Over het lezen van Koloniale oorlogen in Indonesië (2018) van Piet Hagen heb ik lang gedaan. Het is heel dik (duizend pagina's) en het bevat heel veel informatie. Bovendien word je niet zo vrolijk van de inhoud, dus ik legde het soms na tien of twintig bladzijden opzij. Het leest trouwens niet moeilijk; het is helder geschreven.
Ik had al van het boek gehoord of erover gelezen en toen ik vorig jaar een keer met mijn vriendin in Bronbeek was, zag ik het staan bij de tweedehands boeken. Aan de ene kant leek het me heel interessant, maar ik wist niet of ik het op kon brengen om het ook daadwerkelijk te gaan lezen. Toen ik even niet keek, kocht mijn vriendin het en ze gaf het me later op mijn verjaardag.
Vijfhonderd oorlogen
Piet Hagen schreef een geschiedenis van Indonesië aan de hand van de oorlogen die er gewoed hebben. Dan heb je ook meteen de hele geschiedenis, want eigenlijk waren er altijd oorlogen. Hoeveel dat er waren is lastig te bepalen. Als er een strijd plaatsvindt, is dat dan een nieuwe oorlog of hoort die nog bij de oorlog die eigenlijk al aan de gang was? Dat is lastig te bepalen. Dat erkent Hagen ook. Hij komt grofweg tot zo'n vijfhonderd oorlogen tussen koloniale troepen en Indonesische legers, strijdgroepen en religieuze of politieke bewegingen.
Die koloniale troepen waren trouwens niet alleen Nederlandse legers (maar bijvoorbeeld ook Britse, Spaanse, Portugese en Franse) en als het Nederlandse legers waren, waren het niet alleen Nederlandse soldaten.
Verder beschrijft Hagen ook onderlinge oorlogen. Indonesië is een groot land, dat uit verschillende vorstendommen bestond (en het zullen ook niet allemaal vorstendommen geweest zijn).
De geschiedenis is op allerlei manieren toegankelijk gemaakt: voor in het boek is een tiental kaarten opgenomen, die ik vooral in het begin nauwgezet moest raadplegen om een beeld te hebben van de plaatsen waar het zich afpeelde. Aan het eind van het boek is er een personenregister opgenomen, een chronologische lijst van opstanden, expedities en oorlogen en een woordenlijst. Hagen verantwoordt natuurlijk de illustraties, maar ook de spelling die hij gebruikt. Ik moest nogal wennen aan de spelling Aceh dat ik altijd als Atjeh ben tegengekomen. Hagen hanteerde zoveel mogelijk de moderne Indonesische spelling.
Tijdens het lezen kon ik niet ontsnappen aan de constatering dat het in Indonesië zo'n beetje altijd al oorlog is geweest en dat dat aan heel veel mensen het leven heeft gekost. Zo'n drie à vier miljoen Indonesiërs, berekent Hagen.
De vanzelfsprekendheid van het kolonialisme is verbijsterend. Er zijn altijd wel proteststemmen geweest, ook in de koloniserende landen, maar het kolonialisme werd door heel veel Europeanen geaccepteerd. Het is bizar dat in 1914 maar liefst 84 procent van het aardoppervlak beheerst werd door Europeanen. Vanuit dat oogpunt bezien is het weer niet zo vreemd dat zo lang een europacentrische blik op de geschiedenis hebben gehad.
Als kind ben ik opgegroeid met het idee dat Nederlands-Indië 'van ons' was en dat de gekoloniseerden blij mochten zijn met de overheersing door Nederland. Dat idee heb ik natuurlijk achter me gelaten, zoals bijna iedereen, neem ik aan. Maar ik heb me nooit afgevraagd hoe het in Indonesië was voordat de Nederlanders er waren, zoals ik me ook nooit afgevraagd heb hoe het met de koloniën ging toen Nederland geen zelfstandig land was, maar onderdeel van het Franse rijk, onder Napoleon.
Indonesië ligt op de route tussen China en Japan enerzijds en India anderzijds. Dat het op zo'n handelsroute handig is om tussenstops te maken spreekt vanzelf. Er zijn dan ook al gauw mensen die zich vestigen en later mensen die immigreren. Aan het begin van de zeventiende eeuw woonden er in Indonesië bijvoorbeeld al veel Chinezen (alleen in Banten al drieduizend).
Malakka
De Straat van Malakka is een belangrijke zee-engte. De moslimstaat Malakka had vanaf 1400 een leidende positie in de wereldhandel. De stad Malakka had mogelijk 100.000 inwoners, wat voor die tijd gigantisch geweest moet zijn. Ter vergelijking: in die tijd had Utrecht (dat toen veel groter was dan Amsterdam) 13.000 inwoners.
In de vijftiende eeuw is daar de eerste koloniale confrontatie, waarbij Portugezen gevangengenomen worden. Vanaf dan is er eigenlijk voortdurend oorlog of de dreiging ervan. Na de Portugezen komen er de Spanjaarden, vanaf de andere kant, via de Filipijnen.
Religie
Godsdienst heeft al vanaf lang geleden een rol gespeeld. De islam ontstond in de zevende eeuw in de Arabische steden Mekka en Medina en verbreidde zich vandaar. Al in de achtste eeuw waren er in Zuid-China islamitische kolonies. Vanaf de negende eeuw zijn er moslimpredikers in Indonesië.
Godsdienst wordt ook een twistpunt voor kolonisatoren. Hagen:
In 1578 stelden de Spanjaarden een ultimatum aan de sultan van Brunei, waarin ze eisten dat het evangelie overal verkondigd mocht worden. Inwoners die zich tot het christendom bekeerden, mocht geen strobreed in de weg worden gelegd. Daarentegen moest elke missionaire activiteit van moslims vanuit Brunei zowel in Kalimantan als in de Filipijnen worden gestaakt, aangezien 'de religie van Mohammed een valse en slechte leer en het christendom de ware leer' was.
Vanaf 1595 bemoeien de Engelsen en de Nederlanders zich met het gebied dat later Indonesië zal heten. In de zestiende eeuw voeren er overigens ook al Franse schepen naar deze streek. De handel stond voorop en toen Cornelis en Frederik de Houtman, namens de Veerse Compagnie een toch naar de archipel begonnen, kregen ze de opdracht mee zo mogelijk de vrede te bewaren.
Het zal ons aangenaam wezen dat al deze handel geschiedt zonder bloed te storten noch enige overlast aan de inwoners des lands te doen.
De Houtman ging op 1 juli 1599 voor anker in de baai van Aceh. Die strijd kwam er overigens toch.
VOC: handel en oorlog
In 1602 wordt de Verenigde Oostindische Compagnie opgericht. Er is een dubbel doel: handel en oorlog. In de woorden van Jan Pieterszoon Coen, in 1614:
Per experientie behoorden de Heeren wel bekent te wesen, dat in Indiën den handel gedreven en gemainteneert moet worden onder beschuttinge ende faveur van U eygene wapenen [...] in voege dat den handel sonder d'oorloge noch d'oorloge sonder den handel nyet gemainteneert connen werden.
Waar ik ook nooit bij stil had gestaan: Nederland was in de zestiende en zeventiende eeuw in oorlog met Spanje (wat vroeger de Tachtigjarige Oorlog heette en later de Hollandse Opstand) en dat dat natuurlijk meespeelde in de confrontatie in de Indische archipel. Op een gegeven moment was er een Twaalfjarig Bestand. Maar in de parktijk ging de strijd in Azië gewoon door en de VOC ging door met haar expansiebeleid. Aan het begin van de zeventiende eeuw besteedde de Republiek een groter deel van het bruto nationaal product aan oorlogen dan enig ander Europees land.
Alleen al in de eerste twee decennia van de zeventiende eeuw kaapte de VOC zo'n tweehonderd schepen van Europese, Chinese en Indonesische concurrenten, met een totale opbrengst van 10 à 20 miljoen gulden.
Er werden ook veel mensen naar Indonesië vervoerd. Op het hoogtepunt van haar bestaan had de VOC in Azië gemiddeld 25.000 man in dienst. Het aandeel militairen lag meestal tussen de veertig en zestig procent.
Er stierven ook veel mensen, niet alleen in oorlogen, maar ook door ziekte en door schipbreuken (bijna 250 in twee eeuwen).
De Grote Ambonese Oorlog
Het is ondoenlijk over alle oorlogen wat te zeggen, maar elke keer weer sta ik versteld van het aantal slachtoffers, vooral aan Indonesische kant. De Grote Ambonese of Hoamoalse Oorlog duurde van 1651 tot 1658. Waarschijnlijk is de uitroeiing van de mensen op de Bandaeilanden bekender dan deze oorlog, maar deze ging ook over kruidnagel.
Er is onvrede op Hoamoal en die uit zich in 1651 in een reeks verrassingsaanvallen, waarbij 150 doden vallen, niet alleen Europeanen, maar ook slaven van de VOC. Op acht plaatsen gaan er versterkingen van de compagnie verloren.
Daarop besluit de regering in Batavia alle nagelbomen op Hoamoal te vernietigen. Ook op andere eilanden gebeurt dat met nagel- vrucht- en sagobomen. De oorlog kost 1500 mensenlevens. Ongeveer 12.000 bewoners worden uit hun dorpen gehaald en naar Ambon en Manipa getransporteerd. De eilanden Kelang en Buano worden ontvolkt.
Gerrit Knaap schat dat de bevolking in het Ambonese kerngebied tussen 1630 en 1660 met 25.000 afnam; hij spreekt van een 'meedogenloze strijd' die vooral moslims het leven kostte - meer dan bij de volkerenmoord op Banda.
Chinezenmoord
Ook opvallend: hoe vaak de agressie zich richtte op het Chinese deel van de bevolking. In 1740 ging in Batavia het gerucht dat de Chinezen een opstand voorbereidden. Een voorstel om de hele stad van Chinezen te zuiveren werd door de Raad van Indië verworpen, maar wel werd de opdracht gegeven om alle Chinese huizen op wapens te doorzoeken.
Het leidde op 9 en 10 oktober tot grootschalige plundering en tot pogroms op Chinezen. Meer dan zeshonderd huizen gingen in vlammen op. De meeste Chinezen waren niet bewapend en konden zich dus niet verdedigen. Het dodental liep op tot 5.000 à 10.000, onder wie veel gevangenen en zieken. Na afloop was bijna geen Chinees meer in de stad te bekennen.
In het Tijdschrift voor Nederlands-Indië uitte W.R. van Hoëvell zijn afschuw:
Er is geen pen welke al de gruwelen kan beschrijven, toen gepleegd. Al wat tot de Chinese natie behoort, arm en rijk, oud en jong, schuldig en onschuldig, al wat men ontmoet, wordt meedogenloos vermoord. Zwangere vrouwen, zogende moeders, argeloze kinderen, bevende grijsaards worden door het zwaard geveld. De weerloze gevangenen wordt als schapen de keel afgesneden.
Maar in de kerk is er een dankdienst na afloop. De schriftlezing is uit 1 Samuël 6, de verzen 6 tot en met 13. De strijd tegen de Chinezen wordt blijkbaar vergeleken met die van Israël tegen de Filistijnen. De Raad van Indië en gouverneur-generaal Valckenier hebben de slachting gedoogd en wellicht ook aangemoedigd. Vier dagen na het begin van de moordpartij had de Raad ter bestrijding van de Chinezen buiten de stad nog een premie gezet op elk afgeslagen hoofd.
Het einde van de VOC
In 1799 wordt de VOC ontbonden. Piet Hagen:
Internationale concurrentie, slecht bestuur, te hoge kosten en schulden, privéhandel en smokkel, corruptie, nepotisme, hoge sterftecijfers door ziekten - het zijn allemaal factoren die hebben meegespeeld. Maar het meest in het oog springt toch de zelfoverschatting van de compagnie, die dacht met militair geweld de internationale handel naar haar hand te kunnen zetten.
Piet Hagen houdt grofweg een chronologische volgorde aan, maar soms concentreert hij zich op een gebied om te bekijken hoe daar de koloniale strijd een tijd lang gevoerd werd.
Het beeld is wel dat er altijd oorlog is geweest. Achteraf is prima te begrijpen dat gekeken werd op welke plekken ter wereld er handel te drijven was, maar het is niet meer voor te stellen dat men ooit gedacht heeft ook recht op een land te kunnen doen gelden. Je komt bij een land waar mensen wonen, je gaat oorlog voeren en daarna denk je dat het land van jou is. Het is een heel rare gedachte, maar na verloop van tijd wordt die vanzelfsprekend. Zoals gezegd: ik ben opgegroeid met de vanzelfsprekendheid dat Nederland koloniën had.
Hagen vertelt dat Nederland in de Indonesische archipel een grondgebied verwierf dat zestigmaal het eigen oppervlak besloeg. Met Suriname en de Nederlandse Antillen erbij was het koninkrijk in 1899 de tweede koloniale macht ter wereld, na Groot Brittannië.
De Nederlandse grondwet van 1814 gaf de koning bij uitsluiting het oppergezag over de koloniën. Pas in 1848 zouden de Staten-Generaal medezeggenschap krijgen en zelfs daarna zou het nog twintig jaar duren voordat het Nederlandse parlement de Indische begroting mocht vastsstellen.
Dwangarbeiders
Hagen besteedt verder aandacht aan het leger, waarvoor mensen vaak met illegale middelen werden geronseld. Verder was het lot van koelies, dwangarbeiders, verschrikkelijk.
Zo werden in 1849 voor de derde Bali-expeditie 2000 Madurese koelies geprest, die zo zwak en ziekelijk waren dat er na twee maanden nog maar 300 over waren. Tijdens de Bali-expeditie van 1868 sloegen 1500 dragers op de vlucht. Paul van 't Veer schat dat in de Aceh-oorlog 25.000 koelies zijn omgekomen. Ze stierven 'als ratten'.
De straffen die koelies kregen, zouden we nu kenmerken als mishandeling. In 1881 (ruim na de afschaffing van de slavernij dus), kwam aan het licht dat geketende dwangarbeiders het jaar daarvoor in Aceh zo waren mishandeld dat zij aan hun verwondingen bezweken.
Volgens officieren van gezondheid bestonden de straffen uit twintig of meer harde slagen met rotans die met touw omwonden en in urine gedrenkt waren. De soms centimeters diepe wonden leidden tot gangreen, waarbij delen van de huid en het onderliggend weefsel verrotten en afstierven.
De zaak kwam ook in de Nederlandse pers en werd behandeld in de Tweede Kamer. De klacht tegen de beheerder van de dwangarbeiders werd geseponeerd.
Excessen?
Later zou het geweld in Nederlands-Indië gerelativeerd worden: het zouden excessen betreffen. Intussen weten we veel meer, bijvoorbeeld door het boek De brandende kampongs van generaal Spoor. Hagen:
Hoe belangrijk het onderzoek naar excessen ook is, fundamenteler is de vraag of niet al het oorlogsgeweld ter wille van eigen economische belangen 'excessief' is. Met welk recht kan een koloniserende mogendheid handelsvoordelen afdwingen via oorlogvoering?
Hagens boek bevat zoveel wetenswaardigheden dat je kunt blijven citeren. Hoe dichter bij in de tijd, hoe meer het mensen betreft van wie we ons nog een levendige voorstelling kunnen maken. Bijvoorbeeld de leden van het koningshuis. Zo was er in 1894 een expeditie naar Lombok. Daarbij vielen nogal wat slachtoffers. Aan koloniale kant: 524 soldaten (23 procent), 37 officieren (33 procent) en 414 dwangarbeiders (30 procent) waren gesneuveld, zwaargewond of vermist.
De reactie van de latere minister-president, die kort daarna zelf als militair naar Lombok zou gaan: 'Wij zullen niet weten wat genade is! Het is onze heilige roeping Mataram en Cakranegara voor eeuwig met de grond gelijk te maken.'
Op 31 augustus, de veertiende verjaardag van kroonprinses Wilhelmina, stuurde koningin-regentes Emma een telegram aan de gouverneur-generaal waarin ze sprak van 'in het duister gepleegd verraad' en verklaarde ervan overtuigd te zijn dat het leger 'op schitterende wijze zijn roemvolle naam [zou] handhaven en bevestigen. Beide koninginnen en het vaderland hebben het oog op u gevestigd.' Het koninklijk enthousiasme wakkerde de oorlogszucht verder aan. Overal in het land werden inzamelingen gehouden en meldden zich vrijwilligers.
Hendrik Colijn
Over Colijn gesproken: die nam als tweede luitenant deel aan de gevechten op Lombok. Hij kreeg daarvoor de Militaire Willemsorde. In een brief aan zijn vrouw schreef hij:
Ik heb negen vrouwen en drie kinderen die genade vroegen op één hoop moeten zetten en zo dood laten schieten. Het was onaangenaam werk, maar 't kon niet anders. De soldaten regen ze met genot aan hun bajonetten.
Hij schrijft er ook over in een brief aan zijn ouders:
Zelfs jonge, schone vrouwen met zuigelingen op de arm streden mee en wierpen uit de daken stukken lood op ons, terwijl anderen zelfs de lans hanteerden. Gelukkig stonden mijn dappere Ambonezen als een muur. Na de achtste aanval bleven nog enige weinigen over die genade vroegen, ik geloof dertien. De soldaten keken mij vragend aan. Een dertigtal mijner manschappen was dood of gewond. ik keerde mij naar achteren om een sigaar op te steken. Enige hartverscheurende kreten klonken en toen ik mij omdraaide waren ook die dertien dood.
Wie kan dat nu lezen zonder kwaad te worden, zonder te beseffen hoe gruwelijk Nederland huishield in Indonesië? En waarom krijgt zo iemand een eervolle Orde en later een politieke carrière in plaats van straf?
Hagen constateert dat de veronderstelling dat er in de negentiende eeuw buiten Java relatief weinig koloniale oorlogen waren, volkomen onjuist is. Paul van 't Veer beschouwde de 'rustige' negentiende eeuw al als 'één lange, ononderbroken oorlog'.
Ook over de twintigste eeuw, met natuurlijk de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog weet Hagen veel treffende details te geven, maar die laat ik hier ongenoemd. Ik heb al veel van je geduld geëist door zo veel over Hagens boek te schrijven.
Ik heb bijvoorbeeld nog niet verteld dat er ook een mooi katern met illustraties is opgenomen, maar dat zie je wel als je misschien zelf dit boek gaat lezen. Het is een onthutsend boek. Zelfs als je weet hoe erg het kolonialisme in Indonesië heeft gewoed, dan nog vallen veel details je rauw op het dak. Dat daar excuses voor aangeboden zijn, is niet meer dan terecht. Als staat past ons diepe schaamte.
Koloniale oorlogen in Indonesië is een indrukwekkend boek, met een schat aan informatie. Zelfs als je wel zo ongeveer weet wat er gebeurd is in wat toen Nederlands-Indië werd genoemd, zul je versteld staan van de gang van zaken toen.


Geen opmerkingen:
Een reactie posten