zaterdag 23 november 2013

Boeken die men niet meer leest


In een van mijn boekenkasten staat een merkwaardig boek: Boeken die men niet meer leest (1930) van Dr. Jan Walch (1879 - 1946). Het moet al een tijd in mijn bezit zijn en ik zal er zeker in gebladerd en gelezen hebben, maar ik heb het nooit helemaal tot mij genomen.

Het boek komt uit 1930 en is een bundeling van stukken die Walch in Het vaderland schreef. De keuze is willekeurig, schrijft Walch en daarom heeft hij het ook niet over de boeken die men niet meer leest. Of Walch alle boeken die hij behandelt herlezen heeft, is niet duidelijk. Hij schrijft wel dat hij een paar boeken gekozen heeft 'om de bijna niet te bekennen reden, dat ondergeteekende ze zeer lang geleden gelezen had, en nieuwsgierig was te weten, wat voor indruk ze bij herlezing op hem zouden maken.'

Het gaat Walch niet om boeken die men niet meer kent, denk ik. Want er staan titels bij die nog steeds aardig wat mensen kennen: De lof de zotheid, Ivanhoe, Robinson Crusoë, De overwintering op Nova Zembla, Uilenspiegels, Belijdenissen (van Augustinus), Van den vos Reynaerde, Het slot Loevestein.

Volgens mij wordt een boek als Van den vos Reynaerde nog steeds in het onderwijs gelezen. Dat was in 1930 ook al zo, maar volgens Walch belette dat juist 'degenen die het volle genot ervan kunnen hebben' (omdat ze de maatschappij beter kennen en beter kunnen lezen dan scholieren) om het werk te lezen.

Die mensen moesten Van den vos Reynaerde toch maar eens gaan lezen. Wat het Middelnederlands betreft:
dát beletsel is toch heusch van heel weinig beteekenis! Men leze overluid; dan zal men welda merken, dat, moge het vizueele woordbeeld wat ongewoon aandoen, de klank ons toch zeer gemakkelijk aanspreekt.
Veel meer dan het verhaal navertellen doet Walch eigenlijk niet. Hier en daar wijst hij op een bijzonderheidje in de tekst, maar het stuk lijkt vooral bedoeld om degenen die het boek niet (meer) kennen te vertellen waarover het gaat en hoe kostelijk het is.

Walch is vooral te spreken over de humor in het Reinaertverhaal. Die humor brengt hij in verband met de 'Nederlandschen volksaard':
[Het is humor] zooals onze boeren hem nog puur hebben. Die is van een speciale soort! Smeuïg, en toch fijn-oolijk; niet scherp-intellectueel, zooals de Fransche esprit; niet overgemoedelijk, met zetjes van veelal wat plompe snaakschheid, zooals de Duitsche, niet zoo ijl en superieur-dwaas als de Iersch-Engelsche clownerie. Maar gevoeliger dan de Fransche, fijner dan de Duitsche, realistischer dan de Engelsche.
Niemand zou het nu nog in zijn hoofd halen om dit soort zinnen te schrijven en dat is het aardige van Walch, vind ik. Wat Reynaert betreft: Walch kon niet vermoeden hoeveel aandacht er nog zou komen voor literatuur uit de Middeleeuwen. Hij kon niet bevroeden dat er mensen als Herman Pley en Frits van Oosterom zouden komen die een flinke zwiep zouden geven aan de populariteit van boeken waarvan Walch misschien bang was dat ze onder het stof zouden verdwijnen.

Lof der zotheid is nooit helemaal weggeraakt volgens mij. In mijn tienerjaren las ik het, in een toen gloednieuw Prismadeeltje. Van het boek met de confessies van Augustinus zijn er vermoedelijk ook wel nieuwe uitgaven geweest en Robinson Crusoe zal nog in aangepaste vorm te krijgen zijn als kinderboek. Of als tekenfilm.

Andere boeken die door Walch genoemd zijn, zijn intussen wel weggezakt. Van sommige boeken klinkt de titel nog bekend: Maurits Lijnslager, Batavische arcadia, De vermakelijke avanturier, Lidewyde, Akbar. Ik moet bekennen dat ik uit dit rijtje alleen Lidewyde van Busken Huet heb gelezen en ik vond dat indertijd best een klus.

Helemaal nieuw voor mij waren de titels Janus Snor en Joachim Polsbroekerwoud. Het eerste boek heet voluit Uittreksels uit het dagboek en nadere levensberichten van wijlen den Heer Janus Snor en werd geschreven door Den Ouden Heer Smits, pseudoniem van Mark Prager Lindo. Het boek verscheen in De Nederlandsche Spectator en later als afzonderlijke uitgave. Janus wordt in één klap rijk, maar zijn benen zijn niet sterk genoeg om de weelde te dragen. De 'eenvoudige lieverd' Dora vindt hij te min nu hij allerlei andere vrouwen kan krijgen.

Walch schrijft:
Ik zal de historie niet uit vertellen. Men begrijpt wel dat Snor gauw geruïneerd is. En dat 't met Dora terecht komt; in dien overgangstijd kwam 't altijd nog goed terecht. Maar wat ik niet wil nalaten te zeggen, is, dat met-dat-al, en ondanks de eigenaardige bezwaren die we tegen 't boek voelen, 't nog wel genoegelijke lectuur blijkt. Het is: de stem van een pleizierigen ouden-heer, cynisch, dat is te zeggen: ouderwetsch-cynisch, welbewust- -en ietwat pozeerend- cynisch; met den daarbij behoorenden achtergrond van romantisch sentiment.
 Joachim Polsbroekerwoud werd geschreven door Bernard Gewin, die ook wel de naam Vlerk gebruikte. Hij wordt door Walch vergeleken met Hildebrand/Nicolaas Beets en Jonathan/J.P. Hasebroek. Van de laatste staat het boek Waarheid en droomen al enkele decennia op mijn lijst met te lezen boeken.

Walch kraakt enkele noten over het 'humorisme' van Gewin in Joachim Polsbroekerwoud. Voor mijn gevoel neemt hij afstand van het boek. Maar nee:
Intusschen zou ik niet graag willen, dat de voorafgaande pogingen om de tekorten in Vlerk's humoristischen stijl te kenschetsen, u 't denkbeeld zouden hebben gegeven, dat zijn werk eigenlijk niet veel bijzonders is. Men went aan die fouten - men heeft daar allen tijd voor, want 't boek omvat 288 zéér lange en nauw-bedrukte bladzijden - en heeft dan ook gelegenheid te over om tal van werkelijk geestige, terloops-geestige, opmerkingen te savoureeren in dit genoeglijk voortpratend reisverhaal. Het is heusch een aardige kerel, die hier aan 't woord is; wiens goedhartigheid en levenslust we voelen achter zijn niet verfijnd-litterairen toon. Ik geloof, dat hij een prettiger mensch moet zijn geweest, dan de zelfbewuste, artistieke Beets; en zeker was hij minder poseur dan Hasebroek. 
Toen ik Boeken die men niet meer leest van de plank pakte wist ik maar van één boek zeker dat het erin behandeld werd: Klaasje zevenster. Dat blijkt niet te kloppen; mijn geheugen heeft me weer eens bedrogen en ik vraag mij nu voortdurend af in welk boek Klaasje zevenster dan als vergeten boek voorkomt.

Dr. Jan Walch is intussen ook wel vergeten, vermoed ik. En zijn Boeken die men niet meer leest leest men niet meer. Maar het is nog steeds leuk om erin te bladeren en hier en daar blijf je er lekker even in hangen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen