Posts tonen met het label Uitgeverij Personalia. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Uitgeverij Personalia. Alle posts tonen

woensdag 29 juli 2026

Bob Dylan Illuminated (Theo van den Boogaard)

 

Als er al heel veel over een liedtekst is geschreven en de indruk is dat die tekst nog steeds niet al zijn geheimen heeft geopenbaard, is dat dan een teken van de kwaliteit van de tekst of juist van de tekortkomingen van de tekst? Alleen al over deze vraag kun je een hele tijd discussiëren. 

Er zal ook wel best wel gediscussieerd kunnen worden over de vraag of Bob Dylan het vooral moet hebben van zijn muziek, zijn zang of zijn teksten. Ik hoorde ooit een fan zeggen: 'Bob Dylan is de beste zanger. Punt uit!' Dat is duidelijk iemand die de discussie niet aan wil gaan en dat is jammer. 

Over Dylans teksten is misschien meer overeenstemming, zeker nadat hem de Nobelprijs voor literatuur is toegekend. Dat wil overigens niet zeggen dat al die teksten gemakkelijk te doorgronden zijn. 

Het boek Bob Dylan Illumintaded, van Theo van den Boogaard dwong me om nauwkeurig enkele teksten te lezen, te herlezen en te herherlezen. Hij heeft namelijk vijf van die teksten gevangen in tekeningen. Het betreft de nummers: 'Ballad of a thin man', 'It takes a lot to laugh, it takes a train to cry', 'Don't think twice, it's all right', 'When the deal goes down' en 'Lay, lady, lay.'

Het zijn behoorlijk wat tekeningen; het boek is 160 blz. dik geworden en bevat nauwelijks tekst. Voor elk nummer zijn twee QR-codes opgenomen. De ene leidt je naar het nummer zoals dat gezongen is door Bob Dylan, de andere naar de uitvoering door de band waarin Theo van den Boogaard zingt en mondharmonica speelt. De andere bandleden zijn: Wim Veenhof, Jac Bico, Bart de Ruiter en Léon Klaasse. Bij die uitvoering, op YouTube zijn de tekeningen mooi gecombineerd met de muziek, zodat je ziet bij welke zin uit het lied welke tekening past. 

Je kunt lang met Bob Dylan Illuminated bezig kunt zijn. Je wilt die nummers in beide uitvoeringen namelijk verschillende keren horen en de tekeningen goed bekijken. 

Ballad of a thin man

Het eerste nummer, 'Ballad Of A Thin Man' (1965) is een vrij duistere tekst. Steeds komt de volgende passage terug:

Because something is happening here
But you don’t know what it is
Do you, Mister Jones?

Wie is die mister Jones? Iemand beweert dat het een interviewer was die Dylan moest interviewen, maar niet goed thuis was in waarover het ging. Dat is tenminste wat ik op Reddit vond. In de gedachtewisseling daarover verwees iemand nog naar een nummer van The Beatles, Yer Blue, geschreven door John Lennon, met daarin de zin 

I feel so suicidal
Just like Dylan's Mr. Jones

Maar is die Mr. Jones zo suïcidaal? Dat hij niet begrijpt wat er allemaal gebeurt, is duidelijk. Ik heb ook ergens de suggestie gelezen dat de luisteraar Mr. Jones zou zijn. Of dat klopt, weet ik niet, maar het is een interessante invalshoek. 

Een uitgebreide analyse van het nummer, door Sander Bax, vind je hier.

Met de tekst ernaast heb ik plaatje voor plaatje bekeken. Je merkt dat Van den Boogaard soms de tekst letterlijk volgt en soms zijn fantasie de vrije loop laat. Zo wordt er in dit nummer wel verteld dat er een 'geek' is, maar niet wat voor een. Dat vult Van den Boogaard in. 

Luchtigheid en liefde

Er zit altijd iets luchtigs in de tekeningen van Van den Boogaard, alsof ze met een ironisch glimlachje getekend zijn. En soms kun je er hardop om lachen. Bij dit nummer is dat overduidelijk. De hoofdpersoon komt in verschillende gedaanten voor, bijvoorbeeld in die van een kip en een dromedaris, maar hij blijft hetzelfde pak dragen, waardoor hij herkenbaar blijft. 

Maar het is niet alleen maar luchtigheid. Tegelijkertijd merk je met hoeveel aandacht elke tekening gemaakt is en als je ziet hoeveel tekeningen er soms nodig zijn om een enkel nummer te verbeelden, bedenk je dat zoveel aandacht heel veel liefde voor die muziek verraadt. Dat is trouwens ook te merken aan de uitvoering van de band, die duidelijk respect voor het origineel laat zien. Maar goed gespeeld, goed gezongen. Lekker om naar te luisteren. 

Het eerste nummer beslaat al ongeveer een derde van het boek. De andere nummers zijn in minder tekeningen geïllustreerd. Soms omdat ze korter zijn, maar soms ook omdat ze niet helemaal in de tekeningen terug te vinden zijn. Bij 'When the Deal Goes Down' raakte ik de weg een beetje kwijt en toen ik op YouTube keek naar de combinatie van muziek en tekeningen werd me duidelijk dat na twee van de drie coupletten er geen tekeningen meer volgen. 

In het persbericht bij dit boek wordt verteld Van den Boogaard ooit begon in Hitweek en dat zijn strips pasten in de rebelse sfeer van de undergroundstrips van die tijd. Eigenzinnig zijn de tekeningen zeker, maar het rebelse zie ik er na zoveel jaren minder aan af. 

Er wordt ook nog verteld dat je bij de titel moet denken aan een uitspraak van Bob Dylan: 'Keep a good head and always carry a light bulb.' Daarom komen er gloeilampen voor in de tekeningen. Hoofden van mensen zijn soms door een lampje vervangen en als de tekst van Dylan zegt dat iemand het licht aandoet, laat Van den Boogaard het licht in iemands hoofd aangaan. Bij de passage 'If I die, on top of the hill', knapt de lampenbol, die het hoofd van iemand is. Zo wordt het licht een leidmotief in het boek. 

Lay, lady, lay

Goed geslaagd zijn ook de tekeningen bij 'Lay, lady, lay'. In het nummer wordt de lady verschillende keren uitgenodigd om te gaan liggen 'across my big brass bed'. Dylan maakte zelf een schets van het bed bij de tekst. 


Madonna vertelde ooit dat ze op bed lag en luisterde naar het nummer. Ze kon niet ophouden met huilen, hoewel het geen verdrietig nummer is. 

Uitbundig

In de tekeningen Van Van den Boogaard is het steeds een andere kunstenaar die de vrouw uitnodigt. Bij Rembrandt ziet het bed er heel anders uit dan bij Mondriaan, al blijft het een koperen ledikant. Het bed bij Van Gogh lijkt het meest op de tekening van Bob Dylan. Heel grappig is dat de kunstenaars het resultaat tonen en dan blijkt Van Gogh een Picasso geschilderd te hebben, Mondriaan een Van Gogh en Rembrandt een Mondriaan. Het is een bijzonder vrolijke serie tekeningen geworden. De meest uitbundige van de vijf. 

Uitgeverij Personalia heeft er een mooie uitgave van gemaakt: gebonden, stofomslag, vrij groot formaat. Eerder verscheen ook Bob Dylan Illustrated, die me jammer genoeg ontgaan is. 

Naar de nummers van Bob Dylan zal ik nog vaak genoeg luisteren. Grote kans dat na het bekijken van Bob Dylan Illuminated er in mijn hoofd bij sommige nummers nu steeds de beelden van Theo van den Boogaard aanmaakt. Dat is bepaald geen straf. 

Theo van den Boogaard, Bob Dylan Illuminated. Uitg. Personalia, 2026; 160 blz. € 44,90 (hardcover, stofomslag)




'You’ve been through all of F. Scott Fitzgerald’s books' (Ballad of a thin man)

Still I wish there was somethin’ you would do or say (Don't think twice, it's all right)

Don't think twice, it's all right

vrijdag 12 juni 2026

Lucky Me (Manon Albers)


Al verschillende keren heb ik het hier geschreven, maar ik herhaal het nog maar weer: op het gebied van strips ben ik geen kenner, hooguit een liefhebber. In mijn kennis van de stripgeschiedenis en de stripwereld zitten nogal wat gaten. Ik wist bijvoorbeeld niet wie Henk Albers (1927 - 1987) was. 

Dat had ik best kunnen weten, als mij het boek Henk Albers, een leven (2007) niet was ontgaan. Het is een biografie, geschreven door zijn dochter Manon Albers. Albers is al jong begonnen als striptekenaar bij de Toonder Sudio's en Stripfilm. In verband daarmee wordt hij nog genoemd in mijn vorige bijdrage. 

Hij was productief en er is een lange lijst aan te leggen van publicaties waaraan hij heeft meegewerkt. Het meest tot de verbeelding spreekt waarschijnlijk zijn samenwerking met Morris, de tekenaar van Lucky Luke. Albers maakte sfeervolle tekeningen van deze strip- en revolverheld. 

Tom Lucky

Er was trouwens al eerder een 'Lucky' in zijn leven: al in 1946 had hij een strip in Ons Noorden met als titel Tom Lucky en de veedieven.
 
Ons Noorden, 20 maart 1946

Het zal allemaal terug te vinden zijn in de biografie, maar die heb ik dus niet gelezen (al ben ik er wel nieuwsgierig naar). Wat nu voor me ligt, is een ander boek van Manon Albers, Lucky Me. Manon Albers schrijft columns in Het Parool en op het eerste gezicht lijkt dit een bundeling van die columns. Dat is het ook, maar het is meer. 

Geregeld laat ze mensen aan het woord die enkele bladzijden lang mogen vertellen over haar vader. Een bron wordt daar verder niet bij vermeld, maar ik neem aan dat ze dat aan Albers (de dochter, bedoel ik) geschreven of verteld hebben. De verhalen van Thom Roep en Dick Matena komen bijvoorbeeld voorbij, maar ook wel van mensen wier namen niet direct bekend klinken, maar die Henk Albers persoonlijk gekend hebben. Samen met wat Manon over haar vader vertelt, geven die bijdragen niet een compleet beeld, maar wel een beeld, van een onconventionele man, die zijn eigen weg ging. Hij deed niet altijd wat goed was voor zichzelf en zijn omgeving, maar deed het wel met volle overgave. 

Verhalen van een dochter

De ondertitel van Lucky Me is Verhalen van een dochter. In veel stukken in dit boek gaat het over het beeld dat Manon heeft van haar vader, hoe een jeugd met deze vader haar bepaald heeft, maar ook over waar ze nu staat en wat voor moeder ze is voor haar dochter. Er staan ook heel andere stukjes tussendoor, meer observaties, waarin Albers, meestal in niet te lange zinnen, om zich heen kijkt en een deel van het leven op zijn staart probeert te trappen voordat het haar ontglipt. 

Op het eerste gezicht zit er weinig weinig lijn in het boek, maar een rechttoe rechtaan verteld verhaal past wellicht ook niet bij wie Henk Albers was en bij wie Manon Albers is. Het gaat om het geheel, om wat er in al die losse facetten opduikt en wat er blijft hangen. 

Liefdevol

In ieder geval is Lucky Me een liefdevol boek, over een dochter die postuum haar vader nog dichter wil naderen. Het is geen hagiografie en ze verbloemt de moeilijke kanten van haar vader niet, maar je merkt hoe ze aan haar vader hangt, hoe ze op sommige punten tegen hem opkijkt, trots op hem is. Misschien is ze nog steeds bezig haar best te doen om een goede dochter te zijn, om gezien te worden. Dat is ontroerend. 

Henk Albers (l.) en Otto Veenhoven (r.)
(en hond Rattaplan)


Tegelijk krijg je een beeld van Manon zelf, van haar liefde voor muziek, van haar manier van leven, van hoe ze in de wereld staat. Haar boek eindigt met Lucky Me. Aan de ene kant is dat natuurlijk een knipoog naar Lucky Luke maar ook laat het zien hoe ze haar weg gevonden heeft, hoe het leven haar beter is gaan passen. 

Illustraties

Lucky Me ziet er aantrekkelijk uit: er staan veel illustraties in. Bij de teksten zijn de illustraties van Pieter Hogenbirk en Kees de Boer. Prachtige tekeningen die meer zijn dan alleen maar illustraties. Verschillende ervan hebben de tekst niet nodig en kunnen ook uitstekend op zichzelf staan. 

Achter in Lucky Me zijn er enkele pagina's opgenomen met foto's en met tekeningen van Henk Albers. Die laten maar weer eens zien hoe goed hij was. 

Het Parool, 4 maart 1975
Dat de bundel losjes van opzet is, weinig lijn heeft, stond me tijdens het lezen aanvankelijk een beetje tegen, maar uiteindelijk leek het me slechts een klein bezwaar, omdat het boek zoveel meer biedt. Niet alleen is het een mooi persoonlijk verhaal, maar ik werd ook nieuwsgierig naar het werk van Henk Albers. 

Kobus Kat

Ik heb wat rondgeneusd in oude kranten. In Lucky Me wordt bijvoorbeeld de strip Kobus Kat genoemd, die werd ingezet in een 'netheidscampagne' van de stad Amsterdam, in 1975. Mede ingegeven door het feit dat Amsterdam  zijn zevenhonderdjarig bestaan vierde. Kobus Kat werd geschreven door Otto Veenhoven en getekend door Henk Albers. 

De naam van de hoofdfiguur is opmerkelijk. Die komt namelijk al voor in een kerstverhaal van Henriëtte van Eyk, 'Kerstmis in het oude huis', dat gepubliceerd werd in Het Rotterdamsch Parool van 24 december 1949. Hoofdpersonen daarin zijn de broers Karel en Kobus Kat. Het is misschien toeval, maar het is toch opmerkelijk. Bij het verhaal stond ook een illustratie afgedrukt en het zou mooi zijn als die van Albers was geweest, maar dat is niet zo. De tekenaar was Wim Bijmoer. 

De campagne die gekoppeld was aan Kobus Kat (of andersom) kreeg veel aandacht. Zo was er een week voordat het figuurtje voor het eerst in de strip zou optreden, een aankondiging op de voorpagina van Het Parool en verder was er een interview te lezen met de makers van de strip (Henk Albers en Otto Veenhoven), compleet met foto (zie boven). Kobus zou terugkomen op de gemeentewagens en posters in scholen. 

Lucky Me werd gepresenteerd tijdens Strips op de markt, begin mei in Gouda. Daar was ik, maar ik had me niet goed ingelezen, was druk met het spreken van andere mensen, met het tevergeefs zoeken naar een tekenaar (Ivan Petrus Adriaenssens) en met het drooghouden van wat ik gekocht had, wat me niet helemaal gelukt is. Zo ontging mij de presentatie, maar gelukkig was uitgeverij Personalia zo vriendelijk om mij het boek toe te sturen.  Ik had het niet graag willen missen. 

Het Parool, 13 maart 1975

Manon Albers, Lucky Me, Verhalen van een dochter. Uitg. Personalia, 2026, 120 blz. € 19,90





woensdag 4 juni 2025

Bartje, de graphic novel (Ahmed Resh / Anco Dijkman)

Ooit heb ik beweerd dat ik de roman Bartje, van Anne de Vries, niet gelezen heb. Nu weet ik dat dat niet klopt. Toen ik op de mavo een mondeling tentamen moest afleggen over tien boeken, kwam ik de natuur- en scheikundeleraar tegen, die mijn boekenlijst wilde bekijken. Ik had het idee dat die lijst daarmee ook door hem beoordeeld werd. 

Niet alle boeken van mijn lijst herinner ik me nog. Maar volgens mij stond De zwarte ruiter van Vestdijk erop, Mensen zonder geld van Jan Mens, Peelwerkers van Antoon Coolen en Bartje dus. Over dat laatste boek maakte de docent, die zelf ook Bart heette, een opmerking: of ik wist dat er ook een tweede deel van was. Jazeker, dat wist ik: Bartje zoekt het geluk. En het derde deel? Daar had ik nooit van gehoord. Bartje barst van het geluk, zei hij. Ik kon aan hem zien dat het een grapje was.

Televisieserie

Toen ik op de middelbare school zat, kende iedereen het jongetje Bartje. Er was immers in 1972 een televisieserie over hem gemaakt en die werd veel bekeken. Die serie heb ik pas jaren later gezien, toen ik de videobanden had gekocht. In 1972 hadden we geen tv, want mijn ouders wilden 'de wereld' niet in huis halen. 

Maar iedereen, ook degenen die het niet gezien hadden, kende Bartje en zijn uitspraak dat hij niet voor bruine bonen wilde bidden. Verder herinner ik me van het boek vooral de angst voor de klabatse, waarmee kinderen een pak rammel konden krijgen. 

Intussen is Bartje wat weggezakt uit het nationale geheugen, schat ik zo in. In Drenthe, misschien niet. Er staat nog altijd een standbeeld voor Bartje in Assen. 

Al vrij vroeg maakte ik kennis met het werk van Anne de Vries (1904 - 1964). Op de lagere school lazen we de boekjes over Jaap en Gerdientje en daar genoot ik erg van. Ik heb mijn moeder wel eens gehoord over Evert in turfland (1930), maar ik geloof niet dat ik dat zelf gelezen heb. Wel las ik Reis door de nacht (vier delen, 1951 - 1958) en, pas in 2012, Dagoe, de kleine bosneger.

Ergens hier in huis moet de biografie van De Vries rondzwerven. Die wou ik ooit nog gaan lezen. Maar nu ik het boek zoek, blijkt het onvindbaar. 

Bartje (1935) werd een klassieker. Maar het stof  is er wel op aan het neerdalen. Daarom is het mooi dat zo'n iconisch boek opgefrist wordt, in de vorm van een graphic novel. Het scenario is van Ahmed Resh, de tekeningen zijn van Anco Dijkman. 

Niet voor bruine bonen

Uit de roman is vooral de scène bekend van Bartje die weigert te bidden voor bruine bonen. Daar houdt hij niet van en moeder heeft hem een kliekje koolraap beloofd, maar dat is ze vergeten. De betreffende passage:

Maar Bartje is geen Bartje meer. Hij kijkt moeder aan, hij slikt, slikt.... en zegt: ‘Ik bid niet veur brune bonen.’
En dan gaat alles zo gauw. Vaders stoel vliegt tegen de muur, Bartje zwaait door de lucht, zijn voeten slaan een bord van de tafel. Riekie wordt onderstboven gelopen, allen jammeren. ‘Albert, neem je in acht, 't is een kiend!’ ‘Vader, o, o, vader!’ Maar vaders eeltige hand beukt op Bartjes broekje. En die slimme, kalme Bartje is veranderd in een kleine woesteling. Hij trapt, bijt, slaat om zich heen. Hij gilt: ‘Nooit, nooit, nooit!’....
Dan zet moeder de deur wagenwijd open en vader stoot hem naar buiten.
‘En de drommel zal je halen, as ie nog een stap over de drempel doen!’ buldert vader, hijgend.
‘Ie bint jà een wild dier geliek!’ roept moeder. ‘Zoek dan maar een ander huus op, heur! Wij willen zo'n stiefkop niet meer hebben.’
‘Zo is 't,’ bevestigt vader, verrast door dit nieuwe gezichtspunt. ‘Smeer hem maar. Zuuk maar een ander vader en moeder. En heb 't hart eens in 't lief, dâ j' weeromme kommen.’
De deur slaat dicht.
Het eerste hoofdstuk uit de graphic novel heet dan ook 'Bartje bidt niet voor bruine bonen'. We zien het gezin aan tafel zitten, precies zoals in de tv-serie, in dezelfde tafelschikking. Dat roept wel de vraag op of nu de roman of de serie verstript is. In de roman zegt Bartje bijna bedeesd dat hij niet voor bruine bonen bidt, in de serie gaat dat met stemverheffing gepaard en in de graphic novel schreeuwt Bartje het uit. Voor mijn gevoel is dat net een beetje te, maar misschien komt dat juist wel doordat ik het boek ook gelezen heb. 

Geweld

Kinderen hebben het niet gemakkelijk in Bartje. Niet alleen is er een sterke hiërarchie, waarbij volwassenen altijd de baas zijn, maar ze zijn ook gewelddadig. Hier wordt Bartje het huis uit gezet, later krijgt hij ook nog met de klabatse. Juist als Bartje vrij rustig is, wordt het des te duidelijker dat de volwassenen buitensporig reageren. 

Het is knap dat de roman door Resh is omgewerkt tot een scenario van zo'n honderd pagina's. Het zal best een toer geweest zijn om de roman tot dat formaat in te dikken. Bovendien is Bartje iemand die nogal in zijn hoofd zit en in een strip moet er toch ook wat gebeuren. 

Die omzetting naar strip is goed gelukt: het verhaal is helder, er gebeurt genoeg. Wel fungeren de hoofdstukken soms als losse scènes, zodat de doorgaande lijn wat minder merkbaar is. Maar doordat sommige dingen in een later hoofdstuk terugkomen (bijvoorbeeld het liefdesleven van de oudste dochter, Lammechien) blijft die toch wel bewaard. 

Sociale wantoestanden

Aan de ene kant is Bartje, de graphic novel een portret van een dromerig jongetje, dat zijn weg moet zien de zoeken in de wereld. Aan de andere kant geeft het ook een beeld van moeilijke sociale omstandigheden. Net als de kinderen niets te vertellen hebben tegenover hun ouders, hebben de arbeiders maar te doen wat de heren zeggen. Als vader Bartels dat weigert, wordt het gezin uit het huis gezet en belandt het in de 'Lange Jammer', een gebouw met éénkamerwoningen. In 1958 heeft iemand een tekening gemaakt van het gebouw zoals hij het zich herinnerde. 

Lange Jammer, tekening van A. Cieraad (bron)
Van de graphic novel maakt het sociale aspect de meeste indruk. Misschien maakt dat de strip ook actueel. Niet dat de omstandigheden nu vergelijkbaar zijn met die uit de jaren dertig van de twintigste eeuw, maar de leefwerelden van arm en rijk zijn wel steeds meer gescheiden (zie rapport van het SCP, 2024).

De strip eindigt trouwens hoopvol: Bartje trekt de wijde wereld in. Zijn laatste groet is voor zijn vader. Mogelijk dat hier Bartje zoekt het geluk (1940) over gaat, maar dat heb ik niet gelezen. 

Tekeningen

De tekeningen van Anco Dijkman, zijn toegankelijk en helder, zoals we van hem gewend zijn. Ook weet hij de sfeer goed te treffen. Dat er een zekere nostalgie uit de tekeningen spreekt, ligt misschien wel aan mij. Mogelijk lees ik die erin, omdat ik Bartje associeer met mijn jeugd, toen de tv-serie populair was, al was de roman toen ook al bijna veertig jaar oud. 

Eigenlijk ben ik wel benieuwd hoe een nieuw publiek, zonder kennis van het boek of de serie, Bartje, de graphic novel zal lezen. Of de roman herlezing zou doorstaan, is maar de vraag, maar de graphic novel is fris en kan nog een hele tijd mee. 

En wat die bruine bonen betreft, Elly de Vries, dochter van de schrijver van Bartje vertelt in het voorwoord dat haar vader er dol op was. 

Titel: Bartje, de graphic novel
Scenario: Ahmed Resh
Tekeningen: Anco Dijkman
Uitgever: Personalia
2025, 104 blz. € 29,90

Eerder schreef ik over andere albums van Anco Dijkman:

vrijdag 4 april 2025

Mythos 1 - Bliksemse jeuk (Cazenove / Larbier)


De strip is al van 2023, maar ik las hem nu pas en het zou zonde zijn om er niet over te schrijven: Mythos. Het eerste deel in de reeks heet Bliksemse jeuk. 

Aan de ene kant is Mythos duidelijk een strip voor kinderen: er zijn veel figuren waarmee kinderen zich kunnen identificeren en die ook als kinderen zijn getekend. Hun hoofd is bijvoorbeeld vrij groot ten opzichte van de rest van hun lichaam. Ze hebben ook de tijd aan zichzelf en hebben nog nauwelijks verantwoordelijkheden. 

Aan de andere kant kunnen ook volwassenen genieten van de strip. Wie enige kennis van de mythologie  heeft, ziet alle bekende verhalen voorbijkomen: het paard van Troje, Sysiphus die een steen de berg op moet rollen, Medusa met de slangen op haar hoofd, de Minotaurus in zijn labyrint, Midas die alles in goud verandert. 

Wellicht zijn er trouwens ook kinderen die een deel van de verhalen kennen en anders biedt de strip ook een ingang om die verhalen te leren kennen. 

Anachronismen

Er zijn in de gags bewust anachronismen aangebracht: Zeus slikt aspirines, de Minotaurus wordt met zijn kop in een moderne wc gezet en we zien een voorstadium van het voetbal: het doel is er al, maar het is nog niet duidelijk wat je ermee moet doen. Het zijn details die je mogen ontgaan, maar die de strip extra grappig maken als je ze wel ziet. 

De godenwereld is ontdaan van heiligheid: het is een heel aardse bedoening. Zeus staat boven de anderen, maar hij heeft weinig gezag. Op de cover zien we bijvoorbeeld hoe Totor (de Minotaurus) een bliksemschicht leent om zich te krabben. Niet voor niets heet dit deel Bliksemse jeuk.

Het bovennatuurlijke is niet helemaal afwezig. Zo moet je Medusa niet aankijken, verandert alles wat Midas aanraakt nog steeds in goud en Circe kan iemand nog steeds betoveren en in iets anders veranderen. Dat is niet altijd prettig voor de andere personages, maar de verhaaltjes blijven altijd luchtig en gezellig. Ook dat maakt de strip uitermate geschikt voor een jong publiek: het is een veilige leesomgeving, waarbij de lezer vooral een goed gevoel krijgt en vermaakt wordt. 

Grappen

Mythos is een gagstrip en dat betekent dat er aan het eind van elk verhaaltje een grap moet zitten. Dat heeft de scenarist, Cazenove, keurig verzorgd. Elk verhaaltje heeft een leuke pointe, die je elke keer weer doet glimlachen. De meeste gags beslaan een enkele pagina, maar het album opent met een verhaaltje dat vier bladzijden lang is en in het hart van het album is er een verhaal van twee pagina's. 

De tekeningen zijn van de hand van Larbier. Heldere tekeningen, die makkelijk 'lezen'. De clou van het verhaal is altijd eenduidig, niet alleen door de loop van het verhaal, maar ook doordat de tekening je meteen laat kijken naar waar het om draait. En de goedmoedige, gezellige sfeer komt ook voor een groot deel door de manier van tekenen. 

Enkele maanden geleden schreef ik over Darius, ook een gagstrip die uitgekomen is bij uitgeverij Personalia, die misschien wel te vergelijken is met Mythos. Beide zijn gesitueerd in een ver verleden, beide presenteren vrij sterke grappen en beide zijn geschikt voor een breed publiek. Op de cover van beide strips staat 'Bekend uit Jump'. Daar moet je dus zijn als je meer van dit soort strips wilt lezen. 

Reeks: Mythos
Deel 1: Bliksemse jeuk
Scenario: Cazenove
Tekeningen: Larbier
Vertaling: Peter Beemsterboer
Uitgever: Personalia
2023, 48 blz. € 8,95 (softcover)

Eerder schreef ik over:


dinsdag 25 februari 2025

Rembrandt 2: Zelfportret (Herman Roozen / Pieter Hoogenbirk)

Het duo Herman Roozen (scenario) en Pieter Hogenbirk (tekeningen) houdt ervan om bekende personen als onderwerp van gags te nemen. Zo maakten ze een strip over Michiel de Ruyter (De Ruyter) en over het Koninklijk huis (Van Oranje). En ook over Rembrandt (Rembrandt). 

Omdat de hoofdpersoon bekend is, hoef je veel dingen niet uit te leggen. Iedereen weet bijvoorbeeld dat Rembrandt een schilder was, dat hij de Nachtwacht geschilderd heeft en dat hij soms in financiële problemen verkeerde. Hij verzamelde exotische voorwerpen en bijzondere kledingstukken en daar ging veel geld in zitten. 

Wie zich iets meer ingelezen heeft, weet ook nog dat zijn vader Harmen molenaar was, dat Rembrandt getrouwd was met Saskia, later een relatie begon met Geertje Dircx en nog weer later met Hendrickje Stoffels. Hij had een zoon: Titus. 

Bekende tijdgenoten

Met al die veronderstelde kennis speelt de strip Rembrandt. Er loopt ook wel eens een bekende tijdgenoot rond, zoals de waterbouwkundige Leeghwater, die in de strip Rembrandts buurman is. De huisarts is dokter Tulp, die we kennen van Rembrandts schilderij De anatomische les. De onderwijzer van Titus is meester Bartjens, die bekend is van zijn rekenboek. 

Roozen speelt met de geschiedenis.  Zo worden de kaartjes voor een concert van troubadour Boudewijn verkocht in het Concertgebouw, dat pas in 1888 geopend zou worden. Verder gaat Rembrandt tekenen in de dierentuin, wat ook pas in de negentiende eeuw kon. Er komt ook een koper Goudstikker in enkele gags voor, bekend van de Goudstikkercollectie. Die werd pas eind negentiende eeuw geboren. 


Dat zijn knipoogjes, zoals ik bij troubadour Boudewijn, bedoeld of onbedoeld, moest denken aan Boudewijn de Groot en bij de vier Dolle Blokfuitguiten aan The Beatles.

Geertje en Hendrickje

In de gags leeft Rembrandt samen met Geertje, terwijl Hendrickje huishoudster is. Of dat in werkelijkheid ook is voorgekomen, weet ik niet, maar voor de strip is dit wel spannend. Zo kan Rembrandt Geertje bedriegen met Hendrickje. Volgens de strip is Rembrandt toch al gecharmeerd van vrouwelijk schoon. De relatie met Geertje is niet altijd even goed, wat in de werkelijkheid ook soms zo was. Rembrandt liet haar uiteindelijk opsluiten in het spinhuis in Gouda. 

Wat er allemaal wel of niet klopt, is voor de strip eigenlijk niet zo belangrijk. De setting moet ongeveer kloppen en om het contact met het heden te houden, moeten er genoeg knipogen in zitten naar de huidige situatie. Dat gebeurt bijvoorbeeld als er een lange rij staat bij de ticketverkoop. 


Twee edities

Het tweede album, Zelfportret, is uitgekomen in twee versies: de Jumpeditie (voor kinderen) en de Grote-menseneditie. Het verschil is al te zien aan de covers. Op de kinderversie tekent Rembrandt een zelfportret, met alleen zijn hoofd, en op de andere versie tekent hij zichzelf met Hendrickje in bed. Ik heb alleen de grote-menseneditie bekeken. 

In het album zijn gags van een enkele strook opgenomen, maar ook van enkele pagina's. Wat dat betreft is het lekker afwisselend. Het is een album dat je achter uit kunt lezen, maar waar je ook hier en daar wat kunt lezen, waarna je het weglegt en later en nog wat hapsnap uit leest.

Een gagstrip moet in de eerste plaats grappig en dat is Rembrandt zeker. Natuurlijk is de ene gag meer geslaagd dan de andere, maar ik heb het album met veel genoegen gelezen en ik heb me prima vermaakt. Het is een vrolijk geheel, waar je vanzelf een goed humeur van krijgt. Steeds weer kan Roozen grapjes maken over bijvoorbeeld het thema geldgebrek of vreemdgaan, zonder dat het vervelend wordt. 

Tekeningen

De tekeningen van Pieter Hogenbirk hebben een soort goedmoedigheid. Ze zijn getekend in strakke lijn en zijn egaal ingekleurd. Ze zijn altijd helder en laten zich gemakkelijk 'lezen'. Van tijd tot tijd is er een tekening zonder decor, wat ook wel prettig is, als afwisseling. De andere tekeningen zijn voor het overgrote deel helemaal volgekleurd. Als er geen decor is, ontbreken ook de kaderlijnen. 

Dit tweede album van Rembrandt oogt fris en zo zijn ook de gags. Voor mijn gevoel kunnen Roozen en Hogenbirk nog wel even vooruit. 

Reeks: Rembrandt
Deel 2: Zelfportret (Grote-menseneditie)
Scenario: Herman Roozen
Tekeningen: Pieter Hogenbirk
Uitgever: Personalia
2024, 48 blz. € 8,95 (softcover)



woensdag 29 januari 2025

Darius 1 en 2 (Goulesque / Widenlocher)

Verschillende strips spelen zich af in andere tijden dan de onze. Van Hägar tot Alex, van Gilles de Geus tot Roodbaard en van Marshal Bass tot Miss Pembleton. De strips die zich in de toekomst afspelen, laat ik dan nog buiten beschouwing. 

In veel gevallen is het de bedoeling dat de historische setting zoveel mogelijk klopt: geen anachronismen, we moeten ons in het verleden wanen. Maar een strip die zich afspeelt in het verleden zegt ook altijd iets over de tijd waarin de strip gemaakt is. Dat geldt overigens ook voor verhalen die zich afspelen in de toekomst, zoals Gerrit Komrij liet zien in 'Averechts in de tijd', een afdeling in de essaybundel Averechts (1980).

Soms is de link met het heden overduidelijk. De stripmaker knipoogt naar de lezer en wurmt allerlei hedendaagse zaken in de historische strip. Een bekend voorbeeld daarvan is De Flintstones. De verhalen spelen zich af in de steentijd, maar de gezinnen hebben wel een auto, een kraan, een tv. Eigenlijk is het de huidige samenleving, aangepast aan de steentijd. Die verwijzingen naar nu zijn meestal op zich al grappig en de verhalen zijn dan ook vrij luchtig. 

Prehistorisch, min of meer

Iets soortgelijks is er aan de hand bij Darius waarvan twee albums zijn verschenen: 1. De min-of-meer-prehistorische dinosaurus en 2. In de nesten. Aangezien alle dino's prehistorisch zijn, is de omschrijving 'min-of-meer-prehistorisch' al grappig. Tegelijkertijd krijgen we de hint dat het niet allemaal (pre)historisch is wat ons voorgeschoteld wordt. 

In de tijd van de dino's leefden er nog geen mensen, maar het hoofdpersonage, Darius dus, doet toch erg menselijk aan. Hij loopt op twee benen, heeft menselijk aandoende voeten en handen en heeft menselijk aandoende problemen. Zo is hij verliefd op Doris, maar dat wordt nooit wat. Doris heeft overigens borsten, wat haar bijna-menselijkheid onderstreept. Daarnaast zijn er overigens ook gewoon 'dierlijke' dino's, die op vier poten lopen. 

Net als bij De Flintstones is er veel hedendaags in de strip. Zo hebben de dino's huisdieren, er is een supermarkt, er is recreatie, er zijn 'tablets' en er is zelfs nucleair afval. Dat alles brengt het verhaal dicht bij de lezers. 

Grappen

Darius is een leuke strip, vooral doordat de grappen goed zijn. Meestal vinden we iets grappig als we op het verkeerde been gezet worden of als er iets gebeurt wat we niet hadden zien aankomen. De scenaristen, Patrick Goulesque en Roger Widenlocher zijn daar heel goed in. Ze produceren geen halfverwachte grappen: elke gag heeft een prima pointe. 

Door de terugkerende personages krijg je zicht op hoe de samenleving om Darius in elkaar zit en je kunt gemakkelijker meeleven, doordat er veel herkenningspunten zijn. De wereld van Darius wordt je in de loop van het album vertrouwd. 

Op de tekeningen van Widenlocher is niets aan te merken: een mooie vlotte stijl van tekenen. De tekeningen zijn helder ingekleurd, wat de lichtheid van de inhoud bevordert. 

Darius wordt gepubliceerd in Jump, een blad dat zich op kinderen richt. Maar zoals volwassenen ook kunnen genieten van Elsje of Bollie en Billie zullen ze dat ook doen van Darius. Natuurlijk zitten er kinderlijke elementen in, maar Darius is allerminst kinderachtig. 

Reeks: Darius
Deel 1: De min-of-meer-prehistorische dinosaurus
Deel 2: In de nesten
Scenario: Patrick Goulesque en Roger Widenlocher
Tekeningen: Roger Widenlocher
Vertaling: Peter Beemsterboer
Uitgever: Personalia
2024, 48 blz. € 8,95 (softcover)





Eerder schreef ik over andere uitgaven van Personalia:

maandag 21 oktober 2024

Eureka, Wetenschapsweetjes in stripvorm (Margreet de Heer)


Kent gij De Heer reeds? Vroeger kwamen er nog wel eens mensen aan de deur die met je over het geloof en de Bijbel wilden spreken en dan zou dit de openingsvraag kunnen zijn. 

In de stripwereld kun je die vraag ook stellen en dan zegt iedereen: 'Ja!' Margreet de Heer is immers prominent in die wereld aanwezig. Ze was Stripmaker des Vaderlands, heeft een hele reeks uitgaven op haar naam staan en had haar eigen voorleeshoekje in een podcast.  

De Heer is heel goed in het verstrippen van informatie. Ze legt ingewikkelde zaken helder uit in strips. Daarbij is er vaak een vertellend figuurtje aanwezig, dat erg lijkt op De Heer zelf. De strips hebben een opgewekte toon, er zit een zekere ironie in, maar altijd gaat het erom dat je de informatie op de juiste manier meekrijgt. 

Wetenschap(pen)

Onder deze bijdrage vindt je een rijtje links naar besprekingen die ik eerder wijdde aan uitgaven van De Heer. Daaronder bevindt zich Wetenschappen in beeld (2012). Dat boek noemt ze in het voorwoord van haar nieuwe album, Eureka, Wetenschapsweetjes in stripvorm. Het plan was namelijk om eerst de titel Wetenschap in beeld te kiezen, maar er was al een tijdschrift dat zo heet. Een paar jaar later nam het blad contact op met De Heer en sinds die tijd maakt ze korte stripjes over wetenschapsweetjes voor Wetenschap in beeld. 

Die strips zijn verzameld in Eureka, Wetenschapsweetjes in stripvorm. In het begin van het album staan er drie op een pagina. Later kreeg De Heer wat meer ruimte, waardoor er nog maar twee stroken op een pagina passen. 

Eureka is een leuke uitgave geworden, geschikt voor een breed publiek. Omdat De Heer altijd helder is, zijn haar strips ook te begrijpen voor een nieuwsgierige basisschoolleerling, al zal iemand die iets ouder is er wel meer van meekrijgen omdat zij of hij meer achtergrondkennis heeft. Die heb je strikt genomen niet nodig om de afzonderlijke strips te begrijpen, maar die geeft natuurlijk wel context. 

(On)bekende namen

Wie het een en ander afweet van wetenschap zal ongetwijfeld bekende namen tegenkomen: Bertrand Russel, Kurt Gödel, Blaise Pascal, Marie Curie en Simon Stevin, bijvoorbeeld. Maar er komen ook namen voor die ik helemaal niet kende. Verschillende keren zijn dat namen van vrouwen: bijvoorbeeld Margaret Cavendish, Petronella Johanna de Timmerman, Sophie Germain, Hedy Lamarr, Elizabeth Garrett Anderson, Maria Sibylla Merian. De Heer heeft duidelijk de bedoeling om veronachtzaamde vrouwen in het zonnetje te zetten en dat is alleen maar goed. 

In deze stripjes is er geen figuurtje meer dat op de stripmaker lijkt. De informatie wordt voor een deel gegeven in informatieve stukjes tekst, voor een deel door uitspraken van de beschreven personen zelf, in tekstballonnen. En door de tekeningen natuurlijk! Zo krijg je in kort bestek een mooi afgerond stukje informatie. Door de helderheid lijkt het allemaal eenvoudig, maar het is werkelijk knap hoe De Heer stukjes wetenschapsgeschiedenis zo goed tot hun kern weet terug te brengen en daarna behapbaar weet te maken voor de lezer. 

Divers

De onderwerpen zijn zeer divers. Soms staat er een wetenschapper centraal, soms een ontdekking of een ontwikkeling, soms een incident of verschijnsel. Als lezer word je meegenomen van Lewis Fry Richardson en de weersvoorspelling naar het graf van Toetanchamon en daarna ga je door naar de ontdekking van vitamine A en naar de vrouw die een toegankelijk boek over natuurkunde, filosofie en astronomie wilde schrijven voor vrouwen, maar die op 53-jarige leeftijd werd getroffen door een beroerte. 

Dat houdt Eureka interessant. Het is niet een album om achter elkaar uit te lezen, maar met af en toe een stel bladzijden, leest het uitstekend. Dan kun je hopelijk ook nog een beetje onthouden wat je leest. En als je iets toch vergeet, kun je het altijd weer opzoeken, want achterin is een heel handig register opgenomen, een index van namen en onderwerpen. Daarin kun je gauw opzoeken waar je iets vindt over dynamiet, de dansplaag, het schaap Dolly of Louise Darval.

Het lezen van Eureka, Wetenschapsweetjes in stripvorm is een mooie combinatie van ontspanning en het opdoen van kennis. En er zijn zoveel dingen die we nog niet weten (of die we ooit wisten en alweer vergeten zijn), dat Margreet de Heer nog heel lang door kan gaan met dit soort strips. We zullen hopen dat ze dat dan ook doet. 

Margreet de Heer, Eureka, Wetenschapsweetjes in stripvorm. Uitg. Personalia, 2024; 48 blz. € 9,95 (softcover)

Eerder schreef ik over:
De Heer in beeld (lezing door Margreet de Heer)
Andere uitgaven van uitgeverij Personalia


Zie ook mijn bijdrage over De schaduw van de Tambora




dinsdag 24 september 2024

Frikken 1: Terug voor de klas (Erroc / Pica)

Iedereen heeft op school gezeten en kan verhalen vertellen over de docenten van toen en hun eigenaardigheden. Daarom is de schoolsituatie bij uitstek geschikt voor een gagstrip: als het goed is, is de herkenbaarheid groot. 

In een strip als Elsje komen geregeld schoolsituaties voor, beschreven vanuit Elsje, dus vanuit de leerling. Dat gebeurt ook bij Dokus, de leerling, maar eerlijk gezegd ken ik die strip niet. Een ander bekend stripfiguur is Van Druten, uit Dirkjan, de docent die zo hardhandig met zijn leerlingen omgaat. Daar moet ik altijd erg om lachen. 

Uit het verleden

Bij uitgeverij Personalia verscheen het eerste album van Frikken, Weer voor de klas, dat het onderwijs ook vanuit de docenten bekijkt. Het speelt zich allemaal af op een kleinschalige school, zoals je ze tegenwoordig eigenlijk niet meer ziet: zo'n twintig docenten, te oordelen naar het groepsportret achter op het album. De mannen zijn veruit in de meerderheid, er zijn geen teamleiders of conrectoren: een enkele directeur heeft het voor het zeggen. De mannen dragen allemaal een pak of op zijn minst een jasje, behalve natuurlijk de gymleraar. 

We hebben hier duidelijk te maken hebben met een strip uit het verleden. Docenten gebruiken niet een smart board of een white board, maar schrijven nog met een krijtje op een groen bord, er zijn nog geen smart phones, de computer zien we voor het eerst op pagina 41 en docenten mogen nog roken in de docentenkamer. Daar zit een pijproker. Wanneer heb ik die voor het laatst gezien? Dat is lang geleden. Laten we zeggen in de tijd dat tv's nog geen plat scherm hadden. 

Niet in Nederland

De school staat duidelijk niet in Nederland. Er is bijvoorbeeld nog paasvakantie en er is een warme lunch in de kantine, waar zowel leerlingen als docenten eten. Op school is ook iemand werkzaam die 'inspecteur' genoemd wordt en ook wel 'adviseur'. Dat is een voor mij duistere rol. Hij is in dienst van de school en werkt dus niet bij de Onderwijsinspectie. 

Voor iemand van mijn leeftijd zijn er nog wel aardig wat zaken herkenbaar: ik heb het krijtstof nog aan mijn vingers gehad en mijn eerste lessen gaf ik vanaf een podiumpje in het lokaal, zodat ik kon neerkijken op de leerlingen. Maar ik behoor niet tot de belangrijkste doelgroep, vermoed ik. 

Voor jongeren zijn veel situaties bevreemdend, maar dat hoeft geen bezwaar te zijn. Vroeger zocht ik in de Sjors vaak eerst de strip Billie Turf op. Die was makkelijk herkenbaar omdat die afgedrukt was op gele pagina's in plaats van op witte. Billie zat op kostschool, waar de leerlingen in uniform rondliepen en op de school waren lijfstraffen aan de orde van de dag. Meester Kwel liet hele dozen vol stokken aanrukken om Billie een pak slaag te kunnen geven. Dat waren voor mij situaties die ver stonden van hoe het eraan toe ging op mijn eigen lagere school. Toch heeft dat mijn leesplezier niet in de weg gestaan. 

Belegen

Wellicht dat jongeren Frikken nu ook als een soort historische strip lezen. Wel vraag ik me af of de grappen sterk genoeg zijn. Eerlijk gezegd vond ik die nogal belegen. Zo'n beetje alle clichés komen wel langs: docenten die geen zin hebben in hun werk, die moeite hebben met de orde, die niet op de hoogte zijn van de wereld waarin de leerlingen leven, die het niet zo op de inspectie hebben, die het alleen maar over het onderwijs kunnen hebben. 

Je hebt de clichés natuurlijk nodig, maar je moet er wel een leuke draai aan kunnen geven en dat is in deze strip bijna nooit het geval. Ik heb het idee dat steeds de meest voor de hand liggende grappen gemaakt worden en die kan iedere lezer zelf wel bedenken. De grappen zijn ook nogal braaf. Nergens zit er echt venijn, nergens wordt de satire scherp. Je kunt er een beetje om glimlachen, soms, en andere keren haal je je schouders erover op. 

Het seksisme dat van tijd tot tijd de kop opsteekt doet vreemd aan. Het onderwijs is in de tijd van Frikken nog duidelijk een mannenwereld en vrouwen zijn aantrekkelijk of het zijn bitches. De nieuwe vrouwelijke collega wordt door de mannen gekleineerd, een docent kan een opmerking maken over wat hij de 'rondingen' van een vrouwelijke collega noemt en blijkbaar is dat allemaal gewoon. Gelukkig zijn de tijden veranderd, maar niet in Frikken. 

Tekeningen

De scenarist van Frikken is Erroc (Gilles Corre) en hij is dus verantwoordelijk voor de grappen. De tekeningen zijn Pica (Pierre Tranchand) en die zijn heel aardig. Je moet de stijl zoeken in de hoek van wat ik maar de Robbedoesstrips noem. Goedmoedige figuurtjes, vriendelijke tekeningen. Soms moest ik een beetje denken aan Berck (Sammy, Lowietje), maar ik weet niet of dat terecht is. Ik voel me op dat gebied geen kenner. 

Op mij komt Frikken over als een gedateerde strip, die niet echt leuk is. Maar wellicht leid ik aan hetzelfde euvel als sommige docenten in de strip en kan ik op mijn leeftijd lastig aanvoelen wat kinderen graag lezen. 

Reeks: Frikken
Deel 1: Terug voor de klas
Scenario: Erroc
Tekeningen: Pica
Inkleuring: Jacqueline Guénard
Vertaling: Peter Beemsterboer
Uitgever: Personalia
Leens, 2024; 48 blz. € 9,95 (softcover)