donderdag 28 november 2013

Hermine de Graaf overleden (1951 - 2013)


Enkele jaren geleden mailde ik aan de uitgeverij van Hermine de Graaf dat ik de schrijfster wilde interviewen. Ik kreeg een kort mailtje terug: De Graaf voelde er niets voor. Sinds die tijd heb ik weinig meer aan de schrijfster of aan haar werk gedacht. Nu lees ik dat ze is overleden, nog maar 62 jaar oud.

In 1984 debuteerde Hermine de Graaf met de verhalenbundel Een kaart, niet het gebied. Als ik nu thuis zou zijn, zou ik naar boven kunnen lopen en het uit de boekenkast pakken. Het had een groene omslag, op het mintgroene af. In een ander boek zou De Graaf het een 'badkamertegel' noemen. Het boek moest het dan ook niet hebben van de omslag, maar van de verhalen, waarin eigenzinnige meisjes voorkwamen.

Een kaart, niet het gebied werd bekroond met de Geertjan Lubberhuizenprijs. Het jaar erop verscheen er een wat dikkere roman, De zeevlam en in de jaren tachtig volgden ook nog Aanklacht tegen onbekend (1987, Bordewijkprijs, nominatie AKO-prijs) en De regels van het huis (1987). Die boeken heb ik indertijd gekocht en gelezen.

In die tijd debuteerden veel schrijfsters. Ik herinner me een omslag van de Haagse Post waarop veel van die schrijfsters bij elkaar stonden, alsof ze bij elkaar hoorden. Stond Hermine de Graaf daarbij? Ik weet het niet meer. Tessa de Loo, Marja Brouwers en Nelly Heykamp wel, vermoed ik. Nelleke Noordervliet misschien ook. 

Van tijd tot tijd verschenen er interviews met Hermine de Graaf. Ik herinner me dat daarin duidelijk werd dat ze lerares Engels op een middelbare school was en steeds kwam erin terug dat ze als kind verhalen vertelde aan haar zusje, in bed. Of misschien was het zelfs een oudere zus. Ze was, zoals ze vroeger in ons dorp zeiden, niet helemaal zoals een ander. 

De hoofdpersonen in de verhalen en de romans van Hermine de Graaf zijn vaak meisjes of vrouwen. Ze gaan hun eigen gang en trekken zich niet zoveel aan van wat hoort. Ze zijn wat stuurs en hebben soms een duistere kant. Het zijn geen gezellige klessebessen. 

Op de foto's die er van Hermine de Graaf verschenen, keek de schrijfster vaak ernstig. Ze leek terughoudend, geen gezellige klessebes. Of dat klopt met wie ze in werkelijkheid was, weet ik niet. 

Intussen schreef ze door: Stella Klein (1990), Alleen de heldere uren (1991), Vijf broden en drie vissen (1993), Onhandige gebaren (1995), De weg naar het pompstation (1996), Een dag in december (1997). Daarna was het vijf jaar stil. Ze schreef nog één boek: Mijn moeder en de duif, in 2002. Toen was het over. 

Begin jaren negentig ben ik het contact met het werk van De Graaf kwijtgeraakt. Enkele boeken heb ik jaren later gelezen, sommige liet ik ongelezen. Intussen waren er andere schrijvers gekomen en De Graafs boeken werden niet meer gerecenseerd in de week dat ze gepubliceerd werden. Ze raakte een beetje op de achtergrond.

Daarover had ik het met haar willen hebben: waarom je als schrijver stopt. Misschien kon ze niet meer. Misschien wilde ze niet meer. Of wilde de uitgever niet. Ik weet het niet. Misschien dat de komende dagen iemand daar iets meer helderheid over kan geven. 

Ongetwijfeld zullen er artikelen over haar verschijnen, maar ik vrees dat haar boeken alleen nog antiquarisch te krijgen zijn. Haar oeuvre is interessant, maar niemand leest het meer. Zonde, maar het is nu eenmaal zo. 

Dit jaar, of over tien jaar, of over veertig jaar zal er toch wel ergens iemand een boekje van haar vinden in een doos met afdankertjes. Die groene badkamertegel of een ander boek. Hij zal het gaan lezen en geboeid zijn en zich afvragen waarom de schrijfster van het boek vergeten is. Niemand weet het antwoord. Het gebeurde gewoon.


Leestips:

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen