woensdag 29 juni 2016

Niet verder vertellen (K. Schippers)


Er zijn genoeg goede schrijvers, die mooie romans schrijven. Die lees ik graag, maar er zijn schrijvers die ik nog liever lees: schrijvers bij wie elke roman een belevenis is, omdat er meer gebeurt dan het vertellen van het verhaal.

Zo'n schrijver is bijvoorbeeld Thomas Lieske, die iemand zijn jongere ik laat ontmoeten (Alles kantelt) en in Door de waterspiegel nemen personages elkaars leven over, zodat niet meer duidelijk is wie nu wat meemaakt.

Ook K. Schippers schrijft onvoorspelbare romans. In Waar was je nou verdwijnt iemand in een foto, in De hoedenwinkel wordt de taal aangetast en in Voor jou bemoeien twee overleden vrienden van de schrijver zich met het boek.

De nieuwe roman, Niet verder vertellen, is ook weer zo'n heerlijk boek. Het begint, zoals vaker bij Schippers, redelijk traditioneel. Een ik-figuur, die erg lijkt op de schrijver, is met een vriendin, Simone, in Turijn. Nou ja, vriendin - de schrijver zegt dat hij haar als zuster heeft geadopteerd. Het werk van de kunstenaars De Chirico en Giacometti komt langs, evenals de lijkwade van Christus en een map waarin zich foto's van de moeder van de 'ik' bevinden.

Als je verder leest, merk je dat er dingen door elkaar gaan lopen. Het heden en het verleden bijvoorbeeld.
'Uw zoon schrijft over u,' zegt de vrouw.
'M'n zoon?'
'Ja.'
'Ik heb helemaal geen zoon.'
'Nog niet.'
We zitten hier in het heden: de schrijvende 'ik', die ik voor het gemak maar even de schrijver noem, en tegelijkertijd in het verleden, toen zijn moeder nog helemaal geen zoon had. De tweede tijden lopen eigenlijk niet door elkaar: ze zijn dezelfde tijd.

In De hoedenmaker wordt de taal waarin het boek geschreven is onderwerp en misschien zelfs wel een personage. Ook in de Niet verder vertellen is de taal een sturende kracht.
Ze lopen naar een eik. Er is iets in gesneden, 'baron vivant'.
'Wat gek,' zegt Dien, 'zit er in z'n naam wat-ie is.'
'En houd je nog een ar over.'
'Geen wonder dat we in de sneeuw terecht zijn gekomen.' 
Zo'n springerige, speelse manier van denken doortrekt het hele boek, of misschien wel alle boeken van Schippers.

De verhaalconventies zijn bepaald niet heilig in Niet verder vertellen, wat wil zeggen dat zo'n beetje alles mogelijk is. Aanvankelijk lijken de personages weinig invloed te hebben op de loop van het verhaal.
Dien en Bertha buigen zich af en toe over het ½ uit de koers geraakte verhaal, worden zelf verteld en dan heb je er maar weinig over te zeggen.   
Maar nog geen tien bladzijden later kijken ze of ze toch niet het verhaal over kunnen nemen. De titel kan dan ook op twee manieren uitgelegd worden: niet aan een ander vertellen, maar ook: stoppen met vertellen.

De eigenzinnige personages deden me denken aan Vóór alles een dame van Renate Dorrestein, waarin de personages de schrijfster vastbinden en zelf het verhaal verderschrijven.

Schippers gaat nog een stapje verder, door ook de lezer in de werkelijkheid te betrekken. Hij observeert Dien en schrijft:
Ze opent de deur en laat haar aandacht naar iets anders uitgaan, ben net zo benieuwd naar haar bestemming als jij.
Er is veel te zeggen over Niet verder vertellen. Over het licht dat overal doorheen kiert; over de goochelaar, die verandert van naam en van nog wel van meer; over de gedichten in het boek; over de foto's die door het hele boek zijn opgenomen. Naar sommige foto's kun je tijden kijken en dan vind je het niet zo vreemd meer dat je naar een andere tijd en een andere plaats kunt reizen, terwijl je op je stoel zit. Maar de enige manier om echt iets te weten te komen over dit boek is het te lezen, te ondergaan. Man, man, wat een schrijver! En wat een boek!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten