Bij het werk van Thomas Verbogt heb ik een dubbel gevoel. Aan de ene kant lees ik het graag en ik heb er ook heel wat van gelezen. Het is altijd prettig geschreven in een soepele stijl, het leest eigenlijk altijd wel goed. En aan de andere kant blijft er weinig van hangen, zijn er maar weinig boeken bij die ik echt goed vind. Zijn titels vergeet ik ook altijd. En als ik ze mij herinner, weet ik niet meer bij welk verhaal ze horen.
Het zijn sympathieke boeken, helemaal niet slecht, maar dat is het dan ook wel. En eigenlijk vind ik dat net te weinig.
Van Verdwenen tijd herinner ik me niet zo veel meer. 'Niet zo goed', kwam bij me boven. In ieder geval minder goed dan bijvoorbeeld Perfecte stilte. In 2009 besprak ik Verdwenen tijd. De recensie stond op 4 september 2009 in het Nederlands Dagblad. Ik vond het boek inderdaad niet zo goed. Maar ook na het lezen van de recensie komen de herinneringen aan het verhaal nauwelijks boven. Dat zal niet alleen aan het boek, maar ook aan de recensie liggen.
De anekdote over het voorlezen van het verhaal van het jongetje in de drumband staat me nog wel helder voor ogen. Ik weet niet meer waar Verbogt het voorlas, maar wel dat ik er erg om moest lachen. En verder zag ik Verbogt vroeger wel eens bij een theatervoorstelling in de kleine zaal van de schouwburg in Arnhem. Hij zal dan wel een recensie over de voorstelling hebben moeten schrijven. In mijn herinnering had hij altijd een flaphoed op, die hij de hele tijd ophield. Misschien klopt dat helemaal niet, maar zo heb ik het onthouden.
Verbogt zal best boeken geschreven hebben waarvoor iemand zijn hoed kan afnemen, maar ik vermoed dat Verdwenen tijd er niet eentje van is. Ik krijg in ieder geval niet de neiging om het te gaan herlezen. Maar als je nooit iets van Verbogt las, zou je dat toch moeten doen. Zoals ik al schreef: sympathieke boeken, soepel geschreven. Ze zijn aangenaam in de omgang. Probeer maar eens.
Verbogt wil alles verklaren
Ooit hoorde ik Thomas Verbogt een verhaal voorlezen waarin de ik-figuur als klein jongetje moest meelopen met een drumband. Het ging helemaal mis, doordat de pet of de kolbak of welk hoofddeksel het ook was, over zijn ogen zakte. Nooit heb ik het verhaal ergens gelezen, maar het is een literatuurervaring waar ik nog altijd met veel plezier aan terugdenk.
Stiekem had ik dan ook gehoopt dat ook Verbogts nieuwe roman, Verdwenen tijd, zo'n soort boek zou zijn. Een beetje weemoed, wat ironie, een vleug absurdisme en dat alles in een soepele stijl die het lezen aangenaam maakt.
Voor een deel is Verdwenen tijd ook zo'n boek. De hoofdpersoon, Robert van Noorden, een graag geziene gast in tv-programma's, haalt herinneringen op aan bijvoorbeeld de palingen die zijn vader kocht op de kermis. Hoe hij de krant openvouwde en hoe ze zich dan glimmend van het vet toonden. Of hij herinnert zich de sunlightzeep waar vroeger iedereen naar rook. Of hoe zijn vader met een boek van Graham Greene thuiskwam en dat ging zitten lezen.
Het zijn kleine gebeurtenissen, met veel liefde beschreven. Ingehouden, licht weemoedig. Op die momenten krijgt Verbogt het voor elkaar een gevoel op te roepen dat verwant is aan dat wat hij bij de hoofdpersoon suggereert.
Schuldgevoel
Maar er zijn ook andere momenten.Van Noorden heeft een extreem groot schuldgevoel. Het is zo groot dat hij zich over zo'n beetje alles schuldig voelt. Wanneer dat met ironie wordt verteld, kun je erom glimlachen. Remco Campert zou een dergelijke personage zo kunnen neerzetten. Maar bij Verbogt krijg je toch al snel het idee dat het allemaal wel heel erg gemeend is.
Goed, hij houdt wel een lichte toon, maar eigenlijk relativeert dat het schuldgevoel nauwelijks en dat is ook niet zo vreemd, want Verbogt heeft dat nodig voor de plot.
Zo'n plot had van mij niet gehoefd. Ik had wel een beetje willen meeleven met Van Noorden, me betrokken willen voelen bij zijn doen en laten, willen genieten van de toon waarop Verbogt vertelt, maar nee, Verbogt wil meer. Er is een plot. Er blijkt een gebeurtenis uit het verleden te zijn die heel veel verklaart.
Van Noorden heeft die gebeurtenis verdrongen, maar uiteindelijk realiseert hij zich toch wat er gebeurd is. Dat verklaart van alles, maar dat is tegelijkertijd het probleem. Door de plot zo zwaar aan te zetten, bereikt Verbogt dat je het idee krijgt dat het daar alleen maar om gaat. Het ophelderen van het verleden overschaduwt zo'n beetje alle andere zaken in het boek en bovendien wekt het de suggestie dat het raadsel Robert van Noorden daarmee opgelost is. Eigenlijk voelde ik me een beetje bekocht, toen bleek dat veel te verklaren was door één gebeurtenis in het verleden.
Ook verloor het boek er veel van zijn geheimzinnigheid door.
Ernst
Het is trouwens geen kattenpis, wat er in het verleden gebeurd is. Vandaar ook de ernst in het boek, die Verbogt met een lichte stijl niet weggewerkt krijgt.Soms kan lichtheid het erge en het ernstige alleen maar benauwender maken, maar ook dat gebeurt niet. Het relativerende, dat ik zo waardeerde in het drumbandverhaal, ontbreekt voor mijn gevoel.
Misschien heeft Verbogt geprobeerd een echt degelijke roman te schrijven, zo eentje die hem een plaats geeft in de serieuze literatuur. Op een van de flappen van Verdwenen tijd staan blurbteksten van Thomas Rosenboom en Arnon Grunberg. Nadat je dit boek gelezen hebt, kun je ze eigenlijk alleen nog maar ironisch opvatten.
In bijvoorbeeld zijn stukjes in De Gelderlander valt juist de pretentieloosheid op. Verbogt schrijft daarin vaak over kleine gebeurtenissen, op een bescheiden toon. Maar in veel geval zijn die stukjes gewoon goed. Het lijkt erop alsof Verbogt nu eens meer wilde, grotere sprongen wilde maken. Misschien is daarvoor zijn polsstok niet lang genoeg.
