zondag 30 december 2012

De legende van de heilige drinker



Riekus Waskowsky schreef ooit dat slechts de namen der grote drinkers voortleven. Als dat zo is, dan zal de naam Andreas Kartak voorlopig niet vergeten worden. Andreas is de hoofdpersoon in het verhaal 'De legende van de heilige drinker' van Joseph Roth, ook een groot drinker trouwens.

De Oostenrijkse schrijver Roth dronk zich in 1939 dood en ook Andreas is een stevige drinker. Als het verhaal begint, lijkt hij het beste van zijn leven al achter de rug te hebben: hij is dakloos en leeft in Parijs onder de bruggen van de Seine. Op een dag gebeurt er iets wonderlijks: een heer geeft hem tweehonderd francs. Andreas, een man van eer, wil het geld niet zomaar aannemen, maar de heer verzekert hem dat hij het altijd terug kan betalen, in de kapel Sainte Marie des Batignolles, aan de priester die net de mis opgedragen heeft. Hij is het geld aan niemand schuldig dan aan de kleine heilige Thérèse.

Vanaf dat moment verandert het leven van Andreas. Hij heeft verschillende meevallers, ontmoet mensen uit zijn verleden en zit eigenlijk nooit meer zonder geld. Maar steeds als hij de tweehonder francs terug wil betalen, komt er net iets tussen. Als hij sterft, is de heilige Thérèse bij hem.

De legende van de heilige drinker is nu als boekje uitgebracht, rijk geïllustreerd door Bert Dekker. Alle dialogen zijn in stripvorm weergegeven en verder voegde Dekker nog een aantal tekeningen toe, soms bescheiden van formaat, soms paginagroot.

Dekkers tekeningen zijn in zwart-wit, met gebruik van grijzen. Door de strakke stijl doen ingetogen aan. De emoties worden onderdrukt, wat prima past bij het verhaal van Roth, dat dramatische kanten heeft, maar dat toch zakelijk verteld wordt. 

Verhaal en tekeningen vormen een fraaie combinatie. Omdat je het verhaal wilt volgen, 'lees' je een beetje over de tekeningen heen, maar bij het terugbladeren komen ze voluit tot hun recht. 




dinsdag 25 december 2012

Kronkelpaden van het geheugen



Eerlijk gezegd heb ik van Kristien Hemmerechts lang niet alles gelezen. Een handvol romans, die me goed bevielen; een paar verhalenbundels, die ik misschien nog wel beter vond; het prachtige boekje Taal zonder mij.

Nu ik Wikipedia erbij haal, zie ik dat ik vooral het werk uit de jaren negentig heb gelezen. Ook zie ik dat Taal zonder mij ondergebracht is bij de fictie, wat ik vreemd vind. Van de non-fictie las ik Een jaar als (g)een ander (2004) (dat op Wikipedia zowel bij de fictie als de non-fictie staat) en De dood heeft mij een aanzoek gedaan (2010). Beide boeken vond ik niet overtuigend.

Al een tijdje heb ik de roman Ann (2008) in huis, omdat een leerlinge die op haar lijst zou zetten. Maar van lezen is het niet gekomen.

En nu heb ik Kronkelpaden van het geheugen gelezen. Ook non-fictie. En ik zeg het maar meteen: een mooi boek.

Kronkelpaden is een vlechtsel van verschillende lijnen. De eerste is de dood van de dochter van haar buurvrouw. Mischa was veertig toen ze overleed aan leukemie. Ze had toen twee kinderen. Hemmerechts reconstrueert haar leven en het einde ervan aan de hand van herinneringen en dagboeken van Mischa's naasten. Ook gaat ze haar eigen geheugen na.

Tussendoor herleest ze Het verdriet van België en probeert erachter te komen wat de werkelijkheid is achter Claus' fictie. Ook de oorlogsherinneringen van haar moeder spelen hier doorheen.

Dan zijn er natuurlijk nog haar herinneringen aan haar eigen verleden, met Herman de Conicnk, maar ook aan andere perioden van haar leven. Bijvoorbeeld in de tijd dat haar twee zoontjes overleden.

Bij alles vraagt ze zich af hoe betrouwbaar haar geheugen is. Ze checkt wat ze zich herinnert (of laat bewust de controle na) en merkt elke keer weer dat je je geheugen eigenlijk niet kunt vertrouwen. Ook probeert ze erachter te komen waarom ze zich bepaalde dingen herinnert en waardoor herinneringen geactiveerd worden. Ze ontwikkelt daarvoor een soort formule, die erop neerkomt dat je je vooral die dingen herinnert die emotionele waarde voor je hebben. Die emotionele waarde kan haar oorsprong hebben in de emotionele gebeurtenis, maar kan er ook later aan toegekend worden.

Hemmerechts gaat ver bij het bevragen van mensen in haar omgeving, omdat ze domweg wil weten hoe het nu allemaal zat. Daarbij gaat ze ook ver in het bevragen van zichzelf en ze heeft de moed om de antwoorden die ze vindt ook op te schrijven:
Ik ga iets verschrikkelijks schrijven, iets volstrekt onvergeeflijks Hier komt het: ik vind het ook een klein beetje prettig dat mijn vader dood is. En ik hoop het te mogen meemaken dat ik helemaal geen ouders meer heb. Na al die jaren mét wil ik ook wel eens zonder. Als mezelf. Ongebonden.
Ze hoort de bestraffing al van degenen die dat zullen lezen. Ze zullen haar vragen hoe ze het zou vinden als haar dochter dat zou zeggen.

Tegelijkertijd merkt ze dat ze het soms lastig vindt om aan de biograaf van De Coninck alles te vertellen.
De waarheid zal ook wel zijn dat ik 'iets' voor mezelf wil houden. Datgene wat misschien onbenoembaar is; wat tussen twee mensen bestaat die van elkaar houden en met elkaar botsen en zich aan elkaar schuren en misschien juist daardoor nog meer van elkaar houden; die knarsetanden om het gammele van hun liefde, maar niet kunnen ontkennen dat het liefde is. 

Kronkelpaden van het geheugen is een intrigerend boek. Je volgt de naspeuringen naar het leven en van Mischa en vooral naar het eind van haar leven. Je merkt de betrokkenheid van de schrijfster, maar ze probeert zo reporterend mogelijk te zijn, omdat ze zo dicht mogelijk bij de waarheid wil komen. Juist daardoor grijpt haar portret van Mischa je aan.

Kronkelpaden is een persoonlijk boek, doordat de schrijfster op bijna elke bladzijde zelf aanwezig is: vragen stellend, twijfelend, zichzelf onderzoekend. Ze ontziet zichzelf niet, waardoor het ook een moedig boek is geworden.

Doordat Hemmerechts dicht bij zichzelf blijft, is dit ook een Vlaamser boek dan de vorige boeken die ik van haar gelezen heb. Verschillende keren 'hoor' je bijna het Vlaamse in haar taal. Ze spreekt over 'ne mens' en 'de daver op het lijf hebben'. Meteen daarna schrijft ze dat Nederlanders die uitdrukking niet kennen. Verschillende keren constateert ze het verschil tussen de taal die ze gebruikt en de taal van de Nederlanders, waarbij ze rekening lijkt te houden met een Nederlands lezerspubliek. Ook het taalgebruik draagt bij aan de authenthieke indruk die dit boek maakt.

Ik krijg de neiging om mensen in mijn omgeving te vragen: Hebt ge de nieuwe Hemmerechts gelezen? Schoon dat dat is!

Louis Lehmann overleden (1920 - 2012)


Gisteren bezocht ik nauwelijks het internet. Ik schreef een stukje voor de krant over Dick Matena, deed hetzelfde voor mijn weblog, pakte mijn spullen en verliet het huis. Daar zal ik pas vanavond weerkeren. Vanochtend opende ik mijn laptop om iets te schrijven over Kristien Hemmerechts. Dat moet maar even wachten: Louis Lehmann is overleden. Het is eergisteren gebeurd, gisteren zong het rond op internet.

Of er iets van Lehmann in mijn boekenkast staat, kan ik nu niet nakijken. Meer dan een bundeltje zal het niet zijn en aan dat bundeltje (dat er misschien helemaal niet is) heb ik nauwelijks herinneringen. Ik ken Lehmann van losse gedichten, die ik in bloemlezingen tegenkwam, al was hij tegen bloemlezen. Het eerste citaat dat me bij hem te binnen schiet is in ieder geval 'Gij zult niet bloemlezen'. Mooi door zijn stelligheid, al weet ik helemaal niet in welke context Lehmann de uitspraak deed.

Verder herinner ik mij het marathoninterview dat Wim Noordhoek met hem had in 1990. Ik heb het veel later (een jaar of drie geleden?) gehoord en vond het kostelijk. In de oorlog, vertelt Lehmann, liep hij de kans opgepakt te worden. Bij een controle of een razzia (de juiste context weet ik niet meer), drong hij een willekeurig huis binnen en verstopte zich onder het bed. Hij bleef daar uren liggen. Hij hoorde bijvoorbeeld hoe een kind naar dat bed gebracht werd. Pas in de avond, het kind moet al geslapen hebben, verliet hij het huis. Ik herinner me niet meer of hij de bewoners nog gesproken heeft en heeft uitgelegd wat hij daar deed.

Terwijl hij onder dat bed lag, zei hij in zichzelf klassieke teksten op, in het Grieks, dacht ik. Aarzelend vroeg de interviewer of hij dat deed om zijn angst te bezweren, maar dat was niet zo. Hij deed het omdat hij zich kapot verveelde.

Lehmann was een zeer onderhoudend verteller. Zo'n marathoninterview duurde toen nog vijf uur. In jaren daarna werd dat teruggebracht tot interviews van drie uur. Het gesprek met Lehmann is nog te beluisteren.

Een paar maanden geleden downloadde ik een foto van Lehmann (zie hieronder). Ik noteerde niet waar ik die foto vond. Dat moet terug te vinden zijn. Het ging me ook eigenlijk niet om Lehmann, maar om het plaatje, dat mij aangenaam trof. Ik wilde daarover nog een keer wat schrijven, om erachter te komen, waarom ik die foto 'prettig' vond.

Misschien is het de geit. Mijn opa van moeders kant (opa Ganseman, die wij 'opa Dojewèrt noemden) had een paar geiten, waaronder zo'n witte. Ik herinner het me, al is mijn herinnering misschien wel levend gehouden door een foto die ik van opa heb, met zijn geiten. Het moet slechts een paar jaren voor zijn dood geweest zijn.

In mijn herinnering (ook de foto heb ik niet bij de hand) stond open een beetje voorover gebogen en keek hij op. Misschien dat hij de pin de grond in duwde. Aan die pin stond de geit de hele dag. 's Avonds werd hij naar binnen gehaald, de volgende dag zocht opa een plekje vers gras.

Opa had zijn pet ver achter op zijn hoofd staan, zodat zijn witte haren er voor onderuit kwamen. Ze verwaaiden. Zo heb ik in ieder geval die foto onthouden.

Later had ik zelf een geit, die Hans heette, al was het een vrouwtje. Waarom dat zo was, weet ik niet meer. Het was ook geen witte geit. Maar het was mijn geit en hij hoorde bij mij.

Misschien ook is het de omgeving die de foto laat zien: gras, struiken. Natuur dus. Landelijkheid. De grasvlakten en de boomgaarden uit mijn jeugd, die ergens in mij begraven liggen, worden door zo'n foto opgediept.

Maar het is ook een foto die een wereld toont die voorbij is. De opgerolde mouwen, die ik nooit meer zo zie; de broek, die waarschijnlijk een plusfour is en zo'n broek was van voor mijn tijd; het kapsel.

En misschien toch ook Lehmann, die een jonge man was, hoewel ik me bij hem nooit een jonge man voorstel. Alsof hij altijd al oud was. Maar in het marathoninterview was hij eventjes jong en op deze foto is hij voor eeuwig jong.

Als de naam Lehmann valt, zal ik aan galeien denken, aan 'Gij zult niet bloemlezen', aan een enkel gedicht. Maar ook aan deze foto, waarop hij ons nog lang aan zal kijken. Hij heeft er mooi weer bij. Zijn leven ligt nog voor hem. Er kan nog van alles gebeuren.



(Na weinig googlen kom ik erachter dat ik de foto geplukt heb van de site van Lehmann)

maandag 24 december 2012

Kort Amerikaans (Dick Matena)



















Dick Matena is een striptekenaar die al zo'n beetje alles gedaan heeft. In de literaire wereld werd hij bekend door verstrippingen van boeken van onder anderen Reve, Wolkers en Elsschot, waarbij hij de integrale tekst van het boek handhaafde. Je zou dus kunnen zeggen dat hij het werk rijk, heel rijk, illustreert. Eerder dit jaar schreef ik over Matena's Kees de jongen.

Het project Kort Amerikaans van Wolkers loopt al een tijdje: deel 1 kwam in 2006 uit, deel 2 in 2007 en nu pas het derde en laatste deel. Het eerste deel las ik een paar jaar geleden, deel 2 en 3 heb ik nu gelezen. Het verschil in tekenstijl tussen deze twee delen is opmerkelijk. In vergelijking met het tweede deel zijn de tekeningen van Matena eenvoudiger geworden, meer gestileerd.

Hieronder staat uit elk van de laatste twee delen een bladzijde afgedrukt. In deel 2 (bovenste afbeelding) zie je dat Matena nog elk steentje van de straat of van een huis tekent. In deel 3 (inderdaad: onderste afbeelding) worden de stenen alleen nog maar aangeduid, door arceringen. Bij de inkleuring is Matena iets minder nuances gaan gebruiken.

Die vereenvoudiging was ook al te zien in Kees de jongen en Virl, de sciencefictionstrip die Matena al in een grijs verleden tekende, maar die hij nog niet zo lang geleden weer oppakte. In Kees de jongen gebruikte Matena overigens helemaal geen kleur en in Virl worden praktisch geen kleurnuances gebruikt.

De werking van deel 2 en 3 blijft wel hetzelfde. Matena weet goed de sfeer op te roepen van de oorlogstijd waarin Kort Amerikaans zich afspeelt, zodat je gemakkelijk meeleeft met de hoofdpersoon. Als je het boek van Wolkers leest, maak je zelf de beelden aan, nu wordt je verbeelding geleid. Maar dat is alleen maar prettig. Tenminste wanneer degene die je leidt een goede leidsman is en dat is Matena. Bijna altijd had ik het idee dat zijn beelden klopten en dat Wolkers zijn roman geschreven had over de jongen die ik in de plaatjes rond zag lopen.

Voor wie Kort Amerikaans niet kennen, is de verstripping van Matena een mooie kennismaking. Degenen die het boek al gelezen hebben, zullen het geboeid herlezen en daarbij genieten van de illustraties van Matena.




vrijdag 21 december 2012

Rondom Staal



Het is heerlijk om je te verliezen in een verhaal, zoals je je in een film kunt verliezen: je zit er helemaal in en maakt het allemaal mee. Maar ik hou er ook van als een schrijver je steeds in je arm knijpt en zegt: Het is maar een boek, hoor; een afbeelding van een pijp is de pijp zelf niet.

Koos van Zomeren doet dat met zijn nieuw roman Rondom Staal. Het boek opent met vierenveertig korte verhalen, meestal ruim een bladzijde lang, waarin Van Kempen de hoofdpersoon is. Deze Van Kempen doet zich in elk verhaal anders voor. Hij kan Ellen van Langen zijn, maar ook een kat, een lijder aan gedachteverlies, of iemand met 'reptiliaanse achtergrond'. Ik moest meteen aan de film Zelig van Woody Allen denken, waarin iets soortgelijks gebeurt.

De stukjes zouden geschreven zijn door de schrijver A.A. Staal, die we al tegenkwamen in Die stad, dat jaar. Deze Bert Staal leeft intussen niet meer en deze verhaaltjes over Van Kempen zou hij nagelaten hebben, lezen we in het tweede deel, waarbij Simon Duyzer als schrijver genoemd staat. Duyzer heeft ook iets kameleontisch: hij kan namelijk de stijl van Koos van Zomeren perfect nadoen.

Duyzer heeft, samen met zijn broer, Staal dood aangetroffen. Hij overlegt met De Arbeiderspers over de uitgave van de nagelaten verhalen. In dat tweede deel lopen personages rond die wij kennen uit de werkelijkheid: Peter Nijssen bijvoorbeeld, Lex Jansen, Willem van Toorn. Het lijkt alsof we hier niet met fictie te doen hebben. In het korte derde deel neemt Koos van Zomeren het woord.

Van Zomeren is de schrijver van Rondom Staal, maar hij is evengoed een personage. Zoals ook Van Toorn, Nijssen en Jansen personages zijn geworden. Binnen het boek wordt het ene deel als fictie gepresenteerd en de andere delen als non-fictie, maar dat zijn ze natuurlijk niet. In dit boek zijn er alleen maar gradaties in fictionaliteit. Tegelijkertijd blijft de werkelijkheid er steeds doorheen sijpelen, waardoor
je je steeds af moet vragen in welke (on)werkelijkheid je je als lezer bevindt.

Ik kan mij voorstellen dat er lezers zijn die daar niet van houden en die liever een boek lezen waarin je lekker kunt meeleven en verder niks. Voor hen is dat boek niet geschreven. Maar wie van het spel met feit en fictie houdt, zal genieten van Rondom Staal. 

maandag 17 december 2012

Aan het woord! (regio Arnhem)



Gisteren was de prijsuitreiking van de schrijfwedstrijd Aan het woord! voor de regio Arnhem. Winnares was, net als vorig jaar, Samantha Janssen, met het verhaal Mevrouw Van Dalen wacht. Bovendien sleepte ze met dit verhaal de juryprijs in de wacht.

De jury schreef over het winnende verhaal:
Een vrijwillige verzorgster in een verpleegtehuis krijgt de verantwoordelijkheid over een nieuwe patiënte en verlost haar, na twee maanden voor haar te hebben gezorgd, uit haar lijden.Zo’n indrukwekkende gebeurtenis, het is in feite moord, in zo weinig woorden voor de lezer aannemelijk maken is niet gemakkelijk. Maar in dit verhaal komen de personages tot leven als zou je er net een week mee op vakantie zijn geweest. Plausibele details maken dat je je als lezer goed kan verplaatsen in de situatie. De wanhoop van Mevrouw Van Dalen en de uitzichtloosheid van de situatie wordt duidelijk voelbaar, door onder meer goedgekozen herhalingen.
Het is een verhaal dat je aan het denken zet en waaraan je zeker terug zult denken bij je eerstvolgende bezoek aan een verpleegtehuis.De voorstelbare personages en hun reacties, de kloppende details en de doeltreffende herhalingen maken dat het slot geloofwaardig wordt. De schrijfster beschrijft niet, ze tóónt, en dat zonder één woord te veel. 
Voor de publieksprijs waren nog twee verhalen genomineerd: 'Duet' van Baukje Zijlstra en 'Opgenomen' van Hajo Visscher. Over 'Duet' schreef de jury:

‘Duet’, van Baukje Zijlstra, is een ernstig verhaal: over een dochter die haar vader nog na zijn dood wil leren kennen en over wat er tijdens de politionele acties in Nederlands-Indië is gebeurd. De stemmen van dochter en vader wisselen elkaar af.
Zo’n verhaal kan gemakkelijk zwaar of zelfs larmoyant worden, maar de schrijfster heeft die valkuilen weten te vermijden. Ze heeft de opbouw van het verhaal strak gehouden en haar sobere stijl zorgt voor helderheid. Dat begint al bij de openingszin: ‘Mijn vader is dood’, een kale zin, die precies genoeg zegt.
Tegenover de zwaarte van de overleden vader en de traumatiserende gebeurtenissen in het verleden plaatst Zijlstra de banaliteit van een voetbalwedstrijd. Het verhaal eindigt met een pilsje. En met sluipschoenen, die in deze context bijna huiselijk lijken, terwijl ze ooit onontbeerlijk waren om te overleven.
Tijdens het jury-overleg bleek dat verhaal gemakkelijk associaties oproept met andere voorbeelden van gebeurtenissen in Nederlands-Indië. Dat betekent dat het verhaal zo geloofwaardig is, dat het als vanzelf verbonden wordt met de werkelijkheid.
Een dergelijk verhaal verdient een nominatie.

En over het verhaal van Hajo Visscher:

De jury was het er snel over eens dat 'Opgenomen' een van de kanshebbers op een prijs was.
Het begin van dit verhaal is al meteen ijzersterk: 'De telefoon rinkelde. Mark kleedde zich snel uit, liep naar de telefoon en nam op.'
Pardon?  denk je dan als lezer, wat is hier in vredesnaam aan de hand?
Gedurende het hele verhaal weet de schrijver die spanning vast te houden door de vlot geschreven dialoog en de droge maar beeldende beschrijving van steeds merkwaardiger aandoende handelingen. Daarmee geeft de schrijver een zeer absurdistische draai aan een dertien-in-een-dozijn-situatie.Hoe vreemd het gedrag van de personages ook is, toch wist de schrijver ons te overtuigen en we bleven dan ook geboeid lezen tot en met de laatste regel. Een oorspronkelijk en amusant verhaal.

Verder was er een eervolle vermelding voor Michiel Spanjer, die het verhaal 'Meer dan tien wijzen kunnen beantwoorden' had ingezonden. Daarover spraak juryvoorzitter Sanne Hogenhuis de volgende woorden uit:

Dit beeldend geschreven verhaal neemt ons mee naar een terras dat gelegen is tegenover een psychiatrische inrichting. Door zijn beschrijving van de mensen die de hoofdpersoon daar gadeslaat, brengt de schrijver ons als lezer steeds meer aan het twijfelen: wie is er hier nou gek? Wat is nu precies afwijkend gedrag en wie bepaalt dat eigenlijk?Sterk aan het verhaal vond de jury de manier waarop de sfeer op het terras wordt neergezet. Zonder dat de absurditeit expliciet wordt beschreven, en waarschijnlijk juist daardoor, word je als lezer meegezogen in de zonderlinge situatie.Een kanttekening: dit verhaal verdient een betere titel. En ook hier troffen we enkele spelfouten aan.De jury heeft getwijfeld: verdient dit boeiend geschreven verhaal een plaats bij de eerste drie? Uiteindelijk hebben we toch een andere keuze gemaakt, maar we willen benadrukken dat het verschil wel heel erg klein was.
Daarom krijgt dit verhaal van ons een eervolle vermelding.


Bij de publieksprijs gaven de auteurs elkaar overigens weinig toe. Zowel 'Duet' als 'Opgenomen' kregen 23 stemmen, 'Mevrouw Van Dalen wacht' kreeg 28 stemmen.

Tussen het voorlezen van de verhalen door waren er optredens van Jaap Robben en Roy Santiago.De presentatie werd uitstekend verzorgd door Jasper Henderson.

Op de foto bovenaan, van links naar rechts: Baukje Zijlstra, Hajo Visscher, Samantha Janssen. Foto overgenomen van de site van Aan het woord!


vrijdag 14 december 2012

De beste boeken van 2012



Na lijstjes van de beste poëzie en de beste strips en de beste romans die ik niet gelezen heb, nu een lijstje van romans die ik wel gelezen heb. De meeste boeken in dat lijstje zijn inderdaad romans, maar ik vond dat ik ook best mocht kiezen uit ander literair proza.

Het gaat om boeken die ik gelezen heb tussen 1 december 2011 en 1 december 2012. Dat zijn niet alleen recente boeken. De oudste boeken (bijvoorbeeld Kamertjeszonde) heb ik toch maar weggelaten, maar andere moest ik toch maar vermelden, ook al waren ze al een paar jaar oud, vond ik. Ik kom dan tot de volgende lijst. (De linkjes hangen weer aan de nummers).

1. Peter Buwalda, Bonita Avenue
2. Jan van Mersbergen, Naar de overkant van de nacht.
3. A.F.Th. van der Heijden, Tonio
4. Leon de Winter, VSV
5. Toine Heijmans, Op zee
6. Jan Timman, Schakers. Portretten.
7. Manon Uphoff, De ochtend valt
8. Tomas Lieske, Franklin
9. Thomas Rosenboom, De nieuwe man
10. Maartje Wortel, Half mens

Die oudere boeken zijn natuurlijk van Lieske en Rosenboom. Zij hebben gewonnen van nieuwe boeken van Sanneke van Hassel (Ezels), Siebelink (Oscar) en Lanoye (Heldere hemel).