Posts tonen met het label Vluchtheuvel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Vluchtheuvel. Alle posts tonen

zondag 17 september 2017

Lezing Ben Manusama



‘Unfinished business’ noemde Ben Manusama de reeks schilderijen die hij onlangs geëxposeerd heeft in Den Haag. We zien personen die ten voeten uit geschilderd zijn. Ze verdragen vluchtige beschouwing, maar wie langer kijkt, ziet steeds meer de mensen die geportretteerd zijn. Op den duur komen we niet uit onder het appel dat er van hen uitgaat.

Op zondag 17 september kwam Manusama in de Vluchtheuvelkerk in Zetten vertellen over de bronnen van zijn werk. Ook liet hij muziek horen die verbonden is met de wortels van de Molukse gemeenschap.

Na de pauze was er een tweegesprek van Ben met Victor Laurentius, die ooit in Zetten woonde. Hij schreef, alweer jaren geleden, een boek over de Molukkers in de Betuwe. Op de tijdlijn die er getrokken werd, werden drie punten gezet: de dekolonisatie (met de zogeheten ‘politionele acties’), de treinkapingen in de jaren zeventig en het heden.

De treinkapingen zijn een uitvloeisel van de manier waarop de dekolonisatie verlopen is. Door sommigen zijn de kapingen wel de derde politionele actie genoemd. Het is een trauma geworden in onze nationale naoorlogse geschiedenis, waarover nog steeds niet alle feiten bekend zijn.

De feiten over de dekolonisatie en de kapingen moeten boven water komen en erkend worden, vertelde Manusama. Dan pas kunnen we verder. We zullen in het nu elkaars verhalen moeten horen en daar oor voor hebben. We moeten zien dat het niet een Molukse zaak, maar een Nederlandse zaak is, waarop ieder van ons vanuit zijn eigen achtergrond zal reageren. Pas als we daarvoor openstaan, kunnen we samen verder.

Het publiek was geboeid door Manusama’s verhaal en ook geschokt door wat hij vertelde over zijn eigen ervaringen. Hoe hij als jongere uit een bus geknuppeld werd. Een agent zei: ‘Loop maar weg, dan schiet ik je in je rug.’  Willekeurige Molukkers werden op een perron plat op de grond gelegd en onder schot gehouden. Het zijn feiten die het journaal nooit gehaald hebben.

Er zit nog veel woede en pijn in de nog vrij jonge geschiedenis. Daarmee moeten we aan het werk. Tot die tijd is het unfinished business.

(foto gebietst van de Facebookpagina van Ben)

zondag 20 november 2016

Lezing Saskia van der Jagt


Op zondag 20 november hield Saskia van der Jagt een lezing in de Vluchtheuvelkerk in Zetten. Op 18 september had Colet van der Ven een lezing gehouden over de wortels van het kwaad. Ook Saskia van der Jagt sprak zich uit over het kwaad.

Veel mensen hebben het idee dat goed en kwaad duidelijk te scheiden en te onderscheiden zijn: goed is Lucky Luke, kwaad zijn de Daltons. Maar soms is het een kwestie van perceptie of interpretatie. Iets kan goed bedoeld zijn, maar als kwaad gezien worden.

Van der Jagt illustreerde dat met passages uit haar eigen leven: hoe er een verwijdering ontstond tussen haar en haar vader, juist op het moment dat ze hem probeerde te troosten. Voor haar had het tot gevolg dat ze een tijd lang op straat leefde.

Verder vertelde ze over de tijd dat ze in de wapenhandel zat en dat ze dat kon doen zonder zich daar schuldig over te voelen. Voor de een zijn de wapens het kwaad, voor de ander zijn de wapens nodig om zich tegen het kwaad te beschermen.

Daarover schreef Saskia van der Jagt al eerder een roman, die aanvankelijk Probeer het mortuarium heette, maar die herdrukt is onder de titel Schieten verleer ik nooit.

Goed en kwaad liggen dicht bij elkaar, volgens Van der Jagt; je raakt gauw over de grens heen. Maar je kunt ook weer terug die grens over. Het kwaad hoeft niet alleen maar een slechte naam te hebben; het veroorzaakt ook het goede. Zonder kwaad zou er bijvoorbeeld geen vergiffenis zijn.

Verder vertelde ze over het kind dat ze adopteerde. Het was ziek en zwak en ze besefte dat ze alles moest doen om het kind een goed leven te geven en een goede moeder voor haar te zijn. Dat bleek niet meer te verenigen met de wapenhandel. Het was een omslagpunt in haar leven, dat ze ook wel God of het goddelijke wil noemen.

De aanwezigen waren onder de indruk van het persoonlijke verhaal dat Saskia van der Jagt vertelde. Er werd nog lang met haar en met elkaar nagepraat.


zondag 18 september 2016

Lezing Colet van der Ven: De wortels van het kwaad


Op zondag 18 september heeft Colet van der Ven een lezing gehouden in de Vluchtheuvelkerk in Zetten over het kwaad. Zit het kwaad in ieder van ons? En hoe komt het dat sommigen zich wenden tot geweld en anderen niet?

Van der Ven illustreert haar verhaal met bekende experimenten als het Milgramexperiment (zie hier), waarbij mensen bereid bleken een ander stroomstoten tot een dodelijke sterkte toe te dienen en het experiment van de Stanfordgevangenis, waarbij mensen de rol van gevangene of van bewaker moesten spelen (zie hier).

Het aanwenden van geweld kan zowel op kleine als op grote schaal: van pesten tot genocide. In de voorbeelden die Van der Ven geeft, blijken dezelfde mechanismen werkzaam te zijn: bijvoorbeeld groepsdruk, mensen reduceren tot één eigenschap, het taalgebruik, het wij/zij-denken.

Ze verzet zich tegen Abram de Swaan en zijn boek Compartimenten van vernietiging (zie bijvoorbeeld hier). De Swaan zou daarin degenen bestreden hebben die zeggen dat het kwaad in elk mens schuilt. Van der Ven nuanceert: 'Het kwaad schuilt ook in elk mens.'

Ook Philip Zimbardo heeft zich in een Tedtalk uitgelaten over de manier waarop goede mensen tot het kwaad komen. (Zie hier).

Van der Ven noemt Hannah Arendt en 'de banaliteit van het kwaad'. We bekijken daarbij een stukje van de speelfilm uit 2013.


Niet alle mensen maken in dezelfde situatie dezelfde keuzen. Van der Ven noemt het Reservebataljon 101 in de Tweede Wereldoorlog, waar ook Richard Browning over sprak (zie hier). Het bataljon schoot op 13 juli 1942 vijftienhonderd Joden dood in het plaatsje Jezefow. De commandant, majoor Trapp, gaf de soldaten de gelegenheid om er niet aan mee te doen en hun wapen in te leveren. Slechts een klein deel deed dat daadwerkelijk.

Hoe komen mensen ertoe om niet mee te doen met de groep? Hoe nemen ze verantwoordelijkheid, desnoods tegen de stroom in? Bewustzijn, zegt Van der Ven. Je realiseren waarmee je bezig bent. Beseffen dat je een mens bent en dat de ander dat ook is. Je kunt je trainen in situaties die een morele beslissing van je vragen.

Halverwege de lezing luisterden we naar Wende Snijders, die bezingt hoe je iemand met messen in zijn zakken en spijkers in zijn schouders tegemoet kunt treden. Door zijn verdriet te zien, door hem te erkennen.


Na afloop worden er nog vragen gesteld en onder de koffie daarna gaan de gesprekken nog door. 

zondag 12 juni 2016

Lezing Roos Blufpand


Op 12 juni 2016 hield Roos Blufpand een lezing in de Vluchtheuvelkerk in Zetten. Het werd een mengvorm van lezing en concert, waarbij Roos zich begeleidde op piano en gitaar. Door de setting, een klein kerkje, met een overzichtelijk aantal bezoekers, was de sfeer intiem, waardoor de teksten van Blufpand goed aankwamen en dicht op de huid van de luisteraars gingen zitten. Ze zong de liedjes onversterkt, maar dat bleek geen enkel probleem.

Roos vertelde dat ze graag kwetsbaar wil zijn en het op wil nemen voor kwetsbare mensen. Er zijn ook veel mensen in deze wereld die boos zijn en die totaal andere opvattingen hebben wat bijvoorbeeld het vluchtelingenvraagstuk betreft. Ook zij zijn mensen met hun eigen achtergrond en ook zij hebben hun kwetsbaarheden en hun angsten. Het is niet altijd gemakkelijk om je in die mensen te verplaatsen.

De angst is de grote tegenhanger van kwetsbaarheid. Door hun angst durven mensen niet vragend in het leven te staan.

Roos is, zeker vergeleken met het publiek van deze ochtend, nog jong. Aan de ene kant wil ze genieten van het leven, maar ze voelt zich er soms ook schuldig door. Er is immers nog zoveel ellende in de wereld. Moet ze daar niet mee bezig zijn? Daar houdt ze zich wel degelijk mee bezig. Zo heeft ze in Ede opgetreden met en voor vluchtelingen. Maar het blijft lastig om die twee kanten in één persoon te verenigen. Of zoals Roos zingt:
Ik wil de wereld best wel redden
maar ik weet gewoon niet hoe
Ik wil de mensen best wel bijstaan
maar 'k weet niet hoe ik dat doe
Een geweten is een lastig ding en daarom zingt ze:
Ik zet m'n geweten te koop
op Marktplaats, wie biedt 't hoogst
Het is een prima geweten:
't Knaagt, 't vreet
maar je kunt er wel op bouwen


Op haar album Hoe dan schetst ze hoe het is om idealistisch in de wereld te staan en tegelijkertijd realistisch. Het enige waarmee je uiteindelijk verder kunt, is liefde. Roos heeft dan ook een button, die ze vaak na optredens uitdeelt: 'Alleen maar liefde'

Door liefde gedreven verder gaan en dan door schade en schande wijs worden:
Laat me m'n kop maar stoten
en in zeven sloten
tegelijk
Een lezing is wat anders dan een concert. Er wordt bijvoorbeeld niet na ieder nummer geapplaudisseerd, wat voor Roos Blufpand zeker wennen geweest zal zijn. Maar ze zal ook de aandacht van het publiek gemerkt hebben. En dat iedereen haar lezing/concert waardeerde, bleek overduidelijk bij de koffie na afloop: er werden heel wat cd's verkocht.


 Voor wie Roos nog een keer of alsnog wil zien of horen: ga naar de tourdata op haar website. Het dichtst bij Zetten is Arnhem. Daar treedt ze op 9 december 2016 op in het Posttheater.




zondag 22 november 2015

Lezing Edward van der Kaaij


In september hield Klaas Hendrikse een lezing in de Vluchtheuvelkerk in Zetten. Hendrikse schreef de boeken Geloven in een God die niet bestaat en God bestaat niet en Jezus is zijn zoon. De volgende in deze serie lezingen was Edward van der Kaaij, schrijver van De ongemakkelijke waarheid van het christendom.

In de lezing draaide het, net als in het boek, erom of Jezus wel of niet een historisch figuur is. Volgens Van der Kaaij heb je twee benaderingen: je gaat ervan uit dat Jezus historisch bestaan heeft, maar dat er verhalen geweven zijn rond zijn persoon (mythologiserend historisch) of je gaat ervan uit dat de verhalen over Jezus mythen zijn, die later in een historische context zijn geplaatst (historiserend mythisch). Van der Kaaij kiest voor die laatste benadering.

In die benadering maakt het niet uit of Jezus wel of niet een historische figuur is. Van der Kaaij gaat ervan uit dat Jezus niet als mens bestaan heeft, al is dat natuurlijk lastig te bewijzen. Fik Meijer heeft zojuist een boek geschreven waarin hij wel pleit voor de historiciteit van Jezus, omdat hij ook genoemd wordt in buitenbijbelse bronnen. Die bronnen noemt Van der Kaaij ook in zijn boek, maar ze overtuigen hem niet.

Als je uitgaat van een historische Jezus, blijf je toch zitten met het probleem welk deel (van bijvoorbeeld het evangelie van Markus) wel waargebeurd is en welk niet. Dat mag zo zijn, maar dat lijkt me geen argument. Misschien had Van der Kaaij het wel of niet bestaan van Jezus kunnen laten rusten, omdat het voor zijn benadering toch niet uitmaakt.

Sterker was Van der Kaaijs betoog waarin hij aantoonde dat er veel parallellen zijn tussen het bijbelse verhaal en de Egyptische mythologie. Van der Kaaij ging hier uitgebreid op in, zowel in woord als in beeld.

Hij noemde de bijbelverhalen sterke verhalen, wat hij niet alleen bedoeld zal hebben als verhalen die overdreven zijn, maar meer als verhalen met kracht. Niet voor niets hebben ze de eeuwen getrotseerd.  Dat het verhaal van Jezus in Van der Kaaijs ogen een mythe is, heeft voor hem het verhaal alleen maar rijker gemaakt.

Kuitert zei: Al het spreken over boven komt van beneden. Van der Kaaij varieert daarop: al het spreken over boven komt vanbinnen. Jezus behoort niet tot een werkelijkheid buiten ons, maar tot een innerlijke werkelijkheid. Als Jezus zegt dat hij koninkrijk der hemelen dichtbij is, doelt hij erop dat de discipelen snel zullen ontdekken dat ze dat koninkrijk in zich hebben.

De mythes bevinden zich op onze ' harde schijf'  volgens Van der Kaaij. Daarom ontstaan er op verschillende tijden op verschillende plaatsen gelijksoortige mythen. Hierbij baseert hij zich op de notie van het collectief onbewuste zoals dat gepostuleerd is door Carl Gustav Jung. Net als Freud heeft Jung nog wel aanhangers, maar meestal niet uit wetenschappelijke hoek. Een beroep op Jung maakt een betoog er niet sterker op.

De overeenkomsten tussen de Egyptische mythologie en de christelijke was zonder meer interessant. De parallellen tussen Isis en Maria en tussen Jezus en Horus liet Van der Kaaij duidelijk zien. Ook zijn verhaal over de kracht van mythen was boeiend.

Verschillende personen namen de kans waar om vragen te stellen en na afloop werd er tijdens de koffie ook nog flink wat nagepraat. De volgende keer Fik Meijer?

zondag 20 september 2015

Lezing Klaas Hendrikse


Op zondag 20 september was Klaas Hendrikse in Zetten om daar een lezing te houden in de Vluchtheuvelkerk. Intussen heeft daar al een hele reeks aan lezinggevers gesproken: van Bas Haring tot Liesbeth Labeur, van Willem Aantjes tot Margreet de Heer en van Joke van Leeuwen tot Lenny Kuhr. Hendrikse sprak over het onderwerp van zijn boeken Geloven in een god die niet bestaat en God bestaat niet en Jezus is zijn zoon.

Bij geloven draait het volgens Hendrikse om ervaringen. Het woord 'God' is leeg wanneer je er niets bij ervaart. Als verschillende mensen vergelijkbare ervaringen hebben, zullen ze daar verschillende verwoordingen en verschillende percepties van hebben. Als iemand een moeilijke periode te boven gekomen is, kan hij zeggen dat God hem daar de kracht voor gegeven heeft, maar ook dat hij er de kracht voor gevonden heeft.

De ervaring van wie God is of wat hij doet, is niet statisch: niemand gelooft meer op de manier waarop hij als peuter geloofde. Het zou daarom ook niet goed zijn om God te definiëren en hem daarmee vast te leggen.

Hendrikse doet geen uitspraak over het al of niet bestaan van transcendentie. Die is immers onbelangrijk als je de ervaring als ijkpunt neemt.

In zijn verhandeling over Jezus nam Hendrikse een lange aanloop. De eerste godsdiensten zijn ongetwijfeld natuurgodsdiensten geweest, waarin religie gekoppeld werd aan de gang van zaken in de natuur en de vragen die die oproept. Dat de zon ondergaat en weer opkomt werd bijvoorbeeld verbonden aan een zonnegod die overdag heerst en 's nachts moet strijden om de volgende dag weer als zon te kunnen schijnen.

Naast het ritme van dag en nacht is er de cirkelbeweging van de seizoenen. Ook daarbij zie je een afwisseling van licht/leven/warmte en duisternis/dood/kou. Men was dus zeer vertrouwd met de gedachte dat iets een tijdlang dood kon zijn en dat daarna het leven weer begint. Zo bezien was de opstandingsgedachte niets nieuws.

Paulus verkondigde Christus, toen er nog niet zoveel kennis over hem verspreid was; de evangeliën waren immers nog niet geschreven. Tijdens die tocht moet hij geconfronteerd geweest zijn met sterke verhalen over ander goden, die bijvoorbeeld water in wijn konden veranderen of mensen konden opwekken uit de dood. De Christus die Paulus verkondigde kon zich natuurlijk met die goden meten.
Die verhalen zullen ook in de evangeliën terechtgekomen zijn, is Hendrikses theorie.

De verhalen die we over Jezus kennen zijn dus een verknoopsel van de mythen uit de natuurreligies, het Joodse verhaal van een verlosser die komen zou, de sterke verhalen die Paulus gehoord en verteld heeft en het leven van ene Jezus van Nazareth, die mogelijk echt geleefd heeft, maar aan wie veel daden zijn toegeschreven die hij in werkelijkheid waarschijnlijk niet bedreven heeft.

Hierbij moest ik denken aan de epische concentratie rond een figuur als Karel de Grote, die in verschillende Middeleeuwse ridderromans een rol speelt. Ook aan hem worden daden toegeschreven waarvan maar de vraag is of ze op zijn conto geschreven kunnen worden. Van sommige is aantoonbaar dat hij ze niet bedreven kan hebben, omdat ze stammen uit de tijd die voor of na het leven van Karel de Grote ligt.

Na de lezing werden er nog wat vragen gesteld, die helder door Hendrikse werden beantwoord en daarna was er koffie, tijdens welke verder werd gepraat. Het zou me niet verbazen als er ook thuis nog flink nagepraat is.

Bij het verslag hierboven moet ik wel een voorbehoud maken. Tijdens de lezing heb ik geen aantekeningen gemaakt en pas een uur of zes later schreef ik dit bericht. Interpretatie en weergave van het gezegde zullen mogelijk door elkaar lopen en het zou zomaar kunnen zijn dat ik dingen niet goed onthouden of begrepen heb.

Wie het precies wil weten, zal de boeken van Klaas Hendrikse moeten lezen. Het is de bedoeling dat er een vervolg op deze lezing komt. Daartoe gaat de Vluchtheuvelkerk binnenkort Edward van der Kaaij benaderen om hem te vragen om te komen spreken. Van der Kaaij schreef een boek waarin hij het standpunt verdedigt dat Jezus nooit bestaan heeft. Hij legde dat ook uit in een interview. Dat resulteerde in een voorlopig preekverbod. Graag horen we hem uitleggen hoe hij tot zijn bevindingen gekomen is.

zondag 14 juni 2015

Lezing Liesbeth Labeur


Als ik het goed onthouden heb, zijn er in Nederland net zoveel mensen die 'reformatorisch' zijn als mensen die moslim zijn. Maar als je niet in de bijbelgordel woont, merk je niet veel van het orthodoxe christendom. Woon je er wel, dan weet je dat er kerken gebouwd zijn of worden voor meer dan tweeduizend bezoekers, dat er reformatorische scholen, een Reformatorisch Dagblad en een reformatorische omroep zijn. Misschien is reformatorische zuil nog de enige die nog een beetje standhoudt.

Wat er binnen zo'n zuil leeft, kunnen velen zich wel een beetje voorstellen. Er zijn mensen die zich nog goed kunnen herinneren dat ze elke maandag op school een psalm moesten opzeggen. Versje: 10, kwam er dan op het rapport te staan. We zijn intussen een paar vertalingen verder, maar men kent de Statenvertaling nog wel en er zullen nog genoeg mensen zijn die psalmen kennen in de berijming van 1773. Niet de moede hinde dus, maar 't hijgend hert.

Vanochtend werden we in de Vluchtheuvelkerk in Zetten weer even bepaald bij dat verleden. We mochten de geur van het nest weer ruiken en  wisten bij de psalmen in de oude berijming dat we behoorden bij het volk dat het geklank kent. Het groepje toehoorders was beperkt, een klein kuddeke, maar de bijeenkomst was goed: een betrokken spreekster, een nieuwsgierig publiek, een intieme sfeer.

De spreekster was Liesbeth Labeur. Hier schreef ik over haar installatie Een nachthutje in de komkommerhof. Zij groeide op binnen het gedachtegoed van de Gereformeerde Gemeente, maar pas na haar elfde, toen het gezin teruggekeerd was van Curaçao naar Zeeland. De Caribische wereld was natuurlijk heel anders dan de wereld van klei en calvinisme. Later, toen Labeur kunstenaar was, zou ze proberen een evenwicht te vinden tussen die werelden. Zo maakte ze samples van de stem van Nel Benschop en die van dominees met muziek. In een van die 'nummers' is duidelijk Caribische muziek te herkennen.

Labeur brengt het publiek goed in de stemming. Er worden psalmen gezongen in de 'oude' berijming. Niet op hele noten; dat gaat de organist te ver, maar de oude teksten herkennen we:
Laat ons den rustdag wijden
Met psalmen tot Gods eer.
't Is goed, o Opperheer,
Dat w' ons in U verblijden;
't Zij d' ochtendstond, vol zoetheid,
Ons stelt Uw gunst in 't licht,
't Zij ons de nacht bericht
Van Uwe trouw en goedheid.
Er blijkt nog steeds een radioprogramma te bestaan dat 'Laat ons de rustdag wijden' heet. Liesbeth Labeur herinnert het zich uit haar jeugd. Daar werd op zaterdagavond naar geluisterd. De zondagse schoenen waren dan al gepoetst, de soep voor zondag (op de dag des Heren mocht niet gekookt worden) stond al te trekken, alles maakte zich klaar voor de sabbat.

Het zijn allemaal ingrediënten voor de soep van de herinnering. Daar maakte Labeur ooit een filmpje over:


Van woorden woorden maken, hebben al veel schrijvers gedaan. De bijbeltaal werd de taal die terugkwam in hun boeken: Jan Wolkers, Maarten 't Hart, Jan Siebelink, Franca Treur, noem ze maar op. Maar Liesbeth Labeur is beeldend kunstenaar; zij antwoordt in beelden. En in muziek. Want bij de woorden van de psalmen hoort natuurlijk de gedragen muziek. 


Beroemd werd een poster over de brede en de smalle weg. De brede weg (links) leidt naar het verderf en voor je daar bent, kom je langs allerlei bedenkelijke stations: het speelhuis bijvoorbeeld met daarbij de bank van lening, maar ook de trein (die ook op zondag reed). Rechts is de smalle weg die ten leven leidt. Langs de zondagsschool en het diaconessenhuis.


Het inspireerde Liesbeth Labeur tot een installatie, waarbij je over de rode loper de brede weg kon bewandelen. Je kwam terecht in een ballenbak, met rode en gele (vuurkleurige dus) ballen. Maar er was ook een smalle weg. Moeilijker te vinden, maar uiteindelijk ook met een beloning. Niet voor eeuwig, maar dat gold ook voor de ballenbak, waar mensen weer uit konden klimmen.

Het is ondoenlijk om de hele lezing van Liesbeth Labeur weer te geven. In ieder geval maakt ze duidelijk dat de teksten uit haar jeugd een rijke bron zijn voor nieuwe beelden. Daarbij laat ze zien en ervaren dat ook de teksten uit onze jeugd nog steeds in ons verzonken zijn. Verschillende mensen gaven aan geraakt te zijn door verhaal. 

Bij de gedachtewisseling kwamen er heel wat vragen en opmerkingen en tijdens de koffie na afloop werden er veel anekdotes uit de jeugd uitgewisseld. Met de blaaspijpjes die Liesbeth Labeur meegebracht had, werden er schietgebedjes naar het plafond geblazen. Dat gaf vrolijkheid, ondanks dat alle gebedjes weer neerstortten op de aarde. 

Eigenlijk had ik foto's willen maken tijdens de lezing. Maar ik was zo aandachtig aan het luisteren, dat ik het fototoestel in mijn tas vergat. De plaatjes moet ik u dus onthouden. Dat is jammer, maar niet onoverkomelijk. De mens leeft niet bij beeld alleen. 

dinsdag 14 april 2015

Lezing Roelof Wijtsma


Op zondag 12 april jl. hield Roelof Wijtsma een lezing in de Vluchtheuvelkerk in Zetten. Hij was niet de eerste striptekenaar die daar sprak, eerder sprak Margreet de Heer o.a. over het afbeelden van Mohammed.

Roelof Wijtsma sprak over zijn meest recente boek, de beeldroman Doolhof van Eeden. Het gaat over twee mensen die wel iets weghebben van Adam en Eva. Ze willen terug naar het paradijs, maar daarvoor staat een engel op wacht. Via een sluipweg mogen ze toch even naar binnen, maar erg paradijselijk blijkt het allemaal niet te zijn. Ze dreigen zelfs de te verdrinken. Over het boek schreef ik hier.

Wijtsma vertelde dat het wel een beetje vreemd was dat hij over Doolhof van Eeden ging vertellen. Zijn medium is immers het beeld. Hij maakte juist een beeldroman omdat de woorden hem ontbraken. Verder was hij bang te veel in te vullen voor de lezer, zodat die het boek niet meer onbevangen zou kunnen lezen.

De aanleiding voor het boek was een reis naar Chili, waar Wijtsma is opgegroeid. Wat hij gehoopt had terug te vinden, was er niet meer. Hij moest concluderen dat het verleden werkelijk voorbij was.

Het is een ervaring die ieder van ons heeft. We zijn geneigd ons verleden te idealiseren, omdat we nu eenmaal beter kunnen leven met een prettig dan met een onprettig verleden. In de literatuur komt dat veelvuldig voor. Bijvoorbeeld bij Annie M.G. Schmidt, in het gedicht 'Erwtjes'. Een meisje moet erwtjes doppen en vindt dat verschrikkelijk. Later, veel later:
Ach ja, zegt ze.Ik kan mezelf nog zien,
daar in mijn moeders huis op het balkon,
bezig met erwtjes doppen in de zon.
Dat was geluk. Toen was ik zeventien.
En ook Du Perron schreef erover, in 'Het kind dat wij waren', dat als volgt begint:
Wij leven 't heerlikst in ons vèrst verleden:
de rand van het domein van ons geheugen,
de leugen van de kindertijd de leugen
van wat wij zouden doen en nimmer deden.
De bezorgdheid van Wijtsma of hij met zijn verhaal de lezer niet voor de voeten zou lopen, was overigens niet terecht. Bij de koffie na afloop kwamen de verhalen los en heel wat mensen vertelden over het paradijs van hun eigen jeugd.

Wijtsma bleek een spreker die met gemak de aandacht van de aanwezigen vast kon houden. Na afloop was iedereen die ik sprak positief. Tussendoor was er mooie muziek van Arvo Pärt, die Wijtsma altijd draaide als hij aan het werk was met Doolhof van Eeden. En na de lezing zong Teeja Lont Pie Jesu van Fauré.

Voor het signeren van zijn boeken nam Wijtsma ruim de tijd. Voor in elk exemplaar van Doolhof van Eeden maakte hij een tekening. Dankbaar en trots gingen de mensen met hun aankoop naar huis. Het was een mooie ochtend.







zondag 23 november 2014

Gekust door de eeuwigheid. Lezing door Lenny Kuhr.



Van tijd tot tijd zijn er lezingen in de Vluchtheuvelkerk in Zetten. Eerder schreef ik stukjes over die van Bas Haring en Margreet de Heer. Ook Willem Aantjes kwam op die plek vertellen. Vandaag was het de beurt aan Lenny Kuhr.

Lenny Kuhr groeide op in een gezin zonder godsdienst, maar haar ouders stonden haar wel toe dat ze bijbelles ging volgen. Ze kreeg een gitaar en kwam in de muziek terecht. Later trouwde ze en werd joods. Ze gaf haar kinderen een joodse opvoeding; nu wonen die in Israël.

De zoektocht van Kuhr stopte niet bij het joodse geloof. Ze ging naar een lerares die haar verder moest helpen. Dat ging niet zonder horten en stoten. Kuhr vertelt dat ze visioenen begon te zien en dat ze zelfs maandenlang haar stem kwijtraakte, zonder dat dat volgens haar een lichamelijke oorzaak had. Uiteindelijk kwam het allemaal goed en voelde ze zich 'gekust door de eeuwigheid'.

Tussendoor zong Kuhr verschillende liederen, waaronder dit:


Haar stem deed het nog steeds goed en bij het laatste lied zong het publiek mee.

Kuhr wist het publiek te boeien. Haar lezing was langer dan die van de vorige sprekers en ze ging uitgebreid in op de vragen en verhalen van de toehoorders, maar het publiek kon de aandacht er goed bij houden. Veel mensen herkenden iets in wat Kuhr verteld had, bleek uit de reacties.

Aan mij was het wat minder besteed. Naar de liedjes heb ik wel geboeid geluisterd, maar in het verhaal van Kuhr zat voor mij te veel zweverigheid. Hoe verder Kuhr vorderde met haar verhaal, hoe meer jeuk ik ervan kreeg. Blijkbaar was de lezing niet direct voor mij bedoeld; anderen waren erg enthousiast.





zondag 10 november 2013

De Heer in beeld


Verschillende keren per jaar wisselt de Vluchtheuvelkerk in Zetten de zondagse viering in voor een lezing. Eerder dit jaar traden Willem Aantjes en Bas Haring aan als spreker, vandaag was het de beurt aan Margreet de Heer, striptekenaar.

Het werd een heuse preek, met een schriftlezing (over het gebod dat beelden en de aanbidding ervan verbiedt en over het gouden kalf) en Margreet eindigde met 'Amen'. Daartussen had ze gefilosofeerd over wat wij toch moeten met dat verbod op beelden. Het begrip 'beelden' nam ze daarbij ruim: niet alleen afbeeldingen, maar ook denkbeelden. 

De Heer vindt dat we beelden moeten wantrouwen: maar al te vaak zijn beelden gebruikt om mensen te manipuleren. Als voorbeeld gaf ze een strip uit de Tweede Wereldoorlog over een Duitse herder en een Engelse buldog. De herder zat aan de ketting en het was dus logisch dat die meer Lebensraum wilde. Bij de beelden die we voorgeschoteld krijgen is bovendien door iemand een keuze gemaakt; er zijn andere beelden die we niet te zien krijgen. Ook daarom moeten we kritisch zijn. 

Wij kunnen niet zonder beelden: we maken ze zelf aan en we staan ervoor open. Het gebod om de beelden niet te dienen is volgens de Heer een gebod om niet af te gaan op de eerste indruk, om kritisch beelden te beschouwen, om ons te realiseren wat beelden met ons doen. 

Het afbeelden van God of (in de Islam) van de profeet lag altijd moeilijk. De Heer beeldde God af als een amoebe, een eencellige waaruit nog van alles kon groeien. Mohammed mag eigenlijk niet afgebeeld worden, maar in het verleden is dat vaak gebeurd en in de Hadith is ook een uitgebreide beschrijving van zijn uiterlijk te vinden.

De lezing werd omlijst met muziek en een breakdance (van Björn). Na afloop waren er vragen en opmerkingen. Wie dat wilde, kon een of meer boeken kopen en iedereen kreeg een poster mee. Tijdens de koffie waren er alleen maar tevreden gezichten. 

De Heer, dochter van twee dominees, vond het mooi dat ze voor een keertje toch in de voetsporen van haar ouders kon treden. Of ze beroepbaar is, weet ik niet, maar je kunt haar altijd uitnodigen voor een lezing.