In het blad Liter was er ooit een rubriek 'Dierbaar boek' en ook ik werd gevraagd een stukje te schrijven over een boek dat mij dierbaar was. Dat stukje werd gepubliceerd in jaargang 8, nummer 38 (2005). Ik weet niet meer of ik lang moest nadenken over de keuze van het boek.
In zo'n rubriek kies je natuurlijk altijd een boek uit je verre verleden, maar als je veel gelezen hebt, zijn er altijd veel kandidaten. Het boek dat me nu als eerste te binnen schiet is Tippeltje van W.G. van de Hulst jr. dat ik cadeau kreeg op het kerstfeest van de eerste klas van de lagere school. Hoe vaak ik het gelezen heb, weet ik niet, maar het is mij altijd dierbaar gebleven.
Verder moet ik denken aan Kladboek van Jeroen Brouwers, waarvan ik ondersteboven was en aan de bloemlezingen Voorbij de laatste stad van Gerrit Achterberg en Lees maar, er staat niet wat er staat. Het waren de eerste dichtbundels die ik kocht.
Mogelijk zijn die boeken ook in mijn gedachten voorbijgekomen, maar ik koos voor een boek van een markante schaker, Aaron Nimzowitsch. Dat boek is niet alleen belangrijk geweest voor mijn begrip van het schaakspel, maar het is vooral ook geschreven in een heerlijke stijl.
Nu het Tata Steel Chesstoernooi bezig is (dat in mijn gedachten nog steeds het Hoogovenstoernooi is), lijkt het me wel gepast om mijn stukje daarover onder het stof uit te halen.
Mein System (1925/1926) van Aaron Nimzowitsch (1886-1935)
Achttien was ik, net geworden. In mijn boekenkast stonden nauwelijks dichtbundels: bloemlezingen uit het werk van Nijhoff en Achterberg waarschijnlijk, misschien enkele exemplaren van het tijdschrift Gedicht, dat geredigeerd werd door Remco Campert. Het zou nog bijna twee jaar duren voordat ik de verzamelde gedichten van een dichter zou kopen: Leopold, op advies van Anne Schipper.Wel had ik al een rij schaakboeken in mijn kast staan. Openingenvademecum van Frits Roessel, bijvoorbeeld, een hele reeks prismapockets van Hans Bouwmeester, plus zo'n pocket over de match Fischer-Spasski. En Euwe natuurlijk, Oordeel en plan, na bestudering van welk boek ik voor het eerst het idee had dat ik echt iets van het schaakspel ging begrijpen.
Maar toen ik net achttien was, kocht ik een boek dat niet alleen een uitstekend schaakboek was, maar dat ook nog eens zeer onderhoudend geschreven was: Mein System, van Aaron Nimzowitsch. Waarom ik juist dit boek toen aangeschaft heb (ongetwijfeld bij Van der Galie in Utrecht), weet ik niet meer. Misschien wel vanwege de blauwe, kunstleren band, met gouden letters. Een mooi ingebonden boek, dat prettig openviel, lekker rook, gemakkelijk in de hand lag. Waarschijnlijk wist ik daar in de winkel nog niet dat ik een van de meest invloedrijke schaakboeken uit de geschiedenis in mijn hand had.
Mein System verscheen oorspronkelijk in vijf afleveringen in de jaren 1925/1926. Nimzowitsch (Riga, 1886) was als schaker toen al wel bekend. Zo won hij samen met Aljechin het toernooi in St. Petersburg in 1914. Maar na een slecht toernooi in dezelfde stad, in hetzelfde jaar, verscheen hij jarenlang niet achter het schaakbord.
Niet iedereen zal dat betreurd hebben. Nimzowitsch kon in de omgang bepaald onaangenaam zijn. In een partij tegen Walter John verscheen hij drie kwartier te laat in de toernooizaal, bekeek toen eerst uitgebreid de schilderijen aan de wand, voerde een zet uit zonder te gaan zitten en wandelde weer verder. Voor de eerste zestien zetten gebruikte hij maar vijf minuten, op de zeventiende zet bracht hij een subtiel pionoffer, dat hem uiteindelijk materieel voordeel opleverde. Zijn tegenstander was toen al zo geïrriteerd, dat hij de partij niet opgaf, maar nog tientallen zetten in verloren stelling doorspeelde. Zo maak je geen vrienden.
Nimzowitsch was een sombere, ietwat boosaardige man, overtuigd van zijn eigen gelijk, ook als zijn prestaties achter het schaakbord dat niet aan konden tonen.
In geschrifte laat hij zich voor het eerst gelden in 1912 in een open brief aan dr. Siegbert Tarrasch in Deutsches Wochenschach. Tarrasch, een gerespecteerde schaakmeester, had zich laatdunkend uitgelaten over de ‘lelijke’ en ‘afschuwelijke’ zetten van Nimzowitsch. Fijntjes wijst Nimzowitsch erop dat hij met dit soort zetten wel van Tarrasch heeft gewonnen. Een jaar later valt Nimzowitsch de klassieke, orthodoxe opvattingen van Tarrasch aan in een opstel van twaalf bladzijden, dat verschijnt in de Wiener Schachzeitung onder de titel ‘Entspricht Dr. Tarraschs Die moderne Schachpartie wirklich moderner Auffassung?’
Daarna blijft het een tijdje stil rond Nimzowitsch en zijn ideeën over het schaakspel. Pas in 1923 vermeldt een Oostenrijkse schaakkrant dat Nimzowitsch in Denemarken voordrachten vol humor houdt over moderne schaakstrategie. Intussen heeft hij zijn ‘systeem’ geconstrueerd, dat de basis zal worden van wat indertijd het hypermoderne of ook wel neoromantische schaak genoemd werd.
Niet alles van wat Nimzowitsch beweert, is nieuw, maar wel nieuw is dat hij allerlei losse elementen met elkaar in verband brengt. Bovendien ontwikkelt hij technieken, die in zijn tijd zonder meer revolutionair waren. Nog steeds zal iedere schaker die termen als ‘Prophylaxe’ en ‘Überdeckung’ hoort, onmiddellijk de naam van Nimzowitsch roepen en wanneer ik op het schaakbord met een oprukkende vrijpion geconfronteerd word, spreekt nog steeds Nimzowitsch mij toe: ‘Hemmen, blockieren und vernichten!’
Mein System is een glashelder boek, waarin de schrijver zeer nauwgezet uitlegt hoe er volgens hem geschaakt moet worden. Daarbij hoort ‘der Lernende’ steeds de spreektoon waarop alles geschreven is. Ongetwijfeld komt dat door de vele voordrachten die aan het schrijven vooraf zijn gegaan.
Nimzowitsch is een meeslepend schrijver. De tweede aflevering besteedt hij onder andere aan de behandeling van de vrijpion. Maar eerst neem hij afscheid van het onderwerp uit de vorige aflevering, de open lijn:
Der aufmerksame Leser hat es bereits erraten, ja wir sind in die offene Linie geradezu vernarrt [zijn erop verliefd geworden tb], wir können sie nicht so ohne weiteres entlassen; ein letztes Abschiednehmen noch und dann noch ein allerletztes und dann ein Winken mit Tüchern: sieht sie uns noch? Ja, sie hat uns gesehen, schau, nun flüstert sie ihrem Begleiter, dem Vorpostenritter, etwas zu. Leb Wohl!- Wir zerdrücken eine Träne und wenden uns neuen Dingen zu. Nun sind es andere Helden, mit denen wir uns zo beschäftigen hätten, die Freibauern.
Het is geen wonder dat ik het schaakboek las als een avonturenroman. Zulke schaaklyriek zou ik later alleen bij de nog grotere schrijver J.H. Donner lezen, als hij het kleine schaakpionnetje op a5 liefdevol zou toespreken (‘Mooi klein ding, randpion ben je, niet meer dan één veldje mag je bestrijken. Je bent zo klein, bijna niets en je hebt de hele partij daar op je plaatsje gestaan, maar al die tijd was mijn hoop op jou gebouwd’).
Ik liet me meeslepen door wat ik las en de beelden die Nimzowitsch gebruikte, zetten zich in mij vast. Een ‘zwemverbod’ legde Nimzowitsch mij op: niet maar wat heen en weer zetten (zwemmen) maar een aanvalsdoel kiezen. Daadkracht eiste Nimzowitsch van mij, vooral tegen de vrijpion. ‘Het is een misdadiger die achter slot en grendel hoort’, schreef hij, ‘milde Masznahmen, wie polizeiliche Aufsicht seien nicht genügend!’ De ‘officieren’ moesten alle ‘kastetrots’ laten varen en zich om de nederige pion groeperen. Een afruil van zwakke pionnen wordt bij Nimzowitsch een uitruil van krijgsgevangenen, van een verdedigende toren roept hij ‘er soll sterben!’
Het zou mij niet verbazen als de makers van de film Lang leve de koningin gespiekt hadden bij Nimzowitsch. Zijn koning is werkelijk een vorst:
Met langzame passen nadert de koning het centrum. Daar aangekomen roept hij de gezamenlijke ministers en raadslieden bij zich, sterkt zich door een copieus ontbijt, consulteert zijn ministers, ontbijt nog eens (de koning ontbijt, ter onderscheiding van gewone stervelingen, tweemaal), consulteert nog een keer de bijeengekomen raadslieden en dan pas kiest hij het hem (en de raadgevers) goed dunkend krijgstoneel. (vert. tb)
Wie durft hierna nog onbedachtzame zetten met zijn koning te doen?
Ik ben Nimzowitsch, naast Euwe natuurlijk, veel dank verschuldigd, zoals de schaakwereld veel te danken heeft aan Mein System.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten