de albums van Noortje gewend zijn.

Indertijd vond ik Noortje een aangename strip: helder geschreven en getekend, grappig, en je voelde je altijd op je gemak bij het lezen. Dat laatste zal komen doordat Noortje zich afspeelt in een bijzonder veilige wereld. Noortje groeit op in een harmonisch gezin. Er is in elk gezin wel eens wat, maar ten diepste zijn het allemaal lieve mensen. Vader, moeder, dochter en zoon geven om elkaar en zijn loyaal aan elkaar. Dat is een stabiele basis, waaraan niet gewrikt wordt.

Noortje leeft in een dorp of een wat kleinere stad, waar het platteland dichtbij is. Het verhaal kan zich dan ook gemakkelijk verplaatsen naar een boerderij, al gebeurt dat niet in dit album. Geen paard te bekennen, wat jammer is voor de paardenmeisjes die zich ongetwijfeld onder het Tinapubliek bevinden. Er is wel een hond in het gezin, Woefie.

Stuntelig

Het is altijd prettig als een personage niet alleen maar een held is en Noortje heeft gelukkig ook haar stuntelige kanten, zoals al op het omslag te zien is: ze is druk in de weer met de bladblazer, maar let niet op het wegstuivend blad, waar haar vader behoorlijk last van heeft.

treininterieur gedateerd
Er is altijd gedoe met jongens en gedoe met school, er zijn wat gezinsdingetjes (Wie doet de afwas?), maar het zijn kleine problemen. Ook dat draagt bij aan die stabiele basis.  Lezertjes hoeven zich nooit echt geschokt te voelen of zich af te vragen of het wel goedkomt met Noortje.

Veel van de plots draaien om misverstanden en onhandigheden. Voor een volwassen lezer van nu zijn de twists niet altijd grappig of verrassend genoeg, maar dan kun je Noortje nog altijd met een zekere vertedering lezen.

Jan Steeman hanteerde een tekenstijl die vrij helder is, wat ondersteund wordt door de inkleuring, waarin weinig kleurnuances gebruikt worden. De kledingkeuze van Noortje verbaast me soms. Achter in het album vertelt Steeman dat hij daarvoor altijd de Wehkampgids raadpleegde. Maar
hoeveel meiden kleden zich op die manier? Ik heb mijn twijfels.

Geen smartphone

Ook de tekstschrijver had in 2016 misschien al niet heel veel voeling meer met de nieuwste ontwikkelingen. Noortje zit een keer te gamen en haar broertje is een keer met een laptop te zien, maar een smartphone komt in het album niet voor. De tekenaar past zich daarbij aan: het interieur van een trein is zeker tien jaar oud en het uniform van de conducteur is gedateerd.

te korte armen
Voor het publiek is dat waarschijnlijk niet zo heel erg. De kans bestaat wel dat de lezers Noortje vooral zien als een strip van vroeger. Maar het menselijke, de psychologie, veroudert natuurlijk niet en ik vermoed dat dat lezers nog wel zal aanspreken.

Bij dit album valt me ook weer op hoe Steeman haren tekent: elke haarstreng wordt apart getekend. Ik ben er nog niet helemaal uit of ik dat nu mooi vind of niet. Met de lichaamsverhoudingen smokkelt Steeman nogal eens. Zo zijn armen verschillende keren duidelijk te kort.

Dat Noortje een Tinastrip is, blijkt ook duidelijk uit de gag waarin Noortje op bezoek gaat bij 'tante Tina', die net vijfenveertig jaar oud is geworden. De tante is inderdaad het personage waarnaar het bekende meidenblad is vernoemd. Intussen is tante overigens de vijftig al gepasseerd, maar ze oogt nog steeds jeugdig.

Zoals gezegd: Noortje is een strip die op allerlei gebieden 'veilig' is: een personage in een stabiele omgeving die nooit echt zal veranderen, zodat ook het personage nooit echt gevaar loopt. Een vriendelijke strip, al zullen moeders die misschien stiekem niet alleen voor de dochters kopen, maar ook voor zichzelf. En in een onbewaakt ogenblik zitten zoon of vader er ook nog gewoon in te lezen.

Serie: Noortje
Deel 29: Noortje ruimt op
Tekst: Patty Klein
Tekeningen: Jan Steeman
Uitgever: Personalia
Leens 2019, softcover, 40 blz. € 5,95


vrijdag 25 oktober 2019

Podcast: De Bach van de dag / Lees Dees



De Bach van de dag

Wie veel podcasts wil bijhouden, komt altijd tijd tekort. Veel podcasts verschijnen wekelijks, waardoor je wel wat speling hebt en niet meteen een achterstand oploopt na een paar dagen met weinig luistertijd.

Maar nu luister ik een podcast die op alle werkdagen verschijnt, vijf keer per week dus. Het is (De ) Bach van de dag. Over de naam is wat onzekerheid. De podcastmaker, Frank de Munnik, spreekt van De Bach van de dag, met het lidwoord, maar in geschrifte zie ik vaak simpelweg Bach van de dag. 

De Munnik trakteert ons elke dag op een stukje over Bach plus muziek van Bach. De lengte varieert van ruim vijf minuten tot ruim twintig minuten. Soms krijgen we twee uitvoeringen van hetzelfde stuk te horen en soms is de muziek helemaal niet van Bach (in de uitzending over Scarlatti bijvoorbeeld).

Er is wel zoveel mogelijk een relatie met Bach, maar soms is ook die onzeker. Zo delen Scarlatti en Bach het geboortejaar, maar is het niet duidelijk of ze elkaar gekend hebben.

Onderhoudend verteller

Ik vind het allemaal even prachtig. In de eerste plaats is De Munnik een onderhoudend verteller, die zijn teksten niet opleest, maar voor de vuist weg vertelt. Hij heeft een eigen oordeel over de muziek en geniet heel erg van Bach zonder idolaat van hem te zijn. Hij is ook niet ultra-orthodox en is ook geïnteresseerd in stukken die anders worden uitgevoerd dan ze bedoeld zijn. Soms vindt hij de cover mooier dan het origineel.

Die verteltoon en die ruimhartigheid doen aangenaam aan en al gauw heb je het idee dat de presentator je vertrouwd is. Je bent bereid veel van hem aan te nemen.

Elke dag krijg je wel een aardig weetje dat met Bach (of een tijdgenoot) te maken heeft en ook elke dag is er weer een stuk mooie muziek. Mooi om de dag mee te beginnen. Of te eindigen. Of gewoon de hele dag steeds weer te horen.

Jan Wolkers maakte zijn schilderijen altijd op de muziek van Bach en volgens mij kun je heel veel andere dingen ook heel goed doen op Bachs muziek. Zelfs niets doen gaat heel goed op deze muziek. Ik vind deze podcast elke dag weer een feest.

Iedereen zal de podcast gemakkelijk kunnen vinden. Je zou bijvoorbeeld hier kunnen kijken.



Lees Dees

Al eerder heb ik verteld dat ik meestal niet te veel tijd vrijmaak voor de buitenlandse literatuur. Daarom heb ik de podcast Lees Dees een tijdje links laten liggen. De meeste afleveringen gaan immers over een werk van een schrijver die niet in het Nederlands schrijft.

Maar enkele keren kon ik mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en toen ging ik toch voor de bijl. Ik denk dat het bij de aflevering over James Baldwin was dat ik toch ineens geboeid aan het luisteren was. En daarna heb ik ook maar een heel stel oudere afleveringen gedownload.

Per definitie gaat Lees Dees niet over de hedendaagse literatuur. De twee afleveringen die gewijd zijn aan Nederlandse literatuur gaan bijvoorbeeld over Josepha Mendels (Rolien en Ralien) en A.H. Nijhoff (Twee meisjes en ik).

Onbekende namen

Bij de buitenlandse auteurs treffen we bekende namen aan, maar vooral ook onbekende. Bijvoorbeeld een Roemeen, Mihail Sebastian. Nooit van de beste man gehoord en in de Roemeense literatuur kwam ik nooit verder dan Virgil Gheorghiu, van wie ik dan wel een hele rij boeken las.

De naam Jean Rhys kende ik en Virginia Woolf en Bernard Malamud ook, maar Charles Ferdinand Ramuz niet, evenmin als Leonora Carrington, Yusuf Atilgan en Mouloud Mameri. Over al die boeken wordt gepraat door vertalers, andere kenners, lezers. Het zijn leerzame en enthousiasmerende afleveringen, al hebben ze mij nooit zo ver gekregen dat ik de besproken boeken ook ga kopen. Maar wat niet is, kan nog komen.

De besproken boeken komen voort uit het project (moet ik dat zo noemen?) Schwob, dat vergeten boeken onder de aandacht wil brengen. Uit de Nederlandse literatuur noem ik nog maar eens Schandaal op Poeloeh Tampah van Arnold Clerx, in de hoop dat dat ook een keer aandacht krijgt.

Het gesprek is in de meeste afleveringen geleid door Anton de Goede, die dat kundig (en met sonore stem) heeft gedaan. Tegenwoordig heeft Irene Houthuijs de regie over de gesprekken en dat gaat ook goed.

Zelfs iemand die bij voorbaat niet geïnteresseerd is in het onderwerp luistert dus geboeid naar Lees Dees. Probeer ook eens, zou ik zeggen. Als je meer wilt weten, kun je bijvoorbeeld hier kijken.

donderdag 24 oktober 2019

De acht bergen (Paolo Cognetti)


Van het lezen van buitenlandse literatuur komt het vaak niet bij mij. Ik kan de Nederlandse al niet bijhouden en dan wil ik ook nog strips/graphic novels lezen. Af en toe is er toch een buitenlands boek dat ik tot mij neem. Onlangs schreef ik over Shusako Endo en ik heb ook wel eens wat van andere internationaal bekende auteurs gelezen.

Van een blije leerling kreeg ik bij de diploma-uitreiking in juli van dit jaar De acht bergen van Paolo Cognetti, samen met een grote fles Italiaanse wijn, die verrukkelijk bleek. Alleen al vanwege de geefster kon ik het boek natuurlijk niet ongelezen laten. In de zomervakantie kwam er niet van, maar nu het herfstvakantie is, heb ik het gelezen.

De hoofdpersoon in De acht bergen is Pietro Guasti, die in het begin van het boek nog maar een jongetje is. Hij woont met zijn ouders in Milaan, maar ze gaan elk jaar naar het dorpje Grana. Vader Giovanni maakt veel bergtochten, later samen met zijn zoon. Hij wil alle toppen in de omgeving bedwingen.

Vriendschap

In de zomers trekt Pietro veel op met een leeftijdsgenoot, Bruno. Ze sluiten vriendschap. Die gaat niet altijd over een vlakke weg, maar ze blijven aan elkaar verbonden. Dat geldt eigenlijk ook voor vader en zoon Guasti. Pietro wil op een gegeven moment niet meer mee met zijn vader en nog weer later overlijdt vader. Maar vader en zoon blijven wel met elkaar verbonden, al was het maar doordat vader hem een bouwval nalaat en een stukje grond op een berg. Samen met Bruno bouwt Pietro het huis tegen de bergwand op.

Pietro is niet iemand die gemakkelijk op dezelfde plek blijft: als documentairemaker trekt hij weg, bijvoorbeeld naar de Himalaya. Een oude Nepalees vertelt hem de metafoor van de acht bergen: in het centrum van de wereld staat een heel hoge berg, de Sumeru. Rond de Sumeru bevinden zich acht bergen en acht zeeën.

Omtrekkende beweging

Vader was bezig de verschillende bergtoppen bij Grana de bedwingen en Pietro is ook een klimmer, maar zijn actieradius is groter. Bruno blijft wonen op de berg. Eerst op de boerderij van zijn oom, later in het huis dat hij samen met Pietro heeft gebouwd. De berg is het centrum van zijn wereld, zijn Sumeru, terwijl Pietro een omtrekkende beweging maakt en zijn acht bergen beklimt.

Daar heeft hij het over met Bruno, die hem daarop vraagt wie van de twee iets goeds tot stand brengt.
'Jij,' antwoordde ik. Niet alleen om hem een hart onder de riem te steken, maar ook omdat ik dat echt geloofde. Ik denk dat hij dat ook wel wist. 

Symboliek

De acht bergen is een mooi boek. Misschien is de symboliek van de acht bergen net iets te zwaar aangezet. Het boek heeft het niet nodig. De loyaliteit tussen de twee vrienden is mooi verbeeld en ook de problematische relatie die Pietro met zijn vader heeft wordt met bescheiden middelen duidelijk gemaakt.

Verder is er de charme van het landschap, dat nadrukkelijk on-Nederlands is. Charme is niet het goede woord; het landschap is ook onverbiddelijk, zeker in de winter. Maar je kunt niet anders dan de natuur accepteren. De grootsheid ervan is onontkoombaar en de mensjes zijn maar klein, vergeleken met bijvoorbeeld een berg. En, ach, dat getob en dat gestreef van die mensjes! Maar ook zij zijn maar in een leven gezet waarin ze hun weg moeten zoeken.

Over wat er precies speelt tussen de vrienden (en eigenlijk ook tussen vader en zoon Guasti) wordt gelukkig weinig uitgelegd. Cognetti toont ons wat er gebeurt en laat ons horen wat er gezegd wordt. Bruno laat meestal niet het achterste van zijn tong zien, dus de mensen om hem heen moeten soms raden naar wat er werkelijk in hem omgaat. Mensen zijn ten diepste een raadsel, niet alleen voor anderen, maar ook voor zichzelf, en het is alleen maar goed dat de schrijver dat raadsel laat bestaan.

Eenzelvigheid

Alle personages kennen een zekere eenzaamheid, behalve de moeder, die vriendschappen weet te onderhouden. Misschien is 'eenzelvigheid' een beter woord, want de personages kunnen goed alleen zijn, met zichzelf, met de bergen. Ze zijn verbonden aan het landschap, of ze dat nu willen of niet en of ze er nu wel of niet blijven. Pietro verovert, net als zijn vader, bergen, maar misschien veroveren de bergen hem wel. Bruno komt niet weg bij zijn berg. Hij wil niet weg, maar hij zal het ook niet kunnen. De berg is groter dan de mensen, niet alleen letterlijk, maar ook figuurlijk. Zijn vrouw beseft dat ze nooit met de berg zal kunnen concurreren.

De acht bergen is niet een ingewikkeld verhaal, maar de personages zijn complex. Dat is een mooie combinatie, die goed werkt. Het boek is goed verkocht, in veel landen en ook in Nederland. Dat is niet zo vreemd: lezers kunnen er gemakkelijk iets in herkennen. Als ze ooit in de bergen zijn geweest, herkennen ze wat bergen met je kunnen doen, en iedereen heeft wel vriendschappen waarin voor sommige zaken geen woorden (nodig) zijn en iedereen weet dat er raadsels zijn het leven die niet ontward zullen worden.

woensdag 23 oktober 2019

Extases 1 (Jean Louis Tripp)


Vertellen over wat je zelf hebt meegemaakt kenden we al uit de literatuur. Er bestaat per slot van rekening een hele reeks Privé-domein en er zijn nog veel meer gepubliceerde dagboeken. De laatste jaren is ook het live vertellen meer in trek. In Amerika kenden we al podcasts als The moth, maar ook in het Nederlandse taalgebied rukt het op: Echt gebeurd, Relaas en Vertel mij wat kennen alle dezelfde formule: vertellen wat je is overkomen.

De interessantste verhalen zijn die waarin de verteller wel de hoofdrol, maar niet de heldenrol vervult. Waarom dat is, is nog best gecompliceerd. Vinden we iemand die over zijn successen vertelt zelfingenomen? Identificeert een luisteraar zich gemakkelijker met een anti-held dan met een held? Dat laatste zal zeker het geval zijn; bij het gestruikel van een ander valt jouw geslof nogal mee.

Jean Louis Tripp, een Canadese stripmaker, is ook een struikelaar. Zo portretteert hij zich in ieder geval in Extases, zijn autobiografische beeldroman waarin hij reconstrueert hoe de seks in zijn leven kwam en wat hij daarmee gedaan heeft.

Onzekerheid

Het begint natuurlijk in de kindertijd, waarin de meisjes de grote raadsels zijn. De kleine Jean-Louis had nog geen internet, maar ontdekte wel Duitse naturistenbladen. Maar hij bleef met veel vragen zitten en moest dus zelf op ontdekkingstocht, wat met veel onzekerheid en gestuntel gepaard gaat.

Dat roept vertedering en herkenning op, zodat de lezer al aan het begin van het boek gewonnen is. Die wil de zoektocht met deze jongen wel meemaken. De eerste tongzoen, het ontdekken van het masturberen, de eerste keer naar bed met een meisje - Tripp vertelt het door het ons te laten zien. Er gebeurt van alles in en met het lichaam van de hoofdpersoon, maar eigenlijk is het belangrijker wat er in zijn hoofd gebeurt: de verwarring over wat hem overkomt, de vastbeslotenheid en de twijfel die blijkbaar samen kunnen gaan, de nieuwsgierigheid, de opwinding.

Bij de podcast Echt gebeurd leest er af en toe iemand voor uit zijn of haar puberdagboek. Daarbij wordt, zowel door het publiek als door degene die voorleest, altijd veel gelachen. Ik denk dat dat komt doordat de schrijver van het dagboek, een puber, gedachten of verwachtingen heeft waarvan de volwassen luisteraar weet dat die naïef zijn.

Dat is ook zo bij dit eerste deel van de Extases. De jonge Jean Louis vindt dingen gênant, waarvan wij al weten dat hij zich er helemaal niet voor hoeft te schamen. Als hij naakt bij een meisje is, voelt hij zich ongemakkelijk omdat ze zijn erectie ziet, wat zij natuurlijk niets vindt om zich voor te schamen, bijvoorbeeld. Dat maakt zijn verhaal luchtig en luchtigheid is altijd goed als het om ongemakkelijke gevoelens gaat.

Verbeelding

Bij een verhaal gaat het nooit alleen om het verhaal zelf, maar vooral ook om hoe je het vertelt. In dit geval betekent dat hoe Tripp alles verbeeld heeft. Op het omslag zien we een jongen en een meisje die naakt door de ruimte zweven. Het is een verbeelding van het kosmische gevoel van het orgasme.

De weg naar het kosmische zweven schetst Tripp in zes tekeningen die gaan langs de fasen van een explosieve kracht tot aan de stilte. Als Jean Louis voor het eerst 'zweeft' is de tekst:
Zijn vader had hem hierover niets verteld... het genot... genot van een onbekende soort... die ontspanning brengt, stilte, rust... Het leven zou ingrijpend veranderen...
Hoe het werkt tussen vrouw en man is wel uit de voorlichtingsboekjes te halen, maar wat het met je doet, is moeilijker over te brengen. Of misschien moet je dat ook niet over willen brengen, maar moet iedereen dat maar zelf ervaren. Maar dat is wel Tripp tekent en daarbij gaat het boek dus veel verder dan het domweg navertellen van gebeurtenissen.

Vondsten

Tripp heeft voortdurend vondsten op tekengebied. Als Jean Louis met een meisje naar bed gaat, komen hun lichamen los van het matras en als hij voor het eerst getuige is van het orgasme van een vrouw wordt hij heel klein. Het dierlijke, de lust, wordt in het beeld soms geëxternaliseerd tot de afbeelding van een faun met een enorme erectie. Die strijdt soms met 'de joods-christelijk-islamitische beschaving en zijn rits aan taboes verboden, restricties, zondes en onderdrukking'.

Die faun is niet alleen een drijvende lichamelijke kracht, maar ook een partner met wie hij in gesprek kan en die hem bijvoorbeeld overhaalt om een grappig en gênant verhaal uit zijn jeugd te vertellen (waarbij iedere Nederlander aan een pijnlijk moment in Turks fruit moet denken). Het is een uitgesponnen verhaal waarin de tekeningen geen kaders hebben en waarin veel minder grijs is verwerkt dan in de rest van het boek. Zo tegen het einde van Extases 1 zorgt dat voor een luchtig slot.

Een dagboekachtig verhaal kent niet een strakke compositie. Er is wel een lange lijn waarlangs Jean Louis zich ontwikkelt en waarlangs hij experimenteert met meisjes en jongens en met meer mensen tegelijk, waarbij hij niet alleen de ander, maar vooral zichzelf verder ontdekt, maar binnen die lijn zijn er uitweidingen en losse eindjes. Gezien de gekozen vorm is dat logisch lijkt me.

Dood broertje

De dood van zijn broer (op zijn twaalfde overreden) als hij zeventien is ('de zomer van mijn achttiende levensjaar') zet natuurlijk alles op zijn kop. Deze episode wordt ingeleid met een nagenoeg witte pagina, als een diepe ademteug voordat het erge verteld wordt. In de bladzijden daarna zien we hoe Jean Louis van streek is en zichzelf niet meer in de hand heeft. Maar even later lijkt het ook weer over te zijn en dat is wel vreemd.

Ik snap dat een zo ingrijpende gebeurtenis niet buiten het boek gehouden kan worden en tegelijkertijd staat de dood van de broer ook los van de rest. Het lijkt erop dat Tripp er  niet helemaal uit gekomen is. Misschien is het verlies van het broertje zo slecht met het vervolg te integreren, omdat Tripp zich zo geconcentreerd heeft op het lichamelijke.

Het lichamelijke is uitgangspunt bij Extases 1 maar dat wil niet zeggen dat het alleen een boek over seks is. Zoals al gezegd: wat in het hoofd van Jean Louis is net zo belangrijk en hij ontdekt niet alleen zijn lichaam, maar ook zichzelf. Wie hij is, ook in verhouding met anderen. Hoe verveling in een relatie kan sluipen en hoe Jean Louis overdrachtelijk bij een feministe op de sofa belandt met zijn confessies en zijn zelfonderzoek.

Titel: Extases 1
Auteur: Jean Louis Tripp
Uitgever: Sherpa
Haarlem 2019, 288 blz. hardcover; € 21,90


dinsdag 22 oktober 2019

Good luck (Christine Otten / Erik Kessels)



Het boek is in 2011 verschenen, zonder dat ik het in de gaten had. Al die jaren ben ik het nergens tegengekomen en op een dag, nu alweer maanden geleden, kreeg ik het cadeau van een vriendin: Good luck van Christine Otten en Erik Kessels. Ik ga er maar van uit dat de eerste de tekst schreef en de tweede verantwoordelijk is voor het beeld.

Good luck is een boek om in eerste instantie door te bladeren: veel bladzijden waarop alleen maar een foto staat en sommige bladzijden zijn niet groter dan een foto: alsof er alleen een paar foto's meegebonden zijn. Dat verrast.

Amateurfoto's

De foto's zijn duidelijk gemaakt door een amateur en nog duidelijker niet van deze tijd: een vrouw met jurken die eerder aan de jaren vijftig (of zestig of misschien zeventig) doen denken dan aan nu, een man in een tuinbroek. Het is nog de tijd van voor het selfie en van voor de fotobewerking door particulieren. Anders zouden de foto's bijgesneden zijn, zodat de kadrering beter was.

De foto's zijn in kleur, maar niet zo scherp als we tegenwoordig gewend zijn. De personen poseren nadrukkelijk. Vaak zijn ze op vakantie of in ieder geval op pad, maar er zijn ook huiselijke tafereeltjes. Mevrouw heeft een verzameling poppen, die ze trots laat zien. Je denkt meteen dat ze surrogaat zullen zijn voor een kind.

Het zijn anonieme foto's. Erik Kessels heeft op rommelmarkten vaker fotoalbums opgekocht en als je door zo'n album bladert, krijg je een beeld van een leven. Aan zo'n leven heeft Christine Otten woorden gegeven. Ze vertelt over Claire, door haar ouders geadopteerd. Dat weet ze sinds haar tiende, maar ze is pas veel later op zoek gegaan naar haar biologische moeder. Ze heeft fotoalbums en ze heeft een notitieboekje en zo probeert ze een beeld te krijgen.

Betty

In deel twee zien we Betty, een hoogbejaarde vrouw. Zij is de vrouw die wij op de foto's zien. Eigenlijk kijken we met Claire mee. Betty is nu 83 jaar oud, maar ze is nog helder van geest. Samen met haar dochter Meriam zal Claire haar bezoeken. Hoe dat bezoek verloopt, lezen we in het derde deel.

Good luck was het Boekenweekessay van 2011, maar een essay is het natuurlijk niet. Het is vooral een boek dat er mooi uitziet en het is een goed idee. Het verhaal is ook heel aardig en het is goed geschreven. Maar om een of andere reden heeft het me niet zo geraakt. Dat ligt ongetwijfeld (ook) aan mij: ik las het boek tussendoor in een te drukke tijd.

Maar misschien is het ook niet helemaal eerlijk om het verhaal op zich te beoordelen, het is bedoeld  samen met de foto's en dan werkt het toch wel goed. De Betty van de foto's blijft je bij, met haar verhaal uit de tekst.

Het is schandelijk, maar van Christine Otten heb ik hiervoor nooit wat gelezen. Het is er niet van gekomen. Mij schoot te binnen dat ik ooit een boek van haar heb aangeschaft, maar niet gelezen. Toen ik het nakeek, bleek het van een andere schrijfster te zijn. Zo loopt het in een leven. Ik heb boeken die al jaren wachten om gelezen te worden en sommige schrijvers vallen buiten mijn blikveld. Blijkbaar.

Dit is in ieder geval een heel aardig boek en je hebt het zo uit. De vormgeving is prachtig en de combinatie beeld en tekst werkt goed. Betty en Pierre Vincent behoren na lezing tot verre kennissen die dichterbij gekomen zijn.

Deze foto staat bijgesneden in het boek: alle lucht is weggesneden, zodat hij op twee bladzijden past. In deze vierkante vorm stond hij bij de recensie in NRC Handelsblad

donderdag 17 oktober 2019

Podcast: Sterke verhalen / De afspraak op vrijdag


Sterke verhalen, de podcast


Sterke verhalen vertellen (of verteld krijgen) is natuurlijk heerlijk. Helemaal als die verhalen ook nog waar blijken te zijn. Vooral in een gezelschap van vrienden werkt dat goed.

Het is ook de formule van Sterke Verhalen, de podcast. Drie vrienden, Sebas, David en Pico vertellen elk een sterk verhaal over hetzelfde thema (Duitsland, carnaval, Aziatische keuken, landbouw en veeteelt, Amerikaanse wetten enz.). De complete lijst vind je op verschillende plekken, bijvoorbeeld hier. Intussen zitten we in het tweede seizoen.

In het eerste seizoen waren er slechts twee vrienden. In elke aflevering vertelde een van hen drie verhalen, waarvan er eentje waar was. Op het al dan niet raden van het verzonnen verhaal werd een weddenschap afgesloten. Daarbij werd flink gebruikgemaakt van sociale media (Instagram, Twitter, Facebook).

Ontspannen sfeer

Omdat het een vriendengroep betreft, is de sfeer ontspannen en de drie mannen kunnen alles tegen elkaar zeggen. Dat is al prettig om naar te luisteren. En natuurlijk ga je als luisteraar automatisch in gedachten meedoen: je gaat bedenken welk verhaal fake is.

Van het eerste seizoen heb ik voluit genoten. Het tweede seizoen stelt met toch voor wat problemen. In elke aflevering is er maar één verhaal dat niet klopt. Er moet dus van tevoren afgesproken zijn wie er een verhaal gaat verzinnen. Anders had het immers ook kunnen voorkomen dat alle verhalen kloppen of dat alle verhalen verzonnen zijn en dat is nooit het geval.

Nu kan het zijn dat er geloot wordt en dat er twee vertellers die niet weten wie het verzonnen heeft verteld. Maar ze hebben wel vijftig procent kans om te gokken wie het is en de derde moet toneelspelen. Dat is toch wat minder spannend dan toen het nog helemaal onzeker was welk verhaal verzonnen was.

Het is nog steeds gezellig om naar Sterke verhalen, de podcast te luisteren en de vormgeving wordt steeds beter, maar de spanning was in het eerste seizoen net iets groter.



De afspraak op vrijdag

Waarom ik ooit ging luisteren naar De afspraak op vrijdag, weet ik al niet meer. België heeft altijd mijn aandacht gehad. Ik heb geschreven voor verschillende Vlaamse bladen, waarvan sommige waarschijnlijk al niet meer bestaan, en enkele jaren lang heeft een collega die gehuwd was met een Vlaamse de boekenbijlagen van De Standaard voor mij bewaard.

Intussen zijn er verschillende Vlaamse podcasts (Fokcast en heel wat podcasts van de zender Klara), die ik heb beluisterd. Waarschijnlijk ben ik bij het struinen ooit op De afspraak op vrijdag gestuit, heb ik een aflevering beluisterd en vond ik die interessant genoeg om me te abonneren. Toen ik al heel wat afleveringen tot mij genomen had, kwam ik er pas achter dat ik naar een tv-programma zat te luisteren. Dat programma heb ik nooit gezien. Ik hou het bij luisteren en dat bevalt mij goed.

In De afspraak op vrijdag wordt 'de politieke week' doorgenomen. De gespreksleider is Ivan de Vadder, die drie gasten ontvangt, meestal een mix van politici en journalisten. Per aflevering worden drie onderwerpen bij de kop genomen.

Aan het begin van een onderwerp is er vaak een geluidsfragment/filmpje. Daarna begint het gesprek. Omdat ik nauwelijks tv kijk, weet ik niet hoe het er in Nederlandse talkshows aan toe gaat, maar het valt mij op dat de conversatie zo beleefd is. De gesprekspartners kunnen inhoudelijk scherp zijn, maar ze blijven hoffelijk. Dat is voor de luisteraar zeer aangenaam.

In wekelijks veertig minuten wordt de luisteraar bijgepraat wat betreft de Belgische politiek. Ik moet hierbij ook denken aan de mooie heldere podcast Haagse zaken, die ik ook goed vind. Die laatste is misschien nog iets meer voorlichtend, uitleggend. In De afspraak op vrijdag gaat men wel uit van feiten en gebeurtenissen, maar het draait toch om de verschillende meningen daarover. Dat is een iets andere insteek. Maar beide podcasts zijn zeer aan te bevelen.

Voor meer informatie kijke men hier.

donderdag 10 oktober 2019

Het dagboek van Cerise (Boek 1 en 2) Joris Chamberlain / Aurélie Neyret



Cerise is tien jaar oud en wil schrijfster worden. Daarom houdt ze een dagboek bij. Haar vriendinnen zijn Lindsey en Erica. Mevrouw Godelieve Vandertuin is een beroemde schrijfster en woont in hetzelfde dorp als de drie vriendinnen. Ze is intussen ook een soort vriendin geworden, die bovendien een mentrix is op het gebied van schrijverschap.

Als schrijver moet je goed observeren en dat doet Cerise. Daardoor komt ze raadsels op het spoor, die  ze als een soort detective gaat oplossen. Intussen zijn er twee boeken over Cerise verschenen: De stenen dierentuin en Het boek van Hector. Het scenario is geschreven door Joris Chamberlain, de tekeningen zijn van Aurélie Neyret.

De twee albums zijn voor een deel een strip, maar voor een deel ook het dagboek van Cerise, waarin ze niet alleen aantekeningen maakt, maar ook tekent en foto's plakt. Die dagboekdelen zijn goed als dagboek herkenbaar: gelinieerd papier en een lettertype waarbij je je kunt voorstellen dat het handgeschreven is.

Manga

Het stripgedeelte is getekend in een stijl waarin de manga nog goed te zien is: Cerise heeft bijvoorbeeld een groot hoofd, met heel grote ogen, die vrij ver uit elkaar staan. Ze heeft spillebenen en een enorme 'tigh gap', waardoor ze wat anorectisch overkomt.

In De stenen dierentuin hebben de meiden een boomhut in het bos gebouwd. Het valt hun op dat er steeds op hetzelfde tijdstip een man uit het bos komt, die duidelijk met verf in de weer is geweest. Omdat hij nogal geheimzinnig overkomt, noemen de meisjes hem Meneer Vraagteken. Onder leiding van Cerise gaan de vriendinnen op onderzoek uit en ontdekken een ruïne van een dierentuin, waar de man dieren aan het schilderen is op de rotswanden.

Uiteindelijk wordt de geschilderde dierentuin, dankzij Cerise en haar netwerk, een attractie voor het hele dorp. Het project van Meneer Vraagteken wordt tot een succes.

Alleen maar goede mensen

Dat eerste deel bevalt mij niet zo. Het heeft een hoog schattigheidsgehalte en er komen alleen maar goede mensen in voor. Dat maakt het verhaal mierzoet. Misschien is dat prettig voor de doelgroep; de albums zijn duidelijk voor kinderen bedoeld. Maar ook voor hen lijkt het me aangenamer als ergens het kwaad de kop opsteekt - het kwaad in de ander of in jezelf dat bestreden moet worden.

Met enige scepsis nam ik dan ook deel 2 ter hand, Het boek van Hector. Dat deel is stukken beter dan het eerste. Cerise is zo geobsedeerd door een nieuwe zaak (een oude dame, mevrouw Ronsin, die al jaren wekelijks hetzelfde boek leent uit de bibliotheek), dat ze haar vriendinnen van zich vervreemdt, moet liegen tegen haar moeder en tussen haar en mevrouw Vandertuin loopt het ook niet goed. De laatste voelt zich vooral gebruikt door Cerise en dat laat ze ook goed merken.

Het verhaal zit goed in elkaar. We duiken de geschiedenis in en komen terecht in de Tweede Wereldoorlog bij een groep die zich De Schakel noemde en die verantwoordelijk was voor het coderen van berichten. Hector Bertelon, die indertijd de geliefde was van mevrouw Ronsin, werkte bij deze afdeling. Jaren na de oorlog lost Cerise de raadsels op die Hector Bertelon nagelaten heeft.

En daarna moet Cerise het met allerlei mensen nog goedmaken en natuurlijk komt het allemaal weer op zijn pootjes terecht.

Meer mens

Het boek van Hector is veel interessanter dan De stenen dierentuin. Cerise probeert goed te doen, maar daarmee doet ze anderen pijn. Ze moet onder ogen zien wat voor gevolgen haar daden hebben en dat is niet gemakkelijk voor haar. Daardoor wordt Cerise veel meer een mens van vlees en bloed dan in het eerste deel.

Voor mijn gevoel werkt de afwisseling van strip en dagboek in dit deel beter dan in het eerste deel. Ook het verhaalgegeven is minder gezocht dan in het eerste deel. Ten slotte heb ik het idee dat het tweede album voor een wat bredere doelgroep geschikt is. Deel 1 is echt bedoeld voor jonge kinderen. In deel 2 is Cerise wat ouder: ze zal na de vakantie naar de middelbare school gaan. Maar ook het verhaalgegeven, met een link naar de Oorlog, zal een breder publiek aanspreken.

Ik weet niet of het de bedoeling is dat er nog meer delen gaan verschijnen van Het dagboek van Cerise. Deel 1 was niet zo heel sterk, maar deel 2 is een stuk krachtiger. Hopelijk houden de makers bij een eventueel vervolg dat niveau vast.

Reeks: Het dagboek van Cerise
Deel 1: De stenen dierentuin
Deel 2: Het boek van Hector
Scenario: Joris Chamberlain
Tekeningen: Aurélie Neyret
Uitgever: Silvester
Den Bosch 2019. 80 blz. softcover; € 9,95 per deel

De stenen dierentuin
Het boek van Hector

woensdag 9 oktober 2019

Het ongemakkelijke dagboek van Henry K. Larsen (Susin Nielsen)


Het is Kinderboekenweek en daarom aandacht voor een jeugdboek. De auteur, Susin Nielsen, kende ik niet. Haar naam en de naam in de titel, deden me vermoeden dat ze in een van de Scandinavische landen woont, maar ze is Canadese.

Het ongemakkelijke dagboek van Henry K. Larsen is werkelijk een dagboek; Henry schrijft zo ongeveer elke dag iets op en soms verschillende keren per dag. Binnen de jeugdliteratuur komt het genre nogal eens voor. Bekende voorbeelden zijn Het geheime dagboek van Adrian Mole 13 3/4 jaar (Sue Townsend) en Dagboek van een muts (Rachel Renée Russell).

HET

Henry K. Larsen heeft het dagboek gekregen van zijn therapeut, Cecil. Henry heeft namelijk iets traumatiserends achter de rug, wat in de eerste vijftig bladzijden consequent HET wordt genoemd. Dat deed me denken aan Van oude mensen de dingen die voorbijgaan van Louis Couperus, waarin een moord steeds als 'het ding' wordt aangeduid.

HET heeft wel invloed op Henry. Zo is hij heel dik geworden, heeft hij woedeaanvallen (die hij ziedingen noemt) en hij praat soms met een robotstem. Dat laatste lijkt een manier om afstand van zichzelf te nemen of van de situatie waarin hij zich bevindt.

Henry en zijn vader zijn net verhuisd, ook om het verleden achter zich te laten en Henry begint dus op een nieuwe school. Het lijkt erop dat hij bij geen enkel groepje hoort, maar al gauw maakt hij kennis met het nerderige jongetje Farley Wong, dat hem in contact brengt met een opmerkelijk gezelschap leerlingen, Reach For The Top, dat zich voorbereidt op een kennistoernooi met andere scholen. Daar ontmoet hij het meisje Alberta, van wier gedrag hij vaak zal schrijven dat het lomp is, maar die hij toch wel heel erg mag.

Verder spelen in zijn leven de buren Karen Vargas en Mr. Atapattu een rol, die elkaar niet uit kunnen staan en tegenover wie Henry ook wel zijn reserves heeft. Uiteindelijk blijken ze minder eenduidig te zijn dan hij ze aanvankelijk ziet.

Dood

Het moeilijke gedrag van Henry heeft te maken met de dood van zijn broer Jesse. Daar praat Henry niet over, liefst ook niet met zijn therapeut, maar er zit veel woede en verdriet in hem. Ook schuldgevoel, waarvan aanvankelijk niet duidelijk is waar dat vandaan komt. Uiteindelijk wordt natuurlijk helder wat er gebeurd is, maar dan moet nog de vraag beantwoord worden hoe het verder moet met het gezin Nielsen. De ouders van Henry zijn niet gescheiden, maar moeder woont niet bij het gezin.

De liefde voor het showworstelen verbindt in dit boek veel personages. Niet alleen hield Jesse ervan, het hele gezin zat op zaterdag voor de buis om te kijken naar Saturday Night Smash-Up. In de show treden worstelaars op die eigenlijk personages zijn. Natuurlijk zijn de gevechten nep, maar er zijn wel verhaallijnen die gevolgd worden en het publiek moet fan kunnen zijn van verschillende worstelaars. Iemand kan dus niet altijd maar een loser zijn.

Het enthousiasme voor showworstelen is iets nieuws voor mij. Ik kom nooit mensen tegen die daar ook maar iets van afweten en ik heb er ook maar een vage voorstelling van. Maar aan de andere kant van de oceaan is dat heel anders.

Metafoor

Ongetwijfeld heeft die worstelwereld ook iets metaforisch in het boek, al is het worstelen van Henry bepaald niet nep. Maar de personen spelen, of ze dat nu willen of niet, wel een rol en worden ook in die rol gedrongen door hun omgeving. Het is zelfs de reden geweest waarom Henry en zijn vader verhuisd zijn.

Het ongemakkelijke dagboek van Henry K. Larsen is een heftig boek, over iemand met problemen, die toch moet proberen zijn dagelijkse leven te leiden. Tegelijkertijd is het een humoristisch boek: Henry heeft een scherpe kijk op zijn omgeving en weet die fijntjes te verwoorden. Die lichtheid is ook wel nodig om het boek een beetje lekker leesbaar te houden en dat is goed gelukt: je vliegt door het boek heen.

Het vermakelijke boek gaat wel over allerlei thema's waarmee kinderen en jongeren te maken kunnen krijgen: pestgedrag, omgaan met een trauma, omgaan met emoties, spanningen binnen een gezin. Al is de situatie waarin Henry zich bevindt voor velen waarschijnlijk niet op alle punten herkenbaar, je kunt je wel gemakkelijk met hem identificeren en zijn ongemakken.

Een boek dat ergens over gaat en dat ook nog lekker leest - dat is een mooie combinatie. Je vindt die in dit boek van Susin Nielsen.

Misschien ben je ook geïnteresseerd in wat ik schreef over het Kinderboekenweekgeschenk Haaientanden, van Anna Woltz.