Posts tonen met het label muziek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label muziek. Alle posts tonen

dinsdag 29 september 2026

Mouth & MacNeal, Duo tegen wil en dank (Roel Smit)

In mijn jeugd was Mouth & MacNeal een bekend duo en mensen van mijn generatie weten dan ook meteen wie ik bedoel. Intussen is hun roem weggewaaid met de wind. Bij mijn kinderen (die zelf ook weer kinderen hebben) zal er geen enkel belletje gaan rinkelen, noch bij de horen van de naam van het duo, noch bij het horen van de nummers waarmee de twee in de toplijsten stonden. Daarom stel ik ze toch maar even voor. 

Limburgsch Dagblad, 18 maart 1972
Mouth verwijst naar Willem Duijn (wiens naam ook wel als Willem Duyn werd geschreven), die optrad onder de naam Big Mouth. MacNeal is Maggie MacNeal, de artiestennaam van Sjoukje van 't Spijker (later Sjoukje Smit), die eerder ook een plaatje opnam als Maggie Macneil. Het duo vierde triomfen van 1971 tot en met 1974, stond met het nummer 'How do you do' vier weken in Amerika in de top tien van de Billboard Top 100 en werd derde op het Eurovisiesongfestival met 'I see a star'/'Ik zie een ster'.

Motto's

Over dit duo bracht Roel Smit in 2012 een boek uit: Mouth & MacNeal, Duo tegen wil en dank. Dat is al een tijdje terug, maar ik las het boek nu pas. Uit de ondertitel blijkt dat de samenwerking niet altijd even hartelijk was en daarnaar verwijzen ook de drie motto's, die ontleend zijn aan nummers die Willem en Sjoukje samen zongen:

Once I said I wanted you
I don't remember why
(How do you do)

I understand that all men can't be the same
but the way you treated me when we met was hard and strange
(Hello-A)

I think I have to excuse myself
cause I behaved kinda rude
(Batteringram)
Deze citaten verwijzen naar de samenwerking en dan vooral naar het gedrag van Willem. Maar het zou jammer zijn om de geschiedenis van het duo daartoe te beperken. 

Het duo werd bij elkaar gebracht omdat anderen daar wel iets in zagen. Hun eerste nummer zongen ze apart van elkaar in. Ze zagen elkaar toen zelfs niet in de studio. Zo zou het later nog wel eens gaan. Maar al vrij snel kwam het succes, waardoor het voor veel partijen beter was als het duo het een tijdje vol zou houden. 

Een groot succes was het Eurovisiesongfestival 1974, gewonnen door ABBA, waar Mouth & MacNeal derde werden. Maar aan het eind van het jaar viel het duo uit elkaar. 

Hoe dat allemaal zo gegaan is, beschrijft Roel Smit tot in detail. Als zestienjarige ziet hij het duo voor het eerst (in november 1971). Dat beschrijft hij in het voorwoord. '(...) en mijn besluit staat vast, ik ga een fanclub oprichten voor Mouth & MacNeal!' Pas bijna aan het eind van het boek wordt duidelijk dat hij dat ook inderdaad gedaan heeft. In die jaren heeft hij een schat aan informatie verzameld en die deelt hij in dit boek. 

Citaten

Dat doet hij met veel (te veel) uitroeptekens en met veel citaten uit interviews. De bronvermelding is meestal summier, maar Smit maakt wel steeds duidelijk wat de citaten zijn; die zijn cursief gedrukt. Dat maakt het lezen overigens niet altijd even makkelijk. Een paragraaf uit het eerste hoofdstuk ('Holland Kwartet (1958-1967)') bestaat voor ongeveer de helft uit cursieve tekst en dat ook nog gepresenteerd als een enkele alinea van meer dan een pagina lang. 

Bedenkelijker is dat Smit wel citeert, maar dat hij het daarbij laat, waardoor een stuk uit een interview al gauw als de waarheid wordt gepresenteerd. De bladzijde over de jeugd van Willem is bijna in zijn geheel opgetekend uit de mond van de zanger. Of de informatie klopt, wordt niet duidelijk. 

Heel vaak staat onder aan een hoofdstuk of paragraaf, vetgedrukt: 'N.B. Zie bijlage voor discografie en hitstanden' of 'N.B. Zie bijlage voor discografie, hitstanden, covers en tv-optredens.' Het zijn overbodige verwijzingen, want uit de inhoudsopgave wordt ook wel duidelijk waar de lezer de informatie kan vinden en deze aanwijzingen staan misschien wel in de helft van alle hoofdstukken. 

Feitelijke informatie

Dat gedeelte van het boek is trouwens indrukwekkend. Blijkbaar heeft Smit zijn werk als voorzitter van de fanclub goed gedaan: hij heeft zo'n beetje alles bijgehouden. De agenda van het  duo, hun tv-optredens in binnen- en buitenland, de discografie natuurlijk, maar ook de hitnoteringen, de tracks op LP's, CD's en DVD, de covers die van de nummers gemaakt zijn en hoe Mouth & MacNeal (gezamenlijk en afzonderlijk) scoorden in de populariteitspolls. 

Bij de 'Geraadpleegde boeken, kranten en tijdschriften' staat dan weer bijna niks. Titels van kranten en tijdschriften worden genoemd, maar niet welke artikelen gebruikt zijn. Van boeken wordt alleen de titel en de auteur genoemd. Eigenlijk heb je aan deze lijst niets. 

Wie oude tv-optredens van Mouth & MacNeal bekijkt, zal de lol zien die daaruit spreekt: een vrolijk duo dat het goed met elkaar kan vinden. Zo professioneel waren ze wel. Ook de muziek, die vrij commercieel is, heeft iets vrolijks, iets luchtigs. Maar er waren perioden dat het tussen hen niet goed liep. 
Tubantia, 9 mei 1973. Een miljoen exemplaren
van 'How do you do' verkocht in Amerika

Verschillen

Het is goed om te bedenken dat er grote verschillen tussen de twee zijn. Willem Duijn werd geboren in 1937, Sjoukje van 't Spijker in 1950; Duijn had al verschillende bands achter de rug toen hij toetrad tot het duo, Van 't Spijker had een enkel plaatje uitgebracht, dat geen succes had. Verder waren er grote verschillen in karakter. 

Willem was altijd zeer aanwezig, wilde de boel opschudden, hield van de show. Daarbij ging hij zich te buiten aan de drank. Smit vertelt van een bedreigende situatie waarin Van 't Spijker hem nauwelijks haar hotelkamer uit gewerkt krijgt. Van 't Spijker viel wat buiten de groep, (Willem en de band) en kwam veelvuldig te laat of meldde zich af voor optredens, wat Willem weer niet professioneel vond. Smit vertelt wel dat de zangeres het soms 'niet meer trekt', maar omdat hij vaak anderen citeert in plaats van zelf te duiden, blijft 'plichtsverzuim' doorschemeren, terwijl er wellicht ook plausibele redenen waren om het niet langer op kunnen brengen. 

Bekend werd hoe Willem zijn zangpartner verschillende keren aangekondigd heeft: als 'de zangeres zonder borsten', wat door haar als een grove belediging werd opgevat. Dat zal het ook geweest zijn. Aan de andere kant vertellen anderen dat hij zo'n aankondiging daarvoor ook al deed bij bijvoorbeeld Ronnie Tober. 

Sjoukje moet zich vaak eenzaam gevoeld hebben in de groep mensen, wat mogelijk pas wat beter werd toen Frans Smit (die later haar man zou worden) haar ging vergezellen. 

In de paar jaren dat het duo bestaan heeft, heeft Sjoukje zich snel ontwikkeld, van een beginnend zangeresje voor wie alles nieuw was tot een vrouw die duidelijker zag wat ze wel en niet wilde. Het duo heeft kansen gehad om de populariteit in het buitenland (Verenigde Staten, Japan) verder uit te bouwen, maar Willem weigerde te vliegen. Vliegschaamte bestond toen nog niet, vliegangst wel, maar er wordt door Roel Smit gesuggereerd dat Willem Duijn die beslissing nu eenmaal genomen had en uit een soort koppigheid er niet op wilde terugkomen. 

Dicht bij de hoofdpersonen

Mouth & MacNeal, Duo tegen wil en dank is een interessant boek. Je hebt het idee dat je dicht bij de twee hoofdpersonen komt, doordat mensen uit de directe omgeving over hen vertellen en doordat er ook weergegeven wordt wat zij zelf verteld hebben. Niet alleen achteraf, maar ook op het moment dat het allemaal speelde. Aan de andere kant had ik soms wat meer afstand gewild, meer duiding, meer objectiviteit. Niet dat Smit subjectief is, maar de mensen die hij aan het woord laat, zijn dat onvermijdelijk wel. Misschien ontstaat er door al die persoonlijke indrukken wel een soort intersubjectiviteit, maar Smit is me net te veel degene die het ook maar optekent, in plaats van iemand die er zijn biografie van maakt. 

In veel biografieën komt er een fotokatern voor. Die foto's staan in dit boek tussen de tekst door en het zijn er behoorlijk wat, maar ze zijn meestal vrij klein en ze zijn niet van topkwaliteit. Bij de afzonderlijke foto's staat vaak geen bronvermelding. Hier zal ook meegespeeld hebben dat Smit voor zijn boek niet een degelijke uitgeverij heeft gevonden. Bij Gigaboek kan iedereen zijn eigen boek laten drukken, maar het is niet een uitgeverij met een eigen fonds en eigen promotiemogelijkheden. Waarschijnlijk heeft Roel Smit zelf zijn boek onder de aandacht van de pers moeten brengen. 

In hoeverre dat gelukt is, kan ik niet nagaan, maar als er over Mouth & MacNeal wordt gesproken, wordt zijn boek vaak genoemd en dat lijkt me terecht. Er is best het een en ander op aan te merken, maar je merkt dat het geschreven is door iemand die hield van het duo en hun muziek. Smit heeft veel materiaal verzameld. Dat is niet compleet, maar het is wel veel. 

Naleven

Over het naleven van de twee artiesten, na de breuk, besteedt Smit eigenlijk geen aandacht; dat viel buiten het bestek van zijn boek. Willem Duijn heeft nog als Big Mouth een duo gevormd met Little Eve en hij heeft ook solo nog plaatjes gemaakt, zowel als Big Mouth als als Willem Duyn. Over het nummer 'Willem' schreven John Schoorl en Paul Onckenhout in de Volkskrant (20 februari 2024) dat het een soort boetedoening was. Willem Duijn overleed in 2004. 

Sjoukje van 't Spijker had na Mouth & MacNeal nog een hele carrière als Maggie MacNeal. Ze scoorde hits in het Nederlands en het Engels (bijvoorbeeld 'Terug naar de kust' en 'When you're gone'), vertegenwoordigde Nederland succesvol (vijfde plaats) op het Eurovisiesongfestival (met 'Amsterdam') en trad op als een van de drie Dutch Divas (met Sandra Reemer en Marga Bult). In haar leven zit zeker nog een boek. Dat zou ik wel willen lezen. 

Het Parool, 1 september 1972

maandag 14 september 2026

Off the record (Jan-Willem de Vries, Ben Westervoorde)

Het is een mooie hardcover: Off the record, met voorop een plaatje, een single, zoals we die vroeger wel draaiden op de pick-up, met in het midden een gat, waardoor we de hoofden van de twee personages kunnen zien, Bas en Nina. Het stripboek is gemaakt door Jan-Willem de Vries (tekst) en Ben Westervoorde (tekeningen), die ook de stripbiografie van André Hazes maakten (links onderaan). 

Bas is een oudere man die jarenlang elpees verkocht heeft in zijn muziekwinkeltje. Daar stopt hij mee. Hij heeft een enorme voorraad en die zal hij nog verkopen, maar daarna is het gebeurd. Dan stapt Nina binnen, vijftien jaar oud. Andere generatie, ander referentiekader. De twee vinden elkaar en Bas vertelt graag over de muziek die hem altijd dierbaar is geweest. 

Zeven verhalen

Zijn verhalen, zeven stuks, vormen de inhoud van dit album, dat blijkbaar het eerste in een rij wordt. Dit eerste deel heet Verandering. Dat is een kopje waaronder bijna alles te vangen is, maar goed, de verhalen die Bas vertelt, zijn ook nogal divers en in elk verhaal is wel iets van verandering aan te wijzen. Voorin Off the record worden de artiesten genoemd over wie verteld wordt: Garry Higgins, Billie Eilish, Prince, Edith Piaf, The Zombies, David Bowie en The Spice Girls. 

Nina zal Bas helpen met het verkopen van zijn platen op internet, want daar heeft de oudere man te weinig kaas van gegeten. Ze komt allerlei platen van allerlei artiesten tegen in de winkel en Bas vertelt graag over hen, waarbij hij nogal heen en weer springt in de tijd (van Garry Higgins naar Billie Eilish) en ook de muzieksoorten waarover hij vertelt verschillen onderling nogal (van Edith Piaf tot The Spice Girls). 

Tekst en tekeningen

Maar Nina wil het allemaal horen en wij willen het allemaal lezen, want De Vries vertelt boeiend en Westervoorde tekent helder. De korte biografieën van de artiesten beslaan steeds drie of vier pagina's en zijn ingekleurd met slechts een enkele steunkleur, zodat ze goed te onderscheiden zijn van de gesprekken tussen Bas en Nina, die volledig in kleur zijn. 

Door de diversiteit zal iedereen er wel iets van zijn gading in vinden en muziekliefhebbers willen graag hun kennis uitbreiden, neem ik aan, dus liefhebbers van Prince willen waarschijnlijk ook wel weten wat nu het 'chinck'-incident bij Billie Eilish was (waar ze overigens krachtig afstand van heeft genomen). 

Raamvertelling

De strip is een raamvertelling en dat werkt goed. Bas en Nina zijn twee personages met wie je je gemakkelijk kunt identificeren. In het begin lijkt Bas een tragische figuur, die afstand moet doen van datgene wat hem altijd dierbaar is geweest: het verkopen van platen. Maar hij is vooral een man in wie een vuur brandt, bij wie het enthousiasme voor muziek zo groot is, dat hij er wel over moet vertellen, zeker nu hij een aandachtig publiek heeft. 

Nina is de representant van de jongste generatie, opgegroeid met Spotify. Maar zij is nieuwsgierig en heeft oprechte belangstelling voor de muziek. Ze gaat Bas niet alleen helpen omdat die internetdingetjes haar nu eenmaal gemakkelijker afgaan, maar ook omdat ze zijn verhalen wil horen. 

Literatuurlijst

Achter in Off the record is er een keurige literatuurlijst opgenomen, per artiest, zodat je kunt zien waar Jan-Willem de Vries zijn informatie vandaan gehaald heeft. Bovendien wordt er literatuur genoemd over het verschil in klankkwaliteit tussen vinyl en cd. 

Over popmuziek zijn al veel strips gemaakt, vaak monografieën over een enkele artiest. Hieronder zal ik een aantal links opnemen naar bijdragen die ik daar eerder over schreef. In Off the record zijn de verhalen korter en gaan ze over meer artiesten. Je zou kunnen zeggen dat de verhalen daardoor meer aan de oppervlakte blijven, maar ze zijn dan ook bedoeld als een eerste kennismaking en ik denk dat verschillende lezers toch wel een paar nummers gaan opzoeken (op Spotify, wellicht) om eens te horen wat dat ook alweer voor muziek was. 

Hopelijk werkt het twee kanten op: muziekliefhebbers die geïnteresseerd raken in strips en stripliefhebbers die toch eens gaan luisteren naar muziek die zich wellicht in de periferie van hun interesse bevindt. Off the record kan een breed publiek aanspreken en is daardoor sowieso leuk om iemand cadeau te geven. Succes gegarandeerd. 

Titel: Off the record
Deel 1: Verandering
Tekst: Jan-Willem de Vries
Tekeningen: Bas Westervoorde
Uitgeverij: Personalia
2026, 52 blz. € 29,90 (hardcover)

Eerder schreef ik over:
Hazes, De stripbiografie (Bloed, Zweet)
Hazes, De stripbiografie (Tranen)
Low (David Bowie)
Starman (David Bowie)
Songlife (door Gerrit de Jager)
Het kruispunt (ontmoeting strips en muziek)


dinsdag 4 augustus 2026

Queen, De stripbiografie (Emmanuel Marie, Sophie Blitman e.a.)

Er zijn veel passanten in de popmuziek: musici wier nummer de top van de charts bereikt, maar die vergeten worden. Als ik denk aan de nummer-1-hits uit de jaren zeventig in Nederland, schieten mij namen te binnen als die van Kamahl, Joey Dyser, Ferrari. Het stof is op hen neergedaald. Er zijn ook anderen, wier muziek nooit meer verdwenen is, die volgende generaties nog steeds kennen. De lijst van die groepen is gelukkig heel lang en zeker zal de groep Queen daarin staan. In de 27 keer dat de Top 2000 is uitgezonden stond Bohemian Rhapsody van Queen 22 keer op nummer 1 en de overige keren op nummer 2. 

Maar Queen is meer dan dat ene iconische nummer. Ik vermoed dat mensen die van popmuziek houden moeiteloos tien nummers van de groep kunnen opnoemen. In de Top 2000 van 2025 stonden maar liefst 32 nummers van deze groep. En dat is dan alleen nog maar een Nederlandse graadmeter. In vrijwel alle landen had Queen hits. 

Over de groep is al veel geschreven, er zijn documentaires over gemaakt en podcasts. Indertijd heb ik bijvoorbeeld zeer genoten van De laatste dagen van Freddie Mercury Je kon erop wachten: er is nu ook een strip over Queen. 

Stripbiografie

In Queen, De stripbiografie is het verhaal van Queen (en van de vier bandleden) opgeknipt in stukjes. Elk stukje is verstript in een stip van vijf pagina's lang. Vooraf gaat een korte inleiding in proza (van een enkele alinea), erna wordt de periode beschreven in twee bladzijden tekst, ook weer geïllustreerd. 

Het scenario van de strips is van Emmanuel Marie, de biografische teksten zijn van Sophie Blitman en het tekenwerk is verzorgd door een keur van striptekenaars. Onderaan zal ik alle namen noemen. De covertekening, van Freddy Mercury met een kroon op, trekt meteen de aandacht. Die tekening is van Enzo Gosselin.

Het verhaal van Queen is intussen in grote lijnen wel bekend, maar ik vermoed dat er voor veel lezers toch feiten in dit boek te vinden zijn die ze niet direct paraat hadden. 

Het boek begint met de jeugd van Freddie Mercury, die geboren wordt als Farrokh Bulsara. Hij wordtop Zanzibar en hij zal via India in Engeland belanden. Daar ontmoet hij de andere bandleden: Brian May, Roger Taylor en John Deacon. 

Bohemian Rhapsody

Het begin van de band is moeizaam. In Nederland komt Killer Queen eind 1974 in de top 40, bereikt nummer drie en houdt het elf weken vol, maar de opvolger, Now, I'm here komt niet verder dan nummer 32 en is na drie weken weer verdwenen. Maar dan komt Bohemian Rhapsody. Het kostte nog moeite genoeg om dat nummer uit te brengen, want het was volgens sommigen veel te lang om gedraaid te worden op de radio. 

Freddie Mercury brengt het plaatje bij een van zijn vrienden, radiopresentator Kenny Everett, en vraagt hem het voor hem te bewaren. Die draait het nummer voor de radio, waar het meteen aanslaat. Men kan niet meer om het nummer heen. Ook de LP A night at the opera wordt een succes. In het boek wordt het allemaal uitgebreid verteld en ook bijvoorbeeld hoe de groep aan zijn logo komt. 

In principe is Queen nu binnen de wereld van de popmuziek opgenomen, maar hoe hou je het vol? En wat wil je eigenlijk met je muziek? Kenmerkend voor de groep is de eclectische stijl: de nummers verschillen onderling sterk. Dat is mede te verklaren doordat elk groepslid zijn eigen inbreng heeft, maar het is ook een keuze. Het zorgt ervoor dat de groep moeilijk in een hokje is te plaatsen. 

Naast het groepswerk hebben de groepsleden ook altijd solo-opnames kunnen maken en beroemd zijn de duetten van Freddie Mercury met David Bowie, Michael Jackson en Montserrat Caballé. 

Freddie Mercury

In de stripbiografie komt het allemaal voorbij, tot aan het tragische einde van Freddie Mercury. Zonder iets af te doen aan de verdienste van de andere bandleden, was hij wel het gezicht van de groep. Het blad Rolling Stone zette hem in 2008 in de top 50 van de beste vocalisten aller tijden op nummer 18. Lager dan Aretha Franklin (1), Elvis Presley (3), John Lennon (5), Bob Dylan (7), Mick Jagger (16) en Tina Turner (17), maar hoger dan Bob Mareley (19), Johnny Cash (21), David Bowie (23), Michael Jackson (25), Prince (30) en Bruce Springsteen (36). Het is natuurlijk maar een lijstje en nog subjectief ook, maar in vergelijkbare lijsten zal hij wel hoog gestaan hebben. In 2023 stond hij overigens op nummer 14. 

In deze stripbiografie komen de verschillende kanten van Freddie Mercury goed naar voren. Hij was een rasperformer, die veel ruimte innam op het podium, maar daarbuiten was hij een persoon die veel minder naar buiten trad. 

De mix van tekst en strip werkt goed, in Queen, de stripbiografie. De stijlen van de tekenaars verschillen onderling nogal, van vrij realistisch tot sterk gestileerd. Maar altijd blijven de verschillende bandleden herkenbaar. Niet alles zal naar ieders smaak zijn en ik vind de ene tekenstijl ook aangenamer of beter dan de andere. Maar doordat er na elke strip een paar bladzijden tekst is opgenomen, is de overgang niet al te hard. 

Queen, De stripbiografie is geschikt voor liefhebbers van popmuziek en zeker voor liefhebbers van Queen. Maar als je gewoon van strips houdt en bij het lezen toch wat op wilt steken, zul je ook van dit boek ook genieten.

Titel: Queen, De stripbiografie
Scenario: Emmanuel Marie
Biografische teksten: Sophie Blitman
Tekeningen: Ricardo Randazzo, Céline Olive, Antonio Campofredano, Samuel Wambre, Julien Hugonnard-Bert, Lauriane Rérolle, Jean-Jacques Dzialowski, Alex-Imé, Francesco Colafella, Samuel Figuière, Antoine Pédron, Arnaud Jouffroy, Toni Cittadini, Carmelo Zagaria, François Foyard, Paolo Loreto, Dario Formisani
Vertaling: Bert Niks
Uitgever: Silvester Strips
2026, 160 blz. € 29,95 (hardcover)






Eerder schreef ik over:
Low (David Bowie)
Starman (David Bowie)
Hazes, De stripbiografie (De delen Bloed en Zweet)
Kiss the sky (Jimi Hendrix)


maandag 24 november 2025

Hoogspanning. Hoe ik mijn stem verloor (Nora Fischer)

Soms moet ik aan het begin van een boek overtuigd worden. Ik had dat bijvoorbeeld bij Adat van M.A.M. Renes Boldingh en ik had het ook bij Hoogspanning, het boek van Nora Fischer. In het begin van dat boek beschrijft ze haar eigen geboorte en ik vond dat tijdens het lezen wat gekunsteld, aanstellerig - ik weet niet goed wat het juiste woord is. Ik was in ieder geval niet overtuigd. 

Natuurlijk snap ik dat je bij een boek over je leven bij het begin wilt beginnen en ik zie de functie ook wel: ineens in het licht staan, de camera meteen op je gericht (door vader) en dat zal ook later in het leven een rol spelen. Maar ik las toen toch verder met enig voorbehoud. 

Eigenlijk was ik vlak na dat begin wel overtuigd. Fischer kan goed schrijven, vertelt onderhoudend en formuleert scherp. En vooral: ze kijkt scherp, vooral naar zichzelf. Ze wil weten hoe het mechanisme van haar lichaam en haar geest werkt en dat probeert ze zo precies mogelijk te verwoorden. 

Toen ik Hoogspanning aangekondigd zag, wist ik meteen dat ik het wilde lezen. Daarbij zal meegespeeld hebben dat ik eens een week met mijn lief op Texel heb doorgebracht, waarbij we zo'n beetje elke avond het album Hush (2018) hebben gedraaid op onze hotelkamer. Fischer zingt op dat album liederen van lang geleden (Scarlatti, Monteverdi, Vivaldi, Purcell), maar wel begeleid door een elektrische gitaar. Prachtig. Vond ik toen, vind ik nu.

Maar ik wilde ook wel lezen hoe ze met spanning geworsteld heeft en hoe het is als een naaste een eind aan haar leven maakt. De haakjes daarin haakten in de oogjes in mijn leven: ik heb jarenlang leerlingen met faalangst begeleid en doe vrijwilligerswerk bij 113 Zelfmoordpreventie. 

Muzikaal nest

Nora Fischer komt uit een muzikaal nest, waarbij beide ouders professioneel in de muziek werkzaam zijn op het hoogste niveau. Nora speelde piano, kreeg later les op de klarinet, maar ontdekte uiteindelijk het instrument waarmee ze het best overweg kon: haar stem. 

Ook zij bereikte het hoogste niveau: optreden over de hele wereld, met gerenommeerde orkesten. Ze beschrijft hoe dat ging. Het was hard werken, maar het ging ook met een zeker gemak. Soms moest ze op de valreep voor iemand invallen, maar ze kon de stukken altijd zingen en dan ook nog loepzuiver. 

Maar de druk is er altijd. Ook als kind ervaart ze die al:

Ik kan me weinig ergers voorstellen dan een fóút te maken, en dat Vader dat hoort, of Oom of Tante of Grootvader met hun hoge intellectuele eisen. 

Vooral vader (de dirigent Iván Fischer) is belangrijk. Hij is veel afwezig en ze wil juist voor hem goed presteren. Het lijkt wel of ze op die manier wil laten zien dat ze een goede dochter is. 

Met deze Goddelijke Vader, die ik zo weinig te zien krijg door zijn Goddelijke Carrière, maar in wiens aura de wereld zoveel meer kleur heeft. 

Innerlijke stem

Uit de citaten is al te merken dat Nora Fischer van hoofdletters houdt. Er komen geen namen in Hoogspanning voor, maar mensen worden aangeduid met hun betrekking tot de ik-figuur. Verder staan er door het hele boek heen cursief gedrukte zinnen. Het is de innerlijke stem die op die manier expliciet gemaakt wordt. Die stem zegt bijvoorbeeld dat ze iedere minuut van haar leven nuttig moet besteden, anders is ze lui, of dat ze zich mooier voordoet dan ze is. 

Nora Fischer is in de muziekwereld terechtgekomen, maar het is lastig om daarin haar weg te vinden. Op het conservatorium houdt ze het niet uit. Ze houdt niet van de zangstem die klassieke zangeressen opzetten, met veel vibrato. Ze heeft andere ideeën over muziek, maar weet niet goed hoe ze verder moet. Ze probeert van alles en krijgt dan toch succes in de klassieke muziek. 

Haar zus reageert daarop met 'Pff!' en de innerlijke stem verwoordt de boodschap die Nora daarachter vermoedt:

Nou, je hebt in elk geval je glamoureuze spotlight gekregen, en we zijn allemaal weer naar je vele trucjes aan het kijken, hè? Ga jij maar de narcistische show-off uithangen, in plaats van eens goed om je heen te kijken. Naar daklozen die als kakkerlakken worden genegeerd: naar vluchtelingen op rubberen bootjes die massaal in de zee verdrinken; naar dieren die in laboratoria worden geterroriseerd. Dus dít is wat jij besluit te doen?

Zus

Het gaat niet goed met Zus. Nora heeft al een keer een afscheidsbrief gevonden en gelezen, waarin zij ook zelf voorkomt en ze probeert er voor haar zus te zijn zoveel ze kan, maar ze leidt een leven waarbij ze weinig op dezelfde plek verblijft. 

Bovendien heeft ze ook haar eigen problemen. De ontspannenheid en de vanzelfsprekendheid dreigen te wijken uit haar zingen. Er zijn hoge noten die zich vreemd gaan gedragen, ze kan niet meer vertrouwen op haar eigen stem, ondanks de pillen die ze slikt om er geen last van te hebben. In Hoogspanning worden de noten en de stem beschreven als personages, die eigenzinnig zijn en zich maar niet in het gareel terug laten duwen. 

Dat is een ernstig probleem, zeker als je als zangeres van je stem afhankelijk bent, als je min of meer je stem bent, als die een groot deel van je identiteit uitmaakt. Het plezier in het zingen is altijd een middel geweest om goed te presteren, maar het zingen wordt nu hard werken en het gaat gepaard met angst en onzekerheid. 

Parallellen

Zus en Nora zijn opgegroeid in hetzelfde systeem en ze worstelen ermee op hun eigen manier. In Hoogspanning worden verschillende keren de parallellen beschreven.

Waarom kunnen wij allebei niet van onszelf houden? Waarom kunnen wij allebei niet van het leven houden? Waarom verdrinken wij allebei in keiharde zelfkritiek, in keiharde oordelen, in keiharde zelfafwijzing? Waarom kunnen we onszelf alleen maar door de afkeurende ogen van anderen zien?

En op een andere plaats:

Vanbinnen zijn we beiden doodsbange meisjes die zich in allerlei bochten wringen om van hun zelfafwijzing te vluchten. De ene rent naar adoratie en succes, de ander naar Nietzsche. Laten we ons hier dan in godsnaam allebei uit bevrijden. 

Maar Zus lukt het niet om zich te bevrijden. Nora verklaart tegen een vriendin dat ze bang is dat Zus nu echt een eind aan haar leven gaat maken, maar dat zij, Nora, hardop wil zeggen dat ze alles gedaan heeft wat in haar macht ligt. Als er iemand naar Zus op weg is, is die uiteindelijk al van grote hoogte gesprongen. 

Oorzaken

De ondertitel van Hoogspanning is Hoe ik mijn stem verloor. Het is moeilijk te begrijpen voor een buitenstaander dat iemand die zo succesvol is in de muziekwereld, die daar keihard voor werkt, maar die ook met een zekere vanzelfsprekendheid presteerde, dat kwijtraakt. Ook voor Nora Fischer zelf is het moeilijk om dat te bevatten. 

Ze zoekt naar antwoorden en zo'n beetje alles passeert de revue: het marktdenken, het perfectionisme uit Amerika, het calvinisme van Moeders kant, het patriarchaat, het geld, het schoolsysteem, de sociale media, de doodzieke maatschappij en ten slotte, hoofdletters:

IK WIJT HET AAN ALLES ALLES ALLES DAT ERVOOR HEEFT GEZORGD DAT ZOWEL ZUS ALS IK DOOR DE BOMEN VAN HET BOS VAN DEZE OORVERDOVENDE OORDELEN NIET MEER KONDEN ZIEN WIE WE OOIT WAREN. 

Het zijn allemaal oorzaken buiten zichzelf, die ze opsomt, maar die hebben zich wel op een of andere manier in haar vastgezet. Het zijn altijd de hoge bomen die het meeste wind vangen en iedereen die op hoog niveau presteert, weet dat er weinig hoeft mis te gaan om dat niveau niet meer te kunnen halen. Bij een schaatser op een WK kan een enkele misslag fataal zijn. Dat geeft druk, die kan stimuleren, maar die ook kan verlammen. 

In de klassieke muziek speelt het zeker ook. Ooit vertelde de violist Herman Krebbers (1923 - 2018) over de faalangst waar hij last van kreeg. Niet alleen stond die hem in de weg, maar hij schaamde zich er ook voor. Toch vertelde hij erover. 

Op al die mogelijke oorzaken zegt Fischer overigens 'NEE'. Zo simpel is het antwoord niet. 

Fischer is intussen andere dingen gaan doen. Zo staat ze in het theater met haar voorstelling De sprong. En ze heeft dus een boek geschreven, dat behoorlijk wat aandacht krijgt. 

Ja

Hoogspanning eindigt met 'JA'. Het gaat in het boek wel heel snel, in zo'n veertig pagina's van 'nee' naar 'ja'. Ik zal niet zeggen dat dat te gemakkelijk gaat, want veel gemak zit er niet in de tweede helft van het boek, maar wel kun je je afvragen hoe stevig zo'n 'ja' kan zijn. Dat er ook ruimte mag zijn voor twijfel is natuurlijk winst. 

Bij het lezen van het slot moest ik denken aan iemand die ik niet goed kende, maar die mij vertelde dat ze een opleiding tot clown had gevolgd, waar ze verder trouwens weinig mee gedaan had. Het belangrijkste dat ze geleerd had: altijd 'ja' zeggen. Het lijkt me hartstikke moeilijk. Je hebt immers al gauw een voorbehoud bij de hand. 

In ieder geval zeg ik 'ja' tegen het boek van Nora Fischer. Ze heeft scherp geobserveerd, nauwkeurig geformuleerd en ze neemt de lezer gemakkelijk mee in het verhaal van haar leven, waarbij je je er tegelijkertijd van bewust bent dat het geen verhaal is of in ieder geval veel meer dan een verhaal. 

maandag 20 oktober 2025

Low (Reinhard Kleist)

 

De tekst van Low, een graphic novel over David Bowie in Berlijn, begint al op de binnenkant van de cover:

Je deed een belofte. Dat er iemand zou komen, die onze wereld van de ondergang zou behoeden. Een wezen afkomstig van de sterren, half-mens, half-god. Maar er was daar niemand, die ons kon redden. Waarom heb je ons in de steek gelaten? Waarom heb je de hoop die je ons schonk niet vervuld? Omdat je het niet kon! Het lijkt erop dat we op onszelf aangewezen zijn!

In deze tekst (verdeeld over vier tekstblokken) spreekt de verteller, mogelijk de auteur (Reinhart Kleinst) David Bowie toe. Ja, ja, er zijn smetjes in de tekst aan te wijzen. Sommige komma's hadden weggelaten moeten worden en bij 'behoeden' hoort niet 'van' maar 'voor'. De ondertitel van Low is David Bowie's Berlijn jaren. Dat is ook nogal ongelukkig. Dat had natuurlijk 'Berlijnse jaren' of 'jaren in Berlijn' moet zijn en desnoods 'Berlijnjaren'. Maar laten we niet zeuren over dit soort taaldingetjes. 

Na Ziggy Stardust

Kleist beschrijft Bowie na diens tijd als Ziggy Stardust. Die periode bracht hij onder in zijn graphic novel Starman (zie link onderaan). Er is een tijdperk afgesloten voor Bowie, hij laat Los Angeles achter zich en hij moet verder, maar hij weet nog niet hoe. Hij gaat wonen in Berlijn en zoals de verteller in Low zegt: 'maar als ik zo kijk, was Berlijn precies het soort sanatorium dat je nodig had.'

Het jaar wordt niet in het boek genoemd (wel op de achterkant), maar we schrijven 1976. Berlijn is verdeeld in Oost en West door de Muur. Bowie kan er aanvankelijk vrij anoniem wonen en zich bezinnen op de toekomst. In Duitsland gebeuren nieuwe dingen op het gebied van muziek. Denk aan de groep Kraftwerk met hun nummer 'Autobahn'. Dat reikte in 1975 tot nummer twaalf in  de Nederlandse Top-40. Maar het singletje was wel een erg korte uitvoering. Op de LP beslaat het nummer de complete A-kant, meer dan twintig minuten. 

Berlijnse trilogie

Bowie zou twee jaar in Berlijn blijven en dat zou drie albums opleveren: Low, "Heroes" en Lodger. Toen dat laatste album verscheen, was Bowie alweer weg uit Berlijn, maar het zou nog wel tot de Berlijnse trilogie gerekend worden, hoewel het opgenomen werd in Zwitserland en geproduceerd in de Verenigde Staten. 

In zijn allerlaatste nummer 'Where are we now?', dat uitgebracht werd op zijn zesenzestigste verjaardag, denkt Bowie terug aan de periode in Berlijn. 

Bowie was niet alleen in Berlijn. Iggy Pop was er ook en Bowie speelde wel mee bij diens optredens. Ze deelden een tijd een appartement. Verder waren er onder anderen het fenomeen Romy Haag en de producer Brian Eno. 


Ruimtevaarder

Het verleden van Bowie komt nog verschillende keren terug in Low in de vorm van flashbacks. Net als in Starman gaat hij in gesprek met zijn spiegelbeeld, deze keer met zijn alter ego Ziggy Stardust. 

Op de achtergrond zweeft soms een ruimtevaarder. Dat doet denken aan 'Space Oddity', maar het zegt ook iets over de situatie van Bowie: 'Ergens ben je de greep op jezelf kwijtgeraakt, als een astronaut die zonder reddingslijn de ruimte in dreef.'

Bowie zoekt zijn weg en dat resulteert dus in enkele albums die nog steeds hoog aangeschreven staan. Het is verbazingwekkend hoeveel die twee jaren in Berlijn hebben gedaan in het leven van Bowie en welke stappen hij in die beperkte tijd gezet heeft. 

Kleist moest zich zo goed mogelijk houden aan het leven van Bowie en tegelijkertijd moest hij er een beetje verhaal van maken. In hoeverre hij Bowie recht doet in deze strip kan ik niet beoordelen; daar moeten de kenners zich maar over uitlaten. Maar een goede strip is het wel geworden. De zoektocht van Bowie naar nieuwe wegen wordt helder beschreven. Niet voor niets gebeurde die in Berlijn, een stad waarin veel nieuws gebeurde, maar ook een verscheurde stad. In de strip van Kleist gaan Berlijn en Bowie wel een beetje op elkaar lijken. 

Zoeken naar je bestemming

Low blijft boeien van begin tot eind. Het helpt wel als je van de muziek van Bowie houdt, denk ik, maar een voorwaarde is het niet. Het zoeken naar nieuwe wegen, naar wat je bestemming is, is een algemeen menselijk thema dat in veel levens, ook die van lezers, speelt. 

Aan het eind is er nog een toetje: een galerij met tekeningen (paginagroot en een enkele spread). Altijd prettig zoiets. Tekeningen om een tijdje naar te kijken en ze even te laten bezinken. En dan weer terugbladeren in Low, passages teruglezen, tekeningen nog eens bekijken en dan natuurlijk de muziek van David Bowie opzetten. 

Titel: Low. David Bowie's Berlijn jaren. 
Tekst en tekeningen: Reinhard Kleist
Vertaling: Christine Anneliese Braun
Uitgever: Scratch Books
2025, 176 blz. € 29,95 (hardcover)


Over ander werk van Reinhard Kleist:

Ook over David Bowie:


vrijdag 19 september 2025

Afgestoft: Alles is ijdelheid (Broeder Dieleman)

Een week geleden stofte ik een recensie af van twee albums van Ellen ten Damme, deze week eentje van een cd van Broeder Dieleman. De bespreking verscheen in Liter 69, jaargang 16 2013. 

In dat nummer werd er vooral aandacht besteed aan drie auteurs: Marcel Möring, Flannery O'Connor en Hester Knibbe. Maar ook een uitgebreid artikel over de bundel Eindaugustuswind van Willem Jan Otten. 

Hoe ik aan Broeder Dieleman kwam, weet ik niet meer. Volgde ik hem op Facebook? Kwam een nummer van hem voor in De eigenwijze 30? Ik heb werkelijk geen idee. 

Broeder Dieleman is intussen gestaag doorgegaan en hij heeft verschillende albums op zijn naam staan. Je vindt de titels op de Wikipediapagina. 




De Schelde wordt de Jordaan


De muziek van Broeder Dieleman is kaal: geen bombastische arrangementen, maar meestal slechts één instrument (gitaar, banjo) dat de zang van de broeder begeleidt. Broeder Dieleman heeft daardoor voor mij veel weg van een troubadour. Hij brengt ons zijn teksten en de muziek is daarbij ondersteunend.

Broeder Dieleman komt uit Zeeuws-Vlaanderen, zingt in het Zeeuws en de setting van de liederen is die van het Zeeuwse platteland. De plaats wordt meestal aangeduid met ‘de polder’, een omgeving waarin de oogst van het land wordt gehaald, waar de reigers en de kiekendieven vliegen, waar we wilgen en vlierstruiken zien groeien.

Dat landschap is in zijn soberheid idyllisch. Broeder Dieleman heeft elementen die kunnen storen eruit geweerd. Zo is er nauwelijks geluid en zeker zijn er geen knetterende brommers of speakers waaruit muziek schalt. Je krijgt vooral beeld, waar je in stilte naar kunt kijken.

Het lijkt me een geïdealiseerd landschap, ergens uit het verleden. De oogst wordt niet met grote trekkers, maar met paarden binnengehaald en een boer die groet doordat hij stilstaat en zijn pet afdoet, kom je in 2013 ook niet vaak tegen.

Het lijkt Broeder Dieleman dan ook niet te gaan om het letterlijke landschap. Dat is wel het startpunt, en bij elk lied blijkt de liefde voor dat landschap, maar het krijgt een lading waardoor het zichzelf ontstijgt.

Het duidelijkst blijkt dat in het lied ‘Zilverspa’. Daarin delft een man een graf. Dat is een beeld dat vaker voorkomt op de cd en dat is niet zo vreemd; Broeder Dieleman was ooit zelf grafdelver. Zeven kilometer verder vaart er een schip over de Schelde, wat wel de Westerschelde zal zijn. Met de zilverspa in de hand gaat de man naar het strand: ‘Aan het einde van de weg / op het strand bluuv'n we staan / Er is een pad van licht op 't water / waarlangs dat schip moet gaan. / Wie kan er ooit snappen / wat je in de verte ziet / Wel hoor ik duzend engelen / Ze zingen je een lied.’

In het refrein hebben we dan al gehoord dat de Schelde de Jordaan wordt en we hebben ook al ‘het beloofde land’ voorbij horen komen. De Jordaan, een pad van licht, engelen, het beloofde land - dan moeten we wel aan de Bijbel denken. Niet voor niets vliegt er in het lied een pelikaan rond, een traditioneel symbool voor Christus. Voor mij riep het lied het beeld op van verwachting van het einde der tijden. Het lied eindigt met: ‘En ik zie dat je verdwient / waar het eerste licht nog schient / Alle tekens ooit gezien / kriegen waarde nu misschien.’

Ik zie de grafdelver daar staan, met zijn zilverspa in de hand, klaar voor de nieuwe aarde. Hij heeft de tekenen verstaan: de Schelde is voor hem de Jordaan geworden, de overkant het beloofde land, de vogels zijn engelen geworden. Het kan niet lang meer duren. Hij kijkt over het water, vol verwachting.

Dat einde der tijden is ook duidelijk aanwezig in ‘Polderevangelie’: ‘Ik wil d'r bie zien as de lucht ier opengaat / As de man mee zijn trompet bie 't kerkhof staat.’ In die tekst hangt het kwaad als mist over het land, maar degene die in het lied aangesproken wordt, loopt door alsof er niets aan de hand is: ‘Aan 't eind is er een beter oord’. Ook hier is er de verwachting van een betere wereld.

Die verwachting klinkt door in bijna alle liederen. Bijvoorbeeld in ‘Sneeuw’. Dat begint met het delven van ‘een mooi recht graf’ en daarna begint het wachten, ‘op wat de lucht op ons loslaat’.

Het komt als sneeuw, zingt onze Broeder en het zal alle kwaad bedekken. Alle ogen zullen het zien en al wat rood is, wordt wit. Daarin klinkt onmiskenbaar Jesaja 1 door, waarvan ik vers 18 citeer in de Statenvertaling: ‘al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw, al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol’. Daarop wordt dus gewacht: het uitwissen van het kwaad. ‘Rond de bocht ligt er genade’, zingt de Broeder in een ander lied.

In dat licht bezien is het opmerkelijk dat de cd Alles is ijdelheid heet. Uit de teksten spreekt juist niet de vergeefsheid van ons handelen op aarde, maar de verwachting van het mooie dat nog aan moet breken.

De hoop op iets beters is zo sterk dat die dicht bij zekerheid komt. Uit alle situaties blijkt hoop te peuren. In ‘Duzend veugels’ droomt de ik-figuur dat hij wakker wordt met kapotte handen: bloed aan zijn vingers, bot gebroken. Voor de meeste mensen zou dat iets zijn om bang van te worden, maar Broeder Dieleman zingt: ‘Noe is alles mogelijk / Ben ik nooit meer alleen / Noe is alles mogelijk / D'r hroeien boom'n deur me heen.’

Die hoop lijkt tegengesteld aan de wereld van de steile mannenbroeders waarin Broeder Dieleman is geworteld. Op de cd zijn ook fragmenten uit preken te horen. Een dominee met duidelijk Zeeuwse tongval spreekt het einde van de geloofsbelijdenis uit. In ‘Zingende bij beurte’ vraagt hij de gemeenteleden of ze dat ook wel eens hebben - dat ze hun hart er wel uit willen rukken. Voor mij is die wereld niet in de eerste plaats verbonden met hoop en met de verwachting van een betere wereld, maar met schuld en zondebesef.

Daaraan heeft de Broeder zich blijkbaar onttrokken. Hij spreekt over genade, hij is niet gericht op het kwaad, maar weet dat het kwaad moet wijken. In het laatste lied richt hij zich tot ‘Onze Lieve Vrouwe van de Polder’. Zo'n oecumenisch lied zal dominee niet goedgekeurd hebben.

Door de manier waarop Broeder Dieleman het zingt, horen we niet ‘Onzelievevrouwe’, maar Onze Lieve Vrouwe, waarbij het ‘lieve’ veel nadruk krijgt. Maria wordt gevraagd om het land te bewaren voor het water: ‘Moant de sturm tot stille / Houdt de golven in bedwang / Zurg da w'ier in vrede leven / En de kinders nooit meer bang.’

Voor mijn gevoel kan zo'n lied alleen maar gezongen worden door Broeder Dieleman, doordat het zo Zeeuws is. Eigenlijk geldt dat voor al deze liederen. Alles is ijdelheid is de eerste cd van Broeder Dieleman, maar hij heeft nu al een authentiek geluid. In zijn teksten roept hij een eigen wereld op, zodat je hem nooit met een andere artiest zult verwarren. Ik ben benieuwd in welke richting de Broeder zich zal ontwikkelen. Net als de figuren in de teksten ben ik vol verwachting: er komen zeven nieuwe jaren. ‘Ik ruuk citroen'n in de wind.’

Broeder Dieleman, Alles is ijdelheid. Beep! Beep! Back up the Truck 2012, €12,00. Opnieuw uitgekomen in 2013 bij Snowstar records.




vrijdag 12 september 2025

Afgestoft: Durf jij? / Het regende zon (Ellen ten Damme)

Aan het blad Liter heb ik niet alleen bijgedragen met interviews en recensies van romans en dichtbundels, maar af en toe schreef ik ook over Nederlandstalige muziek. Zo besprak ik twee albums van Ellen ten Damme, in Liter jaargang 16, nummer 69 (maart 2013). 

Later zou ik nog een album van Broeder Dieleman bespreken. Dat stukje houd je nog van me tegoed. 



Dat de dingen nu eenmaal


Veel Nederlandstalige teksten van liedjes of liederen zijn ronduit slecht. Dat verhindert niet dat die liedjes hits worden. Het is mooi dat Marco Borsato, Acda & De Munnik, Gers Pardoel en Veldhuis & Kemper zich in het Nederlands uitdrukken, maar het zou nog mooier zijn als zij ook goede teksten hadden gekozen.

In 1976 verscheen ter gelegenheid van de Boekenweek de langspeelplaat Zing je moerstaal, waarvoor heuse schrijvers teksten leverden. Gerrit Komrij bijvoorbeeld, wiens ‘Kinderballade’ door Boudewijn de Groot gezongen werd. En verder waren er teksten van onder meer Harry Mulisch, Judith Herzberg, Jan Kal, Simon Carmiggelt, Bert Schierbeek en C. Buddingh', uitgevoerd door popgroepen als Kayak, Lucifer, Earth & Fire en Focus, die daarvoor en daarna uitsluitend in het Engels zongen. In de decennia daarna dreven de poëzie en de popmuziek weer uit elkaar; er waren maar weinig dichters die ook liedteksten schreven.

Het was daarom een verrassing dat Ellen ten Damme in 2009 de cd Durf jij? op de markt bracht, met elf liedteksten van Ilja Leonard Pfeijffer (en eentje van R. Berlijn). Het zal misschien voor beiden wennen geweest zijn; Ten Damme had voornamelijk in het Engels en het Duits gezongen en Pfeijffer schreef romans, essays en gedichten.

Het titellied begint met een paradox: ‘Als ik de dorst drink van het wachten’ en er zit ook iets licht paradoxaals in ‘als ik de honger leer verbijten’. Aan het eind komt de dichter erop terug: ‘als dorst en honger zijn gestild’, waarmee de tekst rond wordt gemaakt. Halverwege staat wel een cliché (‘angstig rillend als een kind’), maar verder is het een aardige liedtekst.

De clichés duiken ook in andere teksten hier en daar op: ‘en werd je in mijn handen zacht als was’, maar veel zijn het er niet en misschien zijn ze in liedteksten vergeeflijker dan in gedichten: na één keer luisteren moet een tekst immers duidelijk zijn en duidelijk zijn clichés altijd. Alleen is de zeggingskracht vaak mager.

Naast het nummer ‘Durf jij?’ werd vooral ‘Bang om rijk te worden’ bekend. Het is een toegankelijk, humoristisch lied met zinnen als ‘Ik ben niet bang voor treurig promillage’ en ‘Ik ben bang om rijk te worden / met couture in plaats van kleren’. ‘Bang om rijk te worden’ is een opsommerig liedje en dat schrijft vrij gemakkelijk: je hebt een stramien en vervolgens kun je zo'n beetje alles invullen wat inhoudelijk past. Toon Hermans werkte ook op die manier toen hij ‘De appels op de tafelsprei’ schreef. Een strofe uit de tekst van Pfeijffer: ‘Ik ben niet bang voor goulash van de Aldi. / Ik ben niet bang voor nachtelijk gezever. / Ik ben niet bang voor negatieve saldi. / Ik ben niet bang voor Albert Heijn jenever.’ De eerste regel vind ik geslaagd. De tweede lijkt ontstaan uit rijmdwang en valt een beetje buiten de rest van de strofe. De vierde regel voegt niets meer toe als we de goulash van de Aldi al gehad hebben. Dat had beter gekund.

Die paar gevallen van rijmdwang had Pfeijffer best kunnen oplossen. In een tekst waarin bijvoorbeeld een pinpas en een laptop voorkomen, past een archaïsch woord als ‘vergaarde’ niet, maar de dichter had het blijkbaar nodig als rijmwoord op ‘waarde’.

Ik kan mij voorstellen dat je als debuterend liedtekstenschrijver niet altijd kunt inschatten wat je nu wel en niet kunt maken in een liedtekst. ‘Ik moet nog zoveel leren’ heeft het volgende refrein: ‘En buiten is het winter, het is pijnlijk koud / Er wordt wanhopig bier besteld, geen mens is blij / Het is al laat, de klok is stout / De grap is oud, en iedereen komt door de deur behalve...’

Dat er op de puntjes niet ‘jij’ ingevuld wordt, vind ik wel mooi. De ‘jij’ ontbreekt namelijk en dat wordt onderstreept door hem ook nu niet te noemen. Maar aan het eind van het lied vult Pfeijffer het slotwoord alsnog in, waardoor het lied op het nadrukkelijke ‘jij’ eindigt.

In 2012 bracht Ellen ten Damme nog een cd uit met Nederlandstalig werk: Het regende zon. Het titelnummer is een bewerking van een gedicht van Remco Campert, ‘Denkend aan Jacques Prévert en Joseph Kosma’. Het is een mooi lied geworden en ondanks dat er een stuk van het oorspronkelijke gedicht weggelaten is, heb je het idee dat er recht gedaan is aan de tekst van Campert. Om helemaal zorgvuldig te zijn, heeft Ellen ten Damme ook nog het complete gedicht van Campert gezongen en toegevoegd aan de cd.

Het lied begint vrolijk: ‘Het regende zon / Die dag in het Noordstation // We omhelsden elkaar / Je zei dat je blij was / Ik wist waar de bus’. De ‘ik’ neemt de ‘jij’ mee en wijst hem de weg: ‘Waar je kon zetten je tas / En wassen je haar / En vragen wat nu’. Dat laatste regeltje brengt voorzichtig twijfel in het gedicht. Maar even later wordt ‘Het regende zon’ herhaald en lijkt er geen vuiltje aan de lucht. Zelfs als de omgeving waar de twee lopen het verval laat zien, denkt de ‘ik’: Ja, voor de omgeving, maar niet voor ons. ‘Later in straten / Vol afbraak en gaten / In Ménilmontant // Wou ik je wijzen / Op de tand der tijden / En hoe ons hart desondanks’.

Juist omdat de zon schijnt en het hart optimistisch is, komt de waarheid hard aan, al wordt die voorzichtig overgebracht: ‘Maar je kneep in mijn hand / En zei dat een ander / En dat de dingen nu eenmaal...’ De puntjes voegde Ten Damme toe en ook ‘En zei’, opdat de tekst ook op het eerste gehoor te volgen zou zijn. Aan het eind worden de beginregels herhaald: ‘Het regende zon / Die dag op het Noordstation / Toen je naar me toekwam’. Dezelfde regels, maar een heel ander gevoel. Prachtige tekst, mooi lied.

Verder zingt Ellen ten Damme op deze cd weer teksten van Ilja Leonard Pfeijffer (zes stuks), een korte tekst van Harry Mulisch en ook nog enkele teksten van eigen hand. Daar had iemand haar best een beetje bij mogen begeleiden. De luchtige tekst ‘Iedereen voor iedereen’ is nog acceptabel en ‘Ik lach, maar jij bent er niet’ is ook een aardige tekst. Maar ‘Je zei (een doodnormaal kloteverhaal)’ is ronduit zwak. Een strofe: ‘Je zei / Er is niets / Die Ander die is er niet / Ik zei / Dit is lelijk en ik haat dit / Die Ander / Ik geloof je niet’. Na zulke regels geloof ik het wel.

Pfeijffer heeft zich dus ten tweede male gewaagd aan liedteksten. Het openingslied ‘Verder, verder’ heeft wel wat zwakke zinnen: ‘Ik heb mijn hersens uit hun taak ontheven’, waar rijmdwang achter zal zitten, en: ‘Het enige dat ik aan mijn bestaan / Nog toevoeg is dat ik wanhopig schreeuw’, een erg omslachtige formulering. Ook staat er een lelijke tautologie in de tekst: ‘Maar desalniettemin schreeuw ik soms toch’. Daaraan bezondigde Pfeijffer zich op de vorige cd ook al: ‘zoals bijvoorbeeld’.

Net als op Durf jij? is er weer een opsommingsgedicht: ‘Je bent de dichter, ik gedicht / Je bent donker, ik ben licht / Je bent de plus, ik ben de min / Jij bent yang, ik ben yin’. Het klinkt altijd aardig, maar eigenlijk is het gewoon te gemakkelijk.

Een opmerkelijk stellingnemende tekst is ‘Pi-pa-polderland’: ‘Waar is gebleven, waar is gebleven / Mijn pi-pa-polderland / Waar ik kon leven, zo blij kon leven / Met ti-ta-tolerantie / En milde zeurgarantie / Mijn pi-pa-polderland’. Het is een lied waarin met weemoed terugverlangd wordt naar het polderende, tolerante Nederland.

Op veel teksten is iets aan te merken. Zo is Pfeijffer erg gul met zijn bijvoeglijke naamwoorden: ‘Mijn zachte lieve vingers om de trekker / Van een fraai glimmend en ijskoud geweer’. De vingers zijn bovendien blijkbaar zo liefzacht dat je niet met één vinger de trekker kunt overhalen.

En toch. Toch kan ik met plezier naar de cd luisteren. Dat zal ongetwijfeld te maken hebben met de muziek, die bij alle nummers geschreven is door Ellen ten Damme, en door de uitvoering. Ten Damme brengt de nummers namelijk zo overtuigend, dat de intentie overkomt. Verder zijn de teksten van Pfeijffer altijd nog beter dan die van veel andere liedtekstenschrijvers. En alleen al de teksten van Campert en Mulisch rechtvaardigen de aankoop van de cd. De tekst van Mulisch is maar vier regels lang: ‘Het gras waarop wij lagen / Heeft zich allang opgericht / Het gras buigt onder de vlagen / Het gras waaronder jij ligt.’ En dan ook nog gezongen door Ellen ten Damme. Weelde!


Ellen ten Damme, Durf jij? CNR entertainment 2009, €9,99.
Ellen ten Damme, Het regende zon. CNR entertainment 2012, €17,99.



Eerder schreef ik over: 

woensdag 20 november 2024

Boudewijn de Groot oeuvreboek (Peter Voskuil / Boudewijn de Groot)

Het is niet zomaar een boekje, het is een boek. En wat voor een! Groot formaat, gebonden, vol met foto's en meer dan vijfhonderd pagina's dik: Boudewijn de groot oeuvreboek (2023), geschreven door Peter Voskuil en Boudewijn de Groot. Of beter: Peter Voskuil heeft het boek geschreven, maar hij heeft er veel gesprekken voor gevoerd met Boudewijn de Groot. 

Wat dit boek biedt, kun je lezen in de ondertitel: 'De verhalen van alle liedjes'. En dat zijn dan ook alle liedjes. Niet alleen de liedjes die Boudewijn de Groot gezongen heeft, maar ook die waarvoor hij de tekst of de muziek schreef en de liedjes die hij produceerde. Van populaire albums tot obscure singletjes, alles, alles, staat in het boek. Het is een geweldig overzicht geworden. 

Dat niet alleen, het boek ziet er ook nog eens aantrekkelijk uit, met veel foto's. De hoezen van de albums natuurlijk, maar ook foto's van Boudewijn en andere artiesten, van mensen aan het werk in de studio, nou ja, alle foto's die je in zo'n boek graag gezien zou hebben, staan erin. 

Vier delen

Het boek begint met een interview met Boudewijn de Groot. Daarna  is het verdeeld in vier delen: 1. Centrum, solowerk; 2. Periferie, samenwerkingen; 3. Achterland, producer; 4. Nawerk. In dat nawerk de hitnoteringen als soloartiest (met aandacht voor enkele bijzondere EP's). Verder een lijst met hitnoteringen en nog niet genoemde EP's uit de jaren zestig, met daarin ook genoemd de platen die in Engeland, België en Duitsland uitgebracht zijn. Bovendien alle promotiesingles, die in kleine oplage verspreid zijn met het oog op airplay. Dan nog een opsomming van de tournees en ten slotte een register, een lijst van alle personen en liedjes met de pagina's waar zij terug te vinden zijn. Wat je ook zoekt van Boudewijn de Groot, in dit boek is het gemakkelijk terug te vinden. 

Het eerste deel, over het solowerk van Boudewijn de Groot, beslaat het grootste deel van het boek, driehonderd pagina's. Het begon allemaal in 1964 met de single 'Strand' (met 'Referein voor...' op de B-kant), gevolgd door 'Élégie Prénatale (B-kant: 'Sexuele voorlichting'). Daarna volgde een EP met deze vier nummers, aangevuld met 'De morgen' en 'Delirium".

Top 40

In 1965 volgt 'Een meisje van 16', met 'De eeuwige soldaat' op de B-kant. Dat kwam in de Top 40 terecht, met als hoogste positie nummer 23. Daarna kende iedereen Boudewijn de Groot, zou je kunnen zeggen, maar niet alles ging van een leien dakje. In 1967 scoorde hij zijn eerste top-tienhit, 'Welterusten meneer de president' en bereikte 'Het land van Maas en Waal' de hoogste positie. 

Hoe de loopbaan van Boudewijn de Groot verliep, kun je op de voet volgen. Hoe hij dacht te stoppen met het zingen in het Nederlands, maar later de draad toch weer oppakte, bijvoorbeeld. Het zijn boeiende verhalen. 

Van elk nummer vertelt Boudewijn hoe het tot stand gekomen is. Hij wijst op muzikale en tekstuele bijzonderheden en geeft zijn huidige oordeel over de nummers van toen, waarbij hij soms zichzelf niet spaart, maar ook af en toe verrast is door een ouder nummer. Bij elk nummer staat vermeld wanneer het opgenomen is en waar, wat de releasedatum was en wie de auteurs zijn. 

Bij de LP's wordt ook nog vermeld wie de techniek gedaan heeft, de mixage en de mastering. Bovendien krijgen we uitleg over de hoes. 

Vormgeving

Het oeuvreboek is een prachtig boek geworden, dat verbazend is in zijn compleetheid. Bovendien is het prachtig vormgegeven. De pagina's zijn verdeeld in twee kolommen. Voor de meeste nummers is een enkele kolom gereserveerd, maar voor bekendere nummers soms enkele pagina's. De bladspiegel is rustig en overzichtelijk, wat bijzonder prettig leest. 

Het is niet een boek om achter elkaar uit te lezen. Nou ja, het kan wel, zo heb ik het niet gedaan. Ik kreeg het in juni op mijn verjaardag en ik heb er steeds een aantal pagina's uit gelezen. Soms zocht ik een nummer op op Spotify of ik keek naar de tekst in bijvoorbeeld een verzamelbundel van Lennaert Nijgh. 

Terug in de tijd

Het terughoren van de nummers en erover lezen verplaatste me ook terug in de tijd. Ook de foto's roepen de tijd waarin de nummers verschenen sterk op. Toen ik op de middelbare school zat, in de derde klas van de mavo, denk ik, draaide onze leraar Nederlands 'Verdronken vlinder'. Naast me zat een jongen die in een multomap teksten van nummers van Boudewijn de Groot en Herman van Veen verzamelde. Ik leerde ook al die nummers kennen en zong ze ook, bijvoorbeeld tijdens het melken. Als het mijn vader te gek werd, maande hij me om door te melken (dat ging in het begin nog met de hand), maar meestal liet hij me maar. 

Het waren de jaren zeventig. 'Jimmy' en 'Ik ben ik' kwamen in de top 40 en iedereen kende 'Het land van Maas en Waal' en 'Welterusten meneer de president' en misschien ook wel 'Als de rook om je hoofd is verdwenen'. 

In 1975 kwam ik op een internaat terecht, op een kamer bij een jongen die cassettebandjes draaide, waaronder een van Boudewijn de Groot. Later ging ik zelf cassettebandjes en LP's kopen. Toen ik voor de klas stond, las ik veel gedichten en liedteksten voor, waaronder teksten van Lennaert Nijgh. Die kende ik op den duur door en door. 

Dat bij het lezen van dit oeuvreboek jeugdsentiment een rol speelde, zal ik niet ontkennen. Vooral in het begin van het boek herkende ik veel. Juist over die nummers wil je graag meer weten en daar komt dit boek aan tegemoet. 

Voor mij onbekend

Maar ik merkte ook hoeveel nummers van Boudewijn de Groot ik niet kende, vooral van het werk van na de jaren zeventig. Van Maalstroom (1984) had ik een cassettbandje en Een nieuwe herfst (1996) kende ik ook. Maar er zijn ook albums waar ik maar een vaag beeld van had, zoals Het eiland in de verte (2004). 

En dan natuurlijk nog alles wat hij samen met Henny Vrienten en George Kooymans uitbracht als een van de Vreemde Kostgangers. Daar viel voor mij nog veel aan te ontdekken. Er zit veel moois tussen. 

Wat ik ook niet wist: hoe belangrijk Boudewijn als producer is geweest en hoeveel moois dat opgeleverd heeft. 

Boudewijn de Groot oeuvreboek is een boek waar je lang mee kunt doen. Niet alleen omdat het zo'n dik boek is, maar omdat je altijd stukjes kunt herlezen, bijvoorbeeld als je een album gaat beluisteren (ik zeg nog altijd 'draaien'). Boudewijn de Groot is intussen tachtig jaar en hij treedt niet meer op. In dit boek is zijn oeuvre prachtig geboekstaafd. Een mooi boek over een mooi oeuvre. 

Naschrift: Frans Brinkman maakte me erop attent dat we al in de vierde klas zaten, toen onze docent ons 'Verdronken vlinder' liet horen.