Posts tonen met het label Kunst. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Kunst. Alle posts tonen

dinsdag 2 juni 2026

Want ik besta (Jurrian van Dongen / Stien van Kerkckhoven)


Liederen zijn er om gezongen en beluisterd te worden. Maar er zijn in de loop van de eeuwen heel veel liederen gemaakt die we voornamelijk kennen door de tekst, van 'Het lied van heer Halewijn' tot 'Klare, wat heeft er uw hartje verlept'. Liedteksten zijn gebundeld en die bundels werden soms gretig verkocht, bijvoorbeeld het Boertigh, Amoureus en Aendachtigh Groot Lied-Boeck van Gerbrand Adriaansz. Bredero. 

Dat is allemaal wel heel lang geleden, maar ook in de twintigste eeuw werden liedteksten nog veelvuldig gebundeld. Uitgeverij Nijgh en Van Ditmar heeft in de serie Pluche gebundelde liedteksten uitgebracht van onder anderen Lennaert Nijgh, Jules de Corte, Drs. P., Eli Asser en Raymond van het Groenewoud. Daar heb ik vaak uit voorgelezen aan het begin van een les, net als uit bijvoorbeeld Ik zou je het liefste in een doosje willen doen. Oud-leerlingen refereren daar nog wel eens aan. 

Het is dan ook niet zo gek dat nu Want ik besta is verschenen, een bundeling van liedteksten die geschreven zijn voor Het Klokhuis door Jurrian van Dongen. Het Klokhuis heeft, voor zover ik weet, vanaf het begin (1988) liedjes gehad, en altijd geschreven door goede tekstschrijvers, zoals Willem Wilmink en Hans Dorrestijn. Ook die liedteksten zijn indertijd gebundeld. 

Veel van de genoemde bundelingen zijn waarschijnlijk voornamelijk gelezen door volwassenen en soms werd er in de presentatie van de teksten geen onderscheid gemaakt tussen gedichten en liedteksten. Ze zeggen dat de aarde draait (1988) van Willem Wilmink heeft als ondertitel '37 nieuwe gedichten', terwijl je aan de vorm kunt zien dat sommige ervan als lied zijn bedoeld. Wilmink gebruikte vaak drie strofen (coupletten, moet ik eigenlijk zeggen) van zes regels, waarbij de derde en de zesde regel korter zijn dan de andere. Ook het lied waaraan de titel van de bundel ontleend is ('Mijn wetenschap') heeft die vorm. 

Uit Want ik besta leer ik dat bij het Het Klokhuis nog steeds af en toe teksten gegoten worden in een bestaande mal. In de bloemlezing is 'Boeiende groente' opgenomen (over broccoli) en in de aantekening erbij noteert Van Dongen dat er met deze vorm meer dan twintig korte liedjes zijn geschreven. 

Voor kinderen

Aan het eind van de bundel staat bij elke liedtekst een korte aantekening. Deze aantekeningen zijn voor kinderen bedoeld. Soms om de context uit te leggen. Je mag ervan uitgaan dat niet ieder kind weet heeft van Srebrenica en dat je dus moet uitleggen wat daar gebeurd is als een kind het lied 'Meisje in Srebrenica' te lezen krijgt. Er wordt bij een andere tekst ('De ridder met het vastgeroeste harnas') uitgelegd dat het een scèneliedje is, een kort toneelstukje op muziek. 

De hele bundel is bedoeld voor kinderen. Dat merk je niet alleen aan de aantekeningen aan het eind van het boek, maar veel meer nog aan de vormgeving van het boek. Het heeft het formaat van een prentenboek en het heeft ook wel die uitstraling, vooral door de prachtige tekeningen van Stien Van Kerckhoven. Het zijn paginagrote tekeningen en soms beslaan ze twee pagina's. Enkele teksten zijn afgedrukt op een gekleurde achtergrond, zodat ze min of meer in de tekening zijn opgenomen. 

Ziekenhuis

Dat alles zorgt ervoor dat Want ik besta niet alleen een leesboek, maar vooral een kijkboek is. Niet alleen de teksten, maar ook de tekeningen laten je nog even nadenken. In bijvoorbeeld 'Ziekenhuis' gaat het over een vader van wie het kind zich in een ziekenhuis bevindt. In de aantekening is te lezen dat het gaat over het Maxima Centrum, voor kinderen met kanker. Daar zijn gamekamers en hangplekken, en iedereen doet zijn best om het verblijf voor het kind zo fijn mogelijk heeft:

Oké, je hebt een kamer met balkon
Dus je kan veel naar buiten kijken
De kleuren en de gangen doen hun best
Niet op een ziekenhuis te lijken

Een eigen hangplek met de nieuwste games
Al lig je hier niet voor je plezier
Als je toch zo ziek moet zijn
Dan maar hier.

Oké, je noemt het zelf een soort hotel
En alle dokters maken grapjes
Het eten vind je lekkerder dan thuis
Al neem je soms maar kleine hapjes
(...)

Maar het kind is wel ziek en de vader is wanhopig:

(...)
En het hoort niet
Het hoort gewoon niet
Jij hoort hier niet te liggen
ik hoor hier niet zo dom te staan

Met m'n halfzachte beloftes
Van beter worden
En dan weer naar huis toe gaan
(...)

Op de pagina voor de liedtekst is een grote ballon te zien, met een glimlachende zon erop. Ook die ballon doet heel erg zijn best om hoop en optimisme over te brengen en dat wordt na het lezen van de tekst alleen nog maar schrijnender. Het lijkt een eenvoudige tekeningmaar die roept gecompliceerde gevoelens op. 

Want ik besta

De titel van de bundel is ontleend aan de tekst 'Doe gewoon normaal'. Die begint als volgt:

Dat je ons nooit uitzwaait
Als pappa mij komt halen, mam
Weet je wel hoe rot dat voelt?

En pap, dat jij om mamma 
niet naar m'n schooltoneelstuk kwam
Is raar, en ook niet eens voor mij bedoeld.

Doe gewoon normaal
Ik voel me bijna een verrader
Als ik vrolijk bij de één de ander bel
Heel lang getrouwd is niet gelukt
Maar een lieve moeder en een lieve vader
Kan toch nog wel?
(...)
Ik moest daarbij meteen denken aan een tekst van Willem Wilmink. Misschien ook wel doordat de eerste zin met 'Dat' begint. 
Dat ik van mijn vader hou,
doet moeder soms verdriet.
En dat ik van mijn moeder hou,
dat weet mijn vader niet.
Zo draag ik mijn geheimen mee
en loop van hier naar daar.
Nog altijd hou ik van die twee
die hielden van elkaar. 
Bij Wilmink beschrijft het kind vooral de situatie, waarvan het het slachtoffer is. Het kind bij Van Dongen is mondiger. Het spreekt de ouders aan. Het slot:

(...)
Doe gewoon normaal
Doe alsof je niet meer weet
Waarom jullie ooit trouwden
Maar geef elkaar geen duizend trappen na

Er is nog altijd één bewijs
Hoeveel jullie van elkaar hebben gehouden
Want ik besta
Bij Wilmink bladert het kind door het fotoalbum van toen de ouders trouwden, toen alles nog goed was ('Nog niets van de ruzies die komen zouden, / nog niets van de dag dat hij weg zou gaan.') Bij Van Dongen is juist dat gedeelde verleden een grond om op te roepen tot het 'normaal' doen. 

Dat het kind bestaat, dat het een product is van de liefde die er was, doet weer denken aan wat Bette Westera schreef:
Mijn  vader is een lieverd,
mijn moeder is een schat,
maar dat mijn vader ooit iets
met mijn moeder heeft gehad,
dat kan ik niet begrijpen, 
daar kan ik echt niet bij. 
Ze hebben niets, maar dan ook 
niets gemeen, behalve mij. 
Ook bij deze tekst van Van Dongen zijn de tekeningen van Van Kerckhoven weer geweldig. Op de ene pagina een kip en een haan die ruzie maken, zodat de pluisveren in het rond vliegen. Op de andere pagina een lief kuikentje dat je vanuit zijn ooghoeken aankijkt. Het denkt er het zijne of het hare van. 

Dementerend

Over elke tekst is natuurlijk veel te zeggen, maar daarvoor ontbreekt de ruimte. 'Voor ons samen' is gedrukt in een tekening: een oude man, tot halverwege zijn lichaam in het water, op zijn schouders een kleinkind, boven zijn hoofd enkele meeuwen. Je kunt niet goed zien waar het water ophoudt en de lucht begint. De bewolkte lucht zou ook mist kunnen zijn. 

Opa dementeert en kan steeds minder onthouden. Maar de liefdevolle kleindochter zal dan wel zijn geheugen zijn.

(...) 
Soms ben ik bang
Want je wordt vast nooit meer beter
Ook al voel je je niet ziek

Maar dat je vroeger trots en groot en sterk was
En met mij in je moestuin aan het werk was
En alle lieve dingen dingen
Die je ooit tegen me zei
Onthoud ik wel voor ons allebei

En zelfs als je m'n naam straks niet meer weet
Zie ik nog wie je was en wat je deed
Lieve opa, 
Daar kun je op vertrouwen

Ik zal je, tot ik zelf oma wordt, onthouwen
Er zijn intussen veel kinderboeken over grootouders met dementie. Mij schiet meteen Een opa met gaatjes van Wally De Doncker te binnen, maar recenter zijn er ook nog heel wat verschenen. 

Net als in die boeken ligt het perspectief bij het kleinkind. Natuurlijk gaat dit lied over dementie, maar meer nog over de liefde van het kleinkind voor haar opa en hoe ze koestert wat opa voor haar was en is. 

Struisvogel

Voor op het boek staat een jongen op de rug van een struisvogel. In het boek komt nog 'Struisvogels wiegelied' voor, dat meteen doet denken aan 'Stekelvarkentjes wiegelied' van Annie M.G. Schmidt. In de aantekeningen wordt daar ook naar verwezen. 

De moederstruis, zingt een wiegelied voor haar kind: een vogel die niet kan vliegen. Moeder troost het kind en ziet al voor zich hoe het kind, eenmaal volwassen, weer haar kind zal troosten:

(...)
Laat ze lachen, Struisje
Daar raak je aan gewend
En ben je 't moe
M'n schat dan doe je
Of je er niet bent
De lucht is toch al overvol
Antennes, toren en Schiphol
Dat is niks voor jou
Vooruit ga slapen nou

Ooit sta jij stevig en gezond
Met beide benen op de grond
En komt het eens op rennen aan
Dan lach jij in je vuistje
Welterusten, Struisje
Voor op het boek zie je een fiere struisvogel. Daardoor krijgt de titel ook iets zelfverzekerds: 'Ik besta!' 

Twee vaders

Laat ik eindigen met een complete liedtekst: 'Twee vaders'. Ik heb het niet nageteld, maar ik heb de indruk dat Van Dongen meer over vaders en grootvaders schrijft dan over moeders en grootmoeders, maar dat kan ook aan de keuze in deze bundel liggen. 

Twee vaders

Ik heb één vader
Maar eigenlijk zijn het er twee
De één helpt bij m'n huiswerk
Koopt cadeaus en neuriet blij
De ander schreeuwt en drinkt en slaat
M'n moeder en m'n broer
En soms ook mij

Zo vreemd, ik snap er zelf maar weinig van
Dat de handen die me knuffelen en pijn doen
Horen bij dezelfde man

Ik heb één vader
Maar eigenlijk zijn het er twee
En nooit, als ik naar huis ga,
Weet ik wie er op me wacht
De stomme lijkt nooit heel ver weg
Zelfs als de leuke vrolijk naar me lacht

Ik heb één vader
Maar eigenlijk zijn het er twee
Wie zou dat ooit begrijpen?
Hoe hij is, weet ik alleen
Laatst toen de kwade me weer sloeg
Zag ik heel kort 
De lieve er doorheen

Alsof iets in hem zeggen wou:
Ik wil dit niet
Ik hou van jou

En toen hij stil m'n kamer weer verliet
Moest ik huilen omdat ik de rotzak haatte
Maar de lieve vader niet
Want ik besta is een prachtige bundel of moet ik zeggen: een prentenboek van Stien van Kerckhoven met tekst van Jurrian van Dongen?

Voor zover ik weet, heeft Van Dongen intussen al wel heel veel liedteksten geschreven en dan is toch wel een  heel bescheiden keuze. Moet er niet ooit een dikke verzamelbundel komen? Liedjes zijn nogal vluchtig en zeker liedjes voor tv. Het zou toch mooi zijn als we over jaren of eeuwen nog steeds de teksten van Van Dongen, net als die van Bredero, kunnen lezen in zijn Groot Liedboek.

Want ik besta. De mooiste liedteksten uit Het Klokhuis van Jurrian van Dongen met tekeningen van  Stien Van Kerckhoven. Uitg. Blauw gras, 2026; 84 blz. € 18,99 (hardcover)

Twee vaders

dinsdag 9 december 2025

Outs & Ins (Joost Swarte)


Van Joost Swarte kan er niet genoeg uitkomen. Ik heb nog nooit een slechte tekening van hem gezien en zijn werk is zo veelzijdig, dat je het van verschillende kanten kunt bekijken en steeds weer verrassende aspecten kunt ontdekken. 

Bij uitgeverij Scatch kwam Outs & Ins uit, een mooi boek dat de bemoeienis van Swarte met architectuur en vormgeving belicht. Swarte heeft verschillende ontwerpen op zijn naam staan (waarvan de Toneelschuur in Haarlem een van de bekendste is), maar ook in zijn tekeningen is er veel architectuur terug te vinden. 

Een verhaal vertellen

In het boek is een mooie inleiding opgenomen van Mélanie van der Hoorn, 'Een tekenaar als architect'. Ze legt uit wat het 'detailloos ontwerpen' van Swarte inhoudt en waarom het belangrijk is om een tekenaar als Swarte te betrekken bij ontwerpen. Een tekenaar kan namelijk veel beter dan een architect een verhaal vertellen en laten zien hoe mensen een gebouw gebruiken. Daarbij mogen de mensen ook weer niet afleiden van het ontwerp. 

De 'fotorealistische realisaties' die architecten afleveren blijken verre van realistisch. Een tekenaar brengt de werkelijkheid wel in zijn tekeningen. 

Natuurlijk zijn er veel tekeningen van Swarte te vinden, vaak op groot formaat, waarbij de tekeningen zeer gebaat zijn. Ze laten zich zowel op het eerste gezicht goed bekijken als bij een tweede blik, waarbij je naar de details kijkt. 

Ontwerpen

In het tweede deel, 'Outs & Ins Revue' zien we foto's van ontwerpen, ook van meubels, met toelichting van Swarte. Hij vertelt het verhaal van de ontwerpen, waarvan sommige nooit gerealiseerd zijn. Hij deelt ook de tekeningen, zodat je kunt zien voor welke details hij oog heeft gehad en hoe je van tekening naar realisatie komt. 

Ik moet bekennen dat ik niet meer oog voor architectuur heb dan de gemiddelde Nederlander en dat het ontwerpen van meubels ook al niet mijn warmste belangstelling heeft. Mijn vriendin (die dat wel heeft) heeft daar wel eens haar verwondering over uitgesproken. Maar het boek Outs & Ins heeft mij wel helemaal meegenomen. 

Licht

Niet alleen heb ik het boek helemaal gelezen, maar ik heb er ook nog vaak in zitten bladeren om de tekeningen goed te bekijken en dat heb ik niet gedaan uit plichtsgevoel, maar geheel voor mijn eigen lol. En ik heb me natuurlijk weer verbaasd over de ontwerpen van Swarte, die altijd helder zijn en iets lichts hebben, waardoor je je even opgetild voelt. Daarbij kan hij ook nog toegankelijk schrijven. 

Natuurlijk is Outs & Ins een boek voor mensen belangstelling voor architectuur en vormgeving, maar niet alleen voor hen. Als ik er zo van kan genieten, moet een breed publiek dat ook kunnen. Outs & Ins zal zijn weg naar het publiek wel vinden. 

Joost Swarte, Outs & Ins. Uitg. Scratch. 2005, 112 blz. € 30,- (hardcover). Luxe editie (100 genummerde exemplaren, gesigneerde prent, alternatief omslag) € 125,-

Eerder schreef ik over:
Mene Tekel (Nescio)






maandag 28 oktober 2024

Mondriaan, Een betere wereld (Erik de Graaf)

Over Piet Mondriaan (1872 - 1944) is al veel bekend, maar een stripbiografie van hem was er nog niet. Die is er nu wel: Mondriaan, Een betere wereld, getekend geschreven door Erik de Graaf. 

Iedereen heeft wel schilderijen van Mondriaan gezien, in het echt of in reproductie en op sommige voorwerpen (tassen, pennenbakken, noem maar op) is zijn werk verworden tot een motief. Ik heb gewerkt op een school waarin de mondriaankleuren (wit, zwart, rood, blauw, geel) in bijna elke ruimte terugkwamen. Maar wat weet je eigenlijk van hem?

Uit de literatuur ken ik het tijdschrift De Stijl (1917 - 1931), waarin Theo van Doesburg de drijvende figuur was, maar er waren ook anderen bij betrokken wier namen wij nog steeds kennen, zoals Piet Mondriaan, Gerrit Rietveld en J.P. Oud. En ik beluisterde ooit een podcast over Mondriaan, waarvan ik vooral onthield dat hij goed kon dansen. Later las ik dat hij wel van dansen hield, maar er eigenlijk niet goed in was. 

Evenwichtige verhoudingen

De Graaf begint zijn biografie met een proloog, die zich afspeelt in 1919, als Mondriaan in Laren is. Hij woonde in Parijs, maar kon door het uitbreken van WO I niet terug en bleef dus in Nederland. In de proloog vertelt hij dat hij het besluit genomen heeft zijn leven aan de kunst te wijden:

Ik ben ervan overtuigd dat harmonie in kunst zal leiden tot een maatschappij met evenwichtige verhoudingen. Gezondheid en geluk zullen bloeien. Er zal geen oorlog en geweld zijn. Mensen zullen gelukkiger zijn. 

Daarna springt het verhaal over naar 1933, het jaar dat Hitler aan de macht komt. Dat betekent dat het vroege werk van Mondriaan, hoe interessant het ook is, helemaal wordt overgeslagen. De Graaf gaat door met het soort werk waar Mondriaan tot nu toe om bekend zal staan. Ook het conflict met Theo van Doesburg komt daardoor niet ter sprake. Van Doesburg overleed namelijk in 1931. 

Het gaat De Graaf niet alleen om wat er gebeurt in het leven van Mondriaan, maar evenzeer om zijn ideeën en hoe hij die wilde vormgeven in zijn schilderijen. Het is niet de esthetiek die hij nastreeft, maar hij heeft een hoger doel: een betere wereld, een wereld die net zo harmonisch zal zijn als zijn schilderijen.

Parijs - Londen - New York

Wat dat leven betreft: In 1919 keert Mondriaan terug naar Parijs. Hij vertrekt in 1938 naar Groot-Brittannië en vestigt zich in Londen. Als in september 1940 de bombardementen op Londen beginnen, besluit hij te emigreren naar de Verenigde Staten, New York. 

In de Verenigde Staten vernieuwt Mondriaan zich. Hij stapt af van de zwarte lijnen en vervangt die door gekleurde vlakjes. Beroemd is zijn schilderij Victory Boogie Woogie. Het is in 1988 aangekocht door wat toen het Gemeentemuseum Den Haag heette. Toen ik het zag, was ik er natuurlijk van onder de indruk en het verbaasde mij dat het van dichtbij veel minder strak is dan ik verwacht had. Mondriaan stierf op 1 februari 1944 en heeft het schilderij niet kunnen voltooien. 

De Graaf volgt het leven van Mondriaan, waarbij hij aan het begin van een hoofdstukje daar soms even uit stapt om te tonen wat er op het wereldtoneel gebeurt: Hitler aan de macht, de tentoonstelling Entartete Kunst, de Kristallnacht, de inval van de Duitsers in Nederland, bombardementen op Londen, Amerika betrokken bij de oorlog. Op die bladzijden wordt geen andere kleur gebruikt dan grijs dat naar bruin neigt, waardoor ze nog meer de indruk maken van donkere bladzijden in de geschiedenis. 

Af en toe wordt het perspectief verlegd en dan is er iemand aan het woord uit de directe omgeving van Mondriaan, die zijn of haar kant van het verhaal vertelt. Ook op die bladzijden is er geen kleur gebruikt: zwarte lijnen op een grijze ondergrond. Daarna volgen de bladzijden in kleur en dan zit je weer in het verhaal dat verteld wordt met Mondriaan in beeld. 

Gestileerd

Net als in zijn vorige werk (zie link hieronder) heeft De Graaf een gestileerde manier van tekenen toegepast, die wat statisch overkomt, maar dat past juist goed bij het onderwerp. Ook in het werk van Mondriaan zit geen beweging (op zijn laatste werk na). 

Bij sommige tekeningen geeft dat een soort afstandelijkheid. Bij bijvoorbeeld een spread waarin de Kristallnacht staat afgebeeld, is ook de gruwel gestileerd. De beweging blijft buiten het beeld en ook de emotie is klein gehouden. Als er een woord bestaat voor het omgekeerde van effectbejag, dan had ik dat hiervoor moeten gebruiken. 

Tijdens het lezen ervoer ik die afstand niet als hinderlijk. Ook Mondriaan is geen uitbundig mens en het duurt even voor je een beetje tot hem doordringt. Je leeft wel met hem mee, maar vanaf een afstandje. Eigenlijk is dat wel gepast. 

Ook gepast is de heldere manier van vertellen, die past bij zowel de helderheid in het werk van Mondriaan als bij de strakke tekeningen van De Graaf. 

Prachtboek

Mondriaan, Een betere wereld is een prachtige beeldbiografie geworden, waarin we niet alleen het werk van Mondriaan leren kennen, maar vooral ook zijn ideeën, zoals die naar voren komen in zijn werk, maar eigenlijk in alles, tot in de vormgeving van zijn atelier toe. Achterin is een mooi dossier opgenomen met achtergrondinformatie over Mondriaan, zijn werk en de tijd waarin hij leefde. 

Uitgeverij Scratch heeft er een mooi gebonden boek van gemaakt, zoals past bij de status dat een werk als dit spoedig zal verwerven. Het zal in veel eindejaarslijstjes gaan verschijnen. 

Titel: Mondriaan, Een betere wereld
Tekst en tekeningen: Erik de Graaf
Uitgeverij: Scratch Books
2024, 328 blz. € 34,95 (gebonden)

Eerder schreef ik over:

woensdag 15 mei 2024

Willem Witsen (1860 - 1923) Een kunstenaarsportret in brieven (Modderkolk/Vermeulen/Wouthuysen)


Als ik dit schrijf, kan het nog: de expositie over Willem Witsen bezoeken. Die is in Museum Jan Cunen in Oss tot en met 16 juni 2024. Mooie expositie in een prachtig gebouw. Tot voor kort had ik nooit van het museum gehoord en had ik het gebouw nooit gezien. Vreemd. 

Op de expositie veel schilderijen en etsen van Witsen, naast de foto's, waarvan er veel wellicht al bekend zijn. Ooit had ik een boek over de Tachtigers met daarin foto's die door Witsen gemaakt zijn. Ik leende het uit aan een leerling, maar kreeg het niet terug. Dat is aan de ene kant jammer, maar het heeft ook wel iets moois. 

Toen ik de expositie bezocht, kocht ik meteen Willem Witsen (1860 - 1923). Een kunstenaarsportret in brieven, bezorgd door Linda Modderkolk, Odilia Vermeulen en Ester Wouthuysen, een voortreffelijk boek. 

Annotaties

Het boek bevat 141 brieven van en naar Witsen en is rijk geïllustreerd met werken van Witsen en met foto's. De brieven zijn minutieus geannoteerd. Van alle schilderijen en etsen wordt vermeld waar die zich nu bevinden, van halve verwijzingen wordt al uitgezocht waarnaar ze verwijzen, volkomen vergeten personen worden ons voorgesteld en tijdens het lezen krijg je meer en meer het idee dat je je bevindt in de tijd waarin Witsen leefde. 

Al langer had ik zin in de brieven. Arthur Japin schreef de roman Wat stilte wil, over Witsens zus Anna, die uiteindelijk een eind aan haar leven maakte. Die roman wil ik ook wel lezen, maar het leek me goed om eerst meer van Anna's omgeving te weten. Haar dood wordt overigens maar zijdelings in de brieven vermeld. 

Indrukwekkende hoeveelheid

Dat er vroeger nieuwtjes uitgewisseld werden door handgeschreven brieven wist ik wel. Ik heb dat zelf ook nog wel gedaan. Maar dat er zo ontzettend veel geschreven is, was mij niet bekend. Als je een indruk wilt krijgen van de imposante hoeveelheid brieven die er verstuurd werden, zou je op DBNL kunnen kijken. Daar zijn alle tot nu toe bekende brieven van en aan Witsen te vinden. Er zijn jaren bij dat er meer dan honderd brieven door Witsen geschreven en ontvangen werden. 

Sommige brieven zijn alleen in het klad bewaard en van andere weten we dat ze er geweest zijn, omdat een antwoord erop bekend is, maar de oorspronkelijke brief is verloren gegaan of in ieder geval nog niet teruggevonden. Er is dus nog meer (geweest). 

Jacobus van Looy

Jacobus van Looy, door Witsen
In het boek wordt het leven van Witsen verdeeld in vijf perioden. Elke periode wordt ingeleid en daarna volgen de brieven uit die tijd. In de eerste periode zijn er veel brieven van en naar Jacobus van Looy, schrijver en beeldend kunstenaar. Hij werd als schrijver bekend met onder andere het drieluik Jaapje (1917), Jaap (1923) en Jacob (1930). Ik heb ze nooit gelezen, maar ik heb intussen wel Feesten (1903) in huis gehaald. 

Tijdens de briefwisseling is Van Looy nog niet zo bekend als schrijver, maar meer als schilder. Hij heeft de Prix de Rome gewonnen, een aanmoedigingsprijs voor jonge kunstenaars. Twee jaar lang reist hij door Italië en Spanje, een verplicht programma volgend, waarbij hij kopieën van meesterwerken maakt. 

De vriendschap tussen Witsen en Van Looy, verwatert in de loop van de tijd. Zo gaat dat blijkbaar, zou je kunnen zeggen. Maar als Van Looy in De Nieuwe Gids een autobiografisch verhaal publiceert, realiseert Witsen zich hoezeer hij Van Looy gekwetst heeft in een brief. Hij schrijft hem in april 1890.

Ik heb gisterenavond van je zitten lezen in de N.G. Kobus en vannacht heb 'k niet kunnen slapen en heb liggen huilen als 'n kind. Ik weet wel dat ik en niemand met de werkelijkheid die er achter de dingen zit die je schrijft niets noodig heb maar kan ik 't helpen dat 'k vannacht - zoo erg denken moest aan vroeger en terug leefde in dien tijd toen jij zooveel in mijn leven was, - en ik die bazige brieven schreef -  en 'k zag jou - midden in 'n moeielijken strijd alleen - vol en rijk en individueel, sterk in jezelf - nu ja - maar alleen met veel verdriet, bitter-bitter verdriet - en 'k zag mezelf - onbezorgd in de tevreden onbeduidendheid van m'n kleine zijn en 'k kon niet ophouden me te verwijten - te verwijten tot wanhopend worden toe dat 'k zoo dom heb kunnen zijn - en moest huilen, huilen, huilen om jouw verdriet en m'n eigen kleinheid - en dan dacht 'k wat aan die vriendschap die 'k van den beginne af voor je gehad heb. 

De brieven over kunst zijn bijzonder interessant. Je merkt dat de jonge kunstenaars bijzonder goed op de hoogte zijn van de ontwikkelingen in de kunst in Europa. Als er een interessante expositie is in Parijs reist Witsen daarheen en ook alle exposities in Nederland worden bezocht en de werken worden becommentarieerd. 

Kloos en Verwey

Witsen heeft veel contacten in de literaire wereld, met bijvoorbeeld Willem Kloos, Albert Verwey, Frederik van Eeden en Hein Boeken. Veel ontwikkelingen in de personele sfeer maak je in de brieven 'live' mee. Kloos en Verwey hebben een hechte vriendschap, die tot een einde komt als Verwey zich verlooft met Kitty van Vloten, een zus van Betsy van Vloten, met wie Willem Witsen zal trouwen. 

Willem Kloos. foto: Willem Witsen

Kloos is ontdaan over het einde van de vriendschap en trekt voor een tijdje bij Witsen in, die dan in Londen woont. Verwey stuurt zijn bundel Van het leven (1889) naar Witsen, die meldt dat hij hem ontvangen heeft, maar hij heeft de gedichten niet gelezen, op advies van Frederik van Eeden, en hij heeft ze ook niet aan Kloos gegeven. 

Niet doen, Wim! Ik zou 't niet doen. [...] leg die verzen in een kast en doe of ze er niet zijn. Ze zouden Willem's goede stemming vergiftigen en niets goeds uitwerken. [...] Heb je ze zelf gelezen? - Niet? - Wacht er dan vooreerst mee als je kunt. Ik vrees dat je je indruk, die niet aangenaam kan zijn, niet voor Willem zult kunnen verbergen. (Van Eeden aan Witsen, 6 en 7 november 1888)

Maar als Witsen er niet is, laat Hein Boeken de gedichten aan Kloos lezen. Witsen schrijft daarover aan Van Eeden (29 november 1888).

[...] toen 'k binnenkwam zei W. dadelijk heel opgewonden: 'Kijk 's Wim dat moet je zien, lees 't 's voor mijn plezier' en toen heeft hij me 'n paar sonnetten voorgelezen en hier en daar regels laten zien; en hij was zoo vroolijk, en hij vond 't zoo verschrikkelijk slecht, alles rijmelarij, zeid-ie, en zoo jammer van zoo'n groot kunstenaar. Hij las er een van de Christus sonnetten tegenover en begreep maar niet waarom dat boek zóo slecht is. Hij heeft 't heele boek doorgelezen en beurtelings gelachen en gehuild - gelachen om 't belachelijke en 't leelijke; gehuild om 't jammere. Hij is tegenwoordig heel goed en drinkt weinig. 

Echtscheiding

Willem Witsen, Winter te Ede
Het huwelijk van Willem Witsen en Betsy van Vloten houdt uiteindelijk geen stand. Het gezin is verhuisd naar Ede, maar Willem is vaak in Amsterdam. Dat zorgt ervoor dat de twee elkaar schrijven. Boven de kladversie van een van de brieven heeft Betsy later 'voor de fatale onthulling' toegevoegd. Witsen had al een paar jaar een verhouding met een vrouw die verder niet geïdentificeerd is. Door een anonieme brief werd Betsy op de hoogte gesteld. 

Niet alle brieven uit die tijd konden opgenomen worden in deze verzameling, maar degene die er wel in staan, zijn duidelijk genoeg. Bijvoorbeeld dit korte briefje van Witsen (eind februari 1902)

Wat wil je toch met die akelige briefjes en gemeene giftige zinnetjes? Wat wil je daarmeê bereiken als 't niet is dat je wil dat 'k nog meer hekel aan je krijg? Ik weet wel dat je liegt en dat zelf ook wel weet - maar al was 't waar ik zou nooit, - al hadt je niet meer tegen me gezegd dan dàt - 'k zou nooit weer tot je terugkeren. Onthoud dit maar

W.W.

Amerika, oorlog, Nederlands-Indië

In 1915, tijdens de Eerste Wereldoorlog dus, reist Witsen naar de Verenigde Staten. Hij is afgevaardigde van de Nederlandse kunstafdeling op de Wereldtentoonstelling in San Fransisco. Daar is hij verantwoordelijk voor het inrichten van de zalen met werk van Nederlandse eigentijdse schilders en hij wordt benoemd tot lid van de internationale jury. Hij leidt mensen rond en is aanwezig bij bals, diners en recepties. Acht maanden zal hij er blijven. 

De oorlog is op de achtergrond aanwezig. Aan het begin van de overtocht is er bijvoorbeeld het gevaar van mijnen. In 1918 leidt de oorlog tot voedseltekorten, vooral in de grote steden. In april moeten in Den Haag politie en marechaussee optreden om rellen en plunderingen van bakkers- en kruidenierswinkels te beëindigen. Er vallen doden en gewonden. 

Kloos schrijft over de toestand (6 mei 1918) aan Witsen.

Ja, de toestand heeft wel een dreigend karakter aangenomen, vooral hier in den Haag, waar letterlijk hongeroproeren zijn geweest. Omdat in tal van winkels de ruiten zijn ingegooid, soms geregeld een heele straat door, zijn in de hele stad, de winkels met planken geblindeerd. Vleesch is al sinds weken niet meer geregeld te krijgen, en als het er is, krijgt men toch niet meer dan één ons per week voor één persoon. 

 In 1920 reist Witsen naar Nederlands-Indië. Hij zal daar onder andere de Gouverneur-generaal portretteren. 

Heerlijk boek

Het is natuurlijk niet de bedoeling om het hele boek met de briefwisseling van Witsen na te vertellen, als dat al zou kunnen. Maar ik wil wel duidelijk maken dat het een heerlijk boek is, waarin je dicht komt te zitten op de briefschrijvers en op de tijd waarin ze leven. J. van Oudshoorn bijvoorbeeld is nu een schrijver uit het verleden, maar Theo Nieuwenhuis schrijft op 12 april 1915 dat hij Willem Mertens levensspiegel heeft gelezen, 'een merkwaardig boek van een jong schrijver'. 

Een beetje verward soms en niet mooi van taal soms, maar toch, daar tusschendoor stukken zoo mooi als in den laatsten tijd door niemand geschreven. 

Heet van de naald krijgen we zo een lezersreactie. 

Zelfportret

Willem Witsen (1860 - 1923). Een kunstenaarsportret in brieven is een prachtig boek, waar ik lekker lang over gedaan heb: steeds een paar brieven. Verschillende keren zocht ik brieven op die niet in het boek zijn opgenomen, om een nog beter beeld te krijgen. Echt nodig is dat niet, want de bezorgers hebben een mooie keuze gemaakt en verdere noodzakelijke informatie komt terug in de noten. 

Achter in het boek is een handig personenregister opgenomen, waarin van elke persoon kort wordt uitgelegd wie hij of zij is en welke brieven deze persoon genoemd wordt. 

Hup, naar de expositie dus, om te zien dat Witsen prachtig werk getekend, geschilderd en geëtst heeft en daarna genieten van deze mooie verzameling brieven. 


Willem Witsen 1860 - 1923. Een kunstenaarsportret in brieven. Bezorgd door Linda Modderkolk, Odilia Vermeulen en Ester Wouthuysen. Uitg. Verloren, 2023. 308 blz. € 35,-

maandag 25 juli 2022

Biblio + Picto (Joost Swarte)



Over Joost Swarte hoeven we eigenlijk niets meer te zeggen. Of: over Joost Swarte kun je blijven praten. De grootmeester van de klare lijn, maker van prachtige tekeningen, posters, illustraties van boeken, ontwerpen voor glas-in-loodramen, postzegels en pictogrammen. En veel meer, neem ik aan. Altijd direct herkenbaar, altijd goed. 

Bij uitgeverij Scratch is er een mooi boek uitgekomen: Biblio + Picto. Voor in het boek wordt uitgelegd wat we aantreffen:

In deze uitgave ligt het accent op het boek, als object, als levend wezen, en ook als drager van ideeën, die het boek zijn toevertrouwd. 

Aanvullend zie we pictogrammen en silhouetten, bescheiden, betekenisvolle vignetten. Beeldtaal in essentie, ergens tussen een tekening en het alfabet. 

Boekenkast

Het boek opent met 'De boekenkast', acht pagina's met omslagen van boeken waarin Swarte een groot aandeel heeft gehad. De ordening van de boeken (niet alfabetisch, niet chronologisch) is me niet helemaal duidelijk. Bovendien staat er af en toe een losse prent tussen. Altijd mooi, maar de context is me niet helder. 

Hier had ik graag wat meer toelichting gewild en de afbeeldingen hadden van mij ook best wat groter gemogen. Het is speelser dan een geïllustreerde literatuurlijst, maar ik mis die lijst toch. 

De twee delen ('Biblio', 'Picto') worden geopend door een inleiding, van respectievelijk Yasco Horsman en Patrick Gaumer. Best interessant, maar soms wordt er iets verteld over tekeningen die verderop in het boek staan en dan blader ik toch niet door, merk ik. 

Belangrijker zijn de tekeningen en de pictogrammen zelf, altijd met bronvermelding en soms met een korte toelichting. Dat in bescheiden grijs: duidelijk genoeg en toch vooral ruimte gevend aan de tekeningen zelf. 

Pictogrammen

De pictogrammen zijn gedrukt op een ondergrond met een grijsje erin, een goed werkende blauwe letter en boven aan elke pagina twee blauwe cirkeltjes, alsof het gaatjes zijn. Ook de inleiding bij het tweede deel heeft de blauwe letter. Het ziet er werkelijk beeldschoon uit. 

Uit alles blijkt de zorgvuldigheid waarmee het boek is uitgegeven. Op de achterkant loopt de tekst bijvoorbeeld schuin omhoog, parallel aan de richting van de kubussen die staan afgebeeld. Het zijn misschien maar kleinigheden, maar die maken voor mij het boek wel net af. 

Het bekijken van de tekeningen van Swarte geeft uren plezier. Technisch goed, strak getekend en tegelijkertijd wild fantasievol, alsof de stijl de inhoud in bedwang houdt. Heel vaak humoristisch en overal zie je dus boeken. Veel personificaties en metamorfoses en altijd ga je er moeiteloos in mee. 

Hoe langer je naar de tekeningen kijkt, hoe meer je onder de indruk raakt van het knappe ervan: het evenwicht, de helderheid, de inkleuring, het inhoudelijke commentaar. 

Het is mooi dat Biblio + Picto er is, als een deelbibliografie van het werk van Swarte. Hopelijk volgen er nog meer van dit soort delen. Dit geeft een mooi overzicht van het werk en het is tegelijkertijd een expositie ervan. Een boek dat je, frustrerend genoeg en gelukkig maar, nooit uit hebt. 

Joost Swarte, Biblio + Picto. Uitg. Scratch, 112 blz. 30,00 euro (hardcover)

Eerder schreef ik over:
Mene Tekel (Nescio)
Kop en staart (Catherine Lewis)



donderdag 10 december 2020

Podcast: De A.L. Snijderspodcast, In het Rijks

 

De A.L. Snijderspodcast

Het was me tot nu toe ontgaan, maar op zondag leest A.L. Snijders altijd een ZKV (Zeer Kort Verhaal) voor op radio 4 in het programma De ochtend van 4. Op die manier leerde hij presentator Niels Heithuis kennen. 

In het programma kunnen de heren elkaar maar kort spreken. Maar blijkbaar bestond de behoefte aan een wat langer gesprek of zelfs aan een Zeer Lang Gesprek. Dat was iets voor een podcast. En ziedaar: De A.L. Snijderspodcast.

Die podcast bestaat niet uit een gesprek, maar uit verschillende gesprekken, geknipt tot vier afleveringen, in lengte variërend van ruim drie kwartier tot krap een uur. Ze kregen als titels: 'De liefde', 'De jeugd (in Zuid)', 'De wallen' en 'Literatuur.'

Echte gesprekken

Het zijn echte gesprekken. Heithuis is geïnteresseerd in de opvattingen van Snijders en in zijn leven. Hij stelt bepaald geen plichtmatige vragen. En Snijders voelt zich blijkbaar op zijn gemak en antwoordt meestal zonder terughoudendheid. Een enkele keer vindt hij dat iets niet in een podcastaflevering hoeft. 

Heithuis gaat ook op stap met Snijders om te zien waar hij opgegroeid is en hoe die buurt er intussen uitziet. De achtergrondgeluiden die dat oplevert, zorgen voor mooie, levendige audio. Als het stil is om de sprekers, valt wel heel erg op dat twee gesprekspartners hun eigen kanaal hebben, zodat je, als er eentje praat, je maar in één oor geluid hebt. 

Snijders is van 1937 en is dus al op leeftijd. Hij heeft al een heel leven achter de rug en in zijn herinneringen kan hij daar goed op terugblikken. Ik weet weinig van het oude Amsterdam en van de straten waar de beide mannen doorheen lopen, maar ik kreeg wel een beeld en Snijders weet anekdoten levendig te vertellen. 

Het deed me denken aan de mooie podcast Een gehucht in een moeras, waarin Marc Didden door Brussel wandelt. Hij woont daar al zestig jaar en geeft de luisteraar een prachtige rondleiding. De podcast is te beluisteren geweest bij de zender Klara en staat nog steeds online.

De wording van een ZKV

In de aflevering 'Literatuur' wordt er niet alleen gepraat over de boeken en schrijvers die Snijders waardeert, maar maken we ook mee hoe hij aantekeningen omwerkt tot een ZKV. Je krijgt zo heel direct een beeld van zijn manier van werken. 

Natuurlijk is De A.L. Snijderspodcast heel geschikt voor mensen die houden van de ZKV's van deze schrijver. Maar ook voor mensen die van Amsterdam houden of voor mensen die houden van een gesprek met een goede verteller. Ik heb alle afleveringen achter elkaar beluisterd en heb me geen moment verveeld. 

Je vindt de afleveringen op de gebruikelijke plaatsen, maar bijvoorbeeld ook hier.



In het Rijks


De podcast In het Rijks volg ik al een tijdje, maar tot voor kort had ik de website niet bekeken. Vlak voor het tikken van dit stukje deed ik dat wel. Prachtig! Mooie, grote afbeeldingen van de voorwerpen waarover de podcast gaat, zodat je je nog beter een voorstelling kunt maken van het onderwerp van de aflevering.  

Bij het RijksMuseum denken we misschien vooral aan schilderijen, maar de collectie bevat ook duizenden voorwerpen. Vooral die voorwerpen zijn onderwerp van de podcast. Op dit moment loopt er een serie over de zeventiende eeuw, waarbij de tijd steeds belicht wordt met als centrum het voorwerp: een muts van een walvisvaarder, een bloempiramide, een kroon voor een West-Afrikaanse koning. 

In het vorige seizoen is er aandacht besteed aan middeleeuwen en renaissance. Die heb ik nog niet allemaal gehoord, maar wat ik gehoord heb, was heel informatief: over Lucas van Leyden, over de Sint-Elizabethsvloed en over de pleurants, bronzen beelden van het graf van Isabelle van Bourbon. 

Rembrandt

Er is ook nog een serie over Rembrandt. Die moet ik nog gaan beluisteren, maar ik verheug me er nu al op. Verder is er een serie (van vier afleveringen) waarin scholieren op onderzoek gaan in het RijksMuseum. 

Janine Abbring doet de interviews. We weten van Zomergasten dat vragen stellen haar wel is toevertrouwd. Ze is nieuwsgierig naar wat er allemaal te zien en te weten valt en zorgt ervoor dat een conservator helder blijft voor de luisteraar. 

De afleveringen zijn steeds tussen twintig en dertig minuten lang, wat een mooie lengte is voor het even tussendoor beluisteren. Je kunt de podcast volgen als je een brede interesse in de cultuurhistorie hebt, maar het is ook leuk om er gewoon wat onderwerpen uit te pikken die je boeiend lijken. 

maandag 13 april 2020

Podcast: Cokevissers, Van Turner tot Stalin, Opa vertelt

De drie podcasts van deze week: over Urkers die cocaïne vervoeren, over een portret van een jonge vrouw die misschien wel de dochter van de schilder Turner is en over een Arnhemmer in de oorlog. 


Cokevissers

In 2017 wordt er een grote hoeveelheid cocaïne ontdekt in een Urker viskotter. Is dat een incident of bevinden de Urker vissers zich in een web van misdaad? Daarover gaat de podcast Cokevissers.

De podcast is gemaakt door Wouter Laumans, die in de inleiding van elke aflevering zegt dat wij hem misschien kennen van het boek Mocromaffia. Die titel kende ik wel, de auteur niet. De uitgever vindt overigens dat de titel, vreemd genoeg, als twee woorden geschreven mag worden: Mocro Maffia. 

Laumans heeft geen documentaire willen maken. Wel heeft hij zich verdiept in dossiers en wel heeft hij 'off the record' personen gesproken. Daar kan hij natuurlijk niet letterlijk uit citeren en dat is lastig bij een documentaire.

Verhaal

Hij heeft daarom besloten er een verhaal van te maken. Daartoe heeft hij ook fictieve personages toegevoegd. Daarmee is het Cokevissers fictie geworden, gebaseerd op werkelijke gebeurtenissen.

Je zou de podcast een soort hoorspel kunnen noemen, maar zo te horen zijn de stemmen niet ingesproken door professionele acteurs. Veel stemmen klinken niet natuurlijk. Het best is degene die Jelle Hakvoort speelt, mede-eigenaar van de bewuste kotter, die overigens ook wel eens Jelle Hakford wordt genoemd in de serie.

De voice-over is door verschillende mensen gedaan, onder wie ook Laumans, als ik het goed hoor. Dat kan hij eigenlijk niet: te nadrukkelijke en onnatuurlijke accenten. In plaats van de tekst het werk te laten doen is hij duidelijk een tekst aan het neerzetten en dat had hij beter niet kunnen doen.

Clichés

Die tekst wemelt overigens van clichés. Urkers worden 'de trotse bewoners van het eilandje in de Zuiderzee' en ik kwam ook 'niets is minder waar' tegen. Om de Urkers te typeren wordt de Tachtigjarige Oorlog genoemd, met meteen erna de Afscheiding van 1834. Die zou staan voor onafhankelijkheid van de Urkers. Er waren overigens overal in Nederland Afegescheiden gemeenten.

Godsdienst is belangrijk in Urk. Er komt iemand voor die lid is van de Gereformeerde Gemeente. Verderop gaat het over de Gereformeerde Kerk, wat een andere denominatie is. De dominee houdt een donderpreek, maar niet in de bewoordingen die gebruikelijk zijn bij de bevindelijk gereformeerden. Dat de dominee voor bezoekers van de kerkdienst vlak voor aanvang aanspreekbaar is, is ook niet zo aannemelijk.

Journaliste

Een vreemde rol speelt de journaliste met de naam Anna van de Wal (ja, ja, ze is niet van het 'eiland'), die zich voorstelt als 'journalist van de lokale Urker krant'. Dat is niet zo'n pakkende naam voor een krant. Ze komt niet uit Urk. Waarom zou iemand die niet zo bekend is met Urk werken voor de lokale Urker krant? Het lijkt er meer op dat Laumans hier zichzelf, de buitenstaander, opvoert de persoon van een jonge vrouw.

Het grootste bezwaar tegen de podcast is dat er zo weinig lijn zit in het verhaal. Het luistert het lekkerst als je je kunt identificeren met een persoon en met dat personage meeleeft. Ook zou er in het begin een probleem moeten zijn dat je in de loop van het verhaal oplost of dat in de loop van het verhaal ingewikkelder wordt.

Dat is hier niet het geval: Anna is op zoek naar de waarheid, justitie ook en intussen krijg je een beeld van een klein deel van de Urker bevolking en van misdaad elders. Aan het eind weet je zo ongeveer wat met wat verknoopt is, maar de vraag is of je dat allemaal wilde weten.

Slecht acteerwerk

Over justitie gesproken: de vrouw die Hakvoort ondervraagt is een toonbeeld van slecht acteren: een vrouw die een slechte actrice speelt die speelt dat ze iemand ondervraagt. Met bedachte vertragingen in de zinnen, met bedachte stoerheid in de stem en in alles onnatuurlijk. Geen moment heb je het idee dat het een werkelijk mens zou kunnen zijn. Dat is in De Blankenberge Tapes (even naar beneden scrollen op de pagina) beter gedaan.

Er zitten best aardige dingen in de podcast, maar het verhaal was beter geworden als er duidelijker keuzen waren gemaakt en de maker niet 'alles' had willen laten zien. Dat is misschien aardig in een boek waarin je de ruimte hebt, maar niet in een verhaal daar verder moet. Ook het blijven hangen tussen documentaire en hoorspel in doet Cokevissers geen goed.


Van Turner tot Stalin

Podcast is ook een medium voor amateurs. Toch kom ik die nog niet zo heel veel tegen bij gesnuffel naar wat ik eens zou kunnen gaan beluisteren. Maar Van Turner tot Stalin is duidelijk afkomstig van een liefhebber, die enthousiast is over wat hij heeft ontdekt. 

Zijn naam is Ton Soons en de aanleiding is het portret van een jonge vrouw, geschilderd door Louis Buisseret, van wie ik nog nooit gehoord had. Al gauw is duidelijk is de vrouw Laura Turner is. Kan zij de dochter zijn van de beroemde schilder William Turner? Soons heeft het uitgezocht. 

Muziek

Daarover heeft hij het een en ander opgeschreven en dat leest hij voor. Op de achtergrond klinkt muziek, die meestal niets te maken heeft met wat er voorgelezen wordt. Hoe zou het met de rechten zitten? Eigenlijk vind ik dat de rechthebbenden dat maar even door de vingers moeten zien, want Soons heeft duidelijk geen winstoogmerk.

Soons lijkt alles interessant te vinden. Elk zijpad dat hij tegenkomt, slaat hij in. Hij lijkt dan de hoofdroute vergeten en wijst ons enthousiast aan wat hij nu weer allemaal ziet. Voor je het weet zit je bijvoorbeeld in het vrouwenwielrennen.

Grote lijn niet altijd duidelijk

Het gevolg is wel dat de grote lijn niet altijd even duidelijk blijft. Soons noemt de ene naam na de andere en voor je het weet ben je kwijt wie nu ook alweer een kind van wie was of getrouwd met wie.  Tijdens het strijken gaf ik het dan ook maar op om de lijn te volgen en pikte ik gewoon feitjes op die ik op dat moment hoorde. 

Turner en Stalin zijn grote namen. Zij doen er nauwelijks toe in deze podcast. Voor informatie over hen hoef je de podcast niet te beluisteren. Achteraf bezien is me er ook van de rest niet zo heel veel bijgebleven. Wel het enthousiasme van Soons, die met zijn zuidelijke tongval voorleest wat hij allemaal ontdekt heeft. 

Soons moet erg veel tijd gestoken hebben in zijn onderzoek en ik kan me voorstellen dat hij kleine dingetjes boven water heeft gehaald die een andere onderzoeker weer kan gebruiken. Wat de luisteraars er allemaal mee moeten, is me niet zo duidelijk. Maar ik vond het niet vervelend om naar te luisteren. 

Opa vertelt

Er zijn heel wat verhalen over de oorlog en juist in dit jaar krijgen die heel wat aandacht. Een van verhalen is Opa vertelt, waarin Evert Hüsken (1916 - 2000) zijn verhaal vertelt. Wie daar een podcast van gemaakt heeft, is mij niet duidelijk. 

Hüsken heeft zijn verhaal in 1981 ingesproken op een bandrecorder en dat is in vijf delen geknipt (volgens de beschrijving in zes, maar dat zesde lijkt te ontbreken). Je kunt aan het accent horen dat Hüsken uit Arnhem komt. Die stad had aardig wat te verduren in de oorlog en daarover wordt verteld. 

Bijvoeglijke naamwoorden

Hüsken houdt van stoere verhalen. Hij gebruikt veel bijvoeglijke naamwoorden om te laten merken hoe spannend of hoe erg iets was. Dat was niet nodig geweest. Bij een soberder vertelling was de inhoud misschien nog meer overgekomen. 

Van de oorlog heeft Evert heel wat meegekregen: zo werd hij te werk gesteld in Duitsland. Later moest de familie evacueren naar Friesland. 

Een ooggetuigeverslag is altijd informatie uit de eerste hand en dat is voor de identificatie altijd beter dan een algemeen verhaal. Het beeld dat mensen van de oorlog hebben zal er niet heel erg door veranderen, lijkt me, maar je krijgt wel een inkijkje in het leven van iemand. 

Bij het downloaden blijkt dat de afleveringen niet genummerd zijn, waardoor ze in alfabetische volgorde worden afgespeeld. Dat is niet zo handig. 

dinsdag 4 februari 2020

Podcast: Rivierverhalen, Klankcast, Bauhaus




Rivierverhalen 

Wie in de Betuwe geboren en getogen is, heeft weet van de rivieren. De mijne was/is de Waal: mijn vader weidde zijn koeien in de uiterwaarden en mijn grootouders woonden buitendijks. Bij hoogwater moesten we roeien om hun huis te bereiken. Daarover schreef ik hier. 

Een podcast die Rivierverhalen heet, is daarom wel aan mij besteed. De maker is Wim Eikelboom en zijn rivier is de IJssel. Hij heeft nu zes afleveringen gemaakt over die rivier en hij heeft plannen voor meer, ook over andere rivieren. 

De benaming 'verhalen' is goed gekozen, want de mensen met wie hij spreekt, willen graag vertellen. Over hoe ze de rivier in schilderijen proberen te vangen bijvoorbeeld of hoe de bever het doet aan de rand van de rivier. Doordat de verhalen vaak op lokatie zijn, heb je het idee dat je meeloopt tijdens het gesprek. De achtergrondgeluiden helpen daarbij. Bij mij riep het geheel in ieder geval gemakkelijk beelden op.

Een goed zwijger

Eikelboom is zelf enthousiast, betrokken. Dat helpt al om je mee te nemen. Met zijn vragen brengt hij de gasten goed op gang en bovenal is hij een goed zwijger. Mijn opa zei al dat je een knap spreker moet zijn, wil je een zwijger overtreffen. Eikelboom laat zijn gasten uitpraten en is niet bang om een stilte te laten vallen. Die stilte brengt het vertellen vaak weer op gang. 

De verhalen maken ook nieuwsgierig. Toen het ging over de schilder Jan Voerman, heb ik wel even op internet gezocht naar zijn schilderijen. Ik moest daarbij ook meteen denken aan de Waalgezichten van Willem den Ouden. 

De afleveringen van Rivierverhalen zijn niet genummerd en dat is niet zo handig. Als je verschillende afleveringen wilt beluisteren, kan het zijn dat ze niet op volgorde worden afgespeeld. Niet dat het een groot bezwaar is: elke aflevering is afzonderlijk te beluisteren. Maar aan het  eind van een aflevering wordt vaak de volgende al aangekondigd. Dat kan dan een uitzending zijn die je al beluitsterd hebt. 

Ook staat op bijvoorbeeld iTunes niet aangegeven hoe lang elke aflevering is en dat is toch iets wat je graag vooraf wilt weten. Op de site is overigens wel keurig vermeld dat elke aflevering tussen de twintig en veertig minuten duurt. 

De verhalen zijn mooi doorsneden met muziek; de vormgeving is in orde. Regelmatig keert de muziek van Tangarine terug, maar natuurlijk horen we ook Liselore Gerritsen: 'Iedereen heeft zijn rivier en ik, ik heb de IJssel.' En er is poëzie, voorgelezen door Frits Spits. Kader Abdolah heeft al vaak over de IJssel verteld, maar hij doet het ook in deze podcast. Dat had je natuurlijk ook verwacht, maar zijn verhaal blijft fris en zal veel luisteraars aanspreken.

In anderhalve week heb ik de zes afleveringen beluisterd en ik heb me niet verveeld. Probeer eens, zou ik zeggen. 




Klankcast

Er zijn al heel veel podcasts met gesprekken, wat niet wil zeggen dat er te veel zijn. Goede gesprekken zijn altijd het beluisteren waard.

Tijdens het grasduinen stuitte ik op Klankcast, een podcast van het Nederlands Philharmonisch Orkest en het Nederlands Kamerorkest. Botte Jellema, die zelf ook wel wat van klassieke muziek weet, is de podcastmaker.

Jellema zou je kunnen kennen van De eeuw van de amateur, een podcast waarvan ik niet meer zeker weet of ik die ooit gehoord heb. Misschien alleen de eerste aflevering.

Diverse instrumenten

In de loop van de serie komen er bespelers van diverse instrumenten voorbij en het gaat ook steeds over een ander aspect: les krijgen van je moeder (bekeken van zowel de kant van de moeder als van het kind), misselijk zijn van de spanning voor een uitvoering, meedoen aan audities, een inzet missen.

Maar Jellema stelt ook heel simpele vragen als: waar kunnen we jou zien in het orkest als we in de zaal zitten? In alle gesprekken is er een zekere vertrouwdheid, waardoor mensen gemakkelijk vertellen. Dat is duidelijk de verdienste van interviewer. Hij heeft met elke gesprekspartner ook een voorgesprek gevoerd, waarnaar hij soms verwijst.

Klankcast laat ons de levende mensen horen die de instrumenten bespelen, zodat we een volgende keer toch iets anders luisteren (of kijken) naar een uitvoering. Er worden ook luistertips gegeven en over sommige componisten wordt zo lang gepraat, dat je ze toch even gaat opzoeken: Korngold - wat was dat ook alweer voor muziek?

Na het beluisteren van de eerste afleveringen, ben ik doorgegaan. Intussen ben ik gekomen tot en met aflevering acht en die laatste twee ga ik ook nog beluisteren. Je vindt ze hier.



Bauhaus

Vorig jaar was het honderd jaar geleden dat Bauhaus werd opgericht. In verschillende media werd daar aandacht aan geschonken. De Belgische radiozender Klara deed dat met een achtdelige podcast.

Bauhaus was een school voor vormgeving, maar die groeide uit tot een heuse beweging. De oprichting was in 1919, net na de Grote Oorlog. Bauhaus was ervan overtuigd dat je met kunst en vormgeving iets goeds kon doen en misschien wel betere mensen kon voortbrengen. Het gedachtegoed van Bauhaus verspreidde zich vanuit Weimar over een steeds groter gebied in steeds meer disciplines.

In ieder geval moet Walter Gropius genoemd worden, maar ook Hannes Meyer, Ludwig Mies van der Rohe, Henry van der Velde. Bekende docenten zijn Paul Klee en Wassily Kandinsky.

In de achtdelige podcast volgen we Bauhaus in de loop van de tijd. Soms zijn er thematische uitstapjes, bijvoorbeeld over de rol van de vrouwen binnen Bauhaus.

Bauhaus is een degelijke podcast, waarin je goed wordt ingeleid in het onderwerp. Wel een podcast om je aandacht bij te houden, want er komt veel informatie voorbij, die (voor mij althans) nieuw is.

Eerlijk gezegd is het alweer een paar weken geleden dat ik de laatste aflevering beluisterde. Dat heeft ervoor gezorgd dat ik niet meer zeker weet hoe de vormgeving was. Die is mij dus niet zo bijgebleven, maar Klara kennende, neem ik aan dat er muziek tussendoor was. In ieder geval is er voor het onderwerp genoeg ruimte genomen. Ik herinner met vooral de informatie en die was overvloedig aanwezig. 

woensdag 26 juni 2019

De wereld volgens Hein de Kort (deel 1)


Aan het werk van Hein de Kort heb ik ooit moeten wennen. Ter verontschuldiging kan ik aanvoeren dat ik nog jong was en minder bedorven dan nu. Zijn werk verschilt ook nogal van veel andere striptekenaars of cartoonisten.

Het werk van De Kort is zo los getekend, dat het een slordige indruk kan maken. In mijn herinnering keek hij niet op van een inktspat hier of daar, de tekstballonnetjes waren niet strak en de belettering was krachtig, maar de tekst was niet altijd gemakkelijk te lezen.

De personages hadden hun mond vaak zo wijd open, dat ze indruk maakten dat ze schreeuwden en vaak behoorden ze tot de heffe des volks. Die kenmerken zijn nog steeds herkenbaar in het recente werk van De Kort.

Jaarboeken

Een tijdlang verschenen zijn jaarboeken, waarin hij een jaar samenvatte in cartoons. Aangezien hij voor veel verschillende media schreef en vaak dicht op de actualiteit zat, was het ook gemakkelijk om een jaar in beeld te krijgen aan de hand van zijn tekeningen. Maar die reeks stopte.

Gelukkig heeft uitgeverij Sherpa de draad opgepakt en nu is er een dikke bundel: De wereld volgens Hein de Kort, deel 1. Ook nu weer cartoons die refereren aan de actualiteit, afgewisseld met andere cartoons en hier en daar een kunstwerk. Die kunstwerken zeggen me wat minder, maar je kunt er in ieder geval van zeggen dat ze ontregelend zijn.

Humor

De cartoons zijn heerlijk. Schrijven over humor is altijd hachelijk, want als je humor moet uitleggen, werkt het al niet meer. Ik denk dat ik het vooral aangenaam vind dat de personen vaak verliezers zijn: ze worden teleurgesteld, ze lopen vast, ze krijgen klappen. Maar ze gaan het leven onbekommerd tegemoet en lopen enthousiast met hun hoofd tegen de muur.

Inleiding

In zijn inleiding schrijft De Kort dat hij altijd optimist was, maar dat hij nu realist is. Vandaar ook het halfgevulde/halflege bierglas op de omslag. De Kort moet het overigens niet van zijn proza hebben. Niet alleen begint bijna elke zin op een nieuwe regel, wat niet prettig leest - ook de inhoud is niet bepaald puntig of schokkend of opmerkelijk. We hadden het stukje proza kunnen missen. Maar we zullen hem het stukje tekst maar vergeven. Daarna volgen immers heel veel leuke tekeningen.

Die tekeningen zijn meestal in de vertrouwde stijl. In zijn losheid durft De Kort veel. Het regent op een tekening en De Kort arceert zigzaggend met blauw over de hele tekening. Het blijkt uitstekend te werken.

In sommige tekeningen werkt hij met een dunnere lijn die de indruk wekt van meer ingehoudenheid, maar ook hier is de lijn losjes, ondersteund door de inkleuring, die zich niet te strikt houdt aan de lijntjes en een impressionistische indruk maakt.

Het is goed dat de cartoons van De Kort weer beschikbaar zijn. De media waarin ze gepubliceerd zijn, zijn zo vluchtig, dat het prettig is dat ze nu in een boek staan, dat in een kast gezet kan worden. Je zou zeggen dat werk dat refereert aan de actualiteit bij voorbaat een geringe houdbaarheidsduur heeft, maar dat blijkt in dit geval niet te kloppen. Humor is blijkbaar tegen de tijd bestand.

En nu maar uitkijken naar deel twee!
De wereld volgens Hein de Kort, uitgeverij Sherpa, Haarlem 2019. Paperback, 192 blz. Kleur, € 17,50