Posts tonen met het label Uitgeverij L. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Uitgeverij L. Alle posts tonen

dinsdag 6 oktober 2026

Storm integraal: De kronieken van Pandarve 5 (Martin Lodewijk / Don Lawrence)

Voor het gevoel van sommigen is Storm er altijd al geweest. Toen ik over een van de albums van de serie schreef, reageerde iemand op LinkedIn: bestaat die serie nog? Het was blijkbaar iets uit zijn jeugd, dat gewoon doorgegaan was, zonder dat hij het in de gaten had. 

Storm bestaat inderdaad al lang. Het eerste album verscheen in 1978. Later zijn de vroege albums ingedeeld in een reeks: De kronieken van de diepe wereld. Daarna verschenen er nog meer reeksen, die allemaal 'Kronieken' in de titel hadden: Het waren de Kronieken van: Pandarve, de Buitenring, de Tussentijd, Roodhaar. Eerlijk gezegd heb ik moeten spieken op Wikipedia, want ik had dat niet meer keurig geordend in mijn hoofd. In totaal verschenen zo'n vijftig albums in een kleine vijftig jaar. Dat is niet niks. 

In de loop der jaren hebben verschillende scenaristen en tekenaars de strip gemaakt, maar twee namen die je bij de serie al snel te binnen schieten zijn Don Lawrence en Martin Lodewijk. Zoals bij elke strip die wat voorstelt, worden de albums na verloop van tijd gebundeld in een integrale uitgave en het deel dat mij onlangs toegestuurd werd, bevat drie verhalen van uitgerekend dit tweetal. Heerlijk dus. Het betreft de bundeling van de verhalen De doder van Eriban (1985), De honden van Marduk (1985) en De levende planeet (1986). Het waren de albums 13 tot en met 15, behorend tot de Kronieken van Pandarve. 

Dossier

Bij zo'n integrale uitgave is het niet alleen fijn om drie albums achter elkaar te lezen, en dat ook nog in een stevige hardcover, maar er is ook een dossier met achtergrondinformatie bij. Meestal, tenminste. Dat dossier is deze keer uitstekend verzorgd. De heldere tekst is van Rob van Bavel en die wijst op veel dingen die mij onbekend waren. Bijvoorbeeld op de cameo's die in de strip verwerkt zijn. Voor de scherpe kijker is bijvoorbeeld Meerten Welleman (tegenwoordig vooral bekend van Het Stripschap) te zien, maar ook Roffa, een personage uit Trigië. Trigo zelf komt overigens ook nog voor, duellerend met Marvelman. 

In De doder van Eriban loopt Storm ineens rond met een hoofdband. Die heeft hij altijd gehouden. In een ander deel draagt Storm een geel shirt met een gekleurde streep over de mouw en daaroverheen een leren bodywarmer. Dat is hetzelfde als wat de acteur Peter Strauss droeg in de film Spacehunter. 

In het dossier staat nog meer interessante informatie. Bijvoorbeeld dat Martin Lodewijk tijdens de publicatie van De doder van Eriban in het blad Eppo vastliep, wat natuurlijk problemen geeft: bij elk nummer van het blad moet het verhaal erin staan. Don Lawrence tekende daarom twee tussenpagina's, die later niet in het album werden opgenomen, maar die je dus nu wel kunt zien. 

Verder vooral veel geweldig materiaal van Don Lawrence: schetsen, posters, covertekeningen - ik vind het allemaal prachtig. Ook nooit gezien: een strip van twee pagina's, op scenario van Peter de Smet (van De Generaal) die gepubliceerd is in de Rijam Strip/Cartoon Agenda '84/'85. 

In het dossier staat nog het een en ander over de Don Lawrence Fanclub en over het atelier van Don, boven zijn garage. Met foto's die daar een goede indruk van geven. 

Veel verhalen van Storm heb ik in afleveringen gelezen in Eppo en dat doe ik nog steeds. Daardoor krijg je minder zicht op het gehele verhaal en een oordeel over hoe sterk dat verhaal is, laat staan hoe het album in de reeks past, krijg je dan al helemaal niet. Je dompelt je gewoon steeds een paar bladzijden lang in de wereld van Storm en dat is al genoeg. In het dossier wordt er met meer afstand naar de reeks gekeken en wordt er scherper gesignaleerd wat in de loop van de albums de ontwikkelingen zijn. 

De kronieken van Pandarve

In De kronieken van Pandarve werd een nieuw personage opgevoerd: de schurk Marduk. Storm en Roodhaar krijgen een nieuwe metgezel, Nomad. In De levende planeet komt Alice (van Alice in Wonderland) voor het eerst voor. Ze blijkt een afspiegeling van de levende planeet. Haar zullen we later nog vaker tegenkomen, maar hier begint dat dus. In De levende planeet zien we trouwens ook nog de Cyperse kat en Marilyn Monroe. 

Voor het geval de inhoud van de verhalen je niet meer zo bijstaat, geef ik die kort weer. In De doder van Eriban treft ons drietal een verlaten schip aan, zwevend door de ruimte. In een sarcofaag blijkt Renter Ka Rauw zich te bevinden. Een jongen, maar ook een doder, die de opdracht heeft gekregen om de koning van Marrow te doden. Natuurlijk komen Storm, Roodhaar en Nomad in de problemen en ze raken verzeild in een bijzondere vorm van gladiatorengevechten, barsaman, waarbij de krijgers op zuilen staan. 

Een leuke nevenlijn is die van de verstekeling Tillo, een jongen die gefascineerd raakt door het schaakspel. Hij introduceert het spel op Marrow en het wordt daar al snel populair. 

In De honden van Marduk speurt Marduk, met zijn bijzondere honden naar Storm, Roodhaar en Nomad. Een van de honden verandert later in een mensachtig wezen. Die transformatie stelde Don Lawrence nog wel voor wat problemen, zoals te zien is aan de schetsen in het dossier. Het drietal komt nog terecht in het riool, dat een enorme aardworm blijkt te zijn. Verder bevinden ze zich op een gegeven moment in een kasteel, dat vol zit met allerlei vallen. Ze redden het wel, natuurlijk. 

Alice

De levende planeet  is een fantasierijk verhaal dat al begint met een aanval door minimensjes. Verder is er een stranding op een rots in een lavazee, een schip dat een complete stad is, de jacht op een enorm wormachtig dier en de poging om het ei van Pandarve te stelen uit het laboratorium van Marduk. Pandarve, in de vorm van Alice, vraagt aan Storm of hij de strijd wil aangaan met haar onderbewuste en daar blijken eieren van Pandarve te groeien. Met een ei keert Storm terug naar het minivolk, dat nog steeds Nomad in gijzeling heeft en zo is het verhaal weer rond. 

Op het laatste plaatje verschijn de Cyperse kat nog even die aan Storm zegt dat ze elkaar ooit weer zullen zien. 

Dit vijfde deel van de integrale uitgave van de albums van Storm laat goed zien wat de meerwaarde is van zo'n bundeling. Niet alleen heb je nu drie albums in een enkele band, maar je krijgt veel extra informatie en illustratiemateriaal in het dossier en krijgt zo een completer beeld van de ontstaansgeschiedenis van de albums en de context waarin ze verschenen. En als je het gelezen hebt, kun je het nog vaak doorbladeren, genietend van de schitterende tekeningen. 

Reeks: Storm integraal
Deel 5: De doder van Eriban, De honden van Marduk, De levende planeet
Scenario: Martin Lodewijk
Tekeningen: Don Lawrence
Tekst dossier: Rob van Bavel
Uitgeverij: Uitgeverij L
2026, 176 blz. € 39,95 (hardcover) € 89,95 (gelimiteerde luxe editie, in linnen gebonden, stofomslag, genummerde en gesigneerde ex libris)


Eerder schreef ik over:


dinsdag 22 september 2026

Berenvel (Ken Broeders)



Ken Broeders is een geweldige striptekenaar. Hij tekent in een realistische stijl, waarbij hij enorm veel sfeer in zijn tekeningen weet te leggen, mede door de manier waarop hij inkleurt. In de gezichtsuitdrukking van zijn personages brengt hij veel nuances aan. Zo'n beetje elke gemoedstoestand kan hij in een portret tot uitdrukking brengen. 

Bovendien schrijft hij zelf zijn scenario's. Eerder besprak ik Driftwereld en Tarare van hem (links vind je onderaan) en nu ga ik het hebben over zijn laatste album, Berenvel. Er komen enkele bekende motieven in terug. 

Ziel verkocht aan de duivel

De eerste is het verkopen van je ziel aan de duivel. We kennen dat uit verschillende teksten. Eerder besprak ik hier de strip Love in vain, over Robert Johnson (1911 - 1938), die geweldig gitaar kon spelen en het verhaal ging dat hij zijn ziel aan de duivel verkocht had. In de Nederlandse literatuur kennen we het sprookje 'Het gestolen hart' van Godfried Bomans: een arme visser verkoopt zijn hart aan de duivel. Na een jaar mag hij het terug hebben, maar intussen is hij zo versteend dat hij dat niet meer wil. Maar hij heeft een kind. 

Uit dat laatste voorbeeld blijkt dat je je ziel wel aan de duivel kunt verkopen, maar dat dat altijd een prijs heeft. Dat is ook zo bij de jonge soldaat, hoofdpersoon in Berenvel. Het verhaal speelt zich in het verleden af. Laten we zeggen: een paar eeuwen geleden. De oorlog is afgelopen en de soldaat moet zelf in zijn onderhoud voorzien. De duivel (in de gedaante van een oud mannetje) belooft hem een beurs die zichzelf zal vullen, maar dan moet de soldaat zeven jaar rondzwerven. Hij mag zich niet wassen en moet gekleed gaan in het kleed dat de duivel hem geeft. Dat blijkt het vel te zijn van de beer die hij zojuist gedood heeft. De soldaat gaat op het aanbod in. 

Zo'n beurs die zichzelf vult, is een motief dat we kennen uit de strips van Douwe Dabbert, wiens knapzak altijd bevat wat hij op dat moment nodig heeft, en ook uit de strip Pol. Daarin is de snavel van de pelikaan Pelle een onuitputtelijk magazijn. 

Een beest?

De soldaat in de strip van Broeders, die al gauw de naam Berenvel krijgt, heeft het niet gemakkelijk. Door zijn uiterlijk en zijn geur moeten mensen weinig van hem hebben en op de meeste plekken waar hij komt, wordt hij weer weggejaagd. Maar er is een enkele jonge vrouw, Lotte, die door het uiterlijk van Berenvel heen kijkt en van hem houdt. Dat is een motief dat we kennen uit bijvoorbeeld Belle en het beest. Haar zuster kijkt daar heel anders naar en ook de controverse tussen twee zussen (de goede en de slechte) kennen we uit verschillende sprookjes, zoals bij Assepoester en haar stiefzusters. 

Berenvel is een mens op wie een vloek rust. De duivel probeert hem ervan te overtuigen dat hij geen mens meer is. Als hij bedreigd wordt, komt soms de beer in hem boven en kan hij zomaar iemand verscheuren. Maar Berenvel houdt vast aan het menselijke in hem en probeert de duivel te weerstaan. Tegen Lotte heeft hij gezegd dat hij terug zal komen en hij wacht op hem. 

Slot

Het verhaal van Berenvel wordt door Broeders rechttoe rechtaan verteld. Het verloop is redelijk eenvoudig, zoals bij een sprookje. Het zou dan ook in de lijn van het sprookje zijn dat de soldaat het volhoudt en uiteindelijk zijn beloning krijgt. Hij rijdt terug naar Lotte en ze leven nog lang en gelukkig. Maar dat is ook een zoet einde en dat wil Broeders voorkomen. Hij trekt aan het slot het verhaal naar de tijd van de lezer. Dat heeft wel iets grappigs, maar ook iets gekunstelds. Het lijkt of Broeders daar zelf niet helemaal uit gekomen is. 

Maar dat zij hem vergeven. Hij heeft met Berenvel weer een intrigerende strip gemaakt. Het verhaal boeit van begin tot eind, niet alleen door de gebeurtenissen, maar ook door de psychologische diepgang. De getormenteerdheid van de hoofdpersoon blijkt uit elke bladzijde. Het verhaal heeft niet alleen rauwe, maar ook lieflijke kanten. Het is ook weer schitterend getekend. Daardoor is het een verhaal waardoor je je lekker mee kunt laten voeren. Je kunt je onderdompelen in de sfeer van enkele eeuwen geleden en in de strijd tussen goed en kwaad, zoals die zo vaak in sprookjes gevoerd wordt, waarbij het goede behoort te winnen. 

Titel: Berenvel
Tekst en tekeningen: Ken Broeders
Uitgeverij: Uitgeverij L
2026, 48 blz. € 24,99 (hardcover)


Eerder schreef ik over ander werk van Ken Broeders:



woensdag 12 augustus 2026

Virl (Dick Matena)

In april overleed Dick Matena (1943 - 1926). De oude leeuw had voor het laatst gebruld en daarna heeft hij het strijdperk van het leven verlaten. Hij laat een gigantisch oeuvre na. Er is bij zijn dood al veel over hem geschreven en dat hoef ik niet over te doen. 

In die overzichten worden steeds zijn verstrippingen van literaire werken genoemd. Enkele ervan heb ik besproken. De links naar die recensies vind je onderaan. Matena gaf de beelden bij de literaire tekst en veel van die teksten liet hij intact. Strikt genomen zou je kunnen zeggen dat hij werken als De avonden en Kort Amerikaans niet verstripte, maar illustreerde. Als de tekeningen het verhaal al vertellen, is er eigenlijk een deel van de tekst overbodig, maar Matena had zoveel respect voor de tekst dat hij die onaangetast wilde laten. 

Daarmee bereikte hij wel dat er een nieuw publiek (de literatuurlezers) strips gingen lezen. In hoeverre ze overstapten naar dat nieuwe medium en of ze na Kees de jongen ook Thorgal of Blueberry gingen lezen, is voor zover ik weet niet onderzocht. 

Virl integraal

Nu heeft uitgeverij L de strip Virl integraal uitgebracht. Je zou kunnen zeggen dat dat aan de late kan is, aangezien Matena het zelf niet meer heeft kunnen meemaken, maar aan de andere kant is het mooi dat deze strip nu beschikbaar is en het is onmiskenbaar een eerbetoon aan Dick Matena. 

Virl behoort tot de science fiction. Dat is nooit mijn eerste keus, maar ik heb mij in het verleden al verschillende keren laten overtuigen door bijvoorbeeld delen van Ravian en Laureline en Luc Orient. 

Toen Matena aan Virl begon, was dat voor hem wel iets nieuws: een realistische tekenstijl. In het dossier voor in de uitgave geeft Jos van Waterschoot (met medewerking van Rob van der Nol) de context bij de strip. 

Matena begon aan de strip in 1977. Het eerste album, Verbanning naar Cion verscheen in 1979, het tweede, Speurtocht naar Terra in 1981. Daarna werd het stil rond Virl, tot Matena die in 2011 toch weer oppakte. In dat jaar en het jaar erna verschenen er korte afleveringen in het stripblad Eppo. Het leverde een derde album op, Het asiel, in 2013. 

Heldere stijl

Virl werd getekend voor Mickey Maandblad, dat gedrukt werd op een kleiner formaat dan het gebruikelijke albumformaat. Het papier was goedkoper en de strip zou in zwartwit worden gepubliceerd. Matena moest op zoek naar een helderder stijl, de stijl waaraan hij uiteindelijk herkenbaar zou blijven. 

Het eerste album bestaat uit zes korte verhalen. Daarbij deed zich een probleem voor. Virl had in de loop van de verhalen een ander uiterlijk gekregen. In de eerste twee verhalen waren zijn haren korter en minder sluik. Bij de losse afleveringen in Mickey Maandblad viel dat niet op, maar in een album is het niet acceptabel. Matena hertekend waar dat nodig is. Bovendien maakte hij kleurvoorbeelden voor de inkleurstudio. Later zou Matena zelf zijn strips inkleuren. 

Matena: 

Ik ben toen zelf gaan kleuren. Alles wat ik in kleur maak, doe ik zelf. Ik had geen zin meer om mijn werk over te leveren aan een inkleurstudio, met mensen die je nooit ziet en die ook helemaal niet blij waren met mijn suggesties. Ik ben altijd mijn eigen kleurideeën gehad, dus waarom zou je het laten doen?

Geregeld komt in het dossier Matena zelf aan het woord. Hij is een goede verteller, dus dat zijn heel aangename passages, waarin je hem zo ongeveer hoort praten. Uitstekende keuze dus. 

Verder is het mooie van het dossier, dat er zoveel materiaal getoond wordt. De hele weg van schets naar uiteindelijke tekening, de kleurvoorbeelden die Matena maakte, de aanpassingen die hij bij het hertekenen aanbracht - het is allemaal smullen voor de stripliefhebber.

Verbannen van Terra

Maar nu de strip zelf. In het begin van het eerste verhaal wordt Virl verbannen van Terra naar de planeet Cion. Degene die het oordeel uitspreekt heeft een hoog voorhoofd en heeft in zijn uiterlijk wel wat weg van Marten Toonder. Maar misschien maak ik dat mijzelf alleen maar wijs. Verder hebben de mensachtige figuren vaak een vrij lang bovenlijf. Zoals in veel sci-fiverhalen is er een merkwaardige mengeling van technologische snufjes en elementen die juist doen denken aan vroegere beschavingen: mensen die in kleding lopen die van dierenhuiden gemaakt is en die op dieren rijden. 

Uiteindelijk zal Virl terugkeren naar Terra, waar hij een vroegere geliefde ontmoet, die al die tijd genoegen genomen heeft met de kloon van de echte Virl, maar die kloon laat zich niet zomaar opzij zetten. Je ziet ook hoe de stijl van Matena zich in de loop der jaren heeft ontwikkeld, wat ervoor zorgt dat het album Het asiel vertrouwd aandoet: typisch Matena. 

De verhalen over Virl zijn best aardig, maar ook niet zoveel meer. Sommige ontwikkelingen waren me 'te veel poespas', te gezocht, en dan raakte ik de aandacht toch een beetje kwijt. Maar de tekeningen blijven altijd boeiend. Matena brengt mooie stileringen aan en de helderheid die hij bereikt, is heel aangenaam. 

Deze integrale uitgave van Virl is misschien niet helemaal in mijn straatje, maar het is zonder meer een mooie uitgave geworden, met een informatief dossier. En het is goed dat het werk van Matena vindbaar blijft. Ik hoop dan ook op meer van deze uitgaven, zodat ik niet alleen De Argonautjes of De teloorgang van oude Knudde, maar ook bijvoorbeeld Dandy of Mozart en Casanova nog eens ter hand kan nemen. 

Titel: Virl (integraal)
Tekst en tekeningen: Dick Matena
Tekst dossier: Jos van Waterschoot (m.m.v. Rob van der Nol)
Redactie: Rob van Bavel
Uitgever: Uitgeverij L
2026, 208 blz. € 39,95 (hardcover)





Eerder schreef ik over ander werk van Dick Matena:

maandag 11 mei 2026

Storm: De nacht van Angul (Rob van Bavel/Romano Molenaar)

In de wirwar van reeksen raak je soms de weg kwijt. Hoe zat het ook alweer met Storm? Het eerste album, De diepe wereld, verscheen in 1978. Later zouden de vroege albums opgenomen worden in de reeks De kronieken van de eerste wereld. Die zou gevolgd worden door De kronieken van Pandarve en een soort tussenreeks, Kronieken van de Buitenring en een van de personages zou haar eigen reeks krijgen: Kronieken van Roodhaar. 

De belangrijkste personages zijn Storm, die van oorsprong van de aarde komt, Roodhaar en Nomad. Die raken elkaar soms kwijt, maar uiteindelijk komen ze altijd weer samen. 

In De kronieken van Pandarve is album 35 verschenen, De nacht van Angul. Het scenario daarvan is geschreven door Rob van Bavel, de tekeningen zijn gemaakt door Romano Molenaar. 

Continuïteit en eigenheid

Bij een album uit een reeks moet de schrijver ervoor zorgen dat aan de ene kant de continuïteit van de reeks gewaarborgd blijft en aan de andere kant dat het verhaal iets eigens heeft, waardoor het niet het zoveelste verhaal uit een serie is. Dat laatste is bij De nacht van Angul goed gelukt. 

Op de eerste pagina's sluit het verhaal aan bij het vorige album, De jagers van Umatopee (link onderaan): Storm is met zijn metgezel Numa op weg in een luchtschip. Hier moeten we die aanduiding zo letterlijk mogelijk nemen: het is een boot die zweeft door de ruimte. Het is een ruimte zoals wij die niet kennen: de druk is gelijk aan wat je lichaam gewend is en er is zuurstof in overvloed. 

Storm en Numa komen aan bij een zwevend stuk vaste grond waarop een groot hotel is gebouwd. Dat is het Arionlafic hotel. Het hotel is van alle gemakken voorzien en de barkeeper zal voor de lezers iets bekends hebben. Storm begint argwaan te krijgen en die is terecht: al gauw blijkt dat je het hotel gemakkelijk betreedt, maar dat je er niet meer wegkomt. 

Hotel California

Ik denk dat iedereen dan denkt aan het nummer Hotel California van Eagles: 'You can check out any time you like, but you can never leave'. Of is dat een associatie die bij mensen van mijn generatie hoort en pikken jongeren dat niet op? Dat Arionlafic een anagram is van California is toch ook wel een heel vette knipoog, lijkt me. 

Net als de vrouw die in de deuropening staat. 'Zij staat daar elke avond naar buiten te staren... Terwijl op de binnenplaats, haar zogenaamde vrienden de hele nacht door dansen...' 

She got a lot of pretty, pretty boysThat she calls friendsHow they danced in the courtyard

zongen Eagles. De barman stelt zich voor als Henley, waarbij de link met Don Henley snel gelegd is. Er wordt ook nog bij verteld dat er geen wijn is ('We haven't had that spirit here since 1969'). 

Dat zorgt ervoor dat je De nacht van Angul op twee manieren leest: als een avontuur van Storm, maar ook als een verbeelding van het nummer Hotel California. Ik denk dat de lezers het leuk vinden om de parallel zelf te ontdekken, al is die overduidelijk. Maar Van Bavel gaat het ook nog uitleggen. Storm laat zien dat Arionflac een letterhusseling is van California en dat het gebouwtje dat ze zien hetzelfde is als het gebouw op de hoes van Hotel California. 

Kill the beast

Nomad en Roodhaar blijken ook in het hotel te zijn. En samen met Numa zullen ze moeten zien hoe ze dit hotel weer verlaten. Ze blijken hun leven namelijk niet zeker te zijn. In de liedtekst staat: 'But they just can't kill the beast'. 

Natuurlijk is het wel de opdracht van Storm, Roodhaar en Nomad om het beest te doden en of dat lukt moet je zelf lezen in het album. 

Hoewel de parallellen met het nummer van Eagles er wat mij betreft te dik op gelegd worden, heb ik wel genoten van De nacht van Angul. Juist dat knipogen naar de liedtekst geeft het verhaal een speelse kant, die heel aangenaam is. Daardoor ook wordt dit album een verhaal dat niet zomaar een deel in een lange reeks wordt. 

Alice

Tegelijkertijd wordt met de De nacht van Angul duidelijk de continuïteit van de reeks onderstreept. Aan het begin sluit het verhaal aan bij het vorige album, waaraan Storm zijn maat Numa te danken heeft, Roodhaar en Nomad komen terug en we zien ook Alice weer, een duidelijke verwijzing naar Alice in Wonderland. Zelfs de Cheshire Cat komt even om de hoek kijken. Alice is al sinds album nummer 15, De levende planeet (1987) de verpersoonlijking van de planeet Pandarve. Ze gaat in De nacht van Angul de strijd aan en het is de vraag of zij het overleeft. 

Ook dit album is weer getekend door Romano Molenaar, die dat gemiddeld genomen goed doet. Hier en daar zou een beweging net wat vloeiender kunnen of verhoudingen net iets beter, maar eigenlijk voeren de tekeningen je altijd prettig door het verhaal. 

De nacht van Angul heeft een zekere frisheid, misschien juist wel door het speelse element. In ieder geval onderstreept het album dat de reeks Storm nog altijd genoeg leven in zich heeft. 

Reeks: Storm, De kronieken van Pandarve
Deel 35: De nacht van Angul
Scenario: Rob van Bavel
Tekeningen: Romano Molenaar
Uitgeverij: L
2025, 48 blz. € 10,95 (softcover)

Eerder schreef ik over"
De kronieken van Pandarve

Kronieken van Roodhaar:


vrijdag 16 januari 2026

De blauwe nevels van Amsterdam (Bruno de Roover / Przemyslaw Klosin)

Ook wie nog nooit een boek over Sherlock Holmes gelezen heeft, kent zijn wereld. Daar zorgen de films en series wel voor. Als ik mag vertrouwen op Wikipedia is Holmes de meest verfilmde fictieve figuur en zouden er meer dan tweehonderd films over hem zijn. En hij is de hoofdpersoon in verschillende strips. Nog onlangs besprak ik Sherlock Holmes vs Arsène Lupin en Bart van der Steen schreef een mooi artikel op 9e Kunst, waarin de Holmeswereld nog veel verder wordt uitgediept. 

Bij Uitgeverij L verscheen De blauwe nevels van Amsterdam, geschreven door Bruno de Roover en getekend door Przemyslaw Klosin. De kern van detectivestrips is dat de speurder wordt geconfronteerd met een probleem dat hij moet oplossen. Dat probleem moet werkelijk lastig zijn en de oplossing moet vaak gefrustreerd worden totdat je gaat denken dat dit misschien net te hoog gegrepen is voor de held, die aan het eind natuurlijk toch triomfeert. 

Holmes als moordenaar?

Dat heeft De Roover in deze strip goed voor elkaar. Sherlock Holmes wordt aangetroffen bij het lichaam van een vrouw, Daisy Tuppence, dat overdekt is met bloed. Zo vindt dr. Watson hem. Hij zegt aan de inspecteur alle medewerking toe: 

We móeten hem vinden, inspecteur! Geen enkele misdaad mag ongestraft blijven! Ook al heet de moordenaar Sherlock Holmes!

Watson is gewoonlijk de helper van Holmes, maar als zelfs hij niet meer in de onschuld van Sherlock Holmes gelooft, dan staat Holmes dus helemaal alleen. Hij roept Watson trouwens wel te hulp, maar hij houdt er rekening mee dat die hem ook meteen de politie op het dak zal sturen. 

Amsterdam

Holmes gaat naar Amsterdam, waar de jacht op hem, maar ook de speurtocht van Holmes verder gaat. Er vallen nog meer doden. Op een gegeven moment is het zelfs maar de vraag of Sherlock het overleeft, maar uiteindelijk komt het natuurlijk goed. 

Het verhaal van De blauwe nevels van Amsterdam zit stevig in elkaar en het is bijzonder spannend. Het is geen album om half te lezen en later de tweede helft tot je te nemen - als je eraan begint, lees je het uit. Dat het zich voor een deel in Amsterdam afspeelt, geeft het een extra charme. De bouw van het Rijksmuseum is bijvoorbeeld voltooid in 1885 en het eerste verhaal over Sherlock Holmes verschijnt in 1887. Het Amsterdam uit die tijd en Sherlock Holmes matchen goed met elkaar. 

Tekeningen

Klosin heeft dit soort decors goed gebruikt, zonder dat ze al te nadrukkelijk worden. Over de tekeningen ben ik toch wel enthousiast: op de titelpagina staat bijvoorbeeld een tekening van Sherlock Holmes op een brug. Karakteristieke kleding, pijp, wat vage achtergrond. Een stemmig plaatje, waarin Holmes goed getekend is als iemand die op zichzelf aangewezen is. De tekening vinden we ook terug op het achterplat. 

Ik vind het ook mooi dat in dit album de held niet bij voorbaat smetteloos is, maar dat hij mogelijk vuile handen heeft gemaakt. En de werkelijke dader is misschien ook niet alleen maar slecht. Of, zoals Watson opmerkt tegen Holmes: 'By Jove! Je hebt bewondering voor hem!' 

Dat alles geeft De blauwe nevels van Amsterdam meer dan de gemiddelde detectivestrip. Het is meer dan de lol van het oplossen van een raadsel. Er staat meer op het spel, het raakt meer aan het duister, het doet meer met de personages, die daardoor meer psychologische diepte krijgen. Prima strip!



vrijdag 19 december 2025

Cor Morelli: Stappenteller (Aloys Oosterwijk)

Hopelijk kent iedereen intussen Cor Morelli, de wat oudere rechercheur die zich stort op zogeheten open dossiers, onopgeloste zaken. Over verschillende van de Morelli-albums heb ik hier al geschreven. Zie de links onderaan. 

Morelli neemt steeds een andere zaak onder handen, ook in het nieuwste album, Stappenteller. Of hij die oplost, is niet helemaal duidelijk, maar de lezer krijgt in ieder geval uitgelegd wat er in werkelijkheid gebeurd is en die ontknoping is altijd verrassend. Er zitten wonderlijke zaken in, zoals een man die te horen krijgt hoeveel stappen hij nog zal zetten in de rest van zijn leven (het titelverhaal) of een vrouw die gered wordt door een politieagent die al overleden is. 

Willems wereld

De verhalen zijn geschreven en getekend door Aloys Oosterwijk. Die ken je uit de krant, van zijn rechtbanktekeningen, van het boek over het Marengoproces of misschien nog van de strip Willems wereld. Die Willem heeft veel weg van Cor Morelli en dat is het onderwerp van 'Dossier Morelli', waarin Morelli wordt geconfronteerd met de strip. 

Dat is erg grappig. Morelli heeft in zijn open dossiers het Openbaar Ministerie voor joker gezet en nu wordt zijn verleden tegen hem gebruikt, wat weer tegen het OM gebruikt kan worden. 

Peter R. de Vries

In het laatste verhaal speelt Peter R. de Vries een rol. Mogelijk heb je het gelezen in de Stripglossy. Het werd gemaakt drie maanden voor de moord op De Vries. In dit verhaal loopt hij nog onbekommerd rond en gelukkig heeft Oosterwijk geen smetteloze held van hem gemaakt. De Vries is ook gewoon een ijdele man die overal commentaar op heeft. Dat is wel verfrissend, na de heiligenverering die er na de dood van De Vries op gang gekomen is. Waarbij ik natuurlijk niets af wil doen aan al zijn verdiensten, maar het is prettig hem ook weer gewoon als mens te zien. 

Wat blijft er hangen als je die dossiers gelezen hebt? In ieder geval heb je dan genoten van verhalen die goed in elkaar gezet zijn, want Oosterwijk kan niet alleen tekenen, maar ook schrijven. 

Natuurlijk zitten we in een bepaalde hoek van het leven: die waar een rechercheur mee te maken krijgt. Maar misschien is dat alleen maar een uitvergroting, een verheviging, van wat in ieders leven speelt. 

Toeval bestaat

Ik moest denken aan de titel van een boek dat niet lang geleden in Nederland uitkwam: Het onwaarschijnlijke kan gebeuren. Het is geschreven door de 104-jarige filosoof en socioloog Edgar Morin. Dat iets onwaarschijnlijk is, is geen argument om het als mogelijkheid van de hand te wijzen, want er gebeuren in het leven heel veel onwaarschijnlijke dingen. Toeval bestaat, een rare samenloop van omstandigheden is niet uitgesloten. 

Dat is ook bij Cor Morelli vaak aan de orde. Een dossier wordt niet opgelost, omdat de gang van zaken niet logisch is, maar bepaald is door toevalligheden of onwaarschijnlijkheden. Daar kunnen we slecht mee uit de voeten. Als je terugkijkt op je leven, zie je over het algemeen een lijn, alsof je deel uitmaakt van een logisch verhaal, terwijl je leven ook heel anders had kunnen verlopen. Met die gedachte speelt bijvoorbeeld de stripreeks Uur U, die verschijnt bij uitgeverij Silvester. Allemaal what-if-history. 

Morelli beseft dat we niet altijd grip hebben op ons leven. Ook wij zijn een speelbal van de omstandigheden. Dat maakt hem overigens niet somber, hoogstens wat peinzend, bij tijden. Je zou kunnen zeggen dat de manier waarop Morelli in het leven staat, haaks staat op de tijdgeest, waarin je altijd verantwoordelijk bent voor je eigen succes, waarin je je eigen leven moet vormgeven en als je faalt is het je eigen schuld. 

Meer dan de werkelijkheid

Met die meritocratie heeft Morelli weinig op. Hij weet als geen ander tot welke gruwelijkheden de medemens (en jijzelf ook natuurlijk) in staat is en hoe bepalend toeval kan zijn. Hij lijkt ook ruimte open te houden voor iets meer dan de werkelijkheid: voor het mysterie, het bovennatuurlijke, dat wat niet met het verstand te beredeneren is. 

Over Morelli kun je nog heel lang filosoferen, naar het belangrijkste is dat Stappenteller gewoon weer een degelijk album is, met verhalen die goed in elkaar gezet zijn en fijn getekend zijn. Leuk voor in de kerstvakantie. Of wanneer dan ook. 

Reeks: Cor Morelli, Open dossiers
Deel: Stappenteller
Tekst en tekeningen: Aloys Oosterwijk
Uitgeverij: L
2025, 48 blz. € 10,95 (softcover)

Eerder schreef ik over:


Oosterwijk stuurde wat mooi materiaal. Nog voor de inkleuring:
zonder lettering:

maandag 1 december 2025

S1ngle: Interventie (Hanco Kolk / Peter de Wit)

De strip S1ngle is toe aan het twintigste deel: Interventie. En dan zijn er ook nog enkele albums buiten de reeks verschenen. Al vijfentwintig jaar mogen we genieten van de grappen rond Nienke, Stella, Fatima en Floor, die in een ziekenhuis werken, waar we ook twee artsen bij naam kennen: dokter Van Swieten en dokter Bernard. 

Die laatste naam kennen anderen misschien nog uit een nummer (1976) van Bonnie St. Claire en Ron Brandsteder en de naam Bernard deed weer erg denken aan dokter Barnard, de arts die wereldberoemd werd doordat hij de eerste was die een harttransplantatie verrichtte. Maar dat terzijde. 

De vier ziekenhuisvrouwen waren er aanvankelijk drie, maar Floor kwam er als vierde bij. Haar naam werd gekozen door de lezers, lees ik op Wikipedia. Dat was mij onbekend. Ik heb verschillende albums van S1ngle gelezen, maar niet alle. Ik verkeerde in de veronderstelling dat ik al eerder over een album had geschreven, maar dat blijkt niet zo te zijn. Onderaan neem ik een lijstje met links op naar albums waarover ik wel geschreven. 

S1ngle wordt getekend door Hanco Kolk en de grappen worden bedacht door hem en Peter de Wit. 

Floor centraal

Voor op dit album zit Floor te midden van haar vriendinnen, die er nogal ontsteld uitzien. Aan het begin van het album wordt Floor geplaagd door dromen waarmee ze het totaal oneens is. Verderop is haar dochter Britt bezig om haar gescheiden ouders weer bij elkaar te brengen. Daar moet Floor het met haar ex Rutger over hebben en dan is het natuurlijk de vraag of dochterlief haar zin krijgt. Hoe dat afloopt, laat ik nog maar even in het midden, maar dat Floor op de cover centraal staat, is begrijpelijk. 

In een gagstrip draait het om de grappen. Het kan zijn dat je daarom moet schateren of moet glimlachen, maar er moet een grap in zitten, een onverwachte wending. De kunst van de stripmakers is om binnen een gegeven setting dit soort grappen te bedenken. Dat deed Toon van Driel bij FC Knudde  met het voetbal ('Tikkie terug, Jaap!') en Jan Kruis bij Jan, Jans en de kinderen binnen de gezinssituatie. 

Bij S1ngle heb je in het ziekenhuis de mensen die contact zoeken met de receptie, de dokters met hun ego's en vooral ook de gesprekken tussen de vriendinnen en wat ze meemaken in hun privésituatie. 

Vitaal

Hoewel Kolk en De Wit de strip al vijfentwintig jaar maken, zit er nog geen sleet op. De strip blijft fris, de grappen zijn goed, de tekeningen van Kolk zijn nog even trefzeker. S1ngle is een vitale strip die nog heel lang meekan. Vaak is er interactie tussen de personages, maar het kan ook voorkomen dat een van hen wat zit te filosoferen in een stoel, een soort rode-katermoment, om maar even in Jan-Kruistermen te spreken. 

Uit alles blijkt dat S1ngle een hedendaagse strip is, die dicht op de tijdgeest zit. Als Floor na een droom die haar niet bevalt zegt dat haar nachtrust gaat cancellen, wordt bijvoorbeeld verwezen naar de cancelcultuur. Verder speelt de smartphone in het leven van alle personages een belangrijke rol, er wordt gejogd (als dat nog zo heet) en gemediteerd op een yogamatje. 

De vrouwen staan centraal en eigenlijk zijn ze, ondanks hun tekortkomingen en eigenaardigheden, superieur aan de mannen om hen heen. Ze hebben onderling zeker momenten dat ze kritisch zijn op elkaar, maar ten diepste blijven ze elkaar steunen en weten ze dat ze terug kunnen vallen op elkaar. Ze tonen hun kwetsbaarheid, maar uiteindelijk blijken ze krachtig, zeker als groep. 

Zoals gezegd: S1ngle kan nog heel lang mee. De strip is te lezen in veel kranten en zal bij veel lezen herkenning oproepen, ook als ze niet in een ziekenhuis werken, niet single zijn en zelfs geen vrouw zijn. Het levensgevoel in de strip zit dicht op het huidige en het is mooi als je dat met een glimlach kunt bezien. 

Reeks: S1ngle
Deel 20: Interventie
Tekst: Hanco Kolk en Peter de Wit
Tekeningen: Hanco Kolk
Inkleuring: Melanie Kranenburg
Uitgever: L
2025, 48 blz. € 10,95 (softcover)
Eerder schreef ik over:

Van Hanco Kolk:

Van Peter de Wit:



vrijdag 31 oktober 2025

Tarare (Ken Broeders)


Mensen eten de gekste dingen. Mogelijk ken je de begrippen coprofagie en onychofagie, die respectievelijk het eten van uitwerpselen en van nagels aanduiden. Maar wat is 'polyfagie'? Dat moest ik opzoeken. Je zou het kunnen uitleggen als vraatzucht, of, in een iets vriendelijker omschrijving: overmatige eetlust. 

Dat laatste klinkt nogal mild, al kun je er flink van last van hebben. Ik las meer informatie op de site van een ziekenhuis, waar polyfagie wordt beschreven als een aandoening waar nog wel wat aan te doen is. Maar er zijn ook extreme gevallen, zo lezen we in de strip Tarare, Het ongelofelijke verhaal van een veelvraat van Ken Broeders. Hij neemt ons mee naar de achttiende eeuw. Tarare eet werkelijk alles: van dode ratten tot levende palingen. Hij treedt ermee op in een soort kermistent, waar mensen uit het publiek zich soms walgend naar buiten moeten spoeden. 

Gebaseerd op de werkelijkheid

Het is een wonderlijk verhaal, maar het is wel gebaseerd op de werkelijkheid. Nou ja, we hebben een enkele bron, de arts Pierre François Percy. Hoe betrouwbaar zijn beschrijving is, zullen we nooit weten. 

Tarare werd waarschijnlijk ongeveer 26 jaar oud. Op zijn lichaam werd autopsie uitgevoerd, waaruit blijkt dat hij hij een abnormaal brede en flexibele slokdarm had. De stank van het dode lichaam was echter zo hevig dat de autopsie vroegtijdig afgebroken moest worden. 

Maar goed, als je een merkwaardige hoofdpersoon hebt, heb je nog geen verhaal, maar gelukkig heeft Broeders ook daar voor gezorgd. Aan het begin van het album ontsnapt Tarare aan de kermisbaas voor wie hij werkt. Hij verstopt zich bij Benjamin en zijn zus. Later neemt Tarare dienst in het leger, waar ook Benjamin weer opduikt, ten gevolge van een tragische geschiedenis. 

Tekeningen

Omdat je wilt weten wat er met de personages gebeurt, blijf je wel doorlezen. En natuurlijk ook door de prachtige tekeningen, die ook nog eens prachtig ingekleurd zijn. Broeders weet geweldige karakterkoppen te tekenen, maar hij is ook een meester in het neerzetten van een setting die de sfeer van het hele verhaal bepaalt, zodat je je onder kunt dompelen in het avontuur. 

Dat heeft zowel luchtige kanten als ronduit tragische, het roept afschuw en genot op en toch houdt het je erbij. Eerder las ik van hem Driftwereld (link onderaan) en dat verraste me al, maar misschien ben ik van dit bijzondere verhaal nog net iets meer onder de indruk. 

Titel: Tarare, Het ongelofelijke verhaal van een veelvraat
Tekst en tekeningen: Ken Broeders
Uitgever: L
2025, 64 blz. € 24,95 (hardcover)

Eerder schreef ik over:
Driftwereld 



vrijdag 11 april 2025

De wouden van Opaal 15: De parabel van de wijze (Arleston / Martino)

Er zijn fantasywerelden die ik nooit betreden heb. Al eerder heb ik uitgelegd hoe sommige genres nooit mijn eerste voorkeur zijn en dat ik er daarom nooit meteen naar grijp. Maar soms komen ze onder mijn aandacht en dan wil ik me er best in verdiepen. Dan blijkt het ook allemaal best leuk te zijn. 

Van De wouden van Opaal is nu deel 15 verschenen, De parabel van de wijzen, maar het is het eerste deel dat ik lees. Nu weet ik wel dat je elk album, als het goed is, ook op zichzelf moet kunnen lezen, maar in zo'n slotdeel komen natuurlijk een stel verhaallijnen samen die in eerdere delen al flink uitgewerkt zijn. Het is een symfonie waarvan je alleen de slotakkoorden hoort. Om De parabel van de wijzen echt te kunnen beoordelen had ik de eerdere delen moeten lezen. 

Personages

Maar dat is dus niet gebeurd. Ik kende zelfs de personages niet, maar gelukkig worden die aan het begin van het album voorgesteld. Het gaat om een drietal: Luksand, een jongleur, die er grotendeels als mens uitziet. Maar hij heeft wel een staart en een geschubde arm. Altaï is een jonge vrouw, die er ook als vrouw uitziet. En dan is er nog Rodombre, de meester-archeoloog. Hij heeft dierlijke trekken: geheel behaard en horens. Zijn gezicht heeft wat weg van een apengezicht. 

Rodombre is op zoek naar de grootste schat aller tijden, de Titaan van het licht. De bezitter daarvan zou een enorme macht krijgen. Altaï is zijn assistente en ook Luksand staat aan zijn kant. 

De wereld waarin het zich afspeelt, is Opaal, dat uit vijf koninkrijken bestaat, dat al een heel verleden heeft. Die geschiedenis wordt voor in het album kort uit de doeken gedaan. Het is duidelijk dat de priesters van het licht, ondanks hun naam, de vertegenwoordigers zijn van de duisternis en dat die tegenover ons drietal staan. 

Amperle

Het kwaad heeft in dit album een gezicht: Amperle, een wezen met het bovenlichaam van een vrouw, het onderlichaam ziet eruit als een spin. Zij zorgt ervoor dat planten en bomen mensen aanvallen en bloed drinken. 

Luksand bezit een magische armband. Daarmee kan hij de demon Ghorg oproepen, een wezen dat het drietal helpt in hun moeilijkheden. En die moeilijkheden zijn er in overvloed, want echte helden moeten veel tegenslagen overwinnen en ze moeten niet alleen sterk zijn, maar ook kwetsbaar: er moet een kans zijn dat ze verliezen. Dat brengt spanning mee. 

Je snapt dat het uiteindelijk uitloopt op een strijd tussen het goed en het kwaad en (dat spoil ik toch maar even) dat het goede uiteindelijk wint. 

Het viel me mee dat het album aardig goed te lezen is als je de reeks verder niet kent. Je hebt niet veel voorkennis uit vorige albums nodig om van dit verhaal te kunnen genieten. 

Setting

De charme van fantasy zit voor een deel in de setting: de wonderlijke wezens, de bouwwerken die afwijken van wat we gewenst zijn, de fantasievolle manier waarop voertuigen worden ingezet, het samenwerken tussen mens en dier, de overweldigende natuur. Ik kan me voorstellen dat het voor sommige lezers al een lust is om zich tijdens het lezen in die wereld te wanen, waar je in het werkelijke leven nooit kunt zijn. Het zal wel een vorm van escapisme zijn en daar is verder niet zo veel mis mee, lijkt me. 

Ook in De parabel van de wijze ben je helemaal in een andere wereld. Die heeft zijn gevaarlijke en enge kanten, maar het is toch vooral aangenaam om er te zijn. Dat heeft voor een deel te maken met de inkleuring, die vaak heel warm is. Verder blijf je vertrouwen op de goede afloop. Er is wel spanning, maar je zit niet echt in over hoe de avonturen uitpakken. En de wereld is mooi geconstrueerd, met leuke details. Er zit veel tekenplezier in De wouden van Opaal. 

Scenario en tekeningen

Het verhaal, een scenario van Arleston, verloopt soepel en houdt tempo. Het is, binnen de grenzen van het genre, zeker aanvaardbaar, zodat je er ook in blijft en niet gestoord wordt door onwaarschijnlijkheden. De tekeningen van Martino passen bij de opgeroepen wereld. Wie op details gaat letten, ziet wel eens iets dat net beter had gekund. Hoe een hand een potlood of een lepel vasthoudt, bijvoorbeeld. Maar dat is ook een beetje muggenzifterij, want over het algemeen deugen de tekeningen zeker. De personen bewegen op een natuurlijke manier en de tekeningen lezen gemakkelijk, zodat je meteen de kern tot je neemt. 

Als er strijd is, is er wel eens wat effectbejag (ook door de inkleuring), maar dat hoort ook wel een beetje bij dit soort strips. 

Liefhebbers van fantasy kunnen hun hart ophalen bij de serie De wouden van opaal, waarvan De parabel van de wijze het slotdeel is. Ik ben niet een uitgesproken liefhebber, maar ik heb me niet verveeld bij het album en ik zie ook wel dat het in zijn genre in een goed album is. Het zal ongetwijfeld zijn weg naar het publiek wel vinden. 

Serie: De wouden van Opaal
Deel 15: De parabel van de wijze
Scenario: Arleston
Tekeningen: Martino
Inkleuring: Vincent
Vertaling: Jeanine Erades
Uitgeverij: L
2025, 64 blz. € 10,95 (softcover), € 22,95 (hardcover)

Eerder schreef ik over 
Hot Tabaaasco! (Ekhö 11)

dinsdag 18 maart 2025

De avonturen van professor Palmboom integraal (Dick Briel)

Ergens op zolder in een doos liggen ze: de albums met de verhalen van Professor Palmboom, geschreven en getekend door Dick Briel. Eerlijk gezegd waren ze een beetje weggezakt in het veen van mijn geheugen, maar toen ik de mooie integrale heruitgave van de verhalen in mijn bus kreeg, maakte mijn hart een sprongetje van vreugde. 

Dick Briel (1950 - 2011) was een stripmaker met een niet zo groot oeuvre, maar wat hij maakte is interessant. Ik heb indertijd zijn Palmboomalbums gekocht en met zeer veel plezier gelezen. In de meeste verhalen hanteert Briel een tekenstijl in de traditie van de klare lijn, zoals Hergé en Edgar P. Jacobs dus. Dat leest al prettig. Maar Briel kon ook nog eens spannende verhalen schrijven. 

Palmboom en Dibbet

Professor Palmboom is de grote held en bij hem is zijn assistent, Thomas Dibbet, naast wie Palmboom extra goed uitkomt. Dibbet is van goede wil en hij presteert ook wel, maar hij is meer van het woord dan van de daad. Altijd stuiten de twee op iets wat vragen oproept en dat gaan ze onverschrokken uitzoeken. De tegenwerking en het gevaar worden vaak alleen maar groter, maar daar laten ze zich niet door tegenhouden. 

Het verhaal dat mij nog het meest bijstond, was het eerste lange verhaal: Het mysterie van de tacho-plant. Het werd eerst in Eppo (1978/1979) gepubliceerd en kwam in 1981 uit als album. Palmboom en Dibbet vinden een man onder de sneeuw, bevangen door de kou. Het blijkt te gaan om de beroemde pianist Rafaël Satini. Wonderlijk is dat er blaadjes en ranken uit hem groeien. 

Palmboom en Dibbet gaan op onderzoek uit en ze worden al gauw gevolgd, dus ze zitten goed. Hoe verder ze komen met hun onderzoek, hoe duidelijker wordt dat niet iedereen blij is met hun naspeuringen. Ze lopen echt gevaar, maar gaan door, totdat alles opgehelderd is. 

Het mysterie van de tacho-plant is een uitstekend verhaal, dat de naam van Dick Briel meteen vestigde. Het kwam uit in negen landen en werd vertaald in zeven talen. Daarvoor had Briel al enkele korte verhalen geschreven ('De hypnotiseur', 1977, en 'De klok', ook in 1977). Die zijn zeker interessant, maar aan het eind wordt de plot steeds heel snel ontrold, alsof Briel het dan alweer zat is. Op de langere baan blijkt Briel de spanning juist langere tijd vast te kunnen houden. 

De roestgranaat

Dat blijkt ook in De roestgranaat (1981, in albumvorm 1982), waarin Eartha Giletto opduikt, met haar opvallende uiterlijk: ze draagt haar haar in drie staarten: twee aan de zijkant en eentje hoog achter. Ze speelt ook een rol in 'Het leger van Phillpotts' (1982). 

In 'De roestgranaat' is er, net als in Het mysterie van de tacho-plant een soort proloog, waarin een voorgeschiedenis wordt geschetst. Deze keer betreft het een uitvinding in de Tweede Wereldoorlog, die begin jaren vijftig weer opduikt. Kunnen Palmboom, Dibbet en Eartha Giletto voorkomen dat de uitvinding in verkeerde handen valt?

Na 'Het leger van Phillpotts' verschijnt nog het korte verhaal 'De vloek van Dr. Horvatt' (1984) en daarna blijft het een tijdje stil rond Dick Briel. Tot hij in 1996 terug is, in Veronica Magazine met London Labyrinth, dat in 1999 in album zal verschijnen. Weer Palmboom en Dibbet, deze keer bijgestaan door een vrouw die Little Dorrit wordt genoemd. De tekenstijl van Briel blijkt intussen veranderd te zijn: minder strak, net wat losser. In het verhaal speelt ook Winston Churchill nog een rolletje. 

Briel blijkt het allemaal nog steeds goed in zijn vingers te hebben. London Labyrinth is een goed verhaal dat ook nog goed getekend is. Het zou het laatste Palmboomverhaal worden dat Briel compleet op papier kreeg. 

Uitgebreid dossier

Dick Briel heeft niet een heel groot oeuvre op zijn naam staan, maar het is interessant en hij heeft er succes mee gehad. Hoe het allemaal gelopen is en wie die Dick Briel nu was, wordt duidelijk in het mooie en uitgebreide dossier dat in deze uitgave is opgenomen. Het beslaat meer dan zeventig pagina's en het bevat foto's, schetsen, varianten, onvoltooide verhalen en veel informatie, verstrekt door mensen die dicht bij hem stonden, zoals zijn partner Paula Mazzola en zijn broer Robert. 

Het is een geweldig dossier geworden. De dit jaar overleden Rob van Eijk is verantwoordelijk voor de tekst, Rob van der Nol voor de grafische vormgeving. Ik heb de albums van Professor Palmboom gelezen, maar eerlijk gezegd wist ik niets van Dick Briel. Maar in het dossier maak je nader kennis met hem en je leest hoe gedreven hij bezig is geweest met zijn werk. Dat in een zinnetje Yves Chaland wordt weggezet als een epigoon (niet door Briel, overigens), neem ik voor lief. 

Ook de uitgave in zijn geheel is prachtig. Uitgeverij L heeft er een kloek boek van gemaakt, van meer dan 250 bladzijden. Mooi uitgegeven, gebonden, niets op aan te merken. 

Titel: Professor Palmboom integraal
Tekst en tekeningen: Dick Briel
Dossier: Rob van Eyck, Rob van der Nol
Uitgeverij: L
2025, 256 blz. € 39,95 (hardcover) € 89,95 (in linnen gebonden, stofomslag, genummerd, met genummerde ex-libris)