Posts tonen met het label Hum!. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Hum!. Alle posts tonen

woensdag 5 februari 2025

Tex Willer - Finnegans Rangers (Mauro Boselli / Majo)

Enkele maanden geleden schreef ik een stukje over een album van Tex Willer, in kleur. Ik was daar niet zo gelukkig mee: de verhaallijn was me niet helder genoeg en de tekeningen overtuigden me niet. Intussen heb ik een heel andere Tex Willer op mijn bureau liggen: Finnegans rangers, verschenen bij uitgeverij Hum! in de serie Tex Willer Classics, een softcover van 226 bladzijden dik. 

De tekeningen zijn in zwart/wit en dat brengt meteen de sfeer terug die ik me herinner uit de westerncomics uit mijn jeugd. Maar er speelt meer dan jeugdsentiment. De tekeningen, van Majo, zijn veel beter dan in het album dat ik eerder besprak. De personen bewegen soepel, de verhoudingen zijn goed en de zwartvlakken en arceringen werken goed. Niet alleen blijven de tekeningen aangenaam om te zien, ze zijn ook helder en 'lezen' gemakkelijk. Ze zijn dienstbaar aan het verhaal, maar ze kunnen er ook tegen als je ze nauwkeuriger bekijkt. 

Omdat kleur niet de extra dramatiek aan kan brengen, moet alles uit het tekenwerk komen en dat lukt uitstekend. 

Het is heerlijk dat er in deze uitgave rustig de tijd wordt genomen om het verhaal af te wikkelen. In de oude pockets van Tex Willer waren vaak meer verhalen opgenomen, waarvan ook sommige verhalen gedeeltelijk. Finnegans rangers is een enkel, compleet verhaal. 

Adelaar van de nacht

Tex Willer, ook wel Adelaar van de nacht genoemd, staat aan het hoofd van een Navahostam, al zie je in de avonturen niet zo veel van die stam. De enige die altijd bij hem is, is Tijger, een Navaho. Tijger is wel een wonderlijke naam: waarom zou iemand genoemd worden naar een dier dat helemaal niet in Amerika voorkomt?

In veel cowboyverhalen is er een vriendschap tussen een witte man en een oorspronkelijke bewoner van Amerika. Denk aan Old Shatterhand en Winnetou, en aan Arendsoog en Witte Veder. Het heeft waarschijnlijk te maken met de traditie van 'othering': de indianen (in de cowboycontext gebruik ik die benaming voor het gemak toch maar) worden vanuit het wij/zij-denken gezien als de anderen, de groep waartoe je niet behoort en waarvan je dus afstand neemt. En dan is er een cowboy die aan de zijde van de ander gaat staan en daardoor is hij bijna automatisch een moreel hoogstaand mens, lijkt de boodschap. 

De zoon van Tex Willer, Kit, heeft een moeder die tot de Navaho behoort. In Finnegans rangers zegt een van de tegenstanders over hem: 'Je kunt dit beest nooit temmen. Hij is voor de helft Navaho.' Het denken in stereotypen is kenmerkend in een tijd waarin afkomst en identiteit lijken samen te vallen. 

Overval

Het verhaal begint met een overval op het dorp van Witte Bizon, dat uitloopt op een bloedbad. En dat terwijl de Comanche net vrede gesloten hebben met de 'bleekgezichten'. De Comanche besluiten niet agressief op te treden, maar de hulp van Tex Willer in te roepen. 

Wie zijn de daders? De Mexicanen? De bende van Robledo? En de rangers die onder leiding staan van Finnegan lijken ook niet helemaal zuiver. Kit Willer infiltreert bij deze groep rangers, op een afstandje gevolgd door Kit Carson. Tex Willer gaat met Tijger op onderzoek uit. 

Zoals altijd  in de verhalen van Tex Willer speelt de actie zich op verschillende plaatsen tegelijk af. Het zijn de verhaallijnen die uiteindelijk samen moeten komen. Omdat de scenarist, Mauro Boselli, ruim de tijd heeft, kan hij elk van de lijnen de ruimte geven en blijft het verhaal helder. Omdat de lezer de tijd heeft, kan hij goed in het verhaal komen en zich onderdompelen in het avontuur. 

Helden

Bij cowboys wordt al gauw gesproken over 'revolverhelden' en Tex Willer heeft ook veel weg van een heldenverhaal. Je kunt zeggen dat dat weinig gelaagd is en ongenuanceerd en dat is wel zo, maar het vergemakkelijkt ook de identificatie en het zorgt ervoor dat de lezer lekker kan doorlezen. Voor een verhaal dat vooral als amusement bedoeld is, is dat alleen maar goed. 

Om de spanning erin te houden, moeten de helden kwetsbaar zijn. Je weet dat ze het uiteindelijk redden, naar er moet op zijn minst de suggestie gewekt worden dat ze kunnen verliezen en dat ze het niet overleven. Dat is in dit verhaal zeker het geval. Als Kit als infiltrant ontmaskerd wordt, is het maar de vraag of hij niet meteen doodgeschoten zal worden. 

Mannenwereld

Cowboyverhalen spelen zich af in een mannenwereld. Weliswaar spelen in Finnegans rangers ook vrouwen een rol, maar het is een bijrol. Die rol gaat wel door tot bijna het einde van het verhaal. Voor een western is dat al heel wat. 

Finnegans rangers heb ik met plezier gelezen. Dat voor mij het lezen ouderwets genieten was, is begrijpelijk: een goede western in de traditie zoals ik die ken. Maar is Tex Willer ook een strip voor de jongere lezer? 

Ik denk dat degelijk amusement eigenlijk voor alle leeftijden wel wat te bieden heeft. Verder zou je kunnen zeggen dat Tex met een inclusieve blik naar de wereld kijkt. Zo vraagt hij aan een Mexicaan of zijn afkomst ertoe doet bij wat hij gedaan heeft. Daarin is hij niet in de eerste plaats veroordelend, maar geïnteresseerd, verwonderd. 

Tex Willer staat altijd aan de kant van het recht. Maar in een vuurgevecht kun je niet wachten op een rechterlijke uitspraak en er worden heel wat mensen gedood in de strip. Maar het verhaal komt wel tegemoet aan de gedachte dat het recht moet zegevieren. Dat is een boodschap die nog steeds mee kan. 

Net als de tekeningen zou je kunnen zeggen dat het verhaal op sommige punten nogal zwart/wit is. Dat is zo, maar dat hoort ook wel bij dit soort strips. De gemiddelde lezer zal dat voor lief nemen. In zijn soort voldoet dit verhaal van Tex Willer aan alle kwaliteitseisen. 

Reeks: Tex Willer Classics
Deel 20: Finnegans rangers
Scenario: Mauro Boselli
Tekeningen: Majo
Vertaling: Erik van Helvoort, Ben Kamphuis, Fernanda Martins
Uitgever: Hum!
2024, 228 blz. € 19,95 (softcover)

maandag 25 november 2024

Tex Willer 16: De bron van de eeuwige jeugd (Georgio Giusfredi / Fabio Civitelli)

Tex Willer - dat is wel een naam die klinkt. In mijn jeugd zou ik zeker van zijn avonturen gehouden hebben, maar ik heb de strips toen nooit gelezen. We hebben het over een western, die vanaf 1971 in Nederland verscheen. In die tijd las ik wel de comics over Kid Colt en Rawhide Kid. 

Ik kocht die niet zelf en ik zou ook niet weten waar ik die had kunnen kopen. Ik kreeg ze, maar ik weet niet zeker van wie. Van mijn vriendje Gerard? Van het buurjongetje Reinier? Van de oudere buurjongen aan de andere kant, Chris? Het is niet meer na te gaan. 

Adelaar van de nacht

De strips over Tex Willer verschenen oorspronkelijk in Italië. Toen er deeltjes in het Nederlands werden vertaald, had Tex al heel wat achter de rug. Hij was een outlaw, maar werd later een ranger en trouwde met de dochter van een Navahostam, waardoor hij zelf ook opperhoofd werd. Daarbij kreeg hij de naam Adelaar van de nacht. In het gezin wordt een zoon geboren, Kit Willer, ook wel Kleine Valk. Als hij opgegroeid is, wordt hij een van de vaste metgezellen van Tex.

Zijn andere makkers zijn de wat oudere Kit Carson en de indiaan Tijger. Ik weet wel dat ik de term 'indiaan' eigenlijk niet meer hoor te gebruiken, maar de aanduiding zit vastgeroest in mijn geheugen als het over cowboys gaat, dus ik laat het maar even zo. 

In verschillende westerns is er sprake van een vriendschap tussen een cowboy en een indiaan: Old Shatterhand en Winnetou, Arendsoog en Witte Veder. In Dances with wolves wordt de hoofdpersoon verliefd op een indiaanse vrouw. Het zijn altijd personages voor wie je sympathie voelt. Misschien omdat de indianen de zwakkere partij zijn en we houden van iemand die het voor de zwakken opneemt. Bovendien zijn het altijd 'goede' indianen, die een contrast vormen met andere, moordzuchtige stammen. 

De oorspronkelijke verhalen over Tex Willer waren in zwartwit, in vrij kleine pocketachtige boekjes, de Tex Willer Classics, waar er meestal zes tekeningen op een bladzij pasten. Intussen zijn er albums in kleur, op het normale stripformaat. 

Dit jaar verscheen album nr. 16, De bron van de eeuwige jeugd. Het scenario is van Giorgio Giusfredi, de tekeningen zijn van Fabio Civitelli. 

Niet altijd heldere verhaallijn

Er is een jonge vrouw, Sitsi, ontvoerd door een groep indianen. Haar ouders en broers zijn naar haar op zoek. Verder gaat het verhaal rond dat er een bron zou zijn waarvan het water zou kunnen zorgen voor de eeuwige jeugd. En er zou een schat zijn. Dat trekt groepen mensen met slechte bedoelingen aan. Al die dingen spelen tegelijkertijd, wat het verhaal lastig te volgen maakt. Giusfredi had zich misschien wat moeten beperken en had in ieder geval moeten zorgen voor een helderder verhaallijn. 

In de dialogen moet veel uitgelegd worden. Een moeder zegt bijvoorbeeld tegen haar zoons: 'Zeg Nakai, jullie vader, dat ik naar het oude huis van grootvader Masewi ga, hoog in de Mesa Negra.' Als grootvader meer huizen had, is de toevoeging 'hoog in de Mesa Negra' nog te begrijpen. Maar als moeder de naam Nakai noemt, weten de zoons natuurlijk wel dat het over hun vader gaat. Alleen de lezers wisten het nog niet. 

Dat iemand onder schot gehouden wordt en een lang verhaal aan moet horen over wat er in het verleden gebeurd is, driehonderd jaar geleden, komt ook onnatuurlijk over. Het zijn noodgrepen om alle informatie over te dragen op de lezer. 

De lezer op afstand

Tex raakt betrokken bij deze geschiedenis. En na veel verwikkelingen loopt het allemaal goed af. Het is een aardig verhaal, dat, zoals gezegd wat helderder verteld had kunnen worden. De lezer blijft de hele tijd behoorlijk op afstand. Het is de scenarist niet gelukt om mij echt mee te laten leven en me echt betrokken te krijgen. Er zijn gebeurtenissen die voor de spanning moeten zorgen, maar qua gevoel blijft het steeds aan de oppervlakte. Zelfs bij het dramatische slot, waarin Sitsi haar broer ontmoet, blijft de lezer onberoerd. 

Ook de tekeningen vallen me niet mee. Ze zijn bijzonder statisch. Het tekenen van paarden gaat Fabio Civitelli wel goed af, maar in gezichtsuitdrukkingen weet hij weinig nuance te leggen. Ook leeftijd weet hij niet goed weer te geven in de gezichten. De huid is altijd net te gaaf en de arceringen zijn voorspelbaar: de jukbeenderen goed zichtbaar, de wangen wat ingevallen. 

Bewegingen zijn houterig en nooit zit er vaart in zo'n beweging. Je ziet eerder een still uit een film dan de suggestie van bewegen. 

Het lijkt wel of de tekenaar sommige lichaamshoudingen gewoon niet aanvoelt. Op een gegeven moment hangt Tex aan zijn vingers aan een rots, terwijl er ook nog iemand aan zijn andere hand hangt. De krachtsinspanning die dat kost, de manier waarop zijn lichaam zich moet rekken - het is allemaal niet terug te zien in de tekening. 

Tex Willer is een serie die ik slecht ken. Ik heb historisch geen band met het personage en dat zal zeker uitmaken. Vroeger heb ik de strips over Willer nooit gelezen, maar onlangs heb ik wel enkele oude deeltjes gekocht om vergelijkingsmateriaal met de nieuwe strip te hebben. Dat zijn deel 56, De smaragden afgod (1975) en deel 67, Een boodschap voor Cochise! (1976). De beide deeltjes zijn beter getekend dan het nieuwe album, het verhaal is helderder en er wordt meer een beroep gedaan op je empathie. 

Mogelijk dat echte liefhebbers van Tex Willer blij zijn met alles wat er over held uit het Wilde Westen wordt gepubliceerd, maar mij nodigt De bron van de eeuwige jeugd niet uit om meer te lezen van de nieuwe avonturen. Maar als ik een oud deeltje tegenkom voor weinig geld, neem ik het mee. 

Reeks: Tex Willer
Deel 16: De bron van de eeuwige jeugd
Scenario: Giorgio Giusfredi
Tekeningen: Fabio Civitelli
Uitgever: Hum! Éditions
2024, 48 blz. € 9,95 (softcover) 

Eerder schreef ik over een andere uitgave van Uitgeverij Hum!



woensdag 22 november 2023

Baby Boom (Martin Draax)

Het oog van een buitenstaander ziet andere dingen dan het oog van de insider, die vanzelfsprekendheden niet meer opmerkt. Daarom is het verfrissend om te lezen wat die buitenstaanders te zeggen hebben. Zo schreef de Vlaming Matthias de Clercq over De ontdekking van Urk en J. Rentes de Carvalho over Nederland in Waar die andere god woont. Guus Bauer laat in Vaders dag zijn overleden vader met de blik van het verleden naar het heden kijken. De lezer wordt zich op die manier bewust van de maatschappij waarin hij leeft. 

Martin Draax doet dat ook in de graphic novel Baby Boom. Een vrouw van een andere planeet (XSSMLXL) daalt neer in Amsterdam uit een eivormig ruimteschip. Overdrachtelijk gezien wordt ze geboren: haar leven op aarde begint. Het beeld van de neerdalende Baby Boom knipoogt opzichtig naar De geboorte van Venus van Botticelli. 

Verwijzingen

Draax houdt ervan om te spelen met verwijzingen. In de loop van het album komen er heel veel voor, van juffrouw Jannie (van Guust Flater) tot de vader van Vader en Zoon en van Bint van Bordewijk tot de karakteristieke houding van Maria in piëta's. Met een beetje goede wil is zelfs de lift van Abeltje te herkennen. Spielerei, natuurlijk, maar het geeft wel iets lichts aan het verhaal. 

Ironie, lichtheid, is toch wel nodig in dit verhaal, want vrolijk is het allemaal niet. Baby Boom komt terecht in een toekomstig Nederland. Daar is de boreale vrindenclub Sneeuwwitje van Boudewijn Hakkert machtig. Hakkert heeft qua uiterlijk veel weg van Thierry Baudet. Hij manifesteert zich op het sociale medium Zelfbeeld. 

Baby Boom zou gekomen zijn van een andere planeet omdat de opwarming van de aarde mogelijk ook daar invloed zou kunnen hebben. Bovendien is er een gouden plaat aangetroffen met informatie over de aardebewoners: die zijn wit en hebben geen kleren aan. Het eerste is onwaarschijnlijk, maar zo'n gouden plaat bestaat. Die is met de Voyager meegegeven. Of daaruit een eenzijdig beeld van de mensen is te destilleren weet ik niet. 

Cameo

Baby Boom landt dus naakt in Amsterdam, wordt door sommigen meteen gezien als een symbool van vrijheid ('Free the nipple!'), maar roept ook agressie op. Ze vlucht met Fatima, die werkzaam is bij een naaiatelier. Daarbij heeft Draax zichzelf een cameo gegeven. Dat past wel bij de ironische toon die het album aanslaat. Draax ontwerpt de jurken van Comic Sexy, die veelvuldig voorkomen in Baby Boom. Dat zou je product placement kunnen noemen, al heeft het hier niks stiekems. 

Het verhaal in Baby Boom is licht van toon, maar somber van strekking. De maatschappij drijft op consumeren, het nalopen van hypes, het reageren op impulsen. Het populisme beheerst de samenleving en achter de slogans schuilt de agressie tegen iedereen die er niet in meegaat. Dat is geen vrolijk verhaal, maar het blijkt voor de lezer toch goed verteerbaar te zijn. 

Vormgeving

Dat komt voor een groot deel ook door de schitterende vormgeving. De tekeningen van Draax zijn geplaatst op een achtergrond die doet denken aan het bruin van pakpapier. De overheersende steunkleuren zijn rood en een blauw dat tegen het paars aanhangt. Door de achtergrond is ook wit een kleur die afsteekt. 

De tekstballonnen zijn niet alleen wit, maar ook zwart, rood en blauw. Daarnaast is er ook tekst zonder tekstballonnen. Ook in de tekeningen zelf is veel te lezen, van de teksten op verkiezingsposters tot teksten op Zelfbeeld. Op sommige pagina's is er wel heel veel tekst, bijvoorbeeld als Hakkert geïnterviewd wordt door de NOS. Dat zou best wat minder gekund hebben, al geeft het ook een beeld van de woordenbrij waarvan de leider van Sneeuwwitje zich bedient. 

Sneeuwwitje staat natuurlijk voor een sneeuwwit Nederland, zonder de 'schaduwrijkers'. Het is wel duidelijk wat de stripmaker daarvan vindt. Aan de ene kant is het prettig dat in het album duidelijk stelling genomen wordt, aan de andere kant kan dat ook als prekerig ervaren worden. Ook hier is het de ironie die het draaglijk houdt. 

Tekeningen

De tekeningen van Draax zijn gestileerd. De personages zijn glad: vloeiend getekend, gemakkelijk in het gezicht liggend, fraai. De esthetiek staat in contrast met wat er mis is in de maatschappij, met de lelijkheid, de vuiligheid, het geweld. Toch zou ik Draax niet willen beschuldigen van estheticisme. De schoonheid maakt de wereld (ver)draaglijk. Niet zozeer voor de personages, maar wel voor de lezer. 

Veel bladzijden zijn erg vol: veel tekst, veel tekeningen, die soms ook door elkaar lopen. Maar er is altijd een zeker evenwicht en het ziet er altijd (altijd!) prachtig uit. Er zit ritme in, er is afwisseling van volle bladzijden met pagina's met meer 'lucht', er zijn herhalingen die op zich al structureren. Verschillende keren wordt er bijvoorbeeld een vrouw gejonast door vier mannen met een kleed. Ze wordt in de lucht gegooid. De houding van die vrouwen (met de rug naar beneden en de benen omhoog) is steeds ongeveer gelijk en we vinden die ook terug bij Baby Boom in het ei. Je zou van een soort beeldrijm kunnen spreken. 

Inkleuring

De inkleuring is uitgekiend. Soms blijven de kleuren binnen de lijnen, soms juist niet. Als Baby Boom een jurk krijgt aangemeten, lijken de personages ingekleurd met een roller die breder is dan de figuurtjes. De ene is grofweg in het blauw, de ander in het rood. De tekstballonnen zijn wit, waardoor rood-wit-blauw de hele bladzijde beheerst, wat weer goed past bij het nationalisme dat in de maatschappij een belangrijke rol speelt. Niet voor niets vinden we op sommige pagina's ook nog oranje als kleur. 

De verhaallijn is niet altijd even sterk. Natuurlijk wordt er overdreven, want dat hoort bij de toon van het album, maar dat Baby Boom met een enkel berichtje toegang krijgt tot de hoogste kringen is onwaarschijnlijk. Ook lijkt de tekstschrijver zich soms net te veel te wentelen in eigen vondsten. Hier hadden wel wat darlings gekild mogen worden, waardoor het verhaal in sommige passages meer richting of meer vaart had gekregen. 

Maar het grafische en picturale is wonderschoon en de ironie doet je verschillende keren breed grijnzen, zelfs als het allemaal misloopt. Mooi album!

Martin Draax, Baby Boom. Uitgeverij Hum! 2023, 64 blz. € 24,95 (hardcover)