vrijdag 5 oktober 2018

De eilandenruzie (Jozua Douglas)


Bijna elk jaar lees ik wel een paar kinder- of jeugdboeken. Ik heb hier bijvoorbeeld wel geschreven over boeken van Anna Woltz en Daan Remmerts de Vries, twee auteurs die al heel wat goede boeken op hun naam hebben. En natuurlijk las ik Lampje van Annet Schaap, dat ik hier al uitgebreid geprezen heb. Gouden Griffel dit jaar, zoals iedereen al verwachtte.

Gelezen geschenken

De Kinderboekenweek gaat meestal een beetje aan mij voorbij. Dat realiseerde ik me toen ik de lijst met Kinderboekenweekgeschenken bekeek: de meeste heb ik niet gelezen. De laatste tien jaar las ik alleen het boekje van Dolf Verroen, uit 2016, dat ik overigens erg mooi vond. Verder terug in de tijd las ik Kinderboekenweekgeschenken van Toon Tellegen, Joke van Leeuwen, Thea Beckman en Anke de Vries, die intussen tot schrijvers van klassiekers gerekend kunnen worden.

Bijzonder verrast was ik indertijd (2003) door Het zwanenmeer (maar dan anders), van Francine Oomen. Ik had nooit wat van haar gelezen, maar had toch al een oordeel over haar werk: iemand die serieboeken uitpoept. Onterecht. Wie dat zwanenmeerboekje niet gelezen heeft, mag zich eigenlijk geen oordeel over het werk van Oomen aanmeten.

Eilandenruzie

En dit jaar is Jozua Douglas de schrijver van het Kinderboekenweekgeschenk. Nooit gehoord van deze man, maar hij blijkt een lange lijst boeken op zijn naam te hebben. Het geschenk heet De eilandenruzie en het is geïllustreerd door Elly Hees.

Er zijn twee fictieve landen in Centraal-Amerika, Costa Banana en Costa Kanaria. De beide presidenten, Pablo Fernando en Max Romero, zijn het prototype van alleenheersers: alle macht naar zich toe trekken, gekke wetten uitvaardigen, zichzelf verheerlijken. Pablo heeft twee kinderen (Rosa en Fico) en Max een zoontje (Angelino) en een hond (Generaal Sanchez), die hem later zal opvolgen. Op de Paradijseilanden zullen de presidenten elkaar ontmoeten om een ruzie bij te leggen over enkele onbewoonde eilandjes.

De eilandenruzie volgt het klassieke schema, waarbij de volwassenen niet deugen en de kinderen wel. Eentje lijkt eerst aan de verkeerde kant te staan, maar blijkt mee te vallen en de ene volwassene is net iets slechter dan de andere. Uiteindelijk loopt het allemaal goed af.

Ruzie maken om niks

Dat is weinig verrassend. Wel weet Douglas het boek een zekere spanning mee te geven en er zijn ook wel wat humoristische passages, maar uiteindelijk is dat (voor mij, in ieder geval) niet genoeg. De eilandenruzie gaat over niet veel meer dan dat volwassenen ruzie kunnen maken over niks, of dat ze niet over futiliteiten heen kunnen stappen en dat kinderen gewoon lekker met elkaar kunnen spelen. Dat is geen inzicht waarvan je achteroverslaat.

Qua karakter zijn de personages niet bepaald interessant; het zijn geen figuren die je bijblijven. Misschien hoeft dat ook niet. Het boekje is duidelijk bedoeld als amusement: kinderen zullen het aardig vinden om te lezen en daarna kunnen ze het vergeten.

Achter in het boek staat dat er meer boeken zijn over Rosa en Fico: De gruwelijke generaal, De ongelooflijke Ravi Ravioli en Operatie Pisang. Dat zal ook wel een hele serie worden, waarin de kinderen in elk boek op een probleem stuiten en dat oplossen.

Zouden mijn kinderen tot de doelgroep behoren, dan zou ik ze dit boek niet aanraden. Goed, misschien kun je beter dit lezen dan niets, zoals je ook beter een snack kunt eten dan niet eten, maar waarom zou je Douglas lezen als je ook Anna Woltz, Bibi Dumon Tak, Daan Remmerts de Vries of Toon Tellegen kunt lezen? Nee, dat zou ik ook niet weten.

Naschrift

Reactie van Jozua Douglas op Twitter:

'Maar mijn klanten houden van in oud vet gebakken slappe friet,' sprak de patatboer tot de man van de  Voedsel- en Warenautoriteit. 'Vanochtend nog honderd bakjes friet verkocht. Ik bak voor mijn klanten, niet voor mensen die beoordelen op kwaliteit.'


Jozua Douglas vindt dat volwassenen, en zeker oude mannen, niet mogen oordelen over jeugdliteratuur. Zij behoren immers niet tot doelgroep. Eigenlijk zegt hij daarmee dat hij ook zelf geen oordeel kan vellen over zijn eigen boeken. Ook mannen in zijn leeftijdscategorie, de niet zo oude mannen, behoren immers niet tot het beoogde publiek.

Hierin verschil ik met Douglas van mening. Als volwassenen geen oordeel zouden mogen hebben over kinder- en jeugdliteratuur, zouden we de commissie op moeten heffen die schrijvers vraagt een Kinderboekenweekgeschenk te schrijven, alle recensenten van jeugdliteratuur naar huis moeten sturen, evenals de jury's die de prijzen op het gebied van kinderboeken toekennen.

Iedereen mag lezen wat hij leuk vindt, zoals iedereen maar moet eten wat hij lekker vindt. Maar anderen mogen zich best een oordeel aanmeten over de kwaliteit van het gelezene of van het voedsel en natuurlijk zullen mensen van oordeel verschillen. Als ze elkaar willen overtuigen, moeten ze ingaan op elkaars argumenten.

Kinderen kunnen lachen om mijn boekje, schrijft Douglas. Dat er humor zit in De eilandenruzie staat in mijn recensie. Bovendien schrijf ik dat het boekje waarschijnlijk als amusement bedoeld is en dat kinderen het 'aardig om te lezen' zullen vinden. Dat was mijn punt niet.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten