maandag 28 januari 2013

Kopstukken uit de christelijke literatuur

Lijstjes zijn altijd heerlijk. Onlangs publiceerde ik er drie over de literatuur in 2012. Zaterdag stond er in het Reformatorisch Dagbladeen lijstje met 25 'Kopstukken uit de christelijke literatuur'. De nummering gaat tot 24, maar Willem Jan Otten en Vonne van der Meer delen een plek. Het is een leuk lijstje, geschreven door Enny de Bruijn en Rudy Ligtenberg, met een twinkeling in het oog en een grijns om de mond.

Maar het is ook een beetje een vreemd lijstje. Degenen die genoemd worden, zijn meestal niet opgenomen omdat ze zelf literatuur schrijven, maar omdat ze zich met literatuur bezighouden: uitgevers, recensenten, een boekhandelaar, bestuursleden van organisaties die met de christelijke literatuur te maken hebben, redactieleden van tijdschriften, voorzitters van schrijversverenigingen. Daartussendoor staan her en der wat schrijvers.

Prozaschrijvers zijn goed vertegenwoordigd: Janne IJmker, Willem Jan Otten, Vonne van der Meer, Joke Verweerd en Els Florijn. Désanne van Brederode ontbreekt. Er staan wel meer prozaschrijvers in het lijstje, maar mensen als Hans Werkman of Rien van den Berg staan er niet in de eerste plaats als prozaïst in, neem ik aan.

De dichters zijn bijna geheel overgeslagen. Degenen die erin staan (Jaap Zijlstra en Len Borgdorff) zouden waarschijnlijk ook genoemd zijn als ze geen gedichten hadden geschreven. Ze zijn respectievelijk voorzitter van Schrijverscontact en redactievoorzitter van Liter. Bij nummer 25 worden nog kandidaten genoemd, waaronder Menno van der Beek. Maar waar zijn Henk Knol, Hilbrand Rozema en Koos Geerds? En dan noem ik alleen nog maar de meest prominente dichters.

Bij de genoemde kandidaten trof ik ook Lisette van de Heg aan. Van haar heb ik nooit iets gelezen, maar toen het boek Noor werd aangevraagd om gerecenseerd te worden in Liter, weigerde de uitgever (Peter van Dijk, ook in het lijstje), omdat het boek niet als literatuur bedoeld was.

Enny de Bruijn is bescheiden. Onder aan het lijstje staat bij de kandidaten 'En wijzelf natuurlijk'. Maar Enny verdient natuurlijk een prominente plaats in de lijst. Nadat zij bij het Reformatorisch Dagblad kwam, is de literatuurkritiek in die krant veel en veel beter geworden. Als biograaf heeft ze recensies met vijf sterren gekregen en als er iets gebeurt op het gebied van de christelijke literatuur zonder dat Enny erbij is, telt het eigenlijk niet.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen