dinsdag 2 oktober 2018

Verzamelde gedichten (Jan Eijkelboom)



Onlangs stofte ik hier een interview met Jan Eijkelboom af. Het is het verslag van een gesprek dat ik in 2005 met hem had. Drie jaar later zou hij overlijden.

In 2012 werden zijn Verzamelde gedichten uitgegeven. Op 1 maart 2013 recenseerde ik de bundel in het Nederlands Dagblad. Ik lichtte daarbij het gedicht 'Verschijning' eruit, dat ik ook al in het interview ter sprake had gebracht. Ik neem aan dat ik me dat toen niet meer herinnerde.

Ook op Bunt Blogt schreef ik indertijd over de Verzamelde gedichten, met nogal wat kritiek op de bezorger. Blijkbaar schreef ik kort na elkaar zowel daar als in de krant een recensie. Natuurlijk zijn er overlappingen, maar er zijn ook verschillen. Hieronder de recensie uit het Nederlands Dagblad.

Vreemd genoeg schreef ik indertijd niets over het boek als boek. Hert is namelijk prachtig vormgegeven, door Steven van der Gaauw. Ik noem het, applaudisserend, alsnog.


Ik trok geen jas uit, maar een huid

Nederlands Dagblad, 01 maart 2013

Jan Eijkelboom debuteerde als dichter pas laat: hij was al vijftig geweest toen zijn eerste bundel verscheen: Wat blijft komt nooit terug (1979). In de vijfentwintig jaren daarna zouden nog een stuk of tien bundels volgen, waarvan de meeste goed ontvangen werden in de pers. In 2008 overleed hij, op een paar dagen na tweeëntachtig jaar oud. Iedereen kende toen de dichter en zijn werk.

Vijf jaar na zijn dood hebben we alle gedichten van Eijkelboom weer, in één boek. De bezorger is Kees van t Hof. Hij nam alle bundels op, een aantal verspreide gedichten en enkele nagelaten gedichten. De herkomst van de gedichten en de publicatiegeschiedenis van elk gedicht worden keurig verantwoord.

gewone dingen

Het lezen van de gedichten van Eijkelboom is altijd aangenaam. Eijkelboom is een benaderbaar dichter. Zijn gedichten hebben vaak een praattoon, waardoor hij dicht bij je komt. Alsof hij naast je loopt en je wat vertelt. In het gedicht 'Verschijning' (zie hieronder) vertelt hij ons bijvoorbeeld wat hij gedroomd heeft. Hij droomde over zijn vader, die naast hem stond en hem iets wilde vertellen, maar hij kon niet praten, want hij was dood.

En dan komt er een ontroerende formulering: 'Wat hij echter beoogde te zeggen // was dat hij van me hield'. De woorden 'echter' en 'beoogde' zijn formeel; je verwacht ze in een zakelijke brief. De wat plechtige formulering schept afstand en dat juist op het moment dat vader probeert duidelijk te maken dat hij van zijn zoon houdt. Afstand en verbondenheid gaan hier samen. Ook de zoon kan de afstand niet overbruggen.

verbrand

Ook hij heeft geen woorden. Als hij die woorden wel had gehad, had er niets meer tussen vader en zoon in gestaan. Sterker nog: dan was het er nooit geweest. Maar zo is het nu eenmaal niet. Zo'n gedicht gaat dicht op je huid zitten en dat is onmiskenbaar een van de kwaliteiten van het werk van Eijkelboom. Hij zegt in gewone woorden gewone dingen, zo lijkt het. Maar hij zegt het wel heel nauwkeurig en hij observeert scherp. Hoe gewoon zijn poëzie ook lijkt, blijkbaar zijn zijn gedichten bijzonder: ze blijven je bij.

Soms zijn het de zinnen die je bijblijven ('O, dat ik ooit nog eens een vers met o beginnen mocht'), soms zijn het de beelden die je bijblijven, bijvoorbeeld van de man die met een dochtertje op zijn nek gelopen heeft en de volgende dag helemaal verbrand blijkt te zijn: 'De volgende morgen / krimpend van pijn verliefd / in de spiegel gestaard / naar haar twee beentjes / uitgespaard op mijn kreeftrode borst.'

bladwijzer

Eijkelboom kwam uit een godsdienstig nest en dat is aan zijn gedichten te merken. Een bloemlezing uit zijn gedichten noemde hij bijvoorbeeld Tot zover, omdat die woorden op de bladwijzer stonden die vroeger thuis in de Bijbel lag. 'Ik heb dat rare geloof / als een jasje uitgedaan,' dichtte hij in het derde gedicht in de cyclus 'Gedragen kleding'.

In hetzelfde gedicht corrigeert hij zich: 'Ik trok geen jas uit / maar een huid en / moest het voortaan zonder doen.' In zijn gedichten komen vaak zinnen voor die verwijzen naar de Bijbel of naar de berijmde psalmen. Het is jammer dat Kees van t Hof in zijn aantekeningen bijna al die verwijzingen gemist heeft.

geloof

Als Eijkelboom terugblikt op zijn jeugd, hoort daar ook van tijd tot tijd het geloof bij. In het gedicht 'Tussen tong en verhemelte' waant hij zich terug bij zijn grootouders. Het is een gedicht dat bol staat van het geluk. Het eindigt met: 'God weet nog niet / dat hij dood is en heeft alzo de wereld lief.' Natuurlijk zit er ironie in zo'n zin, maar je merkt ook de mildheid waarmee Eijkelboom terugkijkt op het geloof van zijn jeugd.

Enkele jaren was Eijkelboom in wat toen nog Nederlands-Indië heette. Hij schreef erover: 'Ooit was ik soldaat in een oorlog / die nog weet had van een oorlog / die ertoe deed, maar die zelf uitging / van gezeur om rampspoed die geboren / zou worden maar die gewoon uitbleef.' Over wat hij daar meemaakte, publiceerde Eijkelboom de verhalenbundel Het krijgsbedrijf (2000).

dichtbij

Op latere leeftijd moest hij vaker aan die tijd terugdenken, vertelde hij in interviews. Ook in zijn gedichten kwam het geregeld terug, bijvoorbeeld in het fraaie 'Voorval op Java', waarin hij vertelt dat hij met een groep soldaten ligt te wachten;' ik weet niet meer waarop, waarschijnlijk / op wat toen de vijand werd genoemd.' In het donker klinken allerlei geluiden en samen vormen die die nacht een soort koor, waarover de 'ik' niets zegt.

Uit gêne, maar ook omdat hij bang is dat het ophoudt. Zijn jeugd, zijn drankzucht, zijn tijd in Indonesië en veel dagelijkse dingen, veel plaatsen die hij bezocht heeft. Het is allemaal terug te vinden in de gedichten van Eijkelboom. En altijd komt hij dichtbij. Wie geraakt wil worden door gedichten doet er goed aan Eijkelboom te lezen.

Verschijning 
's Nachts stond hij bij me.
Zijn huid had de kleur van reuzel.
Zijn jaeger ondergoed was grijzer

Hij keek mij aan met zijn bleekblauwe ogen.
Hij kon niet spreken want hij was dood.
Wat hij echter beoogde te zeggen

was dat hij van mij hield
maar dat er iets was voorgevallen
wat hem nog altijd niet beviel.

Ik wist wel wat het was
maar had er geen woorden voor.
Het was iets van destijds

en van nog steeds.
Had ik 't hem kunnen zeggen
dan was het er nooit geweest.
Verzamelde gedichten
J. Eijkelboom. Uitg. De Arbeiderspers, Utrecht/Amsterdam/Antwerpen 2013. 612 blz. 39,95

Geen opmerkingen:

Een reactie posten