Posts tonen met het label Sherpa. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Sherpa. Alle posts tonen

woensdag 15 april 2026

De storm (Ibrahim R. Ineke)


Voor in de beeldroman De storm, van Ibrahim R. Ineke, staat in kleine letters: 'ogni pensiero vola', elke gedachte vervliegt. Dat blijkt ook een nummer te zijn van het duo MACE en Venerus. In de tekst (die ik heb laten vertalen) komt de volgende passage voor:

Misschien ken jij me wel, 
want dan duurt het maar een moment voordat alles wegglipt. 
Een andere wereld wacht ons iets verderop. 

Ik zoek naar nieuwe manieren om uit mezelf te ontsnappen,
om al mijn grenzen te overwinnen,
om een beetje van de buitenwereld te ontdekken.

Misschien komt het doordat ik in een soort magische wereld thuishoor. 
Ik zou hier graag wegvliegen.
En soms voelt alles om me heen een beetje vreemd aan. 
Ik vraag me af of er nog meer mensen zo in elkaar zitten. 
Daarmee wil ik niet zeggen dat de beeldroman van Ineke ook daadwerkelijk iets met het lied te maken heeft, maar er staan wel wat zinnen in die van toepassing zijn op meer werk van deze stripmaker. Zo is er vaak sprake van een andere werkelijkheid, een werkelijkheid die moeilijk grijpbaar is en die vaak duister is. Ook in de liedtekst gaat het over 'een andere wereld', 'een soort magische wereld' en over het niet thuis zijn in de wereld. 

Jaromir

In De storm gaat het om iemand die toekijkt, een beschouwer, een getuige wellicht. De figuur die hij bekijkt, is Jaromir. Dat is een naam die niet veel voorkomt. Ik moest meteen denken aan de Jaromir-cyclus van A.C.W. Staring. De tekst daarvan vind je hier. Het is een serie van vier verhalende gedichten. In elk ervan heeft Jaromir te strijden met de duivel. Ook hierbij zeg ik niet dat De storm rechtstreeks te maken heeft met de gedichten van Staring, maar het duistere (of het duivelse) is wel een terugkerend element in het werk van Ineke. 

Aan het begin van het boek zit de verteller achter een kopje koffie. Hij haalt herinneringen op aan zijn studententijd. En aan Jaromir, van wie hij niet zeker weet of hij hem wel gekend heeft. De studenten hechtten indertijd minder belang aan kennis dan aan het debiteren van meningen. Maar Jaromir was anders dan de gemiddelde student 

Zo kwam hij niet uit de stad, maar was hij opgegroeid op een landgoed. Het zal mijn verliteratuurde hoofd wel zijn, maar ik moet dan denken aan Staring, die woonde in de Wildenborch, tussen Lochem en Vorden. Van Jaromir wordt verteld dat hij zich op het verwerven van kennis stortte 'met de wellustige verbetenheid van een monnik'. Ook de Jaromir van Staring was een monnik. 

Alchemie

De Jaromir uit De Storm verdiept zich in gnosis, alchemie, het occulte, en er wordt gefluisterd dat hij abonnee is van het tijdschrift van het genootschap Aphinar. In het blad wordt geschreven over een magische spiegel. Jaromir vermoedt dat dat meer waarheid dan literatuur is. Dat vertelt hij aan de verteller, die hem jaren na de studententijd weer eens ziet. De auteur, tevens hoofdredacteur van het blad, is zijn oud-docent, met wie Jaromir een ontmoeting heeft. 

Intussen is de wereld chaotischer geworden. Er zijn bijvoorbeeld knokploegen actief. De verteller heeft het gevoel achtervolgd te worden. 'Het bleek de storm te zijn'. De storm zit misschien ook wel in hoofd van de verteller. Hij droomt dat de stad al jaren gebombardeerd is. Hij ziet twee roodharige kinderen wegrennen en iemand vertelt hem dat een warenhuis vroeger aan het station grensde. De verteller gaat de onderaardse gangen in, maar hij vindt geen rails. Wel ziet hij uit de verte een figuur die doet denken aan een soort minotaurus. 

De gehoornde figuur staat ook op de omslag van De storm. Ook de duivel wordt vaak afgebeeld met hoorntjes en het haar van Jaromir is ook gekapt in een soort hoorntjes. 

Een van de roodharige kinderen zou Jaromir kunnen zijn, maar zeker is dat allerminst. In oudere literatuur komen wel roodharigen voor, soms in verband met de duivel, maar de bronnen die ik vind, lijken me dubieus. Wel is er in de alchemie een recept voor het maken van goud waarvoor je het bloed van een roodharige man nodig hebt. De tekst daarover wordt geciteerd in het blad Literatuur (jrg. 9, 1992). Het citaat komt een vroeg vijftiende-eeuws handschrift dat zich bevindt in de collectie van de Leidse Universiteitsbibliotheek. Jaromir had in ieder geval belangstelling voor alchemie. 

Het zijn geen verbanden die De storm legt, maar wel associaties die het boek veroorzaakt. Het verhaal suggereert, raakt aan en de rest gebeurt in het hoofd van de lezer. 

Naar de Oost

De verteller ziet Jaromir nog een enkele keer, bij een seance, een verwijzing naar een andere werkelijkheid, waarbij wel aangetekend wordt dat het medium niet haar beste avond had.  en daarna vertrekt Jaromir naar de Oost. Hij wordt getekend met een klewang in zijn hand. De oost wordt afgebeeld als een wereld waarin de natuur onherbergzaam is en vol van gevaren. 

De verteller is maar een getuige, een toeschouwer, maar de onrust is ook in hem gevaren. Hij voelt zich nauwelijks meer thuis in zijn vertrekken. 'Het is of er een ander woont'. De storm heeft de kieren van zijn bestaan gevonden en het is niet duidelijk hoe het met hem verder zal gaan. 

Net als het andere werk van Ibrahim R. Ineke is De storm intrigerend. Juist doordat het niet helemaal grijpbaar is, wat heel goed past bij het onderwerp van deze beeldroman. Alles is weer getekend met de kenmerkende lijn van Ineke, die me altijd zeer aanstaat. In zijn vorige twee beeldromans werd er voor het eerst gebruik gemaakt van kleur. De storm is weer vertrouwd in zwart-wit. 

De uitvoering is in klein formaat, 88 bladzijden dik, een pocket, die je in je binnenzak kunt steken. Je bent er dan ook zo doorheen, maar het verhaal blijft nog lang in je hoofd woelen. 



Titel: De Storm
Tekst en tekeningen: Ibrahim R. Ineke
Uitgever: Sherpa
2026, 88 blz. 12,50 euro (softcover)

Eerder schreef ik over ander werk van Ibrahim R. Ineke:


dinsdag 31 maart 2026

Bernard Prince: De hel van Suong-Bay / Avontuur in Manhattan (Hermann / Greg)

De planning die ik eerder publiceerde, ga ik niet helemaal volgen. Zo zou ik volgende week pas schrijven over het tweede deel van de integrale uitgave van Bernard Prince, maar dat stuk heb ik naar voren gehaald in verband met het overlijden van Hermann (1938 - 2026). Hij overleed op 22 maart. 

Andere links naar besprekingen van albums van Hermann, waaronder die van het eerste deel van Bernard Prince, vind je onderaan. 

Reeksen

Hermann heette voluit Hermann Huppen en hij was een geweldige tekenaar, in het realistische genre. Hij heeft veel reeksen op zijn naam staan en het beste uit die reeksen is heel goed. Als kind lette ik niet zo op de namen van tekenaars en scenaristen. Na verloop van tijd wist ik natuurlijk wel wie Marten Toonder, Willy Vandersteen, Hans G. Kresse of Piet Wijn waren, maar Hermann was een van de eersten bij wie ik gericht op zoek ging naar albums waar zijn naam op stond en toen kwam ik bij aardig wat verschillende reeksen terecht: naast Bernard Prince waren dat Comanche, Jeremiah, Jugurtha (alleen de eerste delen), De torens van Schemerwoude en Nick. 

Er is ook nog de serie Duke, maar die heb ik nooit gehad, en van De torens van Schemerwoude heb ik maar weinig gelezen. Het is een erg harde strip, tenminste dat vond ik indertijd. Maar misschien moet ik die albums maar eens gaan verzamelen en lezen. 

Bernard Prince en Comanche tekende Hermann op scenario's van Greg, maar voor Jeremiah en De torens van Schemerwoude schreef hij zelf alle teksten. 

Inkten en inkleuren

In de loop van de tijd bleef Hermanns tekenstijl herkenbaar, maar die veranderde wel. Op een gegeven moment inktte hij de tekeningen niet meer voordat hij ze inkleurde, wat ze toch een wat ander karakter gaf. En in de loop der jaren leek de kleur geleidelijk uit zijn tekeningen te verdwijnen. Hermann beperkte zich dan bij afbeeldingen tot bijvoorbeeld grijzen en groenen. Het leek wel of hij de kleur kwijtraakte, wat mij deed denken aan de roman Labyrint van Fleur Bourgonje, waarin een vrouwelijke kunstenaar met hetzelfde probleem kampt. 

Sommige van zijn strips hadden scenario's niet top waren, maar die ik toch bleef lezen, omdat Hermann ze getekend had. Hoe dan ook, hij was een grote berg in het striplandschap. Hij is er niet meer, maar we hebben zijn strips nog en zolang die nog gelezen worden, leeft hij voort. 

Juist in deze tijd verschijnt de prachtige integrale uitgave van Bernard Prince. Mooie hardcovers op groot formaat in een oplage van 500 stuks (Haast je!). Door het grote formaat komen de tekeningen uitstekend tot hun recht. 

Interpol-dossiers

De verhalen die in albums terechtgekomen zijn, kennen we, al is het prettig dat we ze in deze uitgave allemaal bij elkaar hebben en dan ook nog mooi uitgegeven. Maar bij een integrale uitgave hoort ook extra materiaal en ook dat is er, in de vorm van vier verhalen, 'De Interpol-dossiers van Inspecteur Prince'. We krijgen niet alleen die verhalen, maar ook nog een blik in verschillende afgekeurde versies (in zwart-wit). Prachtig materiaal, dat je nergens anders te zien krijgt. 

Verder is er een artikel van Ed Hengeveld, waarin hij uitlegt wie Djinn, de scheepsjongen is, en hoe zijn rol in de loop van de serie veranderd is en zijn er enkele grote tekeningen plus omslagen van het blad Kuifje, waarop een nieuw verhaal van Bernard Prince wordt aangekondigd. Het is al met al een prachtuitgave. 

Personages

De verhalen op scenario van Greg doen het nog goed. Misschien is Bernard Prince als karakter niet al te geprononceerd, maar hij is niet gauw uit zijn evenwicht en hij weet zich altijd te redden. Zijn achtergrond bij Interpol speelt nadrukkelijk een rol in het tweede verhaal, Avontuur in Manhattan. 

Zijn stuurman, Barney Jordan is zo'n beetje het tegendeel van Prince: emotioneel, impulsief, niet altijd zichzelf onder controle hebbend en hij brengt ook humor in de strip. In het genoemde verhaal moet hij ineens stand-in spelen voor een zakenman die veel op hem lijkt. Als deze man van het toneel verdwijnt, moet Barney zijn plaats innemen. Bernard gebruikt zijn contacten in het criminele circuit om de verdwijning op te helderen. 

En dan hebben we nog Djinn, over wie de volwassenen wel eens bezorgd zijn, maar hij kan prima zijn eigen boontjes doppen en in het eerste verhaal, De hel van Suong-Bay speelt hij een cruciale rol in de redding van Bernard en Barney die in handen zijn gevallen van Wang-Ho, die we nog kennen uit Generaal Satan. 

Herleesbaar

De albums heb ik al lang geleden gelezen en ik heb de verhalen indertijd verschillende keren herlezen. Toch zat ik er meteen weer in en ging ik er helemaal in mee. Dat bewijst aan de ene kant hoe sterk het scenario van Greg is en aan de andere kant zal mijn bewondering voor het tekenwerk van Hermann een minstens even grote rol gespeeld hebben. 

Bernard Prince is altijd het lezen waard, maar deze prachtuitgave bewijst duidelijk zijn meerwaarde. Het is te vergelijken met het bekijken van een film op je tv of in de bioscoop. Dat laatste maakt altijd meer indruk en geeft je een completere ervaring. Zo is het ook met deze uitgave. 

Reeks: Bernard Prince (luxe uitgave)
Deel: De hel van Suong-Bay / Avontuur in Manhattan
Scenario: Greg
Tekeningen: Hermann
Vertaling: Tonio van Vugt
Uitgever: Sherpa
2025, 128 blz. € 65,- (groot formaat, hardcover) €95,- (extra: linnen rug, gesigneerde dubbelprent)

Eerder schreef ik over:
Bernard Prince: Generaal Satan/Storm over Cormoran (luxe uitgave)

zaterdag 21 februari 2026

Rufus (Frenk Meeuwsen)

De eerste graphic novel van Frenk Meeuwsen, Zen zonder meester, besprak ik in 2017. Ik had vooraf de nodige scepsis, maar ik liet me toch inpalmen door het boek. Daarna maakte Meeuwsen Jaar nul (2020), waarin hij vertelt hoe zijn alter ego Frenkel op latere leeftijd vader wordt van zoon Rufus. Dat boek is me ontgaan. Mogelijk is het interessant om het eens te lezen naast Late vader van Thomas Rosenboom. 

De beeldroman die begin van deze maand verscheen heet Rufus en uit die titel blijkt al dat dit boek aansluit bij het vorige. Het gaat overigens niet alleen over Rufus; Frenkel speelt weer een prominente rol. 

Frenkel maakt zich zorgen om zijn hart. Toen hij een stel jongens achternazat die hun afval (pizzadozen) niet opruimden, moest hij duidelijk bijkomen. Samen met Rufus, zijn zoontje van vierenhalf, kijkt hij naar de film Pinokkio met de dreigende walvis. Doordat zijn vader naast hem zit, is het veilig voor Rufus, maar er zwemt een walvis in het leven van Frenkel, een voortdurende dreiging. 

Rufus is nogal bezig met de dood: wie komt er in hun huis wonen als zij uitgestorven zijn? Hij heeft ook fantasieën over het zijn van een superheld. Als hij in de tuin speelt, knijpt hij de watertoevoer af door op de tuinslang te gaan staan. Frenkel is bang voor zijn eigen vernauwde aderen, die als een tuinslang dichtgedrukt zouden kunnen worden. 

De dood op de motorfiets

Uiteindelijk krijgt Frenkel een hartaanval, waarbij hij opgehaald wordt door de engel des doods, op een motorfiets. Dat doet sterk denken aan het verhaal De dood op de motorfiets van Johan Daisne. De hoofdpersoon ontkomt daarin aan de dood, wat ook met Frenkel zal gebeuren. 

Frenkel wordt bij Jezus gebracht, die traditiegetrouw over water kan lopen. Dat blijkt Frenkel ook te kunnen, totdat hij zich bewust wordt van waarop hij loopt en dan zinkt hij. Hetzelfde komt voor in een Bijbelverhaal, waarbij niet alleen Jezus over het water loopt, maar ook Petrus. Als zijn geloof begint te wankelen, zinkt hij. 

Onderwaterwereld

Hij komt in een onderwaterwereld terecht. Je kunt dat zien als een tussenwereld. Tussen leven en dood, maar ook tussen bewustzijn en niet-bewustzijn. De octopus met zijn zuignappen is ook de arts met zijn stethoscoop of met de plakkertjes die hij aanbrengt op de borst van Frenkel. 

In de onderwaterwereld ontmoet Frenkel iemand anders, een medepatiënt, maar hij is zich niet helemaal bewust van wat er gebeurt. Rufus heeft talent voor tekenen. Hij tekent wat er gebeurt. Maar hij is ook de superheld die zijn vader wil redden. Uiteindelijk redt Frenkel het, mogelijk mede door de gedachte aan zijn zoon die hem de sterke wil geeft om verder te leven. 

Rufus is een prachtige strip, waarbij Meeuwsen de mogelijkheden van het medium uitbuit. In een strip kun je immers beelden geven aan die dingen waarvoor de woorden eigenlijk tekortschieten. De onderwaterwereld is een mooie metafoor voor de tussenwereld waarin Frenkel zich bevindt. Op de slottekening vliegt een reiger hoog in de lucht. Die reiger is er ook in de begintekening, als hij boven de stad vliegt. Maar aan het slot is er alleen maar lucht, wolken (en in de verte een vliegtuig). Je proeft de ruimte die er voor Frenkel gekomen is. 

Compositie

Het boek zit goed in elkaar. De metafoor van de onderwaterwereld wordt voorbereid door de film van Pinokkio en de dreiging van de dood zit niet alleen al in de vragen die Rufus stelt, maar ook door het incident met een fietser met oortjes in, die Frenkel nog net kan behoeden voor een ongeluk. De vrouw van Frenkel geeft doeken een verfbad, waarbij ze een donkere en een lichte helft krijgen, zoals Frenkel zich ook op het grensgebied van licht en donker bevindt. 

Frenk Meeuwsen heeft een soepele manier van vertellen, waarbij je gemakkelijk van de ene scène in de andere glijdt. Er zit ook souplesse in zijn tekenstijl. Verhoudingen kloppen, personen bewegen zich natuurlijk. De inkleuring ondersteunt de lichtheid of de donkerte van de gebeurtenissen. Ik noteer Rufus alvast voor mijn eindejaarslijstje. 

Titel: Rufus
Tekst en tekeningen: Frenk Meeuwsen
Uitgever: Sherpa
2026, 136 blz. € 24,95 (softcover)


woensdag 21 januari 2026

Bernard Prince, Generaal Satan en Storm over Coronado (Hermann & Greg)



Al eerder heb ik geschreven dat ik van integrale uitgaven hou en daarin sta ik niet alleen: elk jaar worden oude strips gebundeld en opnieuw uitgegeven in mooie hardcovers. Ik kom er weinig toe strips van vroeger te herlezen, maar dat doe ik wel bij zo'n integrale uitgave. Soms blijkt mijn geheugen dingen haarscherp onthouden te hebben, maar vaker herontdek ik dingen die ik al vergeten was en ontdek ik details waar ik nooit op gelet heb. 

Bij uitgeverij Sherpa is het eerste deel verschenen van de integrale uitgave van Bernard Prince. Het bevat de verhalen De piraten van Lokanga en Generaal Satan  (elk 22 platen) en het langere Storm over Coronado. Verder nog wat korte verhalen. 

De albums van Bernard Prince heb ik allemaal, voor zover ik weet. Veel heb ik tweedehands gekocht, want toen ik in de tweede helft van de jaren zeventig strips begon te kopen waren er al heel wat delen verschenen. Waarschijnlijk heb ik daarvoor de strip al wel leren kennen, onder de naam Rob Palland, in de Pep die ik zonder enige regelmaat kreeg van mijn buurjongen Chris. Het verhaal gaat dat de naam Bernard Prince niet acceptabel was, omdat die associatie met Prins Bernhard zou kunnen oproepen. 

Cormoran

Bernard Prince is inspecteur bij Interpol. Hij erft een jacht, de Cormoran, en neemt ontslag bij zijn werkgever. De Cormoran kan kleine vrachten en enkele passagiers vervoeren en daar wil Prince zich verder op richten. Hij heeft een beschermeling, de jongen Djinn, die eigenlijk naar school moet, maar als hij kans ziet, smokkelt hij zichzelf aan boord om mee te gaan op avontuur. 

Al meteen in het eerste verhaal, De Cormoran vaart uit! zijn er problemen. Op het schip blijkt zich een misdadiger verstopt te hebben, maar die wordt vakkundig buiten gevecht gesteld. 

Barney Jordan

Het derde personage van de strip moet dan nog op het toneel verschijnen: Barney Jordan, een ruwe zeebonk met het hart op de goede plaats. Bernard Prince en Djinn ontmoeten hem als hij bij een caféruzie op straat belandt. Dat gebeurt in het verhaal De piraten van Lokanga. Jordan maakt vanaf dan deel uit van de bemanning. De eerste opdracht is om een rivier op te varen en daar de vracht van een gestrand vliegtuig op te pikken. Wat die vracht is, blijft voorlopig ongewis. 

Het wordt een spannend avontuur. Deugt de opdrachtgever wel? En hoe zit het met de mensen die in het binnenland wonen? Hoe (on)vriendelijk zijn die? In die tijd zal ik ze ongetwijfeld inboorlingen hebben genoemd. 

Grondpatroon

Eigenlijk is daarmee het grondpatroon van veel verhalen van Bernard Prince al duidelijk: er is (vrijwillig of gedwongen) een opdracht die uitgevoerd moet worden. Daarbij moet de bemanning tot het uiterste gaan om die opdracht tot een goed einde te brengen. Er wordt kracht vereist, maar vooral moed en inventiviteit.  Daarbij heb je altijd het idee dat de bemanning van Cormoran de dingen doet die moreel juist zijn en dat ze het opnemen tegen een of andere vorm van kwaad. 

De tegenstelling tussen goed en kwaad zou daardoor wel heel scherp worden: als lezer identificeer je je met Bernard, Barney en Djinn, die deugen, en dan sta je dus als lezer altijd veilig aan de goede kant. Dat is ook wel een beetje zo, maar Barney is ongepolijst en doet impulsief soms dingen die hij bij nader inzien beter niet had kunnen doen en Bernard belandt soms in situaties waarin je hoe dan ook vuile handen moet maken. 

Scenario en tekeningen

De verhalen zijn geschreven door Greg, een uitstekend scenarioschrijver. Eerder schreef ik over andere reeksen die hij schreef: Comanche, Olivier Blunder en Luc Orient. De verhalen zitten goed in elkaar en zijn vooral heel spannend. Dat spannende zit ook in de onvoorspelbaarheid. De lezer ziet nog niet hoe de personages zich uit de benarde situatie moeten redden, maar de scenarioschrijver heeft alle touwtjes in handen. 

De tekeningen zijn van Hermann. Van hem besprak ik hier delen uit de reeks Jeremiah en Comanche. De tekeningen in dit eerste deel van Bernard Prince zijn al helemaal zoals we die van Hermann kennen. Later zou hij ietsje losser worden en ik vermoed dat toen ook de decors van tijd tot tijd wat soberder werden. De inkleuring is in de eerste verhalen vrij hard. Later zou Hermann met zachtere kleuren werken en nog weer later verdween er veel kleur uit zijn strips, wat in sommige albums tot gevolg had dat er wel erg veel met soepkleuren werd gewerkt. Aan de harde kleuren uit dit integraaldeel moest ik wel weer wennen. Aan de andere kant riepen ook juist de kleuren de leeservaring van vroeger op.

Alle aandacht voor de strips

In integrale uitgaven wordt vaak een dossier opgenomen, met daarin achtergrondinformatie. Dat ontbreekt in deze uitgave; er is een enkele pagina tekst over Barney Jordan, maar verder gaat de aandacht helemaal naar de strips, die op groot formaat zijn afgedrukt, zodat je goed de details van de tekeningen kunt bekijken. Aan de binnenkant van de cover, zowel voor als achter is een tekening afgedrukt, lekker groot dus. 

Voorafgaand aan elk verhaal zijn er extraatjes opgenomen: covers van het blad Kuifje waarop Bernard Prince staat, een bladzijde in zwart-wit, de cover van de albumuitgave. Het is allemaal prachtig, vind ik, maar misschien heb ik zulke goede herinneringen aan het lezen van Bernard Prince dat ik in dezen niet objectief kan zijn. Dat moet dan maar. 

Aan het eind staan nog een paar verhalen uit 'De Interpol-dossiers van Inspecteur Prince', die ooit in Kuifje hebben gestaan en zelfs een aanzet tot zo'n verhaal, dat afgekeurd is door Greg en dus nooit is gepubliceerd. 

Het geheel is een prachtige uitgave. Hermann zou uitgroeien tot een toptekenaar, maar je ziet hoe goed hij in de jaren zestig al was. Omdat er ook enkele tekeningen van later datum zijn opgenomen, kun je ook zien hoe goed hij zou worden. 

Naast deze uitgave op groot formaat (oplage vijfhonderd exemplaren) verschijnt er ook een luxe uitgave met linnen rug en een gesigneerde dubbele prent. De oplage daarvan is honderdvijftig exemplaren. In januari 2026 is ook het tweede deel verschenen. Daar kom ik later op terug. 

Titel: Bernard Prince - Generaal Satan
Scenario: Greg
Tekeningen: Hermann
Uitgever: Sherpa
2025, 128 blz. € 65,00 (hardcover), € 95,00 (hardcover, linnen rug, gesigneerde dubbele prent)

dinsdag 6 januari 2026

De wereld volgens Hein de kort, deel 7

Intussen zal het geen verrassing meer zijn: ik hou van het werk van Hein de Kort. Hij laat vaak zien hoe de gewone mens reageert op de huidige tijd. Die gewone mens is (meestal) niet de succesvolle zakenman of -vrouw, maar iemand die zijn bestaan bij elkaar krabbelt, een leven leidt dat niet ideaal is, maar waarmee hij het nu eenmaal moet doen. Een loser die zich net redt, misschien zoals de meesten van ons zich door het leven struikelen.

Het knappe daarbij is dat De Kort laat zien hoe belachelijk die kleine mens soms is, maar dat hij hem toch met mededogen beziet. Je hebt altijd ook een beetje te doen met de personages van De Kort. Uit zijn tekeningen spreekt een grimmig soort empathie.

Trump

Daarnaast reageert De Kort in zijn cartoons op de actualiteit. In het korte voorwoord van De wereld volgens Hein de Kort, deel 7, schrijft De Kort dat er veel Trump zit in deze bundel, maar dat hij Trump niet voor op het boek wilde. 

De bundel opent er wel meteen mee: een blije cartoontekenaar, die opgelucht is dat hij Trump mag tekenen in plaats van Biden. En Kamala Harris was ook al niet te doen. 

Landelijke politiek

Ook de landelijke politiek komt van tijd tot tijd terug: Dick Schoof, die nog nooit premier geweest is, maar die denkt dat hij het wel kan, Schoof die tegen Wilders zegt dat we nog eindigen in een dictatuur als we zo doorgaan (Wilders: Dick... Wat is er mis met een dictatuur?), de val van het kabinet ('Hadden we een kabinet dan?' Maar Trump leende zich veel vaker voor een cartoon. 

Verder af en toe een spoorgrap en veel klein leed, wat zorgt voor groot plezier. 

Je kunt zeggen dat dit zevende deel met cartoons meer van hetzelfde is en dat is ook wel zo, maar daar is wat mij betreft niet zoveel mis mee. De Kort blijft trouw aan zichzelf en zit met zijn cartoons, getekend in zijn kenmerkende stijl, dicht op het leven, zonder terughoudendheid, met een open blik en even scherp (of bot) als altijd. 

Titel: De wereld volgens Hein de Kort, deel 7
Tekst en tekeningen: Hein de Kort
Uitgever: Sherpa
2025, 160 blz. € 24,95

Eerder schreef ik over:





dinsdag 9 december 2025

Outs & Ins (Joost Swarte)


Van Joost Swarte kan er niet genoeg uitkomen. Ik heb nog nooit een slechte tekening van hem gezien en zijn werk is zo veelzijdig, dat je het van verschillende kanten kunt bekijken en steeds weer verrassende aspecten kunt ontdekken. 

Bij uitgeverij Scatch kwam Outs & Ins uit, een mooi boek dat de bemoeienis van Swarte met architectuur en vormgeving belicht. Swarte heeft verschillende ontwerpen op zijn naam staan (waarvan de Toneelschuur in Haarlem een van de bekendste is), maar ook in zijn tekeningen is er veel architectuur terug te vinden. 

Een verhaal vertellen

In het boek is een mooie inleiding opgenomen van Mélanie van der Hoorn, 'Een tekenaar als architect'. Ze legt uit wat het 'detailloos ontwerpen' van Swarte inhoudt en waarom het belangrijk is om een tekenaar als Swarte te betrekken bij ontwerpen. Een tekenaar kan namelijk veel beter dan een architect een verhaal vertellen en laten zien hoe mensen een gebouw gebruiken. Daarbij mogen de mensen ook weer niet afleiden van het ontwerp. 

De 'fotorealistische realisaties' die architecten afleveren blijken verre van realistisch. Een tekenaar brengt de werkelijkheid wel in zijn tekeningen. 

Natuurlijk zijn er veel tekeningen van Swarte te vinden, vaak op groot formaat, waarbij de tekeningen zeer gebaat zijn. Ze laten zich zowel op het eerste gezicht goed bekijken als bij een tweede blik, waarbij je naar de details kijkt. 

Ontwerpen

In het tweede deel, 'Outs & Ins Revue' zien we foto's van ontwerpen, ook van meubels, met toelichting van Swarte. Hij vertelt het verhaal van de ontwerpen, waarvan sommige nooit gerealiseerd zijn. Hij deelt ook de tekeningen, zodat je kunt zien voor welke details hij oog heeft gehad en hoe je van tekening naar realisatie komt. 

Ik moet bekennen dat ik niet meer oog voor architectuur heb dan de gemiddelde Nederlander en dat het ontwerpen van meubels ook al niet mijn warmste belangstelling heeft. Mijn vriendin (die dat wel heeft) heeft daar wel eens haar verwondering over uitgesproken. Maar het boek Outs & Ins heeft mij wel helemaal meegenomen. 

Licht

Niet alleen heb ik het boek helemaal gelezen, maar ik heb er ook nog vaak in zitten bladeren om de tekeningen goed te bekijken en dat heb ik niet gedaan uit plichtsgevoel, maar geheel voor mijn eigen lol. En ik heb me natuurlijk weer verbaasd over de ontwerpen van Swarte, die altijd helder zijn en iets lichts hebben, waardoor je je even opgetild voelt. Daarbij kan hij ook nog toegankelijk schrijven. 

Natuurlijk is Outs & Ins een boek voor mensen belangstelling voor architectuur en vormgeving, maar niet alleen voor hen. Als ik er zo van kan genieten, moet een breed publiek dat ook kunnen. Outs & Ins zal zijn weg naar het publiek wel vinden. 

Joost Swarte, Outs & Ins. Uitg. Scratch. 2005, 112 blz. € 30,- (hardcover). Luxe editie (100 genummerde exemplaren, gesigneerde prent, alternatief omslag) € 125,-

Eerder schreef ik over:
Mene Tekel (Nescio)






woensdag 2 juli 2025

Verborgen bron (Ibrahim R. Ineke)


Een historica heeft een klus op zich genomen: ze moet de familiebibliotheek op orde brengen bij een graaf, Orsini, die graag Orso genoemd wil worden. Dat is de situatie in de nieuwe graphic novel van Ibrahim R. Ineke, Verborgen bron. 

In de strips van Ineke is er vaak sprake van een verleden dat invloed heeft op het heden en van de duistere kant van het bestaan: de machten die niet te vatten zijn, de gebeurtenissen die niet helemaal te begrijpen zijn. Onder onze werkelijkheid kolkt een andere. Dat is ook het geval in Verborgen bron. 

Gouvernante

De historica vindt een dagboek van een eeuw geleden en dat fascineert haart. Ze verbeeldt zich dat de schrijfster ervan een gouvernante is. De gouvernante is ook weer gefascineerd door een boek, over lokale folklore en daarin staat het verhaal van de najade Mélusine, een onsterfelijke, die samen met haar zus een stoffelijke vorm aanneemt. De verhalen passen als matroesjkapoppen in elkaar. 

Mélusine sluit zich aan bij een circus en het gezelschap kampeert op een gegeven moment op het land van de graaf, die verliefd wordt op Mélusine, maar zij heeft al een minnaar. De graaf kan dat niet verkroppen, doodt iedereen en neemt Mélusine gevangen. Maar haar minnaar heeft vlak voor zijn dood de graaf verdoemd tot eeuwig vergeten, van zichzelf, zijn liefde en zijn bruid. 

De gouvernante verbeeldt zich dat ze de zus van Mélusine is en dat die nog steeds in de tuin gevangen zit. Een eeuw later lijkt de historica bijna samen te vallen met de gouvernante. In dromen vallen de tijdlagen weg. Ze komt er verder achter dat er een inrichting op het terrein gestaan heeft en ook de Eerste Wereldoorlog speelt nog een rol. 

Illusie

Hoe tastbaarder het verleden wordt, hoe onzekerder het heden. Bestaat die werkelijkheid wel? Is er wel een graaf? Is alles een illusie? De illusie is gebroken, wordt er verschillende keren gezegd. Maar wat wordt er zichtbaar als de illusie wegvalt?

In een epiloog komen alle personages nog een keer langs. Sober getekend, met slechts hier en daar een enkele steunkleur, elk in zijn eigen werkelijkheid. 

Tekeningen

Ibrahim R. Ineke heeft weer een intrigerend boek gemaakt. Hij gebruikt in Verborgen bron aardig wat kleur, wat in het verleden wel eens anders geweest is. Hij heeft een karakteristieke bescheiden lijn, die soms iets zoekends suggereert, maar altijd precies doet wat er gedaan moet worden. 

Het verhaal van Mélusine is juist in dikke lijnen getekend en donkerder ingekleurd. In veel tekeningen is de inkleuring daar dichter, zodat het wit van het papier minder meespeelt. Het zijn krachtige tekeningen, anders dan de rest en toch heel goed in het boek passend. 

In Verborgen bron probeert de historica een bibliotheek, eigenlijk een verleden, te ordenen. Niet voor niets spreekt de graaf tegenover haar van entropie, die hij de eerste wet van de fysica noemt, in plaats van de tweede van de thermodynamica. 

Je zou kunnen zeggen dat de wanorde groter wordt, hoe meer ze van het verleden weet. Er is veel gebeurd in het verleden en de tuin van de graaf is niet zomaar een tuin. Tegelijkertijd ontstaat er orde: de levens van de vrouwen vallen meer en meer samen. 

Parallellen

De titel van Inekes boek doet denken aan De verborgen bron van Hella Haasse. Er zijn zeker parallellen tussen de boeken. Ook hier is er sprake van een oud verhaal, dat van de nimf Arethusa, die in een bron veranderde en van een verliefdheid die op niks uitgelopen is. Zo zijn er meer lijnen te trekken, maar het verband is losjes. Ibrahim R. Ineke heeft de literatuur al eerder als inspiratie genomen. Zijn vorige boek was gebaseerd op Hooge troeven van Louis Couperus. 

Verborgen bron is weer een geslaagde graphic novel, die je, zoals veel boeken van Ineke, moet ondergaan, zonder dat het de bedoeling is dat je er tot in de details grip op krijgt. Zoals de personages ook nooit helemaal grip krijgen op hun leven en altijd moeten erkennen dat er werkelijkheden zijn die groter zijn dan zij. 

Titel: Verborgen bron
Tekst en Tekeningen: Ibrahim R. Ineke
Uitgever: Sherpa
2025, 64 blz. € 24,95 (hardcover)

Eerder schreef ik over:

woensdag 21 mei 2025

Alles hangt samen (Marcel Ruijters)

De volgers van het werk van Marcel Ruijters kennen het personage Pola Kazoni. Intussen zijn er al heel wat verhalen aan haar en aan haar wereld gewijd. Hieronder neem ik de links op naar wat ik daarvan besproken heb. Onlangs verscheen Alles hangt samen. 

Pola heeft intussen een dubbelgangster (Lola Kazoni) en een dochtertje, Ælanora. Pola, Valdemar en Ælanora bezoeken aan het begin van het verhaal Caroussel en Jynia Ampersand. Die wonen diep in de bergen, in een weerstation. En dan ook nog over de datumgrens. 

In de rest van Pola's wereld is het 1913, of op zijn minst doen de personages alsof de tijd niet verstrijkt. Aangezien ruimte en tijd samenhangen, zouden ze zich ook niet kunnen verplaatsen, maar zo vast zitten ze gelukkig niet. 

Tijd in vier richtingen

In elk deel van het verhaal heeft Ruijters een paar bijzondere invallen, die ons laten zien hoe zijn merkwaardige wereld werkt. Hier blijkt dat het duidelijkst als er iemand een gat in de muur van het weerstation maakt. Aan de andere kant blijkt zich hetzelfde station te bevinden, maar een kwartslag gekanteld. De hele zwaartekracht is meegekanteld. Het bepalende principe blijkt de tijd te zijn, die vier richtingen kent. In de wereld achter het gat in de muur staat de tijd haaks op die in de tijd in het weerstation van Caroussel en Jynia. 

Dat merk je ook meteen als lezer: je moet het boek een kwartslag draaien om verder te kunnen lezen. Een prachtige vondst, waar ik als lezer meteen blij van werd. 

Schets voor de cover, gepubliceerd
op een van Ruijters' social media

Clubjes

In de wereld van Pola zijn er altijd groepjes. Ze werken samen of zweren samen of ze delen een ideologie. In vorige delen maakten we al kennis met bijvoorbeeld de Zoetwatercommunisten en de leden van de Prikkelfotobond. In dit deel doen de Spirituele Ondergrondse en de Zusters van Tan hun intrede. 

Bij een clubje horen of juist niet is wel een thema. Niet voor niets hebben Caroussel en Jynia zich teruggetrokken in hun weerstation, ver van de mensen. Ook het al dan niet  trouw blijven aan jezelf of je mee laten voeren door wat anderen willen komt steeds weer terug in de verhalen van Ruijters. 

Aan de ene kant spelen de verhalen zich af in een wonderlijke wereld, die ver van de onze af staat. In zo'n wereld heeft de maker vrij spel. Er zijn namelijk geen grenzen aan wat mogelijk is. 

Trauma

Aan de andere kant zijn er ook altijd echo's van wat er in onze tijd speelt. Caroussel en Jynia kampen bijvoorbeeld beiden met een verleden dat hen niet met rust laat. Je zou van getraumatiseerde mensen kunnen spreken. Maar hoeveel begrip is er eigenlijk voor hen?

Ruijters haalt ook altijd elementen uit onze wereld, draait die een kwartslag en past ze in in de zijne. 

Tijdens het lezen van Alles hangt samen was ik niet in de eerste plaats bezig met de inhoud van het verhaal, maar veel meer met de vitale manier van vertellen. Daar liet ik me door meeslepen, me verwonderend over alle vondsten (onderstebovenwater, ectofungus) waardoor je steeds weer verrast wordt. Om er nog eentje te noemen: een man die zichzelf baart. 

Heel in de verte deed me dat denken aan meneer Tienoppen van Mulisch, die beweerde dat hij zijn laatste adem niet kon uitblazen, omdat hij hem meteen weer in zijn neus blies. Uiteindelijk redde hij het daarmee niet, trouwens. De neiging tot het steeds weer oprichten van clubjes deed me aan Werther Nieland van Reve denken. 

Het lezen van Alles hangt samen is een mooie ervaring.  Je moet al je reserves laten varen en je mee laten voeren in de wereld van Pola. Het gaat er dan niet om waar je uiteindelijk uitkomt, maar welke reis je maakt en die is heel avontuurlijk. Het verhaal wordt met zoveel plezier verteld, dat je er vanzelf een goed humeur van krijgt. 

Als je al wat gelezen hebt van de avonturen van Pola, zul je Alles hangt samen als een mooi vervolgdeel zien. Heb je daar nog niets van gelezen, dan kun je nog kennismaken met de andere boeken. Je hebt dan nog veel moois voor de boeg. 

Titel: Alles hangt samen
Tekst en tekeningen: Marcel Ruijters
Uitgever: Sherpa
128 blz. € 19,95 (softcover)

Eerder schreef ik over:

blz. 8
blz. 9
blz. 38

woensdag 26 maart 2025

Freddy Lombard 2 (Y. Chaland & Yann)

Uitgeverij Sherpa is het werk van Yves Chaland aan het uitgeven in een reeks prachtboeken. Gebonden, in groot formaat met papier waarop de tekeningen van Chaland geweldig uitkomen. Over het eerste deel heb ik al geschreven (zie de link onderaan). Deel 2 is er nu ook. Het bevat de verhalen De komeet van Carthago en Vakantie in Boedapest. Aan het eind is een dossier opgenomen. 

Het dossier is qua tekst beperkt: voornamelijk wat citaten. Maar er is weer heel veel te bekijken: een eerdere versie van De komeet van Carthago en ook nog enkele pagina's van een eerdere versie van Vakantie in Boedapest, onvolledig, grotendeels wel geïnkt, maar op sommige afbeeldingen zie je de potloodlijnen nog duidelijk. Verder: mooie afbeeldingen. 

In beide verhalen zijn de tekeningen van de hand van Yves Chaland en die zijn een lust voor het oog. Ze zijn neergezet in een stevige, heldere lijn, waardoor ze altijd overtuigen. De liefde van Chaland voor de jaren vijftig zie je in bijvoorbeeld kleding en auto's. Dat zou nostalgisch kunnen werken, maar eigenlijk is dat niet het geval. Je hoeft niet terug te denken aan de jaren vijftig, maar tijdens het lezen ben je in die tijd en de hele aankleding heeft dan een soort vanzelfsprekendheid. 

De tekst niet alleen van Chaland, maar ook van Yann (Lepennetier). Links naar besprekingen van ander werk van hem: weer onderaan. De verhalen boeien, net als in het eerste deel van de integrale heruitgave, maar toen was ik net iets meer overtuigd. Misschien wordt dat mede veroorzaakt door de verrassing: ik had lang niets van Freddy Lombard gelezen en dan is de gretigheid waarmee je aan het lezen slaat misschien net wat groter. 

De komeet van Carthago

Het drietal Freddy Lombard, Sweep en Dina staat weer centraal. In De komeet van Carthago is de eerste pagina al meteen prachtig. We krijgen op de eerste tekening, die een hele strook beslaat, zicht op een kuststreek, vanaf een woelige zee. In de volgende strook wordt er langzaam ingezoomd en op de onderste strook zijn ook de mensen op het strand zichtbaar: 'Kijk eens, daar!' zegt iemand. En dan zitten we meteen in het verhaal. Op de volgende pagina wordt het lichaam van vrouw in het water gevonden. Het drietal is present en van een afstandje kijkt een geheimzinnige vrouw toe. Ze draagt een hoofddoek en een
zonnebril. Dat laatste is opmerkelijk: het regent namelijk. Ze zal in het verhaal nog een rol gaan spelen. 

De vrouw probeert weg te komen uit het kustdorpje, maar dat lukt niet, doordat een deel van de weg is weggeslagen. Even later blijkt ze ook nog een pistool in haar tasje te hebben. Ze komt in contact met ons drietal, dat bivakkeert in een grot, zoals altijd in behoeftige omstandigheden. De decors staan, het spel kan beginnen. Er spelen nog een kunstenaar en een wonderlijke professor een rol, van wie de lezer nog uit moet zoeken aan welke kant ze uiteindelijk staan. 

Vakantie in Boedapest

In Vakantie in Boedapest heeft Dina in Italië een baantje als privé-lerares van het jongetje Laszlo. Maar Laszlo wil terug naar Hongarije, waar het op dat moment onrustig is. Het is 1956, het jaar van de Hongaarse opstand, die aanvankelijk lijkt te lukken, totdat de Sovjets ingrijpen. 

Het interessante van Vakantie in Boedapest is dat het zo dicht op de geschiedenis zit: Freddy, Dina en Sweep zijn ineens onderdeel van de gebeurtenissen die in geschiedenisboeken terecht zullen komen. Voor Sweep is het helemaal verwarrend: hij is nogal gecharmeerd van de Russische Svetlana. 

Een vakantie, zoals de titel aangeeft, wordt het dus allerminst. Maar het verhaal zit wel vol spanning. Er is tragiek, maar er is ook een zekere lichtheid. De verhalen worden altijd met ironie verteld, wat de verteltoon aangenaam maakt. 

Door dit tweede deel van Freddy Lombard was ik net wat minder verrast dan door het eerste, maar het blijft een prachtige uitgave, met geweldige tekeningen. Als je de verhalen uit hebt, ben je nog niet klaar, want de tekeningen nodigen uit tot terugbladeren en nauwkeurig bekijken. 

Titel: Ferry Lombard 2
Tekst: Yann Lepennetier & Yves Chaland
Tekeningen: Yves Chaland
Vertaling: Hans van den Boom
Uitgever: Sherpa
2025, 112 blz. € 49,95 (hardcover), € 99,00 (luxe-editie, linnen rug, losse prent, gesigneerde hommage), € 150,- (Ultra limited Collectorseditie, linnen rug en folie-opdruk, losse prent, dubbelprent, oplage 50 exemplaren)

Eerder schreef ik over: