zondag 3 juli 2016

Idioom van geluk (Inge Boulonois)


Inge Boulonois is een dichteres die verschillende soorten bundels schrijft. Soms houdt ze zich bezig met het lichte vers: gedichten die in een stripje staan, ollekebollekes, andere ironische gedichten in de kunstige vormen die in de hoek van de light verse bekend zijn. Dat zijn gedichten die het vaak ook goed doen bij voorleessessies, neem ik aan. Haar bundel Lichte en bonte gedichten besprak ik eerder.

Ze schrijft ook gedichten op een serieuzere toon. Het geluk van een tafel is een bundel met zulke gedichten. Die besprak ik hier. Het boekje blijkt een soort voorpublicatie te zijn van haar nieuwe bundel, Idioom van geluk. Veel van de gedichten uit de 'tafelbundel' komen terug in de 'idioombundel' en zelfs het motto is gehandhaafd.

Dat Boulonois twee titels heeft gekozen met daarin het woord 'geluk' is niet voor niets: ze heeft oog voor het geluk, ook (of misschien wel vooral) als het in kleine dingen schuilt: het spinnen van de kat, de weerkaatsing van licht, het gezang van vogels.

De afdeling 'Uit de kunst' stond ook al in Het geluk van een tafel. Boulonois heeft de gedichten nog eens onder handen genomen  en ze heeft er minder geselecteerd. De dichteres is ook beeldend kunstenaar, dus het thema kunst ligt dicht bij haar.

In deze afdeling staan gedichten over kunstwerken. Soms worden de schilderijen in woorden weergegeven, waarbij het gedicht een staaltje van beschrijvingskunst is, soms kiest Boulonois een andere insteek. In Meisje met de parel verplaatst ze zich in het door Vermeer geschilderde meisje. Verder staat in Idioom ook de cyclus 'Palet' waarin in elk gedicht een kleur centraal staat.

Achter in de bundel heeft Inge Boulonois enkele bladzijden aantekeningen opgenomen, waarin ze uitlegt waar de afzonderlijke gedichten eerder gepubliceerd zijn. Daarbij noemt ze wel tijdschriftpublicaties, maar niet Het geluk van een tafel. 

Verschillende van haar gedichten blijken bekroond te zijn bij wedstrijden. Dat snap ik ook wel. Al in een eerdere recensie schreef ik dat Boulonois aandacht heeft voor zinnen. Er staan ook in deze bundel weer zinnetjes die mooi nauwkeurig zijn of verrassend. Een zin als 'de dijk lekt langzaam naar de einder weg', wil je vanwege dat 'lekt' nog wel een keer lezen. Bij een gedicht over een fietstocht wordt van de aarde gezegd dat die 'om de eigen naaf' draait en ook dat is mooi gevonden. Daartegenover staat dat Boulonois niet terugschrikt voor zinnen als 'Dit huis slaat zijn armen veilig / om je heen.'

De gehele gedichten bevallen me vaak minder dan de afzonderlijke zinnen. Het zijn keurige gedichten, waar ongetwijfeld lang aan gesleuteld is, maar ik krijg het idee dat ze te veilig zijn, dat er te weinig op het spel staat. Diezelfde indruk had ik bij de laatste bundel van Chrétien Breukers.

Ook van Boulonois vermoed ik dat ze opschrijft wat ze al wist, dat ze niet door het dichten bij iets nieuws terechtgekomen is. Dat ze wel het kleine geluk opgezocht heeft, maar niet de schaamte; wel wat iedereen al weet, niet het persoonlijke. Ze heeft keurig beheerst haar gedichten in elkaar geschroefd, maar ik had liever gehad dat haar gedichten minder klopten, als ze dan maar een keer uit de bocht vlogen, zodat er ook werkelijk iets in te beleven is.

Neem nu het titelgedicht:
Idioom van geluk 
Zoek niet en je zult vinden. Vermijd gewoon
het eeuwige slachtveld van beter weten. 
Lach grootspraak weg. Trap niet in de strik
van woordentwist. Laat geen blik je ik
aanknippen. Sta verstomd en wees volmaakt 
ontbabeld. Spits je oren voor de keel van vogels.
Toom de slang van je eigen tong in. Hoor
de kat ontspannen spinnen en ga liggen 
in de hangmat van jezelf. Kijk om je heen.
Zie het idioom van alle windstreken:
het telkens anders kaatsende licht - 
Het gedicht heeft een positieve boodschap, die een beetje prekerig verwoord is. Maar niemand gaat ervan rechtop zitten en mompelt: 'Tjongejonge, dit heb ik nog nooit gehoord!' Eigenlijk geldt dat voor alle gedichten.

Ze zijn met aandacht geschreven, maar dat is het dan ook wel. Er gaat te weinig van uit, ze blijven keurig midden op het paadje. Woordspelinkje hier, vondstje daar, mooie zin af en toe. Altijd weer blijven de gedichten steken in de verwoording van de waarneming. Dat is me te weinig.

Er zullen genoeg mensen zijn die genieten van de beschrijvingskunst van Boulonois. Er zijn immers ook jury's die haar gedichten bekroond hebben. Misschien ben ik voor de gedichten niet de juiste lezer.

Ik eindig met het slotgedicht uit de bundel.
De zaaier 
              Vincent van Gogh (1888)
Zoals Van Gogh met verf op doek
in ongeveer een week een akker schiep
en die gedreven egde, toen
de hemel aanstreek, een onbewolkte
zon ophing, een boom scheef plantte
waarnaast een boer met klak en zaaitas,
hij vervolgens diens strooiende hand
tevoorschijn kwastte en zo de zaaier
zien liet, zo laat het schilderij
al duizenden weken horen
hoe het zaad ontkiemt - 

Inge Boulonois, Idioom van geluk. Uitgeverij Kontrast, z.pl. 2016; 84 blz. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen