Posts tonen met het label Uitgeverij Arboris. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Uitgeverij Arboris. Alle posts tonen

maandag 28 september 2026

Aangaande Anna (Ben Prieur / Cosimo Ferri)

Anna is succesvol in het zakenleven. Ze is 32 jaar oud en heeft nog een hele carrière voor de boeg, maar ze zegt haar baan zomaar op. Ze wil blijkbaar een ander leven leiden. Naar deze Anna verwijst de titel van de strip Aangaande Anna, uitgekomen in de reeks Arboris XL, wat dikkere albums met meestal op zichzelf staande verhalen. 

Het scenario van de strip is geschreven door Ben Prieur, van wie ik het eerste deel van Louise Pembleton (link onderaan) besprak. Deel twee lees ik binnenkort. 

Drie vrouwen

Hij begint het verhaal met een korte proloog: een berglandschap, met daarin een alleen de tekst van een gesprek tussen Anna en Benjamin, dat je nog niet veel wijzer maakt. Daarna krijg je drie verhalen van drie vrouwen, Anna, Karine en Clara. Steeds is duidelijk over wie het gaat, doordat er bij elk verhaal een andere steunkleur is gebruikt: Voor Anna een donkere groen, voor Karina bruin, soms neigend naar een rood, voor Clara blauw. Het zijn gedempte kleuren en er worden aardig wat grijzen in gebruikt, zodat de verhalen slechts subtiel van elkaar in kleur verschillen. 

Het verhaal begint in de zomer van 2016. Aan het begin is nog niet duidelijk waarom die tijdsaanduiding van belang is. Later blijkt dat het hele verhaal maar twee jaar beslaat. 

Karine leeft intens en probeert uit het leven te halen wat erin zit. Het lijkt erop of ze vooral het genot zoekt, maar ze wordt ermee geconfronteerd dat ook een ander op eigen genot uit kan zijn en daarbij over grenzen gaat. Clara rijdt op een motor probeert veel uit, zoals bungeejumpen en parachutespringen. Ze gaat yogalessen volgen en zij en haar yogalerares raken gecharmeerd van elkaar. 

De verhalen van de drie vrouwen wisselen elkaar af en aanvankelijk is nog niet duidelijk wat de drie vrouwenlevens met elkaar te maken hebben. De vrouwen lijken uiterlijk op elkaar en op een gegeven moment zegt Anna tegen een man (Benjamin) die haar meent te herkennen, dat hij haar waarschijnlijk verwart met haar zus en wat lijkt te suggereren dat de vrouwen drie zussen zouden zijn. Het verhaal blijkt wat ingewikkelder in elkaar te zitten, maar hoe het zit, onthul ik hier niet, omdat de plot belangrijk is voor het leesplezier. 

Tegen het einde wordt duidelijk, in een flashback, wat er precies aan de hand is. Tussendoor heb je al wel aanwijzingen gekregen dat gezondheidsproblemen een rol spelen. Bij de uitleg van de situatie ligt het perspectief bij Benjamin, die uiteindelijk een relatie met Anna heeft gekregen. 

Afstand

Het verhaal is intrigerend. Je hebt het gevoel dat je als lezer op afstand gehouden wordt, maar dat komt ook doordat de vrouwen de mensen in hun omgeving op een afstand houden. Zelfs als ze intiemer met iemand zijn, verzwijgen ze wat en blijven ze iets raadselachtigs houden. In de strip is relatief weinig tekst gebruikt en de vrouwen worden ook getekend op momenten dat er weinig gebeurt. Anna bijvoorbeeld, zit op de bank, aait de poes, kijkt uit het raam. Er kan van alles in haar omgaan, maar je moet ernaar raden wat dat is. Dat werkt overigens wel, omdat het je nieuwsgierigheid voedt. 

Ook de tekeningen, van Cosimo Ferri, dragen bij aan de afstandelijkheid. Ze zijn vrij statisch, zelfs op momenten dat er beweging getekend wordt. Emoties worden benoemd of zichtbaar gemaakt in gezichtsuitdrukkingen of handelingen, maar je voelt ze eigenlijk niet. Je kunt dat zien als een gebrek, en misschien is dat het wel, maar het past ook bij het verhaal, waarin de vrouwen de ander nooit echt toelaten tot hun diepste geheim. 

Ferri tekent graag naakte vrouwen. Soms is dat functioneel, maar niet altijd. Dan krijgt het iets objectiverends, dat bijdraagt aan de afstandelijkheid. Bij sommige vrouwen lijkt hun manier van leven oppervlakkig, maar wel wordt duidelijk dat daaronder een zekere tragiek zit. Het lukt ze maar niet om echt te zijn, om echt verbinding met anderen aan te gaan, om eerlijk te zijn over wat er aan de hand is. 

Als je de strip gelezen hebt, weet je dat het eigenlijk een tragisch verhaal is, maar doordat je steeds op afstand gebleven bent (door het verhaal en de tekeningen) is het eerder een tragiek die je kunt beredeneren dan dat je die voelt. Ook na afloop blijf je op afstand, zelfs als je weet wat er precies aan de hand is, hoe de vrouwen zich tot elkaar verhouden en wat hun drijfveren zijn. Het zal natuurlijk ook aan mij liggen dat ik niet werkelijk door het verhaal geraakt werd, maar ik vermoed dat het zeker ook aan de strip ligt. 

Voor mijn gevoel deugt Aangaande Anna in opzet wel, maar bereikt het verhaal toch niet helemaal het beoogde effect. Dat maakt de strip nog steeds wel boeiend om te lezen, maar uiteindelijk doet die me toch te weinig, waardoor van het verhaal meer de plot blijft hangen dan de diepte van de tragiek. 

Titel: Aangaande Anna
Scenario: Ben Prieur
Tekeningen: Cosimo Ferri
Vertaling: Hans van den Boom
Uitgever: Arboris
2026, 112 blz. € 12,95 (softcover)

Eerder schreef ik over ander werk van Ben Prieur:



dinsdag 18 augustus 2026

Cor Morelli: Het grote geluk (Aloys Oosterwijk)

Cor Morelli is een personage dat al een tijd meegaat in het oeuvre van Aloys Oosterwijk. De vroege verhalen heeft hij opnieuw onder handen genomen, zoals hij in een vorig album al uit de doeken deed. Nu is er weer een album met vroeg werk verschenen: Het grote geluk, dat twee verhalen bevat: 'Het kleine geluk' en 'Het grote geluk'. 

Daaraan vooraf gaat een inleiding door Yves den Ossendraeger, die de context van de verhalen schetst, zoals de biografische omstandigheden van Oosterwijk in de tijd dat de verhalen ontstonden. Den Ossendraeger laat verder zien dat Morelli niet alleen zijn toenmalige vriendin als model gebruikte voor een personage, maar ook zichzelf. Hij wijst ons bovendien op zaken die in verschillende verhalen terugkeren, zoals de man met de mitella. 

Dat is allemaal bijzonder informatief, al leidt het wel wat af dat Den Ossendraeger schrijft op een manier die de indruk wekt dat hij ook graag wil laten zien hoe vlot hij kan schrijven en hoe olijk hij kan vertellen. Wat mij betreft had hij wat meer dienstbaar kunnen zijn en zelf meer op de achtergrond kunnen blijven. Maar goed, misschien moeten we het toontje op de koop toe nemen. Wat hij vertelt, is interessant genoeg. 

Het kleine geluk

'Het kleine geluk' is een heel grappig Morelliverhaal. Morelli loopt wat rond en stuit daarbij op de misdaad, zonder dat hij het zelf in de gaten heeft. Hij beweegt zich in de wijk en iedere betrokkene gaat ervan uit dat hij wat op het spoor is. Zijns ondanks brengt hij een zaak tot een goed einde. Dat deed mij heel erg denken aan een verhaal van Olivier Blunder, die een route door de stad volgt, waarbij er steeds heftige gebeurtenissen plaatsvinden, maar Blunder merkt het niet. 

Het is maar een kort verhaal, vier bladzijden lang (in stripkringen hoort men dan te spreken van vier platen), maar het is ongekend grappig en het past ook wel bij het personage Cor Morelli. In bijvoorbeeld de open dossiers is het vaak de bedoeling dat Morelli niet in de gaten heeft hoe de zaak nou in elkaar zit, terwijl de lezer dat wel weet. 

Den Ossendraeger laat zien, aan de de hand van de driehoek van spanning, waarbij de punten van de driehoek gevormd worden door het goede, het kwade en de kijker/lezer, dat er op die manier vaker spanning in een verhaal ontstaat en dat Alfred Hitchcock dat ook in zijn films gebruikte. Als het personage meer weet dan de lezer, wil de lezer erachter komen wat er echt aan de hand is en als de lezer meer weet, vraagt hij zich af wanneer het personage dat te weten komt. 

Het grote geluk

'Het grote geluk' is heel andere koek. We krijgen al een aanwijzing op de covertekening, waarbij Morelli zijn collega Esther Echt onder vuur neemt. Boven hen is er een hand die capsules uitstrooit die drugs of medicijnen zouden kunnen bevatten. In de tekening kunnen ze ook de plaats innemen van patroonhulzen die uit het automatische wapen komen. 

Het verhaal begint met een steekpartij en daarna een moord in een pretpark. Dat werkt altijd goed: een omgeving die bedoeld is om onbekommerd plezier te hebben, waar opeens het kwaad binnendringt. Esther Echt treedt daadkrachtig op. Cor is er ook en redt min of meer toevallig het leven van een vrouw. Dat is kenmerkend voor Morelli: het leven overkomt hem. Hij probeert wel het een en ander te plannen, maar hoe de zaken uiteindelijk lopen, heeft hij niet in de hand. Dat wordt ook nog eens duidelijk als hij ineens veel wint in een casino, waar hij achteloos inzet. 

Het is verder altijd mooi als een held een zwakke plek heeft. Achilles had zijn hiel, Siegfried de plek tussen zijn schouderbladen waarop hij kwetsbaar was. Morelli is gevoelig voor vrouwelijk schoon. Hij komt daardoor in een duistere wereld terecht, waarin bijvoorbeeld hondengevechten georganiseerd worden en hij kan niet meer helder oordelen, want hij is onder invloed van pillen. Daardoor dreigt hij zich zelfs tegen Esther Echt te keren. 

Wild gecomponeerd

Door de vertekende werkelijkheidsbeleving is het wel een erg wild gecomponeerd verhaal geworden. Uiteindelijk komt het op zijn pootjes terecht, maar ik had wel het idee dat de Oosterwijk zich daarvoor in veel bochten heeft moeten wringen. Af en toe was het me net té, maar ik kan me voorstellen dat een stripmaker wel eens wil kijken wat er binnen de conventies van zijn format allemaal mogelijk is. 

Boeiend is dat Morelli, die altijd aan de kant van het goede staat en de bestrijder van het kwaad is, aan de andere kant terechtkomt. Als lezer wil je enerzijds aan de die goede kant staan en anderzijds wil je je identificeren met de hoofdpersoon en die twee dingen samen leveren spanning op. Dat is altijd goed voor een verhaal. 

De strips over Cor Morelli lees ik altijd met plezier en dat heb ik ook weer met dit album gedaan. De misdaadwereld is altijd boeiend, omdat juist daarin de strijd tussen goed en kwaad duidelijk wordt. Met Morelli kun je je als lezer gemakkelijk identificeren. In principe deugt hij, maar hij is geen held. De echte daadkracht ligt vaker bij Esther Echt. Misschien verzoent Morelli ons met onze menselijkheid: je maakt fouten en je vergist je, net als Morelli, maar uiteindelijk pakt dat toch soms goed uit, mede door de mensen in je omgeving. Als je je, zoals de meeste mensen, struikelend door het leven beweegt, kun je je daaraan vasthouden. 

Reeks: Cor Morelli
Deel: Het grote geluk
Tekst en tekeningen: Aloys Oosterwijk
Tekst dossier: Yves den Ossendraeger
Uitgever: Arboris
2026, 56 blz. € 11,95 (softcover), € 21,95 (hardcover)

Eerder schreef ik over:






zaterdag 18 juli 2026

Apache junction boek 6: Dead End (Peter Nuyten)


Stripmaker Peter Nuyten heeft intussen zijn sporen wel verdiend. Toch heb ik tot nu toe weinig van hem besproken. Ik vond alleen terug wat ik schreef over het eerste deel van Metro 2033. Een later deel daarvan heb ik intussen ook in huis, dus mogelijk schrijf ik daar ook nog over. 

Van de serie Apache Junction zijn intussen al zes albums verschenen. Ik heb ze wel eens doorgebladerd en zag dat ze goed getekend waren. Niet voor niets wordt het tekenwerk in deze serie wel eens vergeleken met dat van Giraud. Nu ik het zesde deel thuisgestuurd kreeg, besloot ik om dat toch maar eens nauwkeurig te gaan lezen. 

Als je zomaar in een reeks valt, heeft dat iets precairs. Voor een uitgever is het prettig als de verschillende delen ook min of meer zelfstandig te lezen zijn, lijkt me, maar dat is niet bij elke reeks het geval. Bij Apache Junction kostte het mij toch een aantal bladzijden om erachter te komen hoe de verhouding tussen de personages lagen, welke groepen nu tegenover elkaar stonden en wat nu het probleem was. 

Je zou kunnen zeggen dat Apache Junction een western is en dat is een genre waar ik van houd. Het perspectief is wel anders dan bij de gemiddelde western. Hier staan de oorspronkelijke Amerikanen, laten we ze voor het gemak de indianen noemen, centraal. Dat is een mooie insteek. 

Geronimo

Een bekende naam daarbij is Geronimo, die we ook tegenkomen in de strips van Blueberry.  Geronimo behoorde tot de Apachen. Toen ik jong was, zag ik die als een enkele stam, net als de Comanchen en de Sioux. Dat blijkt te simpel gedacht: er zijn veel verschillende soorten Apachen. 

Het leger zit achter Geronimo aan en die wil zich schuilhouden in de kloof der skeletten. Verder is Roy Clinton een belangrijk personage, een dubbelbloed, half Apache. En er is een groep Apachevrouwen, onder wie Nes-chila, die Clinton uit het verleden kent. En dan heb ik nog niet alle groepen of losse individuën genoemd. Ze spelen allen een rol in het verhaal. Onderaan plak ik de tekst op de achterkaft, die het een en ander uitlegt. 

De tekeningen zijn, ik herhaal het maar, uitstekend, maar het verhaal in het album lijkt een uitsnede uit een langer verhaal. Het is al bezig als je begint op de eerste bladzijde en het zal nog doorgaan na de laatste. Blijkbaar is het de bedoeling dat je de hele reeks leest en niet een los album. Dan zijn de lijnen waarschijnlijk ook wat duidelijker. 

Dossier

Achter in het album vertelt Nuyten de geschiedenis waarnaar het verhaal van de strip verwijst. Die geschiedenis wordt verlucht met afbeeldingen van authentieke foto's. Het laat zien dat de fictie gebaseerd is op werkelijke gebeurtenissen en dat je met deze strip een blik krijgt op wat er ooit gebeurd is. 

De tekst in het dossier is lastig te lezen. Aan de ene kant komt dat door de vormgeving: kleine marges, lange regels en heel lange alinea's, waardoor de tekst er massief uitziet. Op een enkele pagina is de tekst afgedrukt in twee kolommen en dat leest al prettiger. Het is vreemd dat niet op elke pagina voor dezelfde indeling is gekozen.

Maar het ligt ook aan de tekst, die taai is om door te nemen. Hier had een redacteur flink mee aan het werk gemoeten. Je vraagt je tijdens het lezen af waar de lijn is, waar de tekst naartoe gaat. Die lijn lijkt er nauwelijks te zijn. Nuyten zal de geschiedenis goed bestudeerd hebben en hij heeft wel erg veel stof. Hier hadden duidelijker keuzes gemaakt moeten worden. Eerlijk gezegd vond ik het lezen van de tekst niet te doen. Ik ben verschillende keren opnieuw begonnen, maar het is nauwelijks mogelijk de hele tekst door te nemen en daarna de belangrijkste feiten helder te hebben. 

Mogelijk had Nuyten de tekst achterin aan iemand anders over moeten laten, die helder had wat er in het dossierachtige gedeelte verteld had moeten worden en wat de lezer ervan moet meenemen. 

Ik weet niet of ik een volgende deel van Apache Junction ga lezen, maar als er een vergelijkbare tekst achterin staat, sla ik die in ieder geval over. 

Al met al was het lezen van Apache Junction een teleurstellende ervaring, maar het bekijken van de tekeningen is heerlijk. De tekeningen zijn goed, maar het verhaal had ik helderder, overzichtelijker gewild. Mogelijk komt dat doordat ik een los album heb gelezen en niet de hele reeks. 

En de tekst achterin maakte mij duidelijk dat dat gedeelte bepaald niet bedoeld was om mij te amuseren. Het was hard werken en de beloning was gering. 

Reeks: Apache Junction
Boek 6: Dead end
Tekst en tekeningen: Peter Nuyten
Uitgever: Arboris
2026, 72 blz. € 12,95 (softcover)


dinsdag 23 juni 2026

Lawmen 2: De Molly Maguires (Roger Seiter / Fabrice Le Hénanff


 

Vorig jaar besprak ik hier het eerste deel van Lawmen, De wraak van Eliza Fuller, dat me indertijd zeer beviel. Intussen is er een nieuw deel, De Molly Maguires. 

Hoofdpersonen zijn weer rechter Amos T. Cameron en marshal Juste Derval. Deze keer worden ze ontboden in Washington om onderzoek te doen naar een brute moord in een rustig dorpje in Mississippi. Terwijl ze nog bezig zijn met het onderzoek wordt er een soortgelijke moord gepleegd en ze hebben al snel in de gaten dat die moorden met elkaar te maken hebben. En met een zegelring die gevonden is. 

Tekeningen

We schrijven 1872 en Lawmen 2 verplaatst je meteen terug naar die tijd door de oude raderboot op de eerste pagina. De tekeningen van Fabrice Le Hénannff, die zeer realistisch zijn en wel iets weghebben van oude sepiakleurige foto's, laten ons de tijd naar de tweede helft van de negentiende eeuw moeiteloos overbruggen. 

De inkleuring is trouwens niet helemaal in bruintinten: er is ook donkergroen gebruikt en bij de nachtscènes overweegt donkerblauw. Hier en daar zijn andere kleuren iets aangezet, bijvoorbeeld het rood, bij iemand met rood haar, maar ook bij bloed. Maar steeds is dat terughoudend gebeurd, nergens wordt er op het effect gespeeld. 

De speurtocht van de mannen is spannend. Al gauw hebben ze een lijstje met namen en de moordenaars lijken dat lijstje af te werken. De lawmen lijken net achter de feiten aan te lopen. En waarom moeten de mannen op dit lijstje eigenlijk dood?

Iers genootschap

De titel, De Molly Maguires, verwijst naar een geheim Iers genootschap. De zegelring die al in het begin van het verhaal gevonden wordt, geeft aan dat het genootschap iets met deze moorden te maken heeft. Aanvankelijk was het een organisatie die opkwam voor de belangen van kolenmijnwerkers. Op de ring zijn nog de schop en het houweel te zien.  Intussen zijn de leden het genootschap beland in de georganiseerde misdaad. Er is nog oud zeer, uit 1863, en dat zet hen aan tot afwerken van het lijstje namen. 

Wat er in 1863 gebeurd is en of de lawmen op tijd kunnen ingrijpen, ga ik hier niet vertellen. Dat zul je zelf moeten lezen. 

Rustig

De inhoud van het verhaal is vrij spectaculair, maar de scenarist, Roger Seiter vertelt het verhaal op een rustige toon. Er zit een zekere bezadigdheid in de manier van vertellen en die werkt heel goed, juist omdat alles wat er gebeurt behoorlijk heftig is. De speurders blijven rustig en doen hun werk. Ze krijgen hulp van enkele mensen om hen heen en doen wat ze moeten doen. Ze zijn niet uit op avontuur, ze doen het niet voor hun eigen ego, maar ze vervullen hun opdracht. 

Wat begint als een onderzoek naar een moord, wordt een onderzoek naar een criminele organisatie, die onderhand eens aangepakt moet worden. 

Het verhaal van Seiter zit heel goed in elkaar. Ook als je weet wat er aan de hand is, blijft er veel spanning. Het is maar de vraag of er op tijd ingegrepen kan worden. De informatie wordt uitstekend gedoseerd en je blijft doorlezen omdat je antwoord wilt op je vragen. Dit is geen strip om halverwege weg te leggen. Als je er eenmaal aan begint, wil je ook weten hoe het afloopt. 

De tekeningen van Fabrice Le Hénanff zijn prachtig. Aan het eind van het album zijn als extraatje nog vijf paginagrote portretten opgenomen, waaraan je goed kunt zien hoe geweldig hij kan tekenen. Ik heb me laten vertellen dat enkele personages in de strip het gezicht hebben van bekende mensen, maar dat zijn dan weer mensen die ik niet ken. Het zijn acteurs die wel in westerns spelen, denk ik, maar ik weet weinig van acteurs af. Maar als je deze strip gaat lezen, zou ik er zeker op letten. 

Reeks: Arboris XL
Reeks: Lawmen
Deel 2: De Molly Maguires
Scenario: Roger Seiter
Tekeningen: Fabrice Le Hénanff
Vertaling: Hans van den Boom
Uitgever: Arboris
2026, 72 blz. € 12,95 (softcover)




vrijdag 15 mei 2026

De complete Baard en Kale 11: Dreiging alom (Desberg/Will)

Al eerder heb ik hier geschreven dat ik mijzelf wel een liefhebber van strips acht, maar geen kenner. Daarvoor vertoont mijn kennis te veel gaten. Er zijn beroemde strips waarvan ik nauwelijks wat gelezen heb. Zo zijn series als Guus Slim en Dan Cooper grotendeels aan mij voorbijgegaan. 

Van uitgeverij Arboris ontving ik het elfde deel van De complete Baard en Kale, Dreiging alom, en ik was er meteen blij mee. Dat is best vreemd, want zo heel veel albums van Baard en Kale heb ik niet gelezen, al schoot mij wel meteen hun grote tegenstander Stomp te binnen: keurig in pak en met een helm op zoals een ridder bij een harnas droeg. Indertijd zal ik de strip gelezen hebben in Sjors, toen nog onder de titel Baardmans en De Kale. 

Bij het doorbladeren van het de integrale uitgave was ik al meteen terug in het verleden. Het papier dat gebruikt is doet denken aan het houthoudende papier van vroeger. Daar is met opzet voor gekozen, lezen we voor in deze uitgave, omdat op dit papier de kleuren beter uitkomen. 

Arboris heeft ervoor gekozen om niet alle albums chronologisch te bundelen, maar om goed te kijken welke om andere redenen bij elkaar passen. In dit deel zijn vier albums opgenomen die allemaal geschreven zijn door Stephen Desberg. Van hem heb ik al veel besproken. De links naar die besprekingen vind je onderaan. De tekeningen zijn van Will, Willy Maltaite, die veel verhalen van Baard en Kale heeft getekend. 

Vier albums

In deze integraaluitgave zijn vier albums opgenomen: Metamorfose, De vergeten tempel, Schaak en match en Swastika. Om het tijdsbestek van publicatie aan te duiden: het eerste van die vier werd in 1979 gepubliceerd in Robbedoes (album in 1980) en het laatste verscheen, zowel als tijdschriftpublicatie als als album, in 1983. 

Zo'n integrale uitgave lees je niet alleen omdat je de oude stripverhalen nog eens wil lezen, maar ook vanwege de extraatjes die de nieuwe uitgave biedt. Het dossiergedeelte is deze keer bijzonder interessant, omdat het zicht geeft op de Belgische stripwereld aan het eind van de jaren zeventig. 

Kort na elkaar stierven Goscinny en Maurice Tillieux (de scenarist van onder andere Guus Slim), in respectievelijk november 1977 en februari 1978. Als Yves Chaland het overlijdensbericht van Tillieux op de radio hoort, schrijft hij  onder aan een bladzijde van Captivant. 'Tillieux is overleden, alle gaat naar de kloten!'

Bij het blad Robbedoes ontstaat er een soort scenariocrisis na het overlijden van hun topscenarist. Het betekent wel dat er ruimte komt voor de jonge Desberg, die dan nog maar 23 jaar oud is. Hij gaat zelfstandig de verhalen van Baard en Kale schrijven. 

In Metamorfose zijn een stel mensen die op safari zijn een vreemd lichtverschijnsel. Alle mensen en dieren die eraan zijn blootgesteld metamorfoseren en worden een gevaar voor hun omgeving. Eigenlijk gaat het in Swastika ook om een metamorfose: Hitler blijkt de oorlog overleefd te hebben, maar is nu een oud mannetje in een rolstoel. Maar met een verjongingsmiddel zou hij nog heel lang mee kunnen. Ook Kale krijgt trouwens het middel binnen en verandert in een klein jongetje. 

Censuur

Dat laatste verhaal krijgt trouwens nog te maken met censuur. In veel verhalen is Kale nogal zeker van zijn eigen capaciteiten en ook van hoe vrouwen onder de indruk zullen zijn van hem. Swastika speelt zich voor een deel af in het oerwoud, wat heerlijk moet zijn geweest om te tekenen voor Will. Daar leeft ook een stam die bestaat uit vrouwen. Uit het laatste plaatje in Robbedoes bleek dat Kale bij deze vrouwen kinderen had verwekt. 

Een administrateur van de familie Dupuis (uitgever van Robbedoes) nam meteen contact op. Binnen die familie was het trouwens op dat moment ook hommeles. Zo'n seksueel geobsedeerde maniak als Kale zou niet thuishoren in een blad voor de jeugd. De makers pasten voor de album hun strip aan. Maar in het dossier staat natuurlijk ook de oorspronkelijke tekening. 

Het zijn wel de verhalen die je wilt lezen. Didier Pasamonik, die met Patrick Pinchard de teksten leverde voor dit dossier, heeft een vlotte pen en dat merk je. 

Naast de grotere verhalen, zijn er ook nog enkele korte verhalen opgenomen, zodat het in totaal een lekker dikke uitgave is geworden van 240 bladzijden. 

Aantrekkelijk

Wat maakt Baard en Kale toch zo aantrekkelijk? Natuurlijk, de verhalen zitten goed in elkaar en het tekenwerk is goed, maar dat kan niet alles zijn. Ik denk dat je je als lezer vooral hecht aan de twee karakters, die zo tegengesteld zijn. De impulsieve Kale en Baard die meer bedachtzaam te werk gaat. De verhalen kennen zeker spanning, maar die spanning zorgt er nooit voor dat je het vertrouwen in een goede afloop verliest. Voor kinderen maakt dat het een veilige strip om te lezen. 

Tegelijkertijd zijn er genoeg complicaties en gaat de oplossing van de problemen nooit gemakkelijk. Er zijn altijd tegenslagen. De twee detectives laten zich trouwens nooit ontmoedigen door problemen, maar ze steken meteen de handen uit de mouwen. 

In Schaak en match komt een onderwerp voor dat nu actueel is: de zelfrijdende auto, zij het dat het nog wel iets anders werkt dan nu. In dit geval gaat het om een racewagen en Kale zal de coureur zijn. Het levert Michel-Vaillantachtige taferelen op, maar Kale wint niet en er gaat ook nog iemand met de plannen vandaar. Die duiken weer op bij het tennissen. De titel van het album is niet zo gelukkig. Er wordt niet in geschaakt. Je kunt hoogstens zeggen dat de boeven schaakmat worden gezet. In het Frans werkt de titel wat beter omdat 'Échec et mat' schaakmat betekent, terwijl een échec ook een mislukking is. 

In ieder geval ook in dit verhaal blijven onze helden doorzetten. Met de aantrekkelijkheid van Kale wordt mooi gespeeld in het slot als juist Baard zich de vrouwen niet van het lijf kan houden en daar zichtbaar ongelukkig mee is, terwijl de Kale er met de vrouw van zijn keuze vandaar gaat. 

Het elfde deel van De complete Baard en Kale biedt veel. Voor de oudere lezer is er het jeugdsentiment, verder krijg je een stuk stripgeschiedenis en voor iedereen is er leesplezier. Ook na zoveel jaren blijken de strips over Baard en Kale nog prima mee te kunnen. 

Reeks: De complete Baard en Kale
Titel: Dreiging alom
Scenario: Desberg
Tekeningen: Will
Teksten dossier: Patrick Pinchart en Didier Pasamonik
Vertaling: Kees-Willem Bruggeman en Hans van den Boom
Uitgever: Arboris
2026, 240 blz. € 39,95 (hardcover)

Eerder schreef ik over andere boeken van Desberg:


vrijdag 1 mei 2026

Ghostmoney 3: Sterven in Dubai (Smolderen/Bertail)


In november 2025 schreef ik over de eerste twee delen van de stripreeks Ghostmoney, die tegelijk in het Nederlands verschenen. Je vindt die bijdrage hier. Het was een goede keuze van uitgeverij Arboris om meteen twee delen op de markt te brengen: het verhaal zit redelijk ingewikkeld in elkaar en dan heb je even tijd nodig om de verhoudingen tussen de groepen goed tot je door te laten dringen. 

Dat geldt ook voor de jonge vrouw Lindsey, die in het eerste deel bij toeval terechtkwam in het leven van de schatrijke Chamza. Rond Chamza is er van alles aan de hand. In het tweede deel bleek dat haar tegenstanders haar zelfs in de gaten kunnen houden via haar ogen, die voor hen als een camera fungeren. Wat Chamza nu precies weet en welke rol ze speelt, blijft en beetje in nevelen gehuld voor Lindsey en eigenlijk ook voor de lezer, al worden er wel aanwijzingen gegeven. 

Wat vooraf ging

Voor wie het verhaal van de reeks niet meer zo helder heeft is voor in het derde deel een korte samenvatting opgenomen van wat voorafging en dat is een mooie service. Het speelt zich allemaal af na de aanslag op de Twin Towers. Er wordt verondersteld dat er een schat van Al Qaida is, een gigantisch bedrag. Degene die erover beschikt kan wereldwijd grote dingen veroorzaken. Twintig jaar na de aanslag zijn er verschillende partijen naar op jacht, onder wie Kendricks, die in 2005 de bankier van Al Qaida heeft ondervraagd in opdracht van de CIA. De groep van Kendricks houdt Chamza in de gaten. 

Chamza blijkt de dochter van de president van Tashkitië te zijn en haar vriend wordt de Emir van het Licht genoemd. Hij wordt verdacht van terroristsiche aanslagen en wordt opgejaagd in Afghanistan. Hij spreekt met Chamza af in Dubai. Verder is er nog een koffer van Chamza's moeder en het is de vraag wat die bevat. In dit wespennest komt Lindsey terecht. 

Aanslag in Dubai

Het derde deel heet Sterven in Dubai en dat gevaar loopt Lindsey inderdaad. Er is namelijk een enorme aanslag gepland, waarvan ze bijna het slachtoffer wordt. Gelukkig heeft ze iemand bij zich die haar kan beschermen. Het levert in de strip spectaculaire beelden op. Maar het feit dat zoiets kan gebeuren in het verhaal is op zich al belangrijk. 

Al in de vorige delen bleek dat de scenarist, Thierry Smolderen, lekker veel vrijheid genomen heeft en dat hij zich niet heeft laten beperken door wat er waarschijnlijk is. Technisch blijkt er in de wereld van Ghostmoney zo'n beetje alles mogelijk te zijn (wat al blijkt uit de operatie die Chamza in het tweede deel onderging) en dat heeft tot gevolg dat de lezer steeds verrast wordt, omdat zaken nog extremer zijn dat zij of hij al gedacht had. 

Dat is een van de aantrekkelijke kanten van deze strip: het verhaal vraagt om de grenzen van je fantasie op te rekken en mee te gaan in een verhaal dat van een afstand bezien misschien over de top lijkt, maar als je erin zit, accepteer je het moeiteloos. 

Aan de hand van Lindsey

Mensen gaan tot het uiterste, en verder, voor het bereiken van hun doel en ze zijn daarin meedogenloos. Ook dat is de wereld van Ghostmoney. Om dat te accepteren hoeft de lezer niet over morele grenzen heen, omdat die zich kan identificeren met Lindsey, die net als de lezer overrompeld wordt door wat er gebeurt en die, net als de lezer, haar twijfels heeft Zij maakt het verhaal verteerbaar en aan haar hand worden wij meegevoerd. 

Waar dat allemaal op uitdraait, zal duidelijk worden in deel 4 en 5. Wie drie delen gelezen heeft, zit intussen zo ver in de wereld van Ghostmoney dat hij er niet meer uit wil, voordat hij weet hoe het nu allemaal zit. 

De tekeningen Dominique Bertail maken een ingetogen indruk. De heftigheid van sommige scènes wordt vooral opgeroepen door de grootte van de letters die de geluiden moeten weergeven. Ook in de inkleuring houdt Bertail zich ver van het effectbejag en dat blijkt goed te werken. Achter in het album zijn als extraatje vier paginagrote tekeningen opgenomen. 

Reeks: Ghostmoney
Deel 3: Sterven in Dubay
Scenario: Thierry Smolderen
Tekeningen: Dominique Bertail
Vertaling Hans van den Boom
Uitgever: Arboris
2025, 64 blz. € 11.95 (softcover), € 21,95 (hardcover)





maandag 13 april 2026

Durango 19: Oro Maldito (Yves Swolfs / Iko)


Het bespreken van een deel van een serie is altijd een beetje ongemakkelijk. Aan de ene kant moet je iets vertellen over de hele reeks en je moet aan de andere kant ook het verhaal van juist dit deel recht doen. Sommige losse delen zijn prima zelfstandig te lezen en bij andere is dat lastiger. Maar is dat erg als lezers toch voornamelijk de hele reeks volgen? Ik val soms zomaar een reeks binnen en dan heb ik het idee dat ik die niet helemaal op waarde kan schatten. Tot zover mijn twijfels vooraf. 

Een tijdje terug kreeg ik van uitgeverij Arboris een deel uit de reeks Durango toegestuurd. Als ik albums aanvraag, bespreek ik ze altijd; als ze ongevraagd worden bezorgd, maak ik een keuze. Domweg omdat me de tijd ontbreekt om alles te bespreken, maar ook kan ik niet alles waarderen en dan schrijf ik liever over iets waarover ik enthousiast ben. Ik besloot Durango een kans te geven. 

Western

Westerns zijn gemiddeld wel aan mij besteed. Ik heb bijvoorbeeld geschreven over Comanche en Tex Willer en ik was als kind een gretig lezer van de slappe deeltjes met daarin de avonturen van Kid Colt en Rawhide Kid. Die laatste had, net als ik, ook nog eens rood haar (wat je alleen op de cover kon zien, want de strip was in zwart-wit). 

Durango is de hoofdpersoon van de reeks Durango. Hoe hij aan zijn naam komt, weet ik niet. Er is een stadje in Colorado van zo'n 20.000 inwoners, maar ik weet niet of dat er mee te maken heeft. Durango is een revolverheld, net als Kid Colt en Rawhide Kid. Vaak op zichzelf aangewezen en hij deugt bij voorbaat. Natuurlijk komt hij in de problemen en komt het net op tijd goed. Zo gaat het ook in deel 19, Oro maldito. In het Nederlands zou dat iets zijn als het verdomde goud of het vervloekte goud. 

Deel 19 vormt een tweeluik met deel 18, Gegijzeld, dat in 2021 uitkwam. Deel 19 verscheen in het Nederlands in 2025. Dat het verhaal al in volle gang is als het album begint, maakt het wel iets lastiger om het te volgen. 

Goudschat

Het gaat in het verhaal om de zoektocht naar een goudschat, het goud van de conquistadores. Anton Glazer, een zakenman die aan zijn rolstoel gebonden is, heeft die ooit ergens in Mexico verborgen en zijn zoon gaat ernaar op zoek. Zoon Philip, door vader Junior genoemd, heeft helemaal geen ervaring met wat wij het wilde westen noemen. Zo'n onervaren iemand is een topos in sommige westerns: een onbedorven geest die met het kwaad te maken krijgt en zuiver moet blijven of zich moet corrumperen. En door zijn onervarenheid maakt hij natuurlijk ook fouten. 

In deel 18 werd Junior gevangengenomen door een Mexicaanse opstandeling en Durango werd door de oude Glazer ingehuurd om de zoon te bevrijden. Daarna is hij zijn begeleider. Ze zoeken een oude Yaqui-indiaan (in deze context blijf ik dat woord toch maar gebruiken) die aanwijzingen zou hebben. 

Maar er is ook nog Tucker, ooit souteneur en nog steeds wapenhandelaar, die met zijn bende (met daarin de jonge vrouw Dixie) aast op het goud en Morelos met zijn mannen, die gestuurd zijn door de Mexicaanse overheid. 

Er zit zeker spanning in het verhaal en de kansen wisselen snel. Er wordt veel geschoten en er vallen behoorlijk wat doden. Daarin is de scenarist, Yves Swolfs, niet zachtzinnig. Ik vond het wel lastig om helder te houden met welke groep ik nu weer van doen had. Daar moest ik wel eens voor heen en weer bladeren. Maar dat is misschien gemakkelijker als je ook deel 18 hebt gelezen. 

Personages

De verhouding tussen de personages blijft interessant. Zo is er geen onvoorwaardelijke verbondenheid tussen Junior en Durango. Tegen Dixie zegt Philip over zijn begeleider: 
Dixie... Die man is een huurling, die door mijn vader wordt betaald om me terug te brengen naar Tucson. Hij is geen cent beter dan Tucker. 
Dat Dixie in het gezelschap is van Tucker, maakt haar voor anderen een prostituée, wat ze ook was. In dit verhaal krijgt ze een dramatische achtergrond en maakt ze een verrassende keuze. Ze is misschien een bijpersonage, maar ze is gelaagd. 

Tekeningen

De tekeningen zijn van de hand van Iko. Aanvankelijk tekende Swolfs zelf, later tekende Thierry Girod mee. Sinds het zeventiende album tekent Iko, die eigenlijk Giusseppe Riciardi heet. Hij levert goed tekenwerk, al vroeg ik me wel af of iemand bijvoorbeeld echt zou praten met een sigaartje tussen zijn tanden. Dat lijkt me gewoon niet zo handig. Maar vooruit, de tekeningen roepen goed de sfeer op die je bij een western mag verwachten en dat wordt ondersteund door de inkleuring van Stéphane Pairtreau. 

Zoals gezegd, er wordt veel geschoten en dan zijn er altijd vlammetjes vlak voor de lopen van de revolvers en de geweren. Zeker bij vuurgevechten is er sprake van enig effectbejag, maar misschien is dat ook juist wat we willen bij dit soort strips. 

Oro maldito is een aardige strip, met redelijk interessante personages, genoeg spanning en een ingewikkelde plot, die voor mij wel iets helderder had gemogen. Met minder partijen was de strijd om het goud ook nog interessant geweest, lijkt me. Maar misschien ligt dat gewoon aan mij. De liefhebbers zullen blij zijn dat er weer een album is en die zullen ook uitkijken naar een volgend deel. 

Bij uitgeverij Arboris verschijnt ook de serie Djurango, de jonge jaren. En verder de westerns: Apache junction, Moses Rose, De complete Mac Coy en De indianenreeks (Hans G. Kresse)

Reeks: Durango
Deel 19: Oro maldito
Scenario: Yves Swolfs
Tekeningen: Iko (covertekening: Yves Swolfs)
Inkleuring: Stéphane Pairtreau
Vertaling: Hans van den Boom
Uitgever: Arboris
2025, 56 blz. € 11,95 (softcover), € 21,95 (hardcover)


maandag 16 maart 2026

Asterix, de vrolijke wetenschap (Jaap Toorenaar)


Als je aan niet-striplezers vraagt om enkele strips te noemen, noemen ze, naast Donald Duck, vaak dezelfde series: Kuifje, Lucky Luke en Asterix. Die laatste serie leeft, na meer dan zestig jaar, nog volop. Vorig jaar nog schreef ik over het meest recente deel, nummer 41. 

Wie wat meer wil weten over de verschillende albums, doet er goed aan Asterix, de vrolijke wetenschap van Jaap Toorenaar te lezen. Toorenaar was docent klassieke talen aan het Stedelijk Gymnasium in Leiden en houdt zich al jaren bezig met Asterix. In 2003 won hij op de Duitse tv een quiz over dit onderwerp. In 2010 bundelde hij zijn stukken die hij over de verschillende albums schreef en sinds die tijd wordt de bundeling geregeld herdrukt, met daarin aanvullingen, zodat het boek niet gaat achterlopen op de reeks. In 2025 verscheen de vijfde druk, waarin alle eenenveertig albums behandeld worden. 

Elk album behandeld

Album voor album komt langs. Toorenaar geeft eerst een korte kenschets van het betreffende album en behandelt het daarna op detailniveau. Hij vertrekt steeds vanuit de Franse editie en licht daar bijvoorbeeld de woordgrappen uit, ook als ze niet de Nederlandse vertaling hebben gehaald. Verder gaat hij in op de namen van de personages en op de personen uit de werkelijkheid die in de strip zijn opgenomen. Laurel en Hardy zullen de meeste mensen nog wel herkennen, maar als het een Franse acteur betreft, merken we dat waarschijnlijk niet op. 

In eerste instantie was ik een beetje teleurgesteld in het boek van Toorenaar. Weliswaar staan er veel illustraties in, maar er zijn weinig afbeeldingen die uit de albums zelf komen. Zelfs de afbeeldingen van de covers ontbreken meestal. Dat is een rechtenkwestie. Het was Toorenaar domweg niet toegestaan die op te nemen in zijn boek. Dat is jammer. 

Aan de andere kant zou zijn boek dan minstens twee keer zo dik zijn geworden en veel duurder. Bovendien zullen veel lezers de albums erbij pakken als ze het boek lezen. En sommigen zullen de verhalen zo goed kennen dat ze de albums niet nodig hebben en de plaatjes voor zich zien als Toorenaars boek lezen. 

Vertalingen

Toorenaar begint met het lezen van de Franse uitgave en daarmee vergelijkt hij de Nederlandse vertaling of liever gezegd, de Nederlandse vertalingen, want ooit heeft Frits van der Heide een aantal albums opnieuw vertaald. Die vertaling is op verschillende punten beter dan de eerste, zoals Toorenaar aantoont, maar leidde indertijd ook tot ophef, omdat verschillende vertrouwde namen vervangen werden door nieuwe.

Maar de auteur kijkt niet alleen naar het Nederlands, hij geeft ook aandacht aan de vertaling in het Duits en zelfs aan die in het Afrikaans. Een interessant artikel van Onno Kosters over de vertalers van Asterix vind je hier. Het verscheen in 2008 en besteedt onder meer aandacht aan de Engelse vertaling van Asterix en de Britten/Asterix bij de Britten. 

Wie Asterix, de vrolijke wetenschap leest, krijgt niet alleen heel veel leuke weetjes voorgeschoteld, maar wordt er weer eens bij bepaald hoe nauwkeurig je de albums moet lezen om te zien wat er allemaal op de plaatjes gebeurt. Daar gaat ook wel eens wat mis. In de Nederlandse vertaling is verschillende keren een tekstballon leeg gebleven en in een album ontbreekt een waslijn, zodat de was in de lucht zweeft. 

Ik had me verder niet gerealiseerd dat het hondje Idefix in de eerste albums niet voorkomt. In album nummer vijf maakt hij zijn debuut. Dat soort weetjes lijken me altijd leuk voor liefhebbers van de serie. In het album De dochter van de veldheer lijkt die dochter wel erg op Greta Thunberg en ik nam dan ook aan dat zij model had gestaan. Dat wordt door de makers met klem ontkend. Wist ik ook niet. 

Toorenaar heeft bij een volgende druk steeds zijn boek aangevuld (ook met korte artikelen voorin), maar voor zover ik kan zien, heeft hij de oude niet meer geüpdatet. In veel albums worden bepaalde volken op de hak genomen. Later wordt dat minder. Bij album zestien schrijft Toorenaar dat het in het zonnetje zetten van een bepaald volk wat op de achtergrond raakt en dat het na dat album alleen nog maar zal gebeuren bij de Corsicanen en de Belgen. Toen de Picten en de Portugezen toch onderwerp werden heeft hij de eerdere opmerking niet meer veranderd.

N-woord

Wat al snel opvalt, is dat Toorenaar onbekommerd het n-woord gebruikt als hij het personage beschrijft dat gebaseerd is Baba uit Roodbaard. Ik kan me voorstellen dat dat een tijd geleden helemaal geen issue was, maar toen dat het wel werd, had het gemakkelijk bijgewerkt kunnen worden. Bij album 38 uit 2019 gebruikt Toorenaar het woord overigens nog steeds. En pas bij album nummer 41 heeft hij het over 'de donkergekleurde (ik vermijd het woord dat met een n begint!) piraat'. Hij merkt ook nog op dat hij het jammer vindt dat het uiterlijk van de betreffende piraat neutraler is geworden. Dat mag hij vinden, maar ik vind dat weer bedenkelijk. Het lijkt me alleen maar goed als beledigende stereotyperingen vervangen worden. 

Natuurlijk maakt Toorenaar wel eens een foutje: zo laat hij de film Ben Hur (1959) uitkomen in de jaren zestig, schrijft hij Avatar als Atavar, Nietzchse als Nietschze en Californië als Calefornië, maar dat zijn kleinigheden. Ook in dit stukje zal ik wel tikfouten gemaakt hebben. 

Soms is er een vechtpartij in het Gallische dorp, waarbij de vissen over en weer vliegen. Dat noemt Toorenaar een 'visslacht' wat een aparte benaming is. Je kunt een vechtpartij wel een slag noemen, maar strikt genomen worden de vissen niet geslacht, lijkt me. Maar misschien snap ik het woord domweg niet goed. 

Nauwgezet

Wat vooral opvalt is de nauwgezetheid waarmee Toorenaar te werk is gegaan en met welke toewijding hij zich op het werk gestort heeft. Daarbij haalt hij zo veel informatie boven water, dat ik niet zou weten wie hem dat na kan doen. Vooral op het gebied van de vertalingen en van de naamgeving is hij heel nauwgezet. Bij album 34 noemt hij wel de koerier Petetix, maar niet waar die naam op slaat. Ik was ervan uitgegaan dat die verwees naar de PTT. Maar daar staan tientallen namen tegenover waarvan ik nooit de herkomst heb bevroed en die Toorenaar nu netjes uit de doeken heeft gedaan. 

Uitgeverij Arboris heeft van het boek een mooie gebonden uitgave gemaakt, voor een schappelijke prijs, zeker gezien het aantal illustraties. Elke Asterixliefhebber zal er veel plezier aan beleven. 

Jaap Toorenaar, Asterix, de vrolijke wetenschap. Uitg. Arboris. 192 blz. € 21,95 (gebonden)

Eerder schreef ik over:

vrijdag 30 januari 2026

De complete Brammetje Bram 5: Schatten en katten (Eddy Ryssack)

Het zal de leeftijd wel zijn, maar soms overvalt mij een prettig soort nostalgie. Dan dwaal ik in gedachten rond in huizen die er al niet meer zijn, in gezelschap van mensen die al jaren overleden zijn. Die herinneringen lijken levendiger dan ze ooit waren. Zo herinner ik mij ook nog het genot dat ik beleefde aan sommige boeken, zoals de reeks over Buffalo Bill en ook aan de strips die ik las. 

Aan de strip Brammetje Bram bijvoorbeeld kan ik met weemoed terugdenken. Ik herinner mij ook wel Opa, getekend door dezelfde tekenaar, Eddy Ryssack, maar bij het terugdenken daaraan heb ik dat gevoel niet. Die strip herinner ik mij vooral als grappig. Dat juist Brammetje Bram aansloeg, zal ook wel te maken hebben met de boeken die ik al gelezen had over de Nederlandse schepen die naar de Oost voeren. Die boeken zal ik wellicht niet meer zonder schaamte kunnen herlezen. Hoe mijn gevoel daarover veranderd is, zal ik vertellen als ik schrijf over het boek Koloniale oorlogen in Indonesië van Piet Hagen. Dat duurt nog even, want het is een dik boek en ik ben nog niet halverwege. 

Geen slechte mensen

Brammetje is een jongetje met wie je je gemakkelijk kunt identificeren. Hij is een gewoon mens, met wie niet zoveel mis is. Maar dat niet alleen: ook iemand als Knevel de Killer kun je er goed bij hebben: een ruwe bolster met een blanke pit. Dat maakt Brammetje Bram ook zo gemoedelijk: echt slechte mensen komen er niet in voor. Er wordt flink geknokt, maar er vallen nooit doden en de verhalen lopen nooit slecht af. Het piratenleven is natuurlijk een hard leven, maar je krijgt het idee dat het toch niet zo gek is om bemanningslid te zijn aan boord van De Zeemadelief.

Uitgeverij Arboris heeft al vier delen uitgegeven van De complete Brammetje Bram en bij het verschijnen van deel 4 heb ik op verschillende plaatsen gelezen dat dat het laatste deel zou zijn, maar er is nog een vijfde deel verschenen, met avonturen waarvan een deel nooit in albumvorm is verschenen. 

Pittje Pit

Tegen het einde van de reeks verschenen de avonturen van het scheepsmaatje in het Duits, waar ze gepubliceerd werden in het tijdschrift Zack.  Brammetje Bram het daar overigens Pittje Pit. Het formaat van het blad was kleiner dan we gewend zijn bij gewone albums: pocketformaat. Sommige verhalen zijn al eerder omgemonteerd tot het gebruikelijke formaat, bij andere is dat voor deze uitgave gebeurd. Er zijn aan het eind van de jaren zeventig overigens ook nog verhalen in het Nederlands gepubliceerd, in het blad Wham! dat verscheen tussen 13 februari 1979 en 24 juni 1980. 

In dit vijfde deel staat natuurlijk ook weer een dossier, dat weer heel prettig leest. De scenaristen Hec Leemans en Gilbert Declercq halen herinneringen op aan hun samenwerking met Eddy Ryssack, er is een portret van scenarioschrijver Gerd von Haßler en er is een mooi artikel over Ryssack als animatiefilmer. En alles natuurlijk rijk geïllustreerd. 

Marius weg!

Wat de strips betreft: het zijn zowel korte als lange verhalen. Wat me daarbij meteen opviel: Marius is verdwenen. Wat is er met deze zeebonk gebeurd? In het vierde deel was hij ineens gekleed in een groene trui in plaats van in een rode en nu is hij helemaal verdwenen. Er wordt geen woord aan vuil gemaakt. Wonderlijk. 

De eerste twee korte verhalen, 'Bureaucraten en piraten' en 'De kaperbrief' sluiten op elkaar aan. In het eerste verhaal wordt de bureaucratie op de hak genomen, wat grappig is, maar het verhaal is ook redelijk plotloos. Gelukkig gaat het verder in 'De kaperbrief', maar ook dat heeft niet een heel sterke plot. Daar zou ik bij een andere strip misschien over gevallen zijn, maar ik heb de twee verhalen toch met plezier gelezen. Waarschijnlijk omdat die vertrouwde Brammetje-Bramsfeer wel duidelijk uit de verhalen spreekt. 

In het verhaal 'Het schatteneiland' wordt het toerisme op de korrel genomen. In die zin is het vergelijkbaar met 'Bureaucraten en piraten'. Het lijkt erop alsof over de hoofden van de personages heen commentaar gegeven wordt op ontwikkelingen in de samenleving. Wel weer luchtig, zodat het vermakelijk is. 

Een snuf Duitsland

'Het elixer van Salver Quack' leest als een kort tussendoortje, net als 'De kater van kapitein Knevel' en 'Holiday on ice'. De bundel sluit af met het albumlange Brammetje Bram en de Beieren, dat ik -zeker weten- ooit als album kocht. Ryssack komt daarin tegemoet aan de wens van Zack om een snuf Duitsland aan de verhalen toe te voegen. Ook komen er verschillende historische figuren in voor. 

Niet elk verhaal in dit slotdeel van De complete Brammetje Bram is van topniveau, maar dat heeft mijn leesplezier maar weinig in de weg gestaan. Altijd zijn er kleine grapjes die je laten grijnzen. Al staat er soms op de lange verhaallijn net te weinig spanning, binnen het verhaal zijn er ook altijd korte lijntjes met een goede spanningsboog. 

En tussen de tekeningen zitten werkelijk pareltjes. Zo heb ik lang zitten kijken naar een voorschets van een pagina op pocketformaat. Ik had het idee dat ik over Ryssacks schouder mee mocht kijken. Het was alsof hij net zijn tekenhand even weggehaald had en mij een blik gunde op zijn werk. Prachtig!

Ik heb ooit een stripboekhandelaar wat horen snuiven over Brammetje Bram. Hij snapte niet dat ik dat kocht. Ik heb er geen commentaar op gegeven en heb het maar zo gelaten. Ik vind het alleen maar prachtig alle verhalen verschenen en dat we ze nu allemaal bij elkaar hebben. De delen kunnen naast elkaar in de kast gezet worden, op een plek dat je ze gemakkelijk kunt pakken. 

Reeks: De complete Brammetje Bram
Deel 5: Schatten en katten
Tekeningen: Eddy Ryssack
Uitgeverij:  Arboris, 
2025, 176 blz. € 34,95 (hardcover)

Eerder schreef ik over de andere delen van De complete Brammetje Bram:





maandag 29 december 2025

Jules Verne. Het astrolabium van Uranië, tweede deel (Gil/Puerta)

Afgelopen zomer besprak ik het eerste deel van het tweeluik Het astrolabium van Uranië, waarin Jules Verne en zijn broer naar Amerika reizen. Onderweg meent Jules een oude liefde te zien, Estelle, van wie hij dacht dat ze overleden. De broers achtervolgen een geheimzinnige man met een koffer, tot bij de Niagarawatervallen. 

Verhaallijnen

Deel twee begint waar deel 1 geëindigd is. De broers zijn uit elkaar geraakt: Jules volgt een trap naast de waterval en komt terecht in een ondergrondse gang, waar hij ontdekt dat hij niet Estelle gezien heeft, maar een filmprojectie. Hij maakt kennis met de man die het astrolabium bezit, die verhalen heeft over Atlantis en die een enorme kanonnengieterij heeft. 

Jules' broer gaat intussen op zoek naar zijn broer. Van de politie krijgt hij geen medewerking, maar hij wordt opgepikt door een van de oorspronkelijke bewoners van Amerika, die hem meeneemt naar een groep indianen (zoals ik ze voor het gemak toch maar zal noemen). Die zijn boos omdat Amerika onafhankelijk dreigt te worden en er dus beslist zal worden over hun grond, waar volgens hen de onderhandelende staten niets over te zeggen hebben. Ze gaan met een groepje naar de mijn waar niet alleen Jules is, maar waar ook indianen gevangen gehouden worden. 

Dan is er nog een derde verhaallijn, die zich afspeelt in Europa. De illustrator en de uitgever van de verhalen van Jules Verne hebben een gesprek. De kinderen van kapitein Grant zal binnenkort uitkomen en de illustrator wil alvast weten waarover het volgende boek gaat, zodat hij zich kan documenteren. In die tijd, we schrijven 1867, is er ook nog een Wereldtentoonstelling in Parijs. 

James Bond

Dit verhaal van Jules Verne heeft wel wat weg van een James-Bondfilm die zich in een ver verleden afspeelt: iemand met ideeën over een soort wereldheerschappij, Verne die dat probeert te voorkomen en in de problemen raakt en dan ook nog een andere groep mensen die gered moet worden. Het loopt allemaal vreselijk uit de hand, waardoor alles instort, maar gelukkig kunnen er ook mensen gered worden. De verhaallijn in Europa wordt mooi afgerond met de aanwezigheid van indianen op de Wereldtentoonstelling. Op de slotpagina zien we een schrijvende Jules Verne, die alles voor ons boekstaaft. 

Zoals bij elke strip, helpt het als je een beetje van het genre houdt. Dit zou je een historische avonturenstrip kunnen noemen, met daarbij een vleug science-fiction. Bij zo'n verhaal moeten de personages het moeilijk krijgen, zodat de situatie uitzichtloos lijkt, maar natuurlijk loopt het het toch net goed af. 

Scenario en tekeningen

Dat is hier ook het geval. Verne is aanvankelijk te gast in de ondergrondse wereld, maar hij wordt al gauw een gevangene. Dan is er ook nog de ellende van de indianen en tot overmaat van ramp is er ook nog een aardbeving. Dat kan voor de kritische lezer net te toevallig zijn, maar voor de leeservaring is het handigst als je je gewoon mee laat voeren met het verhaal Esther Gil, dat geschreven is door  en dan blijkt het stevig in elkaar te zitten. In de proloog van het eerste deel was de kleine Jules getuige van de overhandiging van astrolabium en zoveel jaar laten komt hij erachter wat het is en wat je er allemaal mee kunt. 

Je identificeert je als lezer gemakkelijk met de hoofdpersonen, omdat je het idee hebt dat ze in principe strijden voor een goede zaak. En de tekeningen van Carlos Puerta helpen natuurlijk ook. Ze zijn bijzonder realistisch, in een schilderachtige stijl. Er zijn veel bruinen en groenen gebruikt, die passen bij de omgeving (veel speelt zich ondergronds af, maar die ook goed dat verleden oproepen. Misschien heeft dat te maken met de kleuren van oude foto's. Verder is het mooi meegenomen dat deze kleuren goed contrasteren met het geel en oranje van het vuur.  

Van de losse delen van deze strip heb ik zeker genoten, maar het verhaal komt het best tot zijn recht als je beide albums leest. 

Titel: Jules Verne. Het astrolabium van Uranië, deel 2
Scenario: Esther Gil
Tekeningen: Carlos Puerta
Vertaling: Kees-Willem Bruggeman
Uitgever: Arboris
2025, 48 blz. € 11,95 (softcover), € 21,95 (hardcover)

Het astrolabium van Uranië, deel 1